CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G39.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over ‘Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G’;

overwegende dat,

a. b.

c. d. e. f. g. h. i. j.

gelet op het bepaalde in artikel 2.4 Omgevingswet de gemeenteraad bevoegd is het omgevingsplan gemeente Doetinchem te wijzigen; het wijzigingsbesluit betrekking heeft op de volgende 13 planonderdelen: 1. Oude Terborgseweg 313, Doetinchem; 2. Akkerhof, Gaanderen; 3. Heijendaalseweg 3, Wehl; 4. Notenstraatje 1, Wehl; 5. Ribesstraat 4, Gaanderen; 6. Rijksweg 288, Gaanderen; 7. Kempsestraat 1 – 3, Wehl; 8. Kilderseweg naast 39, Doetinchem; 9. Laborijnlocatie, Doetinchem; 10. Cultuur en ontspanning; 11. Evenemententerreinen; 12. Percelen nabij Wrangelaan en Akkermansbeek/Hertelerweg, buitengebied Doetinchem; 13.

Wonen landelijk gebied; het ontwerpwijzigingsbesluit en de daarop betrekking hebbende stukken, met ingang van donderdag 27 november 2025 zes weken ter inzage hebben gelegen; met betrekking tot dit ontwerpwijzigingsbesluit 52 zienswijzen zijn ingediend; er naar aanleiding van zienswijzen aanpassingen zijn doorgevoerd in het wijzigingsbesluit; er ambtshalve ook aanleiding is het wijzigingsbesluit aan te passen; de onderliggende regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen te vervallen voor de locaties van de planonderdelen 1 t/m 10 en 12, zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende pons; de financiën van de planonderdelen 1 t/m 8 zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer; de financiën van planonderdeel 9 zijn vastgelegd in een grondexploitatie; de beeldvormende raadsvergadering d.d. 12 maart 2026 kennis heeft genomen van het wijzigingsbesluit.

besluit:

Artikel I Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G', zoals opgenomen in Bijlage A gewijzigd vast te stellen;

Artikel II Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' de dag na afloop van de beroepstermijn in werking te laten treden;

Artikel III De Nota van zienswijzen en de Nota van aanpassingen vast te stellen;

Artikel IV De delen van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' en de beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022', die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende pons met identificatie /join/id/regdata/gm0222/2025/f7cad47be1d84b9e835f9c4f0f0eb60b/nld@2026-02-13;12053246, te laten vervallen;

Artikel V Het beeldkwaliteitsplan Bij de Elshof Gaanderen vast te stellen en onderdeel uit te laten maken van de welstandsnota 'Welstand Doetinchem'; U kunt in beroep gaan tegen het besluit. Dit kan van vrijdag 17 april tot en met donderdag 28 mei 2026. U doet dit bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoe u dit kunt doen leest u op de website van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk daarvoor op deze pagina: raadvanstate.nl/overrvs/bestuursrechtspraak/hoger-beroep/. Dit kan alleen bij één van de volgende situaties: - Als u belang heeft bij het wijzigingsbesluit; - Als u eerder en op tijd een zienswijze heeft gegeven op het ontwerpwijzigingsbesluit; - Als u kan bewijzen dat u redelijkerwijs geen zienswijze kon geven op het ontwerpwijzigingsbesluit; - Als u het niet eens bent met de aanpassingen in het vastgestelde wijzigingsbesluit vergeleken met het ontwerpwijzigingsbesluit. Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem in zijn vergadering van 26 maart 2026. mr. M. Bouwmans MBA MPM Voorzitter drs. B.P.M. Janssens Griffier

2

Bijlage A Bijlage bij artikel I A Artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Toepassingsbereik 1.

Binnen het gebied ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan vervallen zijn de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet niet van toepassing.

2.

Binnen het gebied ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan vervallen geldt dat de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 1 tot en met 21 voorgaan op de regels in Hoofdstuk 22 als ze daarmee in strijd zijn.

3.

Binnen het gebied voorrangsregel - ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan geldt dat de regels binnen dit omgevingsplan voorgaan op de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.

4.

Wanneer de regels uit hoofdstuk 4 strijdig zijn met de overige regels uit dit omgevingsplan, dan gaan de regels uit hoofdstuk 4 voor.

5.

De indieningsvereisten en beoordelingsregels zoalsals bedoeld in afdeling 22.5 zijn van toepassing op de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 tot en met 21.

6.

De paragrafen 7.2.7.10, 7.2.7.11, 7.2.7.12 en 7.2.7.13 gelden ook in aanvulling op het tijdelijk deel dat geldt binnen het gebied programma - wonen landelijk gebied.

B Artikel 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.3 Meet- en rekenbepalingen activiteiten waarvoor meet- en rekenregels staan in de Omgevingsregeling

voor zover in het omgevingsplan activiteiten worden gereguleerd waarvoor in de Omgevingsregeling meet- en rekenregels zijn opgenomen, gelden voor die activiteiten de meet- en rekenregels zoals opgenomen in de Omgevingsregeling;

afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens

de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend;

bebouwde oppervlakte van een perceel de som van de oppervlakten van alle op een perceel of of ander terrein een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten;

3

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

breedte van een bouwwerk

van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;

bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.)

de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kan-

toren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten; dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak;

diepte van een ondergronds bouwwerk vanaf het peil tot aan het laagste punt van het ondergrondse bouwwerk binnenwerks gemeten; goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;

hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de as van de windturbine;

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

oppervlakte van een overkapping

tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.)

de som van de horizontale vloeroppervlakten van ruimten die rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn (kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen), binnenwerks gemeten;

vloeroppervlakte van een woning

de som van de horizontale vloeroppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten, zolders en vlieringen welke gebruikt worden als berging, maar ook inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplanomgevingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten.

C Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 4 REGELS OVER BIJZONDERE GEBIEDEN Titel 4.1 Beperkingengebieden Gebieden die toegestaan gebruik beperken Afdeling 4.1.1 Ammoniakbuffergebied Paragraaf 4.1.1.1 Algemeen Artikel 4.1 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.1 gaat over ammoniakbuffergebieden rondom zeer gevoelige natuur.

4

Artikel 4.2 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.1 gelden met als doel de toename van ammoniak rondom zeer gevoelige natuur niet toe te laten nemen.

Artikel 4.3 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.1 gelden binnen het gebied ammoniakbuffergebied.

Paragraaf 4.1.1.2 Verboden Artikel 4.4 Wat is (Her)vestiging niet-grondgebonden veehouderij verboden? 1.

Hervestiging van een niet- grondgebonden veehouderijbedrijf en nieuwvestiging of hervestiging Het hervestigen van een niet-grondgebonden veehouderijtakveehouderijbedrijf is niet toegestaan.

2.

Het nieuw vestigen of hervestigen van een niet-grondgebonden veehouderijtak is niet toegestaan.

2 3. Uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak alleen toe als die uitbreiding niet leidt tot een toename van de emissie van ammoniak. Wanneer een uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijtak leidt tot een toename van de emissie van ammoniak is die uitbreiding niet toegestaan.

Afdeling 4.1.2 Externe veiligheid Paragraaf 4.1.2.1 Algemeen Artikel 4.5 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.2 gaat over nieuwe activiteiten met een extern veiligheidsrisico.

Artikel 4.6 Waarom gelden deze regels? Deze regels in afdeling 4.1.2 gelden met als doel risico's voor mens en milieu te beperken.

Artikel 4.7 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.2 gelden binnen het gebied risicobronnen.

Paragraaf 4.1.2.2 Omgevingsplanactiviteit Artikel 4.8 Omgevingsplanactiviteit nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's Alleen met een omgevingsvergunning zijn nieuwe risicobronnen toegestaan met externe veiligheidsrisico's zoals benoemd in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving toegestaan.

Artikel 4.9 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een nieuwe activiteit met een externe veiligheidsrisico zoalsals bedoeld in artikel 4.8 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat: a. er geen (geprojecteerde) (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties liggen in de plaatsgebonden risicocontour; b. er zwaarwegende redenen zijn voor het realiseren van een nieuwe activiteit met een externe veiligheidsrisico als er (geprojecteerde) beperkt kwetsbare gebouwen of locaties liggen in de plaatsgebonden risicocontour; c. het groepsrisico is verantwoord als in het brand-, explosie-, en/of gifwolkaandachtsgebied (geprojecteerde) (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen of (beperkt) kwetsbare locaties liggen; d. aanvullende maatregelen om de externe veiligheidsrisico's te verminderen, zijn onderzocht en afgewogen.

5

Artikel 4.10 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.8 wordt alleen verleend als: a. wordt voldaan aan de wet- en regelgeving; en b. het advies van de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en het advies van de beheerder van de hoogspanningsverbinding is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.2.3 Verboden Artikel 4.11 Nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's verboden Binnen het gebied nieuwe risicobronnen uitgesloten is het verboden omzijn nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's zoals genoemdals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving uit te voeren niet toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

Afdeling 4.1.3 Gasleiding Paragraaf 4.1.3.1 Algemeen Artikel 4.12 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.3 gaat over: a. het realiseren, in stand houden en in werking hebben van een buisleiding voor het transport van gas, inclusief voorzieningen; b. een vrijwaringszone aan weerszijden van de hoge druk aardgastransportleiding; en c. bijbehorende activiteiten.

Artikel 4.13 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.3 over buisleidingen voor het transport van gas gelden met als doel: a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het gastransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.

Artikel 4.14 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.3 gelden binnen het gebied gasleiding.

Paragraaf 4.1.3.2 Bouwregels Artikel 4.15 Bouwregels 1.

Er mogen alleen bouwwerken voor het gebruik van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding worden gebouwd, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

2.

De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 4 meter zijn.

3.

In afwijking van tweede lid zijn overkappingen niet toegestaan.

Paragraaf 4.1.3.3 Omgevingsplanactiviteit Artikel 4.16 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.17 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.16 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de leidingbeheerder

6

(Gasunie) geen negatieve gevolgen ziet voor de hoge druk aardgas transportleidinghogedruk aardgastransportleiding.

Artikel 4.18 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.16 wordt alleen verleend als: a. de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad; b. geen (zeer) kwetsbaar gebouw of locatie wordt toegelaten; c. het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgas transportleidinghogedruk aardgastransportleiding; d. als uit het advies van de leidingbeheerder (Gasunie) blijkt dat er geen bezwaren zijn; en e. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

Paragraaf 4.1.3.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden. Artikel 4.19 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.20 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.21.

Artikel 4.20 Activiteiten met omgevingsvergunning 1.

Het verharden van gronden.

2.

Het aanbrengen van beplantingen.

3.

Het vellen van beplantingen.

4 3. Het rooien van beplantingen. 5 4. Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen. 6 5. Het dempen van watergangen en andere waterpartijen. 7 6. Het verlagen of afgraven van gronden. 8 7. Het egaliseren van gronden. 9 8. Het ophogen van gronden. 10 9.

Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

11 10.

Het verlagen van het (grond)waterpeil.

12 11.

Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.21 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

7

1.

De werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

2.

Het werken en werkzaamheden zijn die al in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

3.

Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende: a. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; b. omgevingsvergunning voor het kappen; of c. ontgrondingsvergunning.

4.

Graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.

Artikel 4.22 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.19 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat: de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding. a. de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding; b. de leidingbeheerder het rapport of ander document heeft beoordeeld en advies heeft gegeven.

Artikel 4.23 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.19 wordt alleen verleend als: a. de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding; en b. de leidingbeheerder (Gasunie) akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.3.5 Verboden Artikel 4.24 Mest/co-vergistingsinstallaties Mest/co-vergistingsinstallaties zijn niet toegestaan.

Afdeling 4.1.4 Hoogspanningsverbinding Paragraaf 4.1.4.1 Algemeen Artikel 4.24 4.25 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.4 gaat over: a. de aanleg en de instandhouding van hoogspanningsverbindingen; b. een belemmeringenzone die hoort bij hoogspanningsverbindingen; en c. voorzieningen en bouwwerken die nodig zijn voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen.

Artikel 4.25 4.26 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.4 gelden met als doel de hoogspanningsverbindingen en haar omgeving te beschermen.

Artikel 4.26 4.27 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.4 gelden binnen het gebied hoogspanningsverbindingen.

Paragraaf 4.1.4.2 Toegestaan Artikel 4.27 4.28 Wat is toegestaan?

8

1.

Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - bovengronds een hoogspanningsverbinding bovengronds en masten en voorzieningen die daarbij horen.

2.

Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - ondergronds een hoogspanningsverbinding ondergronds en voorzieningen die daarbij horen.

3.

Werken en werkzaamheden met betrekking tot het in stand houden van de infrastructuur van de hoogspanningsverbinding.

4.

Bestaande bouwwerken die zijn gebouwd met een omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.4.3 Bouwregels Artikel 4.28 4.29 Bouwregels 1.

Er mogen alleen bouwwerken voor de functie hoogspanningsverbindingworden gebouwd, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

2.

De oppervlakte van gebouwen magis maximaal 20 m2 zijn2.

3.

De bouwhoogte van gebouwen magis maximaal 4 meter zijn.

4.

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogenis maximaal 3 meter zijn.

5.

In afwijking van het vierde lid is binnen het gebied maximum bouwhoogte hoogspanningsmast voor hoogspanningsmasten de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan.

6.

Binnen het gebied doorvaarthoogte moetis de doorvaarthoogte minimaal 25 meter zijn.

7. In afwijking van artikel 22.26 mogen bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden vervangen, vernieuwd of veranderd als: a. de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot; b. gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; en c. dat het bouwwerk op grond van de geldende regels ook is toegestaan.

Paragraaf 4.1.4.4 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 4.1.4.4.1 Bouwen voor andere toegestane functie(s) Artikel 4.29 4.30 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie Alleen met een omgevingsvergunning is bouwen ten behoeve van een andere op deze locatie toegestane functie toegestaan.

Artikel 4.30 4.31 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.294.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding.

Artikel 4.31 4.32 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.294.30 wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding; b. de leidingbeheerder akkoord is en het (schriftelijk) advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en c. het geen kwetsbare gebouwen en/of locaties zijn, tenzij deze is opgenomen in bijlage Magneetveld kwetsbare gebouwen. het geen kwetsbaar gebouw of locatie is, tenzij deze is opgenomen in bijlage Gevoelige functies magneetveldzone.

Paragraaf 4.1.4.5 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden Artikel 4.32 4.33 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.334.34 en 4.344.35 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.354.36.

Artikel 4.33 4.34 Activiteiten met een omgevingsvergunning hoogspanningsverbindingen bovengronds 1.

9

Het ophogen van gronden.

2.

Het verlagen of afgraven van gronden.

3.

Het verharden van gronden.

4.

Het aanleggen of aanpassen van watergangen.

5.

Het dempen van watergangen.

6.

Het opslaan van goederen, stoffen en/of materialen.

7.

Het aanbrengen van hoog opgaande beplantingen hoog opgaande beplanting.

8.

Het kappen van hoog opgaande beplantingen hoog opgaande beplanting.

9.

Het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om de bovengrondse hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 4.244.25.

Artikel 4.34 4.35 Activiteiten met een omgevingsvergunning hoogspanningsverbindingen ondergronds 1.

Het ophogen van de gronden.

2.

Het verlagen of afgraven van gronden.

3.

Het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 80 centimeter onder het maaiveld.

4.

Het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 80 centimeter onder maaiveld.

5.

Het aanbrengen van diepwortelende beplanting.

6.

Het kappenrooien van diepwortelende beplanting.

7.

Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.

8.

Het aanleggen, vergraven, verruimen van watergangen.

9.

Het dempen van watergangen.

10.

Het opslaan van goederen, stoffen en/of materialen.

11.

Het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.35 4.36 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

Werken en/of werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de hoogspanningsverbindingen en de daarbij horende voorzieningen.

2.

Werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook.

3.

Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.

4.

Werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op het normaal onderhoud en beheer dat volgens de regels van de onderliggende geldende functies is toegestaan.

5.

Graafwerkzaamheden die zijn opgenomen en de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

Artikel 4.36 4.37 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.324.33 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden

10

geen negatieve gevolgen heeft voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding.

Artikel 4.37 4.38 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.324.33 wordt alleen verleend als: a. de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding; en b. de leidingbeheerder akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.4.6 Verboden Artikel 4.39 Magneetveldzone 1.

Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - magneetveldzone is het bouwen voor een gevoelige hoofdfunctie of het gebruik van de gronden als gevoelige hoofdfunctie niet toegestaan.

2.

In afwijking van het eerste lid is de bestaande bebouwing en het bouwen voor de gevoelige hoofdfuncties die zijn opgenomen in bijlage Gevoelige functies magneetveldzone van dit omgevingsplan toegestaan.

Artikel 4.40 Mest/co-vergistingsinstallatie Mest/co-vergistingsinstallaties zijn niet toegestaan.

Afdeling 4.1.6 4.1.5 Rioolleiding Paragraaf 4.1.6.1 4.1.5.1 Algemeen Artikel 4.50 4.41 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.64.1.5 gaat over: a. de aanleg en de instandhouding van rioolwatertransportleidingen; en b. de vrijwaringszone die hoort bij de rioolwatertransportleidingen.

Artikel 4.51 4.42 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.64.1.5 gelden met als doel de rioolwatertransportleidingen te beschermen.

Artikel 4.52 4.43 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.64.1.5 gelden binnen het gebied rioolleiding.

Paragraaf 4.1.6.2 4.1.5.2 Bouwregels Artikel 4.53 4.44 Bouwregels 1.

Er mogen alleen bouwwerken voor de functie riool worden gebouwd, tenzij in dit planomgevingsplan anders is aangegeven.

2.

De bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouwen zijnde magis maximaal 4 meter zijn.

3.

In afwijking van het tweede lid zijn overkappingen niet toegestaan.

Paragraaf 4.1.6.3 4.1.5.3 Omgevingsplanactiviteiten Artikel 4.54 4.45 Omgevingsplanactiviteiten bouwwerk voor een andere functie Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.55 4.46 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.544.45 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering

11

vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleiding.

Artikel 4.56 4.47 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.544.45 wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleiding; b. de leidingbeheerder akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en c. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is.

Paragraaf 4.1.6.4 4.1.5.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden Artikel 4.57 4.48 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.584.49 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.594.50.

Artikel 4.58 4.49 Activiteiten met een omgevingsvergunning 1.

Het verharden van gronden.

2.

Het aanleggen van beplantingen.

3.

Het vellen van beplantingen.

4 3. Het rooien van beplantingen. 5 4. Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen. 6 5. Het dempen van watergangen en andere waterpartijen. 7 6. Het verlagen of afgraven van gronden. 8 7. Het egaliseren van gronden. 9 8. Het ophogen van gronden. 10 9.

Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

11 10.

Het verlagen van het (grond)waterpeil.

12 11.

Het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.59 4.50 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

12

1.

Werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van de onderhoudswerkzaamheden en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

2.

Werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning waarin de te beschermen belangen al zijn meegewogen.

3.

Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

4.

Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het kappen.

5.

Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een ontgrondingsvergunning.

Artikel 4.60 4.51 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.574.48 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleidingen.

Artikel 4.61 4.52 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.574.48 wordt alleen verleend als: a. de werken of werkenzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleidingen; en b. de leidingbeheerder akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Afdeling 4.1.7 4.1.6 Speelautomatenhal Paragraaf 4.1.7.1 4.1.6.1 Algemeen Artikel 4.62 4.53 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.74.1.6 gaat over het vestigen van één speelautomatenhal.

Artikel 4.63 4.54 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.74.1.6 gelden met als doel de vestiging van een speelautomatenhal te reguleren en te beperken.

Artikel 4.64 4.55 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.74.1.6 gelden binnen het gebied speelautomatenhal.

Paragraaf 4.1.7.2 4.1.6.2 Toegestaan Artikel 4.65 4.56 Wat is toegestaan? De vestiging van maximaal één speelautomatenhal is toegestaan.

Paragraaf 4.1.6.3 Verboden Artikel 4.57 Speelautomatenhal verboden Binnen het gebied speelautomatenhal verboden is het verboden om een nieuwe speelautomatenhal te vestigen, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Afdeling 4.1.8 4.1.7 Waterkering Paragraaf 4.1.8.1 4.1.7.1 Algemeen Artikel 4.66 4.58 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.84.1.7 gaat over de aanleg en de instandhouding van waterkeringen en waterstaatkundige voorzieningen.

Artikel 4.67 4.59 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.84.1.7 gelden met als doel de waterkeringen te behouden en te beschermen.

Artikel 4.68 4.60 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.84.1.7 gelden binnen het gebied waterkering.

Paragraaf 4.1.8.2 4.1.7.2 Bouwregels

13

Artikel 4.69 4.61 Bouwregels 1.

Er mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de functie waterkering worden gebouwd, tenzij anders in dit plan andersomgevingsplan is aangegeven.

2.

De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 4 meter zijn.

3.

De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 20 m2 zijn.

Paragraaf 4.1.8.3 4.1.7.3 Omgevingsplanactiviteiten Artikel 4.70 4.62 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.71 4.63 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.704.62 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering.

Artikel 4.72 4.64 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.704.62 wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de de waterkering; en b. de beheerder van de waterkering akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.8.4 4.1.7.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden. Artikel 4.73 4.65 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kunnen werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.744.66 worden toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.754.67.

Artikel 4.74 4.66 Activiteiten met een omgevingsvergunning 1.

Het verharden van gronden.

2.

Het aanbrengen van beplantingen.

3.

Het vellenrooien van beplantingen.

4.

Het rooien van beplantingen.

5 4. Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen. 6 5. Het dempen van watergangen en andere waterpartijen. 7 6. Het verlagen of afgraven van gronden. 8 7. Het egaliseren van gronden. 9 8. Het ophogen van gronden.

14

10 9.

Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

11 10.

Het verlagen van het (grond)waterpeil.

12 11.

Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.75 4.67 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

Werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van de onderhoudswerkzaamheden en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

2.

Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

3.

Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het kappen.

4.

Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een ontgrondingsvergunning.

Artikel 4.76 4.68 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.734.65 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering.

Artikel 4.77 4.69 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.734.65 wordt alleen verleend als: a. de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering; en b. de beheerder van de waterkering akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Titel 4.2 Waardegebieden Gebieden die bepaalde waarden beschermen Afdeling 4.2.1 Archeologische (verwachtings) waarden Paragraaf 4.2.1.1 Algemeen Artikel 4.78 4.70 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.2.1 gaat over (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 4.79 4.71 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.2.1 gelden met als doel (te verwachten) archeologische waarden in de bodem te behouden, versterken, beschermen en/of herstellen.

Artikel 4.80 4.72 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.2.1 gelden binnen de gebieden archeologische (verwachtings)waarde, archeologisch monument en archeologische rijksmonument.

Artikel 4.81 4.73 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in afdeling 4.2.1 voor alleen het onderdeel bouwen, maatwerkvoorschriften stellen als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat binnen het gebied behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond ('in situ') te behouden. Op de volgende punten kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen: a. de afmeting van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; en/of c. de inrichting en het gebruik van gronden.

Paragraaf 4.2.1.2 Bouwregels

15

Artikel 4.82 4.74 Bouwregels 1.

Het bouwen van bouwwerken is niet toegestaan, tenzij anders in afdeling 4.2.1 is aangegeven.

2.

Het bouwen van een bouwwerken is alleen toegestaan wanneer de oppervlakte van het bouwwerk kleiner of gelijk is aan de oppervlakte zoals aangegeven binnen het gebied archeologische oppervlakte en waarbij een bodemverstoring niet dieper gaat dan binnen het gebied archeologische diepte bodem is aangegeven, tenzij anders in afdeling 4.2.1 is aangegeven.

3.

In afwijking van artikel 22.26 is vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, toegestaan.

4.

In afwijking van artikel 22.26 is vergroting van bestaande bouwwerken met maximaal 2,5 meter uit de bestaande fundering, met behoud van bestaande funderingen, toegestaan.

Paragraaf 4.2.1.3 Omgevingsplanactiviteiten Artikel 4.83 4.75 Omgevingsplanactiviteiten bouwwerk voor een andere functie 1.

Alleen met een omgevingsvergunning kan in afwijking van artikel 4.824.74 eerste lid het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie worden toegestaan, tenzij het gaat om een enkelvoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument dan is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd gezag.

2.

Alleen met een omgevingsvergunning kan in afwijking van artikel 4.824.74 tweede lid het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie worden toegestaan.

Artikel 4.84 4.76 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.834.75 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waarop wordt gebouwd en waar de bodem wordt verstoord voldoende is vastgesteld.

Artikel 4.85 4.77 Aanvullende beoordelingsregels zonder verstoring van archeologische waarde De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.834.75 wordt alleen verleend als: a. de archeologische waarde van de gronden niet wordt verstoord; en b. het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.; c. de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Artikel 4.86 4.78 Aanvullende beoordelingsregels (mogelijke) verstoring archeologische waarde Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat de archeologische waarden (mogelijk) worden verstoord kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.834.75 alleen worden verleend als: a. de archeologische waarde van de gronden kunnen worden behouden, beschermd of hersteld; en b. het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en c. de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.2.1.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden

16

Artikel 4.87 4.79 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoalsals bedoeld in artikel 4.884.80 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.894.81. Wanneer het gaat om een enkelvoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument dan is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd gezag.

Artikel 4.88 4.80 Activiteiten met omgevingsvergunning 1.

De bodem wordt met meer dan 1 meter verhoogd.

2.

De bodem wordt met meer dan 1 meter over een oppervlakte zoals aangegeven binnen het gebied archeologische oppervlakte opgehoogd.

3.

Grondwerkzaamheden.

4.

Grondwerkzaamheden dieper dan de binnen het gebied maximum archeologische diepte bodem onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan binnen het gebied archeologische oppervlakte.

5.

Het verlagen of afgraven van de bodem over een oppervlakte binnen het gebied van meer dan archeologische oppervlakte van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist. Dit geldt ook voor het verwijderen van bestaande funderingen.

6.

Het verlagen of afgraven van de bodem van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist. Dit geldt ook voor het verwijderen van bestaande funderingen.

7.

Het verlagen van het waterpeil.

8.

Het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten.

9.

Het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

10.

Het aanleggen van boomeen bos of boomgaard.

11.

Het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd.

12.

Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Artikel 4.89 4.81 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

Werken en werkzaamheden niet dieper dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld.

2.

Werken en werkzaamheden met betrekking op het normale beheer en onderhoud.

3.

Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het normale agrarische gebruik.

4.

Werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk.

Artikel 4.90 4.82 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.874.79 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waarop wordt gebouwd en waarwaarvan de bodem wordt verstoord voldoende is vastgesteld.

Artikel 4.91 4.83 Beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werken zonder verstoring De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.874.79 wordt alleen verleend als: a. de archeologische waarde van de gronden niet wordt verstoord; en b. het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.;

17

c.

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Artikel 4.92 4.84 Beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werken met (mogelijke) verstoring Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat er sprake is van (mogelijke) verstoring van de archeologische waarde kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.874.79 worden verleend als: a. de archeologische waarde van de gronden kunnen worden behouden, beschermd of hersteld.; en b. het advies van de archeologisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en c. de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.2.1.5 Vergunningvoorschriften Artikel 4.93 4.85 Vergunningvoorschrift met (mogelijke) verstoring archeologische waarde Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat de archeologische waarden van de gronden (mogelijk) worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in afdeling 4.2.1: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

Afdeling 4.2.2 Bijzondere boom Paragraaf 4.2.2.1 Algemeen Artikel 4.94 4.86 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.2.2 gaat over bijzondere bomen.

Artikel 4.95 4.87 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.2.2 gelden met als doel bijzondere bomen te behouden, beschermen en herstellen.

Artikel 4.96 4.88 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.2.2 gelden binnen het gebied bijzondere boom.

Paragraaf 4.2.2.2 Omgevingsplanactiviteiten Artikel 4.97 4.89 Omgevingsplanactiviteit bouwen of werken, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheden Alleen met een omgevingsvergunning zijn bouwwerken of werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.984.90 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.994.91.

18

Artikel 4.98 4.90 Activiteiten met omgevingsvergunning 1.

Het verlagen of afgraven van gronden.

2.

Het egaliseren van gronden.

3.

Het ophogen van gronden.

4.

Het verharden van gronden.

5.

het Het bouwen van bouwwerken.

6.

Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.99 4.91 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

De werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

2.

Werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende: a. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; b. omgevingsvergunning voor het kappen.

Artikel 4.100 4.92 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.974.89 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de bijzondere boom.

Artikel 4.101 4.93 Aanvullende beoordelingsregels 1.

In geval van bouwactiviteiten mogen deze bouwactiviteiten geen wezenlijke negatieve gevolgen hebben voor de bijzondere boom.

2.

In geval van werken en werkzaamheden in de vorm van het aanbrengen van oppervlakte verhardingen, de aanleg van leidingen of het egaliseren, ophogen, verharden en afgraven van gronden mag door directe of indirecte gevolgen van die werken en werkzaamheden: a. de waarde van de bijzondere boom of bomen niet onevenredig worden aangetast; of b. de mogelijkheid voor herstel van de waarde van de bijzondere boom of bomen niet onevenredig worden verkleind.

3.

Er is sprake van een advies van een bomendeskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het eerste lid en/of het tweede lid en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Afdeling 4.2.3 Landschappelijke waarden Paragraaf 4.2.3.1 Algemeen Artikel 4.102 4.94 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.2.3 gaat over landschappelijke waarden.

Artikel 4.103 4.95 Waarom gelden deze regels? De regels in deze afdeling 4.2.3 gelden met als doel: a. het in stand houden en versterken van de openheid van het landschap; b. het in stand houden van de aardkundige waarden (rivierduinen); en/of c. het in stand houden en verwerken van de kenmerkende hoogteverschillen van het landschap.

19

Artikel 4.104 4.96 Waar gelden deze regels? 1.

De landschappelijke waarde reliëf geldt binnen het gebied reliëf.

2.

De landschappelijke waarde openheid geldt binnen het gebied openheid.

3.

De landschappelijke waarde rivierduin geldt binnen het gebied rivierduin.

Paragraaf 4.2.3.2 Werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden Artikel 4.105 4.97 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.1064.98 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.1074.99.

Artikel 4.106 4.98 Activiteiten met omgevingsvergunning V4 1.

Het verlagen van de bodem.

2.

Het egaliseren van gronden.

3.

Het ophogen van gronden.

4.

Het verharden van gronden.

5 4. Het aanleggen van watergangen, weidegreppels en andere waterpartijen. 6 5. Het dempen van watergangen, weidegreppels en andere waterpartijen. 7 6. Het afgraven van gronden. 8 7. Het bebossen of op een andere manier beplanten met houtopstanden. 9 8. Het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen voor de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet.

Artikel 4.107 4.99 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, in het kader van het normale beheer en onderhoud.

2.

Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die binnen een bouwvlak worden uitgevoerd.

Artikel 4.108 4.100 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.1054.97 moet in elk geval een rapport of document ingediend wordenworden ingediend, waaruit blijkt dat er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden.

Artikel 4.109 4.101 Aanvullende beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 4.1054.97 wordt alleen verleend als: a. de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; b. er geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarde(n); c. de locatie niet ligt binnen het Gelders Natuurnetwerknatuurnetwerk of de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. d. het advies van de landschapsdeskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

20

[Red: Afdeling 4.1.5 verplaatst van titel 4.1 naar titel 4.2. ]

Afdeling 4.1.5 4.2.4 Molenbiotoop Paragraaf 4.1.5.1 4.2.4.1 Algemeen Artikel 4.38 4.102 Waar gaat deze afdeling over? De afdeling 4.1.54.2.4 gaat over het gebied rondom de molens.

Artikel 4.39 4.103 Waarom gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.54.2.4 gelden met als doel de windvang en het zicht van de molen te beschermen.

Artikel 4.40 4.104 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 4.1.54.2.4 gelden binnen het gebied molenbiotoop.

Paragraaf 4.1.5.2 4.2.4.2 Bouwregels Artikel 4.41 4.105 Bouwregels 1.

Binnen 100 meter afstand van de molen mogen bouwwerken niet hoger zijn dan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Meet deze hoogte vanaf het peil van de molen.

2.

In het gebied tussen 100 en 400 meter afstand van de molen moet de maximale hoogte van bouwwerken bepaald worden met de volgende formule: H= X/N + 0,2*Z uitleg formule: H staat voor de maximale hoogte in meters, te meten vanaf het peil van de molen. X staat voor de kortste afstand in meters vanaf het te bouwen bouwwerk tot de wieken van de molen. N is een verhoudingsfactor. Dit is 140 voor een open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor besloten gebied. Z staat voor de askophoogte van de molen in meters.

3.

Bestaande vergunde bouwwerken in afwijking van het eerste en tweede lid zijn toegestaan.

Paragraaf 4.1.5.3 4.2.4.3 Omgevingsplanactiviteit Artikel 4.42 4.106 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.43 4.107 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.42 artikel 4.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat het functioneren vanwat de molen niet wordt aangetast. gevolgen zijn voor de molen.

Artikel 4.44 4.108 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.424.106 wordt alleen verleend als: a. het functioneren van de molen niet aangetast wordt; en b. het advies van de provincie wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.5.4 4.2.4.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden.

21

Artikel 4.45 4.109 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.464.110 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.474.111.

Artikel 4.46 4.110 Activiteiten met een omgevingsvergunning 1.

Het bebossen of anderszinsop een andere manier beplanten met houtopstanden met een uitgroeihoogte die hoger is dan op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.

2.

Het ophogen van gronden hoger dan de hoogte die op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.

3.

Het aanleggen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur met een hoogte die hoger is dan op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.

Artikel 4.47 4.111 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, die betrekking hebben op het normale beheer en onderhoud.

2.

Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.

Artikel 4.48 4.112 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.454.109 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het functioneren van de molen niet wordt aangetast.

Artikel 4.49 4.113 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.454.109 wordt alleen verleend als: a. het functioneren van de molen niet aangetast wordt; en b. het advies van de provincie wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Titel 4.3 Gebieden die bijzonder gebruik toelaten [Red: Afdeling 6.2 verplaatst van hoofdstuk 6 naar titel 4.3. ]

Afdeling 6.2 4.3.1 Evenementen Paragraaf 6.2.1 4.3.1.1 Algemeen Artikel 6.14 4.114 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.24.3.1 gaat over de functie evenementen.

Artikel 6.15 4.115 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.24.3.1 gelden binnen het gebied evenementenlocatie.

Artikel 6.16 4.116 Wanneer gelden de regels? 1.

Binnen het gebied evenementenlocatie gelden de regels in afdeling 6.24.3.1 in aanvulling op het ter plaatse van toepassing zijnde ruimtelijke plan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

2.

Voor zover de regels in afdeling 6.24.3.1 strijdig zijn met het ter plaatse van toepassing zijnde ruimtelijke plan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, hebben de regels in afdeling 6.24.3.1 voorrang op de regels waarmee de strijdigheid bestaat.

Paragraaf 6.2.2 4.3.1.2 Toegestaan - Algemeen

22

Artikel 6.17 4.117 Algemeen 1.

Evenementen zijn in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak toegestaan.

2.

De op- en afbouw van bij het evenement behorende voorzieningen mag in totaal maximaal 7 dagen duren.

3.

De begin- en eindtijden van de evenementen moeten voldoen aan de tijden zoals staat in de tabel hieronder:

Dagen

Begintijd

Eindtijd

Zondag t/m donderdag

8:30 uur

23:00 uur

Vrijdag

8:30 uur

24:00 uur

Zaterdag

8:30 uur

01:00 uur (zondag)

Dagen

Begintijd

Eindtijd

Zondag t/m donderdag

8:30 uur

23:00 uur

Vrijdag

8:30 uur

24:00 uur

Zaterdag

8:30 uur

01:00 uur (zondag)

Artikel 6.18 4.118 Maatwerkvoorschriften 1.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.174.117 tweede lid voor het gebruikgebruiken van gronden en bouwwerken voor een evenement dat langer duurt.

2.

Het maatwerkvoorschrift wordt alleen genomen als: a. er voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein beschikbaar zijn; b. de aan te brengen voorzieningen tijdelijk zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; enof c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de binnen het gebied aanwezige waarden.

Paragraaf 6.2.3 4.3.1.3 Toegestaan - Specifiek Subparagraaf 6.2.3.1 4.3.1.3.1 Evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem Artikel 6.19 4.119 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 6.20 4.120 Regels voor de evenementenlocatie binnenstad Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 30 dagen.

2.

Er zijn maximaal 30 evenementen toegestaan van maximaal 6 dagen.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

4.

Het aantal evenementen binnen het gebied evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem is inclusief koopzondagen.

Subparagraaf 6.2.3.2 4.3.1.3.2 Evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen Doetinchem

23

Artikel 6.21 4.121 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 6.22 4.122 Regels voor de evenementenlocatie Mark Tennantplantsoen Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 4 evenementen toegestaan van maximaal 4 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

2.

Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 30 dagen met maximaal 150 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.3 Evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem Artikel 4.123 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.124 Regels voor de evenementenlocatie Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 150 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 2200 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.4 Evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem Artikel 4.125 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.126 Regels voor de evenementenlocatie Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem 1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 500 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

3.

Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

4.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.5 Evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem Artikel 4.127 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.128 Regels voor de evenementenlocatie Varkensweide Doetinchem

24

1.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2000 bezoekers.

2.

Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 5 dagen met maximaal 2000 bezoekers.

3.

De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.6 Evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem Artikel 4.129 Waar gelden deze regels? Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51553