Bijdrage van inspreker D. Scheeringa, Bijlage Handreiking Urgenda, 12-05-21.pdf
Tekst van het document
Graag het gemankeerde rapport van KIWA negeren en haast maken met het toevoegen van deze maatregel aan de Erkende Maatregelenlijst. Dat waterzijdig inregelen werkt, staat zelfs al in het Bouwbesluit.
33
027 Banden op spanning
Met de reeds door het kabinet aangekondigde maatregel ‘Gedragsmaatregelen duurzame mobiliteit’ wordt duurzaam rijgedrag bij automobilisten gestimuleerd, waaronder een intensivering van de campagne gericht op bandenspanning.
Er zijn nog onvoldoende gebruiksvriendelijke bandenpompen voor de consument om aan deze maatregel te voldoen. Graag meer inzet van uw kant. Zet boven de weg toch: “4 x banden oppompen per jaar is € 100 verdiend” in plaats van algemene teksten.
028 CO2-prestatieladder
Het uitbreiden van de energiebesparingsverplichting en de lijsten met erkende maatregelen met een extra verplichting betekent dat er een extra last komt te liggen bij de bedrijven die deze maatregelen moeten treffen. Het verder uitbreiden van deze verplichting, terwijl de informatieplicht per 1 juli 2019 in werking is getreden, acht het kabinet niet wenselijk.
Informatie geven is niet genoeg. Bedrijven moeten worden aangezet tot actie. Dat moet wettelijk ook al jaren. Het levert ook kostenbesparing op, het is een investering die zich binnen 5 jaar terug verdient en vaak sneller!
029 Campagne voor cv-optimalisatie huishoudens
Met de reeds door het kabinet aangekondigde maatregel ‘Programma stimulering vermindering energieverbruik eigen woningen’ worden huishoudens geholpen bij het treffen van energiebesparende maatregelen.
Dit was een mooie campagne waaruit veel enthousiasme bleek voor gemeenten. De pot is leeg, maar er is meer belangstelling. Graag heropenen en uitbreiden voor huurders (zie ook maatregel 41).
030 APK voor gebouwen
In het kader van het Energieakkoord is geprobeerd een EnergiePrestatieKeur (EPK) in de markt te zetten. Het effect van deze maatregel bleef echter uit en mede daarom is voor een andere aanpak gekozen: de informatieplicht energiebesparing. Het verder uitbreiden van deze verplichting, terwijl de informatieplicht per 1 juli 2019 in werking is getreden, acht het kabinet niet wenselijk. Bij controlebezoeken in het kader van de energiebesparingsplicht wordt ook gekeken naar het doelmatig beheer en onderhoud van besparingsmaatregelen. Deze bezoeken worden gestimuleerd met de reeds door het kabinet aangekondigde aanvullende maatregel ‘Versterking en ondersteuning uitvoering energiebesparingsverplichting’.
Zie reactie bij 28.
34
031 Stadsheffing voor leefbare stad
Deze maatregel wordt niet door het kabinet overgenomen. Er wordt op dit moment ingezet op de harmonisatie van milieuzones per 2020. Hiermee hebben gemeenten een instrument om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarnaast worden er voorbereidingen getroffen voor nul-emissiezones voor vrachtverkeer in 2025, zoals beschreven in het Klimaatakkoord.
Deze maatregel was een simpele vorm van rekeningrijden en verhoogt de leefbaarheid in de stad, verlaagt stikstof en CO2-uitstoot. Er is meer nodig dan hiernaast beschreven.
032 Innovatieve chemische recyclingstechnieken
Met de reeds door het kabinet aangekondigde maatregel ‘Recycling en bio-kunststoffen’ wordt recycling gestimuleerd.
Stimuleren klinkt vaag. Hoe wordt het echt verhoogd? Welke steun wordt eventueel gegeven?
033 Verdubbeling slagkracht energiecoöperaties
Als onderdeel van het aanvullende maatregelenpakket wordt het budget voor het ontwikkelfonds energiecoöperaties verdubbeld van €5 naar €10 miljoen om hun slagkracht te vergroten waarmee meer projecten worden gerealiseerd. Dit fonds geeft leningen aan energiecoöperaties om de ontwikkelkosten van zon- en windprojecten te financieren.
Dat is een mooie stap. Daarnaast is een goede teruglever-vergoeding of postcoderoos-regeling met juiste bedragen ook echt noodzakelijk.
034 Actieplan enkel naar HR++ glas
Met de reeds door het kabinet aangekondigde maatregel ‘Subsidie Energiebesparing Eigen Huis’ wordt o.a. het gebruik van HR++-glas gestimuleerd.
Zou mooi kunnen zijn. Budget? Voorwaarden?
035 Bomen, bossen en bermen
Maatregel die toeziet op het de aanleg van extra bossen, bomen en bermen is reeds onderdeel van de afspraken van het Klimaatakkoord.
Welke versnelling vindt er plaats in 2020?
036 Sneller handelen tegen recreatief gebruik lachgas
Het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs is door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een risicobeoordeling van lachgas gevraagd. Deze risicobeoordeling vormt de grondslag voor een landelijke aanpak. Het advies wordt dit najaar verwacht en voor het Kerstreces wordt u geïnformeerd. In algemene zin geldt dat op basis van de nu beschikbare gegevens het CO2-effect van het oneigenlijk lachgasgebruik naar verwachting beperkt is.
Ook een beperkte uitstoot van lachgasgebruik zou moeten worden aangepakt, zeker gezien de vervuiling en de gezondheidseffecten.
35
Plus: De SDE stimuleert vooral enorm grote daken, terwijl coöperaties ook graag kleinere daken van bedrijven en gemeenten en instituten willen helpen volleggen. Aanpassen van de voorwaarden zou helpen.
037 Duurzamer asfalt
Met de reeds door het kabinet aangekondigde maatregel ‘Toepassing CO2-reducerende circulaire maatregelen in de grond- weg en waterbouw’ wordt o.a. het gebruik van duurzamer asfalt gestimuleerd.
Concreter? Hoeveel duurzamer asfalt volgend jaar?
038 Meer gebruik olivijnzand
Resultaten van eerder onderzoek over het gebruik van olivijn zijn veelbelovend. Om deze maatregel grootschalig in de praktijk toe te kunnen passen, is nader praktijkonderzoek nodig, zoals Deltares en NIOZ in de steigers hebben staan. Met name eventuele ecologische risico’s (zoals het vrijkomen van nikkel en opname in landbouwgewassen) vraagt verdere aandacht.
Olivijn langs wegen, onder geluidswallen en dergelijke kan toch nu al?
039 Overheidscampagne ‘Het kan wel’
Het Rijk is in september 2019 begonnen met een brede publieksaanpak “Iedereen doet wat” die tot doel heeft burgers bewust te maken van hun persoonlijke rol in de transitie en hen te stimuleren hun gedrag te veranderen.
Deze campagne kan een flinke impuls krijgen door burgers 1) het goede voorbeeld te geven, en 2) daadwerkelijk wat te bieden zoals een bespaarpakket of gratis doorvoerstekkers (maatregel 23) of ledlampen (maatregel 41)
040 Innovaties met potentie
Vanwege de doorlooptijd van de innovatietrajecten is de bijdrage van deze maatregelen in termen van CO2-reductie in 2020 naar verwachting zeer beperkt. Voor toekomstige uitrol van klimaatmaatregelen zijn innovaties met potentie natuurlijk wel van belang, en zijn meegenomen in de Integrale Kennis en Innovatieagenda van het Klimaatakkoord (IKIA). De uitwerkte meerjarenprogramma’s voor de verschillende sectoren zullen op korte termijn worden vastgesteld.
Onze suggesties konden nog wel in 2020 uitgevoerd worden.
36
54 MAATREGELEN voor 25% CO2-reductie in 2020
37
100.000 huurhuizen energieneutraal
100.000 huurhuizen energieneutraal Mogelijke besparing voor 2020: 0,2 Mton CO2
170 woningcorporaties willen 100.000 huurwoningen verduurzamen en huurders direct helpen aan een substantieel lagere energierekening. Dat kan met het geld van de huurdersbelasting, ook wel verhuurderheffing genoemd. Door het (bijna) energieneutraal maken van woningen daalt de energierekening met 80 tot 100%. Dit creëert precies het draagvlak waar de regering naar op zoek is. Ook als de huur iets omhoog gaat na aanpassing van de woning houdt de bewoner er vanaf maand één geld aan over. Voor de overheid betekent het dat er ruim 0,2 Mton CO2-uitstoot bespaard wordt. Stop draconische huurbelasting en creëer meer investeringsruimte Het kabinet heft sinds 2013 een belasting – bekend als de verhuurderheffing – bij de woningcorporaties. Die bedraagt in 2020 € 2 miljard. Dat geld komt van mensen met de kleinste portemonnee en vloeit zo naar de schatkist, terwijl de overheid deze mensen daarmee een energieneutraal huis kan geven. Woningcorporaties kunnen met dat bedrag 100.000 woningen extra verduurzamen en ook de energiekosten voor hun huurders substantieel verlagen. Zo helpen woningcorporaties en huurders het kabinet om de noodzakelijke 25% CO2-reductie in 2020 te halen, mét draagvlak.
Belastingen voor woningcorporaties: vier maanden huur terug naar schatkist De ‘tijdelijke’ verhuurderheffing werd met tegenzin gedoogd door de corporaties, omdat er sprake was van een zware recessie. De afspraak dat dit tijdelijk was, is het kabinet echter vergeten. Sterker nog: de belasting wordt steeds hoger, want die is afgeleid van de WOZ-waarde. Er kwamen ook nieuwe belastingen bij, zoals de ATAD (Anti-Tax Avoidance Directive) en de vennootschapsbelasting. Daarmee zijn de 2 maanden huur die de huurder in de sociale huisvesting afdraagt aan Den Haag inmiddels bijna 4 maanden geworden. Maar we willen precies het omgekeerde: creëer draagvlak voor de energietransitie door de mensen met lagere inkomens een huis te geven zonder energierekening. De investeringen kunnen betaald worden uit de verhuurderheffing. Schaf die af onder de voorwaarde dat dit bedrag wordt gebruikt voor het energieneutraal maken van bestaande woningen en dus voor meer bestedingsruimte voor huurders. Zelfs als een kleine huurverhoging volgt, houden huurders gemiddeld nog € 50 tot € 70 per maand over vanaf maand één na de renovatie. Dat creëert onbetaalbaar draagvlak!
001
#Hetkanalsjehetwilt
Creëer draagvlak voor de energietransitie door mensen met lagere inkomens een huis te geven zonder energierekening
punt
38
39
001 - 100.000 huurhuizen energieneutraal - besparing: 0,2 Mton
maatregel 001 - besparing: 0,2 Mton
Minder koeien, niet minder winst
minder koeien, niet minder winst Mogelijke besparing voor 2020: 3 Mton CO2
Krimp en verandering van de veestapel leveren een reductie op per jaar van 3 Mton CO2-eq. Voor 2020 is 2 Mton haalbaar. Na het sluiten van de kolencentrales is dit een van de grootste maatregelen die nog genomen kunnen worden voor het klimaat. Ook verbetert het de biodiversiteit. Het is echter niet de bedoeling om de boeren weer het kind van de rekening te laten worden, want die hebben de laatste jaren maatregel na maatregel over zich heen gekregen en zijn soms meer boekhouder dan boer. Toch is er een goede reden om opnieuw te kijken naar het aantal koeien, want als we dat zelf niet doen, dwingt Brussel ons wel tot vergaande maatregelen. Nederland stoot te veel stikstof uit en produceert nog steeds relatief veel mest. Hierdoor voldoen we niet aan de EU-normen, waar Nederland voor heeft getekend. Stikstof, waarvan de melkveehouderij de grootste bron is, heeft negatieve effecten op natuurgebieden, insecten, bodemleven en gezondheid. Om in 2030 de EU-normen en de negatieve effecten sterk te beperken moeten we zeker 30% verminderen: minder (kunst) mest, minder krachtvoer en dus minder koeien óf veel minder melk per koe.
Om herhaling van 2016 te voorkomen – toen 160.000 koeien met paniekmaatregelen naar de slacht moesten omdat we niet voldeden aan de EU-normen voor fosfaat – kunnen we nu beter zelf het heft in handen nemen en voor veranderingen zorgen, zonder dat de boer inkomsten verliest. Een deel van de oplossing kan liggen in koeien minder melk laten geven. De uitstoot door koeien die nu extreem veel melk geven, kun je 15 à 20% afbouwen met minder krachtvoer en minder kunstmest. De overige 10% reductie moet dan komen uit krimp van de veestapel en de keuze voor andere koeienrassen. Iets minder koeien en een betere balans tussen het aantal koeien en de hoeveelheid land leidt niet alleen tot lagere opbrengsten, maar ook tot minder kosten. Per saldo hoeft de boer er niet op achteruit te gaan. Dit biedt perspectief voor melkveehouders. Als we zo’n grote verandering snel willen doorvoeren, moeten we boeren helpen met kennis en budget om het inkomensverlies te compenseren. Er zijn voldoende goede voorbeelden die goed volgen verdienen. Nu is er veel geld gereserveerd voor de aanpak van de stikstofproblematiek, alleen al € 2,2 miljard voor verbetering van natuurkwaliteit. Laten we dat inzetten voor de omschakeling naar een volhoudbare landbouw.
Wachten we totdat de EU ingrijpt of kiezen we voor een aanpak waarin alle maatschappelijke opgaven in samenhang worden opgepakt? Door nu als samenleving de rekening op te pakken, dragen we bij aan een veehouderij die maatschappelijk gewenst is en toekomstperspectief heeft. Het leidt ook tot een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere maatschappelijke kosten. Het vraagt wel lef. 40
002
#Hetkanalsjehetwilt
Deze maatregel is opgesteld in samenwerking met Prof. Jan Willem Erisman, directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut en hoogleraar aan de VU Amsterdam.
Per saldo hoeft de boer er niet op achteruit te gaan 41
002 - Minder koeien, niet minder winst - besparing: 2 Mton
maatregel 002 - besparing: 2 Mton
Maximumsnelheid verlagen
In één keer goed: dag en nacht naar100 km/uur Een simpele, maar krachtige maatregel is het verlagen van de maximumsnelheid. Het is een maatregel waar het kabinet vanwege de stikstofcrisis al actie op neemt. Vanaf april 2020 wordt de snelheid overdag teruggebracht naar 100. Met deze maatregel vragen we het kabinet dringend om het in één keer goed te doen en het helder en duidelijk te houden voor de consument: max 100 dag én nacht. Ook vragen we met deze maatregel om 80 km op Rijkswegen én een goede controle. scheelt kosten, maar het scheelt ook 0 0 3 In één keer alle borden aanpakken #Hetkanalsjehetwilt verkeersdoden en luchtvervuiling, en het levert 1,2 Mton per jaar op. Bij invoering vanaf april is 0,8 Mton besparing nog mogelijk. Jarenlang reden we maximaal 120 of 100 km/uur op snelwegen. Er was geen groot maatschappelijk belang om die snelheid te verhogen, eerder het tegendeel. Toch werd op 1 september 2012 de standaardlimiet op de snelweg verhoogd naar 130 km/uur. Eerst gold dat voor een beperkt aantal wegen, maar dat aantal groeide en werd in 2016 verder uitgebreid met 19 trajecten. Zelfs in 2018 zijn er trajecten bijgekomen, terwijl al duidelijk was dat Nederland noch het Urgenda-vonnis, noch de Europese klimaatdoelen ging halen.
In de quickscan van ECN en PBL, gepubliceerd op 1 september 2015, staat dat het terugdraaien van de maximumsnelheid van 130 km/uur naar 120 km/uur tot 0,2 Mton minder uitstoot leidt. Het verlagen van de maximumsnelheid op rijkswegen van 120 km/uur naar 100 km/uur en van 100 km/uur naar 80 km/uur scheelt 1,2 Mton.
42
Goedkope maatregel met positieve bij-effecten Het kabinet gaat nu bordjes 100 plaatsen met bordjes erbij dat dat geldt van 19.00 -06.00 uur. Het weglaten van die tijdsaanduidingen scheelt tijd en geld. Ook vallen er minder verkeersslachtoffers en is er minder uitstoot van fijnstof. Het rapport Koersen naar milieuvriendelijke mobiliteit van CE Delft uit juli 2016 toont alle voordelen van een lagere snelheid: een verlaging van de maximumsnelheid heeft uiteindelijk een volumeverlaging van het verkeer als gevolg en daardoor nemen files af, wat ook weer uitstoot scheelt. Ook beschrijft CE Delft een positief effect op de luchtkwaliteit. Naar schatting vallen er 3,4 tot 6,7 minder doden per jaar en 17 tot 34 minder ernstig gewonden (RWS, 2011). Daarnaast documenteren ze dat het terugschroeven van de maximumsnelheid naar 100 km/uur de CO2-emissie van alle personen- en bestelauto’s met 12% zou verminderen. TNO berekende voor ons dat de snelheidsverlaging ook tot 8% minder uitstoot van NOx kan leiden, in het kader van minder stikstof (N) uitstoot een mooie bijkomstigheid.
Trajectontrole Deze maatregel vraagt om betere controle. Op dit moment lijkt de politie het kat-enmuisspel met apps zoals Flitsmeister te verliezen. Deze app wordt door veel automobilisten misbruikt om 130 te blijven rijden op plekken waar niet wordt gecontroleerd. Een meerderheid van respondenten op AD.nl geeft aan dankzij Flitsmeister gewoon 130 te blijven rijden. Trajectcontrole biedt oplossing.
43
003 - Maximumsnelheid verlagen - besparing: 0,8 Mton
maatregel 003 - besparing: 0,8 Mton
Energie besparen in zorginstellingen
Sinds 2012 wordt regelmatig de Energiestrijd Zorghuizen georganiseerd: zorginstellingen strijden tegen elkaar om in één winterseizoen zo veel mogelijk energie te besparen zonder noemenswaardige investeringen. In één winter besparen ze dan 10 tot 15% energiekosten. 300 zorglocaties presenteren maatregel 4: de opschaling van deze Energiestrijd Zorghuizen. De Energiestrijd Zorghuizen is een beproefd concept. Energie besparen zou natuurlijk ook zonder zo’n ‘wedstrijd’ kunnen door alle systemen die energie vragen beter in te regelen, aangevuld met wat gedragsmaatregelen. Maar het voordeel van een Energiestrijd is dat de gedragsverandering zelf gekozen is en als positief en leuk wordt ervaren en niet als een opgelegde maatregel.
Saamhorigheid De Energiestrijd Zorghuizen is de afgelopen jaren een makkelijke en heel betaalbare manier gebleken om bij meer dan 70 zorghuizen zonder investering het energieverbruik terug te dringen. Gedragsverandering en zeer simpele maatregelen leiden al tot 10 tot 15% energiebesparing. Het strijden tegen andere zorghuizen is een mooie manier om meer energiebewustzijn te creëren en het initieert creatieve oplossingen en gezamenlijke actie. De toegenomen activiteiten en de wil om te winnen leiden tot saamhorigheid en gedragsverandering bij medewerkers, bewoners en management/directie.
Landelijke energiestrijd Mogelijke besparing voor 2020: 0,2-0,4 Mton CO2
Zeer simpele maatregelen en wat gedragsverandering leiden tot 10-15% energiebesparing Invulling geven aan de noodzakelijke CO2-reductie kan op verschillende manieren. Naast inzetten op duurzame energie uit zon en wind, kan er op korte termijn ook veel energie bespaard worden door het net iets creatiever aan te pakken. De zorghuizen verdienen hiermee jaarlijks duizenden euro’s die ze kunnen gebruiken voor de zorg of voor grotere uitgaven om te verduurzamen.
Vraag aan de overheid Bij opschaling van de Energiestrijd naar alle 1.900 zorghuizen in Nederland kan er een blijvende besparing van 0,2 Mton CO2 per jaar gerealiseerd worden. Geef alle zorghuizen een voucher voor energiebesparing met behulp van de Energiestrijd of een consultant en zorg zo voor versnelling bij het nemen van concrete maatregelen om 10-15% energie te besparen.
44
Zie voor meer achtergronden en actuele cijfers: www.urgenda.nl/themas/bouw/energiestrijd-zorghuizen Meer over de Energiestrijd staat in maatregel 4 op www.urgenda.nl/40puntenplan/ 45
004 - Energie besparen in zorginstellingen - besparing: 0,2 Mton
maatregel 004 - besparing: 0,2 Mton
Verlichting uitzetten na werktijd
Winkels en kantoren laten nog steeds veel te vaak onnodig lichten branden na werktijd. Vaak staat de verlichting het hele weekend onnodig aan. Eerder werd becijferd dat 536 miljoen kWh elektriciteit kan worden bespaard door het uitschakelen van onnodige verlichting buiten bedrijfstijd. Dat scheelt 0,36 Mton per jaar aan uitstoot van CO2. Een timer, veegschakelaar, bewegingsdetectie of gewoon iemand daarvoor verantwoordelijk maken, doet wonderen en is zo terugverdiend.
verlichting uitzetten na werktijd Mogelijke besparing voor 2020: 0,3 Mton CO2 Na gebruik het licht uit… Doet u het al?
Een mooie maatregel om heel veel onnodige uren verlichting te voorkomen Aan de ene kant zijn bedrijven sinds 2012 wel aan de slag gegaan met duurzamere verlichting en maatregelen om het aantal uren dat het licht brandt te beperken. Aan de andere kant is de economische groei toegenomen, is de leegstand afgenomen en brandt er nog steeds veel te vaak onnodig licht. Op basis van deze twee tegengestelde bewegingen rekenen we conservatief op een besparingspotentieel van 0,3 Mton uitstoot per jaar en met 0,2 Mton besparing in 2020. Een verbod op onnodig verlichten buiten werktijden zou enorm helpen en is dus een maatregel die de overheid weinig geld hoeft te kosten. In Frankrijk bestaat al zo’n regel. Het kan echter ook op basis van bestaande regels die eisen dat grote energieverbruikers energiebesparingsmaatregelen moeten nemen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Daarnaast is betere informatie en meer aandacht voor het onderwerp, ook op lokaal en regionaal niveau, een manier om snel besparingen te bereiken.
46
#Hetkanalsjehetwilt
47
005 - Verlichting uitzetten na werktijd - besparing: 0,2 Mton
maatregel 005 - besparing: 0,2 Mton
Netwerk semi-autonome kleine voertuigen Er rijden in Nederland heel veel bestelauto’s rond die samen 5,3 Mton per jaar uitstoten en een zeer inefficiënte vorm van distributie vormen. Nederland kan gebruik maken van een nieuwe ontwikkeling op het gebied van Artificial Intelligence voor autonome voertuigen en uitstoot reduceren. Dit gaat niet van de ene dag op de andere, dus de overheid moet snelle stappen maken om in 2021 0,5 Mton te besparen. Sinds deze maatregel in juni 2019 werd gepresenteerd is al kostbare tijd verloren gegaan. Een deel van de uitstoot van het goederenvervoer kan weggenomen worden door te gaan rijden met autonome elektrische voertuigen die de snelheid hebben van een wandelaar of jogger (5 tot 8 km/uur) en die ongeveer net zo breed zijn als een wandelwagen (80-100 cm breed) en maximaal 2 meter lang zijn. Deze wagentjes kunnen op vakantieparken en industrieterreinen zaken vervoeren die geen haast hebben. Het voertuig leert vaste routes rijden. ls er een onverwacht obstakel, dan stopt het voertuig en kijkt er iemand mee op afstand om te zien hoe het wagentje eromheen kan. De voertuigen kunnen ook worden ingezet in het buitengebied en helemaal rechts aanhouden op fietspaden.
Plan: versneld opschalen autonome voertuigen, 66.000 wagentjes in 2020 Het Nederlandse bedrijf MWLC heeft een klein eigen voertuig ontwikkeld met de capaciteit om enkele kilo’s vracht te vervoeren. In april 2019 zijn op vakantiepark Vaarwater op Ameland een aantal succesvolle demonstraties met het autonome wagentje gedaan. MWLC heeft een vergunning aangevraagd voor een eerste route op Ameland om voor een lokale ondernemer met een autonoom voertuig gekoeld transport te verzorgen.
Nederland is een vooraanstaand land op het gebied van elektrisch rijden. Op veel plekken in de wereld experimenteert men met autonome elektrische voertuigen. Hier zou Nederland het initiatief naar zich toe kunnen trekken en als eerste opschalen, en daarmee het gebruik van deep-learning technologie, nieuwe technieken rondom de gedistribueerde supercomputer en batterijtechnologie kunnen versnellen. Het inzetten van semi-autonome elektrische voertuigen is een factor 3 tot 6 keer goedkoper dan het elektrificeren van bestelbussen. Een investering van bijna € 800 miljoen, met een rendement op de investering van 20%, levert de komende twee jaar een besparing op van 0,5 Mton CO2. Als de overheid in juni 2019 aan de slag was gegaan, was een besparing van 0,5 Mton in 2020 mogelijk geweest. Nu starten levert hopelijk nog 0,1 Mton op.
Nodig van de overheid • De Experimenteerwet zelfrijdende auto’s moet het mogelijk maken om onbemande autonome voertuigen onder voorwaarden in te zetten op de openbare weg. • De overheid moet duidelijke en realistische criteria opstellen rond de veiligheid van deze voertuigen. Voor de opschaling is het nodig om achteraf niet verrast te worden. • Er is een innovatiefonds van € 200 miljoen nodig voor lokale wegbeheerders om deze innovatieve voertuigen versneld in te voeren. Met behulp van dit fonds kunnen gemeenten bijvoorbeeld concessies uitgeven voor routes waar autonome voertuigen mogen rijden en een bepaalde CO2.-reductie realiseren.
Het voertuig zit vol sensoren en Leert vaste routes rijden Zie voor een verdere uitwerking de download rechtsboven op www.urgenda.nl/40puntenplan/
48
49
006 - Netwerk semi-autonome kleine voertuigen - besparing: 0 Mton
maatregel 006 - besparing: 0 Mton in 2020
Bomen: dé oplossing voor klimaatverandering
duurzaam bosbeheer
Verschillende natuurorganisaties bundelen hun krachten voor duurzamer bosbeheer. Ze presenteren samen met Urgenda maatregel 7: bosbeheer waarbij hier en daar een boom wordt gekapt in plaats van hier en daar een halve hectare. Dit leidt tot meer koolstofopslag voor het klimaat en tegelijkertijd tot meer biodiversiteit.
Meer en ouder bos is een van de effectiefste en goedkoopste maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Grootschalige wereldwijde herbebossing kan 10 jaar van onze uitstoot compenseren. Behalve tegen klimaatverandering zijn bomen om vele andere redenen onmisbaar: ze leveren zuurstof, werken als natuurlijke airco’s, filteren fijnstof, huisvesten vele diersoorten en zijn goed voor onze (mentale) gezondheid. Steeds meer burgers zijn hiervan doordrongen. Ze spreken zich uit tegen het kappen van bomen langs wegen, in bossen en in de bebouwde kom. Het Meldpunt Bomenkap, opgezet door een verontruste burger, kan de meldingen nauwelijks bijhouden. Soms zijn er ruim 3.500 meldingen per week. Er is dus veel draagvlak voor deze maatregel.
Oudere bossen zorgen voor meer biodiversiteit Naarmate bossen ouder worden, leggen ze meer CO2 vast, zowel in bomen als in de bodem. En als bossen ouder worden en duurzaam worden beheerd, ontstaat er meer variatie, wat leidt tot meer verschillende insecten- en vogelsoorten. Voor het klimaat, maar ook voor de biodiversiteit, is het belangrijk dat de bossen in Nederland volwassener worden. Dat kan vooral door ze duurzamer te beheren en enkel extensief een boom te kappen voor hout en bosverjonging. Dit leidt ook tot een duurzamer verdienmodel.
Maatregelen die de overheid ook van Staatsbosbeheer kan vragen: DUURZAMER BOSBEHEER
Mogelijke besparing voor 2020: 0,2 Mton CO2
Stichting tot behoud van het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied
Bomen en bossen leggen veel CO2 vast. Ook zijn bomen en bossen ontzettend belangrijk voor de biodiversiteit. Het is dus belangrijk dat we zorgvuldig met onze bossen en bomen omgaan en streven naar natuurlijke bossen met een afwisselende opstand van inheemse bomen en struiken. Toch worden er erg veel bomen gekapt. Soms is dat niet erg, bijvoorbeeld wanneer er wordt gekapt omdat bomen ziek zijn, om te komen tot natuurlijke bossen of om andere natuur te behouden. De laatste jaren echter verdwijnt veel hout in biomassacentrales en is kaalkap teruggekeerd om hout te oogsten en telen. Hierbij wordt steeds een stuk bos van zo’n 0,5 tot 2 hectare kaalgekapt en de strooisellaag verwijderd en weer aangeplant, met veel verlies van vastgelegde CO2 en biodiversiteit tot gevolg. Duurzamer bosbeheer komt de biodiversiteit ten goede en kan een besparing van bijna 0,2 Mton CO2 opleveren.
50
1. Stop de kaalkap van stukken bos als methode voor houtoogst of als verjongingsmaatregel: kap periodiek en selectief de rechte bomen die het meeste hout opleveren. Laat de andere bomen oud worden. 2. Stop met het bewerken van bosbodems: hierdoor vervliegt CO2 en gaat de kwaliteit van de bodem achteruit. 3. Stop de afvoer van biomassa uit het bos, met uitzondering van ecologisch verantwoorde afvoer van stamhout voor duurzaam gebruik. 4. Stop de kap van bomen voor energiedoeleinden. Op www.urgenda.nl/40puntenplan/ staat onder maatregel 7 meer uitleg plus een presentatie over natuurvolgend bosbeheer. Deze maatregel wordt onderschreven door prof. dr. Louise Vet, prof. dr. Martijn Katan, weerman Reinier van den Berg, Frits van Beusekom (ex-Staatsbosbeheer), expert duurzaam bosbeheer Jaap Kuper en ruim 60 maatschappelijke organisaties.
Bos op leeftijd legt veel CO2 vast in bomen en bodem
51
007 -Duurzaam bosbeheer - besparing: 0,2 Mton
Maatregel 007 - besparing: 0,2 Mton
Koppel aanbestedingen aan besparingsplicht De Wet milieubeheer kent sinds 1993 een energiebesparingsplicht. Deze energiebesparingsplicht is gedefinieerd als de plicht voor organisaties om alle energiebesparingsmaatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen. Lang niet alle bedrijven en instellingen voldoen aan deze wettelijke plicht. Diegenen die dat wél doen zouden beloond moeten worden met opdrachten vanuit de overheid. Het eerste Energieakkoord kende een energiebesparingsdoel voor 2020 van 100 Petajoule. Uit de Nationale Energieverkenning van 2017 (NEV 2017) bleek dat die energiebesparing nog 25 Petajoule achterbleef op dit doel. Deze 25 Petajoule extra energiebesparing staat gelijk aan circa 1,5 megaton CO2-reductie. Een deel van dit gat wordt veroorzaakt doordat de energiebesparingsplicht voor bedrijven niet wordt nageleefd. Er kwamen aanvullende maatregelen: bedrijven kregen een informatieplicht die 6,5 Petajoule extra energie moest gaan besparen. De informatieplicht energiebesparing betekent dat bedrijven en instellingen verplicht zijn om het bevoegd gezag te melden welke energiebesparende maatregelen zijn genomen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Zo kan efficiënter worden gehandhaafd op die organisaties die nog niet voldoen aan de wet.
Bedrijven en instellingen zullen de overheid als klant niet kwijt willen raken en sneller de energiebesparingsplicht gaan naleven
52
Ook deze verplichting wordt nog niet nageleefd. Instellingen die hiermee bezig zijn schatten dat slechts 25% van de bedrijven de gevraagde informatie heeft aangeleverd. Om deze nu alsnog binnen te halen en ook nog eens bijna 0,4 Mton CO2-besparing te realiseren per jaar, zouden overheden kunnen instellen dat ze alleen maar zaken doen met die bedrijven en instellingen die voldoen aan de energiebesparingsplicht. Bedrijven en instellingen zullen de overheid als klant niet kwijt willen raken en sneller de energiebesparingsplicht gaan naleven. En voor de overheid is dit eigenlijk een heel makkelijk en logisch te zetten stap: welke overheid wil zaken doen met een partner die zich niet aan de wet houdt? Een flexibele pool van extra handhavers kan de provincies helpen om de daar gevestigde bedrijven te ondersteunen met het voldoen aan de energiebesparingsplicht. Voldoet een bedrijf of instelling niet, dan komt er een waarschuwing en de tips om wél te voldoen. Na een half jaar nog niet voldoen aan de wet betekent dan uitsluiting van opdrachten van de overheden. Daarmee beloon je de duurzame koplopers die wel hun nek hebben uitgestoken en maatschappelijke én economische verantwoordelijkheid hebben genomen. En je zet tegelijkertijd de achterblijvers aan om ook geld te verdienen met de verplicht te nemen energiebesparende maatregelen.
53
008 - Steun voor wettelijke besparingsplicht - besparing: 0,3 Mton
maatregel 008 - besparing: 0,3 Mton
behoud salderen
behoud salderen
Mogelijke besparing voor 2020: 0,4-0,9 Mton CO2
De energietransitie vraagt veel veranderingen in relatief korte tijd als we de doelen van Parijs nastreven. Voor burgers betekent dat hun huis energieneutraal maken, anders gaan reizen (OV of elektrisch) en anders consumeren. Dat creëert onzekerheid en ook het idee dat heel veel wordt afgewenteld op die burgers. Een van de weinige regelingen die de burgers zeer waarderen, is de salderingsregeling voor zonnepanelen. Gelukkig heeft de overheid al besloten dat het salderen niet gestopt wordt in 2020 of 2021, maar doorgezet wordt tot 2023 en daarna rustig afgebouwd. Dat is fijn, want het geeft zekerheid en maakt dat mensen weer durven te investeren. We zien dan ook een enorme groei in energieopwekking door zonnepanelen: De groei van zon-PV in 2018 was ruim 1,4 GWp en in 2019 is maar liefst 2,4 GWp geïnstalleerd. Een groei van meer dan 50%. Als dat zo doorzet in 2020, gaan we naar ruim 9 GWp eind 2020 (inschatting Dutch New Energy Research), hoger dan het doel van de regering. Dus 1 GW extra zonvermogen ten opzichte van bestaande doelen. Dat leidt tot een extra reductie van ongeveer 0,4 Mton. Meer is mogelijk de komende 10 jaar als het salderen minder snel wordt afgebouwd. Dit is berekend met het Energietransitiemodel. Daarin is een scenario met 7 GWp zon op dak vergeleken met een scenario met 6 GWp zon op dak.
Deze extra GWp zorgt voor 0,4 Mton afname van CO2-uitstoot (470 g/kWh opgewekt met de extra zon).
IN NEDERLAND GROEIT HET AANTAL ZONNEPANELEN ENORM: VORIG JAAR KWAM ER WEDEROM ONGEVEER 50% ZONNESTROOMVERMOGEN BIJ Cumulatief geÏnstalleerd zonnestroomvermogen in Nederland Bron: Nationaal Solar Trendrappport 2020, door DNR Research voor Solar Solutions International 54
009
#Hetkanalsjehetwilt
In deze berekening zijn we uitgegaan van enkel veranderingen in zon op daken. Als de rest van het energiesysteem mee verandert, heeft dit ook gevolgen voor de impact van extra zon op daken. Als de extra zon-PV op daken bijvoorbeeld zorgt dat een kolencentrale (600 – 1.050 g/kWh) minder hoeft te draaien, kan de additionele reductie oplopen tot 0,9 Mton. Dit alles naast de groei die plaatsvindt vanwege de SDE-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie). Dat zal bijdragen aan meer duurzame energie en minder stroom uit kolen en gas. Zie ook maatregel 54: Extra SDE voor zon op dak. 55
009 - behoud salderen - besparing: 0,4 Mton
maatregel 009 -besparing: 0,4 Mton
Groene daken
10% groen dak leidt tot 0,1 Mton CO2-besparing
Hoewel er nog veel meer onderzoek mogelijk is naar de klimaatwinst van groene daken, denken we hier een conservatieve maar degelijke schatting te hebben gemaakt. De 9 grootste steden hebben samen voldoende dak om aan de maatregel te voldoen, berekende de Rijksuniversiteit Groningen. In de berekening is uitgegaan van een sedumdak, een dunne laag vetplanten die vooral een koelend effect heeft op warme dagen. Bij natuurdaken, zoals gras- of kruidendaken, ontstaat ook een besparend effect door isolatie in de winter. Hoe dikker de laag substraat, hoe groter de isolatiewaarde en andere waarden zoals voor waterberging, geluidsisolatie en biodiversiteit. Hoe hoger de vegetatie, hoe meer CO2 er wordt opgenomen. De CO2 -besparing van deze maatregel kan dus nog veel verder oplopen als er wordt gekozen voor meer groen dakoppervlak dan 10%, voor een slimme combinatie van sedum en zonnepanelen, of voor natuurdaken, kruidendaken, daktuinen en dakparken. Meer achtergrond en berekeningen staan op www.urgenda.nl/40puntenplan
Ruim 50 organisaties presenteren maatregel 10: met het plaatsen van planten op 10% van het beschikbare platte dak in Nederland valt een besparing van minimaal 0,1 Mton CO2 -eq te behalen. De CO2 -besparing van groene daken komt door een combinatie van factoren: verminderd energieverbruik door beter warmtemanagement, een hoger rendement voor zonnepanelen en opname van CO2 door de planten. Groene daken hebben nog vele andere voordelen: ze fungeren als regenwaterbuffers en fijnstoffilters, ze verminderen het ‘hitte-eiland-effect’ in urbane gebieden en ze bevorderen tegelijkertijd de biodiversiteit. Kortom, groene daken zorgen voor gezondere lucht en gezondere mensen en mogelijk zelfs een gezondere voedselvoorziening. Deze maatregel is een win-win-win, dus vergroen bestaande daken en stimuleer de aanleg van groene daken op nieuwbouw.
Maatregel 10 is opgesteld samen met Rooftop Revolution en Rijksuniversiteit Groningen en wordt ondersteund door het samenwerkingsverband Stichting Green Deal Groene Daken dat 40 partners telt, en nog negen organisaties:
GROENE DAKEN
Mogelijke besparing voor 2020: minimaal 0,1 Mton CO2
De vele voordelen van groene daken De vele meetbare voordelen van groene daken zijn bij elkaar gebracht in de Facts and Values Groenblauwe daken. De cijfers zijn gebaseerd op 30 onderzoeken naar waterberging, geluidsisolatie, besparing op waterzuiveringskosten, vergroting van het leefgebied voor insecten, minder pijnstillers, gezondere lucht, natuurbeleving, noem maar op. Het enige voordeel dat ontbrak in dit overzicht is de CO2 -opname. Urgenda hoopt dat overheden en bedrijfsleven met deze aanvullende berekening nog sneller vaart maken met het vergroenen van onze daken. Een investering die gedeeltelijk of helemaal kan worden terugverdiend via de energierekening, korting op de rioolheffing en zorgkosten, zo redeneren de 40 overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de Green Deal Groene Daken.
BIJ NATUURDAKEN ONTSTAAT OOK EEN BESPAREND EFFECT DOOR ISOLATIE IN DE WINTER 56
De Groene Grachten
#Hetkanalsjehetwilt
57
010 - groene daken - besparing: 0,1 Mton
maatregel 010 - besparing: 0,1 Mton
Een dag per week zonder vlees Als alle Nederlanders een dagje per week geen vlees eten, daalt de uitstoot van CO2 met 0,5 Mton per jaar. Drie dagen per week geen vlees sluit aan op de richtlijnen voor gezonde voeding en de Schijf van Vijf en bespaart maar liefst 1,5 Mton per jaar. Onze westerse vleesconsumptie heeft een grote negatieve impact op klimaat, milieu, gezondheid en biodiversiteit en op lokale gemeenschappen in sojaproducerende landen. Reden waarom grote instituten zoals de Verenigde Naties, het Voedingscentrum en RIVM al langer pleiten voor minder vleesconsumptie. En ook reden waarom 30 organisaties het kabinet vragen zo snel mogelijk maatregelen in te voeren die de consument helpen om vaker te kiezen voor plantaardige vleesvervangers.
Ons dieet zorgt voor veel uitstoot De impact van de Nederlandse veehouderij op het klimaat is groot met een uitstoot van 18 Mton CO2-equivalent per jaar: methaan, lachgas en koolstofdioxide. Van de uitstoot van de Nederlandse voedselconsumptie wordt 5,6 Mton toegeschreven aan de Nederlandse veehouderij en 8,9 Mton aan buitenlandse veehouderij en veevoer. Met 10% minder consumptie van dierlijke eiwitten wordt dus 0,56 Mton uitstoot bespaard in Nederland en bijna 0,9 Mton in het buitenland. Deze daling is het snelst bereikt met één extra vegetarische dag per week. Met 2 of 3 extra vleesloze dagen kan dit oplopen tot 1,5 Mton.
Een eerlijke vleesprijs - € 0,20 per ons voor een landbouwfonds In november presenteerde de True Animal Protein Price Coalition (Tapp-coalitie) van boeren, wetenschappers, burgers, natuurbeschermers en artsen een plan waarmee het kabinet vlees eerlijker kan beprijzen en daarmee zowel de CO2-uitstoot als vele milieu- en gezondheidsproblemen kan terugdringen. Zo’n € 0,20 prijsverhoging per ons vlees levert jaarlijks bijna € 800 miljoen op, waarmee de landbouw kan worden verduurzaamd en de consumenten met de laagste inkomens worden gecompenseerd. Resultaat: meer welvaart, een gezonder platteland en minder ziektekosten. Urgenda vraagt het kabinet nogmaals om hier zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan.
• Geef als overheid het goede voorbeeld: hanteer overal het principe ‘carnivoor, geef het door’. Hierbij wordt vegetarisch eten de norm en moet juist de vleeseter dieetwensen doorgeven. De meeste universiteiten zijn daarin al voorgegaan, net als de gemeenten Amsterdam, Haarlem en Delft. • Voorlichtingscampagnes, (gratis) dieetadviezen en gezonde kooklessen en educatie op scholen over de achtergrond en impact van vlees en over plantaardig eten.
Positieve neveneffecten • Een flinke besparing in de gezondheidszorg: de te hoge consumptie van rood en met name bewerkt vlees leiden tot hoge zorgkosten door meer risico op overgewicht, obesitas, darmkanker en hart- en vaatziekten. Oxford University berekende dat een gezondheidsbelasting op bewerkt vlees van 115% in Nederland leidt tot ruim 25% minder consumptie hiervan, 1680 minder doden in 2020, € 376 miljoen per jaar minder zorgkosten, en € 1,09 miljard belastinginkomsten per jaar. • Goed voor de biodiversiteit: de veestapel krimpt en daarmee de mestberg en de stikstofuitstoot. Ook de vraag naar goedkoop veevoer krimpt, dus staat er minder druk op de akkerbouw voor de productie van goedkoop veevoer. • Goed voor de leefomgeving van lokale (inheemse) gemeenschappen, omdat die hun land niet meer verliezen aan bedrijven die uitbreiden voor de sojateelt, en omdat hun grond- en oppervlaktewater niet meer vervuild wordt door overmatig gebruik van herbiciden. • Goed voor de mondiale voedselproductie, want in elke kilo vlees gaan 2 -10 kilo’s soja, mais of gras. Landbouwgronden komen vrij om gewassen voor humane consumptie te telen. • Een verbeterde lucht- en waterkwaliteit: een kleinere veestapel leidt tot minder mest en fijnstof. • Een grote winst voor dierenwelzijn, want één vleesloze dag betekent op termijn honderden miljoenen minder dieren naar het slachthuis.
Meer achtergronden staan op www.urgenda.nl/40puntenplan/ Deze handreiking aan het kabinet is geschreven in samenwerking met de True Animal Protein Price Coalition (TAPP, 30 organisaties waaronder alle leden van de Dierencoalitie) en wordt ondersteund door 18 organisaties.
Verdere vragen in maatregel 11 • Een verbod op promotie voor bewerkt vlees, in lijn met het reclameverbod dat werd ingesteld om roken te verminderen. Gezien recent onderzoek waaruit blijkt dat de grootste twee supermarkten de consumenten afgelopen jaar met reclame juist vaker richting vlees en minder vaak naar de vleesvervanger trekken, lijkt dit een gewenste maatregel. 58
59
011 - Een dag per week zonder vlees - besparing: 0,5 Mton
maatregel 011 - besparing: 0,5 Mton
Versneld Vernatten Veenweide
VERSNELD VERNATTEN VEENWEIDE Mogelijke besparing voor 2020: 0,2 Mton CO2
Door het grondwaterpeil in veengebieden te verhogen en meer natuur te creëren kan het kabinet 0,2 Mton CO2 besparen voor eind 2020. De kabinetsplannen voor 2030 om het waterpeil in veengebieden te verhogen kunnen deels versneld worden uitgevoerd. Komend jaar kan al binnen huidige natuurgebieden worden gestart met het vernatten van het veen, en nieuwe gebieden kunnen versneld worden aangekocht. Deze maatregel is relatief goedkoop. Groot bijkomend voordeel: op korte termijn ontstaat meer habitat voor vele diersoorten die ernstig teruglopen in aantal. Zo worden klimaat en natuurdoelen integraal aangepakt. Deze maatregel biedt Urgenda aan met de Natuur en Milieufederaties en Natuurmonumenten, met ondersteuning van elf andere natuurorganisaties.
Het omzetten van natuurgebied naar veenvormende natuur creëert veel ruimte voor biodiversiteit en levert meer CO2-winst op
punt
012
Versneld vernatten veenweide #Hetkanalsjehetwilt Mogelijke besparing voor 2020: 0,2 Mton CO2
Droog veen, groot probleem Nederland telt zo’n 270.000 hectare veenweidegebied. Het grondwaterpeil wordt bijna overal kunstmatig verlaagd, voornamelijk om de landbouw te faciliteren. Het verlaagde peil veroorzaakt zo’n 7 Mton CO2 uitstoot per jaar – 4% van de totale Nederlandse uitstoot – doordat bij een lage grondwaterstand het veen oxideert. De lage grondwaterstand zorgt voor verdroging van de veengebieden. Dit heeft negatieve gevolgen voor natuur en biodiversiteit. Ook vele huizen kampen met verzakking door het lage peil, wat pijnlijk duidelijk werd na de afgelopen droge zomers. Door het grondwaterpeil in veengebieden te verhogen, wordt oxidatie verminderd en daarmee de CO2-uitstoot. Bovendien worden gebieden aantrekkelijker voor veel plantensoorten, insecten, weidevogels en moerasvogels. De extra kosten worden voor de natuurgebieden geschat op € 10 per ton CO2-equivalenten.
Versnelde aankoop natuur: Nederland heeft onder de noemer NatuurNetwerk Nederland afgesproken om het bestaande natuurgebied te vergroten met ruim 10.000 hectare nieuwe natuurgrond op veengrond. Deze plekken zijn al aangewezen en de plannen liggen klaar. Vanwege de kritische staat van de Nederlandse natuur is het erg belangrijk om de bestaande natuurplannen versneld uit te voeren. Door de helft al in 2020 te realiseren, scheelt dat zo’n 0,13 tot 0,26 Mton CO2-reductie voor eind 2020. De grootste winst zit in de provincies Friesland, Zuid-Holland, Noord-Holland en Drenthe. 60
Veenvormende natuur: Naast de maatregel om landbouwgronden om te zetten in natuur en het peil te verhogen, zijn er ook stukken land die al natuur zijn en nóg natter kunnen worden. Met het omzetten van natuurgebied naar veenvormende natuur wordt weer veel ruimte gecreëerd voor biodiversiteit en wordt nog meer CO2-winst gehaald. Meer info en berekeningen staan onder maatregel 12 op www.urgenda.nl/40puntenplan 61
012 - Versneld Vernatten Veenweide - besparing: 0,2 Mton
maatregel 012 - besparing: 0,2 Mton
Actieplan elektromotoren Elektromotoren verbruiken bijna 70% van de industriële elektriciteit. Energie Onderzoek Centrum (ECN, nu onderdeel van TNO) berekende hier een realistische besparing van 3,78 Mton CO2 door een systeembenadering (combinatie van betere motoren, beter inregelen, toerental- en frequentieregelingen etc.) voor de industrie- en dienstensector. ECN rekende hierbij nog niet met het potentieel van contactloze magneetkoppelingen: een veelbelovende innovatie in elektromotoren die veel extra besparing kan opleveren. Een actieplan elektromotoren waarin ook magneetkoppelingen meegenomen worden, kan voor einde 2020 zeker 2 Mton CO2 besparing opleveren. Vrijwel alle toepassingen met draaiende en bewegende onderdelen in deze wereld worden aangedreven door een elektrische motor, kortweg een elektromotor. Het is dus niet verrassend dat elektromotoren verantwoordelijk zijn voor 53% van het mondiale elektriciteitsverbruik. Geschat wordt dat bijna 70% van de totale industriële elektriciteit wordt verbruikt door elektromotoren. Bij de dienstensector ligt dit percentage rond de 38%. Een elektromotor is een relatief eenvoudig apparaat en is vaak ook relatief eenvoudig efficiënter te maken. Veel elektromotoren drijven pomp-, compressor- en ventilatiesystemen aan. Deze verbruiken dan ook 70% van de industriële elektriciteit (ECN, april 2017, p.19).
Ze gaan lang mee en daarom draaien er nog heel veel verouderde systemen, terwijl verbeteringen op dit gebied zich vaak snel terugverdienen. Elektromotoren worden ingedeeld in zogenaamde IE-klassen. IE1 is een elektromotor met een ‘standaard efficiëntie’; de IE5 is ‘zeer efficiënt’ maar is nog nauwelijks commercieel verkrijgbaar. Vanuit de EU (op basis van de Europese Richtlijn Ecodesign) wordt al vaak geëist dat een grote groep motoren minimaal IE2 of IE3 is. Motoren met EI4 krijgen in Nederland subsidie voor energie-investeringsaftrek (EIA). Toch draaien er nog veel oude motoren. ECN laat zien dat veel besparingen afhangen van het vermogen van de motor. Bijvoorbeeld: een IE1-motor van 1 kW vervangen door een EI3 bespaart 13% energie; bij een 10 kWmotor is dat 6%. De meeste investeringen in een motor van een hogere klasse zijn binnen 2 jaar terugverdiend. Veel bedrijven zijn dan ook wettelijk verplicht om die te doen. Ook andere maatregelen zijn mogelijk, zoals een toerental- of frequentieregelaar, een systeembenadering voor het optimaliseren van stromingssystemen, en contactloze magneetkoppelingen.
62
Systeembenadering In het ECN-rapport van 2017 staat dat een systeembenadering (combinatie van betere motoren, beter inregelen, toerental- en frequentieregelingen) voor de industrie- en dienstensector naar schatting tot 9,1 TWh besparing kan leiden. Hier is nog niet berekend wat de contactloze magneetkoppelingen nog extra kunnen besparen. Zytec, een bedrijf dat die koppelingen levert, ziet zelf een potentie van 9-12 Mton, maar rekent nu voorzichtig met 2 Mton. In een recente brochure van FME, de
NAAR SCHATTING 70% VAN ALLE INDUSTRIËLE ELEKTRICITEIT WORDT VERBRUIKT DOOR ELEKTROMOTOREN ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, wordt ook gesproken over maatregelen die nu al genomen kunnen worden waarin de magneetkoppelingen wél worden meegerekend. In hun Project 6-25 willen industriële partijen in 2025 op 6 Mton minder CO2 -uitstoot uitkomen, vooral door efficiency-maatregelen. Dit kan met bewezen en bestaande technologieën, en efficiëntere technieken voor elektromotoren zijn daarbij belangrijk. De besparingen leveren de bedrijven ook een kostenreductie op van vele miljarden.
Maatregelen om tot eind 2020 2 Mton extra te besparen Volgens de wet moeten heel veel bedrijven al alle energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen 5 jaar terug verdienen. Dat geldt voor de meeste aanpassingen op het gebied van elektromotoren, van de aanschaf van efficiëntere motoren tot de eerder genoemde systeembenaderingen en contactloze magneetkoppelingen. Er is in Nederland al een Green Deal ‘Efficiënte Elektrische Aandrijfsystemen’ om dat te bespoedigen onder grotere bedrijven (zogenaamde MJA/ETS-bedrijven). Maar het geldt net zo goed voor de kleinere bedrijven en de dienstensector. Die moeten nu plannen gaan maken (audits), maar er wordt nog niet echt druk gezet op de uitvoering. Het handhaven van bestaande wetgeving door omgevingsdiensten kan enorm veel besparing opleveren, dus de nadruk leggen op besparingsmaatregelen zou nu absolute prioriteit moeten hebben. Het levert bedrijven ook gewoon veel geld op. Een obstakel voor maatregelen is volgens de industrie de financiering, zelfs als maatregelen zichzelf binnen 2 tot 5 jaar terugverdienen. Met Invest-NL (nationaal fonds van € 2,5 miljard) en reguliere financiers moet dat toch mogelijk zijn. Dan is het vooral noodzakelijk dat de overheid bestaande wetgeving gaat handhaven (EU Richtlijn Ecodesign, MEPS, Wet milieubeheer etc.) en bedrijven wijst op hun verplichtingen en mogelijkheden.
Uitgaande van marginale kWh die in Nederland worden geproduceerd door gascentrales (dat wil zeggen: 1 TWh leidt tot 0,4 Mton CO2-reductie) en 5% netverliezen zou 9 TWh potentiële besparing – zoals door ECN berekend – leiden tot 3,78 Mton minder CO2-uitstoot. Extra reductie kan nog met magneetkoppelingen. Een actieplan elektromotoren zou tot minimaal 2 Mton besparing kunnen leiden. 63
013 - Actieplan elektromotoren - besparing: 2 Mton
maatregel 013 - besparing: 2 Mton
014 - Verhoging ISDE voor kleinschalige warmte - besparing: 0,1 Mton
maatregel 014 - besparing: 0,1 Mton
Verhoging ISDE voor kleinschalige warmte
De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE-regeling) voor kleinschalige duurzame warmte geeft zowel particulieren als zakelijke gebruikers een tegemoetkoming bij de aankoop van onder andere warmtepompen en zonneboilers. Deze subsidiepot was in 2019 overtekend. Er is veel animo voor. De subsidie helpt mensen stappen te zetten om hun huis energieneutraal te maken en helpt bedrijven om hun bedrijfspand te verduurzamen. Er is meer ruimte om met deze regeling relatief kosteneffectieve duurzame warmte te realiseren, in combinatie met een wervingscampagne. Verdubbel deze pot komend jaar voor warmtepompen en zonneboilers, maar niet voor biomassaketels en pelletkachels. Combineer dit met veel meer publieke informatie. De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) maakte hier een uitgebreidere notitie over. Zie http://www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij/
VERDUBBEL DEZE POT IN 2020 VOOR WARMTEPOMPEN EN ZONNEBOILERS, MAAR NIET VOOR BIOMASSAKETELS EN PELLETKACHELS
64
65
015 - Extra budget voor woningisolatie - besparing: 0,2 Mton
maatregel 015 - besparing: 0,2 Mton
Extra budget voor woningisolatie
Woningisolatie is een relatief kosteneffectieve manier om CO2 te besparen in de gebouwde omgeving. Eerdere regelingen zoals de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) werden goed gebruikt en de pot was snel leeg. Heropening van een regeling als de SEEH, inclusief een budget van € 100 miljoen voor 2020, kan leiden tot meer isolatie en tot 0,2 Mton extra CO2-besparing. Ook hier zou een extra wervingscampagne helpen om de beoogde versnelling daadwerkelijk te realiseren. Belangrijk: bij het na-isoleren van huizen moet rekening gehouden worden met vogels en vleermuizen. De Vogelbescherming laat in haar factsheet zien hoe isoleren ook kansen biedt voor de biodiversiteit.
SUBSIDIEREGELINGEN ZOALS DE SEEH WERDEN GOED GEBRUIKT, DE POT WAS SNEL LEEG De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) maakte hier een uitgebreidere notitie over, zie www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij/ Voor een link naar de factsheet van de Vogelbescherming, zie maatregel 15 op www.urgenda.nl/40puntenplan/ Deze maatregel wordt ondersteund door:
66
67
016 - Stimulering collectieve systemen - besparing: 0,1 Mton
maatregel 016 - besparing: 0,1 Mton
Stimulering collectieve zonnesystemen Woningcorporaties, particuliere verhuurders en VVE’s willen ook graag zonnepanelen op hun daken leggen. Dat is met de huidige regelingen zoals de zogenoemde postcoderoos-regeling voor hen te ingewikkeld. Ook in de EU is nadrukkelijk gezegd dat burgers in gestapelde bouw dezelfde toegang moeten hebben tot zonne-energie als mensen in een grondgebonden woning (Winter Package). Om beide redenen, én om versneld meer CO2-uitstoot te reduceren, zou het dus goed zijn om zonne-energie op collectieve daken te versnellen door een tijdelijke terugleversubsidie van € 0,10 per kWh voor een periode van 2 jaar. De ‘contractpartij’ is de woningcorporatie, verhuurder of VVE. Die kan de opbrengsten eerlijk verdelen onder de bewoners en (een deel van) de kosten verrekenen via de servicekosten en/of de huur. Tot eind 2020 zou deze maatregel tot 250 MWp extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden en in 2020 tot een extra CO2-reductie ten opzichte van 1990 van minstens 0,05 Mton. De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover. Zie www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij Deze maatregel wordt gesteund door:
DE EU STELT DAT BURGERS IN GESTAPELDE BOUW DEZELFDE TOEGANG MOETEN KRIJGEN TOT ZONNE-ENERGIE ALS BEWONERS VAN EEN GRONDGEBONDEN WONING
68
69
017 - Leasecontracten zonnepanelen op kWh - basis - besparing: 0,1 Mton
maatregel 017 - besparing: 0,1 Mton
Leasecontracten zonnepanelen op kWh-basis Bezitters van grote daken willen vaak niet zelf voor hun dak een installatie met zonnepanelen aanschaffen en onderhouden, maar willen wel ‘ontzorgd’ worden door een andere partij die de panelen op hun dak neerlegt en dan least aan degene die het dak bezit. Op dit moment kunnen die leasecontracten niet afgesloten worden op basis van de hoeveelheid opgewekte kWh, maar moet het op basis van een vast bedrag per jaar. Dit komt doordat er in de Wet belastingen op milieugrondslag staat dat er alleen geen energiebelasting hoeft te worden afgedragen als de opwek op het dak gebeurt “voor eigen rekening en risico van de eindgebruiker”. Bij een leaseconstructie heeft de leasemaatschappij (een deel van) de rekening en het risico en mag er dus niet per kWh worden verrekend. Dat creëert risico’s voor ontwikkelaars, waardoor veel grotere projecten niet doorgaan. Als leasecontracten voor zonnepanelen kunnen worden gesloten op KWh-basis en de eis ‘voor eigen rekening en risico’ wordt losgelaten in de Wet belastingen op milieugrondslag (of via tijdelijke beleidsregels), worden leasecontracten eerlijker, goedkoper en inzichtelijker. Tot eind 2020 zou deze maatregel tot 500 MWp extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden en in 2020 een extra CO2-reductie ten opzicht van 1990 van minstens 0,1 Mton. De NVDE maakte hier een uitgebreidere notitie over.
Zie http://www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij/ Deze maatregel wordt gesteund door:
70
71
018 - Altijd meetellen zonnepanelen in energielabel - besparing: 0,1 Mton
maatregel 018 - besparing: 0,1 Mton
Altijd meetellen zonnepanelen in energielabel Als een dak door een andere partij dan de gebouweigenaar wordt gebruikt voor een zonneproject (bijvoorbeeld door te leasen aan een postcoderoos-project), telt het PV-systeem niet mee voor het energielabel van het gebouw. Dit maakt gebouweigenaren terughoudend in het ter beschikking stellen van dakruimte: liever ontwikkelen ze er dan in een later stadium een eigen project op. Dit zorgt per saldo voor vertraging. Als de zonnepanelen op een dak altijd mee mogen tellen voor het energielabel, wie ze dan ook neer heeft gelegd op dat dak, kan dat tot eind 2020 tot 500 MWp extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden en in 2020 een extra CO2-reductie tov 1990 van minstens 0,1 Mton.
LAAT ZONNEPANELEN ALTIJD MEETELLEN, WIE ZE DAN OOK NEERLEGT De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover. Zie: www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij/ Deze maatregel wordt gesteund door:
72
73
019 - Regeling zonnepanelen & sanering asbestdak - besparing: 0 Mton
maatregel 019 - besparing: 0 Mton
Regeling zonnepanelen & sanering asbestdak De overheid wil dat in 2024 alle asbestdaken zijn verwijderd, maar de Eerste Kamer heeft niet ingestemd met wetgeving om dat te reguleren. Men vond 2024 te snel. Wellicht dat het kabinet het nu langs een andere weg alsnog aantrekkelijk kan proberen te maken voor Nederlanders om het asbest van de daken te halen, door provinciale regelingen zoals ‘Asbest eraf, zon erop’ landelijk uit te rollen. Een nieuw subsidiebudget voor het weghalen van asbestdaken met een stimulans voor het vervangen door zonnepanelen zou wel eens aan twee kanten tot versnelling kunnen leiden. Dit kan bijvoorbeeld door de SDE+ uit te breiden met deze optie. Verwacht wordt dat dit vooral veel meer zon op staldaken zal opleveren. In de SDE+ ronde van najaar 2019 is deze regeling helaas nog niet meegenomen. De beoogde besparing van 0,1 Mton is daarom voor 2020 naar 0 bijgesteld. Bij snel invoeren van deze regeling wordt verwacht dat deze tot eind 2021 tot 500 MWp extra geïnstalleerd vermogen zou kunnen leiden en een extra CO2-reductie ten opzichte van 1990 van minstens 0,1 Mton oplevert. De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover. Zie http://www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij/
asbest eraf, zon erop
74
75
020 - Zonnepanelen op overheidsgebouwen - besparing: 0,1 Mton
maatregel 020 - besparing: 0,1 Mton
Zonnepanelen op overheidsgebouwen De overheid, zowel nationaal als regionaal en lokaal, beschikt over vele daken, die nog niet allemaal vol liggen met zonnepanelen en/of groene daken. Zelf het goede voorbeeld geven, als je veel verlangt van je burgers, is altijd verstandig. De vele daken van overheidsgebouwen bieden een goede mogelijkheid voor zonneprojecten: van zelf doen tot het dak ter beschikking stellen aan lokale energiecoöperaties. Een overheid die de energietransitie serieus neemt en zelfs aan wil jagen, kan natuurlijk zo besluiten om al haar geschikte eigen daken dit jaar vol te leggen met zonnepanelen. Deze PV-projecten kunnen natuurlijk gebruik maken van diverse stimuleringsregelingen (salderen, SDE, PCR etc.), maar dat zou niet een noodzakelijke voorwaarde moeten zijn om aan de slag te gaan. Ook hier zou extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden in 2020 tot een extra CO2reductie ten opzichte van 1990 van minstens 0,1 Mton. De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover. Zie http://www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij/
76
77
Reservetransformatoren voor zon & wind Door het inzetten van reservetransformatoren (dus het loslaten van de n-1-redundantie-eis) kunnen zon- en windprojecten eerder worden aangesloten op het net, juist waar nu netverzwaring nodig lijkt. In uiterste gevallen wordt het zonne- of windproject kortstondig afgeschakeld. De leveringszekerheid voor derden wordt niet verminderd. Deze maatregel uit juni 2019 zal uitgevoerd worden en daar zijn we blij mee. Regelgeving eiste dat er veel overcapaciteit was in het elektriciteitsnet, opdat er op geen enkel moment even geen stroom is. In het jargon: er gold de standaardeis van n-1 of zelfs n-2 redundantie bij het aansluiten van hernieuwbare projecten. Voor veel wind- en zonneprojecten is het niet cruciaal dat hun netbeschikbaarheid 99,99% is; 99% oftewel n-0 zou ook volstaan. Nu in het noorden de redundantie-eis wordt versoepeld naar n-0, is 80% van de verzwaringsprojecten van TenneT niet nodig en hoeven veel duurzame energieprojecten niet te wachten. Deze versoepeling zou ook een tijdelijk karakter kunnen hebben. De snelle aanpassing van deze eis in de regelgeving zorgt direct voor een hogere realisatiesnelheid en -graad van reeds beschikte en nieuwe zon- en windprojecten. Dit levert naar verwachting tot halverwege 2020 tot 3 GWp aan extra aansluitmogelijkheden op. De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.
Zie http://www.nvde.nl/nvdeblogs/snel-stimuleren-brengt-klimaatdoelen-dichterbij
78
Voor veel wind- en zonneprojecten is 99% netbeschikbaarheid genoeg
79
021 - Reservetransformatoren voor zon & wind - besparing: 0,4 mton
maatregel 021 - besparing: 0,4 mton
Verdubbeling krimp varkenssector Vanwege het Urgenda-vonnis heeft het kabinet het budget voor een warme sanering van de varkenssector tussen nu en 2023 verhoogd van € 120 miljoen naar € 180 miljoen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kon € 120 miljoen leiden tot een krimp van 5% en een besparing van 0,15 Mton CO2. Aanvullend budget en aanvullende maatregelen kunnen 0,3 Mton CO2 - besparing opleveren. De overheid kan bijvoorbeeld alle boeren zonder opvolger (62%) actief benaderen met een stoppersregeling en alle vrijgekomen varkensrechten vernietigen in plaats van beschikbaar maken voor groei van andere bedrijven. Ook vraagt deze maatregel om begrenzing van andere diersectoren. Krimp is onvermijdelijk vanwege de impact op klimaat, milieu, dierenwelzijn, ontbossing en humane gezondheid. Volgens de prognose stopt 70% van alle varkenshouders tussen nu en 2030. Tegelijk zal het aantal varkens naar verwachting in 2030 slechts met 10% zijn gedaald. De resterende bedrijven worden naar verwachting vele malen groter dan nu. In lijn met de LNV-visie voor een kringlooplandbouw en met oog op de stikstofdepositie is het verstandig om het aantal varkens te laten krimpen met het aantal boeren. Dit zou neerkomen op 7 tot 8 miljoen minder varkens en ruim 1,5 Mton CO2-besparing in 2030.