Bijlage 5 Bestemmingsplan Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019.pdf
Tekst van het document
technische ontwikkelingen. Door de auto en trein ontstonden nieuwe regionale en nationale netwerken en verbindingen waarin de stad niet meer vanzelfsprekend centraal lag. De Oostelijke Randweg is zo'n eigentijdse lint. Een hoge beeldkwaliteit langs de linten is wenselijk. Het ontbreken van een duidelijke historische context biedt mogelijkheden om nieuwe ontwikkelingen langs de linten een eigentijdse invulling te geven. Verder geldt dat de algemene welstandscriteria zijn toepassingen zijn. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Voor het gebied rond de Wijnbergseweg geldt een streng welstandsbeleid. Echter zullen er geen ontwikkelingen plaatsvinden behalve het saneren van de tankmogelijkheden. Tankstation Oostelijke Randweg De Oostelijke Randweg is aangemerkt als eigentijds lint. Hiervoor is opgenomen dat het moet voldoen aan de algemene welstandscriteria en een eigentijdse invulling mag hebben. Voor reclame moet er voldaan worden aan de eisen die gesteld zijn voor reclame-uitingen. Bij aanvraag van de omgevingsvergunning zal het plan aan de welstandsnota worden getoetst. Natuurgebied De Zumpe In het natuurgebied wordt er geen bebouwing of reclame-uiting gerealiseerd. De welstandsnota heeft dus geen invloed op deze ontwikkeling.
34 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Hoofdstuk 4 4.1
Haalbaarheid
Algemeen
Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en andere omgevingsaspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Als dit zo is, blijkt dit uit de tekst onder het bepaalde aspect.
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgesteld in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Voor de verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg is geen m.e.r.-beoordeling nodig. Tankstation Oostelijke Randweg In rapportage van Aveco de Bondt is de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen (Bijlage 2 Aanmeldingsnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling). In de genoemde rapportage zijn de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten beschreven. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten en dit om die reden het opstellen van een milieueffectrapportage/het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is. Natuurgebied De Zumpe Voor de functieverandering in De Zumpe is geen m.e.r.-beoordeling nodig. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling is naar voren gekomen dat met de realisatie van het tankstation aan de Oostelijke Randweg geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
Hierdoor is dus ook geen m.e.r. noodzakelijk. Voor de verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg en de functieverandering in De Zumpe is geen m.e.r.-beoordeling van toepassing.
4.3
Bodem
Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om te weten of de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit en de noodzaak tot het uitvoeren van een bodemonderzoek staan vermeld in onder meer de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (het zogenaamde stand still-beginsel). Indien er grondverzetwerkzaamheden plaatsvinden, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van de Nota bodembeheer regio Achterhoek en het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop van toepassing. Onderzoek 35 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Wijnbergseweg 39-41 Ter plaatse van deze locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. In 1999 heeft voorafgaande aan een renovatie van het tankstation een bodemsanering plaatsgevonden. Na de sanering is ter plaatse van het tankstation in de grond en het grondwater een (lichte) bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten achtergebleven. In 2011 en 2012 heeft Econsultancy actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige werkplaats/tectyleerruimte. Hieruit is gebleken dat de ondergrond ter plaatse licht tot sterk is verontreinigd met minerale olie en polychloorbifenyl (PCB). Het grondwater is hier sterk verontreinigd met minerale olie. De verontreiniging is niet helemaal in beeld gebracht. Voorafgaande aan toekomstige grondwerkzaamheden en/of bij een functiewijziging is nader bodemonderzoek nodig. Dit kan eventueel gecombineerd worden met een eindsituatie-bodemonderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit. Nieuw bodemonderzoek of sanering van de bodem is sec voor het opheffen van het tankstation op de locatie niet nodig. Direct ten zuidwesten van de locatie is tevens sprake van een (voormalig) geval van bodemverontreiniging (geval NS Emplacement Doetinchem-West). De verontreiniging met minerale oliecomponenten is grotendeels gesaneerd. Er wordt geen restverontreiniging ter plaatse van het plangebied verwacht.
Tankstation Oostelijke Randweg Op de locatie van het toekomstige tankstation zijn geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging bekend. Voor de ontwikkeling is dan ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). Tijdens het onderzoek zijn op het maaiveld en in de bodem visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt verder dat in de bovengrond geen verontreiniging is aangetoond. De ondergrond is (plaatselijk) licht verontreinigd met kobalt en nikkel. Het grondwater is (plaatselijk) licht verontreinigd met barium, cadmium, kobalt en zink. In het grondwater zijn daarnaast lokaal sterk verhoogde nikkelconcentraties aanwezig. De aanwezigheid van nikkel kan niet gerelateerd worden aan een (voormalige) activiteit. In verband hiermee, en gezien de kennis dat dergelijke concentraties binnen de gemeente Doetinchem van nature kunnen voorkomen in het grondwater, wordt uitgegaan van een natuurlijke oorzaak. Aanvullend onderzoek is daarmee niet nodig. Om toekomstige bodemverontreiniging te voorkomen zijn in het kader van het Activiteitenbesluit preventieve maatregelen - zoals de aanleg van een vloeistofdichte vloer - nodig. Dit maakt geen onderdeel uit van de planologische regeling. Natuurgebied De Zumpe Ter plaatse van natuurgebied De Zumpe is zover bekend geen bodemonderzoek uitgevoerd.
Een algemeen beeld van de bodemkwaliteit is af te leiden op basis van de bodemkwaliteitskaart. Op basis van deze kaart worden geen tot lichte verontreinigingen in de grond verwacht (kwaliteitsklasse 'achtergrondwaarde'). Het onderzoeksgebied is volgens de bodemfunctiekaart geschikt voor de functie natuur. Van nature kunnen in het grondwater verhoogde concentraties aan zware metalen voorkomen. Conclusie Uit het bodemonderzoek komt naar voren dat vanuit de bodemkwaliteit er geen belemmering is voor de doorgang van de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van het plangebied. Voor de voorbereiding en/of de uitvoering van het project is in een later stadium mogelijk aanvullend bodemonderzoek nodig. Aanvullend onderzoek kan nodig zijn voor het aanvragen van een omgevingsvergunning, het bepalen van de veiligheidsmaatregelen tijdens de uitvoering en/of ten behoeve van grondverzet in het kader van het Besluit bodemkwaliteit/de Nota bodembeheer 36 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
regio Achterhoek.
4.4
Akoestiek
4.4.1
Wegverkeerslawaai
Wegverkeerslawaai kan overlast bij woningen of andere geluidsgevoelige functies veroorzaken. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn daarom geluidsnormen opgenomen. In het kader van de Wgh bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Ingeval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone moet een akoestisch onderzoek plaatsvinden. Daar waar geen sprake is van een wettelijke onderzoekszone moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening het aspect akoestiek ook afgewogen worden. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 De verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen nadelige gevolgen voor het wegverkeerslawaai ter plaatse van deze locatie. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de realisatie van de Oostelijke Randweg is in 2010 onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai. Uit het akoestische onderzoek wegverkeerslawaai is gebleken dat de weg, met de nodige geluidreducerende maatregelen, gerealiseerd kon worden. De vraag is of door de komst van het tankstation sprake zal zijn van een toename van het verkeer op de Oostelijke Randweg, waardoor de geluidsemissie van wegverkeerslawaai toeneemt.
Uit onderzoek is gebleken dat er naar verwachting geen extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg zal ontstaan als gevolg van het tankstation. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 toegevoegd aan dit plan. In het bestemmingsplan Oostelijke Randweg 2009 is rekening gehouden met 18.700 motorvoertuigen per etmaal. Momenteel rijden er ongeveer 13.000 motorvoertuigen over de Oostelijke randweg per etmaal. Natuurgebied De Zumpe Natuurgebied De Zumpe is geen geluidsgevoelige bestemming. Het aspect wegverkeerslawaai is niet van toepassing. Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.4.2
Industrielawaai/inrichtingslawaai
In de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening worden richt- en grenswaarden gesteld. Een inrichting dient te voldoen aan deze waarden. De richtwaarden zijn afhankelijk per omgevingstype. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 De verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen nadelige gevolgen voor het industrielawaai/inrichtingsgeluid. Door de verwijdering van het tankstation zal sprake zijn 37 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
van een verbetering. De geluidzones van Hamburgerbroek en Verheulsweide zijn vastgelegd in de bestemmingsplannen 'Parapluherziening geluidzone Hamburgerbroek' en 'Parapluherziening geluidzone Verheulsweide'. Deze parapluplannen liggen over de bestaande bestemmingsplannen heen en worden niet door het voorliggende plan vervangen. De geluidzones hoeven daarom dus niet opnieuw opgenomen te worden in bestemmingsplannen. De onderstaande afbeeldingen geven de ligging van de geluidzones weer.
Ligging geluidzones Hamburgerbroek en Verheulsweide
Tankstation Oostelijke Randweg Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor vestiging van het nieuwe motorbrandstoffenverkooppunt om inzicht te geven in de geluidsemissie van de inrichting naar de directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de representatieve bedrijfssituatie en akoestische ervaringscijfers. Uit het onderzoek blijkt dat er geen akoestische belemmeringen zijn. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 5 toegevoegd aan dit plan. Natuurgebied De Zumpe Natuurgebied De Zumpe is geen geluidsgevoelige bestemming. Het aspect industrielawaai/inrichtingslawaai is niet van toepassing. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsemissie van het nieuw te realiseren tankstation voldoet aan 38 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
de normstelling voor inrichtingsgeluid. Ook voor de locatie Wijnbergseweg 39-41 en natuurgebied De Zumpe is dit aspect geen belemmering.
4.5
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Wijnbergseweg 39-41 De verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit ter plaatse van deze locatie. Tankstation Oostelijke Randweg Uit onderzoek blijkt dat het realiseren van een tankstation aan de Oostelijke Randweg niet zal leiden tot meer verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg (Bijlage 4). Hierdoor kan gesteld worden dat het project 'niet in betekende mate' (nibm) van van invloed is op de luchtkwaliteit. Natuurgebied De Zumpe Voor de functieverandering in De Zumpe is dit aspect niet van toepassing. Onderzoek en conclusie Uit onderzoek is gebleken dat er naar verwachting geen extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg zal ontstaan als gevolg van het tankstation (zie Bijlage 4). Daarmee draagt het plan niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van luchtkwaliteit.
4.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes (weg, water, rail en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Voor inrichtingen (bedrijven) is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen', de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden LPG-tankstations van belang. Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen', het besluit externe veiligheid transportroutes en de wet basisnet van belang. Daarnaast zijn er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is. Het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt een onderscheidt gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Plaatsgebonden risico 39 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Groepsrisico Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloedsgebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden. Beleidsvisie Door de gemeente Doetinchem is lokaal externe veiligheidsbeleid vastgesteld. Het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Doetinchem is vastgesteld op 19 december 2013.
De gemeente Doetinchem streeft naar een verantwoord evenwicht tussen risico's en de behoefte aan de activiteiten die de risico's veroorzaken. Daar waar de gemeente als bevoegd gezag een beoordelingsvrijheid heeft maakt zij in dit beleidsdocument keuzes op het gebied van externe veiligheid. Die keuzes hebben de vorm van algemene uitgangspunten en gebiedsgerichte ambities: 1. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid onderscheidt de gemeente Doetinchem drie gebiedstypen: woongebieden, bedrijventerrein en buitengebied. 2. Een balans dient gevonden te worden tussen enerzijds wonen en werken en anderzijds veiligheid en risico, waarbij de nadruk ligt op veiligheid. 3. In woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen toegelaten. 4. Vestiging van nieuwe risicovolle bedrijven is mogelijk, hiervoor is het bedrijvenpark A18 aangewezen. 5. Op het bedrijventerrein en in het buitengebied accepteert de gemeente een enigszins minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting op de omgeving onder voorwaarden mogelijk. 6. Waar zich ev-knelpunten voor (kunnen) doen, besteedt de gemeente vooral aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. 7.
Bij het beoordelen van risicosituaties worden aanvullend op de beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ook de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken. Hierbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met het advies van de veiligheidsregio in het kader van de verantwoordingplicht groepsrisico. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Door de verplaatsing van het tankstation met LPG verbeterd de veiligheidssituatie in de omgeving van de Wijnbergseweg, omdat een risicovolle inrichting met de daarbij behorende risicocontouren verdwijnt. Dit levert dus een veiligheidsverbetering op voor de nabijgelegen woningen. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de nieuwe locatie van het LPG tankstation aan de Oostelijke Randweg is onderzoek gedaan: 1. Verantwoording groepsrisico LPG tankstation Oostelijke Randweg Doetinchem, kenmerk 40 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
DOE002-0001VGR-v1 d.d. 25-09-2018 door Kragten. 2. Bepaling hoogte groepsrisico LPG tankstation Oostelijke Randweg Doetinchem, kenmerk DOE002-0001LPG-v1 d.d. 24-09-2018 door Kragten. De onderzoeken: Verantwoording groepsrisico en Bepaling hoogte groepsrisico zijn respectievelijk als Bijlage 6 en Bijlage 7 toegevoegd aan dit plan. Voor de locatie aan de Oostelijke Randweg wordt uitgegaan van een tankstation met een doorzet die gemaximeerd is op 999 m3 LPG per jaar. Uit onderzoek blijkt dat de plaatsgebonden 10-6 risicocontour (35 meter) ten gevolge van het LPG-tankstation niet reikt tot over een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de omgeving van het tankstation. Ook is er geen sprake van de aanwezigheid van zeer kwetsbare objecten binnen een afstand van 160 meter tot het LPG-tankstation. Verder blijkt dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden als gevolg van de realisatie van het LPG-tankstation. Het groepsrisico is op voldoende wijze verantwoord, zie de Bijlage 7 Verantwoording groepsrisico LPG. Natuurgebied De Zumpe Het aspect externe veiligheid is niet van belang bij de omzetting van agrarische gronden naar natuur. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkelingen.
Het plan is tevens in lijn met de 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' om risicovolle inrichtingen te verplaatsen van woonwijken naar het buitengebied of bedrijventerreinen.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Wijnbergseweg 39-41 Het verwijderen van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg zal geen invloed hebben op de bedrijven- en milieuzonering. 41 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Tankstation Oostelijke Randweg De VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering"geeft een inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Op basis daarvan valt het te realiseren tankstation met LPG onder "Benzineservicestations met LPG <1000m³/jr" milieucatergorie 3.1. Hiervoor geldt een aan te houden richtafstand van 50 meter tot een rustige woonwijk. Aangezien de dichtstbijzijnde woning zich op meer dan 100 meter bevindt, voldoet dit aan de richtafstanden m.b.t. ontwikkeling aan de bedrijven- en milieuzonering. Natuurgebied De Zumpe De bedrijven en milieuzonering is niet van toepassing voor het natuurgebied De Zumpe. Onderzoek en conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de doorgang van dit plan.
4.8
Flora en fauna
Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming is het wettelijke stelsel voor de bescherming van natuurgebieden, bos en planten en diersoorten. De wet is de vervanger van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt allereerst de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en plant- en diersoorten. Daarnaast bevat deze wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. De Wet natuurbescherming verschilt in principe niet met de Flora- en faunawet ten aanzien van Europees beschermde soorten. De bescherming van de Wet natuurbescherming beperkt zich tot soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn waarvan Nederland tot hun natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bij de nationaal beschermde soorten zijn wel verschillen tussen de lijsten onder de Wet natuurbescherming en de Flora- en faunawet. Ten eerste hebben een aantal Europese soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn hun strikte bescherming verloren zoals de vissen biervoorn, rivierprik en kleine modderkruiper. Andere bijlage II soorten vallen nu onder het 'nationale' regime van de andere soorten, zoals de gewone zeehond. Daarnaast zijn veranderingen opgetreden in de bescherming van de soortgroepen dagvlinders, libellen, vissen en vaatplanten.
Dit omdat onder de Wet natuurbescherming de lijsten voor nationaal beschermde soorten beter afgestemd zijn met de Rode Lijsten. Dit heeft geleid tot het vervallen van de bescherming voor bijvoorbeeld uit Nederland verdwenen dagvlinders, de vissen, mierensoorten en een groot aantal plantensoorten. Anderzijds zijn er nieuwe dagvlinders, libellen en plantensoorten bijgekomen. Bij het verlenen van een vergunning op grond van het bestemmingsplan, moeten de verbodsbepalingen van de wet in acht worden genomen; er kunnen als gevolg van ingrepen en ruimtelijke ontwikkeling overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming optreden. Dat houdt in dat tijdig, voorafgaand aan de verlening van een vergunning onderzoek moet worden uitgevoerd, zodat een eventuele overtreding voorkomen wordt. Het onderzoek heeft als doel om in te schatten of er planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.
Ten aanzien van soortenbescherming geldt binnen de stedelijke omgeving dat daarbij gedacht moet worden aan de aanwezigheid van en de invloed van de plannen op vleermuizen en broedvogelsoorten zoals de huismus en de gierzwaluw. De vaste rust- en verblijfplaatsen en deels ook de functionele leefomgeving van deze soort(groep)en zijn jaarrond beschermd. In het landelijk 42 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
gebied komen bijvoorbeeld de jaarrond beschermde steenuil, buizerd en de das voor. Indien uit onderzoek blijkt dat er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming kan in enkele gevallen met maatregelen (bijvoorbeeld werken buiten broedseizoen) overtreding voorkomen worden. Bezette nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd en mogen niet opzettelijk verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. Indien uit onderzoek blijkt dat opzettelijk verstoren of de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen niet te voorkomen is, dient een ontheffing te worden aangevraagd op basis van een projectplan. Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Deze maatregelen kunnen van invloed zijn op de (her) inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies.
De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Onderzoek en conclusie Wijnbergseweg 39-41 De locatie aan de Wijnbergseweg maakt geen onderdeel uit van het GNN (Gelders Natuurnetwerk). De locatie is eveneens niet gelegen in de buurt van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk. Tankstation Oostelijke Randweg De locatie aan de Oostelijke Randweg is niet gelegen in het GNN. De ontwikkeling van het tankstation met LPG is in relatie tot het begrensde gebied een kleinschalige ontwikkeling, die geen invloed heeft op de beoogde natuurdoelstellingen van het GNN. Aangetoond is dat het nieuwe tankstation niet zorgt voor extra verkeer op de Oostelijke Randweg (zie paragraaf 4.4). Stikstof onderzoek onderzoek 2021 Naar aanleiding van de geactualiseerde AERIUS rekenmethode is er een geactualiseerd onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdeposite (zie Bijlage 12). Het projecteffect ten gevolge van de aanlegfase op de Natura 2000-gebieden 'Stelkampsveld', 'Veluwe' en 'Korenburgerveen' is groter dan 0,00 mol/ha/jaar, maar blijft beperkt tot 0,01 mol/ha/jaar.
Er is sprake van een tijdelijke depositie, die kleiner dan of gelijk is aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar. Conform de Wet stikstofreductie en natuurverbetering 1 juli 2021 geldt hiervoor een vrijstelling voor de natuurvergunningplicht, omdat negatieve effecten worden uitgesloten. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolgen van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Natuurgebied De Zumpe De functiewijziging van agrarisch naar natuur voor een deel in De Zumpe, zorgt voor een uitbreiding van de omvang van het natuurgebied De Zumpe. De Zumpe is onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het bevindt zich in het stroomgebied van de prehistorische Rijn die in de ondergrond een laag kalk heeft afgezet. Door die kalklaag heen wordt water omhoog gedrukt 43 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
waardoor kalkrijk bodemwater ontstaat tot aan de wortels van planten. Lokaal komt dit water als kwel boven de grond. Dit kalkwater zorgt voor een heel bijzondere flora. De toplaag wordt gedeeltelijk afgegraven waardoor het kalkrijke water nog beter naar planten komt. Zo ontstaat er over vijf à tien jaar en heel andere plantengroei met bijzondere soorten. De functiewijziging zorgt voor een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de natuur in de Zumpe Soorten bescherming Wijnbergseweg 39-41 Door de verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg 39-41 worden beschermde soorten niet geschaad. De afleverzuilen, tanks en dergelijke worden verwijderd. De overkapping blijft gehandhaafd. Voor sloop van de overige bebouwing moet door middel van een onderzoek worden achterhaald of beschermde soorten worden geschaad. Een verkennend onderzoek is daarbij eerst voldoende. Dit kan pas plaatsvinden op het moment dat de concreet gewenste ontwikkeling bekend is of de kaders voor de toekomstige functie bekend zijn. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de aanleg van de Oostelijke Randweg zijn ecologische onderzoeken uitgevoerd. Hierin is niet alleen de weg beschouwd, maar ook de aangrenzende gronden van het bestemmingsplan Oostelijke Randweg 2009, waaronder een deel van het projectgebied.
Vanuit de onderzoeken is een alternatief voor de weginrichting gekozen dat de minste effecten heeft op beschermde soorten. Daarbij is ook de realisatie van een (LPG-)tankstation in het projectgebied overwogen. Dit blijkt geen negatieve effecten te hebben op de mogelijk aanwezige (beschermde) soorten. De onderzoeken voor de aanleg van de Oostelijke Randweg zijn inmiddels verouderd. Voor de ontwikkeling van een tankstation (met LPG) op de projectlocatie aan de Oostelijke Randweg is daarom een nieuwe quickscan voor beschermde soorten uitgevoerd (zie Bijlage 8). Uit deze quickscan blijkt dat effecten op matig of zwaar beschermde plant- en diersoorten worden uitgesloten. De projectlocatie biedt geen mogelijkheden voor vleermuizen of broedvogels om te verblijven. In en in de omgeving van de projectlocatie vliegen wel vleermuizen in lage dichtheid. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten hier blijven vliegen. Effecten op vleermuizen worden daarom uitgesloten. Daarnaast kunnen algemene licht-beschermde zoogdieren en amfibieën voorkomen. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene ontheffing van de wetgeving. Voor overige soort(groep)en is het gebied verder volledig ongeschikt, daarbij horen reptielen en vissen. De realisatie van het tankstation geeft dus geen belemmeringen voor beschermde soorten.
Naar aanleiding van zienswijzen is er in januari 2020 een nieuwe Quick Scan Natuurtoets uitgevoerd (zie Bijlage 11. Ook uit deze quickscan blijkt dat effecten op matig of zwaar beschermde plant- en diersoorten worden uitgesloten. Natuurgebied De Zumpe De functiewijziging van agrarisch naar natuur voor een deel in De Zumpe, zorgt voor een uitbreiding van de omvang van het natuurgebied De Zumpe. Hiermee zullen geen beschermde planten- en diersoorten worden aangetast. Het beschermingsgebied van De Zumpe krijgt in dit bestemmingsplan een specifieke bescherming door middel van de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
44 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
4.9
Water
4.9.1
Waterbeheerplan 2016-2021
Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn. Vanuit de primaire taakgebieden zijn dit in de planperiode 2016-2021: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water; Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water; Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water; Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater; Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Voor het plangebied staan in het beheerplan geen specifieke doelstellingen beschreven. 4.9.2
Watersysteem
Het projectgebied ligt ter plaatse van een van oorsprong vlechtende rivierstelsel van de Rijn, waarin gedurende de laatste ijstijd (Weichselien) rivierzanden zijn afgezet. In het Laat-Weichselien bij het geleidelijk warmer worden van het klimaat werd dit stelsel verlaten en verplaatste de Rijn zich naar het tegenwoordige dal van de Oude IJssel. Tijdens een koudere periode (het Allerød) werd vanuit het toenmalige, nauwelijks begroeide Rijndal, onder invloed van overwegend zuidwesten winden grote hoeveelheden zand in de richting het vlechtende stelsel geblazen, waar ze ter plekke van de natste delen een groot rivierduincomplex vormden. Dit complex aan de noordoostzijde van Oude IJssel strekt zich in Nederland uit van Gendringen tot aan Drempt; op deze hoogte zijn talloze nederzettingen ontstaan. In de Achterhoek stroomt het grond- en oppervlaktewater grofweg van het oosten naar het westen. Door de vorming van het rivierduincomplex werd de afvoer van gronden oppervlaktewater gehinderd en ontstond ten noordoosten van het rivierduincomplex in het voormalige vlechtende stelsel een uitgestrekt moeras. Onder geleidelijk hogere temperaturen, werd de afvoer van water in het voormalige vlechtende stelsel meer geleidelijk en kon klei en/of leem worden afgezet, vooral daar waar brede vlakten in het voormalige vlechtende stelsel waren ontstaan.
In deze kleien zijn zoetwaterslakken gevonden (Giesen, 1981), wat aangeeft dat jaarrond zeer natte, kalkrijke omstandigheden optraden. In de vroegere geulen van het vlechtende rivierstelsel trad vanaf het Laat-Weichselien (circa 8000 voor Chr.) veenvorming op in open water. Deze geulen raakten geleidelijk opgevuld met veen, maar er bleef her en der open water bestaan; bodemkundig is er dan sprake van broekveen waarbij zich in open water plaatselijk begroeiingen van waterplanten konden handhaven (zie ook Giesen, 1979). De middeleeuwse mens heeft in deze voormalige geulen beken aangelegd. Eén daarvan is de Beneden-Slinge, die ter plaatse van het huidige stadspark tussen de wijken Rozengaarde en Overstegen een haakse bocht naar het zuiden maakt en dan richting de oude kern van Doetinchem stroomt. Iets ten noorden van deze plaats bevindt zich het begin van de Zelhemse Beek die door het vervolg van het vroegere vlechtende rivierstelsel stroomt en daarmee een meer natuurlijke voortzetting is van de Beneden-Slinge.
45 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Schematische weergave van het functioneren van de waterhuishouding van de Zumpe en omgeving in een natte periode. In groen klei, in bruin veen. Pijlen geven de stroomrichting van het grondwater; in donkerblauw van het grote grondwatersysteem, in lichtblauw van het lokale rivierduinsysteem. 4.9.3
Gemeentelijk Rioleringsplan
In paragraaf 3.5.3 Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 is het rioleringsplan van de gemeente Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord komt terug in deze waterparagraaf. 4.9.4
Watertoets
Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen. Voor het projectgebied is het waterschap Rijn en IJssel het beherend waterschap. Bij dat waterschap kan dan ook advies worden gevraagd als het gaat om de ontwikkeling in het projectgebied ten opzichte van het aspect water (veiligheid, overlast, kwaliteit). Ook in het kader van voorbereiding van een bestemmingsplan wordt het waterschap benadert voor advies. Dit gebeurt in het kader van het overleg zoals dat is opgenomen in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening.
Wijnbergseweg 39-41 Voor de locatie aan de Wijnbergseweg zullen de ruimtelijke ingrepen niet leiden tot een toename of afname van het verhard oppervlak. Het is dan ook niet nodig om hiervoor nu al een wateradvies bij het waterschap op te vragen. Mochten er in de toekomst nieuwe ontwikkelingen zijn dan dient een wateradvies te worden gevraagd bij het waterschap. Tankstation Oostelijke Randweg 46 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Thema
Toetsvraag
Relevant
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
nee
Riolering en afvalwaterketen
1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?
ja nee nee
Wateroverlast (oppervlaktewater)
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?
ja nee
Hoofdthema's Veiligheid
nee
ja
Grondwater- overlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in nee de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? nee 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? nee Oppervlaktewaterkwaliteit
1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater nee geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? ja 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch nee actiegebied?
Grondwater- kwaliteit Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?
nee
Volksgezondheid
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
nee
Verdroging
Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?
ja
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? nee 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones ja voor natte natuur?
Inrichting en beheer
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
nee
nee nee
Aandachtsthema's Recreatie
Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
47 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Cultuurhistorie
Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
nee
Riolering en afvalwaterketen Er zal een toename zijn van het afvalwater. Er zal door de gemeente Doetinchem een riool worden aangelegd die voldoende capaciteit heeft om de toename in het afvalwater te verwerken. Wateroverlast Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. Het hemelwater dat op de daken valt zal niet afgevoerd worden naar het rioolstelsel, maar volgens de trits vasthouden bergen - afvoeren worden behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd/geborgen in een wadi. De inhoud van de wadi moet overeenkomen met het dakoppervlak vermengingvuldigt met 40 mm. Op deze wijze kan een regenbui T=10+10% worden opgevangen in het plangebied en vertraagd worden afgevoerd. Het hemel water dat valt buiten de daken van het tankstation op de verharde wegen, verontreinigd water of overig afvalwater dat geloosd wordt op de riolering, bodem of oppervlaktewater, moet voldoen aan het Activiteitenbesluit. Hierbij valt te denken aan een vloeistofdichte verharding aangesloten op een slibvangput en olie- en benzineafscheider. Oppervlaktewaterkwaliteit Het gebied bevindt zich in de nabijheid van een stagnant SED water, namelijk De Slinge. Vanuit het plangebied wordt niet rechtstreeks op dit oppervlaktewater geloosd. Echter wordt er wel rekening mee gehouden dat het water bij het tankstation vervuild kan zijn.
Water dat valt buiten de daken van het tankstation moet voldoen aan het Activiteitenbesluit. Hierbij valt te denken aan een vloeistofdichte verharding en die aangesloten wordt op een slibvangput en loost op het gemengde rioolstelsel. Hierdoor maakt het plan geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Water wat wel op de daken valt, zal worden opgevangen in een wadi en geïnfiltreerd. Verdroging Het plangebied bevindt zich nabij een beschermingszone voor natte natuur. De inrichting en functies in hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden zijn afgestemd op deze natuur. In de beschermingszones van natte natuur bevinden zich geen functies die de aanvoer van water richting het natuurgebied negatief beïnvloeden. Natte natuur De planlocatie is gelegen aan de rand van het Gelders Natuurnetwerk. Het plangebied bevindt zich in de beschermingszone van natte natuur. De beoogde ontwikkelingen hebben door de getroffen maatregelen - opslag en infiltratie schoon hemelwater in wadi, afvoer vervuild water- geen negatieve invloed op de waterkwantiteit en -kwaliteit in relatie tot deze natuurgebieden. Natuurgebied De Zumpe Natuurgebied De Zumpe kenmerkt dit door een afwisselend en nat gebied. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden moeten worden met de waterhuishouding van het gebied.
De Zumpe wordt aangemerkt als SED water bij het Waterschap Rijn en IJssel. 4.9.5
Conclusie
Water vormt geen belemmering voor de voorgenomen plannen.
48 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
4.10 Archeologie en cultuurhistorie Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 4.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologie vriendelijke alternatieven toe te passen.
Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. Op 27 mei 2021 heeft de raad hiervoor de Parapluherziening Archeologie - 2020 vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek.
De volgende archeologische gebieden komen in het plangebied voor: uitgangspunten archeologiebeleid
dubbelbestemming / specifieke regels
Archeologische waardevolle gebieden (AWG) AWG categorie 3 (bekende archeologische vindplaats met rondom attentiezone van 50 m & loopgraaf of tankgracht)
bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm
Waarde - Archeologische verwachting 2
Archeologische waardevol verwachtingsgebieden (AWV)
49 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
AWV categorie 5 (hoog + afgedekt)
bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm
Waarde - Archeologische verwachting 3
AWV categorie 8 (laag) bij bodemingrepen dieper dan & 30 cm - en bij plangebieden AWV categorie 9 (laag voor groter dan 5000 m² nederzettingsresten, hoog voor geïsoleerde water gerelateerde archeologische resten)
Waarde - Archeologische verwachting 6
Te allen tijde moet rekening worden gehouden met de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet, art. 5.10): Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Wijnbergseweg 39-41 Het verwijderen van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen invloed op de archeologie.
Tankstation Oostelijke Randweg De locatie van het tankstation valt op de gemeentelijke beleidskaart binnen de zones AWVcategorie 3 en 5. Aan categorie 5 is een middelmatige kans op archeologie toegekend. Zoals aangegeven in hierboven genoemde tabel zijn deze categoriën vertaald in Waarde Archeologische verwachting 2 en Waarde - Archeologische verwachting 3. Bij de dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 2' geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring onderzoek en plangebieden groter dan 250 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. 50 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Bij de dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 3' geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring onderzoek en plangebieden groter dan 100 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor gebieden in categorie 8 geldt een kleine kans op archeologie. Deze categorie is vertaald in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 6'. Hier moet bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring en plangebieden groter dan 5.000 m2 archeologisch onderzoek uitgevoerd hebben. De voorgenomen ingrepen overschrijden deze waarde, een archeologisch onderzoek is noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het bureau- en verkennend booronderzoek blijkt dat er een lage verwachting geldt voor het gehele gebied. Het plangebied kan vrij gegeven worden voor de voorgenomen ingrepen. Ook voor vrijgegeven gebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 9 Archeologisch onderzoek toegevoegd aan dit plan.
Natuurgebied De Zumpe Voor de functiewijziging in De Zumpe heeft de ontwikkeling geen invloed op de archeologie. 4.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota 'Continuïteit in Karakter, cultuurhistorie Doetinchem' (vastgesteld op 22 september 2017). In het plangebied zijn geen panden aanwezig die geïnventariseerd zijn als cultuurhistorisch waardevol. 51 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
4.10.3 Conclusie Archeologie en cultuurhistorie zijn geen belemmering voor de voorgenomen plannen.
4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Verkeer Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen het plangebied zijn: de functie van de weg conform het wegencategoriseringsplan (wegennetvisie), dit betekent voor erftoegangswegen 30km/h en voor ontsluitingswegen 50 km/uur; de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen'; herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur; de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal; de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen); snelheidsremmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingsstraten waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen. De kwaliteit van de leefomgeving moet centraal staan. Kunstmatig ingepaste maatregelen, zoals veel borden en bloembakken op de weg hebben vaak wel een kort effect op de rijsnelheid, maar zijn geen duurzame oplossingen. De omgeving en weg als geheel moeten zorgen voor het gewenste rijgedrag zodat deze kunstingrepen overbodig zijn. Een duidelijk onderscheid aanbrengen tussen de verschillende verkeersruimtes zorgt er voor dat de verkeersdeelnemer duidelijk zijn plek en die van anderen op de weg weet en zo de verkeersruimte op de juiste wijze gebruikt. Op drukke erftoegangsstraten is het belangrijk dat voetgangers veilig kunnen lopen op een trottoir.
Voor rustige erftoegangsstraten kan worden overwogen alle verkeersdeelnemers gebruik te laten maken van dezelfde ruimte. Een smalle weg die gebruikt wordt door iedereen leidt tot een lagere rijsnelheid. Fysieke maatregelen als drempels ondervinden een steeds grotere weerstand bij de gebruikers en omwonenden en hulpdiensten. Ze leiden tot trillingshinder en toename van de geluidsoverlast. Met deze bijeffecten moet al rekening worden gehouden bij het ontwerp. Bij voorkeur wordt gezocht naar maatregelen die een lagere snelheid afdwingen, maar die geen of beperkte bijeffecten hebben voor de leefomgeving en hulpdiensten. Voorbeelden zijn: een smaller wegprofiel, toepassing van andere materialen en kleuren, afwisselend parkeren aan weerszijden van de weg, afwisseling met groen, doorzicht beperken, beperken van rechtstanden enzovoort. Drempels en plateaus die op een logische plaats zijn gesitueerd (rekening houdend met de afstand tot de woning) en volgens de richtlijnen van het CROW (publicatie 172) zijn aangelegd kunnen bij uitzondering worden toegepast. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Op de locatie aan de Wijnbergseweg is een LPG-tankstation aanwezig. Een dergelijke functie veroorzaakt extra verkeersbewegingen ten opzichte van een reguliere woonomgeving. De Wijnbergseweg is een erftoegangsweg die berekend is op de bestaande verkeersstroom.
De verwijdering van het tankstation heeft zeer beperkte gevolgen voor de verkeersstroom van en naar de projectlocatie. De gevolgen zijn afhankelijk van de nieuwe functie en invulling van het perceel. Tankstation Oostelijke Randweg Bij de ontwikkeling van het tankstation (met LPG) aan de Oostelijke Randweg gaat het om de realisatie van een tankstation aan een ontsluitingsroute voor Doetinchem. 52 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
In september 2018 is door Tankstation Advies B.V. onderzoek uitgevoerd naar: Aandeel van het reguliere verkeer op de Oostelijke Randweg dat naar inschatting gebruik zal maken van het tankstation. Eventueel extra verkeer aantrekkende werking van het tankstation (oftewel is het aannemelijk dat het tankstation zorgt voor extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg). Uit het onderzoek blijkt dat naar verwachting 135 motorvoertuigen per dag van het reguliere verkeer op de Oostelijke Randweg gebruik zal gaan maken van het tankstation. Opsplitsing in de dag-, avond-, en nachtperiode ziet er als volgt uit: Dagperiode inname voertuigen Etmaal totaal Lichte voertuigen
Avondperiode
Nachtperiode
07:00 - 19:00 uur 19:00 - 23:00 uur 23:00 - 07:00 uur
311
263
280
237
Middelzware voertuigen
22
19
Zware voertuigen
9
8
34
14
31
12
2
1
1
0
Uit het onderzoek blijkt dat: er twee maal per week bevoorrading zal plaatsvinden door een tankwagen; er ten gevolge van het tankstation nagenoeg geen sprake zal zijn van extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 Verkeersgeneratie t.g.v. tankstation Oostelijke Randweg toegevoegd aan dit plan. Natuurgebied De Zumpe Het aspect verkeer heeft geen invloed op de ontwikkeling van natuurgebied De Zumpe. Conclusie Verkeer is geen belemmering voor de voorgenomen plannen. 4.11.2 Parkeren De normering uit de Nota Parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem, zal aangehouden worden. Hierbij is gekozen voor een dynamische verwijzing naar dit beleidsdocument (in lijn met jurisprudentie van de ABRS, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Het moet met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd worden. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Door de verwijdering van de ondergrondse tanks en uitbreiding van het garagebedrijf, is er geen sprake van een ontwikkeling die meer parkeerruimte verlangt. Er is immers voldoende parkeergelegenheid op het terrein beschikbaar. Tankstation Oostelijke Randweg Voor het nieuwe tankstation aan de Oostelijke Randweg moeten minimaal 5 parkeerplaatsen worden aangelegd.
Hierbij is uitgegaan van 2 parkeerplaatsen voor het personeel en 3 53 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
parkeerplaatsen voor bezoekers. Voor het parkeren van de gebruikers van het tankstation zijn voldoende voorzieningen getroffen. Natuurgebied De Zumpe Voor de ontwikkeling van natuurgebied De Zumpe hoeven geen parkeerplaatsen aangelegd te worden. Conclusie Het parkeren is geen belemmering voor de realisatie van de plannen.
4.12 Lichthinder Strooiverlichting kan een belangrijke verstoringswaarde zijn voor natuurwaarden. Echter is bij een goed functioneren van het tankstation het belangrijk dat hierbij verlichting aanwezig is, zodat het ook in het donker een veilige plaats is. Om lichthinder voor de omgeving te voorkomen, is de verlichting bij het tankstation direct naar beneden gericht. Daarbij gaat het om de reguliere lichtmasten en om de luifelverlichting. Het Activiteitenbesluit regelt lichthinder en bescherming van het donkere landschap grotendeels met de zorgplicht. Door de inpassing van het tankstation, onder andere de grondwal aan de zuidoostzijde, wordt strooilicht voor de omgeving zo goed mogelijk bestreden. Het tankstation levert daarbij geen grote bijdrage aan strooilicht aan de omgeving.
54 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld
Hoofdstuk 5 5.1
Wijze van bestemmen
Inleiding
Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsplan, waarbij flexibiliteit wenselijk is. Voor een deel is dat mogelijk in voor het nieuwe tankstation aan de Oostelijke Randweg opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Het is duidelijk waarvoor gronden en gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt voldoende rechtszekerheid voor de burger.
5.2
Toelichting op de regels
De regels bestaan uit de volgende onderdelen: hoofdstuk 1:
Inleidende regels;
hoofdstuk 2:
Bestemmingsregels;
hoofdstuk 3:
Algemene regels;
hoofdstuk 4:
Overgangs- en slotregels.
5.2.1
Inleidende regels
De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. 5.2.2
Bestemmingsregels
In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. 5.2.2.1 Bedrijf - 1 en Bedrijf - 2 De bestemming 'Bedrijf - 1' is toegekend aan de locatie aan de Wijnbergseweg 39-41. Op deze locatie is een bedrijf toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de als bijlage bijgevoegde 'Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijven'. Binnen de bestemming 'Bedrijf - 1' is de bestaande bedrijfswoning toegestaan. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. De bestemming 'Bedrijf - 2' is toegekend aan de locatie waar het nieuwe tankstation is gepland.
Als gevolg van de aanduiding 'Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen worden 55 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld