Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Realisatie zonneveld Keppelseweg
Ruimtelijke onderbouwing Realisatie zonneveld Keppelseweg
Mei 2019 en aangepast in maart 2020, maart 2021, op 29 oktober 2021, op 18 november 2021, op 24 februari 2022 en op 26 april 2022
Opdrachtgever LC Energy Bronland 12 6708 WH Wageningen T 085-0499604 E marius@LCenergy.nl W www.lcenergy.nl
Opdrachtnemer Eelerwoude Mossendamsdwarsweg 3 Postbus 53 7470 AB GOOR T 0547 26 35 15 F 0547 26 33 15 E info@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl
2
Zonneveld Keppelseweg
INHOUD 1
INLEIDING ........................................................................................................... 6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding ............................................................................................................ 6 Ligging en begrenzing projectgebied ................................................................... 6 Huidig planologisch regime .................................................................................. 7 Leeswijzer ............................................................................................................ 8
2
PLANBESCHRIJVING ...................................................................................... 10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Inleiding .............................................................................................................. 10 Landschappelijke kenmerken projectgebied ..................................................... 10 Potentiële natuurlijke vegetatie .......................................................................... 10 Waterhuishouding en opgaven .......................................................................... 10 Onderdeel van landgoed Hagen ........................................................................ 11 Uitstraling en toegankelijkheid van het projectgebied ....................................... 11 Ecologische waarde en potentie ........................................................................ 12 Het zonneveld .................................................................................................... 12
3
BELEIDSKADERS ............................................................................................ 22
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Inleiding .............................................................................................................. 22 Rijksbeleid.......................................................................................................... 22 Provinciaal beleid ............................................................................................... 28 Regionaal beleid ................................................................................................ 36 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 38 Conclusie ........................................................................................................... 43
4
WAARDENTOETS ............................................................................................ 44
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Inleiding .............................................................................................................. 44 Natuurwaarden .................................................................................................. 44 Archeologische waarde ..................................................................................... 47 Cultuurhistorie .................................................................................................... 48 Water ................................................................................................................. 48 Conclusie ........................................................................................................... 52
5
MILIEUASPECTEN ........................................................................................... 53
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Inleiding .............................................................................................................. 53 Bodem ................................................................................................................ 53 Geluid ................................................................................................................. 54 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 55 Externe veiligheid............................................................................................... 56 Brandveiligheid .................................................................................................. 57 Bedrijven en milieuzonering ............................................................................... 59 Verkeer en parkeren .......................................................................................... 60 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................. 60 Leidingen ........................................................................................................... 61 Lichtreflectie ....................................................................................................... 61
5.12 5.13 5.14
Electromagnetische straling ............................................................................... 61 Warmteontwikkeling ........................................................................................... 62 Conclusie ........................................................................................................... 62
6
UITVOERBAARHEID ........................................................................................ 63
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Inleiding .............................................................................................................. 63 Ruimtelijke uitvoerbaarheid ............................................................................... 63 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 63 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 64 Conclusie ........................................................................................................... 64
4
Zonneveld Keppelseweg
5
Zonneveld Keppelseweg
1 1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
De overheid geeft beleidsruimte De Nederlandse overheid heeft een grote ambitie op het gebied van duurzaamheid. In het Energieakkoord is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energieopwekking in 2023 16% moet zijn. De provincie Gelderland heeft uitgesproken in 2050 een energieneutraal Gelderland te willen bereiken. De gemeente Doetinchem heeft als opgave om energieneutraal te zijn in 2030. LC Energy wil binnen de gemeente Doetinchem zonneveld Keppelseweg realiseren. Dit grondgebonden zonneveld betreft 8,8 hectare bruto, waarvan 5,9 hectare wordt aangewend voor het plaatsen van de panelen, het inkoopstation, het hekwerk, de transformatoren en de ontsluitingsweg. De andere hectaren worden ingezet voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Dit betreft 0,6 hectare schraal grasland (maaibeheer), 1,8 hectare ingezaaid bloemrijk- en kruidenrijk grasland, 0,7 hectare wintervoedselakker, en 400 vierkante meter begroeide rietruigte. De losse hagen en heesters beslaan 0,2 hectare. Het resterend oppervlak wordt ingevuld door de bestaande watergang en bosvakken. Daarnaast wordt onder en rondom de panelen de grasvegetatie behouden en extensief beheerd door schapen, dit betreft een oppervlakte van 5,9 hectare (drukbegrazing). Het zonneveld zal circa 9 MWp opwekken. Het zonneveld zal gedurende 30 jaar worden gebruikt. De grond wordt gedurende deze periode gepacht door LC Energy.
Na een periode van 30 jaar zal de grond weer terug worden gegeven aan de grondeigenaar. LC Energy is een jong Nederlands bedrijf, ontstaan uit twee ervaren marktspelers: Low Carbon uit Londen en QING uit Arnhem. LC Energy is opgericht met als doel 500 MWp aan zonnevelden te ontwikkelen en te exploiteren in Nederland. Een belangrijke en mooie doelstelling, waar veel kennis en ervaring voor nodig is. Bij LC Energy werken dan ook kundige experts met een stevig trackrecord in de ontwikkeling van zonnevelden.
1.2
Ligging en begrenzing projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Keppelseweg (N317), tussen de kernen Langerak en Doetinchem. Het projectgebied omsluit het erf aan de Keppelseweg 300 ten noorden van de Keppelseweg, in het landelijk gebied. Aan de west- en noordzijde van het projectgebied staat bosbeplanting, met een uitgebreid padenstelsel. Deze beplanting maakt onderdeel uit van landgoed Hagen.
6
Zonneveld Keppelseweg
Figuur 1: Ligging en begrenzing projectgebied (bron: www.google.nl/maps)
1.3
Huidig planologisch regime
Het projectgebied valt binnen het regime van de beheersverordening ‘Landelijk gebied – 2020’. Deze beheersverordening is vastgesteld op 8 juli 2021. In de beheersverordening heeft het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Daarnaast is gedeeltelijk de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – motorcross’ van toepassing, de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie 2’ (voor een klein deel), de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – ammoniakbuffergebied’, de gebiedsaanduiding ‘overige zone – reliëf’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – waardevol landschap’. Tevens gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ (grotendeels) en ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’ (voor een klein deel). En voor een klein deel ‘bouwvlak’ met de aanduiding ‘cultuurhistorie’. De voorgenomen realisatie van een zonneveld, het plaatsen en in gebruik nemen van de constructies met zonnepanelen en toebehoren ten behoeve van het opwekken van duurzame energie (inclusief de landschappelijke en natuurlijke inrichting en inpassing), past niet binnen het huidig planologische regime.
Figuur 2: Uitsnede beheersverordening ‘Landelijk gebied – 2020’, ter hoogte van het projectgebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Voor de realisatie van het zonneveld wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van de bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo). Deze voorliggende ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de vergunningsaanvraag. Hierin komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en deze ruimtelijke onderbouwing toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook is er o.a. een inrichtings- en beheerplan opgesteld, welke separaat is bijgevoegd (Landschappelijk inpassingplan Zonneveld Keppelseweg (oktober 2021)). Dit inrichtings- en beheerplan speelt in op de hier kenmerkende landschapskarakteristieken.
1.4
Leeswijzer
De ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt daarbij getoetst aan dit beleid. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het projectgebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieuaspecten aan bod. In
8
Zonneveld Keppelseweg
hoofdstuk 6 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid
2 2 PLANBESCHRIJVING 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden het projectgebied en het voorgenomen plan beschreven.
2.2
Landschappelijke kenmerken projectgebied
Het projectgebied ligt op de overgang van een zanddekrug naar een terrasvlakte, gevormd door de Oude IJssel. Door de westenwind zijn er uit de bedding van de Oude IJssel landduinen ontstaan aan de westflank van de dekzandrug. De noordwestzijde van het projectgebied bevat een hoge landduin. Deze is ook goed waarneembaar in het gebied. De N317 en het erf op de Keppelseweg 300 ligt op een lage landduin. Het projectgebied wordt dan ook gekenmerkt door glooiingen en goed waarneembare hoogteverschillen. Het projectgebied zelf betreft een open gebied waarvan de noordwestzijde goed beleefbaar is vanaf zowel de N317 als het landgoed Hagen. Het zuidoostelijke deel van het projectgebied ligt verscholen achter de lage zandduin en is ook vanaf landgoed Hagen minder goed waarneembaar. Hier ligt het wandelpad lager dan het projectgebied door een afgraving.
2.3
Potentiële natuurlijke vegetatie
De bodemsamenstelling betreft leemarm en zwak lemig fijn zand met een lage grondwaterstand, een zogeheten hoge zwarte enkeerdgrond. Het projectgebied wordt momenteel gebruikt voor agrarische doeleinden. Kijkend naar het bodemtype zou zich hier van nature een droog wintereiken beukenbos kunnen ontwikkelen. Hoofdsoorten zijn beuk, appel, boswilg, haagbeuk, peer, ratelpopulier, ruwe berk, wintereik, zomerlinde, brem, framboos, hulst, kamperfoelie, klimop, lijsterbes, vlier, vuilboom en taxus. Bij het toepassen van nieuwe beplanting wordt gekozen uit bovenstaande soorten. Deze inheemse soorten zijn minder gevoelig voor ziekten.
2.4
Waterhuishouding en opgaven
Door het projectgebied loopt een watergang. Deze watergang sluit aan op de Teerink Sloot buiten het projectgebied, waarna het water uiteindelijk richting de Oude IJssel stroomt. De Keppelseweg ligt verhoogd op een dijk en dit betreft een waterkering. Gezien de ontwikkeling van het zonneveld nabij de beschermingszone van deze waterkering is contact opgenomen met het Waterschap Rijn en IJssel. Het Waterschap heeft daarbij een aantal uitgangspunten meegegeven voor het ontwerp: - Vanuit het beheer en onderhoud van de watergangen zijn zonnepanelen in het projectgebied geen probleem. De watergang in het projectgebied betreft geen watergang van het Waterschap Rijn en IJssel.
10
Zonneveld Keppelseweg
-
De aanleg van zonnepanelen binnen de kern- en beschermingszone is vergunning plichtig. Dit betreft de Keppelseweg en vanaf de buitenkruin een strook van 28 meter. Een deel van het zonneveld is in deze zone gepland. De buitenbeschermingszone beslaat een nog groter deel van het projectgebied. - Gelet op de geringe kerende hoogte worden geen risico’s verwacht met betrekking tot waterveiligheid. - Er dient ook aandacht te zijn voor het leggen van kabels en leidingen. Een eventuele kruising van de weg kan middels en gestuurde boring. Verder worden momenteel nieuwe ontwikkelingen rond de Grote Beek verkend. Voor de Grote Beek wordt een robuuster watersysteem beoogd. Dit vergt meer afvoer van neerslag via het grondwater. Bij de inrichting van het zonneveld zal worden gezorgd dat het hemelwater kan infiltreren in de ondergrond.
2.5
Onderdeel van landgoed Hagen
Kijkend naar de historische ontwikkeling van het projectgebied wordt duidelijk dat landgoed Hagen al lange tijd een rol speelt in dit landschap. Een deel van de historische structuren, zoals het bosvak aan de noordzijde van het projectgebied, zijn nog steeds in het projectgebied aanwezig. Ze vormen twee andere herkenbare historische elementen de twee uitstulpingen die vanuit de noordelijke bosrand het projectgebied insteken. Dit zijn restanten van voormalige routes tussen de N317 en landgoed Hagen. Dit geldt ook voor de twee solitaire bomen die langs de N317 staan. Oorspronkelijk maakte deze bomen deel uit van een laanstructuur welke de N317 begeleidde.
2.6
Uitstraling en toegankelijkheid van het projectgebied
Het projectgebied zelf is door zijn agrarische gebruik niet toegankelijk voor publiek. Rondom het terrein liggen echter meerdere soorten paden en wegen die veelvuldig gebruikt worden door recreanten. Zo heeft landgoed Hagen een uitgebreid padenstelsel dat door de directe omgeving intensief wordt gebruikt voor het maken van een wandeling en het uitlaten van de hond. De recreatieve waarde van landgoed Hagen is dan ook groot. Bij de inpassing van het zonneveld wordt dan ook rekening gehouden met de beleving van het zonneveld vanuit het landgoed. De beheerder van landgoed Hagen heeft aangegeven geen herstel van oude routes te willen vanaf de N317 richting het landgoed. Daarbij zijn in de directe omgeving voldoende wandelpaden aanwezig vanwaar landgoed Hagen kan worden benaderd. Daarentegen hebben enkele omwonenden de wens geuit voor een korte doorsteek richting het landgoed. Deze doorsteek betreft een informeel pad, alleen geschikt voor wandelaars, en niet openbaar toegankelijk. Gezien de wens vanuit landgoed Hagen is ervoor gekozen ten zuiden van het landgoed op de Keppelseweg aan te sluiten. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de belangen van landgoed Hagen en omwonenden. Deze doorgang door het panelenveld biedt tevens een eenvoudige passage mogelijkheid voor diverse diersoorten als reeën en de das.
Daarnaast ligt het projectgebied aan de Keppelseweg, een belangrijke ontsluitingsroute vanaf Doetinchem. Parallel aan de Keppelseweg ligt aan de zuidzijde een fietspad dat veel door scholieren en recreanten wordt gebruikt. Het gebied vormt een entree voor Langerak. Het natuurlijk reliëf met de bosrand van landgoed Hagen vormt hiervoor het visitekaartje. De inpassing van het zonneveld dient dan ook zorgvuldig vanaf deze zijde te gebeuren.
2.7
Ecologische waarde en potentie
Uit ecologisch veldonderzoek is gebleken dat er een aantal ontwikkelingsdoelen kunnen worden meegenomen in het ontwerp. Zo kan het leefgebied van de das, steenmarter, steenuil, diverse amfibieën en reptielen worden verbeterd. Voor het behouden van het foerageergebied voor de grondgebonden zoogdieren als de das en steenmarter kan het gaas van het hekwerk 15 centimeter vanaf het maaiveld beginnen. Ook zijn er mogelijkheden voor het bieden interessante schuil- en verblijfplekken voor de aanwezige amfibieën.
2.8
Het zonneveld
In deze paragraaf wordt het plan voor het zonneveld uiteengezet. Ten behoeve van het plan is ook een inrichtingsplan opgesteld. Deze is separaat bijgevoegd. 2.8.1 Initiatief voor een zonneveld en locatiekeuze De gemeente Doetinchem heeft zich aangesloten bij de klimaatdoelen en streeft er naar om in 2030 energieneutraal te zijn. Een deel van de duurzame energie moet worden opgewekt door zonnevelden. Het realiseren van zonnevelden is noodzakelijk om de overheidsdoelstellingen te behalen. Het alleen toestaan van zonnepanelen op daken is niet voldoende. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn. Ook zijn er nog vele ogenschijnlijk geschikte daken die uiteindelijk toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructie technische bezwaren, te klein dakoppervlak en hinderlijke schaduw. Mede door de bovenstaande redenen heeft LC Energy het initiatief genomen om in de gemeente Doetinchem een zonneveld te realiseren en heeft hiervoor het voorliggende projectgebied geselecteerd. Het zonneveld binnen dit projectgebied is hier landschappelijk en natuurlijk inpasbaar, waarbij kan worden aangesloten op de huidige en potentiële kwaliteiten in en om het projectgebied.
Daarnaast zijn er relatief weinig omwonenden en ligt het projectgebied op een gunstige locatie ten aanzien van de netaansluiting, waardoor het plan uitvoerbaar is. Een zonneveld van een vergelijkbare omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Doetinchem. Over het algemeen is er reeds bebouwing aanwezig, of is de betreffende grond bestemd voor andere functies die niet te combineren zijn met een zonneveld. Tijdens het omgevingsproces zijn er aanvullende en alternatieve locaties aangedragen. Deze aanvullende en alternatieve locaties zijn echt afgevallen. Redenen zijn o.a. dat het volwaardige alternatieven moeten zijn (van vergelijkbare oppervlakte) en dat kavelruil nodig was, waar niet alle grondeigenaren aan mee wilden werken. Een nadere motivering is opgenomen in het separaat bijgevoegde document ‘Zonnepark Keppelseweg, participatiedocument’. 2.8.2 Technische gegevens zonneveld Het oppervlak Dit grondgebonden zonneveld betreft 8,8 hectare bruto, waarvan 5,9 hectare wordt aangewend voor het plaatsen van de panelen, het inkoopstation, het hekwerk, de transformatoren en de ontsluitingsweg. De andere hectaren worden ingezet voor de landschappelijke inpassing van het terrein.
Dit betreft 0,6 hectare schraal grasland (maaibeheer), 1,8 hectare ingezaaid bloemrijk- en kruidenrijk grasland, 0,7 hectare wintervoedselakker, en 400 vierkante meter begroeide rietruigte. De losse hagen en heesters beslaan 0,2 hectare. Het resterend oppervlak wordt ingevuld door de bestaande watergang en
12
Zonneveld Keppelseweg
bosvakken. Daarnaast wordt onder en rondom de panelen de grasvegetatie behouden en extensief beheerd door schapen, dit betreft een oppervlakte van 5,9 hectare (drukbegrazing). De bouwwerken Voor de invulling van het zonneveld is het van belang dat de paneelrijen zoveel mogelijk de contouren van het natuurlijk reliëf en het perceel volgen. De panelen liggen georiënteerd op het zuiden. De panelen beginnen op circa 0,7 meter boven maaiveld en zijn maximaal 2 meter hoog. De panelen worden liggend (landscape) in zes rijen boven elkaar gemonteerd op een paneel. De kleur van de panelen is donkerblauw tot zwart. De coating van het frame is ook een grijze kleur zodat deze één geheel vormen met de panelen. De paneelopstellingen beslaan in totaal een oppervlakte van ca. 5 hectare. De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, veelal gemonteerd onder de panelen. Vanaf de omvormers wordt de stroom ondergronds getransporteerd naar één van de transformatorstations langs het (half)verharde beheerpad. Per twee hectare zonneveld is circa één transformator nodig. Vanaf de transformatoren wordt de stroom ondergronds naar het inkoopstation getransporteerd. Het inkoopstation heeft een grijze kleur en een maximale hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld. Het inkoopstation is het aansluitpunt voor de netverbinding.
De transformatoren hebben een maximale hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld. De kleur van de transformatoren wordt zo donker mogelijk, antraciet (RAL8019). Door een donkere kleurstelling zullen de transformatoren minder opvallen in het landschap. Rondom het zonneveld wordt een onopvallend, niet glimmend antraciet hekwerk toegepast. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het gaashekwerk Orses van Heras (of een vergelijkbaar type). Hierbij wordt geen horizontale bovenbuis of prikkeldraad toegepast. Het hekwerk zal beveiligd worden met camera’s. Het hekwerk wordt 2 meter hoog. Het gaas zal 15 centimeter boven het maaiveld beginnen zodat kleinere diersoorten onder het hekwerk door kunnen. De kleur van de staanders is grijs en het gaas is ook grijs. Alle technische tekeningen van de bouwwerken, inclusief doorsnede van de constructie met panelen, zijn separaat bijgevoegd. Figuur 3 geeft de technische overzichtstekening van het zonneveld weer. Beheerpaden De ontsluitingsweg van het zonneveld naar de container met reserveonderdelen, transformator/omvormerstations en aansluitpunt is 5 meter breed en halfverhard. De halfverharding geeft de vegetatie de ruimte om het pad te overgroeien. Hierdoor krijgt de ontsluitingsweg een minder prominente plek binnen het landschap. De overige beheerpaden variëren in breedte.
In het noordwestelijke deel van het projectgebied is de ruimte tussen de panelenrijen 2,2 meter. In het zuidoostelijke deel betreft de ruimte tussen de panelenrijen 1,5 meter. Dit betreffen allen graspaden. Rondom beide panelenvelden ligt een beheerpad van 4,5 meter breed en is uitgevoerd in grasbeton.
Figuur 3: Technische overzichtstekening. In de separate bijlage is deze tekening op schaal, en goed leesbaar, opgenomen.
14
Zonneveld Keppelseweg
2.8.3 Inrichtingsplan In deze paragraaf wordt het inrichtings- en beheerplan beknopt weergegeven. Het volledige inrichtingsen beheerplan (Landschappelijk inpassingsplan Zonnveld Keppelseweg) van het zonneveld is opgenomen in de separate bijlagen van deze ruimtelijke onderbouwing.
Figuur 4: Weergave inrichtingstekening (overzicht) van het zonneveld. Een goed leesbare versie (op schaal) is opgenomen in het separaat bijgevoegde Landschappelijk inpassingsplan Zonneveld Keppelseweg.
Behouden van natuurlijk reliëf en versterken landschappelijk contrast Het projectgebied ligt in een vrij besloten landschap en heeft de kenmerken van een bos- en landgoederenlandschap, maar ook van het kampenlandschap. Veel structuren zijn in de loop der jaren door ruilverkaveling verdwenen waardoor de verschillende landschapstypes steeds minder herkenbaar zijn geworden. Met de ontwikkeling van het zonneveld wordt de kans gegrepen om een deel van de oorspronkelijke kleinschaligheid in het projectgebied terug te brengen. Dit gebeurt middels aanplant van een losse landschappelijke haag langs de zuidoostelijke kavelgrens en met een omzoming van gemengd struweel langs het erf van de Keppelseweg 300. Hiermee wordt ook ongewenst zicht op het zonneveld vanuit omwonenden gefilterd. Het zonneveld wordt verder zo minimaal mogelijk ingepakt, hiermee wordt het zicht op de landduin (het kenmerkende reliëf) en de bosrand van landgoed Hagen behouden. Dit was mede een wens van de omwonenden en passanten in het gebied. Ontsluiting en routes Het zonneveld wordt ontsloten via een bestaande inrit aan de noordwestkant van het plangebied op de Keppelseweg. Vanaf deze ontsluiting loopt een halfverharde weg ten noorden van het erf Keppelseweg 300 in oostelijke richting tot de container, transformatoren en het aansluitpunt binnen het zonneveld.
Deze objecten dienen goed toegankelijk te zijn voor beheer en onderhoud, maar vooral in het geval van calamiteiten. De brandweer adviseert hiervoor een (half)verharde ontsluitingsweg van tenminste 5
meter breed. De ontsluitingsroute volgt globaal één van de oude routestructuren tussen landgoed Hagen en de Keppelseweg. Het plan is gevat deze ontsluitingsroute te kunnen gebruiken voor een informele wandeling vanaf de Keppelseweg richting landgoed Hagen. Dit pad zal niet worden aangeduid met borden of informatie. Het pad is slechts bedoeld voor de direct omwonenden. Behouden bestaande watergang Binnen het projectgebied ligt een watergang. Deze watergang heeft een afwaterende functie en blijft bereikbaar voor beheermaatregelen. Door extensief beheer van de sloot kan er ruigte langs de oevers ontstaan. Er heeft een verkenning plaatsgevonden om de watergang te dempen of af te dammen. Dit draagt bij aan het langer vasthouden van het regenwater in het gebied. Echter gezien de tijdelijkheid van de maatregel levert het slechts een bijdrage aan het watersysteem voor een periode van circa 30 jaar. Het infiltreren van regenwater in het grondwater door het behoud van een goede bodemvegetatie levert een duurzamere bijdrage aan de natuurdoeltypen die worden nagestreefd binnen het projectgebied. Ecologische waarde / biodiversiteit Het zonneveld wordt ingericht met een dubbelfunctie. Naast het opwekken van zonenergie is het versterken van ecologische waarde in het gebied een belangrijk thema. Hiertoe wordt het maaiveld met vier vegetatie typologieën ingericht.
Deze variatie is goed voor de insectenstand. Deze ontwikkeling is ook gunstig voor andere fauna waarvoor insecten een voedselbron zijn, zoals de das. In het projectgebied worden zonnepanelen met een tussenruimte van 2 meter toegepast. De panelenrijen hebben een hoogte van 2 meter. Hierdoor is er voldoende ruimte onder de panelen voor licht en water. Zo kan er onder de panelen een extensief schraal grasland ontwikkelen. De beheerpaden langs de hekwerken worden ingezaaid met bloem- en kruidenrijk schraal grasland. Langs de noordelijke kavelgrens blijft langs de bosrand de markante stijlrand zichtbaar en wordt de ondergelegen laagte binnen het projectgebied gevrijwaard van zonnepanelen opdat zich een schraal grasland kan ontwikkelen. Daarnaast wordt de bosrand, welke wordt beheerd als ‘N14 Vochtige bossen’, in stand gehouden. Het gaas van het hekwerk zal op 15 centimeter boven maaiveld beginnen. Zo vormt het hekwerk geen obstakel voor grondgebonden kleinere zoogdieren. Daarnaast worden er op 8 plekken aan voornamelijk de noord- en oostkant van het dassentunnels aangebracht, zodat de das het projectgebied kan passeren. De heesters die rondom de erven worden toegepast bestaan voornamelijk uit plantsoorten die voor de das en andere diersoorten een voedselbron vormen.
Beplantings- en beheerplan Ten behoeve van het plan is een beplantings- en beheerplan opgesteld, welke is opgenomen in het separaat bijgevoegde inrichtingsplan. 2.8.4 Gedragscode zon op land De ontwikkeling van het zonneveld vindt plaats volgens de 'Gedragscode zon op land'. De 'Gedragscodezon op land' is samengesteld door branche organisatie Holland Solar. Met deze code zetten de initiatiefnemers zich in voor meer zonnepanelen op land, maar dan wel volgens principes die zorgen voor draagvlak, natuurbehoud en goed ruimtegebruik. Met betrekking tot natuur, landschap en milieu gelden o.a. de volgende principes: • Aandacht voor natuur bij het ontwerp en beheer.
16
Zonneveld Keppelseweg
• •
Landschap: werken aan een integrale landschapsopgave. Inachtname landschapsbeleid + de expertise van landschapsarchitect of een historisch geograaf raadplegen bij ontwikkelen landschapsplan. • Ruimte tussen of rond panelen. • Met deze ruimte wordt gezorgd voor vegetatie en tevens voor neerslag en licht onder de panelen (ecologisch maatwerk). Er geldt een ondergrens van 25% onbedekt oppervlak van het plangebied. • Voorkomen verdroging bodem. • Geen gebruik pesticiden en herbiciden. Op al deze aspecten is ingespeeld met het voorliggende plan, zoals in onder andere de vorige paragraaf is weergegeven. Daarbij is het ook van belang dat binnen het plangebied, 56% van het plangebied onbedekt blijft met panelen. Wanneer de beheerpaden tussen de rijen panelen worden meegerekend, bedraagt dit percentage 41%. 2.8.5 Bouw De bouw van het project zal waar mogelijk gedaan worden met lokale partijen. De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen en plaatsen van de omvormers zal enkele maanden in beslag nemen. Om het park aan te sluiten op net zullen de nodige aanpassingen moeten worden gedaan, deze werkzaamheden kunnen 0,5 á 1 jaar in beslag nemen. 2.8.6 Operationeel Zodra het zonneveld gerealiseerd is, wordt er overgaan naar de fase van beheer.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook de monitoring van het zonneveld en diverse administratieve werkzaamheden. Ook vindt het beheer van het landschap plaats. 2.8.7 Looptijd De looptijd van het zonneveld betreft maximaal 30 jaar. Hierna wordt het zonneveld ontmanteld. 2.8.8 Financiering De ontwikkeling van zonnevelden doet LC Energy voor eigen rekening en risico. LC Energy is ontstaan uit een gelijkwaardige samenwerking tussen QING en Low Carbon. QING is één van de top 50 grootste ingenieursbureaus in Nederland, gespecialiseerd in innovatieve en duurzame projecten. Low Carbon is een Britse investeringsmaatschappij die het risicovolle ontwikkelkapitaal inbrengt. De financiering van het project zelf zal worden geleend bij een reguliere bank (bijv. Triodos, ASN, Rabobank, e.d.). Daarnaast wordt SDE+ subsidie aangevraagd.
2.8.9 Participatie LC Energy (initiatiefnemer) geeft omwonenden de mogelijkheid te participeren en te profiteren. 1. Allereerst spant de initiatiefnemer zich, zolang de realisatie van het project nog niet is voltooid, maximaal in om de lokale omgeving rechtstreeks financieel te laten participeren in het project tot 50% van de investeringswaarde van het project, via een (al dan niet nog op te richten) lokale energiecoöperatie en daartoe een omgevingsovereenkomst aan te gaan. Via deze vorm van directe participatie worden de (lokale) investeerders direct (deels) eigenaar van het project middels de verkrijging van aandelen in de projectvennootschap door de energiecoöperatie. Deelname in de projectvennootschap zal kunnen geschieden op basis van de intrinsieke waarde van de aandelen, eventueel te vermeerderen met een redelijke risico-opslag, en naar evenredigheid van het aandelenbezit. De initiatiefnemer zal voorafgaand aan de realisatie van het project samenwerken met lokale belanghebbenden en coöperaties (indien aanwezig) om lokaal mede-eigendom of zeggenschap mogelijk te maken. Tevens onderzoekt de initiatiefnemer in samenwerking en afstemming met de gemeente of bij de inwoners van de gemeente Doetinchem (in de eerste plaats bij de direct omwonenden) voldoende belangstelling is voor lokaal eigenaarschap. 2.
Donatie: indien lokaal eigenaarschap, zoals hiervoor omschreven, niet mogelijk blijkt, biedt de initiatiefnemer mogelijkheid om een donatie te doen. Deze donatie kan in de vorm van geld of in de vorm van zonnepanelen voor een lokaal gemeenschapsgebouw, zoals een school. Per megawattuur (MWh) opwek wordt 0,45 euro (vijfenveertig eurocent) gedoneerd gedurende de looptijd van de SDE. In plaats van de donatie gedurende de looptijd van de SDE, kan de initiatiefnemer eenmalig vooraf een donatie doen. Bij een eenmalige donatie wordt het bedrag verdisconteerd op basis van de dan gangbare disconteringsvoet. 3. Obligaties: indien lokaal eigenaarschap, zoals hiervoor omschreven, niet mogelijk blijkt en indien onvoldoende belangstelling bestaat voor de donatie zoals hiervoor omschreven, zullen via een online platform (bijvoorbeeld duurzaaminvesteren.nl of zonnepanelendelen.nl) obligaties uitgegeven worden aan de inwoners van de gemeente Doetinchem (in de eerste plaats bij de direct omwonenden). De financiële constructie zoals die is gebruikt voor het windpark Den Tol te Netterden dient daarbij als voorbeeld, waarbij lokale omwonenden de eerste kans kregen te investeren tegen een iets hoger rendement en er tevens een donatie werd gedaan. 4.
Participatie door de gemeente: ter waarborg kan de gemeente bij onvoldoende belangstelling in lokaal eigenaarschap, als hiervoor omschreven, ervoor kiezen zelf direct te investeren in het project om daarmee de financiële participatie tot 50% van de investeringswaarde van het project aan te vullen. Initiatiefnemer en gemeente realiseren zich dat de mogelijkheid bestaat dat er onvoldoende interesse is om te participeren in het project vanuit de lokale bevolking. De gemeente en de initiatiefnemer treden in dat geval met elkaar in overleg. Doel van dit overleg is te onderzoeken op welke alternatieve wijze het project meerwaarde kan hebben voor de omgeving of de leefgemeenschap rondom de projectlocatie. Partijen komen dan ook overeen dat onvoldoende belangstelling voor participatie vanuit de lokale bevolking in beginsel niet in de weg kan staan aan de realisatie van het project, omdat dit middels alternatieve wijze kan worden ingevuld.
De manieren waarop de initiatiefnemer gelegenheid zal geven aan de lokale bevolking om te profiteren van het project zijn hierna weergegeven: • De initiatiefnemer zal aan omwonenden, binnen een nader met gemeente in goed overleg overeen te komen straal, stel een straal van achthonderd meter (800m), eenmalig de mogelijkheid bieden om van de initiatiefnemer via een (al dan niet nog op te richten) lokale energiecoöperatie losse zonnepanelen te kopen tegen inkoopprijs; • De initiatiefnemer zal openstaan voor de mogelijkheid om (een deel van) de opgewekte groene energie terug te leveren aan lokale afnemers, zulks onder voorbehoud akkoord van de financierende bank en conform marktprijzen. • De initiatiefnemer biedt scholen in de gemeente Doetinchem één (in onderling overleg overeen te komen) dag per jaar educatieve faciliteiten aan met betrekking tot duurzame energie,
18
Zonneveld Keppelseweg
•
bestaande uit lessen op school of rondleidingen aan klassen op de locatie van het project voor een periode van maximaal tien (10) jaar na eerste ingebruikname van het project. Hierbij wordt ook aandacht geschonken aan onderwerpen als de ecologische waarde en biodiversiteit van het Project. Voor de bouw, de exploitatie, het onderhoud en het verwijderen van het project, alsmede de aanleg en het onderhoud van de landschappelijke voorzieningen en eventuele begrazing van het perceel streeft de initiatiefnemer ernaar gebruik te maken van lokale en/of regionale bedrijven.
2.8.10 Omgevingsproces LC Energy heeft omwonenden en andere belanghebbenden zorgvuldig geïnformeerd over het plan. Ook is, waar mogelijk, rekening gehouden met de wensen van omwonenden en andere belanghebbenden. Een verslag van het omgevingsproces is opgenomen in het separaat bijgevoegde document ‘Zonnepark Keppelseweg, participatiedocument’. Hierna volgt het historische overzicht en een korte toelichting.
2018
2019
2020
2021
2022
apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
Start zoektocht naar geschikte locatie in Doetinchem
Grondcontract getekend
Keukentafelgesprekken gevoerd Inloopavond de Kruisberg Haalbaarheidsonderzoeken alternatieve locaties Vaststelling gemeentelijk beleidskader Vergunningsaanvraag ingediend
SDE najaarsronde Terugkoppeling input ring 1 en ring 2 via projectdocument Invulling en uitwerking anterieure overeenkomst met gemeente Onderzoek planschade Inkoop netaansluiting Liander SDE voorjaarsronde
SDE najaarsronde
Ontwerpaanpassingen 2de inloopavond (webinar) - verwerken input 2de inloopavond
SDE najaarsronde
Vergunning?
SDE najaarsronde?
Start bouwvoorbereiding
Tijdslijn belangrijke stappen in omgevingsproces
20
Zonneveld Keppelseweg
De eerste stap in het proces was de zoektocht naar een geschikte locatie. De mate van geschiktheid van een locatie is afhankelijk van een aantal factoren waarvan het gemeentelijke beleid en de mogelijkheden om aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk essentiëel zijn. De projectlocatie aan de Keppelseweg is in september 2018 gevonden en vastgelegd. Vervolgens is LC Energy gestart met één-op-één gesprekken met dichtbijgelegen omwonenden. Ook is er een inloopavond georganiseerd in de Kruisberg waarvoor 190 huishoudens zijn uitgenodigd en er ca. 75 mensen aanwezig waren. Parallel hieraan zijn gesprekken gevoerd met het waterschap en met landgoed Hagen. De input uit al die gesprekken en de inloopavond is onderzocht op haalbaarheid en zo goed mogelijk verwerkt in het projectontwerp. De wijze waarop dat is gedaan is vastgelegd in ‘Zonnepark Keppelseweg, participatiedocument’. Het was op dat moment de bedoeling dit document terug te koppelen tijdens de wettelijke periode van 6 weken waarin de aanvraag ter inzage ligt. De gemeente werkte ondertussen aan het beleidskader duurzame energie opwekking dat in april 2019 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Kort daarna, in mei 2019, heeft LC Energy de vergunningsaanvraag (in afwijking van het geldende bestemmingsplan) ingediend.
Het doel daarachter was de SDE-ronde van september 2019 te kunnen halen (daarvoor is een vergunnnig noodzakelijk). Het project is toen even stil gevallen waardoor de SDE ronde van 2019 niet werd gehaald. In het najaar van 2019 is de draad weer opgepakt en heeft LC Energy in overleg met de gemeente eerst het voornoemde projectdocument teruggekoppeld aan de 190 huishoudens via een nieuwsbrief per post. Vervolgens is LC Energy met de gemeente de anterieure overeenkomst gaan uitwerken en is er een planschade onderzoek uitgevoerd. Rond die periode heeft LC Energy tevens het besluit genomen om de netaansluiting bij Liander te contracteren. De gemeente werkte ondertussen verder aan de participatiestandaard. In oktober 2020 is een checklist uitgebracht voor een goed participatieproces. In overleg met de gemeente is toen besloten het participatieproces deels over te doen op basis van deze nieuwe standaard. Dit moment is tevens aangegrepen om ontwerpaanpassingen (meer groenbuffers) te communiceren. Derhalve heeft LC Energy in februari 2021 een tweede inloopavond georganiseerd. In verband met Covid-19 maatregelen was dit een digitale informatie avond, deze is terug te zien op onze website (https://www.lcenergy.nl/projecten/zonnepark-keppelseweg/). Tijdens deze avond is er een update gegeven van het project en is ook het aangepaste ontwerp gepresenteerd.
Een verslag van deze bijeenkomst, inclusief de vragen die zijn gesteld en de antwoorden die hierop zijn gegeven, zijn verwerkt in het participatie document. Omdat er sinds onze vergunningsaanvraag van mei 2019 veel ontwikkelingen zijn geweest, is er besloten ook het participatie document te vernieuwen. Dit participatie document geeft een overzicht van de historische ontwikkelingen en bevat een verslag van de digitale inloopavond, inclusief een overzicht van alle gestelde vragen en de antwoorden die daarop zijn gegeven. Het oorspronkelijke participatie document is een bijlage van het vernieuwde participatie document.
3 3 BELEIDSKADERS 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het projectgebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.
• Duurzaam economisch groeipotentieel. • Sterke en gezonde steden en regio's. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk; • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. • Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling: in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe
22
Zonneveld Keppelseweg
landschappen te creëren, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de broeikasgassen ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen. Deze opgaven manifesteren zich rond één van de vier prioriteiten, namelijk prioriteit 'Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie'. In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald. Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen. De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonneparken kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten zonneparken in het landschap worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur.
Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan draagt bij aan de (inter)nationale doelstellingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. In de gemeente Doetinchem zijn ook zonneparken op landbouwgrond nodig, om aan de doelstellingen te kunnen voldoen. Dit is o.a. weergeven in het gemeentelijke beleidsdocument ‘Duurzame energieopwekking in Doetinchem’. Met zonnepanelen op daken en het gebruik van beschikbare ruimte in stedelijk gebied is er in de gemeente onvoldoende ruimte om de benodigde energie op te wekken. Omdat er ook ruimte moet zijn voor de landbouw om zich te ontwikkelen worden initiatieven in het Gelders Natuur Netwerk in principe niet toegestaan in de gemeente Doetinchem en is er een maximum van 3% aan het gebruik van landbouwgronden voor grootschalige zonneparken gesteld. Het voorliggende initiatief past binnen deze 3%. Met voorliggende plan wordt bijgedragen aan de ambities, opgaven en prioriteiten van de NOVI en wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van een zo hoog mogelijke kwaliteit van de leefomgeving. 3.2.2 Uitvoeringsagenda met zonneladder Samen met de NOVI heeft het kabinet een uitvoeringsagenda gepresenteerd.
Hierin is beschreven hoe het Rijk, samen met alle betrokken overheden en andere partijen, uitvoering zal geven aan de Nationale Omgevingsvisie. De doorvertaling van de NOVI naar regionale aanpakken wordt beschreven in Omgevingsagenda’s en regionale verstedelijkingsstrategieën. Elke 4 jaar wordt inzichtelijk gemaakt wat de ontwikkelingen zijn, wat de voortgang van de uitvoering is en of aanpassingen in beleid en aanpak noodzakelijk zijn. In de uitvoeringsagenda is ook de zonneladder opgenomen. De in de uitvoeringsagenda opgenomen Zonneladder die inzet op het ‘beperken van de benutting van landbouwgrond en natuur voor de energieopwekking’ is als volgt: 1. Op daken en gevels. 2. Op onbenutte terreinen in bebouwd gebied. 3. In landelijk gebied (waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, bermen van spoor -en autowegen). 4. Op landbouw- en natuurgronden.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn zonnevelden noodzakelijk. Dit is o.a. verwoord in de RES 1.0 van de regio Achterhoek (zie paragraaf 3.4.3 van deze Ruimtelijke Onderbouwing), het ‘Koersdocument Doetinchem natuurlijk duurzaam’, de coalitie-agenda 2018-2022 van de gemeente Doetinchem (energieneutraal in 2030) en in gemeentelijke beleidsdocument ‘Duurzame energieopwekking in Doetinchem’. In dit laatste beleidsdocument is bijvoorbeeld benoemd dat bij het realiseren van duurzame energie bronnen het de voorkeur heeft eerst te kijken naar de beschikbare ruimte op daken. Dan te kijken naar locaties die dubbel gebruikt kunnen worden (denk aan overkapping van parkeerterreinen, combinaties met waterberging, ruimte langs infrastructuur braakliggende terreinen, etc.) en gronden welke in aanmerking komen voor natuurontwikkeling en inefficiënt gelegen en slechte landbouwgronden. En pas dan andere gronden in aanmerking te laten komen. Echter, zo is aangegeven, weten we dat we met alleen gebruik van beschikbare ruimte in stedelijk gebied onvoldoende ruimte hebben om de benodigde energie op te wekken. Zo blijkt uit onderzoek dat de gemeente met het volleggen van daken slechts tot een deel van de opwekopgave kan worden gekomen.
Daarbij komt dat bepaalde type opwekinstallaties zich nu eenmaal niet laten inpassen in de stedelijke omgeving. Het daadwerkelijk ontstaan van een initiatief op een bepaalde locatie is ook afhankelijk van milieu-, sociaal/ culturele, economische en technologische aspecten. Gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen kan de gemeente niet eerst het ene doen, voor de gemeente aan het andere begint (zo is weergegeven). Wel vindt de gemeente het belangrijk dat er gebieden vrijblijven van duurzame energieopwekkingsinitiatieven en dat er ruimte blijft voor de landbouw om zich te ontwikkelen. Om die reden staat de gemeente initiateven in het Gelders Natuur Netwerk in principe niet toe en stelt de gemeente een maximum van 3% aan het gebruik van landbouwgrond voor grootschalige zonneparken. Hier past het voorliggende initiatief binnen. Wanneer de energievraag in de gemeente volledig duurzaam wordt opgewekt, zullen initiatieven tegen elkaar afgewogen gaan worden en zullen keuzes gemaakt worden. 3.2.3 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.
Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 14 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld.
Relevant voor de ontwikkeling van het zonnepark is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie moet voldoende ruimte gereserveerd
24
Zonneveld Keppelseweg
worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (waaronder zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze bronnen hebben relatief veel ruimte nodig. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. De ontwikkeling van het drijvende zonnepanelenveld volgt de lijn van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen. 3.2.4 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) (inmiddels Natuurnetwerk Nederland (NNN)), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van een zonneveld past binnen de regels van het Barro en het Bro. Wel moet worden afgewogen of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe "Laddersystematiek" wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen.
De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling
mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Het aanleggen van een zonneveld op de huidige agrarische percelen is geen nieuw stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonneveld geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hierna wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. 1. Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat onder andere aangegeven in de Omgevingsvisie van de Provincie Gelderland, het Akkoord van Groenlo 2013 en in het Koersdocument Doetinchem natuurlijk Duurzaam van de gemeente Doetinchem. Zowel de provincie, de regio en de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties.
Duurzame energieopwekking in de vorm van een zonneveld draagt bij aan deze behoefte en profilering. De gemeente Doetinchem heeft als opgave om energieneutraal te zijn in 2030. 2. Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn daartoe ook zonnevelden noodzakelijk. Dit is ook verwoord in het Koersdocument Doetinchem natuurlijk duurzaam en de coalitie-agenda 2018-2022 van de gemeente Doetinchem (energieneutraal in 2030). Binnen de bebouwde kom is wel ruimte voor zonnepanelen op daken. Echter zijn de daken veelal in particulier eigendom waardoor de eventuele realisatie van zonnepanelen afhankelijk is van particulier initiatief. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn en ook nog vele ogenschijnlijk geschikte daken toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructie technisch bezwaren, te klein dakoppervlak, hinderlijke schaduw, en netwerkaansluitingbeperkingen. Voor een economisch rendabel zonneveld dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden. Een zonneveld met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Doetinchem.
Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing aanwezig of is de betreffende grond gereserveerd voor andere functies. Het projectgebied van deze ontwikkeling ligt in het landelijk gebied waarbij de realisatie financieel uitvoerbaar en inpasbaar is (ruimtelijk en landschappelijk). Het is financieel essentieel dat het zonneveld binnen een relatief korte afstand wordt aangesloten op het elektriciteitsnet, wat hier het geval is. Ook is het bijvoorbeeld van belang dat er weinig tot geen schaduw is, zoals in het voorliggende projectgebied. Het zonneveld is goed te bereiken en het zicht voor omwonenden op de zonnepanelen kan, door een goede landschappelijke inpassing, worden geminimaliseerd.
1
Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708.
26
Zonneveld Keppelseweg
Het zonneveld wordt aangelegd voor de duur van maximaal 30 jaar, en wordt planologisch mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning. Aan het einde van de looptijd worden de percelen weer opgeleverd met de functie en bestemming zoals deze is verkregen. 3. Het zonneveld moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via een ontsluiting aan de Keppelseweg van het zonneveld, en daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Het zonneveld kan op een veilige manier worden ontsloten. 3.2.5 Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Het Energieakkoord streeft naar een kosteneffectieve uitrol van grootschalig hernieuwbare energieopwekking. Deze strategie biedt zekerheid voor investeerders. Het levert nieuwe banen op. Het lokt innovaties uit. Dit verlaagt de kosten en het draagt bij aan versterking van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 16% in 2023.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 16% duurzaam opgewekte energie in 2023. 3.2.6 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. In het Klimaatakkoord staat dat in 2030 het aandeel duurzame stroom op gemiddeld 49 procent moet liggen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonneveld draagt bij aan de doelstellingen in het recentelijk vastgestelde klimaatakkoord. 3.2.7 Rijk investeert in duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonnevelden kan SDE+ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidieregeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert. 3.2.8 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro.