CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Laborijn.pdf

gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.3: Jaarstukken 2024, eerste begrotingswijziging 2025, ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Laborijn23.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

617 58

741 67

889 91

1.066 116

1.280 146

CAO ad Slag Montferland Loon- en personeelskosten

96

120

150

188

234

Directe salariskosten

1.996

2.010

2.078

2.188

2.313

Totaal lasten

7.740

8.075

8.914

9.839

10.947

Saldo baten en lasten

-1.001

-153

-266

-382

-536

1.001

153

266

382

536

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

21

Het programma Mensontwikkeling kent vanaf 2026 een nieuwe indeling met als doel de leesbaarheid te vergroten. Het programma kent een 4-tal onderdelen die zijn opgenomen onder de baten en lasten. De 4 onderdelen zijn: 1. Re-integratiemiddelen Onder deze post worden de “klassieke” re-integratiemiddelen verantwoord. 2. Beschut werk dienstverbanden Onder deze post worden de middelen voor de begeleiding van beschut werk verantwoord die door het Rijk via de Integratie uitkering participatie beschikbaar worden gesteld aan gemeenten. Deze begeleidingsmiddelen zijn in 2026 t/m 2028 € 11.400 per fte beschut werk. In 2029 neemt dit bedrag toe tot € 11.500. Daarnaast ontvangt Laborijn loonkostensubsidie uit het BUIG budget voor het betalen van een deel van de loonkosten van deze medewerkers. Tot slot realiseren deze medewerkers omzet. 3. DGI dienstverbanden Onder deze post worden de middelen voor de realisatie van dienstverbanden voor inwoners met een doelgroepindicatie verantwoord. Deze middelen worden door het Rijk nu “infrastructurele opslag” genoemd en gaan waarschijnlijk “Rijksbijdrage sociale infrastructuur” heten. Bij de meicirculaire 2025 wordt dit definitief bekend en dan zal ook de hoogte van de middelen bekend gemaakt worden. Vooralsnog zijn de middelen opgenomen op basis van een eigen berekening.

Daarnaast ontvangt Laborijn loonkostensubsidie uit het BUIG budget voor het betalen van een deel van de loonkosten van deze medewerkers. Tot slot realiseren deze medewerkers omzet. 4. Cao Aan de Slag Montferland Laborijn voert sinds 2025 een dienstverleningsovereenkomst uit voor de gemeente Montferland voor inwoners die vallen onder de Cao Aan de Slag (beschut werk en DGI). Laborijn neemt deze medewerkers in dienst en ontvangt langdurige loonkostensubsidie uit de BUIG van gemeente Montferland. Ook realiseren deze medewerkers omzet. Na aftrek van de betaalde loon- en personeelskosten resteert een tekort. Dit tekort wordt bij de gemeente Montferland in rekening gebracht. Aan de kant van de lasten worden de re-integratie uitgaven in lijn met de voorgaande jaren wederom verdeeld over dezelfde 6 thema’s. De thema’s zijn nog steeds passend, in lijn met de kadernota 2026-2029 en de voorziene beweging van de P-wet in balans. De ontwikkeling van deze 6 deelbudgetten in de bovenstaande tabel kan de indruk wekken dat hier nauwelijks iets is veranderd. Echter, achter deze thema’s en bedragen gaat een dynamische wereld schuil waar we op anticiperen, zoals verandering van de ondersteuningsbehoeften van inwoners en een veranderende arbeidsmarkt, waardoor we wel degelijk andere accenten in onze dienstverlening leggen.

Een eerste belangrijke en dominante ontwikkeling (thema “ontwikkeling inwoners”) is de toenemende vraag naar de uitvoering van Labowijzer-trajecten als gevolg van de toegenomen complexiteit van de brede en veranderde doelgroep. Ook zien wij een toegenomen vraag vanuit de doelgroep jongeren, waar veel dynamiek en ggz-problematiek aan de orde is. Een tweede belangrijke en ook dominante ontwikkeling (thema “nieuwe inwoners”) is de toenemende vraag naar informeel taalonderwijs als gevolg van het relatief grotere aantal inwoners met een migratieachtergrond. Tenslotte zien wij in ons klantenbestand, als gevolg van het stopzetten van de instroom in de Wsw, relatief steeds meer inwoners met een participatiewet-uitkering en een doelgroepindicatie. Inwoners die een springplank nodig hebben om de stap naar de reguliere arbeidsmarkt te kunnen maken. Op basis daarvan verwachten wij een groei van 20% van het aantal inwoners die wij zelf een tijdelijk dienstverband bieden bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Ook verwachten wij dat we de komende jaren steeds dichter naar onze taakstelling Beschut werk toegroeien (thema “dienstverbanden / Cao Aan de Slag”).

22

3.4

Beleidsindicatoren

Volgens het BBV nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners* Gemeente Aalten: 134 (13,4 per 1.000 inwoners) Gemeente Doetinchem: 173 (17,3 per 1.000 inwoners) Heel Nederland: 129 (12,9 per 1.000 inwoners) Bron: waarstaatjegemeente.nl, peildatum tweede kwartaal 2024 (CBS GMSD, Wmo) *Deze indicator toont het aantal inwoners dat gebruik maakt van een re-integratievoorziening op basis van de Participatiewet. Een re-integratievoorziening is een voorzienig die door een gemeente wordt ingezet, nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een cliënt een belemmering heeft die directe arbeidsinschakeling bemoeilijkt (er is een afstand tot de arbeidsmarkt). De voorziening is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt van een cliënt te verkleinen, waarbij het doel op de lange termijn altijd arbeidsinschakeling is. Het is niet relevant of een voorziening door de gemeente zelf wordt uitgevoerd of dat deze door de gemeente wordt ingekocht. Er zijn diverse typen re-integratievoorzieningen: tijdelijke loonkostensubsidie, WIW/ID-baan, participatieplaats, loonkostensubsidie, (Participatiewet), beschut werk, begeleiding op werkkring/jobcoach, vervoersvoorziening (woon-werk), andere voorziening voor arbeidsbeperking en overige voorzieningen.

23

4. Programma Inburgering 4.1

Doelstelling

Binnen dit programma biedt Laborijn inwoners die onder de Wet inburgering 2021 vallen een inburgeringsaanbod op maat. Het uitgangspunt daarbij is dat inwoners zo snel mogelijk volwaardig mee kunnen doen. Om dit te bereiken heeft Laborijn een systeem ontwikkeld waar het bieden van taalonderwijs binnen de leerroute vanaf de start wordt gecombineerd met een participatietraject op maat. Een optimale combinatie van taalonderwijs en een goede opbouw van verschillende participatieactiviteiten is noodzakelijk om bij inwoners een goede basis te leggen naar zelfredzaamheid. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat, gezien de grote verscheidenheid aan achtergronden in deze doelgroep, zelfredzaamheid voor iedereen een andere betekenis heeft. Om iedere inwoner maximaal te faciliteren in de ontwikkeling heeft Laborijn een modulair systeem voor de participatie-activiteiten ontwikkeld. Iedere module kent specifieke leerdoelen. De eerste modules zijn zeer laagdrempelig en worden ook intern bij Laborijn aangeboden. Vervolgens worden de modules zorgvuldig verder opgebouwd naar modules die inwoners bijvoorbeeld ondersteunen bij het verkennen van de Nederlandse arbeidsmarkt en het vinden van werk. Iedere module kent intensieve begeleiding van een in die module gespecialiseerde professional. Laborijn maakt in haar dienstverlening gebruik van cultuurvertalers.

Cultuurvertalers zijn medewerkers met een migratieachtergrond die beschikken over ervaringsdeskundigheid en gezamenlijk over een grote hoeveelheid cultuur- en taalkennis beschikken. De cultuurvertalers worden gedurende het gehele inburgertraject op allerlei verschillende onderdelen ingezet. Hiermee worden zij de ''vaste gezichten'' van de inwoners en op deze wijze wordt tevens geborgd dat de gegeven informatie goed overkomt. Het blijkt in de praktijk dat het inzetten van cultuurvertalers vertrouwen biedt bij inwoners en helpt om de culturele verschillen sneller en beter te overbruggen. In de begroting 2026 van Laborijn is rekening gehouden met de ambitie zoals weergegeven in de Kadernota 2026 – 2029. Voor het programma Inburgering zijn de volgende doelstellingen bepaald: • • • • • • • •

de brede intake en het afronden van het Plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt binnen de wettelijke termijn uitgevoerd gedurende het inburgeringstraject is er persoonlijk contact met de inwoners en wordt er aangesloten bij de culturele achtergrond van de inwoner om culturele verschillen waar nodig te overbruggen iedere statushouder volgt, in beginsel, een duaal traject (taal- en participatietraject), waarbij het hoogst haalbare voor zowel de leerroute als het participatietraject het uitgangspunt is het participatietraject bestaat uit een modulair opgebouwd systeem waarin modules achtereenvolgens kunnen worden doorlopen, maar ook afzonderlijk kunnen worden gevolgd om per inwoner maatwerk te leveren verplichte onderdelen van de inburgering, zoals het participatieverklaringstraject (PVT) en de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), worden geïntegreerd in het modulaire systeem en worden aangeboden zodra de inwoner er klaar voor is iedere asielstatushouder krijgt gedurende een periode van zes maanden maatschappelijke begeleiding inburgeringsplichtige asielstatushouders hebben aan het eind van het inburgeringstraject het voor hen hoogst haalbare taalniveau behaald iedere asielstatushouder krijgt gedurende de eerste zes maanden financiële ontzorging 24

• • • • • • • • •

4.2

inburgeringsplichtige asielstatushouders zijn aan het eind van het inburgeringstraject meer financieel zelfredzaam er is structureel (en laagdrempelig) contact met de inwoner en we volgen de wettelijke normen ten aanzien van de voortgangsgesprekken per jaar per inwoner zodra inwoners de gewenste ontwikkeling hebben doorgemaakt in de specifieke dienstverlenging van inburgering wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij het programma van mensontwikkeling meer inwoners uit de doelgroep inburgeraars met een participatiewet-uitkering gaan al tijdens de inburgeringsperiode aan het werk voor inburgeringsplichtige jongeren is er een passend traject binnen de mogelijkheden van de wet rekening houdend met hun leeftijd en toekomstvisie de inzet is om jongeren vanuit Inburgering zo veel mogelijk te laten doorstromen naar regulier Nederlands onderwijs gezinsmigranten ontvangen dienstverlening conform de wet gezinsmigranten worden goed geïnformeerd en geadviseerd op basis van de brede intake en het PIP inburgering wordt uitgevoerd binnen de wettelijke inburgertermijn van 3 jaar

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in paragraaf 4.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: • • • • • • • •

• •

de brede intake wordt gepland op het moment dat de inwoner woonachtig is in de gemeente de culturele verschillen worden overbrugd middels de inzet van cultuurvertalers die de moedertaal van de inwoners spreken en over ervaringsdeskundigheid beschikken door het modulaire systeem kunnen inwoners parallel aan de leerroute een volledig participatietraject op maat worden geboden de verplichte onderdelen van de inburgering zijn geïntegreerd in het modulaire systeem en kunnen desgewenst worden aangeboden indien uit de voortgangsgesprekken blijkt dat de inwoner klaar is om deze informatie te ontvangen Laborijn heeft een samenwerking met Figulus Welzijn (Aalten) en Vluchtelingenwerk (Doetinchem) voor de maatschappelijke begeleiding Laborijn heeft een samenwerking met BvFO voor de financiële ontzorging en volgt ten aanzien van dit onderwerp de landelijke ontwikkelingen nauwgezet door een integrale samenwerking en goede aansluiting kunnen inwoners na of tijdens de specifieke dienstverlening van inburgering gebruik maken van het programma mensontwikkeling Laborijn werkt intensief samen met aanbieders van zowel inburgeronderwijs als regulier onderwijs. Daarbij wordt optimaal ingezet op het laten doorstromen van jongeren naar regulier Nederlands onderwijs en het bieden van extra modules (zoals alfabetisering) voor inwoners die dat nodig hebben.

Ook wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe innovatieve programma's waarin regulier onderwijs en inburgering worden gecombineerd de voorgang van de inburgering wordt gemonitord middels data-analyse en daarmee wordt de wettelijke termijn van drie jaar maximaal geborgd om de nieuwe Wet inburgering van een goede jobcoaching te voorzien, investeren we in cultuur jobcoaching. Op deze manier ondersteunen we de jobcoaches om de cultuur van de inwoner te begrijpen en zo sneller en beter te kunnen faciliteren voor een duurzame plek op de arbeidsmarkt

Wij verwachten de volgende aantallen inwoners te bedienen onder de Wet inburgering:

25

Verwachte ontwikkeling aantal inwoners Wet inburgering Stand 1-1 Instroom Uitstroom Stand 31-12

2026

2027 466 134 -133 467

2028 467 140 -121 486

2029 486 147 -127 506

506 156 -134 528

De raming van het aantal klanten voor de Wet inburgering is erg onzeker. Het Rijk publiceert de taakstelling van het aantal asielstatushouders slechts een half jaar vooruit. Er zijn geen landelijke ramingen bekend van het aantal inburgeraars voor de middellange en lange termijn. Wij ramen zelf de te verwachte aantallen op basis van de realisatie ultimo 2024 en onze verwachting voor de toekomst.

4.3

De raming van baten en lasten

Program m a Inburgering

1e gew ijzigde begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderw ijsroute Mutatie vooruitontvangen middelen

1.767 74 -

1.767 74 -

1.767 74 -

1.767 74 27

1.767 74 83

Bijdrage gemeenten directe salariskosten

711

805

844

901

957

2.552

2.646

2.685

2.769

2.882

Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderw ijsroute Overige kosten Reservering vooruitontvangen middelen

775 265 295 305 201

776 265 295 305 199

808 276 307 318 132

841 288 320 331 88

878 300 334 345 67

Directe salariskosten

711

805

844

901

957

2.552

2.646

2.685

2.769

2.882

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

Totaal lasten Saldo baten en lasten Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

De specifieke uitkering inburgering die per jaar wordt ontvangen, wordt gedeeltelijk pas uitgegeven in de jaren erna. Het overschot van een jaar zal gereserveerd worden op de balans als vooruit ontvangen middelen inburgering. Doordat we nog weinig ervaring hebben met deze nieuwe wet, is het verloop van de geldstromen nog lastig in te schatten. Een specificatie per gemeente is terug te vinden in bijlage 3 van deze begroting.

26

5. Programma Wsw 5.1

Doelstelling

Voor onze Wsw-medewerkers bieden wij de juiste werkplek en passen we het werk aan de mogelijkheden van het individu aan. Dit doen we intern, en bij voorkeur - indien mogelijk - bij externe werkgevers. Wij geloven in werk en geloven in de mogelijkheden van mensen. Het programma Wsw heeft als doel het vormgeven van goed werkgeverschap, het bieden van ontwikkeling en begeleiding, het realiseren van duurzame detacheringen en het bieden van begeleiding op de werkplekken voor onze Wsw-medewerkers op de arbeidsmarkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de talenten, capaciteiten, competenties en vaardigheden van onze Wsw-medewerkers. We zien onze Wsw-populatie in de komende jaren sterk krimpen met als verwachting een afname van circa 7-8% per jaar tot eind 2029. Deze krimp is niet één op één door te vertalen naar onze Werkleercentra (WLC’s). Door een combinatie van een ouder wordende Wswdoelgroep en een kleine krimp in het regionale werkaanbod zien we dat een grotere groep Wsw-collega’s niet meer terecht kan bij een externe werkgever (via detachering). Zij doen noodgedwongen een beroep op het werk in onze WLC’s. Voor deze Wsw-doelgroep blijven we een ontwikkelomgeving en/of een duurzaam beschutte werkplek bieden, waarbij het werken centraal staat.

Voor een deel van de Wsw-medewerkers en instroom van inwoners vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering is het van belang (een deel van) de huidige werkomgeving van de WLC’s in stand te houden. Dit houdt in dat er ruimte blijft voor prikkelarme en solistische werkplekken. En er blijft laagdrempelig, eenvoudig werk aangeboden worden, zoals in- en ompak werkzaamheden. Tegelijkertijd is de huidige inrichting en werkwijze van onze WLC’s en het huidige aanbod van werk in transitie. Het groeiende aantal inwoners vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering dat gebruik maakt van de WLC’s, vraagt om een andere inrichting van de Werkleercentra. Het vraagt om meer diversiteit en kortcyclischer werk, om sneller (kleine) ontwikkelstappen mogelijk te maken. De werk-leerlijnen en het arbeid diagnostisch centrum (Labowijzer) zijn door Laborijn ontwikkeld om in te zetten voor de brede doelgroep. Hiermee zijn er ook nieuwe ontwikkelkansen voor onze Wsw-collega's. In de begroting 2026 van Laborijn is rekening gehouden met de ambitie zoals weergegeven in de Kadernota 2026 - 2029. Het programma Wsw richt zich op de volgende doelstellingen: • • • •

het doorontwikkelen, begeleiden, coachen, behouden en verduurzamen van de arbeidsplaatsen van de gedetacheerde Wsw-medewerkers en de Wsw-medewerkers in Begeleid werken het aantal Wsw-medewerkers dat extern werkzaam is rond 75% te houden het ondersteunen bij de bemiddeling, coaching en plaatsing van de Wsw-medewerkers intern beschut middels of detachering bij externe werkgevers het monitoren van en begeleiden bij het verzuim van onze Wsw-collega's waarbij een verzuimpercentage van maximaal 12% wordt nagestreefd

27

5.2

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in paragraaf 5.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: Wsw extern werkzaam • •

Het percentage Wsw-gedetacheerden is in 2024 geëindigd op 74%. Wij streven ernaar om dit percentage rond 75% te houden voor de periode 2026 – 2029. Dit doen wij in samenwerking met het Regionaal werkcentrum (voormalig WSPA) en onze partners Onze jobcoaches zijn gecertificeerd en volgen jaarlijks de nodige cursussen om hun certificering te behouden. Hiermee zijn de jobcoaches in staat om optimale begeleiding te bieden aan de gedetacheerde Wsw-medewerkers en ook aan de medewerkers die extern werken middels Begeleid werken

Wsw intern beschut werk •

•

• • •

Binnen de Werkleercentra werken mensen met een Wsw-indicatie in een beschutte werkomgeving. Zij hebben een dienstverband bij Laborijn. De ambitie is om deze medewerkers zoveel als mogelijk door te laten stromen naar individuele en groepsdetacheringen Onze interne Wsw-medewerkers voorzien we van passend werk. Op grond van het Individueel Ontwikkelingsplan werken we met iedere medewerker planmatig, met kort cyclische doelstellingen aan de eigen ontwikkeling. Hiervoor bieden we naast persoonlijke begeleiding ook gerichte trainingen en workshops aan. Daarbij kijken we vooral ook naar het vergroten van fysieke belastbaarheid door beweging en coaching op leefstijl Bij de acquisitie van werkzaamheden zoeken we waar mogelijk naar specifieke werksoorten die ontwikkelbehoeften ondersteunen. Waarin het doel is deze medewerkers een passende detacheringsplaats te bieden Het Individueel Ontwikkelingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld, om ook doorlopend aan de ontwikkeldoelen van het individu te werken. Dit kunnen overigens ook ontwikkeldoelen zijn om de situatie stabiel te houden Op het ziekteverzuim wordt gestuurd middels het volgen van de wet poortwachter. Daarnaast wordt er gewerkt volgens de methodiek van een gecertificeerde arbodienst. Persoonlijk contact met de direct leidinggevende staat hierin centraal

28

5.3

De raming van baten en lasten

In de tabel op de volgende pagina zijn de totale baten en lasten van het programma Wsw samengevat. 1e gew ijzigde begroting 2025

Program m a Wsw Baten Omzet groepsdetacheringen Omzet individuele detacheringen Omzet intern w erk Bijdrage vervoerskosten inleners Verrekening kostendeel OIJ

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

2.640 1.966 464 169 325 5.563

2.613 1.946 445 162 306 5.471

2.591 1.914 424 154 300 5.384

2.516 1.891 399 145 289 5.241

2.433 1.912 376 137 283 5.141

Rijksbudget Bijdrage gemeenten directe salariskosten

18.879 2.276

18.143 2.201

17.396 2.139

16.477 2.079

15.620 2.033

Totaal baten

26.718

25.816

24.919

23.797

22.793

Lasten Loonkosten Wsw Vervoerskosten Wsw Overige kosten Wsw Kosten begeleid w erken Directe productiekosten Omzet deel af te dragen aan OIJ

17.150 647 435 799 25 1.167

16.677 619 416 779 24 1.157

15.777 590 397 749 23 1.156

14.973 557 374 715 22 1.127

14.243 524 352 701 20 1.109

Directe salariskosten

2.276

2.201

2.139

2.079

2.033

Totaal lasten

22.499

21.874

20.831

19.846

18.983

Saldo baten en lasten

4.219

3.942

4.088

3.951

3.811

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

4.219

3.942

4.088

3.951

3.811

31-12-25

31-12-26

31-12-27

31-12-28

31-12-29

178 246 125 549 95,0% 31-12-25 157 199 105 462 94,7% 31-12-25 161 206 108 474

165 235 115 515 93,8% 31-12-26 146 191 98 436 94,2% 31-12-26 150 197 100 447

157 225 111 493 95,7% 31-12-27 139 183 94 416 95,4% 31-12-27 142 189 97 427

149 217 106 472 95,7% 31-12-28 132 176 90 398 95,8% 31-12-28 136 182 92 410

136 206 102 444 94,1% 31-12-29 121 168 86 375 94,3% 31-12-29 124 174 88 386

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

Aantallen Wsw (inclusief Begeleid werken) Aantal medewerkers per gemeente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

01-01-25

Aantal fte per gemeente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

01-01-25

Aantal se per gemeente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

01-01-25

188 256 134 578

166 209 113 488

170 215 116 501

Dit betreft de afname van het aantal Wsw-medewerkers op basis van pensionering.

29

6. Programma Algemene overhead In de BBV wordt overhead als volgt gedefinieerd: ‘Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren o.a. de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies, ICT-kosten van alle ondersteunende systemen, alle ambtelijke huisvestingskosten, alle uitbestedingskosten bedrijfsvoering en alle niet direct toe te rekenen kosten aan de verschillende programma’s’.

6.1

Doelstelling

Onze professionals werken dagelijks aan het realiseren van de afgesproken doelen en resultaten van Laborijn. De algemene doelstelling van het programma Algemene overhead is het dusdanig faciliteren en ondersteunen van de teams waardoor de professionals zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor hun werk en de doelen en resultaten die ze moeten bereiken. In het programma Algemene overhead kennen we de volgende doelstellingen per vakgebied: •

•

•

•

•

•

•

•

organisatie: we zijn een lerende organisatie met een zeer gastvrije omgeving waarin een positieve klantbeleving en -bejegening centraal staat met als resultaat tevreden inwoners. Daarnaast zijn wij een betrouwbare en solide samenwerkingspartner voor andere organisaties en werkgevers. We herijken de strategische koers samen met de gemeenten, om Laborijn als toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf te (blijven) positioneren werkgeverschap: we zijn een werkgever die investeert in mensen en waarin professionals ruimte krijgen voor het benutten en verder ontwikkelen van ‘het eigen potentieel’. Zij krijgen daarbij de sturing en leiderschap die voor hen nodig is personeel: bij ons werken tevreden medewerkers die met plezier en trots voor Laborijn werken als belangrijke ambassadeurs van de organisatie. Dit resulteert in een grote mate van (duurzame) inzetbaarheid en een acceptabel (ziekte)verzuim. We faciliteren onze professionals optimaal in opleiding en ontwikkeling om de (nieuwe) doelgroepen zo goed mogelijk te kunnen bedienen communicatie: we uiten ons op een positieve manier, strevend naar vertrouwen en een positief imago als dienstverleningsorganisatie, samenwerkingspartner en (potentiële) werkgever in onze regio en daarbuiten facilitair en inkoop: we voldoen aan wet- en regelgeving t.a.v. inkopen en aanbestedingen en zorgen als regievoerder voor duurzame leveranciersrelaties.

We nemen duurzaamheid als criterium mee bij onze facilitaire werkzaamheden en inkopen huisvesting: we voldoen aan de Arbo- en milieueisen en faciliteren onze dienstverlening met adequate huisvesting, binnen de beperkende mogelijkheden die er nu zijn. We richten ons (vooruitlopend op de nieuwbouw alvast) op een nog toegankelijkere, gastvrijere ontvangst van onze klanten informatie/data: we zorgen dat medewerkers beschikken over de benodigde middelen en voorzien zijn of worden in hun informatiebehoefte. De informatie is up-to-date, beschikbaar, beveiligd en uitsluitend toegankelijk voor de daarvoor bevoegde personen kwaliteit: we hebben een integraal kwaliteitsbewustzijn. Onze inwoners mogen kwaliteit van onze dienstverlening verwachten. We streven naar een continue verbetering van onze klanten werkprocessen waarbij de positieve klantbeleving en -bejegening centraal staat 30

•

•

•

•

6.2 •

•

•

•

•

•

advies en (juridisch) beleid: we voldoen aan wet- en regelgeving (o.a. aan de Wet open overheid) en geven advies over en doen (verbeter)voorstellen voor het toepassen van regelgeving en procedures. Alle vragen van de gemeenteraden en het bestuur worden tijdig beantwoord. Ten aanzien van de Wet open overheid voldoen wij reeds aan de wettelijke vereisten. De komende jaren willen wij het ambitieniveau omhoog schroeven en willen wij ook stukken openbaar maken die (nog) niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Daarnaast willen wij de gevraagde informatie in het kader van de passieve informatieplicht sneller kunnen leveren. financiën: we voeren een tijdige, juiste en volledige administratie. Budgethouders houden de financiële gang van zaken nauwlettend in de gaten en sturen bij waar noodzakelijk of gewenst planning en control: de planning & control cyclus (P&C) bestaat uit de kadernota, begroting, kwartaalrapportages en jaarstukken. We zorgen ervoor dat deze P&C-documenten tijdig beschikbaar zijn en kwalitatief voldoen aan de gestelde eisen rechtmatigheidsverantwoording: de onrechtmatigheden zijn kleiner dan 1% van de lasten van de begroting. We nemen een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening

Hoe de doelstelling te bereiken? organisatie: wij vragen door middel van onze continue klanttevredenheidsmeting voortdurend naar de mate waarin onze inwoners tevreden zijn over onze dienstverlening. Daarbij komt de hele klantreis aan bod. Ook door het actief verwijzen naar onze klachten- en bezwaarprocedure zoeken wij de dialoog met onze inwoners op, zodat wij daarvan leren en onze dienstverlening verder kunnen optimaliseren. In samenwerking met partners ontwikkelen we pilots om nog meer resultaten te kunnen halen in het sociaal domein werkgeverschap: we werken in een platte organisatie integraal samen. Daarmee geven we onze professionals ruimte en bieden intern doorgroeimogelijkheden en ontwikkelkansen. We faciliteren onze professionals met zowel een structureel opleidings- en ontwikkelingsaanbod als incidenteel maatwerk waarmee zij de benodigde professionele en persoonlijke ontwikkeling, bijscholing en certificering kunnen behalen en blijven behouden. Voor de Wsw-medewerkers ligt de focus op het sturen op en uitvoeren van de actuele Individueel Ontwikkelingsplannen (IOP's) (zie programma Wsw) personeel: door middel van een objectief en onafhankelijk onderzoek vragen wij eens per twee jaar, naar de medewerkerstevredenheid en –betrokkenheid van zowel onze Wswmedewerkers als ambtelijke collega's. Wij leren van deze dialoog en kunnen onszelf als werkgever verder verbeteren.

Om te kunnen blijven beschikken over de benodigde personele kwaliteiten geven we handen en voeten aan onze strategische personeelsplanning en blijven we investeren in ons personeel communicatie: we realiseren de communicatiedoelen en -resultaten uit ons meerjarig communicatiebeleidsplan door uitvoering te geven aan het bijbehorend implementatieplan. We sluiten aan op actuele communicatievormen facilitair en inkoop: we geven uitvoering aan ons inkoop- en aanbestedingsbeleid en dragen zorg voor de volledigheid en tijdige opvolging van (aflopende) contracten. Duurzaamheid wordt als factor meegenomen bij inkoopafwegingen. We hanteren een functioneel oogpunt met betrekking tot de huidige faciliteiten, gezien de toekomstige nieuwbouwplannen huisvesting: we geven uitvoering aan het ontwerp, de bouw en het onderhoud van onze toekomstige nieuwbouw in de gemeente Doetinchem en onderhouden onze huidige bestaande 31

•

•

•

•

• •

locaties. In onze huidige huisvesting sorteren we voor op onze toekomstige huisvesting. De beweging naar meer transparantie, gastvrijheid en een integrale klantbenadering wordt in gang gezet informatie/data: we geven vorm aan de toenemende mate en vereisten in het kader van digitalisering. We werken continu aan onze informatieveiligheid. Verantwoordings- en/of stuurinformatie wordt vanuit ons eigen datawarehouse en met behulp van Tableau beschikbaar gesteld en verder ontwikkeld. De PDCA-cyclus en input van de lijnverantwoordelijke managers, budgethouders en uitvoeringsdeskundigen vormen de basis van het sturingsdashboard. De focus zal liggen op de datavalidatie, definities en visuele vormgeving. In het kader van de Archiefwet wordt de overstap gemaakt naar een DMS, waarin archivering volgens de wettelijke termijnen nog beter geborgd is kwaliteit: we leggen processen vast in onze applicatie, zodat alle betrokkenen in de organisatie over de juiste informatie beschikken bij de uitvoering van hun werkzaamheden. De proceseigenaren halen actief informatie op over mogelijke procesverbeteringen. Aan de hand van oplossingsrichtingen en verbetervoorstellen worden aanpassingen doorgevoerd in de systemen. We dragen zorg voor aanpassing of aanvullende (werk)instructies, (her)controles en waar nodig in de stuurinformatie.

Periodiek voeren we kwaliteitscontroles uit en nieuwe medewerkers toetsen we tot het moment dat de kwaliteit voldoet aan de standaarden. De kwaliteitscontrole en coaching beperkt zich niet alleen tot het rechtmatige aspect van de functie, maar richt zich ook op de doelmatigheid van het werk continu verbeteren: door de wereld van data en de wereld van continu verbeteren (PDCA) met elkaar te vervlechten, ontstaat er een kansrijke, intelligente organisatie die sneller, beter en klantvriendelijker kan handelen. Door ook data gedreven te werken, worden optimalisaties sneller herkend wat ten goede komt aan de dienstverlening advies en (juridisch) beleid: we volgen de ontwikkelingen nauwgezet en handelen proactief in het opzetten van de best passende uitvoering. Grote, impactvolle implementatievraagstukken pakken we projectmatig op. Denk daarbij aan de Wet openbaarheid overheid (Woo), de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) en de aankomende Wet Aanpak Meervoudige problematiek Sociaal domein (Wams). In het kader van de actieve informatieplicht op grond Wet open overheid gaan wij de agenda en vergaderstukken van het dagelijks bestuur openbaar maken, tenzij absolute en/of relatieve uitzonderingsgronden zich daartegen verzetten. In die situatie kan het desbetreffende document onder vermelding van de reden uit de vergaderstukken worden weggelaten.

Hiermee willen wij invulling geven aan het begrip ‘open bestuurscultuur’. Daarnaast zijn wij gestart met de digitalisering van het archief, waardoor wij op termijn de opgevraagde informatie in het kader de passieve informatieplicht sneller op onderwerp kunnen vinden financiën: budgettering in de financiële systemen wordt geoptimaliseerd middels verdere benutting van de functionaliteiten van de applicaties en met behulp van dashboards planning en control: wij werken volgens een intern controleplan waarmee procesgerichte en gegevensgerichte controles worden uitgevoerd om risico's te duiden en aan de gestelde eisen van de rechtmatigheidsverantwoording te voldoen. Periodiek worden controles uitgevoerd en bevindingen worden met proceseigenaren besproken zodat deze tot verbeteringen leiden. Het bestuur wordt periodiek op de hoogte gebracht van de uitvoering van het interne controleplan en relevante bevindingen

32

6.3

De raming van baten en lasten

Onderstaande tabel geeft de verwachte omvang van het financiële kader weer waarbinnen de activiteiten uitgevoerd moeten worden. Program m a Algem ene Overhead

1e gew ijzigde begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten Rentebaten Inkomsten uit diensten aan derden Inkomsten uit DVO Oude IJsselstreek Wsw Inkomsten uit DVO Bronckhorst Wsw Opbrengst restaurant Opbrengsten huur/ gebruiksvergoedingen Bijdrage gemeenten impulsbudget infrastructuur Bijdrage gemeenten algemene overhead Incidentele baten Totaal baten

328 960 1.379 155 115 79 363 4.191 159 7.728

120 1.098 1.100 201 118 79 326 3.997 122 7.160

25 743 1.071 180 121 6 326 4.557 4.097 11.128

25 766 1.015 159 124 6 326 5.421 7.843

25 790 987 150 127 6 326 5.829 8.241

Lasten Loonkosten Overige personeelskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Automatiseringskosten Algemene kosten Rentelasten Impuls infrastructuur Incidentele lasten Totaal lasten

5.846 720 1.363 543 1.762 434 157 363 1.838 13.025

5.916 750 1.337 567 1.701 403 433 326 1.035 12.467

5.693 758 1.151 615 1.745 433 321 326 1.292 12.335

5.831 777 1.203 623 1.789 424 318 326 440 11.731

5.975 796 1.223 633 1.834 434 310 326 460 11.991

Saldo baten en lasten

-5.297

-5.307

-1.207

-3.888

-3.749

-399 1.476

-203 1.568

-3.830 949

-73 11

-72 11

-

-

-

-

-

-4.219

-3.942

-4.088

-3.951

-3.811

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Mutatie algem ene reserve Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Resultaat na bestem m ing

Alle baten en lasten zijn voor begrotingsperiode 2026 tot en met 2029 doorgerekend volgens de prijsontwikkeling zoals opgenomen in de kadernota. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Prijsontwikkeling

Voorlopig 2026

Voorlopig 2027

Voorlopig 2028

Voorlopig 2029

% aanpassing

2,6%

2,6%

2,5%

2,5%

De indexaties zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2024. Mogelijk worden deze later nog bijgesteld. In dat geval zal het verschil tussen de bijgestelde indexatie en deze indexatie via een begrotingswijziging in rekening worden gebracht bij de gemeenten. Hieronder worden de baten en lasten toegelicht. Rentebaten De rentebaten bestaan uit de ontvangen rente van hypothecaire leningen aan het personeel. Vanaf 2023 ontvangen we ook weer rente over het banksaldo. Vanaf 2027 zal dit nagenoeg nihil zijn aangezien de vrije liquide middelen gebruikt worden voor de investering in de nieuwbouw. Diensten aan derden Onder inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten worden de inkomsten verantwoord die wij genereren uit het leveren van diensten aan derden en aan ander gemeenten. 33

Inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten Oude IJsselstreek en Bronckhorst uitvoering Wsw Onder deze post worden de bijdrage voor de uitvoering van de Wsw voor de gemeente Oude IJsselstreek en Bronckhorst verantwoord. Huuropbrengsten/ gebruiksvergoedingen Onder deze post worden de inkomsten verantwoord die worden verkregen uit de verhuur/gebruik van gedeeltes van het pand aan de Ambachtstraat 3 en Terborgseweg 112 te Doetinchem, alsmede onderhuur van de locatie in Aalten. Loonkosten De loonkosten van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de programma’s inkomenszekerheid, Mensontwikkeling, Wsw en Inburgering worden als programma gerelateerde lasten verantwoord in het programma waar het betrekking op heeft. De loonkosten voor 2026 tot en met 2029 zijn gebaseerd op de volgende basisformatie: • • • • •

2025: 157 fte 2026: 155 fte 2027: 150 fte 2028: 150 fte 2029: 150 fte

De loonkosten 2026 tot en met 2029 zijn als volgt verwerkt in de begroting: Loonkosten per program m a Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontw ikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Algemene Overhead Totaal

1e gew ijzigde begroting 2025 1.115 3.889 711 2.276 5.846 13.837

Begroting 2026 1.150 3.952 805 2.201 5.916 14.025

Begroting 2027 1.186 4.070 844 2.139 5.693 13.932

Begroting 2028 1.222 4.231 901 2.079 5.831 14.263

Begroting 2029 1.262 4.407 957 2.033 5.975 14.634

Overige personeelskosten Onder de overige personeelskosten worden onder andere de kosten verantwoord voor opleidingen/trainingen voor het ambtelijk personeel, de kosten voor de arbodienst, de kosten voor de ondernemingsraad en het medewerkerstevredenheidsonderzoek. Huisvestingskosten Onder de huisvestingskosten worden onder andere de kosten voor het huren van locaties, energie, schoonmaak, beveiliging, verzekeringen en belastingen verantwoord. De huisvestingskosten zijn in 2026 gebaseerd op de kosten van de momenteel in gebruik zijnde locaties (Aalten, Doetinchem en Zelhem). Vanaf 2027 gaan we uit van de kosten van het nieuwe pand. Facilitaire kosten Onder de facilitaire kosten verantwoorden wij onder andere de kosten voor de catering, telefonie/printers, contributies en abonnementen, autokosten en de afschrijving op inventaris. ICT-kosten Onder de ICT-kosten worden de kosten verantwoord voor deelname aan het ICT- samenwerkingsverband, de licenties voor applicaties en implementatie/consultancy diensten.

34

Algemene kosten Onder de algemene kosten worden onder andere de (juridische) advieskosten, de accountantskosten, marketing en communicatiekosten verantwoord. Rentelasten Onder de rentelasten worden de lasten verantwoord die gepaard gaan met het aantrekken van de financiering voor de nieuwbouw. Incidentele lasten Onder de incidentele lasten worden lasten opgenomen die geen onderdeel uitmaken van de structurele activiteiten. Voor een specificatie van de incidentele baten en lasten zie paragraaf 13.3.

6.4

Beleidsindicatoren

Volgens het BBV nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op: Beleidsindicatoren Formatie per 1000 inw oners Bezetting per 1000 inw oners Apparaatskosten per inw oner Externe inhuur tov totale loonkosten Overhead tov totale lasten

€

1,23 1,23 125 6,70% 16,03%

153 fte 153 fte € 15.471.080 € 1.000.000 € 12.467.463

123.804 inw oners 123.804 inw oners 123.804 inw oners € 14.926.194 € 77.768.630

7. Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen die van de gemeenten worden ontvangen bedragen in het jaar 2026 € 65.229.010 (zie bijlage 5 voor een specificatie). De overheadkosten 2026 bedragen € 12.467.463. De vennootschapsbelasting bedraagt in 2026 € 0 Laborijn is vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting op basis van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten tweede, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De post onvoorzien bedraagt in 2026 € 0. Laborijn neemt in haar begroting geen post onvoorzien op om de bijdrage van de deelnemende gemeenten niet onnodig op te hogen. Daarnaast heeft Laborijn een eigen weerstandsvermogen om onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen.

35

8. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 8.1

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Bij het weerstandsvermogen is de mate waarin Laborijn in staat is middelen vrij te maken voor substantiële tegenvallers (niet begrote kosten en risico’s op te vangen) van belang, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt om de niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. De hoogte van het weerstandsvermogen is voor het bestuur van belang voor het inzicht in de financiële positie van de Gemeenschappelijke Regeling. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt mede af van de risico’s die de gemeenschappelijke regeling loopt. Deze moeten van jaar tot jaar in beeld worden gebracht.

8.2

Beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s

In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is opgenomen dat de Gemeenschappelijke Regeling dient aan te geven: •

welke risico’s in de Gemeenschappelijke Regeling spelen Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant. Zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt door: o o

• •

8.3

een verzekering: er zijn verzekeringen afgesloten voor risico’s van brand, bedrijfsschade, transport, werkmaterieel en voertuigen, aansprakelijkheid en rechtsbijstand een voorziening: Deze risico’s betreffen onzekere verplichtingen, voortkomend uit activiteiten/transacties in het verleden. Deze verplichtingen zijn qua omvang en/of tijdstip waarop ze zich voordoen, maar zijn redelijkerwijs in te schatten

welke capaciteit (middelen) er beschikbaar is (zijn) bij tegenvallers wat het beleid is ten aanzien van risico’s, de capaciteit en de relatie tussen beide

Risico’s van niet financiële aard

Naast de directe financiële risico’s bestaan er risico’s van niet-financiële aard. Dit is bijvoorbeeld het risico dat er niet conform geldende wetgeving op het gebied van privacy, arbeidsomstandigheden, archivering of milieu wordt gewerkt.

8.4

Inventarisatie van de financiële risico’s

Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant, zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt. Eind 2018 heeft Laborijn de nota weerstandsvermogen opgesteld. Hiertoe is een risicoinventarisatie uitgevoerd. Ultimo 2024 is de berekening geactualiseerd.

36

Ten tijde van het opstellen van deze begroting voert Laborijn enkele jaren de Wet inburgering 2021 uit. Bij de inventarisatie van de risico’s is het nog onduidelijk of Laborijn een financieel risico loopt m.b.t. de Wet inburgering 2021. De eerste inburgeraars hebben in 2024 hun inburgeringstraject afgerond. Om een goede inschatting te kunnen maken van de financiële risico’s dient een grotere populatie het gehele traject te doorlopen. Laborijn gaat de komende tijd de financiële effecten per afgerond traject monitoren om ervaring op te bouwen van de financiële resultaten van een volledig inburgeringstraject. Op dit moment is het financiële risico nog p.m. Bij een volgende inventarisatie zal Laborijn deze p.m. post beter kunnen inschatten.

8.5

Weerstandscapaciteit en ratio weerstandsvermogen

Met weerstandscapaciteit bedoelen we de beschikbare financiële middelen om onverwachte en substantiële kosten en/of uitgaven te financieren. Binnen Laborijn wordt het weerstandsvermogen gevormd door de post ‘Algemene reserve’.

Op basis van de hiervoor beschreven methode is ultimo 2024 herrekend dat het weerstandsvermogen € 2,4 miljoen moet zijn. Per ultimo 2024 is de omvang van de post algemene reserve (na resultaatbestemming 2023) € 2,3 miljoen. Ultimo 2024 is het weerstandsvermogen, na verwerking van het voorstel resultaatbestemming 2024, voldoende om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. De ratio weerstandsvermogen is 0,97 en blijft binnen de grenzen die zijn vastgelegd in de nota weerstandsvermogen (minimaal 0,8 tot 1,2).

37

8.6

Kengetallen

Gelet op artikel 11, tweede lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dienen in de begroting de onderstaande kengetallen te worden opgenomen. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2025 na 1e w ijz. -4,09% -4,09% 41,38% 0,87%

2026 13,08% 13,08% 31,67% 1,36%

2027 10,45% 10,45% 37,95% 1,17%

2028 10,54% 10,54% 37,56% 0,56%

2029 10,28% 10,28% 36,81% 0,58%

De Laborijn kengetallen zijn berekend op basis van de geprognotiseerde balans over de jaren 2026 - 2029. Om enige duiding aan de cijfers te geven zijn onderstaand de begrote kengetallen 2026 van Laborijn vergeleken met de kengetallen voor alle Gelderse gemeenten voor het begrotingsjaar 2025. Dit zijn de laatst gepubliceerde gegevens op de site Financieel Toezicht Gemeenten van de provincie Gelderland. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Zowel de netto schuldquote als de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor Laborijn 13,08%. Dit is ruim lager dan de kengetallen voor alle Gelderse gemeenten van 62% (netto schuldquote) respectievelijk 55% (netto schuldquote gecorrigeerd). De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. De solvabiliteitsratio bedraagt voor Laborijn circa 32%. Het kengetal voor alle Gelderse gemeenten is ook 32%.

Grondexploitatie Dit kengetal is voor Laborijn niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte voor Laborijn bedraagt 1,36%. Het kengetal voor alle Gelderse gemeenten is niet bekend. Belastingcapaciteit Dit kengetal is voor Laborijn niet van toepassing.

38

9. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Bij Laborijn is enkel het gebouw een kapitaalgoed dat aanwezig is. Er wordt daarom geen toelichting gegeven op de verplichte onderdelen: wegen, riolering, water en groen. Beleidskader gebouwen Laborijn is voornemens een nieuw pand te realiseren welke naar verwachting eind 2026 in gebruik wordt genomen. De nieuwbouw zal plaatsvinden op een deel van de huidige Laborijnkavel aan de Terborgseweg 106 in Doetinchem. Bij de nieuwbouw wordt aangesloten bij de gebiedsvisie ‘Spoorzone’ van de gemeente Doetinchem. Daarnaast heeft Laborijn de wens om de nieuwbouw te realiseren met de eigen kernwaarden als uitgangspunt: betrouwbaar, lef, enthousiast, professioneel en resultaatgericht. Financiële consequenties De nieuwbouw heeft financiële consequenties op zowel de investeringsbegroting (opgenomen in paragraaf 14.8) als op de jaarlijkse exploitatie en rentelasten. Vertaling consequenties in begroting Ten tijde van het opmaken van deze begroting zijn de financiële consequenties nog uiterst onzeker. Zo hangt veel af van de aan te trekken financiering en de opbrengst van de verkoop van de restkavel. De in deze begroting opgenomen bedragen betreffen slechts aannames. Met betrekking tot het onderhoud van de nieuwbouw hanteert Laborijn de onderhoudsbenadering. Dit betekent dat Laborijn een voorziening groot onderhoud vormt op basis van een onderhoudsplan.

Dit betreft het groot onderhoud dat niet valt onder het nog te sluiten onderhoudscontract voor de basale onderhoudswerkzaamheden van het nieuwe pand.

39

10. Paragraaf Financiering 10.1 Algemeen De financieringsfunctie van Laborijn is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en hetgeen door het algemeen bestuur van Laborijn aan kaders is vastgesteld in de financiële verordening en het treasurystatuut. Voor de uitvoering van de financieringsfunctie worden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend gevolgd.

10.2 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument om het renterisico op de netto vlottende schuld te beperken. Hiermee wordt voorkomen dat fluctuaties in de korte rente (maximaal 1 jaar) een relatief grote impact op de rentelasten hebben. De kasgeldlimiet is bepaald op een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (op dit moment 8,2%) van de jaarbegroting. (gemiddelde bedragen)

2025 na 1e wijz.

2026

2027

2028

2029

toegestane kasgeldlimiet begrote lasten percentage conform wet Fido, uitvoeringsregeling

77.633 8,2%

77.769 8,2%

78.421 8,2%

78.697 8,2%

80.261 8,2%

toegestane kasgeldlimiet

6.366

6.377

6.430

6.453

6.581

vlottende schuld

9.000

8.900

8.800

8.700

8.600

-/- vlottende middelen

17.307

9.378

10.510

10.345

10.031

netto vlottende schuld

-8.307

-478

-1.710

-1.645

-1.431

toegestane kasgeldlimiet

6.366

6.377

6.430

6.453

6.581

-/- vlottende schuld ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

-8.307

-478

-1.710

-1.645

-1.431

14.673

6.855

8.140

8.098

8.012

berekening netto vlottende schuld

toets kasgeldlimiet

40

10.3 Renterisiconorm en renterisico op vaste schuld Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (wet Fido). In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in meerjarenperspectief weergegeven. Uit de tabel is af te leiden dat Laborijn onder de renterisiconorm blijft. (gemiddelde bedragen )

2025 na 1e wijz.

2026

2027

2028

2029

berekening renterisiconorm begrotingstotaal aan lasten

77.633

77.769

78.421

78.697

20%

20%

20%

20%

20%

15.527

15.554

15.684

15.739

16.052

renteherzieningen

5.225

10.450

10.175

9.900

9.625

+/+ aflossingen

138

275

275

275

275

5.363

10.725

10.450

10.175

9.900

renterisiconorm

15.527

15.554

15.684

15.739

16.052

renterisico

5.363

10.725

10.450

10.175

9.900

ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

10.164

4.829

5.234

5.564

6.152

percentage regeling Renterisiconorm in bedrag

80.261

Berekening renterisico

renterisico toetsing rentenorm

41

11. Paragraaf bedrijfsvoering 11.1 Algemeen De bedrijfsvoering heeft als reikwijdte de gehele organisatie van Laborijn. De deelnemende gemeenten verwachten van Laborijn dat de gelden rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden en dat Laborijn een betrouwbare partner is. In deze paragraaf worden de zaken beschreven die primair betrekking hebben op het functioneren van de organisatie. De belangrijkste financiële risico’s met betrekking tot de bedrijfsvoering is al beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

11.2 Planning en control De planning en control cyclus geeft vorm aan het geheel van financieel management binnen Laborijn. Het vormt het hart voor de sturing en beheersing. Planning is het proces van richting geven (de begroting) en control is het proces van koers houden en verantwoorden. De planning en control producten vormen een cyclus. In onderstaande grafiek zijn de planning en control producten schematisch weergegeven.

(Strategisch) meerjarenplan

Kadernota

Begroting en meerjarenraming (afdelingsplannen)

Jaarrekening / jaarverslag

Maandrapportage/ Kwartaalrapportage (bestuursprapportage)

Kadernota De cyclus start met het ontwikkelen van een visie en beleid. Hierbij is de visie richtinggevend voor het beleid en wordt vastgelegd in het strategisch meerjarenplan. In de Kadernota worden de financiële en beleidsmatige kaders op hoofdlijnen geschetst en met het bestuur en gemeenteraden gedeeld. Begroting en meerjarenraming De begroting en meerjarenraming bevat naast de ‘going concern’-activiteiten ook de vertaling van het strategische meerjarenplan naar concrete activiteiten, prestaties en inzet. Maandrapportage/kwartaalrapportage De maandrapportage verstrekt het management maandelijks informatie over de mate waarin de (financiële) doelen zijn gerealiseerd, de budgetten en personeel gerelateerde informatie.

42

Met de kwartaalrapportages (bestuur rapportages) informeert de organisatie het bestuur en de gemeenten over de voortgang, de afwijkingen en de bijzonderheden ten opzichte van de doelen uit de programmabegroting. Jaarstukken Jaarlijks wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en beheer door het aanbieden van de jaarstukken. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening.

11.3 ICT De ICT-werkzaamheden betreffen in hoofdzaak het functionele beheer voor alle in gebruik zijnde applicatie-programmatuur. ICT-beheer zorgt voor het technisch beheer van de aanwezige ICT en programmatuur. Laborijn heeft een Service Level Agreement (SLA) met de gemeente Doetinchem ten aanzien van deze ICT-ondersteuning.

11.4 Beveiliging en privacy De dienstverlening aan de inwoners vindt steeds meer digitaal plaats en de verschillende uitvoeringsorganisaties wisselen steeds meer gegevens elektronisch met elkaar uit. Informatie is beveiligd en uitsluitend toegankelijk voor de daarvoor bevoegde personen.

11.5 Integriteit De medewerkers van Laborijn werken met en voor kwetsbare groepen inwoners. Inwoners zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van Laborijn. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de medewerkers van Laborijn zuiver en zonder onderscheid des persoons handelen. In de informatiefolder die iedere klant ontvangt, staat duidelijk wat Laborijn van haar of hem verwacht, maar ook wat een klant van de medewerker mag verwachten. Ook over de onderlinge relatie tussen medewerkers en leidinggevenden en/of bestuur zijn diverse regelingen opgesteld over wat wel en niet kan.

11.6 Ziekteverzuim In 2026 is de doelstelling voor het ziekteverzuim ambtelijk 4%. Voor de Wsw en Cao aan de Slag medewerkers 13%.

11.7 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze Wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo kent naast een passieve informatieplicht ook een actieve informatieplicht. Er zijn 17 informatiecategorieën aangewezen die actief openbaar gemaakt moeten worden. Dit gebeurt in 4 tranches. Binnen de eerste tranche, die is ingegaan op 1 november 2024, moet de volgende informatie vindbaar zijn: • • • • •

alle algemeen verbindende voorschriften alle overige besluiten van algemene strekking informatie over de organisatie en werkwijze bereikbaarheidsgegevens, en vergaderstukken en- verslagen van de bestuursvergaderingen

Laborijn voldoet aan de verplichtingen uit de eerste tranche.

43

11.8 Verlof Ultimo 2024 is het openstaand verlofsaldo van de Wsw medewerkers 62.175,- uur en € 924.605, van de Cao Aan de Slag medewerkers 1.114 uur en € 14.855,- en van de ambtelijke medewerkers 18.918 uur en € 537.775,-.

44

12. Paragraaf Verbonden partijen Per 31 december 2024 is Laborijn zowel bestuurlijk als financieel betrokken bij de volgende derde partij: Mabeon ‘De Achterhoek’ Holding B.V. Algemene gegevens Oprichtingsdatum: 4 december 2007 Inschrijvingsnummer handelsregister Kamer van Koophandel: 09176672 Plaats van vestiging: Doetinchem, 7005 BC Terborgseweg 106 Doel Het oprichten van, het deelnemen in, het beheren en adviseren van bedrijven en ondernemingen met als doel het verwezenlijken van de doelen van Laborijn met betrekking tot het verkleinen van de afstand van medewerkers tot de reguliere arbeidsmarkt. Per 31 december 2024 neemt Mabeon ‘De Achterhoek’ Holding B.V. deel in de volgende vennootschappen: •

een belang van 100% in het re-integratiebedrijf Vakwerk.nu B.V.

Bestuurlijke betrokkenheid Laborijn is 100% aandeelhouder van deze holding en heeft daarmee de volledige bestuurlijke bevoegdheid. Financiële betrokkenheid Laborijn is voor 100% aandeelhouder van de vennootschap. Het aandeel bestaat uit 8.990 gewone aandelen en 10 prioriteitsaandelen, elk met een nominale waarde van € 10. Alle aandelen luiden op naam. Resultaat en vermogen Volgens de jaarrekening heeft Mabeon ‘De Achterhoek’ Holding B.V. over het boekjaar 2023 een resultaat gerealiseerd van € 3.121 negatief. Het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2023, inclusief het resultaat over dat boekjaar, € 334.009 (31 december 2022: € 337.130). De jaarrekening 2024 is nog niet opgesteld, daarom zijn de cijfers over 2024 nog niet bekend.

45

13. Financiële begroting 13.1 Overzicht van baten en lasten In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen per programma. Overzicht baten en lasten per program m a

1e gew ijzigde begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontw ikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Overhead Totaal

31.776 6.739 2.552 26.718 7.728 75.515

32.666 7.922 2.646 25.816 7.160 76.211

33.616 8.648 2.685 24.919 11.128 80.996

34.472 9.456 2.769 23.797 7.843 78.337

35.420 10.411 2.882 22.793 8.241 79.747

Lasten Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontw ikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Overhead Totaal

31.816 7.740 2.552 22.499 13.025 77.633

32.706 8.075 2.646 21.874 12.467 77.769

33.656 8.914 2.685 20.831 12.335 78.421

34.512 9.839 2.769 19.846 11.731 78.697

35.460 10.947 2.882 18.983 11.991 80.261

Resultaat voor bestem m ing

-2.118

-1.558

2.575

-360

-514

-399 2.517

-203 1.761

-3.830 1.254

-73 433

-72 586

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat na bestem m ing reserves

De baten bestaan uit een vergoeding van de gemeenten voor de programmalasten en de baten die Laborijn zelf genereert. Onder de lasten zijn de programmalasten opgenomen. In het jaar 2026 zal per saldo een onttrekking uit de bestemmingsreserves plaatsvinden ter grootte van € 1,5 miljoen. In 2027 zal Laborijn naar verwachting een deel van de kavel verkopen. De gerealiseerde opbrengst zal in 2027 worden toegevoegd aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve. Per saldo bedraagt het geraamde resultaat na mutatie reserves voor de jaren 2026 t/m 2029 nihil.

46

13.2 Financiële positie 13.2.1 Geprognotiseerde balans en EMU-saldo 2025 na 1e w ijz.

Geprognoticeerde balans Activa Vaste activa Materiele vaste activa Financiële vaste activa

Vlottende activa Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd< 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa

Totaal activa Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Resultaat

Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva

Totaal passiva

2026

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves (+) Mutaties (im)materiële vaste activa (-) Mutaties voorzieningen (+) Mutaties voorraden (-) Eventuele boekw inst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa (-) Berekend EMU-Saldo

2028

2029

8.107 29 8.136

19.861 25 19.885

20.678 21 20.699

20.210 19 20.229

19.745 19 19.764

16.407 600 300 17.307

8.478 600 300 9.378

9.610 600 300 10.510

9.445 600 300 10.345

9.131 600 300 10.031

25.443

29.263

31.209

30.574

29.795

2.337 8.191 10.528

2.337 6.930 9.268

2.337 9.506 11.843

2.337 9.146 11.483

2.337 8.632 10.969

689 5.225 16.443

646 10.450 20.364

391 10.175 22.409

491 9.900 21.874

601 9.625 21.195

8.000 1.000 9.000

8.000 900 8.900

8.000 800 8.800

8.000 700 8.700

8.000 600 8.600

25.443

29.263

31.209

30.574

29.795

2025 na 1e w ijz. -2.118 4.993 -210 -

EMU Saldo

2027

2026

-7.321

2027

2028

2029

-1.558 11.754 -122 -

2.575 818 3.752

-360 -468 -

-514 -465 -

-13.433

-1.994

109

-50

13.2.2 Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld 2026

taakveld

omschrijving

baten

lasten

saldo 2026

0.4

overhead

6.919

10.999

-4.081

0.5

treasury

120

433

-313

0.8

overige baten en lasten

122

1.035

-913

0.10

mutaties reserves

1.761

203

1.558

6.1

samenkracht en burgerparticipatie

2.646

2.646

-

6.3

inkomensregelingen

32.666

32.706

-40

6.4

begeleide participatie

28.483

24.349

4.134

6.5

arbeidsparticipatie

5.255

5.599

-344

77.972

77.972

-

47

13.2.3 Overzicht verloop reserves

Verloop reserves Saldo 31 decem ber 2025

Wsw vakantiegelden en -dagen

Algemene reserve

Wsw Rijks subsidie

Re-integratie middelen

Tozo uitvoering

2.337

1.526

935

1.391

110

- onttrekking

-

-

-

-153

-70

- dotatie

-

-

-

2.337

1.526

935

1.238

40

- onttrekking

-

-

-

-266

-40

- dotatie

-

-

-

2.337

1.526

935

973

-

- onttrekking

-

-

-

-382

-

- dotatie

-

-

-

-

-

Saldo 31 decem ber 2026

Saldo 31 decem ber 2027

Saldo 31 decem ber 2028

-

-

2.337

1.526

935

590

-

- onttrekking

-

-

-

-536

-

- dotatie

-

-

-

-

-

2.337

1.526

935

54

-

Vangnet voorziening Zelfstandigen A

Vangnet voorziening Zelfstandigen D

Frictiekosten uittreding OIJ

Risico einde DVO Wsw Oude IJsselstreek

Risico einde DVO WLC Bronckhorst

Saldo 31 decem ber 2025

62

310

2.385

1.145

85

- onttrekking

-15

-25

-1.487

-

-

-

Saldo 31 decem ber 2026

47

285

- onttrekking

-15

Saldo 31 decem ber 2029

Verloop reserves

- dotatie

- dotatie

-

35

898

1.145

120

-25

-898

-

-

-

-

-

-

36

Saldo 31 decem ber 2027

32

260

-

1.145

155

- onttrekking

-15

-25

-

-

-

-

-

-

-

37

Saldo 31 decem ber 2028

17

235

-

1.145

192

- onttrekking

- dotatie

-15

-25

-

-

-

- dotatie

-

-

-

-

37

Saldo 31 decem ber 2029

2

210

-

1.145

229

48

Verloop reserves Saldo 31 decem ber 2025 - onttrekking

Risico einde DVO Wsw Bronckhorst

Doorontw ikkeling infrastructuur

36

106

-

-11

- dotatie

46

Saldo 31 decem ber 2026

82

- onttrekking

Herinvestering nieuw bouw

Totaal bestemmings reserves

100

-

8.191

10.528

Groot onderhoud

Totaal reserves

-

-

-1.761

-1.761

122

-

203

203

95

222

-

6.930

9.268

-

-11

-

-1.254

-1.254

- dotatie

42

-

-

3.752

3.830

3.830

Saldo 31 decem ber 2027

124

85

222

3.752

9.506

11.843

- onttrekking

-

-11

-

-

-433

-433

- dotatie

37

-

-

-

73

73

Saldo 31 decem ber 2028

160

74

222

3.752

9.146

11.483

-

-11

-

-586

-586

-

-

72

72

64

222

3.752

8.632

10.969

- onttrekking - dotatie

35

Saldo 31 decem ber 2029

195

De bestemmingsreserve vakantiegelden en -dagen wordt in het boekjaar 2026 t/m 2029 gemuteerd op basis van de berekening ultimo het boekjaar. De geschatte mutatie is p.m. In boekjaar 2027 wordt een nieuwe bestemmingsreserve gevormd genaamd herinvestering/ renovatie nieuwbouw. Deze reserve wordt gevormd uit de gerealiseerde boekwinst door het verkopen van de restkavel. Er vinden enkel onttrekkingen plaats uit deze bestemmingsreserve indien de nieuwbouw duurder uitpakt dan het huidig afgesproken kader dat is verwerkt in de begroting. Mocht de nieuwbouw onverhoopt duurder uitpakken dan het afgegeven kader, dan zullen de hogere afschrijvingskosten die daardoor ontstaan worden gedekt uit de bestemmingsreserve zodat de bijdrage van de deelnemende gemeenten niet stijgen. Indien er onttrekkingen uit deze bestemmingsreserve plaatsvinden dan zal dit gebeuren via het aandeel dat de gemeenten hebben in de algemene reserve van Laborijn (Aalten 15,73%, Doetinchem 51,93% en Montferland 32,34%).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8206/documents/49924