Bijlage 4 Landelijk gebied - 2020 Regels.pdf
Tekst van het document
geen omgevingsvergunning kan worden verleend als de locatie is gelegen binnen de aanduiding 'overige zone – gelders natuurnetwerk' of 'overige zone – groene ontwikkelingszone', tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. 7.4.2
Verlichting
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.3 sub a voor de bouwhoogte van verlichting tot 6 m, onder voorwaarden dat: a. de natuurwaarden en/of landschapswaarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden aangetast, dan wel dat de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet worden belemmerd; b. geen omgevingsvergunning kan worden verleend als de locatie is gelegen binnen de aanduiding 'overige zone – gelders natuurnetwerk' of 'overige zone – groene ontwikkelingszone', tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1
Algemeen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op gronden met de hoofdfunctie 'Bos' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van en/of het vellen of rooien van beplantingen; 54 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
c. het aanleggen en/of het dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden; e. het verlagen van het (grond)waterpeil; f. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 7.5.2
Uitzonderingen
Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening; 2. al mogen worden uitgevoerd op basis van een andere vergunning, waarin de te beschermen waarden al zijn meegewogen. 7.5.3
Advies
Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van landschap.
55 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel8 8.1
Cultuur en ontspanning
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
een schoonheidscentrum met sauna en welnessvoorzieningen; detailhandel, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; bedrijfswoning; aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;
en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Cultuur en ontspanning' worden gebouwd. 8.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (bvo) (m2)' gelden de weergegeven maten; b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. 8.2.3
Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. b. c. d.
per hoofdfunctievlak mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd; de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen.
8.2.4
Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 8.2.5
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het hoofdfunctievlak maximaal 2,5 m bedragen; 2. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen. 8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 8.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Cultuur en ontspanning' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; 56 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
b. c. d. e.
de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 8.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.4 zijn van toepassing. 8.5
Specifieke gebruiksregels
8.5.1
Algemeen
Per hoofdfunctievlak is maximaal één instelling voor cultuur en ontspanning toegestaan. 8.5.2
Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen
Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 8.5.3
Parkeren
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 8.6
Afwijken van de gebruiksregels
Naast de hieronder opgenomen afwijkingsmogelijkheid, zijn ook de afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing, voor zover van toepassing voor de hoofdfunctie 'Cultuur en ontspanning'. 8.6.1
Zelfstandige horeca als nevenactiviteit
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 8.1 onder c zelfstandige horeca-activiteiten als nevenactiviteit bij de hoofdfunctie toestaan, onder de voorwaarden dat: a. de activiteit voldoet aan de uitgangspunten van de nota 'Notitie (Para)commercie in de horeca Doetinchem', versie 18-06-2013 (Bijlage 12 Notitie (Para-)commercie in de horeca Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is.
57 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel9 9.1
Detailhandel
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met dien verstande dat: 1. een supermarkt niet is toegestaan; 2. perifere detailhandel niet is toegestaan met uitzondering van een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum'; b. dienstverlening, alleen ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; c. horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; d. bedrijfswoning(en); e. aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; f. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Detailhandel' worden gebouwd. 9.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10 %, tenzij op de verordeningskaart anders is aangegeven; b. in afwijking van het bepaalde onder a is het bebouwingspercentage voor de gebouwen, inclusief de bedrijfswoning en de bijbehorende bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' maximaal 60%; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte, tenzij op de verordeningskaart anders is aangegeven. 9.2.3
Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. per bedrijf mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' geldt het daar aangegeven maximum; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; c. de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. 9.2.4
Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 9.2.5
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de bouwhoogte van: 58 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwperceel maximaal 2,5 m bedragen; 2. reclamemasten maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal één reclamemast per bedrijf is toegelaten; 3. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen. 9.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 9.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Detailhandel' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 9.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.3, en 46.2.4 zijn van toepassing. 9.5
Specifieke gebruiksregels
9.5.1
Algemeen
Per hoofdfunctievlak is maximaal één detailhandelsbedrijf toegestaan. 9.5.2
Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen
Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 9.5.3
Parkeren
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 9.6
Afwijken van de gebruiksregels
De afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing. 9.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
9.7.1
Verbod
Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 59 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
9.7.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 9.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die: 1. al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening; 2. het normale onderhoud betreffen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag ; b. gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan; c. bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken). 9.7.3
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 9.7.1 wordt slechts verleend als: a. de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast; b. op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd; c. als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd.
60 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel10 10.1
Dienstverlening
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
commerciële dienstverlening; detailhandel, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; bedrijfswoning(en), tenzij uitdrukkelijk uitgesloten; aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;
en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Dienstverlening' worden gebouwd. 10.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlak, vermeerderd met 10 %; b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. 10.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. per bedrijf mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; c. in afwijking van het bepaalde onder b mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst', de inhoud van een woning maximaal 375 m3 bedragen; d. de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; e. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. 10.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 10.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a.
realisatie van bijbehorende bouwwerken is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak maximaal 2,5 m bedragen; 2. reclamemasten maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal 1 reclamemast per bedrijf is toegelaten; 3. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen. 61 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
10.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 10.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Dienstverlening' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 10.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.3 en 46.2.4 zijn van toepassing. 10.5
Specifieke gebruiksregels
10.5.1 Algemeen Per bouwperceel is maximaal één dienstverleningsbedrijf toegestaan. 10.5.2 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 10.5.3 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 10.6
Afwijken van de gebruiksregels
De afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing.
62 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel11 11.1
Groen
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. structurele groenvoorzieningen waaronder houtige opstanden; b. kinderboerderij ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij'; c. een natuurspeelpark ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen – natuurspeelpark; d. extensieve dagrecreatie; e. fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen; f. kunstobjecten; g. bestaande geluidwerende voorzieningen; h. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Groen' worden gebouwd. 11.2.2 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. er mogen maximaal twee gebouwen of bijbehorende bouwwerken per hoofdfunctievlak worden opgericht; b. de afstand tot de hoofdfunctiegrens dient minimaal 2 m te bedragen; c. de oppervlakte per gebouw of bijbehorende bouwwerken mag maximaal 20 m2 bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen; e. in afwijking van het bepaalde onder a t/m d mag ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij' maximaal één gebouw ten behoeve van de dieren en de landbouwwerktuigen van de kinderboerderij worden opgericht met een maximale oppervlakte van 110 m2, een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 7 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a en c mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - natuurspeelpark' meer dan twee gebouwen worden opgericht met een totale oppervlakte van maximaal 60 m2. 11.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van 1.
verlichting, vlaggenmasten, speeltoestellen, kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; 2. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen. 11.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 11.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Groen' nadere eisen stellen met betrekking tot: 63 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
a. b. c. d.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.
64 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel12 12.1
Horeca
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca, uitsluitend in de vorm van een: 1. horeca categorie 1 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'; 2. horeca categorie 2 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2', met dien verstande dat een nachtbar en een discotheek/bar-dancing niet zijn toegestaan; 3. horeca categorie 3 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3'; 4. horeca categorie 1, 2 en 3 ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3, met dien verstande dat een nachtbar niet is toegestaan en een discotheek/bar-dancing alleen is toegestaan als deze bestaand is; 5. restaurant ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - restaurant'; b. parkeerterrein, in ieder geval ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; c. bedrijfswoning(en), tenzij uitdrukkelijk uitgesloten; d. aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; e. groen en nutsvoorzieningen; f. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Horeca' worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – bebouwing uitgesloten' geen bouwwerken zijn toegestaan. De als zodanig aangeduide grond dient niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II, behorende bij het Besluit omgevingsrecht. 12.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. bij aanwezigheid van een bouwvlak is realisatie alleen toegestaan binnen dit bouwvlak; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10 %; c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; d. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. 12.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. per bedrijf mag maximaal één bedrijfswoning worden gebouwd met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' geldt het daar aangegeven maximum; b.
de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; c. de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. 65 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
12.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 12.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2 m bedragen; indien geplaatst vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwperceel maximaal 2,5 m bedragen; 2. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 3. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen; 4. antennedrager inclusief antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; 5. een reclamemast ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca reclamemast' mag maximaal 40 m bedragen. 12.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 12.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Horeca' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 12.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.3, en 46.2.4 zijn van toepassing. 12.5
Specifieke gebruiksregels
12.5.1 Algemeen Per hoofdfunctievlak is maximaal één horeca-bedrijf toegestaan. 12.5.2 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 12.5.3 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 66 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
12.5.4 Ontsluiting Gaanderenseweg 381 Doetinchem Onverminderd het bepaalde in Artikel 44 Algemene gebruiksregels wordt onder strijdig gebruik op het horecaterrein Gaanderenseweg 381 Doetinchem in ieder geval verstaan het ontsluiten van het horecaterrein Gaanderenseweg 381 Doetinchem op een andere plek dan is aangeduid met de aanduiding 'ontsluiting'. 12.6
Afwijken van de gebruiksregels
De afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing. 12.6.1 Andere horeca-categorie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.1 en een bedrijf uit een andere horeca-categorie toestaan, onder voorwaarden dat: a. het horecabedrijf naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met het al aanwezige horecabedrijf en dat dit, waar nodig, middels een milieuhygiënisch onderzoek door de aanvrager is aangetoond; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; d. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is. 12.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
12.7.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 12.7.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 12.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die: 1. al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening; 2. het normale onderhoud betreffen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag; b. gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan; c. bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken). 12.7.3 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in 12.7.1 wordt slechts verleend als: a. de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast; b. op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk 67 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
redelijkerwijs niet kan worden verlangd; c. als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd.
68 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel13 13.1
Kantoor
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. horeca, alleen in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; c. bedrijfswoning(en); d. aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; e. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen Op de in lid 13.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Kantoor' worden gebouwd. 13.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10 %; b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. 13.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. b. c. d.
per bedrijf mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd; de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen.
13.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 13.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. realisatie van bijbehorende bouwwerken is uitsluitend toegestaan binnen het bouwperceel; b. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwperceel maximaal 2,5 m bedragen; 2. reclamemasten maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal 1 reclamemast per hoofdfunctievlak is toegelaten; 3. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen.
69 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
13.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 13.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Kantoor' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan en met dien verstande dat, bij de aanduiding 'cultuurhistorie' uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en een advies moeten worden ingewonnen bij een stedenbouwkundig cultuurhistorisch deskundige. 13.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.3, en 46.2.4 zijn van toepassing. 13.5
Specifieke gebruiksregels
13.5.1 Algemeen Per hoofdfunctievlak is maximaal één kantoor toegestaan. 13.5.2 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 13.5.3 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 13.6
Afwijken van de gebruiksregels
De afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing. 13.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
13.7.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of 'cultuurhistorie', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen.
70 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
13.7.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 13.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die: 1. al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening; 2. het normale onderhoud betreffen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag; b. gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan; c. gebouwen voorzien van de aanduiding 'cultuurhistorie' waarbij uit het onderzoek, dat aanleiding was voor het opnemen van de aanduiding, blijkt dat het betreffende bouwwerk geen cultuurhistorische waarde heeft; d. bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken). 13.7.3 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in 13.7.1 wordt slechts verleend als: a. de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast; b. op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd; c. als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 13.7.1 wordt, als sprake is van de aanduiding 'cultuurhistorie', slechts verleend als ook: d. de karakteristieke aard en het beeldbepalende aanzicht van het hoofdgebouw of bijgebouw in relatie tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft; e. het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken; en waarbij door sloop daarvan de karakteristieke hoofdvorm en het beeldbepalend aanzicht van het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft;
71 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel14 14.1
Maatschappelijk
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat: 1. zorgwoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling'; 2. een begraafplaats uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; 3. een crematorium uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'crematorium'; 4. voorzieningen voor een 24-uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden niet zijn toegestaan; b. een evenemententerrein uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein'; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dierenpension' uitsluitend een dierenpension is toegestaan; d. uitsluitend scouting is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'scouting'; e. detailhandel, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functies; f. horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde hoofdfunctie; g. verblijfsrecreatie, ten behoeve de in sub a genoemde hoofdfunctie en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie; h. bedrijfswoning(en), tenzij uitdrukkelijk uitgesloten; i. aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; j. groen- en nutsvoorzieningen; k.
waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Maatschappelijk' worden gebouwd, waarbij op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' geen bouwwerken zijn toegestaan. 14.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10 %, tenzij anders is bepaald; b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte, tenzij anders is bepaald. 14.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. per bedrijf mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' geldt het aangegeven maximum; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; c. de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. 72 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
14.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 14.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwperceel maximaal 2,5 m bedragen; 2. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen. 14.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 14.1, op gronden met de hoofdfunctie 'Maatschappelijk' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; het aantal en de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan en met dien verstande dat, bij de aanduiding 'cultuurhistorie' uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en een advies moeten worden ingewonnen bij een stedenbouwkundig cultuurhistorisch deskundige. 14.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.3, en 46.2.4 zijn van toepassing. 14.5
Specifieke gebruiksregels
14.5.1 Algemeen Per hoofdfunctievlak is maximaal één maatschappelijke voorziening toegestaan. 14.5.2 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 14.5.3 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
73 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
14.6
Afwijken van de gebruiksregels
De afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing. 14.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
14.7.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of 'cultuurhistorie', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 14.7.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 14.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die: 1. al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening; 2. het normale onderhoud betreffen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag; b. gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan; c. gebouwen voorzien van de aanduiding 'cultuurhistorie' waarbij uit het onderzoek, dat aanleiding was voor het opnemen van de aanduiding, blijkt dat het betreffende bouwwerk geen cultuurhistorische waarde heeft; d. bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken). 14.7.3 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.7.1 wordt slechts verleend als: a.
de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast; b. op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd; c. als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.7.1 wordt, als sprake is van de aanduiding 'cultuurhistorie', slechts verleend als ook: d. de karakteristieke aard en het beeldbepalende aanzicht van het hoofdgebouw of bijgebouw in relatie tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft; e. het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken; en waarbij door sloop daarvan de karakteristieke hoofdvorm en het beeldbepalend aanzicht van het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft.
74 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel15 15.1
Natuur
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel daar aan eigen natuuren landschapswaarden; b. extensieve dagrecreatie, zoals fiets- en wandelpaden en picknickplaatsen, alsmede zandwegen, voor zover de in sub a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast; c. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen, inclusief bijbehorende oevers; d. nutsvoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 15.2
Bouwregels
15.2.1 Algemeen Op de in lid 15.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Natuur' worden gebouwd. 15.2.2 Materieelberging Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag een materieelberging staan voor de opslag van materieel en materiaal ten dienste van de geldende hoofdfunctie. De oppervlakte, bouw- en goothoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangeduid. 15.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. alleen erfafscheidingen en extensieve recreatieve voorzieningen zijn toegestaan, bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen. 15.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 15.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Natuur' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de bouwhoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 15.4
Afwijken van de bouwregels
15.4.1 Materieelberging Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.2 voor het bouwen van een extra materieelberging of een vergelijkbaar gebouw, onder voorwaarden dat: a. de materieelberging of een vergelijkbaar gebouw noodzakelijk is voor het doelmatig uitvoeren van werkzaamheden voor de hoofdfunctie 'Natuur'; b. bij elke 25 aaneengesloten hectare met de hoofdfunctie 'Natuur' één materieelberging van 75 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
50 m2 is toegelaten met dien verstande dat de oppervlakte van het gebouw maximaal 250 m2 mag bedragen; c. de goothoogte van het gebouw maximaal 6 m mag bedragen; d. de bouwhoogte van het gebouw maximaal 8 m mag bedragen; e. de natuurwaarden en/of landschapswaarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden aangetast, dan wel dat de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; f. geen omgevingsvergunning kan worden verleend als de locatie is gelegen binnen de aanduiding 'overige zone – gelders natuurnetwerk' of 'overige zone – groene ontwikkelingszone', tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. 15.4.2 Verlichting Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.3 sub b voor de bouwhoogte van verlichting tot 4 m, onder voorwaarden dat: a.
de (ontwikkeling van) natuur- of landschapswaarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden aangetast, dan wel dat de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. geen omgevingsvergunning kan worden verleend als de locatie is gelegen binnen de aanduiding 'overige zone – gelders natuurnetwerk' of 'overige zone – groene ontwikkelingszone', tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones; c. vooraf advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van ecologie. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de gronden met de hoofdfunctie 'Natuur' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van en/of het vellen van beplantingen; c. het aanleggen en/of het dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d.
het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; e. het verlagen van het (grond)waterpeil; f. het uitvoeren van heiwerken of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 15.5.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden en van vervangingswerkzaamheden van verhardingen, 76 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening; 2. mogen worden uitgevoerd op basis van een andere vergunning, waarin de te beschermen waarden al zijn meegewogen. 15.5.3 Advies Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van ecologie.
77 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel16 16.1
Recreatie
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. extensieve dagrecreatie; b. verblijfsrecreatie, niet zijnde een kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie'; c. een kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; d. uitsluitend groepsaccommodatie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie groepsaccommodatie'; e. uitsluitend een bed & breakfast-accommodatie ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast'; f. uitsluitend een recreatiewoning ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; g. detailhandel, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a, b en c genoemde hoofdfunctie; h. dienstverlening, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a, b en c genoemde hoofdfunctie; i. horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a, b en c genoemde hoofdfunctie; j. één bedrijfswoning per hoofdfunctievlak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; k. aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; l. groen- en nutsvoorzieningen; m. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; n.
een expositieruimte annex maatschappelijke voorzieningen, alleen in de vorm van educatieve en levensbeschouwelijke voorzieningen, annex verkoop eigen producten afkomstig van het nabijgelegen agrarische bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd'; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Algemeen Op de in lid 16.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Recreatie' worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouwen uitgesloten', geen gebouwen zijn toegestaan. 16.2.2 Bedrijfsgebouwen (geen recreatiewoningen of stacaravans) Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de navolgende regels: a. realisatie is alleen toegestaan binnen het bouwperceel; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10 %; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte; d. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de oppervlakte van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast' niet meer worden dan bestaand. 16.2.3 Recreatiewoningen, stacaravans inclusief bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van recreatiewoningen of stacaravans gelden de navolgende regels: a. realisatie is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' 'of 'verblijfsrecreatie' en gelden de in de tabel aangegeven maximum aantallen recreatiewoningen 78 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
of stacaravans: adres
maximum aantal recreatiewoningen
maximum aantal stacaravans
Loordijk 9 Doetinchem
5
15
Ooijmanlaan 24 Doetinchem
0
5
Stadsheidelaan 3 Doetinchem
0
0
Rekhemseweg 144-146 Doetinchem
10
200
b. bij een stacaravan mag: 1. de oppervlakte, inclusief bijbehorende bouwwerken, niet meer dan 50 m2 bedragen; 2. de hoogte, inclusief bijbehorende bouwwerken, niet meer dan 3,5 m bedragen; 3. de breedte niet meer dan 4 m bedragen; c. bij een recreatiewoning mag: 1. de oppervlakte, inclusief bijbehorende bouwwerken, niet meer dan 75 m2 bedragen; 2. de inhoud niet meer dan 300 m3 bedragen; 3. de goothoogte, inclusief bijbehorende bouwwerken, niet meer dan 3 m bedragen; 4. de bouwhoogte, inclusief bijbehorende bouwwerken, niet meer dan 6 m bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder a, b en c is ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' één recreatiewoning toegelaten met bijbehorende bouwwerken, waarbij voor de bebouwing de maximale inhoud, oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte als bestaand geldt, vermeerderd met 10 %. 16.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de navolgende regels: a. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; b. de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; c. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. 16.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'. 16.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a.
per hoofdfunctievak mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwperceel maximaal 2,5 m bedragen; 2. reclamemasten maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal één reclamemast per bedrijf is toegelaten; 3. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen. 16.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 16.1, op gronden met de hoofdfunctie 'Recreatie' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; 79 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; e. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. 16.4
Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.3 en 46.2.4 zijn van toepassing. 16.5
Specifieke gebruiksregels
16.5.1 Algemeen Per bouwperceel is maximaal één recreatiebedrijf toegestaan. 16.5.2 Groepsaccommodaties Ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' zijn in afwijking van het bepaalde in 16.1 onder d ook groepsaccommodaties toegestaan. 16.5.3 Groepskamperen Ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' valt, in afwijking van het bepaalde in 16.1 onder c, hieronder ook het gebruik van het terrein voor groepskamperen. 16.5.4 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'. 16.5.5 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 16.6
Afwijken van de gebruiksregels
Naast de hieronder opgenomen afwijkingsmogelijkheid, zijn ook de afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing, voor zover van toepassing voor de hoofdfunctie 'Recreatie'. 16.6.1 Zelfstandige horeca als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 16.1 onder h zelfstandige horeca-activiteiten als nevenactiviteit bij de hoofdfunctie toestaan, onder de voorwaarden dat: a. de activiteit voldoet aan de uitgangspunten van de nota 'Notitie (Para)commercie in de horeca Doetinchem', versie 18-06-2013 (Bijlage 12 Notitie (Para-)commercie in de horeca Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; 80 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is. 16.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
16.7.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 16.7.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 16.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die: 1. al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening; 2. het normale onderhoud betreffen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag; b. gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan; c. bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken). 16.7.3 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in 16.7.1 wordt slechts verleend als: a. de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast; b. op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd; c.
als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 16.7.1 wordt, als sprake is van de aanduiding 'cultuurhistorie', slechts verleend als ook: d. de karakteristieke aard en het beeldbepalende aanzicht van het hoofdgebouw of bijgebouw in relatie tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft; e. het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken; en waarbij door sloop daarvan de karakteristieke hoofdvorm en het beeldbepalend aanzicht van het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft.
81 beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' vastgesteld
Artikel17 17.1
Sport
Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvoorzieningen, met dien verstande dat: 1. gebruiksgerichte paardenhouderijen alleen ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' zijn toegestaan; 2. pitch en putt-terreinen alleen ter plaatse van de aanduiding 'pitch & putt' zijn toegestaan; 3. golfbanen en sporten met gemotoriseerde voertuigen niet zijn toegestaan; b. dagrecreatie, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde hoofdfunctie; c. horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde hoofdfunctie; d. detailhandel, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde hoofdfunctie; e. bedrijfswoning(en), tenzij uitdrukkelijk uitgesloten; f. aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning; g. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen. 17.2