CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 01_03_B1_Toelichting_Ruimtelijke onderbouwing.pdf

beeldvormende raad 11 april 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Park Ruimzicht Haareweg19.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.5.13 Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020 Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017-2020' en de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' vastgesteld. De gemeente biedt voor haar eigen inwoners en bezoekers een aantrekkelijke binnenstad waarbij bereikbaarheid en parkeren belangrijke pijlers zijn. Het parkeren biedt in en rond de binnenstad van Doetinchem, in de kernen van Wehl en Gaanderen en in woongebieden en buitengebied ondersteuning aan de daar aanwezige functies (zoals: wonen, winkelen, werken en recreëren). De parkeervisie is opgedeeld in vier pijlers: 1. parkeerlocatie en kwaliteit: alle openbare parkeerplaatsen moeten sociaal veilig, beschikbaar, vindbaar en te financieren zijn; 2. doelgroep gericht: per locatie hebben specifieke parkeerdersgroepen prioriteit. a. binnenstad - personeel en publiek; b. woongebieden - bewoners en bezoek; c. bedrijfsterreinen - personeel; 3. flexibiliteit: de uitvoering van de werkzaamheden uit de parkeervisie moeten gefaseerd uitgevoerd kunnen worden; 4. exploiteerbaarheid: de parkeerexploitatie dient te voldoen aan de financiële taakstelling.

38

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. Dat aantal voorkomt dat door de aanleg van te weinig plaatsen er een tekort ontstaat. Ook voorkomt het toepassen van de normen dat er te veel plaatsen komen, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid nadelig worden beïnvloed. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, e.d. inzichtelijk maken. Onderzoek en conclusie In de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' staat per situatie de parkeernormen. Het parkeerbeleid is voor het plangebied nader uitgewerkt in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren. Daarin is aangetoond dat er een sluitende parkeerbalans is.

3.5.14 Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem vastgesteld. De Klimaatadaptatiestrategie beschrijft hoe de Gemeente Doetinchem in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust wil zijn. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Het is belangrijk dat we ons aanpassen aan deze veranderingen. Het klimaatadaptatiebeleid beschrijft twee stappen: 1) De verwachte klimaateffecten in onze gemeente; 2) De visie en ambities voor een klimaatbestendige inrichting (de Klimaatadaptatiestrategie).

De klimaatadaptatiestrategie beschrijft de ambities voor 2050 aan de hand van vijf pijlers: •

Stad en dorp gezond en groen;

•

Adaptief landelijk beleid;

•

Robuuste vitale infrastructuur;

•

Ontwikkelingen klimaatbestendig;

•

Betrokken en actieve mensen.

Om de ambities en doelen voor 2050 te bereiken heeft de gemeente een eerste uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026 vastgesteld. Hierin staan per pijler uitvoeringsacties om ons doel te bereiken. In 2026 volgt een nieuwe uitvoeringsagenda.

versie 12 mei 2023 (definitief)

39

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Het klimaat verandert en we moeten ons voorbereiden op extremer weer in 2050. Zo willen we bij de Gemeente Doetinchem buiten aan de slag: •

Neerslag vasthouden daar waar het valt;

•

De bodem inzetten als spons;

•

Meer schaduw door meer groen;

•

Minder verharding door meer groen;

•

Bebouwing en vitale infra en objecten hoog en droog.

De onderstaande opgaven hebben de hoogste prioriteit gekregen.

Onderzoek en conclusie In paragraaf 4.8 wordt ingegaan op de waterhuishouding. Daarin is uitgewerkt hoe de neerslag vastgehouden wordt in het plangebied. Aanvullend op de watertoets is gekeken naar andere gevolgen door klimaatveranderingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Klimaateffectatlas Doetinchem. Voor meer informatie hierover zie paragraaf 3.3.2.

40

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Hoofdstuk 4

Haalbaarheid

In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre dit initiatief haalbaar is in het kader van milieu- en omgevingsaspecten. Bij het opstellen van de diverse onderzoeken (zie de bijlagen) werd op enkele onderdelen nog uitgegaan van een andere terreininrichting. Dit inrichtingsplan is in de diverse onderzoeken opgenomen. Naar aanleiding van de onderzoeken is het inrichtingsplan op de volgende punten aangepast: -

De woning is 19 meter richting het westen opgeschoven zodat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.

-

De lodges zijn naar het oosten opgeschoven zodat ze buiten de beschermingszone rondom de lindelaan komen.

Bovenstaande aanpassingen zijn verwerkt in de plannen zoals zijn toegelicht in paragraaf 2.2. De aanpassing leidt niet tot andere conclusies ten aanzien van ontplofbare oorlogsresten, archeologie, bodem en ecologie omdat daarvoor het gehele plangebied is onderzocht. De beoordelingen t.a.v. luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, water en verkeer/parkeren zijn gebaseerd op de versie van de plannen zoals opgenomen in paragraaf 2.2.

4.1

Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. De activiteit(en) die het plan of besluit mogelijk maakt, komt niet voor in of kan niet worden beschouwd als een activiteit zoals opgenomen in kolom 1 van onderdeel C (Clijst) of D (D-lijst) van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.

versie 12 mei 2023 (definitief)

41

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

2. Een m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; a. M.e.r. is verplicht bij een plan als: i. het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is. ii. of als de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is. b. M.e.r. is verplicht bij een project: i. als de activiteit die mogelijk wordt gemaakt is opgenomen in kolom 1 van de C-lijst. ii. als de omvang van de activiteit de drempelwaarde van kolom 2 van de Clijst overschrijdt. iii. en er een besluit als genoemd in kolom 4 van de C-lijst nodig is. 3. Een formele m.e.r.-beoordelingsplicht: indien sprake is van een formele beoordelingsplicht, dan moet het bevoegd gezag (aan de hand van de criteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling) met een m.e.r.-beoordelingsbesluit beoordelen of de voorgenomen activiteit (door de initiatiefnemer bij bevoegd gezag gemeld in de vorm van een aanmeldnotitie) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben c.q. of belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.plicht.

Kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen wel worden uitgesloten, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Er is sprake van een formele m.e.r.-beoordelingsplicht als de voorgenomen activiteit: a. voorkomt/beschouwd kan worden als een activiteit in kolom 1 van de D-lijst, en b. groter is dan de drempelwaarde in kolom 2 van de D-lijst, en c. mogelijk gemaakt wordt door een besluit in kolom 4 van de D-lijst (indien de activiteit mogelijk wordt gemaakt door een plan in kolom 3, dan geldt een planm.e.r.-plicht). 4. Een 'vormvrije' m.e.r.-beoordelingsplicht: indien sprake is van een vormvrije m.e.r.beoordeling, dan moet het bevoegd gezag (aan de hand van de criteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling) met een m.e.r.-beoordelingsbesluit ook beoordelen of de voorgenomen activiteit (door de initiatiefnemer bij bevoegd gezag gemeld in de vorm van een aanmeldnotitie) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben c.q. of belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een m.e.r.42

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

beoordeling plaatsvinden of kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Als belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wel kunnen worden uitgesloten, dan volstaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling en is het een milieueffectrapportage niet nodig. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling als de voorgenomen activiteit: a. voorkomt/beschouwd kan worden als een activiteit in kolom 1 van de D-lijst, en b. kleiner is dan de drempelwaarde in kolom 2 van de D-lijst, en c. mogelijk gemaakt wordt door een besluit in kolom 4 van de D-lijst.

Onderzoek Voor de realisatie van stadslandbouw (moestuin, voedselbos, park, een verwarmde kas met gereedschapskamer), zes eco-lodges, een paviljoen en een woning ten behoeve van toezicht en beheer van de stadslandbouw, geldt geen rechtstreekse m.e.r.-beoordelingsplicht. Beoordeeld is of het realiseren van het project valt onder de reikwijdte van categorie D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject). Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is afhankelijk van het concrete geval en de aard en omvang van de ontwikkeling. Het project is qua impact op de omgeving beperkt vanwege de ruime opzet en de aard van de activiteiten. De toename van verkeer is beperkt ten opzichte van de bestaande verkeerssituatie in de omgeving. Wel neemt de bebouwing toe met meer dan 500 m2. Op basis hiervan is volledigheidshalve een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd om zeker te zijn dat belangrijke negatieve milieugevolgen zijn uit te sluiten. In paragraaf 1.2 van voorliggend document wordt ingegaan op de locatie van het gebied. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en de beoogde ontwikkeling. Hoofdstuk 4 bevat de uitleg over effecten van de ontwikkeling.

Conclusie Op grond van de inhoud van de genoemde onderdelen van voorliggend document is de conclusie dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk, het bevoegd gezag kan volstaan met een vormvrije-mer-beoordelingsbesluit. Daarbij kan voorliggende ruimtelijke onderbouwing als aanmeldnotitie beschouwd worden.

versie 12 mei 2023 (definitief)

43

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

4.2

Bodem

Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit en de noodzaak tot het uitvoeren van een bodemonderzoek staan vermeld in onder meer de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit, de Woningwet en het Bouwbesluit. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door bijvoorbeeld grondverzet (het zogenaamde stand still-beginsel).

Onderzoek Voor de voorgenomen ontwikkeling is door onderzoeksbureau Montferland Milieu een verkennend bodemonderzoek verricht (kenmerk MM22004, d.d. 15 maart 2022; zie bijlage 2). Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: -

Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In de boringen 01, 08, 11 en 13 is zwak baksteen waargenomen.

-

Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrond- en/ of streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijk) verontreinigingen.

-

De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik.

-

De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden.

-

Uit milieukundig oogpunt is er naar mening van het adviesbureau geen bezwaar tegen de voorgenomen herinrichting. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.

Conclusie Uit het bodemonderzoek komt naar voren dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

44

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

4.3

Akoestiek

4.3.1

Wegverkeerslawaai

Wegverkeer kan overlast bij woningen of geluidsgevoelige functies veroorzaken. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn daarom geluidsnormen opgenomen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Buiten de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrooks wegen die aan weerszijden van de weg gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 250 meter. Binnen de bebouwde kom bedraagt deze afstand 200 meter. Ingeval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone moet een akoestisch onderzoek plaatsvinden. Daar waar geen sprake is van een wettelijke onderzoekszone moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening het aspect akoestiek ook afgewogen worden.

Onderzoek Aangezien de voorliggende ontwikkeling een geluidsgevoelige functie mogelijk maakt in de vorm van een woning binnen de geluidzone van de Haareweg, Surinamestraat, de J.F. Kennedylaan en de Kruisbergseweg is door Munsterhuis Geluidsadvies BV akoestisch onderzoek uitgevoerd (kenmerk 22.023, d.d. 25-03-2022; zie bijlage 3). Uit de rekenresultaten van het onderhavig onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: -

Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Haareweg wordt overschreden ter plaatse van de noord- oost- en zuidgevel. De hoogste geluidbelasting bedraagt 51 dB, inclusief 5 dB aftrek op de oostgevel;

-

Er is sprake van een geluidluwe westgevel;

-

Om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde moet de woning circa 19 meter in westelijke richting worden verplaatst. Overige maatregelen om de geluidbelasting terug te dringen tot aan de voorkeursgrenswaarde stuiten naar verwachting op overwegende bezwaren van financiële en stedenbouwkundige aard;

-

Er kan een hogere waarde worden aangevraagd van 51 dB voor de geplande woning;

-

Het blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ten gevolge van wegverkeer ter plaatse van de zuid- en noordgevel hoger ligt dan 53 dB. Derhalve dient er voor deze gevels extra geluidwerende voorzieningen bepaald te worden om aan het maximale binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen. Dit zal in een gevelweringonderzoek moeten worden aangetoond.

versie 12 mei 2023 (definitief)

45

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Naar aanleiding van het akoestisch onderzoek is de inrichtingstekening aangepast, waarbij de woning 19 meter westwaarts is gesitueerd zodat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde.

Figuur 20 Definitief inrichtingsplan met in geel de ligging van de woning zoals beoordeeld in het akoestisch onderzoek

Niet uit te sluiten valt dat ondanks de verplaatsing de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ten gevolge van wegverkeer ter plaatse van de zuid- en noordgevel hoger ligt dan 53 dB. Derhalve dient er voor deze gevels extra geluidwerende voorzieningen bepaald te worden om aan het maximale binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen. Dit zal bij de uiteindelijke aanvraag omgevingsvergunning voor de woning in een gevelweringonderzoek moeten worden aangetoond.

4.3.2

Railverkeerslawaai

Voor railverkeerslawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Er is van rechtswege (Wgh) een zone gelegen langs iedere spoorlijn. De spoorlijn Arnhem - Doetinchem - Winterswijk heeft een zone van 100 meter. Onderzoek De locatie ligt niet binnen 100 meter van de spoorlijn. Er is daarom geen akoestisch onderzoek nodig in het kader van railverkeerslawaai. 4.3.3

46

Industrielawaai/bedrijfszonering

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

In de Wgh is bepaald dat rond industrieterreinen waarop bepaalde, krachtens Het Besluit omgevingsrecht (BOR) aangewezen, inrichtingen zijn gevestigd of zich mogen vestigen (grote lawaaimakers), een geluidzone moet zijn vastgesteld. Met deze zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel lawaaimakers als aan woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Lawaaimakers kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, te veel oprukken naar de lawaaimakers. Buiten deze geluidzone mag de geluidsbelasting door industrielawaai niet meer bedragen dan 50 dB(A) (de voorkeursgrenswaarde industrielawaai).

In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat het vastleggen, opheffen of wijzigen van een geluidzone moet plaatsvinden via het vaststellen van een bestemmingsplan. Niet is vastgelegd dat bestaande geluidzones opnieuw overgenomen moeten worden. Het opnemen van de geluidzone heeft dan ook vooral een signaleringsfunctie en is niet nodig vanuit het oogpunt van rechtszekerheid. Onderzoek Binnen de gemeente Doetinchem zijn de Bedrijventerreinen Hamburgerbroek, Verheulsweide, Langerak, De Huet-Keppelseweg en A18 Bedrijvenpark gezoneerd. Het plangebied ligt niet in de geluidzone van deze terreinen.

Conclusie geluidsaspecten Met het akoestisch onderzoek is onder de volgende voorwaarde aangetoond dat het geluidsaspect geen probleem oplevert voor de voorliggende ontwikkeling: -

Het blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ten gevolge van wegverkeer ter plaatse van de zuid- en noordgevel hoger ligt dan 53 dB. Derhalve dient er voor deze gevels extra geluidwerende voorzieningen bepaald te worden om aan het maximale binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen. Dit zal bij de uiteindelijke aanvraag omgevingsvergunning voor de woning in een gevelweringonderzoek moeten worden aangetoond.

versie 12 mei 2023 (definitief)

47

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

4.4

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Onderzoek Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit is de NIBM-tool ontwikkeld.

Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Hierbij zijn uitgangspunten gehanteerd uit de paragraaf over verkeer (zie 4.11). Voor een weekdaggemiddelde is uitgegaan van 52 verkeersbewegingen voor licht verkeer, 1 voor middelzwaar vrachtverkeer en 1 voor zwaar vrachtverkeer.

48

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Figuur 21 Uitkomstberekening met behulp van NIBM-tool (versie 3 april 2022)

Conclusie Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) niet overschrijdt. Het project wordt dan beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes (weg, water, rail en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Voor inrichtingen (bedrijven) is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen', de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden LPG-tankstations van belang. Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen', het besluit externe veiligheid transportroutes en de wet basisnet van belang. Daarnaast zijn er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is. Het beleid met betrekking tot buisleiding is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt een onderscheidt gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die versie 12 mei 2023 (definitief)

49

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

kans 10-5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden.

Groepsrisico Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloedsgebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden.

Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling bevat de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de beoordeling van externe veiligheid is de Risicokaart Nederland geraadpleegd. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede zichtbaar. Het geldende bestemmingsplan sluit de vestiging van nieuwe externe veiligheidsbronnen in de omgeving van het plangebied uit.

Figuur 22 Uitsnede Risicokaart Nederland (plangebied in blauw aangegeven)

50

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Er zijn geen stationaire of mobiele bronnen binnen een kilometer afstand van het plangebied aanwezig.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

versie 12 mei 2023 (definitief)

51

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: -

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

-

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging.

In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies.

52

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Onderzoek en conclusie De nieuwe woning en de eco-lodges zijn milieugevoelige functies. De stadslandbouw2 en het paviljoen zijn milieubelastende activiteiten (geen milieugevoelige functie). Onderzocht is of er milieubelastende activiteiten in de omgeving aanwezig zijn die belemmerend kunnen werken en of de nieuwe milieubelastende activiteiten effect kunnen hebben op omliggende gevoelige functies. Het plangebied ligt tussen een rustige woonwijk en een gemengd gebied in. Voor de nieuwe milieubelastende activiteiten t.o.v. de bestaande woningen is daarom een rustige woonwijk als uitgangspunt gehanteerd. De nieuwe woning en de eco-lodges maken onderdeel uit van de gemengde activiteiten, voor deze functies is daarom gemengd gebied gehanteerd.

Bestaande milieubelastende activiteiten versus nieuwe gevoelige functies Richtafstand VNG (gemengd)

Daadwerkelijke afstand tot dichtstbij gelegen nieuwe gevoelige functie

Ruimzichtlaan 150 (Villa Ruimzicht)

0 meter

> 40 meter

Kruisbergseweg 4 (Rietveld Lyceum) 10 meter Onderwijs

> 70 meter

Hotel/restaurant

Nieuwe milieubelastende activiteiten versus nieuwe gevoelige functies Richtafstand VNG (gemengd)

Daadwerkelijke afstand tot dichtstbij gelegen bestaande gevoelige functie

Stadslandbouw

0 meter

0 meter

Paviljoen (Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra)

10 meter

> 12 meter

2

Stadslandbouw komt niet voor op de lijst van de VNG-publicatie. De daarin genoemde vormen van akkerbouw zijn grootschalige activiteiten in het buitengebied. Qua biologische bedrijfsvoering (geen chemische bestrijdingsmiddelen e.d.) komt de activiteit nog het meeste overeen met een volkstuinencomplex, waarbij geen grote effecten optreden qua geluid, stof, geur of gevaar. Voor de stadslandbouw is daarom een toetsafstand aangehouden van 10 meter voor een rustige woonwijk. versie 12 mei 2023 (definitief)

53

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Nieuwe milieubelastende activiteiten versus bestaande gevoelige functies Richtafstand VNG (rustig)

Daadwerkelijke afstand tot dichtstbij gelegen bestaande gevoelige functie

Stadslandbouw

10 meter

> 35 meter

Paviljoen (Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra)

30 meter

> 90 meter

Op basis van bovenstaande blijkt dat voldaan wordt aan de richtafstanden die door de VNG zijn opgesteld. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de nieuwe activiteiten goed ingepast kunnen worden. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.7

Ecologie

4.7.1

Wet natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming is het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming. De wet is de vervanger van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt allereerst de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en plant- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. De Wet natuurbescherming neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Het toetsingskader van de nieuwe wet is, voor wat betreft soortbescherming, deels gelijk aan dat van de oude Floraen faunawet. Al is de lijst met beschermde soorten wel gewijzigd. In de nieuwe wet zijn 945 soorten actief beschermd. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden op formeel wetsniveau aanvullende, als zodanig kenbare 'nationale' beschermingsvoorschriften verankerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en planologische procedures zal getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming. De provincies zijn het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. In de Wet natuurbescherming is geregeld dat er voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en planten, inclusief de directe leefomgeving.

54

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Bij het verlenen van een vergunning op grond van het bestemmingsplan, moeten de verbodsbepalingen in acht worden genomen. Dat houdt in dat, voorafgaand aan de verlening van een vergunning, onderzoek moet worden uitgevoerd naar het voorkomen van dier- en plantsoorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Vooral binnen de stedelijke omgeving moet aandacht worden geschonken aan de aanwezigheid van en de invloed op vleermuizen, huismus, gierzwaluw en steenmarter. De nestlocaties en vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort(groep)en zijn jaarrond beschermd. Daarnaast zijn de bezette nesten van alle inheemse vogelsoorten beschermd en mogen niet opzettelijk verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. Ook moet worden onderzocht in hoeverre de verstoring, vernieling of verontrusting van de beschermde soorten plaatsvindt. Als inbreuk wordt gepleegd op de verbodsbepalingen die op grond van de bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn vastgesteld, kan een verzoek tot ontheffing worden aangevraagd. Uit een verleende ontheffing kunnen aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen voortkomen die van invloed zijn op de (her)inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project.

Onderzoek Door Eelerwoude is een ecologische quickscan uitgevoerd (kenmerk 202650, d.d. 16-02-2022; zie bijlage 4). Hieronder zijn de uitkomsten van dit onderzoek opgenomen.

Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstofgerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten: Gezien de geringe omvang van de geplande ontwikkeling en de zeer grote afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden (dichtstbij gelegen gebied Rijntakken ligt op meer dan 10 kilometer) wordt een significante stikstofdepositie niet verwacht.

Zekerheidshalve is aanvullend op de ecologische quickscan een Aerius-berekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase (zie bijlage 5).

versie 12 mei 2023 (definitief)

55

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Uitkomst van de berekening is dat er geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn. Een verdere toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Bescherming houtopstanden Er wordt één esdoorns gekapt langs de N316 ten behoeve van de ontsluiting. Daarnaast worden er drie solitaire lindes gekapt in verband met de bouw van de eco-lodges en het paviljoen. Omdat deze binnen de bebouwde kom boswet liggen is het indienen van een kapmelding, in het kader van de Wet natuurbescherming, niet aan de orde.

Wel moet voor de kap een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente Doetinchem, voor zover de bomen een stamomtrek hebben van meer dan 120 centimeter (gelijk aan een diameter van 38 cm) gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld.

Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het GNN of GO. In de provincie Gelderland is er geen sprake van een externe werking. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN. Een toetsing aan het GNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht

Soortenbescherming De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden.

Vleermuizen Door het ontbreken van potentieel geschikte verblijfplaatsen in gebouwen en de mogelijk te kappen bomen kunnen verblijfplaatsen worden uitgesloten binnen het plangebied. Mogelijk wordt 56

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

het plangebied gebruikt als onderdeel van het foerageergebied van diverse vleermuissoorten. Dit betreft geen essentieel foerageergebied gezien de ligging in een groene omgeving met voldoende alternatieven, zowel binnen als buiten de bebouwde kom van Doetinchem. Hiernaast blijven vrijwel alle bomen gehandhaafd en het plangebied is hierom in potentie geschikt voor vleermuizen. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is hierom ook niet aan de orde voor foerageergebied en vliegroutes. Geadviseerd wordt om vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken door geen uitstralende armaturen te gebruiken en hierbij de boomkronen niet te verlichten.

Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Nesten van algemene broedvogels zijn mogelijk in de randzone van het plangebied, specifiek de ondergroei onder de esdoorns aan de N316. Kap en snoei werkzaamheden zijn hierom alleen mogelijk buiten het broedseizoen tenzij door middel van een broedvogelcheck is aangetoond dat hierin geen nesten aanwezig zijn. Overige werkzaamheden kunnen wel plaatsvinden zolang de omliggende beplantingen gehandhaafd blijven.

Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan bij toepassing van de voorwaarden zoals benoemd in Hoofdstuk 5 Conclusies.

versie 12 mei 2023 (definitief)

57

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

4.7.2

Boom Effect Analyse (BEA)

Vanwege de ligging nabij de monumentale bomen in het arboretum is een Boom Effect Analyse uitgevoerd door Ande(r)s Boomtechnisch Advies (kenmerk ABT/2022/022-017, d.d. 21-03-2022; zie bijlage 6). Volledigheidshalve zijn hier ook de andere bomen in en aansluitend op het plangebied in meegenomen. De bomen zijn individueel geïnspecteerd, beoordeeld en gewaardeerd. Daarnaast is de ondergrondse situatie beoordeeld op een vijftal plaatsen.

Onderzoek Uit de opname en de analyse blijkt dat de situatie bij de boomgroepen als volgt veranderd (voor de nummering zie de afbeelding op de volgende pagina): -

Haareweg, esdoorns 1 t/m 17. De esdoorns staan in een (zeer) brede beplante plantstrook. De kronen hangen tot aan de projectzijde van het huidige voetpad. De projectgrens ligt tot aan het voetpad. behoeve van de nieuwe ontsluiting wordt esdoorn 10 gekapt. Alleen wanneer met landbouwmachines dichtbij of over het huidige voetpad gereden moet worden, is de doorrijhoogte van de esdoorns (te) laag. Het opkronen van de esdoorns is echter ongewenst omdat dan in het verhoute deel van de takken gesnoeid moet worden. Voor een normale bedrijfsvoering is de afstand van de kronen tot de percelen ruim genoeg.

-

Lindelaan langs Arboretum, lindes 1 t/m 35; aan de oostzijde van de lindelaan worden de 6 ecolodges en de bedrijfswoning gerealiseerd. Bedreiging: de erfgrenzen van de uit te geven percelen en de bouwwerkzaamheden dienen minimaal 9 meter uit de stam van de lindes te liggen. Omdat de bomen tot ruim buiten de kroon wortelen en de kronen tot aan het maaiveld groeien, moet deze strook beschermd worden voor het behoud van zicht, conditie en toekomstverwachting van de lindes.

-

Bomen in het gazon, 1 t/m 7; de bomen 1 t/m 3 (paars) staan mogelijkerwijs in de toekomstige aan-/en afvoerroute van het bouwverkeer. Indien dit het geval is, zijn de bomen 1 en 3 te verplanten. Boom 2 niet. De bomen 4 t/m 7 staan in of op de rand van bouwvlakken en kunnen niet gehandhaafd blijven zonder veel wortelschade. Dit is niet reëel voor een duurzame instandhouding van de bomen. Dit geeft drie opties:

58

o

Veranderen plan, verplaatsen bouwvlakken tot twee meter uit de stamvoet;

o

Rooien van de bomen;

o

Verplanten van de bomen 1,3, 4 en of 7. De bomen 2, 5 en 6 zijn niet reëel verplantbaar.

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Figuur 23 Gevolgen voor de bomen met betrekking tot aangeleverd ontwerp

Op basis van de uitkomst van de BEA is nader gekeken naar het inrichtingsplan. De bouwgrenzen van de eco-lodges en het paviljoen zijn op minimaal 10 meter uit de kern van de stam van de lindes 1 t/m 35 geplaatst (9 meter + 1 meter voor grondwerkzaamheden rondom de toekomstige bebouwing).

versie 12 mei 2023 (definitief)

59

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Figuur 24 Ligging gebruiks- en bouwvlakken lodges en paviljoen t.o.v. boomcirkels (rode cirkels)

Van de jonge bomen in het gazon blijven bomen 1/2/3/5 behouden. De nieuwbouw ligt op meer dan 2 meter uit de stamvoet en toekomstig bouwverkeer zal plaatsvinden via de ontsluiting op de Haareweg (noordoostzijde). Voor bomen 4, 6 en 7 is beoordeeld of de bebouwing dermate verschoven kan worden (buiten 2 meter van de stamvoet) dat ze behouden kunnen blijven. Vanuit de gewenste openheid van het middendeel van het terrein, de leeftijd van de bomen t.o.v. de omliggende linden, de benodigde afstand tot aan de lindelaan en de beoogde rustige situering van de eco-lodges (voldoende afstand tot elkaar, ook om het zicht op de lindelaan zo beperkt mogelijk te belemmeren) is ervoor gekozen om deze bomen niet te behouden op de huidige locatie. Boom 6 zal worden gerooid, deze is niet reëel verplaatsbaar. Voor bomen 4 en 7 is afgewogen of verplaatsing mogelijk is. De bomen zijn relatief jong, maar niet makkelijk verplaatsbaar. Er is daarom gekozen voor rooien in combinatie met aanplant van meer dan tien nieuwe bomen (zie bijlage 1). Daarmee neemt het aantal bomen in het gebied substantieel toe (in lijn met het groenstructuurplan van de gemeente, zie paragraaf 3.5.5).

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit de bescherming van de aanwezige bomen geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan bij toepassing van de volgende voorwaarden: -

Bebouwing binnen 10 meter van de stam van de lindes 1 t/m 35 is niet toegestaan.

-

Grondwerkzaamheden binnen 9 meter van de stam van de lindes 1 t/m 35 zijn niet toegestaan.

60

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

-

Grondwerkzaamheden of bebouwing binnen 2 meter uit de stamvoet van bomen 1/2/3/5 zijn niet toegestaan.

-

Bouwverkeer dient afgewikkeld te worden via de toekomstige ontsluiting op de Haareweg (noordoostzijde).

-

Ter compensatie van het rooien van de bomen 4/6/7 dienen er minimaal 10 nieuwe bomen aangeplant en in stand gehouden te worden.

4.8

Water

4.8.1

Gemeentelijk Rioleringsplan

In paragraaf 3.5.4 Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 is het rioleringsplan van de gemeente Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord komt terug in deze waterparagraaf.

4.8.2

Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit.

versie 12 mei 2023 (definitief)

61

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Onderzoek Voor het plangebied staan in het waterbeheerplan geen specifieke doelstellingen beschreven. De watertoets is in de navolgende tabel opgenomen. Daarnaast is de Digitale Watertoets ingevuld, uitkomst is dat er waterschapsbelangen geraakt worden (toename verharding van meer dan 1.500 m2 en bedrijfsmatige activiteiten) en dat de reguliere procedure van toepassing is (zie bijlage 7 voor de uitgevoerde watertoets).

Thema

Toetsvraag

Relevant

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

1. Nee

Hoofdthema's Veiligheid

2. Nee Riolering en afvalwaterketen

1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?

1. Ja 2. Nee 3. Nee

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

1. Ja 2. Nee 3. Nee

Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?

1. Nee 2. Nee 3. Nee 4. Nee

Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?

1. Nee 2. Nee 3. Nee

Grondwaterkwaliteit

Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1. Nee 2. Nee

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

1. Nee 2. Nee

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

1. Nee 2. Nee

Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

Aandachtsthema's

62

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Toename van afvalwater De nieuwbouw wordt voor het afvalwater aangesloten op de riolering. Ten gevolge van de ontwikkeling is er sprake van een toename van het afvalwater. Uitgaande van een gemiddelde bezetting van 3 personen per woning/lodge en een vuilwaterproductie van 120 liter per persoon per etmaal verdeeld over 10 uur wordt een toename aan vuilwater verwacht van (7 x 3 x 12 l/uur) = 0,3 m³/uur. Voor de lozing van afvalwater vanuit het paviljoen en de kas is het Activiteitenbesluit van toepassing. Vanuit de verkeersparagraaf (zie 4.11) volgt een parkeerbehoefte van afgerond 31 voor de stadslandbouw en het paviljoen. Uitgaande van een ochtend- en middagronde qua bezoekers, gemiddeld 2 personen per auto en 50% van de bezoekers per auto komt het totaal maximum aantal bezoekers per dag uit op circa 250. Bij het hanteren van dezelfde vuilwaterproductie als bij een woning/lodge (de daadwerkelijke vuilwaterproductie zal lager liggen omdat de verblijfsduur lager ligt dan bij een woning) is de toename per etmaal 250 x 120 = 3,3 m³/uur. Aannemelijk is dat het bestaande gemeentelijk stelsel de totale (relatief kleine) toename van circa 3,6 m³/uur goed kan verwerken.

Toename van verharding / berging hemelwater Vanuit het verleden is geen wateroverlast op het terrein bekend. Gezien de biologische/duurzame insteek van de activiteiten is het niet aannemelijk dat hemelwater dat van verhard oppervlak direct afstroomt naar het oppervlaktewater verontreinigd kan raken. De toename van verharding is meer dan 1.500 m2. Voor de bestaande situatie geldt dat er circa 820 m2 verharding wordt verwijderd (betonplaat t.b.v. sporten). In de nieuwe situatie komt er circa 1.200 m2 bebouwing, circa 2.300 m2 verharding (met name ontsluiting/parkeren) en circa 2.700 m2 halfverharding (paden stadslandbouw en wandelpaden). Bij de berekening voor de benodigde hemelwaterberging (zei tabel volgende pagina) op eigen terrein zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

de halfverharding is voor 50% meegeteld bij het totale verhardingsoppervlak, waardoor het totaal verhard oppervlak uitkomt op circa 4.850 m2.

-

Het totale plangebied is 14.938 m2, aangenomen is dat het infiltratieoppervlak het verschil tussen het totaal en het verharde gedeelte is.

-

Uit het bodemonderzoek volgt dat de voornaamste grondsoort fijn zand is wat een infiltratiecapaciteit heeft van 20 mm per uur.

-

Hemelwater wordt waar mogelijk vastgehouden op eigen terrein, zodat het ingezet kan worden voor de stadslandbouw. Zekerheidshalve is dit buiten beschouwing gelaten bij de berekening.

-

Uitgangspunt is dat T=100+10% (80 mm) geen wateroverlast op mag leveren.

versie 12 mei 2023 (definitief)

63

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Bij de inrichting van het terrein zijn de volgende onderdelen meegenomen voor de berging van hemelwater: -

Drie ondergrondse opslagtanks (elk 50 m3) voor hergebruik t.b.v. de stadslandbouw

-

Vier wadi's: 15 (rotonde), 75 (greppel noordzijde parkeerstrook), 70 en 80 (op het terrein) m2

In totaal is er hierdoor ruimte voor berging van de 390 m3 die uit de rekensheet volgt, naast de infiltratiemogelijkheden van de onverharde delen.

Het waterschap Rijn en IJssel heeft aangegeven dat met de genoemde voorzieningen een mooie

64

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

invulling is gevonden voor de wateropgave: “De wadi’s en watertanks kunnen water leveren en zorgen voor aanvulling van het grondwater (werken dus tegen verdroging). De locaties zijn zo gekozen dat het ook mogelijk is het hemelwater van de gebouwen op deze locaties te krijgen. Die uitwerking is nu niet zichtbaar, dus is vooral een aandachtspunt bij de verdere uitwerking. Dat is voor nu niet nodig. Deze kaart geeft voldoende inzicht en maakt het aannemelijk. Gezien de groene inrichting en het grote onverharde gebied is het ook zeker mogelijk om de wadi’s als laagtes in het gebied te beschouwen maar hier wel een mooie groene invulling aan te geven zodat het past binnen de landschappelijke context van het gebied. De wadi’s staan nu als water (blauw) op de kaart maar zullen een groot deel van de tijd ook droog staan. Daarom is de landschappelijke inpassing mooi om te zien”. Ten behoeve van de stadslandbouw wordt er grondwater onttrokken voor het sproeien. Omdat de locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied ligt worden hier geen problemen voorzien. Conclusie is dat met de beoogde inrichting het wateraspect voldoende geborgd is en het aannemelijk is dat de aan te vragen watervergunning verleend wordt.

Aanvullend op de digitale watertoets is er naar aanleiding van artikel 2.65b van de provinciale verordening (zie paragraaf 3.3.2) gekeken naar de gevolgen door klimaatveranderingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Klimaatatlas Doetinchem. Op onderstaande afbeelding is het projectgebied en de beoogde bebouwing over de kaart gelegd waarop zichtbaar is waar bij een bui van 160 mm in 2 uur tijd plassen water ontstaan (kans hierop is 1x per 1.000 jaar). De donkerblauwe vlek is de locatie waar eerder bebouwing heeft gestaan. Hierdoor ligt dit momenteel nog lager ten opzichte van de omliggende grond. Bij de inrichting van de nieuwe situatie wordt het maaiveld aangepast en komen er wadi’s, waardoor er op de donkerblauwe locatie geen wateroverlast meer op kan treden. Hetzelfde geldt voor de noordoostzijde waar de ontsluiting voorzien is. Door ophoging wordt voorkomen dat de ontsluiting onder water komt te staan.

versie 12 mei 2023 (definitief)

65

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Figuur 25 Uitsnede Klimaatatlas Doetinchem (bui 160 mm / 2 uur)

Binnen het projectgebied is volgens de klimaatatlas geen risico op waterschade en de Haareweg blijft begaanbaar. Daarnaast is er geen risico op plasvorming na een lange bui (160 mm / 48 uur).

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

66

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

4.9

Ontplofbare oorlogsresten

Er kunnen ontplofbare oorlogsresten in een gebied zijn achtergebleven door gevechtshandelingen of dumpingen. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog daardoor mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico.

Onderzoek Door AVG Explosieven Opsporing NL is een vooronderzoek uitgevoerd om een beeld te krijgen van eventuele risico’s op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten Advies (kenmerk 2162238, d.d. 10-03-2022; zie bijlage 8). Op basis van de beoordeelde feiten is geconcludeerd dat er geen indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Derhalve is het onderzoeksgebied niet verdacht op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

Conclusie De kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten is net zo groot als de gemiddelde kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten op als ‘onverdacht’ aangemerkte locaties in de rest van Nederland. Grondroerende werkzaamheden kunnen in het onderzoeksgebied op reguliere wijze worden uitgevoerd en een vooronderzoek na-conflictperiode (hoofdstuk 3.4 van het CS-VROO d.d. februari 2021) is daarom niet van toepassing.

4.10 Archeologie en cultuurhistorie Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 4.10.1 Archeologisch erfgoed Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen.

Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de versie 12 mei 2023 (definitief)

67

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.

Onderzoek De volgende archeologische gebieden komen in het plangebied voor:

Figuur 26 Archeologische verwachtingsgebied 2 (rood gearceerd)

Dubbelbestemming

uitgangspunten archeologiebeleid

Waarde - Archeologische verwachting 2 (rood gearceerde deel)

bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter - maaiveld en bij plangebieden groter dan 100 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek

Waarde - Archeologische verwachting 3 (overig terrein)

bij bodemingrepen dieper dan 40 centimeter - maaiveld en bij plangebieden groter dan 250 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek

68

versie 12 mei 2023 (definitief)

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Het verstoringsoppervlak binnen het gebied met verwachtingswaarde 2 is kleiner dan 100 m2 (circa 32 m2 van de meest noordelijke lodge).

Figuur 27 Overlapping bouwvlak lodge met zone verwachtingswaarde 2

Omdat de verstoringsdiepten en -oppervlakten voor het gebied met verwachtingswaarde 3 worden overschreden is er door Vestigia BV een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (kenmerk V2244, d.d. 29-03-2022; zie bijlage 9). Hieronder zijn de uitkomsten van dit onderzoek opgenomen. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek had het plangebied een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Er werd binnen het plangebied een esdek verwacht, met een dikte tot mogelijk 125 cm. Eventuele archeologische resten zullen hieronder goed zijn geconserveerd. Op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische bebouwing binnen het plangebied, met uitzondering van enkele gebouwen die in de jaren 70 van de vorige eeuw in de zuidwestzijde van het plangebied zijn gebouwd, en die aan het eind van de 20e en begin van de 21e eeuw zijn gesloopt. Op basis van het specifiek voor het plangebied uitgevoerde explosievenonderzoek (zie paragraaf 4.9) worden binnen het plangebied geen archeologische resten meer verwacht uit de Tweede Wereldoorlog, zoals de resten van een loopgraaf waar bij aanvang van het onderzoek rekening mee werd gehouden.

Om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen is op 21 maart 2022 een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uitgevoerd. Binnen het plangebied zijn fluvioperiglaciale afzettingen afgezet in de laatste ijstijd. In de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd heeft zich hierop een esdek ontwikkeld. In de recente tijd hebben grootschalige verstoringen plaatsgevonden, maar de aanwezigheid van een esdek heeft ervoor gezorgd dat niet alle archeologische niveaus verstoord zijn geraakt, zoals blijkt uit het feit dat de inspoelingshorizont/B-horizont nog in 6 boringen is aangetroffen. versie 12 mei 2023 (definitief)

69

Ruimtelijke onderbouwing Buitenplaats Park Ruimzicht Doetinchem

Op basis van de aangetroffen bodemopbouw wordt gesteld dat er mogelijk nog archeologische waarden in de ondergrond aanwezig kunnen zijn. In 6 van de 17 boringen is sprake van een (deels) intact bodemprofiel. Dit (deels) intacte bodemprofiel bevindt zich plaatselijk onder een verstoord profiel tot in de C-horizont, en plaatselijk is de onderzijde van het esdek met de overgang naar de natuurlijke ondergrond nog steeds intact. Het adviesbureau heeft een kaart gemaakt waarop per boorpunt staat weergegeven vanaf welke diepte de onverstoorde B- of de C-horizont kan worden aangetroffen. Deze informatie kan worden gebruikt bij het formuleren van het definitief ontwerp; bijvoorbeeld door de diepte van de verstoringen aan te passen en/of plaatselijk de bodem op te hogen zodat er een buffer blijft van 25 cm boven de natuurlijke ondergrond. Indien het niet mogelijk is om eventuele archeologische waarden onverstoord in de bodem te laten (met inachtneming van een veiligheidsbuffer van 25 centimeter boven de natuurlijke ondergrond) dan is het advies om vervolgonderzoek uit te voeren. Indien vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht, is een (aanvullend) karterend en waarderend onderzoek door middel van proefsleuven de meest geschikte opsporingsmethode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7965/documents/46372