CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 GR Laborijn

beeldvormende raad 2 juli 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Financiële stukken Laborijn24.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

270 993 235 360 143 1.912

383 821 230 345 147 1.959

231 822 236 350 151 1.998

237 863 242 355 154 2.043

243 863 248 311 156 2.080

Beschut w erk dienstverbanden Loon- en personeelskosten Begeleiding

1.660 277

2.238 273

2.779 285

2.924 297

3.104 313

DGI dienstverbanden Loon- en personeelskosten Begeleiding

503 53

796 67

1.006 76

1.006 79

1.006 82

CAO ad Slag Montferland Loon- en personeelskosten

170

300

456

612

769

Directe salariskosten

1.463

1.475

1.555

1.675

1.810

Totaal lasten

8.038

9.034

9.947

10.487

10.985

Saldo baten en lasten

-240

-247

-378

-363

-262

240

247

378

363

262

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

20

Het programma Mensontwikkeling kent vanaf 2026 een nieuwe indeling met als doel de leesbaarheid te vergroten. Het programma kent een viertal onderdelen die zijn opgenomen onder de baten en lasten. De 4 onderdelen zijn: 1. Re-integratiemiddelen Onder deze post worden de ‘klassieke’ re-integratiemiddelen verantwoord. 2. Beschut werk dienstverbanden Onder deze post worden de middelen voor de begeleiding van beschut werk verantwoord die door het Rijk via de Integratie uitkering participatie beschikbaar worden gesteld aan gemeenten. Deze begeleidingsmiddelen zijn in 2027 circa € 15.500 per 31-urig dienstverband beschut werk. Dit is enkele jaren hoger ter compensatie van de gewijzigde loonwaardesystematiek. Vanaf 2028 neemt dit bedrag af tot circa € 12.600. Daarnaast ontvangt Laborijn loonkostensubsidie uit het BUIG budget voor het betalen van een deel van de loonkosten van deze medewerkers. Tot slot realiseren deze medewerkers omzet. 3. DGI dienstverbanden Onder deze post worden de middelen voor de realisatie van dienstverbanden voor inwoners met een doelgroepindicatie verantwoord. Deze middelen worden door het Rijk “Rijksbijdrage sociale infrastructuur” genoemd (voorheen “infrastructurele opslag”). Bij de meicirculaire 2026 wordt dit definitief bekend en dan zal ook de hoogte van de middelen bekend gemaakt worden.

Vooralsnog zijn de middelen opgenomen op basis van een eigen berekening. Daarnaast ontvangt Laborijn loonkostensubsidie uit het BUIG budget voor het betalen van een deel van de loonkosten van deze medewerkers. Tot slot realiseren deze medewerkers omzet. 4. Cao Aan de Slag Montferland Laborijn voert sinds 2025 een dienstverleningsovereenkomst uit voor de gemeente Montferland voor inwoners die vallen onder de Cao Aan de Slag (beschut werk en DGI). Laborijn neemt deze medewerkers in dienst en ontvangt langdurige loonkostensubsidie uit de BUIG van gemeente Montferland. Ook realiseren deze medewerkers omzet. Na aftrek van de betaalde loon- en personeelskosten resteert een tekort. Dit tekort wordt bij de gemeente Montferland in rekening gebracht. Aan de kant van de lasten worden de re-integratie uitgaven in lijn met de voorgaande jaren wederom verdeeld over dezelfde 6 thema’s. De thema’s zijn nog steeds passend, in lijn met de kadernota 2027-2030 en de voorziene beweging van de P-wet in balans. De ontwikkeling van deze 6 deelbudgetten in de bovenstaande tabel kan de indruk wekken dat hier nauwelijks iets veranderd. Echter, achter deze thema’s en bedragen gaat een dynamische wereld schuil, zoals verandering van de ondersteuningsbehoeften van inwoners en een veranderende arbeidsmarkt, waar we op anticiperen en waardoor we wel degelijk andere accenten in onze dienstverlening leggen.

Denk aan de toenemende vraag naar de uitvoering van Labowijzer-trajecten als gevolg van de toegenomen complexiteit van de brede en veranderde doelgroep, de toegenomen vraag vanuit de doelgroep jongeren waar veel dynamiek en ggz-problematiek aan de orde is, en het relatief grote aandeel inwoners met een migratieachtergrond. Ook zien wij in ons klantenbestand, als gevolg van het stopzetten van de instroom in de Wsw, relatief steeds meer inwoners met een participatiewet-uitkering en een doelgroepindicatie die een springplank nodig hebben om de stap naar de reguliere arbeidsmarkt te kunnen maken. Tenslotte verwachten wij dat we de komende jaren steeds dichter naar onze taakstelling Beschut werk toegroeien.

3.4

Beleidsindicatoren

Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Sociaal domein

Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners* 21

Gemeente Aalten: 222 Gemeente Doetinchem: 282 Heel Nederland: 203 Bron: waarstaatjegemeente.nl, peildatum 2024. *Deze indicator toont het aantal inwoners dat gebruik maakt van een re-integratievoorziening op basis van de Participatiewet. Een re-integratievoorziening is een voorzienig die door een gemeente wordt ingezet, nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een cliënt een belemmering heeft die directe arbeidsinschakeling bemoeilijkt (er is een afstand tot de arbeidsmarkt). De voorziening is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt van een cliënt te verkleinen, waarbij het doel op de lange termijn altijd arbeidsinschakeling is. Het is niet relevant of een voorziening door de gemeente zelf wordt uitgevoerd of dat deze door de gemeente wordt ingekocht. Er zijn diverse typen re-integratievoorzieningen: tijdelijke loonkostensubsidie, WIW/ID-baan, participatieplaats, loonkostensubsidie, (Participatiewet), beschut werk, begeleiding op werkkring/jobcoach, vervoersvoorziening (woon-werk), andere voorziening voor arbeidsbeperking en overige voorzieningen.

22

4. Programma Inburgering 4.1

Doelstelling

Binnen het programma Inburgering biedt Laborijn inwoners die vallen onder de Wet inburgering 2021 een integraal en passend inburgeringsaanbod. Het doel is om inwoners zo snel mogelijk toe te leiden naar zelfredzaamheid, participatie en waar mogelijk naar werk. Laborijn werkt vanuit een aanpak waarin taalonderwijs en participatie vanaf de start integraal met elkaar zijn verbonden. Door taalontwikkeling en participatie in samenhang aan te bieden, wordt gewerkt aan een duurzame basis voor maatschappelijke deelname. Deze integrale aanpak draagt bij aan een effectiever verloop van het inburgeringstraject en biedt meer ruimte om maatwerk te leveren, passend bij de achtergrond, ontwikkelmogelijkheden en het perspectief van de inwoner. In 2026 werkt Laborijn aan de ontwikkeling van een eigen taalcentrum, dat naar verwachting in 2027 van start gaat. Met de realisatie van het taalcentrum wordt de visie op integrale inburgering verder versterkt en krijgt het uitgangspunt ‘de inwoner centraal’ nog nadrukkelijker vorm. Het taalcentrum maakt het mogelijk om taal, participatie en begeleiding nog beter op elkaar af te stemmen en in samenhang aan te bieden. Hiermee wordt beoogd dat inwoners sneller taal ontwikkelen, eerder stappen zetten richting participatie en werk en sneller groeien in zelfredzaamheid.

Voor de participatie- en werkgerichte onderdelen werkt Laborijn met een modulair aanbod, opgebouwd van laagdrempelige sociaal activerende activiteiten naar modules gericht op oriëntatie, werknemersvaardigheden, arbeidsmarkttoeleiding en werk. Bij de uitvoering van deze modules werkt Laborijn samen met lokaal sterk verankerde samenwerkingspartners. Deze samenwerking draagt bij aan een aanbod dat goed aansluit op de lokale praktijk, de leefwereld van inwoners en de mogelijkheden binnen de eigen woongemeente. Daarnaast zet Laborijn cultuurvertalers in gedurende het inburgeringstraject. Deze medewerkers beschikken over ervaringsdeskundigheid en brede taal- en cultuurkennis. Hun inzet ondersteunt de begrijpelijkheid van informatie, versterkt het vertrouwen van inwoners en bevordert de toegankelijkheid en effectiviteit van de begeleiding. In de begroting 2027 van Laborijn is rekening gehouden met de ambitie zoals weergegeven in de Kadernota 2027 – 2030. Voor het programma Inburgering zijn de volgende doelstellingen bepaald: • • • • • •

de brede intake en het vaststellen van het Plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt binnen de wettelijke termijn uitgevoerd gedurende het inburgeringstraject is er persoonlijk contact met de inwoners en wordt er aangesloten bij de culturele achtergrond van de inwoner om culturele verschillen waar nodig te overbruggen iedere inburgeraar heeft voor de inburgering een vast contactpersoon gedurende haar inburgeringstraject iedere statushouder volgt, in beginsel, een duaal traject (taal, participatie en of werktraject), waarbij het hoogst haalbare voor zowel de leerroute als het participatietraject het uitgangspunt is het participatietraject bestaat uit een modulair opgebouwd programma waarin modules achtereenvolgens kunnen worden doorlopen, maar ook afzonderlijk kunnen worden gevolgd om per inwoner maatwerk te leveren verplichte onderdelen van de inburgering, zoals het participatieverklaringstraject (PVT) en de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), worden geïntegreerd in het modulaire programma en worden aangeboden zodra de inwoner er klaar voor is 23

• • • • • • • • • • • • •

4.2

iedere asielstatushouder krijgt gedurende een periode van zes maanden maatschappelijke begeleiding inburgeringsplichtige asielstatushouders hebben aan het eind van het inburgeringstraject het voor hen hoogst haalbare taalniveau behaald iedere asielstatushouder met een participatiewet-uitkering krijgt financiële ontzorging waarbij de invulling op individueel niveau wordt vormgegeven inburgeringsplichtige asielstatushouders zijn aan het eind van het inburgeringstraject zoveel mogelijk financieel (zelf)redzaam er is structureel (en laagdrempelig) contact met de inwoner en we volgen de wettelijke normen ten aanzien van de voortgangsgesprekken per jaar per inwoner zodra inwoners de gewenste ontwikkeling hebben doorgemaakt in de specifieke dienstverlening van inburgering wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij het programma van mensontwikkeling inwoners uit de doelgroep inburgeraars met een participatiewet-uitkering gaan, waar mogelijk, al tijdens de inburgeringsperiode aan het werk Inwoners uit de doelgroep inburgeraars nemen na afronding van hun inburgeringsperiode zoveel mogelijk deel aan de lokale samenleving; voor inburgeringsplichtige jongeren is er een passend traject binnen de mogelijkheden van de wet rekening houdend met hun leeftijd en toekomstvisie de inzet is om jongeren vanuit Inburgering zo veel mogelijk te laten doorstromen naar regulier Nederlands onderwijs

gezinsmigranten ontvangen dienstverlening conform de wet gezinsmigranten worden goed geïnformeerd en geadviseerd op basis van de brede intake en het PIP inburgering wordt uitgevoerd binnen de wettelijke inburgertermijn

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in paragraaf 4.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: • • • • • • • • •

de brede intake wordt gepland op het moment dat de inwoner woonachtig is in de gemeente en/of als zij door Laborijn toegelaten zijn voor deelname aan de vroege start inburgering vanuit het COA in Winterswijk, Arnhem of Zutphen gemotiveerde en kansrijke inburgeraars kunnen voor daadwerkelijke huisvesting vanuit de AZC’s Zutphen, Arnhem en Winterswijk vroegtijdig starten met inburgeren de culturele verschillen worden overbrugd middels de inzet van cultuurvertalers die de moedertaal van de inwoners spreken en over ervaringsdeskundigheid beschikken door het modulaire traject/programma kunnen inwoners parallel aan de leerroute een volledig participatietraject op maat worden geboden de verplichte onderdelen van de inburgering zijn geïntegreerd in het modulaire programma en kunnen desgewenst worden aangeboden indien uit de voortgangsgesprekken blijkt dat de inwoner klaar is om deze informatie te ontvangen Laborijn heeft een samenwerking met Figulus Welzijn (Aalten) en Vluchtelingenwerk (Doetinchem) voor de maatschappelijke begeleiding Laborijn heeft een samenwerking met BvFO voor de financiële ontzorging en volgt ten aanzien van dit onderwerp de landelijke ontwikkelingen nauwgezet door een integrale samenwerking en goede aansluiting kunnen inwoners na of tijdens de specifieke dienstverlening van inburgering gebruik maken van het programma mensontwikkeling Laborijn werkt intensief

samen met aanbieders van zowel inburgeronderwijs als regulier onderwijs. Daarbij wordt optimaal ingezet op het laten doorstromen van jongeren naar regulier Nederlands onderwijs en het bieden van extra modules (zoals alfabetisering) voor inwoners die dat nodig hebben. Ook wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe innovatieve programma's waarin regulier onderwijs en inburgering worden gecombineerd

24

•

Binnen de participatie modules werkt Laborijn intensief samen met partners die lokaal goed belegd zijn. Op die manier wordt het meedoen in de eigen gemeente al tijdens het inburgertraject, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd voor de inburgeraar de voorgang van de inburgering wordt gemonitord middels data-analyse en daarmee wordt de wettelijke termijn maximaal geborgd

•

Wij verwachten de volgende aantallen inwoners te bedienen onder de Wet inburgering: Verw achte ontw ikkeling aantal inw oners Wet inburgering Stand 1-1 Instroom Uitstroom Stand 31-12

2027

2028 406 105 -125 386

2029 386 110 -95 401

2030 401 116 -100 416

416 122 -105 433

De raming van het aantal klanten voor de Wet inburgering is erg onzeker. Het Rijk publiceert de taakstelling van het aantal asielstatushouders slechts een half jaar vooruit. Er zijn geen landelijke ramingen bekend van het aantal inburgeraars voor de middellange en lange termijn. Wij ramen zelf de te verwachte aantallen op basis van de realisatie ultimo 2025 en onze verwachting voor de toekomst.

4.3

De raming van baten en lasten

Program m a Inburgering

1e gew ijzigde begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Mutatie vooruitontvangen middelen

1.351 163

1.418 180

1.489 160

1.564 105

1.642 126

Bijdrage gemeenten directe salariskosten

1.110

1.074

1.084

1.155

1.231

Totaal baten

2.624

2.672

2.733

2.823

2.999

Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Overige kosten Reservering vooruitontvangen middelen

1.160 215 130 9

1.253 215 130 -

1.304 215 130 -

1.323 215 130 -

1.423 215 130 -

Directe salariskosten

1.110

1.074

1.084

1.155

1.231

Totaal lasten

2.624

2.672

2.733

2.823

2.999

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Saldo baten en lasten Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

De specifieke uitkering inburgering die per jaar wordt ontvangen, wordt gedeeltelijk pas uitgegeven in de jaren erna. Het overschot van een jaar zal gereserveerd worden op de balans als vooruit ontvangen middelen inburgering. Doordat we nog weinig ervaring hebben met deze nieuwe wet, is het verloop van de geldstromen nog lastig in te schatten. Een specificatie per gemeente is terug te vinden in bijlage 3 van deze begroting.

25

5. Programma Wsw 5.1

Doelstelling

Voor onze Wsw-medewerkers bieden wij de juiste werkplek en passen we het werk aan de mogelijkheden van het individu aan. Dit doen we intern, en bij voorkeur - indien mogelijk - bij externe werkgevers. Wij geloven in werk en geloven in de mogelijkheden van mensen. Het programma Wsw heeft als doel het vormgeven van goed werkgeverschap, het bieden van ontwikkeling en begeleiding, het realiseren van duurzame detacheringen en het bieden van begeleiding op de werkplekken voor onze Wsw-medewerkers op de arbeidsmarkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de talenten, capaciteiten, competenties en vaardigheden van onze Wsw-medewerkers. We zien onze Wsw-populatie in de komende jaren sterk krimpen met als verwachting een afname van circa 7-8% per jaar tot eind 2030. Deze krimp is niet één op één door te vertalen naar onze Werkleercentra (WLC’s). Door een combinatie van een ouder wordende Wswdoelgroep en een kleine krimp in het regionale werkaanbod zien we dat een grotere groep Wsw-collega’s niet meer terecht kan bij een externe werkgever (via detachering). Zij doen noodgedwongen een beroep op het werk in onze WLC’s. Voor deze Wsw-doelgroep blijven we een ontwikkelomgeving en/of een duurzaam beschutte werkplek bieden, waarbij het werken centraal staat.

Voor een deel van de Wsw-medewerkers en instroom van inwoners vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering is het van belang (een deel van) de huidige werkomgeving van de WLC’s in stand te houden. Dit houdt in dat er ruimte blijft voor prikkelarme en solistische werkplekken. En er blijft laagdrempelig, eenvoudig werk aangeboden worden, zoals in- en ompak werkzaamheden. Tegelijkertijd is de huidige inrichting en werkwijze van onze WLC’s en het huidige aanbod van werk in transitie. Het groeiende aantal inwoners vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering dat gebruik maakt van de WLC’s, vraagt om een andere inrichting van de Werkleercentra. Het vraagt om meer diversiteit en kortcyclischer werk, om sneller (kleine) ontwikkelstappen mogelijk te maken. De werk-leerlijnen en het arbeid diagnostisch centrum (Labowijzer) zijn door Laborijn ontwikkeld om in te zetten voor de brede doelgroep. Hiermee zijn er ook nieuwe ontwikkelkansen voor onze Wsw-collega's. In de begroting 2027 van Laborijn is rekening gehouden met de ambitie zoals weergegeven in de Kadernota 2027 - 2030. Het programma Wsw richt zich op de volgende doelstellingen: • • • •

het doorontwikkelen, begeleiden, coachen, behouden en verduurzamen van de arbeidsplaatsen van de gedetacheerde Wsw-medewerkers en de Wsw-medewerkers in Begeleid werken het aantal Wsw-medewerkers dat extern werkzaam is rond 75% te houden het ondersteunen bij de bemiddeling, coaching en plaatsing van de Wsw-medewerkers intern beschut middels of detachering bij externe werkgevers het monitoren van en begeleiden bij het verzuim van onze Wsw-collega's waarbij een verzuimpercentage van maximaal 12% wordt nagestreefd

26

5.2

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in paragraaf 5.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: Wsw extern werkzaam • •

Het percentage Wsw-gedetacheerden is in 2025 geëindigd op 74%. Wij streven ernaar om dit percentage rond 75% te houden voor de periode 2026 – 2030. Dit doen wij in samenwerking met het Regionaal werkcentrum en onze partners Onze jobcoaches zijn gecertificeerd en volgen jaarlijks de nodige cursussen om hun certificering te behouden. Hiermee zijn de jobcoaches in staat om optimale begeleiding te bieden aan de gedetacheerde Wsw-medewerkers en ook aan de medewerkers die extern werken middels Begeleid werken

Wsw intern beschut werk •

•

• • •

Binnen de Werkleercentra werken mensen met een Wsw-indicatie in een beschutte werkomgeving. Zij hebben een dienstverband bij Laborijn. De ambitie is om deze medewerkers zoveel als mogelijk door te laten stromen naar individuele en groepsdetacheringen Onze interne Wsw-medewerkers voorzien we van passend werk. Op grond van het Individueel Ontwikkelingsplan werken we met iedere medewerker planmatig, met kort cyclische doelstellingen aan de eigen ontwikkeling. Hiervoor bieden we naast persoonlijke begeleiding ook gerichte trainingen en workshops aan. Daarbij kijken we vooral ook naar het vergroten van fysieke belastbaarheid door beweging en coaching op leefstijl Bij de acquisitie van werkzaamheden zoeken we waar mogelijk naar specifieke werksoorten die ontwikkelbehoeften ondersteunen. Waarin het doel is deze medewerkers een passende detacheringsplaats te bieden Het Individueel Ontwikkelingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld, om ook doorlopend aan de ontwikkeldoelen van het individu te werken. Dit kunnen overigens ook ontwikkeldoelen zijn om de situatie stabiel te houden Op het ziekteverzuim wordt gestuurd middels het volgen van de wet poortwachter. Daarnaast wordt er gewerkt volgens de methodiek van een gecertificeerde arbodienst. Persoonlijk contact met de direct leidinggevende staat hierin centraal

27

5.3

De raming van baten en lasten

In de tabel op de volgende pagina zijn de totale baten en lasten van het programma Wsw samengevat. 1e gew ijzigde begroting 2026

Program m a Wsw Baten Omzet groepsdetacheringen Omzet individuele detacheringen Omzet intern w erk Bijdrage vervoerskosten inleners Verrekening kostendeel OIJ

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

2.621 1.639 439 163 294 5.156

2.620 1.588 418 161 283 5.069

2.615 1.577 397 160 268 5.016

2.578 1.593 372 159 253 4.956

2.490 1.610 347 157 239 4.843

Rijksbudget Bijdrage gemeenten directe salariskosten

18.869 2.346

18.089 2.264

17.225 2.180

16.274 2.132

15.344 2.090

Totaal baten

26.372

25.422

24.421

23.361

22.277

Lasten Loonkosten Wsw Vervoerskosten Wsw Overige kosten Wsw Kosten begeleid w erken Directe productiekosten Omzet deel af te dragen aan OIJ Toevoeging voorziening RVU

16.105 574 467 767 25 1.055 791

15.439 546 444 695 24 1.061 806

15.080 518 422 659 23 1.053 806

14.806 486 395 618 21 1.047 806

14.248 454 369 577 20 1.047 806

Directe salariskosten

2.346

2.264

2.180

2.132

2.090

Totaal lasten

22.130

21.280

20.741

20.311

19.612

Saldo baten en lasten

4.242

4.142

3.680

3.050

2.666

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking

-

-

-

-

-

-180 -

-

-

-

-

Resultaat

4.242

4.142

3.680

3.050

2.666

Aantallen Wsw (inclusief Begeleid werken) Aantal m edew erkers per gem eente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

01-01-25 188 256 134 578

Aantal fte per gem eente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

01-01-25 166 209 113 488

Aantal se per gem eente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

01-01-25 170 215 116 501

31-12-25

31-12-26

31-12-27

31-12-28

31-12-29

31-12-30

172 243 122 537 92,9% 31-12-25 152 198 105 455 93,2% 31-12-25 156 204 107 467

160 232 109 501 93,3% 31-12-26 142 190 95 427 93,8% 31-12-26 145 196 97 438

152 221 105 478 95,4% 31-12-27 134 180 92 406 95,1% 31-12-27 137 186 94 417

144 213 100 457 95,6% 31-12-28 128 173 87 388 95,7% 31-12-28 131 179 89 400

131 202 97 430 90,0% 31-12-29 116 166 84 366 90,2% 31-12-29 119 171 86 377

122 186 93 401 87,7% 31-12-30 108 153 81 342 88,2% 31-12-30 111 158 83 353

Dit betreft de afname van het aantal Wsw-medewerkers op basis van pensionering.

28

6. Programma Algemene overhead In de BBV wordt overhead als volgt gedefinieerd: ‘Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren o.a. de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies, ICT-kosten van alle ondersteunende systemen, alle ambtelijke huisvestingskosten, alle uitbestedingskosten bedrijfsvoering en alle niet direct toe te rekenen kosten aan de verschillende programma’s’.

6.1

Doelstelling

Onze professionals werken dagelijks aan het realiseren van de afgesproken doelen en resultaten van Laborijn. De algemene doelstelling van het programma Algemene overhead is het dusdanig faciliteren en ondersteunen van de teams waardoor de professionals zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor hun werk en de doelen en resultaten die ze moeten bereiken. In het programma Algemene overhead kennen we de volgende doelstellingen per vakgebied: •

•

•

•

•

•

•

•

organisatie: we zijn een lerende organisatie met een zeer gastvrije omgeving waarin een positieve klantbeleving en -bejegening centraal staat met als resultaat tevreden inwoners. Daarnaast zijn wij een betrouwbare en solide samenwerkingspartner voor andere organisaties en werkgevers. We herijken de strategische koers samen met de gemeenten, om Laborijn als toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf te (blijven) positioneren werkgeverschap: we zijn een werkgever die investeert in mensen en waarin professionals ruimte krijgen voor het benutten en verder ontwikkelen van ‘het eigen potentieel’. Zij krijgen daarbij de sturing en leiderschap die voor hen nodig is personeel: bij ons werken tevreden medewerkers die met plezier en trots voor Laborijn werken als belangrijke ambassadeurs van de organisatie. Dit resulteert in een grote mate van (duurzame) inzetbaarheid en een acceptabel (ziekte)verzuim. We faciliteren onze professionals optimaal in opleiding en ontwikkeling om de (nieuwe) doelgroepen zo goed mogelijk te kunnen bedienen communicatie: we uiten ons op een positieve manier, strevend naar vertrouwen en een positief imago als dienstverleningsorganisatie, samenwerkingspartner en (potentiële) werkgever in onze regio en daarbuiten facilitair en inkoop: we voldoen aan wet- en regelgeving t.a.v. inkopen en aanbestedingen en zorgen als regievoerder voor duurzame leveranciersrelaties.

We nemen duurzaamheid als criterium mee bij onze facilitaire werkzaamheden en inkopen huisvesting: we voldoen aan de Arbo- en milieueisen en faciliteren onze dienstverlening met adequate huisvesting, binnen de beperkende mogelijkheden die er nu zijn. We richten ons (vooruitlopend op de nieuwbouw alvast) op een nog toegankelijkere, gastvrijere ontvangst van onze klanten informatie/data: we zorgen dat medewerkers beschikken over de benodigde middelen en voorzien zijn of worden in hun informatiebehoefte. De informatie is up-to-date, beschikbaar, beveiligd en uitsluitend toegankelijk voor de daarvoor bevoegde personen kwaliteit: we hebben een integraal kwaliteitsbewustzijn. Onze inwoners mogen kwaliteit van onze dienstverlening verwachten. We streven naar een continue verbetering van onze klanten werkprocessen waarbij de positieve klantbeleving en -bejegening centraal staat 29

•

•

•

•

6.2 •

•

•

•

•

•

advies en (juridisch) beleid: we voldoen aan wet- en regelgeving (o.a. aan de Wet open overheid) en geven advies over en doen (verbeter)voorstellen voor het toepassen van regelgeving en procedures. Alle vragen van de gemeenteraden en het bestuur worden tijdig beantwoord. Ten aanzien van de Wet open overheid voldoen wij reeds aan de wettelijke vereisten. De komende jaren willen wij het ambitieniveau omhoog schroeven en willen wij ook stukken openbaar maken die (nog) niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Daarnaast willen wij de gevraagde informatie in het kader van de passieve informatieplicht sneller kunnen leveren. financiën: we voeren een tijdige, juiste en volledige administratie. Budgethouders houden de financiële gang van zaken nauwlettend in de gaten en sturen bij waar noodzakelijk of gewenst planning en control: de planning & control cyclus (P&C) bestaat uit de kadernota, begroting, kwartaalrapportages en jaarstukken. We zorgen ervoor dat deze P&C-documenten tijdig beschikbaar zijn en kwalitatief voldoen aan de gestelde eisen rechtmatigheidsverantwoording: de onrechtmatigheden zijn kleiner dan 2% van de lasten van de begroting. We nemen een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening

Hoe de doelstelling te bereiken? organisatie: wij vragen door middel van onze continue klanttevredenheidsmeting voortdurend naar de mate waarin onze inwoners tevreden zijn over onze dienstverlening. Daarbij komt de hele klantreis aan bod. Ook door het actief verwijzen naar onze klachten- en bezwaarprocedure zoeken wij de dialoog met onze inwoners op, zodat wij daarvan leren en onze dienstverlening verder kunnen optimaliseren. In samenwerking met partners ontwikkelen we pilots om nog meer resultaten te kunnen halen in het sociaal domein werkgeverschap: we werken in een platte organisatie integraal samen. Daarmee geven we onze professionals ruimte en bieden intern doorgroeimogelijkheden en ontwikkelkansen. We faciliteren onze professionals met zowel een structureel opleidings- en ontwikkelingsaanbod als incidenteel maatwerk waarmee zij de benodigde professionele en persoonlijke ontwikkeling, bijscholing en certificering kunnen behalen en blijven behouden. Voor de Wsw-medewerkers ligt de focus op het sturen op en uitvoeren van de actuele Individueel Ontwikkelingsplannen (IOP's) (zie programma Wsw) personeel: door middel van een objectief en onafhankelijk onderzoek vragen wij eens per twee jaar, naar de medewerkerstevredenheid en –betrokkenheid van zowel onze Wswmedewerkers als ambtelijke collega's. Wij leren van deze dialoog en kunnen onszelf als werkgever verder verbeteren.

Om te kunnen blijven beschikken over de benodigde personele kwaliteiten geven we handen en voeten aan onze strategische personeelsplanning en blijven we investeren in ons personeel communicatie: we realiseren de communicatiedoelen en -resultaten uit ons meerjarig communicatiebeleidsplan door uitvoering te geven aan het bijbehorend implementatieplan. We sluiten aan op actuele communicatievormen facilitair en inkoop: we geven uitvoering aan ons inkoop- en aanbestedingsbeleid en dragen zorg voor de volledigheid en tijdige opvolging van (aflopende) contracten. Duurzaamheid wordt als factor meegenomen bij inkoopafwegingen. We hanteren een functioneel oogpunt met betrekking tot de huidige faciliteiten, gezien de toekomstige nieuwbouwplannen huisvesting: we geven uitvoering aan het ontwerp, de bouw en het onderhoud van onze toekomstige nieuwbouw in de gemeente Doetinchem en onderhouden onze huidige bestaande 30

•

•

•

•

• •

locaties. In onze huidige huisvesting sorteren we voor op onze toekomstige huisvesting. De beweging naar meer transparantie, gastvrijheid en een integrale klantbenadering wordt in gang gezet informatie/data: we geven vorm aan de toenemende mate en vereisten in het kader van digitalisering. We werken continu aan onze informatieveiligheid. Verantwoordings- en/of stuurinformatie wordt vanuit ons eigen datawarehouse en met behulp van Tableau beschikbaar gesteld en verder ontwikkeld. De PDCA-cyclus en input van de lijnverantwoordelijke managers, budgethouders en uitvoeringsdeskundigen vormen de basis van het sturingsdashboard. De focus zal liggen op de datavalidatie, definities en visuele vormgeving. In het kader van de Archiefwet wordt de overstap gemaakt naar een DMS, waarin archivering volgens de wettelijke termijnen nog beter geborgd is kwaliteit: we leggen processen vast in onze applicatie, zodat alle betrokkenen in de organisatie over de juiste informatie beschikken bij de uitvoering van hun werkzaamheden. De proceseigenaren halen actief informatie op over mogelijke procesverbeteringen. Aan de hand van oplossingsrichtingen en verbetervoorstellen worden aanpassingen doorgevoerd in de systemen. We dragen zorg voor aanpassing of aanvullende (werk)instructies, (her)controles en waar nodig in de stuurinformatie.

Periodiek voeren we kwaliteitscontroles uit en nieuwe medewerkers toetsen we tot het moment dat de kwaliteit voldoet aan de standaarden. De kwaliteitscontrole en coaching beperkt zich niet alleen tot het rechtmatige aspect van de functie, maar richt zich ook op de doelmatigheid van het werk continu verbeteren: door de wereld van data en de wereld van continu verbeteren (PDCA) met elkaar te vervlechten, ontstaat er een kansrijke, intelligente organisatie die sneller, beter en klantvriendelijker kan handelen. Door ook data gedreven te werken, worden optimalisaties sneller herkend wat ten goede komt aan de dienstverlening advies en (juridisch) beleid: we volgen de ontwikkelingen nauwgezet en handelen proactief in het opzetten van de best passende uitvoering. Grote, impactvolle implementatievraagstukken pakken we projectmatig op. Denk daarbij aan de Wet openbaarheid overheid (Woo), de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) en de aankomende Wet Aanpak Meervoudige problematiek Sociaal domein (Wams). In het kader van de actieve informatieplicht op grond Wet open overheid gaan wij de agenda en vergaderstukken van het dagelijks bestuur openbaar maken, tenzij absolute en/of relatieve uitzonderingsgronden zich daartegen verzetten. In die situatie kan het desbetreffende document onder vermelding van de reden uit de vergaderstukken worden weggelaten.

Hiermee willen wij invulling geven aan het begrip ‘open bestuurscultuur’. Daarnaast zijn wij gestart met de digitalisering van het archief, waardoor wij op termijn de opgevraagde informatie in het kader de passieve informatieplicht sneller op onderwerp kunnen vinden financiën: budgettering in de financiële systemen wordt geoptimaliseerd middels verdere benutting van de functionaliteiten van de applicaties en met behulp van dashboards planning en control: wij werken volgens een intern controleplan waarmee procesgerichte en gegevensgerichte controles worden uitgevoerd om risico's te duiden en aan de gestelde eisen van de rechtmatigheidsverantwoording te voldoen. Periodiek worden controles uitgevoerd en bevindingen worden met proceseigenaren besproken zodat deze tot verbeteringen leiden. Het bestuur wordt periodiek op de hoogte gebracht van de uitvoering van het interne controleplan en relevante bevindingen

31

6.3

De raming van baten en lasten

Onderstaande tabel geeft de verwachte omvang van het financiële kader weer waarbinnen de activiteiten uitgevoerd moeten worden. 1e gew ijzigde begroting 2026

Program m a Algem ene Overhead

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Baten Rentebaten Inkomsten uit diensten aan derden Inkomsten uit DVO Oude IJsselstreek Wsw Inkomsten uit DVO Bronckhorst Wsw Inkomsten uit DVO Oude IJsselstreek WI Opbrengst taalcentrum Opbrengst restaurant Opbrengsten huur/ gebruiksvergoedingen Bijdrage gemeenten impulsbudget infrastructuur Bijdrage gemeenten algemene overhead Incidentele baten Totaal baten

175 1.131 1.045 194 530 118 42 243 4.036 185 7.698

25 1.063 1.037 189 703 2.733 121 6 243 4.767 3.407 14.294

25 1.094 997 187 711 2.888 124 6 243 6.050 12.325

25 1.127 968 186 762 2.939 127 6 243 6.587 12.970

25 1.162 945 187 816 3.216 130 7 243 6.978 13.709

Lasten Loonkosten Overige personeelskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Automatiseringskosten Algemene kosten Rentelasten Impuls infrastructuur Taalcentrum Incidentele lasten Totaal lasten

6.629 845 1.610 575 1.755 407 153 557 1.341 13.871

6.491 855 1.384 625 1.758 416 325 473 2.608 841 15.777

6.662 785 1.443 633 1.804 406 317 243 2.756 757 15.804

6.831 804 1.468 644 1.849 416 308 243 2.802 774 16.139

7.006 837 1.496 652 1.895 426 300 243 3.067 792 16.714

Saldo baten en lasten

-6.174

-1.483

-3.478

-3.169

-3.005

-436 2.547

-3.844 1.185

-444 243

-449 568

-461 801

-

-

-

-

-

-4.062

-4.142

-3.680

-3.050

-2.666

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Mutatie algem ene reserve Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Resultaat na bestem m ing

Alle baten en lasten zijn voor begrotingsperiode 2027 tot en met 2030 doorgerekend volgens de prijsontwikkeling zoals opgenomen in de kadernota. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Prijsontwikkeling

Voorlopig 2026

Voorlopig 2027

Voorlopig 2028

Voorlopig 2029

Voorlopig 2030

% aanpassing

2,5%

2,5%

2,7%

2,5%

2,4%

De indexaties zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2025. Mogelijk worden deze later nog bijgesteld. In dat geval zal het verschil tussen de bijgestelde indexatie en deze indexatie via een begrotingswijziging in rekening worden gebracht bij de gemeenten. Hieronder worden de baten en lasten toegelicht. Rentebaten De rentebaten bestaan uit de ontvangen rente van hypothecaire leningen aan het personeel. Vanaf 2023 ontvangen we ook weer rente over het banksaldo. Vanaf 2027 zal dit nagenoeg nihil zijn aangezien de vrije liquide middelen gebruikt worden voor de investering in de nieuwbouw.

32

Diensten aan derden Onder inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten worden de inkomsten verantwoord die wij genereren uit het leveren van diensten aan derden en aan andere gemeenten. Inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten Oude IJsselstreek en Bronckhorst uitvoering Wsw Onder deze post worden de bijdrage voor de uitvoering van de Wsw voor de gemeenten Oude IJsselstreek en Bronckhorst verantwoord. Huuropbrengsten/ gebruiksvergoedingen Onder deze post worden de inkomsten verantwoord die worden verkregen uit de verhuur/gebruik van gedeeltes van het pand aan de Ambachtstraat 3 te Doetinchem, alsmede onderhuur van de locatie in Aalten. Loonkosten De loonkosten van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de programma’s inkomenszekerheid, Mensontwikkeling, Wsw en Inburgering worden als programma gerelateerde lasten verantwoord in het programma waar het betrekking op heeft. De loonkosten voor 2027 tot en met 2030 zijn gebaseerd op de volgende basisformatie: • • • • • •

2025: 157 fte 2026: 164 fte 2027: 158 fte 2028: 157 fte 2029: 157 fte 2030: 158 fte

De loonkosten 2027 tot en met 2030 zijn als volgt verwerkt in de begroting: Loonkosten per program m a Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontw ikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Algemene Overhead Totaal

1e gew ijzigde begroting 2026 1.210 3.705 1.110 2.346 6.629 15.000

Begroting 2027 1.224 3.774 1.074 2.264 6.491 14.826

Begroting 2028 1.249 3.915 1.084 2.180 6.662 15.090

Begroting 2029 1.300 4.093 1.155 2.132 6.831 15.512

Begroting 2030 1.355 4.286 1.231 2.090 7.006 15.968

Overige personeelskosten Onder de overige personeelskosten worden onder andere de kosten verantwoord voor opleidingen/trainingen voor het ambtelijk personeel, de kosten voor de arbodienst, de kosten voor de ondernemingsraad en het medewerkerstevredenheidsonderzoek. Huisvestingskosten Onder de huisvestingskosten worden onder andere de kosten voor het huren van locaties, energie, schoonmaak, beveiliging, verzekeringen en belastingen verantwoord. Vanaf 2027 gaan we uit van de kosten van het nieuwe pand in Doetinchem en de gehuurde locaties in Aalten en Hengelo. Facilitaire kosten Onder de facilitaire kosten verantwoorden wij onder andere de kosten voor de catering, telefonie/printers, contributies en abonnementen, autokosten en de afschrijving op inventaris.

33

ICT-kosten Onder de ICT-kosten worden de kosten verantwoord voor deelname aan het ICT- samenwerkingsverband, de licenties voor applicaties en implementatie/consultancy diensten. Algemene kosten Onder de algemene kosten worden onder andere de (juridische) advieskosten, de accountantskosten, marketing en communicatiekosten verantwoord. Rentelasten Onder de rentelasten worden de lasten verantwoord die gepaard gaan met het aantrekken van de financiering voor de nieuwbouw. Incidentele lasten Onder de incidentele lasten worden lasten opgenomen die geen onderdeel uitmaken van de structurele activiteiten. Voor een specificatie van de incidentele baten en lasten zie paragraaf 13.3.

6.4

Beleidsindicatoren

Volgens het BBV nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op: Beleidsindicatoren Formatie per 1000 inw oners Bezetting per 1000 inw oners Apparaatskosten per inw oner Externe inhuur tov totale loonkosten Overhead tov totale lasten

€

1,22 1,22 120 6,46% 18,78%

153 fte 153 fte € 15.033.161 € 1.000.000 € 15.777.003

124.949 inw oners 124.949 inw oners 124.949 inw oners € 15.487.104 € 83.996.643

7. Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen die van de gemeenten worden ontvangen bedragen in het jaar 2027 € 68.530.000 (zie bijlage 5 voor een specificatie). De overheadkosten 2027 bedragen € 15.777.003. De vennootschapsbelasting bedraagt in 2027 € 0. Laborijn is vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting op basis van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten tweede, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De post onvoorzien bedraagt in 2027 € 0. Laborijn neemt in haar begroting geen post onvoorzien op om de bijdrage van de deelnemende gemeenten niet onnodig op te hogen. Daarnaast heeft Laborijn een eigen weerstandsvermogen om onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen.

34

8. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 8.1

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Bij het weerstandsvermogen is de mate waarin Laborijn in staat is middelen vrij te maken voor substantiële tegenvallers (niet begrote kosten en risico’s op te vangen) van belang, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt om de niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. De hoogte van het weerstandsvermogen is voor het bestuur van belang voor het inzicht in de financiële positie van de Gemeenschappelijke Regeling. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt mede af van de risico’s die de gemeenschappelijke regeling loopt. Deze moeten van jaar tot jaar in beeld worden gebracht.

8.2

Beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s

In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is opgenomen dat de Gemeenschappelijke Regeling dient aan te geven: •

welke risico’s in de Gemeenschappelijke Regeling spelen Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant. Zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt door: o o

• •

8.3

een verzekering: er zijn verzekeringen afgesloten voor risico’s van brand, bedrijfsschade, transport, werkmaterieel en voertuigen, aansprakelijkheid en rechtsbijstand een voorziening: deze risico’s betreffen onzekere verplichtingen, voortkomend uit activiteiten/transacties in het verleden. Deze verplichtingen zijn qua omvang en/of tijdstip waarop ze zich voordoen onzeker, maar zijn redelijkerwijs in te schatten

welke capaciteit (middelen) er beschikbaar is (zijn) bij tegenvallers wat het beleid is ten aanzien van risico’s, de capaciteit en de relatie tussen beide

Risico’s van niet financiële aard

Naast de directe financiële risico’s bestaan er risico’s van niet-financiële aard. Dit is bijvoorbeeld het risico dat er niet conform geldende wetgeving op het gebied van privacy, arbeidsomstandigheden, archivering of milieu wordt gewerkt.

8.4

Inventarisatie van de financiële risico’s

Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant, zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt. Eind 2018 heeft Laborijn de nota weerstandsvermogen opgesteld. Hiertoe is een risicoinventarisatie uitgevoerd. Begin 2026 is de berekening geactualiseerd.

35

8.5

Weerstandscapaciteit en ratio weerstandsvermogen

Met weerstandscapaciteit bedoelen we de beschikbare financiële middelen om onverwachte en substantiële kosten en/of uitgaven te financieren. Binnen Laborijn wordt het weerstandsvermogen gevormd door de post ‘Algemene reserve’. Weerstandscapaciteit in € (x 1.000) Algemene reserve begin 2025 Onttrekking in 2025 Voorstel resultaatbestemming 2025 A. Totaal B. Berekend risico (zie tabel)

2.337 -180 345 2.502 2.428

Ratio weerstandsvermogen (A/B)

1,03

Op basis van de hiervoor beschreven methode is ultimo 2025 herrekend dat het weerstandsvermogen € 2,4 miljoen moet zijn. Per ultimo 2025 is de omvang van de post algemene reserve (na resultaatbestemming 2025) € 2,5 miljoen. Het begrote weerstandsvermogen bedraagt ook € 2,5 miljoen. Ultimo 2025 is het weerstandsvermogen voldoende om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. De ratio weerstandsvermogen is 1,03 en blijft binnen de grenzen die zijn vastgelegd in de nota weerstandsvermogen (minimaal 0,8 tot 1,2).

8.6

Kengetallen

Gelet op artikel 11, tweede lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dienen in de begroting de onderstaande kengetallen te worden opgenomen. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2026 na 1e w ijz. 9,16% 9,16% 38,31% 0,43%

2027 6,45% 6,45% 43,04% 0,31%

2028 6,19% 6,19% 42,95% 1,72%

2029 6,10% 6,10% 42,29% 1,61%

2030 6,13% 6,13% 41,35% 0,52%

36

De Laborijn kengetallen zijn berekend op basis van de geprognotiseerde balans over de jaren 2027 - 2030. Om enige duiding aan de cijfers te geven zijn onderstaand de begrote kengetallen 2027 van Laborijn vergeleken met de kengetallen voor alle Gelderse gemeenten voor het begrotingsjaar 2026. Dit zijn de laatst gepubliceerde gegevens op de site Financieel Toezicht Gemeenten van de provincie Gelderland. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Zowel de netto schuldquote als de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor Laborijn 6,45%. Dit is ruim lager dan de kengetallen voor alle Gelderse gemeenten van 61% (netto schuldquote) respectievelijk 54% (netto schuldquote gecorrigeerd). De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. De solvabiliteitsratio bedraagt voor Laborijn circa 43%. Het kengetal voor alle Gelderse gemeenten is 33%.

Grondexploitatie Dit kengetal is voor Laborijn niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte voor Laborijn bedraagt 0,31%. Het kengetal voor alle Gelderse gemeenten is 1%. Belastingcapaciteit Dit kengetal is voor Laborijn niet van toepassing.

37

9. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Bij Laborijn is enkel het gebouw een kapitaalgoed dat aanwezig is. Er wordt daarom geen toelichting gegeven op de verplichte onderdelen: wegen, riolering, water en groen. Beleidskader gebouwen Laborijn is voornemens een nieuw pand te realiseren welke naar verwachting eind 2026 in gebruik wordt genomen. De nieuwbouw zal plaatsvinden op een deel van de huidige Laborijnkavel aan de Terborgseweg 106 in Doetinchem. Bij de nieuwbouw wordt aangesloten bij de gebiedsvisie ‘Spoorzone’ van de gemeente Doetinchem. Daarnaast heeft Laborijn de wens om de nieuwbouw te realiseren met de eigen kernwaarden als uitgangspunt: betrouwbaar, lef, enthousiast, professioneel en resultaatgericht. Financiële consequenties De nieuwbouw heeft financiële consequenties op zowel de investeringsbegroting (opgenomen in paragraaf 14.6) als op de jaarlijkse exploitatie en rentelasten. Vertaling consequenties in begroting Ten tijde van het opmaken van deze begroting zijn de financiële consequenties nog uiterst onzeker. Zo hangt veel af van de aan te trekken financiering en de jaarlijkse exploitatie vanaf 2027. De verkoop van de restkavel aan de gemeente Doetinchem is inmiddels definitief. De levering is gepland op 1 april 2027. De in deze begroting opgenomen bedragen voor de jaarlijkse exploitatie betreffen slechts aannames.

Met betrekking tot het onderhoud van de nieuwbouw hanteert Laborijn de onderhoudsbenadering. Dit betekent dat Laborijn een voorziening groot onderhoud vormt op basis van een onderhoudsplan. Dit betreft het groot onderhoud dat niet valt onder het nog te sluiten onderhoudscontract voor de basale onderhoudswerkzaamheden van het nieuwe pand.

38

10. Paragraaf Financiering 10.1 Algemeen De financieringsfunctie van Laborijn is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en hetgeen door het algemeen bestuur van Laborijn aan kaders is vastgesteld in de financiële verordening en het treasurystatuut. Voor de uitvoering van de financieringsfunctie worden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend gevolgd.

10.2 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument om het renterisico op de netto vlottende schuld te beperken. Hiermee wordt voorkomen dat fluctuaties in de korte rente (maximaal 1 jaar) een relatief grote impact op de rentelasten hebben. De kasgeldlimiet is bepaald op een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (op dit moment 8,2%) van de jaarbegroting. (gemiddelde bedragen)

2026 na 1e wijz.

2027

2028

2029

2030

toegestane kasgeldlimiet begrote lasten percentage conform wet Fido, uitvoeringsregeling

81.281 8,2%

83.997 8,2%

85.078 8,2%

86.517 8,2%

88.036 8,2%

toegestane kasgeldlimiet

6.665

6.888

6.976

7.094

7.219

berekening netto vlottende schuld vlottende schuld

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

-/- vlottende middelen

10.203

11.605

11.643

11.379

10.991

netto vlottende schuld

-4.203

-5.605

-5.643

-5.379

-4.991

toets kasgeldlimiet toegestane kasgeldlimiet

6.665

6.888

6.976

7.094

7.219

-/- vlottende schuld ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

-4.203

-5.605

-5.643

-5.379

-4.991

10.868

12.493

12.619

12.473

12.210

39

10.3 Renterisiconorm en renterisico op vaste schuld Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (wet Fido). In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in meerjarenperspectief weergegeven. Uit de tabel is af te leiden dat Laborijn onder de renterisiconorm blijft. (gemiddelde bedragen )

2026 na 1e wijz.

2027

2028

2029

2030

berekening renterisiconorm begrotingstotaal aan lasten percentage regeling Renterisiconorm in bedrag

81.281

83.997

85.078

86.517

20%

20%

20%

20%

88.036 20%

16.256

16.799

17.016

17.303

17.607

Berekening renterisico renteherzieningen

-

-

-

-

-

+/+ aflossingen

275

275

275

275

275

renterisico

275

275

275

275

275

16.256

16.799

17.016

17.303

17.607

275

275

275

275

275

15.981

16.524

16.741

17.028

17.332

toetsing rentenorm renterisiconorm renterisico ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

40

11. Paragraaf bedrijfsvoering 11.1 Algemeen De bedrijfsvoering heeft als reikwijdte de gehele organisatie van Laborijn. De deelnemende gemeenten verwachten van Laborijn dat de gelden rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden en dat Laborijn een betrouwbare partner is. In deze paragraaf worden de zaken beschreven die primair betrekking hebben op het functioneren van de organisatie. De belangrijkste financiële risico’s met betrekking tot de bedrijfsvoering is al beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

11.2 Planning en control De planning en control cyclus geeft vorm aan het geheel van financieel management binnen Laborijn. Het vormt het hart voor de sturing en beheersing. Planning is het proces van richting geven (de begroting) en control is het proces van koers houden en verantwoorden. De planning en control producten vormen een cyclus. In onderstaande grafiek zijn de planning en control producten schematisch weergegeven.

(Strategisch) meerjarenplan

Kadernota

Begroting en meerjarenraming (afdelingsplannen)

Jaarrekening / jaarverslag

Voortgangsrapportage (bestuursprapportage)

Kadernota De cyclus start met het ontwikkelen van een visie en beleid. Hierbij is de visie richtinggevend voor het beleid en wordt vastgelegd in het strategisch meerjarenplan. In de Kadernota worden de financiële en beleidsmatige kaders op hoofdlijnen geschetst en met het bestuur en gemeenteraden gedeeld. Begroting en meerjarenraming De begroting en meerjarenraming bevat naast de ‘going concern’-activiteiten ook de vertaling van het strategische meerjarenplan naar concrete activiteiten, prestaties en inzet. Voortgangsrapportage (bestuursrapportage) De voortgangsrapportage verstrekt het management maandelijks informatie over de mate waarin de (financiële) doelen zijn gerealiseerd, de budgetten en personeel gerelateerde informatie. 41

Met de voortgangsrapportage (bestuursrapportages) informeert de organisatie het bestuur en de gemeenten over de voortgang, de afwijkingen en de bijzonderheden ten opzichte van de doelen uit de programmabegroting. De voortgangsrapportages worden gemaakt in mei en na afloop van het jaar. Jaarstukken Jaarlijks wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en beheer door het aanbieden van de jaarstukken. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening.

11.3 ICT De ICT-werkzaamheden betreffen in hoofdzaak het functionele beheer voor alle in gebruik zijnde applicatie-programmatuur. ICT-beheer zorgt voor het technisch beheer van de aanwezige ICT en programmatuur. Laborijn heeft een Service Level Agreement (SLA) met de gemeente Doetinchem ten aanzien van deze ICT-ondersteuning.

11.4 Beveiliging en privacy De dienstverlening aan de inwoners vindt steeds meer digitaal plaats en de verschillende uitvoeringsorganisaties wisselen steeds meer gegevens elektronisch met elkaar uit. Informatie is beveiligd en uitsluitend toegankelijk voor de daarvoor bevoegde personen.

11.5 Integriteit De medewerkers van Laborijn werken met en voor kwetsbare groepen inwoners. Inwoners zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van Laborijn. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de medewerkers van Laborijn zuiver en zonder onderscheid des persoons handelen. In de informatiefolder die iedere klant ontvangt, staat duidelijk wat Laborijn van haar of hem verwacht, maar ook wat een klant van de medewerker mag verwachten. Ook over de onderlinge relatie tussen medewerkers en leidinggevenden en/of bestuur zijn diverse regelingen opgesteld over wat wel en niet kan.

11.6 Ziekteverzuim In 2027 is de doelstelling voor het ziekteverzuim ambtelijk 4%. Voor de Wsw en Cao aan de Slag medewerkers 13%.

11.7 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze Wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo kent naast een passieve informatieplicht ook een actieve informatieplicht. Er zijn 17 informatiecategorieën aangewezen die actief openbaar gemaakt moeten worden. Dit gebeurt in 4 tranches. Binnen de eerste tranche, die is ingegaan op 1 november 2024, moet de volgende informatie vindbaar zijn: • • • • •

alle algemeen verbindende voorschriften alle overige besluiten van algemene strekking informatie over de organisatie en werkwijze bereikbaarheidsgegevens, en vergaderstukken en- verslagen van de bestuursvergaderingen

Laborijn voldoet aan de verplichtingen uit de eerste tranche. Het is nog niet bekend wanneer de verplichting tot actieve openbaarmaking voor de overige informatiecategorieën ingaat. Tot die tijd concentreren wij ons op het optimaliseren van onze informatiehuishouding. In dat verband zijn wij bezig met het organisatorisch en technisch inrichten van een Document 42

Management Systeem (DMS). Dit systeem helpt ons om documenten en gegevens beter te beheren, terug te vinden en duurzaam toegankelijk te maken. Het resultaat is een organisatie waar documenten betrouwbaar, vindbaar, toegankelijk en veilig zijn, met minder tijdverlies, meer grip op informatie en naleving van wet- en regelgeving.

11.8 Verlof Ultimo 2025 is het openstaand verlofsaldo van de Wsw medewerkers 57.083 uur en € 896.765, van de Cao Aan de Slag medewerkers 1.112 uur en € 15.282 en van de ambtelijke medewerkers 21.559 uur en € 644.550.

43

12. Paragraaf Verbonden partijen Per 31 december 2025 is Laborijn zowel bestuurlijk als financieel betrokken bij de volgende derde partij: Mabeon ‘De Achterhoek’ Holding B.V. Algemene gegevens Oprichtingsdatum: 4 december 2007 Inschrijvingsnummer handelsregister Kamer van Koophandel: 09176672 Plaats van vestiging: Doetinchem, 7005 BC Terborgseweg 106 Doel Het oprichten van, het deelnemen in, het beheren en adviseren van bedrijven en ondernemingen met als doel het verwezenlijken van de doelen van Laborijn met betrekking tot het verkleinen van de afstand van medewerkers tot de reguliere arbeidsmarkt. Per 31 december 2025 neemt Mabeon ‘De Achterhoek’ Holding B.V. deel in de volgende vennootschappen: •

een belang van 100% in het re-integratiebedrijf Vakwerk.nu B.V.

Bestuurlijke betrokkenheid Laborijn is 100% aandeelhouder van deze holding en heeft daarmee de volledige bestuurlijke bevoegdheid. Financiële betrokkenheid Laborijn is voor 100% aandeelhouder van de vennootschap. Het aandeel bestaat uit 8.990 gewone aandelen en 10 prioriteitsaandelen, elk met een nominale waarde van € 10. Alle aandelen luiden op naam. Resultaat en vermogen Volgens de jaarrekening heeft Mabeon ‘De Achterhoek’ Holding B.V. over het boekjaar 2024 een resultaat gerealiseerd van € 2.258 negatief. Het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2024, inclusief het resultaat over dat boekjaar, € 331.751 (31 december 2023: € 334.009). De jaarrekening 2025 is nog niet opgesteld, daarom zijn de cijfers over 2025 nog niet bekend.

44

13. Financiële begroting 13.1 Overzicht van baten en lasten In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen per programma. Overzicht baten en lasten per program m a

1e gew ijzigde begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Baten Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontw ikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Overhead Totaal

34.578 7.798 2.624 26.372 7.698 79.069

35.194 8.787 2.672 25.422 14.294 86.369

35.813 9.569 2.733 24.421 12.325 84.862

36.716 10.123 2.823 23.361 12.970 85.995

37.687 10.723 2.999 22.277 13.709 87.395

Lasten Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontw ikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Overhead Totaal

34.618 8.038 2.624 22.130 13.871 81.281

35.234 9.034 2.672 21.280 15.777 83.997

35.853 9.947 2.733 20.741 15.804 85.078

36.756 10.487 2.823 20.311 16.139 86.517

37.727 10.985 2.999 19.612 16.714 88.036

Resultaat voor bestem m ing

-2.212

2.372

-216

-522

-641

-436 2.828

-3.844 1.472

-444 660

-449 971

-461 1.102

-180 -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat na bestem m ing reserves

De baten bestaan uit een vergoeding van de gemeenten voor de programmalasten en de baten die Laborijn zelf genereert. Onder de lasten zijn de programmalasten opgenomen. In het jaar 2027 zal per saldo toevoeging aan de bestemmingsreserves plaatsvinden ter grootte van € 2,2 miljoen. In 2027 zal Laborijn een deel van de kavel verkopen. De gerealiseerde opbrengst zal in 2027 worden toegevoegd aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve. Per saldo bedraagt het geraamde resultaat na mutatie reserves voor de jaren 2027 t/m 2030 nihil.

45

13.2 Financiële positie 13.2.1 Geprognotiseerde balans en EMU-saldo 2026 na 1e w ijz.

Geprognoticeerde balans Activa Vaste activa Materiele vaste activa Financiële vaste activa

Vlottende activa Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd< 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa

Totaal activa Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Resultaat

Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva

Totaal passiva

2027

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves (+) Mutaties (im)materiële vaste activa (-) Mutaties voorzieningen (+) Mutaties voorraden (-) Eventuele boekw inst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa (-) Berekend EMU-Saldo

2029

2030

19.738 24 19.762

20.553 20 20.573

20.081 19 20.100

19.613 19 19.632

19.149 19 19.168

8.903 600 700 10.203

10.305 600 700 11.605

10.343 600 700 11.643

10.079 600 700 11.379

9.691 600 700 10.991

29.965

32.178

31.743

31.010

30.159

2.682 8.799 11.481

2.682 11.172 13.854

2.682 10.956 13.638

2.682 10.434 13.116

2.682 9.793 12.475

1.034 10.450 22.965

1.148 10.175 25.177

1.204 9.900 24.743

1.269 9.625 24.010

1.334 9.350 23.159

6.000 1.000 7.000

6.000 1.000 7.000

6.000 1.000 7.000

6.000 1.000 7.000

6.000 1.000 7.000

29.965

32.178

31.743

31.010

30.159

2026 na 1e w ijz. -2.212 12.156 -153 -

EMU Saldo

2028

2027

-14.521

2028

2029

2030

2.372 814 114 3.407

-216 -472 56 -

-522 -468 65 -

-641 -464 65 -

-1.735

312

11

-112

13.2.2 Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld 2027 taakveld

omschrijving

baten

lasten

saldo 2027

0.4

overhead

10.861

14.611

0.5

treasury

25

325

-3.750 -300

0.8

overige baten en lasten

3.407

841

2.567

0.10

mutaties reserves

1.472

3.844

-2.372

6.1

samenkracht en burgerparticipatie

2.672

2.672

-

6.3

inkomensregelingen

35.194

35.234

-40

6.4

begeleide participatie

29.410

24.955

4.455

6.5

arbeidsparticipatie

4.799

5.359

-560

87.840

87.840

-

46

13.2.3 Overzicht verloop reserves

Verloop reserves Saldo 31 decem ber 2026

Wsw vakantiegelden en -dagen

Algemene reserve 2.682

- onttrekking

-

- dotatie

-

Saldo 31 decem ber 2027

2.682

- onttrekking

-

- dotatie

-

Saldo 31 decem ber 2028

2.682

- onttrekking

-

- dotatie

-

Saldo 31 decem ber 2029

2.682

- onttrekking

-

- dotatie

-

Saldo 31 decem ber 2030

1.570

Wsw Rijks subsidie 935

Re-integratie middelen

Organisatieont w ikkeling

2.218

-0

-247

1.570

935

1.971

Tozo uitvoering 40 -40

-0

-

-0

-

-0

-

-

-378

1.570

935

1.593 -363

1.570

935

1.230 -262

2.682

1.570

935

968

-0

Vangnet voorziening Zelfstandigen A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8368/documents/52492