Bijlage 1 Omgevingsvisie ‘Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek’.pdf
Tekst van het document
DOETINCHEM, KLOPPEND HART VAN DE ACHTERHOEK
OMGEVINGSVISIE
VOORWOORD SAMEN OP WEG NAAR DOETINCHEM 2036 1
Gemeente Doetinchem bruist. Dat willen we behouden en zelfs verder stimuleren. Om daarin succesvol te kunnen zijn, zetten we met elkaar een stip op de horizon: 70.000 inwoners in 2036. Het jaar dat onze stad 800 jaar stadsrechten heeft. Deze groei is geen doel op zich. We zien het als een middel om een goede basis te behouden voor de vele voorzieningen die Doetinchem als centrumgemeente heeft. Meer inwoners betekent bijvoorbeeld: meer inkomsten voor lokale ondernemers, meer personeel voor de arbeidsmarkt én meer woningen om antwoord te geven op het landelijke woningtekort. Doetinchem 2036 geeft ons de focus die we nodig hebben om samen te groeien in kwaliteit. In deze omgevingsvisie leest u de groeiambitie in alle haarvaten terug. We kijken ver vooruit en zeggen iets over de grote lijnen van ons beleid. Want, wat betekent groeien eigenlijk voor de leefomgeving? Denk bijvoorbeeld aan openbaar groen, aan bereikbaarheid en aan voorzieningen. Groeien heeft invloed op alles en daar moeten we nu al op voorsorteren. De omgevingsvisie schetst een beeld van hoe we in de toekomst met elkaar leven en hoe onze leefomgeving er dan uit ziet.
2
De toekomst is nooit af. We blijven werken aan onze ambities. Dat doen we natuurlijk samen met inwoners en ondernemers. Samen maken wij gemeente Doetinchem tot een plek waar mensen graag komen om te leven, wonen en werken. Op deze manier bouwen we verder aan de omgevingsvisie. Zo blijft de visie in beweging op weg naar Doetinchem 2036. Naoberschap is een groot goed in de Achterhoek. Dat zagen we ook tijdens de voorbereiding op het maken van de omgevingsvisie. Samen met inwoners, ondernemers, professionals en met kenners van omgeving en inhoud gingen we aan de slag. Het proces om tot een omgevingsvisie te komen is net zo belangrijk als de omgevingsvisie zelf. Daarom bedanken we iedereen die heeft bijgedragen aan deze omgevingsvisie. De betrokkenheid van velen maakt dat we trots zijn op het resultaat. Zoals gezegd: Doetinchem bruist. Laten we het samen nog bruisender maken!
1 Met Doetinchem wordt bedoeld: de gemeente Doetinchem, bestaande uit de stad Doetinchem, de dorpen Wehl en Gaanderen en de buurtschappen Nieuw-Wehl, Langerak en IJzevoorde.
FOTO Namens college van burgemeester en wethouders, Ingrid Lambregts, portefeuillehouder Omgevingswet
INHOUDSOPGAVE VOORAF
INTRODUCTIE VAN DE OMGEVINGSVISIE
PROCESPLAAT
WAAR KOMEN WE VANDAAN?
HET VERVOLGPROCES
HOE NU VERDER?
LEESWIJZER
WAT STAAT WAAR?
DOETINCHEM NU
DOETINCHEM 2036
WAT HEBBEN WE?
BIJLAGEN
WAAR WERKEN WE AAN?
4
12
24
52
6
WOONGEMEENTE VOOR IEDEREEN
WOONGEMEENTE VOOR IEDEREEN
28
BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP 52 EEN RIJ
WERKGEMEENTE MET RUIMTE VOOR TALENT EN INNOVATIE OP WEG NAAR 2036
36
DOELENBOOM BOUWSTEEN OMGEVINGSVISIE VOOR HET DOMEIN WATER
8 11
WERKGEMEENTE MET RUIMTE VOOR TALENT EN INNOVATIE LANDELIJK GEBIED IN BALANS MENSEN EN ONTMOETEN
14 16 18 20
OP WEG NAAR 2036
LANDELIJK GEBIED IN BALANS OP WEG NAAR 2036
MENSEN EN ONTMOETEN OP WEG NAAR 2036
40 46
WOONVISIE
60 61
3
VOORAF INTRODUCTIE VAN DE OMGEVINGSVISIE Een omgevingsvisie helpt ons bij het maken van keuzes die bepalend zijn voor hoe en in welke richting onze gemeente zich ontwikkelt. In de Omgevingswet is bepaald dat iedere gemeente een omgevingsvisie moet maken. In de omgevingsvisie leggen we onze ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. Met ‘fysieke leefomgeving’ bedoelen we bijvoorbeeld: gebouwen, bomen, planten, wegen, cultureel erfgoed, bodem, water, lucht. Het komt neer op: alles om ons heen. De omgevingsvisie gaat in op de lange termijn. De omgevingsvisie is niet een bundeling van het beleid dat we al hadden. Het is een samenhangende visie waarin we rekening houden met hoe onderwerpen met elkaar in verband staan. We hebben hierbij uiteraard ook aandacht voor de sociale kant van onze gemeente. Denk aan ruimte voor ontmoeting, voldoende huisartspraktijken en scholen. We richten onze fysieke leefomgeving in op een manier die bijdraagt aan het sociaal domein.
4
WAT BETEKENT DEZE VISIE VOOR DE GEMEENTE?
WAT BETEKENT DEZE VISIE VOOR U ALS INWONER OF ONDERNEMER?
De omgevingsvisie helpt ons bij het maken van keuzes voor onze leefomgeving. Welke plannen of ontwikkelingen vinden we wenselijk en welke niet? Dat toetsen we aan de doelen die we met elkaar hebben voor de leefomgeving. Komt er een initiatiefnemer bij ons met een plan? Dan kunnen we aan de hand van de omgevingsvisie bepalen of dit plan haalbaar lijkt. Hetzelfde geldt voor onze eigen plannen.
In de visie kunt u lezen welke richting we met elkaar op willen met de omgeving in 2036. Als inwoner kunt u een plan indienen bij de gemeente. De visie geeft inspiratie en helpt om in te schatten hoe kansrijk uw plan is. Als uw idee aansluit bij de doelen uit de visie, is de kans groter dat u uw plan kunt uitvoeren.
5
5. ELF TIJDELIJKE DEELGEBIEDEN
PROCESPLAAT
In 2017 startten we met voorbereidingen op het werken volgens de Omgevingswet, ofwel implementatie van de Omgevingswet. Hieronder beschrijven we de stappen die zijn doorlopen in het proces om te komen tot de omgevingsvisie. Bij de start in 2017 voorzagen we 3 fases: 1. Zoek de verschillen (inventariseren en analyseren beleid); 2. Kleur bekennen (keuzes maken om kaders te stellen); 3. Ontwerpend onderzoek en opstellen van de omgevingsvisie.
3. KOERSDOCUMENT OMGEVINGSWET - vastgesteld door de gemeenteraad op 28 maart 2019 Dit document bevat het kader voor het opstellen van de omgevingsvisie. En vormt daarmee de basis voor het met de samenleving opstellen van een Omgevingsvisie. Er staan namelijk de uitgangspunten in met informatie over de gemeentelijke ambities, bestaand beleid, relevante trends en verwachtingen en voornemens voor het proces (participatie, rolverdeling en werkwijze).
In ELF TIJDELIJKE DEELGEBIEDEN werkten we in nauwe afstemming met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het maakte de afstand tot de inwoners kleiner en het participatieproces overzichtelijker. In elk deelgebied ontstond uit behoefte een passende participatiemethode. Zo waren er naast bijeenkomsten onder andere online enquêtes, mini-ateliers, interviews, een fietssafari en een tekenwedstrijd. Bestuurders waren betrokken doordat de wethouders vrijwel allemaal twee deelgebieden ‘geadopteerd’ hadden. Daarmee werden zij ook altijd geconfronteerd met vraagstukken die buiten de grenzen van hun eigen portefeuille vielen en is het integrale werken ook op bestuurlijk niveau sterk gestimuleerd.
1. BELEID OP EEN RIJ - opgeleverd in april 2018 De Omgevingswet gaat uit van integraal beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom is als één van de eerste stappen het huidige beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving in kaart gebracht. In de analyse van 31 beleidsdocumenten is gezocht naar gemeenschappelijke doelen bij de verschillende beleidsterreinen. Het bleek mogelijk om beleidsvelden te bundelen. Hiermee zetten we de eerste stap naar een integrale benadering van bestaand beleid.
4. STAKEHOLDERSDAG OMGEVINGSWET-MARKT - februari 2019 Op deze dag waren 300 organisaties uitgenodigd, van heel klein tot heel groot, van dorpsraden en (land) bouworganisaties tot gemeenteraadsleden en het waterschap: tientallen belanghebbenden kwamen bijeen om ideeën te delen met de gemeente en elkaar. 2. GROEIBOEK IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET - opgeleverd in
juni 2018 Het is een naslagwerk met daarin o.a. de bestuursopdracht, verslagen van informatieve raadssessies, een evaluatie van de Structuurvisie Doetinchem 2035, beschrijvingen van de nieuwe instrumenten in de Omgevingswet (omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsvergunning) en bespiegelingen over informatievoorziening en participatie.
FASE 1
ZOEK DE VERSCHILLEN, INVENTARISEREN VAN BELEID
6
BELEID OP EEN RIJ april 2018 Niet bestuurlijk vastgesteld GROEIBOEK juni 2018
FASE 2
kleur bekennen, starten met keuzes maken KOERSDOCUMENT Maart 2019 Bestuurlijk vastgesteld
FASE 3
ontwerpend onderzoek, opstellen omgevingsvisie
9. OMGEVINGSAGENDA - januari 2022 In de Omgevingsagenda kwam het proces tot dan toe samen. De ambities en doelen uit het koersdocument, de opbrengst uit de gebiedsvisies, verrijkt met toen actuele ontwikkelingen en de geprioriteerde opgaven: Ontwikkelstrategie voor “Doetinchem woonstad en woondorpen” richting 70.000 inwoners in 2036
6. 11 DEELGEBIEDSVISIES - periode 2019 - 2020
Het ontwerpend onderzoek heeft geleid tot 11 deelvisies. Deze 11 deelvisies zijn niet vastgesteld en hebben geen status. We zien ze als bouwstenen, waarin we samen zochten naar de identiteit, de kernwaarden in elk gebied, om te komen tot 1 breed gedragen omgevingsvisie.
Ontwikkelstrategie voor een toekomstbestendig centrum van de stad Doetinchem Ontwikkelstrategie voor de stationsomgeving Opstellen procesaanpak om tot benutting van de optimale mogelijkheden te komen in de gebieden Slangenburg en omgeving/ Gaanderen en omgeving Met de omgevingsagenda werkten we al meer in de geest van de Omgevingswet met thema’s en opgaven. De omgevingsagenda is de opmaat naar de omgevingsvisie.
7. NOMINATIE AANDESLAG-TROFEE - september 2019 We ontvingen een nominatie voor de ‘Aan de slag-Trofee 2019’. Deze verkiezing zet het meest innovatieve Omgevingswet-project een jaar lang in de spotlights. Wij werden genomineerd vanwege de bijzondere aanpak met het ontwerpend onderzoek. Het is ‘een innovatieve methodiek waarbij gemeente Doetinchem actief de samenwerking aangaat met betrokkenen’
10. PLANMER - 2e kwartaal 2023 Als plannen voor de leefomgeving negatieve invloed kunnen hebben op het milieu (en leefomgeving), moeten de gevolgen beoordeeld worden. Dat gebeurt met een planMER (wat staat voor milieueffectrapportage) in de m.e.r.-procedure. Wij lieten onze omgevingsvisie in twee fases beoordelen. Met de aanbevelingen eerste fase konden we onze omgevingsvisie verbeteren. Dat past bij onze aanpak van ontwerpend onderzoek. De tweede fase is de definitieve beoordeling op de verbeterde teksten van de omgevingsvisie.
11. COMMISSIE M.E.R. - toetsingsadvies augustus 2023
Een onafhankelijke commissie toetste of de beoordeling (planMER) goed is gedaan. De Commissie concludeert dat de planMER logisch is opgebouwd. En dat in de werkwijze duidelijk naar voren komt dat de planMER een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. De Commissie mist vervolgens de ruimtelijke vertaling van de strategische keuzes. Ze geeft aan dat het planMER daar goede aanbevelingen voor geeft. Die aanbevelingen zijn voor ons input voor uitwerking van de omgevingsvisie.
8. DOETINCHEMSE TOEKOMST3DAAGSE - juni 2021
Deze is georganiseerd in het kader van “Doetinchem 2036”. Inwoners, ondernemers en jongeren inspireerden elkaar in online sessies wat prachtige input opleverde voor de omgevingsagenda.
11 DEELGEBIEDVISIES 2019-2020 Niet bestuurlijk vastgesteld
OMGEVINGSAGENDA Januari 2022 Bestuurlijk vastgesteld
7
HET VERVOLGPROCES: HOE NU VERDER?
8
WERKEN OP BASIS VAN DE OMGEVINGSVISIE MET HOUVAST IN DE UITVOERING
DE WERELD OM ONS HEEN BLIJFT IN BEWEGING, DE OMGEVINGSVISIE OOK
Volgens de Omgevingswet beschrijft de omgevingsvisie het samenhangende beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de meer strategische gedeelten (de visie) van alle verschillende beleidsterreinen integraal afgewogen een plek moeten krijgen in de omgevingsvisie. In bestaande sectorale beleidsterreinen staat vaak in één document de visie en meer tactisch/operationele inhoud. Die tactisch/operationele inhoud blijft nodig om onwenselijke situaties in de uitvoering te voorkomen. Daarom kiezen wij ervoor om het sectorale beleid dat gaat over de fysieke leefomgeving (nog) niet in te trekken. Wel beslissen we dat de inhoud van de omgevingsvisie leidend is. Dat betekent dat we werken op basis van meer strategische inhoud van de omgevingsvisie. En als blijkt dat er spanning bestaat tussen de inhoud van omgevingsvisie en de tactische/inhoud van sectorale beleid, dan maken we een afweging vanuit de gedachte van de omgevingsvisie. Als blijkt dat beleid wel in het geheel ingetrokken kan/moet worden, dan zullen we dat doen.
De omgevingsvisie is opgesteld met een blik op de toekomst met de kennis van nu. Tegelijkertijd staat de wereld om ons heen niet stil. Dit betekent dat we na het vaststellen van de omgevingsvisie blijven werken aan onderwerpen zoals mobiliteit, klimaat en economie. De uitkomsten daarvan krijgen een plek in de herijking van de omgevingsvisie. Dat betekent dat we de omgevingsvisie in de komende jaren opnieuw vaststellen wanneer wij beleid aanpassen of aanscherpen. Zo blijft de omgevingsvisie actueel. Door op deze manier te werken, ontstaat er in de komende jaren één brede (omgevings)visie waarin beleidsterreinen elkaar aanvullen en ondersteunen. Zo voorkomen we dat beleid elkaar tegenspreekt. Voor de beleidsterreinen klimaatadaptatie, duurzaamheid en groen gebeurt dat al bij deze omgevingsvisie. Voor andere beleidsterreinen geldt dat we eerst goed willen bekijken of het nog passend is. Na eventuele aanscherpingen is het ‘rijp’ voor de omgevingsvisie. Zoals gezegd: de omgevingsvisie is een document dat in beweging blijft.
WE WERKEN DE OMGEVINGSVISIE UIT IN OMGEVINGSPROGRAMMA’S In de omgevingsvisie komen nadrukkelijk thema’s en opgaven aan bod. In de omgevingsvisie zijn hiervoor de ambities en doelen beschreven. De volgende stap is het uitwerken daarvan om die ambities en doelen te behalen. Dat gaan we doen in omgevingsprogramma’s (instrument onder de Omgevingswet). Denk daarbij bijvoorbeeld aan het uitwerken van de ontwikkelstrategie voor wonen in een programma wonen. We volgden niet alle adviezen op uit de merprocedure. Een deel van de adviezen kwam te vroeg om te verwerken voor vaststelling van de omgevingsvisie. Dat komt doordat lopende trajecten niet afgerond waren voor afronding van deze eerste omgevingsvisie. Deze resterende adviezen gaan over het maken van keuzes. In het planMER zijn dit botsproeven genoemd. Het gaat naast botsingen (knelpunten) ook om kansen tussen ambities en doelen van verschillende beleidsterreinen. Wij gebruiken dit bij de uitwerking in de omgevingsprogramma’s. Bijvoorbeeld dat we in een bepaald gebied de ene ambitie boven de andere stellen. Of dat we twee ambities met elkaar laten optrekken en zo een win-winsituatie creëren. Een situatie waarbij keuzes elkaar kunnen versterken. De botsproeven uit de planMER zijn in hiernaast gevisualiseerd.
In de tabel zijn vijf kleuren te onderscheiden: • Rood: negatief effect • Oranje: bedreiging • Geel: aandachtspunt • Licht groen: kans • Donker groen: positief effect
9
PARTICIPATIE BIJ UITWERKING VAN DE OMGEVINGSVISIE De uitwerking van verschillende onderwerpen doen we graag samen met onze inwoners, verenigingen en ondernemers. Per onderwerp bekijken we hoe we dat het beste kunnen doen en wie mee kan denken en doen om samen goede plannen te maken. Kijk bijvoorbeeld naar de visie op de spoorzone. Hier organiseerden we gebiedscafés voor inwoners en ondernemers, en ook gebiedscafés speciaal voor jongeren. Ook nodigen we inwoners, ondernemers en andere partijen van harte uit om bij te dragen aan de beoogde kwaliteit en doelen in de omgevingsvisie. Bij initiatieven van anderen, zoals bijvoorbeeld projectontwikkelaars of andere organisaties, zijn zij primair verantwoordelijk voor betrekken van de omgeving. Dit is ook vastgelegd in de Omgevingswet. Als gemeente helpen wij daar graag bij. Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners kunnen rekenen op een goed participatieproces en mee moeten kunnen praten over hun eigen straat of buurt.
10
Een goed participatieproces geeft de ruimte om verschillende meningen en belangen bespreekbaar en inzichtelijk te maken. Het betekent niet dat we het altijd eens zullen zijn met elkaar. Uiteindelijk is het de taak van de gemeenteraad om aan de hand van de uitkomsten van het participatietraject en de eigen politieke opvattingen een goed afgewogen besluit te nemen.
LEESWIJZER: WAT STAAT WAAR? OPBOUW VAN HET DOCUMENT: VAN NU OP WEG NAAR 2036 In deze omgevingsvisie beschrijven we: • Doetinchem nu: wat hebben we? Dit is een beschrijving van de kwaliteit van onze bestaande leefomgeving. En de uitdagingen die we daarin hebben. • Doetinchem op weg naar 2036: waar werken we aan? Dit is de visie. Het is een beschrijving van waar we de komende jaren naartoe willen. Bijvoorbeeld op het van gebied gebruik, beheer, bescherming en behoud van onze leefomgeving. Daarbij beschrijven we ook hoe we dat willen bereiken en wat we daarvoor doen.
DE OMGEVINGSVISIE LANGS VIER OPGAVEN EN VIER THEMA’S Er spelen grote vraagstukken op het gebied van wonen, werken, landelijk gebied en leefbaarheid. Daarover wordt geschreven in het nieuws, zowel landelijk, provinciaal als lokaal. Die vraagstukken spelen ook bij ons in Doetinchem. Daarom benoemen we opgaven die hoge prioriteit hebben en waar we als eerst mee aan de slag gaan.
Het gaat om de volgende opgaven: • Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor Doetinchem woonstad en woondorpen richting 70.000 inwoners in 2036. Deze opgave is verwerkt in het opstellen van een woonvisie; • Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor de spoorzone (omgeving rond station Doetinchem, eerder bekend onder de naam ‘stationsgebied’); • Het opstellen van een procesaanpak landelijk gebied voor de Slangenburg en omgeving en Gaanderen en omgeving; • Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor een toekomstbestendig centrum. Deze vier opgaven vormen de kern van de visie op onze leefomgeving zoals deze nu voor u ligt. Daarom bouwen we de visie op onze leefomgeving op aan de hand van deze vier thema’s: • Woongemeente voor iedereen; • Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie; • Landelijk gebied in balans; • Mensen en ontmoeten.
U KUNT DE OMGEVINGSVISIE OP TWEE MANIEREN LEZEN De omgevingsvisie kunt u op meerdere manieren te lezen. Het is net waar uw interesse naar uitgaat. U kunt lezen van “nu op weg naar 2036”, waarbij u alle vier de thema’s tegenkomt. Of u leest per thema, eerst bij het nu en dan direct naar hetzelfde thema bij op weg naar 2036.
11
DOETINCHEM NU: WAT HEBBEN WE? In dit hoofdstuk beschrijven we de kwaliteiten van onze bestaande leefomgeving. En de uitdagingen die we daarin hebben. De kwaliteiten van nu worden bepaald door onze historie. Daarom starten we met een stuk over hoe Doetinchem is ontstaan.
HISTORIE EN BEBOUWING Gemeente Doetinchem bestaat uit de stad Doetinchem, de dorpen Wehl en Gaanderen en de buurtschappen Nieuw-Wehl, Langerak en IJzevoorde.
12
De stad Doetinchem ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot een vestingstad aan de Oude IJssel. Met een stadsmuur, stadsgracht en vier stadspoorten. Doetinchem houdt lange tijd een overwegend agrarisch karakter. Pas in de loop van de 19e eeuw kwam de groei van de stad op gang. Behalve aan de betere verbindingen en de opkomende industrie is de groei van de stad ook te danken aan invloedrijke personen zoals ds. Jan van Dijk en drukker Cees Misset. In eerste instantie breidde de stad zich verder uit langs de invalswegen naar andere plaatsen. In de 20e eeuw ontstonden nieuwe wijken, eerst aan de noordoostzijde van het centrum, later ook aan de overzijde van de Oude IJssel. De bombardementen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben een deel van het stadscentrum weggevaagd.
LEGENDA RIJKSMONUMENTEN Tijdens de wederopbouw bleef de historische structuur en kenmerkende eivorm van de binnenstad herkenbaar. De uitbreiding van de bebouwing aan de overzijde van de rivier leidde ook tot de aanleg van nieuwe bruggen over de Oude IJssel.
RELIGIEUZE GEBOUWEN KASTELEN, LANDHUIZEN EN PARKEN MOLENS BOERDERIJEN WONINGEN/GEBOUWEN BEGRAAFPLAATS
Uit archeologisch onderzoek blijkt dat het dorp Wehl en omgeving een zeer lange bewoningsgeschiedenis heeft. Het dorp is ontstaan op een kruispunt van wegen. Het historische dorpshart rond het Kerkplein vormt met diverse voorzieningen het centrum van het dorp. Vanaf enig moment was Wehl een versterkt dorp compleet met stadswal en stadsgracht. Hiervan is niets bewaard gebleven. Wehl bleef hoofdzakelijk agrarisch van karakter, echte industrialisatie is nooit van de grond gekomen. Een groot deel van de woningen in het dorp is van na de Tweede Wereldoorlog.
Het buurtschap Nieuw-Wehl oogt eerder als een klein dorp dan een buurtschap. Vanuit een voormalig klooster ontstond een zorginstelling die het karakter van het dorpje mede bepaalt. IJzevoorde is een klein buurtschap aan de oostzijde van Doetinchem met woningen in lintbebouwing.
Het dorp Gaanderen ontwikkelde zich pas in de tweede helft van de 19e eeuw rondom de Martinuskerk aan de Kerkstraat. In de eerste helft van de 20e eeuw ontwikkelde zich ten zuiden van de oude dorpskern een nieuw dorp aan het spoor door de groeiende ijzerindustrie. De bebouwing breidde zich verder uit langs de Hoofdstraat en de Rijksweg. De metaalverwerkende industrie is inmiddels vrijwel geheel uit het dorp verdwenen. Het terrein van de voormalige Pelgrimfabriek in het hart van Gaanderen is omgebouwd tot een woonwijk. Het buurtschap Langerak is van oorsprong een buurtschap met enkele boerderijen dat zich ontwikkelde tot een lintdorp doordat er woningen gebouwd werden voor de werknemers van de ijzergieterij.
13
WOONGEMEENTE VOOR IEDEREEN DOETINCHEM NU: STADSE ALLURE EN DORPSE GEMOEDELIJKHEID Inwoners kenmerken Doetinchem als een prettige woongemeente waarin rust, ruimte en een groene omgeving samengaan met uitstekende voorzieningen op korte afstand. In gemeente Doetinchem kunt u in de stad wonen, in een dorp of in het landelijk gebied. In de nabijheid van bos, agrarisch gebied of de Oude IJssel. Eén van de kernkwaliteiten van Doetinchem als woongemeente is de groene uitstraling. Andere belangrijke kenmerken van de gemeente zijn de dorpse trekken van de stad Doetinchem, de band met de Achterhoek, de onderlinge saamhorigheid en betrokkenheid in de dorpen en wijken. Doetinchem is in trek als woongemeente, maar ook als vestigingsplaats voor bedrijven. Als het gaat om vrije tijd en beleving is er van alles te zien en te doen; voetbal kijken op de Vijverberg, zelf sporten bij een van de vele verenigingen die de gemeente rijk is, een terrasje pakken in de binnenstad, wandelen door het landelijk gebied of genieten van een voorstelling in het Amphion theater.
14
UITSTEKENDE VOORZIENINGEN EN EEN GROENE WOONOMGEVING
GEMEENTE DOETINCHEM GROEIT Doetinchem telde op 1 januari 2023 58.546 inwoners, verdeeld over ruim 26.000 huishoudens. Bijna de helft van de inwoners is jonger dan 45 jaar, bijna een derde heeft een leeftijd tussen de 45 en 65 jaar (29%). Ruim één op de vijf inwoners is 65 jaar of ouder (22%). In sommige wijken en in de dorpen wonen aanmerkelijk meer ouderen dan gemiddeld. Het aantal 75-plushuishoudens in de gemeente neemt volgens de prognoses de komende jaren sterk toe: van 15% nu naar 21% in 2035. Doetinchem kent al jaren een gestage groei in inwonertal. Sinds 2011 is het bevolkingsaantal met 4% gestegen. De meeste mensen die hier komen wonen, komen uit Oude IJsselstreek, Montferland en Bronckhorst. Naar Arnhem en Nijmegen vertrekken juist meer inwoners. De laatste jaren kopen steeds meer mensen uit de Randstad hier een huis. Ruim de helft (56%) van de huishoudens die zich vestigen in gemeente Doetinchem zijn één- en tweepersoonshuishoudens in de leeftijd tot 35 jaar. Eén op de tien vestigende huishoudens in de gemeente is een gezin. Ook huishoudens die de gemeente verlaten, zijn veelal kleine jonge huishoudens (59%). Vaak zijn het jonge mensen die vertrekken om ergens anders te werken of te studeren. De druk op de woningmarkt is net als overal in ons land hoog. Met name starters en ouderen die een betaalbare woning zoeken, komen er moeilijk tussen.
GROTE VARIËTEIT AAN WONINGEN Doetinchem heeft ruim 26.000 woningen. De bouwstijlen en bouwleeftijden van onze woningen zijn erg verschillend met hier en daar interessante architectuur. Het cultuurhistorisch erfgoed levert een belangrijke bijdrage aan het karakter van onze leefomgeving. De woningvoorraad bestaat uit 62% koopwoningen, ongeveer 30% sociale huurwoningen en 8% particuliere huurwoningen. Bijna driekwart van de woningvoorraad in de gemeente Doetinchem heeft een energielabel A, B of C en heeft daarmee een groen energielabel. Onder woningen van woningbouwverenigingen is het aandeel woningen met een groen energielabel aanmerkelijk groter dan onder koopwoningen en particuliere huurwoningen.
Goed wonen valt of staat natuurlijk ook bij de woonomgeving en bij het hebben van goede voorzieningen in de buurt. Dat bepaalt de aantrekkelijkheid van Doetinchem als woongemeente. De dorpen en wijken hebben een mooi aanbod aan voorzieningen, zoals ontmoetingsplekken, plekken om te spelen en bewegen, winkels en sportlocaties. Daarnaast biedt Doetinchem een aantal voorzieningen waar ook veel mensen van buiten de stad gebruik van maken. Denk aan het voetbalstadion van De Graafschap, schouwburg Amphion en het Slingeland Ziekenhuis. Ons groene landschap en water (Oude IJssel) hebben grote invloed op de woonbeleving. Door de ligging aan de A18 en met vier treinstations aan de spoorlijn Arnhem-Winterswijk is onze gemeente goed bereikbaar in de Achterhoek. Voor de kortere afstand is gemeente Doetinchem per fiets goed aangesloten op het regionale fietsnetwerk. In de wegenstructuur van de stad Doetinchem zijn de invalswegen vanuit vrijwel alle windrichtingen nog altijd goed te herkennen. Daarmee zijn er ook relatief veel doorgaande wegen in de stad.
LEGENDA BASIS BEBOUWING
SPOOR/STATION
BEBOUWING STADSSCHIL
WATER
BEBOUWING “EI” CENTRUM
SPORTPARKEN
BEDRIJVENTERREIN
STEDELIJK GROEN (hoofdgroenstructuur gemeente)
WEGEN
BESTAAND GROEN BUITENGEBIED
GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN
GELDERS NATUURNETWERK
15
WERKGEMEENTE MET RUIMTE VOOR TALENT EN INNOVATIE
DE WAARDE VAN SMALL GIANTS
DOETINCHEM NU: GROEIENDE ECONOMIE MET STERKE REGIOFUNCTIE Doetinchem is een middelgrote gemeente met een regiofunctie voor de Achterhoek. Vanuit Doetinchem kom je de Achterhoek binnen. Door bereikbaarheid, werkgelegenheid en het voorzieningenniveau is Doetinchem niet alleen een ‘stad’ voor de directe regio, maar ook een springplank naar regio’s in de wijdere omtrek: Arnhem-Nijmegen, Twente en Emmerik-Bocholt. Doetinchem telt ruim 5.400 bedrijven, 36.600 banen en ruim 10.000 studenten (MBO en HBO). Met de komst van bedrijven op het A18 bedrijvenpark hebben we over de afgelopen jaren ruim 1000 banen toe weten te voegen. Bovendien zijn ook de bestaande bedrijven gegroeid. De werkgelegenheid in de gemeente Doetinchem is de afgelopen 5 jaar met bijna 11% gestegen.
16
In Doetinchem zijn er naar verhouding veel banen in de maakindustrie (23%) en in de collectieve dienstverlening (35%). Denk daarbij aan bedrijven die actief zijn in de machinebouw en kunststofbewerking of onderwijs- en zorginstellingen. Doetinchem heeft een veelzijdige economie met veel verschillende bedrijven en daarmee een stabiele economie. Deze stabiele economie, de goede voorzieningen en de groene omgeving, maken het aantrekkelijk voor werkgevers en werknemers om zich in de Doetinchem te vestigen. De score van functiemenging is 57,2%, wat betekent dat er meer banen dan woningen zijn. Een echte werkgemeente dus.
DIVERSITEIT EN INNOVATIEKRACHT OP BEDRIJVENTERREINEN Op bedrijventerreinen zijn bedrijven gevestigd die in veel verschillende sectoren actief zijn. Deze bedrijventerreinen zijn van grote waarde voor de werkgelegenheid in de gemeente en regio. Het overgrote deel van de bedrijventerreinen is opgeknapt. Maar bedrijven - en daarmee de bedrijventerreinen - staan wel voor nieuwe opgaves en kansen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit, vergroening, de energietransitie en circulaire economie. Daarmee investeert het bedrijfsleven in prettige en gezonde werklocaties voor behoud en aantrekken van werknemers. Naast bedrijventerreinen hebben we in
Small Giants typeren zich als bedrijven die niet groot zijn, maar wel grootse dingen doen. Het succes is volgens onderzoeker Burlingham (2016) te danken aan een aantal, veelal ongrijpbare, factoren: focus, gemeenschap, netwerken, personeel en passie. Wie over de bedrijventerreinen van Doetinchem rijdt, komt de panden van small giants vanzelf tegen. De namen op de gevels roepen niet altijd herkenning op. Dit komt omdat de meeste van deze bedrijven hun diensten leveren aan andere bedrijven. Zonder het te weten, ontbijten veel Nederlanders met producten ‘Made in Doetinchem’. Het brood van de Jumbo is bijvoorbeeld gebakken door Bakker Wiltink, terwijl de pindakaas die we erop smeren zomaar van Intersnack Nederland kan zijn, net zoals de kipfilet van Esbro/Groenland Kip. Op zijn beurt heeft Pas Reform misschien wel de machines geleverd waarin de kuikens zijn uitgebroed. Het zijn allemaal bedrijven met vestigingen in Doetinchem en omstreken. Vaak zijn het familiebedrijven met de bijbehorende kenmerken: jarenlange ervaring, sterk gespecialiseerd, ingebed in de regio, hart voor hun personeel en van plan om nog lang in de regio actief te blijven. Dergelijke small giants zijn de stille kracht van het Doetinchemse bedrijfsleven en maken onze economie nog stabieler dan ze al is. Bron: Hospers, Gert-Jan. (2020). Doetinchem In bedrijf: op weg naar Toplocatie Oost.
het landelijk gebied van de gemeente ook agrarische bedrijven waar veel innovatie plaatsvindt.
STERKE WERKGEMEENTE MET KANSEN VOOR DE ARBEIDSMARKT De krapte op de arbeidsmarkt is zowel landelijk als regionaal merkbaar. Het op peil houden van de beroepsbevolking vraagt onze aandacht. In samenwerking met de ondernemersvereniging IG&D, Doetinchemse onderwijsinstellingen en de organisatie van de regio Achterhoek zijn plannen en initiatieven ontwikkeld om de tekorten op de arbeidsmarkt te kunnen aanpakken. De regionale samenwerking is hierbij erg belangrijk, aangezien een groot deel van
de mensen die in Doetinchem werken uit buurgemeenten komen. Regionale initiatieven als de Smarthub, Talententuin en Techniekdag stimuleren de economische vitaliteit van de regio door in te zetten op ontwikkeling, innovatie en het aantrekken en behouden van (jonge) arbeidskrachten. Kennis- en onderwijsinstellingen vormen een motor voor vernieuwing. Zij leveren een wezenlijke bijdrage aan de arbeidsmarkt, economie en innovatie. Door actief de verbinding te leggen tussen bedrijven en instellingen, beroepsonderwijs en overheid sluiten opleidingen goed aan op de vraag uit de markt. Hierbij is veel aandacht voor passende stageplekken. Deze stageplaatsen dienen als visitekaartje voor Doetinchemse bedrijven.
LEGENDA BASIS
ZORG
SCHOLEN
BEBOUWING
SPOOR/STATION
ZIEKENHUIS
HBO
BEBOUWING STADSSCHIL
WATER
GROTERE ZORGINSTELLINGEN
MBO
BEBOUWING “EI” CENTRUM BEDRIJVENTERREIN WEGEN GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN
17
LANDELIJK GEBIED IN BALANS DOETINCHEM NU: LANDELIJK GEBIED GAAT HAND IN HAND MET BEBOUWDE OMGEVING Het landelijk gebied bepaalt de groene uitstraling van onze gemeente. Opvallend is de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd gebied. Daardoor kan het landelijk gebied niet los gezien worden van de stad, dorpen en buurtschappen. Het landelijk gebied ademt tegelijkertijd een sfeer uit van rust en ruimte. Want doordat het zo direct naast de stad ligt, is het eenvoudig een fietstocht of natuurwandeling te combineren met een bezoek aan het centrum of de dorpskernen.
VEELZIJDIG LANDELIJK GEBIED VAN GROTE WAARDE
18
Kenmerkend voor onze gemeente is de veelzijdigheid van ons landelijk gebied. We zien op korte afstand van de stad en de dorpskernen veel verschillende soorten landschappen. Het landschap is wat je ziet en beleeft als je om je heen kijkt. Die veelzijdigheid komt door het verschil in de ondergrond, de bodem en het watersysteem. De ondergrond heeft effect op de mogelijkheden om de grond te gebruiken, zoals de hoge zandgronden en de ligging van de Oude IJssel. Die verschillen in gebruik hebben weer invloed op wat je buiten ziet als je om je heen kijkt, een grasvlakte of een bos. Deze landschapskenmerken zorgen voor
de verschillende soorten landschappen en dus de veelzijdigheid die wij kennen. Zo ook het halfopen landschap met rijen bomen, hagen en houtwallen. Door de gelijkenis met de coulissen van een toneel, noemen we dit een coulisselandschap. Bijzondere gebouwen, zoals kasteel de Slangenburg, molens en fraaie boerderijen versterken dat landschap. Ons landelijk gebied vormt bovendien een belangrijke schakel tussen natuurgebieden (Gelders Natuurnetwerk), denk aan De Zumpe en Kruisbergse bossen. Die schakels noemen we ecologische verbindingszones. Uit onderzoek2 van de provincie Gelderland blijkt dat de meeste ecologische verbindingszones nog niet goed functioneren. Het ontbreekt aan voldoende kleinschalig landschap met bijvoorbeeld houtwallen, bomenrijen en poelen. Hier liggen nog opgaven om dit te verbeteren. Daarom zijn de ecologische verbindingszones, zoals deze ook in de provinciale omgevingsverordening zijn opgenomen, overgenomen als Groen Ontwikkelingsgebied.
2 Holt, H. ten en Sierdsema H., 2022. Evaluatie ecologische verbindingszones in Gelderland. Bureau ZET-rapport 2022/4139. Sovon-rapport 2022/43. Bureau ZET, Nijmegen / Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
VITAAL LANDELIJK GEBIED Dankzij onze agrariërs en de overige grondeigenaren wordt er goed gezorgd voor het landelijk gebied, de groene omgeving waar onze inwoners van genieten. De agrarische sector is een belangrijke economische bedrijfstak in onze gemeente. Bovendien spelen zij een belangrijke rol in de voedselketen. Hoewel het totaal aantal agrarische bedrijven sinds 200 is gehalveerd, neemt de bedrijfsgrootte en professionaliteit van deze bedrijven wel toe.
Recreatie draagt ook bij aan de economie van het landelijk gebied.
In gebruik zien we op de (hogere) zandgronden meer intensievere vormen van veehouderij. Op de laaggelegen gronden is gras een logische gewasteelt. Ook zien we hier meer grondgebonden veehouderij. In de gebieden langs de Oude IJssel liggen dan verhoudingsgewijs ook meer melkveehouderijen.
Denk daarbij aan de energietransitie die ruimte vraagt, het nationaal programma landelijk gebied en wonen, maar ook uitdagende milieuwet- en regelgeving en klimaatadaptie. Voor die laatste toont de ‘klimaateffectatlas Doetinchem’ de gevolgen van klimaatverandering voor onze gemeente.
Veel andere ondernemers en organisaties in het landelijk gebied zijn actief in de dagen verblijfsrecreatie voor toeristen, maar vooral voor inwoners uit de eigen gemeente. Het landelijk gebied is steeds vaker een plek waar mensen naartoe gaan voor ontspanning of om actief bezig te zijn. De veelzijdigheid van het landelijk gebied maakt het landelijk gebied een aantrekkelijke omgeving om te verblijven. Mensen die vakantie houden, fietsen, wandelen of andere activiteiten ondernemen in het landelijk gebied zorgen voor leefbaarheid.
Het landelijk gebied kenmerkt zich als leefgebied voor tal van soorten amfibieën, insecten, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Te denken valt aan soorten zoals de steenuil, die op boerenerven voorkomt en de boomkikker en kamsalamander die (veedrink)poelen bezetten. Hoewel het landelijk gebied voor dier- en plantensoorten vaak onder druk staat, komen sommige soorten nog altijd vooral hier voor.
UITDAGINGEN VRAGEN OM VERANDERING IN HET LANDELIJK GEBIED
LEGENDA BUITENGEBIED
BASIS
BESTAAND BELEID PROVINCIE
BEBOUWING
WATER
AGRARISCH MET WAARDEN
GELDERSNATUURNETWERK (GNN)
BEBOUWING STADSSCHIL
SPORTPARK
AGRARISCH
GROENE ONTWIKKELINGSZONE - ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE (GO)
BEDRIJVENTERREIN
HOOGSPANNINGSVERBINDINGEN
OUDE IJSSEL- ONDERDEEL GO
WEGEN
HOOFDSTRUCTUUR BOMEN
GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN
BUITENGEBIED GROEN
SPOOR/STATION
STEDELIJK GROEN (hoofdstructuur gemeente)
19
MENSEN EN ONTMOETEN DOETINCHEM NU: ONTMOETINGSPLEKKEN ALS SMEEROLIE VAN EEN VEERKRACHTIG DOETINCHEM Het ontmoeten van bekenden, onbekenden, nieuwkomers, mensen van gelijke leeftijd of juist jonger of ouder draagt bij aan prettig en waardevol leven. Het ontmoeten van mensen met dezelfde interesses of andere inzichten, daagt uit tot delen. De manier waarop wij onze ruimte inrichten, heeft invloed op de gezondheid en leefstijl van inwoners. Het bepaalt mede in hoeverre mensen bewegen, elkaar ontmoeten, naar voorzieningen als de arts en supermarkt kunnen, en activiteiten kunnen ondernemen. De bereikbaarheid van voorzieningen bepaalt ook hoe zelfstandig inwoners kunnen leven. Mensen ontmoeten heeft vaak positief effect op het levensgeluk van inwoners.
20
Een ontmoetingsplek moet aan een aantal voorwaarden voldoen om ons te verleiden er te komen, er te blijven en vaker terug te komen. Dat kan de groene omgeving zijn, de aanwezigheid van een fraai kunstwerk of monumentaal pand, of een lekkere bank in een park. Ook het klimaat is bepalend of we ergens graag komen. Het moet niet te warm, niet te nat, niet te droog en goed geventileerd zijn. En we houden van plekken die goed aanvoelen, veilig zijn zonder overlast van geluid of stank. Ontmoetingsplekken kunnen uitdagen tot creativiteit en het kennis maken met nieuwe dingen.
WONEN OP KORTE AFSTAND VAN WIJKVOORZIENINGEN Bij het ontwikkelen van onze leefomgeving, houden we rekening met veel verschillende factoren. We letten op de mogelijkheid om betaalbaar, levensloopbestendig en kwalitatief goed te kunnen wonen op korte afstand van wijkvoorzieningen. Zoals een supermarkt voor de dagelijkse boodschappen, de huisarts, apotheek en de fysiotherapeut. Maar denk ook aan scholen en kinderopvanglocaties en plekken voor sport, recreatie en cultuur en buiten leven. Deze voorzieningen krijgen een plek op sociaal veilige locaties die goed bereikbaar zijn. Zowel lopend, fietsend als met de auto. We proberen deze voorzieningen goed over de gemeente te verdelen. Wonen en druk verkeer zijn gescheiden. Sportparken zijn voor iedereen bereikbaar in hun directe omgeving. We maken aantrekkelijke plekken in de openbare ruimte waar inwoners graag komen.
VERBINDEN, VERSTERKEN EN ONDERHOUDEN VAN SOCIALE RELATIES Werken aan een aantrekkelijke wijk doen we samen met inwoners. Het initiatief hiervoor kan zowel vanuit ons, als vanuit inwoners komen. We vinden het belangrijk dat inwoners van buurten en wijken bouwen aan hun eigen gemeenschap. Inwoners met elkaar verbinden en sociale relaties versterken zorgt ervoor dat inwoners dichter bij elkaar komen. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van een wijk of buurt en buurtschappen in het landelijk gebied. Voorbeelden hiervan zijn: de buurttuin aan de IJsselstraat, huiskamerinitiatieven van bewoners zelf en het initiatief in Schöneveld met de naam “Vraag het Anna”. Denk ook aan de aanleg van ‘’gele voetpaden’’ voor goed toegankelijke voetpaden naar het winkelcentrum en een gezamenlijke moestuin in Overstegen. De ‘’Dorpendeal Gaanderen: Van Goed naar Beter’’ laat zien hoe inwoners gestimuleerd worden om een eigen plan te ontwikkelen voor de ontwikkeling van hun wijk en buurt. Dit zijn allemaal voorbeelden van initiatieven die zorgen voor meerdere nieuwe ontmoetingen en verbindingen.
VEILIGE EN GEZONDE LEEFOMGEVING Daar waar gewoond, gewerkt en geleefd wordt, moet voldoende groen en natuur in de omgeving zijn. Omvang en soort groen verschilt per locatie. Maar het groen staat met elkaar in verbinding en is nooit ver weg. Maatwerk zorgt voor de juiste hoeveelheid groen en voor beplanting die het best past in de omgeving, rekening houdend met bijvoorbeeld warme zomers en wateroverlast. Er valt veel te winnen door niet alleen te investeren in groen op plekken waar veel mensen lopen, fietsen of rijden, maar juist ook meer in de wijk zelf. Inwoners helpen een handje door de eigen tuinen te vergroenen. De combinatie van een goede woning met een prettige buitenruimte kan de eerste stap zijn naar het buitenleven een thuisgevoel creëren in de eigen omgeving. Als lokale overheid hebben we een verantwoordelijkheid om te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. We nemen maatregelen die uitdagen om gezonde keuzes te maken. Denk aan het stimuleren van een rook- en tabaksvrije omgeving bij plekken waar kinderen opgroeien, spelen,
sporten en naar opvang of school gaan. en de overlast die dit mogelijk oplevert, We ondersteunen stadslandbouw zodat zetten we samen de eerste stap naar mensen kunnen kiezen voor gezond en verbetering. lokaal geteeld voedsel. Als dat bijdraagt aan de gezondheid van inwoners, zetten we ook in op ontmoedigingsbeleid. Denk ook aan het bijstellen van ons reclamebeleid, zodat er op openbare plekken geen reclame wordt gemaakt voor ongezond voedsel. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Daarom is preventie erg belangrijk voor een veilige en gezonde leefomgeving. We richten ons bijvoorbeeld op het opstellen van een gericht verlichtingsbeleid met het motto: “duister waar het kan, verlichting waar het moet”. En we brengen in kaart waar milieuen veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan. Een gezonde en veilige fysieke leefomgeving gaat, naast onder meer de mate van geluid of geur ook, over brandveiligheid, crisisbeheersing en bereikbaarheid van hulpdiensten. En ook over de risico’s door energieopwekking en klimaatverandering. We bekijken waar een veilige fysieke leefomgeving aan moet voldoen en hoe we deze bereiken. Een veilige leefomgeving is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wanneer we ons bewust zijn van ons gedrag
21
22
BEREIKBARE EN TOEGANKELIJKE VOORZIENINGEN
SPORT, CULTUUR EN RECREATIE ALS BASIS VOOR GEZONDHEID EN ONTMOETING
Bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn van groot belang. Vooral als je iets minder mobiel bent of net iets verder weg woont van voorzieningen. De gemeente schept basisvoorwaarden waardoor het voor iedereen eenvoudiger is om mee te doen aan activiteiten. We richten de openbare ruimtes en publieke gebouwen zo in dat ze voor iedereen gemakkelijk toegankelijk en bereikbaar zijn en uitdagen om mee te doen aan activiteiten. Of het nu gaat om culturele, sportieve of recreatieve activiteiten, het werken in moestuinen of meer praktische zaken zoals het bezoek van winkels of een medisch centrum. Maar ook hier geldt dat het initiatief van de inwoner waardevol is. Denk aan ideevorming, kennis van de buurt, maar ook de mogelijkheid om mensen te mobiliseren om zelf werk te verzetten of geld in te zamelen. Het is zeker niet zo dat er voor iedere functie of activiteit een voorziening of ontmoetingsplek moet worden gecreëerd. In veel gevallen is het mogelijk om een plek te gebruiken voor verschillende dingen.
Sport, recreatie en cultuur dragen bij aan gezondheid en ontmoeting. En dat hoeft niet altijd in georganiseerd verband te zijn. De openbare ruimte is ook erg geschikt voor bewegen, ontmoeten en beleven. In je eentje of in een groep. De beweegroutes in Overstegen en op Sportpark Zuid zijn hiervan sprekende voorbeelden, evenals de Street art kunstwerken in de stad. Onze inzet op sport-, recreatie- en cultuurbeleving draagt sterk bij aan fitte en gezonde inwoners. Bovendien zorgt het voor ontmoetingen waardoor het ook op sociaal vlak voordelen heeft. Ons doel is dat deze activiteiten voor steeds meer inwoners een onderdeel worden van het dagelijks leven.
LEGENDA BASIS
ONTMOETINGSPLEKKEN
SCHOLEN
BEBOUWING
SPOOR/STATION
SPORTPARKEN
BASISSCHOOL
BEBOUWING STADSSCHIL
SPORTPARK
SOCIAAL
VOORTGEZET ONDERWIJS
BEBOUWING “EI” CENTTRUM
HOOFDSTRUCTUUR BOMEN
CULTUREEL
SPECIAAL ONDERWIJS
BEDRIJVENTERREIN
GEBIEDSONTSLUITINGSWEGEN
RECREATIEF
PRAKTIJK ONDERWIJS
WEGEN
GROTERE ZORGINSTELLINGEN
WATER
ZIEKENHUIS
23
OP WEG NAAR DOETINCHEM 2036
24
LEGENDA DUURZAME ENERGIEOPWEKKING
BASIS
AMBITIE DOETINCHEM 2036
BEBOUWING
ZOEKGEBIED WINDENERGIE
BEBOUWING STADSSCHIL
ZONNE-ENERGIEPARKEN IN VOORBEREIDING
BEDRIJVENTERREIN
OPGAVE
WEGEN
TOEKOMSTBESTENDIGE BINNENSTAD
GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN
SPOORZONE
SPOOR/STATION
SLANGENBURG EN GAANDEREN
WATER
HAGEN
SPORTPARK
MEns en ontmoeten NIEUWE LOCATIE ZIEKENHUIS
STEDELIJK GROEN (hoofdgroenstructuur gemeente) BESTAAND GROEN BUITENGEBIED
ALGEMEEN (hele gemeente)
GELDERS NATUURNETWERK
ZOEKGEBIED KLIMAATADAPTATIE ZOEKGEBIED ZONNE-ENERGIE
GROENVISIE
STOMP-principe toepassen
GEWENSTE VERSTERKING/VERBINDING NATUUR/GROEN/WATER KOPPELKANSEN STADS- EN DORPSRANDEN IN VERSTERKING GROEN/NATUUR KANS VERSTERKING NATUUR; GROEN OF BEHOUD OPENHEID
WOONVISIE THEmA’s GEMENGD STEDELIJK WONEN EN WERKEN STEDELIJK WONEN STEDELIJK WONEN NABIJ WATER DORPS WONEN WONEN IN HET GROEN GROENE STADSENTREE MET WONEN EN WERKEN BESTAANDE GROTE PLANNEN IN VOORBEREIDING
Voorzieningen AMBITIE/VRAAGSTUK WINKELS VOOR DAGELIJKSE BOODSCHAPPEN (ZOALS SUPERMARKT) WELZIJN EN ONTMOETEN EDUCATIE EN ONDERWIJS(HUISVESTING)
SPORT, SPELEN, BEWEGEN EN RECREATIE CULTUUR (PARA)MEDISCH EN GEZONDHEID
In 2036 is Doetinchem nog steeds aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. Dit betekent dat inwoners en bezoekers van Doetinchem in een gezonde en veilige omgeving kunnen genieten. Bijvoorbeeld van het landschap of van de vele bereikbare voorzieningen. Er heerst een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. De omgeving nodigt uit tot samen activiteiten ondernemen. Het maakt dat Doetinchem bruist, zowel zichtbaar als onzichtbaar. In en om de stad en de dorpen is de lokale identiteit nog voelbaar. Soms eenvoudig te ontdekken in de vorm van een monument, soms ook als cultureel object, activiteit of nieuwe functie in een historisch jasje. De bewoners van Doetinchem zijn trots op hun gemeente en hebben stukjes van het grondgebied geadopteerd en verrijkt met lokale eigenheid. Ze verzorgen hun groene woonomgeving, stimuleren de sociale contacten onderling of inspireren anderen met hun duurzame woning. In de bebouwde omgeving zien we veel kleuren. Stenen, openbaar groen en water sluiten goed op elkaar aan. De openbare ruimte is ingericht op een manier dat het bijdraagt aan de biodiversiteit en schaduw geeft op hete dagen. In 2036 werken we nog altijd hard aan het ombouwen van de traditionele bedrijventerreinen naar werklandschappen die passen in de 21e eeuw.
Het gaat niet alleen om de kernactiviteiten van de bedrijventerreinen, maar ook om duurzaamheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en bereikbaarheid. Het stimuleren van andere vervoersmiddelen dan de auto is al enige tijd geleden op gang gekomen en werpt nu zijn vruchten af. De hoge verkeers- en parkeerdruk is al bijna vergeten en het is heel gewoon om de fiets te parkeren in de verdiepte fietsenstalling. Doetinchem telt om en nabij de 70.000 inwoners en is het kloppend hart van de Achterhoek.
25
INTENSIEVE SAMENWERKING OVER RUIMTEVRAGENDE OPGAVEN In Nederland staan we voor grote opgaven die ruimte vragen. Landelijk gaat het om onder andere de bouw van één miljoen woningen, duurzaam energie opwekken en klimaatverandering. Belangrijk is om hier te vermelden dat deze lijst niet compleet is. Dit soort vraagstukken kunnen we alleen oplossen als we samenwerken en samen op zoek gaan naar mogelijkheden. Vanuit de nationale opgaven worden per regio regioarrangementen opgesteld. Dat doen we op basis van drie thema’s: • Perspectief voor landbouw en natuur; • Ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie; • Leefbare steden en regio’s. In het regioarrangement Achterhoek bekijken we hoe we de nationale opgaven en doelen kunnen combineren met onze lokale plannen. Zo is deze Doetinchemse omgevingsvisie geschreven in de context van landelijk, provinciaal en regionaal vastgesteld beleid.
26
OMGEVINGSVISIE PROVINCIE GELDERLAND De provincie Gelderland heeft de provinciale omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld, waarin Gelderland gaat voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland aan de hand van de zeven geformuleerde ambities. Met behulp van deze zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de provincie hier richting aan.
SAMEN OPTREKKEN IN DE REGIO ACHTERHOEK Je kunt Doetinchem niet los zien van de regio. Daarom werken we veel samen in de regio op deze grote vraagstukken. Zo zijn we in de Achterhoek bezig met het uitwerken van de regionale energiestrategie om in 2050 energieneutraal te zijn, de regionale woondeal voor de grote woningbouwopgave, de uitvoering van de regiodeal voor brede welvaart, de ‘Aanpak Droogte Achterhoek’ en er is een start gemaakt met verkenningen en verdiepende studies rond de opgaven in het landelijk gebied.
MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK Wij zoeken aansluiting bij het principe van de Nationale Omgevingsvisie om voorrang te geven aan meervoudig ruimtegebruik. Om dit ideaalbeeld te bereiken, kijken we naar heel veel aspecten tegelijk en verkennen hoe we de ruimte zo goed mogelijk kunnen gebruiken. Op die manier ontstaan er koppelkansen. Klimaatadaptatie en groen gaan samen met wonen en bedrijvigheid. Economie gaat samen met cultuur. En duurzaamheid en agrarisch ondernemen vinden elkaar. Om maar enkele voorbeelden te noemen. Dit meervoudig ruimtegebruik is terug te vinden in de thema’s van onze omgevingsvisie.
We gaan de uitdaging aan om het wonen en werken in Doetinchem op de lange termijn aantrekkelijk te houden, zo niet aantrekkelijker te maken. We hebben een groeiwens geformuleerd en zien alles wat daarmee samenhangt als kans om in te zetten op de ruimtelijke en verblijfskwaliteit in Doetinchem. Door deze groei behouden we een goede basis voor de vele voorzieningen die Doetinchem als centrumgemeente heeft. Ook dragen we door te groeien bij aan het oplossen van het landelijke woningtekort. We stimuleren initiatieven uit de markt met faciliterend grondbeleid en pakken de regie op de locaties waar dat wenselijk of nodig is door gronden aan te kopen of wettelijke instrumenten in te zetten zoals het voorkeursrecht. We zien kansen om de economie te versterken en te verduurzamen. We zien de noodzaak om naar een optimale balans te zoeken in het landelijk gebied tussen de vele verschillende functies en belangen die stuk voor stuk om ruimtebeslag vragen. En we verwachten als resultaat op heel veel verschillende onderdelen winst te kunnen boeken. Ook bijvoorbeeld aan recreatievormen. Om de leefbaarheid in de dorpen en wijken te verbeteren en het samen zijn van onze inwoners te stimuleren.
WATER EN BODEM STUREND BIJ RUIMTELIJKE PLANVORMING Vanuit het Rijk is bepaald dat water en bodem sturend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dat betekent dat we bij alle plannen voor de leefomgeving moeten nadenken over hoe de bodem en het water daarop van invloed zijn.
27
WOONGEMEENTE VOOR IEDEREEN OP WEG NAAR 2036 STADSE ALLURE EN DORPSE GEMOEDELIJKHEID
28
Het is fijn wonen in Doetinchem en dat houden we graag vast. We zetten de stip op de horizon voor Doetinchem als woongemeente met de onlangs vastgestelde woonvisie (april 2023). Om te groeien naar 70.000 inwoners zijn er zo’n 6.300 nieuwe woningen nodig. Deze woningen kunnen op verschillende grotere en kleinere locaties hun plek vinden. We bouwen zo veel mogelijk binnen de grenzen van onze bebouwde omgeving (inbreiding) en benutten kansen om bijvoorbeeld kantoorpanden om te bouwen tot appartementen (transformatie). We bedenken voor wie er woningen nodig zijn en op welke plek, dat noemen we slimme programmering. Daarmee vergroten we onze aantrekkingskracht voor jonge gezinnen, kunnen we starters van een eerste (koop)woning voorzien en kunnen senioren doorstromen naar een levensloopbestendige woning. Natuurlijk gaat het niet alleen om nieuwe woningen. Het grootste deel van de woningen staat er namelijk al en ook een prettige en gezonde woonomgeving is van groot belang. De ambities op het gebied van wonen zijn uitgebreid beschreven in de woonvisie 2023-2036 ‘Stadse allure en dorpse gemoedelijkheid’ die door de gemeenteraad is vastgesteld. De voor de omgevingsvisie belangrijke hoofdlijnen zijn in onderstaande thematekst opgenomen, de woonvisie vormt een belangrijke bijlage bij deze omgevingsvisie.
BOUWEN VOOR IEDEREEN Iedereen moet in Doetinchem kunnen wonen: jongeren, ouderen, starters, gezinnen en doorstromers. Ons doel is om iedereen die in gemeente Doetinchem wil (blijven) wonen een passende woning te bieden. We spelen daarbij in op de veranderende woonbehoefte en zorgen ervoor dat de nieuwe woningbouw én de bestaande woningvoorraad daarop aansluiten. We moeten de komende
jaren flink meer huizen gaan bouwen om het tekort aan woningen in te lopen en de slagingskans voor woningzoekenden te vergroten. Hierbij is behoefte aan meer huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Doelgroepen waar we speciale aandacht voor hebben zijn starters, jonge gezinnen en ouderen. Starters en jonge gezinnen omdat deze groepen de laatste jaren moeilijk aan een woning konden komen en ouderen omdat zij vaak geen woning naar hun wensen en
levensfase kunnen vinden. We onderzoeken ook nadrukkelijk de mogelijkheden van flexwoningen. Flexwoningen zijn woningen die bijvoorbeeld 10 of 15 jaar op een bepaalde locatie staan en daarna op een andere locatie opnieuw ingezet kunnen worden. Ondanks dat er sprake is van tijdelijkheid wordt bij de bepaling van de locatie van de flexwoningen gekeken naar een gezonde en veilige leefomgeving.
LEGENDA BASIS
WOONVISIE THEmA’s
GROENVISIE
BEBOUWING
SPOOR/STATION
GEMENGD STEDELIJK WONEN EN WERKEN
GEWENSTE VERSTERKING/VERBINDING NATUUR/GROEN/WATER
BEBOUWING STADSSCHIL
WATER
STEDELIJK WONEN
KOPPELKANSEN STADS- EN DORPSRANDEN IN VERSTERKING GROEN/NATUUR
BEBOUWING “EI” CENTRUM
STEDELIJK GROEN (hoofdgroenstructuur gemeente)
STEDELIJK WONEN NABIJ WATER
KANS VERSTERKING NATUUR; GROEN OF BEHOUD OPENHEID
BEDRIJVENTERREIN
BESTAAND GROEN BUITENGEBIED
DORPS WONEN
WEGEN
WONEN IN HET GROEN
GEBIEDSONTSLUTINGSWEGEN
GROENE STADSENTREE MET WONEN EN WERKEN BESTAANDE GROTE PLANNEN IN VOORBEREIDING
OPGAVE SPOORZONE
29
WONINGBOUW VOORAL IN DE STAD EN DORPEN Voor nieuwe woningbouwontwikkelingen hebben we ontwikkelgebieden aangewezen in de stad en dorpen. Waar nodig voegen we woningen toe aan de randen van de wijken en dorpen; hiervoor zijn zoekzones aangewezen. Dit past bij het uitgangspunt van de raad om op de eerste plaats in te zetten op bouwen binnen de grenzen van bestaande bebouwing (inbreiding) en op het ombouwen van bijvoorbeeld kantoorpanden tot woningen (transformatie). Bij woningbouwontwikkelingen hanteren we vijf speerpunten: 1. Kwalitatief groeien met Doetinchems DNA Bij dit speerpunt gaat het erom cultuurhistorische en landschappelijke karakteristieken te behouden en mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen, uiteraard op een eigentijdse manier. Daarbij mag het centrum van de stad Doetinchem wat meer stadse allure krijgen met meer stedelijke woonmilieus. Aan de randen van de stad en in de dorpen zien we de landschappelijke karakteristieken terug. De menselijke maat behouden is in alle woonmilieus van belang.
30
3. Bodem en water belangrijk bij ruimtelijke keuzes Het Rijk heeft aangegeven dat bodem en water sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes. Bij de Doetinchemse woningbouwontwikkelingen houden we daar rekening mee. Allereerst in de keuze voor locaties, maar ook door een toekomstbestendige inrichting met het klimaat van de toekomst in het achterhoofd. We zorgen voor voldoende ruimte voor water en groen. 4. Waar nodig bouwen in stadsranden en dorpsranden Het streefbeeld gaat uit van het principe van een compacte stad en dorpen waarbij de woningbouwopgave zoveel mogelijk in de stad en de dorpen wordt gerealiseerd. Aan de randen van de stad en dorpen zijn zeer ruime zoekzones aangegeven, waarbinnen een klein gedeelte ontwikkeld kan worden. Dit betreft altijd maatwerk onder voorwaarden. 5. Woonmilieus voor ontwikkelingen We ontwikkelen locaties op een manier waarop een samenhangend stads- en dorpsbeeld ontstaat. De woonmilieus die we hebben ontwikkeld passen bij de aard en schaal van het gebied. Elk woonmilieu staat voor een specifiek ruimtegebruik en karakter. Aan de hand van criteria voor functies, bebouwing en openbare ruimte hebben de verschillende milieus hun eigen typering gekregen. De woonmilieus zijn: • Gemengd stedelijk wonen en werken; • Stedelijk wonen; • Stedelijk wonen nabij het water; • Dorps wonen; • Wonen in het groen.
2. Bouwen in en aan buurten We grijpen de bouwopgave aan als kans om bestaande buurten te versterken. We bouwen nieuwe woningen zoveel mogelijk in de buurt van voorzieningen als winkels, werk, sport en OV. In de buurt bouwen betekent dat we ook werken aan andere doelen dan wonen, zoals verduurzaming, de versterking van de economische vitaliteit of de verbetering van het woon- en leefklimaat. Op de visiekaart zijn de ontwikkelgebieden en zoekzones aangegeven.
DICHTHEID: RICHTLIJN 60 - 150 WONINGEN PER HECTARE
DICHTHEID: RICHTLIJN 30 - 60 WONINGEN PER HECTARE
GEMENGD STEDELIJK WONEN EN WERKEN
STEDELIJK WONEN
ZORGEN VOOR EEN AANGENAME GROENE EN GEZONDE WOONOMGEVING
DICHTHEID: RICHTLIJN 30 - 60 WONINGEN PER HECTARE
DICHTHEID: RICHTLIJN 20 - 35 WONINGEN PER HECTARE
DICHTHEID: RICHTLIJN 5- 20 WONINGEN PER HECTARE
STEDELIJK WONEN NABIJ HET WATER
DORPS WONEN
WONEN IN HET GROEN
Wonen gaat ook over leefbaarheid, naoberschap en vitaliteit. En betekent daarom ook werken aan onze fysieke leefomgeving, leefbaarheid, veiligheid, klimaatadaptatie, voorzieningen en bereikbaarheid. Groen is daarin geen luxeproduct, maar een basisbehoefte. Het staat aan de basis van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. In een groene omgeving is men gelukkiger en gezonder. In een groene omgeving is sprake van een hoger welzijnsniveau en is er meer sociale cohesie, omdat het uitnodigt tot bewegen en recreëren. Tegelijkertijd leidt het tot minder wateroverlast en minder hittestress. Het trekt bedrijven aan en verhoogt de waarde van woningen en kantoren. Zo blijft Doetinchem ook in de toekomst een aantrekkelijke gemeente. In Doetinchem streven we daarom naar een vitaal en hoogwaardig groenbestand, en hanteren we een ondergrens voor natuurkwaliteit; de basiskwaliteit natuur. Een gezonde bodem en schoon water zijn hiervoor noodzakelijk. Om de biodiversiteit te helpen wordt ‘natuurinclusief ontwikkelen’ de norm. Hiermee bedoelen we het meenemen van kansen voor natuur bij ruimtelijke ontwikkelingen, zodat er een toegevoegde waarde ontstaat voor onze leefomgeving.
31
TOEKOMSTBESTENDIGE WONINGEN Ook al willen we als gemeente groeien, de meeste woningen staan er al. De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad vinden we heel belangrijk. Voor alle woningen geldt dat deze zo duurzaam mogelijk moeten zijn. En omdat het aantal ouderen toeneemt, is het belangrijk dat woningen levensloopbestendig of gemakkelijk aanpasbaar zijn. Ook het ombouwen van bijvoorbeeld kantoren of winkels naar woningen past hierbij; we voorkomen leegstand en voegen woningen toe. Toekomstbestendige woningen voldoen ook aan de regels die passen bij klimaatadaptatie en energietransitie en circulariteit.
TOP 15 WATEROVERLAST LOCATIES Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen toe. We deden onderzoek naar de meest kwetsbare locaties voor overlast en schade door extreme neerslag. Hieruit volgde een lijst van 15 geprioriteerde locaties die we willen aanpakken om Doetinchem klimaatbestendig in te richten. Daarvoor zetten we in op het koppelen van maatregelen bij andere opgaven en ontwikkelingen.
32
LEGENDA WATERKNELPUNT
OPGAVE VOOR NIEUWBOUW
‘GROENE STADSENTREE MET ERVEN WONEN/WERKEN IN HET GROEN’
In de periode tot 2030 realiseren we minimaal 2470 woningen. Dat is vastgelegd in de woondeal met het Rijk en de provincie Gelderland. Het totaalprogramma bestaat uit woningen verdeeld over de volgende categorieën:
Groene stadsentree met erven wonen/werken in het groen Het gebied tussen de Europaweg en de wijk Dichteren is een waardevolle (deels) open groene stadsentree van Doetinchem. Het gebied valt in het woonmilieu ‘wonen in het groen’, maar heeft gezien de ligging tussen het bestaand stedelijk weefsel van Doetinchem specifieke kenmerken. Het gebied wordt gekenmerkt door afwisseling van enkele woonfuncties, werkfuncties, groen en agrarische percelen. In het gebied liggen kansen om agrarische percelen en/of (werk) functies om te zetten naar nieuwe erven met wonen/werken in het groen. De dichtheid van de nieuwe (woon)functies wordt lager dan die van de aangrenzende woongebieden. Daarnaast is het van belang dat elke ontwikkeling een substantiële bijdrage levert aan het versterken van de groene stadsentree.
• 28% sociale huurwoningen. Dit betreft huurwoningen tot de liberalisatiegrens (€ 808,06 prijspeil 2023), eventueel te vervangen door goedkope koopwoningen tot € 225.000; • 8% middenhuur3 tot € 1.000,00, eventueel te vervangen door betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000; • 14% betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen tot € 1.000; • 17 % betaalbare koopwoningen (categorie 2) tot € 355.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen (tot € 1.000,00); • 33% dure koopwoningen (boven € 350.000) of dure huur (boven € 1.000). 3 De grens van € 1000,00 wordt mogelijk geïndexeerd, afhankelijk van de ontwikkelingen op de huur- en koopmarkt.