Bijlage 2 PlanMER omgevingsvisie Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Energiebron
Minimale potentie
Toelichting
Maximale potentie
Toelichting
Zonnevelden
14 GWh
Obv 1% landbouwgrond als zonneveld
62 GWh
Obv max. 3% landbouwgrond als zonneveld
Windturbines
36-44 GWh
Minimaal 4 windturbines
67 GWh
Maximaal 6 windturbines
Zon-op-dak woningen 15 GWh
Min. potentie obv 5.400 zonnedaken in 2036*
44 GWh
Max. potentie bij 15.600 zonnedaken in 2036*
Zon-op-dak bedrijven
21 GWh
Min. potentie bij 50 ha dakoppervlak bedrijventerrein**
149 GWh
Max. potentie bij 100 ha dakoppervlak bedrijventerrein**
Totaal
86 GWh
323 GWh
Totaal t.o.v. elektriciteitsvraag
~25%
~100%
Milieukwaliteit De Omgevingswet gaat op 1 januari 2024 in. Onder de Omgevingswet verandert de wetgeving op het gebied van milieu. Voor onder meer luchtkwaliteit, geluid, geur en externe veiligheid worden Rijksomgevingswaarden aan gemeenten opgelegd. Voor de aspecten luchtkwaliteit, trilling, geur en bodemkwaliteit hebben gemeenten de beweegruimte om zelf afwijkende en minder strenge omgevingswaarden vast te stellen waaraan getoetst gaat worden bij vergunningaanvragen; voor lucht en externe veiligheid is deze mogelijkheid er niet. In de omgevingsvisie kan de gemeente haar visie op de mate waarin ze gebruik wil maken van deze beweegruimte uiteenzetten, bijvoorbeeld door normdifferentiatie voor verschillende deelgebieden. De omgevingsvisie beschrijft dat de gemeente hier vooralsnog geen gebruik van maakt en dat er nog geen ambities voor geluid, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid vastgesteld worden die afwijken van de wettelijk voorgeschreven waarden. Er wordt namelijk nog een inventarisatie uitgevoerd van locaties in de gemeente waar milieurisico’s op kunnen gaan treden. We bevelen aan om na afronding van deze inventarisatie na te gaan of op dat moment wel behoefte is aan het differentiëren van normen voor milieuaspecten. Deze normen zullen uiteindelijk in het Omgevingsplan moeten landen.
22
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Figuur 4 Het milieumengpaneel zoals dat gehanteerd kan worden in de omgang met omgevingswaarden. Bron: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/publish/library/219/ig-mengpaneel.pdf
23
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
3.
De omgevingsvisie van de gemeente Doetinchem
3.1
Samenvatting Omgevingsvisie
Dit planMER is opgesteld ten behoeve van de omgevingsvisie van de gemeente Doetinchem. De gemeente heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan het opstellen van beleid en is uiteindelijk tot een ontwerp omgevingsvisie gekomen welke samen met voorliggend planMER ter visie gelegd wordt en vastgesteld wordt door de gemeenteraad. Dit hoofdstuk beschrijft de opbouw van de Omgevingsvisie. Er wordt hier niet verder ingegaan op de inhoud. Hiervoor verwijzen we naar de omgevingsvisie zelf; bovendien zijn ambities en beleidsmaatregelen die in de omgevingsvisie beschreven worden in hoofdstuk 6 voor ieder beleidsveld samengevat ter onderbouwing van de beoordeling. Alleen de inhoud van de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 vatten we samen in paragraaf 3.2. In de Omgevingswet is bepaald dat iedere gemeente een omgevingsvisie moet opstellen, waarin voor de langere termijn de ambities en beleidsdoelstellingen voor de fysieke leefomgeving vastgelegd worden. Het is daarbij de bedoeling om beleid vanuit de verschillende beleidsvelden die onderdeel van het ruimtelijke domein zijn samen te brengen en integrale afwegingen te maken.
De omgevingsvisie stelt dat dit nog niet voor alle beleidsterreinen al gelukt is: voor klimaatadaptatie, duurzaamheid en groen is al wel sprake van integraal en voor de omgevingsvisie geactualiseerd beleid, voor de andere beleidsterreinen wordt nog gewerkt aan de actualisatie en inpassing van beleid. Op het moment dat deze actualisaties plaatsgevonden hebben, wordt de omgevingsvisie opnieuw vastgesteld. Er zijn vier hoofdopgaven die leidend zijn voor het beleid in de Omgevingsvisie: 1. Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor Doetinchem woonstad en woondorpen richting 70.000 inwoners in 2036. Deze opgave is verwerkt in het opstellen van de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 die als hoofdstuk bij de omgevingsvisie ingevoegd is; 2. Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor de spoorzone (omgeving rond station Doetinchem, eerder bekend onder de naam ‘stationsgebied’); 3. Het opstellen van een procesaanpak landelijk gebied voor de Slangenburg en omgeving en Gaanderen en omgeving; 4. Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor een toekomstbestendig centrum. De Woonvisie Doetinchem 2023-2036 is gereed en wordt beschouwd als een onderdeel van de Omgevingsvisie. De ontwikkelstrategieën voor de spoorzone en het centrum en de procesaanpak voor het landelijk gebied zijn nog niet afgerond.
De omgevingsvisie en het planMER dienen voor deze stukken als instrumenten die helpen om afwegingen voor deze gebieden te maken. Per thema beschrijft de omgevingsvisie voor anno 2023 hoe de gemeente er voorstaat en voor 2036 welke streefbeelden de gemeente heeft en welk beleid ze gaat voeren om hier te komen. De thema’s sluiten aan op de vier hoofdopgaven: 1. Woongemeente voor iedereen; 2. Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie; 3. Landelijk gebied in balans; 4. Mensen en ontmoeten. In de omgevingsvisie is een afsluitend hoofdstuk opgenomen waarin per beleidsthema aangegeven wordt van welke uitgangspunten uitgegaan wordt bij het bestaande beleid.
24
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
3.2
Samenvatting Woonvisie
Wij zien de woningbouwopgave in Doetinchem als de drijvende ruimtelijke ontwikkeling voor de Omgevingsvisie. Het realiseren van 6.300 woningen heeft raakvlakken met een groot aantal beleidsthema’s die in het planMER worden behandeld, en daarom wordt de woningbouwopgave centraal gesteld in het planMER. Voordat we in dit rapport ingaan op de individuele beleidsvelden, hebben we daarom een samenvatting gemaakt van de voor het planMER meest relevante informatie uit de Woonvisie Doetinchem 2023-2036. De reden waarom deze informatie relevant is, is dat we de tabel die in Figuur 5 overgenomen is uit de Woonvisie kunnen doorvertalen naar de ruimtevraag die samenhangt met deze ruimtelijke opgave. Dat doen we niet uitsluitend voor te realiseren woningen, maar ook voor de daarmee samenhangende vraag naar maatschappelijke voorzieningen op het gebied van onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, kunst en cultuur, groen, en sport en spel. We gebruiken daarvoor het referentienormenmodel dat de gemeente Amsterdam hanteert voor de ontwikkeling van ruimtelijke plannen 8, met als belangrijke kanttekening dat de gemeente zelf al bezig is met het opstellen van een vergelijkbaar model en dat hier meer op Doetinchem toegespitste cijfers uit zullen komen. Op meerdere plekken in het voorliggende rapport verwijzen we naar de samenvatting in deze paragraaf.
In Figuur 5 is de tabel uit de Woonvisie opgenomen die samenvat welke aantallen woningen er mogelijk gebouwd gaan worden per locatie en per type woonmilieu. Deze informatie hebben we gebruikt om Tabel 4 samen te stellen. Hierin is per type woonmilieu een optelsom gemaakt van de potentiële woningbouwprogramma’s. Ook is op basis van de in de Woonvisie aangegeven woningdichtheden een bandbreedte berekend voor het ruimtebeslag dat samenhangt met deze woonmilieus. In totaal beslaat de bandbreedte aan te realiseren woningen grofweg 4.400 in het minimale scenario tot 9.600 in het maximale, met een samenhangende ruimtevraag van ongeveer 90 tot 300 ha. De gemeente geeft aan een totaal van 6.300 woningen te realiseren. Het is niet duidelijk hoe deze verdeeld zijn over de woonmilieus. Wij nemen daarom voor de ruimtevraag aan dat deze zich proportioneel verhoudt tot de bandbreedte in Tabel 4. Dat betekent dat we uitgaan van een ruimtevraag van 130 ha voor de realisatie van 6.300 woningen. Tabel 4 Een doorvertaling van de tabel uit Figuur 5 naar bandbreedtes voor de benodigde ruimte per type woonmilieu. Daarnaast zijn de woonmilieus die in de Woonvisie onderscheiden worden op basis van woningdichtheden getypeerd naar de woonmilieus die in het Amsterdamse referentienormenmodel gehanteerd worden
Type woonmilieu Doetinchem
Gemengd stedelijk wonen & werken
Stedelijk wonen
Stedelijk wonen nabij water
Dorps wonen Landelijk wonen
Type woonmilieu A'damse referentienorm
Centrum stedelijk
Gemengd stedelijk
Gemengd stedelijk
Groen-blauw
Groen-blauw
Woningdichtheid (woningen/ha)
60-150
30-60
30-60
20-35
5-20
Minimaal aantal woningen*
1375
1289
630
312
821
4.427
Oppervlakte (ha)
9 ha
21 ha
11 ha
9 ha
41 ha
91 ha
Maximaal aantal woningen**
3.438
2.744
1.260
546
1.642
9.630
Oppervlakte (ha)
57 ha
91 ha
42 ha
27 ha
82 ha
300 ha
* hoogste woningdichtheid gecombineerd met onderkant bandbreedte te realiseren woningen ** laagste woningdichtheid gecombineerd met bovenkant bandbreedte te realiseren woningen
8 Gemeente Amsterdam (2018), Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen
25
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
Totaal
COLOFON166
Figuur 5 De tabel met bandbreedtes voor aantallen te realiseren woningen per locatie en woonmilieu (Bron: Woonvisie Doetinchem 2023-2036)
26
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
4.
Proces & werkwijze
4.1
Procesbeschrijving
Dit planMER is volgens een ontwerpend proces tot stand gekomen, waarbij er op meerdere momenten uitwisseling van informatie met de omgevingsvisie plaatsvond. De mer-procedure is in een drietal fasen verdeeld: 1. Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving geeft een breed overzicht van de huidige stand van zaken van de leefomgeving en de externe ontwikkelingen die de komende decennia naar verwachting zullen gaan spelen in de gemeente Doetinchem. De Foto van de Leefomgeving dient als referentiesituatie waartegen de beoordeling van de omgevingsvisie is afgezet. Voor iedere beleidsveld in het Rad van de Leefomgeving (zie paragraaf 4.3) is een literatuuronderzoek gedaan en op basis van de resultaten hiervan is een beschrijving van de staat van de leefomgeving voor het betreffende beleidsveld opgenomen. Het literatuuronderzoek maakt gebruik van landelijk beschikbare bronnen zoals de Atlas van de Leefomgeving en gegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS), alsmede van beleidsstukken en lokale of regionale onderzoeken. Het onderzoek is aangevuld met informatie vanuit een serie interviews met beleidsmedewerkers over de belangrijkste aspecten in het Rad van de Leefomgeving en de Omgevingsvisie.
Het resultaat van dit onderzoek is een beschrijving van de huidige situatie voor alle te beoordelen beleidsvelden en een duiding van het kwaliteitsniveau ten opzichte waarvan de omgevingsvisie op doelbereik en effecten is beoordeeld. De Foto van de Leefomgeving kijkt ook vooruit naar de toekomst. Immers, er vinden in de periode tot 2036 allerlei externe ontwikkelingen op het gebied van bevolkingsontwikkeling, klimaatverandering, energievoorziening en biodiversiteit plaats waar de omgevingsvisie niet of slechts beperkt invloed op uitoefent. Naast externe ontwikkelingen is voor veel beleidsvelden sprake van al vastgesteld, autonoom beleid voor de komende jaren; ook hiervoor geldt dat de omgevingsvisie de koers van de gemeente op dit vlak niet gaat veranderen. Deze externe ontwikkelingen zijn in de omgevingsvisie beschreven in een vooruitblik naar het zichtjaar voor de Omgevingsvisie. Dit noemen we de autonome ontwikkelingen. De beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen is weergegeven in een het Rad van de Leefomgeving in paragraaf 5.1, en de Foto van de Leefomgeving is door de gemeente gebruikt voor het opstellen van de concept Ontwerp Omgevingsvisie. 2. Beoordeling van omgevingsvisie fase 1 De gemeente heeft in het voorjaar van 2023 gewerkt aan het opstellen van beleid voor de Omgevingsvisie.
Dit beleid is in concept in een aantal hoofdstukken overlegd aan Arcadis. Binnen het planMER zijn deze teksten beoordeeld. Dat betekent dat de teksten doorgenomen zijn en er per beleidsveld dat onderdeel van het beoordelingskader is, is aangegeven welke beleidsuitspraken uit de teksten opgevat kunnen worden als ambities en als beleidsmaatregelen. Deze uitspraken zijn per beleidsveld in een tabel samengevat en aan de hand van dit overzicht is beoordeeld hoe groot de kans is dat de gemeente haar ambities gaat behalen. Daarbij is over het algemeen gebruik gemaakt van kwalitatieve beoordelingen; voor enkele beleidsvelden (onder meer wonen, stedelijk groen, economie, duurzame elektriciteit) kon kwantitatief in beeld gebracht worden hoe groot de opgaven zijn en welke ruimtevraag hiermee samenhangt. Beoordelingen vonden deels sectoraal plaats, maar relevante dwarsverbanden met andere beleidsvelden zijn ook aangegeven in de beoordeling. Op basis van de beoordeling van de conceptteksten voor de omgevingsvisie is voor ieder beleidsveld een aantal aanbevelingen opgenomen in het planMER. Deze zijn, tezamen met de beoordeling, gevoed aan het Omgevingsvisiespoor. De gemeente heeft deze aanbevelingen gebruikt in het proces om de omgevingsvisie verder aan te scherpen.
Een overzicht van hoe de gemeente omgegaan is met de aanbevelingen vanuit deze eerste fase van de beoordeling is opgenomen in Bijlage I. 3. Beoordeling van omgevingsvisie fase 2 Als laatste stap heeft de gemeente de conceptteksten voor de omgevingsvisie verder aangescherpt tot een concept Ontwerp Omgevingsvisie. Deze nieuwe versie van de omgevingsvisie is nogmaals en op vergelijkbare wijze als stap 2 in het planMER beoordeeld. Daarbij zijn teksten in het planMER die in het licht van de nieuwe teksten in de omgevingsvisie niet meer relevant zijn, verwijderd of aangepast. De resultaten van de tweede fase van de beoordeling zijn verwerkt in een deels nieuwe set aanbevelingen per beleidsveld. Ook is een
27
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
samenvattend hoofdstuk met de belangrijkste uitkomsten van de beoordeling en de belangrijkste aanbevelingen geschreven.
4.2
Beoordelingskader
In dit planMER is gebruik gemaakt van een beoordelingskader dat de fysieke leefomgeving beschrijft. De Foto van de Leefomgeving en de beoordeling van de omgevingsvisie zijn aan de hand van dit beoordelingskader opgesteld; dat betekent dat het planMER opgedeeld is in ongeveer 25 beleidsvelden. Deze zijn toebedeeld aan de vier thema’s die binnen de omgevingsvisie gehanteerd worden, zie Tabel 5. Tabel 5 De structuur van dit planMER. De beoordeelde beleidsvelden zijn toebedeeld aan de vier hoofdthema’s binnen de Omgevingsvisie
Woongemeente voor iedereen
Werkgemeente met ruimte Landelijk gebied in balans Mensen & ontmoeten voor talent en innovatie
Wonen
Economie
Duurzame landbouw
Vrijetijdseconomie
Stedelijk groen
Centrumfunctie
Landschap & ruimtelijke kwaliteit
Toegankelijkheid & voorzieningen
Gezonde & beweegvriendelijke omgeving
Circulaire economie
Natuur & biodiversiteit
Wateroverlast
Hittestress
Onderwijs
Waterkwaliteit
Geur
Bereikbaarheid & mobiliteit
Bodem & ondergrond
Luchtkwaliteit
Vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid
Droogte
Geluidhinder
Duurzame elektriciteit
Externe veiligheid
Duurzame warmte
Cultuur, erfgoed & archeologie
Dit rapport is opgebouwd aan de hand van de beleidsvelden die beoordeeld zijn in het planMER. Deze zijn toebedeeld aan de vier hoofdthema’s die binnen de omgevingsvisie onderscheiden worden (zie Tabel 5). De beoordeling voor ieder beleidsveld is op een vergelijkbare wijze opgebouwd: 1. Samenvatting Omgevingsvisie In deze paragraaf is voor het betreffende beleidsveld samengevat welke concrete beleidsuitspraken er in de teksten voor de omgevingsvisie staan die voor het betreffende beleidsveld als ambities of beleidsmaatregelen opgevat kunnen worden. Daarbij is de bewoording van ambities en maatregelen zo weinig mogelijk aangepast. 2. Beoordeling Omgevingsvisie Deze paragraaf bevat een tabel waarin de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie samengevat worden. De beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is overgenomen uit de Foto van de Leefomgeving. De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn beoordeeld aan de hand van een vijfpuntsschaal (-- tot ++) die aangeeft in hoeverre de staat van de leefomgeving voor ieder beleidsveld overeenkomt met wettelijke of adviesnormen, streefwaarden en/of ambities van de gemeente. In Tabel 6Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn deze schaallatten verder toegelicht. De beoordeling van het doelbereik van de omgevingsvisie wordt vervolgens toegelicht.
Daarbij wordt samengevat welke ambities en beleidsmaatregelen er in de omgevingsvisie staan. De tekst gaat in op de mate waarin Arcadis beoordeelt dat deze ambities realistisch zijn, zowel vanuit de invloedssfeer van de gemeente voor het betreffende beleidsveld als vanuit de bijdrage die het voorgenomen beleid levert aan de gestelde ambities. Voor beleidsvelden die zich daarvoor lenen (bijvoorbeeld wonen, energietransitie, maatschappelijke voorzieningen en stedelijk groen) is daarnaast getracht om kwantitatief de opgave in beeld te brengen, met name vanuit de ruimtevraag die samenhangt met de benodigde beleidsmaatregelen. Door ruimteclaims vanuit verschillende beleidsvelden in beeld 28
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
te krijgen, kan de realiseerbaarheid van het voldoen aan streefwaarden, adviesnormen en ambities namelijk veel concreter in beeld gebracht worden en wordt duidelijk op welke plekken ruimteclaims vanuit verschillende beleidsvelden elkaar in de weg zitten. Hierdoor komen de keuzes die de gemeente moet maken voor de omgevingsvisie op deze plekken duidelijker in beeld. 3. Botsproeven Sectorale ontwikkelingen die in de omgevingsvisie beschreven zijn, staan niet op zichzelf. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen bestaan er dwarsverbanden met andere beleidsvelden. De meest logische en voor de hand liggende raakvlakken tussen beleidsvelden worden in de paragraaf Botsproeven kort beschreven. Voor de belangrijkste knelpunten, zoals die tussen de ruimtevraag vanuit stedelijk groen en vanuit de woonopgave, wordt in de betreffende paragrafen verder uitgewerkt waar deze knelpunten optreden en hoe groot ze zijn. 4. Adviezen en aanbevelingen Op basis van de bovenstaande paragrafen zijn voor ieder beleidsveld enkele adviezen geformuleerd. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om ontbrekende ambities of beleidsmaatregelen, aanbevelingen voor vervolgonderzoek en het herdefiniëren van ambities die in onze ogen niet haalbaar zijn met het voorgenomen beleid of binnen de invloedssfeer van de gemeente.
Tabel 6; de maatlatten die voor de Foto van de Leefomgeving en het doelbereik van de omgevingsvisie gebruikt zijn
Huidige situatie & autonome ontwikkeling Symbool
Toelichting
++
De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+
De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
+/-
De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
-
De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
--
De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities
4.3
Doelbereik Omgevingsvisie Symbool
Toelichting De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling. De gestippelde pijl geeft aan dat deze verbetering nog afhankelijk is van beleid dat nog in ontwikkeling is
De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling
De staat van de leefomgeving verslechtert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling
Rad van de Leefomgeving
De beoordelingen van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie worden in dit rapport gevisualiseerd aan de hand van het Rad van de Leefomgeving. Een voorbeeld hiervan is te zien in Figuur 6. Op de spaken van het Rad staan, onderverdeeld in de vier hoofdthema’s die binnen de omgevingsvisie van de gemeente Doetinchem onderscheiden worden, de beleidsvelden uit de omgevingsvisie die in het planMER beoordeeld zijn.
29
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
De beoordeling wordt gedaan aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal. De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad van de Leefomgeving in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het doelbereik van de Omgevingsvisie, wordt in één oogopslag duidelijk voor welke beleidsvelden de staat van de leefomgeving nog niet voldoet aan de ambities van de gemeente of aan gestelde wettelijke of adviesnormen. Een kanttekening hierbij is dat het Rad uiteindelijk wel een versimpeling is en dat er op deelgebiedniveau verschillen kunnen bestaan. De onderliggende teksten bij de beoordeling in voorliggende rapport zijn dus van belang om het Rad van de Leefomgeving goed te kunnen interpreteren.
Figuur 6 het Rad van de Leefomgeving voor de gemeente Doetinchem. Op de spaken van het Rad zijn de beoordeelde beleidsvelden geclusterd weergegeven per hoofdthema. De uitsnede rechts in het Rad laat zien hoe het gelezen moet worden: hoe verder naar buiten op het Rad een beleidsveld geprojecteerd is, hoe gunstiger de situatie
30
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.
Foto van de Leefomgeving & beoordeling
5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is verdeeld in de vier thema’s die ook in de omgevingsvisie gehanteerd worden. Ieder thema is onderverdeeld in beleidsvelden, en voor ieder beleidsveld is de Foto van de Leefomgeving en de beoordeling van de omgevingsvisie beschreven. De Foto van de Leefomgeving beschrijft voor alle beleidsvelden die onderdeel van het beoordelingskader hoe de situatie er nu uitziet. Ook wordt vooruitgekeken naar het zichtjaar van de Omgevingsvisie. Daarbij wordt beleid dat al vastgesteld is en waar de omgevingsvisie dus geen invloed op heeft beschreven, en ook worden externe ontwikkelingen die buiten de invloedssfeer van de gemeente en/of omgevingsvisie liggen beschreven. Het gaat dan bijvoorbeeld om klimaatverandering en vergrijzing. De Foto van de Leefomgeving vormt de referentiesituatie waartegen het beleid in de omgevingsvisie afgezet wordt. Hieronder worden de belangrijkste resultaten van de Foto van de Leefomgeving samengevat; in de rest van dit hoofdstuk wordt de Foto van de Leefomgeving per beleidsveld en hoofdthema nader uitvoeriger beschreven. In Figuur 7 is het ingevulde Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling weergegeven. Ook worden voor ieder van de beleidsvelden, aangevuld met de beleidsvelden onderwijs en landschap & ruimtelijke kwaliteit de resultaten van de beoordeling beschreven.
Voor ieder beleidsveld wordt eerst samengevat welke beleidsuitspraken in de omgevingsvisie opgevat moeten worden als ambities, en welke als voornemens voor ruimtelijke ontwikkelingen die deze ambities moeten verwezenlijken. De beoordeling van de omgevingsvisie is in twee fasen verdeeld. In de eerste fase zijn de teksten zoals ze in februari 2022 waren beoordeeld. Dit heeft geleid tot aanbevelingen, die voor een deel opgevolgd zijn (zie voor een overzicht hiervan Bijlage I Uitkomsten 1e fase planMER). Omdat de ‘Doelbereik omgevingsvisie fase 1’ beoordeling geen betrekking meer heeft op de huidige tekst van de Omgevingsvisie, is de samenvatting hiervan weergegeven in grijze tekst. De ‘Doelbereik omgevingsvisie fase 2’ is wel actueel. De beoordeling van het doelbereik van de omgevingsvisie wordt onder de tabel toegelicht, en de beschrijving van ieder beleidsveld sluit af met enkele aanbevelingen.
31
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Figuur 7 het Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie (links) en de autonome ontwikkeling (rechts). Pijlen geven aan of de staat van de leefomgeving naar verwachting verbetert en verslechtert
32
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.2
Woongemeente voor iedereen
5.2.1
Wonen
In Tabel 7 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling toegelicht. Tabel 7 De beoordeling van huidige situatie, autonome ontwikkeling en doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema wonen Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
+/-
Kwantitatief sluit het woonaanbod vrij goed aan op de vraag. Het bestaande woningaanbod sluit minder goed aan bij de vraag van ouderen (levensloopbestendig) en jongeren (betaalbaar). Starters en eenverdieners hebben het extra moeilijk om in hun behoefte te voorzien. Er is vrijwel geen langdurige leegstand (0,4%)9 op de woningmarkt.
Autonome ontwikkeling
+/-
Nieuwe inzichten in de laatste jaren hebben het beeld van de kwantitatieve woonopgave veranderd. Een recente prognose door Companen laat zien dat er in de periode tot 2036 ongeveer 2.500 woningen gebouwd zouden moeten worden; de ambitie van de gemeente is echter substantieel hoger. Vergrijzing en een wijziging in de vraag naar toegankelijke woningen zijn aandachtspunten wat betreft de kwalitatieve woonopgave.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
Op basis van het detailniveau van de Woonvisie, de extra ruimte bovenop de benodigde 6.300 woningen (de bovengrens van de bandbreedte ligt op 9.600 woningen) en de aandacht die er is voor het thema wonen in de Omgevingsvisie, beoordelen we het doelbereik van de omgevingsvisie voor de kwantitatieve woonopgave positief.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Op basis van het detailniveau van de Woonvisie, de extra ruimte bovenop de benodigde 6.300 woningen (de bovengrens van de bandbreedte ligt op 9.600 woningen) en de aandacht die er is voor het thema wonen in de Omgevingsvisie, beoordelen we het doelbereik van de omgevingsvisie voor de kwantitatieve woonopgave positief. De aansluiting van de kwalitatieve vraag op het aanbod beoordelen we ook positief: de prognose van Companen van de woningbehoeften in het ambitiescenario van het Woningmarktrapport gemeente Doetinchem (2022) komt overeen met de plannen die de gemeente in de Woonvisie presenteert.
Huidige situatie In gemeente Doetinchem woonden ongeveer 57.000 personen in 2019, verdeeld over 26.000 huishoudens. In Doetinchem zelf wonen zo’n 44.000 mensen, Gaanderen telt 5.600 inwoners, en er wonen bijna 7.000 mensen in Wehl en Nieuw-Wehl. De gemeente is relatief minder vergrijsd in vergelijking met de omliggende regio: de grijze druk (de verhouding van het aantal 65-plussers ten opzichte van het aantal 20- tot 65-jarigen) is in Doetinchem 36% en in de Achterhoek 32% (KVNOG.nl). In vergelijking met het Nederlandse gemiddelde van 32% is de vergrijzing wel relatief hoog. Demografische ontwikkelingen verschillen tussen de stad en de omliggende woonkernen. Zo vervult de stad een regiofunctie en trekt hij veel jonge gezinnen van elders aan (Companen, 2019). In Wehl en Nieuw-Wehl is de gemiddelde woningbezetting groter en groeit de bevolking minder snel omdat er minder kinderen geboren worden. Inkomens zijn hier gemiddeld hoger dan in de andere woonkernen (Figuur 9). In Gaanderen daalt het inwoneraantal zelfs, doordat er relatief weinig kinderen geboren worden en er zich ook minder gezinnen van elders vestigen dan in de andere woonkernen in de gemeente.
9 Leegstandsmonitor CBS
33
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Figuur 8; Demografische gegevens van Doetinchem, de Achterhoek en Nederland
Figuur 9; de inkomensopbouw van huishoudens per woonkern in 2018. Bron: Companen, 2019
34
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Figuur 10; de samenstelling van de woningvoorraad per woonkern in 2018. Bron: Companen, 2019
De woningbouw in de laatste tien jaar is met 6-9% groter geweest dan de groei van het aantal inwoners. In Doetinchem, Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl wordt 60% van de woningvoorraad gevormd door koopwoningen (Figuur 10). In Wehl en Nieuw-Wehl ligt dit aandeel zelfs op 75%. In Gaanderen en Doetinchem betreft ongeveer een derde van de woningvoorraad sociale huur, in Wehl en Nieuw-Wehl vertegenwoordigt dit segment slechts een zesde van de woningvoorraad. Het woningaanbod sluit voor het grootste deel aan op de vraag. De sociale huur is een aandachtspunt: gemiddeld reageerden de laatste paar jaar tussen 150 en 200 personen op een vrijkomende huurwoning in dit segment (Companen, 2019). Daarnaast is er een grote vraag van starters op de woningmarkt die zich met name de laatste jaren ontwikkeld heeft. Oorzaken hiervoor zijn de krappe woningmarkt en de sterke stijging in de prijzen van koopwoningen sinds de crisis en vooral de laatste drie jaar. Tot slot vormt het aanbod aan levensloopbestendige woningen nu al een knelpunt. Autonome ontwikkeling Prognoses van de bevolkingsgroei tot 2030 lopen sterk uiteen, van een groei van 1.500 inwoners tot een lichte krimp van enkele honderden personen (Companen, 2019). De landelijke trend van gezinsverdunning, met een afnemend aantal personen per huishouden, zet in Doetinchem wel door.
Deze verdunning wordt in Doetinchem met name veroorzaakt door vergrijzing en meer 75-plussers die alleen gaan wonen doordat een partner overlijdt. Dit leidt ertoe dat er in alle prognoses ondanks de beperkte groei of zelf krimp van bevolking een woningbouwopgave van 1.620 tot 2.460 huishoudens in de periode 2018-2028 ligt. Hiervan zijn er in 2018-2020 al een kleine 700 gerealiseerd. Het beeld per woonkern verschilt; zo vergrijzen de kleine woonkernen relatief snel en is het vestigingssaldo vooral in de stad relatief groot. Naar rato is de woningbouwopgave in de stad het grootst, maar de verschillen met Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl zijn klein. De woningbouwopgave in Doetinchem is beduidend kleiner dan het Nederlandse gemiddelde. In de periode tot 2030 moet de woningvoorraad met gemiddeld 13% uitgebreid worden, in de Randstad bedraagt dit percentage zelfs 20% (Ministerie van BZK, 2020). In Doetinchem ligt dit percentage met 6-9% een stuk lager. Na 2030 stabiliseert de woningvraag naar verwachting en na 2035 daalt de vraag zelfs licht (PBL/CBS, 2019; Primos, 2019). De vraag naar woningen verschilt per segment en per woonkern. Vooral in Doetinchem blijft de grote vraag naar sociale huurwoningen de komende jaren bestaan. In alle woonkernen ontstaat een bescheiden vraag naar huurwoningen in het middensegment.
De vraag naar koopwoningen verschilt ook sterk per woonkern: met name in Gaanderen, en in beperktere mate in Doetinchem zelf, is de komende jaren een grote vraag naar starterswoningen tot €185.000, terwijl de vraag naar het middensegment het grootst is in Doetinchem. De vraag naar vrijstaande huizen in het bovensegment is juist weer het grootst buiten de stad. Voor alle segmenten geldt dat de vraag naar toegankelijke woningen het grootst gaat worden in Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl. Dit komt doordat deze woonkernen het sterkst vergrijzen en omdat mensen hier langer thuis blijven wonen. Hiervoor zijn gelijkvloerse, goed toegankelijke woningen nodig.
35
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Omgevingsvisie In Tabel 8 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 8 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het thema wonen
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Het is voor Doetinchem en voor het De komende jaren worden ongeveer 6.300 woningen verzorgingsgebied van onze centrumgemeente uiterst toegevoegd door middel van inbreiding en transformatie. belangrijk om de bevolkingssamenstelling in balans te In de spoorzone komen gemixte woonconcepten voor houden. verschillende doelgroepen, waaronder jongeren, ouderen en geclusterd wonen We experimenteren met kleinschalige woonconcepten in het landelijk gebied Ons beleid bevat mogelijkheden voor woningsplitsing. Daarmee is het realiseren van een meergezinshuishouden mogelijk. Daarbij kan vooruit worden gelopen op een toekomstige mantelzorgsituatie. Doetinchem groeit naar 70.000 inwoners, door met oog voor het behoud van de bestaande woningvoorraad woningen toe te voegen. Daarbij dient er aanbod van woningen te zijn voor alle doelgroepen. Inbreiding gaat hierbij voor uitbreiding, en samenhang met andere opgaven in het ruimtelijk domein is hierbij belangrijk.
Doetinchem realiseert 2.470 woningen in de periode tot 2030.
Doetinchem groeit naar 70.000 inwoners in 2036 (58.546 in 2022)
De gemeente heeft een nieuwe woonvisie opgesteld om gerichter op locaties en programma te kunnen sturen.
Woningbouw vindt plaats door middel van inbreiding en binnenstedelijke transformatie en waar nodig aan stads- en dorpsranden of op erven in het landelijk gebied
De te volgen strategie staat beschreven in de Woonvisie. Per deelgebied is aangegeven hoeveel woningen er per woonmilieu gerealiseerd kunnen worden.
Het woningaanbod dient voor alle doelgroepen passend en betaalbaar te zijn
In de Woonvisie wordt ingezet op de realisatie van 67% betaalbare woningen. De balans in de te realiseren woningen sluit aan op de vraag vanuit alle doelgroepen.
Het woningaanbod dient in iedere wijk divers te zijn
In bestaande wijken worden door kleine ingrepen woningen toegevoegd.
Woningbouw vindt plaats binnen bestaande mobiliteits- en groenstructuren
In totaal moeten ongeveer 6.300 woningen gerealiseerd worden tot 2036. De te volgen strategie staat beschreven in de Woonvisie.
Vanuit grondbeleid: de gemeente past situationeel actief grondbeleid toe en heeft strategische locaties in eigendom
De gebouwde omgeving dient flexibel te zijn, met gemengde functies
De te volgen strategie staat beschreven in de Woonvisie.
Woningen dienen beschikbaar, betaalbaar en van hoge kwaliteit te zijn
De te volgen strategie staat beschreven in de Woonvisie. Per deelgebied is aangegeven hoeveel woningen er per woonmilieu gerealiseerd kunnen worden. Daarbij wordt uitgegaan van dezelfde verdeling over doelgroepen die in de Woondeal vastgelegd is.
De bestaande woningvoorraad dient kwalitatief te verbeteren
De gemeente werkt in de periode t/m 2030 jaarlijks twee buurtuitvoeringsplannen uit. Eigenaren van bestaande woningen worden gestimuleerd om hun woning te verduurzamen door middel van leningen, subsidies, programma's, projecten en activiteiten.
Woningen en woonmilieus dienen aantrekkelijk te zijn 36
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Ambitie
Beleidsmaatregelen
Flexibele woonoplossingen dienen snel en goedkoop gerealiseerd te kunnen worden
De gemeente zoekt naar ruimte voor flexwoningen en naar mogelijkheden om subsidies voor de bouw hiervan te verwerven
De gemeente past situationeel actief of faciliterend grondbeleid toe
De gemeente draagt bij aan het oplossen van de woonopgave door bij private ontwikkelingen contractuele afspraken te maken over programmering, fasering en kosten en door actief ontwikkelingen op te pakken op in eigendom van de gemeente zijnde gronden
We bouwen met het oog op de toekomst. Als we nu De te volgen strategie staat in de Klimaatadaptatiestrategie iets ontwikkelen, houden we rekening met het klimaat Doetinchem van de toekomst.
Figuur 11 De kaart met het stedenbouwkundig streefbeeld voor 2036, met een ruimtelijke aanduiding van groenstructuren en ontwikkellocaties voor woningbouw. Bron: Woonvisie Doetinchem 2022-2036
Kwantitatieve woonopgave De gemeente heeft zichzelf tot doel gesteld om in de periode tot 2036 te groeien van ongeveer 58.500 inwoners in 2022 naar 70.000 inwoners in 2036. Dit vertaalt zich in een vrij grote woonopgave, aangezien de langdurige leegstand op de woningmarkt slechts 0,4% bedraagt. In de periode tot 2030 worden ongeveer 2.500 woningen gerealiseerd, met nog 3.800 aanvullende woningen in de periode 2030-2036. Het merendeel van de woningbouw vindt plaats door middel van transformatie en inbreiding, aangevuld met kleinschalige woonconcepten aan de stads- en dorpsranden en in het landelijk gebieden woningsplitsing.
37
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Om deze forse woningbouwopgave te sturen, heeft de gemeente de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 opgesteld. De Woonvisie onderzoekt waar in de gemeente kansen liggen voor het toevoegen van woningen. Het detailniveau van de Woonvisie is hoog: per kansrijke locatie wordt een bandbreedte van het potentieel aan toe te voegen woningen gegeven, waarbij onderscheid gemaakt wordt in vijf woonmilieus. In Tabel 4 is dit kwantitatieve overzicht samengevat. Het minimaal aantal woningen dat toegevoegd kan worden is ruim 4.400, het maximum ligt op ruim 9.600 woningen. Door de hoeveelheid woningen te combineren met de in de Woonvisie aangegeven woningdichtheden per type woonmilieu, is in de tabel ook berekend wat de bijkomende ruimtevraag is. Deze varieert van ~90 tot 300 ha, afhankelijk van het aantal te realiseren woningen en de woningdichtheid per type woonmilieu. Bij woningbouwontwikkelingen gaat de gemeente uit van vijf principes: 1. Cultuurhistorische en landschappelijke karakteristieken en de menselijke maat blijven behouden; 2. Nieuwe woningen worden zoveel mogelijk in de buurt van voorzieningen gebouwd; 3. In locatiekeuzes en de inrichting wordt rekening gehouden met het bodem- en watersysteem; 4. Er wordt primair gebouwd door middel van inbreiding, met beperkte woningbouw aan de randen van de stad en dorpen; 5.
Nieuwe woongebieden worden gerealiseerd in in totaal vijf woonmilieus (zie Woonvisie). Gebruik makend van Figuur 1 en 2 kan worden berekend hoeveel woningen per ha per ontwikkelingsgebied gerealiseerd zouden moeten worden. Op basis hiervan worden ruimtelijke knelpunten beter zichtbaar. In Tabel 9 is deze informatie per ontwikkelingsgebied getoond, en in Figuur 12 is dit visueel weergeven. De kleur op de kaart geeft aan hoe hoog het aantal extra woningen per ha is: hoe roder, hoe meer woningen er per hectare toegevoegd worden. Een kanttekening daarbij is dat we geen informatie hebben over de huidige woningdichtheid in de verschillende deelgebieden. Gebieden waar de woningdichtheid sterk toeneemt zijn de volgende: Het deelgebied ‘Gemengd stedelijk wonen, werken en leren spoorzone’ (~50 woningen/ha). Hier is in de huidige situatie sprake van braakliggend terrein ten zuiden van het spoor. De overige ruimte wordt nu gebruikt voor kantoren en bedrijven; de verwachting van Arcadis is dat deze door herontwikkeling zullen verdwijnen en dat de woningdichtheid uitkomt op ongeveer 50 woningen per hectare. De spoorzone rondom station Wehl en het kantorengebied dat begrensd wordt door de Terborgseweg, de Bedrijvenweg en de Oostelijke Randweg (~50 woningen/ha). In de huidige situatie liggen er kantoorpanden en een VMBO/MBO pand in deze gebieden.
Ook hiervoor zal herontwikkeling leiden tot het verdwijnen van deze gebouwen en zal de woningdichtheid uitkomen op ongeveer 50 woningen per hectare. De strook langs de oevers van de Oude IJssel (~25 woningen/ha). De begrenzing van het deelgebied is lastig te bepalen op basis van de kaarten in de Woonvisie Doetinchem 2023-2036. Het toevoegen van grofweg 500 tot 1.000 woningen zal de woningdichtheid in dit gebied echter fors doen toenemen. Verscheidene kleine locaties in de stadsschil (~200 woningen/ha). De door Arcadis berekende toename in woningdichtheid in dit deelgebied is waarschijnlijk niet realistisch. De herontwikkelingslocaties zijn zodanig kleinschalig (totaal berekend oppervlak bedraag 3,5 ha) dat ze niet goed aangegeven kunnen worden in Figuur 2. De daadwerkelijke woningdichtheden liggen waarschijnlijk substantieel lager dan berekend in Tabel 9. De toegevoegde woningdichtheden in Tabel 9 zijn gestoeld op de gebieden zoals die in de kaarten in de Woonvisie aangegeven zijn en zijn derhalve gevoelig voor de precieze begrenzing van deze gebieden. Daarnaast geven ze gemiddelden per gebied weer en kunnen woningdichtheden op kleiner schaalniveau hoger of lager uitvallen.
Zo blijkt uit contact met de gemeente de voorziene woningdichtheden in de spoorzone van Doetinchem op 100-150 woningen per hectare te liggen in plaats van de 28-68 woningen per hectare die in de tabel aangegeven zijn. Dit betekent dat er binnen het deelgebied naast geclusterde woningbouw ook ruimte overblijft voor andere maatschappelijke voorzieningen zoals infrastructuur en stedelijk groen. Tabel 9 Berekeningen voor het aantal geplande woningen in totaal en per ha per ontwikkelingsgebied #
Ontwikkelingsgebied
Oppervlakte in ha
Bijbehorende woonmilieu (A’damse referentienorm)
Aantal geplande woningen
Aantal extra woningen per ha (bandbreedte)
Gemiddeld aantal extra woningen per ha
1
Verdichten/vergroenen in het ei
14,8
Gemengd stedelijk
119-239
8-16
12
2
Verdichten/vergroenen en stadsreparaties stadsschil
3,5
Gemengd stedelijk
449-898
128-257
193
3
Verdichten aan de groene stadslinten en dorpslinten
39,6
Gemengd stedelijk
260-520
7-13
10
4
Gemengd stedelijk wonen, werken en leren spoorzone
39,5
Centrum stedelijk
971-2.428
28-68
48
Gemengd stedelijk
110-221
38
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5
Stations als verdichtingskans
4,7
Gemengd stedelijk
25-50
5-11
8
6
Kansrijke gebieden transformaties kantoren
26,6
Centrum stedelijk
378-946
27-67
47
Gemengd stedelijk
331-827
Centrum stedelijk
26-64
6-10
8
Gemengd stedelijk
105-210
Groen blauw
312-546
Gemengd stedelijk
520-1.039
18-35
27
7
Kansrijke herontwikkelingslocaties woongebieden
80,5
8
Kansrijk gebied wonen aan de Oude 29,6 IJssel
9
Ruimte voor recreatie/wonen aan de Oude IJssel
10
Kansrijke zoekgebieden stads- en dorpsranden
266,3
Groen blauw
690-1.379
3-5
4
11
Groene stadsentree met erven wonen werken in het groen
53
Groen blauw
131-263
3-5
4
12
Ruimte voor woonerven in het landelijk gebied
9,6
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Figuur 12 Aantal extra woningen per ha per ontwikkelingsgebied op basis van de Woonvisie Doetinchem 2023-2036. De zwarte gebieden (>50 woningen per ha) bevinden zich achter het vlak ten oosten van het Ei
39
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Niet al deze woningen zullen ook daadwerkelijk gebouwd worden; de prognose van de autonome bevolkingsgroei bedraagt slechts ongeveer 2.600 woningen in de periode tot 2036 10. De hogere ambities van de gemeente zetten echter in op 6.300 woningen. Het is op basis van de Woonvisie nog niet duidelijk op welke locaties de meeste woningen gebouwd gaan worden. Wel is duidelijk dat kwantitatief de meeste potentie ligt bij woonmilieus met hogere woondichtheden (gemengd stedelijk wonen & werken en stedelijk wonen). Deze vormen 60-65% van de totale hoeveelheid potentieel te realiseren woningen en zouden in het uiterste geval op zichzelf al optellen tot de benodigde 6.300 woningen. Companen stelt dat voor het realiseren van de benodigde bevolkingsgroei het gemiddelde jaarlijkse binnenlandse migratiesaldo in de gemeente moet stijgen van +300 naar +800. Indien deze groei niet plaatsvindt, loopt de gemeente dus een risico om teveel woningen te bouwen in de komende dertien jaar. Bijdragen aan het migratiesaldo kunnen mogelijk geleverd worden door de trek van mensen uit de Randstad richting het oosten en door gericht in te zetten op bepaalde typen werknemers. De woonopgave krijgt een centrale plek in de teksten voor de Omgevingsvisie. In Tabel 8 is per hoofdstuk samengevat welke ambities de gemeente op dit vlak uitspreekt, en welke beleidsmaatregelen ze hieraan verbindt.
De teksten bespreken bovenstaande ambities en maatregelen en verwijzen naar de Woonvisie voor de uitwerking van de opgave. Op basis van het detailniveau van de Woonvisie, de extra ruimte bovenop de benodigde 6.300 woningen (de bovengrens van de bandbreedte ligt op 9.600 woningen) en de aandacht die er is voor het thema wonen in de Omgevingsvisie, beoordelen we het doelbereik van de omgevingsvisie voor de kwantitatieve woonopgave positief. Kwalitatieve woonopgave Naast het bouwen van voldoende woningen, is ook het type woning dat gerealiseerd wordt van groot belang. Het doelbereik van de omgevingsvisie voor dit aspect van de woonopgave is moeilijker te beoordelen. In het Woningmarktrapport gemeente Doetinchem dat in 2022 opgesteld is, schetst Companen een richtinggevend toekomstbeeld voor de ontwikkeling van de kwalitatieve woningbehoefte. De conclusie is dat in de meeste woningmarktsegmenten extra woningen nodig zijn. In het rapport worden de volgende aandachtspunten benoemd: Er is een extra vraag naar goedkopere en betaalbare woningen (<€300.000,-) in de koopsector, met name grondgebonden woningen. Ook naar duurdere koopwoningen is vraag. In de sociale huursector bestaat de grootste vraag naar levensloopbestendige woningen voor ouderen die kleiner willen gaan wonen. Ook is er een kleine vraag naar grondgebonden woningen.
Er is een beperkte behoefte aan woningen in de vrije huursector, met name appartementen voor oudere huishoudens die geen woning meer willen kopen. Vanuit jonge huishoudens is er een vraag naar appartementen. In totaal bedraagt de autonome woningbehoefte in de periode tot 2035 zo’n 2.600 woningen volgens het rapport van Companen. De gemeente zet echter in op de bouw van 6.300 woningen in deze periode. De extra vraag naar woningen in dit ambitiescenario is door Companen ook berekend, en staat weergegeven in Figuur 13. Aandachtspunten zijn de bouw van voldoende betaalbare grondgebonden koopwoningen, de groei van sociale huurappartementen gericht op jonge, kleine huishoudens in plaats van ouderen, en de vraag naar grondgebonden woningen en appartementen in de vrije sector. Het ambitiescenario verschilt hierin van de autonome groei, doordat hier ingezet wordt op het aantrekken van jonge, kleine gezinnen. De vraag vanuit het oudere deel van de Doetinchemse bevolking wordt daarmee in verhouding kleiner.
10 Companen, Woningmarktrapport gemeente Doetinchem (2022)
40
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
Figuur 13; extra kwalitatieve woningbehoefte trendscenario en ambitiescenario tot 2035. Bron: Companen, Woningmarktrapport gemeente Doetinchem (2022)
De Woonvisie noemt dat de gemeente een totaalprogramma van minimaal 2.470 woningen realiseert dat voldoet aan de eisen van het Rijk (p.9). Dit programma is verdeeld over de volgende segmenten: 1. 28% sociale huurwoningen van maximaal € 808,06 huur per maand, prijspeil 2023, eventueel te vervangen door goedkope koopwoningen tot € 225.000,--. 2. 8% middenhuur tot € 1.000,--, eventueel te vervangen door betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000,--. 3. 14% betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000,--, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen tot € 1.000,--. 4. 17% betaalbare koopwoningen (categorie 2) tot € 355.000,--, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen (tot € 1.000,--). 5. 33% dure koopwoningen (boven € 350.000,--) of dure huur (boven € 1.000,--). Voor de overige 3.800 woningen waar de gemeente op inzet, geldt een vergelijkbare verdeling. Bij deze verdeling zijn merken we enkele kanttekeningen op:
Voor de realisatie van de middenhuur en betaalbare koopwoningen is de gemeente afhankelijk van projectontwikkelaars. Deze partijen hebben een winstoogmerk en vinden de bouw van deze prijsklasse woningen niet erg commercieel aantrekkelijk. Er bestaat daarmee een risico dat bovenstaande verdeling naar segment niet behaald kan worden. Sociale huur vormt op basis van Figuur 13 ongeveer 23% van de vraag. Dit percentage is 5 procentpunten lager dan de sociale huur waar de gemeente op inzet volgens de Woonvisie (categorie 1 in bovenstaande opsomming). Betaalbare woningen, waartoe we categorieën koop tot €300.000,- in Figuur 13 rekenen, vormen 43% van de vraag in het ambitiescenario. Dit komt grofweg overeen met het de verdeling in de Woonvisie (categorieën 2, 3 en 4 in bovenstaande opsomming. Dure koop- en huurwoningen vormen 34% van de vraag in het ambitiescenario. Dit komt precies overeen met de verdeling in de Woonvisie (categorie 1 in bovenstaande opsomming).
Samengevat kunnen we dus stellen dat de prognose van Companen van de woningbehoeften in het ambitiescenario overeenkomt met de plannen die de gemeente in de Woonvisie presenteert. Daarmee is het aannemelijk dat de gemeente wat het nieuwe woningaanbod aansluit op de vraagontwikkeling in de komende decennia. Aandachtspunten daarbij zijn dat het binnenlandse migratiesaldo bijna moet verdrievoudigen in vergelijking met dat van de afgelopen jaren om voldoende inwoners voor de nieuwbouwwoningen aan te trekken, en dat het vanwege de afhankelijkheid van de gemeente van projectontwikkelaars onzeker is of het aandeel aan betaalbaar segment volgens het voornemen in de Woonvisie gerealiseerd kan worden.
41
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Botsproeven De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld wonen: Mobiliteit: Verdichting in de stad leidt tot een toename van vervoersbewegingen op ontsluitingswegen. Daarmee ligt er een duidelijk dwarsverband met het Mobiliteitsplan voor de gemeente. Woningbouw door middel van inbreiding kan leiden tot meer congestie op lokale wegen. Stedelijk groen: Woningbouw door middel van inbreiding knelt mogelijk met de ruimtevraag voor stedelijk groen. Hittestress: Wanneer (stedelijke) woningbouw bij inbreiding prioriteit krijgt boven groenvoorziening kan dit leiden tot hittestress in deze gebieden. Toegankelijkheid en voorzieningen: Het toevoegen van woningen en het laten groeien van het inwoneraantal biedt kansen voor zowel bestaande als nieuwe maatschappelijke voorzieningen en de sociale infrastructuur. Duurzame warmte: Woningbouw door middel van inbreiding en binnenstedelijke transformatie draagt bij aan de warmtetransitie doordat nieuwe woningen gasloos opgeleverd worden. Centrumfunctie & Economie: Het toevoegen van woningen en het laten groeien van het inwonersaantal biedt economische kansen. Dit geldt zowel voor het in standhouden van Doetinchem als centrumgemeente als om te kunnen voldoen aan de vraag naar arbeidskrachten.
Milieukwaliteit: Nieuwe woningen dienen op locaties gebouwd te worden met zo weinig mogelijk geluidoverlast vanuit (spoor)wegen en industrie en bedrijven en geuroverlast vanuit industrie en agrarische bedrijven. Ook dienen ze op afstand van bronnen van externe veiligheid (buisleidingen, opslag gevaarlijke stoffen, etc.) geplaatste te worden. Adviezen en aanbevelingen Voor dit beleidsveld komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. In de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 worden bandbreedtes van te realiseren woningen aangegeven. De totale bandbreedte ligt tussen ~4.400 en ~9.600 woningen. Hiervan stelt de gemeente dat er zo’n 6.300 gerealiseerd moeten worden in de periode tot 2036. De Woonvisie is onderdeel van de omgevingsvisie en gaat uit van bandbreedtes. We adviseren om in de omgevingsvisie aan te geven hoe deze bandbreedtes gezien moeten worden; het betreft plannen die voor een deel nog in ontwikkeling zijn en dat betekent dat woningaantallen in individuele deelgebieden hoog of laag uit kunnen vallen. In de loop der tijd zal duidelijk worden hoeveel woningen er per deelgebied gerealiseerd gaan worden. 2. Verdichting met de aantallen woningen en woningdichtheden in de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 leidt tot aandachtspunten met betrekking tot aspecten als bereikbaarheid, stedelijk groen, energietransitie, klimaatadaptatie en het aanbod aan maatschappelijke voorzieningen.
Bij het uitwerken van de woningbouwplannen is het van belang om deze aspecten mee te nemen, door de Woonvisie af te stemmen op het Mobiliteitsplan, ambities en knelpunten op het gebied van stedelijk groen, hittestress en wateroverlast in beeld te krijgen en hier te zoeken naar slimme combinaties van ruimtegebruik zodanig dat het aandeel stedelijk groen geoptimaliseerd wordt, en door voldoende ruimte te reserveren voor maatschappelijke voorzieningen op gebied van onder meer zorg, onderwijs en spelen. Daarnaast leidt de woningbouw tot een groei in de elektriciteitsvraag, wat impact heeft op de ambitie om als Achterhoek energieneutraal te worden in 2050. Het is van belang om deze raakvlakken met de woonopgave aandacht te blijven geven in het uitwerken van plannen.
42
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
5.2.2
Stedelijk groen
In Tabel 10 is vanuit de Foto van de Leefomgeving de beoordeling en begeleidende toelichting voor dit beleidsveld voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen. Ook het doelbereik van de omgevingsvisie aan de hand van het voorgenomen beleid is in de tabel beschreven. Onder de tabel wordt de beoordeling van het doelbereik verder toegelicht. Tabel 10 De beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het doelbereik van de omgevingsvisie voor het thema stedelijk groen Fase Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
++
Gemiddeld voldoet de gemeente aan de richtlijn van 75 m2 stedelijk groen per woning. De binnenstad, IJsseltuinen, Wehl en Nieuw-Wehl hebben echter 45-65 m2 per woning aan stedelijk groen tot hun beschikking.
Autonome ontwikkeling
++
Er is een vastgesteld woningbouwprogramma van ongeveer 2.500 woningen. Deze worden grotendeels door inbreiding gerealiseerd. In de centrumwijken is het behoud van stedelijk groen in combinatie met woningbouw een aandachtspunt.
Doelbereik omgevingsvisie fase 1
De gemeente heeft op het hoofdstuk Sturingsfilosofie na uitgebreid aandacht voor stedelijk groen. Concrete plannen voor de ambitie om meer stedelijk groen toe te voegen, ontbreken echter. Er ontstaat daardoor een risico op verlies aan openbaar groen in inbreidingsgebieden: er is voor de benodigde oppervlaktes aan aanvullend stedelijk groen die horen bij de woningbouwopgave van de 3.800 aanvullende woningen in de Woonvisie geen plek in de spoorzone en de te transformeren kantoorgebieden en stationszone van Wehl om in deze gebieden aan de WHO richtlijn te voldoen.
Doelbereik omgevingsvisie fase 2
Gelijk aan beoordeling Doelbereik omgevingsvisie fase 1.
Huidige situatie Het totale areaal aan openbaar groen, bossen en natuurterreinen dat de gemeente in 2016 beheerde bedraagt 518 hectare (Eco Consult, 2017). Hiervan ligt 310 hectare binnen de bebouwde kom van de stad en de dorpen en woonkernen eromheen. Grofweg 40% van dit areaal bestaat uit beplantingen en gras met een hoge waarde voor de biodiversiteit. Tabel 11 bevat de onderverdeling van het areaal aan openbaar groen in totaal en per woning voor zes deelgebieden van de gemeente. Het gemiddelde oppervlak aan openbaar groen binnen de gemeente Doetinchem bedraagt 133 m2 per woning. Dit is fors hoger dan het landelijke richtgetal van 75 m 2 per woning (Eco Consult, 2017). De hoeveelheid openbaar groen is in de huidige situatie op gemeenteniveau dus ruim voldoende. Wel zijn er enkele wijken en woonkernen waar het aandeel groen achterblijft bij het gemiddelde. Het gaat hier om het centrum en de wijk IJsseltuinen in Doetinchem en om Wehl en Nieuw-Wehl. Deze laatste drie wijken/woonkernen liggen wel nabij natuurgebieden in het landelijk gebied. Tabel 11; het areaal aan openbaar groen in totaal en per woning. Bron: Eco Consult,2017)
Deelgebied
Areaal (hectare)
Areaal per woning (m2)
Doetinchem Centrum
11
45
Doetinchem noord
121
135
Doetinchem zuid
140
183
Gaanderen
25
117
Wehl
12
62
Nieuw-Wehl
1,3
64
43
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
COLOFON166
Autonome ontwikkeling Het aandeel openbaar groen in Doetinchem is in de huidige situatie ruim voldoende. In de periode tot 2036 vindt een stijging van ongeveer 2.500 huishoudens plaats (Primos, 2019).Een deel van deze opgave zal worden ingevuld door inbreiding in bestaande woonwijken, een deel door uitbreiding in het landelijk gebied (bijvoorbeeld Heideslag Fase II). Inbreiding verhoogt de druk op de openbare ruimte en zal leiden tot een daling van het aandeel openbaar groen per woning. Gezien de marges die er in Doetinchem Noord, Zuid en Gaanderen zijn ten opzichte van de landelijke richtlijn zal dit naar verwachting echter niet leiden tot een betekenisvol negatief effect op de hoeveelheid groen in de openbare ruimte. De wijze waarop inbreiding in de bebouwde kom vormgegeven wordt en wat dit betekent voor de beleefbaarheid van natuur in de stad, is echter wel een belangrijk aandachtspunt. Omgevingsvisie In Tabel 12 is een overzicht opgenomen van de ambities en de beleidsmaatregelen die de gemeente in de omgevingsvisie opgenomen heeft. Tabel 12 Een samenvatting van de ambities en de beleidsmaatregelen voor het beleidsveld stedelijk groen Ambitie
Beleidsmaatregelen
Er dient voldoende groen (landelijk gebied of park) op We maken een aaneengesloten groenstructuur tussen loopafstand van woningen te zijn natuurgebieden, agrarisch landschap en de stad en dorpen Door voldoende ruimte over te laten voor het groen, kunnen bepaalde effecten van klimaatverandering worden opgevangen. Het groenbestand dient vitaal en hoogwaardig te zijn.
De gemeente hanteert de basiskwaliteit natuur als ondergrens voor ontwikkelingen
Er dient voldoende groen (landelijk gebied of park) op De gemeente hanteert de 3-30-300 regel: loopafstand van woningen te zijn. 3 bomen op korte afstand van de woning 30% kroonbedekking op wijk- en stadsniveau Verblijfsgroen binnen 300 m van de woning Groen dient van hoge kwaliteit te zijn.
De gemeente heeft bij plannen en projecten aandacht voor goede standplaatscondities en zet in op beter beheer van het bomenbestand
De gemeente zet in op het vergroten van het aandeel De gemeente maakt inwoners enthousiast voor het vergroenen van particulier bezit particulier groen
De gemeente heeft op het gebied van stedelijk groen de ambitie om voor de woongebieden de 3-30-300 vuistregel te hanteren:
3 bomen op korte afstand van de woning; 30% kroonbedekking op wijk- en stadsniveau; Verblijfsgroen binnen 300 m van de woning.
Binnen de scope van deze beoordeling en met de beschikbare informatie is het niet mogelijk om de mate waarin de verschillende woongebieden in Doetinchem voldoen aan deze vuistregel te beoordelen. Er is echter wel een andere maatstaf mogelijk: in de Foto van de Leefomgeving is de WHO richtlijn van minimaal 75 m 2 groen per woning gebruikt. Deze geeft een goed beeld van de toegang tot stedelijk groen in de verschillende deelgebieden in de gemeente. Daarnaast adviseert de WHO om minimaal 9 m2 per persoon beschikbaar te hebben. In Tabel 13 is te zien dat Doetinchem gemiddeld aan beide richtlijnen voldoet. In verschillende gebieden die in de bebouwde kom liggen in de gemeente (Wehl en Nieuw-Wehl met 60-65 m2 groen per woning en Doetinchem centrum met 45 m2 groen per woning) is er onvoldoende oppervlakte groen per woning beschikbaar om aan de richtlijn te voldoen. In de tabel staat voor alleen de bebouwde kom een gemiddeld oppervlak van 156 m 2 per woning weergegeven. Dit getal lijkt echter niet overeen te komen met de oppervlaktes aan openbaar groen per woning in de 44
Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023
PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM
deelgebieden: van de zes deelgebieden in de tabel is alleen voor Doetinchem Zuid het oppervlak openbaar groen met 183 m2 per woning hoger dan het gemiddelde voor de gehele bebouwde kom, de andere deelgebieden liggen voor het merendeel beduidend lager. Het gemiddelde van 156 m 2 per woning voor de gehele bebouwde kom lijkt daarmee dan ook niet betrouwbaar. Toch is het aandeel openbaar groen in Doetinchem in onze ervaring nog steeds fors hoger dan in andere kleine en middelgrote steden als Lisse en Hilversum waar het oppervlak aan openbaar groen in de binnenstad op minder dan 25 m 2 per woning ligt. Tabel 13 Oppervlaktes aan groen en aantallen bomen in verschillende deelgebieden in de gemeente. Bron: Groenstructuurplan Doetinchem, 2017 Doetinchem Doetinchem Doetinchem Gaanderen Wehl Centrum Noord Zuid
NieuwWehl
Bedrijven- Subtotaal Landelijk terrein bebouwde gebied kom
TOTAAL
Aantal inwoners
4.151
19.468
17.933
4.858
4.321
789
658
52.277
4.594
56.871
Aantal woningen
2.388
8.991
7.626
2.171
1.862
214
366
23.662
1.737
25.399
586.759