Bijlage 1 Omgevingsvisie ‘Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek’.pdf
Tekst van het document
Bovenstaande tekst komt uit de woonvisie. Het is de toelichting op één van de deelgebieden onder het woonmilieu wonen in het groen. Alle toelichtingen zijn te vinden in de woonvisie.
HOE BEREIKEN WE DIT? Als het gaat om nieuwbouw is het belangrijk dat we in staat zijn om sneller te bouwen en volgens een ontwikkelstrategie die leidt tot een continue productie van nieuwbouw voor de lange termijn. We hebben verschillende mogelijkheden om initiatieven op het gebied van woningbouw te stimuleren. De gemeenteraad heeft bijvoorbeeld een ontwikkelfonds (Investeringsfonds Doetinchem 2036) in het leven geroepen om projecten op bijvoorbeeld het terrein van wonen van de grond te krijgen. Waarmee we initiatieven uit de markt zoveel mogelijk stimuleren. En de gemeente ook de regie kan nemen op de locaties waar dat wenselijk of nodig is. Daarnaast is het mogelijk gebruik te maken van externe financieringsbronnen zoals de WBI (rijksregeling woningbouwimpuls) en provinciale subsidies. In de nota ‘Continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem’ zijn aan de hand van verschillende thema’s ambities geformuleerd voor de omgang met ons erfgoed. Zodat we bij nieuwe ontwikkelingen cultuurhistorische en landschappelijke karakteristieken kunnen behouden op een eigentijdse manier. We leggen de nadruk op behoud van erfgoedwaarden met oog voor de veranderende eisen van de tijd, behoud èn ontwikkeling gaan hand in hand. Dit kunnen we alleen doen samen met onze inwoners.
Om het besef en de waardering voor erfgoed bij onze inwoners te vergroten werken we samen met onze maatschappelijke partners aan het vergroten van de zichtbaarheid en beleefbaarheid van cultuurhistorie, en het vertellen van belangrijke verhalen uit onze geschiedenis. Samen werken we zo aan de versterking van onze culturele identiteit.
Cultuurhistorie is een verzamelnaam voor nog aanwezig tastbare sporen van de mens uit het verleden. Het gaat hierbij niet alleen om oude gebouwen, maar ook om landschappen of archeologische vondsten. Al dit erfgoed levert een belangrijke bijdrage aan het karakter van onze leefomgeving en speelt een belangrijke rol in de mate waarin we ons verbonden voelen met onze woonomgeving. Daarom moeten we zorgvuldig omgaan met deze nog aanwezige overblijfselen van onze geschiedenis. Dit betekent niet dat alles moet blijven zoals het is, erfgoed ontstaat en verandert met de tijd mee. Aanpassingen aan gebouwen en veranderingen in het landschap bedoeld voor ander of beter gebruik zijn van alle tijden. Voor initiatiefnemers willen we zowel kaderstellend als stimulerend zijn. Daarom hebben we een afwegingskader gemaakt voor ontwikkelaars, die erop gericht is om het juiste woningbouwprogramma op de juiste plek te krijgen. Met een inspiratiebundel omgevingskwaliteit inspireren en stimuleren we initiatiefnemers van nieuwbouw op allerlei actuele thema’s. Bijvoorbeeld circulariteit, klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit, natuurinclusiviteit, welstand, duurzame mobiliteit, leefbaarheid en fysieke en sociale veiligheid. Op die manier kunnen we ook invloed uitoefenen op de kwaliteit en de vorm van de woningbouw.
Bij projecten binnen onze gemeente is het inmiddels gemeengoed om omwonenden en/of nieuwe bewoners te betrekken bij de te ontwikkelen gebieden. Om woningen toekomstbestendig te maken investeren we in actuele ontwikkelingen, zoals hierboven genoemd. We stimuleren circulaire gebiedsontwikkeling, zowel bij nieuwbouw als bij transformatie, renovatie en herstructurering. Daarvoor werken
we nu aan een ‘Nota Circulariteit’. We streven naar zoveel mogelijk biobased en hergebruik van materialen. Voor de aanpak van hitte doen wij mee aan een landelijke pilot. Ons doel is om als gemeente in 2050 hittebestendig te zijn. Uitkomst van de pilot is een “actieprogramma hitte” voor de komende jaren. Dit programma komt tot stand door hitte-problemen te inventariseren en vervolgens te prioriteren in hitte-maatregelen. Zodat we samen werken aan bewustwording en de aanpak van hitte. Bij nieuwbouw gelden wettelijke regels om deze bijna energieneutraal te bouwen. Bestaande woningen moeten worden geïsoleerd en worden voorzien van duurzame verwarming. Dit is onderdeel van de ‘Transitievisie Warmte Doetinchem’, waarin is beschreven welke stappen we moeten zetten naar een aardgasvrij Doetinchem. Deze aanpak bestaat uit enerzijds tot 2030 jaarlijks met twee buurten een uitvoeringsplan op te stellen en anderzijds een gemeentebrede aanpak op het gebied van energie besparen, isoleren, ventileren en groene energie opwekken.
We zorgen daarnaast voor voldoende ruimte voor water en groen. We hanteren de vuistregel 3-30-300 voor groen (zie toelichting in het kader), stellen een biodiversiteitsplan op en borgen een robuuste, aaneengesloten groenblauwe structuur. Zo komt het groen tot midden in de stad in verbinding te staan met het groen in het landelijk gebied. Omdat groen voor ons allemaal van belang is, willen we onze inwoners blijven betrekken bij het verder vergroenen van onze gemeente. Het creëren en behouden van draagvlak voor groen is nodig, omdat de gemeente alleen niet in staat is voldoende groen te behouden. Veel groen is immers in particulier bezit. Het is belangrijk dat ook particulieren voldoende groen in hun tuinen hebben en willen behouden. We willen dit daarom verder stimuleren, en inwoners enthousiast te maken meer te vergroenen.
33
VUISTREGEL 3-30-300 (VOOR GROEN) • We streven naar drie bomen op korte afstand van een woning; • Op wijk- en stadsniveau streven we naar een kroonbedekking van 30%; • We streven naar de aanwezigheid van één of meerdere recreatieve groene plekken binnen elke wijk en realiseren daarmee de 300 meter afstand tussen woning en groene plek. In de praktijk kan dat ook betekenen dat de groene plekken in het naastgelegen landelijk gebied liggen.
34
OPGAVE SPOORZONE: HET VISITEKAARTJE VOOR DOETINCHEM EN DE ACHTERHOEK Binnen de groeiambitie vormt de spoorzone een strategische locatie. Dit komt door de ligging ten opzichte van de binnenstad, de oude IJssel, snelweg A18 en het station. Dit omvat het gebied tussen de Terborgseweg, Spinbaan, de Oude IJssel, de Fabriekstraat en is 53,4 hectare groot. De spoorzone is momenteel met name een werkgebied. Verschillende industriële bedrijven zijn aanwezig in het noorden en zuiden van het gebied. Met de ontwikkeling van Iseldoks zijn de eerste woningen en voorzieningen toegevoegd aan de noordwest kant van het gebied. Voor dit gebied wordt een structuurschets (visie) opgesteld samen met de omgeving. De gemeente pakt hiermee de rol als proactieve organisator op en faciliteert, verbindt en daagt uit. Vanaf de start bouwen we samen aan de ontwikkeling van het gebied. Met bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden. De eerste aanblik vanuit het station is nu geen visitekaartje voor Doetinchem waar je de beleving voelt van een levendige stad. Door de goede bereikbaarheid met openbaar vervoer, fiets en auto heeft de spoorzone veel potentie voor het vestigen en versterken van stedelijke activiteiten. De spoorzone kan hét visitekaartje worden voor Doetinchem en de Achterhoek, waarbij de kwaliteit van de stad al voelbaar/zichtbaar is zodra je het station uitstapt.
Een gebied waar je niet alleen komt om over te stappen en je reis te vervolgen, maar ook een plek om te wonen, werken, leren, ontmoeten en te verblijven. Juist de kruisbestuiving en ontmoeting tussen mensen en functies kan het gebied doen bruisen en daardoor ook innovatie stimuleren. Ontmoetingen tussen jong en oud, tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en onderwijs en tussen bezoekers en bewoners. De ruimtelijke structuur, openbare ruimte, functies en gebouwen vormen de stedenbouwkundige basis. We ontwikkelen gebieden door functies te combineren en elkaar te laten versterken. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige stad. Het gebied is aanvullend aan de binnenstad. Met de gebiedsontwikkeling spoorzone wordt de centrumfunctie van Doetinchem in de regio nog verder versterkt. Vanuit het gebied maken we hoogwaardige verbindingen met de Oude IJssel, de binnenstad en de omliggende buurten. Of we versterken deze. De oevers van de Oude IJssel bieden niet alleen ruimte voor aantrekkelijk wonen, maar ook voor groene en toegankelijke plekken en ‘nieuwe’ wandelroutes.
35
WERKGEMEENTE MET RUIMTE VOOR TALENT EN INNOVATIE OP WEG NAAR 2036 STERKE WERKLOCATIES MET RUIMTE VOOR INNOVATIE
BRUISENDE BINNENSTAD ALS MAGNEET VOOR DE REGIO
Een veranderende economie kan veel invloed hebben op onze omgeving. Voorbeelden hiervan zijn de overgang naar een circulaire economie en de wisselende beschikbaarheid van grondstoffen. Zo is het lang niet altijd meer een zekerheid dat overal energie geleverd kan worden en is het in de bouw steeds vaker moeilijk om aan bepaalde materialen te komen. Steeds meer bedrijven halen de productie van grondstoffen dichterbij. Zo zijn zij minder afhankelijk van anderen. Alle ontwikkelingen samen zorgen ervoor, naast de economische groei op zichzelf, dat bedrijven steeds meer ruimte nodig hebben. We proberen daarom zo slim mogelijk om te gaan met de beschikbare ruimte.
Het centrum van de stad Doetinchem heeft haar eigen karakter en aantrekkingskracht en is een bron van werkgelegenheid. We blijven werken aan een toekomstbestendige binnenstad, waarbij de economische ontwikkelingen op de bedrijventerreinen en in de binnenstad elkaar verder versterken. Denk hierbij aan het duurzaam opzetten van logistiek in de binnenstad, productieketens en de diversiteit in werkgelegenheid.
We werken samen met ondernemers aan de toekomstbestendigheid van onze bedrijventerreinen. We ondersteunen initiatieven op het gebied van de energietransitie, vergroening, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie. Hiermee dragen we bij aan een toekomstbestendig werklandschap.
36
We zetten in op een sterk ondernemersklimaat door actief de samenwerking op te zoeken met maatschappelijke organisaties, ondernemers en instellingen. We koesteren hierbij
bedrijven die passen binnen het profiel uit de regio en hebben oog voor lokale ondernemers. Ook zetten we in op een aantrekkelijk woon-werk klimaat om onze werknemers te binden met goede maatschappelijke en culturele voorzieningen, een sterk verenigingsleven en een bruisende binnenstad.
De economische vitaliteit van de binnenstad wordt versterkt langs de uitgangspunten van de bestuursopdracht Binnenstad: Gastvrij, Groen, Water en Wonen. We streven naar een aantrekkelijk woon-, verblijfs- en werkklimaat en houden rekening met de gevolgen van klimaatverandering. Een bruisende en levendige binnenstad heeft een positief effect op de economie in de hele gemeente. Met onze groeiambitie laten we niet alleen zien dat we als gemeente willen groeien in inwonersaantal. Het laat ook zien dat we onze positie als centrumgemeente willen versterken. De ambitie straalt uit dat we bereid zijn te investeren in een aantrekkelijk centrum met veel economische kracht.
LEGENDA BASIS
WERKGEMEENTE
OPGAVE
BEBOUWING
SPOOR/STATION
NIEUWE LOCATIE ZIEKENHUIS
TOEKOMSTBESTENDIGE BINNENSTAD
BEBOUWING STADSSCHIL
WATER
CIRCULAIR AMBACHTSCENTRUM
SPOORZONE
BEDRIJVENTERREIN
WOONVISIE: GEMENGD STEDELIJK WONEN WERKEN
WEGEN
TOEKOMSTBESTENDIG BEDRIJVENTERREIN
GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN
NIEUWE LOCATIE VAN DER VALK
37
CIRCULARITEIT IN ECONOMISCH PERSPECTIEF Eén van de onderdelen van dit toekomstbestendige werklandschap is een systeem waarin we water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk kunnen behouden en zo efficiënt mogelijk hergebruiken. Dit vraagt om anders denken en doen. Afval zien we als een grondstof. Wat voor de één afval is, is voor de ander nog bruikbaar. Door dat soort partijen aan elkaar te verbinden, kunnen we een kringloop opzetten. We stimuleren inwoners en bedrijven hun afval beter te scheiden. We richten een circulair ambachtscentrum op in samenwerking met verschillende lokale partners. We leveren het circulair ambachtscentrum waarschijnlijk in 2024 op. We bevorderen duurzaam, circulair en klimaatadaptief bouwen bij bedrijven. Daarnaast ondersteunen we verschillende lokale en regionale ‘circulaire’ initiatieven, waar de gemeente actief in participeert, zoals Cirkelregio De Achterhoek en Circulair bedrijventerrein Wijnbergen. De Achterhoekse ondernemerscultuur kenmerkt zich door aanpakken en samenwerken.
38
ECONOMIE IN BALANS MET AMBITIE De bedrijvige gebieden moeten goed bereikbaar zijn. Ook moeten ze aantrekkelijk en gezond zijn, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van voldoende groen. En er moet een goede balans zijn tussen de bedrijven die er actief zijn. Door ons daarop te richten, werken we aan een gemeente waarin bedrijven zich graag vestigen en er graag blijven. Dat is belangrijk voor de economie en de werkgelegenheid in onze gemeente. Wij willen ervoor zorgen dat er ook in de toekomst voldoende arbeidskrachten zijn voor onze bedrijven en organisaties. In de thematekst ‘Woongemeente voor iedereen’ leest u over een belangrijke voorwaarde, namelijk het voorzien in voldoende passende woningen. Hierbij is het op peil houden van voorzieningen een groot aandachtspunt. Denk hierbij aan culturele en maatschappelijke voorzieningen, maar
ook scholen en huisartsen. Onder het thema ‘Mens en ontmoeten’ leest u meer over het op peil houden van het voorzieningenniveau. Ons doel is een toekomstbestendige economie voor Doetinchem. We werken daar stapsgewijs aan en willen dat geleidelijk aan ook steeds meer gebiedsgericht doen. Als wij het hebben over economie, dan gaat het over onze centrumfunctie, de kleinschalige en grootschalige detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, bepaalde aspecten van de vrijetijdseconomie zoals de horeca, werk aan huis en innovatie. Onze ambitie gaat gepaard met andere keuzes over het ruimtelijk gebruik, zoals de wegenstructuur, het aanbod aan woningen en de aantrekkelijkheid van de leefomgeving, fysiek en sociaal. Samen met andere beleidsterreinen kijken wij naar duurzame groei van onze economie en hoe we dit ruimtelijk vertalen.
OPGAVE TOEKOMSTBESTENDIGE BINNENSTAD De economische en sociale vitaliteit van het centrumgebied staat onder druk. Verschillende (landelijke) trends en ontwikkelingen hebben invloed op het functioneren en floreren van de Doetinchemse binnenstad. “Doetinchem wil een economische toplocatie zijn in het oosten van ons land met in het hart een bruisende binnenstad van het ‘Ei’ tot en met het station en florerende dorpscentra!”. Samen met de Binnenstadspartners stellen we een ontwikkelstrategie en uitvoeringsagenda voor de binnenstad op. Ook de ontwikkeling van de spoorzone kan een rol spelen in het toevoegen van aantrekkelijke en onderscheidende voorzieningen.
HOE BEREIKEN WE DIT? Als vervolg op het rapport ‘Doetinchem in bedrijf: op weg naar Toplocatie Oost’ zetten we verschillende stappen in de richting van een toekomstbestendige economie voor Doetinchem. Hierbij verschuiven we onze focus van functiegericht naar gebiedsgericht. Denk aan verschillende werkmilieus, zoals de combinatie van wonen met werken. We gaan aan de hand van een, nog op te stellen, economische agenda aan de slag om de economie van Doetinchem te versterken, zowel ruimtelijk als op brede welvaart. We proberen hierbij initiatieven van ondernemers zo veel mogelijk aan te jagen, te faciliteren en te verbinden met andere initiatieven en partijen. Om samenwerking verder op gang te helpen, werken we veel samen met ondernemersverenigingen, parkmanagementorganisaties, de provincie en de regio. Onze huidige beleidsnota ‘Bedrijventerreinen in Verandering (BIVA)’ vormen we om, zodat het beleid integraal past in de werkwijze van de Omgevingswet. Daarvoor heeft de gemeenteraad in december 2022 een set economische uitgangspunten voor de fysieke leefomgeving vastgesteld. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de ‘Strategie werklocaties’, die bij actualisatie van de omgevingsvisie wordt opgenomen. Inzet van de strategie is actief sturen op het optimaliseren van het gebruik van onze
We richten ons op meer beleving en ontmoeting en op het aantrekkelijk maken van de openbare ruimte in de binnenstad. Het belangrijkste kenmerk van de opgave is de kwaliteit van de leefomgeving en de aantrekkingskracht van het centrum als prettige leef- en woonstad. De procesaanpak voor de binnenstad leidde tot een visie waarin de volgende doelstellingen centraal staan: • • • • • bestaande bedrijventerreinen. Een voorbeeld is het gebruik van beschikbare milieuruimte. Ook stimuleren we ondernemers actief mee te denken over het realiseren van klimaatadaptieve, groene en circulaire werklocaties. Naast de optimalisatie van bestaande werklocaties kijken we ook verder naar de mogelijkheid om werklocaties uit te breiden of toe te voegen.
Versterking van de gastvrijheid van de binnenstad; Versterking van de ontmoetings- en belevingsfunctie van de binnenstad; Verbetering van de klimaatadaptatie en het groen in de binnenstad; Versterken van de woonfunctie van de binnenstad; Verbetering van de programmatische verbinding van de Oude IJssel met de binnenstad.
De opgave voor de binnenstad heeft koppelkansen met de ‘Economische uitgangspunten voor de fysieke leefomgeving’, de Spoorzone, de Woonvisie, de Mobiliteitsvisie, de Koersnotitie en Uitvoeringsagenda Vrijetijdseconomie, de opgave rondom Klimaatadaptatie en de ontwikkeling van de Oude IJsselzone. De uitgangspunten en beleidslijnen uit deze onderwerpen worden meegenomen bij de opstellen van een stedenbouwkundige kansenkaart en ontwikkeling voor de binnenstad. De leefbaarheid en aantrekkingskracht van de binnenstad bepaalt samen met de ontwikkeling van de bedrijventerreinen de economische ontwikkeling van Doetinchem als geheel. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden waarop de activiteiten en functies in de binnenstad en de bedrijventerreinen elkaar kunnen versterken. De economische en (eventuele) ruimtelijke gevolgen van deze kansen verwerken we in de (update van de) omgevingsvisie. Door het opstellen van een stedenbouwkundige vertaling van de sterkte-zwakteanalyse van de binnenstad worden koppelkansen en programmatische en fysieke mogelijkheden in samenhang bij elkaar gebracht. Deze kansenkaart vormt de basis voor de uitvoeringsagenda. De te ontwikkelen strategie zal uitnodigend zijn in de richting van ondernemende partijen en het Binnenstadsbedrijf en tot stand komen in samenwerking met deze partijen.
39
LANDELIJK GEBIED IN BALANS OP WEG NAAR 2036 NIEUWE OPGAVEN VRAGEN OM VERANDERING IN HET LANDELIJK GEBIED
40
Het landelijk gebied leent zich voor bepaalde opgaven, die in stad en dorp lastiger of niet haalbaar zijn. Simpelweg omdat er in een stad of dorp bijvoorbeeld geen ruimte voor is. Een stuk natuur aanleggen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, is nou eenmaal wat makkelijker in het landelijk gebied dan in de stad. En dat is nodig om naar de situatie toe te werken dat onze gemeente in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.
In Doetinchem willen we prettig kunnen wonen en werken in een toekomstbestendig landelijk gebied. Dat is voor ons een belangrijk uitgangspunt. Tegelijkertijd is heel Nederland inmiddels in gesprek over de grote (maatschappelijke) opgaven. Veel van de opgaven waar we voor staan doen een beroep op ruimte. Dat lijkt te omvangrijk voor het landelijk gebied, tenzij we koppelkansen benutten en meerdere ACHTERHOEKS LANDSCHAP IN HARMONIE functies dus letterlijk op één plek bij elkaar komen. Op landelijk en ook provinciaal niveau zijn daarin nog geen keuzes gemaakt, We vinden het belangrijk dat het die wij kunnen uitwerken. We kiezen ervoor Achterhoekse landschap overeind blijft en koesteren de kwaliteiten van het landelijk die keuzes af te wachten. gebied. We vinden dat ontwikkelingen van meerwaarde moeten zijn voor de leefomgeving en dat het Achterhoekse ONDERSTEUNEN VAN DE NODIGE landschap haar identiteit behoudt. Met ONTWIKKELING IN DE LANDBOUW een goede regie en soms met subsidie is het mogelijk om tegelijkertijd waardevol De agrarische sector beweegt zich steeds landschap te beschermen. meer richting natuurinclusieve landbouw. Dat is landbouw waarbij zo veel mogelijk We versterken de natuur door het stimuleren rekening wordt gehouden met de natuur, van de aanleg van natuur en de aanplant dus met oog voor onder andere planten en van groen.
Daarbij hebben we aandacht dieren, water en bodem. Tegelijkertijd zijn voor het ontwikkelen van een robuuste, er nog veel rijks-, maar ook gemeentelijke aaneengesloten groenblauwe structuur. regels die dat lastig maken. We kiezen Dat is de aaneenschakeling van natuur- en ervoor om hierin de landelijke en provinciale watergebieden. De groenblauwe structuur in keuzes uit te werken. We willen daarmee het landelijk gebied is grotendeels vastgelegd de ontwikkeling van de landbouw zo goed in provinciaal beleid (Gelders Natuurnetwerk mogelijk ondersteunen en verder brengen. en Groene Ontwikkelingszone). We hebben
de ambitie deze structuur goed aan te laten sluiten op gemeentelijke groenstructuren, om een groot netwerk te ontwikkelen. Het versterken hiervan leidt tot een verbetering van de (recreatieve) gebruikswaarde en verhoogt de natuurwaarde (meer uitwisseling van populaties). Deze structuur wordt hierdoor ook meer toekomstbestendig en draagt zo tegelijk bij aan een vitaal landelijk gebied. Bijkomend zorgt een groenblauwe structuur voor meer schaduw- en koelteplekken en routes voor mens en dier bij extreme hitte. Door verschillende oorzaken is de kwaliteit van de natuur achteruitgegaan. Veel bomen hebben bijvoorbeeld schade ondervonden van droogte. Ook hebben meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen invloed op de kwaliteit van de natuur. Dat geldt ook voor uitstoot van industrie en verkeer. We proberen de achteruitgang te stoppen.
Omdat het landelijk gebied belangrijk is als leefgebied voor veel dier- en plantensoorten, is het nodig hier voldoende aandacht voor te hebben. Dit omdat we streven naar een vitaal landelijk gebied. We stellen daarom de basiskwaliteit natuur (dat is de minimale kwaliteit voor natuur) als ondergrens in, met als doel ons in te zetten voor het behoud van tenminste het niveau van algemene soorten. We stellen een biodiversiteitsplan op, waarin de basiskwaliteit natuur nader wordt uitgewerkt.
LEGENDA BUITENGEBIED
BASIS BEBOUWING
WATER
BEBOUWING STADSSCHIL
SPORTPARK
BEDRIJVENTERREIN WEGEN GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN SPOOR/STATION
AGRARISCH MET WAARDEN AGRARISCH HOOGSPANNINGSVERBINDINGEN
OPGAVE
BESTAAND BELEID PROVINCIE GELDERS NATUURNETWERK (GNN)
ALGEMEEN (HELE GEMEENTE)
GROENE ONTWIKKELINGSZONE - ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE (GO)
ZOEKGEBIED KLIMAATADAPTATIE (hele gemeente)
OUDE IJSSEL- ONDERDEEL GO
ZOEKGEBIED ZONNE-ENERGIE (Hele gemeente)
SLANGENBURG EN GAANDEREN
HOOFDSTRUCTUUR BOMEN
HAGEN
BUITENGEBIED GROEN
GEWENSTE VERSTERKING/VERBINDING NATUUR/GROEN/WATER
STEDELIJK GROEN (hoofdstructuur gemeente)
KOPPELKANSEN STADS- EN DORPSRANDEN IN VERSTERKING GROEN/NATUUR
ZOEKGEBIED WINDENERGIE
KANS VERSTERKING NATUUR; GROEN OF BEHOUD OPENHEID
ZONNE-ENERGIEPARKEN IN VOORBEREIDING
GROENVISIE
DUURZAME ENERGIEOPWEKKING
41
UITDAGINGEN OP HET GEBIED VAN ENERGIEOPWEKKING We zoeken plekken voor energieopwekking. Voor zowel ‘zon op veld’ als wind zijn er lopende initiatieven in ontwikkeling. Nieuwe initiatieven wachten de nieuwe versie van de Regionale Energie Strategie Achterhoek (RES) af. Initiatieven voor ‘zon op gebouw’ en ‘zon op erf’ gaan door, voor zover de netcapaciteit het toestaat. Er geldt een maximum percentage van 3% voor de oppervlakte landbouwgrond die ingezet kan worden ten behoeve van zonneparken. Als de genoemde vier zonneparken zijn gerealiseerd, legt dat beslag op ongeveer 24 hectare, dat wil zeggen 1% van de landbouwgrond. Om de ambities op het vlak van duurzaamheid te halen, zijn we voor een deel aangewezen op het landelijk gebied. Dat komt omdat niet alles past in een stedelijke omgeving. Tegelijkertijd is het toevoegen van dit soort functies geen vanzelfsprekendheid voor de bewoners van het landelijk gebied. Het is belangrijk om lusten en lasten over en weer te delen. Wij vinden het belangrijk dat inwoners er financieel van mee kunnen profiteren. Ons doel is minimaal 50% lokaal eigendom en medezeggenschap bij duurzame energieopwekking.
WERKEN AAN EEN PRETTIG WOON-, WERKEN VERBLIJFSKLIMAAT
42
We werken in het landelijk gebied aan een betere omgevingskwaliteit. Dit is het samenspel van ruimtelijke kwaliteit, het voldoen aan veiligheids- en milieunormen, sociale en economische samenhang e.d. In het landelijk gebied moet ruimte zijn voor agrarisch gebruik en andere passende functies. Voor de bewoners van het landelijk
gebied werken we aan perspectieven met een goed woon- en leefklimaat. Dat betekent onder andere dat er voldoende voorzieningen aanwezig moeten zijn. En, dat we ons inzetten het landelijk gebied veilig te houden, bijvoorbeeld door ondermijning tegen te gaan. We zien kansen om stad en land elkaar te laten versterken. Zo kunnen inwoners van de stad genieten van wandelingen door het landelijk gebied waar veel boeren hard werken om het te beheren. Op hun beurt kunnen die inwoners de boeren helpen door meer lokale producten te kopen. We zien dat er vaker wensen zijn om agrarische grond anders te gebruiken. We blijven samen met inwoners zoeken naar een goede en veilige invulling van voormalige agrarische erven.
ONTSPANNEN IN EEN LANDELIJKE OMGEVING De recreatieve functie van ons landelijk gebied is bekend en gewild. De promotie hiervan wordt samen met Achterhoek Toerisme voortvarend opgepakt. In het traditionele domein van agrariërs en natuurbeheerders ontstaat meer behoefte aan recreatieve mogelijkheden. De recreatieve mogelijkheden, kwaliteiten en waterbeleving van de Oude IJssel willen we versterken. De uitdaging is om de verhouding tussen inwoners, toeristen, recreanten en ondernemers in balans te houden. Daarom kijken we goed naar de plekken waar groei mogelijk is en naar de plekken die vooral moeten blijven zoals ze zijn.
OPGAVE GEBIEDSPROCES LANDELIJK GEBIED SLANGENBURG EN GAANDEREN Het gebiedsproces is opgezet om samen met inwoners en ondernemers in het landelijk gebied van De Slangenburg en Gaanderen de ontwikkelingen in het landelijk gebied te bespreken. Hieruit hebben we ons de volgende doelen gesteld: • verbetering van de leefbaarheid; • versterking van de economische dragers; • verbetering c.q. versterking van waardevolle landschappen en de bodemgesteldheid; • verbetering en versterking van natuur- en milieuwaarden; • het ontstaan van een robuust klimaat adaptief landschap. In gesprekken en bijeenkomsten met stakeholders en inwoners zijn deze doelstellingen uitgewerkt. Op de thema’s landbouw, verdroging en leefbaarheid zorgen we samen voor meer concrete opgaven. Deze opgaven hebben we zichtbaar in een kaart verwerkt. In een op te stellen programma werken we dit verder uit.
D C
VISUALISATIE VISIEVORMING A. Gebied met accent op de agrarische ontwikkeling; B. Gebied met accent op multifunctionele ontwikkeling; C. Gebied met accent op behoud van rivierduinlandschap en versterken ecologische en recreatieve waarde; D. Natuurgebied met accent op behoud van het kwelgebied; E. Gebied met accent op openheid en waterberging; F. Gebied langs de beken met aandacht voor zoekgebieden voor waterberging en vloeiweides.
A
B
E F
43
OPGAVE GEBIEDSVISIE HAGEN (IN ONTWIKKELING) Het gebied aan de westflank van Doetinchem, bij Landgoed Hagen en de Kruisbergse bossen, bestaat uit een gevarieerd landschap van bossen, lanen, heide, vennen en daartussen open akkers. In dit gebied speelt een aantal ontwikkelingen die vragen om sturing, zodat de kwaliteiten en karakteristieken van dit gebied behouden blijven. Voor dit gebied is een visie in ontwikkeling om de gemeentelijke ambities en de ruimtelijke kaders voor die ontwikkelingen vast te leggen.
Het Rijk werkt aan een Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de provincie Gelderland stelt het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) op. Hierin staan maatregelen die bijdragen aan de doelen uit het NPLG op het gebied van water, natuur, klimaat, stikstof en landbouw. Deze thema’s worden in samenhang gewogen met de andere grote opgaven in het landelijk gebied zoals energietransitie, gezonde en veilige leefomgeving, leefbaarheid en mogelijke verstedelijking.
44
HOE BEREIKEN WE DIT? Om te zorgen dat het Achterhoekse landschap haar identiteit behoudt, is behoefte aan inzicht in de waarden van het landschap, voor natuur en biodiversiteit. Daarvoor doen we een inventarisatie naar de landschapswaarden in combinatie met een biodiversiteitsscan. Om onze groene ambities in het landelijk gebied waar te maken, stellen we een biodiversiteitsplan op. Daarin komen onze ambities voor natuur met daaraan gekoppeld maatregelen hoe we de biodiversiteit gaan verbeteren. We krijgen in beeld waar landschappelijke verbeteringen aangebracht kunnen of moeten worden. Met slimme inrichting van landschap en watersysteem kunnen we zorgen voor het behouden en bevorderen van biodiversiteit. In het landelijk gebied ligt de focus vanuit de vastgestelde Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem vooral op het thema droogte. Via het project ‘Aanpak Droogte Achterhoek’ (onderdeel van onze uitvoeringsagenda klimaatadaptatie) is de huidige situatie voor droogte in beeld gebracht voor de Achterhoek. Om droogte te bestrijden moeten we meer water vasthouden. Waterschap, provincie en gemeenten nemen nu het voortouw in de aanpak van droogte. De regionale samenwerking binnen het project Aanpak
Droogte Achterhoek biedt kansen om middelen te stapelen en werk met werk te maken. We onderzoeken de verruiming van mogelijkheden voor woningsplitsing in het landelijk gebied. Daarmee is vanuit de naoberschapgedachte het realiseren van een meergezinshuishouden mogelijk. Daarbij kan vooruit worden gelopen op een toekomstige mantelzorgsituatie. We onderzoeken ook de haalbaarheid van andere woonvormen gericht op naoberschap, zoals erfdelen.
45
MENSEN EN ONTMOETEN OP WEG NAAR 2036 GROEIEN IN KWALITEIT Onze groeiambitie gaat zeker niet alleen over wonen. Het gaat nadrukkelijk ook over mensen en ontmoetingen. Onze openbare ruimte biedt ruimte voor cultuur, recreatie, bewegen, ontmoeten en beleven. In je eentje of in een groep. De aanwezigheid van voorzieningen in de buurt bepaalt voor een belangrijk deel de kwaliteit van leven. Om die kwaliteit verder te versterken, doen we gerichte investeringen in onze maatschappelijke voorzieningen.
46
VOORZIENINGEN GROEIEN MEE RICHTING 2036 Onze voorzieningen leggen we onder de loep in het licht van de bevolkingsontwikkeling en groeiambitie. We onderzoeken de draagkracht en spreiding van al onze maatschappelijke voorzieningen zodat we gericht kunnen investeren of bijsturen bij een groeiend inwonertal. We brengen op wijkniveau in beeld welke voorzieningen er zijn en we bedenken hoe dit er in de toekomst uit moet zien en reserveren de noodzakelijke ruimte daarvoor. Denk daarbij onder andere aan voorzieningen op het gebied van sport, spelen, recreatie, cultuur, onderwijs, welzijn en (para)medisch. Vervolgens vertalen we deze inzichten naar beleidsmatige uitgangspunten en normen. Waar mogelijk willen we normen vastleggen die ons helpen te bepalen waar en hoeveel maatschappelijke voorzieningen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan het reserveren van vierkante meters voor een huisartsenpraktijk of apotheek.
LEGENDA BASIS
MEns en ontmoeten BEBOUWING
SPOOR/STATION
BEBOUWING STADSSCHIL
SPORTPARK
BEBOUWING “EI” CENTTRUM
HOOFDSTRUCTUUR BOMEN
BEDRIJVENTERREIN
GEBIEDSONTSLUITINGSWEGEN
WEGEN WATER
NIEUWE LOCATIE ZIEKENHUIS
Voorzieningen AMBITIE/VRAAGSTUK WINKELS VOOR DAGELIJKSE BOODSCHAPPEN (ZOALS SUPERMARKT) WELZIJN EN ONTMOETEN EDUCATIE EN ONDERWIJS(HUISVESTING)
SPORT, SPELEN, BEWEGEN EN RECREATIE CULTUUR (PARA)MEDISCH EN GEZONDHEID
47
48
DE PUZZEL MET SCHAARSE RUIMTE
SLIM COMBINEREN EN DELEN
De verschillende vraagstukken op het gebied van bijvoorbeeld wonen, werken en voorzieningen leiden tot een complexe puzzel. Ieder vraagstuk heeft namelijk ruimte nodig. Door slim combineren en delen is er veel mogelijk. Zo kijken we bij woningbouwontwikkeling naar koppelkansen. Waar mogelijk kiezen we voor meerdere functies op dezelfde plek of in eenzelfde gebouw. Doetinchem staat voor een grote woningbouwopgave. Gebouwen worden gesloopt, krijgen een nieuwe bestemming, worden aangepast aan de woonfunctie en er is volop nieuwbouw. Juist daar waar dit soort veranderingen plaatsvinden, ontstaat ruimte om iets bijzonders toe te voegen. Een ontmoetingsplek vol spektakel of juist rustgevend. Dit kan in een gebouw zijn, maar ook in de openbare ruimte.
De accommodaties van maatschappelijke organisaties en bedrijven zijn belangrijke ontmoetingsplekken. Door onderling faciliteiten te delen, zoals een fietsenstalling, groenvoorzieningen of ontmoetingsplekken, vindt er meer uitwisseling plaats dan alleen met het “eigen clubje”. Samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en bedrijven leveren bijzondere ontmoetingen op. Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen het Graafschap College, Sport-ID en Sportverenigingen op Sportpark Zuid. Wij faciliteren en ondersteunen dit soort ontmoetingen door initiatiefnemers bij elkaar te brengen, door bij vestiging of verhuizing mee te denken over nieuwe locaties en door eventuele aanpassingen van de openbare ruimte en infrastructuur.
DE KRACHT VAN KUNST, CULTUUR EN ERFGOED We maken nieuwe plannen voor kunst, cultuur en erfgoed. Erfgoed bepaalt deels onze identiteit. Daarom vergroten we de zichtbaarheid en beleefbaarheid van ons Doetinchemse erfgoed. We stellen nieuw cultuurbeleid op om kunst en cultuur te bevorderen. Kunst en cultuur dragen bij aan het welzijn en woongenot van onze inwoners en versterken de lokale identiteit. Met kunst, cultuur en erfgoed stimuleren we ontmoeting en beleving. Daarnaast dragen kunst, cultuur en erfgoed bij aan onze aantrekkingskracht voor nieuwe inwoners en bedrijven. In onze groeiambitie zorgen we voor een aantrekkelijke stad door zichtbare kunst en cultuur in voorzieningen, maar ook in de openbare ruimte. Ook onderzoeken we de potentie van een publiekstrekker in Doetinchem. Hiermee vergroten we niet alleen de aantrekkelijkheid voor ons bestaande en toekomstige inwoners, maar vergroten we ook de aantrekkelijkheid van Doetinchem voor dagrecreanten en toeristen.
BEWEGEN, ONTMOETEN EN BELEVEN IN DE BUITENRUIMTE
TOEKOMSTBESTENDIGE ONDERWIJSHUISVESTING
Er liggen kansen om bewegen, ontmoeten en beleven in de openbare ruimte verder te stimuleren. Dat doen we door het in stand houden, verbeteren en uitbreiden van de fiets- en wandelpaden, met het Pieterpad en Graafschapspad als belangrijke regionale en nationale recreatieve trekkers. Ook willen we de kwaliteiten van de Oude IJssel beter benutten voor zowel onze inwoners als bezoekers door de waterbeleving te versterken en door een aantrekkelijke fysieke omgeving te realiseren (o.a. project Stadsboulevard).
Scholen zijn belangrijke ontmoetingsplekken in onze wijken en buurten. De aanwezigheid van mbo en hbo in onze gemeente is van groot belang voor Doetinchem en de regio. Om ook in de toekomst een aantrekkelijke onderwijsstad te blijven werken we samen met onderwijspartners en andere partijen aan een gezamenlijke educatieve agenda en staat onderwijshuisvesting hoog op onze agenda. We werken aan flexibele en toekomstige onderwijshuisvesting. In een gemeente met een groeiambitie biedt het integraal huisvestingplan onderwijs (IHP) hiervoor een belangrijke basis. Hierin brengen we een toekomstbestendig onderwijslandschap in beeld. We kijken gericht naar spreiding van scholen over de verschillende wijken en kernen. Hierbij houden we rekening met de samenstelling van wijken en een groeiende en veranderende bevolking.
Door meer ‘beweeggroen’ aan te leggen en aantrekkelijke plekken in te richten, werken we aan een aantrekkelijke buitenruimte. Dit draagt bij aan meer ontmoetingen en zorgt voor een betere gezondheid van onze inwoners. Daarbij leggen we de focus op kinderen en mensen voor wie spelen en bewegen niet vanzelfsprekend is. Een sprekend voorbeeld is het plan voor een inclusieve speeltuin in Overstegen. Door dit plan van inwoners te ondersteunen, bouwen we aan een inclusieve ontmoetingsplek. Ons doel is om op dat gebied stappen te zetten. Daarom maken we nieuwe plannen om recreëren, bewegen, ontmoeten en beleven toegankelijker en laagdrempeliger te maken zodat meer mensen gestimuleerd worden tot meedoen en ontmoeting. Om dit mogelijk te maken passen we ons lokaal sportbeleid aan.
HOE BEREIKEN WE DIT? Wij hebben een faciliterende rol als het gaat om het mogelijk maken van ontmoetingen. Faciliteren kan zijn: gesprekken voeren met bewoners, initiatieven bij elkaar brengen, ruimte beschikbaar stellen, een vergunning afgeven of een subsidie verstrekken. Een andere manier is door het maken van (contract)afspraken met verbonden partijen en maatschappelijke organisaties. Zij zetten dan activiteiten en initiatieven op in de openbare ruimte die voor ontmoetingen zorgen. Het is daarbij belangrijk dat initiatiefnemers eerst kijken hoe ze zelf geld en steun kunnen krijgen voor hun idee of project. Als we onvoldoende weten wat de inwoner wil, dan is het lastig handelen. Daarom leggen we structureel lijntjes met inwoners of vertegenwoordigers daarvan. Dat doen we onder andere in de wijknetwerken. En soms is het wel duidelijk wat de vraag is (rust, activiteiten), maar lopen de meningen onder betrokkenen zo uiteen, dat er een uitgebreider traject nodig is om te bepalen wat er nodig is en hoe. We kunnen hierbij ook zelf een rol pakken in het stimuleren van initiatieven die bijdragen aan ontmoeting. We investeren om onze ambities op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed te realiseren. Ook geven we een impuls aan bewegen, ontmoeten en beleven in de buitenruimte. We nemen meestal niet de rol van initiatiefnemer.
Maar we spelen in op de energie die leeft in buurten en wijken. Bijvoorbeeld via de wijkregisseur of wijkverbinder. Door te faciliteren en stimuleren komen nieuwe ontmoetingen tot stand.
49
COLOFON Product: Omgevingsvisie Doetinchem Datum: Concept voor besluitvorming 30 november 2023 Versie: Nummer 1.0 Vormgeving: STU DIO V LO E ISTO F
50
51
BIJLAGE 1: BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ Volgens de Omgevingswet beschrijft de omgevingsvisie het samenhangende beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de meer strategische gedeelten (de visie) van alle verschillende beleidsterreinen integraal afgewogen een plek moeten krijgen in de omgevingsvisie. In bestaande sectorale beleidsterreinen staat vaak in één document de visie en meer tactisch/operationele inhoud. Die tactisch/operationele inhoud blijft nodig om onwenselijke situaties in de uitvoering te voorkomen. Daarom kiezen wij ervoor om het sectorale beleid dat gaat over de fysieke leefomgeving niet in te trekken. Wel beslissen we dat de inhoud van de omgevingsvisie leidend is. Dat betekent dat we werken op basis de meer strategische inhoud van de omgevingsvisie. Als blijkt dat er spanning bestaat tussen de inhoud van omgevingsvisie en de tactische/inhoud van sectorale beleid, dan maken we een afweging vanuit de gedachte van de omgevingsvisie. Belangrijkste uitgangspunten hieronder genoemd: • Duurzaamheid; • Groen; • Wonen; • Economie; • Klimaatadaptatie; • Grondbeleid; • Mobiliteit; • Milieu.
Energie opwekken (zon en wind) Wij zetten in op de uitvoering van de regionale energiestrategie (RES 1.0), die zich richt op grootschalige energieopwekking door zon en wind. • Voor de opwekking van zonne-energie leggen we de focus op de daadwerkelijke realisatie van deze zonneparken voordat we nieuwe plannen in behandeling nemen. Dat doen we omdat er een maximum percentage van 3% geldt voor de oppervlakte landbouwgrond die ingezet kan worden voor zonneparken. • Bij windenergie is de volksgezondheid een belangrijke afweging. In de RES 1.0 is één gebied (gebied B rond de Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg) aangewezen waar een windpark gerealiseerd zou kunnen worden. Voor het lopende windinitiatief in dat gebied geldt dat wij het onderzoek en de regels van het Rijk, die momenteel opgesteld worden, als vertrekpunt nemen.
UITGANGSPUNTEN DUURZAAMHEID
Bodemenergie Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van bodemenergie, ook in Doetinchem. We stimuleren het gebruik van bodemenergie met het oog op onze energieopgave. Tegelijkertijd vinden we dat bodemenergiesystemen zorgvuldig moeten worden aangelegd ter bescherming van de kwaliteiten van onze ondergrond. We doen in 2023 in Achterhoeks verband onderzoek naar het gebruik van de ondergrond voor bodemenergie. Hierbij worden zowel de geschiktheid als eventuele aandachtspunten inzichtelijk gemaakt. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek wordt aanvullend beleid gemaakt voor het toepassen van bodemenergie in de Achterhoekse ondergrond.
Het belang van een duurzame en groene leefomgeving zit de Achterhoekers in de genen. Met het Akkoord van Groenlo uit 2009 liep onze regio voorop om stappen te zetten naar een energie neutrale Achterhoek. Inmiddels is onze ambitie om als Achterhoek in 2050 energieneutraal te zijn. Die ambitie is ook opgenomen in het coalitie-agenda van de gemeente. Wat daarvoor nodig is, is een combinatie van energie besparen en de energie die
Warmte We zetten in op aardgasvrij verwarmen, om in 2050 alle in de gemeente verbruikte warmte CO2-neutraal binnen de gemeentegrenzen op te wekken. De stappen die we daarvoor moeten zetten, zijn beschreven in de ‘Transitievisie Warmte Doetinchem’ (vastgesteld begin 2022). Voor nieuwbouw gelden wettelijke regels om (bijna) energieneutraal te bouwen. Bestaande woningen moeten worden geïsoleerd en worden voorzien van duurzame verwarming. We zetten in op energie besparen, isoleren, ventileren en groene energie opwekken. Zo pakken we jaarlijks twee buurten op met inwoners, ondernemers en instellingen. Dit doen we in samenwerking met het energieloket. Door te isoleren, hebben we minder energie nodig om gebouwen te verwarmen. Energie die we niet verspillen,
“Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.” Deze definitie van de Verenigde Naties vormt de basis van onze gemeentelijke visie op duurzaamheid. We willen namelijk zorgen dat het leefklimaat in Doetinchem van hoge kwaliteit is en blijft.
52
nodig is vervolgens duurzaam opwekken.
BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ hoeven we ook niet op te wekken. Het energieloket zal hierbij een belangrijke rol krijgen door het geven van informatie en adviezen, het opstellen van woningverbeteringsplannen, het organiseren van de “duurzamehuizenroute” en de actie De Achterhoek bespaart, alsmede het verstrekken van subsidies en leningen. Circulaire economie Een circulaire economie is een economie zonder verspilling. We richten ons in het bijzonder op het circulair maken van drie belangrijke waardeketens: circulaire gebiedsontwikkeling, voedsel & landbouw en een circulaire gemeentelijke organisatie. We willen een systeem creëren waarin we water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk kunnen behouden en zo efficiënt mogelijk hergebruiken. Dit vraagt om anders denken en doen. Afval zien we als een grondstof. Waar mogelijk sluiten we kringlopen en voorkomen we afval en verspilling door het maximaliseren van de waarde van grondstoffen en producten. We stimuleren inwoners en bedrijven om hun afval beter te scheiden. Er wordt uitvoering gegeven aan de oprichting van een circulair ambachtscentrum in samenwerking met verscheidene lokale partners. Bij veel ingrepen in onze leefomgeving, zoals bouw- en civieltechnische projecten, komt grond vrij en/of is grond nodig. Wij vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk grond in de regio zelf wordt hergebruikt.
Wij stimuleren duurzame en circulaire grondstromen in de Achterhoek door intensief samen te werken met andere Achterhoekse gemeenten, de Omgevingsdienst Achterhoek en het waterschap Rijn en IJssel. Deze samenwerking heeft onder andere geleid tot de Achterhoekse bodemnota 2020. Deze nota voorziet in uniforme regels die duurzame en circulaire grondstromen in de hele Achterhoek stimuleren. We bevorderen duurzaam, circulair en klimaat adaptief bouwen. Daarnaast ondersteunen we verschillende lokale en regionale ‘circulaire’ initiatieven, waar de gemeente actief in participeert, zoals Cirkelregio De Achterhoek en Circulair bedrijventerrein Wijnbergen. De visie ‘Samen sterk de toekomst in” van het bedrijventerrein Wijnbergen geeft richting aan de samenwerking waarbij de gemeente, het onderwijs en ondernemers (het Parkmanagement) werken aan een circulair, energieneutraal, afvalneutraal, veilig en schoon bedrijvenpark. Het Parkmanagement zet in deze richting door en initieert diverse duurzaamheidsprojecten zoals het laadpalen station.
UITGANGSPUNTEN GROEN
Als we het over groen hebben, dan kunnen we acht ambities onderscheiden: • We behouden onze bestaande hoofdgroenstructuur en waar deze nog niet goed aaneengesloten is, versterken we deze; • We versterken de koppeling tussen de groene en blauwe (water) structuur. Om dit te doen, gaan we onderzoeken waar hiervoor knelpunten en kansen liggen; • We streven naar een gezonde woon-, werk- en leefomgeving, met voldoende groen en hanteren daarbij de 3-30-300 vuistregel (zie toelichting pagina 34); • We willen de hoeveelheid groen laten meegroeien met de groei van de stad en onze dorpen; • We streven naar een hoogwaardig en vitaal groenbestand; • We hanteren natuurinclusief ontwikkelen als norm, en streven naar het behoud van een basiskwaliteit natuur als ondergrens. We stellen hiervoor een toetsingskader op in de vorm van een natuurpuntensysteem, voor het uniform aantonen van de natuurinclusieve waarde van een plan; • We zetten in op meer groenparticipatie en educatie; • We koesteren de kwaliteiten in het landelijk gebied die passend zijn bij het Achterhoekse landschap.
UITGANGSPUNTEN WONEN
Het rijk heeft de verplichting opgelegd voor het maken van een woonvisie als één van de weinige beleidsinstrumenten die de fysieke leefomgeving raken, naast de omgevingsvisie. Dat zal in de toekomst waarschijnlijk veranderen, maar is voor ons nu aanleiding om de uitgangspunten voor de woonvisie op te nemen in dit hoofdstuk. De gemeenteraad heeft in september 2022 de uitgangspunten voor de woonvisie vastgesteld. De woonvisie maakt overigens onderdeel uit van de omgevingsvisie als bijlage. De uitgangspunten voor wonen zijn: • Beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit zijn sleutelbegrippen bij de ontwikkelingen in de woningvoorraad; • We gaan uit van de ambitie van groei naar 70.000 inwoners; • Woningbouwuitbreidingen realiseren we door primair in te zetten op binnenstedelijke transformatie en inbreiding en waar nodig aan stads- en dorpsranden of op erven in het buitengebied (inmiddels spreken we over landelijk gebied); • Bij woningbouwuitbreidingen sluiten we zo veel mogelijk aan bij bestaande mobiliteits-
53
BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ • • • • •
en groenstructuren; We streven naar een passend en betaalbaar aanbod voor alle doelgroepen; We versterken de diversiteit en draagkracht van wijken zoveel mogelijk; We verbeteren de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; We zetten in op aantrekkelijke woningen en woonmilieus; We streven naar meer flexibiliteit en gemengde functies in de Bebouwde omgeving.
UITGANGSPUNTEN ECONOMIE
Als vervolg op het rapport ‘Doetinchem toplocatie Oost’ zetten we verschillende stappen in de richting van een toekomstbestendige economie voor Doetinchem. Hierbij verschuiven we onze focus van functiegericht naar gebiedsgericht. We gaan aan de hand van een strategische economische agenda aan de slag met onderstaande uitgangspunten. Dit doen we onder andere door de mogelijkheden voor in- en uitbreiding in kaart te brengen en een toetsingskader te maken. We laten een onderzoek uitvoeren om de huidige vraag naar werklocaties in beeld te krijgen. Dit rapport moet inzicht geven in de huidige vraag, herontwikkelingsmogelijkheden van bestaande locaties en mogelijke uitbreidingslocaties. Aan de hand van dit onderzoek zullen gebieden en functies gedefinieerd worden. Om een integrale gebiedsafweging te kunnen maken op basis van economische functies gaan we in beeld brengen op welke onderdelen we willen toetsen bij verandering van functie. Dit moet dienen als toetsingskader voor initiatieven en verzoeken die niet (of deels) binnen het omgevingsplan passen.
54
Uitgangspunten: • We kiezen voor maatwerk en een gebiedsgerichte benadering, zoals bedoeld in de omgevingswet; • We gaan uit van de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners met bijbehorende prognoses voor de arbeidsmarkt; • We behouden en versterken de regionale centrumfunctie van Doetinchem; • We behouden, versterken en binden bedrijvigheid die past bij Doetinchem en de Achterhoek; • We zetten in op het realiseren van een toekomstbestendige binnenstad, waarbij de economische ontwikkelingen op de bedrijventerreinen en in de binnenstad elkaar verder versterken; • Bij nieuwe werklocaties sluiten we zo veel mogelijk aan bij bestaande mobiliteits- en groenstructuren en hebben we aandacht voor verschillende beleidsterreinen;
• We sturen op kwaliteit met een duurzaam en innovatief karakter.
UITGANGSPUNTEN KLIMAATADAPTATIE Wij werken toe naar de situatie dat onze gemeente in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Dat is vastgelegd in de ‘Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie’. In het verlengde daarvan heeft onze gemeenteraad in 2022 de ‘Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem’ vastgesteld waarna vervolgens een eerste ‘Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026’ door B&W is vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten zijn de leidraad voor het behalen van de landelijke ambitie. We willen schade en overlast bij extreme weersomstandigheden zoveel als mogelijk voorkomen (droogte, hitte, wateroverlast, overstromingen). Binnen deze algemene ambitie uit de ‘Klimaatadaptatiestrategie’ onderscheiden wij vijf pijlers: • Stad en dorp gezond en groen: de bestaande stedelijke omgeving transformeren we samen waar nodig; • Adaptief landelijk gebied: watersysteem, natuur en landbouw innoveren we samen waar nodig; • Robuuste vitale infrastructuur: de essentiële infrastructuur is klimaatbestendig • Ontwikkelingen klimaatbestendig: alle nieuwbouw en herinrichting doen we klimaatbestendig; • Betrokken en actieve mensen: we maken mensen bewust en stimuleren klimaatbestendig gedrag. De pijlers werkten we verder uit.
Stad en dorp gezond en groen • Ondervindt bebouwing geen schade bij hevige neerslag; • Ontstaan geen onveilige situaties bij hevige neerslag; • Zijn er voldoende mogelijkheden om veilig te schuilen voor mens en dier bij een overstroming; • Blijft schade aan openbaar groen beperkt bij droogte; • Is in de woonkernen op openbare verblijfsplekken > 40% schaduw aanwezig tegen hittestress; • Is op loop- en fietsroutes > 30% schaduw aanwezig tegen hittestress;
BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ • • • •
Is kans op nachthitte in de woonkernen verlaagd bij hitte; Blijft drinkwater gezond bij hitte; Blijft zwemwater gezond bij hitte; Behoort hittestress bij kwetsbare groepen tot de verleden tijd.
Adaptief landelijk gebied • Zijn er voldoende mogelijkheden om veilig te schuilen voor mens en dier bij een (eventuele) overstroming; • Blijft schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt bij droogte; • Blijft schade door bosbranden voor mens en natuur beperkt bij droogte; • Is de biodiversiteit toegenomen en de weerbaarheid van flora en fauna aanzienlijk versterkt bij droogte; • Blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit bij droogte; • Blijft voldoende drinkwater beschikbaar voor inwoners bij droogte; • Vindt mens en dier verkoeling in (open) landelijk gebied bij hitte. Robuuste vitale infrastructuur • Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes toegankelijk bij hevige neerslag; • Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag; • Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag; • Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen of beperkte schade of uitval bij hevige neerslag en bij een overstroming; • Blijven essentiële routes voor calamiteitenverkeer begaanbaar bij een overstroming; • Blijven nooddiensten bereikbaar bij een overstroming; • Blijven gevolgen voor bereikbaarheid hoofdontsluitingswegen bij een natuurbrand beperkt bij droogte.
Ontwikkelingen klimaatbestendig • Wordt een “basisveiligheidsniveau” gehanteerd om nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatbestendig te realiseren. In de richtlijnen staan opgenomen: o De ambities uit pijler 1 ‘Stad en dorp gezond en groen’ o De ambities uit pijler 3: ‘Robuuste vitale infra en objecten’ • Werken we regionaal samen op dit thema;
• Totdat het “basisveiligheidsniveau” er is benutten we meekoppelkansen maximaal. Betrokken en actieve mensen • Zijn mensen zich bewust van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving; • Hebben mensen kennis van welke maatregelen zij zelf kunnen nemen om risico’s op wateroverlast, hittestress en droogte tegen te kunnen gaan; • Zijn mensen in staat om hun eigen perceel klimaatbestendig in te richten, en doen ze dat ook; • Zijn mensen zich bewust van de risico’s en hoe te handelen bij een calamiteit en bij een overstroming.
UITGANGSPUNTEN GRONDBELEID
Om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen te realiseren maakt de gemeente gebruik van het grondbeleid. De twee belangrijkste vormen van grondbeleid zijn het actieve grondbeleid en het faciliterende grondbeleid. Het actieve grondbeleid wordt situationeel toegepast. Om het actieve grondbeleid meer kracht bij te zetten, heeft de gemeente de beschikking over een aantal wettelijke instrumenten. Dit zijn bijzondere instrumenten die marktpartijen niet tot hun beschikking hebben. Te denken valt aan het voorkeursrecht uit de Wet voorkeursrecht gemeenten en de mogelijkheid tot onteigening als bedoeld in de Onteigeningswet. Deze instrumenten komen terug in de Omgevingswet, zodra die nieuwe wet wordt ingevoerd.
UITGANGSPUNTEN MOBILITEIT
De ‘Mobiliteitsvisie 2016-2026’ is het uitgangspunt. We werken aan een nieuw Mobiliteitsen parkeerplan. Mobiliteit is een belangrijke drijfveer voor ontmoeting en sociale interactie in de stad en het landelijk gebied, waarbij betaalbaarheid een belangrijke randvoorwaarde is. Een groeiende en veranderende bevolking heeft gevolgen voor mobiliteit. Zelfs zonder de groei van het aantal inwoners neemt de behoefte aan mobiliteit in brede zin toe. De focus ligt op het zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande infrastructuur door in te zetten op flexibele, duurzame en veilige kilometers en het verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen.
55
BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ Daarbij hebben we extra aandacht voor fietsers en voetgangers en voor duurzaamheid. Het omvormen van bestaande straten met meer groen en ruimte voor fietsers en voetgangers en het toevoegen van laadpalen in de openbare ruimte past in dit streven. Dat geldt ook voor het de snelheid die wij accepteren binnen de bebouwde kom; 30km/u wordt het nieuwe uitgangspunt en alleen waar het nodig is geldt 50 km/u. We streven ernaar het STOMP principe te hanteren waarbij de auto niet langer centraal staat bij de inrichting van de ruimte, maar de mens en daarmee de leefbaarheid. We gaan eerst uit van de voetganger (Stappen) en daarna de fietser (Trappen), Openbaar Vervoer en Mobility as a Service (ofwel MaaS). Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting. De ruimte die de parkeerfunctie inneemt zal opnieuw gewogen worden in het kader van de genoemde ruimtelijke ontwikkelingen. We zetten in op het slim combineren van verschillende soorten mobiliteit en het comfortabel overstappen van bijvoorbeeld fiets naar openbaar vervoer. Dit zal op sommige locaties – zoals de spoorzone - in de vorm van een mobiliteitshub gebeuren. Het stimuleren van anders of slimmer werken kan met moderne IT-mogelijkheden een positieve impact hebben op mobiliteit.
Het centrumgebied zal door de ruimtelijke ontwikkelingen en de focus op actieve en duurzame mobiliteit autoluw(er) worden. Emissieloze stadsdistributie maakt daar onderdeel van uit. Het autoverkeer zal duidelijk gescheiden worden tussen bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer om een balans te vinden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is en blijft een belangrijk punt, zowel in gedrag als in infrastructuur. De RegioExpres is een extra sneltrein tussen Arnhem en Doetinchem. Deze gaat vervolgens verder als stoptrein tussen Doetinchem en Winterswijk. Om de RegioExpres te realiseren wordt het spoor verdubbeld tussen Didam en Doetinchem de Huet. Het verbeteren van de spoorlijn zorgt voor een snellere, robuuste verbinding tussen de Randstad en de Gelderse regio’s en daarmee voor een aantrekkelijkere woon-, werk- en leefomgeving.
56
Gezien de ligging van Doetinchem in de grensstreek met Duitsland wordt mobiliteit nadrukkelijk ook gezien in het grensoverschrijdend perspectief, bijvoorbeeld als het gaat om snelle fietsverbindingen en het slechten van OV barrières.
UITGANGSPUNTEN MILIEU
Doetinchem streeft naar een gezonde leefomgeving. De belangrijke milieuonderwerpen hierbij zijn geluid, luchtkwaliteit, geur, omgevingsveiligheid, bodem en water. We hanteren voor deze onderwerpen vooralsnog de wettelijk voorgeschreven waarden, omdat we nog geen lokale ambities geformuleerd hebben. Geluid In de basis wordt geluid goed geregeld onder de Omgevingswet. De wettelijke kaders voor geluid afkomstig van wegverkeer, spoorwegen en bedrijven hebben als doel om een goed woon- en leefklimaat te realiseren en te waarborgen. We kunnen aanvullende geluidregels op lokaal niveau vaststellen. Lokale geluidregels kunnen helpen om op gebieds-/wijkniveau een beter werkbaar kader te krijgen. Een voorbeeld is om op bedrijventerreinen meer geluid toe te staan dan in woonwijken of in het landelijk gebied. Luchtkwaliteit De Europese normen voor luchtkwaliteit komen terug onder de Omgevingswet. Dit zijn omgevingswaarden voor stikstofoxiden en fijn stof vanuit het thema luchtkwaliteit waar we aan moeten voldoen. Verder wordt ‘stikstof’ ook gereguleerd onder de Omgevingswet vanuit het natuurspoor. In beide sporen gaat het om het terugdringen van de emissies. Naast de wettelijke luchtkwaliteitsnormen zijn er de strengere advieswaarden voor deze stoffen van de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO).
We kunnen ervoor kiezen om aan strengere luchtkwaliteitsnormen te willen gaan voldoen, bij voorbeeld aan de WHO-advieswaarden. Dit kan een handvat zijn om actief tot een verdere verbetering van de luchtkwaliteit te komen. Geur Voor geur gelden de wettelijke uitgangspunten. Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) De fysiek veilige leefomgeving draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en de continuïteit van de samenleving van Doetinchem. Fysieke veiligheid gaat over de thema’s brandveiligheid, omgevingsveiligheid, risicobeheersing en crisisbeheersing. Mensen zijn bekend met de risico’s en weten hoe te handelen. Dat draagt bij aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de inwoners. Tot slot is de leefomgeving ingericht volgens
BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ de ontwerpprincipes voor fysieke en sociale veiligheid. We werken toe naar een basisbeschermingsniveau. Bodem De Wet bodembescherming houdt op te bestaan en bodem wordt eveneens geregeld onder de Omgevingswet. Wij kunnen gebruik maken van landelijke bodemregels en met betrekking tot een aantal onderwerpen, zoals de aanwezigheid van natuurlijk arseen in de Achterhoekse bodem, hanteren wij regionaal beleid. Wij zetten in op duurzaam bodembeheer waarbij geen onomkeerbare gevolgen ontstaan in de ondergrond en de waarde van de ondergrond behouden blijft voor toekomstige generaties. Hierbij streven wij naar balans tussen het gebruik van de bodem en diepere ondergrond voor bijvoorbeeld landbouw, bodemenergie en waterwinning en het beschermen van de bodem tegen aspecten als bodemverontreiniging, uitputting, verdichting, vermesting en verdroging. Bij het maken van ruimtelijke keuzes betrekken wij tijdiger en explicieter dan nu de (on)mogelijkheden van de bodem en ondergrond. Dit betekent ook dat de huidige bodemkwaliteit en -eigenschappen meer dan nu de toekomstige inrichting bepaalt zonder dat (veelal dure) menselijke ingrepen nodig zijn om de bodemkwaliteit geschikt te maken voor een bepaalde bestemming (‘water en bodem sturend’).