CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 PlanMER omgevingsvisie Doetinchem.pdf

beeldvormende raad 16 november 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Omgevingsvisie45.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

PlanMER Omgevingsvisie Doetinchem 1 juni 2023

COLOFON166

Contactpersoon JASPER VAN BRUCHEM

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Inhoudsopgave Samenvatting

5

1. Inleiding

13

1.1

Aanleiding en voorgeschiedenis

13

1.2

Het planMER

13

1.3

Opbouw van dit planMER

14

2. Conclusies & aanbevelingen

15

2.1

Samenvatting beoordeling

15

2.2

Belangrijkste aanbevelingen

18

3. De omgevingsvisie van de gemeente Doetinchem

24

3.1

Samenvatting Omgevingsvisie

24

3.2

Samenvatting Woonvisie

25

4. Proces & werkwijze

27

4.1

Procesbeschrijving

27

4.2

Beoordelingskader

28

4.3

Rad van de Leefomgeving

29

5. Foto van de Leefomgeving & beoordeling

31

3

5.1

Inleiding

31

5.2

Woongemeente voor iedereen

33

5.2.1

Wonen

33

5.2.2

Stedelijk groen

43

5.2.3

Gezonde & beweegvriendelijke omgeving

50

5.2.4

Hittestress

54

5.2.5

Bereikbaarheid & mobiliteit

59

5.2.6

Vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid

63

5.2.7

Duurzame elektriciteit

67

5.2.8

Duurzame warmte

74

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

5.3

Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie

78

5.3.1

Economie

78

5.3.2

Centrumfunctie

84

5.3.3

Circulaire Economie

87

5.3.4

Onderwijs

90

5.4

Landelijk gebied in balans

92

5.4.1

Duurzame landbouw

92

5.4.2

Landschap & ruimtelijke kwaliteit

95

5.4.3

Natuur & biodiversiteit

97

5.4.4

Waterkwaliteit

102

5.4.5

Bodem & ondergrond

105

5.4.6

Droogte

109

5.5

Mensen & ontmoeten

112

5.5.1

Vrijetijdseconomie

112

5.5.2

Cultuur, erfgoed & archeologie

117

5.5.3

Toegankelijkheid & voorzieningen

121

5.5.4

Wateroverlast

126

5.5.5

Geur

134

5.5.6

Luchtkwaliteit

137

5.5.7

Geluid

141

5.5.8

Externe veiligheid

144

6. Monitoring

147

Bijlage I Uitkomsten 1e fase planMER

155

4

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Samenvatting 1. Aanleiding en doel De gemeente Doetinchem heeft om op haar integrale, ruimtelijke, lange termijn beleid te sturen een omgevingsvisie opgesteld. Iedere gemeente is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht een omgevingsvisie op te stellen, waarin de gemeente een integrale doorkijk geeft naar toekomstige, lange-termijn opgaven in haar beleid. De omgevingsvisie vervangt de huidige structuurvisies verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. In de omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. Het zichtjaar dat de gemeente Doetinchem hanteert is 2036. Ondersteunend aan het opstellen van de ontwerp omgevingsvisie wordt een procedure voor de milieueffectrapportage doorlopen (m.e.r.-procedure). Het strategische milieueffectrapport (planMER) dat voor u ligt beschrijft de resultaten van deze procedure. Het planMER brengt in beeld in hoeverre ambities van de gemeente in samenhang realiseerbaar zijn, wat de effecten van het beleid in de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn, en tot welke keuzes en aandachtspunten dit leidt. Zodoende is het planMER een ondersteunend instrument voor de besluitvorming rondom de Omgevingsvisie.

Het planMER wordt samen met de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd. Na een inspraakperiode op het planMER en de Ontwerp omgevingsvisie en toetsing van het planMER door de Commissie voor de milieueffectrapportage wordt de omgevingsvisie vastgesteld. 2. Proces & werkwijze Procesbeschrijving Dit planMER is volgens een ontwerpend proces tot stand gekomen, waarbij er op meerdere momenten uitwisseling van informatie met de omgevingsvisie plaatsvond. De mer-procedure is in een drietal fasen verdeeld: 1. Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving geeft een breed overzicht van de huidige stand van zaken van de leefomgeving en de autonome ontwikkelingen die de komende decennia naar verwachting zullen gaan spelen in de gemeente Doetinchem en dient als referentiesituatie waartegen de beoordeling van de omgevingsvisie is afgezet. Voor ieder beleidsveld uit het beoordelingskader is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling in de periode tot 2036 beoordeeld. Deze beoordelingen zijn weergegeven op het Rad van de Leefomgeving. 2. Beoordeling van omgevingsvisie fase 1 De teksten uit de concept omgevingsvisie zijn door het planMER beoordeeld. Dat betekent dat de teksten doorgenomen zijn en er per beleidsveld ambities en beleidsmaatregelen uit de omgevingsvisie afgeleid zijn.

Aan de hand hiervan is beoordeeld in hoeverre de gemeente haar ambities kan behalen, waar knelpunten tussen verschillende ontwikkelingen en/of ambities optreden, en in hoeverre aanvullende inspanningen of keuzes nodig zullen zijn. Aanbevelingen uit deze beoordeling zijn, tezamen met de beoordeling, gebruikt in het proces om de omgevingsvisie verder aan te scherpen. Een overzicht van hoe de gemeente omgegaan is met de aanbevelingen vanuit deze eerste fase van de beoordeling is opgenomen in Bijlage I. 3. Beoordeling van omgevingsvisie fase 2 Als laatste stap heeft de gemeente de conceptteksten voor de omgevingsvisie verder aangescherpt tot een concept Ontwerp Omgevingsvisie. Deze nieuwe versie van de omgevingsvisie is nogmaals en op vergelijkbare wijze als stap 2 in het planMER beoordeeld. Daarbij zijn teksten in het planMER die in het licht van de nieuwe teksten in de omgevingsvisie niet meer relevant zijn, verwijderd of aangepast. De resultaten van de tweede fase van de beoordeling zijn verwerkt in een deels nieuwe set aanbevelingen per beleidsveld. Ook is een samenvattend hoofdstuk met de belangrijkste uitkomsten van de beoordeling en de belangrijkste aanbevelingen geschreven. Rad van de Leefomgeving Het planMER is opgebouwd op basis van in totaal 26 beleidsvelden, die tezamen alle aspecten van de fysieke leefomgeving afdekken.

De beleidsvelden zijn toebedeeld aan de thema’s binnen de omgevingsvisie waar ze het meest logisch thuishoren. Dit is weergegeven op het Rad van de Leefomgeving (Figuur 3). De beoordeling wordt gedaan aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal (Tabel 1). De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad van de Leefomgeving in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het doelbereik van de

5

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Omgevingsvisie, wordt in één oogopslag duidelijk voor welke beleidsvelden de staat van de leefomgeving nog niet voldoet aan de ambities van de gemeente of aan gestelde wettelijke of adviesnormen. Tabel 1; de maatlatten die voor de Foto van de Leefomgeving en het doelbereik van de omgevingsvisie gebruikt zijn Huidige situatie & autonome ontwikkeling Symbool

Toelichting

++

De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

+

De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

+/-

De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

-

De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

--

De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities

Doelbereik Omgevingsvisie Symbool

Toelichting De staat van de leefomgeving verbetert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling. De gestippelde pijl geeft aan dat deze verbetering nog afhankelijk is van beleid dat nog in ontwikkeling is

De staat van de leefomgeving verandert naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling

De staat van de leefomgeving verslechtert naar verwachting ten opzichte van de autonome ontwikkeling

3. Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving beschrijft voor alle beleidsvelden die onderdeel van het beoordelingskader hoe de situatie er nu uitziet. Ook wordt vooruitgekeken naar het zichtjaar van de Omgevingsvisie. Daarbij wordt beleid dat al vastgesteld is en waar de omgevingsvisie dus geen invloed op heeft beschreven, en ook worden externe ontwikkelingen die buiten de invloedssfeer van de gemeente en/of omgevingsvisie liggen beschreven. De Foto van de Leefomgeving vormt de referentiesituatie waartegen het beleid in de omgevingsvisie afgezet wordt. In Figuur 7 is het ingevulde Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling weergegeven. De belangrijkste bevindingen uit de Foto van de Leefomgeving worden hieronder samengevat. 1. De gemeente scoort goed op het vlak van stedelijk groen. Er is in Doetinchem relatief veel groen, en de WHO advieswaarde van minimaal 75 m 2 openbaar groen per woning wordt in een groot deel van de gemeente gehaald. Dit heeft positieve effecten voor andere beleidsvelden: ook gezonde leefomgeving, en hittestress hebben een hoge score toegekend gekregen. De luchtkwaliteit is overwegend goed, ook al wordt niet aan de strenge WHO advieswaarden voor stikstof en fijnstof voldaan.

Doetinchem is een landschappelijk aantrekkelijke gemeente en het landelijk gebied trekt hierdoor relatief veel recreanten en toeristen aan. Ook is de gemeente goed bereikbaar per auto; er is geen sprake van structurele congestie in de ochtend- of avondspits. 2. De beleidsvelden duurzame elektriciteit, duurzame warmte, circulaire economie en duurzame landbouw scoren het slechtst. Dit komt doordat het doelgat met de streefbeelden voor deze beleidsvelden (energieneutraliteit op schaal van de Achterhoek, een circulaire samenleving en een duurzame vorm van landbouw) het grootste zijn; er is nog een lange weg te gaan voordat deze doelen verwezenlijkt zullen zijn. De situatie verbetert de komende decennia wel, wat zich uit in een betere beoordeling van de autonome ontwikkeling voor deze beleidsvelden. 3. Daarnaast scoort het thema natuur & biodiversiteit slecht. De biodiversiteit staat er in Doetinchem, net als in de rest van Nederland, slecht voor. Oorzaken hiervoor zijn een gebrek aan leefruimte, vermesting door onder meer stikstofdepositie, gebruik van bestrijdingsmiddelen, verdroging en verzuring. Het thema vervoerswijzekeuze & verkeersveiligheid scoort ook slecht vanwege het relatief lage aandeel vervoersbewegingen per fiets, bus, trein en te voet ten opzichte van de auto.

Geluidhinder scoort matig; de gemeente voldoet aan de wettelijke normen, maar binnen de bebouwde kom worden de advieswaarden van de WHO overschreden. Tot slot krijgt ook het beleidsveld centrumfunctie een matige score omdat het aanbod weinig onderscheidend is en relatief weinig bezoekers trekt, en er ten opzichte van omliggende gemeenten en het provinciaal gemiddelde veel leegstand is.

6

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Figuur 1 het Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie (links) en de autonome ontwikkeling (rechts). Pijlen geven aan of de staat van de leefomgeving naar verwachting verbetert en verslechter

7

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

4. In het Rad van de Leefomgeving voor de autonome ontwikkeling verslechtert de situatie op het gebied van klimaatadaptatie (hittestress, wateroverlast en droogte). Ook de staat van de leefomgeving op het vlak van landschap & ruimtelijke kwaliteit en centrumfunctie verslechtert naar verwachting zonder aanvullend beleid in de Omgevingsvisie. Voor veel andere beleidsvelden leiden landelijke ontwikkelingen en al vastgesteld of nog in ontwikkeling zijnde beleid tot verbeteringen. Daarbij gaat het om de duurzaamheidsthema’s en daarnaast de beleidsvelden vrijetijdseconomie, cultuur, erfgoed & archeologie en toegankelijkheid & voorzieningen. Doordat de waterkwaliteit de komende decennia onder invloed van Europees beleid op het gebied van de Kaderrichtlijn Water en de maatregelen die gemeenten en waterschappen daarvoor treffen naar verwachting verder verbetert, en verontreinigde bodemlocaties bij nieuwe ontwikkelingen gesaneerd worden, verbetert de situatie op dit vlak de komende decennia ook naar verwachting. 4. Beoordeling & aanbevelingen Beoordeling van de Omgevingsvisie De beoordeling van de Ontwerp omgevingsvisie is samengevat in het Rad van de Leefomgeving in Figuur 3; in het bijschrift bij het figuur staat beschreven hoe het Rad gelezen moet worden.

De beoordeling van de omgevingsvisie laat zien dat beleid dat in de omgevingsvisie beschreven wordt voor veel beleidsvelden leidt tot kansen op verbetering ten opzichte van de situatie als er geen omgevingsvisie opgesteld zou worden. Voor enkele beleidsvelden is al sprake van beleid dat zover uitgekristalliseerd is dat een verbetering vrijwel zeker is (aangegeven met ingevulde groene pijlen), voor veel beleidsvelden is de mate waarin kansen op verbetering verzilverd kunnen worden nog afhankelijk van beleid dat nog in ontwikkeling is (aangegeven met gestreepte groene pijlen). Voor enkele beleidsvelden wordt de beoordeling er hieronder uit gelicht, een uitgebreide toelichting op de beoordeling kunt u vinden in hoofdstuk 5 van het hoofdrapport. De belangrijkste drijver van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente is de Woonvisie en de daarmee samenhangende ingrepen op het gebied van voorzieningen, stedelijk groen, mobiliteit en werkgelegenheid. De gemeente streeft ernaar om in de periode tot 2036 6.300 woningen te realiseren, voornamelijk door middel van inbreiding en transformatie. Hiervoor is binnenstedelijk ruimte nodig, niet alleen voor woningen, maar ook voor het op peil houden of brengen van het aanbod aan maatschappelijke voorzieningen op gebied van onder meer stedelijk groen, zorg, onderwijs en spelen.

Ruimtelijke analyses laten zien dat dit specifiek aandachtspunten zijn in de spoorzones van Doetinchem en Wehl en in het gebied in Doetinchem waar grootschalig kantoren worden getransformeerd tot woonruimte. Een ander aandachtspunt is de bereikbaarheid van de nieuwe woongebieden; omdat de gemeente aan een nieuw Mobiliteitsplan werkt, wordt in de omgevingsvisie geen beeld geschetst van mogelijke mobiliteitsmaatregelen die samenhangen met de woonopgave. Er is ruimte nodig voor nieuwe werklocaties. Het bestaande beleidskader Bedrijventerreinen in Verandering (BIVA) wordt nog geëvalueerd en herzien en de impact hiervan op de bedrijvigheid in de gemeente en de ambities om meer banen te creëren is hierdoor nog onzeker. Een opgave die hiermee samenhangt is om de binnenstad te revitaliseren. Hiervoor wordt een ontwikkelstrategie en uitvoeringsagenda opgesteld die moet leiden tot verbeteringen op gebied van recreatief aanbod, aantrekkelijkheid, wonen en een klimaatadaptieve omgeving. De gemeente werkt in regionaal verband aan klimaatadaptatie en verduurzaming: de droogteproblematiek op de zandgronden wordt binnen de Aanpak Droogte Achterhoek aangepakt en de gemeente voldoet aan de afspraken binnen de Regionale Energie Strategie Achterhoek die tot doel hebben om voor 2030 regio breed 1,35 TWh meer duurzame elektriciteit op te wekken.

Na 2030 is echter meer nodig; berekeningen aan de potenties van zonnevelden, windturbines en zonnedaken op woningen en bedrijfspanden laten zien dat Doetinchem op termijn in slechts 25% tot 100% van haar elektriciteitsvraag kan voorzien en dat voor het ontbrekende deel dus op andere Achterhoekse gemeenten geleund zal moeten worden. De gemeente werkt aan de hand van pilotprojecten en prioriteitslocaties aan de uitvoering van de ambities in de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026. In het landelijk gebied spelen grote opgaven: het landgebruik dient beter afgestemd te gaan worden op de grenzen van het bodem- en watersysteem, de agrarische sector moet verduurzamen, en de natuur en biodiversiteit dienen versterkt te worden. Landelijk en regionaal is beleid in ontwikkeling dat een grote sturende invloed gaat hebben op de landbouwtransitie, en de gemeente is hier ook voor haar eigen beleid sterk van afhankelijk. Parallel aan de landelijke beleidsontwikkeling op dit gebied gaat de gemeente de Basiskwaliteit Natuur als ondergrens bij ruimtelijke ontwikkelingen toepassen, wordt natuurinclusief de norm bij nieuwbouw, wordt gewerkt aan een biodiversiteitsplan, en gaat de gemeente onderzoeken hoe zij waardevolle landschapselementen beter kan beschermen.

9

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Figuur 2; het Rad van de Leefomgeving voor de Omgevingsvisie. Op het Rad is voor ieder beleidsveld het toegekende kwaliteitsniveau voor de autonome ontwikkeling geprojecteerd. Hoe verder naar buiten op het Rad een beleidsveld geprojecteerd is, hoe gunstiger de situatie. De pijlen geven aan in welke richting deze kwaliteitsniveaus bewegen met beleid uit de Omgevingsvisie; gestreepte pijlen geven aan dat verbeteringen afhangen van beleid dat nog in ontwikkeling is

Tot slot geeft de gemeente te kennen dat ze nog werkt aan een inventarisatie van locaties waar milieurisico’s op kunnen treden, en dat vooralsnog geen ambities op gebied van luchtkwaliteit, geluid, geur, externe veiligheid, waterkwaliteit en bodemkwaliteit opgenomen worden. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek zal de gemeente mogelijk besluiten om milieunormen te gaan differentiëren voor verschillende deelgebieden. Aanbevelingen De belangrijkste aanbevelingen uit het planMER worden hieronder samengevat: 1. Regionale positie Uit de omgevingsvisie wordt niet altijd duidelijk hoe de gemeente zich ziet in relatie tot de regio. Doetinchem heeft een regionale functie voor de Achterhoek, en ligt ook gunstig ten opzichte van Arnhem en Nijmegen. Met de verdergaande verstedelijking die de komende decennia nodig is, roept dit de vraag op welke rol de gemeente 10

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

hierin voor zichzelf ziet: wil ze vooral haar positie als regionaal centrum behouden, of is een nauwere aansluiting op de Groene Metropoolregio en een schaalsprong wat betreft stedelijkheid een logische keuze? 2. Woningbouw Voor het realiseren van 6.300 woningen in de periode 2023-2036 brengen we een aantal aandachtspunten onder de aandacht: ten eerste loopt de gemiddelde woningdichtheid in de spoorzone van Doetinchem en die van Wehl en op de grootschalige transformatielocaties op richting 50 woningen per hectare. In deze gebieden dient voldoende aandacht te zijn voor de ruimtevraag vanuit stedelijk groen, maatschappelijke voorzieningen en infrastructuur. Ten tweede is de gemeente voor de realisatie van de middenhuur en betaalbare koopwoningen afhankelijk van projectontwikkelaars die dit prijssegment mogelijk niet interessant vinden om te bouwen. Tot slot dient het binnenlands migratiesaldo flink te groeien van gemiddeld 300 naar 800 personen per jaar om een risico op woningleegstand te vermijden. 3. Werkgelegenheid De gemeente wil de werkgelegenheid laten groeien. Een eerste inschatting laat zien dat hier grofweg 4.600 banen voor moeten worden gerealiseerd. Afhankelijk van het type baan is hier 13 tot 26 ha aan werklocaties voor nodig. De huidige bedrijventerreinen beslaan ongeveer 300 ha en een groot deel van de aanvullende werkgelegenheid zal zich hier moeten concentreren.

We bevelen aan om in beeld te brengen op welk type werkgelegenheid de gemeente zich wil richten en om te onderzoeken of hier voldoende ruimte voor is op bestaande bedrijventerreinen. 4. Mobiliteit Verkeersprognoses uit 2016 zijn mogelijk achterhaald en uit de beschikbare informatie valt niet op te maken in hoeverre doorstromingsproblemen te verwachten zijn met het voornemen tot substantiële inbreiding. De gemeente werkt nog aan een Mobiliteitsplan dat in zal moeten gaan op de nieuwe situatie. We bevelen aan om dit te onderzoeken en mee te nemen in de verdere uitwerking van de Woonvisie en de Omgevingsvisie. 5. Maatschappelijke voorzieningen De gemeente werkt aan een inventarisatie van de huidige spreiding van maatschappelijke voorzieningen over de gemeente en gaat op basis van de resultaten hiervan mogelijk normen vaststellen. De gemeente kan zich hierbij laten inspireren door de grote steden in Nederland: de gemeente Amsterdam heeft de Amsterdamse referentienorm ontwikkeld, en de gemeente Utrecht maakt in haar Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 gebruik van de zogenoemde barcode. Een samenvatting van de Amsterdamse referentienorm is ter inspiratie in het planMER opgenomen. 6. Landschap & biodiversiteit De gemeente werkt aan het beschermen en verbeteren van landschap en biodiversiteit.

Hiervoor wordt een biodiversiteitsplan opgesteld, en de gemeente gaat daarnaast een inventarisatie maken van Achterhoek-eigen landschappelijke waarden in de gemeente. Een aandachtspunt hierbij is het ontbreken van een gemeente dekkend beeld van de biodiversiteit omdat geen soortenonderzoek uitgevoerd is. We bevelen aan om een dergelijk onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld op basis van tellingen van gidssoorten. Daarnaast raden we aan om de handreiking Basiskwaliteit Natuur van de Vogelbescherming en de Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren1 van het ministerie van BZK te gebruiken bij het biodiversiteitsplan en de landschapsinventarisatie. 7. Duurzame landbouw De gemeente is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van (inter)nationaal en provinciaal beleid op het gebied van de landbouwtransitie. Omdat veel nog onduidelijk is heeft de gemeente besloten om dit aspect in de omgevingsvisie te beperken tot enerzijds een beschrijving van de opgave waar de agrarische sector voor staat, en anderzijds het uitspreken van het voornemen om zich als gemeente in te zetten om de ontwikkeling van de landbouw te ondersteunen en verder te brengen. We bevelen aan om als vanuit hogere overheden meer duidelijkheid over het landbouwbeleid is, dit in de uitwerking van de omgevingsvisie te concretiseren. 8.

Energietransitie De gemeente verbindt zich in de omgevingsvisie aan de regionale ambitie om de Achterhoek in 2050 energieneutraal te laten zijn, waarbij alle verbruikte (elektrische) energie duurzaam in de Achterhoek opgewekt wordt. In het planMER is op hoofdlijnen in beeld gebracht welk deel van de elektriciteitsvraag Doetinchem

1 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-41d121e38a9d40e5117276cad98d3532c2452c80/pdf

11

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

redelijkerwijs binnen de gemeentegrenzen op zou kunnen wekken door middel van zonnevelden, windturbines en zonnedaken op bedrijfspanden en woningen. Een eerste inschatting laat een bandbreedte van 25% tot 100% zien, waarbij de grootste onzekerheid op het gebied van bedrijfsdaken ligt. We bevelen aan om deze analyse aan te scherpen op basis van gemeentelijke expertise en informatie om een realistisch beeld van de potentiële bijdrage van Doetinchem aan de Achterhoekse ambitie te kunnen geven. 9. Milieukwaliteit Onder de Omgevingswet verandert de wetgeving op het gebied van milieu. Voor onder meer luchtkwaliteit, geluid, geur en externe veiligheid worden Rijksomgevingswaarden aan gemeenten opgelegd. Deels hebben gemeenten de beweegruimte om zelf afwijkende en minder strenge omgevingswaarden vast te stellen. Uit de omgevingsvisie blijkt dat deze ruimte vooralsnog niet gebruikt gaat worden en dat er nog geen ambities voor geluid, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid vastgesteld worden die afwijken van de wettelijk voorgeschreven waarden. Er wordt namelijk nog een inventarisatie uitgevoerd van locaties in de gemeente waar milieurisico’s op kunnen gaan treden. We bevelen aan om na afronding van deze inventarisatie na te gaan of op dat moment wel behoefte is aan het differentiëren van normen voor milieuaspecten. Deze normen zullen uiteindelijk in het Omgevingsplan moeten landen.

5. Monitoring Nadat de ontwerp omgevingsvisie vastgesteld is, wordt hij uitgewerkt in programma’s en wordt er een Omgevingsplan opgesteld. In dit proces dient de gemeente op enig moment te evalueren in hoeverre de doelen uit de omgevingsvisie behaald zijn en of er aanleiding is om delen van de omgevingsvisie te herijken. Dit betekent dat de omgevingsvisie niet af is op het moment dat hij vastgesteld wordt. Het is juist de bedoeling dat een omgevingsvisie een levend proces is dat continu herijkt en bijgesteld wordt als doelen behaald worden en nieuwe ontwikkelingen zich voordoen. Monitoring van omgevingsaspecten die van belang zijn voor de doelen uit de omgevingsvisie is daarmee van groot belang. Dataspecialisten van de gemeente hebben in samenwerking met het projectteam van Arcadis een monitoringsprogramma opgesteld, waarbij voor (vrijwel) ieder beleidsveld meetbare en kwantitatieve indicatoren opgesteld zijn. Bij het monitoringskader hoort een stappenplan dat iedere dataspecialist bij de gemeente in staat stelt om de (deels in ArcGIS uitgevoerde) analyses opnieuw uit te voeren als onderdeel van een toekomstige monitoringsronde. Het monitoringsprogramma wordt na de zomer van 2023 gebruikt om een nulmeting uit te voeren, en in de komende jaren zal de gemeente de nulmeting periodiek actualiseren.

De volledige lijst met indicatoren voor het monitoringsprogramma is weergegeven in hoofdstuk 6 in het hoofdrapport.

12

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en voorgeschiedenis

De gemeente Doetinchem heeft om op haar integrale, ruimtelijke, lange termijn beleid te sturen een omgevingsvisie opgesteld. Iedere gemeente is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht een omgevingsvisie op te stellen, waarin de gemeente een integrale doorkijk geeft naar toekomstige, lange-termijn opgaven in haar beleid. De omgevingsvisie vervangt de huidige structuurvisies verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. In de omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. Het zichtjaar dat de gemeente Doetinchem hanteert is 2036. Bij een omgevingsvisie waarin beleid vastgelegd wordt waarvan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ze vanwege negatieve effecten op het milieu of op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden mer- of mer-beoordelingsplichtig zijn, is het verplicht een mer-procedure te doorlopen. De gemeente Doetinchem heeft er vanwege de aard van de beleidsvoornemens die naar verwachting in de omgevingsvisie vastgelegd zouden gaan worden voor gekozen om een planMER op te laten stellen voor de Omgevingsvisie. Zij heeft Arcadis gevraagd dit te doen. Dit mer-traject is gestart met het opstellen van een Foto van de Leefomgeving.

In het eerste kwartaal van 2023 is door de gemeente het voorgenomen beleid omgezet tot een ontwerp Omgevingsvisie. Deze is door Arcadis in twee fasen beoordeeld. In de eerste fase is een grotendeels kwalitatieve beoordeling uitgevoerd aan de hand van de conceptteksten voor de omgevingsvisie uit februari 2023. Voor ieder beleidsveld dat binnen het planMER beoordeeld wordt, is een overzicht gemaakt van beleidsuitspraken die als ambities voor dat beleidsveld opgevat kunnen worden, en van beleidsmaatregelen die hieraan gekoppeld zijn. Op basis hiervan is het doelbereik van deze beleidsmaatregelen beoordeeld. Voor enkele beleidsvelden is de beoordeling verdiept met een kwantitatieve en/of ruimtelijke analyse. De beoordeling voor ieder beleidsveld wordt afgesloten met adviezen die we vanuit het planMER mee willen geven aan de gemeente. De gemeente is voor haar Ontwerp omgevingsvisie in het voorjaar van 2023 aan de slag gegaan met deze aanbevelingen. De concept Ontwerp omgevingsvisie is opnieuw in het planMER beoordeeld en in sommige gevallen heeft dit geleid tot aanvullende aanbevelingen. Het planMER wordt samen met de concept Ontwerp omgevingsvisie ter visie gelegd en voor een toetsingsadvies aangeboden aan de Commissie voor het milieueffectrapport (Commissie m.e.r.).

1.2

Het planMER

In deze paragraaf gaan we nader in op het planMER. De omgevingsvisie is mer-plichtig omdat op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ruimtelijke ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie niet mer-plichtig zijn. Met deze mer-plicht hangt een verplichting samen om de Commissie m.e.r. een toetsingsadvies over het planMER uit te laten brengen. De gemeente is hierin als bevoegd gezag opdrachtgever van en primair contactpersoon voor de Commissie. De Commissie brengt een advies uit dat ofwel positief is (het planMER heeft voldoende bijgedragen aan de bestuurlijke afwegingen), ofwel waarin geconstateerd wordt dat er essentiële tekortkomingen zijn waardoor de belangen vanuit milieu en leefomgeving niet volwaardig meegewogen konden worden in de besluitvorming. De Commissie m.e.r. plaatst het toetsingsadvies op haar website en brengt daarnaast een persbericht naar buiten. De gemeente kan besluiten om naar aanleiding van het toetsingsadvies een aanvulling op het planMER uit te laten voeren; deze aanvulling kan desgewenst nogmaals door de Commissie m.e.r. van een aanvullend advies voorzien worden. Zowel het planMER als het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. leiden niet tot verdere verplichtingen voor de gemeente.

Een planMER kan tekortkomingen in het beleid constateren en kan aanbevelingen voor aanvulling, aanscherping of wijziging doen voor de doelen van een gemeente en het voorgenomen beleid. Deze aanbevelingen hoeven door een gemeente echter niet verplicht opgevolgd te worden; het planMER kan er dus niet toe leiden dat ontwikkelingen ‘op slot’ gezet worden. Dit blijft altijd een politieke keuze, die uiteraard wel geagendeerd en van feitelijke beslisinformatie voorzien kan worden vanuit de mer-procedure. Hetzelfde geldt voor het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r.. Gemeenten hebben wel een verantwoordingsplicht. Dat betekent dat het verplicht is om in de ontwerp omgevingsvisie aante geven wat de gemeente heeft gedaan of van plan is te gaan doen met de adviezen vanuit het planMER. 13

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Voor veel gemeentelijke Omgevingsvisies geldt dat niet alle aanbevelingen uit het planMER verwerkt kunnen worden. Sommige adviezen kan of wil een gemeente überhaupt niet opvolgen, voor andere adviezen geldt dat de benodigde werkzaamheden niet tijdig voor vaststelling van de ontwerp omgevingsvisie vastgesteld kunnen worden. Hier kan in de uitwerking van de omgevingsvisie een vervolg op worden gegeven. De Commissie m.e.r. beveelt wel aan om in de ontwerp omgevingsvisie aan te geven welke invloed het planMER op de ontwerp omgevingsvisie gehad heeft. De gemeente heeft aangegeven om dit nader te specificeren in een separate notitie.

1.3

Opbouw van dit planMER

Dit planMER bestaat uit een beknopte, zelfstandig leesbare samenvatting en een uitgebreid hoofdrapport. Het hoofdrapport bestaat uit een aantal hoofdstukken: 1. Inleiding – Hier wordt de context van het planMER en de Omgevingsvisie geschetst. 2. Conclusies & aanbevelingen – Hoofdstuk 2 vat de belangrijkste resultaten van de beoordeling samen. Per thema wordt kort ingegaan op de ambities en het voorgenomen beleid van de gemeente, en de aandachtspunten die hierbij vanuit het planMER naar voren komen. Daarna worden de belangrijkste aanbevelingen die vanuit de beoordeling naar voren komen toegelicht. 3. De omgevingsvisie van de gemeente Doetinchem – In dit hoofdstuk wordt de link vanuit het planMER naar de omgevingsvisie van Doetinchem gelegd. In het hoofdstuk is een korte samenvatting van de omgevingsvisie opgenomen. 4. Beoordelingswijze – Dit hoofdstuk beschrijft het gevolgde proces in de totstandkoming van dit planMER. Het beoordelingskader dat gebruikt is voor de beoordeling, en het gebruik van het Rad van de Leefomgeving wordt toegelicht. 5. Foto van de Leefomgeving & beoordeling – De Foto van de Leefomgeving beschrijft en beoordeelt voor ieder beleidsveld in het beoordelingskader de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Voor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling zijn deze beoordelingen weergegeven op een Rad van de Leefomgeving (zie 5.1).

Ook worden de uitkomsten van de tweede beoordelingsfase die gebaseerd is op de concept Ontwerp omgevingsvisie in hoofdstuk 5 beschreven. Voor ieder beleidsveld is samengevat welke ambities en beleidsmaatregelen in de omgevingsvisie beschreven staan. Deze zijn tegen elkaar afgezet om te beoordelen voor welke beleidsvelden ambities haalbaar zijn, en voor welke beleidsvelden er aanvullende inspanningen nodig zullen zijn. De beoordeling sluit voor ieder beleidsveld af met één of meerdere aanbevelingen voor het vervolg. 6. Monitoring – Parallel aan dit planMER is een monitoringskader ontwikkeld dat de gemeente gaat gebruiken om de komende jaren de voortgang van de omgevingsvisie te monitoren. In hoofdstuk 7 wordt dit kader beschreven: per beleidsveld wordt aangegeven welke aspecten gemonitord worden en welke indicatoren hierbij horen. Aan de hand van het monitoringskader wordt in het najaar van 2023 de nulmeting uitgevoerd. Bijlage 1 – Uitkomsten 1e fase planMER – De beoordeling in dit planMER is in twee fasen uitgevoerd. De resultaten van de eerste fase zijn teruggelegd aan de gemeente en gebruikt voor het aanscherpen van de Omgevingsvisie. Deze aangescherpte teksten zijn vervolgens nog een keer beoordeeld in het planMER. In deze stap zijn teksten in hoofdstuk 6 gewijzigd, waardoor een deel van de doorwerking van het planMER op de omgevingsvisie uit beeld verdwenen is.

Daarom is in Bijlage 1 een overzicht opgenomen van de aanbevelingen vanuit fase 1 van de beoordeling, waarbij voor iedere aanbeveling aangegeven is hoe de gemeente ermee omgegaan is.

14

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

2.

Conclusies & aanbevelingen

2.1

Samenvatting beoordeling

In voorgaande hoofdstukken zijn achtereenvolgens de Foto van de Leefomgeving en de twee fasen van de beoordeling van de omgevingsvisie beschreven. De eerste fase beoordeling leidde voor ieder beleidsveld tot aanbevelingen, welke voor een deel opgevolgd zijn door de gemeente. Na de eerste fase beoordeling zijn de teksten voor de omgevingsvisie verder aangevuld en aangepast, en vervolgens opnieuw beoordeeld door Arcadis. De resultaten van deze tweede fase van de beoordeling zijn toegelicht in hoofdstuk 5. Autonome ontwikkelingen Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat er de komende decennia zowel verbeteringen als verslechteringen van de leefomgeving in Doetinchem plaats zullen vinden. Klimaatadaptatie en biodiversiteit verslechteren doordat het opwarmende klimaat leidt tot hevigere en frequentere piekbuien en hetere, drogere zomers. Dat maakt de stedelijke omgeving gevoeliger voor hittestress en de gevolgen van wateroverlast, en in het landelijk gebied zal zonder aanvullend beleid de droogteproblematiek verergeren. De biodiversiteit blijft achteruitgaan door verdroging, vermesting, het gebruik van pesticiden en verlies van leefgebied. Bovenstaande ontwikkelingen zullen ook een effect op het landschap hebben. Veel zaken verbeteren de komende decennia echter onder invloed van externe ontwikkelingen of beleid dat al vastgesteld is.

De milieukwaliteit (luchtkwaliteit, geur, bodem- en waterkwaliteit) verbetert, en op het gebied van de duurzaamheidsthema’s (energietransitie, duurzame landbouw en circulaire economie) wordt landelijk hard gewerkt aan de benodigde transities. Door de opkomst van de elektrische fiets, de inzet op de Regio Expres op het spoor en werk aan het verbeteren van het fietsnetwerk binnen de gemeente en regio laten mensen steeds vaker de auto staan, met mogelijke positieve gevolgen voor de verkeersveiligheid. De gemeente blijft nieuwe woningen bouwen om de groeiende bevolking van woonruimte te voorzien, en er worden ook nieuwe banen gecreëerd, onder meer op het nieuwe bedrijvenpark aan de A18. De vitaliteit van de binnenstad is een aandachtspunt: zoals in veel middelgrote steden in Nederland is er relatief veel sprake van leegstand omdat de retail het moeilijk heeft. De gemeente werkt echter hard aan het revitaliseren van de binnenstad, met bijkomende positieve gevolgen voor het voorzieningenaanbod en de toeristisch-recreatieve sector. Omgevingsvisie De beoordeling van de omgevingsvisie laat zien dat er op veel vlakken kansen op verbetering in het verschiet liggen. In Figuur 3 is het Rad van de Leefomgeving voor de omgevingsvisie ingevuld.

De kwaliteitsniveaus van de autonome ontwikkeling (de situatie zonder omgevingsvisie in 2036) zijn op het Rad geprojecteerd, en daarbij is voor ieder beleidsveld aangegeven in welke richting het beleidsveld zich beweegt als het beleid in de omgevingsvisie meegenomen wordt. Voor enkele beleidsvelden is al sprake van beleid dat zover uitgekristalliseerd is dat een verbetering vrijwel zeker is (aangegeven met ingevulde groene pijlen), voor veel beleidsvelden is de mate waarin kansen op verbetering verzilverd kunnen worden nog afhankelijk van beleid dat nog in ontwikkeling is (aangegeven met gestreepte groene pijlen). Wonen, voorzieningen en mobiliteit De belangrijkste drijver van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente is de Woonvisie en de daarmee samenhangende ingrepen op het gebied van voorzieningen, stedelijk groen, mobiliteit en werkgelegenheid. De gemeente streeft ernaar om in de periode tot 2036 6.300 woningen te realiseren, voornamelijk door middel van inbreiding en transformatie. De spoorzones van Doetinchem en Wehl en de kantorenlocatie ten zuidoosten van het station van Doetinchem gaan daarmee flink op de schop. Hier komen nieuwe stedelijke woongebieden, met meerlaagse bouw en bijpassende voorzieningen.

Een aandachtspunt hierbij is dat er voldoende ruimte voor stedelijk groen en voorzieningen op gebied van onder meer zorg, onderwijs en sport en spel gereserveerd moet worden op inbreidings- en transformatielocaties. Daarnaast is nog niet duidelijk wat de hogere bevolkingsdichtheden in deze gebieden voor effect gaan hebben op de ontsluiting over de weg. Het laatste verkeersmodel dateert uit 2016 en sindsdien is veel veranderd. De gemeente werkt aan het opstellen van een nieuw Mobiliteitsplan, hierin zal het raakvlak met de Woonvisie gelegd moeten worden. Ook wordt in navolging van de Nota Continuïteit in karakter gewerkt aan nieuw erfgoedbeleid.

15

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

Bedrijvigheid en centrum De gemeente zet erop in om jonge gezinnen aan te trekken en om hiervoor het aanbod aan passende werkgelegenheid te vergroten. Dat betekent dat ruimte nodig is voor nieuwe werklocaties. Het beleid op gebied van economie en werkgelegenheid moet echter nog uitkristalliseren: het bestaande beleidskader Bedrijventerreinen in Verandering (BIVA) wordt geëvalueerd en herzien. De impact hiervan op de bedrijvigheid in de gemeente en de ambities om meer banen te creëren is hierdoor nog onzeker. Een opgave die hiermee samenhangt is om de binnenstad te revitaliseren. Hiervoor wordt een ontwikkelstrategie en uitvoeringsagenda opgesteld die moet leiden tot verbeteringen op gebied van recreatief aanbod, aantrekkelijkheid, wonen en een klimaatadaptieve omgeving. Klimaatadaptatie De gemeente werkt hard aan het klimaatadaptief maken van de bebouwde kom en het landelijk gebied: met de provincie en regionale partners wordt aan hand van de Aanpak Droogte Achterhoek de droogteproblematiek op de zandgronden aangepakt, met als doel om gebieden zodanig in te richten dat ze 100 mm extra hemelwater vast kunnen houden na een natte periode. Dit vraagt veel van de inrichting van het watersysteem en het landgebruik, maar leidt ertoe dat landbouw en natuur minder gevoelig voor droge periodes worden omdat de waterbuffer in de ondergrond groter wordt.

Binnen de bebouwde kom vindt aan de hand van de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026 vergroening plaats, en de gemeente heeft subsidies van de provincie ontvangen om hier op drie probleemlocaties werk van te maken. Ook werkt de gemeente in een landelijke pilot aan hittestressproblematiek. De gemeente heeft de vijftien locaties geïdentificeerd die het meest gevoelig zijn voor wateroverlast in het geval van een piekbui en gaat hier de komende jaren aan de slag met vergroening en andere maatregelen. Landelijk gebied In het landelijk gebied spelen grote opgaven: het landgebruik dient beter afgestemd te gaan worden op de grenzen van het bodem- en watersysteem, de agrarische sector moet verduurzamen, en de natuur en biodiversiteit dienen versterkt te worden. Landelijk en regionaal is beleid in ontwikkeling dat een grote sturende invloed gaat hebben op de landbouwtransitie, maar de teksten in de omgevingsvisie die hier betrekking op hebben, zijn nogal vrijblijvend. De gemeente wil de landbouw helpen verduurzamen, maar geeft niet te kennen welke keuzes hiervoor gemaakt moeten worden en hoe zij haar eigen rol ziet.

Op het vlak van natuur, biodiversiteit en landschap staan duidelijkere ambities en beleidsmaatregelen in de omgevingsvisie beschreven: de Basiskwaliteit Natuur wordt als ondergrens bij ruimtelijke ontwikkelingen toegepast, natuurinclusief wordt de norm bij nieuwbouw, er wordt een biodiversiteitsplan opgesteld, en de gemeente gaat onderzoeken hoe zij waardevolle landschapselementen beter kan beschermen. Duurzaamheid De energietransitie vindt ook in Doetinchem plaats. De gemeente sluit zich in de omgevingsvisie aan bij de ambitie van een energieneutrale Achterhoek in 2050. Dat houdt in dat Doetinchem als centrumstad met relatief veel inwoners op een relatief klein grondgebied niet al haar elektriciteit zelf op zal hoeven wekken. Met de ontwikkelingen die nu vastgesteld zijn (24 ha aan zonnevelden en het zoekgebied voor windturbines langs de Oude IJssel) voldoet de gemeente aan de in de Regionale Energie Strategie gemaakte afspraak om in 2030 1,35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in de Achterhoek. Na 2030 is echter meer nodig; berekeningen aan de potenties van zonnevelden, windturbines en zonnedaken op woningen en bedrijfspanden laten zien dat Doetinchem op termijn in 25% tot 100% van haar elektriciteitsvraag kan voorzien.

Het is echter niet aannemelijk dat de volle potentie gerealiseerd kan worden, en dat er voor tientallen procenten van de elektriciteitsvraag teruggevallen zal moeten worden op andere Achterhoekse gemeenten. De verduurzaming van de woningvoorraad gaat gestaag door: jaarlijks wordt voor twee kansrijke wijken een wijkuitvoeringsplan opgesteld. De opgave is echter enorm: alle woningen moeten van het gas gehaald worden, en een groot deel van de woningvoorraad moet beter geïsoleerd worden. In 2023 stelt de gemeente een Nota Circulariteit op die aan de hand van de waardeketens voedsel en landbouw, circulaire gebiedsontwikkeling en inkoopbeleid de transitie naar een circulaire economie dient te versnellen en faciliteren. Milieukwaliteit De milieukwaliteit in Doetinchem is vrij goed; voor luchtkwaliteit, geluid, geur, externe veiligheid, waterkwaliteit en bodemkwaliteit zijn in de omgevingsvisie echter geen ambities opgenomen die afwijken van de door het Rijk opgelegde normen en omgevingswaarden waardoor een impact van de omgevingsvisie op deze omgevingsaspecten vooralsnog uitblijft. De gemeente werkt nog aan een inventarisatie van locaties waar milieurisico’s op kunnen treden. Hierop volgend gaat de gemeente in de toekomst mogelijk wel milieunormen differentiëren, waarmee er bovenop de autonome ontwikkelingen een effect op de milieukwaliteit te verwachten is.

16

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Figuur 3; het Rad van de Leefomgeving voor de Omgevingsvisie. Op het Rad is voor ieder beleidsveld het toegekende kwaliteitsniveau voor de autonome ontwikkeling geprojecteerd. De pijlen geven aan in welke richting deze kwaliteitsniveaus bewegen met beleid uit de Omgevingsvisie; gestreepte pijlen geven aan dat verbeteringen afhangen van beleid dat nog in ontwikkeling is

17

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

2.2

Belangrijkste aanbevelingen

Hieronder lichten we de belangrijkste aanbevelingen uit de tweede fase van de beoordeling op het doelbereik van de omgevingsvisie toe. Deels zijn dit algemene aandachtspunten die nog niet in het sectoraal ingestoken hoofdstuk 5 genoemd werden, deels zijn het aanbevelingen die betrekking hebben op één of meerdere specifieke beleidsvelden. Regionale positie van Doetinchem Voordat we ingaan op specifieke aanbevelingen per beleidsveld, willen we de gemeente eerst wijzen op een algemeen vraagstuk: hoe ziet de gemeente zichzelf in relatie tot de regio? Doetinchem is een stad met voorzieningen die een regionale functie in de Achterhoek vervullen en die aantrekkelijk is om in te wonen, niet alleen voor de ‘eigen’ bevolking maar ook voor mensen uit het westen van het land. De gemeente is goed bereikbaar over weg en spoor, en ligt gunstig ten opzichte van de Groene Metropoolregio (Arnhem-Nijmegen). De vraag is dus in hoeverre Doetinchem op langere termijn een integraler onderdeel zou willen worden van het verzorgingsgebied van de Groene Metropoolregio. Arnhem, Nijmegen en de kleinere steden in Foodvalley (o.a. Ede en Wageningen) hebben een verstedelijkingsstrategie2 opgesteld waarbij er bovenop de huidige 483.000 woningen in de regio mogelijk nog ongeveer 135.000 woningen bijgebouwd gaan worden. Ook zet de regio in op een bijpassende groei in werkgelegenheid.

Arnhem en Nijmegen zouden hiermee een schaalsprong wat betreft stedelijkheid door kunnen gaan maken, en dit kan zijn weerslag gaan hebben op de gemeente Doetinchem. Doetinchem kan er bijvoorbeeld op inzetten om een deel van de woningvraag vanuit de Groene Metropoolregio af te vangen door woningbouw, en kan in combinatie met een versterking van trein- en wegverbindingen een integraler onderdeel uit kunnen maken van het daily urban system van de Groene Metropoolregio. Aan de andere kant kan Doetinchem er ook voor kiezen om zich meer te oriënteren op de Achterhoek en haar positie als regiostad met een aantrekkelijk aanbod van voorzieningen voor de wijdere omgeving. In de omgevingsvisie lezen we dat de gemeente zich bewust is van haar positie als springplank naar regio’s in de wijdere omtrek. De omgevingsvisie lijkt echter geen duidelijke stelling in te nemen over bovenstaand strategisch vraagstuk. Voor een deel is dit te verklaren vanuit voortschrijdend inzicht: de verstedelijkingsstrategie van de Groene Metropoolregio is pas in januari 2023 opgeleverd en loopt dus voor een groot deel parallel aan de omgevingsvisie van Doetinchem. Ook leiden het ruimtelijk voorstel en de regioarrangementen waar de provincie Gelderland aan werkt tot nieuwe inzichten over de lange termijn ontwikkeling van de provincie en de positionering van Doetinchem hierin.

We bevelen aan om deze ontwikkelingen te betrekken bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie. Woningbouw De gemeente heeft forse woningbouwambities: bovenop de 2.470 woningen die in de Woondeal afgesproken zijn voor de periode tot 2030, wil de gemeente er nog een kleine 4.000 bij bouwen zodat er in de gemeente in 2036 zo’n 6.300 woningen meer zijn dan in 2023. Hiermee groeit de bevolking van ongeveer 58.500 naar 70.000 inwoners. Met behulp van de Woonvisie Doetinchem 2022-2036 die onderdeel is van de omgevingsvisie is op vrij hoog detailniveau voor een twaalftal deelgebieden de potentieel te realiseren hoeveelheid woningen per woonmilieu in beeld gebracht. We brengen hiervoor een aantal aandachtspunten onder de aandacht: 1. Om de nieuwe woningen gelijke tred te laten lopen met de bevolkingsomvang, dient het binnenlands migratiesaldo flink te groeien: de laatste jaren groeide het inwoneraantal van Doetinchem met gemiddeld 300 personen per jaar, dit moet stijgen naar 800. 2. Voor de realisatie van de middenhuur en betaalbare koopwoningen is de gemeente afhankelijk van projectontwikkelaars. Deze partijen hebben een winstoogmerk en vinden de bouw van deze prijsklasse woningen niet erg commercieel aantrekkelijk. Er bestaat daarmee een risico dat bovenstaande verdeling naar segment niet behaald kan worden. 3.

In de spoorzone van Doetinchem en die van Wehl, en op de centrumlocaties waar kantoren grootschalig getransformeerd gaan worden naar woningen, loopt de gemiddelde woningdichtheid op tot 50 woningen per hectare. Het is van belang om hierbij voldoende rekening te houden met de aanvullende ruimtevraag naar stedelijk groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen. In deze gebieden dient om aan de WHO richtlijn van minimaal 75 m2 per woning te voldoen het aandeel stedelijk groen met 100% tot 150% te stijgen in vergelijking met de huidige situatie. Daarnaast dient ruimte gereserveerd te worden voor voorzieningen op gebied van sport en spel, zorg, en onderwijs. In de Woonvisie worden nog geen concrete plannen gepresenteerd die invulling geven

2

https://verstedelijkingsstrategie.nl/

18

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

aan de verschillende deelgebieden; de aanbeveling is om met name in de deelgebieden waar de woningdichtheden het meest oplopen voldoende ruimte voor de hierboven genoemde voorzieningen te reserveren. Bedrijvigheid en werkgelegenheid De gemeente stelt in de omgevingsvisie het streefbeeld om de bevolking te laten groeien naar 70.000 inwoners, met bijbehorende prognoses voor de arbeidsmarkt. Deze formulering laat niet duidelijk zien wat de gemeente voor ogen heeft met betrekking tot werkgelegenheid. Wij nemen aan dat de werkgelegenheid mee dient te groeien met de bevolking, en een eerste inschatting laat zien dat hier grofweg 4.600 banen voor moeten worden gerealiseerd. Afhankelijk van het type baan is hier 13 tot 26 ha aan werklocaties voor nodig. De huidige bedrijventerreinen beslaan ongeveer 300 ha en een groot deel van de aanvullende werkgelegenheid zal zich hier moeten concentreren. Binnen de scope van de mer-procedure was het niet mogelijk om een inschatting te geven van de mate waarin op bestaande bedrijventerreinen voldoende ruimte voor inbreiding is om nieuwe werkplekken te genereren. We bevelen aan om in beeld te brengen op welk type werkgelegenheid de gemeente zich wil richten wat betreft het scheppen van nieuwe banen en om te onderzoeken of hier voldoende ruimte voor is.

Mobiliteit Uit de Foto van de Leefomgeving blijkt dat er vooralsnog weinig congestieproblemen op het wegennet in de gemeente zijn: de intensiteit/capaciteit verhouding die een beeld geeft van de doorstroming van verkeer liet in 2016 voor zowel de ochtend- als de avondspits waarden van minder dan 0,7 zien. Deze waarden duiden op een goede doorstroming op het wegennet. Prognoses in 2016 lieten zien dat ook voor 2030 geen problemen met doorstroming te verwachten waren. De situatie is in vergelijking met 2016 echter veranderd: de gemeente gaat bovenop de 2.500 sinds 2016 gebouwde woningen aanvullend nog ongeveer 6.300 woningen bouwen, en zet ook in op een groei van bedrijvigheid en werkgelegenheid. Dit gaat leiden tot een in 2016 nog onvoorziene groei van vervoersbewegingen, en het zou kunnen dat er op het wegennet knelpunten op gaan treden in de doorstroming. De gemeente werkt momenteel aan het opstellen van een Mobiliteitsplan dat de nu nog vigerende Mobiliteitsvisie 2016-2026 gaat vervangen en wacht op de vaststelling hiervan voor verwerking in de Omgevingsvisie. Dat betekent dat er in de versie van de omgevingsvisie die nu voorligt sprake is van een (risico op een) blinde vlek op gebied van mobiliteit. De omgevingsvisie geeft geen inzicht in de raakvlakken tussen de voornemens in de Woonvisie Doetinchem 2023-2026 en de mobiliteit in de gemeente.

Bij de forse woningbouwplannen in de centrumgebieden van Wehl en met name Doetinchem kan niet op voorhand uitgesloten worden dat doorstromingsproblemen op gaan treden, en ook is niet duidelijk waar de gemeente in deze centrumwijken op inzet wat betreft autobezit en parkeren. We bevelen aan om deze aspecten wel nadrukkelijk mee te nemen in de verdere uitwerking van de Woonvisie en de omgevingsvisie en

19

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

hier ook aandacht aan te besteden in de nulmeting die aan de hand van het monitoringsprogramma voor de omgevingsvisie wordt gedaan. Maatschappelijke voorzieningen De gemeente werkt aan een inventarisatie van de huidige spreiding van maatschappelijke voorzieningen over de gemeente en gaat op basis van de resultaten hiervan mogelijk normen vaststellen. Deze normen kunnen toegepast worden om huidige knelpunten die uit de inventarisatie naar voren komen, aan te pakken. Ook kunnen ze gebruikt worden bij de ontwikkelplannen uit de Woonvisie. De gemeente kan zich hierbij laten inspireren door de grote steden in Nederland: de gemeente Amsterdam heeft de Amsterdamse referentienorm3 ontwikkeld, en de gemeente Utrecht maakt in haar Ruimtelijke Strategie Utrecht 20404 gebruik van de zogenoemde barcode. Beide instrumenten hebben tot doel om de ruimtevraag voor woningen, werklocaties, sociale voorzieningen, stedelijk groen, sport en spel en gezondheidscentra in beeld te brengen. In Tabel 65 is de ruimtevraag per 100 woningen voor verscheidene type voorzieningen vanuit de Amsterdamse referentienorm samengevat. Tabel 2 De ruimtevraag in m2 per 100 woningen vanuit verschillende typen maatschappelijke voorzieningen die samenhangt met de woningvraag

Categorie

Voorzieningen

Centrum stedelijk

Gemengd stedelijk

Groen-blauw

Onderwijs

Primair onderwijs + piekopvang, voortgezet onderwijs & schooltuinencomplex

680

1.014

1.290

Jeugd

Ouder Kind Team (OKT)locatie, praktijkruimte jeugd-hulpverlening, behandel-/woonlocatie, speeltuingebouw/kinder-boerderij

29

29

29

Zorg

Praktijkruimte, apotheek, opvanglocatie, dagbestedingslocatie, hospice

90

90

90

Basisvoorzieningen

Jongerencentrum, huis van de wijk, buurtkamer

15

16

17

Kunst en cultuur

Voorziening op wijk- en stedelijk niveau, kunst in 45 openbare ruimte

45

45

Sport

Binnensport locaties (sporthal), zwembad, veldoppervlak buitensporten

218

527

934

Spelen en sporten in de openbare ruimte

Speelplekken en -velden, sport in de openbare ruimte

250

250

250

Groen

Gebruiksgroen, ecosysteemgroen

1600

2200

2800

~2.900 ~4.200 m2/100 2 m /100 woningen woningen

Totaal

3 4

~5.500 m2/100 woningen

https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/972592/vrm21_401_20180109_referentienorm_maatschappelijke_voorzieningen.pdf https://omgevingsvisie.utrecht.nl/de-koers/ruimtelijke-strategie-utrecht-2040/

20

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

PLANMER OMGEVINGSVISIE DOETINCHEM

Natuur en biodiversiteit De gemeente werkt aan het beschermen en verbeteren van landschap en biodiversiteit. Hiervoor wordt een biodiversiteitsplan opgesteld, en de gemeente gaat daarnaast een inventarisatie maken van Achterhoek-eigen landschappelijke waarden in de gemeente. Dit leidt mogelijk tot een afwegingskader dat gebruikt kan worden om landschap en biodiversiteit te beschermen bij ruimtelijke ontwikkelingen. We merken hierbij een aantal aandachtspunten op: 1. Er is geen gemeente dekkend beeld van de biodiversiteit in de gemeente. Voor de Foto van de Leefomgeving in dit planMER is gebruik gemaakt van de kaartlaag Soortendiversiteit uit de Atlas van de Leefomgeving5, die opgesteld is met behulp van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze kaart laat schattingen van soortenaantallen zien en is dus niet volledig. Om gerichter beleid op te kunnen stellen dat de biodiversiteit in de gemeente moet bevorderen, zou een inventariserend onderzoek. Daarvoor zou gebruik gemaakt kunnen worden van de tellingen van gidssoorten die inzicht geven in de bredere kwaliteit van de leefomgeving en de aanwezigheid van andere, niet in de telling meegenomen soorten. 2. De Vogelbescherming heeft een handreiking Basiskwaliteit Natuur 6 opgesteld die inspiratie kan bieden voor de inventarisatie en het afwegingskader dat voor landschap en biodiversiteit opgesteld wordt.

Hierin staat een voorstel voor elementen die onderdeel kunnen worden van de inventarisatie, waaronder vogel- en vlindertellingen, kenmerkende landschapselementen, en verbouwde gewassen. 3. In januari 2023 is de geactualiseerde Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren7 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gepubliceerd. Hierin staan voorbeelden van een puntensysteem voor natuurinclusieve bouw opgesteld kan worden, regels omtrent het vergroenen van bedrijventerreinen en het ecologisch inrichten van tuinen. De gemeente kan zich voor de afwegingskaders voor landschap en biodiversiteit laten inspireren door deze handreiking. Duurzame landbouw De transitie naar een duurzamere, natuurinclusieve vorm van landbouw vraagt veel van het landelijk gebied en de agrarische sector, en dit is een opgave die de gemeente niet zelf op kan pakken. Op landelijk en provinciaal gebied vindt volop ontwikkeling van beleid op het gebied van duurzame landbouw plaats, onder meer in het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland. Ook noemt de omgevingsvisie de regioarrangementen die binnen de provincie opgesteld worden en die een impact gaan hebben op het perspectief voor de agrarische sector.

Omdat veel nog onduidelijk is heeft de gemeente besloten om dit aspect in de omgevingsvisie te beperken tot een beschrijving van de opgave waar de agrarische sector voor staat. Ook wordt vermeld dat er op Rijks- en gemeentelijk niveau veel regels zijn die de transitie in de weg staan en dat de gemeente zich in wil zetten om de ontwikkeling van de landbouw te ondersteunen en verder te brengen. De tekst in de omgevingsvisie is hiermee vrij algemeen van aard, en het wordt niet duidelijk wat er precies gaat veranderen in het landelijk gebied, wat de rol van de gemeente is, en welke keuzes hiervoor gemaakt zullen moeten worden. We bevelen aan om als vanuit hogere overheden meer duidelijkheid over het landbouwbeleid is, dit in de uitwerking van de omgevingsvisie te concretiseren. Energietransitie De gemeente verbindt zich in de omgevingsvisie aan de regionale ambitie om de Achterhoek in 2050 energieneutraal te laten zijn, waarbij alle verbruikte (elektrische) energie duurzaam in de Achterhoek opgewekt wordt. De positie van Doetinchem als regiostad met relatief veel inwoners op een relatief klein grondgebied zorgt ervoor dat de gemeente niet op zichzelf energieneutraal kan worden; een deel van de energieopgave zal opgevangen moeten worden elders in de Achterhoek. In dit planMER hebben we getracht om op hoofdlijnen in beeld te brengen hoe groot dit percentage realistisch zal zijn.

Daarbij zijn we uitgegaan van de randvoorwaarden dat maximaal 3% van de agrarische gronden (72 ha) gebruikt mogen worden voor zonnevelden en dat er alleen in de strook langs de Oude IJssel ten noordwesten van de stad maximaal zes windturbines geplaatst kunnen worden. We hebben daarbij geen prognose gedaan van de elektriciteitsvraag in 2036 omdat deze van teveel factoren afhangt. De vraag naar elektriciteit in 2021 bedroeg 309 GWh. De opwekpotenties van zonnevelden, windturbines en zonnedaken op woningen en bedrijfspanden zijn weergegeven inTabel 3. Uit de analyse blijkt dat de bandbreedte van het aandeel van duurzaam op te wekken

5

https://www.atlasleefomgeving.nl/soortendiversiteit-in-nederland

6 https://www.vogelbescherming.nl/docs/b4a73c3c-08b2-46d4-9369-e00dea0d49a6.pdf 7 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-41d121e38a9d40e5117276cad98d3532c2452c80/pdf

21

Onze referentie: 1.0 - Datum: 1 juni 2023

COLOFON166

elektriciteit ten opzichte van de vraag tussen 25% en 100% ligt, waarbij de grootste onzekerheid op het gebied van bedrijfsdaken ligt. We bevelen aan om deze analyse aan te scherpen op basis van gemeentelijke expertise en informatie, waarbij er wellicht ook een rol weggelegd is voor het monitoringsprogramma dat veel gebruikt maakt van GIS-informatie en analyses. Daarnaast wordt medio 2023 het geactualiseerde Akkoord van Groenlo vastgesteld. Hierin staan de meest recente cijfers over huidige en toekomstige opwekking van duurzame elektriciteit in de Achterhoek. Deze cijfers zouden verwerkt moeten worden in de nulmeting voor de omgevingsvisie die in het najaar van 2023 plaatsvindt. Tabel 3; De minimale en maximale opwekpotentie van duurzame energiebronnen in Doetinchem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8002/documents/44579