NIET OPENBAAR TOT 22 APRIL 2021 Onderzoeksrapport onderzoek joods vastgoed, april 2021.pdf
Tekst van het document
77
25 feb. 43 … Deze bijeenkomst is te 8 uur aan het woonhuis Waterstraat. Het eerst komt aan de beurt de koop van Jodenpanden via Stap. Besluit van den Heer C. M. om het winkelpand Philips126 en Slöszer127 niet te nemen! Wel worden gekocht synagoge, Perlstein, xxxxxxx [onleesbaar] Grutstraat. De Heer C. M. deelt mede dat het beursgebouw128 voordeelig is aangekocht. … Zaterdag 6 maart 1943 … Ten slotte wordt de verbouwing van het huis van wijlen den heer Themans129 aan de Plantsoenstraat besproken. Dit huis is eigendom van de zaak en zal op verzoek worden verbouwd tot politiebureau. De kosten worden door ons gedragen, terwijl de gemeente het van ons zal huren. De burgemeester heeft het huis reeds bezichtigd en zijn goedkeuring er aan gegeven. … Donderdag 11 Maart 1943 … De verbouwing van het huis aan de Plantsoenstraat zal met spoed ter hand worden genomen. In nauw verband daarmee staat de afbraak der oude R. K-kerk130. Deze afbraak komt onder beheer van Kolkman, bij wiens leiding in vertrouwde handen is. Zoodra de kerk, waarin nog goederen zijn opgeslagen, ontruimd is, wordt met het werk begonnen, daar er thans zeer grote vraag is naar de bij de afbraak vrijkomende materialen. … Donderdag 11 Mrt [1943 KB] … De katholieke kerk wordt afgebroken met de meeste spoed zodra de Jodenboedels er uit zijn.
… Zaterdag 17 april 1943 … “De Oldehof” aan de Terborgseweg zal spoedig weer in bewoonbare staat zijn gebracht. Het probate middel waardoor deze restauratie in één week, in plaats van in vier, tot stand kwam, zal ook toegepast worden bij de gedaanteverwisseling van het huis Themans in nieuw politiebureau. Het eerste plan om van dit huis een modelbureau te maken, kan niet uitgevoerd worden, omdat het daarvoor benodigde materiaal van de oude R. K-kerk moet komen, welke nog niet ontruimd is. Niettemin is de inspecteur van politie uitermate tevreden met het tweede plan aan welke uitvoering woensdag a. s. wordt begonnen. … 29 Mei [1943] … Het woonhuis van Mina Halfman is aangekocht. …
Niet koninklijk In 1979 werd het 100-jarig bestaan van Uitgeversmaatschappij C. Misset NV groots gevierd. In dat verband werd ook een aanvraag gedaan voor het predicaat koninklijk Dat werd echter niet verleend.
Acteurs, leden van de BS, brengen Kees Misset (acteur Bas van Toor, alias Clown Bassie) naar het politiebureau: een fragment uit de documentaire Meneer Kees en meneer Henk (2010)
Winkelpand Hamburgerstraat 6. Later, 1 mei 1943, aangekocht door mevrouw Stap-Tolk. Slösser. 128 Het Beursgerbouw aan de Melkweg. 129 Isodore Themans was overleden op 1 december 1939. 130 De oude katholiek kerk stond in de Waterstraat. Deze was te klein geworden. De kerk was door Kees Misset al in 1934 gekocht. Hij had ervoor gezorgd dat op grond van Misset op De Pas pastoor Amse een nieuwe kerk kon bouwen en in gebruik kon nemen. De oude kerk wilde Misset afbreken en op die plek een bejaardenhuis bouwen, omgeven door een park. 126 127
78
Het gemeentehuis op de Markt met een V in verband met de Duitse V-actie: Victorie, want Duitsland wint voor Europa op alle fronten (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
79
Burgemeester Duval Slothouwer In 1922 werd de 38-jarige domineeszoon Willem Duval Slothouwer131 benoemd als burgemeester van Doetinchem. Hij was lid van de Christelijk Historische Unie, de CHU. In de jaren dertig kreeg hij onder meer te maken met grote tegenstellingen in de gemeenteraad. Dat was onder meer aan de orde als het SDAP-raadslid Arie Spijkman weer eens ageerde tegen het politieoptreden onder leiding van inspecteur Lebbink 132. Nadat de Duitsers Nederland waren binnengevallen, verboden ze in 1941 de politieke partijen en stuurden ze de gemeenteraad en de wethouders naar huis133. Daarna werd ook een begin gemaakt om de zittende burgemeesters te vervangen door NSB’ers. In Gelderland werd een Beauftragte aangesteld: dr Erich Schneider. Hij onderhield het contact met de commissaris van de Koningin, de NSB’er Harmanus Hondius, die al snel de benaming commissaris der Provincie kreeg. Duval Slothouwer bleef in functie. Net als vrijwel alle, bijna duizend andere burgemeesters in het land. Ze wisten immers dat indien zij op zouden stappen ze opgevolgd zouden worden door een NSBburgemeester. Zoals in Limburg waar NSB’er Max de Marchant et d’ Ansembour tot gouverneur werd benoemd. Daarop namen alle 44 burgemeesters van de provincie ontslag omdat zij niet onder hem wilden werken. Allen werden vervangen door NSB’ers.
Ontslag volgde ook als een burgemeester weigerde om Duitse maatregelen uit te voeren. Daarop volgde onherroepelijk vervanging door een NSB’er. In Brabant bijvoorbeeld weigerden zes burgemeester om mannen voor de Arbeitseinsatz aan te wijzen. Alle zes werden daarop gearresteerd en naar Duitse kampen afgevoerd. Geen van hen overleefde. En toen de Duitsers verdenkingen koesterden naar de gang van zaken op het gemeentehuis van Zelhem, aarzelden ze niet om burgemeester Rijpstra te arresteren en hem af te voeren naar concentratiekamp Neuengamme134. Degenen die op hun post bleven, streefden volgens eigen zeggen naar het kleinste kwaad. Ze kwamen echter in een buitengewoon moeilijke dwangpositie terecht. Er viel amper iets te besturen en het was onoverkomelijk om vuile handen te maken. In de Aanwijzingen was wel een en ander vastgesteld, maar daarin was geen rekening gehouden met een racistische politiek van een bezettingsmacht. Ze werden een schakel tussen bezetter, NSB, ambtenaren en inwoners. Een onmogelijke positie, want uiteindelijk bleken die bezetters telkens toch de baas.
Geflankeerd door de agenten Hendriks en Arts en onder toeziend oog van de wethouders Vrieze en Hendrik ‘boer’ Muller leest burgemeester Duval Slothouwer in 1937 vanaf het bordes van het gemeentehuis op de Markt de afkondiging van een grondwetswijziging voor. In de deuropening staat gemeentesecretaris Roelf Jacob de Vrieze135, een overtuigd NSB’er.
Hij werd geboren in 1883. Tijdens de oorlog werd Spijkman gearresteerd. Hij overleed in mei 1942 in concentratiekamp Neuengamme. 133 Behalve de NSB werden de politieke partijen (muv de CPN die zichzelf bij de inval al had opgeheven) in juni 1941 verboden. Op 12 augustus 1941 werden de gemeenteraden en de Provinciale Staten naar huis gestuurd. 134 Rijpstra overleefde de Duitse kampen en de dwangarbeid niet. 135 De Vrieze woonde in 1937 (nog) op Dokter Huber Noodtstraat 2, zie pagina 86. 131 132
80
Waar kreeg Duval Slothouwer onder meer mee te maken en wat was toen zijn rol? En wat werd hem vervolgens verweten? De joodse tehuizen Doetinchem kreeg een van de drie kampen voor Joden van de Lijst Frederiks en Lijst Mussert toegewezen136. Het betrof Joden die veelal lid waren van de NSB. Ook kasteel De Schaffelaar in Barneveld en Huize De Biezen werden aangewezen. Huize de Biezen lag in de gemeente Ede. Daar was evenwel de NSB’er en WA’er Van Dierendonck burgemeester, een uitgesproken antisemiet. Hij wilde dan ook niet meewerken aan een kamp in zijn gemeente waar Joden speciale bescherming genoten. Vandaar dat op het departement werd besloten om de gemeentegrens te verleggen zodat De Biezen plotsklaps in de gemeente Barneveld lag. Een gemeente met een progressieve burgemeester. Duval Slothouwer werkte ook mee en benoemde Dirk Spanjaard als adjunct-directeur. Dat gold voor villa Bouchina aan de Dominee van Dijkweg137 en voor het huis Dokter Huber Noodtstraat 4138, eigendom van de joodse Saartje Mogendorff-de Jong. Beide woningen werden ingericht voor een groot aantal Joodse gevangenen. Uiteindelijk werden zij alleen in villa Bouchina ondergebracht. Die samenwerking is Duval Slothouwer verweten. Maar wat indien hij medewerking zou hebben geweigerd.
Wat zou er dan met die groep Joden zijn gebeurd? Feit is wel dat hij voor dat doel de leegstaande pastorie De April-meistaking Ook kreeg Duval Slothouwer te maken met de April-meistaking. Een staking als gevolg van de Duitse oproep aan 300.000 voormalige Nederlandse dienstplichtigen om zich te melden voor de Arbeitseinsatz. De staking begon bij Stork in Hengelo (Overijssel) en breidde zich als een olievlek over het land uit. Ook in Doetinchem werd bij diverse bedrijven gestaakt. Verzetsvrouw Iet Gerritsen schreef daarover in haar dagboek. Donderdag 29 april 1943 … O, wat een ellendige dag. Vanmiddag kwam meneer Bon thuis en vertelde dat alle Nederlandse militairen zich moeten melden. Even later kwam moeder ook al. Wassink was al thuisgekomen en had het ook gehoord. Iedereen is van streek. Overal staan groepjes mensen bij elkaar te praten met witte gezichten. … … Of zal ons volk als één man hier tegenop komen en bv. en algehele staking op touw zetten? … Maandag 3 mei 1943 … Nu zijn er al 36 doodvonnissen voltrokken. Allemaal mensen die gestaakt hadden. Van hoog tot laag. Vreselijk is het. Alles is nu zachtjesaan wel weer aan het werk. … Dinsdag 4 mei 1943 .., Nog steeds alles even akelig. De een voor de ander weet nog niet wat hij doen moet. Zo sprak ik bijvoorbeeld mevrouw Anneveldt. Ze wisten nog niet wat ze moesten doen. Haar man was beroepsonderofficier.
Nu werkzaam bij de CCD139. Ze hebben drie kinderen. Dan kun je niet zomaar onderduiken. Wie zorgt er voor je gezin? … …. Er was net bericht gekomen dat ze Frits Loep hadden doodgeschoten. Hij was ingenieur bij Stork Hengelo. Echt zielig. Hij was nog geen 40 jaar 140. … … Ze hebben vanmorgen weer een hele lijst bekend gemaakt. Hij stond er niet bij. Ze zullen er nog wel heel wat doodgeschoten hebben waarvan ze het niet bekend maken. En dit alles voor een mislukte staking. … Ze genoten bescherming vanwege hun belangrijke maatschappelijke rol. Lees Villa Bouchina, pagina 138. Thans huisnummer 13. De bewoner, dominee Johan, was wegens zijn anti-Duitse houding in september 1942 gearresteerd en een maand later in Kamp Amersfoort overleden. 138 Zie dokter Huber Noodtstraat 4, pagina 112. 139 Crisis Controle Dienst. Een instantie die toezicht hield op de verdeling van schaarse goederen en zwarthandel. 140 Frits Loep werd geboren in Doetinchem. Hij werd ingenieur en ging bij Stork werken. Hij werd op 3 mei vanwege de staking gefusilleerd. Zijn lichaam is tot op de dag van vandaag niet gevonden. 136 137
81
Binnen een week drukten de Duitsers door middel van vele fusillades en gewapend optreden de stakingen de kop in. Daarna kregen de burgemeesters een brief. Ook Duval Slothouwer. Afkomstig van de Reichspolizei uit Arnhem141. In de brief werd gevraagd om de namen van de stakers in Doetinchem. Duval Slothouwer stuurde vervolgens diverse bedrijven een brief met dezelfde vraag142.
Het antwoord van Uitgevers-maatschappij C. Misset waarin wordt meegedeeld dat er bij Misset niet gestaakt is143.
De loyaliteitsverklaring Hoe moeilijk het is om te bepalen wat collaboratie is, is bijvoorbeeld aan de orde bij de loyaliteitsverklaring na een aanslag door een studentenverzetsgroep. In die verklaring moesten alle 15.000 studenten verklaren geen verzetsactiviteiten meer te ondernemen. Slechts 14 procent tekende. Degenen die niet tekenden, doken veelal onder. Tekenen werd door de bevolking gezien als verraad. Een van de eersten in Doetinchem die tekenden was Jan Houtsma. Op dat moment een van de belangrijkste verzetsleiders in Oost-Nederland … Dinsdag 4 mei 1943 … Moeder kwam net op kantoor vertellen dat ze gehoord had dat alle studenten die zich niet gemeld hadden, of liever, die niet getekend hadden zich morgen moesten melden. Wat zullen de Doetinchemse studenten doen? … Donderdag 6 mei 1943 Weer een veelbewogen dag met de ene spanning na de andere. Akelig gewoon. De één zei dat de studenten van hier naar Arnhem waren gegaan om zich te melden, de ander weer dat ze niet gingen. Totdat Pieters vanmorgen op kantoor kwam en vertelde hoe het zat. Gisteravond nog was er besloten niet te gaan en allen onder te duiken. Vanmorgen kreeg Pieters het bericht dat alle jongens van hier getekend hadden. Hij naar Groeneboer. Daar was Dick144 die niet wilde en wit was van drift dat ze dit gedaan hadden. Nu wisten ze daar ook niet wat ze doen moesten.
… Vrijdag 7 mei 1943 … Iedereen is nog vol over de studenten. Iedereen vindt het laf dat ze dit gedaan hebben. Nu zijn het alleen de twee theologen die bij hun woord zijn gebleven. De jongens met de grootste mond zoals de Houtsma’s145 zijn als eerste al vertrokken om te tekenen. En zo’n Hotse, Gerard, Tonny en Joop begrijp je toch helemaal niet. Onze Burgemeester schijnt er een heleboel aan gedaan te hebben. Bertie zou woensdag al getekend hebben en dan leek het natuurlijk helemaal gek als hij het alleen was. Zodoende zijn er nog anderen overgehaald. Jammer dat zo’n burgemeester zich daarmee heeft bemoeid. Ieder moet dat toch zelf weten. Daar kun je niet in raden. Dokter Tjalma146 was vanmorgen nog bij ons en vond het van jonge kerels een schandaal. Als nu nog mensen met een gezin zoiets deden, maar jonge mannen was hem te bar. …
De Utrechtsestraat 55 was het Kraton, hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst en de Sipo voor Gelderland en Overijssel. 142 Het is (mij, KB, op dit moment) onbekend of Duval Slothouwer namen naar Arnhem heeft doorgegeven. 143 Gelders Archief. 144 Dick Groeneboer was een van de Doetinchemse studenten. 145 Jan Houtsma en zijn broer Eduard. 146 Huisarts van de familie Gerritsen en verzetsleider LO. 141
82
In 1944, anderhalf jaar later, werd in het bevrijde zuiden van Nederland een tijdelijke academie opgericht. Het doel was om zo snel mogelijk weer met de universitaire studies te beginnen. Universiteitsgebouwen waren er echter niet. Vandaar dat er colleges werden gehouden in kerken, werkplaatsen, winkels en kroegen. Een toelatingscommissie bepaalde welke studenten er werden toegelaten. Henk Casimir was een van de hoogleraren die deel uitmaakte van de commissie. Na enige discussie besloten de commissieleden dat ze onderscheid zouden maken in vier categorieën: - Studenten die niet hadden getekend en waren ondergedoken waren de allerbesten: dus toelaten. - Zij die weigerden te tekenen en als dwangarbeider in Duitsland hadden gewerkt, eveneens toelaten. - Zij die wel getekend hadden, maar niet verder hadden gestudeerd. Zij hadden wellicht ondergronds werk gedaan. Zij werden door de commissie per geval bekeken. - De zogeheten profiteurs. Die wel hadden getekend, vervolgens doorstudeerden en zelfs examen deden. Zij werden als verrader beschouwd en moesten maar wachten totdat andere universiteiten open zouden gaan. Casimir stond achter deze indeling, maar werd geruime tijd later in Leuven door een Belgische collega aan het twijfelen gebracht. “Jullie Nederlanders zijn volkomen gek.
Natuurlijk zijn degenen die niet hebben getekend en in Duitsland hebben gewerkt voor de Duitse industrie het slechts van allemaal. Dat waren de collaborateurs. En het was gemakkelijk geweest om dat niet te doen. Zij hoefden alleen maar een waardeloos vodje papier te tekenen. En degenen die geweigerd hebben om te tekenen, gaan ook niet vrijuit. Zij namen immers onderduikplaatsen in terwijl daar een groot gebrek aan was. Die hadden beter benut kunnen worden door mensen die daadwerkelijk levensgevaar liepen 147.” Plantsoenstraat 21 Zeven grote steden kenden na een Duitse reorganisatie van het Nederlandse politieapparaat een Staatspolitie. In Doetinchem was er sprake van een gemeentepolitie. De reorganisatie werd op 1 maart 1943 afgerond. Volgens de aantekeningen in het boekwerk De Groene Tafel liet Kees Misset in de vergadering van 6 maart 1943 de aanwezige leidinggevenden van Misset weten dat de burgemeester het leegstaande pand Plantsoenstraat 21 had bezichtigd en dat hij vervolgens zijn goedkeuring had gegeven om er een politiebureau van te maken. Heeft Duval Slothouwer dat daadwerkelijk gedaan en gezegd of heeft Kees Misset dat tijdens die vergadering gezegd om te voorkomen dat de Misset-leidinggevenden wellicht tegen zouden gaan sputteren? Dat lijkt niet waarschijnlijk.
Wie het gehele boekwerk De Groene Tafel leest, zal moeten concluderen dat Kees Misset bepaalde wat er gebeurde. Zelfs zijn broer werd niet of nauwelijks gekend in de besluiten. Hij had het jawoord van de vergadering niet nodig. Ervan uitgaande dat Duval Slothouwer inderdaad zijn goedkeuring gaf en dat hij van plan was om vervolgens elke maand de huur over te maken aan het adres van Uitgevers-maatschappij C. Misset NV: in hoeverre is er dan sprake van zijn medewerking met de NSB-top van de politie148 en zijn medeplichtigheid aan het in gebruik nemen van een geroofd joods pand? Stel dat hij zou hebben geweigerd? Bestond dan niet het gevaar dat het toch gewoon zou zijn doorgegaan? En was hij dan misschien het contact en de geringe zeggenschap ten opzichte van de politie niet nog meer kwijtgeraakt? Temeer daar de gemeentepolitie van Doetinchem een aantal NSB’ers en sympathisanten kende dat meewerkte aan de controle op het vertrek van Joden, invallen en arrestaties van Joden en verzetsmensen. Dat is meteen de volgende vraag: in hoeverre was hij daar verantwoordelijk voor?
147 148
Casimir, Het toeval van de werkelijkheid, p. 251-252. Lees De politie: Lebbink en Annink, pagina 89.
83
Een krantenartikel met foto in de Graafschap-Bode van 16 december 1940. Tweede van rechts burgemeester Duval Slothouwer, vijfde van rechts NSB-districtsleider Borggreven. Allen aanwezig tijdens een feestmaaltijd in Scala vanwege Kerstmis.
Een krantenartikel zoals hierboven in de Graafschap-bode, compleet met foto, was een doortrapt stukje propaganda. Dergelijke artikelen met foto’s van notabelen waren vaker te zien in Nederlandse kranten. Ze moesten vooral het beeld geven van een prettige samenwerking tussen bezetter en Nederlandse overheid. Het zal echter bij velen het beeld van Duval Slothouwer geen goed hebben gedaan. Als fotograaf onder aan het krantenartikel staat vermeld Frans Leupold, met een S. Echter, de fotograaf van Misset Leupold heette Franz, met een Z. Hij was Duitser die voor de oorlog al bij Misset in dienst was gekomen. Een Rijksduitser, getrouwd met een Doetinchemse, die uiteindelijk ook als militair werd ingelijfd149. Het politiebureau Wat voor Duval Slothouwer pleit is het feit dat hij de komst van enkele politieagenten van de beruchte SS-politieopleiding in Schalkhaar wist tegen te houden. Dat bleek echter maar tijdelijk. Uiteindelijk kwamen ze toch. En dan het politiebureau: iedereen in Doetinchem was het er over eens dat het oude politiebureau op de Markt niet meer voldeed. Welke rol speelde de gemeente en de burgemeester vervolgens bij het
149
Zie: https://doetinchemherdenkt.nl/woii-onderwerpen/leupold
84
zoeken en vinden van een nieuw onderkomen? Waren zij het die plotseling kans zag om het pand in de Plantsoenstraat voor dat doel geschikt te maken? Of was het de NSB? Of de politietop? Of Kees Misset? De kans is groot dat het een samenspel is geweest van al die partijen. Ze kenden elkaar goed en er waren nauwe banden. Kees Misset en zijn vrouw Dinie bezochten bijvoorbeeld adjudant-inspecteur Annink en zijn echtgenote ook thuis in zijn woning op het Worpplein150. Het was gisteravond weer erg gezellig, schreef Kees Misset eens aan Annink in een briefje de daaropvolgende dag. En makelaar Johan Stap kwam geregeld bij Kees Misset thuis in de Waterstraat. Dat het initiatief voor de koop van het pand Plantsoenstraat 21 door Kees Misset is genomen met het idee om Doetinchem eindelijk van een fatsoenlijk politiebureau te voorzien, is niet ondenkbeeldig. Hij had immers al voor de oorlog een plan om voor een nieuw politiebureau annex gemeentehuis ingediend. Hij kon waarschijnlijk daarnaast ook over meer financiële middelen beschikken dan de gemeente. Tevens betaalde hij ook nog eens de verbouwing. Blijkbaar voldoende redenen voor de gemeente om over de gevoeligheid van de herkomst van het pand heen te stappen. Opmerkelijk is vervolgens dat de gemeente uiteindelijk geen huur aan Misset heeft betaald. Vanaf 1 juli 1943, geen cent. Misset inde die niet.
Jarenlang maakte de politie kosteloos gebruik van het pand. Zelfs de eerste jaren na de oorlog. Totdat het feitelijke beheer op 1 april 1947 -precies twee jaar na de bevrijding- uiteindelijk werd teruggegeven aan de familie Themans. Na berekening door een ingeschakeld zogeheten prijzenbureau werd een huurprijs van 800 gulden per jaar vastgesteld. Een huurovereenkomst was er echter niet.
Een foto die zijn burgemeestersrol illustreert: burgemeester Duval Slothouwer en zijn echtgenote Catharina Adriani wandelend in het Notenlaantje, pal tegenover hun woning. Geïnteresseerd kijkt mevrouw Duval Slothouwer naar de Duitse legervoertuigen. Duval Slothouwer kijkt de andere kant op. Alsof ze er niet zijn. Of omdat hij ze liever niet wil zien. (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
150
Nationaal Archief: Brief van Kees Misset aan Annink.
85
Winterhulp Rijkscommissaris Seyss-Inquart riep in oktober 1940 de Winterhulp in het leven. Op die manier wilden de Duitsers hulp bieden aan Nederlandse burgers in armoede om zodoende sympathie te winnen bij de bevolking. De administratie, organisatie en de wijze van propaganda waren rechtstreeks overgenomen van de Winterhilfe uit Duitsland. De Winterhulp was dan ook een pure nazi-instelling.
Burgemeester Duval Slothouwer en zijn echtgenote Catharina Adriani bezoeken getroffenen van het oorlogsgeweld
In Doetinchem werden niet alleen collectes gehouden, maar er stonden ook permanente collectebussen, onder meer in de oefenruimte van DGV (Doetinchemse Gymnastiek Vereniging) en in de trouwzaal van het stadhuis. Burgemeester Duval Slothouwer was plaatselijk directeur.
In september 1944, nadat Maastricht als eerste Nederlandse stad was bevrijd, dook Duval Slothouwer onder. Hij werd onmiddellijk opgevolgd door de NSB’er Jacques Daems die het Brabantse Roosendaal was ontvlucht. Vanwege de oprukkende geallieerden was hem daar de grond te heet onder zijn voeten geworden. Hij was niet de enige NSB-burgemeester. Uiteindelijk bekleedde aan het einde van de oorlog in 70 procent van de Nederlandse gemeenten een NSB’er dat ambt Na de bevrijding was er een onderzoek in de Achterhoek naar de rol van de 19 burgemeesters tijdens de bezetting. Ook naar Duval Slothouwer. Gedurende die periode was hij zijn ambt ontheven. Hendrik ‘boer’ Muller van Ruimzicht, eveneens CHU, -voor de oorlog locoburgemeester- werd in het district Doetinchem waarnemend burgemeester tijdens de Bijzondere Staat van Beleg. Na onderzoek keerden slechts 10 burgemeesters op hun stoel terug 151. Op 23 juli 1946, nadat hem eerherstel was verleend, kon Duval Slothouwer op zijn post terugkeren.
Oproep in de Graafschap-bode
Straatnaam In 1971 werd een straat naar hem vernoemd in de wijk de Bezelhorst: de Duval Slothouwerstraat. De naam De Ruyterweg verdween daardoor. De zandweg was genoemd naar Michiel Adriaanszoon de Ruyter. Doetinchem was zijn tijd ver vooruit ...
151
Militair Commissariaat, pagina 14.
86
Jacques Daems
Gemeentesecretaris De Vrieze De vraag is ook in hoeverre burgemeester Duval Slothouwer te maken had met de invloed van gemeentesecretaris Roelf Jacob de Vrieze, een overtuigd NSB’er. Hij, in combinatie met de NSBpolitietop, zal het Duval Slothouwer er waarschijnlijk niet eenvoudiger op hebben gemaakt. In 1937 woonde De Vrieze op het adres Dr Huber Noodtstraat 2. Een woning die eigendom was van Saartje Mogendorff-de Jong, weduwe van Maurits Mogendorff, oprichter van de meubelfabriek. Zijn zaak, zoals het binnen de familie werd genoemd, was eigenaar van meerdere panden. Mevrouw Mogendorff-de Jong die in de Waterstraat woonde, was al naar Amsterdam vertrokken toen op 1 februari 1943 de woning werd gekocht door mevrouw F. W. B. Schel, de echtgenote van slager Schel uit de Grutstraat. De familie Schel kocht meer joodse woningen. Daaronder ook twee panden van Justus Mogendorff, een van de drie zoons van Saartje Mogendorf-de Jong. Ook hij werd evenals zijn moeder en een groot deel van de familie gedeporteerd 152 en vermoord. Het huizenblok Tenkinkstraat 22, 24 en 26 was eigendom van de joodse veehandelaar Sally Levy uit Terborg, evenals de 2 naastgelegen soortgelijke huizenblokken. Levy was al in oktober 1941 tijdens de eerste razzia in de Achterhoek opgepakt en diezelfde maand in Mauthausen vermoord.
Makelaar Gerrit Jan Slijkhuis in Doesburg had vervolgens als lasthebber van de Haagse makelaar Dirk Hidde de Vries van het ANBO het beheer overgenomen. Op 9 maart 1943 werden bij notaris R. J. W. Hesselink in Winterswijk 153 de 3 huizen 22, 24 en 26 gekocht door de Rijksduitser Aloys Huhn, een schilder uit het Duitse Gelsenkirchen 154. Hij woonde niet in Nederland maar verbleef er op 10 mei 1940155 wel. [Hoe, militair? Nader onderzoek]. Hij betaalde voor de drie huizen 18.000 gulden. Vervolgens verhuurde Huhn de woningen aan de bewoners die er op dat moment al woonden. Op nummer 26 woonde in 1937156 nog A. Grijpma. Roelf J, de Vrieze woonde in 1937 nog op dr Huber Noodtstraat 2, eigendom van Saartje Mogendorff-de Jong. Echter, in 1945 woonde R. J. De Vrieze op Tenkinkstraat 26. De vraag is: wanneer is hij verhuisd, hoe en waarom? Hij verhuisde van Huber Noodtstraat 2 tussen 1937 en 1945157 naar Tenkinkstraat 26, de onteigende woning van Sally Levy. De Vrieze kocht de woning niet, maar huurde deze van Huhn. Hoe zag die overeenkomst er uit? Werd er al dan niet huur betaald en zo ja, hoeveel? 158 Tot 1 februari 1946 ontving Huhn huur van het gehele blok. Die werd niet door hem geïnd, maar door makelaar A. van Bommel uit Wehl, lid van de NSB. Van Bommel werd na 1 april 1945 geïnterneerd. (Van Bommel kreeg toen de beheerder B. J. Berendsen toegewezen).
Huhn kreeg na de bevrijding administrateur Sierd Veldman toegewezen 159 als beheerder. Omdat Sally Levy was vermoord, was zijn echtgenote Isabella Levy-Heilbron voor 2/3 erfgenaam en waren dat hun beide kinderen Sallo en Johanna voor elk 1/6 deel.
Saartje Mogendorff-de Jong vond de dood in januari 1945 in Bergen Belsen. R. J. W. Hesselink was volgens de officiële gegevens tot 1935 notaris in Winterswijk. [Was uitsluitend zijn naam nog verbonden aan het kantoor of was hij (speciaal voor deze gelegenheid (als)nog actief? Of zijn zoon?} 154 Op dat moment woonachtig op Achternberg 39 in Gelsenkirchen. 155 Op 5 mei 1945 verbleef hij in ieder geval niet meer in Nederland. 156 Het jaartal 1937 komt geregeld voor in dit rapport aangezien ik in het bezit ben van een adressenboek van dat jaar. Ik beschik (nog) niet over adressen(boeken) van latere jaren. 157 Ik beschik -nog- niet over adresgegevens van die tussenliggende jaren. 158 Het is mogelijk dat De Vrieze bijvoorbeeld in 1939 op reguliere wijze is verhuisd. In dat geval is er waarschijnlijk niets mis mee. Als hij echter na maart 1943 is verhuisd dan zou er sprake kunnen zijn van een onderhandse NSBdeal. Inmiddels heb ik een dik dossier van Huhn van het Nationaal Archief ontvangen. 159 Veldman woonde op Loolaan 5 in Doetinchem. 152 153
87
De Raad van Rechtsherstel in Arnhem besloot dat vanaf 1 februari 1946 mevrouw Levy de huren weer mocht incasseren160. Op 16 februari 1946 kreeg R. J. de Vrieze van beheerder Sierd Veldman een brief om in het vervolg de huur niet meer over te maken naar Huhn, maar naar mevrouw Levy.
Beheerder Sierd Veldman (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
Bovenstaand gegevens zijn afkomstig van het dossier Huhn, van het Nationaal Archief. Dat dossier heb ik inmiddels ontvangen (KB). 160
88
Gevorderde Doetinchemse fietsen bestemd voor het Duitse leger voor het politiebureau op de Markt (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers)
89
De politie Voor de oorlog was er zowel Gemeentepolitie als Rijkspolitie. Daarnaast was er ook nog de Koninklijke Marechaussee/Gendarmerie die politietaken uitvoerde. Vandaar dat er al lang werd gesproken over een reorganisatie. Na de inval waren de Duitsers snel klaar met die reorganisatie. Op 1 maart 1943 was de laatste. Een politieapparaat naar Duits model was het resultaat. In de zeven grote gemeenten was er Staatspolitie en in de overige gemeenten Gemeentepolitie. De marchechaussee werd ingedeeld bij de staatspolitie en verdween uit Doetinchem161. De leiding was in handen van nationaalsocialisten. Op die manier hadden de Duitsers het Nederlandse politieapparaat volledig in de hand. Bij de lagere rangen waren de sympathieën zeer uiteenlopend. Er was een gedeelte dat niets moest hebben van de Duitsers en hun gedachtegoed. Daarentegen was er ook een groep die wel iets zag in de nazi-ideologie. Sommigen waren lid aan de NSB. Mede vanwege personeelstekorten bij de politie en een toenemend aantal aanslagen van het verzet gedurende de oorlog stond Generalkommissar Hanns Albin Rauter ook de ge-uniformeerde Landwacht toe: een soort hulppolitie bestaande uit NSB’ers die waren uitgerust met een jachtgeweer. Vanwege dat geweer werden ze in de volksmond Jan Hagel genoemd. Al snel waren ze bij de bevolking de meest gehate politieformatie.
De Duitsers hadden hun eigen politieorganisaties: de Sicherheitspolizei (Sipo) en de Grüne Polizei. Daarnaast was er de Sicherheitsdienst. Deze diensten maakten jacht op onder meer Joden, onderduikers, zwarthandelaren en verzetsmensen. Het succes dat ze daarbij hadden, zou niet mogelijk zijn geweest zonder bijstand van de Nederlandse politie. In Doetinchem zetelde de gemeentepolitie in een aan het gemeentehuis grenzend klein en oud politiebureau op de Markt. In het pand bevonden zich enkele cellen. In 1917 was Hendrik Jan Lebbink162 in Doetinchem aangesteld als chef-veldwachter. Een jaar later werd hij inspecteur. Daarna volgde de ene na de andere bevordering. Een reden voor talloze verhuizingen naar een steeds ruimere woning. In 1941 woonde hij In de Tenkinkstraat163. Lebbink was lid van de NSB164 en las Volk en vaderland. Op 17 maart 1941 werd hij tevens lid 165 van het Rechtsfront166 Binnen de politie was er nogal wat verschil in opvattingen over de optredens. Dat was ook in Doetinchem niet anders. Sommige agenten waren lid van de NSB. Enkelen waren afkomstig van de politieschool Schalkhaar, een opleiding in SS-stijl. Zij hadden weinig moeite om landgenoten te arresteren. Daarentegen waren er ook agenten die deel uitmaakten van het verzet of contact hadden met een verzetsgroep. In Doetinchem waren dat onder meer Jan Ellen en Dirk van der Horst167.
Na de bevrijding keerde de Marechaussee terug in Doetinchem. In 1953 werd de brigade opgeheven. Lebbink was op 7-9-1887 in Hummelo geboren. 163 Nader onderzoek naar huisnummer. 164 Lebbinks lidmaatschapsnummer was 105.257. 165 Zijn lidmaatschapsnummer was 915. 166 Het Rechtsfront was een onderdeel van de NSB, bedoeld voor degenen die zich bezighielden met de rechtshandhaving. 167 Stichting Doetinchem Herdenkt ontvangt binnenkort het dagboek van Dirk van der Horst uit handen van zijn zoon. 161 162
90
Inspecteur Lebbink (rechts) flankeert NSB-leider Anton Mussert bij de opening van het nieuwe NSB-Kringhuis
Lebbink kon het goed vinden met het Duitse bewind. Hij toonde zich dan ook tevreden met de arrestatie in 1941 van de socialist Arie Spijkman168, het gemeenteraadslid dat hem zo vaak had bekritiseerd. Toen hij een jaar later vernam dat Spijkman in concentratiekamp Neuengamme was gestorven, toonde hij weinig mededogen. Lebbink was ook actief bij het oproepen van Doetinchemse mannen voor de kabelwacht nadat een Duitse telefoonkabel bij het Kattennest was gesaboteerd. Het betrof een belangrijke verbinding naar het Duitse Radarcentrum Rosengarth. Lebbink zag erop toe dat de mannen zicht goed opstelden en niet rookten. Eind maart 1941 werd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 1941, hoofdagent A. B. J. Annink bevorderd tot adjunct-inspecteur. In de Graafschap-bode169 werd nadrukkelijk vermeld dat het een bevordering betrof die een nauw overleg met de Duitse autoriteiten had plaatsgevonden. Het artikel ging gepaard met de nodige superlatieven met betrekking tot de kwaliteiten van Annink.
Spijkman werd gearresteerd op 25 juni 1941 en opgesloten in Kamp Amersfoort. Hij stierf op 14 mei 1942 in concentratiekamp Neuengamme. 169 De Graafschap-bode van 28 maart 1941. 140b Bruininkweerd was leidinggevende bij Misset en een van de deelnemers van het overleg De Groene Tafel. 168
91
In het Nationaal Archief zijn enkele brieven bewaard gebleven van Annink. Ze maken deel uit van het archief Misset, Bijzondere Rechtspleging.
NA 88042 inv nr 3493 Nederlandsch Middenstandsfront Front van Nering en Ambacht Brief Annink, 16 september 1941 Henk Misset moet boeten voor vele malen doorhakken van kabel. Als oud-kringleider en thans districtleider van Front van mening en nooit anders kunnen bemerken dat hij deutschfreundlich was en geen tegenstander van het Nationaal Socialisme. Als ik mij goed herinner NSB (toen Venhoven kringleider was) onze partij financieel gesteund (gift f 1000) schenking aan Mussert-fonds
Dat Kees Misset op zeer vertrouwelijke voet stond met Annink, blijkt onder meer uit de correspondentie [Citeer hier uw bron.] die hij met hem had. Kees Misset had hem zelfs een baan aangeboden als directeur van Groenendaal.
Kees Misset aan Annink De hartelijke groeten van Rolf. Hij had van zijn broer drie dagen verlof. Nu gaat hij verder naar Rusland. Ik heb aan Rolf zijn benoeming als directeur van de NV Kees Misset overhandigd met 3000 mark salaris voor de tijd van 1-1 tot 1-7-’43. Verder heb ik hem 10.000 mark meegegeven voor de SS-stichting Hulp aan Kameraden.
Rolf von Westernhagen, de verloofde van Pineke, bezorgde de brief.
[Citeer hier uw bron.]
13 oktober 1942 Zeer geachte heer Annink, Rolf overhandigt u deze brief. Mijn hartelijke dank van mijn broer voor uw telefoongesprek met Arnhem. Ik heb Rolf ingelicht dat u binnenkort aan de zaak verbonden wordt als directeur van Groenendaal en verbindingspersoon voor het buitenland. Rolf vond dit zeer interessant en juichte het zeer toe. Er openen zich met ons geheel alle soorten mogelijkheden. (U hebt dat altijd voorspeld), Ik koop op het Hamburgerbroek alvast terreinen aan, waarop ik later kleine gezonde industrieën kan plaatsen als de ijzergieterij. Wij grijpen dit aan voordat anderen dit zien. Dat is ook van belang voor uzelf en uw zonen. Het bedrag van Rolf, de 10.000 mark, heb ik hem ter hand gesteld. Hij gaat er donderdag mee op reis. [xxx gedeelte briefpapier uitgeknipt] Met Bruininkweerd140b regelt u of uw vrouw wel even. (zijn adres is Wetstraat 10, Arnhem Provinciale Waterstaat) Kees Misset
Misset bood Annink een baan aan als directeur van paardencentrum Groenendaal.[Citeer hier uw bron.]
Met Veenink zakenplan besproken. Sportveld uitgebreid onder uw leiding. Uitbreiding met handel in buitenlandse paarden Salaris U en Veenink zelfde als Henk en ik 4500,- (rest tentiëm van f 1,- tot f 2500,- per jaar).
92
[Citeer hier uw bron.]
Er was nog een agent actief in deze regio: Gerrit Stap. Gerrit Stap NSB-makelaar en architect Johan Stap had twee broers170. Een ervan was de in 1911 geboren Gerrit 171. Op de Ambachtsschool volgde hij een opleiding tot bouwkundig tekenaar. Toen hij 21 was, trad hij in dienst bij Johan. ’s Avonds volgde hij een opleiding bij de politievakschool. Vanwege een gebrek aan opdrachten moest Johan hem in 1938 ontslaan. Daarop werd hij douanier in ’s-Heerenberg. Daardoor moest hij zijn lidmaatschap van de NSB opzeggen. Aan de grens kreeg hij te maken met gevluchte Joden uit Duitsland. Vermogende Joden stuurde hij door naar kamp Westerbork, Joden zonder geld stuurde hij terug. Kort na de inval werd Gerrit Stap in mei 1940 veldwachter in Didam. Na de opheffing van het ambtenarenverbod begin 1941 werd hij weer lid van de NSB. In 1942 werd hij ook lid van het Rechtsfront. Ook volgde hij een cursus aan de beruchte politieschool in Schalkhaar. Hij arresteerde zwarthandelaren, verzetsmensen en ondergedoken Joden. In Didam ‘kocht’ hij op 13 maart 1943 een onteigende woning aan de Beekseweg172 van het ondergedoken joodse gezin Milgram. Een huis dat hij vanwege de naderende geallieerden eind 1944 hals over kop verkocht aan de overburen173. 13-3-1943
Beekscheweg A167
A. Milgram
Didam
G. F. Stap
Doetinchem
f 4000
€ 25.480
Gerrit Stap werd gevreesd. Hij was gewelddadig en mishandelde zijn arrestanten, waaronder veel Joden, onderduikers en verzetsmensen. Het verzet in Didam en Ede pleegden aanslagen op hem, maar hij overleefde. Vervolgens werd de Stap overgeplaatst naar Ruurlo. Daar arresteerde hij dominee Frits Slomp174.Ook pakte hij burgemeester Rijpstra van Zelhem 175 op. Een knokploeg uit Aalten beraamde een nieuwe aanslag op Stap, maar zag daarvan af uit angst voor represailles. Na de bevrijding werd hij door Ruurlo gereden waar iedereen die die behoefte voelde hem een klap mocht geven. Meer dood dan levend werd hij in een hondenhok opgesloten waar belangstellenden hem mochten bekijken. Het Bijzonder Gerechtshof eiste levenslang, maar in hoger beroep werd hij veroordeeld tot twintig jaar. Daarvan zat hij [tien?] jaar uit. Schorsing en ontslag Bij het Doetinchemse politiekorps werden na de bevrijding 30 personen beoordeeld. Vijf van hen bleken lid te zijn geweest van de NSB. Zes agenten werden geschorst. Lebbink werd op 5 april 1945 door agent Dirk van der Horst gearresteerd. Twee dagen later werd hij officieel uit zijn functie gezet. Hij was echter al door het Militair Gezag geschorst op 1 oktober 1944. Vervolgens werd hij ontslagen op 14 december 1945. Hij werd veroordeeld tot [nader onderzoek]. Daarna werd hij geïnterneerd op 31 januari 1946. Nog datzelfde jaar overleed hij, op 26 oktober.
Hij ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Loolaan.
Zes broers en zussen overleden op jonge leeftijd. Geboren op 19-6-1911, overleden op 19-2-2004. 172 Beekseweg A 167, thans Wilhelminastraat. 173 Na de bevrijding moest de oorspronkelijk joodse eigenaar van het huis een jarenlange juridische strijd voeren om terug te krijgen. 174 Frits Slomp, alias Frits de Zwerver, medeoprichter van het LO, Nederlands grootste verzetsorganisatie, werd daarna door het verzet uit de koepelgevangenis in Arnhem bevrijd. 175 Rijpstra overleed in concentratiekamp Neuengamme. 170 171
93
Plantsoenstraat 21
94
Plantsoenstraat 21 Het pand Plantsoenstraat 21176 was eigendom van de op 15 oktober 1887 geboren journalist Isodore Bernard Themans. Hij overleed op 52-jarige leeftijd op 1 december 1939. Isodore was getrouwd met Sara Wessel: in gemeenschap van goederen177. Het paar had twee dochters, Sophie Renée (Fiet) en Henriëtte Jacoba (Jet)178. In het testament van Isodore werden Sara en hun beide dochters als enige erfgenamen genoemd. Na zijn overlijden stond de woning dan ook op naam van zijn echtgenote Sara Themans-Wessel, lerares in de heilgymnastiek. Isodore Themans was een broer van Jacob Themans 179, koopman in manufacturen en stoffen. Jacob was eigenaar van een manufacturenwinkel in de Hamburgerstraat, op nummer 10. Een winkel die hij samen met Leo Reichenberger runde. Jacob Themans was daarnaast liberaal raadslid van 4 september 1917 tot 1 januari 1920 van Stad-Doetinchem en daarna van de gemeente Doetinchem tot 11 april 1921. Op die dag werd hij als wethouder benoemd. Tevens was hij locoburgemeester. Dat bleef hij tot 4 september 1923. Hij trouwde in augustus 1907 met Jette (Jetta) Friedenberg180. Zij woonden naast hun winkel, op nummer 8181. Isodore en Jacob hadden ook Isodore Themans twee zussen: Saartje Hakkert-Themans182 en Mietje Mathilde RoosThemans183. In oktober 1942 nam de repressie toe.
Sara-Themans-Wessel stuurde daarom Albert Boerman, een vriend in Utrecht, een telegram: We komen. Moeder en Jet. Albert, een student geneeskunde, maakte deel uit van het Utrechtse studentenverzet en had haar ooit beloofd te helpen waar hij kon. Hij haalde Sara en Jet ‘s avonds in het donker, samen met een vriend op de fiets, op bij het Centraal Station. Daarna bracht hij ze onder op een onderduikadres in de Zuilenstraat in de Jabob Themans en Jette Themans-Friedenberg woning van Clara Klaver184 waar hij samen met zijn zus Evelien een verdieping huurde. Sara en Jet kregen een kamertje aan de achterzijde van het pand. Jet sliep op een veldbedje dat overdag onder het bed van haar moeder werd geschoven. Na enige tijd vroeg ook Fiet of zij, samen met haar man Bram Menk, bij hen onder kon duiken. Voor vier onderduikers was de kamer echter te klein. Daarnaast liep het adres gevaar omdat Bram en Evelien geweigerd hadden de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Medestudenten vonden vervolgens een ander adres voor alle vier. Op weg naar een bezoek aan een joodse familie viel Jet echter kort daarop met haar Advertentie in de valse persoonsbewijs door de mand. Ze werd gearresteerd en weggevoerd. Graafschap-bode na de Kristallnacht Thans huisnummer 91. KB.01. Brief J.R. Den Hartog 3-9-1948. 178 Jet Themans werd geboren op 2-8-1924.
179 Jacob Themans werd geboren in Stad Doetinchem op 8-7-1873. De Themansstraat is naar hem vernoemd. 180 Jetta Friedenberg werd geboren op 7-3-1866. 181 Beiden werden gedeporteerd en op 20 januari 1944 vermoord in concentratiekamp Bergen-Belsen. 182 Saartje werd geboren in Doetinchem op 8-5-1876 en op 14 mei 1943 in Sobibor vergast. 183 Mietje werd geboren in Doetinchem op 13-2-1879 en op 15 oktober 1942 in Auschwitz vergast. 184 Schrijfster met het pseudoniem Clare Lennart. 176 177
95
Hoewel Sara Themans haar huis in de Plantsoenstraat185 had verlaten waren de medebewoners, de familie Reichenberger gebleven. Dat betrof Henri Leopold (Leo) Reichenberger186, zijn echtgenote Henriëtte Kan187 en hun drie kinderen: Miep188, Jet189 en Benjamin190. Leo Reichenberger had tot het begin van de oorlog de leiding van de bekende manufacturenzaak Reichenberger-Themans in de Hamburgerstraat. Hij was vanaf 1934 eigenaar van de zaak die hij had overgenomen van Mozes Reichenberger. Hij verkocht de winkel na de Jet Themans, Joke Boogman, Bep de Vries en Miep Reichenberger Kristallnacht191 in 1938. Wellicht tijdens een Frans toneelstuk op het Gemeentelijk Lyceum voorvoelde hij wat er ook in Nederland stond te gebeuren. Het vermoeden bestaat dat hij na de verkoop lid werd van de Deventer Vereniging192. In november 1942 had hij in de winkel een conflict toen daar plotseling iemand verscheen die de inventaris kwam vastleggen193. Enkele maanden later, begin 1943, stond een zekere heer Knaap uit Arnhem194 bij hem in de Plantsoenstraat op de stoep. Hij bleek de gemachtigde voor de rijkscommissaris voor het inventariseren van joods bezit. Knaap Leo Reichenberger deelde mee dat hij de inventaris op kwam nemen en eiste een sleutel van een bureau op. Dat pikte Reichenberger niet. Hij ontstak in woede en weigerde de sleutel af te geven.
Volgens het politierapport viel hij zelfs op een gegeven moment Knaap aan. Vandaar dat de politie even later het bevel kreeg om Reichenberger te arresteren195. Hij werd opgepakt en naar Arnhem Jet Themans gebracht. Na twee dagen keerde hij terug. Vervolgens moest hij in de tweede helft van januari met zijn gezin naar Amsterdam vertrekken 196. Het is niet geheel duidelijk dat ze op dat adres woonde of op een ander adres in Doetinchem. Leo Reichenberger werd geboren op 14-7-1896. 187 Henriëtte Reichenberger-Kan werd geboren op 28-11-1897 en overleed op 17-12-1968. 188 Meira, geboren op 23-2-1923 en overleden op 29-7-1948. 189 Jet, geboren op 5-6-1925 en overleden op 3-3-2004. 190 Benjamin, Meiri, geboren op 25-7-1931 en overleden op 17-7-1989. 191 Tijdens de Kristallnacht in Duitsland werden joodse winkels geplunderd en synagogen in brand gestoken. 192 Joods monument. In 1918 was in Deventer een vakopleiding voor Palestinapioniers opgericht. 193 Joods monument. 194 [Dat zou G. Knaap kunnen zijn, wonende Lorentzlaan 24 in Arnhem. Hij staat onder meer te boek als koper van een aantal joodse panden in Dordrecht.] 195 Volker, p. 120-121. 196 Dagboeken, Gerritsen. 185 186
96
Plantsoenstraat 21 na de bevrijding. Het politiebureau is feestelijk versierd met een W van Wilhelmina en een Amerikaanse en Britse vlag als eerbetoonaan aan de bevrijders (Jan Massink, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers).
Reconstructie van een transactie197 Dinsdag 4 mei 1943, een zonnige lentedag. De April-meistakingen198 worden die dag definitief de kop ingedrukt. Meer dan honderd mensen zijn tijdens schietpartijen gedood en tachtig anderen standrechtelijk geëxecuteerd. Doetinchemmer Frits Loep is een van hen. Ruim negenhonderd mensen worden naar kamp Vught afgevoerd. Ook bij diverse Doetinchemse bedrijven is gestaakt. Ook bij de GTW en de PGEM legden velen het werk neer. Bij Misset duurde door het ingrijpen van Kees Misset de werkonderbreking echter maar kort. Aan de Keppelseweg in het notariskantoor in de fraaie villa Malo, pal tegenover de woning van Henk Misset, is die dag een aantal mensen uitgenodigd om de koop van het pand Plantsoenstraat 21 te bekrachtigen. De eigenaar ervan, Sara Themans-Wessel, is niet aanwezig. Zij is verhinderd. Ze zit met doodsangst ondergedoken op een klein achterkamertje in Utrecht. Haar aanwezigheid is sowieso niet relevant, want het beheer van haar woning is immers al op 16 augustus 1941 overgenomen door de Grundstückverwaltung. Eigenaar is ze volgens de nieuwe verordeningen al lang niet meer. Zoals te doen gebruikelijk bij onteigende joodse panden, regelt het ANBO ook nu de verkoop. De Haagse NSB’er Dirk Hidde de Vries, een van de ANBO-oprichters, heeft een van zijn lasthebbers gestuurd: de Doesburgse makelaar Gerrit Jan Slijkhuis199.
Voor hem is het ook figuurlijk een zonnige dag. Als het goed is, is hij over een uurtje 144 gulden rijker200. Mevrouw Wilhelmina Sophia Stap-Tolk is er ook. Zij is in gezelschap van haar man, makelaar Johan Stap, met wie ze niet in gemeenschap van goederen is getrouwd. Notaris van Gorkom is in gezelschap van twee getuigen: kandidaat-notaris Bertus Kemink en notarisklerk Jan Wanrooij. De reconstructie is uitsluitend gebeurd op basis van documenten en archiefstukken. Het was een landelijk protest tegen de oproep voor de Arbeitseinsatz van 300.000 voormalige Nederlandse militairen. 199 Slijkhuis woonde in Doesburg in de Meipoortstraat op nummer 19. 200 Als een lastgever erin slaagde om een pand te verkopen dan kreeg hij 2 procent van de verkoopprijs. 197 198
97
Van Gorkom heeft de koopaktes al klaargelegd. Dergelijke aktes heeft hij inmiddels al snel opgesteld. De laatste maanden heeft hij immers al talrijke overeenkomstige aktes voor het ANBO en de nieuwe eigenaren verzorgd201. Ook voor hem een lucratieve aangelegenheid. Ook hij ontvangt een percentage van elke transactie. Vandaag is het een drukke dag voor Van Gorkom. De heer Jansen uit Langerak is al geweest om de koop van twee joodse huizen in de Sniplaan vast te leggen en straks komt ook nog meneer Degenaar uit de Hamburgerstraat voor de koop van een joods huis aan de Keppelseweg. Mevrouw Stap en haar man zijn al vaker geweest. Ze weten dan ook precies waar ze hun handtekeningen moeten plaatsen. Als zij, Slijkhuis en de overige aanwezigen hebben getekend, zijn zij voor 7200 gulden officieel eigenaar van het pand Plantsoenstraat 21. De notarieel vastgelegde koopakte is de laatste schakel in de onteigening. Een onteigening waarbij door de verplichte geheimhoudingsplicht de rol van Van Gorkom onzichtbaar zal blijven. Daarna pakt notaris Van Gorkom een andere koopakte: die van de winkel van de familie Philips: Hamburgerstraat nummer 6. Jacob Philips is tijdens de razzia van 17 op 18 november 1942 opgepakt en is inmiddels in Auschwitz vergast202. Zijn vrouw Zelma wist te vluchten en zit ondergedoken in Groningen. Hun zoon is in een werkkamp overleden203.
Ook die akte wordt door het echtpaar Stap getekend. Maar liefst 15.000 gulden. Maar het is dan ook een fraai pand op een gunstige plek in het centrum. Ook voor Kees en Henk Misset ligt er al een koopakte klaar: Plantsoenstraat 21. Kosten: 7200 gulden204. Het echtpaar Stap doet alweer afstand van hun prille bezit. Nadat zij ook die koopakte hebben ondertekend en zowel Kees als Henk Misset hun handtekening hebben gezet, zijn nu de beide broers officieel de nieuwe eigenaren van de fraaie villa in de Plantsoenstraat. Eigenlijk waren ze dat in de praktijk al. In hun opdracht is de verbouwing van het pand een week eerder al begonnen. Inspecteur van politie Lebbink staat te popelen om het pand te betrekken. Hij is het krakkemikkige politiebureau op de Markt al jaren meer dan zat.
De koopakten met betrekking tot Plantsoenstraat 21: Boven de akte tussen ANBO-lasthebber Slijkhuis en mevrouw Stap-Tolk. Onder de akte tussen Kees Misset, Henk Misset en mevrouw Stap-Tolk. Beide aktes zijn op dezelfde dag -4 mei 1943- gepasseerd.
Totaal zou Van Gorkom meer dan 45 koopaktes opstellen. Daarvan een gedeelte twee keer. Op 15 december 1945. 203 Op 28 februari 1943 in werkkamp Monowitz, in de buurt van Auschwitz. 204 Een accountantsrapport van Loyens & Volmans van 10 juni 1946 noemt 10.000 als bedrag dat Misset voor het lichtbeschadigde huis heeft betaald. 201 202
98
De beide pagina’s uit een van de Verkaufsbücher met daarin de verkoop van Plantsoenstraat 21205
De verbouwing verloopt echter niet zoals gepland. Een gedaanteverwisseling zou het moeten worden, een modelpolitiebureau zelfs, volgens Kees Misset. Maar er is vooral gebrek aan materiaal. Diverse Doetinchemse bedrijven voeren de werkzaamheden dan ook aanmerkelijk soberder uit206. Dat geldt ook voor de cellen en de fietsenstalling. Eind juni zijn ze klaar en op 1 juli 1943 neemt een trotse inspecteur Lebbink officieel zijn nieuwe onderkomen in gebruik. De omslachtige manier waarop de broers Misset in het bezit van het pand kwamen, was vrij gebruikelijk bij de transacties van joodse panden. Het diende vooral om de wijze waarop een pand werd verkregen te verhullen. Ook bij de transactie van Plantsoenstraat 21 was sprake van een duidelijk vooropgezet plan waarbij het ANBO, de NSB, de notaris, de NSB-makelaar en de koper samenspanden. Duidelijk is dat er afspraken zijn gemaakt. Ook met notaris Van Gorkom. De koopakten werden op dezelfde dag getekend. En dat in beide gevallen voor dezelfde prijs. Vraag is: wie nam op welk moment het initiatief? Benaderde Kees Misset het echtpaar Stap om de aankoop voor hem te doen of bood Stap het huis aan Kees Misset aan? Duidelijk is dat Kees Misset geregeld gesprekken had met Johan Stap. De NSBmakelaar bezocht hem meestal in zijn woning in de Waterstraat207.
Of was het inspecteur Lebbink die bij Kees Misset aanklopte met het voorstel om het pand aan te kopen teneinde er een politiebureau van te maken? Eind februari of begin maart gaf -volgens Kees Misset208- burgemeester Duval Slothouwer al toestemming voor de verbouwing van het pand tot politiebureau. Aan wie? Hoe het ook zij: Kees Misset kocht het pand en betaalde de verbouwing. En deed dat met geld van uitgeversmaatschappij Misset. Bevrijding Na haar arrestatie in Utrecht werd Jet Themans afgevoerd naar kamp Westerbork. Vervolgens werd ze in een veewagon gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Daar werd ze op 19 november 1943 vergast. Datzelfde lot trof Leo Reichenberger. Ook hij werd gedeporteerd en op 12 februari 1945 vermoord in concentratiekamp Bergen-Belsen. Zijn vrouw Henriëtte en de drie kinderen209 wisten daarentegen de oorlog te overleven. Henriëtte hertrouwde later met Alexander de Groot 210. Zij emigreerden met de kinderen naar Israël. Ook Sara-Themans-Wessel en haar dochter Fiet met haar man Bram wisten, na twee jaar en acht maanden onderduik, te overleven.
Nationaal Archief, NBI 5362. Zie de facturen in de bijlagen. 207 Interview in 2010. Naam getuige bekend bij SDH. 208 Verslag in de Groene Tafel, 6 maart 1943, pagina 78. 209 De weduwe Reichenberger-Themans had na de oorlog nog een textielwinkeltje. 210 Alexander de Groot werd geboren op 1-10-1887 en stierf op 29-5-1969. 205 206
99
Wat gebeurde er met de woning Plantsoenstraat 21? In het kort, chronologisch: 1941 1942
1943
16 augustus 3 augustus oktober 1-15 januari 16-31 januari 1-13 februari febr.- 5 maart maart 21 april 4 mei 17 mei
1945
1947
1948
1 juli 19 november 19 maart 21 maart 23 maart 2 april 20 juli september 4 februari 1 april 3 juni 16 juni 30 maart 24 april 14 juni 28 juni 13 september 30 september
1949 1950 1951
3 november 8 januari 19 oktober 16 juni
6 november 1953 Medio Jaren Vijftig
Pand onder beheer van Grundstückverwaltung. Claase van ANBO neemt verkoop over. Sophie Renée (Fiet) Themans gehuwd met Abraham Benjamin Menk. Sara en Fiet Themans vluchten naar Utrecht en duiken daar onder. Inventarisatie door gemachtigde Knaap. Gedwongen vertrek familie Reichenberger naar Amsterdam. Verzoek politie aan Kees Misset voor gebruik. Toestemming van burgemeester voor verbouwing tot politiebureau. Vergaderingen Groene Tafel: mededeling aankoop en verbouw. Verbouwing begint. Slijkhuis ANBO regelt koop door W. S. Stap-Tolk van Sara Themans-Wessel. Onmiddellijk daarna: koop door Kees en Henk Misset van W. S. Stap-Tolk. Hypotheekkantoor Zutphen overschrijving deel 1248 nr 62 naar Stap-Tolk en naar Misset deel 1248 nr 63. Politie neemt pand in gebruik als politiebureau. Overlijden Henriëtte (Jet) Themans in Auschwitz-Birkenau. Bombardement: oa Waterstraat. Bombardement: Misset en centrum. Bombardement: oa Grutstraat. Doetinchem bevrijd door Canadezen. Huurprijs door prijzenbureau vastgesteld op 800 gulden per jaar. Overlijden Henk Misset. 50 Procent aandelen naar mevrouw Van Veen. Overlijden Kees Misset. Geert van Veen directeur (zoon Bas van Veen). Feitelijk beheer door Misset overgedragen aan Themans. Verzoek door Themans aan gemeente om betaling. Er is geen huurovereenkomst. Themans vraag gemeente om rentevergoeding van 4 procent vanaf 1 juli 1943.
Gemeente wijst verzoek om rentevergoeding af omdat Misset eigenaar is. Standpunt Misset dmv brief aan Themans: gemeente heeft profijt gehad van verbouwing dus gemeente dient pand in oude staat terug te brengen. Burgemeester: gemeente wil in oude staat terugbrengen, maar dan wel met clausule en mogelijkheid tot aankoop. Gemeente: clausule mbt huur voor 10 jaar ook mogelijkheid. Themans wijst voorstellen mbt koop en huur gemeente af. Brief raadsman Themans. Misset betaalt huur. Gemeente laat Themans weten dat zij niet aansprakelijk is voor schade en huur zal worden betaald vanaf 1 juli 1948. Bijeenkomst Veenstra mbt minnelijke schikking. Overlijden Sara Themans-Wessel. Bijeenkomst notaris Veenstra mbt minnelijke schikking. Bespreking: Pand verkocht aan Protestantse Ziekenverpleging211.Die stelt pand ter beschikking van politie. Ondertekening Akte van Rechtsherstel bij notaris Veenstra in Zelhem door Themans, Stap-Tolk en Misset. Marechaussee aan de Keppelseweg verlaat Doetinchem. De politie verlaat het pand en verhuist naar de opgeknapte voormalige marechausseekazerne aan de Keppelseweg.
De achterzijde van het pand Plantsoenstraat 21 grensde aan het terrein van het Algemeen Ziekenhuis, later Wilhelmina Ziekenhuis genoemd. 211
100