CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsvisie ‘Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek’.pdf

gemeenteraad 30 november 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Omgevingsvisie20.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bij bouw en civieltechnische projecten worden, waar dit nodig is voor ontwikkeling, verontreinigde bodems gesaneerd (‘werk met werk maken’). Hierdoor verbetert de leefomgevingskwaliteit. Water We streven naar een gezonde en veilige leefomgeving. We voorkomen contact met afvalwater en beschikken over voldoende en kwalitatief goed oppervlaktewater en grondwater. Daarbij streven we naar een gezond waterecosysteem (zie ook bijlage: doelenboom bouwsteen omgevingsvisie voor het domein water). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de bestaande wettelijke planverplichting uit de Wet Milieubeheer voor het opstellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). De gemeenteraad hoeft geen rioleringsplan meer vast te stellen. Het beleidsmatige deel van de gemeentelijke watertaken uit het GRP nemen we daarom op in de omgevingsvisie.

Op grond van de wet Milieubeheer heeft de gemeente een zorgplicht voor afvalwater, hemelwater, grondwater en drinkwater. Water raakt aan diverse opgaven, zoals drinkwatervoorziening, landbouw, natuur en recreatie. De gemeente heeft de volgende zorgplichten: • Zorgplicht afvalwater: het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; • Zorgplicht hemelwater: inzamelen van afstromend hemelwater naar oppervlaktewater of bodem; • Zorgplicht grondwater: nastreven stabiel grondwaterregime; • Zorgplicht drinkwater: zorgen voor voldoende en kwalitatief goed drinkwater, inbedden openbare drinkwatervoorziening in de ruimtelijke inrichting en gebiedsgebruik, beschermen van de infrastructuur voor de levering van drinkwater aan inwoners. De gemeentelijke zorgplichten voor water worden hieronder toegelicht. Zorgplicht afvalwater De gemeentelijke zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater staat verwoord in artikel 2.16 lid 1a 3 van de Omgevingswet. Bij de invulling van de zorgplicht afvalwater in de omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw geldt een aansluitplicht voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering.

De gemeente zorgt voor inzameling van huishoudelijk afvalwater en transport naar een zuivering-technisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere gemeentelijke voorziening die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het waterschap geeft hier advies. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.

57

BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ Buitengebied Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend (rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en rioolvoorzieningen); • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande; • Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (duurzame verwerking afvalwater) als bij zuivering op de RWZI; • Doelmatigheid; • In het verleden gemaakte afspraken met een aantal individuele huishoudens in het buitengebied van de gemeente over het niet inzamelen van afvalwater; Voor deze bijzondere omstandigheden werken we met een nog nader te ontwikkelen afwegingskader. De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (mechanische riolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe duurzame verwerking van afvalwater. Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zal de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.

Bedrijfsmatig afvalwater in het buitengebied In het buitengebied hebben de meeste lozingen van bedrijfsmatig afvalwater een agrarische herkomst. In de moderne agrarische bedrijfsvoering komen typen lozingen voor die de doelmatige werking van het drukrioolsysteem kunnen frustreren, zowel door kwaliteit als door kwantiteit van het geloosde water. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.

58

Zorgplicht hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verder omgang, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem (artikel 2.16, lid

1a 1 Omgevingswet). Er wordt onderscheid gemaakt in bestaande bouw, (ver)nieuwbouw en buitengebied. Bij nieuwbouw of uitbreiding of vernieuwing van bebouwing zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelsgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Hemelwater niet inzamelen, tenzij… Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder wordt per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) beschreven hoe de gemeente invulling wil geven aan de zorgplicht hemelwater. Bestaande bouw Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeente het hemelwater, als zij dat op het moment van het vaststellen van de omgevingsvisie al doet, blijft inzamelen en transporteren naar een zuivering-technisch werk (RWZI, bij gemengde riolering), het oppervlaktewater of in de bodem (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd.

De gemeente kan het lozen van hemelwater op het vuilwater- of gemengde riool verbieden, bijvoorbeeld in situaties van regelmatig optredende wateroverlast en/of bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door een gescheiden riolering (en het lozen van schoon regenwater op het nieuwe vuilwaterriool niet langer gewenst is). (Ver)Nieuwbouw Bij nieuwbouwsituaties (en bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing) zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. Wanneer het voor een eigenaar technisch onmogelijk is, kan de gemeente financiële voorwaarden verbinden aan het bergen van hemelwater in de openbare ruimte.

BELEIDSUITGANGSPUNTEN OP EEN RIJ Buitengebied In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn regenwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater. Zorgplicht grondwater Er wordt een stabiel grondwaterregime nagestreefd. Eigenaren van gebouwen en percelen zijn zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. De gemeentelijke zorgplicht grondwater is vooral gericht op het freatisch grondwater in bebouwd gebied.

De provincie is leidend in de bescherming van grondwater dat bestemd is voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie wordt opgenomen. Waar nodig neemt de gemeente regels op in het omgevingsplan om de kwaliteit van het grondwater in grondwaterbeschermingsgebieden te beschermen. Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur (o.a. transport- en hoofdleidingen) die nodig is voor de levering van drinkwater aan inwoners.

Grondwater niet inzamelen, tenzij… Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Bij grondwaterproblemen is de gemeente aanspreekbaar en doet onderzoek naar het verbeteren van de grondwatersituatie. De gemeente is niet aansprakelijk voor schade aan gebouwen als gevolg van te hoge of te lage grondwaterstanden en funderingsproblemen. Bij het beëindigen van bestaande en het vergunnen van nieuwe grote onttrekkingen (bijv. voor industrie en drinkwater) betrekken gemeente, waterschap en provincie elkaar in het bepalen van de gevolgen voor de lokale grondwaterstand en het nemen van maatregelen om negatieve gevolgen te voorkomen. Zorgplicht drinkwater De openbare drinkwatervoorziening moet goed ingebed zijn in de ruimtelijke inrichting en gebiedsgebruik. Op grond van de Drinkwaterwet (artikel 2) hebben bestuursorganen een zorgplicht voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Zie ook artikel 2.1 Omgevingswet.

59

BIJLAGE 2: DOELENBOOM BOUWSTEEN OMGEVINGSVISIE VOOR HET DOMEIN WATER Maatschappelijk effect

Hoofddoel

Subdoelen

Doelenboom bouwsteen omgevingsvisie voor het domein water van regio Etten Gezonde en veilige leefomgeving

Aantrekkelijke woon- en leefomgeving en aantrekkelijk vestigingsklimaat

A. Gezondheid Voorkomen contact met afvalwater.

B. Schoon en natuurlijk water Beschikken over voldoende en kwalitatief goed oppervlaktewater en grondwater. Bijdrage leveren aan een goede kwaliteit van leven door het realiseren van een gezond waterecosysteem

Aansluiten lozing huishoudelijk afvalwater alle percelen op vuilwaterriool of andere publieke of private voorziening

Goede waterkwaliteit van grond en oppervlaktewater: veilig gebruik door mensen en dieren.

Zoveel mogelijk scheiden van vuilwater en schoonwater in de riolering, mits doelmatig

Geen negatieve invloed van functies binnen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden op de drinkwatervoorziening.

Beschermen en ontwikkelen van inheemse flora en fauna: behouden en verbeteren biodiversiteit en aanpak plaagsoorten.

Bij afkoppelen geldt voor de verwerking van regenwater een voorkeursvolgorde.

Zo veel mogelijk schoon water binnen intrekgebieden wordt vastgehouden en geïnfiltreerd

Terugdringen medicijnresten, hormoonstoffen en andere opkomende probleemstoffen middels een brede ketenaanpak.

Inwoners en bedrijven zijn zich bewust van de consequenties van het wonen en werken binnen een waterwin- en grondwaterbeschermingsgebied/ intrekgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit.

Het zo veel mogelijk beperken van emissies: • Van de afvalwaterketen naar het oppervlaktewater (o.a. riooloverstorten en regenwateruitlaten). • Vanuit agrarische bedrijven naar het oppervlaktewater. • Van uitlogende materialen naar het grond- en oppervlaktewater.

Het behalen van de ecologische en chemische doelstellingen voor KRW-waterlichamen in 2027. Geen achteruitgang van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.

Verhogen van de recreatieve waarde van het gebied door realisatie van schoon kijk- en recreatiewater.

C. Beperken maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden (droogte, hitte en wateroverlast)

Stad en woonkernen gezond en groen • Ondervindt bebouwing geen schade bij hevige neerslag. • Ontstaan geen onveilige situaties bij hevige neerslag. • Zijn er voldoende mogelijkheden om veilig te schuilen voor mens en dier bij een overstroming. • Blijft schade aan openbaar groen beperkt bij droogte. • Is in de woonkernen op openbare verblijfsplekken > 40% schaduw aanwezig tegen hittestress. • Is op looproutes > 30% schaduw aanwezig tegen hittestress. • Is kans op nachthitte in de woonkernen verlaagd bij hitte. • Blijft drinkwater gezond bij hitte. • Blijft zwemwater gezond bij hitte. • Behoort hittestress bij kwetsbare groepen tot de verleden tijd.

Adaptief landelijk gebied • Zijn er voldoende mogelijkheden om veilig te schuilen voor mens en dier bij een overstroming. • Blijft schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt bij droogte. • Blijft schade door bosbranden voor mens en natuur beperkt bij droogte. • Is biodiversiteit toegenomen en de weerbaarheid van flora en fauna aanzienlijk versterkt bij droogte. • Blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit bij droogte en hitte. • Blijft voldoende drinkwater beschikbaar voor inwoners bij droogte. • Vindt mens en dier verkoeling in (open) landelijk gebied bij hitte.

Robuuste vitale infra en objecten • Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes toegankelijk bij hevige neerslag. • Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag. • Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag. • Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen of beperkte schade of uitval bij hevige neerslag en bij een overstroming. • Blijven essentiële routes voor calamiteitenverkeer begaanbaar bij een overstroming. • Blijven nooddiensten bereikbaar bij een overstroming. • Blijven gevolgen voor bereikbaarheid hoofdontsluitingswegen bij een natuurbrand beperkt bij droogte.

Ontwikkelingen klimaatbestendig • Wordt een “basisveiligheidsniveau” gehanteerd om nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatbestendig te realiseren. In de richtlijnen staan opgenomen: • De ambities uit pijler 1 ‘Stad en woonkernen gezond en groen’. • De ambities uit pijler 3: ‘Robuuste vitale infra en objecten’.

Betrokken en actieve mensen • Mensen zijn zich bewust van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving. • Mensen hebben kennis van welke maatregelen zij zelf kunnen nemen om risico’s op wateroverlast , hittestress en droogte tegen te kunnen gaan. • Mensen zijn in staat om hun hun eigen perceel klimaatbestendig in te richten, en doen dat ook. • Mensen zijn zich bewust de risico’s en hoe te handelen bij een calamiteit bij een overstroming.

Leidende principes Laagst maatschappelijke kosten • • •

Alle percelen aansluiten op riolering of IBA. Schoonhouden – scheiden – zuiveren Risicobeperking van ziekteverwekkers.

•

• • •

60

Functies en gebruik binnen grondwater-beschermingsgebieden hebben geen negatief effect op drinkwaterkwaliteit. Zo veel mogelijk vasthouden van water binnen intrekgebieden. Bewustzijn bij inwoners en bedrijven over effect handelen op drinkwaterkwaliteit. Geen gebruik van uitlogende materialen.

•

• • • • • •

Het scheiden van vuilwater en schoonwater, zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en de impact van overstorten op de waterkwaliteit kleiner is. Het aantal overstortingen is zo laag mogelijk als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. Vuilwaterlozingen op het hemelwaterstelsel zoveel mogelijk reduceren als zij een aantoonbare negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Het voorkomen van stilstaand water. Vervuiling bij de bron aanpakken. Toepassen best mogelijke techniek op RWZI/IBA en bij transport afvalwater. Toepassen van het principe: de vervuiler/ initiatiefnemer betaalt

• • • • • • • • • • • •

Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeenten, het waterschap en Vitens, en voor projecten van anderen: inwoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerder en maatschappelijke organisatie. Dat betekent dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen worden benut. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte wordt de groenstructuur zo aangepakt dat de infiltratie- en bergingscapaciteit wordt vergroot. Om te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier dan via riolering worden afgevoerd of geborgen. We zorgen voor oppervlakkige afstroming van overtollige neerslag naar laagten/retenties waar het geen overlast oplevert. We zijn ons bewust van de kwetsbaarheid van mechanische/elektrische installaties en kelders van rioolgemalen en drukriolering. Hemelwater en vuilwaterriool leggen we gescheiden aan bij aanleg nieuwe woonwijk en bedrijventerreinen. Indien nodig grijs water ter plekke opvangen en zuiveren. We stimuleren het afkoppelen lozingen van regenwater op de gemengde riolering. We bouwen niet op de laagstgelegen gebieden. Totdat het “basisveiligheidsniveau” voor klimaatbestendige realiseren van nieuwbouw er is, benutten we meekoppelkansen maximaal.

Werken we regionaal samen op dit thema. Bij promoten onttegelen op particulier terrein onttegelen we ook het openbaar stedelijk gebied. Snippergroen terugbrengen. Op de hoger gelegen zandgronden in het gebied zetten we in op infiltratie. Dit komt ten goede aan natuur, landschap en toerisme. In bebouwde gebied leggen we meer groen aan om de sponswerking en leefbaarheid van het gebied te vergroten. We verminderen hitte in bebouwd gebied door het creëren van schaduwwerking en het gebruik van juiste bouwmaterialen. Voor het op de agenda houden van de crisisbeheersing bij klimaatextremen zorgen we voor een betere borging van de adviesrol van de Veiligheidsregio bij gebiedsontwikkeling, stadsvernieuwing en vergunningverlening.

D. Duurzame energievoorziening

Energie winnen uit afvalwaterketen en grond- en oppervlaktewater.

Benodigde energie, voor onder andere gemalen en zuiveringen, wordt op een energie neutrale wijze gewonnen.

BIJLAGE 3: WOONVISIE

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8003/documents/45298