CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijdrage van inspreker D. Scheeringa, Bijlage Handreiking Urgenda, 12-05-21.pdf

beeldvormende raad 12 mei 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Uitvoeringsagenda Doetinchem Natuurlijk Duurzaam 2021-2022 (raadsmededeling 2021-39)45.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Innovatie: papierproces zonder water Papierproducent Huhtamaki heeft een innovatief productieprocédé zonder water ontwikkeld, waarmee zij een papierproductielijn voor 10.000 ton vormkarton (3D bakjes) waterloos kunnen maken. Dit bespaart 70% energie en reduceert 3.500 ton CO2 uitstoot. Deze waterloze productie zou benut kunnen worden in de hele papierindustrie. Bij verdere ontwikkeling en opschaling naar zogenoemde ‘vlakke’ papiersoorten vormt dit concept dé basis voor significante CO2-reductie. De totale papierindustrie in Nederland stoot jaarlijks 1 miljoen ton CO2 uit, die op termijn voorkomen kan worden. Ook is een besparing van 3.300.000 m3 water mogelijk. Op dit moment loont het niet om het nieuwe productieproces in plaats van het oude neer te zetten, omdat de terugverdienkosten op basis van lagere energiekosten meer dan 30 jaar zijn. De nieuwe productielijn zal in de plaats van de huidige, nog competitief draaiende productielijn moeten komen (het marktvolume wordt niet vergroot), waarvan geen enkel onderdeel hergebruikt kan worden. De huidige machines zijn nog niet afgeschreven, dus voortijdig het productieproces wijzigen betekent vervroegd afschrijven, oftewel stranded assets. Om deze producent te helpen toch voortijdig het productieproces te veranderen, is een bijdrage nodig in de kosten voor deze installatie (de capex-kosten van de installatie zijn € 7 miljoen).

Een SDE voor duurzamere productiemethoden zou enorm helpen.

116

040

#Hetkanalsjehetwilt

In 2030 zal deze sector er heel anders uitzien, maar om daar versneld te komen is het nodig om nu snel te starten 117

040 - innovaties met potentie - besparing: 0,1 mton

maatregel 040 - besparing: 0,1 mton

Verschillende papierfabrieken zoeken naar oplossingen om minder energie te gebruiken totdat bijvoorbeeld waterloos papier een optie is. Er komen fabrieken die draaien op diepe geothermie en er wordt gekeken naar opties om biogas te gebruiken in plaats van aardgas, zoals: a. Biogas uit eigen afvalwater en biomassavergisting Papierfabriek Doetinchem wil via aparte leidingen geconcentreerd afvalwater naar het waterschap leiden en na omzettingen via een aparte pijpleiding weer biogas terug ontvangen. Het gas kan efficiënter ingezet worden in de papierfabriek als gas, dan dat het elders gebruikt wordt om elektriciteit van te maken, zoals nu. Het rendement is dan twee keer hoger. Er wordt stroom bespaard en uit het afvalwater kan 1,8 miljoen m3 biogas gehaald worden. In totaal wordt 2.400 ton CO2 bespaard. Nodig: de SDE-subsidie mag ook ingezet worden voor biogas uit afvalwater en dat de kosten voor het leggen van pijpleidingen (in dit geval 2 x 5 km) worden meegenomen in de bepaling van de SDE.

b. Biogas uit vergister Nu er nog een mestoverschot is, zou dat benut kunnen worden voor grootschalige opwek van biogas, zoals uit mestvergisting op het Zevenellenterrein, hemelsbreed 2 km van Smurfit Kappa Roermond Papier, waar men het biogas kan inzetten in plaats van aardgas. Er kan dan 25 miljoen m3 biogas geproduceerd worden dat aardgas vervangt en zo zorgt voor 32.500 ton CO2-emissiereductie uit fossiele bronnen. Door het biogas te gebruiken en dat niet eerst om te zetten naar groen gas, wordt 10% energieverlies vermeden. Ook hier geldt dat er een 2x hoger rendement is bij inzet in een papierfabriek dan wanneer biogas in elektriciteit wordt omgezet. Nodig: De huidige SDE-subsidie is gunstiger voor groen gas dan voor (ontzwaveld) biogas. Als dat verandert, gaan er meer duurzame projecten door. Daarnaast is financiering nodig van de leiding tussen de mestvergister en Roermond Papier (onder de Maas of langs de spoorbrug over de Maas). Wellicht kan Invest-NL daar een rol bij spelen.

Q-ROOF legt de zonnecollectoren aan onder de dakpannen en neemt op zonnige dagen de warmte van de pannen over 2. Q-ROOF op monumentale panden Zonnepanelen of zonnecollectoren verpesten het aanzicht van monumentale panden. Toch zijn het stadhuis van Utrecht, hoeve Nieuw Erenstein in Kerkrade en meerdere andere monumentale panden voorzien van zonnecollectoren. Q-ROOF legt de zonnecollectoren aan onder de dakpannen en neemt op zonnige dagen de warmte van de pannen over. Nederland telt 61.875 Rijksmonumenten en 473 beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde wijken/straten. Uitgaande van gemiddeld 50 panden per beschermd gebied komt dit neer op zo’n 84.000 beschermde panden. In de komende 10 jaar kunnen deze zonder iets af te doen aan het uiterlijk worden voorzien van duurzame warmte. Uitgaande van 18 m2 Q-ROOF per pand en 14,7 GJ opwek per pand is het besparingspotentieel 0,04 Mton. Het kabinet kan in 2020 een flinke slag maken met alle monumentale panden in eigen beheer. Daarnaast zou het goed zijn als Q-ROOF zo snel mogelijk wordt toegevoegd aan de lijst Erkende Maatregelen voor energiebesparing. Q-ROOF is ook een mooie oplossing voor bijvoorbeeld huizen uit de jaren 30 met dakpannen waarvan de eigenaren geen zonnepanelen willen vanwege het aanzicht. Een voorlichtingscampagne kan al die burgers die zonnepanelen niet mooi vinden meenemen in de energietransitie.

118

119

040 - innovaties met potentie - besparing: 0,1 mton

1.2 Extra energiebesparing in de overgangsfase

Spoorwegwissels worden ’s winters verwarmd om ze te ontdoen van sneeuw. Dat kost veel gas en gaat gepaard met veel CO2-uitstoot. ProRail kijkt daarom naar het verminderen van het aantal wissels en naar elektrisch verwarmde wissels. Maar het kan ook anders: de WIRAS Winterproof Spoorweg Wissel heeft geen verwarming nodig in de winter. Deze wissel heeft ook geen last van bladeren die ertussen terecht komen. Met deze wissel valt per jaar 10 ton CO2 en een onbekend aantal vertragingen te besparen. Een winterproof wissel kost niet meer dan een gewone wissel, maar bespaart op jaarbasis zo’n € 2.000. En als alle ruim 5.000 wissels worden vervangen, scheelt dat jaarlijks 0,05 Mton aan CO2. Deze innovatie heeft wereldwijd een gigantisch potentieel, want in landen als Canada en Noorwegen valt veel meer sneeuw en is de besparing nog veel groter. Hier ligt een kans voor Nederland om internationaal koploper te worden.

De overheid kan Dun Agro ondersteunen door het gebruik van duurzame materialen te ondersteunen. Bijvoorbeeld met een CO2-toeslag of door bij eigen aanbestedingen voorrang te geven aan het bouwen met hennep. Dat hoeven niet alleen huizen te zijn, ook betonblokken of isolatie met hennep is goed mogelijk.

5. Stimuleren geothermie Aardwarmte in de vorm van diepe geothermie of ultradiepe geothermie (5 tot 7 km diep) is een belangrijke energiebron voor kassen, papierfabrieken en toekomstige warmtenetten. In 2017 bespaarden de huidige 23 geothermieprojecten 0,17 Mton CO2 (bron: CBS). Er is meer mogelijk, vooral als nieuwe technieken meer kans krijgen en een SDE-subsidie ook voor diepe geothermie voldoende ter beschikking komt. De NVDE berekende in januari 2019 dat SDE voor geothermie voor stadsverwarming en versnellen van de vergunningsprocedures in 2020 tot 0,04 Mton reductie zouden leiden.

4. Bouwen met hennep Het gebruik van beton in de Nederlandse bouw leidt tot ruim 2 Mton aan CO2uitstoot. Dat kan anders, want sinds kort kan beton in grootschalige woningbouwprojecten beton worden vervangen door hennepbeton. Dat laat de Groningse pionier Dun Agro zien. Dun Agro kan met de huidige fabriek en 1.100 hectare landbouwgrond 500 prefab hennepwoningen per jaar realiseren, en opschalen is mogelijk. Het klimaat is zeer gebaat bij bouwen met hennep. Deze plant neemt tijdens het groeien per hectare 13.500 kilo CO2 op en blijft dat doen in de hele levensduur van het huis. Een hennephuis heeft daardoor een negatieve CO2-footprint. 1000 hectare hennep verwerkt in de bouw betekent 0,01 Mton vastgelegde CO2 plus de besparing van niet-gebruikt beton. Hennep heeft nog meer voordelen: het kan verbouwd worden door lokale boeren, het is een bodemverbeteraar, het is geschikt als tussengewas en het stimuleert de circulaire economie. 120

121

040 - innovaties met potentie - besparing: 0,1 mton

3. WIRAS, de efficiëntere wissel

Extra led in huishoudens Uit onderzoek van Milieu Centraal blijkt dat er nog steeds 165 miljoen gloeien halogeenlampen in gebruik zijn in Nederland. Dat zijn zo’n 24 lampen per huishouden. Het besparingspotentieel is daarmee 0,9 Mton CO2. Als je die 24 ledlampen samen voor zo’n € 120 aanschaft, bespaar je 15 jaar lang jaarlijks € 50 op je energierekening. Een terugverdientijd van 2 jaar dus, 3 keer zo kort als die van zonnepanelen. Nu direct te implementeren! Handig daarbij zijn websites waarmee je zonder kennis van verlichting binnen een minuut klaar bent met het vinden van de juiste ledlamp met warm wit licht. Zie bijvoorbeeld www.ledadvisor.eu. Gratis led voor minima Eén op de 5 gezinnen heeft geldzorgen. Voor hen is het aanschaffen van ledlampen een drempel die weggenomen kan worden. Met deze maatregel stellen we voor om gezinnen met lagere inkomens ledlampen cadeau te geven ter waarde van € 50. Zo valt 0,2 Mton CO2 reductie te behalen in 2020. Dit helpt ook om de woonlasten te verlagen. Dubbel voordeel dus. Wij stellen voor om dit via de gemeenten te regelen door de inmiddels gesloten Regeling reductie energiegebruik (RRE) opnieuw te openen en voor gemeenten uit te breiden.

Stappenplan -

Tot 14 november 2019 konden gemeenten een aanvraag doen via de RRE om huiseigenaren te helpen verduurzamen met € 90 per huishouden. We stellen voor om deze regeling te verlengen en de subsidiepot uit te breiden naar huurders. - De uitbreiding zou € 27,5 miljoen moeten betreffen om alle gezinnen met ernstige betalingsproblemen (dit waren 550.000 gezinnen in 2018) een voucher van € 50 (= € 27,5 miljoen) te kunnen geven voor ledlampen. Om te voorkomen dat de voucher in de kast blijft liggen, stellen wij voor om de zeer gebruiksvriendelijke tool www.ledadvisor.eu te gebruiken. Deze tool (of een vergelijkbare) helpt de burger om in een uurtje tijd alle lampen te vervangen door de juiste ledlamp. - Informeer wethouders met energietransitie en/of schuldsanering in hun portefeuille over de uitbreiding van de RRE. Enkele gemeenten hebben al ledlampen via LedAdvisor uitgedeeld aan klanten van de Voedselbank of aan mensen met een bijstandsuitkering. Andere gemeenten maakten gebruik van energiecoaches of bestaande schuldhulporganisaties. - Help ook andere burgers. Verbeter de informatie op de website Iedereendoetwat.nl: • Tip de website www.ledadvisor.eu waarmee makkelijk alle gloei- en halogeen lampen door ledlampen kunnen worden vervangen. • Informeer burgers over de mogelijke besparing door ledlampen.

Een ledlamp kost tegenwoordig slechts € 3 tot € 5 (bij bouwmarkten; bij bijvoorbeeld IKEA zijn ze nog goedkoper) en is zo terugverdiend. Wie 20 ledlampen (gemiddeld per huishouden) voor zo’n € 100 aanschaft, bespaart 15 jaar lang jaarlijks € 50 op de energierekening. Gemeenten die deze maatregel ondersteunen:

Wie voor zo’n € 100 in totaal 20 ledlampen aanschaft, bespaart 15 jaar lang jaarlijks € 50 op de energierekening 122

123

041 - extra led in huishoudens - besparing: 0,2 mton

maatregel 041 - besparing: 0,2 mton

Gratis doorvoerstekker tegen sluipverbruik Het sluipverbruik van energie in huishoudens is zo’n 450 kWh per jaar, aldus Milieu Centraal. Dat komt neer op zo’n € 100 en 1,5 Mton aan CO2-uitstoot. Driekwart hiervan is makkelijk te voorkomen met goede voorlichting en simpele doorvoerstekkers: een stekker met een aan-uitschakelaar. Als het kabinet elk huishouden 2 doorvoerstekkers cadeau geeft, kost ze dat € 3 per huishouden en geven ze tientallen euro’s besparing op de energierekening. Dat creëert draagvlak én bespaart potentieel 1,0 Mton CO2. In 2020 kan zeker 0,2 Mton bespaard worden als de overheid stekkers inclusief een heldere brochure gratis uitdeelt, bijvoorbeeld bij de supermarkt. Sommige apparaten gebruiken energie terwijl ze op stand-by of ‘uit’ staan, maar de stekker nog in het stopcontact zit. Dit heet sluipverbruik. Sommige apparaten doen het niet zonder stand-by stand (de cv-ketel en de elektronische deurbel), maar veel sluipverbruik is makkelijk te voorkomen. Gemiddeld 450 kWh aan sluipverbruik per huishouden kost € 100 per jaar (prijspeil 2019, € 0,22 per kWh). Driekwart is te vermijden door de apparaten echt uit te zetten. Als alle computers, tv’s en recorders uit gaan in plaats van op stand-by, kan ieder huishouden 225 kWh aan energie besparen. De overheid wil dat mensen energiezuiniger gaan leven, zie de campagne ‘Iedereen doet wat’.

Maar mensen zijn beter aan te sporen door ze te ontzorgen en te wijzen op de financiële voordelen. Als je simpele doorvoerstekkers gratis uitdeelt op plekken die consumenten toch bijna dagelijks bezoeken, maak je het ze heel makkelijk. Met heldere voorlichting en het wijzen op de voordelen (€ 50 besparen) help je ze om de stekkers daadwerkelijk te gebruiken.

Goedkope maatregel Een doorvoerstekker is al voor € 1,57 te koop. In bulk zullen de kosten lager liggen. Uitgaande van €1,57 kost het uitdelen van 2 stekkers aan 7,8 miljoen huishoudens € 25 miljoen. Omdat vast niet alle stekkers even zorgvuldig worden gebruikt, rekenen we voorzichtig op 0,2 Mton bespaarde CO2. Dat komt neer op € 83 per ton vermeden CO2, mogelijk veel minder. Aan de andere kant is het potentieel groter en gaan consumenten dankzij de goede voorlichting mogelijk alle sluipverbruik aanpakken. Het kabinet kan ook slechts één stekker gratis weggeven en het mogelijk maken dat mensen nummer 2 en 3 124

met korting kopen, of hopen dat de informatie ertoe aanzet om sluipverbruik tegen te gaan. Dat is goedkoper, maar het effect is waarschijnlijk lager. De duurzaamste distributiewijze is via plekken waar consumenten vaak komen: 1.000 filialen van Spa, Hoogvliet, Coop en de leden van Stichting SSK staan klaar om de stekkers uit te delen. Ze zijn goed verspreid over het land en bereiken samen zo’n 750.000 huishoudens per dag en kunnen 0,2 Mton helpen besparen in 2020. De supermarkten zetten ook hun kanalen in om de klant voor te lichten over sluipverbruik.

Sluipverbruikers en mogelijke besparing Gemiddeld sluipverbruik (kWh per jaar) 150a

Besparing mogelijk op basis van 0,22/kWh/jaar € 33,00

PC

150

€ 33,00

TV-decoder met harde schijf Internetmodem

130

€ 28,60

80

€ 17,60

Kokendwaterkraan

80

€ 17,60

Satellietontvanger

59

€ 12,98

Koffiemachine

42

€ 9,24

Weekendje weg of vakantie Bij geen gebruik voor langer dan een uur. Bij geen gebruik voor langer dan een uur. Let op: als je telefoon hierop is aangesloten ben je niet bereikbaar als deze uitstaat. Weekendje weg of vakantie Weekendje weg of vakantie, ‘s nachts Bij geen gebruik

Audioset

40

€ 8,80

Bij geen gebruik

Printer/scanner

28

€ 6,16

Bij geen gebruik

PC-luidsprekers

14

€ 3,08

Bij geen gebruik

Spelcomputer

12

€ 2,64

Bij geen gebruik

DVD/blueray-speler

10

€ 2,20

Bij geen gebruik

Laptop

9

€ 1,98

LCD-tv of monitor

7

€ 1,54

Bij geen gebruik langer dan een uur Bij geen gebruik

Acculader

4

€ 0,88

Bij geen gebruik

Telefoonlader

1

€ 0,22

Bij geen gebruik

Apparaat Kleine elektrische boiler

Bron: Energievergelijk.nl op basis van prijspeil 2019: €0,22/kWh/jaar.

125

Wanneer uitzetten met doorvoerstekker?

maatregel 042 - gratis doorvoerstekker tegen sluipverbruik - besparing:0,2 mton

maatregel 042 - Besparing: 0,2 Mton

Actieplan inwisselen koelkasten

Koel- en vrieskasten die ouder zijn dan 10 jaar, zijn erg vervuilend en kunnen beter vervangen worden. Daarom is er een inzamelstructuur opgezet om ze te recyclen. Toch belanden er honderdduizenden niet in het recyclekanaal, terwijl er nog veel zijn die de gevaarlijke en inmiddels verboden broeikasgassen CFK of HFC bevatten. Met een éénmalige actie kunnen mensen hun oude koelkasten en vriezers inwisselen voor een energiezuiniger model en tegelijk wennen aan een statiegeldsysteem voor koelkasten. De besparing in 2020 kan oplopen tot 0,4 Mton CO2-eq en met deze regeling behoudt Nederland zijn positie als Europese koploper voor recycling. Nederland telt minimaal 10 miljoen koelkasten en vriezers – in huishoudens, bedrijfskantines en horeca – waarvan zeker 3 miljoen ouder dan 10 jaar. 36% van de koel- en vrieskasten wordt niet goed gerecycled, blijkt uit cijfers van het Nationaal (W)EEE Register. Dat is vooral een groot probleem met jaarlijks zo’n 120.000 stuks die nog CFK of HFC bevatten. Deze gassen zijn sinds 2001 verboden in koelkasten vanwege aantasting van de ozonlaag en het broeikaseffect dat ruim 5.000 keer sterker is dan dat van CO2. Als deze apparaten via ijzerhandelaren in de metaalshredder belanden, komen de stoffen vrij. Ook als nieuwere koelkasten niet juist worden gerecycled, komen schadelijke stoffen vrij en gaan grondstoffen verloren.

Start retourpremiesysteem voor koelkasten Willen we naar een circulaire economie, dan moet het inzamelpercentage van apparaten naar de 90-100%. De koelkast is uitermate geschikt om met een nieuw systeem te beginnen, want het aantal aanbieders is beperkt en het belang van recyclen groot. Met ons voorstel betaalt de consument een recyclingbijdrage, naar voorbeeld van de afgeschafte verwijderingsbijdrage. De recyclingbijdrage is hoger, maar bestaat half uit een retourpremie, en de overige 50% zijn voor circulaire projecten en een deel van de operationele kosten van terugname. Zie voor een uitwerking van dit plan maatregel 43 op www.urgenda.nl/40puntenplan/

Vragen aan het kabinet • Een eenmalige campagne voor het vervangen van koel- en vrieskasten. Begin 2020. Kosten € 35 miljoen, winst: 0,4 Mton door vermeden uitstoot van CFK’s door juiste verwerking en energiebesparing. • Instemmen met de invoering van een nieuw inzamelsysteem op basis van een recyclingbijdrage en een retourpremie, en dit systeem algemeen bindend verklaren. Begin juli 2020. Winst: 0,28 Mton door vermeden uitstoot van CFK’s door juiste verwerking en door juist materiaalhergebruik. Deze maatregel wordt onderschreven door deze bedrijven die samen goed zijn voor 70% van het volume verkochte koel- en vriesapparaten in Nederland:

Actieplan koelkasten Deze maatregel is tweeledig: een eenmalige actie om consumenten hun oude koel- en vrieskast te laten ruilen voor een nieuwe, en de start van een statiegeldsysteem waarmee richting de 100% koelkasten goed wordt gerecycled. Eenmalige inwisselactie Koel- en vrieskasten kun je beter elke 8-10 jaar vervangen, want oude verbruiken veel meer energie dan nieuwe. Als we alle 3,3 miljoen oude koel- en vrieskasten recyclen en vervangen door een A++ of A+++ model, besparen we 1,2 Mton CO2-eq: 0,36 Mton door energiebesparing en 0,84 Mton doordat de CFK en HFC niet vrijkomen en grondstoffen juist hergebruikt worden. Het voorstel is om begin 2020 met een eenmalige grote campagne 1 miljoen oude koel- en vrieskasten in te ruilen voor een nieuwere: consumenten worden opgeroepen om oude koelkast in te leveren tegen een vergoeding van bijvoorbeeld € 35 bij de aanschaf van een A+++ model. Mikken we op 1 miljoen koelkasten (1/3 van de koelkasten ouder dan 10 jaar), dan kost dat € 35 miljoen. Hiermee kan 1/3 x 1,2 = 0,4 Mton bespaard worden in 2020. De energierekening daalt met € 50 per jaar.

126

127

043 - actieplan inwisselen koelkasten - bespraing: 0,4 mton

Maatregel 43 - Besparing: 0,4 Mton

Strengere controle op F-gassen F-gassen worden voornamelijk gebruikt in koelinstallaties en het broeikasgaseffect is 150 tot 4.000 keer sterker dan van CO2. De Nederlandse uitstoot van F-gassen wordt berekend op 2 Mton, waarvan 1,5 Mton doordat koelinstallaties lekken: 1,0 Mton uit stationaire koelkasten en 0,5 Mton uit airco’s van auto’s. In veel Europese landen wordt hier streng op gecontroleerd. In Nederland is de regelgeving wel streng, maar wordt niet streng gecontroleerd of gehandhaafd. Met deze maatregel stellen we strengere controle voor, zodat lekkages worden voorkomen, gebruikers omschakelen naar milieuvriendelijkere systemen en de uitstoot beter in kaart wordt gebracht. Ook pleiten we voor een extra innovatiefonds voor het ontwikkelen van kleine installaties op natuurlijke koelmiddelen. In koelinstallaties en warmtepompen worden koudemiddelen gebruikt. Vaak zijn dat F-gassen (fluorhoudende gassen), maar natuurlijke koelmiddelen zoals water, ammoniak, CO2, isobutaan en propaan zijn ook mogelijk. F-gassen zijn synthetisch en bestaan in vele vormen, waarvan er veel de afgelopen jaren zijn verboden vanwege het effect op de ozonlaag en het klimaat. Sommige F-gassen hebben een 23.000 keer sterker broeikaseffect dan CO2. Met ingang van 2020 mogen koelinstallaties niet meer worden gemaakt met F-gassen met een GWP (broeikasgaseffect vergeleken met CO2) hoger dan 2.500.

Nieuwe, grotere installaties worden al met natuurlijke koudemiddelen gemaakt, maar oude en nieuwe kleinere apparaten zoals airco’s en warmtepompen voor huishoudens nog nauwelijks.

Controle en handhaving De berekening van de emissie van F-gassen kent een grote onzekerheidsmarge. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in 2018 in totaal slechts 50 bedrijven gecontroleerd met een ‘quickscan’, waarvan 19 met F-gassen. Ter vergelijking: in Vlaanderen werden tijdens intensieve controles in 2016 bij 57% van de 97 geïnspecteerde installaties lekkages gevonden, ook met zeer sterke broeikasgassen. Door de betere inspectie en meting wordt de uitstoot in België bijna 30% hoger geschat dan in Nederland, terwijl het land een stuk kleiner is.

Innovatie voor kleinere apparaten: Nu de energietransitie in versnelling komt en meer huishoudens overstappen op de warmtepomp, is het belangrijk om extra vaart te zetten achter de ontwikkeling van kleine apparaten op natuurlijke koudemiddelen en om goede voorlichting te geven over aanschaf en onderhoud. Verbod op productie R22: ‘Niet afwenden op andere landen’ is een belangrijke voorwaarde voor maatregelen in het Klimaatakkoord. Daarom is een verbod op productie en export van R22 (een HCFK) naar ontwikkelingslanden niet meer dan logisch. In de rest van Europa is dit al het geval.

Sommige F-gassen hebben een 23.000 keer sterker broeikaseffect dan CO2 Kosten Deze maatregel vergt meer mensuren voor handhaving van de bestaande regelgeving, een voorlichtingscampagne voor de gebruikers van koelinstallaties en eventueel budget om de ontwikkeling van kleinere koelingen op natuurlijke koelmiddelen te versnellen.

Groene oplossingen Graag wijzen we erop dat één boom even verkoelend werkt als 5 airco’s en ook nog CO2 vastlegt in plaats van uitstoot. Ook groene daken koelen en voorkomen uitstoot door airco’s. In voorlichting en in nieuwbouwwijken moet daarom vol hierop worden ingezet. Deze maatregel wordt onderschreven door:

Strengere controles en boetes én een goede voorlichting over de milieu impact van koelinstallaties maken het aantrekkelijker voor eindgebruikers om oude installaties sneller te vervangen door milieuvriendelijkere en zo lekverliezen te voorkomen, en om installaties om te bouwen voor gebruik van een koudemiddel met een lager GWP (retrofit). Ook zijn er strengere maatregelen nodig om te zorgen dat de quotaregeling van de F-gassenwetgeving wordt nageleefd en om de groeiende illegale handel in F-gassen te onderdrukken. Het Vlaamse beleid van kan zo gekopieerd worden.

128

129

044 - strengere controle op f-gassen - besparing: 0,1 mton

MAATREGEL 044 - Besparing 0,1 Mton

Minder stikstof in de landbouw Stikstofkunstmest veroorzaakt zo’n 8% van de landelijke ammoniakuitstoot en een CO2-eq-uitstoot van bijna 2 Mton. De productie en het gebruik van stikstofkunstmest veroorzaken zware klimaatschade door de uitstoot van lachgas, methaan en CO2-eq. 1 kilo stikstof staat gelijk aan 8 kilo CO2-eq. 10% daling bespaart al 0,2 Mton. De schade aan de natuur door ammoniak en grond- en oppervlaktewater door nitraat is groot. Dit wordt versterkt door het ruime gebruik van eiwitrijk krachtvoer, waardoor de hoeveelheid stikstof in mest en milieu te hoog is. Een kringlooplandbouw die in balans is met de natuur en waarin de bodem centraal staat, lost de problemen op, maar vergt een langetermijnvisie en consistent beleid voor de komende 10 jaar. Toch zijn er in 2020 maatregelen te bedenken (naast 2, 3, 10, 11, 12, 22, 27, 31, 35) die in lijn liggen met lange-termijnplannen voor een kringlooplandbouw.

Landelijke pilot met 240 nieuwe-bodemboeren en voorlichting over gezonde bodems Een fonds van € 2,4 miljoen wordt geopend, waarmee een landelijk netwerk van zo’n 20 bodemdeskundigen aan de slag gaat met 20 boeren per provincie (vrijwillig). Onder begeleiding wordt in 5 jaar tijd de agrochemie per bedrijf afgebouwd tot 15% van het oorspronkelijk gebruik. De bodem wordt gezonder en neemt meer CO2 op. Uit dit fonds wordt ook een tweede editie van de Soil Food Week met symposia en workshops voor boeren mede gefinancierd, plus de opening van een Bodemkenniscentrum, een initiatief van het Biosintrum in Oosterwolde en het Kennisconsortium Bodem.

Agrarisch onderwijs zet vol in op verandering Proefboerderijen van Wageningen Universiteit & Research en andere instituten schakelen over op precisiebemesting met circulaire meststoffen en/of organische mest. Ook zetten ze vol in op het terugdringen van krachtvoer, te beginnen met krachtvoer op basis van soja.

Neem belemmeringen voor biologische sector weg De biologische sector ziet veel mogelijkheden voor beter bodembeheer. De belangrijkste is om bij bemesting het hele mestsysteem van productie tot effect op de bodem mee te nemen, want dat geeft kansen voor de beste mest: potstalmest. Lees meer bij maatregel 45 op www.urgenda.nl/40puntenplan Deze maatregel wordt ondertekend door: Drs. Johan Vollenbroek, prof. Jan Willem Erisman, prof. Johan Sanders, prof. Emiel Elferink en vele organisaties en bodemdeskundigen:

MINDER N IN DE LANDBOUW

Mogelijke besparing voor 2020: 0,2 Mton CO2

Precisiebemesting en het gebruik van circulaire meststoffen Door kunstmest niet meer op verkeerde tijden en met gulle hand over het hele land te strooien, maar over te stappen op precisiebemesting, kan een snelle reductie worden bereikt. Met precisiebemesting wordt alleen het juiste plantenvoedende element gegeven, op het juiste moment, in de juiste dosering en in de wortelzone.

Overheid en supermarkten als drijvende kracht • De overheid gaat (van onderzoeksinstituten tot gemeenteniveau tot Haagse kantines) inkopen van boeren die een lagere stikstofuitstoot hebben. Dit geldt voor kantines, maar ook voor terreinbeherende instanties. Die kiezen met ingang van 2020 voor bijvoorbeeld biologische bloembollen. • Supermarkten zijn aan zet: het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) heeft onlangs bij minister Schouten aangegeven dat ze willen helpen met de omslag naar kringlooplandbouw. Een mooie kans om in 2020 een flinke versnelling in te zetten naar een duurzamer schap met meer Nederlandse producten waarvoor minder kunstmest en krachtvoer zijn gebruikt. Supermarkten gaan hogere eisen stellen aan veevoer (minder krachtvoer, geen soja van buiten de EU), meer weidegang en kunstmest.

130

#Hetkanalsjehetwilt

131

045 - minder stikstof in de landbouw - besparing:0,2 mton

Maatregel 045 - besparing: 0,2 Mton

Doe de deur dicht

Open winkeldeuren in de winter sluizen evenveel energie weg als 180.000 vliegretourtjes Hongkong, schreef de Volkskrant in 2016. Een winkelier uit Amsterdam vertelt in datzelfde artikel dat een slimme schuifdeur maar liefst € 4.500 op de energierekening bespaart. Toch houden de meeste winkeliers hun deuren de hele winter open, omdat ze (onterecht) bang zijn dat klanten anders niet binnenkomen. Gemeenten kunnen via een APV winkeliers dwingen om deuren dicht te houden, maar dit gebeurt nergens. Met maatregel 44 stellen we voor dat winkel- en bedrijfsdeuren verplicht dichtgaan, tenzij ze een voorziening hebben die energieverspilling vermindert, zoals draaideuren, tochtsluizen, slimme schuifdeuren of luchtgordijnen. Daartegenover staan overheidsleningen aan winkeliers die hierin willen investeren. Voor grotere bedrijven is handhaving van de Wet milieubeheer gewenst. Met deze maatregel valt in 2020 zeker 0,3 Mton te besparen. Eén deur: 10 ton CO2

Onderzoekers uit Cambridge berekenden in 2010 dat één dichte winkeldeur jaarlijks tot 10 ton CO2 kan besparen, het equivalent van 3 retourvluchten Londen – Hongkong. Uit een steekproef van energieadviesbureau Ecofys bleek in datzelfde jaar dat zo’n 60% van de winkels (zo’n 60.000) in Nederland de deuren open laat staan. De winkeliers denken dat ze klanten verliezen als ze de deur dichthouden. Uit onderzoek blijkt echter geen duidelijke daling van winkelbezoek bij dichte deuren. Inmiddels zijn veel winkels voorzien van een luchtgordijn, maar hiervan zijn er volgens Duurzaam MKB veel niet goed ingesteld. Gemeenten kunnen winkeliers vragen of dwingen om de deuren dicht te houden. Enkele gemeenten hebben geprobeerd om winkeliers dit vrijwillig te laten doen, maar niet één gemeente dwingt dit af. New York doet dit wel in de zomer: winkeliers krijgen 1.000 dollar boete als ze ’s zomers (airco-)energie verspillen door de deuren open te laten.

Luchtgordijnen bij bedrijven Ook bij veel andere grote bedrijven staat de deur open. Ze zijn verplicht om milieubesparende maatregelen te nemen die binnen enkele jaren worden terugverdiend. Luchtgordijnen met een automatische regeling – zodat het luchtgordijn wordt voorzien van meetgegevens van de buiten- en binnentemperatuur en de stand van de deur bijvoorbeeld – zijn opgenomen in de energielijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ten behoeve van de Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze fiscale regeling ondersteunt ondernemingen in investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Hier is handhaving het ontbrekende element.

132

Berekening In 2010 waren er in Nederland 60.000 winkels met open deuren. Deuren dicht houden bespaart tot 10.000 kg CO2-eq per winkel. Kortweg zou het in de winter een besparing kunnen opleveren tot wel 60.000 * 10.000 = 0,6 Mton CO2-eq. Het aantal winkels is gedaald en vele zijn inmiddels voorzien van luchtgordijnen. Als we daar overige utiliteitsgebouwen, industriële panden en distributiecentra met laaddeuren bijtellen, is het nog steeds reëel om uit te gaan van 0,6 Mton. Bovendien kan deze maatregel ook in de zomer gelden en energie besparen op airconditioning. Hoe sneller de maatregel wordt ingevoerd, hoe groter de besparing. 0,3 Mton moet in ieder geval mogelijk zijn in 2020. Voor winkeliers levert het gemiddeld een 40% lagere energierekening op.

Kosten voor het kabinet Leningen beschikbaar stellen en handhaving. Het plaatsen van luchtgordijnen bij te openen deuren is een effectieve maatregel. De Vereniging Leveranciers Luchttechnische Apparaten (VLA) wil helpen om een afnameprotocol (opleverprotocol) te ontwikkelen waarin wordt geborgd dat de luchtgordijnen goed ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden worden.

133

046 - doe de deur dicht - besparing: 0,3 mton

Maatregel 46 - Besparing: 0,3 Mton

Ambitieuzer plan voor plastic Plastic! We willen er van af, want het vervuilt het milieu en vele dieren sterven er door. Daarbovenop leidt de productie van plastic tot veel CO2-uitstoot. Er zijn dan ook al plannen om beter te gaan recyclen en meer bioplastics te gebruiken. Bij de productie van plastic is het aandeel gerecycled of bioplastic nu ongeveer 15%. In 2030 moet dit 45% zijn voor een emissiereductie van 2,3 Mton CO2. Met deze maatregel stellen we ambitieuzere doelen voor om de productie van nieuw plastic af te bouwen en al in 2025 de 45% bio/recycleplastic te behalen. Dat levert in 2020 zeker een besparing van 0,2 Mton op.

Berekening door CE Delft Met de Transitie-Agenda lijkt de volgende reductie van broeikasgassen haalbaar: • Voor de transitie van 20 kton biobased kunststoffen per jaar (nu) naar 370 kton per jaar (2030) wordt ongeveer een CO2-emissiereductie gerekend van 0,5 Mton per jaar (meer biobased, minder virgin fossiel). • Voor het minder verstoken van kunststofafval wordt een voordeel van 1 Mton voorzien (1,7 ton CO2 per ton minder verbrand kunststof, zie blz 4 van de Transitie-Agenda Circulaire Economie – Kunststoffen). • Voor minder virgin-productie door extra mechanische recycling (1,5 kg CO2 bespaard per kg materiaal * 450 kton = 0,67 Mton) en door extra chemische recycling (schatting afhankelijk van de techniek: 0,5 à 1 kg CO2 bespaard per kg materiaal is minimaal 250 kton materiaal = 0,12 Mton) kun je dan ook nog netto ongeveer 0,67 Mton + 0,12 Mton = 0,8 Mton rekenen. • Samen zou dit richting 2030 dus gaan om circa 2,3 Mton CO2 in 2030. • In 2030 moet van de 2460 kiloton consumptie aan plastics 15% biobased zijn en 30% circulair (45% samen). Nu is dat 15%. Voor elke procent hierboven scoor je dus ongeveer 0,075 Mton CO2 voordeel extra. • Omdat deze maatregel aanvullend is op maatregel 32 – ‘0,2 Mton besparing door innovatieve recyclingtechnieken’ – zal de 0,2 Mton hiervan af worden getrokken. De winst van deze maatregel is daarom 2,1 Mton in 2025.

Verdubbel het tempo Verdubbel het voorgenomen tempo door een geleidelijke invoering van een verplicht aandeel biobased en/of circulaire kunststof in alle kunststoffen die worden toegepast in Nederland van circa 15% nu naar 45% in 2025, met een tussendoel van 30% in 2022. In 2022 zou dit circa 1,2 Mton CO2 schelen; in 2025 circa 2,1 Mton. In 2020 is hier zeker de eerste 0,2 Mton van te behalen.

Plan voor 2030 is er, maar nog niet concreet

Een versnelling helpt ook bij het halen van 2030-doelen.

Ook de overheid wil de hoeveelheid plastic reduceren en schrijft: “Het gebruik van (veelal) fossiele grondstoffen en energie oefent druk uit op het milieu. De verspreiding van plastic zwerfvuil en microplastics op land en in zee resulteert in een groeiende vervuiling van de ecosystemen.” Voor de overheid is de Transitie-Agenda Circulaire Economie – Kunststoffen leidend, maar beleidsmatig is nu niet vastgelegd hoe dit gerealiseerd wordt. Ook de beoogde CO2-emissiereductie staat er niet heel strak in.

134

135

047 - Ambitieuzer plan voor plastic - besparing: 0,2 mton

Maatregel 47 - besparing: 0,2 Mton

Twee innovaties in de transportsector

Twee innovaties in de transportwereld kunnen in 2020 samen 0,2 Mton CO2eq besparen. Ten eerste zorgt een nieuwe seal-gel Ride-On ervoor dat banden op spanning blijven en minder snel lek gaan. Lekke banden zijn een belangrijke oorzaak van files en aangezien de Nederlandse transportsector in 2018 voor € 1,4 miljard schade door files leed, zou zij deze gel moeten omarmen. Een andere innovatie is het SolarOnTop zonnepanelensysteem van IM Efficiency. Dit bespaart veel brandstof doordat de dynamo tijdens de rit geen stroom meer op hoeft te wekken en de motor minder wordt belast. Ook is het niet meer nodig om de vrachtwagen stationair te laten draaien voor het opwekken van elektriciteit. Maatregel 48 draagt bij aan de oplossing van het stikstof- én het klimaatvraagstuk. Banden sealen met Ride On Stientje van Veldhoven (minister voor Milieu en Wonen) heeft gezegd: “Als alle auto’s met de juiste bandenspanning zouden rondrijden, zouden we zo’n 0,4 Megaton CO2 per jaar aan uitstoot besparen.” Banden op spanning houden kan op twee manieren: door ze regelmatig op te pompen (maatregel 25) of door ze te sealen. Beide maatregelen hebben hun eigen voordelen. De banden-gel van Ride-On wordt eenmalig aangebracht bij nieuwe banden of via het ventiel bij banden die al op de velg liggen. Hiermee blijft de band lange tijd beter op spanning en dit bespaart brandstof.

Het vergt minder discipline van bestuurders dan regelmatig oppompen. Ook gaat de band niet zo snel lek, waardoor er minder files ontstaan. De band gaat langer mee en vermindert uitstoot. De bandensealer Ride-On werkt ook balancerend, zo bevestigt een RDW-test. Er zijn initiële kosten verbonden aan het gebruik van de gel, maar die worden terugverdiend door lager brandstofverbruik. Met maatregel 48 stellen we voor: • Seal als overheid alle eigen banden: van de voertuigen van Rijkswaterstaat, politie, leger en gemeente tot leaseauto’s van ambtenaren. • Licht de transportsector voor over Ride-On: de sector lijdt meer dan € 1,4 miljard schade door files. Het aantal files door lekke banden neemt af. • Neem voorlichting over Ride-On mee in het programma ‘Anders Reizen’. • Verplicht gesealde banden bij de aankoop van nieuwe auto’s. De kosten voor de consument bedragen zo’n € 80, maar een gemiddelde automobilist bespaart € 100 per jaar op benzine door de banden op spanning te houden. • Voorwaarde: alle verkooppunten van Ride-On worden inzamel- en recyclepunten. 95% van de gel kan worden hergebruikt voor nieuwe gel. Voor de overige 5% wordt hopelijk nog een goede toepassing gevonden. Ride-On biedt deze service aan. De gel levert zo ook geen probleem op bij het recyclen van autobanden. 136

Kosten De kosten zijn laag, want de investering van gel in overheidsbanden wordt terugverdiend door besparing op brandstofkosten en door latere vervanging van banden. De kosten voor een voorlichtingscampagne specifiek voor de transportsector: € 300.000.

Zon op vrachtwagens door IM Efficiency Start-up IM Efficiency wil vanaf maart 2020 de eerste Nederlandse trucks uitrusten met zijn SolarOnTop-systeem en daarna ook vrachtverkeer in andere Europese landen. Uit berekeningen blijkt dat de zonnepanelen van het SolarOnTop-systeem tot 5,5% brandstofbesparing kunnen opleveren. Omdat de dynamo geen stroom meer op hoeft te wekken en de motor minder wordt belast, scheelt dat per truck gemiddeld 2.300 liter diesel per jaar. Daardoor stoot een truck jaarlijks 6 ton minder CO2 uit. De investering is na zo’n 3 jaar terugverdiend. Een bijkomend duurzaam voordeel is dat de accu’s van trucks en opleggers een langere levensduur hebben doordat de SolarOnTop de accu’s slim laadt en gezond houdt. Momenteel zijn er vervoerders die iedere 6 tot 12 maanden hun accu’s vervangen. SolarOnTop is nu als eerste ontwikkeld voor kastentrailers met een hard dak. Daarvan rijden er zo’n 44.500 rond in Nederland. Als al deze wagens met het systeem worden uitgerust, scheelt dat ruim 267.000 kton CO2 per jaar. Als vanaf maart 2020 zo snel mogelijk alle geschikte opleggers van zonnepanelen worden voorzien, is zeker 0,1 Mton en misschien 0,2 Mton besparing haalbaar in 2020. De start-up IM Efficiency kan snel opschalen. De drempel ligt bij de transportsector: veel bedrijven kunnen de initiële investering van zo’n € 6.500 per oplegger niet opbrengen.

Een subsidie van bijvoorbeeld € 500 in combinatie met een goedkope lening voor de rest van het bedrag biedt hulp en zorgt voor versnelling.

Kosten voor het kabinet € 22,3 miljoen voor 0,267 Mton = € 84 per vermeden ton CO2. Deze maatregel is mede ondertekend door:

Klanten van Ride-On:

137

048 - Twee innovaties in de transportsector - besparing: 0,2mton

Maatregel 048 - besparing: 0,2 Mton

Groen en gezond wonen Meer groen in de stad zorgt voor verkoeling, betere afwatering, schonere lucht, meer biodiversiteit en gelukkigere en gezondere mensen. En het is belangrijk voor CO2-opslag. Toch zijn veel bestaande woonwijken erg versteend, haalt Nederland de gestelde biodiversiteitsdoelen niet, is onze lucht sterk vervuild door te veel stikstof en vraagt klimaatverandering om meer groen. Hoogste tijd om bestaande wijken te vergroenen en bij grootschalige nieuwbouwplannen groen vanaf de start mee te nemen. Met deze maatregel stellen we voor: • Elke nieuwbouwwoning krijgt 75 m2 park binnen een straal van 500 meter. • We leggen een extra Veluwe aan natuur in onze achtertuinen aan door onttegeling. • We onttegelen 3% van de openbare ruimte en bedrijventerreinen. • Burgers worden gestimuleerd en ondersteund door lokale groenblauwe educatiepunten. De CO2-uitstoot daalt het eerste jaar nog niet veel, 0,1 Mton, maar de effecten op lange termijn zijn groot. Deze maatregel is nodig om biodiversiteit- en klimaatdoelen voor 2030 te halen. Meer groen betekent ook gezondere mensen en minder zorgkosten. Plus meer verkoeling, dus het voorkomt de aanschaf van airco’s die CO2 uitstoten. Kosten: € 1.130.000 + 2 brieven

Onttegelen bij gemeenten en bedrijventerreinen Nederland telt 153 km2 parkeerplaats, 800 km2 bedrijventerrein en vele andere bestrate plekken die onttegeld kunnen worden om groenere wijken, bedrijventerreinen en winkelgebieden te creëren. Vraag alle gemeenten om komend jaar 3% te ontstraten. Stuur de brief van VHG die op de Urgenda-website staat aan alle gemeenten en managers van Bedrijveninvesteringszones. VHG, Stadswerk en de Vereniging Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling (GDO) helpen graag effectief met vergroenen, rekening houdend met klimaatmitigatie, adaptatie en biodiversiteit. De besparing is potentieel 0,1 Mton CO2, nog los van de vele andere voordelen.

Groenblauwe educatiepunten Klimaatadaptatie en -mitigatie worden steeds belangrijker en de betrokkenheid van de samenleving is onmisbaar. Burgers willen wat doen, maar verdwalen in de praktijk. Maatregelen als het afkoppelen van regenwater van de riolering hebben veel voeten in de aarde. Om stappen te zetten, hebben burgers ondersteuning en een beetje ontzorging nodig. Het GDO-netwerk van 100 natuur- en duurzaamheidscentra en stadsboerderijen werkt aan bewustwording en biedt handelingsperspectief. Veel centra werken al actief met burgers. Door een financiële impuls van € 330.000 voor 2020 kan dit netwerk worden versterkt en uitgebouwd. Dit netwerk kan ook de genoemde acties mede dragen. Een toelichting staat onder maatregel 49 op www.urgenda.nl/40puntenplan/ Deze maatregel wordt ondersteund door:

75 m2 groen voor nieuwbouwwoningen Nederland gaat 1 miljoen betaalbare woningen bouwen. Daarvoor is € 1 miljard beschikbaar. In 2020 gaat het om 75.000 woningen. Wij stellen voor: • Hanteer de oude VROM-norm van 75 m2 groen per woning (buiten de eigen tuinen). Bij 75.000 woningen komt er zo 5.626 hectare aan stadsnatuur per jaar bij. In het Klimaatakkoord is ‘meer bos’ opgenomen, zonder concrete invulling. Met deze maatregel geven we die: 56.000 hectare nieuwe natuur in 2030 in de vorm van bos/park. Het aanleggen van dit bos kost in 10 jaar zo’n € 2 miljard. Per woning gerekend is dit € 2.000. Dit kan worden doorberekend in de verkoopprijs. • Verhef natuurinclusief bouwen tot norm. Dit is een breed gedragen wens. De potentiele CO2-winst van 75 m2 in 2020 is 0,18 Mton. We gaan uit van 0,05 Mton in deze maatregel.

Campagne: een extra Veluwe aan natuur in de achtertuin Nederland telt zo’n 246 km2 bestrate tuin en de bestrating neemt vooral in stedelijk gebied toe. De Tuinbranche, IVN en WNF willen samen binnen 5 jaar een gebied zo groot als de Veluwe onttegelen in tuinen. Eind maart 2020 plannen zij hiervoor een grote campagne om tegels in ruilen voor gratis planten. Uit onderzoek blijkt dat dit de beste manier is om consumenten mee te krijgen in de vergroening. Door deze campagne te ondersteunen met € 800.000 kunnen alle tuincentra in Nederland meedoen en kan 0,036 Mton worden bespaard in 2020. Lees meer in de toelichting en berekening op de Urgenda-website. 138

139

049 - groen en gezond wonen - besparing: 0,1 mton

maatregel 049 -besparing: 0,1 mton

ruim je data op

Datacenters in Nederland zijn goed voor een uitstoot van 6 Mton CO2 bij een verbruik van 13 miljard kWh/jaar. Tel je daarbij de uitstoot op van alle servers op kantoren, dan is de uitstoot van ons dataverkeer nog veel groter. Het dataverkeer neemt toe met stijgende populariteit van streamingdiensten. Toch kunnen we hier in 2020 veel besparen: servers op de ecostand te zetten, door data op te ruimen én door websites groen te hosten. Met deze maatregel stellen we voor dat de overheid ten eerste zelf aan de slag gaat en daarnaast een grote publiekscampagne voor Landelijke Dataopruimdagen lanceert. Met deze maatregel stellen we het volgende voor: 1. Stimuleer dat meer servers op de ecostand gaan, in navolging van Amsterdams initiatief. 2. Organiseer Landelijke Data-opruimdagen: elke 500 opgeruimde TB uit een clouddienst bespaart 1.000 ton CO2-eq. 3. Vraag alle overheidsinstanties met regelmaat data op te ruimen en zet niet vaak gebruikte data op stilstaande servers. 4. Voer voor alle overheidswebsites groen hosten in. 5. Installeer Ecosia als groene zoekmachine op overheidsservers.

1. Servers op ecostand Een coalitie van 20 bedrijven gaat in samenwerking met Amsterdamse datacenter testen met servers in de ecomodus. De bedrijven denken hiermee 20% energie te besparen. Ook de overheid kan zo’n initiatief starten in andere steden, samen met grote bedrijven en overheidsinstellingen. 20% van alle verbruik staat voor 1,2 Mton. In 2020 is hier toch zeker 0,3 Mton besparing mogelijk.

2. Opruimen 100 GB in de cloud is goed voor 0,2 ton CO2-uitstoot. Alle reden om ongebruikte data op te ruimen. Dit voorkomt dat er nieuwe servers geïnstalleerd moeten worden (wat materiaalén energie-intensief is). Data die zelden gebruikt worden, kunnen beter op ‘stilstaande’ servers worden opgeslagen. Deze draaien niet continu op 100% capaciteit, maar reageren alleen op het verzoek van een gebruiker om data op te vragen. Dit kost tot 3 of 4 seconden langer dan dataopslag via een continu draaiende server, maar vraagt veel minder energie op de lange termijn. Op 1 januari 2020 gaat Urgenda 5 TB aan bestanden sorteren en opruimen. Als ministeries, gemeenten en andere overheden dat ook doen, is de eerste 0,1 Mton binnen, zonder kosten!

140

3. Voorlichting Een voorlichtingscampagne is enorm belangrijk. Hoewel iedereen inmiddels weet dat een hamburger eten slecht is voor het klimaat, staat haast niemand erbij stil dat Netflixen en Spotify luisteren ook veel uitstoot veroorzaken. Geef de burger duidelijke tips & tools over CO2 besparen door: • Landelijke opruimdagen, liefst maandelijks, te beginnen met 1 januari. - Foto’s verwijderen van de mobiele telefoon: weggooien of op een externe schijf opslaan. - Uitschrijven van oninteressante nieuwsbrieven. - Weinig gebruikte dropboxen en oude webpagina’s verwijderen. • Tips & Trics: - Facebook op de ecostand zetten. - Foto’s niet automatisch downloaden van Whatsapp - Liever streamen op Youtube dan op Netflix of HBO, waarvan de servers niet op groene energie draaien. - Liever een DVD luisteren dan Spotify, want ook Spotify heeft geen groene servers. - Liever Ecosia dan Google, want Google bewaart ten eerste je zoektochten waardoor extra veel data worden opgeslagen, en Ecosia plant bomen om de CO2 uitstoot van online searches te compenseren. - Liever een goed gesprek dan steeds naar je scherm kijken Opruimdagen kunnen in 2020 zeker 0,1 Mton besparing opleveren.

4. Groen hosten Als je de plug-in ‘the green web’ installeert, kun je meteen zien of een website groen gehost is. De sites van de rijksoverheid, RVO en provincie Noord-Holland zijn dat bijvoorbeeld wel, maar van het CBS, de provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat en de gemeenten Rotterdam en Utrecht niet. Check: www.thegreenwebfoundation.org. Met de miljoenen jaarlijkse clicks op overheidswebsites bevelen we het rijk aan om voor alle diensten voortaan data op te slaan in datacenters die groene energie gebruiken. Ook zou de overheid alle organisaties waar zij zaken mee doet op groen hosten kunnen wijzen en dit uiteindelijk meenemen in de aanbestedingscriteria.

5. Ecosia voor ambtenaren De meeste overheidsdiensten zullen nu Google Services gebruiken. Je ontkomt er bijna niet aan. Maar ondanks de groene hosting leidt dit tot enorme dataopslag. Google’s doel is dataverzameling. Hiervoor worden veel ‘onnodige’ data (zoals de inhoud van e-mails en het aantal clicks op een pagina) opgeslagen die uiteindelijk verkocht worden. Die verzameling en opslag kosten bergen energie. Het alternatief: overheidsinstanties kunnen Ecosia als standaard zoekmachine installeren. Ecosia gaat beter om met privacy, verzamelt minder data en plant bomen om de CO2-uitstoot te compenseren.

141

050 - ruim je data op - besparing: 0,5 mton

maatregel 050 - besparing: 0,5 mton

Anders verdoven

De zorgsector in Nederland stoot 11 Mton CO2 uit, zo’n 7% van de totale landelijke CO2-uitstoot. De oorzaken zijn vooral energiegebruik in gebouwen (38%), mobiliteit (22%) en (de productie van) geneesmiddelen (18%). Dat ziekenhuizen energie verbruiken valt niet te voorkomen. Het is een komen en gaan van patiënten die behoefte hebben aan schone bedden, een warme omgevingstemperatuur en medicijnen. Toch kan de uitstoot in de zorg flink omlaag. Bijvoorbeeld door gedragsverandering (maatregel 4, Energiestrijd in de zorg). Aanvullend stellen we met maatregel 52 voor om vaker te kiezen voor milieuvriendelijkere verdovingsmiddelen en de luchtbehandeling van de operatiekamers lager te zetten als ze niet in gebruik zijn. A. Vervang inhalatiegassen en -dampen waar mogelijk door intraveneuze anesthetica. Om mensen in slaap te brengen (en te houden) voor een operatie hebben anesthesiologen nu de keuze tussen intraveneuze anesthetica en inhalatie-anesthetica. Beide werken vergelijkbaar en medisch is er nauwelijks verschil in uitkomst tussen patiënten die dampvormige of intraveneuze anesthesie hebben gehad. Beide middelen zijn ongeveer gelijk in prijs. Naar schatting worden ze even vaak gebruikt en de keuze berust veelal op persoonlijke voorkeur van de anesthesioloog. Er is echter een wezenlijk verschil tussen het effect dat beide medicijnen hebben op de opwarming van de aarde.

Het veelgebruikte type narcosegas Desfluraan bijvoorbeeld is een 2.540 keer sterker broeikasgas dan CO2 (GWP = 2.540). In plaats van Desfluraan kan ook een ander anesthesiegas gebruikt worden, zoals Sevofluraan dat ‘slechts’ 130 keer sterker is dan CO2. Nóg beter voor het milieu is het intraveneuze middel Propofol. OLVG West in Amsterdam is begin november gestopt met het gebruik van Desfluraan; OLVG Oost gebruikt het al jaren niet meer. De CO2-eq-reductie op jaarbasis bij deze twee ziekenhuizen is 88 ton.

B. Zet de luchtbehandeling van operatiekamers lager als ze niet gebruikt worden. In de operatiekamer (OK) zijn de eisen aan de luchtkwaliteit hoog: zo moet de lucht per uur 20 keer ververst worden. Hierdoor kost het veel energie om de temperatuur, luchtvochtigheidsgraad en overdruk constant te houden. Wanneer de installaties uit gaan in OK’s die niet gebruikt worden tijdens avond-, weekend- en nachtdiensten – zo’n 50-60% van de tijd – neemt het energieverbruik met 50% af. Het Amsterdams Medisch Centrum bespaart hiermee sinds oktober 2018 zo’n 400.000 kWh per jaar, vergelijkbaar met het stroomverbruik van 100 huishoudens. Als alle ziekenhuizen met operatiekamers in Nederland dit zouden doen, komen we uit op zo’n 0,01 Mton CO2 besparing per jaar, zonder enige investering. De totale besparing van maatregelen A + B: 0,11 Mton CO2. Kosten: bijna nihil.

Een veelgebruikte type narcosegas is een 2.540 keer sterker broeikasgas dan CO2 Verzoek aan de overheid: • Zorg voor meer bewustwording door een voorlichtingscampagne te organiseren samen met de academische ziekenhuizen en opleidingen over de impact van broeikasgassen bij de diverse opties van anesthesie. Dit kan door een passage op te nemen in het Hoofdlijnenakkoord en door de ministers van VWS in gesprek te laten gaan met de beroepsvereniging van anesthesisten. • Informeer en verplicht ziekenhuizen tot het lager zetten of uitschakelen van luchtbehandeling in OK’s die niet operationeel zijn. Deze maatregel wordt ondersteund door dr. Sperna Weiland (AMC) en drs. Friedericy en prof. Jansen (UMC).

In het Verenigd Koninkrijk heeft de overheid betere voorlichting over de verdovende middelen opgepakt met de ziekenhuizen en heeft becijferd dat dit een besparing zou kunnen opleveren van 0,56 Mton CO2-eq. Als we dit zouden schalen naar het aantal inwoners in Nederland, komt die uit op 0,14 Mton CO2-eq, ongeveer 1,3% van de voetafdruk van de Nederlandse zorg. Omdat in het VK naar schatting meer gebruik wordt gemaakt van lachgas (GWP = 265), en in Nederland naar schatting meer van Desfluraan (GWP = 2.540), is de uitstoot in Nederland waarschijnlijk hoger en is een reductie van 0,1 Mton CO2-eq reëel.

142

143

051 - anders verdoven - besparing: 0,1 mton

maatregel 051- besparing: 0,1 mton

Twee apparaten uitgelicht:

In Nederland ligt het spanningsniveau (230 Volt) hoger dan de optimale spanning voor apparaten: op 220 Volt verbruiken ze minder energie en gaan langer mee. Overal waar de netspanning gemiddeld hoger is dan 227 Volt, kan spanningsoptimalisatie energie besparen. De besparing kan oplopen tot 15%. Er zijn diverse apparaten waarmee dat kan, zoals Powerstar, Optivolt en Kubie, waarvan het ene geschikter is voor de industrie en het andere voor huishoudens. Met maatregel 52 stellen we voor dat het kabinet zo snel mogelijk inventariseert bij welke grote overheidsinstallaties – denk aan gemalen en waterzuiveringsbedrijven – spanningsoptimalisatie een zinvolle investering is. Ook kan het kabinet versnellen door voorlichting, door de apparaten toe te laten tot de lijst Erkende Maatregelen Energiebesparing en door een grootschalig project te starten samen met de netbeheerders.

De Kubie home, een Nederlands product van Power Quality Europe, hangt inmiddels in bijna 1.000 woningen en bespaart gemiddeld 13,8%. Maar ook bij instellingen, zoals scholengemeenschap De Rooi Pannen in Tilburg. Daar is op meerdere vestigingen met de Kubie professional het elektriciteitsverbruik van bijna 3 miljoen kWh met bijna 15% verlaagd, waarmee flink is bespaard op de energierekening en op de CO2-uitstoot. Kubie kan in 2020 flink opschalen en zo nodig bij 5% van de Nederlandse huishoudens de spanning optimaliseren voor € 300 inclusief installatie. De netbeheerders kunnen hier een rol in spelen. Dit zou in 2020 leiden tot 0,12 Mton reductie (17,8 Mton totaaluitstoot woningen*5%*13,8%), opschaalbaar tot jaarlijks 2,46 Mton (17,8 Mton*13,8%) in 2025.

Netspanning optimaliseren

Optimale netspanning Nederland heeft een stabiel elektriciteitsnetwerk. Toch is de netspanning op steeds meer plaatsen hoger dan strikt noodzakelijk is, waardoor veel apparaten meer elektriciteit verbruiken dan nodig is. Alle Europese apparaten kunnen functioneren op een netspanning tussen de 207 en 253 Volt. Maar net zoals een auto het meest energiezuinig en efficiënt rijdt met 80 km/uur in de vijfde versnelling, hebben ook veel apparaten een netspanning waarbij ze optimaal functioneren. Als de gemiddelde netspanning rondom of hoger ligt dan 227, is een spanningsoptimalisatie een interessante investering. Apparaten die verwarmen, zoals een waterkoker, kunnen het teveel aan spanning goed gebruiken, maar de meeste andere apparaten – vooral pompen, airco’s en koelingen maar ook computers en verlichting – werken minder efficiënt met hogere spanning. Alle bedrijven die grote luchtinstallaties of pompen hebben en niet veel met gelijkstroom werken, doen er goed aan om bij een hoge gemiddelde netspanning optimalisatie te overwegen. Denk aan waterzuiveringsinstallaties, datacenters, supermarkten en zwembaden. Maar ook woningen kunnen flink bezuinigen.

De Powerstar is een wereldwijd gepatenteerd Brits product en is op meer dan 10.000 locaties geïnstalleerd als energiebesparende oplossing met besparingen tussen 5 en 15%, waaronder een datacenter dat 8% bespaart. In Nederland krijgt het voet aan de grond, er lopen pilots bij supermarkten. Ervan uitgaande dat in Nederland alleen al de datacenters 6 Mton CO2 uitstoten en de waterzuiveringen 0,23 Mton, is een besparing van 0,5 Mton in 2020 zeker haalbaar.

Met maatregel 52 stellen we voor dat het kabinet: • het aanbod van Powerstar aanneemt om nog dit kwartaal te inventariseren welke energiebesparing de Powerstar kan leveren bij alle Nederlandse waterzuiveringsbedrijven en deze zo snel mogelijk installeert waar zinvol; • zo snel mogelijk onderzoekt welke spanningsoptimalitatoren in aanmerking komen voor de lijst Erkende Maatregelen Energiebesparing; • de gemeenten en provincies zo snel mogelijk informeert over mogelijke energiebesparing door spanningsoptimalisatie bij eigen kantoren, datacenters, ziekenhuizen, zwembaden etc. • inventariseert of een grootschalig project 5% van huishoudens in 2020 met hoge spanning kan helpen aan spanningsoptimalisatie. Via deze samenwerking krijgt de consument een gratis Kubie en betaalt die ongemerkt terug in 10 termijnen via de energierekening, waarna de energierekening met 10% daalt.

In de toekomst krijgt ons elektriciteitsnet steeds vaker te maken krijgen met pieken en dalen door een toename aan wind- en zonne-energie. Ook hier helpt spanningsoptimalisatie, bijvoorbeeld door het overschot in spanning op te slaan in batterijen. De genoemde apparaten helpen bij de piekbelasting van zonnepanelen en voorkomen problemen met omvormers. De Powerstar kan de bespaarde elektriciteit ook opslaan in batterijen.

144

145

052 - Netspanning optimaliseren - besparing: 0,5 Mton

maatregel 052 - besparing: 0,5 Mton

Rem op kalveren-, geitenen schapensectoren Het kabinet trekt € 180 miljoen uit voor een warme sanering van de varkenssector om uitstoot van CO2 en stikstof en de stank te reduceren. Tegelijkertijd groeien de vleeskalveren-, geiten- en schapensectoren die samen goed zijn voor ruim 2 Mton aan CO2-uitstoot en de nodige overlast geven. Waar we met maatregel 2 en 22 de krimp van melkvee- en varkenssector behandelen, stellen we met deze maatregel voor om ook andere diersectoren te laten krimpen, liefst met behoud van zo veel mogelijk boeren. Deze maatregel draagt ook bij aan het oplossen van het stikstofprobleem. Nederland telt 17 miljoen mensen en 118 miljoen dieren in de veehouderij. Dat is meer dan ons milieu aankan, getuige het stikstofprobleem. Maar het leidt ook tot dierenwelzijnsproblemen en problemen voor de humane gezondheid, zoals antibioticaresistentie en zoönosen zoals Q-koorts. Toch is de geitensector – ondanks de Q-koorts – het afgelopen jaar met 4,5% gegroeid. De schapensector groeide met 6% en het aantal vleeskalveren met 4%. De afname van het aantal in Nederland geboren kalveren wordt compleet tenietgedaan door een grote stijging van geïmporteerde kalveren uit het buitenland. De import van deze jonge dieren drukt op de Nederlandse boeren en zij willen er dan ook vanaf.

Te ondernemen actie •

• • •

•

•

•

Open een transitiefonds voor de omschakeling naar meer Beter Leven-sterren van de Dierenbescherming of naar biologisch. Zo kunnen boeren het aantal dieren minderen en toch hun beroep blijven uitoefenen. Praat tegelijkertijd met de supermarkten over betere afzet. Stel per direct nationale plafonds in voor vleesvee, paarden en pony’s, schapen en geiten, konijnen, eenden, kamelen en pelsdieren. Beperk de transportduur voor jonge kalveren. Kalveren uit Ierland en Letland halen is dieronvriendelijk en slecht voor het klimaat. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is de afgelopen jaren sterk gereduceerd. Bouw dit weer op en start met strengere handhaving op transport, mestregelgeving en dierenwelzijnsnormen zoals voor luchtkwaliteit en afleidingsmateriaal. Stel een norm op voor de minimum leefruimte voor geiten. De sector kan nu uitbreiden door meer geiten te houden én door meer geiten per vierkante meter te houden. Open een stoppersregeling voor alle veehouderijsectoren, te beginnen in gebieden waar stankoverlast heerst en de natuur in de knel komt. Help boeren zonder opvolger met een ruime stopregeling. Ontmoedig bedrijfsovernames door stalderen en door het afromen van dierrechten bij bedrijfsovernames. Dan leiden stoppers niet tot schaalvergroting, maar tot krimp.

Start de weg naar natuurinclusieve kringlooplandbouw De landbouw, vooral de veehouderij, heeft behoefte aan een consistent langetermijnbeleid met een stip op de horizon. Urgenda sluit zich net als 60 natuur- en boerenorganisaties aan bij het 10-stappenplan naar natuurinclusieve kringlooplandbouw op www.dewegvooruit.nl. Urgenda, Caring Farmers en Caring Vets denken graag mee over het uitvoeren van maatregelen in het 40puntenplan die bijdragen aan kringlooplandbouw: 2, 11, 22, 35, 45, 53.

Kosten We raden aan om € 200 miljoen uit te trekken in 2020 voor alle genoemde maatregelen. Door maatregel 11 uit te voeren – een duurzaamheidsbijdrage op vlees van € 0,20 per 100 gram – kan een jaarlijks fonds van € 800 miljoen worden opgericht waaruit de kosten voor deze maatregel mede kunnen worden betaald.

Toenemende import van jonge kalveren van 2016-2019 (bron RVO.nl)

Maatregel 53: aan de slag met álle sectoren Met maatregel 53 (voorheen onderdeel van maatregel 22, maar nu met doorrekening voor CO2- en stikstofreductie) stellen we voor om ook andere sectoren te begrenzen, beter te controleren en warm te saneren. Deze sectoren zijn samen goed voor ruim 3 Mton CO2-uitstoot. In 2020 is een reductie van 0,2 Mton makkelijk haalbaar. 146

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7462/documents/36790