Bijdrage van inspreker D. Scheeringa, Bijlage Handreiking Urgenda, 12-05-21.pdf
Tekst van het document
Met maatregel 22 stellen we voor om de warme sanering te versnellen en op te schalen, zodanig dat de krimp vooral het aantal varkens betreft. Dat kan als volgt: • Stel de regeling open voor alle varkenshouders en benader ze afzonderlijk en op korte termijn. Help boeren zonder opvolger met een ruime regeling om te stoppen. • Hevel budget over van de plannen voor 0-emissiestallen naar sanering of naar de omschakeling naar Beter Leven of biologisch. Vernietig vrijgekomen varkensrechten bij extensivering van bedrijven. • Ontmoedig bedrijfsovernames door: - afromen van dierrechten bij bedrijfsovernames. Stel eisen voor sloop van stallen bij uitbreiding (‘stalderen’): bijvoorbeeld voor elke 10 m2 nieuwe stal moet er 15 m2 (de laatste jaren nog bewoonde) stal worden afgebroken. - subsidie voor boeren die uitbreiden onder dierenwelzijnskeurmerk. Stel bijvoorbeeld dat elke 10 m2 nieuwe stal met 1 ster Beter Leven Keurmerk, BLK (ruimte voor 10 vleesvarkens) de sloop betekent van 11 m2 gangbaar (ruimte voor 13,75 vleesvarkens). Dus in vleesvarkens: 10 nieuwe = 13,75 oude saneren. Ditzelfde kan voor de stap BLK 1 naar BLK 2. • Handhaaf strenger op mestregelgeving en dierenwelzijnsnormen zoals luchtkwaliteit en afleidingsmateriaal. Onderzoek de mogelijkheid tot afroming van dierrechten bij overtredingen.
• Verlaag het nationale sectorplafond voor fosfaatuitscheiding voor varkens evenredig met de opgekochte varkensrechten.
80
Krimp is onvermijdelijk Maatregel 22 is aanvullend op maatregel 2 (minder koeien) en maatregel 11 (minder vlees) en wordt aangevuld door maatregel 53. Deze maatregelen sluiten aan bij een wereldwijde oproep om de veestapel in te krimpen. De intensieve veehouderij behoort tot de grootste uitstoters van broeikasgassen, wordt gezien als grootste bedreiging van populaties wilde dieren en doet een té groot beroep op landbouwareaal wereldwijd. Vooral voor Nederland, het land met de hoogste veedichtheid ter wereld, is krimp onvermijdelijk om aan Europese natuur- en milieunormen te kunnen voldoen. Ook het Openbaar Ministerie heeft opgeroepen tot krimp van de veestapel om de grootschalige mestfraude aan te pakken.
81
022 - verdubbeling krimp varkenssector - besparing: 0,3 Mton
maatregel 022 - besparing: 0,3 Mton
zon op school
Zonnepanelen op schoolgebouwen verminderen de uitstoot van CO2-uitstoot, en zijn bovendien vaak de opstap naar meer duurzame maatregelen op school. In combinatie met educatie over duurzaamheid voor de kinderen draagt dit bij aan een nieuwe bewuste generatie. Dat is de basisgedachte achter deze maatregel. De groene bewustwording springt over van kinderen naar ouders en naar de buurt om de school heen. Met deze maatregel vroegen we om een persoonlijke brief van premier Rutte aan alle 1.260 schoolbesturen en naar alle gemeenten met de vraag om zonnepanelen op het dak te leggen en energie te besparen. Deze brief werd in oktober 2019 verstuurd namens minister Ollongren. Dankzij deze brief is er veel in beweging gekomen. Aanvullend vragen we met deze maatregel om de verduurzaming van scholen in alle Regionale Energie Strategieën op te nemen.
De rekensom: 0,1 Mton CO2-besparing voor eind 2020 • Als 20% van al die onbenutte daken nu in 2020 wordt voorzien van zonnepanelen, komen er op 1.250 schoolgebouwen ruim 400.000 panelen bij. Die leveren een besparing op van 74.000 ton CO2 per jaar. • Met de installatie van ledverlichting in de helft van die 1.250 scholen besparen we nog eens 6.000 ton CO2 per jaar. • Verder is de verwachting dat zeker 150 scholen verdergaande maatregelen zullen nemen, zoals efficiënter ruimtegebruik en isolatie. Dit levert 10.000 ton CO2-winst op. • Daarnaast kan bij 750 relatief jonge schoolgebouwen het energiebeheer flink worden verbeterd. Besparing: 11.000 ton CO2 per jaar.
Scholen Energiebespaarlening Zonnepanelen, isolatie, ledverlichting en monitoringssystemen vergen een startinvestering. Die wordt weliswaar terugverdiend, maar niet ieder schoolbestuur heeft de ruimte om te investeren. Voor die scholen is er de Scholen Energiebespaarlening, een lening tegen een scherpe rente. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Rabobank hebben samen € 5 miljoen beschikbaar gesteld.
Update van Stichting Schooldakrevolutie De brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Stichting Schooldakrevolutie vele openingen geboden. De stichting is momenteel met 157 schoolbesturen in gesprek. Steeds meer gemeenten en provincies werken op verschillende manieren met de stichting samen, waaronder de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Noord-Brabant en Friesland. Ook Omgevingsdiensten weten de Schooldakrevolutie te vinden: Holland-Rijnland, IJmond, RUD Noord-Holland Noord, Zuid-Holland Zuid. Deze samenwerkingen leiden het komend half jaar tot gesprekken en hopelijk samenwerking met 178 schoolbesturen in Noord-Holland en 167 schoolbesturen in Noord-Brabant.
Onze aanvullende vraag aan het kabinet: Komt u binnenkort met ons mee vieren als er weer een school van zonnepanelen wordt voorzien? Stuurt u de brief die u aan gemeenten en scholen stuurde, ook naar de commissies die werken aan de Regionale Energie Strategieën?
Het potentieel op schooldaken Er zijn 1,4 miljoen kinderen in de basisschoolleeftijd en 970.000 middelbare scholieren (bron: CBS 2019) en we weten dat elke leerling op school ten minste de energie van één zonnepaneel nodig heeft. Opgeteld zijn dat 2,4 miljoen zonnepanelen. En dat moet lukken. Want er zijn schooldaken genoeg! De Schooldakkaart van Nederland op https://schooldakrevolutie.nl/dakscan/ visualiseert deze potentie van schooldaken. Dit vertaalt zich naar een totale opwekpotentie van 511 miljoen kWh en een reductie van 0,3 Mton CO2 per jaar. 19% van de ruim 7900 scholen heeft nu een groene of oranje stip op de schooldakkaart, er is dus nog veel werk te doen! De discussie over de overstap op zonnestroom zal scholen aanzetten tot verdergaande verduurzamende maatregelen met behulp van bijvoorbeeld isolatie, groene daken, ledverlichting en energiemanagementsystemen.
82
83
023 - zon op school - besparing: 0,1 Mton
maatregel 023 - besparing: 0,1 Mton
Ledverlichting bij bedrijven en kassen
Berekening ledverlichting voor tuinders
De Tweede Kamer heeft met een grote meerderheid een motie aangenomen om bedrijven te verplichten uiterlijk per 1 juli 2020 enkel ledverlichting te gebruiken. Als de overheid deze motie versneld had uitgevoerd en ledverlichting al per 1 januari verplicht had gesteld, had er 0,9 Mton bespaard kunnen worden. Nu berekenen we dat versneld invoeren kan leiden tot 0,8 Mton reductie. Hulp voor tuinders die willen overstappen naar led in de vorm van een lening leidt in 2020 tot nog eens 0,1 Mton besparing. De aanschaf van ledverlichting verdient zichzelf terug door een lagere energierekening en heeft om die reden een breed draagvlak. De motie De motie luidt als volgt: “Constaterende dat de verplichting van Ledverlichting in de dienstensector 0,9 megaton CO2-winst kan opleveren; overwegende dat de aanschaf van Ledverlichting door een lagere energierekening zich op termijn terugverdient; verzoekt de regering, bedrijven te verplichten uiterlijk 1 juli 2020 uitsluitend Ledverlichting te gebruiken; verzoekt de regering tevens om het goede voorbeeld te stellen door zelf ook over te stappen naar Ledverlichting in haar gebouwen en installaties, en gaat over tot de orde van de dag.” 95 Kamerleden stemden vóór de motie en 55 leden (VVD, FvD en PVV) stemden tegen.
Brede steun De maatregel krijgt steun van vele organisaties, waaronder Fedet (Federatie Elektrotechniek), de belangenbehartiger van en voor ondernemers in de elektrotechnische sector met 174 leden.
Kosten voor de maatregel: € 0 Voor ledverlichting in de gebouwde omgeving – in de sectoren handel, diensten en overheid – stelden de onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) eerder dit jaar in een onderzoeksrapport een besparing van 0,9 megaton CO2 te voorzien. Volgens het PBL bedragen de kosten hiervoor € 0 per ton CO2-reductie: dat de investeringskosten zijn dus gelijk aan de financiële opbrengsten van ledverlichting.
Lening voor tuinders Tuinders vervangen ongeveer om de 7 jaar hun verlichting, zo’n 15% van hen zal dat dus het komend jaar doen. Ledlampen kosten nu zo’n 3 keer meer dan traditionele verlichting. Voor een tuinder is dat een hele hobbel om te nemen. De overheid kan tuinders helpen bij de overstap naar led door een lening beschikbaar te stellen voor een investering in ledverlichting. Als 10% van de tuinders dit doet, scheelt dat ruim 0,1 Mton CO2 per jaar. Als álle tuinders dit doen, scheelt dat meer dan 1 Mton aan CO2.
84
85
024 - Ledverlichting bij bedrijven en kassen - besparing: 0,8 mton
maatregel 024 - besparing: 0,8 mton
anders reizen
c. Vergoeding voor fietskilometers van €0,19/km Het vervangen van de kilometervergoeding voor woon-werkverkeer per auto door € 0,19 per gefietste kilometer voor iedereen die op fietsafstand woont (minder dan 15 km) leidt tot veel meer fietsgebruik. De werkgever kan de kilometervergoeding voor de fiets onbelast toekennen.
De CO2-uitstoot in Nederland van woon-werk- en zakelijk verkeer per auto komt neer op maar liefst 8,8 Mton (2016). Tientallen grote bedrijven met bijna 300.000 werknemers hebben zich verenigd in de coalitie Anders Reizen. Ze willen duurzamer reizen stimuleren en daarmee onder meer hun CO2-uitstoot reduceren. In maart 2018 heeft CE Delft de effecten van verschillende maatregelen op de uitstoot becijferd. Een aantal van die maatregelen kan in 2020 nog tot substantiële verlaging van de uitstoot leiden. De volgende 3 maatregelen zouden op langere termijn bijna 3 Mton minder uitstoot opleveren. Op de korte termijn van 1 jaar zou 0,7 Mton mogelijk moeten zijn.
Uit onderzoek blijkt dat 56% van de automobilisten serieus overweegt om over te stappen op de fiets. Hiervan geeft 58% aan dat een kilometervergoeding een belangrijke stimulans zou zijn voor de overstap. Dat leidt tot een afname van 32% van het autogebruik op verplaatsingen tot 15 km. Omdat de maatregel alleen voor de korte afstand effect heeft (13% van de autokilometers), komt het totaaleffect uit op 4%.
Nodig van het kabinet Voor maatregel b zou de overheid de maximale vergoeding moeten verlagen. Voor c zou slechts een informatiecampagne en wellicht een Green Deal nodig zijn.
a. Gedragscampagnes De keuze voor duurzame mobiliteit kan het beste worden bevorderd door een gerichte campagne vanuit de werkgever. Hier zijn al enkele succesvolle voorbeelden van zoals Low Car Diet, Burn Fat Not Fuel, Twente Aanpak 2014 en Ons Brabant Fietst. De campagne wordt succesvoller als die gecombineerd wordt met een competitie-element (zoals in Low Car Diet) en als de werkgever materiële en immateriële beloningen uitlooft. Uit onderzoek is gebleken dat het extra effect van gedragscampagnes een blijvende reductie van maximaal 23% van woon-werkkilometers oplevert. Als zo’n campagne actief gesteund wordt door de werkgever en jaarlijks wordt herhaald, is veel effect te verwachten. Zou de overheid de komende 2 jaar dit soort programma’s aanmoedigen en ondersteunen met een bijdrage, dan is zowel op de korte als op de iets langere termijn 10 tot 20% CO2reductie te halen.
UIT ONDERZOEK BLIJKT DAT 56% VAN DE AUTOMOBILISTEN SERIEUS OVERWEEGT OM OVER TE STAPPEN OP DE FIETS b. Verlagen vergoeding €0,19/km voor autogebruik, voor iedereen Wordt de maximale onbelaste woon-werkvergoeding voor de auto naar beneden bijgesteld van € 0,19 per km naar € 0,10, dan leidt dat volgens CE Delft tot minder autoverkeer, en dus minder uitstoot van stikstofoxide en fijnstof, en minder verkeerslawaai. Ook zorgt het voor een afname van files en gaan meer mensen gebruikmaken van het OV. Die zullen de reistijd meer als werktijd gebruiken. De werkelijke, gemiddelde kosten per autokilometer zijn € 0,49 (ANWB, 2019). Bij een vergoeding van € 0,19 wordt dus 39% door de werkgever betaald; bij een verlaging naar €0,10 daalt dat naar 20%. Dat leidt tot een daling van autokilometers van 9,6%. 86
87
025 - anders reizen - besparing: 0,7 mton
maatregel 025 - besparing: 0,7 mton
026 - Inregelen warmte-installaties bedrijven - besparing: 0,5 Mton
maatregel 026 - besparing: 0,5 Mton
Inregelen warmte-installaties bedrijven Voor het goed functioneren van een klimaatinstallatie is het van belang dat de luchthoeveelheden in een installatie in overeenstemming worden gebracht met de ontwerpwaarden. Daarnaast is in allerlei verwarmingsinstallaties goed waterzijdig inregelen ook heel belangrijk om de installatie efficiënt te laten werken. Slecht ingeregelde apparaten gebruiken te veel energie en zorgen voor onnodige CO2 -uitstoot. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen (Wet milieubeheer – inrichtingen) die vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar verbruiken om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder te treffen. Dit is de energiebesparingsplicht.
Waterzijdig inregelen Bedrijven kunnen op verschillende manieren aan die energiebesparingsplicht voldoen, bijvoorbeeld door alle toepasselijke maatregelen te treffen die staan op de Erkende Maatregelenlijsten voor energiebesparing (EML). Deze lijsten bevatten voor 19 bedrijfstakken energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder (zie RVO.nl). In het Bouwbesluit is opgenomen dat een goed ingeregeld installatie 23% kan besparen op het gasgebruik, en logischerwijs zou waterzijdig inregelen van installaties in januari 2020 worden opgenomen als erkende maatregel. Helaas liet het kabinet zich op het laatste moment op een zijspoor zetten door een enkel rapport dat vele foute aannames kent. Een tegenreactie van Techiek Nederland heeft niet mogen helpen en veel tijd is verloren gegaan. Urgenda dringt nogmaals aan om waterzijdig inregelen zo snel mogelijk toe te voegen aan de erkende maatregelen. Het technisch potentieel ligt voor de utiliteitsbouw tussen de 20 en 30 Petajoule. In juni 2019 schreef Urgenda: “Voor de komende 1,5 jaar zou de besparing uit kunnen komen op 12 tot 16 Petajoule, naar beneden afgerond leidt dit tot 0,5 Mton CO2-reductie”. Nu moet dat in 1 jaar gebeuren, dus een enorme versnelling is dan noodzakelijk.
88
89
tot de arbeidsmarkt of verkopers van daklozenkranten iets kunnen verdienen door de bandenpomp te bedienen, zou voor hen een mooie extra inkomstenbron kunnen zijn. Als mensen € 100 per jaar besparen, dan kan een paar euro voor de ‘bandenspanner’ er toch wel vanaf?
Banden op spanning
60% van alle auto’s rijdt met een te lage bandenspanning. Dit komt doordat banden altijd langzaam spanning verliezen (2 tot 3% per maand) en dus regelmatig moeten worden bijgepompt. Plaats 2.500 Slimme Bandenpompen op slimme plekken en bied het gebruik ervan gratis aan. Als 50% van de automobilisten hier gebruik van maakt, besparen we 0,2 Mton CO2 per jaar.
Hardere banden leveren niet alleen geld en CO2-winst op, ze zijn ook veiliger en leiden tot minder slijtage, waardoor er minder microplastics in het milieu belanden. Ook veroorzaken ze minder verkeerslawaai.
De meeste mensen pompen hun autobanden op bij tankstations. Helaas laat onderzoek zien dat deze pompen niet gebruikersvriendelijk zijn: 70% tot wel 90% van alle automobilisten rijdt na gebruik weg met nog steeds een te lage spanning. Ruim 35% rijdt onbewust en ongewild zelfs weg met een lágere spanning. Zoals de overheid ook zelf al aangeeft, is er veel te winnen met het op spanning houden van banden. Stientje van Veldhoven, minister voor Milieu en Wonen, heeft gezegd: “Als alle auto’s met de juiste bandenspanning zouden rondrijden, zouden we zo’n 0,4 Megaton CO2 per jaar aan uitstoot besparen.”
Maatregel Banden op Spanning Als de helft van de automobilisten elke twee maanden hun banden juist gaat oppompen, bespaart dit per jaar 0,2 Mton CO2. Het bespaart ook nog € 100 per jaar per auto (oftewel in totaal € 400 miljoen!). De meeste mensen weten niet dat ze € 100 kunnen besparen door af en toe 10 seconden hun banden op te pompen. Betere communicatie hierover is dus belangrijk en het is goed dat de recente overheidscampagne ‘Iedereen Doet Wat’ aandacht geeft aan bandenspanning. Voorstel: zet boven de weg “4 keer banden oppompen per jaar levert u €100 op.
Kosten voor de maatregel € 3,5 miljoen voor 2.500 pompen en ondersteunende kosten voor meer voorlichting en voor de inzet mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is slechts € 13,66 per vermeden ton CO2. Er is brede maatschappelijke steun voor deze maatregel, zoals te zien is op de website van Stichting Band op Spanning. Ook partijen zoals BOVAG en RAI pleiten al lang voor meer banden op spanning. Zie ook maatregel 48.
BANDEN OP SPANNING
Mogelijke besparing voor 2020: 0,2 Mton CO2
ALS ALLE AUTO’S MET DE JUISTE BANDENSPANNING ZOUDEN RIJDEN, ZOUDEN WE ZO’N 0,4 MEGATON CO2 PER JAAR AAN UITSTOOT BESPAREN Slimme pompen
Klimaatwinst met goed opgepomte banden
De nieuwe bandenpomp is met de touchscreen makkelijk te gebruiken en helpt met slimme software zelfs door het intoetsen van het kenteken direct de juiste bandenspanning te vinden. Door 2.500 van deze slimme bandenpompen te plaatsen bij bijvoorbeeld bedrijven, benzinestations en supermarkten en daar duidelijke uitleg bij te geven, zullen automobilisten beter en vaker hun banden op spanning brengen. Een project waarbij bijvoorbeeld mensen met een afstand 90
027
#Hetkanalsjehetwilt
91
027 - Banden op spanning - besparing: 0,2 Mton
maatregel 027 - besparing: 0,2 Mton
CO2-Prestatieladder
Co2-prestatieladder Mogelijke besparing voor 2020: 1 Mton CO2
Met deze maatregel stellen we voor dat middelgrote tot grote bedrijven, organisaties en overheden in 2020 een professioneel CO2-managementsysteem moeten invoeren. Dit kan 0,8 Mton CO2-uitstoot besparen per jaar. Volgens een eerste schatting van de resultaten van de voorgestelde maatregel kan er zelfs 2 Mton CO2 worden bespaard, het dubbele. Maatregel 28 is opgesteld met Stichting Klimaatvriendelijk Ondernemen en Aanbesteden (SKAO). Het voorstel sluit aan bij de Wet milieubeheer. Daarin staat dat alle bedrijven die jaarlijks vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) verbruiken, de plicht hebben om hun energiebesparende maatregelen te rapporteren. Bedrijven die jaarlijks vanaf 200.000 kWh elektriciteit of 75.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen verbruiken, hebben de plicht daarbij een eigen onderzoek te doen. De maatregel houdt in dat alle bedrijven, instellingen en overheidsorganisaties die jaarlijks vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) verbruiken, in 2020 een certificaat op niveau 3 van de CO2-Prestatieladder moeten hebben. Bedrijven, instellingen en overheidsorganisaties die per jaar vanaf 200.000 kWh elektriciteit of 75.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen verbruiken, moeten een laddercertificaat op ten minste niveau 4 behalen.
Achtergrond In het kader van het Energieakkoord zijn voor inmiddels 19 bedrijfstakken lijsten met Erkende Maatregelen ontwikkeld. Een bedrijf dat de maatregelen uit deze lijst heeft genomen, voldoet aan de verplichting uit de Wet milieubeheer om alle maatregelen met een terugverdientijd tot 5 jaar te nemen. De lijsten met Erkende Maatregelen concentreren zich vooral op het warmtegebruik van gebouwen en het elektriciteitsgebruik van de apparatuur in de bedrijfsgebouwen. Daarbij is gekozen voor een gedetailleerde beschrijving van alle afzonderlijke maatregelen. Bedrijven zijn verplicht om de lijst eens per 4 jaar in te vullen.
Verschillen met Erkende Maatregelen Bij de CO2-Prestatieladder wordt ook gewerkt met een maatregelenlijst. Deze verschilt op 5 punten van de lijsten met Erkende Maatregelen. • Ten eerste zijn de lijsten met Erkende Maatregelen qua reikwijdte beperkter dan de maatregelenlijst van de CO2-Prestatieladder. De laatste richt zich behalve op kantoren en bedrijfshallen ook op allerlei activiteiten, zoals aanbesteden, advies, afval, bouwplaatsen, logistiek en transport, materiaalgebruik, materieel, onderaannemers en leveranciers, personenmobiliteit, scope 3-emissies en schepen. • De overheidslijsten werken alleen met standaardmaatregelen, terwijl de CO2Prestatieladder ook vooruitstrevende en ambitieuze maatregelen kent. Die stimuleren bedrijven om meer te doen dan wat wettelijk verplicht is.
92
028
#Hetkanalsjehetwilt
Deze maatregelen stimuleren bedrijven om meer te doen dan wat wettelijk verplicht is
• Ten derde is de maatregellijst van de CO2-Prestatieladder voor kantoren en bedrijfshallen minder gedetailleerd dan de lijsten met Erkende Maatregelen. Waar in de lijsten met Erkende Maatregelen apart zaken staan als spouwmuurisolatie, de HR-ketel, weersafhankelijke regelingen en tijdschakelaars, kiest de maatregelenlijst van de CO2-Prestatieladder voor bredere categorieën, zoals de verbetering van het energielabel of de aanwezigheid van een energiemanagementsysteem, waar de meer gedetailleerde maatregelen deel van uitmaken. • Een vierde belangrijk verschil is dat de CO2-Prestatieladder organisaties stimuleert te focussen op de meest materiële emissies. Dit zijn emissies die voor de organisatie het grootst zijn. Gecertificeerde organisaties concentreren zich bij het nemen van maatregelen vooral op deze emissies. • Een vijfde verschil is dat de CO2-Prestatieladder geen maatregelen verplicht stelt, maar eist dat organisaties een ambitieuze doelstelling kiezen, aantoonbaar werken aan reductie van de materiële emissies en hierin continu jaarlijkse verbetering laten zien. ‘Ladderbedrijven’ zijn ook verplicht om zich aantoonbaar in nieuwe maatregelen te verdiepen.
CO2-Prestatieladder heeft veel voordelen
Veel bedrijven kiezen voor een CO2-Prestatieladder-certificaat omdat dit gunningvoordeel geeft bij aanbestedingen. Ook kiezen steeds meer bedrijven en organisaties – waaronder gemeenten en ministeries – hiervoor omdat ze een geloofwaardig en onafhankelijk gecontroleerd klimaatbeleid willen voeren. De vraag aan de overheid is om het voorstel wettelijk vast te leggen, net zoals ze dat heeft gedaan bij de verplichte maatregelenlijst.
93
028 - CO2-Prestatieladder - besparing: 0,8 Mton
maatregel 028 - besparing: 0,8 Mton
Campagne voor CV-optimalisatie huishoudens Veel cv- en zeker HR-ketels van particulieren kunnen beter op een lagere temperatuur worden ingesteld: van 80/90 graden naar 70 of soms wel naar 60. Een HR-ketel gaat dan (beter) condenseren en dan wordt het rendement hoger. Dit bespaart veel gas en geld, en je hoeft niet in te leveren op comfort. Ook zijn veel cv-ketels niet goed waterzijdig ingeregeld en draaien daardoor niet efficiënt. Een landelijke campagne om mensen aan te moedigen hun installatie te laten nakijken op dit gebied en het bijscholen van installateurs om dit echt goed te doen, horen bij deze maatregel. Uitleggen hoeveel kosten mensen met het beter inregelen kunnen besparen, is heel belangrijk. Deze maatregel is snel terugverdiend. De technische besparingspotentie in de hele woningvoorraad ligt ergens rond de 30 tot 35 Petajoule. Voor het komende jaar zou een besparing van 0,4 Mton te halen zijn als 1/3 van de mensen met een cv-ketel deze lager zet of beter zou laten inregelen. Landelijke bewustwordingsdag: ‘How low can you go?’ Nog dit stookseizoen kan een landelijke bewustwordingsdag worden georganiseerd over het lager instellen van de cv-ketel.
Ketels die op 80 staan, kunnen vaak probleemloos naar 70 of lager en bewoners kunnen zelf experimenteren welke temperatuur nog comfortabel is en welke verlaging mogelijk is na het ophangen van dikkere gordijnen of het plaatsen van radiatorfolie. Hoe dan ook besparen de meeste bewoners geld. Een project van projectgroep Warm in de Wijk in samenwerking met TU Delft, Hou van je Huis/gemeente Den Haag en WaterLab om de temperatuur in de cv terug te draaien naar 70 graden was zeer succesvol. Alle deelnemers hielden ook ná de campagne de cv op 70 graden. Leiden (netcode 071) is net een campagne gestart: ‘Zet ‘m op 71’. Dit is de eerste makkelijke en geldbesparende stap die consumenten zelf kunnen doen.
94
Cv beter inregelen Naast het lager zetten van de cv valt veel te winnen aan comfort én aan besparing door de verwarming beter in te regelen: zorgen dat de warmte beter wordt verdeeld over de verschillende radiatoren. Dit is het zogenoemd waterzijdig of hydraulisch inregelen. Vereniging Eigen Huis geeft in haar publicatie over het goed instellen van de verwarming aan dat in een gemiddelde woning een rendementsverbetering tussen de 5% en 15% behaald kan worden. De Consumentenbond komt tot de conclusie dat hiermee zelfs een rendementsverbetering van 10% tot 20% haalbaar is. Voor sommige verwarmingen kan dynamisch inregelen nog een éxtra besparing opleveren.
Slecht ingeregelde apparaten gebruiken te veel energie en zorgen voor onnodige CO2-uitstoot Kosten Een landelijke campagne ‘Zet ‘m op 70’ of ‘How low can you go?’ kost zo’n € 500.000. De cv-temperatuur verlagen is de eerste snelle stap om consumenten in actie te krijgen en energie en geld te besparen, om vervolgens diezelfde consumenten te benaderen voor een extra reductie door het waterzijdig en/of dynamisch inregelen. Urgenda en Warm in de Wijk pakken deze campagne graag op.
95
029 - Campagne voor CV-optimalisatie huishoudens - besparing: 0,4 mton
maatregel 029 - besparing: 0,4 mton
APK voor gebouwen
Een periodieke controle op de werkelijke energieprestatie van gebouwen, een soort APK ofwel een EnergiePrestatieKeuring (EPK), zou voor de komende 12 tot 18 maanden een besparing van 0,1 tot 0,2 Mton (5 tot 8 Petajoule) kunnen opleveren. Een EPK kan snel en eenvoudig ingevoerd worden, zonder aangepaste wetgeving. De EPK zou betrekking hebben op alle inrichtingen onder het Activiteitenbesluit 2.15 regime en/of alle gebouwen met een gebruiksoppervlak van meer dan 500 m2. Een EPK is nodig om een gat in het huidige beleid te dichten, waarbij met name gestuurd wordt op theoretische gemiddelde prestaties van losse energiebesparende maatregelen, die zelden in de praktijk ook deze prestaties laten zien. Kloof Er gaapt een grote kloof tussen de theorie van bijvoorbeeld het energielabel en de werkelijke energieprestatie in de praktijk. Dit probleem is er ook bij de sectorale Erkende Maatregelen energiebesparing, waarbij aan de hand van checklists wordt bekeken of de eigenaar of ondernemer wel de ‘juiste’ installatie in het gebouw heeft staan, maar waarbij niet wordt gecontroleerd of deze wordt onderhouden, goed is ingeregeld en daadwerkelijk het voorgenomen resultaat levert. Al decennia wijzen alle rapporten in het vastgoed uit dat ruim 80% van het vastgoed niet presteert zoals beoogd. Dit laaghangend fruit kan snel geplukt worden en levert behoorlijke klimaatwinst op.
Te weinig keuringen van gebouwinstallaties In Nederland worden gebouwinstallaties nu nauwelijks gekeurd. De enige uitzondering is wellicht grotere stookinstallaties, en dan voornamelijk vanwege de veiligheid en niet zozeer om de energie-efficiëntie. Een verplichte periodieke EPK sluit aan bij de huidige ontwikkelingen in de utiliteit en is eenvoudig te implementeren, omdat grotere gebouwen binnen de dienstensector inmiddels verplicht zijn om een Energieregistratie- en Bewaking Systeem (EBS) te hebben. Uit dit EBS is, aangevuld met informatie uit de keuring, af te lezen of de installatie doet wat die moet doen. Helaas wordt binnen de huidige context van wet- en regelgeving, ook in de Erkende Maatregelen, wel aandacht gevraagd voor energiemonitoring, maar niet voor het acteren op basis van die monitoringsgegevens. Een EPK kan dit oplossen.
Groot potentieel Verschillende onderzoeksrapporten laten het potentieel van een EPK voor gebouwen zelfs op korte termijn zien. De besparing is enorm, zelfs zo groot dat die alleen al voor de kantorenmarkt de complete opgave voor de utiliteit voor 2030 (meer dan 1 Mton) dekt. Gebouweigenaren en gebruikers kunnen de EPK ook gebruiken als bewijs voor het doelmatig omgaan met energie én als basis waarop de overheid opdrachten (CO2-Prestatieladder) en subsidies (zoals MIA/Vamil, SDE+, EIA, Innovatiefinanciering en Groenfondsleningen) aan ondernemingen kan verstrekken. Eigenaren en bedrijven die compliant zijn aan de geldende energiewetgeving, kunnen zo ook gebruikmaken van subsidies, opdrachten en andere voordelen die voortkomen uit stimulerend klimaatbeleid. Zo hebben koploperbedrijven ook voordeel bij een EPK. Onder eigenaren, huurders, gebruikers en andere partijen binnen de vastgoedketen is er veel draagvlak voor een EPK.
DEZE EPK LEIDT TOT MEER COMFORT EN TOT MINDER STORINGEN, KLACHTEN EN ONDERHOUD, EN VERLENGT DE LEVENSDUUR VAN DE INSTALLATIE Tweede kans De EPK is als instrument opgenomen geweest in het Energieakkoord 1.0. Met ondersteuning van het rijk is een paar jaar geleden geprobeerd die breed in de markt te zetten. De proefperiode van de EPK, vooral in sectoren als de commerciële utiliteit, was succesvol, maar heeft het leven nooit verder gezien. Dat is jammer, want gemiddeld valt bij een periodieke keuring van de totale gebouw- en klimaatinstallatie op basis van behoefte en gebruik al ruim 20% energie te besparen. Een enorme winst zonder grote investeringen. Daarbij levert deze EPK meer comfort op en leidt die tot minder storingen, klachten en onderhoud. Ook verlengt die de levensduur van de installaties zelf. De vergelijking met de auto-APK, ook om veiligheidsredenen, is snel gemaakt.
96
97
030 - apk voor gebouwen - besparing: 0,1 mton
maatregel 030 - besparing: 0,1 mton
Stadsheffing voor leefbare stad Om de stad Londen binnen de ring weer leefbaar te maken, werd in 2003 de Congestion Charge geïntroduceerd: een tolsysteem waarbij auto’s in het centrumgebied binnen de ring – de Congestion Charge zone – door de week tussen 7.00 uur en 18.00 uur een bedrag per dag moeten betalen (nu 11,5 pond). De tol wordt in rekening gebracht via een systeem met kentekenherkenning. Elektrische en zeer schone voertuigen betalen minder dan vieze dieselauto’s en bussen. Deze zone is nog steeds een van de grootste ter wereld waar dit systeem bestaat. Dit systeem werd steeds verder aangescherpt. Sinds 2015 zijn er geen uitzonderingen meer en worden alleen volledig elektrische voertuigen ontzien. Nu gaat men deelvervoer ook bevoordelen, opdat mensen minder alleen in een auto zitten. In de eerste tien jaar werd er netto met dit systeem 1,3 miljard pond verdiend, dat werd geïnvesteerd in openbaar vervoer, verbetering van wegen en bruggen en oplossingen voor voetgangers en fietsers. Het grootste bedrag werd geïnvesteerd in de verbetering van het busnetwerk (960 miljoen pond). Het tolsysteem leidde tot 10% minder drukte en 11% minder autokilometers.
Dat betekent goedkoper OV, schonere lucht, betere bereikbaarheid, verhoogde leefbaarheid én minder CO2-uitstoot London, Singapore en Helsinki De insteek voor Londen was vooral: Londen MOET bereikbaar blijven. Dat is gelukt, want er is nu weer doorstroming. Ook Singapore en Helsinki hebben deze maatregel genomen vanuit economisch belang en gebrek aan ruimte. De ‘bijvangst’ is minder dodelijke ongelukken met fietsers in de stad, meer schone lucht en dus minder CO2-uitstoot.
Stadsheffing in vijf grootste steden Stel dat de overheid een stadsheffing zou introduceren in de vijf grote steden en daar bijvoorbeeld € 10 per dag zou vragen voor benzine- en dieselvoertuigen, en elektrische voertuigen zou vrijstellen. Dat kan heel makkelijk met een kentekenscan. Speciale groepen zoals ambulances worden in het begin uitgezonderd. De techniek is klaar en uitontwikkeld en kan relatief snel geïmplementeerd worden. Met de inkomsten zou het OV betaalbaar en beter gemaakt kunnen worden. Dat betekent goedkoper OV, schonere lucht, betere bereikbaarheid, verhoogde leefbaarheid én minder CO2-uitstoot.
98
Potentieel in Amsterdam is 0,4 Mton De uitstoot van vervoer in Amsterdam is volgens de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 ( januari 2019) 360 kiloton per jaar, dus 0,36 Mton. Een proef in 5 steden binnen de ring (met een scan op alle afritten) zou met financiële steun van de overheid mogelijk moeten zijn, 5 steden die samen conservatief geschat 1,5 Mton aan vervoersuitstoot hebben. Stel dat de autokilometers net als in Londen met 11% verminderen, dan zou – zeer conservatief gerekend – 0,2 Mton CO2-reductie moeten kunnen. Voor Amsterdam is het een mooie opstap naar het beleid van de gemeente om in 2025 alleen nog elektrisch vervoer toe te staan. Voor de andere steden is het wellicht een inspiratiebron om ook versneld aan schone lucht te werken. Omdat het inmiddels februari 2020 is, is de besparing van deze maatregel voor 2020 op 0,0 Mton gezet. Voor 2021 is 0,2 Mton of meer zeker haalbaar.
99
031 - Stadsheffing voor leefbare stad - besparing: 0 mton
maatregel 031 - besparing: 0 mton in 2020
032 - Innovatieve Chemische Recyclingtechnieken - besparing: 0,1 mton
maatregel 032 - besparing: 0,1 mton
Innovatieve Chemische Recyclingtechnieken Chemische recycling zou op korte termijn een goede aanvulling kunnen zijn op mechanische recycling voor kunststof afval. In zowel het nieuwe Regeerakkoord als in de transitieagenda’s voor de circulaire economie wordt chemische recycling als een belangrijke oplossing voor de verduurzaming van de kunststofketen gezien. CE Delft heeft in opdracht van het ministerie van EZK berekend dat in 2020 reeds een besparing van 0,1 Mton mogelijk is. De overheid kan deze techniek mogelijk maken door: • monomeer chemische recycling een-op-een mee te tellen in de doelstellingen voor plasticrecycling; • feedstock chemische recycling met een factor van circa 50% mee te tellen in de doelstellingen voor plasticrecycling; • subsidie voor investeringen in chemische recycling mogelijk te maken onder de nieuwe SDE++ subsidieregeling; • de doelstellingen voor recycling van plastic te verhogen, onder andere in de raamovereenkomst verpakkingen; • chemische recycling een betere plek te geven in het landelijk afvalstoffenplan (LAP3) qua hoogwaardigheid van recyclen.
240.000 ton geschikt materiaal uit huishoudens CE Delft schat op basis van kunststof afvalstromen die nu al gescheiden vrijkomen, maar niet geschikt zijn voor mechanische recycling, dat circa 240 kton materiaal in 2020 chemisch gerecycled kan worden. Netto kan dat een CO2-emissiewinst van 0,2 Mton per jaar opleveren. Dit zou met ook import van materiaal uit het buitenland richting 2030 kunnen groeien naar zeker 1,6 Mton CO2-reductie.
Extra mogelijkheden bij bedrijfsafval Bij deze analyse is gefocust op kunststof afvalstromen uit huishoudens. Als ook gekeken wordt naar kunststofstromen die lastig mechanisch te recyclen zijn en die vrijkomen als bedrijfsafval, dan kan de CO2-emissiereductie nog verder groeien. Zeker voor Rotterdam, waar ieder jaar enkele megatonnen aan chemische producten worden gemaakt, is het heel interessant om met chemische recycling de productie voor een groot deel op basis van kunststofafval circulair te maken. Als de juiste technieken ingezet worden op kunststof afvalstromen die nu in afvalenergiecentrales belanden, kan 1 tot 3 kilo CO2 per kilo materiaal bespaard worden, dus het gaat uiteindelijk om vele Megatonnen CO2 die zo bespaard kunnen worden.
100
101
Verdubbeling slagkracht energiecoöperaties De overheid kan de CO2-besparing door de gewenste beweging van onderaf eenvoudig verdubbelen door de coöperaties te faciliteren met de juiste instrumenten. De belangrijkste op korte termijn is het tarief waar de postcoderoosprojecten gebruik van maken. Versterk de postcoderoosregeling en verdubbel duurzame energieprojecten De regering heeft de Regeling Verlaagd Tarief (RVT) – de postcoderoosregeling in de volksmond – als instrument gegeven aan energiecoöperaties om (lokale) duurzameenergieprojecten mee te realiseren. Deze fiscale regeling is gebaseerd op het leveren van energie zonder energiebelasting en de btw daarover aan leden van de coöperatie. Het is een mooi en succesvol instrument om burgers mee te laten profiteren van de energietransitie en ze ervoor te motiveren.
2. Stimuleer gemeenten tot ‘groene leges’ Nu hanteert elke gemeente een eigen regime voor de leges voor duurzame projecten. Sommige gemeenten rekenen niet of nauwelijks leges (bijvoorbeeld alleen over de onderbouwconstructie van zonne-installaties); andere gebruiken de volledige installatieprijs als basis voor de berekening van de leges. Dat betekent in sommige gevallen een kostenverhoging tot 3%. Bovendien zijn coöperaties deze leges vaak sowieso verschuldigd, ook als een project niet doorgaat. Dan blijft een coöperatie al snel met tonnen schuld achter, zonder opbrengsten. Het zou helpen als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een modelverordening opstelt om gemeenten te stimuleren over te gaan op groene leges.
Voorstel: - Bij zonneparken alleen de constructie meenemen in de berekening van de bouwkosten en een vast percentage hanteren (2,5%). - Bij niet doorgaan van het project uitsluitend een vast, minimaal bedrag voor leges rekenen van € 2.500. - Een vast percentage rekenen op basis van de bouwkosten (0,5%) voor windmolens. Deze maatregel wordt onderschreven door ruim 100 energiecoöperaties.
Door de discussie over veranderingen in de hoogte van de energiebelasting twijfelen de coöperaties en de financiers over de haalbaarheid van projecten. De honderden energiecoöperaties in Nederland vragen daarom aan de overheid om de RVT om te zetten in een terugleververgoeding die niet meer varieert, maar voor langere tijd een vast bedrag wordt van € 0,12 per kWh. Dit maakt de financiering voorspelbaar en zal de aantrekkingskracht enorm vergroten. In 2019 groeide de hoeveelheid geïnstalleerd vermogen van zonnestroom weer met meer dan 50% tot 2408 MWp. Corporaties verwachten 250 MWp extra groei als er een vaste vergoeding komt voor de postcoderozen, die leidt tot een additionele reductie van 0,1 Mton CO2-uitstoot in 2020. Voor de langere termijn kan aanhoudende groei vanuit de beweging van onderop geholpen worden door twee maatregelen.
1. Vergroting van fondsen waar energiecoöperaties geld uit kunnen lenen voor de eerste fase van duurzame energieprojecten Grotere projecten zoals zonneparken en windmolens vereisen grote investeringen. Voor coöperaties is de exploitatiefase vaak geen probleem om te financieren, maar de ontwikkelfase daarvoor wel. In die fase moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd, worden talloze onderzoeken uitgevoerd en is gedegen projectmanagement vereist. De kosten hiervan bedragen al snel 5 tot 10% van de totale kosten van een project. Geld dat coöperaties in het algemeen niet hebben en dat de meeste financiers niet willen financieren. Daardoor moeten de coöperaties gebruikmaken van grote commerciële partijen of investeerders, die vervolgens een belangrijk deel van de opbrengst claimen. Een groot fonds vanuit de overheid kan hierbij aanzienlijk helpen. 102
In 2019 groeide het vermogen van zonnestroom weer met ruim 50% 103
033 - Verdubbeling slagkracht energie coöperaties - besparing: 0,1 mton
maatregel 033 - besparing: 0,1 mton
034 - Actieplan enkel naar HR++ glas - besparing: 0,2 mton
maatregel 034 - besparing: 0,2 mton
Actieplan enkel naar HR++ glas In Nederland hebben nog ruim 1 miljoen woningen enkel glas, gemiddeld 20 m2 per woning. Het vervangen van deze 20 m2 door HR++ glas kost bijna € 3.200. Dat is een flinke investering voor burgers, maar ze besparen jaarlijks € 460 aan energiekosten en het is dus in 7 jaar terugverdiend. Met een speciale extra pot ISDE-subsidie en een multimediale voorlichtingscampagne voor het vervangen van enkel glas zouden 250.000 huishoudens in 2020 verleid kunnen worden om de stap te zetten. Met maatregel 34 stellen we voor om € 1.000 per huishouden aan te bieden via een ISDE-subsidie, zodat de terugverdientijd van de burger ongeveer 5 jaar wordt.
Besparing Gemiddeld is de besparing van het vervangen van enkel glas door HR++ glas 800 kilo CO2 per jaar (bron: Milieu Centraal) per woning. Bij 250.000 huishoudens komt dat neer op een winst van 0,2 Mton.
Kosten 25% van de woningen aanpakken komt neer op 250.000 maal € 1000 subsidie via ISDE is € 250 miljoen, plus een voorlichtingscampagne van € 800.000.
MET EEN SUBSIDIE KAN HET VERVANGEN VAN ENKEL GLAS DOOR HR++ BINNEN ZO’N 5 JAAR TERUGVERDIEND ZIJN
104
105
Bomen, bossen en bermen Waar de industrie zoekt naar moderne technieken om CO2 vast te leggen, is de allerbeste en goedkoopste techniek al uitgevonden: bomen. Vooral bossen leggen veel CO2 vast in de bodem en in de bomen zelf. Maar ook individuele bomen nemen CO2 op, zorgen voor verkoeling en helpen bij waterberging. Meer bomen en meer groen is dan ook al opgenomen in het Klimaatakkoord. Maatregel 35 is drieledig: versnelling van de plannen voor meer bos en bomen, en een beter gebruik van bermen. Deze maatregel is aanvullend op maatregel 7: duurzamer beheer van bestaande bossen.
CE Delft bestudeerde waar 100.000 hectare bos zou kunnen komen: veel potentie is er langs snelwegen en rondom rustplaatsen langs de snelwegen. Prachtplekken voor het kabinet om de turbo erop te zetten en 10% van het bosplan te realiseren in plantseizoen 2019/2020. De investering is behoorlijk, maar de kosten worden terugverdiend, aldus CE Delft.
Herintroductie hakhout langs bermen Nederland telt 8.000 km aan N-wegen, waar veel potentie ligt voor bomen. Met deze maatregel stellen we voor om ten eerste te stoppen met kappen van bomen ‘voor de veiligheid’ en de (achterhaalde) CROW-richtlijn van 4,5 meter los te laten op plekken waar dat mogelijk is. Ook stellen we voor om de openbare ruimte langs N-wegen te gebruiken om CO2 op te slaan in snelgroeiend, dus levend hakhout en knotbomen, én te zorgen voor een constante aanvoer van biomassa met een zeer korte CO2kringloop. Dit kan in de vorm van houtwallen, rabattenbossen of plantages.
Versnelling groener platteland De afgelopen decennia is de biodiversiteit drastisch achteruit gegaan doordat landschapselementen zoals houtwallen, heggen en hagen verdwenen en bermen kaler werden. Gemeenten, waterschappen en andere terreinbeherende organisaties stonden toe dat boeren delen van hun terrein maaiden en zich administratief toeeigenden voor de mestboekhouding. In de praktijk blijkt dat ruim 1% van het agrarisch land onterecht in de mestboekhouding is opgenomen.
Versnelling meer bos In 2027 wil het kabinet 80.000 hectare meer bos hebben gerealiseerd in Nederland. Uiteindelijk moet dit leiden tot 0,5 Mton extra CO2-opname per jaar. Hoe eerder daarmee wordt begonnen, hoe groter de winst is in 2030. Want als bomen zo’n 10 tot 30 jaar oud zijn, nemen ze het meeste op en begint de bosbodem ook een gezonde humuslaag te ontwikkelen, waarin ongeveer een derde van alle koolstof van een bos wordt opgeslagen. Uiteindelijk wordt een bos volwassen en heeft het zijn maximum aan opname bereikt, maar het kan deze CO2 nog duizenden jaren vasthouden. Niet alle plekken in Nederland zijn geschikt voor nieuw bos. Voor weidevogels bijvoorbeeld zijn bomen in of bij het weiland niet bevorderlijk. Op andere plekken willen we liever heide dan bos, en zonnepanelen op daken verduisteren met bomen is ook geen goed idee. Er blijft echter nog voldoende plek over waar meer dan één doel gediend kan worden. Zo is een productie- of voedselbos een mooie buffer rondom beschermde natuurgebieden. En bossen langs de (snel)weg vangen fijnstof af en zorgen voor geluidsisolatie. Bossen rondom woonkernen bieden ruimte voor recreatie, zorgen voor verkoeling en schone lucht en ontzien natuurgebieden.
106
Het is tijd om het tij te keren. De gemeente Berkelland in de Achterhoek is hier al mee begonnen. In overleg met boeren laat de gemeente de onterecht verwijderde landschapselementen terugplaatsen. Ook neemt ze de bermen weer zelf in beheer en plant er bomen en bloemenlinten. Dit levert CO2-besparing op en dit leidt met adequate handhaving tot minder mestproductie en minder dieren (1% minder dieren betekent 0,18 Mton besparing, hier gaan we voor de voorzichtigheid uit van 0,04 Mton). De neuzen staan gelukkig al de goede kant op: volgens de afspraken in het Klimaatakkoord maant de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) alle gemeenten tot groei met 1% meer bomen. Ruimte voor deze bomen kan gevonden worden in agrarisch gebied. Het ‘Aanvalsplan versterking landschappelijke identiteit via landschapselementen’ van Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) in het Klimaatakkoord belooft een constructieve samenwerking met gemeenten en andere terreinbeherende organisaties op dit vlak. Ook heeft LTO net als de grote terreinbeherende organisaties het biodiversiteitsherstelplan ondertekend en hebben ze allemaal de urgente wens om meer natuur te creëren. Het kabinet kan helpen door al deze organisaties te ondersteunen met een goede controle op berm- en mestfraude met behulp van kadastrale kaarten en luchtfoto’s.
Hier ligt ook een kans, namelijk het creëren van een nieuw verdienmodel voor boeren voor natuurvriendelijk bermbeheer en het onderhoud van landschapselementen. 107
035 - bomen, bossen, bermen - besparing: 0,1 mton
maatregel 035 - besparing: 0,1 mton
Sneller handelen tegen recreatief gebruik lachgas De laatste jaren neemt het recreatief gebruik van lachgas als drug toe met allerlei problemen tot gevolg. Verlammingen, straatvervuiling, auto-ongelukken én klimaatverandering. Het kabinet heeft gelukkig in december 2019 al besloten dat lachgas onder de Opiumwet gaat vallen, waardoor recreatief gebruik wordt verboden. Hoe eerder dat gebruik stopt, hoe groter de klimaatwinst. Landelijke naleving laat nog even op zich wachten, maar gemeenten kunnen direct aan de slag door de verkoop van lachgas bij evenementen te verbieden. Lachgas (N2O, distikstofoxide) is een zeer sterk broeikasgas: 1 kilo lachgas heeft hetzelfde effect als maar liefst 265 kilo CO2. Het komt onder meer vrij uit grond die bemest is met kunstmest of dierlijke mest. Het wordt ook gebruikt als anesthetisch gas bij verdovingen en als hulpmiddel in motoren om het motorvermogen te verhogen. In 2016 is bepaald dat lachgas niet meer onder Geneesmiddelenwet valt, maar onder de Warenwet. Sindsdien is het zeer populair geworden als partydrug. De laatste jaren neemt het gebruik enorm toe en doen gemeenten meer pogingen om het gebruik in te dammen. De lachgaspatronen en ballonnen die gebruikt worden ‘in de recreatieve sfeer’ liggen namelijk massaal op de grond in steden, op festivalterreinen en op andere plekken waar mensen samenkomen om te feesten.
Ook schadelijke gezondheidseffecten Gebruik van lachgas uit slagroompatronen is al langer populair, maar ook de handel in grote lachgastanks neemt toe. Kroegen, shisha-lounges en festivals vullen daaruit honderden ballonnetjes die voor een paar euro worden verkocht. Ook als particulier kun je zulke tanks kopen. De schadelijke gezondheidseffecten zijn groot, met verlammingen tot gevolg, en er gebeuren steeds meer auto-ongelukken door het gebruik van lachgas.
Wettelijk verbod De stijging van de invoer van lachgas lijkt bijna helemaal toe te schrijven te zijn aan het ‘recreatieve gebruik’. Dat is 500 ton lachgas extra en dat staat gelijk aan 0,1 Mton extra uitstoot van CO2-eq. De reductie in uitstoot in 2020 is afhankelijk van hoe snel het wettelijk verbod wordt doorgevoerd, hoe streng er zal worden gehandhaafd en wat er in de tussentijd gebeurt. Want ook nu hebben overheden al opties om het gebruik terug te dringen en bij deze de vraag aan het kabinet om deze volop in te zetten:
108
Suggesties om lachgas voor recreatief gebruik sterk te verminderen 1. Op basis van schade aan milieu/leefomgeving (rondslingerende patronen en ballonnen): • In AMvB van regering op basis van Warenwet • In APV van gemeente 2. Op basis van verstoring van openbare orde: • In APV van gemeente kan gebruik worden verboden in de openbare ruimte. • Drank- en Horecawet verbiedt al de ‘kleinhandel’ (art. 14 lid 2) 3. Overeenkomstige toepassing Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen: Dit besluit is vooral een implementatie van EU Verordening nr. 517/2014 (F-gassenverordening). Het is denkbaar dat een artikel wordt toegevoegd waarin N2O wordt gelijkgeschakeld met F-gassen, en eventueel een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik in slagroombussen. 4. Verkoop uitsluiten bij het vergeven van vergunningen: lachgas wordt veel gebruikt bij festivals en feestdagen zoals Koningsdag. Gemeenten hebben nu al de mogelijkheid om de verkoop uit te sluiten bij het vergeven van vergunningen. 5. Meer voorlichting onder jongeren.
109
036 - Sneller handelen tegen recreatief gebruik lachgas - besparing: 0,1 mton
maatregel 036 - besparing: 0,1 mton
3. Asfalt met langere levensduur
duurzamer asfalt
Nederland heeft een van de dichtst vertakte wegennetten ter wereld. Van dit netwerk is zo’n 130.000 kilometer verharde weg. De overheid kan als grootste opdrachtgever in de grond-, weg en waterbouw bij aanbestedingen voorwaarden stellen aan duurzamer asfalt. Realistisch is in 2020 een besparing van 0,1 Mton CO2 door de aanleg van fietspaden van biobased asfalt, meer gebruikmaking van asfalt dat op lagere temperatuur is gemaakt, meer hergebruik van grondstoffen uit oud asfalt en maatregelen om de levensduur van asfalt te verlengen. Deze maatregel is geschreven in samenwerking met BAM (punt 1 t/m 3) en Miscancell (punt 4). Mogelijke besparing bij duurzame aanbesteding in 2020: Maatregel 1. Invoering lage temperatuur asfalt 2. Verhoging aandeel hergebruik 3. LVOv-maatregelen 4. Grasfalt Totale reductie
CO2-reductie 45 kton/jaar – 2020
Kosteneffect Kostenneutraal
35 kton/jaar – 2025
Kostenneutraal
10 kton/jaar – 2020 21 kton/jaar - 2020 76-109 kton/jaar 2020
Kosteneffectief Kosteneffectief
1. Verlaagde productietemperatuur In 2014 t/m 2017 is in Nederland gemiddeld 8,33 Mton asfalt per jaar geproduceerd. Normaal asfalt wordt geproduceerd bij minimaal 165°C. BAM en een concurrent kunnen beide asfalt produceren bij zo’n 100°C. Deze bedrijven kunnen komende winterperiode hun asfaltfabrieken aanpassen, zodat asfaltproductie bij deze temperatuur in 2020 mogelijk is als daar vraag naar zou ontstaan. Uitgaande van de jaarlijkse productie van 8,33 Mton asfalt in Nederland resulteert dit in een reductie van de CO2-uitstoot met circa 45 kton per jaar.
Samen met een aantal marktpartijen onderzoekt Rijkswaterstaat het effect van Levensduur Verlengend Onderhoud met verjonger (LVOv) op de levensduur van ZOAB-deklagen op het hoofdwegennet. Een verlenging van 4 jaar is momenteel haalbaar. Een brede introductie van LVOv zal resulteren in een daling van de jaarlijkse deklaagproductie van 3,167 Mton nu naar 3,035 Mton na de introductie van LVOv. Dit betekent dat jaarlijks 132 kton deklaagasfalt minder geproduceerd en verwerkt hoeft te worden. Dit resulteert in een terugval in de CO2-uitstoot met bijna 10 kton per jaar, rekening houdend met de productie van LVOv.
4. Fietspaden van Grasfalt Grasfalt is een innovatief asfaltmengsel waarin het bitumen is vervangen door het bio-based bindmiddel lignine dat afkomstig is uit olifantsgras (Miscanthus). In het huidige Grasfalt wordt 50% van het bitumen vervangen door lignine uit olifantsgras, maar het streven is naar 100% vervanging. Olifantsgras zet zeer effectief CO2 om in biomassa: het neemt vier keer meer CO2 op dan bomen. Per hectare olifantsgras, dat goed is voor 3,2 ton lignine, wordt per jaar 26,4 ton CO2 opgenomen. Er liggen al Grasfalt fietspaden in Nederland, en op industrieterreinen is Grasfalt getest met zwaar vervoer. In 2020 kan Miscancell 80 km Grasfalt fietspaden aanleggen waarin 11.000 ton lignine wordt verwerkt. Per ton lignine wordt er 1,65 ton CO2 uit de atmosfeer opgenomen. Vanwege de lagere productietemperatuur in de asfaltcentrale wordt een additionele CO2-reductie bereikt van 1080 ton. De totale CO2-reductie in 2020 komt daarmee op 21 kton. In Nederland ligt zo’n 35.000 km aan fietspad. Jaarlijks wordt ongeveer 1750 km vervangen. Door in 2020 flink te investeren in Grasfalt op fietspaden, krijgt Grasfalt een impuls om door te groeien, zodat het in 2030 een belangrijk onderdeel kan worden van een groene en circulaire economie.
2. Hergebruik van oud asfalt Asfaltwegen bestaan uit dragende onder- en tussenlagen die de verkeersbelasting moeten dragen. Op deze dragende asfaltlagen wordt een deklaag aangebracht. Door deklagen te produceren die voor 80% uit teruggewonnen materialen bestaan kan bij een deklaagproductie van (38% x 8,33 Mton=) 3,17 Mton/jaar jaarlijks de uitstoot van bijna 70 kton CO2 worden voorkomen. Voor 2020 zijn er nog geen mogelijkheden om dit grootschalig in te voeren, hoewel er wel een overschot aan asfalt is, aldus BAM. In 2025 kan, bij vraag uit de markt, hergebruikt asfalt zorgen voor 35 kton CO2-besparing/jaar.
110
111
037 - duurzamer asfalt - besparing: 0,1 mton
maatregel 037 - besparing: 0,1 mton
In 2012 heeft Deltares voor de gemeente Rotterdam een aantal opties doorgerekend en deze berekeningen ook gemaakt voor heel Nederland (zie tabel).
meer gebruik olivijnzand In 2020 zijn er nog een aantal oplossingen die relatief snel CO2 kunnen binden, zoals het gebruik van olivijnzand. Dit naast andere oplossingen zoals meer bossen, verbetering van de grond en zeewierkweek. Olivijn Olivijn is een mineraal dat veel voorkomt op de wereld (zeker een kwart van de aardkorst). Olivijn ruimt CO2 op via de natuurlijke verwering: het reageert met CO2 en legt de koolstof voor zeer lange tijd vast. Door het te vermalen tot zand wordt de natuurlijke verweringsreactie versneld. Taylor et al. (2016) schatten dat deze methode de CO2concentratie in potentie minimaal 30 ppm kan verminderen de huidige concentratie CO2 is ongeveer 415 ppm). In het onderzoek Drawdown (Paul Hawken, 2018) wordt olivijn genoemd als veelbelovende klimaatoplossing.
Bron: Deltares
Potentie 2020 Een kwart hiervan zou met voldoende beleidsondersteuning mogelijk moeten zijn, zodat er dan circa 100.000 ton CO2 vastgelegd wordt door het in 2020 uitgestrooide olivijn. Met extra beleid is 0,1 Mton CO2 vastlegging te verwachten. Olivijn stenen
Olivijn schouwpad
Kosten De kosten zijn onderhevig aan inflatie: grootschalige aanvoer drukt al snel de prijs. Een ton olivijnzand kost (afhankelijk van de korrelgrootte) € 19 en daarmee wordt minimaal (in 30 jaar) 0,33 ton CO2 vastgelegd. De kosten voor 2020 komen dus maximaal op € 5,7 miljoen (100.000 ton x 3 x € 19) oftewel € 57 per ton CO2. Dit komt aardig overeen met de kosten die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) raamde op pilotschaal. Bij opschaling dalen de kosten snel: het Amerikaanse Project Vesta, waar Nederlandse ondernemers en wetenschappers voor een belangrijk deel aan bijdragen, rekent met 8,50 dollar per ton opgeslagen CO2.
Nederland koploper Nederland loopt voorop met de toepassing van olivijnzand. Zowel qua onderzoek (Movares, NIOZ, Deltares, WUR etc.) als de toepassing ervan. Het Nederlandse bedrijf greenSand leverde in 2019 ongeveer 10.000 ton, in totaal sinds het begin 40.237 ton. Er is alle reden om aan te nemen dat deze groei versneld doorzet in 2020, waardoor zonder extra beleid zo’n 15.000 ton olivijn wordt verkocht waarmee ten minste 15.000 ton CO2 wordt vastgelegd (0,015 Mton). 112
113
038 - meer gebruik olivijnzand - besparing: 0,1 mton
maatregel 038 - besparing: 0,1 mton
Overheidscampagne ‘het kan wel’
Op korte termijn is het meeste te bereiken met energiebesparing. Dat kan op vele manieren, bij huishoudens, kantoren, boeren en de industrie. De bevolking van Nederland heeft de afgelopen tijd het idee gekregen dat ‘de energietransitie’ een groot en veelkoppig, geldverslindend monster is dat niets oplevert. Geen wonder dat velen de hakken in het zand zetten. Wij hebben de multimediale campagne ‘Het kan wel’ geopperd om te laten zien wat er mogelijk is. Het kabinet heeft dit inmiddels opgepakt met de campagne ‘Iedereen doet wat’. Dat is een mooie start, die aangevuld kan worden met onderstaande ideeën. a. Verras Nederlanders met een bespaarpakket Waarom zou je Nederlanders niet verrassen met een energiebespaarpakket? Nu niet van een loterij, maar van de eigen overheid. Ter inspiratie kun je denken aan: • Besparende douchekop, bespaart warm water en daarmee op dit moment in de meeste huizen ook aardgas. Voor de bewoner scheelt het € 50 per jaar. • 3 ventilatorsetjes voor verbetering van de luchtdoorstroming van bestaande radiatoren. Die plaats je onder de radiator, waardoor de warmte zich beter verspreidt en je minder hoeft te stoken. Kan 30% in de stookkosten schelen, zeker € 300 per jaar. • Radiatorfolie voor achter radiatoren, zodat je niet de wand warm stookt, maar de ruimte. • Radiatorfolie om de close-in-boiler in te pakken.
Die verliest permanent warmte door uitstraling aan de omgeving, ook als er geen warm water wordt getapt. Een besparing van 100 kWh op jaarbasis per boiler wordt gemeten. Naar schatting staan er meer dan een miljoen van deze boilers in woningen en bedrijven. Het besparingspotentieel met deze Nederlandse innovatie komt daarmee op zo’n 0,6 Mton CO2-reductie per jaar. Een pakket kan op centrale punten worden afgehaald (samenwerking met bijvoorbeeld supermarkten of postafhaalpunten). Als er om te beginnen 500.000 pakketten worden aangeboden, kan dat bij implementatie al ruim 0,5 Mton opleveren. Kosten: € 40 miljoen.
b. Promoot de CO2 Open – www.climatecleanup.org
Een manier om mensen te betrekken bij de transitie zie je bij de actie CO2 Open van Climate Cleanup, waar mensen goede ideeën kunnen inbrengen. Wij hebben ook gemerkt dat je overspoeld wordt als je mensen om ideeën vraagt. Zorg voor een faciliteit waar mensen met goede ideeën terechtkunnen en help ze ook met opschalen. Er is veel meer potentie in de samenleving dan je ziet. Werk niet alleen met belangenorganisaties en koepels, maar roep ook de innovatiekracht op en help die verder!
114
c. Promoot de CO2 Calculator
Een directeur die op de hoogte is van de CO2-uitstoot en besparingsmogelijkheden van de onderneming, zal meer geneigd zijn te verduurzamen dan een directeur die hier geen benul van heeft. Klimaatplein biedt een gratis CO2-calculator voor bedrijven, die rekent met een CO2 taks van € 60 per ton, een realistisch scenario voor de nabije toekomst. De webapp is gratis en mede mogelijk gemaakt door het ministerie van EZK (voorheen IenM). Als de 1,4 miljoen zzp’ers en 330.000 mkb’ers waar nu weinig aandacht voor is, de CO2-calculator invullen, worden zij zich bewuster van hun impact en hun energiekosten. De calculator geeft ook veel praktische besparingstips. Ook een zzp’er kan 1 ton CO2 besparen door anders te reizen. Bij bedrijven met 2 tot 50 personeelsleden wordt 5 ton makkelijk gehaald. Het potentieel bij deze groep is dus enorm, van 0,1 tot 1,7 Mton!
d. Start het E-team Maak budget vrij om E-teams op te zetten die bedrijven onverwachte bezoekjes brengen en wijzen op de wettelijke verplichtingen voor energiebesparing. Loop door het bedrijf en geef tips. Zeg dat je over een half jaar terugkomt en verwacht dat het dan in orde is, anders volgen er helaas boetes. Als dat communicatief goed begeleid wordt, kan dit ervoor zorgen dat bedrijven alle reductiemaatregelen op dit terrein die ook in onze lijst zitten (er zijn er nog veel meer) implementeren. Er kan ontzettend
E-Team
veel bespaard worden, maar als bedrijven het idee hebben dat die verplichting om energiemaatregelen te nemen die zich binnen 5 jaar terugverdienen niet gehandhaafd wordt, dan gaan die investeringen op de lange baan. Zelfs maatregelen die zich binnen een jaar terugverdienen worden vaak toch niet genomen. Dat kan anders! Dit zijn slechts vier ideeën, die makkelijk aangevuld kunnen worden. Ze laten zien hoe belangrijk een vernieuwend communicatietraject en iets positiefs doen voor huishoudens is. Je bespaart er zo 1 Mton mee, maar we zetten het hier op 0,5 Mton, maar omdat het al januari 2020 is, zetten we ‘m hier op 0,2 Mton.
115
039 - Overheidscampagne ‘het kan wel - besparing: 0,2 mton
maatregel 039 - besparing: 0,2 mton
Innovaties met potentie
innovaties met potentie papierproductie zonder water
Er zijn vele innovaties die graag snel willen opschalen. Op de termijn van 1 jaar is de CO2-reductie nog relatief klein, maar voor 2030 kunnen ze een veel grotere bijdrage leveren. Om de transitie te versnellen, zou het helpen als die innovaties sneller tot wasdom komen. We noemen er hier een aantal, die samen zelfs voor eind 2020 nog tot 0,1 Mton leiden, maar zeker daarna veel potentie hebben. 1. Doorbraak in de papierindustrie De papierindustrie in Nederland gebruikt veel aardgas om water te verwarmen, waarbij jaarlijks 1 Mton CO2 wordt uitgestoten. De industrie werkt aan veel oplossingen, zoals papier maken zonder water. Totdat dit nieuwe productieprocédé grootschalig benut kan worden, zijn er tussenoplossingen om de uitstoot op korte termijn omlaag te brengen. In 2030 zal deze sector er heel anders uitzien, maar om daar versneld te komen is het nodig om snel te starten. Een innovatieversnellingspakket en een besparingspakket kunnen ook de komende 2 jaar nog een flinke reductie opleveren.