CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarstukken gemeente Doetinchem 2025

gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.1: Jaarstukken 2025 gemeente Doetinchem38.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Om financiële ruimte te vinden voor de structurele tekorten die door de grote prijsstijgingen zijn ontstaan zijn er vanaf 2023 een breed scala aan beheersmaatregelen getroffen. Afgelopen jaar hebben we een stabilisatie in het aantal cliënten gezien, ondanks externe invloeden, waaronder de na-ijlende gevolgen van de coronacrisis en de opvang van nieuwkomers. Deze stabilisatie is toe te schrijven aan het succes van in de toegang genomen beheersmaatregelen. Met de bijstelling gedurende 2025 op het gebied van Wmo en Jeugd is dan ook in deze jaarstukken een positief resultaat van € 33.000 behaald en heeft het in de begroting geschetste risico zich niet voorgedaan. Het laatste onderdeel van de beheersmaatregelen, de nieuwe inkoop, is per 1 januari 2026 ingegaan. We zijn er in de begroting 2026 en verder vanuit gegaan, dat we met deze nieuwe inkoop en de overige maatregelen binnen de budgetten kunnen blijven. Lastige factor hierbij blijft wel het inschatten van het aantal cliënten dat gebruik maakt van deze zogenaamde open-einde regelingen. Een extra onzekerheid is hierbij de verwachte groei van het aantal inwoners de komende jaren (+17% in 2036) en de opvang van nieuwkomers in onze gemeente. Met deze groei is de verwachting dat het aantal inwoners met een ondersteuningsvraag ook toenemen.

45

Ook zijn er onzekerheden over de financiële vertaling van de Hervormingsagenda jeugd, de Rijksbijdrage ontwikkelingen (taakmutaties) en de nieuwe regionale inkoopsystematiek Wmo en Jeugd per 1 januari 2026. We zien daarnaast de regionale ontwikkelingen Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang: waar de centrumbudgetten voor de regiogemeenten vaak resulteren in een voordeel, wegen ze voor ons als centrumgemeente juist steeds zwaarder. Op het beleidsterrein Onderwijshuisvesting zien we ook risico’s, zoals het aantal leerlingen (leerlingenprognose) en het effect dat dit heeft op bijstellingen van het Integraal Huisvestingsplan. Verder zien we een risico in de liquiditeitspositie van 'SaZa' Topsporthal; deze laat het niet toe om eventuele calamiteiten of grote vervangingen door te voeren. 2. Verbonden partijen Op grond van de BBV worden de verbonden partijen onderverdeeld in gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen (2.6) staat een verdere toelichting per verbonden partij. Door de in de afgelopen jaren sterk gestegen loon- en prijsontwikkelingen, bezuinigingen en andere ontwikkelingen hebben wij ook in 2025 gezien dat de uitvoeringskracht van onze verbonden partijen onder druk staat. Daar waar mogelijk hebben wij hierop al geanticipeerd in onze begroting 2026.

Zo hebben wij de loonontwikkelingen die meer bedragen dan onze afgesproken indexeringen bij BUHA en Buurtplein gerepareerd. Bekeken vanuit de compensatie van het rijk is het voor ons geen houdbare financiële situatie om boven de afgesproken indexen te compenseren. Samen met BUHA bv is er dan ook afgelopen jaar een extern onderzoek gestart naar de kostenstructuur en de indexeringsmethodiek. Doel hiervan is om in gezamenlijkheid te komen tot een structurele oplossing voor het financiële vraagstuk. Daarnaast is op basis van de ontwikkelingen in het afgelopen jaar in de begroting 2026 geanticipeerd op de mogelijke uitkomsten van de in gang te zetten onderzoeken naar zowel de toekomst van de cultuurpanden, als de toekomst van de Saza-topsporthal. Tenslotte spelen bij de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) ontwikkelingen naar aanleiding van het rapport van J. van Aartsen. Het versterken van het Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-stelsel is landelijk vormgegeven in het Interbestuurlijk programma (IBP). Uit dit programma komen een aantal robuustheidseisen waaraan alle Omgevingsdiensten moeten voldoen. De ODA voldoet niet aan de robuustheidscriteria en zal stappen moeten zetten.

Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft besloten dat er verkennende gesprekken dienen plaats te vinden met de Omgevingsdienst Veluwe (ODV) en/of de Omgevingsdienst De Vallei (OddV) om te komen tot een samenwerking of wellicht een fusie in de toekomst om zo te kunnen voldoen aan de gestelde robuustheidscriteria en daarmee de kwetsbaarheid verminderd wordt, de kwaliteit van de uitvoering stijgt en de Omgevingsdienst door schaalvergroting beter kan inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Het moeten voldoen aan de door het ministerie gestelde robuustheidscriteria brengt met zich dat er geïnvesteerd moet worden in de ODA. Dit zal van elke aangesloten gemeente op termijn een financiële bijdrage vergen.

46

3. Ontwikkellocaties In de paragraaf grondbeleid van deze jaarstukken en het Meerjaren Perspectief Ontwikkellocaties 2026 (MPO) wordt u uitgebreid geïnformeerd over de resultaten en ontwikkelingen van de grondexploitaties en overige belangrijke gebiedsontwikkelingsprojecten. In 2025 zijn er twee nieuwe grondexploitaties geopend, twee anderen zijn in voorbereiding. Per project worden de risico’s in beeld gebracht. Dat doen we bij het openen van een grondexploitatie en periodiek bij de herziening van de grondexploitaties bij het MPO. Gebiedsontwikkeling is nooit zonder risico’s. We streven er naar zoveel mogelijk risico’s te voorkomen en waar dat niet kan zoveel mogelijk inzichtelijk te hebben zodat we maatregelen kunnen treffen om de aanwezige risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Op basis van de herziening van de grondexploitaties per 2026 verwachten we dat het totale risico van alle projecten gezamenlijk wat hoger ligt dan de risico inschatting van vorig jaar. Dit wordt veroorzaakt door de toename van het aantal projecten. Het MPO 2026 wordt gelijktijdig met de jaarstukken 2025 aan uw raad voorgelegd. De resultaten 2025 uit het MPO zijn in het rekeningresultaat van deze jaarrekening verwerkt. 4. Garanties en leningen De gemeente staat vanuit het verleden garant voor betaling van rente en aflossing van diverse geldleningen.

Het totale saldo van de garantie portefeuille is per eind 2025 € 284 miljoen. De waarborgen en garanties zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. Leningen die geborgd zijn door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Voor deze leningen is de gemeente Doetinchem achtervang. Hoewel deze leningen in omvang het grootste deel van de garantieportefeuille beslaan (saldo 2025 € 276 miljoen), hebben deze een laag risicoprofiel. Wanneer het daadwerkelijk komt tot een aanspraak op deze achtervang dan heeft deze door het borgstelsel van de WSW een geringe financiële impact voor de gemeente Doetinchem. 2. Voor geldleningen die geborgd zijn door de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) staat de gemeente voor de helft van het bedrag garant. Het saldo hiervan bedraagt in 2025 € 4 miljoen. 3. Daarnaast zijn er ook leningen waarvoor de gemeente Doetinchem 100% garant staat. Dit saldo is in 2025 € 4 miljoen. Naast de garantieportefeuille heeft de gemeente Doetinchem ook aan aantal geldleningen verstrekt. Het saldo van de verstrekte leningen in 2025 bedraagt € 10 miljoen. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting gerapporteerd over de garanties en leningen en van alle afzonderlijke garanties en leningen een risicoafweging gemaakt. Op basis van het risicoprofiel van de garanties en leningen wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

In 2025 zijn er géén aanspraken op garanties of borgstellingen van de gemeente Doetinchem geweest. 5. Belastbaarheid leningen In 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitgesproken dat het verstrekken van personeelshypotheken geen belaste activiteit is. Dit in tegenstelling tot een eerdere uitspraak van de Rechtbank Gelderland in deze kwestie. De staatssecretaris is in hoger beroep gegaan bij de Hoge Raad en dit orgaan moet nog een uitspraak doen. Of en in hoeverre de uitspraak van de Hoge Raad doorwerkt in andere verstrekte leningen moet op de reactie van de Belastingdienst daarop worden gewacht.

47

6. Rentestijgingen In 2025 was sprake van een tamelijk stabiele rente. We begonnen 2025 met een kapitaalmarkt rente van 2,97 % en eindigden het jaar met ca 3,23% (indicaties BNG voor 10 jaars rente). De inflatie in de Eurozone is zowat het hele jaar tussen de 2% en 2,5% geweest. Het lijkt erop dat de ECB met de renteverlagingen die medio 2025 zijn gestopt, een (tijdelijke) balans heeft gevonden. Voor onze gemeente hadden de renteontwikkelingen beperkte invloed, doordat er ook 2025 sprake was van overtollige middelen als gevolg van met name vooruit ontvangen subsidies en toegenomen eigen vermogen. Overtollige middelen moeten we uitzetten bij het Rijk, hiervoor hebben we een rentevergoeding ontvangen tegen gemiddeld ca 2,25%. 7. Subsidies van derden We zijn voortdurend op zoek naar subsidiemogelijkheden voor projecten die bijdragen aan het realiseren van onze ambities. Dit kunnen subsidies bij de regio, provincie, landelijke overheid of Europese Unie zijn. Meestal is cofinanciering van de gemeente een vereiste. Wanneer een subsidie verleend wordt, ontvangen we een beschikking met daarin de verplichtingen en voorwaarden die de subsidieverstrekker aan de subsidie verbindt. Bij hogere subsidiebedragen kan een accountantscontrole deel uitmaken van het verantwoordingsproces.

Als we niet aan de voorwaarden voldoen, bestaat het risico dat we subsidie lager wordt vastgesteld en we de ontvangen voorschotten geheel of gedeeltelijk moeten terugbetalen. In 2025 hebben we één verleende subsidie moeten intrekken, omdat bleek dat we de capaciteit voor de uitvoering (binnen de gestelde deadlines en voorwaarden) niet hadden. Het al ontvangen voorschot moest ook terugbetaald worden. Omdat er nog geen kosten op dit project gemaakt waren, had het geen nadelige financiële gevolgen. 8. Gemeentefonds: reguliere risico’s Jaarlijks ontvangen wij het grootste deel van onze inkomsten via de uitkering van het rijk via het gemeentefonds. De verantwoording vindt plaats in programma 4. Organisatie en financiën. De reden dat de uitkering van het gemeentefonds als risico wordt opgenomen is dat de uitkering sterk aan fluctuaties onderhevig is. In de begroting 2025 hebben we, in tegenstelling tot voorgaande begrotingsjaren, rekening gehouden met de onderuitputting van het BTW-Compensatiefonds. Als budget hebben we € 1,9 miljoen geraamd, terwijl het voorschot voor het jaar € 1,5 miljoen bedroeg. Nu we wederom nieuwe landelijke verkiezingen hebben gehad is het de vraag op welke maatregelen het nieuwe kabinet gaat nemen in relatie tot het gemeentefonds. We kijken daarom ook met belangstelling uit naar de meicirculaire 2026.

Hierin wordt ook duidelijk welke gevolgen de invoering van het nieuwe verdeelmodel heeft voor de gemeente Doetinchem. 9. Algemene basis algemene reserve onvoorziene risico’s Niet alle risico's kunnen worden voorzien of met ramingen worden onderbouwd. We houden voor dergelijke risico's een basisreserve aan in onze algemene reserve voor onvoorziene risico's. Hieronder beschrijven we de voortgang van enkele specifieke risico's in deze categorie.

48

Handhavingstraject Voltastraat 86a Ten aanzien van het dossier Voltastraat 86a blijven er financiële risico’s bestaan voor de gemeente Doetinchem. Uitgangspunt is nog steeds om de kosten zoveel als mogelijk te verhalen. Echter of, en in welke mate dit gaat lukken is nog niet te voorspellen. Op dit moment vindt dekking van de kosten plaats door het inzetten van SPUK-subsidies en deels ook door een bijdrage van de eigenaar van het terrein. Maar uiteindelijk is het nog steeds niet volledig uitgesloten dat de gemeente een deel van de kosten voor haar rekening moet nemen. Nadat de PFAS houdende vloeistoffen waren afgevoerd, is gestart met de voorbereiding voor de bodemsanering. De sanering van de grond is eind 2024 gestart en medio 2025 afgerond. Tijdens de grondsanering is een grote hoeveelheid met PFAS-verontreinigde kleigrond afgegraven, afgevoerd en gestort. De PFASgrondwatersanering start in 2026 en loopt volgens planning door tot en met 2030. Verzekeringsportefeuille In de afgelopen 2 jaar is het inzicht in de verzekeringsportefeuille verder verbeterd. Zo is in 2024 het gemeentelijk vastgoed opnieuw getaxeerd tegen herbouwwaarde, waardoor de verzekerde waarden weer up-to-date zijn. Daarnaast is ook onze aansprakelijkheidsverzekering opnieuw aanbesteed in 2025. Voor de komende jaren zijn wij stabiel verzekerd tegen grotendeels de voorwaarden van 2025 en eerder.

Tot slot is samen met onze makelaar gekeken naar onze verzekeringsportefeuille. Mogelijk wordt in 2026 samen met het team ICT-samenwerking het inzetten van een cyberverzekering verkend. In het laatste relatiegesprek met onze makelaar (december 2025) zijn er verder geen hiaten ontdekt in onze verzekeringsportefeuille. Juridische procedures Als gevolg van het niet juist volgen van geldende procedures en/of het niet juist/onvolledig vastleggen van afspraken in contracten bestaat de kans dat partijen een procedure starten tegen de gemeente indien er een geschil ontstaat. Voorbeelden zijn het niet juist volgen van inkoopprocedures en het onduidelijk beschrijven wie verantwoordelijk is voor welke projectrisico's. In deze jaarrekening heeft de gemeente hiervoor geen nieuwe voorzieningen hoeven treffen. 10. Loon- prijsontwikkelingen De loon-en prijsontwikkeling worden in basis vergoed door het rijk via het gemeentefonds. Het gemeentefonds volgt hierin de prijsontwikkeling van het bbp (het nominaal bruto binnen lands product). De loonontwikkeling in de verschillende sectoren (o.a. het sociaal domein) heeft de laatste jaren een forse stijging laten zien, die niet éénop-één vertaald worden in de algemene uitkering. Het risico voor 2025 is ingeschat op € 4 miljoen en komt werkelijk uit op ongeveer € 3 miljoen.

Naar de toekomst toe blijft het risico bestaan, ook omdat we niet weten wat de loon- en prijsontwikkeling in de toekomst zal doen. 11. Databeveiliging / Informatieveiligheid We werken continu aan de digitale veiligheid van onze gemeente. Dit doen we op basis van de eisen en maatregelen uit de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) en de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). De onderkende risicovolle gebeurtenissen uit de begroting 2025 hebben zich in meer of mindere mate wel voorgedaan, maar hebben niet geleid tot grote excessen en/of tot financiële kostenposten. De onderkende risico’s, welke continu spelen in onze organisatie, kunnen we beperken door maatregelen te nemen, maar we kunnen deze niet altijd helemaal voorkomen.

49

12. IT infrastructuur In 2025 hebben er opnieuw diverse aanvallen plaatsgevonden op de IT-infrastructuur. Geen van deze hack pogingen was succesvol. Er is hierdoor geen schade opgetreden en daarom zijn er ook geen kosten gemaakt voor forensisch onderzoek of herstel van systemen. 13. Opvang vluchtelingen Als gemeente hebben we vanuit verschillende wetten taken en verantwoordelijkheden rondom de huisvesting en opvang van nieuwkomers. De Spreidingswet verplicht gemeenten om in provincieverband in een tweejaarlijkse cyclus plannen op te stellen en deze uit te voeren. De Achterhoek is één van de zeven regio’s in Gelderland waarin dit wordt vormgegeven. Het Rijk heeft ons voor zowel de crisisnoodopvang als voor de opvang van Oekraïners volledig gecompenseerd. De Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne voorziet in het vergoeden van kosten aan gemeenten die zijn gemaakt bij het realiseren en exploiteren van de opvang en verstrekkingen aan ontheemden uit Oekraïne. Met ingang 1 januari 2025 bedraagt de vergoeding € 44 per dag (was in 2024 € 61 per dag en in 2023: € 83 per dag) per gerealiseerde gemeentelijke opvangplek. In de begroting 2025 is een positief voordeel van € 1.000.000 geraamd. Bij de tweede bestuurlijk monitor is aanvullend een verwacht voordeel van € 1.900.000 geraamd, waardoor het totale verwachte voordeel op € 2.900.000 kwam.

Het jaarrekening resultaat bedraag € 218.000 positief, waarmee het totaal voordeel € 3.118.000 is geworden. Het normbedrag dat gemeenten in 2026 per dag per bed ontvangen voor de opvang van Oekraïners is nog € 44. Het is wel de verwachting dat dit bedrag in 2026 ook gaat wijzigingen. Daarnaast lijkt het erop dat per 4 maart 2027 de Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor de Oekraïense ontheemden vervalt . Oekraïners kunnen dan aanspraak maken op een transitiedocument voor maximaal drie jaar. Een andere mogelijkheid is een asielaanvraag te doen. Inzet van het Rijk is zoveel mogelijk normalisatie op het gebied van wonen, werken en bestaanszekerheid (participatiewet). Het is echter niet de verwachting dat zij direct kunnen doorstromen naar sociale huur. Een overgangsregeling met een rol voor de gemeente zal daarom noodzakelijk zijn. 14. Leges derving a.g.v. implementatie Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het risico van derving van legesinkomsten heeft zich niet voorgedaan in het jaar 2025. Er is een voordelig resultaat op leges gerealiseerd van ongeveer € 958.000. De bouwproductie blijft in Doetinchem (relatief) hoog waardoor er meer legesopbrengsten worden ontvangen dan begroot. Aangezien de maximale omvang van de bestemmingsreserve omgevingsvergunningen is bereikt valt het voordelig resultaat vrij ten gunste van de algemene middelen. 15.

Risico’s i.v.m. landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen Door landelijke ontwikkelingen in bijvoorbeeld de wet- en regelgeving, politieke verschuivingen en nationale crises kunnen gemeenten geconfronteerd extra kosten. Nieuwe wetten of aanpassingen in bestaande regelgeving (zoals belastingwetgeving, arbeidswetgeving, klimaatbeleid) kunnen bijvoorbeeld leiden tot compliance-risico’s of extra kosten. • Zo heeft onder andere de gewijzigde pensioenwetgeving en de in relatie hiertoe gedane stellige uitspraak door de Commissie BBV op 3 december ertoe geleidt dat bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening per 31 december 2025 gelijkgesteld moet worden aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek. Dit betekent voor Doetinchem dat de voorziening in deze jaarstukken met € 4.012.000 moet worden opgehoogd.

50

•

•

•

• •

• •

Veranderingen in het politieke landschap kunnen leiden tot onzekerheid over subsidies, financiering of prioriteiten in beleid. Op het moment van het opstellen van de begroting 2025 was er net een nieuw kabinet met nieuwe plannen in de vorm van een ' hoofdlijnenakkoord'. In de zomer 2025 is het kabinet gevallen. Afgelopen oktober zijn er nieuwe verkiezingen geweest. Inmiddels is er een nieuw minderheidskabinet gevormd. Het is nog afwachten wat de uitwerking van de plannen van dit kabinet concreet voor ons gaan betekenen. Nationale crises, zoals pandemieën, cyberdreigingen of energiecrises die landelijk worden aangepakt hebben vaak ook lokale impact. Op dit moment is het onduidelijk op welke wijze de geopolitieke omstandigheden zich verder ontwikkelen. De oorlogen in in het Midden-Oosten leiden op dit moment tot grote onzekerheden op de brandstof en energiemarkt. Ook regionale beleidsontwikkelingen en samenwerkingen kunnen gevolgen hebben voor onze gemeente. Denk hierbij aan de bepaling van de prioritaire risico's door de veiligheidsregio, maar ook aan regionale samenwerkingen die kunnen leiden tot nieuwe eisen of verwachtingen voor organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of toezicht. Ontwikkeling van de West-Achterhoek vraagt bij ons mogelijk investeringen op het gebied van infrastructuur.

Op dit moment vinden gesprekken plaats met de Provincie over de ontsluiting van het Slingeland Ziekenhuis. Om de ambities uit de coalitieagenda te realiseren is ook in het afgelopen jaar fors geïnvesteerd. Voorbeelden hiervan zijn huisvesting scholen, cultuur, sport, sociaal domein, ruimtelijke projecten, onderhoudsbudgetten ruimte en onze groeiambities in het kader van gD 2036. We zien dat we ook in 2025 er weer last van hebben gehad dat vacatures op m.n. specialistische functies binnen de gemeenten moeilijk ingevuld kunnen worden. Mede hierdoor blijven werkzaamheden liggen. In maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen geweest. Op het moment van schrijven van deze jaarstukken is net gestart met het formatieproces. We verwachten dat niet alle wethouders terugkeren in het nieuwe college. Voor de wethouders die niet terugkeren en geen andere uitdaging vinden is er recht op wachtgeld. Hiervoor zullen in 2026 middelen gereserveerd moeten worden.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico's. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Sinds de begroting 2022 geldt dat de ondernorm van de ratio bepaald is op 1,0 en de bovennorm op 1,5. In de begroting 2025 werd geconstateerd bij confrontatie tussen de beschikbare en de berekende benodigde weerstandscapaciteit, dat de gemeente Doetinchem in 2025 met een weerstandsratio van 1,52 over voldoende weerstandsvermogen zou beschikken. In de volgende tabel treft u het bij de begroting 2026 geïnventariseerde risicoprofiel aan, geactualiseerd op basis van het MPO.

51

Nr Risico's

Realisatie Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 2025 2026 2027 2028 2029 Bedragen x € 1.000

1 Sociaal domein (inclusief BUIG)

6.000

4.000

4.000

4.000

4.000

2 Verbonden partijen (GR's en BV's gD)

1.500

2.900

2.900

2.900

2.900

3 Ontwikkellocaties (grexen en gebiedsontwikkelingen)

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

4 Garanties & leningen

710

650

650

650

650

5 Belastbaarheid leningen

250

250

250

250

250

6 Rentestijgingen

500

500

500

500

500

7 Subsidies van derden

250

250

250

250

250

8 Gemeentefonds: reguliere risico's

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

9 Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

10 Loon- prijsontwikkelingen

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

11 Data-beveiliging (IM, avg, bio)

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

12 IT- infrastructuur

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

13 Onvolledige compensatie door het Rijk voor de opvang van vluchtelingen

500

500

500

500

500

14 Leges derving a.g.v. implementatie omgevingswet

500

250

250

250

250

15 Risico's i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal gekwantificeerde risico's

23.210

22.300

22.300

22.300

22.300

De weerstandscapaciteit per 1-1-2026 verbetert door de bestemming van het resultaat van € 6.967.000 aan de algemene reserve. Weerstandscapaciteit

2026

2027

2028

2029

62.109

61.450

65.373

64.818

180

180

180

180

62.289

61.630

65.553

64.998

Bedragen x € 1.000 Algemene reserve per 1-1 incl. jaarrekeningresultaat 2025 Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven Totale beschikbare weerstandscapaciteit

Wanneer we de omvang van risico's afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit, dan blijkt dat onze weerstandscapaciteit ten opzichte van de begroting 2025 in de komende jaren verbeterd. Bij de begroting 2027 wordt deze opnieuw berekend. Verhouding gewenst versus beschikbaar weerstandsvermogen

2025

2026

2027

2028

2029

Bedragen x € 1.000 Totaal gekwantificeerde risico's per 1-1

23.210 22.300 22.300 22.300 22.300

Totale beschikbare weerstandscapaciteit per 1-1

35.611 62.289 61.630 65.553 64.998

Ratio weerstandsvermogen

1,53

2,79

2,76

2,94

2,91

52

Financiële kengetallen De vijf financiële kengetallen zijn vastgesteld in het BBV. De berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling. Omdat de rente en schulden van verstrekte leningen en grondvoorraden niet drukken op onze begroting hebben we aan de verplichte kengetallen het kengetal 'netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' (1a) en het kengetal 'solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden' (2a) toegevoegd. Hieronder leest u een overzicht van de financiële kengetallen. Vervolgens geven we een toelichting bij ieder kengetal. Financiële kengetallen

Primitieve begroting 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

1. Netto schuldquote

52%

29%

41%

1a. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

47%

23%

36%

2. Solvabiliteitsratio

29%

41%

35%

2a. Solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden

33%

47%

43%

3. Kengetal grondexploitatie

8%

9%

13%

4. Structurele exploitatieruimte

1,0%

7,5%

5,0%

5. Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde

90%

85%

88%

Toelichting op de financiële kengetallen Netto schuldquote Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle inkomsten minus de reserve mutaties. De omvang van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een lagere netto schuld in combinatie met hogere inkomsten zorgt voor een lagere schuldquote ten opzichte van de begroting. In 2025 hoefden we minder te lenen dan begroot. Enerzijds doordat de kredieten nog niet volledig zijn uitgegeven en anderzijds doordat we geld hebben overgehouden in onze begroting. De hogere inkomsten ontstaan onder andere door de toename van de algemene uitkering en ontvangen subsidies of uitkeringen. Een deel van onze schuld zijn we aangegaan om deze vervolgens door te lenen. Daarom wordt ook de netto schuldquote berekend gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De Provincie Gelderland geeft de volgende norm: zodra de netto schuldquote boven 130% is, is sprake van een zeer hoge schuld. Is de quote hoger dan 100%, dan is waakzaamheid geboden. Tot 100% is deze voldoende. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal (eigen- en vreemd vermogen samen). Het cijfer geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen.

Wanneer we het balanstotaal zouden verlagen door grondverkopen en/of door aflossingen van verstrekte leningen waarmee onze schulden kunnen worden afgelost, dan wijzigt de solvabiliteitsratio. De Provincie Gelderland acht een solvabiliteit lager dan 20% risicovol, tussen 20% en 50% voldoende en boven 50% minst risicovol. De gemeente Doetinchem is voldoende solvabel. De ratio is verbeterd ten opzichte van de begroting 2025 en de rekening 2024.

53

Kengetal grondexploitaties Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de boekwaarde van de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten van de gehele gemeentebegroting. Gemeenten met gronden met een lage boekwaarde lopen minder risico dan gemeenten met een hoge boekwaarde. De Provincie Gelderland stelt geen norm voor dit kengetal. Alleen de boekwaarde afgezet tegen de totale baten zegt immers weinig. Om te kunnen beoordelen of een gemeente goed scoort met haar grondbedrijf, moeten ook afzetprognoses en getroffen voorzieningen beoordeeld worden. Wij doen de beoordeling en bijstelling jaarlijks via het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) en onze accountant beoordeelt deze vanuit zijn verantwoordelijkheid. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening zoals die nu is voorgeschreven moeten we het saldo van structurele baten en lasten delen door de totale baten minus de onttrekking aan de reserves. Het kengetal moet hierdoor minimaal groter dan 0 zijn, anders duidt dit op een tekort in de structurele ruimte.

Belastingcapaciteit: woonlasten als percentage van het landelijk gemiddelde Bij dit kengetal worden de Doetinchemse woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZwaarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde tarief van het jaar vóór het begrotingsjaar. Het gaat om de woonlasten: OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Aanpassingen van deze belastingen beïnvloeden het percentage van de belastingcapaciteit. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten in Doetinchem lager dan gemiddeld in Nederland. Het huidige percentage bedraagt 85%. Kengetallen vergeleken In de onderstaande tabel worden de financiële kengetallen vergeleken met de risicoindeling van de provincie ter bepaling van de continuïteit. De provincie hanteert daarbij drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol en categorie C is het meest risicovol. De uitkomsten voor de jaarrekening 2025 zijn onderstaand vermeld. De kolom 'Gelders gemiddelde' is ontleend aan de begrotingsbrief 2026. Financiële kengetallen

Gelders gemiddelde

Realisatie 2025

Signaal waarde A

Signaal waarde B

Signaal waarde C

1. Netto schuldquote

62%

29%

< 90%

90-130%

>130%

1a. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

55%

23%

< 90%

90-130%

>130%

2. Solvabiliteitsratio

33%

41%

> 50%

20-50%

<20%

3. Kengetal grondexploitatie

8%

9%

< 20%

20-35%

>35%

4. Structurele exploitatieruimte

0,7%

7,5%

> 0%

0%

<0%

5. Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde

100%

85%

< 95%

95-105%

>105%

2,7

1,53

>1

0,8-1,0

<1

6. Weerstandsvermogen

54

2.3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Buha is de verbonden uitvoeringsorganisatie van de gemeente Doetinchem als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de gemaakte afspraken tussen opdrachtgever gemeente Doetinchem en opdrachtnemer Buha B.V. (OGON) worden de kapitaalgoederen onderhouden volgens de samenwerkingsovereenkomst en bijhorende dienstenkaarten. Waar gaat deze paragraaf over? Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die regelmatig onderhoud vergen, zoals wegen, gebouwen, groen, riolering en watervoorziening. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2025 Door college/raad vastgesteld in

Looptijd t/m

Wegen

Beheerplannen

2021

2031

Riolering

2022

2025

Groen

2017

2027

Gebouwen/accommodaties

2023

2032

Civieltechnische kunstwerken

2023

2032

Openbare verlichting

2022

2027

Kapitaalgoed wegen Te onderhouden kapitaalgoederen De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 4.031.000 m2 verharding. • 56% uit elementenverharding (klinkers en tegels) • 39% uit asfaltverharding • 5% uit overige toplagen zoals puin- en zandwegen Het beleidskader • Wegenbeleidsplan 2021-2031 • Amendement onderhoudsniveau elementenverharding 2022 • Mobiliteitsvisie 2016-2026 • Uitvoeringsprogramma mobiliteit • Nota verkeerslichten 2013 • Beheerplan Verkeersregelinstallaties 2022-2027 • Wegcategoriseringsplan 2009 • Richtlijnen, normen en instrumenten voor het wegontwerp van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW)

55

De leidraad voor onderhoud van de wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Jaarlijks houden we een weginspectie en wordt een meerjarig beheer- en onderhoudsplan opgesteld. In het beheerplan wegen wordt jaarlijks aangegeven welk onderhoud uitgevoerd is, wat de kwaliteit is van het wegennet en welke onderhoudsmaatregelen met bijbehorende financiën de komende jaren uitgevoerd worden. Het beleidsplan Wegen is in 2021 aan het college van burgemeester en wethouders en de raad voorgelegd en vastgesteld. Daarnaast is er een amendement aangenomen om ook de elementenverharding op het kwaliteitsniveau basis te onderhouden. Door het toegekende extra budget is de verwachting dat de kwaliteit van de wegen weer zal gaan toenemen. Financiële consequenties in de begroting In de kadernota 2022 heeft de raad heeft besloten in de planperiode 2022-2025 jaarlijks €100.000 (€400.000 vanaf 2025 structureel) toe te kennen voor het onderhoud van wegen. Hiermee is er in 2025 €400.000 extra beschikbaar ten opzichte van 2021. Stand van zaken planuitvoering begroting 2025 De uitvoering van het reguliere onderhoud wegen loopt volgens planning.

Verder zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Steverinkstraat fase 2 te Gaanderen • Vreeltstraat te Gaanderen • Heikantseweg te Wehl • Hertelerweg te Gaanderen • Kommendijk te Doetinchem • Eduard Schilderinkstraat te Doetinchem • Terborgseweg te Doetinchem • Nijverheidsweg te Wehl • Diepenbroekstraat te Wehl • Beekstraat te Wehl • Groenestraat, Baron van Lamsweerdestraat, Graaf von der Goltzstraat te Wehl • Princes Irenestraat, Princes Margrietstraat te Wehl • Weerdjeslaan te Doetinchem • Brug over de Beek te Gaanderen • IJzevoordseweg te Doetinchem Kwalitatieve indicatoren voor kapitaalgoed wegen Product Wegen Kwaliteit totaal areaal verhardingen Norm CROW totaal areaal verhardingen

Voldoende

Matig

95%

1%

Onvoldoende 4%

77-87%

9-14%

4-9%

Kwaliteit areaal asfaltverhardingen

93%

2%

5%

Norm CROW asfaltverhardingen

75-85%

10-15%

5-10%

Kwaliteit areaal elementenverhardingen Norm CROW elementenverhardingen

96%

1%

3%

80-90%

7-12%

3-8%

Voor het totale areaal wegen is geen sprake van achterstallig onderhoud. Echter we zien dat 5% van het asfaltareaal onvoldoende van kwaliteit is. Dit percentage is ten opzichte van 2024 gelijk gebleven. Dit valt binnen de normen die het CROW daaraan stelt (5-10%). Bij het nieuwe beleidsplan Wegen 2021-2031 is extra onderhoudsbudget toegekend om het onderhoudsniveau van de infrastructuur op peil te houden en te voorkomen dat onveilige situatie of kapitaalvernietiging ontstaat.

Kapitaalgoed riolering Te onderhouden kapitaalgoederen • 388 km vrijverval riool o 178 km gemengd riool o 94 km vuilwaterriool o 116 km hemelwaterriool

56

• • • • • • • • • • •

140 km pers- en drukleidingen 4.625 m1 duikers Ca 9.200 stuks inspectieputten 20.530 stuks straat- en trottoirkolken 2700 m1 lijnafwatering 25 overstorten 7 randvoorzieningen/ bergbezinkbassins 52 rioolgemalen 512 drukrioolunits 123 IBA’s (individuele behandeling afvalwater) 72 grondwatermeetpunten

Het beleidskader Gemeenten hebben de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het stedelijk afvalwater. Dit is/ was vastgelegd in de Wet Milieubeheer en werd vertaald in een Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP). Met de invoering van de Omgevingswet is dit vervallen en wordt het beleid vastgelegd in de Omgevingsvisie. Eerste kwartaal 2026 wordt het Water- en Riolerings Programma (WRP) aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd. Tot die tijd worden de beleidslijnen uit het laatste GRP (2016-2020) gehanteerd. Het kostendekkingsplan en het uitvoeringsprogramma zijn aparte onderdelen geworden die natuurlijk wel met elkaar samenhangen. Het kostendekkingsplan voor de komende 10 jaar is gemaakt, waarbij ook de klimaatmaatregelen gedekt zijn. Het vigerende beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie.

De volgende doelen zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (GRP) en zijn van kracht tot de vaststelling van het WRP: • Duurzame bescherming van de volksgezondheid • Handhaving van een goede leefomgeving • Duurzame bescherming van natuur en milieu Deze doelstellingen bereiken we door: • Het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering • Het renoveren van rioolgemalen, mechanische riolering en IBA’s • Het renoveren, vervangen en vernieuwen van riolen • Het dagelijkse beheer en onderhoud aan rioolgemalen, drukriolering, IBA’s, kolken en de overige rioleringssystemen Door het afkoppelen van verharde oppervlakten wordt geanticipeerd op de klimaatverandering door afvalwater en hemelwater te scheiden. Zo wordt de kans op wateroverlast vanuit de gemengde rioolstelsels verkleind. Jaarlijks inspecteren we een deel van het rioolstelsel, alle gemalen, drukrioleringsunits en IBA’s. Financiële consequenties in de begroting Door de maatregelen vanuit het Delta Programma Ruimte Adaptatie (DPRA) stijgen de uitgaven de komende jaren. Vanaf 2025 zijn deze kosten opgenomen in de begroting. De maatregelen rondom riolering, water, klimaatadaptatie worden opgenomen binnen het WRP. De financiële consequenties van het opgestelde WRP zijn vertaald in de begroting 2026.

Stand van zaken planuitvoering begroting 2025 Het reguliere onderhoud aan de riolering is volgens planning uitgevoerd. Verder zijn de onderstaande onderzoeken en projecten gestart/ uitgevoerd: • Afkoppelen Ampsen (6.000 m2) • HWA-verruiming (90 m1) De Bongerd/ Wingerd (voorbereiding en uitvoering) • Volledige renovatie gemaal Zaagmolenpad/ Grutbroek (voorbereiding, uitvoering 2026)

57

• • • • • • • • •

Renovatie overstortleiding Havenstraat (120 m1) en Wijnbergseweg (50 m1) (voorbereiding, uitvoering 2026) HemelWaterStructuurPlan (HWSP) kaarten voor bebouwde kernen gemeente Doetinchem (voorbereiding) Klimaatstresstest via Achterhoek+ (voorbereiding) Klimaatrobuust(er) inrichten noordelijk gedeelte centrum ‘Het Ei’ door inrichten wadi Walstraat in combinatie met afkoppelen VVE gebouw Walveste (voorbereiding, uitvoering 2026) Voorbereiding van gemeentelijke projecten, en deelgenomen in projectgroepen, met kennis en expertise van Buha B.V.: Vijverbergroute Doetinchem (TOP 15 klimaatoverlastgebied, af te koppelen oppervlak 36.310 m2) Wijk de Pas (TOP 15 klimaatoverlastgebied, potentieel af te koppelen oppervlak ca 36.410 m2) Hoofdstraat Gaanderen (potentieel af te koppelen oppervlak ca 10.000 m2) Zuivelweg en Van Hogendorplaan (potentieel af te koppelen oppervlak ca 20.000 m2)

Binnen het vervangingsplan zijn de volgende investeringen uitgevoerd: • 1 IBA compleet vervangen en 1 deelrenovatie (vervangen pomp) van het renovatieprogramma uitgevoerd • Een kolkenreparatie ronde plaats gevonden (24 kolken vervangen) • Een gedeelte van de J.F. Kennedylaan is grotendeels afgekoppeld (356 m1) • Een gedeelte van de Vijverbergroute (Frans Halsweg 172 m1) is afgekoppeld en de uitleggers zijn vervangen • Vervangen elektro-/mechanische installaties gemalen Hoekhorsterweg en de Kruithofseweg • 6 Modems en loggers van diverse grondwatermeetpunten vervangen • Renoveren van een aantal rioolstrengen (totaal 1.430 m1) inclusief putrenovaties in de Varsseveldseweg, Fabrieksstraat, Bevrijdingsstraat, Havenstraat, Van Roggenstraat, Alfred Mozer, Hof van Turijn, Hof van Rome, Kruisbergseweg, Melkweg In 2025 is door inwoners gebruik gemaakt van de subsidieregeling water en groen. In totaal zijn 18 woningen geheel of gedeeltelijk afgekoppeld. Hiermee is ongeveer 1.110 m2 dakoppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering. Ook hebben 13 woningen gebruik gemaakt van de subsidieaanvraag om een groen dak aan te leggen waarin tijdelijk hemelwater geborgen kan worden. Hiermee is 231 m2 groen dak gerealiseerd. Daarnaast hebben 3 woningen de bestaande riolering omgebouwd op eigen terrein om duurzaam hergebruik van regenwater mogelijk te maken.

Product Afvalwatersysteem Aanlegperiode riolering:

Voldoet aan doelen, functionele eisen en maatstaven volgens het geldende beleid

14% ouder dan 1970

ja

34% tussen 1970 en 1989

ja

38% tussen 1990 en 2009

ja

14% na 2010

ja

Leeftijd is niet alleen de bepalende factor voor de kwaliteit van de riolering. Aantastingen, extreme vervuiling, overlast van boomwortels e.d. zijn medebepalend voor het moment van vervangen/renoveren. Daarnaast worden er keuzes gemaakt om integraal met projecten mee te liften waardoor er soms eerder of later vervangen wordt, met minder kosten als gevolg door werk met werk te maken. Ook is het zo dat de levensduur soms langer blijkt te zijn dan die technisch en/of financieel is. Daardoor zit er altijd een bepaalde flexibiliteit in waardoor we het gemeentelijke rioolstelsel optimaal kunnen laten functioneren.

Kapitaalgoed groen Te onderhouden kapitaalgoederen Bomen, plantsoenen, bermen, parken, bospercelen inclusief de daar binnen aanwezige technische voorzieningen.

58

• • •

Openbaar groen ca. 570 ha. Bomenbestand ca. 37.500 stuks Speeltoestellen 690 stuks

Het beleidskader Het technisch en functioneel in stand houden van de openbare groen- en recreatievoorzieningen op het niveau ‘eenvoudig’ binnen de budgettaire kaders. Voldoen aan de wettelijke zorgplicht met betrekking tot bomen, groen en spelen. Met de instandhouding wordt concreet bedoeld het onderhoud en de noodzakelijke vervanging van bomen en overig groen op het land en in het water, zodanig dat de voorzieningen in stand blijven op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals vastgesteld in de Beeldkwaliteit catalogus, Structuurvisie en Groenstructuurplan (In de programmabegroting 2012 zijn de kwaliteitsniveaus aangepast naar ‘eenvoudig’). In 2017 is het Groenstructuurplan vastgesteld, waarin een visie wordt neergelegd met betrekking tot de groenontwikkeling in en om de stad. Stand van zaken planuitvoering begroting 2025 De onderhoudsniveaus zoals deze zijn vastgelegd in de Beeldkwaliteit catalogus zijn gehaald, 1/3 van de werkzaamheden is uitbesteed aan de markt. Doetinchem werkt met het Wijkbedrijf: een slimme combinatie van eigen vakmensen, mensen van het werkvoorzieningsschap en wijkbewoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het reguliere werk is volgens planning uitgevoerd.

• Inspectie 1/3 deel van het bomenbestand • Onderhoud 1/3 deel van het bomenbestand • Onderhoud openbaar groen, bos en natuur • Er is uitvoering gegeven aan de bestekken ruw gras, gazon, sierplantsoen en schapenbegrazing. Bestrijding invasieve exoten In totaal zijn er op dit moment ca. 300 locaties geregistreerd waar de Japanse Duizendknoop (JDK) is aangetroffen. Het betreft ongeveer 20.000 m2. Momenteel worden er 60 locaties bestreden en de overige locatie worden beheerd d.m.v. frequent afmaaien. Het totaal oppervlak JDK is in 2025 gestegen doordat er een inventarisatie is gedaan naar locatie met besmetting van JDK De verwachting is dat in de aankomende jaren het oppervlak en de kosten voor bestrijding zullen stijgen. Eikenprocessierups De plaagdruk van de eikenprocessierups is in 2025 wederom lager gebleken dan voorgaande jaren. Er is aandacht voor het verhogen van biodiversiteit, bijvoorbeeld door het aanleggen bloemrijk gras, ander maaibeheer en gebruik van diverse soorten beplantingen. Dit lijkt een positief effect te hebben op de plaagdruk van de eikenprocessierups. Spelen De dienstenkaart Sport, speel- en ontmoetingsvoorzieningen is in 2024 geactualiseerd. Daarin is als bijlage een kaart opgenomen met verschillende typen speelplekken: trapveldje, wijkspeelplek, buurtspeelplek en particuliere speelplek.

Op deze locaties wordt naast het reguliere onderhoud (onderhoud, inspectie en reparatie) indien gewenst ook geïnvesteerd. De zogenaamde straatspeelplekken zullen op den duur allemaal verdwijnen. Kapitaalgoed gebouwen Te onderhouden kapitaalgoederen • 12 binnensportaccommodaties • 6 buitensportaccommodaties • 2 wijkcentra

59

• • • • • • • • • •

1 welzijnsgebouw 3 cultuurgebouwen 2 gebouwen eigen huisvesting gemeente Doetinchem Huisvesting Buha B.V. 2 centra voor kind, - en peuteropvang 1 Paviljoen 3 gebouwen op de begraafplaatsen Riool, - trafo en nutsgebouwen Diverse gebouwen molens, kinderboerderij en opstallen Koekendaal etc. Kunstwerken

Het beleidskader Het gemeentelijk vastgoed wordt beheerd en geëxploiteerd vanuit het vastgoedfonds. In maart 2022 heeft de raad de herijking van het vastgoedfonds vastgesteld. Het meerjaren onderhoudsplan gebouwen 2023-2032 (MJOP) is december 2023 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. In 2024 is door de Raad besloten om eenmalig een bedrag van € 1,35 miljoen in het vastgoedfonds te doteren zodat tijdelijk het onderhoud van het maatschappelijk vastgoed op onderhoudsniveau 3 kan plaatsvinden. De verwachting is dat onderhoudsniveau 3 hierdoor kan worden gehandhaafd tot 2031/2032. Stand van zaken planuitvoering begroting 2025 Naast het reguliere beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • De kozijnen van de Pol zijn geschilderd • Bij Bergzicht en en Burg. Van Nispenstraat 2/4 zijn de brandmeldcentrales vervangen • Bij het gemeentehuis is de buitenlift vervangen • Bij de gymzalen van de Ottawastraat en Rossinilaan zijn de kleedkamers gerenoveerd Voor de 5 panden het gemeentehuis, Het Kleurrijk, de Zuwe, de Pol en het KBC waarvoor een verduurzamingssubsidie beschikbaar is gesteld zijn de voorbereidingen gestart voor het verduurzamen. Product Accommodaties Onderhoudsniveau Conditiescore conform NEN 2767

Niveau 3 Redelijk

Plaatselijke zichtbare veroudering. Functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel niet in gevaar

Voldoet aan onderhoudsniveau 3

Kapitaalgoed civieltechnische kunstwerken Te onderhouden kapitaalgoederen We beheren 89 grote civieltechnische kunstwerken: • 5 beweegbare bruggen • 59 bruggen (beton/staal/hout) • 11 tunnels • 10 steigers • 1 geluidsscherm • 2 kademuren • 1 flaneersteiger Het beleidskader Het in stand houden van de civieltechnische kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals vastgesteld in de Programmabegroting 2021. Het beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken 2022-2032 is in 2023 door de raad vastgesteld.

60

Stand van zaken planuitvoering begroting 2025 Het reguliere onderhoud aan de civieltechnische kunstwerken is volgens planning uitgevoerd. Verder zijn de onderstaande werkzaamheden uitgevoerd: • Inspecties van de kunstwerken uitgevoerd • Het conserveren van 9 civieltechnische kunstwerken is afgerond • Er is gestart met de engineering van de besturingsinstallatie van de beweegbare bruggen • Vervangen Stokhorstbrug in Sportpark-zuid te Doetinchem • Vervangen brug Canadaparklaan te Doetinchem • Vervangen dek van de flaneersteiger te Doetinchem • Groot onderhoud aan houten bruggen: o Wiltinkbrug-Zuid o Wiltinkbrug-Noord o Rosinibrug o Eduard Schilderinkbrug-Zuid o Eduard Schilderinkbrug-Noord o Mozartbrug o Alfred Mozerbrug o Bizetbrug o Henri Dunantbrug o De Vlierbesbrug o Boekweitbrug-Zuid • Er zijn diverse klein onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Voor het vervangen van de besturing van de beweegbare bruggen is de engineering al in een vergevorderd stadium. De aannemer is gestart met voorbereidende werkzaamheden nabij de Wijnbergsebrug en de realisatie zal vanaf januari 2026 gaan plaats vinden. Verwacht oplevering van het laatste object is Q2-2027. Product Kunstwerken Kapitaalgoed

Norm NEN 2767-4

Brug beton

Redelijk

Beweegbare brug

Redelijk

Brug hout

Redelijk

Brug staal

Redelijk

Geluidsscherm

Goed

Kademuur

Redelijk

Steiger

Redelijk

Tunnel

Redelijk

Kapitaalgoed openbare verlichting Te onderhouden kapitaalgoederen De openbare verlichting binnen de gemeentegrenzen totaal ongeveer 14.183 lichtmasten. Het beleidskader De kaders voor de komende periode (vastgestelde beheerplan 2022-2027) zijn: • Verlichten op maat • Het tegengaan van lichtvervuiling • Het toepassen van duurzame materialen en het benutten van de technische levensduur • Het energieverbruik verminderen • Producten circulair inkopen Financiële consequenties in de begroting 2025 In 2022 is het nieuwe beheersplan Openbare Verlichting 2022-2027 vastgesteld. In de Begroting 2025 zijn de financiële gevolgen meegenomen.

61

Stand van zaken planuitvoering begroting 2025 Het onderhoud aan de verlichting is dit jaar volgens planning gerealiseerd. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd. • 200 armaturen zijn omgebouwd naar led • 800 armaturen zijn vervangen • 100 schade masten zijn vervangen • 400 masten zijn vervangen i.v.m. de leeftijd • 300 masten zijn geïnspecteerd op kwaliteit, om levensduur te verlengen • 60 muurankers zijn geïnspecteerd op kwaliteit, om de veiligheid te garanderen Financieel overzicht Voor het uitvoeren van het onderhoud op onze kapitaalgoederen is door de raad budget beschikbaar gesteld. Het onderhoud van de kapitaalgoederen wordt voornamelijk gedaan door Buha B.V. Hiervoor zijn afspraken gemaakt. Onderstaande tabel laat de uitgaven per product, exclusief de investeringslasten zien. Taakveld

Product omschrijving

(bedragen x € 1.000) 2.1 - Verkeer en vervoer

Wegen, straten en pleinen e.d.

2.1 - Verkeer en vervoer

Openbare verlichting

5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Openbaar groen

5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie 7.2 - Riolering

Primitieve begroting 2025

Begroting ná wijziging 2025

Realisatie 2025

6.195

6.174

427

442

6.171 442

5.901

5.950

5.950

Speelvoorzieningen (groen)

317

320

320

Riolering en Watervoorziening

2.558

2.618

2.507

Jaarlijks bedrag voor het periodiek onderhoud voor de gebouwen

1.000

1.237

1.237

62

2.4 Financiering Om onze bezittingen te financieren is geld nodig. Dit kan ons eigen gespaarde geld zijn of van derden geleend geld. Omdat geld lenen geld kost, is de uitvoering van ons financieringsbeleid een risicovolle taak. Deze taak is daarom gebonden aan wettelijke kaders (met name de wet Fido en de wet Hof) en aan kaders in de door de raad vastgestelde financiële verordening. De nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in het door het college vastgestelde treasurystatuut. In deze paragraaf gaan we in op ons financieringsbeleid en de beheersing van de risico’s. Welke beleidsdocumenten vormen de basis voor deze paragraaf? In de financiële verordening en het treasurystatuut hebben we kaders gesteld ten aanzien van financiering. Wat wilden we bereiken ? Het gemeentelijk financieringsbeleid is er op gericht om: • Te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn; • De risico’s die met deze transacties verbonden zijn te beheersen; • De rentekosten van de leningen zoveel mogelijk te beperken; • De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities te beperken.

Onze uitgangspunten daarbij zijn: • Onze schulden zijn niet hoger dan de waarde van onze bezittingen; • In de begroting wordt de rente voor nieuw leningen gebaseerd op prognoses van gerenommeerde instellingen waarbij voorzichtigheidshalve een opslag wordt gehanteerd; • Wij proberen de kasgeldlimiet optimaal te benutten vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld (bijv. daggeld en kasgeld) vrijwel altijd lager is dan van langlopende leningen. Wat hebben we gedaan? Om onze investeringen te financieren gebruiken we ons eigen gespaarde geld in de reserves en voorzieningen en lenen we geld. Wat betreft de langlopende geldleningen (dat zijn leningen met een looptijd langer dan één jaar) hebben we in 2025 € 15,8 miljoen afgelost en zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Voor het aantrekken van leningen vragen we minimaal twee offertes op. Eind 2025 hebben we in totaal € 112,9 miljoen aan langlopende leningen opgenomen (was eind 2024 € 128,7 miljoen). Naast langlopende leningen lenen we ook met kort geld. Omdat kort geld goedkoper is dan lang lenen we ook met kort geld. Kort geld lenen mogen we niet onbeperkt. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel we met kort geld mogen financieren. De limiet is door het Rijk vastgesteld en bedraagt 8,5% van de totale lasten in de begroting. De kasgeldlimiet is voor 2025 berekend op € 27,3 miljoen.

In 2025 was er sprake van overtollige middelen als gevolg van met name door vooruit ontvangen subsidies en toegenomen eigen financieringsmiddelen. Overtollige middelen moet we uitzetten bij het Rijk. Hiervoor ontvangen we een rentevergoeding.

63

Rentelasten in de jaarrekening Rente lening portefeuille Een groot deel van onze (externe) rentelasten ligt vast omdat in het verleden geldleningen zijn opgenomen waarbij de op dat moment geldende markrente voor langere tijd contractueel is vastgelegd. Het rentepercentage dat we in 2025 gemiddeld betaalden voor de opgenomen leningen was 1,50%, begroot was 1,65%. Doordat we overtollige middelen hebben uitgezet bij het Rijk ontvingen we meer rentebaten dan begroot. Deze externe rentebaten kunnen we in mindering brengen op de betaalde rente voor opgenomen leningen. Hierdoor kon de renteomslag naar beneden worden bijgesteld tot 1,25%. Bespaarde rente door financiering met reserves en voorzieningen De rente die we over reserves en voorzieningen berekenen noemen we bespaarde rente. We hoeven immers minder te lenen en dus minder rente aan externen te betalen. In 2025 brachten we voor de reserves en voorzieningen de gemiddeld betaalde rente voor opgenomen leningen in rekening. Een deel van de bespaarde rente is toegevoegd aan de reserves en voorzieningen en een deel is ten gunste gekomen van de algemene middelen. Rentebaten Overeenkomstig het BBV worden alle rentelasten en rentebaten in eerste instantie begroot en verantwoord op het taakveld 0.5 Treasury.

Dit betekent dat ook alle rentebaten voortkomend uit het verstrekken van leningen aan woningcorporaties, sportinstellingen, ambtenaren, etc. op het taakveld Treasury moeten worden begroot en verantwoord. Daarnaast moeten we overtollige middelen uitgezette bij het Rijk, ook hiervoor ontvangen we een rentevergoeding. Toerekening rente aan taakvelden Rente van de Grondexploitaties Tot en met 2023 was het alleen toegestaan om de werkelijke rente over het vreemd vermogen (naar rato) toe te rekenen aan de grondexploitaties. De grondexploitaties kregen als gevolg hiervan een korting op de reguliere omslagrente. Met ingang van boekjaar 2025 wordt voor grondexploitaties geen onderscheid meer gemaakt in het BBV, waardoor de rentetoerekening plaatsvindt op basis van de reguliere omslagrente. De rente van projectfinanciering De raad heeft eerder besloten om voor de investeringen van rioleringen en de parkeergarage Lookwartier een specifiek rentepercentage toe te rekenen. Voor 2024 was dat 2,84%. Dit wordt gedaan gelet op de lange looptijd met een langdurige financiering. Daarnaast zijn leningen aangetrokken specifiek voor financiering van het bedrijventerrein aan de A18 en het duurzaamheidsfonds. Omslagrente • Aan A18 Bedrijvenpark 1,495%; 1,159% en 0,84% van de leningen die specifiek voor de A18 zijn afgesloten; • Voor de financiering van het duurzaamheidsfonds een lening tegen 1,06%.

Voor alle overige investeringen op de taakvelden zijn de resterende rentekosten in rekening op gebracht op basis van de boekwaarden. Deze omslagrente was voor 2025 1,25%.

64

Renteschema In dit schema leest u de rentelasten en hoe we dit omslaan op de diverse onderdelen van onze begroting. Resultaten op treasury komen ten gunste van de algemene middelen in de gemeentebegroting. De commissie BBV vindt een saldo op het taakveld treasury binnen een bandbreedte van 0,5% acceptabel. Het is namelijk niet de bedoeling om de omslagrente zo ver mogelijk naar boven of naar beneden bij te stellen. Dan wordt namelijk het risico gelopen dat de omslagrente meteen moet worden aangepast op het moment dat de rentelasten wijzigen. Door ontvangen rentebaten is de renteomslag in 2025 bijgesteld van 1,65% naar 1,25%. Renteschema (bedragen x € 1.000)

Primitieve begroting 2025

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

Begroting ná wijziging 2025

3.090

Realisatie 2025

2.494

2.047 -1.086

De externe rentebaten (idem) -/-

-200

-771

Saldo rentelasten en rentebaten

2.890

1.723

961

-597

-386

-457

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (-/-) De rente van projectfinanciering

-258

-255

-255

Rente over eigen vermogen /voorzieningen

1.834

1.959

2.353

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

3.869

3.041

2.602

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

4.276

3.422

2.843

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-407

-381

-241

Risicobeheersing Belangrijkste risico bij financiering zijn de stijgende rentelasten. De wet Fido begrenst deze risico’s. De kasgeldlimiet bepaalt wat maximaal met kort geld mag worden geleend. Bij kort geld ligt de afgesproken rentevergoeding maximaal 1 jaar vast. De kasgeldlimiet is in de wet gesteld op 8,5% van de totale begrotingsuitgaven. De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening of herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende lening portefeuille. De omvang van de her te financieren leningen dan wel te herziene rentes bleef in 2025 ruim onder de norm. Gemeenten zijn verplicht om overtollig geld bij het Rijk te stallen: het schatkistbankieren. Banktegoeden boven de drempel van € 6,5 miljoen moeten worden aangehouden bij het Rijk. In 2025 was er sprake van overtollige middelen als gevolg van met name vooruit ontvangen subsidies en toegenomen eigen vermogen. Overtollige middelen moet we uitzetten bij het Rijk, hiervoor ontvangen we een rentevergoeding. Geld uitlenen Een gemeente mag alleen geld uitlenen uit hoofde van haar publieke taak. Wij hebben dit beleid bekrachtigd in ons treasurystatuut. Wij hebben leningen verstrekt aan onderstaande organisaties/instellingen.

Leningen en garanties voor uitoefening van de publieke taak worden alleen verstrekt aan door de raad goedgekeurde derde partijen. Uitstaande geldleningen

31-12-2023

31-12-2024

31/12/2025

(bedragen x € 1 mln.) Hypotheken

1,1

0,9

0,3

Aliander

3,5

3,5

3,5

Saza

0,2

0,2

0,1

Uitstaande geldleningen via SvN

5,8

6,3

6,2

Rekening courant SvN

2,4

4,5

5,7

Sportcentrum Rozengaarde

2,4

2,1

1,9

Overig

0,4

0,4

0,4

Totaal

15,8

17,9

18,1

65

Kengetallen voor financiering Kengetallen voor financiering (bedragen x 1 mln.)

31-122023

31-122024

31-122025

Omvang begroting bij aanvang jaar

254,3

284,2

324,7

Renterisiconorm (20% omvang begroting bij aanvang jaar)

50,9

56,8

64,9

Reguliere aflossing van langlopende geldleningen

16,8

15,9

15,8

Nieuw aangetrokken langlopende geldleningen

6,0

-

-

Saldo langlopende geldleningen

144,6

128,7

112,9

Kasgeldlimiet (8,5% omvang begroting bij aanvang jaar)

21,6

24,2

27,6

Saldo uitstaande geldleningen

15,6

17,9

18,1

Drempelbedrag schatkistbankieren (2,00% omvang begroting bij aanvang jaar)

5,1

5,7

6,5

1,65%

0,85%

1,25%

Omslagrente/rekenrente

66

2.5 Bedrijfsvoering Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de bedrijfsvoering van de gemeente Doetinchem in 2025. Dit vormt weliswaar een beperkt onderdeel van de totale jaarstukken, maar raakt de hele organisatie en het functioneren daarvan. Onder ‘bedrijfsvoering’ verstaan we alle activiteiten die ondersteunend zijn aan het primaire proces, van financiën tot inkoop en van informatievoorziening tot facilitaire zaken. In artikel 26 van het BBV staat dat het jaarverslag de paragrafen bevat die ingevolge artikel 9 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. In deze paragraaf wordt teruggekeken op het voorgenomen beleid op het gebied van de PIOFACH-taken. PIOFACH staat voor personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting. Globaal gezegd zijn het de taken die nodig zijn om de gemeente als organisatie te laten functioneren. Vanaf 2023 legt het college van burgemeester en wethouders zelf verantwoording af over de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur over het betreffende boekjaar in de vorm van de rechtmatigheidsverklaring. De rechtmatigheidsverantwoording maakt ook onderdeel uit van deze paragraaf.

Kerngegevens gemeentelijke organisatie in 2025 Het personeelsbestand van de gemeente Doetinchem was in 2025 als volgt opgebouwd: Totaal aantal Fte gemeente Doetinchem

Begroting

Realisatie

Formatie

Formatie

2025

31/12/2025

Bestuur Aantal Raadsleden

31

31

Aantal Fte Wethouders

5,5

5,5

Aantal Fte ambtelijke organisatie formatie

399

410

Totaal personeel gemeente Doetinchem

450

460

Personeel

Beleidsindicatoren (op basis van de Regeling beleidsindicatoren gemeenten) Het Rijk heeft een aantal beleidsindicatoren verplicht gesteld. Beleidsindicatoren die betrekking hebben op een inhoudelijk programma zijn in het programma opgenomen. Deze beleidsindicatoren hebben betrekking op de bedrijfsvoering. Dit om een eenduidig beeld te kunnen vormen over de beleidsresultaten van de gemeente en om de gemeenten onderling te kunnen vergelijken. Nr. Taakveld

Indicator

Eenheid

1 0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

Fte per 1.000 inwoners Eigen begroting

Bron

5,0

5,3

5,5

5,6

6,1

2 0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners Eigen begroting

4,6

4,9

5,0

5,1

5,7

3 0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten1

Kosten per inwoner

Eigen begroting

566

452

438

477

558

4 0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur2

Kosten als % van Eigen totale loonsom + totale begroting kosten inhuur externen

10,2

13,9

7,7

5,3

5,4

5 0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

% van totale lasten

8,4

6,6

6,2

6,7

6,8

Eigen begroting

2021 2022 2023 2024 2025

1 Apparaatskosten: indien u omzet voor derden maakt (bijvoorbeeld vanwege het leveren van diensten aan een shared service organisatie of andere gemeenten), brengt u deze in mindering op de apparaatskosten. 2 Externe inhuur: alle vormen van uitbesteding en outsourcing waarin sprake is van resultaatopdrachten of waarbij resultaatafspraken worden gemaakt, zonder dat er door de opdrachtgever op inzet van specifieke capaciteit wordt gestuurd. M.i.v. 2023 wordt de indicator externe inhuur uitgedrukt in een % van de loonkosten, terwijl in de jaren tot 2023 dit aandeel werd uitgedrukt per 1.000 inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8380/documents/52530