CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.01 - Milieueffectrapport RegioExpres (1).pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres37.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken brede dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. De Wnb stelt dat wanneer houtopstanden worden gekapt, er voorafgaand aan de kap een meldingsplicht bij de provincie of het RVO moet worden gedaan. Het RVO is bevoegd gezag voor bomen en houtopstanden bij hoofdspoorwegen en andere uitzonderingen, de provincie is bevoegd gezag wanneer geen uitzonderingen van toepassing zijn. Het bevoegd gezag bepaalt welke informatie omtrent de te kappen opstand aangeleverd dient te worden, op welke termijn dit aangeleverd dient te worden en welke voorwaarden voor de uitvoering van de kap gelden. Daarnaast geldt dat binnen drie jaar na de kap een herbeplantingsplicht geldt (door aanplant, bezaaiing of natuurlijke verjonging dan wel op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand). Wanneer dat niet op dezelfde plaats kan, dan kan bevoegd gezag ontheffing verlenen door de herbeplanting op andere gronden toe te staan indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels. Verder kunnen provincies ontheffing of vrijstelling verlenen voor bepaalde verbodsbepalingen en/of voorwaarden omtrent herbeplanting.

Herbeplanting kan niet plaatsvinden als sprake is van een oude bosgroeiplaats (Omgevingsverordening artikel 3.91 lid 2 sub h). Rode Lijst-soorten Het Verdrag van Bern vereist dat Nederland zorgt draagt voor bedreigde en kwetsbare soorten. Daarom is de Rode Lijst opgesteld, waarop deze soorten worden vermeld. De Rode Lijst heeft via de AMvB Besluit Rode Lijsten flora en fauna een wettelijke status gekregen om de artikelen 1 en 3 van het Verdrag van Bern te implementeren. De Rode Lijsten omvatten verschillende soortgroepen, zoals zoogdieren, vogels, bijen en vlinders, en worden periodiek vastgesteld op basis van trend en zeldzaamheid. Hoewel de Rode Lijsten op zichzelf geen juridische status hebben, dienen ze als belangrijke indicatoren voor het beleid. Ze geven de staat van de natuur aan en kunnen invloed hebben op het beschermingsbeleid voor specifieke soorten.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

71/152

Volgens de Wet natuurbescherming moeten de Rode Lijsten worden opgenomen in de natuurvisie en moeten provincies maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten op de Rode Lijsten. Soorten op de Rode Lijst krijgen een hogere prioriteit bij beschermingsmaatregelen, zoals het verbeteren van hun leefgebieden. De Rode Lijst-soorten spelen ook een rol bij het Natuurnetwerk Nederland. De soorten worden van belang geacht voor het functioneren van het Natuurnetwerk Nederland. Ook kan de Rode Lijst van invloed zijn bij het maken van uitzonderingen op de verboden handelingen in het kader van natuurbeschermingsregimes. De staat van instandhouding van een soort, zoals aangegeven op de Rode Lijst, is een belangrijke factor bij het beoordelen van dergelijke uitzonderingen. 4.7.2.3 Provincie In de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland worden meerdere gebieden aangewezen die ten dienste staan van het onderling verbinden van natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. De gebieden worden in onderstaande paragrafen nader toegelicht. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid en kwaliteit van de Gelderse natuur.

Het GNN bestaat uit een stelsel van onderling verbonden natuurgebieden in de provincie Gelderland. Om deze natuurgebieden te beschermen en de samenhang te versterken is het doel om de natuurgebieden uit te breiden en verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO) aan te leggen. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het GNN en waar bij ontwikkelingen rekening gehouden wordt met de ecologische waarde die de locatie heeft. De hoofdregel voor de bescherming van het GNN staat beschreven in artikel 2.39 van de provinciale Omgevingsverordening. Als er sprake is van nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk moeten negatieve gevolgen voor de kernkwaliteiten en samenhang volledig gemitigeerd en voor de oppervlakte volledig gecompenseerd worden. Als er per saldo geen sprake is van negatieve gevolgen, kan de ingreep plaatsvinden. Is er per saldo wel sprake van negatieve gevolgen, kan de ingreep alleen plaatsvinden door middel van een 'Nee, tenzij toets’ met ADC-achtige kenmerken (artikel 2.40). Voor ontwikkelingen in de GO geldt artikel 2.52 van de provinciale Omgevingsverordening. De kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van de GO moeten worden versterkt en de samenhang van de GO mag niet verloren gaan.

Met betrekking tot provinciaal beschermde natuurgebieden past de provincie Gelderland geen externe werking toe. Dit houdt in dat alle activiteiten die buiten deze gebieden plaatsvinden niet getoetst hoeven te worden aan dit kader. Tevens kan een activiteit plaatsvinden, indien deze op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan uitgevoerd mag worden. Het spoortraject dat gelegen is langs het Gelders Natuurnetwerk en binnen de Groene Ontwikkelingszone heeft geen toegewezen bestemming conform een bestemmingsplan die de voorgenomen ontwikkeling zondermeer toestaat. Derhalve dient op dit traject wel getoetst te worden aan het provinciale beleid aangaande natuurgebieden. Bescherming Houtopstanden (provinciaal) Voor beschermde houtopstanden Wnb geldt een meldingsplicht bij de provincie Gelderland. Een melding als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming wordt ten minste zes weken en niet langer dan één jaar voorafgaand aan de werkzaamheden (artikel 3.87 Provinciale verordening Gelderland 2023). Een bosbouwkundige herbeplanting moet voldoen aan de eisen uit artikel 3.88 Omgevingsverordening Gelderland 2023.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

72/152

Artikel 3.88 Omgevingsverordening Gelderland 2023 1. Een bosbouwkundig verantwoorde herbeplanting als bedoeld in artikel 4.3, derde lid, van de Wet natuurbescherming voldoet aan de 50 volgende eisen: a. de oppervlakte van de herbeplanting is ten minste gelijk aan de gevelde of tenietgegane oppervlakte; b. de boomsoorten van de herbeplanting zijn geschikt om, gelet op de bodemkwaliteit en waterhuishouding ter plaatse, uit te groeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand; c. door de te hanteren plantafstand van de herbeplanting ontstaat binnen een periode van tien jaar een gesloten kronendak; d. de herbeplanting bestaat niet uit soorten die een gevaar vormen voor de natuurlijke biodiversiteit ter plaatse; e. de herbeplanting bestaat niet uit tuinsoorten en sierheesters; f. binnen Natura 2000 gebieden brengt de herbeplanting geen schade toe aan de natuurlijke kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen als bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de Wet natuurbescherming; g. met de herbeplanting wordt binnen tien jaar een uitgangssituatie gerealiseerd die op termijn tenminste leidt tot vergelijkbare ecologische en landschappelijke waarden in verhouding tot de gevelde of tenietgegane houtopstand. 2. In afwijking van het eerste lid, onder c, geldt voor laanbomen een maximale plantafstand van tien meter.

Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing van herbeplanting op andere grond verlenen wanneer artikel 3.91 uit de Omgevingsverordening Gelderland in acht wordt genomen: Artikel 3.91 Omgevingsverordening Gelderland 2023 1. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen voor herbeplanting op andere grond als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Wnb, als: a. de te vellen of tenietgegane houtopstand wordt vervangen door heide, schraalland, een poel of een biotoop voor bijzondere planten of dieren; b. de te vellen of tenietgegane houtopstand gelegen is in een boskern, bestaand uit een aaneengesloten complex van houtopstanden met oppervlakte van ten minste vijf hectare, en de herbeplanting op andere grond een uitbreiding van diezelfde boskern of een elders gelegen boskern van die omvang tot stand brengt; c. de houtopstand geveld wordt of tenietgaat ter uitvoering van een ruimtelijke ingreep in overeenstemming met een onherroepelijk bestemmingsplan, of d. de herbeplanting op andere grond een gunstigere invloed heeft op het landschap dan herbeplanting op dezelfde grond 2. Gedeputeerde Staten verlenen geen ontheffing als: a. de andere grond is gelegen buiten de provincie Gelderland; b. op de andere grond reeds sprake is van een verplichting tot herbeplanting; c. op de andere grond een plicht tot mitigerende maatregelen of compensatie rust op grond waarvan bomen worden aangeplant; d.

voor herbeplanting op de andere grond subsidie is aangevraagd op grond van de Regels Ruimte voor Gelderland 2016, paragraaf 4.8, Inrichting van het Gelders Natuurnetwerk; e. de herbeplanting op andere grond een negatief effect heeft op de beschermde natuurwaarden en bijzondere landschappelijke waarden in het gebied waarin de andere grond is gelegen; f. de gevelde of tenietgegane houtopstand een landschapselement betreft of een andere kleine houtopstand met een belangrijke ecologische of landschappelijke functie; g. de gevelde of tenietgegane houtopstand bijdraagt aan de instandhoudingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de Wnb, of

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

73/152

h. de gevelde of tenietgegane houtopstand een oude bosgroeiplaats betreft waar voorafgaand aan de velling of het tenietgaan ten minste 100 jaren onafgebroken bos heeft gestaan. Artikel 3.91 lid 2 sub h stelt dus dat geen ontheffing voor herbeplanting mogelijk is voor oude bosgroeiplaatsen. Wat gedefinieerd wordt als oude bosgroeiplaatsen is in overleg met de provincie Gelderland bepaald en wordt gebaseerd op historische gegevens van de omgeving. Weidevogelgebied en ganzenrustgebied Betreffende weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden staan de volgende instructieregels in het de Omgevingsverordening: Artikel 2.51a Omgevingsverordening Gelderland 2023 Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Weidevogelgebied laat het: a. in ieder geval een nieuwe windturbine of nieuw zonneveld niet toe; en b. een andere nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als deze geen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de functie als broedgebied voor weidevogels Artikel 2.41b Omgevingsverordening Gelderland 2023 Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Ganzenrustgebied laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als a. uit onderzoek blijkt dat deze activiteit of ontwikkeling wordt uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt; en b.

na uitvoering minimaal 500 hectare in het betreffende Ganzenrustgebied overblijft. 4.7.2.4

Gemeente

Montferland Conform de APV van de gemeente Montferland is het verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te rooien als deze op de bomenlijst staan of een diameter groter dan 50 cm op 1,30 meter stamhoogte boven het maaiveld hebben (artikel 4.11). Dit betreft bomen binnen de bebouwde kom Wnb. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen. Het groenstructuurplan van de gemeente Montferland is een beleidsnota voor het behoud en de ontwikkeling van het groen binnen de gemeente. De gemeente Montferland heeft voor iedere kern een uitgebreide vertaling van de visie gevat in een eigen werkboek. Monumentale en beeldbepalende bomen zijn reeds beschermd. In het groenstructuurplan van Montferland wordt die bescherming herbevestigd. Daarnaast worden in het groenstructuurplan ook andere elementen die essentieel zijn voor de groenstructuur in de kernen beschermd. Doetinchem Conform de bomenverordening van de gemeente Doetinchem is het verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te rooien als deze op de bijzondere bomenlijst staan, het een openbare boom betreft met een stamomtrek van meer dan 60 cm of een particuliere boom met een stamomtrek van meer dan 120 cm op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld (artikel 2 lid 4 en 5). Deze regelgeving geldt voor zowel binnen als buiten de bebouwde kom Wnb.

Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen. Provinciale en gemeentelijke kaarten zijn gecombineerd en aangevuld tot de Groenstructuurkaart Doetinchem 2017. De groenstructuurkaart bestaat uit drie deelkaarten: West (Wehl en omgeving), Midden (stad Doetinchem en omgeving) en Oost (Gaanderen en omgeving). Bij het samenstellen van de groenstructuurkaart staat de opgave ‘creëren van de groene waas’ uit de Structuurvisie 2035 centraal. De kaarten West en Midden zijn relevant voor onderhavig project.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

74/152

4.7.3

Beoordelingskader en methodiek

4.7.3.1 Beoordelingskader In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) RegioExpres d.d. 27-09-2022 is het beoordelingskader vastgesteld. Voor alle milieuthema’s zijn in het beoordelingskader de aspecten en bijbehorende criteria vastgesteld. De permanente effecten tijdens de gebruiksfase worden onderzocht en, indien relevant, de tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase. Navolgende tabel toont het beoordelingskader voor het deelonderzoek natuur. De tabel wijkt af van hetgeen aangegeven in de NRD, maar voldoet minimaal aan het beoordelingskader. Voor het overzicht zijn de aspecten in drie thema’s ondergebracht. Tabel 31 Beoordelingskader natuur

Thema en aspect

Criterium

Wijze van beoordelen

Natuur Beschermde gebieden

Beschermde soorten en Rode Lijst-soorten Beschermde houtopstanden

1. Instandhoudingsdoelen Natura 2000 – stikstof 2. Instandhoudingsdoelen Natura 2000 – overige aspecten 3. Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) 4. Ecologische verbindingszones 5. Weidevogelgebied en ganzenrustgebied 6. Beschermde dier- en plantsoorten Wnb 7. Rode Lijst-soorten 8. Houtopstanden Wnb 9. Provinciaal beleid houtopstanden 10. Gemeentelijk beleid houtopstanden 11. Gemeentelijke groenstructuren

Kwantitatief en kwalitatief

Kwalitatief Kwantitatief

De beoordeling van dit deelonderzoek wordt uitgevoerd op basis van onderstaande scoretoekenning, dit is afgeleid uit het vastgestelde NRD. Omdat positieve effecten bij een infrastructurele ontwikkeling zoals de RegioExpres uit te sluiten zijn, is ten behoeve van de scoring een 3-puntsbeoordelingsschaal gebruikt. In onderstaande overzichten is per aspect aangegeven welke beoordelingscriteria zijn gehanteerd. De beoordeling vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie. Dat is de huidige situatie inclusief autonome ontwikkeling. Tabel 32 Beoordelingsschaal Instandhoudingsdoelen Natura 2000 - Stikstof

Score

Kwalitatief oordeel

Kwantitatieve score

++

Zeer positief effect

+

Positief effect

0

Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Sterke afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met significante gevolgen voor het gebied. Afname van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zonder significante gevolgen voor het gebied. Geen verandering van de stikstofdepositie op Natura 2000gebied. Stijging van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied, maar geen significante gevolgen voor het gebied. Stijging van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied met significante gevolgen voor het gebied. Extern salderen en/of ADC-toets is nodig.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

75/152

Tabel 33 Beoordelingsschaal Instandhoudingsdoelen Natura 2000 – overige aspecten

Score

Kwalitatief oordeel

++

Sterk positief effect

+ 0

Positief effect Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Kwantitatieve score Sterke verbetering van de natuurwaarden met instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Verbetering van Natura 2000-gebied. Geen effecten binnen Natura 2000-gebied. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied, maar significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen zijn uit te sluiten. Significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen niet met zekerheid worden uitgesloten. Compensatie en ADC-toets zijn nodig.

Tabel 34 Beoordelingsschaal Gelders Natuurnetwerk (GNN)

Score

Kwalitatief oordeel

++

Sterk positief effect

+

Positief effect

0

Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Kwantitatieve score Sterke verbetering van de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN. Verbetering van de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN. Geen effecten binnen het GNN. Raakvlak met het GNN, maar er is geen sprake van aantasting van de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN. Nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN.

Tabel 35 Beoordelingsschaal Groene Ontwikkelingszone (GO) en Ecologische Verbindingszone (EVZ)

Score

Kwalitatief oordeel

++

Sterk positief effect

+

Positief effect

0

Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Kwantitatieve score Sterke verbetering van de samenhang, kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GO (inclusief EVZ). Verbetering van de samenhang, kernkwaliteiten en/of ontwikkelingsdoelen van het GO (inclusief EVZ). Geen effecten binnen de GO. Raakvlak met de GO, de kernkwaliteiten (inclusief EVZ) en/of ontwikkelingsdoelen moeten per saldo worden versterkt, maar de samenhang gaat niet verloren. Raakvlak met de GO, de kernkwaliteiten (inclusief EVZ) en/of ontwikkelingsdoelen moeten per saldo worden versterkt. Samenhang gaat ook verloren.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

76/152

Tabel 36 Beoordelingsschaal weidevogelgebied en ganzenrustgebied

Score

Kwalitatief oordeel

++

Sterk positief effect

+

Positief effect

0

Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Kwantitatieve score Sterke verbetering en/of uitbreiding van weidevogelgebied en/of ganzenrustgebied. Verbetering en/of uitbreiding van weidevogelgebied en/of ganzenrustgebied. Geen effect op weidevogelgebied en/of ganzenrustgebied. Aantasting van weidevogelgebied of ganzenrustgebied, maar geen nadelige gevolgen voor de functies als broedgebied voor weidevogels en/of rustgebied voor overwinterende ganzen. Aantasting van weidevogelgebied of ganzenrustgebied. Nadelige gevolgen voor de functie als broedgebied voor weidevogels en/of rustgebied voor overwinterende ganzen.

Tabel 37 Beoordelingsschaal beschermde dier- en plantsoorten

Score

Kwalitatief oordeel

++

Sterk positief effect

+

Positief effect

0

Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Kwantitatieve score Verbetering of uitbreiding van leefgebieden van HRL-soorten en/of vogels met jaarrond beschermde nestplaats. Verbetering of uitbreiding van leefgebieden van nationaal beschermde soorten en/of algemene broedvogels. Geen aantasting of verbetering van leefgebieden van beschermde soorten. Aantasting of verlies van leefgebieden van nationaal beschermde soorten en/of algemene broedvogels. Aantasting of verlies van leefgebieden van HRL-soorten en/of vogels met jaarrond beschermde nestplaats.

Tabel 38 Beoordelingsschaal Houtopstanden

Score

Kwalitatief oordeel

++

Sterk positief effect

+ 0

Positief effect Geen/Neutraal effect

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Kwantitatieve score Aanzienlijke uitbreiding van areaal van houtopstanden (meer dan 100 bomen). Uitbreiding van areaal van houtopstanden (>0 tot 100 bomen). Geen wijziging van houtopstanden. Afname van houtopstanden (minder dan 100 bomen), waarbij kap op oude bosgroeiplaatsen is uitgesloten. Sterke afname van houtopstanden (meer dan 100 bomen) en/of er moeten bomen op oude bosgroeiplaatsen gekapt worden.

Tabel 39 Beoordelingsschaal Gemeentelijke groenstructuurplannen

Score

Kwalitatief oordeel

Kwantitatieve score

++

Sterk positief effect

Versterking van functionaliteit en uitbreiding groenstructuur.

+ 0

Positief effect Geen/Neutraal effect

Versterking functionaliteit of uitbreiding van groenstructuur.

-

Negatief effect

--

Sterk negatief effect

Raakvlak met groenstructuur maar functionaliteit van de groenstructuur blijft behouden. Raakvlak met groenstructuur waarbij de functionaliteit van de groenstructuur zal verdwijnen.

Geen effect op gemeentelijke groenstructuurplannen.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

77/152

4.7.4 Tijdelijke effecten Bij de effectbeoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen de tijdelijke effecten en de permanente effecten. Permanente effecten, zoals het ruimtebeslag van de tweede spoorbaan en sommige aanlegwerkzaamheden, zijn onherroepelijk en blijven aanwezig na afronding van de werkzaamheden. De tijdelijke effecten zijn niet onherroepelijk en treden op tijdens de aanlegfase, bijvoorbeeld bij het realiseren en gebruik van bouwterreinen en werkwegen. 4.7.4.1

Natura 2000 – Stikstof

Tijdelijke effecten De rekenjaren 2026 en 2027 zijn beschouwd. In deze jaren zal de RegioExpres worden aangelegd. Uitgangspunt in de AERIUS-berekeningen is dat de ballast middels elektrische tractie van Amsterdam naar het rangeerterrein in Arnhem wordt gebracht. Op het rangeerterrein in Arnhem wordt de elektrisch aangedreven locomotief vervangen door een diesellocomotief die de ballast naar het plangebied vervoert. Uit de berekeningen met het AERIUS model versie 2023.0.1 blijkt dat de realisatiefase van het project RegioExpres zal leiden tot een kleine toename in stikstofdepositie op 2 Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden die (naderend) overbelast zijn: Rijntakken en de Veluwe. Tabel 40 Resultaten stikstofdepositie voor rekenjaar 2026 en 2027

Jaar van realisatie 2026

Natura 2000gebied Rijntakken

Oppervlak met toename (ha) 0,01

Grootste toename van depositie (mol N/ha/jr) 0,01

2027

Veluwe

1.516,00

0,01

Rijntakken

10,61

0,01

Tabel 41 Beoordeling Natura 2000 - Stikstof (tijdelijke effecten)

Effecttype Verzuring en vermesting Eindscore

Score ---

Mitigerende maatregelen Door het treffen van maatregelen dient het effect op omliggende Natura 2000-gebieden zodanig te worden teruggebracht dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt op de bovengenoemde Natura 2000-gebieden. Dit kan bijvoorbeeld middels het toepassen van elektrisch aangedreven bouwmaterieel (tijdelijke effecten). In dit stadium is nog niet bekend welke mitigerende maatregelen ingezet zullen worden. Een en ander zal in een later stadium nader worden onderzocht en besloten. 4.7.4.2

Natura 2000 – Overige aspecten

Effectbeschrijving Het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen voor de bescherming van habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten. De werkzaamheden tijdens de aanleg omvatten af- en aanvoer van grond en aanleg van de spoorinfra (met vrachtwagens). Tijdens de werkzaamheden wordt niet geheid. De werkzaamheden worden alleen ter plaatse van de spoorbaan uitgevoerd. De spoorbaan is een reeds verstoorde omgeving. Op een afstand van minimaal 750 meter tot de werkzaamheden kan tijdelijke verstoring door de aanlegwerkzaamheden (licht, trillingen en optische verstoring) uitgesloten worden. Gezien de aard van de werkzaamheden op de werkterreinen, de afstand tot het Natura 2000-gebied, het ontbreken van regulier treinverkeer en de aanwezigheid van tussenliggende gebouwen en objecten worden indirecte negatieve effecten als gevolg van verstoring door geluid, trillingen, licht en optische verstoring uitgesloten.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

78/152

Effectbeoordeling Gelet op bovenstaande is een effect als gevolg van verstoring vanwege de bouwwerkzaamheden uit te sluiten. Oppervlakteverlies en barrièrewerking zijn vanwege de afstand van Natura 2000-gebieden tot de spoorbaan niet aan de orde. Tabel 42 Effectbeoordeling tijdelijke effecten op Natura 2000.

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

0

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

0

Mitigatie en herbeoordeling Omdat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de werkzaamheden uitgesloten zijn, zijn er geen mitigerende maatregelen benodigd. 4.7.4.3

Gelders Natuurnetwerk (GNN)

Effectbeschrijving De werkterreinen en werkwegen hebben raakvlak met het Gelders Natuurnetwerk (zie deelrapport Natuur). De aanwezige natuurwaarden worden na afloop van de werkzaamheden hersteld, maar zullen niet direct in de oorspronkelijke staat terug kunnen worden gebracht. Het afnemende ruimtebeslag wordt daarom beoordeeld als een permanent effect (zie paragraaf 4.7.5.3). Er ontstaat verstoring door de aanleg van en het gebruik van de werkwegen en werkterreinen in de aanlegfase. Het omliggende GNN is in de huidige situatie relatief rustig gelegen en over de spoorbaan passeren enkel treinen. Door de aanwezigheid van mensen en materieel en de uitvoering van de werkzaamheden ontstaat optische, geluids- en lichtverstoring, wat invloed heeft op de beschikbaarheid van het GNN als leefgebied voor das (kernkwaliteit gebied De Liemers Oost). Mogelijk ontstaat lokaal ook verstoring door trillingen bij inzet van het materieel. Effectbeoordeling De voorgenomen werkzaamheden kunnen tijdelijk leiden tot nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN. Hierbij is raakvlak met GNN zoveel als mogelijk vermindert door de ligging van de werkterreinen en werkwegen te optimaliseren, en daarmee tijdelijke effecten te beperken.

De tijdelijke werkwegen en werkterreinen komen echter over vrijwel de gehele lengte van de spoorbaan te liggen waardoor menselijke activiteit toeneemt en dekking door groenstructuren afneemt. Hierdoor wordt oversteken bemoeilijkt voor das. Ook verstoren de werkzaamheden de omliggende gebieden, waardoor soorten hun leefgebied kunnen gaan verlaten. Indirect vindt hierdoor dus ook tijdelijk oppervlakteverlies plaats. Tabel 43 Effectbeoordeling tijdelijke effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies Barrièrewerking

---

Verstoring

--

Eindscore

--

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

79/152

Mitigatie en herbeoordeling Maatregelen om tijdelijke verstoring te mitigeren bestaan uit het gebruik van afschermende lichtbronnen, het niet werken na zonsondergang of in het broedseizoen, enz. De te kiezen maatregelen staan nader beschreven in hoofdstuk 4 van het deelrapport Natuur. Daarmee wordt ook het tijdelijk oppervlakteverlies door verstoring beperkt. Barrièrewerking wordt daarmee echter niet verminderd. Met inachtneming van deze mitigerende maatregelen wordt de effectbeoordeling als volgt: Tabel 44 Effectbeoordeling tijdelijke effecten na mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

--

Verstoring

-

Eindscore

--

4.7.4.4

Groene Ontwikkelingszone (GO)

Effectbeschrijving Door de aanleg van de werkterreinen vindt er tijdelijk ruimtebeslag op de GO plaats. Er is geen ruimtebeslag op de EVZ. De bouwwerkzaamheden tussen Didam en Wehl treffen het bosgebied dat deel uitmaakt van de Ecologische Verbindingszone en kunnen leiden tot een aantasting hiervan. Omdat de oorspronkelijke situatie niet direct hersteld kan worden na afloop van de werkzaamheden, wordt het effect als permanent beschouwd. Het effect van het ruimtebeslag wordt besproken onder paragraaf 4.7.5.4 Ook ontstaat tijdelijk verstoring van het omliggende GO en EVZ door het gebruik van de werkwegen en werkterreinen bij de aanlegfase. Door de aanwezigheid van mensen en materieel ontstaat optische, geluids- en lichtverstoring. Mogelijk ontstaat lokaal ook verstoring door trillingen bij inzet van het materieel. Hierdoor vindt ook indirect ruimtebeslag plaats doordat soorten het gebied tijdelijk verlaten. De voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte en/of samenhang van het GNN. Hierbij is raakvlak met GNN zoveel als mogelijk verminderd door de ligging van de werkterreinen en werkwegen te optimaliseren, en daarmee tijdelijke effecten te beperken.

De tijdelijke werkwegen en werkterreinen komen echter over vrijwel de gehele lengte van de spoorbaan te liggen waardoor menselijke activiteit toeneemt en dekking door groenstructuren afneemt. Hierdoor wordt oversteken bemoeilijkt voor alle soorten die voorkomen in het GNN. Ook verstoren de werkzaamheden de omliggende gebieden, waardoor soorten hun leefgebied kunnen gaan verlaten. Indirect vindt hierdoor dus ook tijdelijk oppervlakteverlies plaats. Tabel 45 Beoordeling Gelders Natuurnetwerk (tijdelijke effecten)

Effecttype Oppervlakteverlies Barrièrewerking Verstoring Eindscore

Score -----

Mitigerende maatregelen Voor de continuering en borging van waarden en kenmerking van het GNN op de lange termijn van belang dat het verdwijnende areaal elders weer aan het gebied toegevoegd wordt. Dit wordt uitgevoerd door compensatiegebieden in te richten in het Stilliwald, als onderdeel van de GNNcompensatiemaatregelen.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

80/152

Maatregelen die toegepast worden voor beschermde soorten (paragraaf 4.7.4.6) kunnen toegepast worden om tijdelijke verstoring te mitigeren. Daarmee wordt tijdelijk oppervlakteverlies ook beperkt. Barrièrewerking wordt daarmee niet verminderd. Met inachtneming van deze mitigerende maatregelen wordt de effectbeoordeling van tijdelijke effecten als volgt: Tabel 46 Beoordeling Gelders Natuurnetwerk (tijdelijke effecten) na maatregelen

Effecttype Oppervlakteverlies Barrièrewerking Verstoring Eindscore

Score ----

4.7.4.5 Weidevogelgebied en ganzenrustgebied Effectbeschrijving Er vinden geen werkzaamheden plaats in of nabij weidevogelgebied of ganzenrustgebied. Het dichtstbijzijnde gebied is een ganzenrustgebied op 700 meter ten zuiden van het plangebied. Een weidevogelgebied ligt op minimaal 3,3 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. Gezien de aard van de werkzaamheden (spoorgebonden werkzaamheden, geen heiwerkzaamheden), en de aanwezigheid van buffers zoals de A12 en omliggende bebouwing tussen de werkzaamheden en het weidevogel- en ganzenrustgebied, zal geen effect plaatsvinden op deze gebieden door de tijdelijke aanlegwerkzaamheden. Effectbeoordeling Tijdelijke negatieve effecten op weidevogelgebied of ganzenrustgebied zijn uitgesloten. Tabel 47 Effectbeoordeling tijdelijke effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

0

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

0

Mitigatie en herbeoordeling Er vindt geen mitigatie plaats omdat er geen negatieve effecten plaatsvinden op weidevogelgebied en ganzenrustgebied. Een herbeoordeling is niet van toepassing. 4.7.4.6 Beschermde soorten Effectbeschrijving Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt, Rode Lijst-soorten en vrijgestelde soorten. In bijlage 9 van deelrapport Natuur zijn tabellen opgenomen met de soorten die in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen, op basis van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) en de bevindingen van de onderzoeken. In onderstaande tabel worden alleen de soorten beschreven die binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Ook hier zijn de tijdelijke effecten oppervlakteverlies, barrièrrewerking en verstoring onderzocht.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

81/152

Tabel 48 Totaalbeoordeling effecten per soortgroep

Soortgroep Vaatplanten Vogels met jaarrond beschermde nesten Algemene broedvogels

Beschermde Soorten? Nee Ja

Effectscore 0 --

Toelichting Rode Lijst-soorten vergraven. Aantasting en verstoring van essentiële haag huismus en nest steenuil.

Ja

-

Aantasting en verstoring broedlocaties.

Grondgebonden zoogdieren

Ja

-

Vleermuizen

Ja

0

Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelden

Ja Nee Nee Nee

0 0 0

Toename versnippering van het bosgebied tussen Wehl en Didam voor zoogdieren waaronder das, steenmarter, boommarter, ree en eekhoorn. Geen effect op essentieel foerageergebied, vliegroutes of verblijfplaatsen. Aantasting leefgebied hazelworm. Raakvlak met algemene vrijgestelde amfibieën. Raakvlak met algemene vrijgestelde vissen. Negatief effect op waardplanten kleine parelmoervlinder, een Rode Lijstsoort.

Totaalscore

--

Omdat er sprake is van aantasting van diverse ontheffingsplichtige natuurwaarden, waaronder functies van vogels met jaarrond beschermde nesten en leefgebied van hazelworm, is de effectscore voor alle effecttypen negatief tot zeer negatief. Tabel 49 Eindbeoordeling effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

--

Barrièrewerking

-

Verstoring

--

Eindscore

--

Met inachtneming van de maatregelen die genoemd staan in hoofdstuk 4 van het deelrapport Natuur kunnen effecten barrièrewerking en verstoring op de meeste aangetroffen soorten worden uitgesloten of beperkt. De effectscore voor de soortgroepen verandert hierdoor als volgt. Tabel 50 Effectbeoordeling na mitigatie per soortgroep

Soortgroep Vaatplanten Vogels met jaarrond beschermde nesten

Beschermde Soorten? Nee Ja

Effectscore 0 --

Toelichting Rode Lijst-soorten vergraven. Verstoring van essentiële haag huismus langs het spoor, broedlocaties kerkuil en gierzwaluw en broedlocatie steenuil kan worden voorkomen, aantasting haag bij station Doetinchem de Huet niet.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

82/152

Algemene broedvogels

Ja

0

Nesten niet aangetast of verstoord.

Grondgebonden zoogdieren

Ja

0

Faunapassages vrijhouden tijdens aanlegfase en minder regulier treinverkeer.

Vleermuizen

Ja

0

Reptielen Amfibieën

Ja Nee

0

Vissen Ongewervelden

Nee Nee

0 0

Geen effect op essentieel foerageergebied, vliegroutes of verblijfplaatsen. Aantasting leefgebied hazelworm. Raakvlak voorkomen rugstreeppad en vrijgestelde amfibieën door maatregelen. Raakvlak voorkomen door maatregelen. Negatief effect op waardplanten kleine parelmoervlinder.

Totaalscore

--

De effectbeoordeling na mitigerende maatregelen is dan als volgt: Tabel 51 Eindbeoordeling na mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

--

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

--

4.7.4.7 Houtopstanden Een groot deel van de effecten uit de realisatiefase zijn tijdelijk, uitgezonderd van bomenkap van volwassen bomen. De tijdelijke effecten worden hieronder per gemeente beschreven. Montferland Voor de aanleg van werkwegen en werkterreinen worden in de gemeente Montferland met name struiken en jonge bomen (diameter kleiner dan 30 centimeter) gekapt. Deze groenelementen kunnen in relatief korte tijd weer terug groeien. Naar verwachting zullen deze tijdelijke effecten op de belangrijke groenelementen en doorzichten naar de omgeving geen afbreuk doen aan de groenstructuren. Op één locatie wordt een grotere hoeveelheid bomen gekapt. Dit is het gebied wat grenst aan de Oude Beekseweg langs de spoorbaan in Didam. Dit gebied is tevens onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Didam. Door de ingreep wordt de hoofdgroenstructuur tijdelijk aangetast door de aanleg van de werkterreinen en werkwegen, maar ook permanent (zie paragraaf 4.7.5.8). Doetinchem In Wehl worden, op de hoofdstructuur bomen na, geen structuren doorkruist die tijdelijk een verlies van functionaliteit kan krijgen. Er vindt tijdelijk ruimtebeslag plaats in de realisatiefase waardoor de hoofdstructuur groen en nevenstructuur groen in oppervlakte afnemen, maar niet dusdanig dat de integriteit van de structuur verdwijnt.

Voor deze aantasting geldt het Nee, tenzij principe, waarvoor met de gemeente naar passende compensatie zal worden gekeken. In Doetinchem staan bomen die als bijzondere bomen zijn aangeduid. Hiervoor geldt dat bij bomenkap voor de realisatiefase mogelijk de samenhang van structuren afneemt en bijzondere bomen verloren gaan.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

83/152

Effectbeoordeling De oppervlakteafname is beperkt gezien de omvang van de omliggende structuren en de tijdelijke aard van de werkzaamheden in de realisatiefase. De samenhang van het netwerk van groen en bomen blijft daardoor tijdens de aanlegfase intact. De groenhoofdstructuur in Didam wordt echter wel aangetast. Tabel 52 Effectbeoordeling permanente effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

-

Verstoring

0

Eindscore

-

Mitigatie en herbeoordeling In het algemeen wordt geadviseerd om nadelige effecten op het functioneren van de groenstructuren zoveel mogelijk te mitigeren door deze te behouden, eromheen te werken en zo min mogelijk verlichting toe te passen rondom deze elementen. Dit geldt niet alleen voor volwassen bomen, maar ook voor struikvormers, hagen, struwelen en jonge bomen. Wanneer verlichting noodzakelijk is wordt geadviseerd deze weg te richten van het groenelement, een lage armatuur te gebruiken en te kiezen voor een armatuur met een kleine straal. Ook dient ruimtebeslag op deze elementen zoveel mogelijk beperkt te worden, door alternatieve uitvoeringswijzen te kiezen. Voor de groene corridor/hoofdstructuur bij Didam worden specifieke maatregelen aanbevolen. Belangrijke groenelementen en groene corridor parallel aan de spoorlijn dienen functioneel gehouden te worden tijdens de werkzaamheden. Dat kan gedaan worden door altijd een strook (minimaal 2 meter) van groen met voldoende dekking (bijvoorbeeld bramenstruiken, hoog gras of struikgewas) vrij te houden. Deze strook mag tussen zonsondergang en zonsopkomst niet verlicht zijn en er mogen ook geen barrières in de strook gelegd worden die de doorgang kunnen beperken, zoals materieel. Tabel 53 Effectbeoordeling permanente effecten na mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

-

Verstoring

0

Eindscore

-

Houtopstanden buiten bebouwde kom Houtopstanden zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) als zij buiten de bebouwde kom Wnb staan en onderdeel uitmaken van een oppervlakte bos van meer dan 10 are (1.000 m 2) of van een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat (artikel 1.1 lid 1 Wnb). Indien zij niet onder een uitzondering zoals genoemd in artikel 4.1 van de Wnb vallen geldt een meldingsplicht en herplantplicht. Dit moet worden afgestemd met de provincie Gelderland. De APV van de gemeente Montferland heeft geen betrekking op bomen buiten de bebouwde kom Wnb. Bomen buiten de bebouwde kom Wnb van de gemeente Doetinchem kunnen zowel onder de bomenverordening als beschermde houtopstanden Wnb vallen.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

84/152

4.7.5

Permanente effecten

4.7.5.1 Natura 2000 – Stikstof Effectbeschrijving Vanwege de RegioExpres slaat er extra stikstof neer op een aantal Natura 2000-gebieden De extra belaste natuurgebieden bevatten allemaal habitattypen die reeds overbelast zijn met stikstof. Uit de berekening met het AERIUS model versie 2023.0.1 blijkt dat de gebruiksfase van het project RegioExpres zal leiden tot een toename in stikstofdepositie op 6 Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of -soorten die (naderend) overbelast zijn. Het betreft met name de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe. De maximale permanente depositie per Natura 2000gebied bedraagt 1,03 mol/ha/jr. De maximale afname bedraagt 0,16 mol/ha/jr (onderstaande tabel). Het feit dat er een afname van stikstofdepositie is op de Natura 2000-gebieden Korenburgerveen, Bekendelle en Wilinks Weust wordt veroorzaakt door het feit dat daar de bijdrage van de stoptreinen zwaarder weegt dan die van de RegioExpres, en de stoptreinen gemiddeld korter zijn dan in de referentiesituatie. Tabel 54 Deposities op Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase vanaf 2027

Natura 2000gebied

Rijntakken Veluwe Landgoederen Brummen Sint Jansberg De Bruuk Stelkampsveld Korenburgerveen Bekendelle Willinks Weust

Oppervlak met toename (ha) 110,75 33.028,03 70,73

Grootste toename van depositie (mol N/ha/jr) 1,03 0,15 0,04

Oppervlak met afname (ha) 0,00 0,00 0,00

Grootste afname van depositie (mol N/ha/jr) 0,00 0,00 0,00

82,70 13,19 0,06 0,00 0,00 0,00

0,01 0,01 0,01 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 162,53 30,69 1,20

0,00 0,00 0,00 0,01 0,16 0,01

Effectbeoordeling Tabel 55 Beoordeling Natura 2000 - Stikstof (permanente effecten)

Effecttype

Score

Verzuring en vermesting

--

Eindscore

--

Mitigatie en herbeoordeling Rijden met HVO (in plaats van reguliere diesel) reduceert stikstofemissie bij de bron. Door TNO/Movares uitgevoerd (praktijk)onderzoek (in samenwerking met Arriva, ProRail en provincie Gelderland) heeft uitgewezen dat deze maatregel de stikstofdepositie ten gevolge van project RegioExpres reduceert. Een AERIUS-berekening op basis van door TNO bepaalde emissie kentallen voor HVO wijst uit dat het project nog slechts voor het Natura 2000-gebied Rijntakken zou leiden tot een toename in stikstofdepositie van maximaal 0,15 mol N/ha/jaar. Op 13 andere Natura 2000gebieden zou een afname in stikstofdepositie plaatsvinden ten opzichte van de referentiesituatie. De stikstofdepositie die niet wordt weggenomen met de bronmaatregel dient opgelost te worden binnen het ecologisch vervolgonderzoek, bijvoorbeeld door ‘extern salderen'. Dit houdt in dat andere emissiebronnen in de omgeving van de stikstofgevoelige natuur die door het project wordt belast weg

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

85/152

worden genomen om zo het negatieve projecteffect te voorkomen. Deze maatregel is binnen project RegioExpres nog niet onderzocht, maar zou, eventueel in combinatie met de bovengenoemde bronmaatregel, een oplossing kunnen bieden. Tabel 56 Effectbeoordeling permanente effecten na mitigatie

Effecttype

Score

Verzuring en vermesting

--

Eindscore

--

4.7.5.2

Instandhoudingsdoelen Natura 2000 – Overige aspecten

Effectbeschrijving Met betrekking tot soorten die aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn zijn de eerste geschikte gebieden op circa 1.300 meter gelegen ten opzichte van het plangebied. Voor soorten die aangewezen zijn in het kader van de Vogelrichtlijn zijn de eerste geschikte gebieden op circa 750 meter afstand gelegen. Omdat de voorgenomen ontwikkelingen niet in Natura 2000-gebieden plaatsvinden, leidt de realisatie van het voorgenomen plan niet tot ruimtebeslag of versnippering in deze gebieden. Na afloop van de werkzaamheden zal één extra sneltrein per uur in beide richtingen rijden. Tussen Arnhem en Doetinchem stoppen de treinen niet. Verstoring kan ontstaan door treinen die vaker en met hogere snelheid over het traject gaan rijden en daardoor meer geluid produceren. Gezien de afstand tussen de spoorbaan en de omliggende Natura 2000-gebieden (minimaal 750 meter) en het feit dat er bebouwing tussen de spoorbaan en Natura 2000-gebieden aanwezig is, wordt een effect op Natura 2000-gebieden door optische verstoring uitgesloten. Een extra effect vanwege toename van geluid en trillingen wordt tevens uitgesloten omdat de spoorbaan een reeds zeer verstoorde omgeving is, en de bijdrage van de RegioExpres redelijkerwijs wegvalt in de huidige geluidsverstoring.

Er worden geen structuren doorsneden die een verbindende functie hebben voor Natura 2000gebieden in de wijdere omgeving. Er vindt daarom geen barrièrewerking plaats in Natura 2000gebieden. Effectbeoordeling Aangezien er een buffer aanwezig is tussen de spoorbaan en de Natura 2000-gebieden en de spoorbaan reeds een verstoorde omgeving is, wordt er geen extra verstoring verwacht vanwege de RegioExpres. Tabel 57 Effectbeoordeling permanente effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

0

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

0

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

86/152

Mitigatie en herbeoordeling Er vindt geen mitigatie plaats omdat er geen negatieve effecten plaatsvinden op Natura 2000gebieden (uitgezonderd van stikstofeffecten). Een herbeoordeling is niet van toepassing. 4.7.5.3

Gelders Natuurnetwerk

Effectbeschrijving Zoals onder 'tijdelijke effecten’ is beschreven kruist het spoortraject het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De voorgenomen ontwikkeling tussen Didam en Wehl legt beslag op gebieden die behoren tot het GNN. Bij het GNN gaat het om het ruimtebeslag op de volgende natuurtypen: • 5.436 m2 GNN zonder natuurtype. Dit betreft gemaaid gras langs de spoorbaan; • 2.247 m2 GNN met natuurtype ‘N16.04 Vochtig bos met productie’; • 724 m2 GNN met natuurtype ‘N16.03 Droog bos met productie’; • 214 m2 GNN met landschapselementtype ‘L01.07 Laan’. De toename van frequentie in het treinverkeer (eenmaal per uur in twee richtingen) hebben geen effect op het GNN. De spoorbaan is een reeds verstoorde omgeving. Het toevoegen van twee treinen per uur valt redelijkerwijs weg in de huidige verstoring langs de spoorbaan. Tabel 58 Effectbeoordeling permanente effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

--

Barrièrewerking

--

Verstoring

--

Eindscore

--

Compensatie en herbeoordeling Voor het compenseren van oppervlakte dient naast de daadwerkelijke oppervlakte ook gekeken te worden naar de ontwikkeltijd van het natuurtype om te bepalen of er nog een oppervlaktetoeslag toegevoegd dient te worden. Uiteindelijk komen de fysiek te compenseren oppervlaktes hiermee uit op het volgende: n 5.436 m2 (0,54 ha) grasland; o 1.207 m2 (0,12 ha) GNN met natuurtype ‘N16.03 Droog bos met productie’; p 3.746 m2 (0,37 ha) GNN met natuurtype ‘N16.04 Vochtig bos met productie’. Dit betreft een totale compensatieopgave van 10.388 m2 (1,04 ha). De provincie heeft drie locaties in landgoed Stilliwald voorzien om de compensatie te realiseren (Figuur 37 en Figuur 38). Deze percelen zijn aangeduid als natuurtype N00.001, niet binnen het GNN gelegen, en voldoen daarmee aan de eis voor compensatie. In Tabel 59 is aangegeven welke natuurbeheertypes gerealiseerd gaan worden binnen de compensatiegebieden. Hiermee wordt aan de compensatieopgave van het GNN voldaan (ook met in acht name van de versterkingsopgave voor de GO).

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

87/152

Tabel 59 Overzicht compensatie natuurbeheertypes percelen Stilliwald

Perc eel A

C D

Type N12.02 kruiden- & faunarijk grasland N15.02 dennen-, eiken- & beukenbos N10.02 vochtig hooiland N15.02 dennen-, eiken- & beukenbos

Categorie

Abiotiek

Oppervlakte (ha)

Opgave GNN

Netto over (GO)

1

Droog

1,93

0,54

0,89

2

Droog

0,39

0,12

0,27

2

Vochtig

0,74

0,37

0,37

2

Droog

0,66

-

0,66

Figuur 37 Locatie compensatiepercelen landgoed Stilliwald. De compensatie van GNN betreft inrichting van percelen A, C en D.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

88/152

Figuur 38 Locatie compensatiepercelen landgoed Stilliwald. De compensatie van GNN betreft inrichting van percelen A, C en D.

Mitigatie en herbeoordeling Door de aanleg van faunapassages (zie paragraaf 4.7.5.4) kan de barrièrewerking gemitigeerd worden. Ook worden aanwezige faunapassages en andere onderdoorgangen verlengd, zodat deze beschikbaar blijven in de nieuwe situatie. Met inachtneming van de mitigerende maatregelen wordt het effect op het GNN als volgt beoordeeld: Tabel 60 Effectbeoordeling permanente effecten na mitigatie/compensatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

--

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

--

4.7.5.4

Groene Ontwikkelingszone en Ecologische Verbindingszone

Effectbeschrijving De voorgenomen ontwikkeling legt een ruimtebeslag op de gebieden die behoren tot de GO met een oppervlakte van 1,43 hectare zonder natuurtype. Het betreft hier stroken aan de noord- en zuidzijde van de spoorbaan tussen Didam en Wehl. Het oppervlak bestaat uit: n 0,23 hectare GO bestaand uit kruidenrijk grasland langs het spoor, en; o 1,20 hectare GO bestaand uit productiegrasland. Het plangebied waar werkzaamheden uitgevoerd gaan worden ligt in deelgebied De Liemers Oost waarvoor kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen vastgesteld zijn (zie paragraaf 3.1.2 in deelrapport

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

89/152

Natuur). Het ruimtebeslag op de GO vindt echter maar plaats op een beperkt deel van het gebied De Liemers Oost. Van de genoemde kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen zijn er dus maar enkele die ook daadwerkelijk betrekking hebben op de gebieden waar ruimtebeslag op plaatsvindt. Dit zijn ‘Leefgebied das’ en ‘EVZ Veluwe-Montferland’. De toename van frequentie in het treinverkeer (eenmaal per uur in twee richtingen) hebben geen effect op de GO. De spoorbaan is een reeds verstoorde omgeving. Het toevoegen van twee treinen per uur valt redelijkerwijs weg in de huidige verstoring langs de spoorbaan. Effectbeoordeling Doordat een verbrede spoorlijn een groter obstakel vormt in het landschap, heeft dit een negatief effect op de barrièrewerking: de passeerbaarheid van de spoorlijn tussen de ecologische verbindingszones voor soorten als de das, amfibieën en reptielen. Ook de natuurtypes die geraakt worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen zorgen voor een negatief effect. Hierdoor is het totaaleffect beoordeeld als negatief. Tabel 61 Effectbeoordeling permanente effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

-

Verstoring

-

Eindscore

-

Mitigatie en compensatie De GNN en GO zijn in het plangebied met elkaar verbonden. Maatregelen voor het GNN werken door op het GO en vice versa. Voor de aantasting van het GO is een versterkingsplan opgesteld. Om op de benodigde versterking van het EVZ-model das uit te komen wordt uitgegaan van de volgende maatregelen: • Realisatie van twee kleine zoogdiertunnels/faunapassages over het traject ten behoeve van de das; • Realisatie van drie holle dwarsligger faunapassages (DFP) over het traject ten behoeve van herpetofauna (amfibieën en reptielen); • Waarborging van oversteekplekken voor groot wild (reeën); • Realisatie van droog bos zoals dennen-, eiken- & beukenbos (N15.02) met een oppervlakte van 0,93 hectare (9.300 m2); • Realisatie van kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) met een oppervlakte van 0,89 hectare (8.900 m2); • Realisatie van vochtig hooiland (N10.02) met een oppervlakte van 0,37 hectare (3.700 m 2); • Realisatie van een houtwal (L01.02) met een totale oppervlakte van 0,18 hectare (1.800 m 2); • Versterken van bestaande singels (398 meter). De faunapassages staan afgebeeld in onderstaande figuur 39.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

90/152

Figuur 39 Toekomstige ligging faunapassages

De compensatiegebieden voor het verlies aan GO-areaal zijn opgenomen in Figuur 37, Figuur 38 en Tabel 59 Overzicht compensatie natuurbeheertypes percelen Stilliwald Herbeoordeling na mitigatie/compensatie Met inachtneming van bovenstaande mitigerende maatregelen wordt het effect op de GO en de EVZ als volgt beoordeeld: Tabel 62 Effectbeoordeling permanente effecten na mitigatie/compensatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

-

4.7.5.5

Weidevogelgebied en ganzenrustgebied

Effectbeschrijving Er vinden geen werkzaamheden plaats in of nabij weidevogelgebied of ganzenrustgebied. Het dichtstbijzijnde ganzenrustgebied ligt op 700 meter ten zuiden van het plangebied. Het dichtstbijzijnde weidevogelgebied ligt op minimaal 3,3 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. De toename van frequentie in het treinverkeer (eenmaal per uur in twee richtingen) hebben geen effect op het GNN. De spoorbaan is een reeds verstoorde omgeving. Het toevoegen van twee treinen per uur valt redelijkerwijs weg in de huidige verstoring langs de spoorbaan.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

91/152

Effectbeoordeling Het weidevogelgebied en ganzenrustgebied zullen door de voorgenomen ingreep geen negatieve effecten ondervinden gezien de afstand tot de spoorbaan en de reeds aanwezige verstoring rond het spoor. Tabel 63 Effectbeoordeling permanente effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

0

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

0

Mitigatie en herbeoordeling Wat betreft weidevogelgebied en ganzenrustgebied en de ligging van het plangebied ten opzichte van deze gebieden heeft de voorgenomen ontwikkeling geen mitigatie of herbeoordeling nodig. 4.7.5.6 Beschermde soorten Effectbeschrijving Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt, Rode Lijst-soorten en vrijgestelde soorten. In Bijlage 9 zijn tabellen opgenomen met de soorten die in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen, op basis van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) en de bevindingen van de onderzoeken. In paragraaf 3.1.4 van het deelrapport Natuur wordt beschreven welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Tabel 64 Effectbeoordeling permanente effecten voor mitigatie per soortgroep

Soortgroep Vaatplanten Vogels met jaarrond beschermde nesten Algemene broedvogels

Beschermde Soorten? Nee Ja

Effectscore 0 0

Ja

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

-

Vleermuizen

Ja

0

Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelden

Ja Nee Nee Nee

0 0 0

Totaalscore

Ja

-

Toelichting Rode Lijst-soorten vergraven Geen effect op jaarrond beschermde nesten. Hagen huismus en horsten/nesten overige soorten liggen op voldoende afstand en/of in reeds verstoorde omgeving. Aantasting broedlocaties mogelijk.

Versnippering van het bosgebied tussen Wehl en Didam en aanrijdingsslachtoffers van grondgebonden zoogdieren (waaronder das, steenmarter, boommarter, ree en eekhoorn). Geen effect op essentieel foerageergebied, vliegroutes of verblijfplaatsen. Aantasting leefgebied hazelworm. Raakvlak algemeen vrijgestelde amfibieën Geen effect op waterlichamen Ruimtebeslag waardplanten kleine parelmoervlinder, een Rode Lijstsoort.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

92/152

Bovenstaande resulteert voor wat betreft de permanente effecten op oppervlakteverlies, barrièrewerking en verstoring als volgt: Tabel 65 Beoordeling beschermde soorten (permanente effecten, voor mitigatie)

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

-

Verstoring

0

Eindscore

-

Mitigatie en herbeoordeling De meeste mitigerende maatregelen voor de tijdelijke effecten (zie paragraaf 4.7.4.6) zijn ook van toepassing voor permanente effecten, maar dan voor een kleiner oppervlakte. In het kader van versterkingsmaatregelen voor de GO worden vijf faunapassages aangelegd die diverse soorten kunnen gebruiken (zie paragraaf 4.7.4.4). Reeds aanwezige faunapassages en andere onderdoorgangen worden verlengd zodat deze functioneel blijven. Het effect van de versnippering wordt daarmee geminimaliseerd. Voor de hazelworm dient een ontheffing cf. artikel 3.10 Wnb aangevraagd te worden omdat de spoorbaan ruimtebeslag legt op het leefgebied. Door het treffen van passende mitigerende en compenserende maatregelen kan deze ontheffing verkregen worden (zie paragraaf 4.7.4.4). Tabel 66 Beoordeling effecten na mitigatie per soortgroep

Soortgroep Vaatplanten Vogels met jaarrond beschermde nesten Algemene broedvogels Grondgebonden zoogdieren

Beschermde Soorten? Nee Ja

Effectscore 0 0

Ja

0

Ja

0

Vleermuizen

Ja

0

Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelden

Ja Nee Nee Nee

0 0 0

Totaalscore

Ja

-

Toelichting Rode Lijst-soorten vergraven Geen effect op vogels met jaarrond beschermde nesten door treffen maatregelen.

Aantasting nesten voorkomen door maatregelen te treffen. Versnippering van het bosgebied tussen Wehl en Didam en aanrijdingsslachtoffers voorkomen door faunapassages te realiseren en hekwerk aan te passen. Geen effect op essentieel foerageergebied, vliegroutes of verblijfplaatsen. Permanente aantasting leefgebied hazelworm. Geen effect door treffen maatregelen. Geen effect. Ruimtebeslag waardplanten kleine parelmoervlinder, een Rode Lijstsoort.

Ook na het treffen van maatregelen vindt er een negatief effect plaats doordat ruimtebeslag plaatsvindt op vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de hazelworm. De totaalbeoordeling wordt dan als volgt.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

93/152

Tabel 67 Eindbeoordeling permanente effecten na mitigatie

Effecttype

Score

Oppervlakteverlies

-

Barrièrewerking

0

Verstoring

0

Eindscore

-

4.7.5.7

Houtopstanden

Effectbeschrijving In Tabel 68 t/m Tabel 71 wordt weergeven welke aantallen vergunningsplichtige bomen gekapt zullen worden ten behoeve van de totale werkzaamheden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het beleid waaronder de te kappen bomen vallen. De 47 vergunningsplichtige bomen gekapt binnen de gemeente Montferland vallen onder de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente Montferland. De 36 bomen van de gemeente Doetinchem vallen onder de Bomenverordening. Tabel 68 Vergunningsplichtige bomen binnen de bebouwde kom Wnb per gemeente.

Bomen

Montferland 47

Doetinchem 36

Er zijn 13 vergunningsplichtige bomen in gemeente Montferland en 1 boom in gemeente Doetinchem die gekapt worden buiten de bebouwde kom maar die niet voldoen aan de vereisten voor Wnb houtopstanden. Voor de gemeente Montferland zijn geen beleidsregels opgenomen voor bomen buiten de bebouwde kom, voor de gemeente Doetinchem wel. Tabel 69 Ontheffingsplichtige en/of vergunningsplichtige bomen buiten de bebouwde kom Wnb

Bomen

Montferland 13

Doetinchem 1

Buiten de bebouwde kom staan 35 vergunningsplichtige te kappen bomen die zowel onderdeel zijn van Wnb houtopstanden als voldoen aan de eisen om onder de Bomenverordening van Doetinchem te vallen. Tabel 70 Ontheffingsplichtige houtopstanden die ook onder de Bomenverordening van Doetinchem vallen

Wnb + Doetinchem Bomen

35

Buiten de bebouwde kom staan 6 te kappen houtopstanden Wnb. Hiervan zijn twee houtopstanden onderdeel van het GNN.

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

94/152

Tabel 71 Ontheffingsplichtige houtopstanden die ook onder de Bomenverordening van Doetinchem vallen

Locatie

Oppervlakte (m2)

GNN

A

852

Nee

B

464

Ja, N16.03

C

1.782

Ja, N16.04

D

280

Nee

E

1.168

Nee

F

232

Nee

Totaal

4.778

Effectbeoordeling Er worden ten behoeve van de spoorverbreding in totaal 119 ontheffings- en/of vergunngingsplichtige bomen gekapt en 4.778 m2 aan ontheffingsplichtige houtopstanden gerooid. Dit betekent dat er een sterke afname van houtopstanden Wnb en individuele bomen zowel binnen als buiten de bebouwde kom plaatsvindt. Hiervan is 190 m2 onderdeel van oude bosgroeiplaatsen: • 145 m2 betreft rooi ten behoeve van bouwwegen, dit areaal kan hersteld worden op dezelfde locatie • 45 m2 valt binnen de contour van de spoorverdubbeling en wordt daarmee permanent aangetast Bomen en struiken die permanent gekapt worden op de oude bosgroeiplaats kunnen niet op dezelfde locatie worden terug geplant. Dat is in strijd met art. 3.91 (lid 2 sub h) van de Omgevingsverordening Gelderland. Er kan geen ontheffing worden verleend door Gedeputeerde Staten. Dit betekent dat de afwijkingsprocedure (art. 1a.4 en 1a.6 Omgevingsverordening Gelderland) doorlopen moet worden. Artikel 1a.4 van de Omgevingsverordening stelt dat van de regels in hoofdstuk 3 afgeweken kan worden, voor zover toepassing van een regel, gelet op het oogmerk daarvan: 1. onevenredig is in verhouding tot een zwaarwegend belang; of 2. een evenredige afweging van de betrokken belangen bij de optimale oplossing van een dilemma belemmert. Dit moet onderbouwd worden voor het project RegioExpres.

Deze onderbouwing wordt aan Gedeputeerde Staten voorgelegd met het verzoek tot het nemen van het besluit voor afwijken van art. 3.91 (lid 2 sub h). Gedeputeerde Staten stelt conform artikel 1a.6 van de Omgevingsverordening de Provinciale Staten in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen aan te geven over het voornemen tot besluit. Tabel 72 Vergunningsplichtige bomen per beschermingsregime (BiBeKo = binnen de bebouwde kom, BuBeKo = buiten de bebouwde kom)

BiBeKo BuBeKo

Bevoegd gezag

Aanvragen

Aantallen/oppervlakte

Montferland

Vergunning

47 bomen

Doetinchem

Vergunning

36 bomen

Gemeente Doetinchem Wnb

Vergunning

1 boom

Melding/maatwerk

Gemeente Doetinchem en Wnb

Vergunning en melding

4.778 m2 houtopstanden waarvan 190 m2 oude bosgroeiplaats 35 bomen

A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023

95/152

Het effect is hierdoor beoordeeld als zeer negatief voor het kappen van bomen. Tabel 73 Beoordeling permanente effecten voor mitigatie

Effecttype

Score

Gekapte bomen

--

Gekapte houtopstanden op oude bosgroeiplaatsen Eindscore

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45389