CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bestemmingsplan Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019.pdf

beeldvormende raad 30 juni 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-4123.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

gebouwd. Ook de hoofdfunctie binnen deze bestemming is beperkt tot alleen de verkoop van motorbrandstoffen. Andere hoofdfuncties qua bedrijvigheid zijn niet toegestaan. De toestaande maximale doorzet is vastgesteld op 1.000 m3 per jaar. Detailhandel en horeca ondergeschikt en verbonden aan de verkoop van brandstoffen is toegestaan. In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden. Met deze bepaling wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een rommelig en onoverzichtelijk aanzicht ontstaat op het terrein. Onder voorwaarden is daar voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken een afwijking mogelijk. Binnen de opgenomen aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een overkapping toegestaan. 5.2.2.2 Detailhandel De bestemming 'Detailhandel' is opgenomen voor een klein deel van het perceel aan de Wijnbergseweg 53. De bestemming 'Detailhandel' is bedoeld voor de locaties met een detailhandelsfunctie. 5.2.2.3 Natuur De bestemming 'Natuur' is toegekend aan die gebieden die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Binnen de bestemming 'Natuur' mag niet worden gebouwd (uitgezonderd openbare nutsgebouwtjes) en mogen geen verharde wegen en paden worden aangelegd. De gronden mogen worden gebruikt als wandel- en fietsgebied.

Ten behoeve van het behoud van de aanwezige natuurwaarden is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen: aanlegvergunning) opgenomen welke nodig is voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. 5.2.2.4 Verkeer en Verkeer - Railverkeer De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de gronden met een ontsluitende en verkeersdoorstromende functie. Ook is de bestemming toegekend aan bermen, parkeerplaatsen en niet structurele groenvoorzieningen. De specifieke bestemming 'Verkeer - Railverkeer' is toegekend aan de gronden die behoren bij de spoorlijn Arnhem - Doetinchem - Winterswijk. 5.2.2.5 Water De bestemming 'Water' is opgenomen voor de Oude IJssel. De aanduiding 'vaarweg' is opgenomen voor de beroeps- en pleziervaart. 5.2.2.6 Waarde Archeologie De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2, 3 en 6' zijn eerder in de toelichting al uitgelegd. Zie paragraaf 4.10 Archeologie en cultuurhistorie. Ecologie De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daarop rustende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de aanwezige flora en fauna in het gebied.

56 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

5.2.3

Algemene regels

5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. 5.2.3.2 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De regeling voor bestaande maten is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit plan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond. 5.2.3.3 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten.

In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde - voorzieningen op het dak. 5.2.3.4 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met betrekking tot één of meer gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. De volgende algemene aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor: Veiligheidszone - lpg In afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels, geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan als bedoeld in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zoals deze gelden ten tijde van de tervisielegging van dit plan. Overige zone - gnn De gebiedsaanduiding 'overige zone - gnn' is opgenomen om de gronden ook te bestemmen voor de bescherming, behoud, herstel of ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. De afkorting GNN staat voor Gelders Natuurnetwerk. Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten In deze zone is het verboden om nieuwe risicobronnen te vestigen of bestaande risicobronnen uit te bereiden.

57 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

5.2.3.5 Algemene afwijkings- en wijzigingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. De wijzigingsregels voorzien in de mogelijkheid om in voorkomende gevallen de bestemmingsgrens met maximaal 5 meter en de bouwgrens met maximaal 10 meter te verschuiven. Verder kan het plan gewijzigd worden om kleine gebouwen van openbaar nut op te richten en om bouwvlakken anders te situeren of uit te breiden. Voorwaarde daarbij is dat de oppervlakte van het gewijzigde bouwvlak met maximaal 20% van de oorspronkelijke oppervlakte toeneemt. 5.2.3.6 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld hoe met deze afwijking acceptabel zijn. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.

58 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

De eigenaar van het tankstation aan de Wijnbergseweg is een samenwerking aangegaan met Varo Energy voor de realisatie van het nieuwe tankstation met LPG aan de Oostelijke Randweg. Hierdoor zijn voor de realisatie voldoende financiële middelen beschikbaar. De kosten van de realisatie van het tankstation worden bovendien terugverdiend door de exploitatie ervan. De verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg maakt deel uit van het project. Het gaat immers om een verplaatsing van dat tankstation naar de nieuwe locatie. De kosten voor de verwijdering van het tankstation worden deels gedekt uit de opbrengsten van het nieuwe tankstation. Anderzijds bestaat de mogelijkheid om een deel van de kosten te dekken door een nieuwe invulling te geven aan de projectlocatie aan de Wijnbergseweg. Zo is het project financieel haalbaar. In opdracht van de gemeente Doetinchem is er een planschaderisicoanalyse uitgevoerd. De gemeente Doetinchem is verantwoordelijk voor het betalen van eventuele planschade. Voor de percelen van de gemeente Doetinchem in De Zumpe zijn gelden beschikbaar vanuit de provincie, om de agrarische grond om te vormen naar natuur.

59 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

60 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Algemeen

Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met de besturen van waterschap, provincie en Rijk. In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze procedure en overleggen behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Dit maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.

7.2

Inspraak

In het proces rond het opstellen van het bestemmingsplan zijn de directe omgeving van het plangebied en andere betrokken organisaties nadrukkelijk geïnformeerd tijdens een bijeenkomst op 21 december 2015. Hiervan is een verslag gemaakt en opgenomen in Bijlage 10 van deze toelichting. Op 18 juni 2018 is er door de gemeente Doetinchem een informatiebijeenkomst gehouden over De Zumpe.

7.3

Overleg

Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: Liander Tennet Waterschap Rijn en IJssel; Omgevingsdienst Achterhoek (ODA); Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland; Vitens. Liander en Tennet hebben geen reactie gegeven op het plan. Ervan uit kan worden gegaan dat zij akkoord zijn met het plan. Waterschap Rijn en IJssel, Vitens en Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) hebben aangegeven geen bedenkingen te hebben bij het plan. Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland heeft advies gegeven over het realiseren van een bronpunt met een minimale capaciteit van 120m3 per uur, om te zorgen dat er voldoende bluswater aanwezig is. Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid en provincie is vooroverleg met deze instanties niet nodig. Er is geen rijksbelang en provinciaal belang dat hiertoe aanleiding geeft.

61 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

62 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bijlagen toelichting

63 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bijlage 1 Wijzigingsbevoegdheid LPG tankstation

64 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

BIJLAGE 1

WIJZIGINGSBEVOEGDHEID LPG TANKSTATION

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ter plaatse van de aanduiding 'wro‐zone ‐ wijzigingsgebied 1' de bestemming Agrarisch wijzigen in 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'verkooppunt motor‐ brandstoffen met lpg' ten behoeve van een verkooppunt motorbrandstoffen met lpg met een maximale doorzet van 1.000 m³ per jaar, onder voorwaarde dat: a. bij de beoordeling van de toelaatbaarheid een evenredige belangenafweging plaatsvindt; b. waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechni‐ sche‐ , de waterhuishoudkundige‐ , de archeologische‐ , de ecologische‐ , de ver‐ keerstechnische toelaatbaarheid en de ruimtelijke en stedenbouwkundige inpas‐ baarheid. c. na wijziging de volgende regels gelden: 1. Bestemmingsomschrijving:  De voor 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'verkooppunt motor‐ brandstoffen met lpg' aangewezen gronden zijn bestemd voor een verkooppunt motorbrandstoffen met lpg en daarbij behorende ge‐ bouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en voorzieningen, alsmede een ondergeschikt en aan het verkooppunt gelieerd ge‐ bruik van gebouwen ten behoeve van detailhandelsactiviteiten en horecadoeleinden. 2.

Bouwregels:  Algemeen: Op de bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouw‐ werken geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Be‐ drijf' met de functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' worden gebouwd.  Gebouwen: Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: ‐ er mogen maximaal twee gebouwen worden opgericht; ‐ de oppervlakte voor de gebouwen niet meer dan 100 m2 bedraagt; ‐ de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen.  Bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijnde overkappingen: Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels: ‐ er mag maximaal één overkapping worden opgericht; ‐ de oppervlakte voor de overkapping niet meer dan 400 m2 be‐ draagt; ‐ de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen.  Andere bouwwerken geen gebouwen zijnde: Voor het bouwen van andere bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: ‐ de oppervlakte voor andere bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer dan 20 m2 bedraagt; ‐ de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen, in afwijking hiervan mag de bouwhoogte van verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 m bedragen.

Bijlage 2 Aanmeldingsnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling

66 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bijlage 3 Bodemonderzoek

86 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VARSSEVELDSEWEG (NABIJ NR. 234) TRACE OOSTELIJKE RANDWEG TE DOETINCHEM GEMEENTE DOETINCHEM

Verkennend bodemonderzoek Varsseveldseweg (nabij nr. 234) trace Oostelijke Randweg te Doetinchem in de gemeente Doetinchem Opdrachtgever

Gemeente Doetinchem Postbus 9020 7000 HA Doetinchem

Project Rapportnummer Versienummer

DOE.GEM.NEN 14075790 D1

Status

Eindrapportage

Datum

29 juli 2014

Vestiging

Doetinchem

Opsteller

Ing. M.B.M. van Wieringen

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Ing. H. Boesveld

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 2 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 4 Geohydrologie .................................................................................................................. 4

3

CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 4

4

VELDWERK ................................................................................................................................ 5 4.1 4.2

4.3

5

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 6 5.1 5.2 5.3

6

Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 5 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 6

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 6 Toetsingskader ................................................................................................................. 7 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 8

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 2c. 3. 4a. 4b. 5. 6.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Kadastrale gegevens - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Geraadpleegde bronnen 14075790 DOE.GEM.NEN

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van de gemeente Doetinchem opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Varsseveldseweg (nabij nr. 234) te Doetinchem in de gemeente Doetinchem. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie ten behoeve van de aanleg van de Oostelijke Randweg. Het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de aankoop van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007.

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2 2.1

VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen

De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Doetinchem aanwezige informatie (contactpersoon de heer ing. R.A. de Hoog), informatie verkregen van de huidige eigenaar (de heer G.H. Luesink) en informatie verkregen uit de op 14 juli 2014 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:     

het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.

Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 1 van 9

2.2

Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 2,02 ha) ligt aan de Varsseveldseweg (nabij nr. 234), circa 1,75 kilometer ten oosten van het centrum van Doetinchem in de gemeente Doetinchem (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Ambt-Doetinchem, sectie M, nummer 5187. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 40 F, (schaal 1:25.000), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 13,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 218.750, Y = 442.180. 2.3

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1830 tot 1920 bestond de locatie destijds uit een bosperceel. Uit een kadastrale kaart uit 1811 blijken andere verkavelingsgrenzen dan de huidige grenzen. Uit deze oude kadastrale kaart blijkt dat zich centraal over de locatie in oostelijke richting destijds een houtwal aanwezig was. Op topografisch kaartmateriaal vanaf 1930 is de locatie in agrarisch gebruik. Tot op heden is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet veranderd. Uit bestudering van het historisch kaartmateriaal blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. In de huidige situatie bestaat de onderzoekslocatie uit een maïsakker. Voor zover bij de gemeente Doetinchem bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 2.4

Calamiteiten

Voor zover bij de gemeente Doetinchem bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Doetinchem blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 2 van 9

2.6

Belendende percelen/terreindelen

In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:   

aan de noord- en zuidoostzijde bevinden zich weidepercelen; aan de zuidwestzijde bevindt zich braakliggend terrein (aanleg Oostelijke Randweg); aan de noordwestzijde bevinden zich het fietspad Doetinchem-Zelhem en een maisakker.

Ter plaatse van het, ten noordwesten van de locatie gelegen, fietspad bevond zich in het verleden een spoorbaan. Deze spoorbaan is tot 1937 in gebruik geweest als pasagiersdienst tussen Doetinchem en Zelhem. Tot 1972 is de spoorbaan nog in gebruik geweest als goederenlijn. Vanaf 1977 is het trace in gebruik als fietspad. Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek is gebleken dat geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten vanuit het tracé van de voormalige spoorbaan naar de naastliggende percelen. Uit de verzamelde informatie blijkt dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 2.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.3. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. 2.8

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de locatie aan te kopen ten behoeve van de aanleg van de Oostelijke Randweg. 2.9

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

De gemeente Doetinchem heeft, in samenwerking met 7 andere gemeenten in de Regio Achterhoek de achtergrondwaarden, van een aantal metalen, PAK, minerale olie en EOX voor grond vastgesteld (CSO, kenmerk 11K054, 24 oktober 2011). De onderzoekslocatie ligt binnen de zone "Overig". De gemeente Doetinchem hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde is gelegen, geldt de landelijke achtergrondwaarde als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Met betrekking tot de bovengrond in deze zone bevinden 80-percentielswaarden voor alle parameters zich beneden de landelijke achtergrondwaarden. In de ondergrond overschrijdt de 80-percentielwaarde van de parameter PCB de landelijke achtergrondwaarde. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 3 van 9

2.10 Bodemopbouw De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland, kaartblad 40 Oost, 1985 (schaal 1:50.000), uit een beekeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.11 Geohydrologie De onderzoekslocatie ligt in het Pleistocene Bekken. Het Pleistocene Bekken wordt aan de oostzijde begrensd door het Oost-Nederlandse Plateau en aan de westzijde door het stroomdal van de IJssel. Ten zuiden ligt het stroomdal van de Rijn. Het watervoerend pakket heeft een dikte van ± 17 m en wordt gevormd door de matig grove tot zeer grove en grindrijke Formaties van Kreftenheye en Drente. Op deze fluvioglaciale en fluviatiele formaties liggen de zandige afzettingen van de Oude IJssel, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 4 m. Het watervoerend pakket wordt op een diepte van 3,0 tot 4,0 m -mv doorsneden door een kleilaag. Het watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door slecht doorlatende fijne zanden en kleien van het Tertiair. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 12 m +NAP, waardoor het grondwater zich naar verwachting bevindt op ± 1,5 m -mv.

Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, kaartblad 40 Oost, 1995 (schaal 1:50.000), in westelijke richting. Er liggen geen grondwaterpompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

3

CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)

Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Verspreid over de hele locatie is altijd sprake geweest van een gelijksoortig en extensief gebruik (eenduidig geringe antropogene beïnvloeding) en weinig tot geen bebouwing. Het oppervlak is groter dan 1,0 ha. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 4 van 9

4

VELDWERK

4.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1

Grondonderzoek Uitvoering veldwerk

Het veldwerk is op 14 juli 2014 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer M. Krijgsman. Deze medewerker van Econsultancy in Doetinchem is geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 24 boringen geplaatst; 17 boringen tot 0,5 m -mv, 4 boringen tot 2,0 m -mv en 3 boringen tot maximaal 3,3 m -mv. Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 4.2.2

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien matig humeus. In de diepere ondergrond bevindt zich matig tot sterk siltige bodemlaag. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707 ("Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond") zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. 4.3

Grondwateronderzoek

4.3.1

Uitvoering veldwerk

Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn 3 peilbuizen geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 14 juli 2014 is ingeschat. Het onderste gedeelte van de peilbuizen (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De peilbuizen zijn na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 5 van 9

4.3.2

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 21 juli 2014 uitgevoerd door de heer A.F.W. Geven. Deze medewerker van Econsultancy in Doetinchem is geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. De bemonstering heeft plaatsgevonden met inachtneming van het voorgeschreven afpompvolume en afpompdebiet. Na afronding van het voorpompen is de troebelheid gemeten. Bij de bemonstering is gebruik gemaakt van schone kunststofslangen en is voorkomen dat er gas- of luchtbellen in de monsters zijn gekomen. Het watermonster ten behoeve van de analyse op metalen is in het veld gefiltreerd. Tabel I geeft een overzicht van de grondwaterstand en de in het veld bepaalde waarde van de troebelheid. Tabel I.

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater

Peilbuisnummer

5 5.1

Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand 21 juli 2014 (m -mv)

Troebelheid (NTU)

4

centraal terreindeel

2,3-3,3

1,63

16

17

zuidwestelijk terreindeel

2,3-3,3

1,68

7

24

noordoostelijk terreindeel

2,0-3,0

1,56

12

LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses

Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 4 grondmengmonsters samengesteld (2 grondmengmonsters van de bovengrond en 2 grondmengmonsters van de ondergrond). De 4 grondmengmonsters en de 3 grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: - standaardpakket grond: droge stof, organische stof, lutum, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; - standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie. Tabel II geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 6 van 9

Tabel II.

Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten

Grondmengmonster

5.2

Traject (cm -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

MM1

01 (0-50) + 03 (0-40) + 10 (0-40) + 12 (0-40) + 18 (0-50) + 19 (0-50)

standaardpakket

bovengrond zuidwestelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)

MM2

05 (0-40) + 07 (0-40) + 14 (0-50) + 16 (0-50) + 21 (0-50) + 23 (0-50)

standaardpakket

bovengrond noordoostelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)

MM3

02 (70-110) + 04 (100-150) + 08 (100-150) + 17 (50-100) + 22 (100-130) + 24 (110-160)

standaardpakket

ondergrond gehele locatie (zintuiglijk schoon)

MM4

02 (150-170) + 08 (190-200) + 17 (150-180) + 20 (120-150) + 22 (160-200) + 24 (160-190)

standaardpakket

matig tot sterk siltige ondergrond gehele locatie (zintuiglijk schoon)

Toetsingskader

De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: - achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen; - streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht; - tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat; - interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk. In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden. De gemeten gehalten zijn omgerekend naar de standaardbodem met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 7 van 9

De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

5.3

Resultaten grond- en grondwatermonsters

Tabel III geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel III. Grondmengmonster

Overschrijdingen toetsingskaders grond Traject (cm -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

MM1

01 (0-50) + 03 (0-40) + 10 (0-40) + 12 (0-40) + 18 (0-50) + 19 (0-50)

-

-

-

MM2

05 (0-40) + 07 (0-40) + 14 (0-50) + 16 (0-50) + 21 (0-50) + 23 (0-50)

-

-

-

MM3

02 (70-110) + 04 (100-150) + 08 (100-150) + 17 (50-100) + 22 (100-130) + 24 (110-160)

kobalt

-

-

MM4

02 (150-170) + 08 (190-200) + 17 (150-180) + 20 (120-150) + 22 (160-200) + 24 (160-190)

kobalt nikkel

-

-

Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IV. Grondwatermonster

Overschrijdingen toetsingskader grondwater Situering peilbuis

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

04-1-1

centraal terreindeel

barium cadmium kobalt zink

-

nikkel

17-1-1

zuidwestelijk terreindeel

barium cadmium kobalt

-

nikkel

24-1-1

noordoostelijk terreindeel

barium

-

-

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 8 van 9

6

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Doetinchem een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Varsseveldseweg (nabij nr. 234) te Doetinchem in de gemeente Doetinchem. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie ten behoeve van de aanleg van de Oostelijke Randweg. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien matig humeus. In de diepere ondergrond bevindt zich matig tot sterk siltige bodemlaag. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt en is tevens plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, kobalt en zink. Plaatselijk zijn sterk verhoogde nikkelconcentraties in het grondwater aangetoond. De sterk verhoogde nikkelconcentraties in het grondwater kunnen niet in relatie worden gebracht met voormalige of huidige activiteiten ter plaatse.

Vooralsnog wordt uitgegaan dat de sterk verhoogde nikkelconcentraties in het grondwater worden veroorzaakt door een natuurlijke bron. In de pleistocene rivierafzettingen komt plaatselijk van nature pyriet voor. Bij oxidatie van pyriet (bijvoorbeeld ten gevolge van verzuring) kan nikkel als een van de sporenelementen in oplossing gaan. Dit natuurlijke proces is waarschijnlijk de oorzaak voor de aangetroffen nikkelverontreiniging. Uit de kaart met de vastgestelde, van nature, verhoogde concentraties aan nikkel in grondwater (voorgaande versie van de Bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Regio Achterhoek, Onderdeel A, bijlage IV) blijkt dat vergelijkbare nikkelconcentraties regelmatig worden vastgesteld binnen de gemeente Doetinchem. De aangetoonde lichte metaalverontreinigingen in het grondwater zijn hoogstwaarschijnlijk eveneens te relateren aan het regionaal voorkomen van verhoogde concentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de aangetoonde verontreinigingen, verworpen. De aangetoonde verhoogde nikkelconcentraties in het grondwater geven formeel aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

Echter gelet op het feit dat sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties acht Econsultancy, in overleg met de gemeente Doetinchem, de uitvoering van een nader bodemonderzoek niet doelmatig. In de Beleidsnota Bodem 2012 van de provincie Gelderland is opgenomen dat indien verhoogde concentraties niet veroorzaakt zijn door menselijk handelen, deze niet worden gezien als een geval van bodemverontreiniging (ook niet als deze gehalten tot boven de interventiewaarden voorkomen). De saneringsparagraaf van de Wet bodembescherming is daarop dus niet van toepassing. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van de Nota bodembeheer regio Achterhoek of het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop van toepassing.

Econsultancy Doetinchem, 29 juli 2014

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 9 van 9

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

14075790 DOE.GEM.NEN

n 2

14

1

16

perceel Varsseveldseweg 234

2

nn

mais

lpe

5

Sc him me

20 6 7

foto 4

inc k

18

4

s bo

laa n

3

foto 3

08

mais

22 8

9 24

mais 07

11

26

28 45

15

Kar neb eek la

16

43

13

06

30

an

15

47 17

mais

32 49

05

34

19

14

51

m

en ni n

36

53

Sc hi m m elp

38

m he

ck laa n

21

locatiegrens

24

40

55

d pa

c tin oe D (

)

el -Z

23

he

04

23

13

ts

fie

21

57

03

59

12

61

mais

mais

20 02

63

11

bos

19

mais foto 2

01

10

9

11

18

LEGENDA: boring tot 0,5 m -mv 09

spe

boring tot 2,0 m -mv

elve

ld

17

peilbuis oude verkaveling

asfalt 0m TITEL:

braakliggend

gras / weiland

standplaats + richting fotoname

foto 1

50 m

locatieschets

A3 PROJECT: DOE.GEM.NEN

NUMMER: 14075790

SCHAAL: 1:1000

DATUM: 24-07-2014

GETEKEND: AGe

BIJLAGE: 2a

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7601/documents/37462