Bijlage 2 PlanMER omgevingsvisie Doetinchem.pdf
Tekst van het document
18 https://besluitvorming.doetinchem.nl/Vergaderingen/beeldvormende-raad/2022/08-december/19:30/Geen-titel-
opgegeven/Raadsvoorstel-Economische-uitgangpunten-fysieke-leefomgeving.pdf 19 https://www.lisa.nl/data/gratis-data/overzicht-lisa-data-per-gemeente 20 https://besluitvorming.doetinchem.nl/Vergaderingen/beeldvormende-raad/2023/06-april/19:30/WoonvisieDoetinchem-2023-2026/Bijlage-5-Woningmarktscan-gemeente-Doetinchem-Companen-1.pdf 21 22
Skepp.nl https://hollandrijnland.nl/wp-content/uploads/2019/03/Kwalitatieve_verdieping_bedrijventerreinen_regio_Duin-_en_Bollenstreek.pdf
82
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Wat betreft industrie bedraagt de leegstand in Doetinchem momenteel 3,6% van de totale voorraad in hectaren. Dit is ongeveer gelijk aan de leegstand in de regio en de provincie. Wat opvalt is een leegstandspercentage van 9,2% voor kantoren. Dit ligt hoger dan in de regio en de provincie (Gelderland: 6,5%; de Achterhoek: 8%). Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld economie: Stedelijk groen: De in- en uitbreiding van bedrijventerreinen in de gemeente knelt mogelijk met de ruimteclaims voor stedelijk groen en andere maatschappelijke voorzieningen. Bereikbaarheid & mobiliteit: De uitbreiding en/of intensivering van bedrijventerreinen kan leiden tot een toenemende druk op het lokale wegennet. Het is op dit moment nog onduidelijk of het lokale wegennet overbelast raak, maar dat er dwarsverbanden bestaan tussen beide beleidsvelden is duidelijk. Vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid: Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen kan ingezet worden op bereikbaarheid per fiets en ov om zo de shift in vervoerswijzekeuze te stimuleren. Duurzame warmte & -elektriciteit: De uitbreiding en/of intensivering van bedrijventerreinen biedt mogelijkheden om nieuwe bedrijven te stimuleren om te duurzame elektriciteit op te wekken door middel van zon op dak en het pand gasloos te verwarmen.
Ook biedt het mogelijkheden om bestaande bedrijven te verduurzamen. Wel kan de ruimtevraag voor de uitbreiding van bedrijventerreinen knellen met de potentiële ruimtevraag voor opwekking van duurzame elektriciteit. Daarnaast vormt met name het elektriciteitsnet een knelpunt voor nieuwe bedrijvigheid. Dit zou opgelost kunnen worden door het aanleggen van energiehubs en smart grids. Circulaire economie: Het stimuleren en ondersteunen van bedrijvigheid en initiatieven die gericht zijn op circulariteit van een koppelkans bieden. Geur, luchtkwaliteit, geluidhinder: De uitbreiding en/of intensivering van bedrijventerreinen kan leiden tot een toename van geur- en geluidhinder en een verslechterde luchtkwaliteit, afhankelijk van het soort bedrijvigheid. Hittestress: Bedrijventerreinen zijn gevoelig voor hittestress vanwege het hoge aandeel verharding. Vergroening, met name in de vorm van schaduw werpend groen, kan ingezet worden om het werkklimaat in warme perioden te verbeteren. Adviezen en aanbevelingen We komen voor dit beleidsveld tot de volgende aanbevelingen: 1. Doetinchem wil groeien van ~58.500 naar 70.000 inwoners, en gezien de regionale centrumfunctie van de gemeente lijkt het een logische keuze om de werkgelegenheid gelijke tred te laten houden met het aantal (werkzame) inwoners. Uit de omgevingsvisie blijkt echter niet eenduidig of de gemeente dit nastreeft.
In de uitgangspunten voor Economie staat de volgende tekst: “We gaan uit van de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners met bijbehorende prognoses voor de arbeidsmarkt”. We bevelen aan om te verduidelijken wat de gemeente precies bedoelt met deze stelling. 2. Benader het op te stellen toetsingskader voor bedrijventerreinen breed en neem hierin ook omgevingsaspecten als ruimte voor groen, gevoeligheid voor wateroverlast en het effect van inbreiding op verkeersdruk op lokale wegen mee. 3. Een grove benadering van de ruimte die nodig is voor het toevoegen van 4.600 banen laat zien dat het gaat om tussen 13 en 26 hectare aan werklocaties. Specificeer in de omgevingsvisie op welk type werkgelegenheid de gemeente zich wil richten wat betreft het scheppen van nieuwe banen en onderzoek of hier voldoende ruimte voor is. Kansen en beperkingen voor inbreiding op bedrijventerreinen zouden onderdeel gemaakt moeten worden van de evaluatie en eventuele aanpassing van het beleidskader Bedrijventerreinen in Verandering (BIVA). 4. Een groei van bedrijvigheid in de gemeente leidt tot een stijgende vraag naar elektriciteit. Om te voorkomen dat nieuwe bedrijven volledig gebruik maken van het regionale elektriciteitsnet, zou erop ingezet moeten worden om bedrijventerreinen zoveel mogelijk zelfvoorzienend te maken door de aanleg van energiehubs en smart grids.
83
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
5.3.2
Centrumfunctie
In Tabel 39 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 39 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema centrumfunctie Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
-
De binnenstad heeft een relatief groot verzorgingsgebied (direct & indirect) en een relatief groot functioneel winkelaanbod en een sterke horecafunctie. De binnenstad heeft weinig onderscheidend vermogen en er zijn te weinig activiteiten of programma om langer in de stad te blijven buiten winkelen en horeca. Recreatief winkelen is de grootste sector. De binnenstad wordt wel gewaardeerd door inwoners van Doetinchem en de directe omgeving.
Autonome ontwikkeling
--
Doordat meer mensen online winkelen staat de winkel-functie van de binnenstad onder druk terwijl de economische betekenis ten opzichte van Doetinchem en dus de concurrentie van omliggende gemeenten groeit.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
De gemeente onderkent in haar omgevingsvisie de bedreigingen voor de vitaliteit van het centrum. Er wordt een ontwikkelstrategie en uitvoeringsagenda voor de binnenstad opgesteld, waarbij ook de ontwikkeling van de spoorzone een rol kan spelen in het toevoegen van aantrekkelijke en onderscheidende voorzieningen. Deze beleidsstukken gaan bepalend zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de binnenstad. De uitvoeringsagenda biedt kansen om het centrum te revitaliseren, maar zal nog moeten worden uitgewerkt om te kunnen beoordelen in hoeverre deze kansen verzilverd gaan worden.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Gelijk aan Doelbereik omgevingsvisie fase 1.
Huidige situatie De binnenstad van Doetinchem is aantrekkelijk voor toeristen die restaurants, evenementen, het theater, musea en sportvoorzieningen willen bezoeken. Het centrum heeft ook een regionale functie, met een bioscoop, bibliotheken en een erfgoedcentrum, een theater en de regionale muziekschool. Ook zijn er meerdere musea en evenementenlocaties en is er een ziekenhuis gevestigd. Verreweg de grootste sectoren waar dagtoeristen op af komen zijn het theater en het recreatief winkelen in de stad (Figuur 32; ZKA Consultants, 2016). Doetinchem werkt sinds 2015 aan herontwikkeling van de binnenstad. De focus is om een gastvrije stad in de Achterhoek te zijn, met opgaven op het gebied van het betrekken van water bij de stad, het vergroenen van straten en pleinen en het toevoegen van activiteiten en evenementen. De binnenstad van Doetinchem is niet onderscheidend en heeft een neutraal imago, waardoor het geen publiekstrekker is. Dit is er de oorzaak van dat de meeste toeristische bestedingen gedaan worden in het recreatief winkelen. Juist deze sector staat onder druk doordat steeds meer mensen hun bestedingen online doen.
De gevolgen zijn al merkbaar: tussen 2013 en 2015 nam de economische betekenis van Doetinchem voor de regionale toeristische sector af met maar liefst 17%, een afname die voor het grootste deel veroorzaakt werd door de afname van recreatief winkelen (ZKA Consultants, 2016). In dezelfde periode groeide de omvang van bestedingen in bijvoorbeeld Montferland, Bronckhorst en Berkelland wel sterk. De binnenstad wordt door inwoners van Doetinchem wel gewaardeerd: het rapportcijfer dat het centrum krijgt is een 7+ (gemeente Doetinchem, 2015) en meer dan de helft van de respondenten die betrokken waren bij het participatietraject voor het opstellen van de Visie op de Binnenstad komt wekelijks in de binnenstad. Een recente ontwikkeling is een teruggang in het ruimtegebruik in het centrum voor detailhandel; in de afgelopen jaren zijn tientallen aanvragen gedaan om binnenruimten met een winkelfunctie om te zetten naar woonruimte. De aansluiting 84
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
tussen winkelen en andere activiteiten is momenteel nog onvoldoende. Zoals uit de Visie op de Binnenstad (gemeente Doetinchem, 2015) blijkt, is de inrichting van het Ei de belangrijkste opgave. Als Doetinchem geen duidelijke keuzes maakt wat betreft het profiel van de binnenstad, dreigt een verdere terugval in toeristische bestedingen en economische betekenis voor de Achterhoek. Omgevingsvisie In Tabel 40 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 40 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld centrumfunctie
Ambitie
Beleidsmaatregelen
De economische vitaliteit van de binnenstad dient versterkt te worden
De gemeente werkt samen met de Binnenstadpartners aan een ontwikkelstrategie en een uitvoeringsagenda voor een toekomstbestendige binnenstad De spoorzone herbergt veel mogelijkheden om zich te De economische vitaliteit van de binnenstad wordt versterkt ontwikkelen tot een multifunctioneel knooppunt dat de op de aspecten gastvrijheid, ontmoeting en beleving, centrumfunctie van Doetinchem versterkt klimaatadaptatie en groen, en wonen. De ontwikkelingsplannen voor het centrum worden gekoppeld De binnenstad dient toekomstbestendig te zijn, aan de beleidsstukken Economische uitgangspunten voor waarbij economische ontwikkelingen op de fysieke leefomgeving, de Spoorzone, de Woonvisie, de bedrijventerreinen en in de binnenstad elkaar Mobiliteitsvisie, de Koersnotitie en Uitvoeringsagenda versterken Vrijetijdseconomie, de opgave rondom Klimaatadaptatie en de ontwikkeling van de Oude IJsselzone
De beoordeling in het planMER dat Arcadis in 2020/2021 opgesteld heeft, laat zien dat het beleidsveld centrumfunctie een zorgpunt is. De binnenstad heeft slechts beperkt onderscheidend aanbod van voorzieningen voor bezoekers van buiten de gemeente en er is relatief veel leegstand: 7,7% van het winkeloppervlak staat leeg ten opzichte van respectievelijk 6,1% en 5,5% voor de Achterhoek en Gelderland 23. Naar aantal winkels is dit zelfs 13% (10% in de Achterhoek en 8% in Gelderland als geheel). De retailsector komt de komende jaren verder onder druk te staan naarmate mensen steeds meer winkelen via webshops. De gemeente is zich bewust van de kwetsbaarheden van de binnenstad en legt zich erop toe om de economische vitaliteit te versterken. Daarbij ziet de gemeente de spoorzone als een ontwikkellocatie die veel kansen biedt voor het toevoegen van functies die de stad een onderscheidender en aantrekkelijker aanbod aan voorzieningen moeten geven. Daarbij gaat het niet alleen om economische activiteiten de vitaliteit wordt ook versterkt op de aspecten gastvrij, groen, water en wonen. De gemeente werkt aan een kansenkaart die voor deze vier lijnen gaat leiden tot een uitvoeringsagenda. Tot slot moeten de activiteiten en functies in de binnenstad afgestemd worden op de economische ontwikkelingen op bedrijventerreinen.
Daarbij gaat het om een in ontwikkeling zijnde agenda die gemeentebreed voor economische structuurversterking moet zorgen. De economische agenda bestaat uit vier pijlers, waarbij het versterken en vermarkten van de binnenstad één van de aspecten is. De gemeente ziet dit als een integrale opgave en betrekt bij de herontwikkelingsplannen voor de binnenstad beleidsstukken op het gebied van economie, wonen, mobiliteit, vrijetijdseconomie en klimaatadaptatie. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld centrum functie: Bereikbaarheid & mobiliteit: Het versterken van de centrumfunctie van de gemeente biedt koppelkansen voor de bereikbaarheid en mobiliteit. Goede bereikbaarheid is essentieel voor het behouden van de centrumfunctie. Vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid: Het versterken van de centrumfunctie van de gemeente biedt koppelkansen voor het bewerkstelligen van een shift in vervoerswijzekeuze van auto naar wandelen, fiets, bus en trein. Goede bereikbaarheid is essentieel voor het behouden van een centrumfunctie, ook per fiets en openbaar vervoer.
23 https://dashboards.cbs.nl/v3/landelijke_monitor_leegstand/
85
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Economie: Het versterken van de centrumfunctie van de gemeente biedt koppelkansen met het versterken van de economische vitaliteit op bedrijventerreinen en de andere vier pijlers van de economische agenda. De gemeente gaat naar verwachting nog onderzoeken waar dwarsverbanden liggen. Vrijetijdseconomie: De spoorzone als ontwikkellocatie moet de stad een onderscheidender en aantrekkelijker aanbod aan voorzieningen geven. Het onderscheidend maken van de binnenstad kan de concurrentiepositie van de stad Doetinchem versterken met betrekking tot toerisme en recreatie en sluit aan op de ambities en thematiek binnen de Koersnotitie Vrijetijdseconomie.
Adviezen en aanbevelingen Voor dit beleidsveld komen we tot de volgende adviezen: 1. Onderzoek welke dwarsverbanden er bestaan tussen de activiteiten en functies in de binnenstad en de bedrijventerreinen, en tot welke keuzes voor de gemeente dit leidt.
86
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.3.3
Circulaire Economie
In Tabel 41 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 41 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema circulaire economie Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
--
De Nederlandse economie is nog grotendeels lineair, met veel gebruik van primaire grondstoffen en grote lekstromen. In Doetinchem werd in 2020 per persoon 185 kg aan huishoudelijk afval geproduceerd, iets meer dan het landelijk gemiddelde van 164 kg. Begin 2022 is 'Betalen voor Restafval' oftewel DIFTAR ingevoerd. Door deze methodiek van afvalscheiding en afvalinzameling is het restafval gereduceerd met 40%. De evaluatie van het eerste jaar wordt momenteel gemaakt.
Autonome ontwikkeling
-
Landelijke trends laten zien dat er nog geen versnelling plaatsvindt in de transitie naar een circulaire economie en dat het doel voor 2030 om het primaire grondstoffengebruik te halveren onder de huidige trends niet gehaald zal worden.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
De invloed van de gemeente op het versnellen van de transitie naar een circulaire economie is beperkt, en landelijke trends wijzen uit dat de doelstelling voor 2030 onder de huidige trends niet gehaald gaat worden. De ambitie om in 2030 het grondstoffengebruik te halveren is daarmee erg hoog. De gemeente werkt aan een Nota Circulariteit met beleid om binnen haar invloedssfeer te werken aan de circulaire economie.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Beoordeling gelijk aan Doelbereik omgevingsvisie fase 1.
Huidige situatie Nederland gaat van alle landen in Europa het meest efficiënt om met grondstoffen (CBS, 2020). Tegelijkertijd staat ons land in de top 5 als het gaat om afvalproductie per hoofd van de bevolking. In een groot deel van de Nederlandse economie is nog sprake van een lineaire economie, met een hoog gebruik van ruwe grondstoffen en grote lekstromen. In de periode 2000-2018 is het gebruik van ruwe grondstoffen met ongeveer 20% afgenomen (CBS, 2020). Sectoren met het hoogste percentage afval per geproduceerd product zijn de (basis)metaalindustrie, voedings- en genotmiddelenindustrie, landbouw en de houd- en papierindustrie. De hoeveelheid geproduceerd afval is sinds 2000 nauwelijks veranderd (CBS, 2020). In Doetinchem werd in 2020 nog 185 kg restafval per persoon per jaar geproduceerd (Doetinchem & BuHa, 2020); door de invoering van het systeem ‘Betalen voor Restafval’ in 2022 is dit gedaald naar 148 kg per inwoner per jaar (Doetinchem & BUHA, 2023). Voorbeelden van bedrijven die in Doetinchem, de Achterhoek, of de provincie Gelderland via een (meer) gesloten grondstoffenkringloop werken zijn schaars. In 2018 heeft provincie Gelderland aan TNO gevraagd om een verkenning uit te voeren naar de bijdragen die de Gelderse smart maakindustrie levert aan een circulaire economie.
Voor dit onderzoek zijn twintig bedrijven geïnterviewd, waarvan twee Doetinchemse bedrijven: Nijhuis en Bosch Scharnieren. Het onderzoek richt zich voornamelijk op de bijdrage van de ICT-sector aan het sluiten van materiaalkringlopen en concludeert dat de Gelderse smart maakindustrie op verschillende manieren laat zien dat het circulair handelt en daarmee een vliegwielfunctie heeft voor efficiënter materiaalgebruik bij klanten (TNO, 2018). Grondstoffenstromen in de smart maakindustrie zijn echter beperkt in vergelijking met de andere industrieën in Doetinchem en de grootste winst op dit vlak zijn dus niet hier te behalen.
87
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Autonome ontwikkeling Het is aannemelijk dat de trend in de reductie van ruwe grondstoffen zich de komende decennia doorzet. Nederland heeft de doelstelling om in 2030 een reductie van 50% te bereiken ten opzichte van 2010 en de gemeente sluit zich hierbij aan. Daarnaast heeft gemeente Doetinchem de doelstelling om de jaarlijkse productie aan restafval terug te brengen naar 100 kg per inwoner (Doetinchem & BuHa, 2020). Gezien de regionale en landelijke ambities en de ontwikkelingen in de laatste tien jaar is het aannemelijk dat het gebruik van ruwe grondstoffen in 2036 waarschijnlijk met minimaal 50% afgenomen zal zijn ten opzichte van 2010. De hoeveelheid huishoudelijk restafval zal naar verwachting sterk dalen naar 10-30 kg per inwoner. De Achterhoek spreekt in haar Visie 2030 24 (2019) uit dat zij de ambitie heeft om in 2030 energieneutraal te zijn. Hier wordt ook het hergebruik van afval als grondstof onder verstaan. Om deze ambities te verwezenlijken, wordt momenteel een Grondstoffenbank en een Materialenwerkplaats opgezet door de regio. Er loopt momenteel een project van Samenwerkende Industriële Kringen Achterhoek (SIKA) dat verbindingen legt tussen verschillende ondernemingen met als doel om via intensievere samenwerking de omvang van reststromen te verkleinen doordat ondernemers elkaars afvalstromen kunnen gebruiken als grondstof.
In 204 wordt het Circulair Ambachtscentrum gerealiseerd. Omgevingsvisie In Tabel 42 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 42 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld circulaire economie
Ambitie
Beleidsmaatregelen
We zetten in op het versnellen van de transitie naar een circulaire economie
In 2023 wordt via de waardeketens Gebiedsontwikkeling, Voedsel & landbouw en Eigen organisatie een plan van aanpak (Nota Circulariteit) opgesteld De gemeente stimuleert inwoners en bedrijven om hun afval beter te scheiden Er wordt een circulair ambachtscentrum opgericht (2024) De gemeente bevordert duurzaam, circulair en klimaatadaptief bouwen en ondersteunt circulaire initiatieven (Cirkelregio De Achterhoek, Circulair bedrijventerrein Wijnbergen)
Water, energie en grondstoffen dienen zoveel mogelijk behouden en efficiënt hergebruikt te worden
De gemeente spreekt in de teksten voor de omgevingsvisie de ambitie uit om de transitie naar een circulaire economie te versnellen met als doel om water, energie en grondstoffen te behouden en zo efficiënt mogelijk te hergebruiken. De gemeente stelt hiervoor een Nota Circulariteit op, welke in 2023 vastgesteld gaat worden. Binnen de Nota Circulariteit worden vijf thema’s onderscheiden, waarvan er voor de eerste drie gemeente specifiek beleid opgesteld wordt: 1. De gemeente stimuleert circulaire gebiedsontwikkeling door eisen te stellen bij aanbestedingen en anterieure overeenkomsten en het draagvlak voor circulaire gebiedsontwikkeling te vergroten. Daarbij wordt ingezet op bouw met hergebruikte materialen, biobased en hernieuwbare grondstoffen en modulaire en innovatieve bouw bij eigen vastgoed. 2. De gemeente wil een circulair systeem voor haar voedsel en landbouwsysteem. Daarbij zet de gemeente erop in om de milieu-impact van voedsel te minimaliseren en tegelijk gezonde en evenwichtige voeding te consumeren. De gemeente faciliteert lokale initiatieven voor kringlooplandbouw, korte voedselketens, plataardig eiwit en gedragsverandering en zich in voor een gezonde voedselomgeving zonder verspilling. 3. Circulaire gemeentelijke organisatie, de gemeente geeft het goede voorbeeld. Ze stelt duurzame inkoopvoorwaarden op aan alle inkopen die de organisatie doet.
Medewerkers worden uitgebreid meegenomen in bewustwording en mogelijkheden. Daarin zoekt ze samenwerking met bedrijven en andere gemeenten. 4. Innovatie, vestigingsklimaat, circulaire kennisagenda en consumentengoederen; 5. Consumptiegoederen: deeleconomie, tweedehands, repair, afvalinzameling en verwerking.
24
https://8rhk.nl/achterhoek-visie-2030/
88
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Voor de laatste twee onderwerpen in bovenstaande opsomming de gemeente zich aan bij regionale en provinciale projecten en netwerken, waarbij de gemeente de rol van facilitator pakt. Daarbij haakt ze aan op koppelkansen tussen de energietransitie en circulaire economie en staat ze open voor (kleinschalige) lokale circulaire initiatieven. De gemeente stelt een startdocument op waarin deze vijf thema’s benoemd worden en inventariseert of er draagvlak is voor de bovenste drie thema’s. Op basis daarvan ontwikkelt de gemeente een plan van aanpak met uitvoeringsagenda en een communicatie- en participatieplan. Op dit punt in het proces komen ambities en doelstellingen pas aan bod. Los van de Nota Circulariteit worden er door de gemeentelijke organisatie zelf en andere actoren in de gemeente wel al stappen gezet om te werken aan de transitie naar een circulaire economie. De gestelde ambities zijn echter hoog. Uit de tweejaarlijkse evaluatie Integrale Circulaire Economie Rapportage 25 die het PBL in januari 2023 uitbracht, blijkt dat de Nederlandse ambitie om in 2030 het grondstoffengebruik te halveren met de huidige trends niet bereikt wordt. De grondstoffenefficiëntie is sinds 2014 weliswaar toegenomen, maar dit heeft niet geleid tot een absolute afname van het grondstoffengebruik.
Het PBL stelt dat er nog geen sprake is van een versnelling in de transitie naar een circulaire economie. Dit komt onder meer doordat circulair gedrag bij consumenten nog niet het nieuwe normaal is, en doordat ondernemers belemmeringen in de spelregels omtrent circulariteit ondervinden. Daarbij gaat het om moeilijk aan te trekken financiering voor circulaire verdienmodellen, het onvoldoende beprijzen van milieueffecten en het niet mogen inzetten van bepaalde typen materialen als secundair materiaal. Wel is het zo data ontwikkelingen en innovaties op een gebied als circulariteit een exponentieel karakter hebben. Naarmate meer stakeholders te maken krijgen met de circulaire economie en er succesvolle concepten en bedrijfsmodellen beschikbaar komen, zal de transitie versnellen. Een vergelijkbare casus is die van de energietransitie, die de afgelopen tien jaar een vlucht genomen heeft. Alle bovenstaande factoren spelen zich op een ander schaalniveau dan het gemeentelijke af. De invloed van de gemeente en van de omgevingsvisie op het behalen van de ambities voor dit beleidsveld is daarmee beperkt. De invloed die de gemeente wel heeft, dient ze aan te wenden om de transitie naar een circulaire economie zoveel mogelijk te versnellen. Uit de teksten voor de omgevingsvisie blijkt dat hier hard aan gewerkt wordt.
Het is nog niet duidelijk wat er in de Nota Circulariteit opgenomen gaat worden aan beleid en het is daarom niet mogelijk om te beoordelen wat de invloed van de omgevingsvisie op het realiseren van de ambities gaat zijn. Het is wel opvallend dat bedrijvigheid en industrie als waardeketen ontbreekt in de Nota Circulariteit. De gemeente kan sturen op het circulair maken van de eigen organisatie door inkoop- en afvalbeleid, op circulaire gebiedsontwikkeling door afspraken met ontwikkelaars te maken over circulair bouwen, en op een circulair voedsel- en landbouwsysteem door de agrarische sector te ondersteunen in de transitie. Ze kan echter ook een sturende rol aannemen op bedrijventerreinen in de gemeente, onder meer door regels te stellen aan het type bedrijvigheid dat hier plaats mag vinden. Het verdient daarom de aanbeveling om ook bedrijventerreinen als waardeketen op te nemen in de Nota Circulariteit. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld circulaire economie: Wonen: Circulariteit kan worden gezien als een sleutelbegrip bij nieuwbouw. Economie: Er kan worden ingezet op het versnellen van de transitie naar een circulaire economie en circulaire initiatieven op (nieuwe) bedrijventerreinen.
Duurzame landbouw: Als onderdeel van de transitie naar circulariteit kan prioriteit worden gegeven aan het verduurzamen van de landbouw en een circulair voedsel- en landbouwsysteem. Adviezen en aanbevelingen Voor dit beleidsveld komen we tot de volgende adviezen: 1. De gemeente werkt vanaf het derde kwartaal van 2023 aan een Nota Circulariteit. Hierin wordt aan de hand van drie waardeketens beleid opgesteld om de circulaire economie te bevorderen. Als eerste stap wordt een inventarisatie naar onderwerpen en waardeketens uitgevoerd. Bedrijvigheid en industrie als waardeketen lijkt op basis van de teksten voor de omgevingsvisie te ontbreken in de Nota Circulariteit. Wij bevelen aan om in de inventarisatie te onderzoeken of dit onderwerp als waardeketen toegevoegd kan worden, ook gezien de ambitie om in te zetten op het aantrekken van duurzame en innovatieve bedrijvigheid.
25 https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2023-integrale-circulaire-economie-rapportage-hoofdboodschappen-en-bevindingen-5032.pdf
89
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
5.3.4
Onderwijs
Dit beleidsveld werd nog niet op zichzelf beoordeeld in het planMER dat Arcadis in 2020/2021 opgesteld heeft. Er is vanuit de Foto van de Leefomgeving dus geen beoordeling van de huidige situatie beschikbaar. In Tabel 43 is het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid beschreven. Tabel 43 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema onderwijs Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
+
Doetinchem heeft voldoende scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Er zijn een Hogeschool en meerdere MBO vestigingen in de gemeente gevestigd. De gemeente heeft op het gebied van hoger en beroepsonderwijs daarmee een regionale functie.
Autonome ontwikkeling
+
Er is geen beleid bekend dat de functie van Doetinchem als regionaal centrum voor hoger en beroepsonderwijs substantieel zal doen veranderen. Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Doetinchem 2018 (IHP) onderwijs bevat een uitvoerige beschrijving van de wijze waarop basis en voortgezet onderwijs gehuisvest wordt in de gemeente. bevat het beleid dat huisvesting van onderwijsinstellingen in de gemeente stuurt. Een actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs wordt momenteel ontwikkeld, besluitvorming hierover is voorzien voor het najaar van 2023.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
In het IHP en in de teksten voor de omgevingsvisie is geen beleid opgenomen op het gebied van hoger en beroepsonderwijs. De situatie op het gebied van primair en voortgezet onderwijs zal niet verslechteren, ook omdat de gemeente bezig is met een inventarisatie van de ruimtevraag naar maatschappelijke voorzieningen, onder meer op gebied van onderwijs.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Gelijk aan beoordeling Doelbereik omgevingsvisie fase 1.
Omgevingsvisie In Tabel 44 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 44 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld onderwijs
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Doetinchem dient een aantrekkelijke onderwijsstad voor scholieren, studenten en stagiairs te blijven
De gemeente brengt het toekomstbestendig onderwijslandschap in beeld door gericht naar de spreiding van scholen over de verschillende wijken en kernen te kijken. Voor het realiseren van flexibele en toekomstige onderwijshuisvesting biedt het strategisch integraal huisvestingplan onderwijs (IHP) een belangrijke basis
90
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
De basis wat betreft het aanbod en de vestiging van basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs is in Doetinchem vastgelegd in het integraal huisvestingplan (IHP) onderwijs. De gemeente werkt aan een actualisatie van het IHP, besluitvorming hierover is voorzien voor het najaar van 2023. De gemeente heeft als doel om de verbinding tussen onderwijsinstellingen en bedrijven te versterken, en om een vestigingsplaats voor studenten en stagiairs te zijn. Hiervoor dienen logische koppelingen tussen onderwijs en het bedrijfsleven gemaakt te worden in de vorm van leerwerktrajecten en broedplaatsen. Het is op basis van de omgevingsvisie niet duidelijk of deze ontwikkelingen een ruimtebeslag gaan vragen, en of er concrete ontwikkelingen voorzien zijn. De forse woningbouwopgave in de gemeente vraagt om extra ruimte voor scholen in het basis en voortgezet onderwijs. Deze ruimte kan op hoofdlijnen berekend worden volgens de Amsterdamse referentienorm. Deze is voor de functie onderwijs weergegeven in Tabel 45. Tabel 45 De ruimtevraag vanuit voorzieningen voor onderwijs voor de verschillende woonmilieus
Categorie
Voorzieningen
Centrum stedelijk (m2/100 woningen)
Onderwijs
Primair onderwijs + piekopvang, 680 voortgezet onderwijs & schooltuinencomplex
Gemengd stedelijk (m2/100 woningen)
Groen-blauw (m2/100 woningen)
1.014
1.290
Wanneer dit gekoppeld wordt aan de woonopgave voor de stedelijke woonmilieus (zie hoofdstuk 2.1) kan worden berekend hoeveel extra oppervlak aan onderwijsvoorzieningen er nodig is: er is grofweg 4,3 tot 9,2 ha aan extra oppervlakte nodig hiervoor. Dit komt dan bovenop de benodigde ruimte voor deze voorzieningen voor de al bestaande 25.400 woningen in de gemeente. De gemeente werkt momenteel aan een actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. In het huidige huisvestingsplan staat al uitvoerig beschreven hoeveel ruimte nodig is voor basis en voortgezet onderwijs. Daarnaast loopt er binnen de gemeente een onderzoek naar sociale infrastructuur, waarbij op wijkniveau in wijkprofielen de voorzieningenstructuur (onder meer van onderwijs) in beeld gebracht wordt. We verwachten dus dat de gemeente de in Tabel 45 samengevatte ruimtevraag voor onderwijs gaat toespitsen op de situatie in Doetinchem. Daarnaast wordt aan een Educatieve Agenda gewerkt. Deze gaat in op de positie van de gemeente op het gebied van middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld onderwijs: Economie: De themateksten geven aan dat de gemeente de verbindingen tussen onderwijsinstellingen en bedrijven wil versterken.
Dit heeft een positief effect op de economie omdat de kans groot is dat er hierdoor een betere match ontstaat tussen het type geschoolden en het arbeidsaanbod. Adviezen en aanbevelingen We komen voor dit beleidsveld tot de volgende aanbevelingen: 1. Bij het uitwerken van de woningbouwplannen is het van belang om ruimte voor onderwijs goed mee te nemen. Er moet voldoende ruimte worden gereserveerd voor maatschappelijke voorzieningen op gebied van basis en voortgezet onderwijs en daarmee samenhangende functie zoals piekopvang. 2. Doetinchem heeft regionaal een functie als opleidingscentrum voor MBO- en HBO-studenten. In de omgevingsvisie staan geen concrete ambities of beleidsvoornemens die zich op deze functie richten. Wij adviseren om na te gaan of dit klopt en om eventueel aanvullingen op dit gebied op te nemen in de Omgevingsvisie.
91
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
5.4
Landelijk gebied in balans
5.4.1
Duurzame landbouw
In Tabel 46 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 46 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema duurzame landbouw Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
--
Het overgrote merendeel van de agrarische bedrijven in Doetinchem werkt nog volgens niveau 1 – Wettelijk van het Actieplan Natuurinclusieve Landbouw
Autonome ontwikkeling
+/-
Landelijk, provinciaal en regionaal beleid gaat een grote invloed hebben op de ontwikkeling van de agrarische sector. Naar verwachting zal de verduurzaming van de sector de komende decennia versnellen.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
De gemeente wil de transitie naar een natuurinclusieve vorm van landbouw faciliteren. In de omgevingsvisie staat echter niet beschreven welk beleid de gemeente wil gaan voeren om dit te bewerkstelligen.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Gelijke beoordeling aan doelbereik omgevingsvisie fase 1
Huidige situatie In Doetinchem waren in 2018 174 boerenbedrijven werkzaam (CBS, 2020). Dit is een voortzetting van de daling van 300 in 2000 naar 200 in 2010 (gemeente Doetinchem, 2013). Het totale areaal aan landbouwgrond in de gemeente bedraagt 1.200 hectare en door de daling van het aantal bedrijven heeft de afgelopen decennia dus een ontwikkeling plaatsgevonden naar steeds grootschaligere bedrijven. Deze bedrijven zijn ook steeds specialistischer geworden; waar er vroeger veel gemengde veeteeltbedrijven in de gemeente gevestigd waren, zijn steeds meer ondernemers zich in één diersoort gaan specialiseren. Vooral het westen van de gemeente wordt intensief gebruikt voor akkerbouw en veeteelt. Ten oosten van de stad liggen natuurgebieden de Zumpe en Slangenburg en hier wordt extensieve landbouw en veeteelt bedreven. In Gelderland was in 2019 zo’n 15% van de landbouwbedrijven actief bezig met een vorm van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en 3% van de bedrijven is biologisch (Provincie Gelderland, 2019). Cijfers voor de gemeente Doetinchem zijn niet beschikbaar, maar het aandeel van duurzame agrarische bedrijven is hier waarschijnlijk vergelijkbaar.
Tot slot bleek in de loop van 2019 uit onderzoek van het RIVM, Universiteit Utrecht, Wageningen Universiteit en het Nivel dat omwonenden binnen een straal van 2 km van geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking hebben. In en om Doetinchem liggen vier geitenhouderijen met in totaal bijna 6.000 geiten. De locaties van de geitenhouderijen binnen de gemeentegrenzen zijn aangegeven op Figuur 43 Autonome ontwikkeling Naar verwachting is het aantal agrariërs in de Achterhoek in 2030 met ongeveer 40% gedaald ten opzichte van 2020 (8HRK Ambassadeurs, 2019). Ook de trend tot specialisatie zal zich naar verwachting voortzetten. Als het areaal landbouwgrond grotendeels gelijk blijft, betekent dit een verdere schaalvergroting in de agrarische sector. Op bovengemeentelijk niveau spelen meerdere ontwikkelingen en hebben de Achterhoek en de provincie Gelderland ambities voor de verduurzaming van de agrarische sector.
92
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Voor de Achterhoek is in 2019 een visie voor 203026 opgesteld waarin de verduurzaming van de landbouw onderdeel uitmaakt van de opgaven (8HRK, 2019). De regio spreekt de ambitie uit om koploper in de kringlooplandbouw te worden, doordat 80% van de ondernemingen zich aansluit bij de visie. Daarnaast experimenteert de regio met het winnen van kunstmest uit natuurlijke mest. Hierdoor hoeft geen kunstmest meer geproduceerd te worden. Uit de ambities van de provincie Gelderland en de Achterhoek blijkt dat in de regio nog onvoldoende onderscheid aangebracht wordt tussen natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw. De Commissie m.e.r. stelt in haar advies op het MER van de Nationale omgevingsvisie (NOVI; 2019) dat deze twee concepten in principe onverenigbaar zijn met elkaar. Een emissieloze of kringlooplandbouw is namelijk niet te realiseren als deze ook natuurinclusief dient te zijn. Natuurinclusieve landbouw is een grondgebonden vorm van landbouw met hoge natuurwaarden, waarin vee deels buiten gehouden wordt. Doordat in de regio meerdere streefbeelden naast elkaar worden gehanteerd, is niet duidelijk hoe de agrarische sector zich de komende decennia zich autonoom gaat ontwikkelen.
Ook de gemeente Doetinchem hanteert deze termen door elkaar heen: in het Koersdocument wordt gesproken over kringlooplandbouw, terwijl de ambitie van de gemeente zich aansluit bij die van het Actieplan Natuurinclusieve Landbouw. Omgevingsvisie In Tabel 47 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 47 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld duurzame landbouw
Ambitie
Beleidsmaatregelen
We willen de transitie naar een natuurinclusieve vorm Via het regionale project Aanpak Droogte Achterhoek wordt van landbouw ondersteunen en verder brengen door veel partijen gewerkt aan de droogteproblematiek Het watersysteem moet aangepast worden om meer in harmonie te komen met functies in het landelijk gebied
Op het moment van schrijven van deze beoordeling loopt er een grote maatschappelijke en politieke discussie over de rol van de landbouw in Nederland. Europese regels schrijven voor dat Nederland haar Natura 2000 gebieden moet beschermen, en dit betekent onder meer dat vermesting via stikstofdepositie op deze gebieden zoveel mogelijk voorkomen moet worden. De Kritische Depositiewaarde (KDW) wordt op dit moment in veel Natura 2000 gebieden overschreden, waardoor schade aan de natuur optreedt. Een groot deel van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden wordt veroorzaakt door de agrarische sector. Om dit probleem te verminderen, is verduurzaming van de agrarische sector nodig. Hoe, op welke tijdschaal, en op welke voorwaarden deze transitie plaats moet vinden, is onderwerp van discussie. Er wordt op Rijksniveau gewerkt aan een Landbouwakkoord dat met als zichtjaar 2040 een perspectief moet bieden aan agrariërs. Daarnaast werken Rijk en provincies aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) dat kaders moet gaan bieden voor de gebiedsprogramma’s die per provincie uitgewerkt worden en die moeten gaan beschrijven hoe de provincie per gebied doelen voor natuur, stikstof, water en bodem gaat halen. De agrarische sector speelt hier een belangrijke rol in, en het NPLG gaat leidend zijn voor de transities die plaats gaan vinden in de landbouw.
Op landelijk niveau is er dus nog veel onzeker. Dit geldt ook voor het gemeentelijke schaalniveau. De gemeente spreekt in de Omgevingsvisie het voornemen uit om het beleid dat landelijk en provinciaal ontwikkeld wordt uit te gaan voeren om de transitie naar een natuurinclusieve landbouw te ondersteunen. Daarnaast wordt in de omgevingsvisie opgemerkt dat het landelijk gebied in harmonie met het watersysteem gebracht moet worden: “op dit moment is water de grootste vriend en tegelijkertijd de grootste vijand van het landelijk gebied. Dat moet veranderen”. Het gaat hierbij om het oppervlaktewatersysteem in Nederland dat sinds het midden van de 20 e eeuw zo is aangepast dat hemelwater zo snel mogelijk afgevoerd wordt richting de rivieren, om boeren na de natte winter zo snel mogelijk de kans te geven hun land te gaan bewerken. Dit leidt in de huidige situatie, met steeds vaker droge perioden in de lente, tot droogteproblemen. Een grootschalige aanpassing van het watersysteem is hiervoor nodig en deze transitie zal voornamelijk implicaties voor de bedrijfsvoering van agrariërs gaan hebben. Voor de
26
https://8rhk.nl/achterhoek-visie-2030/
93
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Achterhoek betekent dit dat de grondwaterstand met ongeveer 40 cm verhoogd zal moeten worden. Dit vraagt om maatwerk en een gebiedsgerichte aanpak om negatieve effecten op het landgebruik zoveel mogelijk te voorkomen. Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld duurzame landbouw: Bodem-, water- & luchtkwaliteit: Het inzetten op duurzame landbouw gaat gepaard met minder schadelijke uitstoot. Dit heeft een potentieel positief effect voor bodem-, water- en luchtkwaliteit in de omgeving. Natuur & biodiversiteit: De huidige vorm van landbouw met een kunstmatig lage grondwaterspiegel, veel gebruik van (kunst)mest en pesticiden, gebruik van grondwater in droge perioden en grote percelen met monocultuur leidt tot grote negatieve effecten op natuur en biodiversiteit. Het natuurinclusiever maken van de agrarische sector kan daarmee een substantieel positief effect hierop hebben. Circulaire economie: Het inzetten op duurzame landbouw biedt koppelkansen met circulaire economie door de focus op circulair voedsel- en landbouwsysteem. Toegankelijkheid & voorzieningen, Vrijetijdseconomie: Bij het ontbreken van een opvolger en leegstand van agrarische bedrijven kan een koppelkans ontstaan met het faciliteren van maatschappelijke voorzieningen zoals zorgboerderijen of het faciliteren van toerisme, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige campings.
Energietransitie: Op agrarische gronden worden zonnevelden gerealiseerd. De gemeente hanteert de randvoorwaarde dat maximaal 3% van het agrarische areaal voor de opwekking van zonne-energie ingezet mag worden. Adviezen en aanbevelingen We komen voor dit beleidsveld tot de volgende aanbevelingen: 1. We bevelen ook aan om op het moment dat er meer duidelijkheid is over de landelijke beleidslijn die gevolgd gaat worden binnen de agrarische sector te onderzoeken wat dit betekent voor de situatie in Doetinchem. Bij een toekomstige herijking van de omgevingsvisie zouden de uitkomsten van dit onderzoek en de positie van de gemeente beschreven moeten worden om agrariërs en andere betrokkenen houvast te geven. 2. Er zijn vraagstukken op de middellange termijn op het gebied van oudere agrariërs die geen opvolger hebben en mogelijk stoppen met hun bedrijf, de omgang met piekbelasters, en gebruik van agrarische gronden voor andere doeleinden dan landbouw, zoals zorgboerderijen en campings. Deze onderwerpen worden niet genoemd in de Omgevingsvisie. Al deze onderwerpen zijn wel van belang voor de ontwikkeling van het landelijk gebied en we bevelen aan om een visie hierop op te nemen in de Omgevingsvisie.
94
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.4.2
Landschap & ruimtelijke kwaliteit
Dit beleidsveld werd nog niet op zichzelf beoordeeld in het planMER dat Arcadis in 2020/2021 opgesteld heeft. Er is vanuit de Foto van de Leefomgeving dus geen beoordeling van de huidige situatie beschikbaar. In Tabel 49 is het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 48 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema landschap & ruimtelijke kwaliteit Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
+/-
Het landelijk gebied in de gemeente is divers en aantrekkelijk, met landgoed Slangenburg, de Zumpe, de bossen, en de oevers van de Oude IJssel als hoogtepunten. De gemeente zet primair in op inbreiding, er zijn geen uitbreidingen van bedrijventerreinen voorzien, en de gemeente wil maximaal 3% van het agrarisch areaal inzetten voor zonnevelden. De integriteit van het landschap wordt hierdoor bewaakt. De gevolgen van klimaatverandering en het verdere verlies van biodiversiteit zijn bedreigingen voor het landschap.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
De gemeente gaat een inventarisatie van landschappelijke waarden in de gemeente uitvoeren. De resultaten van dit onderzoek zouden doorvertaald kunnen worden naar een afwegingskader dat tot doel heeft om het landschap te beschermen. Onder deze voorwaarde is het doelbereik van de omgevingsvisie positief beoordeeld.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Gelijk aan doelbereik omgevingsvisie fase 1
omgevingsvisie In Tabel 49 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 49 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld landschap & ruimtelijke kwaliteit
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Het landschap in de gemeente dient versterkt te worden
De gemeente gaat bij ruimtelijke ontwikkelingen als ondergrens van de Basiskwaliteit Natuur uit Er wordt in het landelijk gebied meer natuur aangelegd De gemeente inventariseert welke landschapswaarden in de Achterhoek thuishoren en waar deze in de gemeente liggen
Landschap en ruimtelijke kwaliteit zijn aspecten die in de teksten voor de omgevingsvisie slechts beperkt genoemd worden. De gemeente ambieert een aantrekkelijk, groenrijk landelijk gebied en werkt in het landelijk gebied aan een betere omgevingskwaliteit, waarbij ingezet wordt op een verscheidenheid aan functies naast het agrarisch gebruik. De gemeente wil voorwaarden stellen aan ontwikkelingen in het landelijk gebied zodanig dat het Achterhoekse landschap haar identiteit behoudt. Daarbij benoemt de omgevingsvisie zelf al dat een eenduidig en overzichtelijk beeld van welke landschapswaarden thuishoren in de Achterhoek en hoe het hiermee gesteld is, ontbreekt. Een vervolgactie is dan ook om onderzoek uit te voeren naar knelpunten en kansen voor verbetering. Landschap en ruimtelijke kwaliteit zijn omgevingsaspecten die in een planMER lastig te beoordelen zijn omdat er geen voor de hand liggende indicatoren zijn die iets kunnen zeggen over de kwaliteit en het landschap en de mate van ruimtelijke kwaliteit. Het is tegelijkertijd ook lastig om concreet beleid op te stellen dat zich richt op landschap. Het verrast ons dus niet dat dit aspect nauwelijks als op zichzelf staand onderwerp terugkomt in de teksten voor de Omgevingsvisie; landschap en ruimtelijke kwaliteit zijn immers onderleggers van allerlei ruimtelijke ontwikkelingen. Het 95
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
risico bestaat daarmee dat deze ontwikkelingen een cumulatief effect op het landschap hebben en dat in de loop der tijd ongemerkt landschappelijke elementen verdwijnen. Denk daarbij aan ontwikkelingen als de bouw van distributiecentra, de uitbreiding van het stedelijk gebied, de aanleg van nieuwe infrastructuur of hoogspanningsmasten, en de achteruitgang van natuur en biodiversiteit onder invloed van externe factoren als klimaatverandering en vermesting. De gemeente zou in de inventarisatie van landschappelijke elementen die behouden of versterkt dienen te worden, ook mee moeten nemen welke bedreigingen er zijn voor het landschap en de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Dit overzicht zou vervolgens gebruikt kunnen worden om een afwegingskader op te stellen van ontwikkelingen die wel en niet gewenst zijn, en voorwaarden waaronder ontwikkelingen toegestaan zijn. Dit afwegingskader zou gebiedsspecifiek gemaakt kunnen worden; landgoed Slangenburg heeft immers andere kenmerken dan het open agrarisch landschap rondom Wehl, en leidt tot andere kansen en beperkingen vanuit ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is er een logisch raakvlak met de landschapskwaliteitskaart die in de handreiking Basiskwaliteit Natuur 27 van de Vogelbescherming uitgewerkt wordt in een aantal tastbare aspecten.
Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld landschap & ruimtelijke kwaliteit: Vrijetijdseconomie: Het inzetten op het behouden en/of versterken van landschappelijke elementen kan positieve effecten hebben op toerisme en recreatie in de gemeente. Economie: Het uitbreiden van bedrijventerreinen in de gemeente kan botsen met het behouden en versterken van landschappelijke elementen. Een alternatief is het intensiveren van bedrijventerreinen . Wonen: De woningopgave in de gemeente kan botsen met het behouden en versterken van landschappelijke elementen. Waar mogelijk wordt er dan ook ingezet op inbreiding, maar bij kleine uitbreidingsprojecten is landschap en ruimtelijke kwaliteit een aandachtspunt. Duurzame elektriciteit: De ruimtevraag voor het opwekken van duurzame energie kan botsen met de ambitie om landschappelijke elementen te behouden en te versterken. Adviezen en aanbevelingen Op basis van bovenstaande paragrafen komen we tot de volgende adviezen: 1. Stel een inventarisatie op van landschappelijke waarden in de gemeente die behouden en versterkt kunnen worden. Neem daarbij ook ruimtelijke ontwikkelingen mee die een bedreiging voor het behoud van deze waarden kunnen vormen en zet deze ontwikkelingen in een risicobeoordeling af tegen de landschapswaarden; 2.
Overweeg om aan de hand van de uitkomsten van deze inventarisatie en risicobeoordeling een gebiedsgericht afwegingskader op te stellen waarmee de gemeente beter landschap ontziend kan sturen op ontwikkelingen in het landelijk gebied.
27 https://www.vogelbescherming.nl/docs/b4a73c3c-08b2-46d4-9369-e00dea0d49a6.pdf
96
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.4.3
Natuur & biodiversiteit
In Tabel 50 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 50 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema natuur & biodiversiteit Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
--
Ten opzichte van de oorspronkelijke situatie is in Nederland slechts 15% biodiversiteit over. De laatste decennia is de kwaliteit van natuurgebieden dramatisch achteruit gegaan. In Doetinchem liggen geen Natura 2000 gebieden; wel herbergen de de Zumpe en landgoed Slangenburg een relatief hoge biodiversiteit.
Autonome ontwikkeling
--
De biodiversiteit zal de komende decennia met nog eens 10% afnemen. Autonome ontwikkelingen zijn naar verwachting onvoldoende om deze trend ten positieve te keren. De invloed van de agrarische sector op natuur en biodiversiteit is via vermesting, verdroging, versnippering en verlies van habitat groot. Landelijke ontwikkelingen op het gebied van de landbouw zullen dus voor een belangrijk deel bepalen hoe de biodiversiteit zich de komende decennia gaat ontwikkelen.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
Natuur en biodiversiteit buiten de bebouwde kom worden als onderwerp nauwelijks benoemd in de Omgevingsvisie. De gemeente stelt de basiskwaliteit natuur als ondergrens en gaat een biodiversiteitsplan opstellen en werken volgens de gedragscode soortbescherming gemeenten. Het biodiversiteitsplan zal voor een groot deel leidend zijn voor ontwikkelingen op gebied van biodiversiteit en natuur in het landelijk gebied.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
De gemeente stelt een biodiversiteitsplan op, waarin de basiskwaliteit natuur nader wordt uitgewerkt. Daarnaast beschrijft de gemeente dat ze de achteruitgang van de natuur als gevolg van negatieve gevolgen van verdroging, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en uitstoot van industrie wil stoppen. Hier staan echter geen concrete maatregelen tegenover.
Huidige situatie Er liggen in of nabij gemeente Doetinchem geen Natura-2000 gebieden (Figuur 25); de dichtstbijzijnde gebieden zijn de Rijntakken langs IJssel, Rijn en Pannerdensch Kanaal (10 km), de Veluwe (10 km), Stelkampsveld (20 km) en het Korenburgerveen (20 km). Er is in dit planMER geen Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. De band met rivierduinen die parallel aan de noordelijke oever van de Oude IJssel ligt, de Zumpe direct ten oosten van de stad, het gebied rondom Slangenburg ten oosten van de Zumpe en het Stille Wald ten westen van Wehl behoren wel tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Hiervan is De Zumpe het meest bijzondere gebied. Het is een 23 ha groot kwelgebied waar kalkrijk grondwater opwelt en zeldzame natuurtypen als kalkmoeras, elzenbroekbos, dotterbloemhooiland en blauwgrasland voorkomen. De provincie Gelderland heeft gemeente Doetinchem in 2013 opdracht gegeven om de omvang van De Zumpe te vergroten tot maximaal 120 ha (Provincie Gelderland, 2020). In 2018 is als eerste fase 40 ha voormalige landbouwgrond ingericht als natuur. Het gehele project is in 2022 afgerond.
Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte binnen de bebouwde kom krijgen woningbouw en nutsvoorzieningen over het algemeen voorrang, waardoor kansen voor het versterken van de ecologische functie van de stad gemist worden. Toch heeft de gemeente de afgelopen decennia hard gewerkt aan natuur in de stad. Zo zijn groene verbindingszones richting de Kruisberg en De Zumpe en in het zuidelijk deel van de stad gerealiseerd. De oevers van 97
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
de Oude IJssel zijn herontwikkeld tot natuurvriendelijke oevers en er zijn projecten met begrazing door Schotse Hooglanders en natuurvriendelijke beheer van groenvoorzieningen en wegbermen. Ook wordt sinds 2014 park Overstegen beheerd door een burgerinitiatief. De rest van de openbare ruimte wordt beheerd door BuHa. Deze organisatie heeft de ambitie om de openbare ruimte klimaatrobuuster in te richten, maar heeft te kampen met bezuinigingen waardoor ook het onderhoud van de openbare ruimte onder druk komt te staan. De soortendiversiteit in de gemeente varieert van 200-300 soorten per km 2 nabij Nieuw-Wehl tot meer dan 700 soorten per km2 in de Zumpe; hier, en in het groene gebied ten oosten van Dichteren, zijn ook de meeste Rode Lijstsoorten te vinden (Figuur 26). De biodiversiteit in veel Gelderse natuurgebieden is de laatste decennia sterk achteruit gegaan. Oorzaken hiervan zijn verzuring, vermesting, verontreiniging, verdroging, versnippering en verstoring die voortkomen uit negatieve effecten van intensief landgebruik, de uitbreiding van woon- en werkgebieden, infrastructuur en toenemende recreatiedruk (Provincie Gelderland, 2020). De soortendiversiteit in de stad ligt hoger dan in het agrarisch gebied. Daarmee zijn steden de laatste decennia refugia geworden voor soorten die in het landelijk gebied verdrongen worden door de intensieve landbouw.
De diversiteit in de bossen in de gemeente is relatief hoog. Omdat er geen Natura 2000 gebieden in de gemeente liggen, legt stikstofwetgeving geen verplichtingen om natuurgebieden te beschermen op aan gemeente.
Figuur 25; Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk gebieden in provincie Gelderland. Bron: Provincie Gelderland, 2020
98
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Figuur 26; de soortendiversiteit van Rode Lijst soorten per kilometerhok. Bron: Leefomgevingsfoto Doetinchem
Autonome ontwikkeling De biodiversiteit in Nederland staat zwaar onder druk; vergeleken met de oorspronkelijke situatie is gemeten naar kwaliteit en kwantiteit slechts 15% van de soortendiversiteit over. De verwachting is dat door onder andere vermesting, versnippering van leefgebieden en verdroging de komende decennia nog eens 10% van de biodiversiteit zal verdwijnen. Het merendeel hiervan zal plaatsvinden in het agrarisch gebied, waar de biodiversiteit momenteel al het laagst is. Een deel van deze verdere afname kan gekenterd worden door verregaande aanpassingen in agrarische bedrijfsvoering. De gemeente en regio hebben de ambitie uitgesproken om deze bedrijfsvoering meer natuurinclusief te maken. Ook stikstofdepositie, de omgang met droogte en de waterkwaliteit in natuurgebieden blijven belangrijke aandachtspunten. Er ontwikkelt zich een mogelijk knelpunt tussen de energietransitie in de gebouwde omgeving en de biodiversiteit in de stad doordat de voortplanting van vleermuizen en vogels in gevaar komt door het isoleren van woningen (Soortmanagementplan, 2019). De gemeente is mogelijk van plan deze trend tegen te gaan door het in werking stellen van een soortmanagementplan waarbinnen ontwikkelaars een gebiedsontheffing voor beschermde flora en fauna kunnen aanvragen.
Ook wordt overwogen om zoveel mogelijk de principes van natuurinclusief bouwen toe te passen op nieuwe woningbouwlocaties. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een puntensysteem dat nu al in gemeente Den Haag wordt toegepast. Omgevingsvisie In Tabel 51 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 51 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld natuur & biodiversiteit
Ambitie
Beleidsmaatregelen
De principes ‘Natuurinclusief’ en ‘Basiskwaliteit natuur’ worden ingevoerd bij ruimtelijke ontwikkelingen
Natuurinclusief wordt de norm bij nieuwbouw en gebiedsinrichtingen. De gemeente stelt hiervoor een natuurpuntensysteem op om de natuurinclusieve meerwaarde van een plan te kunnen waarderen 28 De gemeente stelt de basiskwaliteit natuur als ondergrens en borgt dit door het opstellen van een biodiversiteitsplan en
De achteruitgang van de natuur, veroorzaakt door negatieve gevolgen van verdroging, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en uitstoot van industrie en verkeer dient gestopt te worden
99
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
door het werken volgens de gedragscode soortbescherming gemeenten
Dit beleidsveld raakt nauw aan het beleidsveld Stedelijk groen. In de teksten voor de omgevingsvisie zien we dat er voor stedelijk groen uitgebreid ingegaan wordt op ambities en beleidsmaatregelen, onder meer door de 3-30-300 vuistregel toe te passen, door in te zetten op groen van hoge kwaliteit en door in te zetten op een algehele verbetering van groenblauwe structuren. Met name de kwaliteit van stedelijk groen kan grote positieve gevolgen voor de biodiversiteit hebben; veel kruidenrijk snippergroen en gefaseerd maaibeheer dragen bij aan gezonde populaties van insecten en vogels. Ook wil de gemeente de achteruitgang van de natuur als gevolg van negatieve gevolgen van verdroging, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en uitstoot van industrie stoppen. Wij zien hiervoor geen concrete maatregelen in de omgevingsvisie terug. Maatregelen die in het kader van natuurbescherming genomen worden, richten zich uitsluitend op het realiseren van nieuwe natuur. De externe invloeden die hierboven genoemd worden, zijn echter een probleem van een andere aard en kunnen alleen opgelost worden bij de bron, namelijk landbouw, verkeer en industrie.
Met name de grootschalige, intensieve landbouw heeft een grote negatieve invloed op de omliggende natuur, onder meer vanwege de uitstoot van stikstof, het uitspoelen van nitraat in het grondwater, het afspoelen van bestrijdingsmiddelen en fosfaat in het oppervlaktewater en het belang van de agrarische sector om grondwaterstanden kunstmatig laag te houden en hemelwater snel af te voeren. Naast het voornemen om de transitie naar een natuurinclusieve vorm van landbouw te ondersteunen staan er geen maatregelen in de omgevingsvisie beschreven, ook niet voor het tegengaan van negatieve effecten vanuit industrie en verkeer. Daarnaast stelt de gemeente de Basiskwaliteit Natuur als ondergrens. Deze term wordt niet toegelicht, waarschijnlijk verwijst de gemeente hiermee naar de Basiskwaliteit Natuur zoals deze door de Vogelbescherming gehanteerd wordt: “De Basiskwaliteit Natuur is op orde als de voor dat landschap karakteristieke en algemene soorten algemeen zijn en blijven29”. Bedreigingen voor wilde planten- en diersoorten in het landelijk gebied zijn grootschalige landbouw met monocultuur, gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting, diepe grondwaterspiegels die leiden tot verdroging, uitstoot van stikstof en het verwijderen van streekeigen landschapselementen zoals hagen, heggen en boomrijen.