CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G39.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Artikel 4.130 Regels voor de evenementenlocatie De Bleek Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 1 dag met maximaal 3000 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 5 dagen met maximaal 2000 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.7 Evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem Artikel 4.131 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.132 Regels voor de evenementenlocatie Oude IJssel Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.8 Evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Wehl Artikel 4.133 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehl zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.134 Regels voor de evenementenlocatie Monseigneur Hendriksenstraat 16 Wehl 1.

Er zijn maximaal 2 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.9 Evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat Artikel 4.135 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.136 Regels voor de evenementenlocatie ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 4 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.10 Evenementenlocatie - IJzevoorde Artikel 4.137 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - IJzevoorde zijn evenementen toegestaan.

25

Artikel 4.138 Regels voor de evenementenlocatie IJzevoorde 1.

Er zijn maximaal 3 evenement toegestaan van maximaal 1 dag met maximaal 400 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 500 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.11 Evenementenlocatie - centrum Wehl Artikel 4.139 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - centrum Wehl zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.140 Regels voor de evenementenlocatie centrum Wehl 1.

Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 2 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 200 bezoekers.

3.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 1000 bezoekers.

4.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.12 Evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen Artikel 4.141 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.142 Regels voor de evenementenlocatie Kerkstraat 71 Gaanderen 1.

Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 6 dagen met maximaal 2800 bezoekers.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.13 Evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl Artikel 4.143 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.144 Regels voor de evenementenlocatie terrein Elver Nieuw-Wehl 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 4 dagen met maximaal 600 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 8 dagen met maximaal 1700 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.14 Evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem Artikel 4.145 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.146 Regels voor de evenementenlocatie Marktplein Doetinchem 1.

26

Er zijn maximaal 12 evenementen toegestaan van maximaal 5 dagen met maximaal 7000 bezoekers.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.15 Evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem Artikel 4.147 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.148 Regels voor de evenementenlocatie Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 10 dagen met maximaal 100 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 500 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.16 Evenementenlocatie - centrum Gaanderen Artikel 4.149 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - centrum Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.150 Regels voor de evenementenlocatie centrum Gaanderen 1.

Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.17 Evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen Artikel 4.151 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.152 Regels voor de evenementenlocatie Binnenweg 13 Gaanderen 1.

Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 500 bezoekers.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.18 Evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen Artikel 4.153 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.154 Regels voor de evenementenlocatie Peppelmansdijk 1a Gaanderen 1.

Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 500 bezoekers.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.19 Evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem Artikel 4.155 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.156 Regels voor de evenementenlocatie Amphionpark Doetinchem 1.

27

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 3000 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 3000 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.20 Evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem Artikel 4.157 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.158 Regels voor de evenementenlocatie Kasteel de Kelder Doetinchem 1.

Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 6 dagen.

2.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Paragraaf 6.2.4 4.3.1.4 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 6.2.4.1 4.3.1.4.1 Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem Artikel 6.23 4.159 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is voor één evenement per kalenderjaar een begintijd van 06:00 uur toegestaan.

Artikel 6.24 4.160 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.234.159 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt waarom het noodzakelijk is om eerder te beginnen dan de standaard begintijd zoals staatals bedoeld in artikel 6.174.117 derde lid.

Artikel 6.25 4.161 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.234.159 wordt alleen verleend als: a. het de eerste aanvraag voor het kalenderjaar is; b. de begintijd is tussen 06:00 uur en 08:30 uur; en c. er wordt voldaan aan de geluidsniveaus zoals staatals bedoeld in artikel 9.49.9 eerste lid. D Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 ALGEMENE REGELS OVER GEBRUIK EN/OF BOUWEN Afdeling 5.1 Indieningsvereisten Paragraaf 5.1.1 Aanvullende indieningsvereisten Artikel 5.1 Aanvullende indieningsvereisten Voor zover in hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 21 gegevens en bescheiden worden gevraagd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, gelden die aanvullend op hoofdstuk 22.

Paragraaf 5.1.2 Algemene indieningsvereisten omgevingsplanactiviteiten Artikel 5.2 Algemene indieningsvereisten - Parkeren Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2024, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2024, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.

28

Artikel 5.3 Algemene indieningsvereisten - Uitwerking op de fysieke leefomgeving Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de uitwerking op de fysieke leefomgeving aanvaardbaar is.

Artikel 5.4 Algemene indieningsvereisten - Aangrenzende gronden Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende functies, gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 5.5 Algemene indieningsvereisten - Logistieke afwikkeling Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de logistieke afwikkeling kan plaatsvinden op eigen terrein.

Afdeling 5.2 Beoordelingsregels Paragraaf 5.2.1 Aanvullende beoordelingsregels Artikel 5.2 5.6 Aanvullende beoordelingsregels Voor zover in hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 21 beoordelingsregels zijn opgenomen ter beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gelden die voor de betreffende omgevingsvergunning aanvullend op hoofdstuk 22.

Paragraaf 5.2.2 Algemene beoordelingsregels binnenplanse omgevingsplanactiviteiten Artikel 5.3 5.7 Algemene beoordelingsregels - Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2024, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2024, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.

Artikel 5.4 5.8 Algemene beoordelingsregels - Ruimtelijke uitwerkingUitwerking op de fysieke leefomgeving De ruimtelijke uitwerking van de binnenplanse omgevingsplanactiviteit op de fysieke leefomgeving moet aanvaardbaar zijn.

Artikel 5.5 5.9 Algemene beoordelingsregels - Aangrenzende gronden De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende functies, gronden en bouwwerken mogen niet onevenredig worden aangetast door nieuwe activiteiten of nieuwe ontwikkelingen.

Artikel 5.10 Algemene beoordelingsregel - Logistieke afwikkeling De logistieke afwikkeling moet op eigen terrein plaatsvinden.

Afdeling 5.3 Algemene bouw- en gebruiksregels Paragraaf 5.3.1 Anti-dubbeltelregel Artikel 5.6 5.11 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Paragraaf 5.3.2 Bouwen in relatie tot toegestaan gebruik [Vervallen]

Paragraaf 5.3.8 5.3.2 Specifieke beoordelingsregels

29

Subparagraaf 5.3.8.1 Algemeen [Vervallen]

Subparagraaf 5.3.8.3 5.3.2.1 Overschrijding bouw- en/of hoofdfunctiegrenzen Subsubparagraaf 5.3.8.3.1 5.3.2.1.1 Algemene regels Artikel 5.21 5.12 Regels bij overschrijding van de bouw- en/of functiegrenzen 1.

Het is verboden bij ruimtelijke bouwactiviteiten bouw- en/of functiegrenzen zoals opgenomenals bedoeld in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 te overschrijden.

2.

Het verbod in het eerste lid geldt niet bij: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voorzover zij de grens van de weg niet overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 12 centimeter bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, reclame-uitingen, galerijen en luifels, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 50 centimeter bedraagt en zij niet lager zijn aangebracht dan: 1. 4,20 meter boven een rijbaan of boven een strook ter breedte van 1,50 meter langs een rijbaan; 2. 2,20 meter boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder nummer 1 genoemde strook; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voorzover dezen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; e. goten, ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen; f. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voorzover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand: 1. de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 1 meter overschrijden; 2. de grens van de weg overschrijden; 3.

lager zijn geplaatst dan 4,20 meter boven een rijbaan.

Subsubparagraaf 5.3.8.3.2 5.3.2.1.2 Omgevingsplanactiviteit Artikel 5.22 5.13 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het overschrijden van bouw en-/of hoofdfunctiegrenzen met ten hoogste 2 meter toegestaan.

Subsubparagraaf 5.3.8.3.3 5.3.2.1.3 Aanvullende beoordelingsregels Artikel 5.23 5.14 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in 5.225.13 wordt alleen verleend als het gaat om: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen die de grens van de weg overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 12 centimeter overschrijden, dan wel die de grens van de weg overschrijden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 50 centimeter overschrijden, waarbij rekening wordt gehouden met artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c; d. overbouwingen voor de verbinding van twee bouwwerken, waarbij rekening wordt gehouden met artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c; e. bloemenkozijnen, balkons en galerijen, mits zij bij overschrijding van de grens van de weg voldoen artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c; f. luifels en draagconstructies voor reclame, mits zij bij overschrijding van de weggrens voldoen aan artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;

30

g.

h. i. j.

hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen die in enige stand de naar de weg gekeerde bouwgrens met ten hoogste 1,50 meter overschrijden, mits zij niet lager zijn geplaatst dan 4,20 meter boven de rijbaan; toegangen van bouwwerken, voor wat de hoogte boven de weg betreft, die de grens van de weg niet overschrijden; kelderingangen en kelderkoekoeken; bouwwerken waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan: 1. de hoogte van de weg, voor zover de bouwwerken in de weg zijn gelegen; 2. de terreinhoogte bij voltooiing van de bouw, voor zover de bouwwerken niet in de weg gelegen zijn.

Subparagraaf 5.3.8.2 Kleinschalige duurzame energie Subsubparagraaf 5.3.8.2.1 Zonnepanelen [Vervallen]

Subsubparagraaf 5.3.8.2.2 Mini windturbine [Vervallen]

Subsubparagraaf 5.3.8.2.3 Kleine windturbine [Vervallen]

Paragraaf 5.3.3 Verboden gebruik Artikel 5.8 Verboden gebruik 1.

Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens; b. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan; c. opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of onderdelen daarvan; d. stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen; e. voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; f. het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning; g. seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft; h. verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie; i. het omschakelen van een grondgebonden veehouderij naar een niet-grondgebonden veehouderij; j. het racen en/of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen; k. het gebruik of laten gebruiken van een recreatief woonverblijf voor permanente bewoning; l. het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte; m. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk, vrij in het gebouw staande plateau's en vergelijkbare constructies inbegrepen, voor het bedrijfsmatig houden van dieren.

2.

Het bepaalde onder het eerste lid onderdeel a t/m d is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering en/of handhaving van de functies of het normale onderhoud, gebruik en/of beheer van gronden en/of bouwwerken.

Paragraaf 5.3.5 5.3.3 Bestaande situatie Artikel 5.10 5.15 Regels voor bestaande bouwwerken en gebruik 1.

31

Voor een bestaand bouwwerk waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit omgevingsplan: a. is de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud maatgevend; b. is herbouw uitsluitend mogelijk op dezelfde plaats; en c. is het overgangsrecht in dit omgevingsplan niet van toepassing.

2.

Bestaand gebruik van gronden en bouwwerken is toegestaan.

3.

Het bestaande aantal woningen en bedrijfswoningen is toegestaan.

4.

In afwijking van het eerste lid magheeft een bestaande woning of een bestaande bedrijfswoning in het buitengebiedlandelijk gebied een maximale inhoud hebben van 750 m3.

5.

In afwijking van het eerste lid magheeft een woning of een bedrijfswoning in het buitengebied een maximale goothoogte hebben van 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.

Paragraaf 5.3.4 Ondergronds bouwen [Vervallen]

Paragraaf 5.3.4 Tijdelijke woonunit mantelzorg [Red: Artikel 7.24 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.24 5.16 Omgevingsplanactiviteit - Tijdelijke woonunit mantelzorg Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg toegestaan. [Red: Artikel 7.25 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.25 5.17 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.245.16 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. De mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw; b. de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in artikel 7.97.11 en artikel 7.117.13 onderdeel a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag; c. de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 meter; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte aan (openbaar) gebied grenst waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; d. er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid; de woonunit moet binnen een straal van 10 meter van het hoofdgebouw worden geplaatst; e. de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken blijft onverminderd van kracht; f. de woonruimte voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. [Red: Artikel 7.26 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.26 5.18 Omgevingsplanactiviteit - Kortere afstand en groter oppervlak Alleen met een omgevingsvergunning kan een tijdelijke woonunit voor mantelzorg worden toegestaan als: a. de oppervlaktenorm van 100 m2 wordt overschreden tot maximaal 150 m2; en/of b. er een kortere afstand dan 3 meter wordt aangehouden of op de achterste bouwperceelsgrens. [Red: Artikel 7.27 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.27 5.19 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.265.18 wordt alleen verleend, als: a. sprake is van een uitzonderlijke geval; en b. er geen goede alternatieven zijn.

32

[Red: Artikel 7.28 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.28 5.20 Gebod - Terugbrengen in oude staat Als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het omgevingsplan. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.

Paragraaf 5.3.6 Maatwerkvoorschriften [Vervallen]

Paragraaf 5.3.7 Opwekking duurzame energie Artikel 5.12 Opwekking duurzame energie op dak Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de omgevingsplansregels mogelijke - voorzieningen op het dak zijn toegestaan.

Afdeling 5.4 Functieoverschrijdende gebruiksregels Paragraaf 5.4.1 Toegestaan [Red: Artikel 6.46 verplaatst van paragraaf 6.7.2 naar paragraaf 5.4.1. ]

Artikel 6.46 5.21 Aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven in landelijk gebied Het gebruiken van woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf binnen het landelijk gebied is toegestaan, als voldaan wordt aan de volgende regels: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. voor het aan huis gebonden bedrijf of beroep mag niet meer dan 40 % van de totale oppervlakte van de vloeroppervlakte van de woning én de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, worden gebruikt, waarbij de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag zijn; c. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. degene die het aan huis gebonden bedrijf of beroep uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; e. alleen bedrijven of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven; f. geen onevenredige verstoring van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden; g. een detailhandel mag plaatsvinden, behalve: 1. internetverkoop (internetwinkels); en/of 2.

een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn gemaakt, of direct verband houden met het bedrijf of beroep aan huis. h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling én niet onevenredig veel extra verkeer mag worden aangetrokken; k. het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans én op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers; l. alleen onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 meter mag zijnis; m. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep.

33

[Red: Artikel 6.45 verplaatst van paragraaf 6.7.2 naar paragraaf 5.4.1. ]

Artikel 6.45 5.22 Aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven in stedelijk gebied Het gebruiken van woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf binnen het gebied stedelijk gebied is toegestaan, als voldaan wordt aan de volgende regels: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor de functie wonen mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter mag zijnis. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving; e. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f.

alleen bedrijven en/of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behalve: 1. internetverkoop (internetwinkels); en/of 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; en j. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf. [Red: Artikel 5.7 verplaatst van paragraaf 5.3.2 naar paragraaf 5.4.1. ]

Artikel 5.7 5.23 Bouwwerk en voorziening uitsluitend voor gebruik dat is toegestaan Bij de functie behorende bouwwerken en voorzieningen Een bouwwerk Bouwwerken en voorziening moetvoorzieningen moeten nodig zijn voor het gebruik dat op de locatie van het bouwwerk of de voorziening op grond van regels in dit omgevingsplan is toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is bepaald.

Artikel 5.24 Extensieve dagrecreatie Alleen wanneer de aanwezige natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast is extensieve dagrecreatie toegestaan.

Artikel 5.25 Groenvoorzieningen Groenvoorzieningen zijn toegestaan.

Artikel 5.26 Kunstobjecten Kunstobjecten zijn toegestaan.

Artikel 5.27 Natuurvoorzieningen Natuurvoorzieningen zijn toegestaan.

Artikel 5.28 Opwekken duurzame energie Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere op grond van dit omgevingsplan mogelijke voorzieningen op het dak zijn toegestaan.

34

Artikel 5.29 Watervoorzieningen Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.

Paragraaf 5.4.2 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 5.4.2.1 Nutsvoorzieningen Artikel 5.30 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn nutsvoorzieningen toegestaan.

Artikel 5.31 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.30 wordt alleen verleend als: a. de nutsvoorziening geen belemmering vormt voor de omgeving; en b. de beheerder akkoord is.

Subparagraaf 5.4.2.2 Mantelzorg [Red: Artikel 6.63 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.63 5.32 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bestaande woning als woonruimte van mantelzorg worden toegestaan. [Red: Artikel 6.64 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.64 5.33 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.635.32 wordt alleen verleend als: a. de mantelzorgwoning functioneel verbonden is met het hoofdgebouw; b. de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen onderdeel uit maakt van de in artikel 7.97.11 en artikel 7.117.13 onderdeel a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit zich niet uitstrekt tot meer dan één bouwlaag; c. de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte aan (openbaar) gebied grenst waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; d. de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken onverminderd van kracht blijft; en e. de woonruimte voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. [Red: Artikel 6.65 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.65 5.34 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan een woonunit voor mantelzorg worden toegestaan als: a. de oppervlaktenorm van 100 m2 wordt overschreden tot maximaal 150 m2; en/of b. er een kortere afstand dan 3 meter wordt aangehouden of op de achterste bouwperceelsgrens. [Red: Artikel 6.66 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.66 5.35 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.655.34 wordt alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 5.33, met uitzondering van onderdeel a en c; a b. sprake is van een uitzonderlijk geval; en b c. er geen goede alternatieven zijn.

35

[Red: Artikel 6.67 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.67 5.36 Gebod Als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, of in overeenstemming met het omgevingsplan worden gebracht. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.

Paragraaf 5.4.3 Verboden gebruik Artikel 5.37 Verboden gebruik 1.

Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. staan- of ligplaats voor wagens of onderkomens; b. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. opslagplaats voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen daarvan; d. stortplaats voor puin, mest- of afvalstoffen; e. voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; f. het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning; g. seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft; h. verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie; i. het omschakelen van een grondgebonden veehouderij naar een niet-grondgebonden veehouderij; j. het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen; k. het gebruik of laten gebruiken van een recreatief woonverblijf voor permanente bewoning; l. het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte; m. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk, vrij in het gebouw staande plateau's en vergelijkbare constructies inbegrepen, voor het bedrijfsmatig houden van dieren.

2.

Het bepaalde onder het eerste lid onderdeel a t/m d is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering of handhaving van de functies of het normale onderhoud, gebruik of beheer van gronden of bouwwerken.

Afdeling 5.5 Functieoverschrijdende bouwregels Paragraaf 5.5.1 Toegestaan - Algemeen [Red: Artikel 5.9 verplaatst van paragraaf 5.3.4 naar paragraaf 5.5.1. ]

Artikel 5.9 5.38 Ondergronds bouwen In dit omgevingsplan gelden de bouwregels voor bovengronds bouwen; niet voor ondergronds bouwen (bouwwerken onder het maaiveld), tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven. [Red: Artikel 5.11 verplaatst van paragraaf 5.3.6 naar paragraaf 5.5.1. ]

Artikel 5.11 5.39 Maatwerkvoorschrift Het bevoegd gezag kan wanneer rekening wordt gehouden met de regels uit hoofdstuk 6 en 7, maatwerkvoorschriften stellen over: a. de afmeting van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; en/of c. de inrichting en het gebruik van gronden; onder voorwaarde dat de maatwerkvoorschriften niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

Paragraaf 5.5.2 Omgevingsplanactiviteit

36

Subparagraaf 5.5.2.1 Specifieke gevallen [Red: Artikel 5.13 verplaatst van subparagraaf 5.3.8.1 naar subparagraaf 5.5.2.1. ]

Artikel 5.13 5.40 Specifieke gevallen Omgevingsplanactiviteiten 1.

Een omgevingsvergunning kan toch worden verleend voor de specifieke gevallen zoalsals bedoeld in dit artikel, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels zoalsals bedoeld in artikel 5.145.41.

2.

Het oprichten van bouwwerken van algemeen nut (zoals abri's, transformatorhuisjes, gasmeeten regelstations en conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 meter.

3.

Het overschrijden van de bouwregels over de goothoogte, de bouwhoogte en de (vloer)oppervlakte van gebouwen, met niet meer dan 10%, met uitzondering van de regels in de functie Wonen.

4.

Het overschrijden van de bouwregels inzake de bouwhoogte en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 10%.

5.

Het in geringe mate aanpassen van het planomgevingsplan, teneinde enig onderdeel van het planomgevingsplan, zoals een bouwgrens, te veranderen, waarbij de grens met niet meer dan 3 meter wordt verschoven.

6.

Het oprichten van masten voor mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter.

7.

Het oprichten van kunstobjecten tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter, voor alle (hoofd)functies, behalve de functie Bos, Groen en Natuur.

[Red: Artikel 5.14 verplaatst van subparagraaf 5.3.8.1 naar subparagraaf 5.5.2.1. ]

Artikel 5.14 5.41 Aanvullende beoordelingsregels specifieke gevallen 1.

Er mag geen onevenredige afbreuk zijn van de stedenbouwkundige kwaliteit.

2.

Bij toepassing van artikel 5.135.40 vijfde lid moet blijken dat: a. het nodig blijkt uit de definitieve uitmeting en verkaveling; b. aanpassing van het planomgevingsplan noodzakelijk of gewenst is; of c. het van belang is voor een juiste verwerkelijking van het planomgevingsplan.

Subparagraaf 5.5.2.2 Duurzame energie Subsubparagraaf 5.5.2.2.1 Zonnepanelen [Red: Artikel 5.15 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.1 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.1. ]

Artikel 5.15 5.42 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van zonnepanelen op de grond toegestaan. [Red: Artikel 5.16 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.1 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.1. ]

Artikel 5.16 5.43 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.155.42 wordt alleen verleend als: a. de zonnepanelen worden geplaatst op eigen grond, op het perceel dat als erf gebruikt wordt; b. de hoogte maximaal 1,5 meter is; c. de totale oppervlakte van de op de grond geplaatste zonnepanelen maximaal 100 m2 bedraagt; en d. de zonnepanelen landschappelijk zijn/worden ingepast en hiervoor vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en landschap.

37

Subsubparagraaf 5.5.2.2.2 Mini windturbine [Red: Artikel 5.17 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.2 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.2. ]

Artikel 5.17 5.44 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van een mini windturbine toegestaan.

Artikel 5.45 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een mini windturbine als bedoeld in artikel 5.44 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat: a. de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en b. er geen beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden. [Red: Artikel 5.18 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.2 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.2. ]

Artikel 5.18 5.46 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.175.44 wordt alleen verleend als: a. de as van de mini windturbine maximaal 5 meter uitsteekt boven het hoogste punt van het bouwwerk waarop de turbine geplaatst wordt; b. de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en c. voor de mini windturbine geen vergunningplichtige beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.

Subsubparagraaf 5.5.2.2.3 Kleine windturbine [Red: Artikel 5.19 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.3 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.3. ]

Artikel 5.19 5.47 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van een kleine winturbine kleine windturbine toegestaan.

Artikel 5.48 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een kleine windturbine als bedoeld in artikel 5.47 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat: a. de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; b. de kleine windturbine op minstens de minimale afstand ligt van het beperkingengebied 'Gasleiding' of 'hoogspanningsverbinding', waarbij de formule is gebruikt uit artikel 5.49; en c. er geen beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden. [Red: Artikel 5.20 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.3 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.3. ]

Artikel 5.20 5.49 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.195.47 wordt alleen verleend als: a. de kleine windturbine een maximale as-hoogte heeft van 30 meter; b. de kleine windturbine niet mag staan in het gebiedstype 'woongebieden', zoals weergegeven in de bijlage Algemeen - Gebiedstypengebiedstypen; c. in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 meter afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw;

38

d.

e.

e f.

f g. g h.

de kleine windturbine moet minimaal (A) meter van het beperkingengebied 'Gasleiding' afliggen, zoals berekend uit de volgende formule: A = H + 1/3 W, waarin A = minimale afstand, H = ashoogte, W = Wieklengte en de wieklengte = 1/2 ashoogte; De kleine windturbine minimaal (A) meter van het beperkingengebied ‘Gasleiding’ afligt, (A) is de hoogste waarde van: 1. maximale werpafstand bij nominaal toerental; en 2. de som van de ashoogte + 1/2 rotordiameter. de kleine windturbine minimaal (A) meter van het beperkingengebied ‘Hoogspanningsverbinding’ afligt, (A) is de hoogste waarde van: 1. maximale werpafstand bij nominaal toerental; en 2. de som van de ashoogte + 1/2 rotordiameter. de kleine windturbine moet minimaal (A) meter van het beperkingengebied 'Hoogspanningsverbinding', als bedoeld in artikel 4.27, afliggen, waarbij een vrije ruimte wordt aangehouden die minimaal gelijk of groter is dan de maximale werpafstand bij nominaal toerental, of indien deze groter is ashoogte plus ½ rotordiameter, van de betreffende windturbine; de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.

Afdeling 5.6 Ondersteunende functies Artikel 5.50 Horeca ondersteunend Horeca ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.

Artikel 5.51 Detailhandel ondersteunend Detailhandel ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.

Artikel 5.52 Dienstverlening ondersteunend Dienstverlening ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.

Afdeling 5.7 Nevenactiviteiten Paragraaf 5.7.1 Zelfstandige horeca Artikel 5.53 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is zelfstandige horeca toegestaan, als voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 5.54.

Artikel 5.54 Aanvullende beoordelingsregels 1.

De activiteit voldoet aan de uitgangspunten van de nota Notitie (para-) commercie in de horeca Doetinchem, met dien verstande dat wanneer deze nota wijzigt, rekening wordt gehouden met die wijziging.

2.

De zelfstandige horeca-activiteiten ondergeschikt blijven aan de bestaande hoofdfunctie.

E Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 FUNCTIEGERELATEERDE REGELS OVER GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN Afdeling 6.1 Agrarisch bedrijf Paragraaf 6.1.1 Algemeen Artikel 6.1 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.1 gaat over de functie agrarisch bedrijf.

39

Artikel 6.2 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.1 gelden binnen het gebied agrarisch bedrijf.

Paragraaf 6.1.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.3 Eén agrarisch bedrijf Per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan.

Artikel 6.4 Grondgebonden agrarische bedrijven De agrarische bedrijvigheid is alleen toegestaan in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Artikel 6.5 Nevenactiviteiten Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan zonder omgevingsvergunning, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven. Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in artikel 6.6, voor zover deze gelden.

Artikel 6.6 Aanvullende beoordelingsregels 1.

Alleen nevenactiviteiten, genoemd in de Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten (bijlage Algemeen - lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten) zijn toegestaan.

2.

In afwijking van eerste lid is in het Gelders natuurnetwerk alleen verblijfsrecreatie, dagrecreatie en zorgactiviteiten toegestaan.

3.

Nevenactiviteiten in de open lucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 200 m2..

4.

De oppervlakte van de nevenactiviteit(en) is maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedragen onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) in totaal maximaal 350 m2 is.

5.

Nevenactiviteiten zoals genoemd in artikel 6.5 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: a. alleen nevenactiviteiten, genoemd in de Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten (bijlage Algemeen - Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten) zijn toegestaan; b. nevenactiviteiten in de openlucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 200 m2; c. de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) mag maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedragen onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) in totaal maximaal 350 m2 is; d. verblijfsrecreatie is alleen toegestaan in de bestaande bedrijfswoning en de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de woonfunctie van de bedrijfswoning, daarvan is in elk geval sprake als meer dan 40% van de woning wordt gebruikt voor verblijfsrecreatie. Verblijfsrecreatie is alleen toegestaan in: a. de bestaande bedrijfswoning en de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de woonfunctie van de bedrijfswoning, daarvan is in elk geval sprake als meer dan 40% van de woning wordt gebruikt voor verblijfsrecreatie; of b. in een monument.

6.

40

In aanvulling op het vijfde lid is verblijfsrecreatie ook toegestaan in een gebouw binnen: a. het gebied cultuurhistorische waarde; of b. het gebied cultuurhistorie, mits het gebouw waar het om gaat nog steeds een cultuurhistorische waarde heeft.

Artikel 6.7 Overig gebruik bij een agrarisch bedrijf 1.

Extensieve dagrecreatie, zandwegen, fiets- en wandelpaden en picknickplaatsen zijn toegestaan.

2.

Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.

3.

Groen-, natuur- en nutsvoorzieningen zijn toegestaan.

4.

Het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan.

Paragraaf 6.1.3 Toegestaan - Specifiek [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.4 6.1.3 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 6.1.4.1 6.1.3.1 Nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf Artikel 6.8 Omgevingsplanactiviteit nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf 1.

Alleen met een omgevingsvergunning zijn neven-/hergebruiksactiviteiten zoals deze zijn opgenomen in bijlage Algemeen - Lijstlijst van neven- en hergebruiksactiviteiten toegestaan wanneer het gaat om activiteiten waarbij: a. een oppervlakte groter is dan 350 m2; en/of b. het gaat om het uitoefenen van nevenactiviteiten in de open lucht.

2.

Een omgevingsvergunning is ook vereist voor verblijfsrecreatie in een ander gebouw dan de bestaande bedrijfswoning, wanneer dit gebouw een monument is.

3.

Een omgevingsvergunning is vereist voor verblijfsrecreatie in een ander gebouw dan de bestaande bedrijfswoning, wanneer dit gebouw: a. Binnen het gebied cultuurhistorische waarde ligt; of b. Binnen het gebied cultuurhistorie ligt, mits het gebouw nog steeds een cultuurhistorische waarde heeft.

Artikel 6.9 Aanvullende beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 6.8 wordt alleen verleend als: a. de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen mag zijn, onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) niet meer mag bedragen dan in de tabel hieronder is aangegeven. Daarbij moet rekening worden gehouden dat bij een combinatie van meerdere nevenactiviteiten maximaal de laagste oppervlaktenorm is toegestaan; b. de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in een landschappelijk inrichtingsplan, die voldoet aan het bepaalde in de bijlagen Algemeen - Richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', Algemeen - Landschapstypen en Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementen, en waarover advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van landschap; c. de (gezamenlijke) nevenactiviteit(en) van ondergeschikte betekenis is (zijn) aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in bedrijfseconomische, ruimtelijke en visuele zin primair blijft.

Maximale oppervlakte nevenactiviteiten Maximale oppervlakte in m2

41

Nevenactiviteiten

Groene ontwikkelingszone

Overig Landelijk gebied

Verblijfsrecreatie

500

750

Dagrecreatie

500

750

Zorg

500

750

Opslag

x

500

Opslag nevenactiviteiten

x

500

De oppervlakte van de nevenactiviteit(en) is maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen, onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) niet meer mag bedragen dan in de tabel hieronder is aangegeven. Daarbij moet rekening worden gehouden dat bij een combinatie van meerdere nevenactiviteiten maximaal de laagste oppervlaktenorm is toegestaan. Maximale oppervlakte nevenactiviteiten Maximale oppervlakte in m2 Nevenactiviteiten

Gelegen in Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone

Gelegen in overig Landelijk gebied

Verblijfsrecreatie

750

750

Dagrecreatie

750

750

Zorg

750

750

Opslag

500

750

Overige nevenactiviteiten

500

750

2.

Nevenactiviteiten in de open lucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 300 m2.

3.

De landschappelijke inpassing is gewaarborgd in een landschappelijk inrichtingsplan, die voldoet aan het bepaalde in de bijlagen Algemeen - richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', Algemeen - landschapstypen en Algemeen - leidraad toetsingskader landschapselementen, en waarover advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van landschap.

4.

Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf de aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.

5.

Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.

6.

De (gezamenlijke) nevenactiviteit(en) van ondergeschikte betekenis is (zijn) aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in bedrijfseconomische, ruimtelijke en visuele zin primair blijft.

2 7. In afwijking van artikel 6.9 eerste lid kan geen omgevingsvergunning worden verleend als de locatie is gelegen binnen het Gelders natuurnetwerk of de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk of de groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. De regels uit artikel 6.9 eerste lid blijven dan ook gelden.

Subparagraaf 6.1.4.2 6.1.3.2 Kamperen bij de boer Artikel 6.10 Omgevingsplanactiviteit kamperen bij de boer Alleen met een omgevingsvergunning is een kampeerterrein bij een agrarisch bedrijf toegestaan.

42

Artikel 6.11 Aanvullende beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.10 wordt alleen verleend als: a. de gronden die in gebruik genomen gaan worden voor kamperen binnen het bouwvlak liggen of daar direct op aansluiten; b. er maximaal 25 kampeerplaatsen zijn; c. kamperen uitsluitend is in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; d. gebouwen, zoals sanitaire ruimten, voldoen aan de volgende regels: 1. alleen binnen het bouwvlak; 2. de maximale oppervlakte van 150 m2mag zijnis; 3. de goothoogte maximaal 3 meter mag zijnis; 4. de bouwhoogte maximaal 6 meter mag zijnis; e. het kamperen van ondergeschikte betekenis is aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; f. het kampeerterrein na realisatie landschappelijk is ingepast op een manier die voldoet zoals aangegeven in de bijlagen Algemeen - Richtlijnrichtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', Algemeen - Landschapstypenlandschapstypen en Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementenleidraad toetsingskader landschapselementen.

2.

In afwijking van artikel 6.11 eerste lid kan geen omgevingsvergunning worden verleend als de locatie ligt binnen de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen ernstige aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. De regels uit artikel 6.11 eerste lid blijven dan ook gelden.

Subparagraaf 6.1.3.3 Nevenactiviteiten bij agrarisch bedrijf Artikel 6.12 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf toegestaan, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in artikel 6.14.

Artikel 6.13 Aanvullende indieningsvereisten [Gereserveerd]

Artikel 6.14 Aanvullende beoordelingsregels 1.

Alleen bestaande gebouwen gebruikt worden.

2.

Maximaal 50% van de oppervlakte van deze gebouwen gebruikt worden voor de nevenactiviteit, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel. Maximale oppervlakte gebouwen in m2 Gebiedsaanduiding Nevenactiviteit als vermeld in Bijlage A van de beleidsregel 'Planolo gisch kader voor het landelijk ge bied - 2021

Gelders natuurnetwerk Groene ontwikkelingszone

Overig landelijk gebied

Verblijfsrecreatie Dagrecreatie Zorg

750

niet toegelaten

500

750

Opslag Overige nevenactiviteiten

43

3.

Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan is de maximale oppervlakte niet meer dan de laagste oppervlakte.

4.

Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden.

5.

Als de nevenactiviteit ligt in de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland.

6.

Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing als bedoeld in de beleidsregel 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021'. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan deze beleidsregel.

7.

De nevenactiviteit(en) ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf. De agrarische bedrijfsfunctie moet bedrijfseconomisch, ruimtelijk en visueel het belangrijkst zijn.

8.

Gebruikers en bezoekers van het agrarische bedrijf én de nevenactiviteit op het eigen terrein, binnen het bouwvlak, kunnen parkeren.

9.

Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.

10.

Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.

11.

Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de geplande nevenactiviteit(en) die aanleiding zijn van de verandering.

12.

Er is aangetoond dat door de nevenactiviteit de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.

Paragraaf 6.1.4 Geboden Subparagraaf 6.1.4.1 Landschappelijke inpassing [Red: Artikel 6.75 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.2 naar subparagraaf 6.1.4.1. ]

Artikel 6.75 6.15 Landschappelijke inpassing - Akkermansweg 2 Gaanderen Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Akkermansweg 2 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkermansweg 2 Gaanderen - landschappelijk inpassingplan. [Red: Artikel 6.74 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.2 naar subparagraaf 6.1.4.1. ]

Artikel 6.74 6.16 Landschappelijke inpassing - Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet voor ontwikkelingen binnen het gebied Broekhuizerstraat 10 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl - Landschappelijklandschappelijk inpassingsplan.

Artikel 6.17 Landschappelijke inpassing - Heijendaalseweg 3 Wehl Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Heijendaalseweg 3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Heijendaalseweg 3 Wehl - landschappelijke inpassing.

Artikel 6.18 Landschappelijke inpassing - Notenstraatje 1 Wehl Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Notenstraatje 1 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Notenstraatje 1 Wehl - landschappelijke inpassing.

Paragraaf 6.1.5 Verboden - Algemeen

44

Artikel 6.12 6.19 Verboden gebruik 1.

Nieuwvestiging van een grondgebonden- en een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf is verboden.

2.

Nieuwvestiging en uitbreiden van een geitenhouderij is verboden, daaronder wordt verstaan: a. het vestigen van een geitenhouderij; b. het geheel of gedeeltelijk wijzigen van een veehouderij of veehouderijtak met andere landbouwhuisdieren in een geitenhouderij; c. het vergroten van het aantal geiten dat op een bestaande geitenhouderij wordt gehouden; d. het vergroten van de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten, tenzij het vergunde, dan wel gemelde aantal geiten aantoonbaar niet groeit; e. het oprichten van een dierenverblijf voor een geitenhouderij en een gebouw of gronden voor het houden van geiten in gebruik te nemen; f. het tijdelijk gebruiken van bouwwerken of gronden voor een geitenhouderij.

3.

Het gebruik van gronden en bouwwerken voor het houden van landbouwhuisdieren is in elk geval verboden als sprake is van een toename van stikstofdepositie vanaf het betreffende agrarische bedrijf ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf door het gebruik van gronden en overkappingen.

4.

Het omschakelen van een grondgebonden veehouderijbedrijf(stak) naar een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf(stak) is niet toegestaan.

Paragraaf 6.1.6 Verboden - Specifiek Artikel 6.13 6.20 Geur - emissiepunten en emissiebronnen verboden Binnen het gebied Broekhuizerstraat 10 - geur emissiepunten verboden is het verboden om: a. een geuremissiepunt te hebben; b. landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor in een dierenverblijf te houden; c. paarden en pony’s om te berijden te houden; d. vaste mest, champost of dikke fractie op te slaan; e. drijfmest, digestaat of dunne fractie in mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van 350 m2 tot en met 750 m2 op te slaan; f. voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten te hebben; en/of g. groenafval te composteren of op te slaan.

Artikel 6.21 Landbouwhuisdieren verboden Binnen het gebied landbouwhuisdieren verboden is het houden van landbouwhuisdieren niet toegestaan.

Afdeling 6.2 Agrarische gronden Paragraaf 6.2.1 Algemeen Artikel 6.22 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.2 gaat over de functie agrarische gronden.

Artikel 6.23 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.2 gelden binnen het gebied agrarische gronden.

Paragraaf 6.2.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.24 Toegestaan gebruik Binnen het gebied agrarische gronden is het volgende gebruik van gronden toegestaan: a. agrarische doeleinden; b. uitwegen.

45

Afdeling 6.3 Bedrijf Paragraaf 6.3.1 Algemeen Artikel 6.25 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.3 gaat over de functie bedrijf.

Artikel 6.26 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.3 gelden binnen het gebied bedrijf.

Paragraaf 6.3.2 Toegestaan Artikel 6.27 Toegestaan - gebruik 1.

Binnen het gebied bedrijf tot en met categorie 2 zijn alleen bedrijven met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

2.

Kantoor, uitsluitend ten dienste van en voor maximaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte van het in het eerste lid genoemde bedrijf.

Paragraaf 6.3.3 Verboden Artikel 6.28 Verboden Binnen het gebied bedrijf tot en met categorie 2 zijn geen zelfstandige kantoor-, detailhandel- en horecabedrijven toegestaan.

Afdeling 6.4 Cultuur en ontspanning Paragraaf 6.4.1 Algemeen Artikel 6.29 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.4 gaat over de functie cultuur en ontspanning.

Artikel 6.30 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.4 gelden binnen het gebied cultuur en ontspanning.

Paragraaf 6.4.2 Toegestaan Artikel 6.31 Toegestaan - Algemeen Voorzieningen voor cultuur en ontspanning, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Artikel 6.32 Toegestaan - Specifiek Binnen het gebied schoonheidscentrum is alleen een schoonheidscentrum met sauna en wellnessvoorzieningen toegestaan.

Paragraaf 6.4.3 Verboden Artikel 6.33 Attractieparken verboden Het is verboden om een nieuw attractiepark te vestigen, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Afdeling 6.5 Gemengd Paragraaf 6.5.1 Algemeen

46

Artikel 6.34 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.5 gaat over gemengde functies binnen één gebied.

Artikel 6.35 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.5 gelden binnen het gebied gemengd.

Paragraaf 6.5.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.36 Toegestaan gebruik 1.

Bedrijven van categorie 1, zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan.

2.

Voorzieningen voor cultuur en ontspanning.

3.

Detailhandel, niet zijnde detailhandel in de vorm van een supermarkt.

4.

Horeca categorie 1.

5.

Kantoren.

6.

Maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen voor mensen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden.

7.

Sportvoorzieningen.

8.

Wonen.

9.

Verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting.

10.

Parkeervoorzieningen.

11.

Geluidwerende voorzieningen.

Paragraaf 6.5.3 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 6.5.3.1 Hoger dan 30 meter bouwen Artikel 6.37 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is binnen het gebied Laborijnlocatie - onderzoek hoogbouw bouwen hoger dan 30 meter toegestaan.

Artikel 6.38 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.37 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de hoge bebouwing niet leidt tot onevenredige hinder door wind.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51553