CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Verklaring van geen bedenkingen zonnepark Keppelseweg21.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hierin zijn belangen van ruimtelijke ordening, milieu, natuur en toerisme meegewogen.Het Waterplan Doetinchem is door de gemeente in samenwerking met waterschap, waterbedrijf, vertegenwoordigers van natuur en milieubelangen, inwoners en bedrijfsleven tot stand gekomen. Het Waterplan Doetinchem uit 2003 vormt samen met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2010-2015 de basis voor de omgang met water in het algemeen en het rioleringsstelsel in het bijzonder. Met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het stedelijk gebied zijn de volgende gidsprincipes voor integraal waterbeheer van belang: • het toepassen van de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren; • water van schoon naar minder schoon laten stromen (geen afwenteling); • met water de identiteit van een plek zichtbaar maken; • een goede communicatie opzetten (intern en extern); • water als mede-ordenend principe toepassen bij ruimtelijke plannen; • samenwerken en afstemmen; • balans in watersysteem en waterketen. Het voorliggende plan voldoet, voor zover relevant, aan deze gidsprincipes.

Waterbeheerplan 2016-2021 Het Waterschap Rijn en IJssel geeft in het waterbeheerplan de primaire taakgebieden en uitgangspunten aan: • Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. • Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. • Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. • Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit Afvalwater. • Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel Vaarwegbeheer. Het voorliggende plan voldoet, voor zover relevant, aan deze uitgangspunten. Watertoets Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Hiertoe is de watertoetsprocedure ontwikkeld. Deze watertoets vormt de basis voor de planbeoordeling door het waterschap en het wateradvies. In de volgende watertoetstabel zijn de voor het bestemmingsplan van belang zijnde waterhuishoudkundige criteria opgenomen. Thema

Toetsvraag

Relevant

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een Ja waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed Nee van een rivier? Riolering en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur? Nee Afvalwaterkete 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? Nee n 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap? Nee Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met Nee (oppervlakte- meer dan 2500m2? water) 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met Nee meer dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag Nee gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlakte- 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op Nee waterkwaliteit oppervlaktewater geloosd? Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage Grondwater- 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een kwaliteit drinkwateronttrekking? Inrichting en 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in beheer eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Volksgezondh 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het eid gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het

50

Zonneveld Keppelseweg

Intensit eit# 2

2 2 1 1 2 1 1 1 1

Nee

1

Nee Nee

1 1

Nee Nee

1 1

Nee

1

Nee Nee

2 1

Nee

1

plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Natte natuur 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Nee 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte Ja natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Nee Verdroging 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? Nee Recreatie 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden Nee in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Cultuurhistorie 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

2 2 1 1 1 2

1

Waterhuishouding Het voorliggende plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het projectgebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd welke beperkend is voor het gebruik en de inrichting als zonneveld. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater vrij kan infiltreren. Er komt geen afvalwater vrij. Het plan heeft dan ook geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. De aanwezige natte natuurzone aan de noordzijde van het projectgebied blijft behouden. Door het projectgebied loopt een watergang. Deze watergang sluit aan op de Teerink Sloot buiten het projectgebied, waarna het water uiteindelijk richting de Oude IJssel stroomt. De Keppelseweg ligt verhoogd op een dijk en dit betreft een waterkering. Gezien de ontwikkeling van het zonneveld nabij de beschermingszone van deze waterkering is contact opgenomen met het Waterschap Rijn en IJssel. Het Waterschap heeft daarbij een aantal uitgangspunten meegegeven voor het ontwerp: - Vanuit het beheer en onderhoud van de watergangen zijn zonnepanelen in het projectgebied geen probleem. De watergang in het projectgebied betreft geen watergang van het Waterschap Rijn en IJssel. - De aanleg van zonnepanelen binnen de kern- en beschermingszone is vergunningplichtig.

Dit betreft de Keppelseweg en vanaf de buitenkruin een strook van 28 meter. Een deel van het zonneveld is in deze zone gepland. De buitenbeschermingszone beslaat een nog groter deel van het projectgebied. - Gelet op de geringe kerende hoogte worden geen risico’s verwacht met betrekking tot waterveiligheid. - Er dient ook aandacht te zijn voor het leggen van kabels en leidingen. Een eventuele kruising van de weg kan middels en gestuurde boring. Verder worden momenteel nieuwe ontwikkelingen rond de Grote Beek verkend. Voor de Grote Beek wordt een robuuster watersysteem beoogd. Dit vergt meer afvoer van neerslag via het grondwater. Bij de inrichting van het zonneveld is gewaarborgd dat het hemelwater kan infiltreren in de ondergrond.

Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan het waterbeleid van de gemeente en het waterschap en dat het aspect 'water' geen belemmering oplevert voor het onderhavige plan.

4.6

Conclusie

Met de voorgenomen ontwikkeling worden de aanwezige waarden niet aangetast. De ontwikkeling van het zonneveld is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de bestaande waarden in het projectgebied.

52

Zonneveld Keppelseweg

5 5 MILIEUASPECTEN 5.1

Inleiding

Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: • Bodem • Geluid • Luchtkwaliteit • Externe veiligheid • Bedrijven en milieuzonering • Verkeer en parkeren • Vormvrije m.e.r.-beoordeling • Leidingen • Lichtreflectie • Elektromagnetische straling • Warmteontwikkeling

5.2

Bodem

Met betrekking tot het aspect bodem zijn de Wet bodembescherming, de Wet milieubeheer en het Besluit Bodemkwaliteit van belang. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het zonneveld wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Daarnaast zijn er geen grootschalige bodemingrepen aan de orde en wordt er geen grond afgevoerd. De realisatie van een zonnepark brengt niet direct risico’s m.b.t. bodemvervuiling met zich mee. Met betrekking tot het voorliggende plan is het bodemloket geraadpleegd. Binnen het projectgebied zijn geen bodemverontreinigingen bekend (zie figuur 10).

Figuur 10: Weergave kaart www.bodemloket.nl, waarbij met rode pijl het projectgebied is aangegeven.

Het projectgebied is geen verdachte locatie m.b.t. bodemverontreinigingen. Er is geen vermoeden van de aanwezigheid van verontreinigde stoffen, door uitgevoerde activiteiten in het verleden. De grond binnen het projectgebied wordt nu gebruikt als vrij intensief gebruikte landbouwgrond. Het bodemleven zal hierdoor minimaal zijn. Na het uitvoeren van de werkzaamheden ter oprichting van het project zal de bodem verder niet worden aangetast. Overigens zijn de werkzaamheden ook gering van diepte. Realisatie van een zonneveld met een bloem- en kruidenrijk grasland als vaste onderbegroeiing kan op deze plek voor de komende decennia een stabiele situatie bieden waar geen chemicaliën (kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen) worden toegepast. Dit biedt kansen voor verbetering van het bodemleven, de bodemstructuur, verbetering van het zelfreinigend vermogen en daarnaast extra habitat voor bestuivers en plaagbestrijders. Er zijn derhalve geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten. Gelet op voorgaande bevindingen wordt gesteld dat het aspect bodemkwaliteit geen probleem zal opleveren voor de ontwikkeling van een zonneveld. Met betrekking tot het aspect bodem wordt de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar geacht..

5.3

Geluid

Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: • de normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen; • bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; • op en rond het projectgebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige

54

Zonneveld Keppelseweg

bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Op deze locatie wordt geen geluidsgevoelige bestemming toegevoegd. Het zonneveld hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluidsoverlast. Ook is er geen sprake van industrielawaai vanuit het nieuw te realiseren zonneveld. Binnen het projectgebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. Het inkoopstation (onderstation), de transformatoren en de omvormers worden op ruime afstand van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen gerealiseerd. Daarnaast is er, vanwege de hellende positie van de panelen, geen wezenlijke reflectie van omgevingsgeluid. Door de hellende positie kaatst geluid omhoog. Een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Bedrijven in de omgeving Binnen het projectgebied wordt geen nieuwe geluidgevoelige bestemming gerealiseerd. Bestaande bedrijven worden niet extra belemmerd. Woon- en leefklimaat Er worden een inkoopstation, transformatorstations en omvormers geplaatst binnen het projectgebied. Het inkoopstation en de transformatorstations hebben een bronvermogen van maximaal 10 MVA. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven. Bij een bronvermogen tot maximaal 10 MVA geldt een richtafstand voor geluid van 30 meter tot geluidsgevoelige functies. Het inkoopstation, de transformatorstations en de omvormers worden op aanmerkelijk grotere afstand van de bestaande woningen gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig. Conclusie Op deze locatie wordt geen geluidsgevoelige bestemming toegevoegd. Het zonneveld hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluidsoverlast. De realisatie van het zonneveld leidt anderzijds niet tot een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. Met betrekking tot geluid blijft een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig voor omwonenden.

5.4

Luchtkwaliteit

Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen.

Voor ontwikkelingen die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling ‘in betekende mate’ bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneveld. De verkeersbewegingen die de ontwikkeling van een zonneveld met zich mee brengt, zijn alleen tijdens de aanlegfase merkbaar. In deze fase zal er tijdelijk sprake zijn van een grotere toename van verkeersbewegingen. Nadat de bouw van het park is afgerond daalt het aantal verkeersbewegingen weer naar de oude situatie. Zelfs tijdens de bouwperiode zal het aantal verkeersbewegingen ruimschoots onder de 800 per dag blijven. Daardoor leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit én kan de ontwikkeling niet als ‘niet in betekenende mate’ worden gezien. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk is.

5.5

Externe veiligheid

5.5.1 Algemeen Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkleind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een dergelijke motivering is toegestaan. Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (tankwagen, gasleidingen) bronnen. Er wordt getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling. • Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het projectgebied of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de provinciale risicokaart geraadpleegd (zie figuur 11).

56

Zonneveld Keppelseweg

Figuur 11: Uitsnede risicokaart Nederland

Een zonneveld is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Wel betreft een zonneveld een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Om de veiligheid te waarborgen komt er een (transparant) hek rondom het zonneveld. Dit hekwerk is maximaal 2 meter hoog en staat op ruime afstand van de zonnepanelen waardoor personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Daarnaast wordt het zonneveld niet openbaar toegankelijk, het park kan enkel middels een afgesloten poort worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het park geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd. De ontwikkeling is uitvoerbaar op het gebied van externe veiligheid. Door de relatieve lage opstelling van de panelen is de kans op blikseminslag klein. De gehele installatie is geaard, waardoor een eventuele inslag direct naar de bodem wordt afgeleid. Alle omvormers worden uitgevoerd met een DC-overspanningsbeveiliging, waardoor gevolgschade van een eventuele inslag wordt beperkt. Ook de transformatoren en het inkoopstation van de netbeheerder zijn voorzien van de noodzakelijke beveiligingen. Het ontwerp uitgangspunt van de installatie is om inductielussen tot een minimum te beperken.

5.6

Brandveiligheid

Brandscenario’s De Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) constateert uit trends en analyses dat er 3 brandscenario’s mogelijk zijn op het zonnepark: • Brand in de PV-panelen met mogelijk brandvoortplanting via de onderliggende vegetatie. • Brand in omvormerstations door overbelasting of kortsluiting.

•

Brand in transformatorhuisje door technisch defect met een aanzienlijke branduitbreiding door de transformatorolie dat als koelmiddel in het huisje aanwezig is.

Advies VNOG De VNOG heeft op verzoek van de gemeente een advies gegeven. In deze brief van 21 december 2021 zijnde volgende adviezen opgenomen: • Om te voorkomen dat er op het zonnepark een brand ontstaat die kan overslaan op de natuur in de omgeving adviseert de VNOG om het zonnepanelenveld te compartimenteren en te voorzien van een of meer berijdbare paden met een draagkracht van minimaal 16 ton. • Rondom trafostations verharding aan te brengen van 3 meter in het vierkant. • Ook omvormer stations voorzien van verharding zonder brandbare vegetatie • Kwetsbare onderdelen van de elektrische installatie te beschermen tegen vraatschade. • Een bluswatervoorziening aan te brengen. Maatregelen brandveiligheid Zonnepark Keppelseweg Er wordt een onderhoudspad aangelegd op het zonneveld. Dit onderhoudspad is halfverhard en heeft een draagkracht van minimaal 16 ton. Het onderhoudspad wordt 5 meter breed en loopt naar en langs het inkoopstation en de aanwezige compactstations (transformatoren). Het onderhoudspad wordt aan de noordwestzijde van het projectgebied ontsloten, via een bestaande inrit op de Keppelseweg. Voertuigen kunnen aan het einde van het onderhoudspad, bij de transformatoropstellocatie, keren. Afgewogen is om het projectgebied aan twee zijden te ontsluiten, maar dit is niet mogelijk gebleken.

Een ontsluiting aan de zuidwest en de zuidelijke zijde is niet mogelijk omdat het perceel hier grenst aan de tuinen van particulieren. De noordzijde grenst aan een natuurgebied, en de oostelijke zijde betreft de weg aldaar een lokaal zandpad door natuurgebied. Zonnepanelen zelf zijn weinig gevoelig voor branduitbreiding. Het risico zit met name in eventuele droge grassen onder de panelen. Om natuurbranden te voorkomen die overslaan naar naastgelegen gebieden (zoals het bosgebied aan de noordzijde) via de extensief beheerde vegetatie onder de panelen, wordt het zonnepark gecompartimenteerd. Dit gebeurt door middel van beheerpaden die om het zonnepark heen liggen. Aan de zuidzijde door het onderhoudspad, en aan de noordzijde door een compartimenteringspad; een (half)verhard pad van 3 meter breed. Ook worden de tafels met panelen afgewisseld met tussenpaden, waar het beheer in cyclus ten opzichte van elkaar beheerd wordt. Rondom het inkoopstation en de compactstations wordt gezorgd voor een zone van 3 meter breed waar geen vegetatie groeit. Dit gebeurt door de aanleg van een grindstrook /verharding van 3 meter in het vierkant. De VNOG constateert dat er te weinig bluswatervoorzieningen in de nabije omgeving zijn, en dat het daarom goed is om er eentje ter plaatse van het zonneveld toe te voegen. LC Energy heeft deze direct aan de ingang van het zonneveld toegevoegd.

Zo wordt voorkomen dat de brandweer langs brandende objecten moet alvorens zij de bluswatervoorziening kan gebruiken. Een kwetsbaar punt van een zonneveld kunnen de kabels en leidingen zijn waar door middel van vraat kortsluiting in komt. De ervaring in de sector is dat dit speelt in droge en warme plekken, en tot 1 meter hoogte van het maaiveld. Een in de praktijk effectieve methode is om alle kabels van maaiveld tot minimaal 1 meter hoogte in mantelbuizen te laten lopen. Deze worden aan de bovenzijde afgedicht met schuim. Deze methode zal in zonneveld Keppelseweg bij alle kabels in het zonneveld en bij de ondersteunende installaties worden toegepast.

58

Zonneveld Keppelseweg

Beheer en onderhoud Ook tijdens de exploitatiefase is het van belang dat de genomen maatregelen onderhouden blijven en zo hun effectiviteit behouden. Daarnaast is het van belang om hier de brandveiligheidsprotocollen te benoemen In het beheer- en onderhoudsplan zullen de brandveiligheidsmaatregelen in een eigen paragraaf beschreven worden. Hierin worden o.a. de volgende maatregelen uitgewerkt: - Beheer op de paden (o.a. compartiementeringspaden waarmee de ontwerpuitgangspunten behouden (afmetingen, draagkracht, etc.) blijven. - Protocol voor 24/7 beschikbaarheid van beheerder die op afstand het zonnepark kan afschakelen en de brandweer bij een calamiteit te dienste kan staan. - Proocol voor 24/7 toegang van de brandweer tot het zonnepark. Conclusie Hoewel risico’s op brand bij zonnevelden relatief beperkt zijn, worden met het voorliggende plan verschillende maatregelen genomen om (overslaande) branden zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Hierbij is waar mogelijk rekening gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Noorden Oost Gelderland. Hierbij is ook de afweging gemaakt om spaarzaam te zijn met het toevoegen van verharding, vanwege de natuur- en landschapswaarden en infiltratie van regenwater. Met de genoemde maatregelen is brandveiligheid voldoende geborgd.

5.7

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het projectgebied worden een inkoopstation en transformator-/omvormerstations geplaatst, die enigszins geluid produceren.

Het inkoopstation heeft een bronvermogen van maximaal 10,0 MVA, het transformatorstation heeft een bronvermogen van maximaal 10,0 MVA en omvormers, die ook nog enig geluid kunnen produceren, hebben een bronvermogen van maximaal 300 kW. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit geldt een richtafstand voor geluid van 30 meter. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies. Het inkoopstation, de

transformatorstations en de omvormers worden op aanmerkelijk grotere afstand van de bestaande gevoelige functies (zoals (recreatie)woningen) gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig. Anderzijds betreft een zonneveld geen gevoelige functie. Een zonneveld hoeft qua milieuzonering niet beschermd te worden tegen eventuele milieubelastende functies in het omliggende gebied.

5.8

Verkeer en parkeren

In de voorgenomen ontwikkeling worden de gronden die nu gebruikt worden voor onderzoek, tijdelijk, in gebruik genomen als zonneveld. Een dergelijke ontwikkeling heeft geen grote gevolgen voor het verkeer en parkeren. Het zonneveld moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via de ontsluiting, en daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het zonneveld wordt ontsloten via een bestaande inrit aan de noordwestkant van het plangebied op de Keppelseweg. Een halfverharde weg loopt ten noorden van het erf Keppelseweg 300 in oostelijke richting tot de container, transformatoren en het aansluitpunt binnen het zonneveld. Deze objecten dienen goed toegankelijk te zijn voor beheer en onderhoud, maar vooral in het geval van calamiteiten. De brandweer adviseert hiervoor een (half)verharde ontsluitingsweg van tenminste 5 meter breed. Een structurele verkeerstoename is niet aan de orde. Alleen tijdens de bouw en ontmanteling van het zonneveld zal er sprake zijn van een hogere verkeersfrequentie. Binnen het projectgebied, buiten het zicht, is ruimte voor het parkeren van enkele voertuigen (ten behoeve van het beheer).

5.9

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het Besluit milieueffectrapportage geeft activiteiten en gevallen aan waarin een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Ook gelden er verplichtingen als een voorgenomen project valt onder de genoemde activiteiten, maar niet onder de drempelwaarden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten.

60

Zonneveld Keppelseweg

Het project maakt een functiewijziging naar een zonneveld mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het zonneveld betreft bijvoorbeeld geen landinrichtingsproject (D9). De ontwikkeling van een zonneveld valt pas onder deze categorie als deze onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject (het project dient een voldoende substantieel karakter te hebben). Ook valt het project niet onder categorie D22.1. Hiervan is sprake bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Het zonneveld wekt alleen energie op. Verder is categorie D11.2 niet van toepassing, aangezien het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft en het zonneveld een relatief beperkt oppervlak beslaat. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 en zaaknummer 18_689, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van het Besluit m.e.r. en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en na te zien onder het zaaknummer 2019:2770. Voor het voorgenomen plan is geen m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. benodigd. Het zonneveld valt niet onder het Besluit milieueffectrapportage.

Aangezien het plan wel kenmerken vertoont van diverse beoordelingscategorieën zoals hiervoor omschreven, getuigt het van een goede en zorgvuldige ruimtelijke ordening en belangenafweging om voornoemde beoordeling van milieueffecten te doen. Hiertoe is wel een vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld, welke separaat is bijgevoegd. De conclusie is dat zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase, als tijdens de ontmantelingsfase, geen significante negatieve effecten bestaan voor het milieu.

5.10 Leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. Er liggen geen kabels in het projectgebied die beperkend zijn voor het voorgenomen plan.

5.11 Lichtreflectie Van lichtreflectie is geen sprake. De panelen worden maximaal 2,00 meter hoog (boven maaiveld), geplaatst onder een hoek van 12,5° en landschappelijk ingepast. Daarnaast worden de zonnepanelen in een zuidopstelling geplaatst. Hierbij zal de reflectie nooit naar beneden zijn gericht. De huidige kwalitatieve zonnepanelen zijn daarbij voorzien van een anti reflectie coating of folie. Dit zal hinderlijke reflectie voorkomen tijdens normale weersituaties.

5.12 Electromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). Dit voorzorgsprincipe dient daarmee ook gehanteerd te worden bij de ontwikkeling van een zonneveld, door de afstand van een zonneveld tot woningen en andere gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische

velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 m van onderzochte transformatorstations. Gezien de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde woningen mag redelijkerwijs worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsrisico vormt.

5.13 Warmteontwikkeling Recente studies (o.a. Analysis of the potential for a heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University) hebben onderzocht of er bij zonnevelden sprake is van ‘(Urban) Heat Island Effects’. Uit onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven zonnevelden. Direct rondom zonnevelden zijn eventuele temperatuurverschillen deels, danwel geheel te verwaarlozen, afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. Het is dan ook niet te verwachten dat er sprake zal zijn van significante temperatuurverschillen in de omgeving van het zonneveld, door de komst van dit zonneveld. Daarbij komt dat er in dit specifieke plan is gekozen voor een zuidopstelling, met begroeiing tussen de panelen. Ook wordt er in en om het zonneveld relatief veel beplanting toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat afkoeling door verdamping blijft plaatsvinden. Er is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving omtrent ‘(Urban) Heat Island Effects’ in Nederland.

5.14 Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.

62

Zonneveld Keppelseweg

6 6 UITVOERBAARHEID 6.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

6.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid

In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgeving- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsproces De initiatiefnemer van het plan heeft omwonenden en andere belanghebbenden zorgvuldig geïnformeerd over het plan. Ook is, waar mogelijk, rekening gehouden met de wensen van omwonenden en andere belanghebbenden. En zijn er mogelijkheden tot participatie. Een samenvatting van het omgevingsproces is weergegeven in het separaat bijgevoegde document ‘Zonnepark Keppelseweg, participatiedocument’ (en zie ook paragraaf 2.8.10 van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing). Vooroverleg Er is vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro, gevoerd met de provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel. Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

6.4

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal gemeente Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin het kostenverhaal (inclusief planschade en leges) is geregeld. Hierdoor is het kostenverhaal voor de gemeente volledig verzekerd. De vaststelling van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Financiering zonneveld De ontwikkeling van zonnevelden doet LC Energy voor eigen rekening en risico. Hierbij wordt SDE+ subsidie aangevraagd die voor dit type projecten is bedoeld.

6.5

Conclusie

Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk, en economisch uitvoerbaarheid is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.

64

Zonneveld Keppelseweg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7669/documents/40276