CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 PlanMER omgevingsvisie Doetinchem.pdf

beeldvormende raad 16 november 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Omgevingsvisie45.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

3.687.788

1.495.772

5.183.560

Kengetallen m² groen m²

108.908

1.210.325

1.398.371

254.241

115.435

13.749

Per inwoner

26,2

62,2

78,0

52,3

26,7

17,4

70,5

325,6

91,2

Per woning

45,6

134,6

183,4

117,1

62,0

64,3

155,8

861,1

204,1

22.435

10.124

32.559

Kengetallen aantal bomen Aantal

1.595

7.591

7.265

1.353

1.264

165

3.182

Per inwoner

0,4

0,4

0,4

0,3

0,3

0,2

0,4

2,2

0,6

Per woning

0,7

0,8

0,9

0,6

0,7

0,8

0,9

5,8

1,3

De gemiddelde afstand tot openbaar groen bedraagt in Doetinchem 400 meter.11 Volgens de 3-30-300 regel zou de gemiddelde afstand tot openbaar groen voor alle inwoners maximaal 300 meter moeten zijn. 12 De gemeente voldoet dus niet aan deze richtlijn. Wel ligt het gemeentelijke gemiddelde onder het provinciale en landelijke gemiddelde van 500 meter. Naast de WHO richtlijnen die voor sommige woonmilieus onhaalbaar hoog zijn, kan ook de huidige situatie in Nederlandse steden als uitgangspunt genomen worden. De gemeente Amsterdam heeft in haar referentienormenmodel voor maatschappelijke voorzieningen ook ruimte voor stedelijk groen per woning opgenomen voor drie typen woonmilieus. Voor groen worden hierbij de streefwaarden in Tabel 14 gehanteerd. Deze dienen beschouwd te worden als minimum norm: de streefwaarden voor een hoogstedelijke omgeving als Amsterdam liggen erg laag in vergelijking met de laagstedelijke en dorpse omgeving in Doetinchem. Ze geven echter in combinatie met de WHO richtlijn wel een gevoel voor de bandbreedte aan benodigde ruimte voor stedelijk groen. Tabel 14 De Amsterdamse referentienormen voor groen in drie typen woonmilieus

Voorziening

Woonmilieu Centrum stedelijk

Gemengd stedelijk

Groen-blauw

Gebruiksgroen

8 m2 per woning

16 m2 per woning

24 m2 per woning

Ecosysteemgroen (waarvan max. op kavel of dak 25%), terrein

8 m2 per woning

6 m2 per woning

4 m2 per woning

Totaal

16 m2 per woning

22 m2 per woning

28 m2 per woning

11 StatLine - Nabijheid voorzieningen (cbs.nl) 12 The 3-30-300 Rule for Healthier and Greener Cities : Nature Based Solution Institute (nbsi.eu)

45

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Aan de hand van de WHO richtlijn en de waarden in Tabel 14 in combinatie met de informatie over het geplande aantal woningen is een berekening gemaakt van de extra benodigde ruimte aan stedelijk groen in de deelgebieden die in de Woonvisie onderscheiden worden. De resultaten hiervan zijn in Tabel 15 opgenomen. Deze analyse laat het bestaand groen in de gemeente buiten beschouwing, maar schetst toch een goed beeld over de vraag naar groenvoorziening die gepaard gaat met de geplande woningen. De analyse laat zien dat de ruimtevraag vanuit stedelijk groen in de ontwikkellocaties met hogere woningdichtheden waarschijnlijk gaat knellen met die vanuit andere gebruiksfuncties. Uitgaande van de minimale streefwaarden op basis van de Amsterdamse referentienorm, neemt het percentage openbaar groen per ha in drie deelgebieden het sterkst toe (daarvan uitgaande dat de reparaties in de stadsschil geen betrouwbaar beeld laten zien en buiten beschouwing gelaten worden):  In de spoorzone rondom station Wehl en het kantorengebied dat begrensd wordt door de Terborgseweg, de Bedrijvenweg en de Oostelijke Randweg dient het aandeel stedelijk groen met 5% tot 12,5% toe te nemen.  In de spoorzone (~40 ha) moet het aandeel stedelijk groen met tussen 4,5% en 11% toenemen.  In de oeverzone van de Oude IJssel neemt het aandeel stedelijk groen toe met tussen 4% en 8%.

In met name de te transformeren kantoorlocaties en de spoorzone worden woningdichtheden met grofweg 50 woningen per hectare vrij hoog. Het is daarmee de vraag in hoeverre binnen de grenzen van deze gebieden ruimte is voor stedelijk groen. Dit zou verder onderzocht moeten worden, en afhankelijk van de uitkomsten hiervan dient mogelijk naar alternatieve oplossingsrichtingen gezocht te worden – meer stedelijk groen in omliggende wijken, of inzetten op hoogbouw waardoor meer ruimte op maaiveld overblijft voor vergroening. De andere gebieden in de Woonvisie zijn groter en het aandeel stedelijk groen neemt hier veel minder toe.

Figuur 14 Percentage benodigd groen per ha per ontwikkelingsgebied volgens de Amsterdamse referentienorm. De zwarte gebieden (10-42,4%) bevinden zich achter het vlak ten oosten van het Ei, maar deze geven waarschijnlijk door hun beperkte omvang geen betrouwbaar beeld van de situatie

46

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Tabel 15 De benodigde extra ruimte voor stedelijk groen per deelgebied uit de Woonvisie als enerzijds de WHO richtlijn en anderzijds de Amsterdamse referentienorm gevolgd wordt #

Ontwikkelingsgebied

1

Oppervlakte in ha

Bijbehorende woonmilieu (A’damse referentienorm)

Wijk

Aantal geplande woningen

Extra benodigde groenvoorziening in m2 per ha* (A’damse referentienorm)

Gemiddeld en bandbreedte % benodigd groen per ha (A’damse referentienorm)

Extra benodigde groenvoorziening in m2 per ha* (WHO richtlijn)

Gemiddeld en bandbreedte % benodigd groen per ha (WHO richtlijn)

Verdichten/vergroenen in het ei 14,8

Gemengd stedelijk

Doetinchem Centrum

119-239

177-355

2,7% (1,8-3,6)

603-1210

9,2% (6,1-12,3)

2

Verdichten/vergroenen en stadsreparaties stadsschil

3,5

Gemengd stedelijk

Doetinchem Centrum

449-898

2822-5645

42,4% (28,2-56,5)

9620-19244

144,4% (96,1-192,6)

3

Verdichten aan de groene stadslinten en dorpslinten

39,6

Gemengd stedelijk

Diverse wijken

260-520

144-288

2,2% (1,4-2,9)

491-982

7,3% (4,8-9,9)

4

Gemengd stedelijk wonen, werken en leren spoorzone

39,5

Centrum stedelijk

Doetinchem Zuid

971-2.428

454-1106

7,8% (4,5-11,1)

2128-5184

26,6% (15,3-37,8)

5

Stations als verdichtingskans

4,7

Gemengd stedelijk

Diverse wijken

25-50

177-234

1,8% (1,2-2,3)

603-798

6,0% (4,1-7,8)

6

Kansrijke gebieden transformaties kantoren

26,6

Centrum stedelijk

Diverse wijken

378-946

501-1253

8,8% (5-12,5)

1503-3759

29,8% (17,0-42,6)

142-260

2% (1,4-2,6)

380-696

6,8% (4,8-8,9)

Gemengd stedelijk

Gemengd stedelijk 7

Kansrijke herontwikkelingslocaties woongebieden

8

Kansrijk gebied wonen aan de Oude IJssel

9

Ruimte voor recreatie/wonen aan de Oude IJssel

10

80,5

Centrum stedelijk

110-221

331-827 Doetinchem Centrum

26-64

Gemengd stedelijk

105-210

Groen blauw

312-546

29,6

Gemengd stedelijk

Diverse wijken

520-1.039

386-772

5,8% (3,9-7,7)

1316-2632

19,8% (13,3-26,3)

Kansrijke zoekgebieden stadsen dorpsranden

266,3

Groen blauw

Diverse wijken

690-1.379

72-144

1,1% (0,7-1,4)

193-386

3,6% (2,4-4,8)

11

Groene stadsentree met erven wonen werken in het groen

53

Groen blauw

Doetinchem Zuid

131-263

69-138

1,1% (0,7-1,4)

185-370

3,6% (2,4-4,8)

12

Ruimte voor woonerven in het landelijk gebied

9,6

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Onbekend

47

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Figuur 15 Percentage benodigd groen per ha per ontwikkelingsgebied volgens de WHO-richtlijn. De zwarte gebieden (>30%) bevinden zich achter het vlak ten oosten van het Ei, maar deze geven waarschijnlijk door hun beperkte omvang geen betrouwbaar beeld van de situatie

In de omgevingsvisie wordt uitgebreid ingegaan op stedelijk groen, met de concrete en (indien voldoende informatie voorhanden is) toetsbare ambitie om de 3-30-300 vuistregel te hanteren. In de Woonvisie wordt op veel plekken beschreven dat de gemeente oog heeft voor stedelijk groen en zoveel mogelijk wil sturen op het realiseren hiervan. Locaties waar nog niet aan de vuistregel wordt voldaan en de eisen die de regel stelt aan de nieuwe woongebieden zijn aandachtspunten voor de verdere uitwerking van dit beleid. Volgens een inventarisatie heeft de gemeente ruim 32.000 bomen in beheer. Dit zijn 0,6 bomen per inwoner en dit is vergeleken met andere gemeenten in Nederland een relatief laag aantal bomen per inwoner 13. De bandbreedte voor dit getal is erg breed: in Rozendaal zijn bijvoorbeeld 128 bomen per inwoner, in Westerveld 42,9 en in Apeldoorn 11,4. Vooral de grote steden (Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Den Haag) hebben weinig bomen per inwoner, van 0,3-0,5. Aansluitend op het Groenstructuurplan heeft de gemeente het Uitvoeringsprogramma groen 2020-2023 opgesteld. Hierin wordt uitvoering gegeven aan de beleidsvoornemens in het Groenstructuurplan, onder meer door budget te reserveren voor het 3000-bomenplan, de realisatie van groen en voorlichting en publiciteit. De gemeente is het Groenstructuurplan aan het omzetten naar een stuk voor in de Omgevingsvisie.

Voorheen misten nog concrete normen in dit plan: de gemeente is bezig deze normen steviger en concreter neer te zetten, zoals de 3-30-300 regel. De gemeente werkt er daarnaast aan om duidelijk te krijgen wie (gemeente, ontwikkelaar, bevolking) er verantwoordelijk is voor welke zaken. Dit hangt samen met de groei van de gemeente en de verdichting die daar hoogstwaarschijnlijk mee gepaard gaat.

13 Utrecht onderaan op ranglijst aantal bomen per inwoners (duic.nl)

48

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld stedelijk groen:  Wonen: Het behouden en versterken van bestaande groenstructuur is van belang, maar er moet ook worden gekeken naar nieuw groen. Het bouwen van nieuwe woningen en herontwikkelen van bestaande bouw kan kansen bieden voor vergroening. Een groter aandeel groen kan een positief effect hebben op de waarde van vastgoed in de nabije omgeving. Echter knelt woningbouw door middel van inbreiding mogelijk met de ruimtevraag voor stedelijk groen.  Hittestress: Het behouden en versterken van stedelijk groen heeft een positief effect op hittestress en het stedelijk hitte-eiland effect.  Wateroverlast: Het behouden en versterken van stedelijk groen en groenblauwe structuren heeft een positief effect op het waterbergend vermogen.  Natuur en biodiversiteit: Het behouden en versterken van stedelijk groen en groenblauwe structuren heeft een positief effect op natuur en biodiversiteit.  Gezonde leefomgeving: Het behouden en versterken van stedelijk groen draagt bij aan een gezonde leefomgeving en stimuleert gezond gedrag en beweging.  Duurzame warmte: Een knelpunt komt uit het tekort aan ruimte in de ondergrond: er wordt steeds meer een beroep gedaan op ruimte in de ondergrond, o.a. door de warmtetransitie, elektrificatie van vervoer, klimaatadaptatie en openbaar groen.

Adviezen en aanbevelingen We bevelen voor dit beleidsveld het volgende aan: 1. Voer op basis van de gemeentelijke data over aanwezig stedelijk groen een verdiepende analyse uit vergelijkbaar met de berekeningen in dit hoofdstuk, om het beeld over knelpunten en haalbaarheid van ambities aan te scherpen. 2. Onderzoek alternatieve oplossingsrichtingen om inwoners van de hierboven genoemde deelgebieden zo goed mogelijk te voorzien in nabijgelegen stedelijk groen, bijvoorbeeld door te zoeken naar mogelijkheden in aangrenzende wijken of door in te zetten op hoogbouw, waardoor ruimte op maaiveld voor groen overblijft.

49

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

5.2.3

Gezonde & beweegvriendelijke omgeving

In Tabel 16 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 16 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema gezonde& beweegvriendelijke omgeving Fase Beoordeling Toelichting

Huidige situatie

+

Doetinchem scoort ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 64 uit 100 met 44 punten ondergemiddeld op de Indicator Beweegvriendelijke Omgeving. Het aspect speelplekken krijgt een score van slechts 1 op een schaal van 1 tot 100 14; de aspecten voorzieningen, sportaccommodaties en groen-blauwe recreatie variëren van 52 tot 65. De gemiddelde afstand tot een sportlocatie bedraagt in Doetinchem 1,1 km (het landelijk gemiddelde is 1,6 km). Het percentage personen dat voldoende beweging krijgt ligt net iets boven het landelijk gemiddelde.

Autonome ontwikkeling

+

De gemeente werkt aan beleid op het gebied van sport en beweging wat tot kansen op verbetering leidt. Tegelijkertijd raakt dit thema nauw aan omgevingsaspecten die elders in dit planMER beoordeeld worden, met name stedelijk groen. Met de voorziene inbreidingsplannen bestaat het risico dat de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving achteruitgaat.

Doelbereik omgevingsvisie fase 1

De gemeente zet in op het realiseren van beweeggroen en stadslandbouw om de leefomgeving gezonder en uitnodigender voor sport en spel te maken. Bij de bouw van 6.300 woningen is het reserveren van voldoende ruimte hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Daarbij gaat het om 4 ha aan speelruimte volgens het Amsterdamse referentienormenmodel, of 21 speelplekken en 6 speelvelden als de Jantje Betonnorm gevolgd wordt.

Doelbereik omgevingsvisie fase 2

De gemeente werkt aan een analyse naar sociale infrastructuur. De verwachting is dat als deze analyse gereed is er gericht ingezet kan worden op het realiseren van meer beweeggroen. Bij de bouw van 6.300 woningen is het reserveren van voldoende ruimte hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. De uitkomsten van de analyse naar sociale infrastructuur in de gemeente kunnen hierbij helpen.

Huidige situatie Verschillende bronnen geven informatie over de mate waarin inwoners van Doetinchem voldoende beweging krijgen. Eén van de belangrijkste hiervan is de set infographics die door GGD Noord- en Oost-Gelderland is opgesteld over de gezonde leefomgeving (GGD, 2020). Hierin staat onder andere dat vier op de vijf kinderen minimaal 7 uur per week beweegt, waarvan minimaal 3,5 uur in de vorm van buiten spelen. Eén op de zes (16%) middelbare scholieren krijgt voldoende beweging volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Voor volwassen ligt dit percentage op 65%. Ruim de helft van de volwassenen in Doetinchem heeft matig of ernstig overgewicht. In de gemeente Doetinchem krijgt gemiddeld ongeveer 50% van de bevolking voldoende beweging. In Doetinchem zelf ligt dit percentage het hoogst met 54-59%. In het landelijk gebied en in Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl liggen deze cijfers gemiddeld vijf procentpunten lager. Gemiddeld doet de gemeente het iets beter dan het landelijk gemiddelde van 49,1% (volksgezondheidenzorg.info). De gemeente als geheel scoort iets beter dan het Nederlands gemiddelde wat betreft de beweegvriendelijkheid van de omgeving.

Om deze in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving, die opgebouwd is uit zes deelindicatoren: het aanbod aan publieke sportaccommodaties, sport- en speelplekken, sport-, speel- en beweegruimte, recreatieve routes, het landelijk gebied en de nabijheid van voorzieningen. Scores op de zes deelindicatoren worden omgezet naar een totaalscore op een vijfpuntsschaal. Het Nederlands gemiddelde ligt op deze schaal op 2,6; Doetinchem valt in de categorie 2,6 – 3,0 (atlasleefomgeving.nl).

14 Uit contact met de gemeente blijkt dat deze lage score voortkomt uit het niet leveren van informatie in het recente

verleden. De score blijkt in werkelijkheid boven het landelijke gemiddelde te liggen. 50

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Autonome ontwikkeling Vanuit nationaal perspectief is er veel aandacht voor sport en beweging, wat een positief effect op het percentage voldoende bewegende mensen in Doetinchem zal hebben. De gemeente Doetinchem werkt aan het versterken van maatschappelijke voorzieningen op het gebied van sport en beweging. Dit beleid moet nog uitkristalliseren, en dit is onderdeel van de omgevingsvisie. Het effect van dit beleid is daarom niet meegenomen als onderdeel van de autonome ontwikkeling. Omgevingsvisie In Tabel 17 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 17 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het thema gezonde & beweegvriendelijke omgeving

Ambitie

Beleidsmaatregelen

Sportparken zijn voor iedereen bereikbaar in de directe woonomgeving

De gemeente werkt wijkgericht aan ‘beweeggroen’ en plekken in de openbare ruimte waar sport, spelen en bewegen centraal staan. De gemeente maakt nieuwe plannen om sport en cultuur toegankelijker en laagdrempeliger te maken zodat meer mensen gestimuleerd worden tot meedoen en ontmoeting. Daarbij legt ze de focus op kinderen en mensen voor wie sport, spelen en bewegen niet vanzelfsprekend is De gemeente werkt aan een analyse naar sociale infrastructuur. Zodra ze een beter inzicht heeft in de huidige en toekomstige infrastructuur van sociale knooppunten gaat ze afwegen op welke wijze ze deze inzichten kan vertalen in beleidsmatige uitgangspunten en kaders

Het omgevingsaspect gezonde en beweegvriendelijke omgeving wordt in de omgevingsvisie op verscheidene plaatsen genoemd. In het hoofdstuk Themateksten wordt beschreven dat de gemeente zich richt op het aanleggen van meer beweeggroen, met als voorbeeld het plan voor een inclusieve speeltuin in Overstegen. Deze beleidsmaatregel draagt niet bij aan het inbedden van sportparken in de directe leefomgeving, maar zorgt er natuurlijk wel voor dat de leefomgeving gezonder en uitnodigender voor sport en spel wordt. Daarnaast is de gemeente binnen het sociaal domein aan het werk om sport en cultuur laagdrempeliger te maken. Ook werkt de gemeente aan een analyse van sociale infrastructuur, waarmee ze meer inzicht krijgt in de nu toegewezen en benodigde ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, ook op gebied van sport en beweging. Tot slot is er beleid in ontwikkeling op het gebied van sport, vaststelling hiervan is voorzien voor eind 2023. Dit leidt er naar verwachting toe dat de beweegvriendelijkheid van de omgeving in Doetinchem verbetert en dat sport en beweging toegankelijker worden voor een groter deel van de bevolking. Er kan op verschillende manieren gerekend worden aan de benodigde ruimte voor sport en spel.

De Jantje Betonnorm rekent met ofwel een ruimtereservering van 3% in de openbare ruimte voor spelen, ofwel een stelregel dat er voor iedere 300 woningen één speelplek en voor iedere 1.000 woningen één speelveld dient te zijn. Op basis van de Woonvisie is er in de verschillende deelgebieden van de gemeente ruimte voor tussen 4.400 en 9.600 woningen, die afhankelijk van de uiteindelijke woningdichtheden per woonmilieu tussen 90 en 300 ha aan ruimte zullen beslaan (zie ook Tabel 4). Volgens de Jantje Betonnorm zou hiervan tussen 3 en 9 ha aan speelruimte voor gereserveerd moeten worden, of 15 tot 32 speelplekken en 5 tot 9 speelvelden. Uitgaande van de ambitie van 6.300 woningen gaat het om een ruimtebeslag van ongeveer 130 ha, met 4 ha aan speelruimte of 21 speelplekken en 6 speelvelden. Daarnaast werken de grote steden in Nederland met referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen. In Tabel 18 is op basis van het Amsterdamse referentienormenmodel15 weergegeven hoeveel ruimte er per 100 woningen voor jeugd (onder meer speeltuinen en kinderboerderijen), sport op formele locaties (binnensport, zwembaden en buitensportlocaties) en sporten en spelen in de openbare ruimte gereserveerd dient te worden voor drie typen woonmilieus (centrum stedelijk, gemengd stedelijk en groen-blauw.

Het is niet mogelijk om voor de huidige situatie te berekenen in hoeverre de openbare ruimte in de gemeente voldoet aan de referentienormen of de Jantje Betonnorm. Wel kunnen we in beeld brengen welke extra ruimtevraag voor sport en spel samenhangt met de geplande woningaantallen per woonmilieu die in de overzichtstabel op pagina 55 van de

15 Gemeente Amsterdam (2018) – Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen

51

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

concept Woonvisie beschreven is. Dit is dus de benodigde ruimte voor deze voorzieningen gekoppeld aan de nieuwe woningen, die bovenop de bestaande ruimte komt. De resultaten hiervan zijn beschreven in Tabel 19. Afhankelijk van het daadwerkelijke aantal woningen dat gerealiseerd gaat worden, bedraagt de totale extra ruimtevraag voor deze maatschappelijke voorzieningen 3,5 tot 7,5 ha, waarbij het overgrote merendeel zich in minder dichtbebouwde wijken zich bevindt op het vlak van formele sportlocaties en waarbij jeugdvoorzieningen een ondergeschikte rol spelen in de ruimtevraag. Tabel 18 Het benodigde aantal vierkante meters voor spelen en sporten per 100 woningen volgens de Amsterdamse referentienorm

Categorie

Centrum stedelijk (m2 / 100 woningen)

Gemengd stedelijk (m2 / 100 woningen)

Groen-blauw (m2 / 100 woningen)

Jeugd

29,2

29,2

29,2

Formele sportlocaties

218

527

934

Sport en spel in de openbare ruimte

250

250

250

Tabel 19 De indicatieve ruimtevraag in m2 die samenhangt met voorzieningen voor jeugd, formele sportlocaties en sport en spel in de openbare ruimte voor de vijf type woonmilieus die in de concept Woonvisie beschreven staan

Categorie

Gemengd stedelijk wonen & werken

Stedelijk wonen

Stedelijk wonen nabij water

Dorps wonen

Landelijk wonen

Jeugd

400-1000 m2

400-800 m2

200-400 m2

100-200 m2

200-500 m2

Formele sportlocaties

3.000-7.500 m2

6.800-14.500 m2

3.300-6.600 m2

2.800-4.900 m2

7.400-14.800 m2

Sport en spel in openbare ruimte

3.400-8.600 m2

3.200-6.900 m2

1.600-3.200 m2

800-1.400 m2

2.100-4.100 m2

Totaal

6.800-17.100 m2

10.400-22.100 m2 5.100-10.200 m2

3.700-6.400 m2

9.700-19.400 m2

Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld gezonde leefomgeving:  Stedelijk groen: Het behouden en versterken van beweeggroen draagt bij aan het behalen van de ambities voor stedelijk groen per woning.  Wonen: Woningbouw door middel van inbreiding knelt mogelijk met de ruimtevraag voor beweeggroen en formele sport- en speellocaties. Wel kan in nieuwbouwwijken juist de kans worden gegrepen om een gezonde leefomgeving te faciliteren door ruimte te reserveren voor spel en sport.  Hittestress: Beweeggroen als onderdeel van een gezonde leefomgeving heeft een positief effect op hittestress.  Wateroverlast: Beweeggroen als onderdeel van een gezonde leefomgeving heeft een positief effect op het waterbergend vermogen.  Duurzame landbouw: In het kader van gezonde leefomgeving wordt, in lijn met een duurzaam landbouwbeleid, stadslandbouw en lokaal voedsel gefaciliteerd.  Natuur en biodiversiteit: Door beweeggroen te voorzien van kruidenrijke stroken of bloemperken kan de ambitie om een gezonde leefomgeving te faciliteren een meerwaarde bieden voor natuur en biodiversiteit in de gemeente. Adviezen en aanbevelingen Op basis van bovenstaande beschrijvingen en analyses komen we tot de volgende adviezen en aanbevelingen: 1.

Afgaande op de scores voor de deelindicatoren van de Beweegvriendelijke Omgeving is het aandeel speelplekken in Doetinchem een knelpunt. Mogelijk wordt dit veroorzaakt doordat de gemeente geen informatie hierover aangeleverd heeft. Desondanks bevelen we aan om hier specifiek aandacht aan te besteden in het woningbouwprogramma door ruimte te reserveren voor spel en sport. Daarbij gaat het, uitgaande van de ambitie van 6.300 woningen, om in totaal 4 ha aan speelruimte volgens het Amsterdamse referentienormenmodel, of 21 speelplekken en 6 speelvelden volgens de Jantje Betonnorm. De daadwerkelijke toegewezen ruimte aan sport en

52

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

spel zal in belangrijke mate bepaald worden door de uitkomsten van de lopende analyse naar sociale infrastructuur. 2. Er zijn logische combinaties te maken tussen beweeggroen en groen met andere functies als klimaatadaptatie of biodiversiteit. We bevelen aan om bij het inrichten van beweeggroen te zoeken naar deze meerwaarde, bijvoorbeeld door laaggelegen locaties te kiezen en het beweeggroen te voorzien van kruidenrijke plukken grasland of bloemenperken.

53

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

5.2.4

Hittestress

In Tabel 20 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 20 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema hittestress Fase Beoordeling Toelichting

Huidige situatie

+

Het stedelijk hitte-eiland effect is in Doetinchem met maximaal rond 1,3°C beperkt.

Autonome ontwikkeling

-

Het klimaat warmt op en zonder verregaande maatregelen loopt het stedelijk hitteeiland effect naar verwachting sterk op

Doelbereik omgevingsvisie fase 1

De gemeente verwijst voor het thema klimaatadaptatie breed naar de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026, waar concrete, toetsbare ambities en concrete acties op het gebied van hittestress staan. De gemeente werkt aan de hand van drie projecten aan vergroening van stedelijk gebied. Veel van het doelbereik van de omgevingsvisie op dit vlak zal echter afhangen van de Woonvisie en de daarmee samenhangende realisatie of verlies van stedelijk groen.

Doelbereik omgevingsvisie fase 2

De gemeente verwijst voor het thema klimaatadaptatie breed naar de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026, waar concrete, toetsbare ambities en concrete acties op het gebied van hittestress staan. De gemeente werkt aan de hand van drie projecten aan vergroening van stedelijk gebied, en is aangesloten bij een landelijke pilot van het ministerie van BZK over hoe de gemeente in 2050 hittebestendig kan worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Menukaart hitte in de gebouwde omgeving. Veel van het doelbereik van de omgevingsvisie op dit vlak zal echter afhangen van de Woonvisie en de daarmee samenhangende realisatie of verlies van stedelijk groen.

Huidige situatie Hittestress beschrijft het proces waarbij de temperatuur op warme dagen extra oploopt. Het stedelijk hitte-eiland effect beschrijft het temperatuurverschil met de gemiddelde omgevingstemperatuur. Doordat bebouwing warmte opneemt en als het buiten af begint te koelen weer uitstraalt, is de temperatuur in de bebouwde kom op hete dagen altijd enkele graden hoger dan in het landelijk gebied. In Doetinchem bestaat grofweg 30% van de bebouwde kom uit verharde oppervlakken en het stedelijk hitte-eiland effect is relatief beperkt met 1,3 ºC (TNO, 2012). In gebieden met veel groen en water is het juist relatief koel. Dit is te zien in Figuur 16, een kaart van de gemeente met daarop de gebieden die gevoelig zijn voor hittestress. De bebouwde kom van Doetinchem en de woonkernen in de gemeente zijn hier duidelijk zichtbaar als hitte-eilanden. Met name de binnenstad en de bedrijventerreinen Verheulsweide, de Huet, Keppelseweg en Wijnbergen zijn door de grote mate van verharding gevoelig voor hittestress. Dit leidt tot gezondheidsrisico’s: het wekelijks sterftecijfer van ouderen met een zwakke gezondheid lag tijdens de warmste perioden in de zomers van 2018 en 2019 hoger dan gemiddeld. Ook kan hittestress leiden tot een verlaging van de arbeidsproductiviteit omdat werknemers onder warme omstandigheden minder goed functioneren.

Op de kaart zijn de natuurgebieden en gebieden met veel water ook goed zichtbaar; hier is de temperatuur juist relatief laag op warme dagen.

54

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Figuur 16; een kaart met de gebieden waar het op warme dagen warmer en koeler aanvoelt. Bron: Klimaateffectatlas Doetinchem, 2020

Intermezzo Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Gemeente Doetinchem heeft een Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie opgesteld, met als zichtjaar 2050. De ambities voor dit thema zijn deels ontleend uit dit Uitvoeringsplan. In dit intermezzo is een samenvatting van de koppeling tussen de ambities in dit planMER en die in het Uitvoeringsplan opgenomen: PlanMER

Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie

In 2036 is het risico op Bij korte hevige én bij langdurige neerslag (70 mm in een uur en 120 mm in 2 onacceptabele schade dagen, kans 1:100 jaar): en ernstige hinder door • Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes toegankelijk • Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk extreme neerslag en • Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer overstroming zoveel • Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen mogelijk beperkt schade of uitval • Ondervindt bebouwing geen schade • Ontstaan geen onveilige situaties Bij een overstroming vanuit de Rijn of IJssel (primaire keringen en onbeschermd gebied): • Blijven essentiële routes voor calamiteitenverkeer begaanbaar • Blijven nooddiensten bereikbaar • Zijn er voldoende mogelijkheden om veilig te schuilen voor mens en dier • Ondervinden vitale netwerken en functies beperkt schade Het stedelijk hitteeiland effect (UHI) van de binnenstad van Doetinchem in 2036 is niet groter dan in 2020

55

Bij een zomerse dag van 32 graden zonder wind (kans 1:1000 zomerdagen) én langdurige hitte • Behoort hittestress bij kwetsbare groepen tot het verleden • Is in de woonkernen op openbare verblijfsplekken > 40% schaduw aanwezig • Is op looproutes > 30% schaduw aanwezig • Vindt mens en dier verkoeling in (open) landelijk gebied • Is kans op nachthitte in de woonkernen verlaagd • Blijft drinkwater gezond

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

• In 2036 is de kans op schade door langdurige droogte zoveel mogelijk beperkt.

Blijft zwemwater gezond

Bij een lange droge periode met een neerslagtekort van 300 mm (referentiejaar 2018): • Blijft schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt • Blijft schade door bosbranden voor mens en natuur beperkt • Blijven gevolgen voor bereikbaarheid hoofdontsluitingswegen bij een natuurbrand beperkt • Is biodiversiteit toegenomen en de weerbaarheid van flora en fauna aanzienlijk versterkt • Blijft schade aan openbaar groen beperkt • Blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit • Blijft voldoende drinkwater beschikbaar voor inwoners

Autonome ontwikkeling De zomers in Nederland worden steeds warmer. Het KNMI voorspelt dat de kans op droogte toeneemt en dat de temperatuur van de warmste dag in het jaar sinds 1900 met ruim 3 ºC toegenomen is (KNMI, 2014). Deze veranderingen zijn voornamelijk toe te schrijven aan de opwarming van het klimaat: sinds het begin van de 20 e eeuw is de gemiddelde zomertemperatuur in Nederland met ongeveer 1,9 ºC toegenomen. Het KNMI voorspelt dat deze trends zich doorzetten en dat Nederland in de toekomst te kampen krijgt met hevigere stortbuien, meer langdurige warme en droge periodes, en grotere temperatuurextremen in de zomer. Naarmate de gemiddelde temperatuur in Nederland toeneemt, nemen ook de extremen toe. Zowel de frequentie als de intensiteit van hittegolven zal in de zomer toenemen. Op de warmste dagen kan de temperatuur in het centrum van binnenstedelijke gebieden oplopen tot 7°C hoger dan in het landelijk gebied (Anteagroup, 2019). Dit vormt een risico voor de natuur in de stad, maar ook voor de gezondheid van kwetsbare mensen en voor de leefbaarheid van de stad. Hittestress kan tegengegaan worden door het toevoegen van natuur en oppervlaktewater, het beter ventileren van gebouwen en maatregelen aan gebouwen (zonwering) en het werken met andere bouwmaterialen.

Het beleid (klimaatadaptatiestrategie) van de gemeente is gericht op aanpak van hitte(stress) en om gemeente Doetinchem hittebestendig te maken (zichtjaar 2050). Doetinchem is bezig met het opstellen van een uitvoeringsplan aanpak hitte(stress). Dit is 2023 gereed. Omgevingsvisie In Tabel 21 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 21 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het thema hittestress

Ambitie

Beleidsmaatregelen

De bestaande stedelijke omgeving wordt waar nodig vergroend

De gemeente werkt wijkgericht aan ‘beweeggroen’ en plekken in de openbare ruimte waar sport, spelen en bewegen centraal staan. Uitvoering van de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem en Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2022-2026 Vasthouden aan de zorgplicht voor afval-, hemel-, grond- en drinkwater Toepassing van de instructieregel voor klimaatadaptatie bij nieuwe activiteiten en ontwikkelingen vanuit provincie Gelderland (Omgevingsverordening) In het landelijk gebied wordt meer natuur aangelegd, dit zorgt voor meer schaduw- en koelteplekken De gemeente hanteert de 3-30-300 regel in de bebouwde kom

De essentiële infrastructuur dient klimaatbestendig te zijn Alle nieuwbouw en herinrichting dient klimaatbestendig plaats te vinden

De gemeente heeft aansluitend op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie als hoofddoel om in 2050 hittebestendig te zijn. Hiervoor is meer groen nodig en dienen infrastructuur en gebouwen klimaatbestendig te worden gemaakt. De gemeente zet bovenop het vigerende beleid in op het aanleggen van meer beweeggroen (deels al beoordeeld in paragraaf 2.2) en op het uitvoeren van de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem en Uitvoeringsagenda 56

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Klimaatadaptatie 2022-2026. In de Klimaatadaptatiestrategie spreekt de gemeente aan de hand van vijf thema’s (stad en dorp gezond en groen, adaptief landelijk gebied, robuuste vitale infrastructuur, ontwikkelingen klimaatbestendig en betrokken en actieve mensen) ambities uit om de gemeente beter te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van een veranderend klimaat. Hier staan deels kwantitatieve, toetsbare ambities op het gebied van hittestress in: zo stelt de gemeente zich tot doel om in woonkernen op openbare verblijfsplekken minimaal 40% en op loop- en fietsroutes minimaal 30% schaduw te realiseren. In de Klimaatadaptatiestrategie zet de gemeente daarmee sterk in op het vergroenen van bestaand stedelijk gebied. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026 worden voor de ambities uit de Klimaatadaptatiestrategie een serie concrete acties benoemt, die zich onder meer richten op het vergroenen van de stedelijke omgeving, het aanvragen van subsidies bij het rijk voor klimaatadaptatie en het uitvoeren van onderzoek naar voor hittestress gevoelige locaties. De hoeveelheid en mate van concreetheid van deze acties zal er naar verwachting toe leiden dat de situatie op dit vlak zal verbeteren.

Ook het toepassen van de 3-30-300 regel zal een positief effect op het omgaan met hittestress hebben: de gemeente streeft ernaar om minimaal 30% van de openbare ruimte bedekt te hebben door kronen van bomen, en dit zorgt voor schaduw en koelteplekken in de stad. Daarnaast wil de gemeente bij haar inwoners meer bewustzijn en kennis creëren over hitte(stress), wat de effecten ervan zijn, en welke maatregelen zij zelf kunnen nemen om risico’s op hittestress tegen te gaan. Om deze ambities te realiseren, zet de gemeente in op meer groen en minder verharding. In het bebouwd gebied wil de gemeente bijvoorbeeld zorgen voor meer schaduw en groen rondom publiek openbare gebouwen en verzorgingstehuizen en het aanleggen van groenblauwe koele structuren. Hittestress in het landelijk gebied, bijv. bij vee, moet worden teruggedrongen met meer schaduw en groene daken op stallen. De ambities worden vertaald naar acties in het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie. Dit is op moment van schrijven echter nog niet vastgesteld. De gemeente is aan de hand van drie projecten al bezig met vergroening: op het Konrad Adenauerplein in Dichteren, het Kerkplein in Wehl en het winkelcentrum De Bongerd in De Huet worden meer struiken en bomen geplant en worden tegels vervangen door groen. Hiervoor heeft de gemeente een subsidie van de provincie ter waarde van ruim € 170.000,-- ontvangen.

De provincie heeft in 2020 een regionale aanpak ontwikkeld over de omgang met hittestress, waarbij ingezet wordt op het vergroten van het bewustzijn van het probleem bij professionele stakeholders, het meekoppelen van groenversterking met andere provinciale opgaven, het onderzoek doen naar en financieren van maatregelen, en het subsidiëren en met kennis ondersteunen van gemeenten en GGD’s. Daarnaast werkt de gemeente sinds kort mee met een pilot van het ministerie van BZK die tot doel heeft om te onderzoeken hoe de gemeente in 2050 hittebestendig kan worden. In de Menukaart Hitte in de gebouwde omgeving16 zijn voor de thema’s Gezondheid, Gebouw en Gebied maatlatten opgesteld die gebruikt kunnen worden om de hittebestendigheid van de gebouwde omgeving te beoordelen. Ook worden maatregelen om dit te bereiken opgesomd. De gemeente is bezig om de Menukaart toe te spitsen op de lokale situatie en indien nodig zullen mogelijk aanvullende maatregelen getroffen worden. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld hittestress:  

 

Stedelijk groen: De ambitie om het stedelijk hitte-eiland effect te beperken biedt kansen om te voldoen aan het gewenste aandeel stedelijk groen per woning. Gezonde leefomgeving: De ambitie om het stedelijk hitte-eiland effect te beperken biedt kansen om een gezonde leefomgeving te faciliteren door het reserveren van ruimte voor beweeggroen. Bovendien is het beperken van hittestress essentieel voor het creëren van een gezonde leefomgeving. Wateroverlast: Het beperken van hittestress door middel van groenvoorziening heeft een positief effect op het waterbergend vermogen. Wonen: Het inzetten op vergroenen van bestaand stedelijk gebied knelt mogelijk met de ruimtevraag voor woningbouw door middel van inbreiding. Het toevoegen van verhard oppervlakte heeft een negatief effect op hittestress. Wel biedt transformatie en nieuwbouw kansen om het stedelijk hitte-eiland effect in deze gebieden te beperken door het inzetten op groen.

16 https://infographics.rvo.nl/klimaatadaptatie/menukaart-hitte/

57

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Adviezen en aanbevelingen Voor dit beleidsveld komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. Onderzoek waar huidige knelpunten liggen op het gebied van de kwantitatieve ambities uit de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem: minimaal 40% stedelijk groen op openbare verblijfsplekken in woongebieden en minimaal 30% schaduw op loop- en fietsroutes. 2. Het tegengaan van hittestress is nauw verwant aan de realisatie van stedelijk groen. We verwijzen voor dit beleidsveld dan ook naar de adviezen in 5.2.2 – adviezen en aanbevelingen.

58

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

5.2.5

Bereikbaarheid & mobiliteit

In Tabel 22 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 22 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema bereikbaarheid & mobiliteit Fase Beoordeling Toelichting

Huidige situatie

+

De I/C verhouding* ligt in de hele gemeente onder 0,7 en congestie is daarmee geen issue. Doetinchem heeft vrijwel geen snelfietspaden

Autonome ontwikkeling

+

Prognoses laten zien dat de I/C verhouding zodanig blijft dat geen structurele congestie zal ontstaan

Doelbereik omgevingsvisie fase 1

Op basis van de teksten voor de omgevingsvisie en het vastgestelde beleid in de Mobiliteitsvisie Doetinchem 2016-2026 zien we dat de gemeente veel aandacht heeft voor mobiliteit en bereikbaarheid. De doorvertaling van de Mobiliteitsvisie Doetinchem 2016-2026 in het geactualiseerde Mobiliteitsplan is op moment van schrijven nog niet gereed. Daarom kunnen we nog niet beoordelen in hoeverre kansen op gebied van bereikbaarheid gaat verzilveren. Het belangrijkste risico is overbelasting van wegen in het centrum en de westelijke randwegen naar aanleiding van de woningbouwopgave.

Doelbereik omgevingsvisie fase 2

Gelijk aan doelbereik omgevingsvisie fase 1; de gemeente wacht voor doorwerking in de omgevingsvisie de vaststelling van het Mobiliteits- en parkeerplan af.

*I/C verhouding is de verhouding tussen de intensiteit en de capaciteit op een weg(vak) of op meerdere achtereenvolgende wegvakken. Elke weg heeft een bepaalde maximale capaciteit, en de I/C verhouding schetst een beeld over in hoeverre een weg aan zijn maximale capaciteit zit.

Huidige situatie De belangrijkste wegen in Doetinchem zijn de Rijksweg A18 tussen de stad en Gaanderen, de N315 naar Zelhem, de N316 die Braamt en Montferland in het zuiden verbindt met Velswijk en Hengelo in het noorden, Vorden en Zutphen, de N813 vanuit het centrum richting Wehl en Didam, en de N317 die vanuit het stadscentrum richting Hummelo loopt. Een belangrijk element in het stedenbouwkundig patroon van Doetinchem is de Oude IJssel, die als een oost-west barrière door de regio loopt en die het verkeer van oost naar west concentreert op de in totaal vier bruggen, waarvan er één gebruikt wordt voor het doorgaande verkeer op de A18. Stedelijk en regionaal autoverkeer wordt gebundeld op de westelijke en oostelijke randwegen van de stad. Hierop sluiten verdeelwegen aan die autoverkeer over de wijken en dorpen verdelen. De C. Missetstraat die overgaat in de Gaswal, Terborgseweg, Raadhuisstraat, Europaweg, Hofstraat, Ruimzichtlaan en Rozengaardseweg en J.F. Kennedylaan zijn de centrale wegen in het centrum van de stad. De stad Doetinchem en alle omliggende woonkernen zijn goed bereikbaar in zowel ochtend- als avondspits. Dit is zichtbaar op de plots die zijn gemaakt aan de hand van intensiteit / capaciteit (IC) modellen van het hoofdwegennet rondom Doetinchem (Figuur 17). Op de kaarten is de verkeersintensiteit afgezet tegen de capaciteit van iedere weg.

Bij IC-verhoudingen boven 80 kan congestie ontstaan. De kaarten laten zien dat deze situatie in 2016 niet voorkwam in de gemeente; de IC-verhouding lag op iedere wegsectie onder 70.

59

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Figuur 17; Intensiteit / capaciteit op het hoofdwegennet van Doetinchem voor 2016 en 2030. Bron: Goudappel, 2016

Autonome ontwikkeling Net als voor zichtjaar 2016 zijn er ook voor 2030 IC-modellen gedraaid. De resultaten hiervan zijn verbeeld in Figuur 17. Naar verwachting blijven alle delen van Doetinchem goed bereikbaar in de toekomst: de IC-verhouding op vrijwel alle wegen blijft in 2030 waarden van onder 70 houden, met de verwachting dat dit ook in 2036 nog zo is. De enige uitzondering is de kruising tussen de Bedrijvenweg en de Oostelijke Randweg die bedrijventerrein Verheulsweide met de stad verbindt. Het model laat hier in de avondspits een IC-verhouding van tussen 70 en 80 zien. Dit leidt echter naar verwachting nog steeds niet tot congestie. Een kanttekening bij deze prognose is dat het grootste deel van de bevolkingsgroei na de realisatie van de ongeveer 2.500 woningen na 2015 niet meegenomen is en dat het op voorhand niet uit te sluiten is dat zich geen knelpunten zullen ontwikkelen. Omgevingsvisie In Tabel 23 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 23 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld bereikbaarheid & mobiliteit

Ambitie

Beleidsmaatregelen

Het autoverkeer dient gescheiden te worden tussen bestemmings- en doorgaand verkeer om een balans te vinden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid.

Het centrum wordt autoluw(er) gemaakt Er komen regels over emissieloze stadsdistributie De Mobiliteitsvisie 2016-2026 is voorlopig het uitgangspunt voor beleid. Dit beleid wordt herijkt in het nieuwe Mobiliteitsplan dat in 2023 vastgesteld wordt. De omgevingsvisie Gelderland Gaaf en de Mobiliteitsvisie Gelderland (bouwstenen voor bereikbaarheid) bevat daarnaast uit te voeren beleid

De bereikbaarheid van voorzieningen dient via alle modaliteiten bereikbaarder te worden De ruimte die de gemeente toekent aan parkeren wordt opnieuw afgewogen

60

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Er dient een dekkend netwerk van oplaad- en tankpunten te komen

Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat er vooralsnog weinig congestieproblemen op het wegennet in de gemeente zijn: de intensiteit/capaciteit verhouding die een beeld geeft van de doorstroming van verkeer liet in 2016 voor zowel de ochtend- als de avondspits waarden van minder dan 0,7 zien. Deze waarden duiden op een goede doorstroming op het wegennet. Prognoses in 2016 lieten zien dat ook voor 2030 geen problemen met doorstroming te verwachten waren. De situatie is in vergelijking met 2016 echter veranderd: de gemeente gaat bovenop de 2.500 sinds 2016 gebouwde woningen aanvullend nog ongeveer 6.300 woningen bouwen, en zet ook in op een groei van bedrijvigheid en werkgelegenheid. Dit gaat leiden tot een in 2016 nog onvoorziene groei van vervoersbewegingen, en het zou kunnen dat er op het wegennet knelpunten op gaan treden in de doorstroming. De gemeente spreekt in de teksten voor de omgevingsvisie verschillende ambities uit. Deze kunnen samengevat worden als het zoeken naar de juiste balans tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid, het herijken van de ruimte die de gemeente toekent aan parkeren, en het ondersteunen van de elektrificatie van de mobiliteit. De gemeente verwijst hiervoor naar meerdere beleidsstukken:    

De omgevingsvisie Gelderland Gaaf. De Mobiliteitsvisie Gelderland. De Mobiliteitsvisie Doetinchem 2016-2026. Het nog niet vastgestelde Mobiliteitsplan.

In de omgevingsvisie Gelderland Gaaf staan de ambities om de komende decennia te werken aan het slim opvangen van de groei van mobiliteit, het toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal maken van het goederenvervoersnetwerk en het bevorderen van emissieloos busvervoer en het aandeel vervoersbewegingen per fiets. Bouwstenen uit de Mobiliteitsvisie Gelderland die bijdragen aan het realiseren van deze ambities zijn de volgende: 1. Realiseren kwalitatief hoogwaardige hubs op de juiste locaties. Hubs zijn in deze gedefinieerd als vervoersknooppunten waar reizigers over kunnen stappen naar een ander vervoersmiddel of waar goederen overgeslagen kunnen worden. Er worden verscheidene typen (stedelijk, stadsrand, regionaal, ruraal, wijk en bedrijventerrein) hubs onderscheiden. 2. Inzetten op fietsen op korte afstanden. De provincie streeft ernaar dat voor 2030 minimaal 35% van alle vervoersbewegingen per fiets plaatsvindt (27% in 2016) en werkt hiervoor aan goede fysieke fietsverbindingen. 3. Optimaliseren capaciteit op de langere afstanden. Daarbij gaat het om zowel wegverkeer als openbaar vervoer via bus en trein. De provincie zet in op het verbinden stedelijke netwerken door Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) mogelijkheden te benutten, de capaciteit van spoorverbindingen (o.a. Arnhem-Winterswijk) te vergroten, en gericht de capaciteit van snelwegen te vergroten. 4.

Verder versterken van ons goederenvervoer. 5. Bevorderen van de verkeersveiligheid door een veiligere provinciale wegen en fietspaden, het stimuleren van veilig verkeersgedrag en het ondersteunen van gemeenten bij de verbetering van de verkeersveiligheid op gemeentelijke wegen en fietspaden. De Mobiliteitsvisie Doetinchem (2016-2026) geeft richting aan het gemeentelijk mobiliteitsbeleid. Ondanks de kansen die de gemeente ziet voor de fiets en het openbaar vervoer blijft investeren in de infrastructuur voor autoverkeer nodig om verkeersstromen te herordenen en aantrekkelijke stadsruimten te creëren. Bouwstenen uit de Mobiliteitsvisie Doetinchem met een nadruk op bereikbaarheid per auto zijn: 1. De gemeente zet in op het verminderen van verkeer door het centrumgebied. Gemotoriseerd verkeer buiten het centrum wordt gebundeld en het bestemmingsverkeer moet efficiënter verdeeld worden. Voor parkeren in het centrumgebied wordt ingezet op benutting van bestaande parkeerplaatsen, het opzetten van een dynamisch informatiesysteem en een klantvriendelijke tarievenstructuur. 2. In het kader van duurzaamheid en leefbaarheid zijn investeringen in infrastructuur voor gemotoriseerd vervoer bedoeld om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stad en dorpen te verhogen. Verder ligt de rol van de gemeente met betrekking tot elektrisch vervoer vooral op het gebied van samenwerken en stimuleren.

3. De gemeente wil bestaande infrastructuur beter en efficiënter benutten. Voor gemotoriseerd verkeer gaat het dan over minder reizen, op ander tijdstip reizen, anders reizen en/of het gebruiken van andere routes. 4. De grootste opgave voor bereikbaarheid en doorstroming ligt op de westelijke randwegen. Mobiliteitsmanagement en aanpassingen met betrekking tot doorstromingsprioriteit zijn mogelijke oplossingen. 61

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

5. Verkeersveiligheid blijven verbeteren. De ambitie is om gedurende de looptijd van de Mobiliteitsvisie het aantal verkeersslachtoffers met 50% te verminderen door de inzet op duurzaam veilige infrastructuur, handhaving en educatie. Het Mobiliteitsplan wordt op het moment van schrijven nog opgesteld en heeft belangrijke raakvlakken met de Woonvisie; in de periode tot 2036 zet de gemeente in op een groei van ~58.500 naar 70.000 inwoners. Een groot deel van de groei concentreert zich in de centrumwijken van Doetinchem. Effecten op bereikbaarheid en mobiliteit van deze groei dienen voor het Mobiliteitsplan gemodelleerd te worden om passende maatregelen op het wegennet te kunnen nemen indien blijkt dat ontsluitingswegen van het centrum overbelast zouden raken. Het is aannemelijk dat de grootste problemen zouden ontstaan op de westelijke randwegen (de N317, A18 en N813), maar dit kan binnen dit planMER niet onderbouwd worden vanuit bestaande onderzoeken of een verkeersmodel. Provinciale en Rijkswegen zijn niet in beheer van de gemeente, en een goede samenwerking met deze hogere overheden om bereikbaarheidsproblemen op te kunnen lossen zal belangrijk zijn. Een ander aspect uit het Mobiliteitsplan dat van belang is, is de parkeernorm die in de inbreidingsgebieden gehanteerd gaat worden.

Een parkeerplek vraagt al snel 12-15 m2 aan openbare ruimte en ruimte wordt schaars, met name op inbreidingslocaties in de centrumwijken. Inzetten op een gebiedsgerichte lagere parkeernorm kan daarmee meer ruimte vrijhouden voor andere maatschappelijke functies zoals stedelijk groen. Het bieden van aantrekkelijke alternatieven voor autovervoer is in dat geval wel belangrijk; de trein kan hierbij in de centrumwijken een belangrijke bijdrage aan leveren. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld bereikbaarheid & mobiliteit:  Stedelijk groen: Aangezien ruimte schaars is, knelt de parkeernorm die in de inbreidingsgebieden gehanteerd gaat worden mogelijk met de ruimtevraag voor stedelijk groen en andere maatschappelijke functies.  Wonen: De woningbouwopgave in de gemeente leidt mogelijk tot congestie en een overbelaste wegenstructuur, voornamelijk met betrekking tot de wegen in het centrum en de westelijke randwegen .  Economie: De in- en uitbreiding van bedrijventerreinen leidt mogelijk tot congestie en een overbelaste wegenstructuur.  Geluid en luchtkwaliteit: Ingrepen in de infrastructuur kunnen effecten hebben op verkeersstromen in de gemeente en meer verkeer op andere locaties kan zorgen voor hogere geluidbelastingen en een slechtere luchtkwaliteit bij woningen.

Adviezen en aanbevelingen We komen voor dit beleidsveld tot de volgende aanbevelingen: 1. Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat er in 2016 geen doorstromingsproblemen op het wegennet waren, en dat die toendertijd ook niet voorzien waren voor de situatie in 2030. De ambitie voor de forse woningbouw die sinds 2016 is ontwikkeld, kan echter mogelijk wel leiden tot doorstromingsproblemen, en de omgevingsvisie geeft hier op dit moment nog geen inzicht in. Er is een dus duidelijk dwarsverband tussen het nog op te stellen Mobiliteitsplan en de Woonvisie Doetinchem 2023-2036. Onderzoek de effecten van de woningbouwopgave op verkeersstromen om een beeld te vormen van de mate waarin de wegenstructuur overbelast kan raken. De wegen in het centrum en de westelijke randwegen zullen naar verwachting de locaties zijn die hier het meest gevoelig voor zijn. 2. Indien blijkt dat bereikbaarheidsproblemen ontstaan, neem passende maatregelen in het Mobiliteitsplan en beschrijf deze in de Omgevingsvisie. 3. Overweeg om in de inbreidingslocaties in en om de binnenstad een lagere parkeernorm te hanteren. Beschikbare ruimte is hier beperkt en is ook nodig voor andere functies (onder meer stedelijk groen) en er is een redelijk alternatief in de vorm van de trein. Aandachtspunt daarbij is dat de verbinding over het spoor richting het westen versterkt moet worden

62

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

5.2.6

Vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid

In Tabel 24 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 24 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid Fase Beoordeling Toelichting

Huidige situatie

--

Voor middellange afstanden wordt bovengemiddeld gebruik gemaakt van de auto, door knelpunten in fietsverbindingen en het ov. Het mobiliteitsbeleid is gericht op bereikbaarheid per auto

Autonome ontwikkeling

-

Doordat het gebruik van de elektrische fiets zich snel ontwikkelt, vindt mogelijk een beperkte shift in vervoerswijzekeuze van auto naar fiets plaats. De gemeente werkt aan de hand van de Mobiliteitsvisie Doetinchem (2016-2026) aan het aantrekkelijker maken van fietsverbindingen en het openbaar vervoer.

Doelbereik omgevingsvisie fase 1

Het is aannemelijk dat de ambities en het voorgenomen beleid uit de Mobiliteitsvisie Doetinchem (2016-2026) in het Mobiliteitsplan verder geconcretiseerd gaan worden en dat hiermee een belangrijke bijdrage geleverd wordt aan een mogelijke shift in vervoerswijzekeuze van auto naar fiets, bus en trein.

Doelbereik omgevingsvisie fase 2

Gelijk aan doelbereik omgevingsvisie fase 1; de gemeente wacht voor doorwerking in de omgevingsvisie de vaststelling van het Mobiliteits- en parkeerplan af.

Huidige situatie De spoorlijn Arnhem - Winterswijk vervult een belangrijke functie voor de bereikbaarheid van de Achterhoek met de regio Arnhem-Nijmegen, de Randstad en daar gevestigde kennisinstellingen, bedrijven en voorzieningen. Dagelijks maken 21.000 reizigers gebruik van de spoorlijn Arnhem-Winterswijk. Daarmee is de lijn één van de drukste en meest succesvolle regionale spoorlijnen van Nederland. Inzet is om te komen tot een RegioExpres die als directe treinverbinding tussen Arnhem en Doetinchem gaat rijden met een reistijd van 15 minuten. De derde fase van het onderzoek wordt momenteel uitgevoerd door ProRail in opdracht van de provincie Gelderland. Een netwerk van buslijnen verbindt Doetinchem met omliggende gemeenten. Tabel 25; de modal split voor laagstedelijke en hoogstedelijke omgevingen in Nederland en de cijfers voor Doetinchem. Bron: KiM, 2019, Graumans, 2016

Woonmilieu

Auto

Fietsen + lopen

OV

Laagstedelijk gemiddeld

50%

45%

2%

Hoogstedelijk gemiddeld

40%

52%

4%

Doetinchem

60%

37%

3%

Historische knelpunten in Doetinchem op het gebied van mobiliteit zijn de bereikbaarheid van het centrum voor automobilisten, de negatieve gevolgen van autoverkeer voor luchtkwaliteit en geluidhinder en de verkeersveiligheid in een deel van de woonwijken en het landelijk gebied. Inmiddels zijn er echter voldoende parkeerplaatsen in het gebied rondom het Ei: bij Amphion, de Mediamarkt, op het Catharinaplein en Varkensweide zijn in totaal ruim 1.100 parkeerplaatsen. Het eerste knelpunt is daarmee opgelost. De modal split, de verdeling van vervoersbewegingen over auto, fiets/voet en openbaar vervoer, voldeed enkele jaren geleden nog niet aan de gemeentelijke ambities. Van de totale vervoersbewegingen in de gemeente vindt 60% plaats 63

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

per auto; het gemiddelde voor laagstedelijke gemeenten als Doetinchem is 50%. De waarschijnlijke oorzaak hiervoor is dat de inrichting van de openbare ruimte met name gericht is op bereikbaarheid per auto. Doorgaande routes worden gefaciliteerd, en een concreet voorbeeld van de inzet op bereikbaarheid per auto is de verhuizing van het Slingelandziekenhuis naar een locatie nabij de afrit Doetinchem op de A18 in plaats van in de buurt van een met openbaar vervoer bereikbare plaats. Een ander voorbeeld is het Ei, dat per auto goed bereikbaar is maar niet doorkruist mag worden door fietsverkeer. De binnenstad vormt hiermee een barrière voor fietsverkeer tussen het noordoostelijke en zuidwestelijke deel van de stad. Ook zijn vooral vanaf de Huet West, Overstegen en Dichteren de fietsverbindingen zwak. De laatste vijftien jaar heeft de gemeente geïnvesteerd in het verbeteren van de infrastructuur voor auto en fiets; er zijn echter nog vrijwel geen snelfietspaden in de gemeente. In de eerste helft van 2020 is een onderzoek naar de fietsbereikbaarheid van de gemeente gedaan. Binnen dit onderzoek worden verbeterpunten in beeld gebracht; ook wordt meegenomen in hoeverre fietspaden e-bikebestendig zijn. De resultaten van het onderzoek zijn op het moment van vrijgave van voorliggend document echter nog niet bekend.

Het openbaar vervoer wordt iets vaker gebruikt dan gemiddeld in laagstedelijke omgevingen. Verbeteringen zijn hier mogelijk: de reistijdverhouding tussen de bus en de auto naar de binnenstad van Doetinchem bedraagt 2,2-3,2 – dat wil zeggen dat het 2,2 tot 3,2 maal zo lang duurt om van A naar B te komen per ov dan per auto. Pas als het via openbaar vervoer minder dan anderhalf maal zo lang duurt om ergens te komen dan met de auto, wordt het openbaar vervoer concurrerend (Graumans, 2016). De gemeente heeft beperkt slagkracht in het beleid rondom het openbaar vervoer, omdat ze formeel geen partij is – concessies lopen via provincie Gelderland. De gemeente werkt wel al een aantal jaar mee aan de Servicelijn en de Vlinder, een fijnmazige systeem voor busverbinding binnen de stad. Het jaarlijks aantal verkeersdoden per 100.000 inwoners ligt in gemeente Doetinchem op 4,2 (Verkeersveiligheidsvergelijker.nl). Dit getal is iets hoger dan het Nederlands gemiddelde van 3,2. In het merendeel van de ziekenhuisopnames ten gevolge van verkeersongevallen betreft het fietsers (65%; Veiligheid NL, 2017). De meeste ongelukken vinden plaats op de meest gebruikte wegen in de gemeente. Het aantal ongelukken op deze wegen is echter grofweg proportioneel met de verkeersdrukte op het wegennet in en om de stad.

Uit de cijfers kan dus niet geconcludeerd worden dat er hotspots binnen de gemeente zijn op het gebied van verkeersveiligheid. Een aandachtspunt is wel dat er veel autoverkeer in het merendeel van de woonwijken in de gemeente is en dit leidt tot een verslechterde verkeersveiligheid en een hoge parkeerdruk. Autonome ontwikkeling Als gevolg van demografische en technologische ontwikkelingen is het verkeersbeeld in Nederland in beweging. De elektrische fiets is sinds enkele jaren aan een opmars bezig; gebruikers hiervan bewegen zich voort met een hogere snelheid dan conventionele stadsfietsen en mede doordat de gemiddelde leeftijd van een elektrisch fietser relatief hoog ligt, leidt dit tot een verslechtering van de verkeersveiligheid (Royal HaskoningDHV, 2019). Mogelijk leidt de opkomst van de elektronische fiets wel tot een modal shift van auto naar fiets. Echter, doordat het mobiliteitsbeleid zich waarschijnlijk blijft richten op het instandhouden van de bereikbaarheid van binnenstad en omliggende woonkernen per auto, zal deze modal shift beperkt blijven. De gemeente onderzoekt bestaande knelpunten in het fietsnetwerk en pakt deze de komende jaren mogelijk aan. De bereikbaarheid van de stad per bus blijft naar verwachting een aandachtspunt; in de Mobiliteitsvisie worden geen concrete maatregelen genoemd om het openbaar vervoer concurrerender te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8002/documents/44579