CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Verklaring van geen bedenkingen zonnepark Keppelseweg21.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling in forse mate bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Gelders Energie Akkoord Op 17 maart 2015 hebben ruim 100 partijen het Gelders Energie Akkoord ondertekend. Bij dit akkoord hebben diverse gemeenten, waterschappen en de provincie en andere organisaties zich verenigd om tot het akkoord te komen. In dit akkoord is uitgesproken om het aantal zonnevelden sterk te laten groeien. In het Gelders Energie Akkoord is ook het volgende opgenomen: In 2020 moet in Gelderland zeker 230,5 MW aan windenergie zijn gerealiseerd. Indien bij de tussenevaluatie in 2016 blijkt dat Gelderland de 14% duurzame energie in 2020 niet zal halen, dient onderzocht te worden of een hogere doelstelling aan Gelderse windenergie noodzakelijk is om tegenvallers bij andere vormen van duurzame energieopwekking te compenseren. Onder andere met dit beleid op het gebied van zonne-energie streeft de provincie Gelderland er naar om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het Nationaal energieakkoord in Gelderland (versneld) gerealiseerd wordt en zelfs voorbijgestreefd kan worden. In de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie (januari 2018) is specifiek beleid opgenomen voor zonnevelden. Kaders voor grootschalige zonne-energie Het aantal zonnepanelen op daken (van particulieren) heeft de laatste jaren een snelle groei doorgemaakt.

Ze zijn algemeen aanvaard als een goed 'meervoudig ruimtegebruik' waarbij vanwege de consumptie achter de meter, de aanschaf financieel aantrekkelijk is. De provincie Gelderland heeft zonnepanelen op daken gestimuleerd met het beschikbaar stellen van de Zonatlas. Plaatsing van zonnepanelen binnen bestaand bebouwd gebied is een gemeentelijke aangelegenheid. Zonnepanelen op daken zijn meestal vergunningsvrij en daarmee welstandvrij. Voor de verdere groei van zon op daken is geen aanvullend provinciaal beleid nodig. Echter, om de doelstellingen van energietransitie te halen, zijn naast zonnepanelen op daken ook veldopstellingen van zon noodzakelijk. Met het goedkoper worden van zonnepanelen en verruimde mogelijkheden in wet- en regelgeving zijn grote grondgebonden zonnevelden (>2 ha) financieel haalbaar. De ruimte om deze te realiseren ligt hoofdzakelijk in het buitengebied. Veldopstellingen ziet de provincie als een functie die, mits op een goede manier ruimtelijk ingepast, ook in het buitengebied kunnen worden ingepast. Kleine zonnevelden en lijnopstellingen Kleine zonnevelden en lijnopstellingen zijn overal mogelijk, mits ze gecombineerd worden met andere functies en/of restruimtes invullen. Zo kunnen maatwerktoepassingen gevonden worden voor dubbel ruimte gebruik. Kleine zonnevelden zijn echter ook duurder in de aanleg vanwege netaansluitkosten en kosten voor beveiliging.

Zij leveren ook een geringere bijdrage in de provinciale energiedoelstelling. Grote zonnevelden als tijdelijke functie In Gelderland zijn op dit moment relatief veel terreinen met bestemming woningbouwlocatie, bedrijventerrein of glastuinbouwgebied waar (tijdelijk) onvoldoende vraag naar is. Als de locaties voor langere tijd niet gebruikt worden zijn ze geschikt voor het tijdelijk aanleggen van grote zonnevelden. Dilemma hierbij is dat de businesscase van het zonneveld onder druk komt te staan als de duur van stroomopwekking afneemt. Een andere optie is het zonneveld definitief op deze locatie aan te leggen en de bestemming van het terrein hier op aan te passen.

28

Zonneveld Keppelseweg

Ondersteuning (kennis)ontwikkeling en kennisdeling In Nederland is het draagvlak voor zonnepanelen groot, maar er zijn nog weinig grote zonnevelden gerealiseerd. De ervaring leert dat voor het behouden van draagvlak een goed ontwerp en betrokkenheid van omwonenden van groot belang is. Bij het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de specifieke kenmerken van de plek en de omgeving. Zo kan aandacht worden besteed aan de hoogte van het park, zichtlijnen vanuit de omgeving, eventuele afscherming door beplanting en invloed van weerkaatsing van zonlicht. Door de relatief geringe hoogte van de zonnepanelen is landschappelijke inpassing vaak goed mogelijk. Bij de aanleg van grote zonnevelden dient aandacht te worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en het landschappelijk ontwerp. De betrokkenheid van omwonenden kan worden vergroot door het ruimtelijk ontwerp van het park te visualiseren en rekening te houden met hun wensen. Maar ook door financiële participatie van omwonenden mogelijk te maken en door te kijken of bij de aanleg ook andere wensen van omwonenden gerealiseerd kunnen worden, zoals het mogelijk maken van recreatief (mede) gebruik van het zonneveld. Het combineren van grote zonnevelden met andere functies in een gebied heeft de voorkeur.

Hierbij valt te denken aan een combinatie met luchthaven (zonnepanelen onder aanvliegroute vliegtuigen), defensieterreinen, stortplaatsen, wegen (eventueel op geluidsschermen), grondwaterbeschermingsgebieden en als drijvende panelen op plassen en waterbergingsgebieden. De beoordeling of grote zonnevelden ruimtelijk passend zijn laat de provincie aan de betreffende gemeente. 3.3.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is door Provinciale Staten vastgesteld op 19 december 2018 en in werking getreden op 1 maart 2019. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is beleid opgenomen betreffende de energietransitie. Het energievraagstuk is een wereldwijd vraagstuk. Het gaat aan niemand voorbij en raakt iedereen, ook in Gelderland. 'Oude' manieren van energie opwekken en gebruiken hebben teveel negatieve effecten en passen niet meer. Nieuwe manieren zijn nodig. Het provinciale streven is dat Gelderland in 2050 volledig klimaatneutraal is. Het begin van verandering is er, maar het tempo en de kracht waarmee moeten flink omhoog, wil Gelderland in de toekomst schoon en gezond blijven. Er is geen tijd te verliezen. In 2030 wil de provincie – als tussenstap – dan ook verder zijn dan landelijk is afgesproken. Forse ingrepen in de gebouwde omgeving zijn nodig om de overstap naar alternatieve, duurzame energiebronnen voor elkaar te krijgen.

Om te beginnen, zet de provincie in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huizen en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie, in de landbouw. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht; ze zijn allemaal van belang en nodig. De provincie stimuleert de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën. En: de provincie pakt de kansen die dit biedt voor de werkgelegenheid door de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op dit vlak te versterken. Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de provincie de ambitie halen. In de bodem zoekt de provincie naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten – zoals de natuur, het rivierenlandschap

met haar uiterwaarden, het zicht op het mooie erfgoed. Tegelijkertijd ontbreekt het in de Gelderse steden vaak aan ruimte om duurzame alternatieven in te passen. De provincie ziet al veel, en steeds meer, energie-initiatieven van onderop komen: zonneakkers, windmolens. Deze initiatieven wil de provincie verder ontwikkelen. Maar er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met partners moet de provincie bepalen waar de noodzakelijke extra meters gemaakt kunnen worden en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zet de provincie zich in en pakt door, als dat nodig is. Provinciale ambitie: • In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. • Als tussendoel realiseren we in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland. (on)Mogelijkheden grote zonnevelden In de Omgevingsvisie heeft de provincie zones aangewezen waar:  Grote zonnevelden mogelijk zijn,  Grote zonnevelden niet mogelijk zijn,  Grote zonnevelden onder voorwaarden mogelijk zijn.

Aan iedere categorie liggen verschillende argumenten ten grondslag. Zo zijn locaties gelegen in het Gelders Natuurnetwerk, weidevogelgebieden, rustgebieden voor winterganzen, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en glastuinbouwgebieden niet mogelijk. In andere gebieden, zoals Natura 2000, landbouwontwikkelingsgebieden, waterwingebieden, groene ontwikkelingszone, waardevol open gebied, dagrecreatiecentrum en nationaal landschap zijn grote zonnevelden onder voorwaarden mogelijk. In de overige gebieden, waar gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen, is de ontwikkeling van grote zonnevelden mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een grondgebonden zonneveld. Dit is volgens het provinciale beleid mogelijk. Het projectgebied is aangewezen als een gebied waarin grote zonneparken mogelijk zijn. Dit zijn gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. De gemeente heeft de uiteindelijke bevoegdheid om hier een groot zonneveld toe te staan.

30

Zonneveld Keppelseweg

Figuur 5: Uitsnede uit themakaart Zonne-energie (bron: Omgevingsvisie provincie Gelderland)

De ervaring leert bij de realisatie van grote zonneparken dat voor draagvlak een goed ontwerp en betrokkenheid van omwonenden van groot belang is. Bij het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de specifieke kenmerken van de plek en de omgeving. Zo kan aandacht worden besteed aan de hoogte van het park, zichtlijnen vanuit de omgeving, eventuele afscherming door beplanting en invloed van weerkaatsing van zonlicht. Door de relatief geringe hoogte van de zonnepanelen is landschappelijke inpassing vaak goed mogelijk. Bij de aanleg van grote zonneparken dient aandacht te worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en het landschappelijk ontwerp. De betrokkenheid van omwonenden kan worden vergroot door het ruimtelijk ontwerp van het park te visualiseren en rekening te houden met hun wensen. Maar ook door financiële participatie van omwonenden mogelijk te maken en door te kijken of bij de aanleg ook andere wensen van omwonenden gerealiseerd kunnen worden, zoals het mogelijk maken van recreatief (mede) gebruik van het zonnepark. Het combineren van grote zonneparken met andere functies in een gebied heeft de voorkeur.

Hierbij valt te denken aan een combinatie met luchthaven (zonnepanelen onder aanvliegroute vliegtuigen), defensieterreinen, stortplaatsen, wegen (eventueel op geluidsschermen), grondwaterbeschermingsgebieden en als drijvende panelen op plassen en waterbergingsgebieden. De beoordeling of grote zonneparken ruimtelijk passend zijn laat de provincie aan de betreffende gemeente. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het zonneveld Keppelseweg wordt ontwikkeld voor de duur van maximaal 30 jaar. De huidige bestemming blijft behouden en de ontwikkeling van het zonneveld gaat onder andere samen met de ontwikkeling van bloem- en kruidenrijk grasland, met beheer door schapen en met een landschappelijke en natuurlijke inrichting. Hiermee voorziet de ontwikkeling in een combinatie van functies. Het inrichtingsplan is opgesteld in afstemming met omwonenden en andere belanghebbenden. Ook zijn er diverse mogelijkheden voor financiële participatie. Het zonneveld draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen van de Omgevingsvisie Gelderland. Landschap en natuur Het projectgebied voor het zonneveld ligt niet in aangewezen waardevolle landschappelijke gebieden en niet in beschermde natuurgebieden.

Het projectgebied grenst aan de noordzijde wel aan een gebied dat is aangewezen als Gelders Natuur Netwerk (GNN), waarbij een kleine strook GNN in het projectgebied is opgenomen. Dit betreft natte land natuur. Natte landnatuur levert een belangrijke

bijdrage aan de ecologische diversiteit van Gelderland. Daarom streven de provincie en haar partners er samen naar om de natte landnatuur als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk duurzaam in stand te houden en zo mogelijk te versterken. Dit betekent onder andere dat de provincie de waterhuishoudkundige omstandigheden op orde willen brengen en houden. Natuurontwikkeling via functieverandering en inrichting en omvorming (bijvoorbeeld van bos naar heide) zijn erg belangrijk om natte landnatuur te versterken. De natte landnatuur bevindt zich binnen het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natte landnatuur beschermen en de watercondities voor verdroogde natte landnatuur herstellen. De provincie stelt de ambities vast via de ambitiekaart van het natuurbeheerplan en via het vaststellen van de beheerplannen Natura 2000. Met het voorliggende plan blijft de strook natte landnatuur behouden.

Figuur 6: Uitsnede uit themakaart Natuur (bron: Omgevingsvisie provincie Gelderland), aansluitend aan de noordkant van het projectgebied voor het zonneveld

32

Zonneveld Keppelseweg

Figuur 7: Uitsnede uit themakaart Waterbeleid (bron: Omgevingsvisie provincie Gelderland)

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van een zonneveld tast de kernkwaliteiten van de natuur niet aan. Met het voorliggende plan wordt de natuurlijke waarde van het projectgebied juist versterkt. Het projectgebied is straks niet meer in intensief agrarisch gebruik, maar het maaiveld wordt juist ingericht met vier vegetatie typologieën. Deze variatie is goed voor de insectenstand en deze ontwikkeling is ook gunstig voor andere fauna waarvoor insecten een voedselbron zijn, zoals de das. 3.3.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland Een Omgevingsverordening is een juridische vastlegging van de onderdelen behorende tot de Omgevingsvisie. Hierin stelt de provincie regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Provinciale Staten van Gelderland hebben op 24 september 2014 de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Op 19 december 2018 zijn de meest recente wijzigingen in de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze wijzigingen zijn op 1 maart 2019 in werking getreden. De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er een van. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de

Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Over zonnevelden laat de Omgevingsverordening zich niet specifiek uit. De provincie Gelderland heeft de besluitvorming en uitvoering van het beleid voor zonnevelden neergelegd bij de gemeenten. 3.3.4 Actualisatieplan 8 Omgevingsverordening Momenteel is Actualisatieplan 8 in procedure. Op 7 september 2021 hebben Gedeputeerde Staten het definitieve ontwerp vastgesteld. Actualisatieplan 8 zorgt ervoor dat de provinciale Omgevingsverordening helemaal voldoet aan de eisen, de taal en de bedoelingen van de Omgevingswet. En de provincie voert een aantal inhoudelijke wijzigingen door op het gebied van natuur, water, zwemwater, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Met betrekking tot zonneparken zijn de artikelen 5.73 en 5.74 relevant. Artikel 5.73 (oogmerk instructieregels over zonneparken) Deze paragraaf is opgenomen met het oog op: a. de bijdrage van zonne- en windenergie aan de energie-transitie; b. zorgvuldig ruimtegebruik; c. het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Artikel 5.74 (gebieden of locaties voor zonneparken) Lid 1 Als een omgevingsplan zonneparken in het buitengebied mogelijk maakt, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik rekening gehouden met: a.

de bijdrage van zonne-energie aan de lokale energiebehoefte; b. de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied en op daken van gebouwen in die behoefte te voorzien; c. de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of locaties waar zonneparken mogelijk zijn en de wijze waarop deze kwaliteit behouden of blijvend versterkt kan worden; d. de samenhang met het omringende landschap; e. de consequenties voor het elektriciteitsnet; en f. het huidige grondgebruik. Lid 2 Het omgevingsplan verzekert een gebruikstermijn van maximaal 30 jaar en dat na beëindiging van het gebruik het zonnepark wordt verwijderd. Lid 3 Het omgevingsplan bepaalt in welke mate de bij aanleg en gebruik van een zonnepark gerealiseerde versterking van de ruimtelijke kwaliteit na de verwijdering van dat zonnepark in stand wordt gehouden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. De provincie Gelderland heeft uitgesproken in 2050 een energieneutraal Gelderland te willen bereiken. De gemeente Doetinchem heeft als opgave om energieneutraal te zijn in 2030. Om voldoende zonne-energie op te

34

Zonneveld Keppelseweg

kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn zonnevelden noodzakelijk. Dit is o.a. verwoord in de RES 1.0 van de regio Achterhoek (zie paragraaf 3.4.3 van deze Ruimtelijke Onderbouwing), het ‘Koersdocument Doetinchem natuurlijk duurzaam’, de coalitie-agenda 2018-2022 van de gemeente Doetinchem (energieneutraal in 2030) en in de gemeentelijke beleidsdocument ‘Duurzame energieopwekking in Doetinchem’. In dit laatste beleidsdocument is bijvoorbeeld benoemd dat bij het realiseren van duurzame energie bronnen het de voorkeur heeft eerst te kijken naar de beschikbare ruimte op daken. Dan te kijken naar locaties die dubbel gebruikt kunnen worden (denk aan overkapping van parkeerterreinen, combinaties met waterberging, ruimte langs infrastructuur braakliggende terreinen, etc.) en gronden welke in aanmerking komen voor natuurontwikkeling en inefficiënt gelegen en slechte landbouwgronden. En pas dan andere gronden in aanmerking te laten komen. Echter, zo is aangegeven, weten we dat we met alleen gebruik van beschikbare ruimte in stedelijk gebied onvoldoende ruimte hebben om de benodigde energie op te wekken. Zo blijkt uit onderzoek dat de gemeente met het volleggen van daken tot maximaal 12% van de opwekopgave kan worden gekomen.

Daarbij komt dat bepaalde type opwekinstallaties zich nu eenmaal niet laten inpassen in de stedelijke omgeving. Het daadwerkelijk ontstaan van een initiatief op een bepaalde locatie is ook afhankelijk van milieu-, sociaal/ culturele, economische en technologische aspecten. Gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen kan de gemeente niet eerst het ene doen, voor de gemeente aan het andere begint (zo is weergegeven). Wel vindt de gemeente het belangrijk dat er gebieden vrijblijven van duurzame energieopwekkingsinitiatieven en dat er ruimte blijft voor de landbouw om zich te ontwikkelen. Om die reden staat de gemeente initiateven in het Gelders Natuur Netwerk in principe niet toe en stelt de gemeente een maximum van 3% aan het gebruik van landbouwgrond voor grootschalige zonneparken. Wanneer de energievraag in de gemeente volledig duurzaam wordt opgewekt, zullen initiatieven tegen elkaar afgewogen gaan worden en zullen keuzes gemaakt worden. Dit grondgebonden zonneveld van 8,8 hectare bruto, waarvan 5,9 hectare wordt aangewend voor het plaatsen van de panelen, het inkoopstation, het hekwerk, de transformatoren en de ontsluitingsweg, draagt bij aan de lokale energiebehoefte. De locatiekeuze voor het voorliggende zonnepark is zorgvuldig tot stand gekomen.

Het zonneveld binnen dit projectgebied is hier landschappelijk en natuurlijk inpasbaar, past binnen de maat en schaal van het landschap en wordt ingepast binnen de aanwezige structuren. Zie hiertoe paragraaf 2.8.3 van deze Ruimtelijke Onderbouwing. Met de ontwikkeling van het zonnepark wordt aangesloten op de huidige en potentiële kwaliteiten in en om het projectgebied. Daarnaast zijn er relatief weinig omwonenden en ligt het projectgebied op een gunstige locatie ten aanzien van de netaansluiting waarop kan worden aangesloten, waardoor het plan uitvoerbaar is. Op 2 september 2021 heeft TenneT aangekondigd dat zij structurele congestie verwacht in het 150 kV net van o.a. Gelderland gedurende de periode 2021 – 2029. TenneT heeft onderzoek naar de mogelijkheden voor congestiemanagement opgestart en de resultaten worden hiervan in de eerste maanden van 2022 verwacht. Voor het Zonnepark Keppelseweg heeft dit geen invloed. LC Energy is in 2018 met dit initiatief begonnen en is al lange tijd in gesprek met de lokale netbeheerder Liander. In februari 2019 heeft LC Energy een offerte ontvangen van Liander voor een 10 MVA elektriciteitsaansluiting op het onderstation Doetinchem. Deze offerte heeft LC Energy in februari 2019 in opdracht gegeven. Daarnaast is ook de Aansluit en Transport Overeenkomst getekend.

Daarmee is de aansluiting en transportcapaciteit voor dit project vastgelegd en gegarandeerd. Sindsdien is er regelmatig overleg met Liander waarin LC Energy hen op de hoogte stellen van de ontwikkelingen m.b.t. het voorliggende plan.

Momenteel is het projectgebied nog agrarisch in gebruik. Dit agrarische gebruik wordt gedurende de looptijd van het zonnepark (30 jaar) gestaakt. Na het uitvoeren van de werkzaamheden ter oprichting van het zonnepark zal de bodem verder niet worden aangetast. Realisatie van een zonnepark, met een bloem- kruidenrijk grasland als vaste onderbegroeiing, kan op deze plek voor de komende decennia een stabiele situatie bieden waar geen chemicaliën (kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen) worden toegepast. Dit biedt kansen voor verbetering van het bodemleven, de bodemstructuur, verbetering van het zelfreinigend vermogen en daarnaast extra habitat voor bestuivers en plaagbestrijders. Onder de panelen kan het water ook infiltreren, vanwege het feit dat er 2 centimeter ruimte wordt aangehouden rondom de individuele panelen op stellages. Het water stroomt zo niet alleen aan de onderkant van de stellages, maar ook aan de bovenkant en in de middelste delen van stellages. Er zijn derhalve geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten. Na ontmanteling van het zonnepark, na 30 jaar, wordt het projectgebied weer agrarisch in gebruik genomen. De looptijd van het zonnepark betreft 30 jaar. Hierna wordt het zonnepark ontmanteld. Dit is geborgd in de omgevingsvergunning. De toe te voegen landschapselementen blijven minimaal de 30 jaar van de looptijd van de vergunning behouden.

Na afloop van deze termijn wordt afgewogen welke landschapselementen daarna nog behouden blijven, en welke verwijderd worden. Dit wordt bepaald in afstemming met omwonenden en op basis van de dan geldende landschappelijke en ecologische inzichten, beleidsmatige uitgangspunten en wettelijke vereisten.

3.3.5 Conclusie provinciaal beleid De ontwikkeling van een zonneveld past binnen het beleid en de landschappelijke kernkwaliteiten van de provincie Gelderland en geeft invulling aan de duurzaamheidsopgave.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Akkoord van Groenlo 2009 en 2013 Om klimaat en duurzaamheid op de politieke agenda te krijgen is in 2009 het Akkoord van Groenlo (AvG) opgesteld. Op 30 september 2009 hebben de acht Achterhoekse gemeenten; Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk zich uitgesproken over het AvG. Een van de ambities was om uiteindelijk in de Achterhoek 100 % duurzame energieopwekking willen realiseren op lange termijn. In het Local Action Plan is vervolgens gekwantificeerd hoe de Achterhoek de doelstellingen uit het AvG kan bereiken. De ambitie zoals om in 2030 energieneutraliteit na te streven, is overgenomen in de Achterhoek Agenda 2020. Op 27 november 2013 ondertekenden de acht Achterhoekse gemeenten het Akkoord van Groenlo 2013 (AvG’13). In dit akkoord is hebben de gemeente de volgende afspraken gemaakt: • Vastbesloten te zijn zich te blijven inzetten voor de realisatie van de duurzaamheidsdoelstelling uit de Achterhoek Agenda 2020; • Een duidelijke visie te hebben over duurzaamheid waarin de energietransitie een belangrijke impuls is voor de economische ontwikkeling van de Achterhoek; • Te streven naar een energie-neutrale Achterhoek in 2030 door inzet op grootschalige energiebesparing en productie van hernieuwbare energie.

36

Zonneveld Keppelseweg

3.4.2 Energietransitienota Duurzame Energie Achterhoek In oktober van 2014 is door de Colleges van de acht Achterhoekse gemeenten besloten om de regionale Uitvoeringsagenda van de Regio Achterhoek aan te vullen met een “Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030’. Deze uitvoeringsagenda moet energiebesparende en duurzame energieopwekkende projecten omvatten waaruit resultaten voortvloeien. Deze agenda is noodzakelijk om de gezamenlijke ambitie, Achterhoek energieneutraal in 2030 te behalen. De doelstellingen voor energiebesparing zijn 20% voor elektriciteit en 55% op gas in 2030. De ambitie die is afgesproken in het AvG’13 is in 2015 uitgewerkt in de Energietransitienota Duurzame Energie Achterhoek. Tot 2030 moeten we in de Achterhoek in totaal nog 2.587.700 zonnepanelen plaatsen. Dit betekent een oppervlakte van ongeveer 415 hectare. De Energietransitienota is vervolgens in maart 2016 uitgewerkt in de Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek. De Regionale uitvoeringsagenda heeft als doel een totaaloverzicht te geven van de lopende en geplande projecten en tegelijkertijd inzicht te geven aan welke projecten nu prioriteit gegeven zou moeten worden en welke projecten de gemeenten gezamenlijk op kunnen pakken. Ook is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de plannen aansluiten op het behalen van de doelstelling om in de Achterhoek in 2030 energieneutraal te zijn.

Tot 2030 kan 118 GWh op daken van bedrijven en 353 GWh via veldopstellingen worden opgewekt. Het benodigde grondoppervlak voor veldopstellingen is circa 415 ha. Dit is circa 0,3% van de oppervlakte van de regio Achterhoek (156.107 ha.2). Met de realisatie van in dit geval 8,8 hectare bruto zonneveld wordt voor een deel bijgedragen aan de doelstellingen uit de Regionale uitvoeringsagenda. 3.4.3 Regionale Energiestrategie Achterhoek (RES Achterhoek) Eén van doelen van het Klimaatakkoord is om in 2030 35 terawattuur (TWh) aan grootschalige energie op te wekken via zon en wind op het vaste land. Dat levert in 2030 49% minder CO2 -uitstoot op ten opzichte van 1990. In 2050 kan Nederland zelfs zo goed als energieneutraal zijn met een vermindering van 95%. Om deze landelijke opgave te realiseren, hebben de 30 regio’s de taak om elk een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen, waarin de mogelijkheden voor opwekking van duurzame elektriciteit en warmte in hun regio worden onderzocht. De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk staan samen voor de uitdaging om te onderzoeken hoeveel de regio aan TWh bij kan dragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh. Dit doen ze in samenwerking met stakeholders, provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel en netbeheerder Liander onder het motto ‘Samen d’ran’.

De samenwerkende gemeenten in de Achterhoek zien de RES ook als een kans om concrete stappen te zetten in de eigen gezamenlijk ambitie: energieneutraal in 2030. Aan deze ambitie wordt binnen de regio al jaren gewerkt. De Achterhoek heeft in de concept-RES aangeboden om in 2030 1,35 TWh duurzame energie te kunnen produceren met inzet van zon en wind. Hierbij wordt gestreefd om 0,35 TWh te produceren met inzet van grootschalig zon-op-dak (o.a. bedrijfsmatige en agrarische panden). Een conservatieve schatting van de maximale realistische potentie voor grootschalig zon op dak bedraagt 0,49 TWh (Provinciale Basis studie zon, 2021). Vanwege de aanzienlijke inspanningen die verricht moeten worden om zon op dak te realiseren is besloten om vooralsnog te streven naar in ieder geval 0,35 TWh energieproductie. Blijken innovaties een hoger productieniveau mogelijk te maken, dan zal niet nagelaten worden dit te realiseren.

Hiermee resteert een opgave van 1.0 TWh voor zon op land en wind. Omdat niet iedere dag de zon schijnt en het niet altijd waait, is het noodzakelijk om een mix van zon en wind te hanteren. Ook is het energienet gebaat bij een gelijke verdeling. In de RES 1.0 is de meest adequate zon-wind-verhouding samengesteld op: • Zon op dak: 0,35 TWh • Zon op land: 0,21 TWh • Wind: 0,79 TWh Hiervan is al een deel gerealiseerd, en wordt een deel met zekerheid gerealiseerd. Voor zon op land rest dan nog een opgave van 0,013 TWh. De Achterhoekse gemeenten hebben al bestaand beleid dat voorziet in de toelating van zonneparken. Dit geldt ook voor de gemeente Doetinchem. De opgave voor zonneparken kan binnen deze kaders worden gerealiseerd. Het voorliggende plan past hier binnen.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 In de structuurvisie van de gemeente Doetinchem 2035 (vastgesteld door de raad op 26 september 2013) zijn wensbeelden opgesteld voor het buitengebied. Het projectgebied ligt in het bos- en landgoederenlandschap en tevens is deze omgeving aangemerkt als ‘visie ontwikkelen over functie in het buitengebied’. Het wensbeeld voor landschap is een uitermate gevarieerd beeld waarbinnen de afwisseling van de verschillende landschapstypen, karakteristieken en bijzondere plekken een uiterst aangename beleving teweeg brengen. In het ideale landschap bestaat er een harmonieuze verhouding tussen de verschillende functies in het buitengebied en wordt de ruimtelijke esthetiek nergens indringend verstoord. De structuurvisie biedt ruimte voor het koppelen van functies binnen de omgeving van het projectgebied. Het toevoegen van nieuwe functies mogen niet ten kosten gaan van de ruimtelijke esthetiek. Opgaven voor Langerak Het buurtschap Langerak bevindt zich op een landschappelijke verhoging met op zichtafstand de uiterwaarden van de Oude IJssel en aan de andere kant de Kruisbergse bossen. Twee zeer waardevolle gebieden die als het ware heimelijk verweven zijn met een deel van de bebouwing van Langerak. In het buurtschap zijn de aanwezige niveauverschillen hier en daar nog heel goed te zien aan de verschillende stijlranden, soms heuse niveausprongen.

De gemiddelde passant komt die niet tegen. Ze lijken verstopt. Er liggen kansen om de oude entree naar de stad Doetinchem nog meer impact te geven en de banden aan te halen. Ook moet het mogelijk zijn om de verschillende kwaliteiten langs de Keppelseweg, variërend van het industrieel relict, tot de bijzondere landschapselementen sterker naar voren te laten komen. De relatie met aan de ene kant de uiterwaarden en aan de andere kant de hoger gelegen bossen, zou veel meer voelbaar gemaakt kunnen worden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen realisatie van het zonneveld dient niet ten koste te gaan van aanwezige niveauverschillen in het maaiveld. Met de invulling van het zonneveld wordt het reliëf niet aangetast. De inrichting (en de opstelling met panelen) volgt zoveel mogelijk de contouren van het natuurlijk reliëf en het perceel.

38

Zonneveld Keppelseweg

Met de ontwikkeling van het zonneveld wordt de kans gegrepen om een deel van de oorspronkelijke kleinschaligheid in het projectgebied terug te brengen. Dit gebeurt middels aanplant van een losse landschappelijke haag langs de zuidoostelijke kavelgrens en met een omzoming van inheems struweel langs het erf van de Keppelseweg 300. Hiermee wordt ook ongewenst zicht op het zonneveld vanuit omwonenden gefilterd. Het zonneveld wordt verder zo minimaal mogelijk ingepakt, hiermee wordt het zicht op de landduin (het kenmerkende reliëf) en de bosrand van landgoed Hagen behouden. Dit was mede een wens van de omwonenden en passanten in het gebied. Het voorgenomen plan past hiermee binnen de gemeentelijke structuurvisie. 3.5.2 Duurzame energieopwekking in Doetinchem In februari 2016 heeft de gemeenteraad het Koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In dit document heeft de gemeente de focus gelegd op het thema energie met als doel om in 2030 energieneutraal te zijn. Vervolgens is er een interactief traject gestart met inwoners en belanghebbenden en heeft het koersdocument uiteindelijk geleidt tot het beleidsdocument ‘Duurzame energieopwekking in Doetinchem’ opgesteld om kaders te bieden aan ontwikkelingen teneinde de gemeente in 2030 geheel in eigen energiebehoefte op duurzame wijze te voorzien. De beleidsnotitie is uiteindelijk in de raad van 25 april 2019 vastgesteld.

In de beleidsnotitie is het volgende aangegeven: “Volgens ons is de eerste stap de kaders vast te stellen waaraan de opwekking van duurzame energie moet voldoen. In dit plan zijn de uitgangspunten geschetst. Wij vinden het belangrijk dat opwekkingsinitiatieven samen met belanghebbenden vormgegeven worden, waarbij ruimte geboden wordt aan medezeggenschap. We willen dat onze inwoners meeprofiteren van de kansen en opbrengsten. Ook willen we een eerlijke verdeling van deze lusten. De lusten kunnen in verschillende vormen tot uiting komen en van meerwaarde zijn voor mens of landschap. Daarbij blijven we als gemeente oog houden voor onze landschappelijke cultuurhistorische waarden. Waar nodig herstellen we deze en indien mogelijk gaan we voor versterking.” De uitgangspunten die worden geschetst zijn als volgt: • Uitgangspunt 1: Alle bronnen en vormen van duurzame energieopwekking zijn nodig; • Uitgangspunt 2: Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbenden vormgegeven; • Uitgangspunt 3: Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden landschappelijk ingepast Ad 1. Bij de realisatie van duurzame energiebronnen heeft het de voorkeur eerst naar de beschikbare ruimte op daken te kijken. Dan naar locaties die dubbel gebruikt kunnen worden, en naar inefficiënt gelegen en slechte landbouwgronden.

En dan pas andere gronden. Met alleen het gebruik van beschikbare ruimte in stedelijk gebied is er onvoldoende ruimte om de benodigde energie op te wekken. Omdat er ook ruimte moet zijn voor de landbouw om zich te ontwikkelen worden initiatieven in het Gelders Natuur Netwerk in principe niet toegestaan en is er een maximum van 3% aan het gebruik van landbouwgronden voor grootschalige zonneparken gesteld. Ad 2. De gemeente wil voorkomen dat inwoners geconfronteerd worden met een locatie die al vast ligt, een definitieve invulling en een inrichting waar weinig of geen invloed meer op uit te oefenen is. Afstemming is belangrijk. De gemeente wil ook een eerlijke verdeling van de lusten. Samenwerken met de omgeving

en belanghebbenden en het daarbij bieden van ruimte voor lokaal medezeggenschap is een vereiste bij alle grootschalige duurzame initiatieven. Als voorwaarden hierbij wordt dan ook gesteld dat: - initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking tot stand komen middels een door de initiatiefnemer, in samenwerking met omwonenden en belanghebbenden opgesteld participatieplan; - initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking voor minimaal 50% opengesteld worden voor medezeggenschap door de omgeving. Ad 3. Afhankelijk van de omvang van een initiatief en de locatie moet een inrichtingsplan worden gemaakt dat aansluit op het gebied en met experts en omwonenden en belanghebbenden is afgestemd. Door met de ontwikkeling van duurzame initiatieven ook ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in een gebied wordt de acceptatie voor het initiatief vergroot. Als voorwaarden die hierbij gesteld worden zijn: - bij het ontstaan van een grote concentratie zonnevelden vraagt biodiversiteit en ruimte voor landbouw een specifieke afweging; - geen onherstelbare schade aan het landschap; - landschappelijk goed ingepast. Zon als bron van duurzame energie In de beleidsnotitie is met betrekking tot de realisatie van zonnevelden het volgende opgenomen. “Zonnevelden worden gezien als een grootschalige bron van duurzame energieopwekking.

Uitganspunten 2 en 3 uit dit beleidskader zijn van toepassing. Voor zonnevelden geldt dat maximaal 3% van de landbouwgrond hiervoor gebruikt mag worden. Daarnaast zijn zonnevelden niet toegestaan in gebieden die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuur Netwerk. De meeste mogelijkheden voor zonnevelden liggen in het buitengebied. Maar ook langs infrastructuur en op bedrijventerreinen en woonwijken die in (her)ontwikkeling zijn en waarvan de ontwikkeling nog een lange tijd duurt, zijn mogelijkheden voor een zonneveld. Voor een zonneveld is altijd een omgevingsvergunning nodig. In de meeste gevallen is ook een procedure voor afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Bij deze procedure wordt getoetst aan wet- en regelgeving (schittering, flora- en fauna, etc.).” Landschappelijke inpassing Voor zonnevelden gaat het in eerste instantie om inpassingen in een bestaand landschap, waarbij karakteristieken behouden of zelfs versterkt kunnen worden. Doetinchem kent verschillende landschapstypen. Om op hoofdlijnen uitspraken te doen wordt een vereenvoudiging gehanteerd in open, halfopen en besloten landschappen. Het projectgebied van zonneveld Keppelseweg valt te plaatsen in een besloten landschap.

In het beleidsdocument Duurzame energieopwekking in Doetinchem wordt het volgende gezegd over de mogelijkheden binnen besloten landschappen: “De Achterhoek kent verschillende relatief besloten landschappen. Het zogenaamde coulisselandschap, met veel singels, houtwallen, bosjes en daartussen de gevarieerde invulling van weides, heide en akkers, is zo kenmerkend voor deze streek. In de Structuurvisie spreken we van het kampenlandschap en het bos- en landgoederenlandschap.

40

Zonneveld Keppelseweg

De typering: • Lijnvormige groene opgaande beplantingen zoals statige laanbeplantingen, (hak-)houtsingels, houtwallen. • Door beplante perceelsgrenzen ontstaan, door groen omsloten, kamers in het landschap. • Bosjes en landerijen vormen een kleinschalig en gevarieerd landschap. Aanknopingspunten Besloten landschappen kenmerken zich door samenhangen van historische wegen, bebouwing en een rijke scharkering aan weg- en landschappelijke beplantingen, die samen leiden tot een besloten landschapsstructuur, daarom: • Maak gebruik van aanwezige groene kamers en behoud doorzichten door/in de kamers; voorkom dat de zonnevelden domineren. • Hoogte is flexibel, maar zonneveld blijft ondergeschikt aan de kamerstructuur. • Handhaaf en herstel de kamerstructuur en maat en schaal van het landschap. • Respecteer de hiërarchie in met name de landgoederenzone, denk aan de karakteristieke lanenstructuur.” Met de ligging van het projectgebied tegen de Keppelseweg moet rekening worden gehouden met de kaders die worden gegeven voor ontwikkelingen in de nabijheid van infrastructuur: “Houd afstand tot infrastructuur, natuur, bebouwing en cultuurhistorische waarden. Bepaal hoeveel afstand nodig is om respectvol om te gaan met de omgeving.

Het bepalen van de afstand is maatwerk en afhankelijk van: • de aard van de omgeving; • maat en schaal van de ruimte; • de snelheid waarmee men de locatie passeert of wijze van beleven; • de context.” Combineren van zon en wind Wind en zon zijn complementair aan elkaar zijn. De duurzame energievormen vullen elkaar aan, ook op aansluiting. Door gebruik te maken van verschillende energiebronnen, is er een gelijkmatiger aanbod van energie op het net en is de energievoorziening minder kwetsbaar. Bij elk grootschalig initiatief moet gekeken worden naar de mogelijkheid om te combineren. Energieopslag Opslag van energie zal in de toekomst een belangrijke schakel zijn voor meer balans op het netwerk. Zowel opslag in accu’s aan huis, al dan niet met behulp van een elektrische auto, als op grote schaal door bijvoorbeeld het omzetten van energie in waterstof. Elke opslagvorm heeft zijn voor- en zijn nadelen. Naast het rendement zijn prijs en technische haalbaarheid belangrijk om een opslagmethode te beoordelen. Veel technologieën voor opslag en omzetting zijn nog erg duur, danwel hebben last van huidige wet- en regelgeving. De gemeente ziet op dit moment duidelijk dat voor energieopslag nog geen echt goede kant en klare oplossing is. De gemeente vindt het van belang om ontwikkelingen en innovaties de ruimte te bieden om te komen tot (nieuwe) opslagsystemen.

Bij elk nieuw grootschalig initiatief dat zich aandient vraagt opslag aandacht.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uitgangspunt 1 stelt dat alle mogelijkheden om duurzaam energie op te wekken binnen de gemeente nodig zijn teneinde de doelstelling van 2030 te halen. Het stelt een grootschalig zonneveld in het buitengebied mogelijk onder de volgende voorwaarden: • mits niet in Gelders Natuur Netwerk; • in samenwerking met omgeving; • landschappelijk ingepast; • waar mogelijk dubbel ruimtegebruik; • maximaal 3% landbouwgrond Het zonneveld Keppelseweg past binnen deze voorwaarden. Het zonneveld (de zonnepanelen en andere toebehoren) ligt niet in het Gelders Natuur Netwerk en wordt landschappelijk ingepast. Bovendien wordt met de realisatie van dit plan de 3% grens niet overschreden. 3% van het landbouwgebied in de gemeente Doetinchem betekent maximaal 126 hectare van de in totaal 2400 hectare. Tot op heden is er een omgevingsvergunning voor het zonnepark Bahrseweg met een oppervlakte van 13 hectare vergund. Samen met het voorliggende zonnepark van circa 8,5 hectare blijft dit ruim onder de maximale grens van 126 hectare. Ook is er gedeeltelijk sprake van dubbel ruimtegebruik. Naast het opwekken van zonenergie is het versterken van ecologische waarde in het gebied een belangrijk thema. Hiertoe wordt het maaiveld met vier vegetatie typologieën ingericht. Deze variatie is goed voor de insectenstand.

Deze ontwikkeling is ook gunstig voor andere fauna waarvoor insecten een voedselbron zijn, zoals de das. Daarnaast zal het beheer plaatsvinden met behulp van schapen. Er is ook samenwerking gezocht met de omgeving. De omgeving is betrokken bij de planvorming en de landschappelijke inpassing. Direct omwonenden hebben bijvoorbeeld aangegeven geen zicht te willen op de panelen. Locatie-specifiek wordt daarom beplanting toegepast. Omwonenden krijgen bovendien de mogelijkheid om financieel te participeren. Dit is opgenomen in het separaat bijgevoegde document ‘Zonnepark Keppelseweg participatiedocument’. Over de voorwaarde dergelijke ontwikkelingen landschappelijk in te passen wordt onder uitgangspunt 3 dieper ingegaan. Hierin wordt gesteld dat het projectgebied van zonneveld Keppelseweg, gelegen binnen het ensemble van een bos- en landgoederenlandschap, valt te classificeren binnen het besloten landschap. Met de genoemde aanknopingspunten wordt verzocht rekening te houden met de karakteristieken van het landschap en deze te versterken en gebruik te maken van de groene kamers en de historische structuren waarbinnen de zonnevelden niet mogen domineren. Er is dan ook een inrichtings- en beplantingsplan opgesteld waarbij, voor zover relevant, is ingespeeld op deze aanknopingspunten. In het voorliggende plan is geen koppeling te maken tussen zon en wind.

In het projectgebied en de directe omgeving van het zonneveld staat geen windturbine en in de RES 1.0 Achterhoek is de omgeving van de Keppelseweg niet aangeduid als zoeklocatie windturbines. Windturbines zijn vanwege geringe afstanden ten opzichte van woonbebouwing niet realiseerbaar. In de nabije toekomst zal energieopslag een belangrijk onderdeel vormen van het energiesysteem. Met name wanneer er regelmatig een overschot is aan zonne-energie en windenergie zal er met energieopslag, o.a. in de vorm van batterijen, een financieel haalbare business case mogelijk moeten zijn. Echter, op dit moment zijn er slechts enkele experimentele batterij opslag systemen operationeel in Nederland en deze bevinden zich op de meest optimale locaties (in combinatie met grootschalige

42

Zonneveld Keppelseweg

zonne-energie en windenergie projecten). Om een energieopslag systeem financieel haalbaar te maken is een stapeling noodzakelijk van verschillende verdienmodellen (o.a. FCR, aFFR, EPEX (Day Ahead, Intraday en onbalans) en GOPACS). Echter, de meeste van deze markten zijn nog zeer onvoorspelbaar voor de lange termijn waardoor de investering in batterij opslag nog erg risicovol is. Dit maakt het ook moeilijk om hiervoor vreemd vermogen te lenen bij een bank. Om deze reden heeft initiatiefnemer ervoor gekozen om op dit moment energieopslag niet mee te nemen in dit project. Echter, zodra de omstandigheden veranderen en er wel een financieel haalbare situatie ontstaat met energieopslag, kan opnieuw worden afgewogen of het project in de toekomst kan worden uitgebreid met energieopslag.

3.5.3 Conclusie gemeentelijk beleid De realisatie van het zonneveld Keppelseweg past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

3.6

Conclusie

Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale, provinciale, regionale en het gemeentelijk beleid.

4 4 WAARDENTOETS 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.

4.2

Natuurwaarden

De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is een Toetsing Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek (‘Toetsing Wet natuurbescherming, Zonneveld Kraaijvanger, Doetinchem) is als separaat document toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het projectgebied biedt een potentieel habitat voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Voor veel soorten maakt het projectgebied onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soort. Dit betreft echter geen essentieel onderdeel van het leefgebied. Er zijn wel enkele aandachtspunten: Vleermuizen Nader onderzoek naar verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk mits de verlichting tot het uiterste minimum wordt beperkt. Das Met de landschappelijke inrichting wordt rekening gehouden met deze soort.

Het projectgebied zal daardoor voor dassen toegankelijk blijven en geschikter worden als foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren Om het projectgebied toegankelijk te houden voor grondgebonden zoogdieren wordt aanbevolen om waar mogelijk een hekwerk te gebruiken met 10-20 cm afstand tot de grond.

44

Zonneveld Keppelseweg

Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Verder dient er bij de werkzaamheden rekening gehouden te worden met nesten van vogels en de algemene zorgplicht Vogels met jaarrond beschermde nesten Nader onderzoek of een ontheffing is niet noodzakelijk, maar ten behoeve van steenuil kunnen er kasten worden opgehangen. Reptielen Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk. Er zijn wel mogelijkheden om het projectgebied geschikt te maken voor levendbarende hagedis en hazelworm. Amfibieën Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet noodzakelijk. Er liggen wel kansen om het leefgebied van deze soorten te verbeteren. Beheer Vanuit het perspectief van ecologie is het gunstig om ruimte tussen de panelen te houden. Dit draagt bij aan de mogelijkheden voor natuurontwikkeling.

Maaibeheer is gunstiger dan begrazing, met name voor de verschraling. Als op locatie niet wordt ingezaaid zijn ook geen resultaten te verwachten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden betreffen een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, inmiddels Wet Natuurbescherming) beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS) betreft een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Natura 2000-gebieden: niet stikstof gerelateerde effecten In de omgeving van het projectgebied liggen diverse Natura 2000-gebieden (zie figuur 8). Op ruim 8 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied: Rijntakken. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het projectgebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven.

Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er derhalve geen reden om aan te nemen dat er kans is op een belemmering van de kernopgaven van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking.

Figuur 8: Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden (bron: Provincie Gelderland)

Natura 2000-gebieden: Stikstof gerelateerde effecten Activiteiten die in het kader van de aanleg van het zonneveld worden uitgevoerd, kunnen door de uitstoot van stikstof, wel negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Ditzelfde geldt voor werkzaamheden die in de gebruiksfase worden uitgevoerd. Om te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op een Natura 2000-gebied plaatsvindt door de uitstoot van stikstof tijdens de aanlegfase en tijdens de gebruiksfase, is een berekening uitgevoerd met Aerius calculator. De berekening is uitgevoerd aan de hand van de op de werklocatie in te zetten voer- en werktuigen met benodigde draaiuren en het wegverkeer van en naar het terrein. De werkzaamheden behorende bij de aanleg en ingebruikname van het zonneveld aan de Keppelseweg in Doetinchem en de bijbehorende landschappelijke inpassing heeft geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg. Hiermee is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde voor de desbetreffende werkzaamheden. De Aerius-berekening is separaat bijgevoegd (Aerius-rapport Zonneveld Keppelseweg). Houtopstanden Er worden binnen het projectgebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)/ Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het projectgebied ligt direct tegen het NNN aan, maar maakt hier geen deel van uit (zie figuur 9), behoudens een kleine strook natte landnatuur, welke behouden blijft. Het NNN kent geen externe werking. Een toetsing aan het NNN-beleid is daarom niet noodzakelijk. Er kan bij de landschappelijke inpassing wel rekening gehouden worden met het NNN door hier op aan te sluiten. Het betreft hier deelgebied 18 van het NNN. Ontwikkelingsdoelen waar op gericht kan worden zijn verbeteren/realiseren van het leefgebied van de das, steenuil, amfibieën en reptielen.

46

Zonneveld Keppelseweg

Met het voorliggende plan wordt ook daadwerkelijk ingezet op het versterken van ecologische waarde in het gebied. Hiertoe wordt het maaiveld met vier vegetatie typologieën ingericht. Deze variatie is goed voor de insectenstand. Deze ontwikkeling is ook gunstig voor andere fauna waarvoor insecten een voedselbron zijn, zoals de das.

Figuur 9: Ligging projectgebied ten opzichte van het GNN, waarbij met rode pijl het projectgebied is aangegeven.

4.3

Archeologische waarde

Aardkundige, archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Uitgevoerd onderzoek Ten behoeve van het voorliggende plan heeft een archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden. Het rapport is opgenomen in de separate bijlagen. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het projectgebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een rivierterras Allerød, afgedekt door dekzandwelvingen, een dekzandrug en een land-/rivierduin is aan het projectgebied wat het rivierterras betreft een onbekende verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum.

Aan het afdekkende pakket is voor de noordwestelijke helft van het projectgebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) en een lage verwachting voor bebouwingsresten vanaf

de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd. Aan het afdekkende pakket is voor zuidoostelijke helft van het projectgebied geen verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op grond van beheersverordening ‘Landelijk gebied Doetinchem – 2020’ van de gemeente Doetinchem geldt voor het grootste deel van het projectgebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 1 en voor een klein deel de dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 2. Dit betekent respectievelijk dat bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,4 m dan wel 250 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Voor de aanleg van bloemrijk grasland, het struweel, het onderhoudspad en de transformatorstations (54 m2) wordt de bodem niet dieper dan de hierboven genoemde archeologische ondergrenzen verstoord. De verstoring van de bodem dieper dan de archeologische ondergrenzen betreft het plaatsen van palen voor de zonnepanelen met een totaal oppervlak van 3,5 m2 en het aanleggen van kabelsleuven met een totaal oppervlak van 180 m2, wat neerkomt op in totaal 183,5 m2. Aangezien minder dan 250 m2 van de bodem dieper dan de archeologische ondergrenzen wordt verstoord, is geen archeologisch noodzakelijk.

Conclusie Er worden, met de realisatie van het zonneveld, geen archeologische waarden in het geding gebracht. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.

4.4

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het projectgebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het projectgebied bevinden zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Daarnaast houdt het plan rekening met bestaande kavelgrenzen, omliggende beplanting en cultuurhistorische lijnen in het landschap. Er worden, met de realisatie van het zonneveld, geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht.

4.5

Water

De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het projectgebied beoordeeld. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater,

48

Zonneveld Keppelseweg

overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld.

Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Provinciaal beleid De provinciale Omgevingsvisie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland op een langere termijn. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. Waterplan Doetinchem Het Waterplan Doetinchem bundelt op lokaal niveau het inzicht in de huidige situatie en geeft in de streefbeelden en ambities aan hoe duurzaamheids- en gidsprincipes van integraal waterbeheer in plannen vertaald kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7669/documents/40276