Bijlage 2 PlanMER omgevingsvisie Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Omdat Doetinchem een stad met een regionale functie in een plattelandsomgeving is, is het busnetwerk vrij grofmazig en vormt de bus geen optie voor veel mensen in de omliggende dorpen en woonkernen. Daarbij heeft de gemeente ook niet de zeggenschap over het voorwaarden stellen aan en verlenen van ov-concessies, waardoor haar handelingsperspectief beperkt is. Voor mensen die hiervan afhankelijk zijn blijft de bereikbaarheid van het centrum dus een knelpunt. De gemeente werkt samen met de regio achterhoek, provincie Gelderland en ProRail aan een snellere treinverbinding tussen Doetinchem en Arnhem – de Regio Expres. Momenteel wordt het voorkeursalternatief in samenspraak met stakeholders ontworpen. Tussen Didam en Doetinchem De Huet wordt een spoor toegevoegd aan het huidige enkelspoor, en er wordt ook aan de stations van Wehl en Doetinchem De Huet gewerkt. Het doel is om eenmaal per uur een sneltrein tussen Arnhem en Doetinchem te laten rijden, waardoor de gemeente beter ontsloten wordt via het spoor en het aantrekkelijker wordt voor studenten en forenzen om de auto in te wisselen voor de trein. Het borgen van een veilig vervoersnetwerk in en om de stad wordt door de gemeente gezien als randvoorwaardelijk voor andere ontwikkelingen op het beleidsterrein mobiliteit. Deze aandacht heeft waarschijnlijk een positief effect op 64
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
de verkeersveiligheid. Op langere termijn is er misschien een negatief effect op de verkeersveiligheid te verwachten als we in een overgangsfase richting smart mobility toepassingen zoals zelfrijdende voertuigen komen. Deze ontwikkeling is uiteraard niet voorbehouden aan de gemeente en speelt op een (inter)nationaal schaalniveau. Deze ontwikkeling is echter zeer onzeker omdat de technologie nog in de kinderschoenen staat en het onmogelijk te voorspellen is of en wanneer zelfrijdende auto’s een onderdeel van het verkeer gaan vormen. Doordat de bevolking in Nederland de komende decennia blijft groeien en er een omvangrijke woningbouwopgave is, neemt de druk op de gebruiksruimte in steden toe. Naar verwachting leidt dit tot een toename in het aantal knelpunten en een negatief effect op de bereikbaarheid voor automobilisten. Omgevingsvisie In Tabel 26 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 26 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Een groter aandeel van de vervoersbewegingen in de Het centrum wordt autoluw(er) gemaakt gemeente dient te voet, per fiets en met het openbaar Er komen regels over emissieloze stadsdistributie De Mobiliteitsvisie 2016-2026 is voorlopig het uitgangspunt vervoer plaats te vinden voor beleid (niet nader gespecificeerd). Dit beleid wordt herijkt in het nieuwe Mobiliteitsplan die in 2023 vastgesteld wordt. De omgevingsvisie Gelderland Gaaf en de Mobiliteitsvisie Gelderland (bouwstenen voor bereikbaarheid) bevat daarnaast uit te voeren beleid (niet nader gespecificeerd) Op sommige locaties worden mobiliteitshubs gerealiseerd waar comfortabel tussen modaliteiten gewisseld kan worden De verkeersveiligheid dient verbeterd te worden
Binnen de bebouwde kom wordt een maximumsnelheid van 30 km/u het nieuwe uitgangspunt; alleen waar het echt nodig is geldt een maximumsnelheid van 50 km/u
* Modaliteiten = vervoerswijzen
In de Mobiliteitsvisie Doetinchem 2016-2026 zet de gemeente in op duurzame mobiliteit en shift in vervoerswijzekeuze. Belangrijke onderwerpen zijn het investeren in infrastructuur voor de fiets, het beter benutten van het verkeerssysteem, het wijzigen van mobiliteitsgedrag en duurzaamheid. De volgende ambities met betrekking tot vervoerswijzekeuze komen terug in de Mobiliteitsvisie Doetinchem 2016-2026: 1. In het kader van duurzaamheid en leefbaarheid schuift een deel van de investeringen in infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer naar meer en beter infrastructuur voor het fietsverkeer en het stimuleren van fietsgebruik. 2. Fietsstad van de Toekomst 2022. Dit betekent dat fietsen een prominente plek krijgt in de verkeersstructuur. Gedurende de looptijd van de Mobiliteitsvisie is de ambitie om het aandeel fietsverkeer op korte ritten (<7,5 km) te verhogen naar minimaal 45%. Er wordt gestreefd naar een concurrerende reistijd van de fiets ten opzichte van de auto. In de spits bedraagt de reistijd per fiets dan minder dan 1,15 maal de reistijd per auto. 3. Het versterken van het openbaar vervoer op alle niveaus. Nadruk wordt gelegd op bereikbaarheid met het openbaar vervoer op regionaal en lokaal niveau en het versterken van verbindingen met stedelijke regio’s. In het kader van sociale bereikbaarheid wordt het openbaar vervoer gezien als basismobiliteit. 4.
Het beter en efficiënter benutten van bestaande infrastructuur. Dit geldt ook voor het geschikt maken van bestaande fiets- of voetpaden voor tweerichtingsverkeer. 5. De voetganger moet overal veilig kunnen lopen. Op belangrijke loopverbindingen is een aantrekkelijke inrichting gewenst. Inclusief ontwerpen en deelname voor iedereen. 6. De verkeersveiligheid blijven verbeteren. De ambitie is om gedurende de looptijd van de Mobiliteitsvisie het aantal verkeersslachtoffers met 50% te verminderen door de inzet op duurzaam veilige infrastructuur, handhaving en educatie. Het geactualiseerde Mobiliteitsplan is op moment van schrijven nog niet vastgesteld. Het is daarom niet mogelijk om te beoordelen wat het effect van de omgevingsvisie op de verdeling in vervoersbewegingen en vervoerswijzekeuze in de gemeente is. Wel is aannemelijk dat de ambities en het voorgenomen beleid uit de Mobiliteitsvisie Doetinchem 201665
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
2026 verder geconcretiseerd gaan worden en dat hiermee een belangrijke bijdrage geleverd wordt aan een mogelijke shift in vervoerswijzekeuze van auto naar fiets, bus en trein. De mogelijkheden om op de inbreidingslocaties in Doetinchem een lagere parkeernorm te gaan hanteren bieden in die zin ook kansen. Het doelbereik van deze beleidsmaatregelen is echter wel sterk afhankelijk van andere actoren (provincie, Rijk en vervoersmaatschappijen voor bus en trein), en van de inertie van het gedrag van mensen op het gebied van autobezit. De gemeente neemt zich voor om maatregelen te nemen die voor personenvervoer een verschuiving van auto naar fiets en openbaar vervoer tot doel hebben en gaat een maximumsnelheid van 30 km/u binnen het grootste deel van de bebouwde kom invoeren. Doordat er minder auto’s in de stad rijden en doordat verkeerssituaties overzichtelijker worden en er bij lagere snelheden minder risico’s op serieuze verwondingen in het geval van een aanrijding zijn, zal dit beleid naar verwachting een groot positief effect op de verkeersveiligheid hebben. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid: Geluid: Minder gemotoriseerd verkeer door meer gebruik van voet, fiets, OV e.d. kan een positief effect hebben op de geluidbelasting bij een woning.
Luchtkwaliteit: Het inzetten op duurzame mobiliteit heeft een positief effect op de luchtkwaliteit. Gezonde leefomgeving: Het stimuleren van fietsgebruik en het aantrekkelijk maken van loopverbindingen heeft een positief effect op het faciliteren van een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving. Bereikbaarheid & mobiliteit: Door in te zetten op fietsen en openbaar vervoer, gaat er vanuit de gemeente minder aandacht, budget en openbare ruimte naar autobereikbaarheid. Wonen: De woningbouwopgave in de gemeente biedt dwarsverbanden op het gebieden van fietsen, wandelen en openbaar vervoer. In deze gebieden kan ingezet worden op een shift in vervoerswijzekeuze. Adviezen en aanbevelingen Voor dit beleidsveld komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. In de Mobiliteitsvisie Doetinchem 2016-2026 spreekt de gemeente duidelijke ambitie uit wat betreft de shift in vervoerswijzekeuze van auto naar fiets, bus en trein. We verwachten dat het beleid dat deze ambities moet gaan verwezenlijken verder uitgewerkt gaat worden in het nieuwe Mobiliteitsplan. Neem de belangrijkste beleidsmaatregelen vanuit dit beleidsstuk over in de Omgevingsvisie. 2.
Betrek daarbij ook nauw de Woonvisie Doetinchem 2023-2036; net als voor autobereikbaarheid zijn er veel dwarsverbanden tussen de bouw van ruim 6.000 woningen en het te ontwikkelen beleid op het gebied van wandelen, fietsen en openbaar vervoer. 3. Geef in de omgevingsvisie aan hoe de gemeente wil gaan sturen op het aantrekkelijker maken van bus en trein. De gemeente kan hierin namelijk niet zelfstandig handelen en is voor een deel afhankelijk van vervoersmaatschappijen. 4. Benoem in de omgevingsvisie of in het nog in ontwikkeling zijnde Mobiliteitsplan wat de positie van de gemeente is ten aanzien van de mogelijke aanleg van de Noordtak op het gemeentelijk grondgebied.
66
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.2.7
Duurzame elektriciteit
In Tabel 27 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 27 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema Duurzame elektriciteit Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
--
In 2021 werd 86 TJ van de 1.114 TJ aan stroomverbruik in de gemeente duurzaam opgewekt. Het Akkoord van Groenlo wordt op het moment van schrijven nog geactualiseerd; op basis hiervan kunnen deze cijfers op een later moment geactualiseerd worden.
Autonome ontwikkeling
+/-
De RES 2.0 in combinatie met de autonome ontwikkeling van de groei van zonnedaken gaat ertoe leiden dat het aandeel duurzame elektriciteit in de gemeente toe gaat nemen. De gemeente draait mee met het programma Klimaat en Energie dat getrokken wordt vanuit het Rijk, met als doel om verduurzaming van woningen te versnellen.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
Een berekening op hoofdlijnen van de potenties van zonnevelden, zon op woningdaken en bedrijfsdaken en windenergie laat zien dat het absolute maximum aan duurzaam op te wekken stroom onder de randvoorwaarden die de gemeente hanteert op ongeveer 900 TJ per jaar bovenop de huidige opwek ligt. Het is echter niet aannemelijk dat een aanzienlijk aandeel hiervan daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden; ook moeten plannen nog verder ontwikkeld worden om het doelbereik van de omgevingsvisie te kunnen beoordelen.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
De gemeente legt zich toe op de ambitie van een energieneutrale Achterhoek in 2050. Onder de randvoorwaarden dat maximaal 3% van de landbouwgronden ingezet mag worden als zonneveld en dat er uitsluitend in een strook langs de Oude IJssel ten noordwesten van de stad windturbines gerealiseerd gaan worden, laat een berekening op hoofdlijnen zien dat Doetinchem met zonne- en windenergie voor tussen 25% en 100% kan voorzien in haar eigen behoefte aan elektriciteit. Realistisch zal dit aandeel ergens tussen deze twee waarden in vallen, waarmee de gemeente voor enkele tientallen procenten van haar elektriciteitsvraag een beroep op andere Achterhoekse gemeenten zal moeten doen.
Huidige situatie De totale vraag naar energie exclusief de sector mobiliteit bedroeg in gemeente Doetinchem in 2017 ruim 3.500 TJ (972 GWh, Tabel 28; Klimaatmonitor, 2020). Uit Figuur 18 blijkt waar deze energie uit opgebouwd is. De warmtevraag bedroeg in 2015 ongeveer 2.300 TJ, de elektriciteitsvraag bedroeg 1.150 TJ. De grootste afnemer van energie is de gebouwde omgeving die goed is voor twee derde van het totaal. De sector industrie, energie, afval en water vormt bijna een derde van de vraag. Van de grofweg 3.500 TJ die jaarlijks verbruikt wordt, werd in 2017 ongeveer 100 TJ (27 GWh) in de eigen gemeente opgewekt, voor het overgrote deel in de vorm van duurzame warmte. Hierbij moet gezegd worden dat de hoeveelheid opgewekte zonnestroom op eigen terrein moeilijk meetbaar is omdat deze voor een deel direct gebruikt wordt en door de netbeheerder niet gemeten wordt (Harbers et al., 2018). De Figuur 18; de energievraag in Doetinchem per sector in data die er zijn over de hoeveelheid opgewekte zonnestroom 2015. Bron: Quintel, 2020 laten wel een positieve trend zien: een vervijfvoudiging tussen 67
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
2013 en 2017 (Tabel 28). Het totale energieverbruik in de gemeente is tussen 2014 en 2017 nagenoeg gelijk gebleven. Tabel 28; het energieverbruik in TJ in gemeente Doetinchem per sector. Het totale energieverbruik is lager dan dat in Figuur 18 omdat hier de mobiliteitssector niet meegerekend wordt. Bron: Klimaatmonitor, 2020
Energiegebruik (TJ)
2013
2014
2015
2016
2017
Gebouwde Omgeving 2.386
2.218
2.227
2.199
2.240
Industrie, Energie, Afval en Water
1.268
1.136
1.103
1.136
1.135
Landbouw, Bosbouw en Visserij
41
36
39
39
64
Hernieuwbare warmte 94
126
103
92
92
Zonnestroom opgewekt op eigen terrein
2
3
4
6
9
Totaal
3.791
3.519
3.476
3.472
3.540
Autonome ontwikkeling De gemeente is voor wat betreft de energietransitie voor een groot deel afhankelijk van ontwikkelingen op hogere schaalniveaus. Landelijk en internationaal beleid en ontwikkelingen op de energiemarkt zijn de drijvende krachten achter veel ontwikkelingen op het gebied van de omslag naar een duurzaam energiesysteem. Elektriciteit en brandstoffen worden bijvoorbeeld voor een groot deel niet in Doetinchem geproduceerd. Ontwikkelingen die op de middellange termijn zullen gaan spelen zijn de verdere uitrol van wind en zon op land, het aanleggen van warmtenetten en warmte-koude opslagsystemen (WKO) in de bodem, de transitie naar een fossielvrij wagenpark met een groter aandeel elektrische en mogelijk op termijn ook waterstofauto’s, en verder in de toekomst mogelijk de inzet van groene waterstof voor verwarming en de productie van elektriciteit. Daarmee is het handelingsperspectief van de gemeente op dit vlak beperkter dan voor veel van de andere thema’s in de Omgevingsvisie. De gemeente kan bijvoorbeeld inwoners en bedrijven stimuleren om hun daken aan te wenden voor de plaatsing van zonnepanelen, maar blijft hier sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op de energiemarkt, nationaal beleid (o.a. de salderingsregeling) en de bereidwilligheid van mensen en bedrijven.
Doetinchem heeft een groot landelijk gebied waar ontwikkelaars graag nieuwe zonnevelden en windturbines zouden ontwikkelen. Binnen het handelingsperspectief van de gemeente ligt het aanwijzen van zoekgebieden voor dit type ontwikkelingen. Kanttekeningen hierbij zijn dat ook hiervoor geldt dat de gemeente slechts faciliterend op wil treden, en dat een belangrijke randvoorwaarde is dat het net voldoende capaciteit moet hebben voor de toenemende hoeveelheid elektriciteit. De energietransitie is een zeer dynamische ontwikkeling, met veel onzekerheden op de langere termijn. Het is dus moeilijk om een inschatting te maken van het referentiealternatief in 2030. Als uitgangspunt voor de autonome ontwikkeling is voor dit MER gebruik gemaakt van de Klimaat- en Energieverkenning (2019) die door onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving is opgesteld. Dit jaarlijkse rapport schetst ontwikkelingen op de energiemarkt en maakt prognoses op basis van bestaand beleid voor zichtjaar 2030. Als aanvullende notie op het rapport zijn de effecten van de maatregelen van het Klimaatakkoord beschreven (PBL, 2019). Vanuit gemeente en regio lopen meerdere projecten die de energietransitie beogen te versnellen.
Zo heeft Samenwerking Industriële Kringen Achterhoek het project Achterhoek Onderneemt Duurzaam opgestart, dat middels verschillende aanpakken het MKB en bedrijfsleven helpt verduurzamen op het gebied van energie. Het project Zon op Dak van het Achterhoeks Energie Loket richt zich op de ontwikkeling van zonneparken bij ondernemers, en voor de Regionale Energie Strategie (RES) worden een regionale wind- en warmtevisie en kaders voor communicatie en participatie opgesteld. Ook draait de gemeente mee met het programma Klimaat en Energie dat getrokken wordt vanuit het Rijk, met als doel om verduurzaming van woningen te versnellen. 68
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
De elektriciteitsvraag zal de komende decennia stijgen door een groeiende bevolking, elektrificatie van mobiliteit, de aanleg van warmtepompen, etc. Voor dit planMER is geen kwantitatieve prognose gemaakt van de te verwachten stijging van de elektriciteitsvraag. De duurzaam opgewekte elektriciteit die onderdeel van het RES-aanbod van de Achterhoek is, moet zijn beslag krijgen in onder andere de Omgevingsvisie. In de komende jaren moet het aanbod nog geconcretiseerd worden met de daadwerkelijke plaatsing van zonnevelden en windturbines. Hiermee wordt in dit planMER de duurzaam opgewekte energie binnen het RES-aanbod niet meegerekend als autonome ontwikkeling, maar als onderdeel van het voorgenomen beleid. Omgevingsvisie In Tabel 29 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 29 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld duurzame elektriciteit
Ambitie
Beleidsmaatregelen
De gemeente geeft de Op bedrijventerreinen de Huet en Keppelseweg wordt geïnventariseerd hoe collectief het voorkeur aan zonnedaken gebruik van energie efficiënter kan worden verdeeld en zonne-erven boven We zoeken naar plekken voor zon en wind op land, waarbij de RES leidend is voor zonnevelden en nieuwe initiatieven, en waarbij de gemeente streeft naar minimaal 50% lokaal windturbines in het eigendom en medezeggenschap landelijk gebied Doetinchem streeft naar een energie neutrale Achterhoek in 2050*
Zodra de besluitvorming over de realisatie van zonneparken en windmolens in het plaatsgevonden heeft, wordt dit vertaald naar een omgevingsplan
De Achterhoek is energieneutraal in 2050 (actualisatie Akkoord van Groenlo)
De gemeente informeert en stimuleert inwoners met het Energieloket Achterhoek om woningen te verduurzamen De gemeente ontzorgt ondernemers door de eigen bijdrage voor de aanvraag van een lening voor voor verduurzamen van het bedrijfsvastgoed te schrappen De gemeente verduurzaamt vastgoed van haarzelf en van verbonden partijen De gemeente draagt bij aan de uitvoering van de RES 1.0 door in principe mee te werken aan de ontwikkeling van een viertal zonneparken en een beoogd windpark Randvoorwaarde is dat maximaal 3% van landbouwgronden als zonneveld gebruikt mogen worden De gemeente onderzoekt de potentie van gebouwen en parkeerplaatsen voor opwek van zonne-energie (eind 2023 af) De gemeente ondersteunt het programma Zon op Dak voor ondernemers door het leveren van gratis advies; er wordt een plan van aanpak opgesteld Er is één gebied rond de Oude IJssel tussen Doetinchem en Keppel als zoekgebied voor wind aangewezen De gemeente draagt bij aan de ontwikkeling van een Duurzaam ondernemers centrum. Een Energieloket voor bedrijven waar ondernemers terecht kunnen voor vragen, programma's en acties omtrent het verduurzamen van hun bedrijf.
* Gedefinieerd als: alle verbruikte elektrische energie wordt CO2-neutraal binnen de Achterhoek opgewekt
De energietransitie krijgt een centrale plek in de teksten voor de Omgevingsvisie. De gemeente volgt de regionale ambitie om in 2050 als regio energieneutraal te zijn. Dit betekent dat alle energie exclusief voor mobiliteit en industrie die in de Achterhoek verbruikt wordt, binnen de Achterhoek opgewekt wordt. Daarbij geeft de gemeente de voorkeur aan zonnedaken en zonne-erven boven zonnevelden en windturbines in het landelijk gebied. Maximaal 3% van landbouwgronden mogen in gebruik genomen worden als zonneveld; momenteel is de ontwikkeling van zonnevelden op in totaal 24 ha aan landbouwgrond (1% van totaal) in voorbereiding of uitvoering. Daarnaast is er een gebied rond de Oude IJssel tussen Doetinchem en Keppel aangewezen als zoekgebied voor windenergie, en onderzoekt de gemeente in 2023 de potentie van gebouwen en parkeerplaatsen voor de opwek van zonne-energie.
69
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Uit de Foto van de Leefomgeving uit 2021 blijkt dat de totale vraag naar energie exclusief de sector mobiliteit in 2017 ongeveer 3.500 TJ (972 GWh) omvatte. Een actualisatie hiervan voor het jaar 2021 op basis van de klimaatmonitor laat zien dat dit in de vier tussenliggende jaren licht gedaald is naar ongeveer 3.370 TJ (936 GWh), verdeeld over 2.150 TJ (597 GWh) aan warmte en 1.100 TJ (306 GWh) aan elektriciteit. Huishoudens vormen met 1.350 TJ (375 GWh) ongeveer 40% van de vraag naar energie in de gemeente. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze cijfers zich zullen zich blijven ontwikkelen; vanuit de actualisatie van het Akkoord van Groenlo dat in de zomer van 2023 verwacht wordt, komen actuelere cijfers over de energiemix in de gemeente en regio beschikbaar. Deze cijfers zijn op moment van schrijven van voorliggend planMER echter nog niet gepubliceerd. Tabel 30 De opbouw van de elektriciteitsvraag naar sector in de gemeente Doetinchem. Bron: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/publieke-dienstverlening
Sector
Elektriciteit**
Woningen
288 TJ / 80 GWh
Publieke dienstverlening
122 TJ / 34 GWh
Commerciële dienstverlening
272 TJ / 76 GWh
Industrie en landbouw
432 TJ / 120 GWh
Totaal
1.114 TJ / 309 GWh
Een betrouwbare prognose van de ontwikkeling van de vraag naar stroom en warmte is moeilijk te geven; in de Foto van de Leefomgeving wordt uitgegaan van een daling van de warmtevraag tussen 2012 en 2030 met 40% en een daling van de stroomvraag van 20%. Met de trage voortgang van de verduurzaming van vastgoed in Nederland en de substantiële groei in huishoudens waar de gemeente op inzet, lijken deze prognoses echter te rooskleurig. Daarom gebruiken we om op hoofdlijnen een beeld te krijgen van de omvang van de opgave de stroom- en warmtevraag uit 2021 aan. Maximaal 3% van landbouwgronden mogelijk in gebruik genomen worden als zonneveld; momenteel is de ontwikkeling van zonnevelden op in totaal 24 ha aan landbouwgrond (1% van totaal) in voorbereiding of uitvoering. Daarnaast is er een gebied rond de Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg aangewezen als zoekgebied voor windenergie, en onderzoek de gemeente in 2023 de potentie van gebouwen en parkeerplaatsen voor de opwek van zonne-energie.
Figuur 19 Equivalente alternatieven voor de opwekking van duurzame energie. Bron: Ruimtelijke verkenning energie en klimaat (2018)
Het aandeel duurzaam opgewekte energie stijgt de laatste jaren sterk in Doetinchem: in de periode 2017-2020 nam de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie toe van 154 naar 267 TJ (43-74 GWh). Hiervan wordt 86 TJ (24 GWh) gevormd door duurzame elektriciteit. We gaan ervan uit dat de 24 ha in ontwikkeling zijnde zonnevelden hierbij nog 70
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
niet meegerekend zijn; deze zouden het totaal op grofweg 130 tot 150 TJ (36-42 GWh) aan groene elektriciteit brengen (zie Figuur 19). De restopgave bedraagt daarmee voor de komende decennia ongeveer 1.000 TJ (278 GWh) aan duurzame elektriciteitsopwek. Dit is het equivalent van een combinatie van 100.000 woningen met een zonnedak, 300 tot 500 ha aan zonneveld en 29 tot 40 windturbines. De potentie van de alternatieve opwekmethoden voor duurzame elektriciteit kan als volgt benaderd worden: De resterende potentie van zonnevelden op agrarische gronden bedraagt met 50 ha grofweg 100 tot 150 TJ (2842 GWh). De resterende potentie van woningen en maatschappelijk vastgoed is lastig te berekenen, maar zal met ongeveer 27.000 woningen in 2036 in het meest optimistische geval 160 TJ bedragen. Een grove benadering van het totale areaal aan bedrijventerreinen in de gemeente is 300 ha. Uit een analyse die Arcadis voor de omgevingsvisie van de gemeente Weert (nog niet gepubliceerd) heeft uitgevoerd, blijkt dat grofweg 20-30% van een bedrijventerrein uit dakoppervlak bestaat. Op 50-100 ha dakoppervlak kan afhankelijk van onder meer het aandeel daken dat geschikt is voor zonnepanelen, de dichtheid van de te plaatsen panelen en de montagehoek tussen 75 en 535 TJ (21-149 GWh) aan zonnestroom opgewekt worden.
De lengte van het zoekgebied voor wind langs de Oude IJssel is iets meer dan 2 km. Onder de aanname dat windturbines hier op een afstand van 400 meter van elkaar geplaatst worden, zou hier ruimte zijn voor maximaal 6 windturbines die gezamenlijk 200 tot 240 TJ (56-67 GWh) aan duurzame stroom zouden kunnen opwekken. Voor de opwek van duurzame elektriciteit is de gemeente Doetinchem dus afhankelijk van de beschikbare ruimte, alsmede van eigen gestelde en technische randvoorwaarden. Tabel 31 vat de maximale potentie voor de opwek van duurzame elektriciteit binnen de eigen gemeentegrenzen samen. Hierbij is uitgegaan van de elektriciteitsvraag uit 2021 van 1.114 TJ (309 GWh). Met de huidige duurzame opwek van 86 TJ (24 GWh) komt de resterende opgave uit op 1.028 TJ (286 GWh). Echter is niet bekend hoe de huidige duurzame opwek is verdeeld over de verschillende energiebronnen, daarom wordt bij zon-op-dak nu uitgegaan van de totale potentie, inclusief de daken die al voorzien zijn van panelen. Tabel 31; De minimale en maximale opwekpotentie van duurzame energiebronnen in Doetinchem.
Energiebron
Minimale potentie
Toelichting
Maximale potentie Toelichting
Zonnevelden
50 TJ (14-21 GWh)
Op basis van 1% landbouwgrond als zonneveld
225 TJ
Windturbines
130 TJ (36-44 GWh)
Minimaal 4 windturbines 240 TJ
Maximaal 6 windturbines
Zon-op-dak woningen
55 TJ (15 GWh)
Min. potentie op basis van 5.400 zonnedaken in 2036*
160 TJ
Max. potentie bij 15.600 zonnedaken in 2036*
Zon-op-dak bedrijven
75 TJ (21 GWh)
Min. potentie bij 50 ha dakoppervlak bedrijventerrein**
535 TJ
Max. potentie bij 100 ha dakoppervlak bedrijventerrein**
Totaal
310 TJ (86 GWh)
Totaal t.o.v. ~25% elektriciteitsvraag
Op basis van max. 3% landbouwgrond als zonneveld
1.160 TJ (323 GWh) ~100%
De potentie van zon op particulier dak is afhankelijk van meerdere factoren. Zo beschikt niet iedere woning over een eigen dak. Voor de gemeente Doetinchem wordt voor het zichtjaar 2036 geschat dat zo’n 25% van de woningvoorraad bestaat uit appartementencomplexen. De daken van deze meerlaagse woningen kunnen dus niet individueel worden meegeteld als potentieel zonnedak. De minimale en maximale potentie is gebaseerd op de aanname dat een gemiddeld appartementencomplex één dak per twee tot drie woningen telt. Verder zijn niet alle daken geschikt voor zonnepanelen. Op basis van vergelijkbare gemeenten in Nederland blijkt 80%-90% van de daken geschikt. Verder hebben niet alle inwoners de middelen om zonnepanelen aan te schaffen of zijn zij hier niet in geïnteresseerd. De
71
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
aanname hier is dat 30% tot 70% van de inwoners op termijn over gaat op het installeren van zonnepanelen. Verder is de aanname dat een zonnedak op een woning gemiddeld 10 GJ (3 MWh) aan elektriciteit opwekt. Tabel 32; Minimale en maximale opwekpotentie van zon-op-dak op woningen in Doetinchem.
Zon-op-dak woningen*
Maximaal
Minimaal
Aantal woningen in 2036
27.000
27.000
Aantal daken op appartementencomplexen
4.500
2.250
Aandeel daken dat geschikt is als zonnedak
90%
80%
Aandeel inwoners dat zonnepanelen installeert
70%
30%
Aantal potentiële zonnedaken
15.600
5.400
Totale potentie particuliere zonnedaken
160 TJ (44 GWh)
55 TJ (15 GWh)
Naast particuliere daken zijn ook bedrijfsdaken geschikt om dienst te doen als zonnedak. Op een vergelijkbare wijze als de particuliere berekening kan een bandbreedte worden vastgesteld van de potentiële opwek. Hier is uitgegaan van de grove schatting van 300 ha bedrijventerrein, waarvan gemiddeld 25% bestaat uit dakoppervlak. Hier is de brandbreedte bovendien sterk afhankelijk van de dichtheid van de panelen en de montage hoek. In het meest gunstige geval ligt de opwek per hectare op 6,6 TJ (1,8 GWh) terwijl dit in het meest ongunstige geval 2,7 TJ (0,8 GWh) bedraagt. Tabel 33; Minimale en maximale opwekpotentie van zon-op-dak op bedrijventerrein in Doetinchem.
Zon-op-dak bedrijven**
Maximaal
Minimaal
Totale oppervlakte bedrijfsdaken
100 ha
50 ha
Aandeel daken dat geschikt is als zonnedak
90%
80%
Aandeel dak dat belegd wordt met zonnepanelen
90%
70%
Dichtheid panelen aan de hand van montagehoek
6.000/ha
2.200/ha
Rendementsverlies door montagehoek
0%
9%
Opwekking per hectare aan dak
6,6 TJ
2,7 TJ
Totale potentie bedrijventerrein
535 TJ (149 GWh)
75 TJ (21 GWh)
In het meest optimistische scenario benadert de maximale opwekpotentie de vraag naar elektriciteit. De realistische potentie ligt echter substantieel lager. De minimale potentie bedraagt zo’n 310 TJ (86 GWh), dit is slechts circa 25% van de totale elektriciteitsvraag van 1.114 TJ (309 GWh). Het resterende doelgat van 75% zou in dat geval moeten worden opgewekt in andere Achterhoekse gemeenten om de ambitie van een energieneutrale Achterhoek in 2050 te bereiken. Aangezien het niet realistisch is dat de maximale potentie opgewekt gaat kunnen worden zal een deel van de opwek noodzakelijkerwijs moeten worden opgevangen door buurtgemeenten. Deze berekening biedt dan ook een basis voor het uitwerken van verschillende scenario’s. Wanneer bijvoorbeeld maximaal 20% van de resterende elektriciteitsvraag van de gemeente Doetinchem buiten de gemeentegrenzen kan worden opgewekt moet de gemeente inzetten op productieve zonnedaken op bedrijventerreinen. Bij hogere opwekpercentages buiten de gemeentegrenzen heeft de gemeente meer keuzemogelijkheden, terwijl bij lagere opwekpercentages buiten de gemeentegrenzen bijvoorbeeld ook zal moeten worden ingezet op de uitbreiding van zonnevelden. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld duurzame elektriciteit:
72
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Wonen: Het beleidsveld wonen biedt een koppelkans met duurzame elektriciteit door deze wijken bijvoorbeeld te voorzien van zonnepanelen op daken. De forse woningbouwopgave zal echter leiden tot een proportionele groei in de vraag naar duurzame elektriciteit en warmte, en dit zorgt voor meer druk op het nu al zwaar belaste netwerk. Economie: De ambities op het gebied van energieneutraliteit kunnen botsen met de randvoorwaarde dat maximaal 3% van het agrarische areaal ingezet mag worden voor zonnevelden; De aanleg van zonnevelden, zonnedaken en windturbines zorgt voor veel werkgelegenheid in de regio. Duurzame landbouw: Zelfs met optimale inzet van daken voor de opwek van zonne-energie en de plaatsing van windturbines, zal er een vraag naar zonnevelden bestaan om de ambitie te kunnen realiseren. De ruimtevraag die hiermee samenhangt, knelt met de vraag naar landbouwgrond. Landschap & ruimtelijke kwaliteit: Inzetten op een energieneutrale Achterhoek vereist ruimte voor zonnevelden en windturbineparken maar ook aanpassingen aan de gebouwde omgeving. Deze ruimtelijke veranderingen kunnen negatieve effecten hebben op het landschap en de ruimtelijke kwaliteit.
Adviezen en aanbevelingen Voor dit beleidsveld komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. De analyses in dit hoofdstuk laten zien dat de maximale potentie aan duurzaam op te wekken elektriciteit rond 1.100 TJ per jaar ligt. Hiermee komt de ambitie om energieneutraal te worden op het gebied van elektriciteit in zicht. Deze potentie is naar alle waarschijnlijkheid echter niet realistisch omdat hiervoor alle woningen en bedrijven van daken voorzien moeten worden, de maximale ruimte op agrarische gronden benut moet worden voor zonnevelden, en er langs de Oude IJssel ongeveer zes windturbines gebouwd moeten worden. Waarschijnlijk valt het totaal aan duurzaam op te wekken elektriciteit substantieel lager uit, ook gezien de afhankelijkheid van de problemen op het gebied van netcongestie. Afhankelijk van deze factoren ligt de bandbreedte van het aandeel van de elektriciteitsvraag die duurzaam binnen de gemeentegrenzen opgewekt kan worden tussen 25% en 100%. Het is dus aannemelijk dat een deel van de Doetinchemse energievraag elders in de Achterhoek zal moeten landen. We bevelen aan om deze analyse aan te scherpen op basis van gemeentelijke expertise en informatie om een realistisch beeld van de potentiële bijdrage van Doetinchem aan de Achterhoekse ambitie te kunnen geven.
73
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
5.2.8
Duurzame warmte
In Tabel 34 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 34 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema duurzame warmte Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
--
De eerste gasvrije woonwijk in de gemeente Doetinchem is in aanbouw. Het merendeel van de woningvoorraad wordt echter nog met fossiel gas verwarmd.
Autonome ontwikkeling
-
De Transitievisie Warmte is in 2022 vastgesteld en bevat een concreet plan om de gebouwde omgeving van het gas te halen. Vanwege de betaalbaarheid van de warmtetransitie en het aandeel van deze kosten dat bij particulieren komt te liggen, is het echter onzeker of het voorgenomen beleid ten uitvoering gebracht kan worden. De kans op slagen voor het laaghangende fruit in de vijftien wijken die in de periode tot 2030 worden aangepakt is groter dan die voor de overige wijken in Doetinchem.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
De Transitievisie Warmte bevat gedegen analyses naar oplossingsrichtingen voor duurzame verwarming per wijk en presenteert een voortvarend plan om de vijftien meest kansrijke wijken in de periode tot 2030 te voorzien van een buurtuitvoeringsplan. De betaalbaarheid van de warmtetransitie en de kosten die bij woningeigenaren terechtkomen, zijn echter belangrijke risico’s voor het behalen van de doelen, met name voor de wijken die niet in de periode tot 2030 aangepakt worden. Daarnaast zijn in de Transitievisie Warmte de forse woningbouwplannen niet opgenomen. Het is op basis van de teksten van de omgevingsvisie nog niet duidelijk hoe deze woningen gasloos verwarmd gaan worden.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Gelijk aan doelbereik omgevingsvisie fase 1
Huidige situatie De totale vraag naar energie exclusief de sector mobiliteit bedroeg in gemeente Doetinchem in 2017 ruim 3.500 TJ (972 GWh, Tabel 28; Klimaatmonitor, 2020). Uit Figuur 18 blijkt waar deze energie uit opgebouwd is. De warmtevraag bedroeg in 2015 ongeveer 2.300 TJ, de elektriciteitsvraag bedroeg 1.150 TJ. De grootste afnemer van energie is de gebouwde omgeving die goed is voor twee derde van het totaal. De sector industrie, energie, afval en water vormt bijna een derde van de vraag. Van de grofweg 3.500 TJ die jaarlijks verbruikt wordt, werd in 2017 ongeveer 100 TJ (27 GWh) in de eigen gemeente opgewekt, voor het overgrote deel in de vorm van duurzame warmte. De eerste gasvrije woonwijk in Doetinchem is in aanbouw. Dit is de nieuwbouwwijk Iseldoks II die tussen het stationsgebied Figuur 20; de energievraag in Doetinchem per sector in en de Oude IJssel in ligt. Ook loopt in Nieuw Wehl het project 2015. Bron: Quintel, 2020 Wijk van de Toekomst, waarbinnen de gemeente samen met energiebedrijf Liander en woningcorporatie Vivare mogelijkheden verkent voor het aardgasvrij maken van de woonwijk. De ambitie is om dit te bereiken met een combinatie van energiebesparing en duurzame opwekking van warmte.
Overigens is energie niet het enige thema waar de Wijk van de Toekomst zijn pijlen op richt: ook bereikbaarheid, openbaar groen en klimaatadaptatie zijn opgaven die opgepakt worden binnen het project. 74
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Autonome ontwikkeling Vanuit gemeente en regio lopen meerdere projecten die de energietransitie beogen te versnellen. Zo heeft Samenwerking Industriële Kringen Achterhoek het project Achterhoek Onderneemt Duurzaam opgestart, dat middels verschillende aanpakken het MKB en bedrijfsleven helpt verduurzamen op het gebied van energie. Het project Zon op Erf van AGEM Ontwikkeling B.V. richt zich op de ontwikkeling van zonneparken bij ondernemers, en voor de Regionale Energie Strategie (RES) worden een regionale wind- en warmtevisie en kaders voor communicatie en participatie opgesteld. De warmtevisie richt zich echter op grote bronnen van restwarmte die relevant zijn voor meerdere gemeenten. Ook wordt het regionale energieloket verbreed. Deze ontwikkelingen zullen bijdragen aan een versnelling van de energietransitie in de regio. Omgevingsvisie In Tabel 35 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 35 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld duurzame warmte
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Voor alle woningen in Doetinchem geldt dat ze zo duurzaam mogelijk moeten zijn
De gemeente is in 2022 gestart met buurtuitvoeringsplannen in de Kleurrijke buurt en de Romantische buurt Zuid in Dichteren en pakt tot 2030 jaarlijks twee buurten op De gemeente voert wijkgerichte aanpakken uit waarbij ingezet wordt op een mix van energiebesparing, isolatie van vastgoed, ventilatie en de opwekking van duurzame warmte De gemeente verduurzaamt met behulp van een Rijksbijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds in de periode tot 2030 350 woningen in Overstegen West, de Muziekbuurt en de Schrijvers- en Dichtersbuurt
Er ligt in het landelijk gebied een grote opgave om gebouwen aardgasloos te verwarmen Doetinchem streeft naar een energie neutrale Achterhoek in 2050*
* Gedefinieerd als: alle verbruikte warmte wordt CO2-neutraal binnen de Achterhoek opgewekt
Uit de Foto van de Leefomgeving uit 2021 blijkt dat de totale vraag naar energie exclusief de sector mobiliteit in 2017 ongeveer 3.500 TJ omvatte. Een actualisatie hiervan voor het jaar 2021 op basis van de klimaatmonitor laat zien dat dit in de vier tussenliggende jaren licht gedaald is naar ongeveer 3.370 TJ, verdeeld over 2.150 TJ aan warmte en 1.100 TJ aan elektriciteit. Huishoudens vormen met 1.070 TJ ongeveer 50% van de vraag naar warmte in de gemeente. Tabel 36 De opbouw van de warmtevraag naar sector in de gemeente Doetinchem. Bron: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/publieke-dienstverlening
Sector
Warmte*
Woningen
1.069 TJ
Publieke dienstverlening
220 TJ
Commerciële dienstverlening
204 TJ
Industrie en landbouw
662 TJ 2.155 TJ
Totaal * Berekend op basis van gasverbruik per sector, met 31,65 MJ/m aan aardgas 3
De gemeente beschrijft in de omgevingsvisie de ambities om alle woningen in de gemeente zo duurzaam mogelijk e laten zijn. Ook sluit de gemeente aan bij de regionale ambitie om de Achterhoek in 2050 energieneutraal te laten zijn. Wij verstaan hieronder ook dat de verwarming van de gebouwde omgeving zonder netto emissie van broeikasgassen plaats moet vinden. De beleidsmaatregelen die de gemeente tegenover deze ambities zet, komen voort uit de in begin 2022 vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW) en richten zich op het uitvoeren van jaarlijks twee buurtuitvoeringsplannen in de periode tot 2030. Daarbij wordt als oplossingsrichtingen ingezet op een mix van energiebesparing, isolatie van vastgoed, 75
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
ventilatie en de opwekking van duurzame warmte. Een mogelijke bron is geothermie, waarvoor de gemeente een toetsingskader gaat ontwikkelen. Daarnaast wordt op twee bedrijventerreinen een inventarisatie uitgevoerd naar de kansen voor een collectievere en daarmee efficiëntere verdeling van energie. In de TVW presenteert de gemeente het plan om de gebouwde omgeving de komende decennia van het gas te halen. Er worden verschillende alternatieven genoemd: levering van groengas en waterstofgas via bestaande gasnetten, individuele warmtepompen en collectieve warmtenetten die door aardwarmte, restwarmte van bedrijven en uit oppervlakte- of rioolzuiveringswater gewonnen warmte gevoed kunnen worden. De meest kansrijke oplossingen zijn warmtepompen, thermische energie uit oppervlaktewater en afvalwater, en warmte-koude opslag. Het is op basis van de huidige kennis niet mogelijk om een uitspraak over de kansrijkheid van geothermie in Doetinchem te doen. De TVW heeft in beeld gebracht welk type verwarming het meest voordelig en kansrijk is per buurt; de resultaten hiervan staan in Figuur 21 weergegeven. Voor buurten met nieuwere bebouwing komen warmtepompen het beste uit de afweging, buurten met lagere woningdichtheden hebben als voorkeurstechniek een mix tussen warmtepompen en hybride oplossing, en op met name bedrijventerreinen is een warmtenet de voorkeursoplossing.
In de analyse wordt een cruciaal element echter niet meegenomen: er het onderliggende model gaat ervan uit dat er altijd een duurzame bron van warmte in de buurt van het warmtenet ligt. Uit contact met de gemeente blijkt dat vooral ingezet wordt op de inzet van individuele warmtepompen.
Figuur 21 De voorkeurstechniek voor aardgasvrije verwarming per buurt. Bron: DWA & Overmorgen, 2021
Binnen de TVW worden de vijftien buurten die als meest kansrijk aangemerkt worden, benaderd om tot buurtuitvoeringsplannen te komen. Hiervan worden er twee per jaar uitgevoerd in de periode tot 2030. Voor deze buurten is berekend hoe groot de onrendabele top is voor het verduurzamen van de warmtevoorziening. Deze ligt tussen € 17.000,-- en € 29.000,-- per woning. Hiervan komen, afhankelijk van het type woning, tussen € 6.500,-- en € 22.000,-- bij woningeigenaren te liggen. Deze analyse laat zien dat de kosten voor de warmtetransitie in Doetinchem fors zijn, en voor een groot deel betaald zullen moeten worden door woningeigenaren. Zonder mogelijkheid om dit af te dwingen en zonder verregaande subsidies, is er daarmee een groot risico dat de ambities die in de TVW uitgesproken worden, niet gehaald worden doordat veel woningeigenaren de middelen of de wil niet hebben voor dergelijke investeringen. Veel zal dus afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het landelijke beleid op dit gebied.
76
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Een belangrijke kanttekening bij de TVW is dat ze nog geen rekening houden met het voorgenomen beleid uit de Woonvisie Doetinchem 2023-2036. De woningvoorraad in Doetinchem stijgt de komende dertien jaar met 6.300 woningen fors. Deze woningen dienen gasloos verwarmd te worden, en in de omgevingsvisie staat nog niet beschreven hoe de gemeente dit wil bereiken. Gezien de hoge dichtheid aan woningen in de centrumwijken en de hoge isolatiewaarde van nieuwbouwwoningen lijkt een warmtenet kansrijk; hier moet echter wel ruimte voor zijn in de ondergrond, en er dient een duurzame bron van warmte gevonden te worden. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld duurzame warmte: Wonen: Het beleidsveld wonen biedt een koppelkans met duurzame warmte door in te zetten op duurzame warmte bij nieuwbouwwoningen en de huidige woningvoorraad te verduurzamen. De toename van de woningvoorraad met 6.300 woningen vraagt daarentegen om extra inspanningen op dit gebied. Stedelijk groen: Indien de gemeente in sommige wijken inzet op een warmtenet, zal goed afgewogen moeten worden of hier plek voor is zonder in te leveren op ondergrondse ruimte voor boomwortels. Klimaatadaptatie: Samenhangend met bovenstaand knelpunt, kan het inpassen van warmtenetten mogelijk leiden tot minder ruimte voor een klimaatadaptieve inrichting van de gebouwde omgeving.
Bodem en ondergrond: Voor veel oplossingsrichtingen op het gebied van duurzame verwarming speelt de inpassing in de ondergrond een belangrijke rol. De gemeente is zich hiervan bewust en werkt aan een afwegingskader voor bodemenergie. Adviezen en aanbevelingen We komen voor dit beleidsveld tot de volgende adviezen: 1. De strategie om de gebouwde omgeving van het gas te halen die de gemeente in de Transitievisie Warmte beschrijft, wordt al overgenomen in de Omgevingsvisieteksten. In de omgevingsvisie staat beschreven dat nieuwbouw vanwege wettelijke regels bijna energieneutraal moet worden opgeleverd. Daarmee is nog niet duidelijk op welke duurzame warmtebronnen nieuwbouwwoningen zullen worden aangesloten. Met de bouw van zo’n 6.300 nieuwbouwwoningen is dit een actueel thema. We adviseren om, als hier wel al duidelijkheid over bestaat, dit aan te geven in de Omgevingsvisie.
77
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
5.3
Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie
5.3.1
Economie
In Tabel 37 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 37 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema economie Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
+/-
Alle bedrijfskavels in de gemeente zijn in optie of houdt de gemeente vast voor de (strategische) verplaatsingsvraag. Op bedrijventerreinen ligt de leegstand met 3,6% grofweg op hetzelfde niveau als in de regio, voor wat betreft kantoren is er met 9,2% meer leegstand dan in de Achterhoek en in provincie Gelderland.
Autonome ontwikkeling
+/-
De economische scenario’s prognosticeren regionaal een groei in de vraag naar bedrijventerreinen. Deze ruimte is beperkt beschikbaar op uitgeefbare kavels. Op korte termijn wordt het beleidskader Bedrijventerreinen in Verandering (BIVA) geëvalueerd. Dit zal van grote invloed zijn op de autonome ontwikkeling op het gebied van bedrijvigheid.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
Een grove benadering van de ruimte die nodig is voor het toevoegen van 6.000 banen laat zien dat het afhankelijk van het type werkgelegenheid gaat hiervoor tussen 17 en 33 hectare aan werklocaties toegevoegd moet worden. Dit vraagt om een gemeentebrede intensivering van de ruimte op bedrijventerreinen met grofweg 5-10%. De mate waarin dit mogelijk is, kan met de huidige informatie niet beoordeeld worden.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
De gemeente heeft in navolging van de Economische uitgangspunten fysieke leefomgeving een onderzoek uitgezet naar de groei van bedrijventerreinen. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek is in dit planMER getracht om een beeld te schetsen van de autonome en aanvullende ontwikkelingen op gebied van (beroeps)bevolking en de mate waarin nieuwe banen gecreëerd zullen moeten worden. Deze analyse laat zien dat er grofweg 4.600 banen moeten worden gecreëerd om het aantal banen gelijke tred met de beroepsbevolking te laten houden. Afhankelijk van het type werkgelegenheid zal hiervoor tussen 13 en 26 hectare aan werklocaties toegevoegd moet worden. Dit vraagt om een gemeentebrede intensivering van de ruimte op bedrijventerreinen met grofweg 48%17, of om uitbreidingen ten opzichte van de bestaande bedrijventerreinen. De mate waarin dit mogelijk is, kan met de huidige informatie niet beoordeeld worden.
Huidige situatie De werkgelegenheid in gemeente Doetinchem bedroeg in 2018 34.900 FTE (CBS, 2020). De laatste tien jaar is deze in Doetinchem sterk gegroeid: in vergelijking met 2010 waren er in 2018 7% meer banen, vergeleken met een groei van 9% in Nederland en slechts 3% in de Achterhoek. De verdeling van deze banen over de sectoren laat een aantal opvallende verschillen met de regio en het nationale gemiddelde zien. Zo werken er relatief meer mensen in de
17 De groei in werkgelegenheid in fase 2 verschilt van die waarmee in fase 1 gerekend is. De oorzaak hiervan is dat de
ambitie waarmee in fase 1 gerekend werd niet meer van toepassing is. 78
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
gezondheids- en welzijnszorg dan in de Achterhoek en met name in Nederland en zijn ook de sectoren overige zakelijke diensten en onderwijs relatief groot.
30,00%
Doetinchem
25,00%
Achterhoek (CR) Nederland
20,00%
Werkgelegenheid
15,00% 10,00% 5,00% 0,00%
Figuur 22; de werkgelegenheid per sector in Doetinchem, de Achterhoek en Nederland. Bron: CBS, 2020
In de gemeente Doetinchem liggen zeven bedrijventerreinen, verdeeld over de volgende gebieden: • • •
Doetinchem – binnen de stadsgrenzen liggen vijf bedrijventerreinen: Keppelseweg, de Huet, Hamburgerbroek, Wijnbergen en Verheulsweide; Wehl – aan de snelweg ligt het A18 bedrijvenpark; Gaanderen – in het zuidwesten van het dorp ligt bedrijventerrein Akkermansweide;
In totaal bedraagt het oppervlak van de bedrijvenparken in Doetinchem bruto 357 en netto 277 hectare. Op regionaal niveau is sprake van een beperkt overaanbod, met in 2019 een totale omvang van bedrijventerreinen van 1.400 hectare, waarvan 1.275 hectare uitgegeven was. Een relatief groot deel van het overaanbod aan bedrijventerreinen concentreert zich in Doetinchem (Ecorys, 2019b). In de periode sinds 2019 is de resterende ruimte op bedrijventerreinen in de gemeente in gebruik genomen. Alle bedrijfskavels in de gemeente zijn in optie of houdt de gemeente vast voor de (strategische) verplaatsingsvraag. Dit betekent dat een groei in de vraag naar bedrijvigheid gefaciliteerd zal moeten worden door middel van in- of uitbreiding. Een nieuw Regionaal Programma Werklocaties voor de Achterhoek is in ontwikkeling; hier staan meer actuele cijfers in. Deze zullen betrokken worden in de nulmeting voor de omgevingsvisie die in september uitgevoerd gaat worden.
79
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Figuur 23; de ligging van bedrijventerreinen in Doetinchem. Bron: Leefomgevingsfoto Doetinchem
Autonome ontwikkeling De werkgelegenheid in de provincie Gelderland groeit gestaag door op de korte termijn. De provincie blijft hierbij iets achter op het Nederlandse gemiddelde. In de Achterhoek stabiliseert het aantal banen, met groei noch krimp op de korte termijn. De snelst groeiende sectoren zijn gezondheids- en welzijnszorg, groothandel, bouwnijverheid en specialistische zakelijke dienstverlening. Sectoren die in de periode 2017-2022 qua aantal FTE licht (~1,5%) krimpen zijn de landbouw, de chemische industrie en het onderwijs (Provincie Gelderland, 2018). De ontwikkeling van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in de Achterhoek is onzeker. Uit een onderzoeksrapport uit 2019 (Ecorys, 2019a) bleek dat afhankelijk van het economische scenario de vraag zal dalen of in zwakkere of sterkere mate zal stijgen in de komende decennia. De nieuwste scenario’s (WLO Laag en Hoog) laten echter beide een groei in ruimtevraag zien. De ruimtevraag in de hele Achterhoek is geprognosticeerd op ongeveer 180 tot 260 hectare in de periode tot 2030. Er is voor ongeveer 190 hectare aan harde en zachte plancapaciteit in de regio (Ecorys, 2019b). In beide scenario’s hebben de sectoren klassiek, logistiek, agrifood en hoogwaardige kantoren een gelijkwaardig aandeel in de groeivraag. In scenario Hoog groei de industrie in de regio echter sterk ten opzichte van scenario Laag (Ecorys, 2019).
Figuur 24; de ontwikkeling van de vraag naar bedrijventerreinen in de Achterhoek. Bron: Ecorys, 2019 80
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Omgevingsvisie In Tabel 38 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 38 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld economie
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Het gebruik van bestaande bedrijventerreinen dient geoptimaliseerd te worden
De beschikbare milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen wordt optimaal benut
De onderdelen centrumfunctie, klein- en grootschalige De gemeente ondersteunt en jaagt initiatieven voor detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, horeca, innovatieve en duurzame projecten vanuit ondernemers werk aan huis en innovatie van de economie dienen aan toekomstbestendig te worden Er wordt in 2023 een onderzoek naar in- en uitbreiding van bedrijventerreinen uitgevoerd Meervoudig ruimtegebruik dient zoveel mogelijk Er wordt in 2023/24 een economisch toetsingskader toegepast te worden opgesteld De gemeente verschuift op het terrein van economie De gemeente zoekt actief de samenwerking op met de focus van functiegericht naar gebiedsgericht beleid maatschappelijke organisaties, ondernemers en instellingen De werkgelegenheid in de gemeente dient op peil te De gemeente ondersteunt initiatieven die voortkomen op het blijven gebied van de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie Er dient ruimte te blijven voor bedrijvigheid die past bij de Doetinchem en de Achterhoek Er dient ruimte te zijn voor innovatieve en duurzame bedrijven
De gemeente stimuleert de vestiging van innovatieve en duurzame bedrijven
In de omgevingsvisie is uitgebreid informatie opgenomen over het beleidsveld economie en bedrijvigheid. De gemeente beschrijft dat ze een aantrekkelijke plek voor bedrijven wil blijven, op deze manier blijft de werkgelegenheid op peil. De gemeente wil dit realiseren door middel van transformatie en inbreiding gecombineerd met uitbreiding aan randen van bestaande bedrijventerreinen. Daarbij zijn meervoudig ruimtegebruik, aansluiting op bestaande mobiliteitsen groenstructuren, optimaal gebruik van bestaande bedrijventerreinen en het inzetten op innovatieve en duurzame bedrijvigheid randvoorwaarden voor de groei in werkgelegenheid. Om bovenstaande ambities te realiseren, wordt een groot aantal beleidsmaatregelen in de omgevingsvisie genoemd. De gemeente werkt aan een inventarisatie van locaties waar in- en uitbreiding van werklocaties plaats kan vinden en ontwikkelt een toetsingskader waarmee locaties tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Het bestaande beleidskader Bedrijventerreinen in Verandering (BIVA) dat in 2019 vastgesteld is en dat regels bevat voor het gebruik van de bedrijventerreinen in de gemeente voor in totaal zes typen economische activiteiten, wordt geëvalueerd. Mogelijk leiden de resultaten van deze evaluatie tot een aanpassing van het beleidskader en/of dragen ze bij aan de totstandkoming van het afwegingskader.
Daarnaast worden de laatste resterende kavels op het bedrijventerrein aan de A18 met een totale oppervlakte van enkele hectaren in gebruik genomen. Het valt ons op dat deze ontwikkelingen niet beschreven staan in de Omgevingsvisie, terwijl het beleidskader dat in de plaats van het BIVA ontwikkeld wordt potentieel wel een grote impact gaan hebben op de ruimte voor bedrijvigheid in de gemeente, bijvoorbeeld dit kan leiden tot regels over het gebruik de beschikbare milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen. Een mogelijke ingreep zou kunnen zijn om bedrijven met een lagere milieucategorie te gaan weren van bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie. Een belangrijk vraagstuk in de gemeente is de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de vraag naar bedrijvigheid en banen bij een groei naar 70.000 inwoners in de periode tot 2036. Enerzijds groeit de gemeente met grofweg 12.000 inwoners waarbij specifiek ingezet wordt op het aantrekken van jonge, werkzame mensen. Dit leidt tot een groei van de beroepsbevolking en de vraag naar banen in de gemeente. Anderzijds heeft de gemeente net als de rest van
81
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Nederland te maken met vergrijzing, waardoor de beroepsbevolking daalt. Ook robotisering/automatisering gaat een rol spelen in de ontwikkeling van de werkgelegenheid, zeker in een regio met veel maakindustrie zoals de Achterhoek. De gemeente pakt dit vraagstuk op en spreekt in de Economische uitgangspunten fysieke leefomgeving18 de ambities uit om Doetinchem als werkgemeente nog aantrekkelijker te maken waarbij mogelijk kansen benut kunnen worden om arbeidskrachten uit naburige regio’s aan te trekken. Impliciet stelt de gemeente hiermee dat ze inzet op een groei van het aantal banen in de gemeente. De gemeenteraad heeft een onderzoek uitgezet naar de mogelijkheden voor in- en uitbreiding van werklocaties, en er wordt een toetsingskader ontwikkeld dat bedoeld is om initiatieven en verzoeken die niet (of deels) binnen het omgevingsplan passen te toetsen. Dit onderzoek wordt in de loop van 2023 opgeleverd. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek brengen we hier op hoofdlijnen de verhouding tussen de werkzame bevolking en het aantal banen in de gemeente en de ontwikkeling hiervan in de periode tot 2036 in beeld om hiermee meer grip te krijgen op de noodzaak om meer bedrijvigheid in de gemeente te realiseren. In gemeente Doetinchem waren er in 2021 in totaal 58.270 inwoners en 35.380 banen 19. In totaal waren er in 2021 30.892 inwoners in de leeftijd 15-65 jaar.
In de huidige situatie zijn er in de gemeente dus ongeveer 4.500 banen meer dan werkzame inwoners als we inwoners ouder dan 65 jaar met een betaalde baan en mensen uit de leeftijdsgroep 15-65 die niet tot de beroepsbevolking niet meerekenen. De Gelderse versie van de Primos bevolkingsprognose (2019) laat zien dat het aantal 65-plussers ten opzichte van de totale bevolking in de periode 2020-2040 van 21% naar 31% groeit. De beroepsbevolking van 15-65 jaar oud daalt daarmee van 64% naar 54%. In de trendprognose waar in het rapport Woningmarktscan gemeente Doetinchem20 mee wordt gerekend, stijgt het aantal inwoners in 2035 naar 62.110. Het aantal inwoners van 15 tot 65 jaar oud bedraagt op dat moment volgens de prognoses 33.593. Bovenop de autonome bevolkingsgroei zet de gemeente in op een verdere groei van zo’n 8.000 inwoners om op 70.000 inwoners uit te komen. Een groot deel van deze groei zal bestaan uit jonge stellen en gezinnen. Als we ervan uitgaan dat 80% van deze nieuwe inwoners tot het werkzame deel van de bevolking behoort, stijgt het totale aantal inwoners dat tot de beroepsbevolking behoort tot ongeveer 40.000. Om aan al deze inwoners een baan te bieden, zouden er dus ongeveer 4.600 nieuwe banen gecreëerd moeten worden.
Dit is echter een grove aanname die gemakkelijk hoger of lager uit zou kunnen vallen; de uitkomsten zullen na afronding van het lopende onderzoek naar de groei van werklocaties aangescherpt worden. Bovenstaande analyse laat wel zien dat de gemeente in zal moeten zetten op een groei van de werkgelegenheid, zeker als ze zoals in de Economische uitgangspunten fysieke leefomgeving gesteld wordt ook werknemers uit omliggende gebieden aan wil trekken. Voor het huisvesten van nieuwe banen is ruimte nodig op bedrijventerreinen, in kantoorpanden en op werklocaties op andere plekken in de gemeente. De benodigde ruimte hangt sterk af van het type banen dat de gemeente wil scheppen. Praktijkgeschoolde banen vragen namelijk meer ruimte 21 (100-200 m2) dan middelbaar en hoger opgeleide banen22 (8-15 m2). De sectoren en opleidingsniveaus waar de gemeente zich op wil richten, worden in de omgevingsvisie niet genoemd, daarom doen we hier een aanname van de verdeling. Er werken in Doetinchem ongeveer 7.000 praktijkgeschoolde, 12.000 middelbaar opgeleide en 14.000 hoogopgeleide mensen; uitgaande van deze verhouding gaat het om ongeveer 1.000 praktijkgeschoolde banen en 3.600 middelbaar en hoogopgeleide banen. De additionele ruimte die hiervoor nodig is, komt daarmee uit op grofweg tussen 13 en 26 ha aan werkplekken. Er liggen grofweg 300 ha aan bedrijventerrein in de gemeente.
Hier zou tussen 4 en 8% geïntensiveerd moeten worden om aan deze ruimtevraag te voldoen. De mate waarin dit lukt met behoud en versterking van aanwezige groenstructuren is op basis van de beschikbare informatie niet te beoordelen. Waarschijnlijk leidt deze inbreiding niet tot een toenemende druk op het lokale wegennet zodanig dat structurele congestie ontstaat; in de huidige situatie ligt de intensiteit/capaciteit (I/C) verhouding op alle knooppunten onder 0,7. Deze beoordeling dient wel gestaafd en herijkt te worden op het moment dat duidelijk is waar intensivering op bestaande bedrijventerreinen plaats gaat vinden. Indien inbreiding zich sterk concentreert op bepaalde bedrijventerreinen, zou het immers kunnen dat het lokale wegennet wel overbelast raakt.