B1 Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G.pdf
Tekst van het document
Artikel 6.39 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.37 wordt alleen verleend als: a. er geen sprake is van onevenredige hinder door wind; en b. de deskundige op het gebied van wind akkoord is en het (schriftelijk) advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Subparagraaf 6.5.3.2 Andere vorm van horeca Artikel 6.40 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan een andere vorm van horeca worden toegestaan.
47
Artikel 6.41 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.40 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de omgeving niet onevenredig wordt gehinderd.
Artikel 6.42 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.40 wordt alleen verleend als de horeca naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen zijn aan de geldende horeca categorie en het advies van de desbetreffende deskundige wordt meegenomen bij het besluit op ge omgevingsvergunning.
Subparagraaf 6.5.3.3 Andere bedrijfsactiviteiten Artikel 6.43 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kunnen andere bedrijfsactiviteiten worden toegestaan.
Artikel 6.44 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.43 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar zijn met een categorie 1 bedrijf.
Artikel 6.45 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.43 wordt alleen verleend als: a. het bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met de op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegelaten bedrijven uit categorie 1 zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten; of b. het niet gaat om een grote lawaaimaker.
Paragraaf 6.5.4 Geboden Subparagraaf 6.5.4.1 Compensatieplannen Artikel 6.46 Compensatieplan - Laborijnlocatie Doetinchem Binnen het gebied Laborijnlocatie - gebod compensatieplan wordt voordat een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt verleend, een door het bevoegd gezag goedgekeurd compensatieplan opgesteld conform het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024–2028.
Afdeling 6.3 6.6 Groen Paragraaf 6.3.1 6.6.1 Algemeen Artikel 6.26 6.47 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.36.6 gaat over de functie groen.
Artikel 6.27 6.48 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.36.6 gelden binnen het gebied groen.
Paragraaf 6.3.2 6.6.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.28 6.49 Toegestaan gebruik
48
1.
(Structurele) groenvoorzieningen waaronder houtopstanden.
2.
Binnen het gebied groen is het gebruik van gronden toegestaan voor: a. (structurele) groenvoorzieningen waaronder houtopstanden; b. extensieve dagrecreatie en mogelijkheden voor ontmoeting en spelen; c. fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen; d. waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;
e. nutsvoorzieningen; f. kunstobjecten; g. bestaande inritten; en h. straatmeubilair en speeltoestellen. Bestaande inritten, fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen. 3.
Straatmeubilair en speeltoestellen.
Paragraaf 6.3.3 6.6.3 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 6.3.3.1 6.6.3.1 Nieuwe inrit Artikel 6.29 6.50 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is een nieuwe inrit toegestaan.
Artikel 6.30 6.51 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.296.50 wordt alleen verleend als: a. de inrit noodzakelijk is om een perceel te ontsluiten; b. de inrit geen onevenredige afbreuk doet aan de flora en fauna ter plaatse; c. de waarde of beleving van de groenvoorziening niet onevenredig wordt aangetast; d. als uit het advies van deskundige op het gebied van ecologie blijkt dat er geen bezwaren zijn vanuit ecologisch oogpunt; e. als uit het advies van deskundige op het gebied van verkeer blijkt dat er geen bezwaren zijn vanuit verkeerskundig oogpunt; en f. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.
Afdeling 6.4 6.7 Natuur Paragraaf 6.4.1 6.7.1 Algemeen Artikel 6.31 6.52 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.46.7 gaat over de functie natuur.
Artikel 6.32 6.53 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.46.7 gelden binnen het gebied natuur.
Paragraaf 6.4.2 6.7.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.33 6.54 Toegestaan gebruik 1.
Binnen het gebied natuur is het volgende gebruik van gronden toegestaan: a. instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele- en landschapswaarden; b. extensieve dagrecreatie, als de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast; c. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen, inclusief bijbehorende oevers; d. fiets- en wandelpaden, als de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast; e. kunstobjecten; f. nutsvoorzieningen; en g. bouwwerken en voorzieningen die horen bij de functie natuur. Instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele- en landschapswaarden.
2.
Fiets- en wandelpaden, als de in het eerste lid bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast.
Afdeling 6.5 6.8 Verkeer Paragraaf 6.5.1 6.8.1 Algemeen
49
Artikel 6.34 6.55 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.56.8 gaat over de functie verkeer.
Artikel 6.35 6.56 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.56.8 gelden binnen het gebied verkeer.
Paragraaf 6.5.2 6.8.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.36 6.57 Toegestaan gebruik 1.
Verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting.
2.
Binnen het gebied verkeer is het gebruik van gronden toegestaan voor: a. verkeer en verblijf; b. geluidwerende voorzieningen; c. straatmeubilair en speeltoestellen; d. parkeervoorzieningen; e. kunstobjecten; f. groenvoorzieningen; g. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; h. nutsvoorzieningen. Geluidwerende voorzieningen.
3.
Straatmeubilair en speeltoestellen.
4.
Parkeervoorzieningen.
Paragraaf 6.8.3 Toegestaan - Specifiek Artikel 6.58 Parkeergarage Binnen het gebied parkeergarage is alleen een parkeergarage toegestaan.
Artikel 6.59 Parkeren 1.
In afwijking van artikel 5.7 zijn binnen het gebied besluitgebied - Terborgseweg naast 119 Doetinchem minimaal 65 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan maximaal 28 op het maaiveld.
2.
In afwijking van artikel 5.38 is de gedeeltelijk verdiepte parkeergarage binnen het gebied gedeeltelijk verdiepte parkeergarage maximaal 2,5 meter diep.
3.
Binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - uitsluitend gedeeltelijk verdiepte parkeergarage zijn alleen een parkeergarage en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan.
Paragraaf 6.5.3 6.8.4 Geboden Artikel 6.37 6.60 Terras Bij mogelijkheden voor ontmoeting moet voldaan worden aan de voorwaarden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in de Nota Terrassenbeleid, zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 5 maart 2013, rekening houdende dat wanneer de nota wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
Artikel 6.38 6.61 Standplaatsen Bij mogelijkheden voor ontmoeting moet voldaan worden aan de voorwaarden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in de Nota Standplaatsenbeleid 2011, zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 22 november 2011, rekening houdende dat wanneer de nota wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
Afdeling 6.6 6.9 Water Paragraaf 6.6.1 6.9.1 Algemeen
50
Artikel 6.39 6.62 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.66.9 gaat over de functie water.
Artikel 6.40 6.63 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.66.9 gelden binnen het gebied water.
Paragraaf 6.6.2 6.9.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.41 6.64 Toegestaan gebruik 1.
Binnen het gebied water is het volgende gebruik van gronden toegestaan: a. het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water zoals waterpartijen, waterlopen en andere watergangen, inclusief bijbehorende oevers; b. instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele en landschapswaarden; c. extensieve dagrecreatie, als de onder b bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast; d. infrastructurele voorzieningen; e. groen- en nutsvoorzieningen; f. bouwwerken die bij de functie water horen. Het ontvangen, bergen of afvoeren van water zoals waterpartijen, waterlopen en andere watergangen, inclusief bijbehorende oevers.
2.
Instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur-, visuele- en landschapswaarden.
3.
Extensieve dagrecreatie, als de in het eerste lid bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast.
4.
Infrastructurele voorzieningen.
Afdeling 6.7 6.10 Wonen Paragraaf 6.7.1 6.10.1 Algemeen Artikel 6.42 6.65 Waar gaat deze afdeling over? Afdeling 6.76.10 gaat over de functie wonen.
Artikel 6.43 6.66 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 6.76.10 gelden binnen het gebied wonen.
Paragraaf 6.7.2 6.10.2 Toegestaan - Algemeen Artikel 6.44 6.67 Woningen en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen Het gebruik van gronden en bouwwerken voor woningen en de hierbij behorende bouwwerken en voorzieningen zijn binnen het gebied wonen toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangeven.
Artikel 6.47 6.68 Overig gebruik 1.
Tuinen, erven en erfontsluitingswegen voor woningen zijn toegestaan.
2.
Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.
4 2. Het hobbymatig houden van dieren en het telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan. 3.
Nutsvoorzieningen zijn toegestaan.
Paragraaf 6.7.3 6.10.3 Toegestaan - Specifiek Subparagraaf 6.7.3.1 6.10.3.1 Woningtype
51
Artikel 6.48 6.69 Toegestaan woningtype Binnen het gebied woningtype is alleen het aangegeven woningtype toegestaan.
Subparagraaf 6.7.3.2 6.10.3.2 Aantal woningen Artikel 6.49 6.70 Toegestaan aantal woningen Binnen het gebied maximum aantal woningen is maximaal het aantal aangegeven woningen toegestaan.
Subparagraaf 6.7.3.3 6.10.3.3 Woningdifferentiatie Artikel 6.50 6.71 Waarom gelden deze regels? De regels in subparagraaf 6.7.3.36.10.3.3 gelden met als doel dat voldaan wordt aan de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023). Wijzigt deze doelgroepenverordening, dan moet rekening worden gehouden met die wijziging.
Artikel 6.51 6.72 Waar gelden deze regels? De regels in subparagraaf 6.7.3.36.10.3.3 gelden binnen het gebied woningdifferentiatie.
Artikel 6.52 6.73 Woningdifferentiatie 1.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale huurwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale huurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 25 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
2.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage middenhuurwoning minimaal het aangegeven percentage een middenhuurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 15 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
3.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage goedkope koopwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie goedkope koopwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor tenminste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
4.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 1 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
5.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 2) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 2 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
Subparagraaf 6.7.3.4 6.10.3.4 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Artikel 6.53 6.74 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, als voldaan wordt aan de volgende regels: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen is niet toegestaan;
52
b.
c.
de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; en bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.
Subparagraaf 6.7.3.5 Parkeren Artikel 6.54 Parkeren - Specifiek 1.
In afwijking van artikel 5.3 zijn binnen het gebied besluitgebied - Terborgseweg naast 119 Doetinchem minimaal 65 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan maximaal 28 op het maaiveld.
2.
In afwijking van artikel 5.9 mag de gedeeltelijk verdiepte parkeergarage binnen het gebied gedeeltelijk verdiepte parkeergarage maximaal 2,5 meter diep zijn.
3.
Binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - uitsluitend gedeeltelijk verdiepte parkeergarage zijn alleen een parkeergarage en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan.
Paragraaf 6.7.4 6.10.4 Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 6.7.4.1 6.10.4.1 Aan huis gebonden beroep of bedrijf Artikel 6.55 6.75 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is een ander beroep en/of bedrijf aan huis dan is opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven toegestaan.
Artikel 6.76 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.75 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat het beroep of bedrijf aan huis naar aard, omvang en hinder vergelijkbaar is met één of meer in de bijlage Algemeen - lijst van aan huis gebonden beroepen of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.
Artikel 6.56 6.77 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.556.75 wordt alleen verleend als het andere beroep en/of bedrijf naar aard, omvang en hinder gelijk is te stellen met één of meer in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.
Subparagraaf 6.7.4.2 6.10.4.2 Wonen op kortere afstand tot bouwperceelsgrens Artikel 6.57 6.78 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand van minimaal 3 meter tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens worden toegestaan.
Artikel 6.79 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.78 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.
Artikel 6.58 6.80 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.576.78 wordt alleen verleend als: a. het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk.; b. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en c. bewoning slechtsalleen is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning;.
53
Subparagraaf 6.7.4.3 6.10.4.3 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand tot bouwperceelsgrens Artikel 6.59 6.81 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf worden toegestaan als de afstand tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 3 meter is.
Artikel 6.82 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.81 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.
Artikel 6.60 6.83 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.596.81 wordt alleen verleend als: a. het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk.; b. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en c. bewoning bewoning gebeurd door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.
Subparagraaf 6.7.4.4 6.10.4.4 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken Artikel 6.61 6.84 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan.
Artikel 6.62 6.85 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.616.84 wordt alleen verleend, als voldaan wordenwordt aan de volgende regels: a. wanneer de vestiging van een dergelijk beroep of bedrijf in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning; en b. wanneer het vrijstaande bouwwerk een ruimtelijke eenheid vormt met de woning.
Subparagraaf 6.10.4.5 Bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak Artikel 6.86 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn bijbehorende bouwwerken voor de functie wonen buiten het bouwvlak toegestaan.
Artikel 6.87 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat: a. op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw uit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft; en b. wanneer de locatie ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden.
Artikel 6.88 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. aangetoond is dat op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw vanuit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft; b. het bouwwerk aansluit bij de vorm en massa van het oorspronkelijke bouwwerk;
54
c. d.
e.
de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk maakt onderdeel uit van de in artikel 7.11 genoemde maximale oppervlaktenorm (100 m2); de locatie niet ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone, tenzij er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones; en Het advies van de landschapsdeskundige, stedenbouwkundige of cultuurhistorisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Subparagraaf 6.7.4.5 Mantelzorg [Vervallen]
Subparagraaf 6.10.4.6 Woningsplitsing naar twee woningen V4 Artikel 6.89 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan binnen het gebied programma - wonen landelijk gebied een vrijstaande woning, niet zijnde een bedrijfswoning, worden gesplitst zoals is het programma Wonen Landelijk gebied is opgenomen naar een twee-aaneen.
Artikel 6.90 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 voor het splitsen van een woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; of b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.
Artikel 6.91 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. de twee-aaneen woning bevat maximaal 2 woningen in één gebouw; b. één van de woningen een maximale inhoud van 425 m3 heeft, met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2; c. het geheel de uitstraling blijft houden van één volume, de woningsplitsing mag niet afleesbaar zijn; d. elke woning maximaal 75 m2 aan bijbehorende bouwwerken heeft; e. in afwijking van onderdeel c geldt dat wanneer in de bestaande situatie meer dan 150m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is moeten de vierkante meters bijbehorende bouwwerken gezocht worden binnen de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, waarbij geldt dat bij elke woning minimaal 75 m2 aan bestaande bijbehorende bouwwerken zijn toebedeeld. (nieuwe bijbehorende bouwwerken uitgesloten); f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 6 meter; g. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 3 meter, als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter; h.
de inrichting is in overeenstemming met het landschapstype en het advies van de deskundige op het gebied van landschap over de inrichting is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning; of i. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.
Paragraaf 6.7.5 6.10.5 Geboden Subparagraaf 6.7.5.1 6.10.5.1 Bergingscapaciteit hemelwater Subsubparagraaf 6.10.5.1.1 Bergingscapaciteit hemelwater - Algemeen Artikel 6.92 Bergingscapaciteit hemelwater Het gebied minimum bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand
55
gehouden uitgaande van de aangegeven minimale bergingscapaciteit in mm per m2 verhard oppervlak.
Subsubparagraaf 6.10.5.1.2 Bergingscapaciteit hemelwater - Specifiek [Red: Artikel 6.68 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.1 naar subsubparagraaf 6.10.5.1.2. ]
Artikel 6.68 6.93 Bergingscapaciteit hemelwater - Terborgseweg naast 119 Doetinchem Het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak, zoals opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - hemelwaterberging.
Artikel 6.69 Bergingscapaciteit hemelwater - Akkermansweg 2 Gaanderen Het gebied Akkermansweg 2 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 55 mm per m2 verhard oppervlak.
Artikel 6.70 Bergingscapaciteit hemelwater - Bultensweg 12-14 Doetinchem Het gebied Bultensweg 12 -14 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 55 mm per m2 verhard oppervlak.
Artikel 6.71 Bergingscapaciteit hemelwater - Amphionpark Doetinchem Het gebied Amphionpark - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak.
Subparagraaf 6.7.5.2 6.10.5.2 Landschappelijke inpassing Artikel 6.76 6.94 Landschappelijke inpassing - Bultensweg 12 Doetinchem Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 12 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 12 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.
Artikel 6.77 6.95 Landschappelijke inpassing - Bultensweg 14 Doetinchem Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 14 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 14 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.
Artikel 6.72 6.96 Landschappelijke inpassing - IJzevoordseweg 7 Doetinchem Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied IJzevoordseweg 7 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage IJzevoordseweg 7 Doetinchem - versterkingsplan.
Artikel 6.97 Landschappelijke inpassing - Kempsestraat 1-3 Wehl Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kempsestraat 1-3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kempsestraat 1-3 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kempsestraat 1-3 Wehl - Landschappelijk inpassingsplan.
56
Artikel 6.98 Landschappelijke inpassing - Kilderseweg naast 39 Doetinchem Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kilderseweg naast 39zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kilderseweg naast 39 - landschappelijke inpassing.
Artikel 6.99 Landschappelijke inpassing - Oude Terborgseweg 313 Doetinchem Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Oude Terborgseweg 313zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Oude Terborgseweg 313 - Landschappelijke inpassing.
Artikel 6.73 6.100 Landschappelijke inpassing - Terborgseweg naast 119 Doetinchem Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod landschappelijk inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - Inrichtingsschetsinrichtingsschets.
Subparagraaf 6.10.5.3 Inrichtingsplannen Artikel 6.101 Inrichtingsplan - Akkerhof Gaanderen Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Akkerhof - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Akkerhof zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkerhof - Inrichtingsplan.
Artikel 6.102 Inrichtingsplan - Rijksweg 288 Gaanderen Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Rijksweg 288 - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Rijksweg 288 Gaanderenzijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Rijksweg 288 Gaanderen - inrichtingsplan.
Subparagraaf 6.7.5.3 6.10.5.4 Beeldkwaliteitsplan Beeldkwaliteitsplannen Artikel 6.78 6.103 Beeldkwaliteitsplan - Amphionpark Doetinchem Binnen het gebied Amphionpark - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Amphionpark Doetinchem - Beeldkwaliteitsplan Amphionpark Doetinchembeeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.
Artikel 6.104 Beeldkwaliteitsplan - Ribesstraat 4 Gaanderen Binnen het gebied Ribesstraat 4 - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Ribesstraat 4 Gaanderen - beeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.
Subparagraaf 6.10.5.5 Trillingen Artikel 6.105 Trillingen - Akkerhof Gaanderen Binnen het gebied Akkerhof - gebod trillingen mag de in afdeling 6.10 omschreven functie alleen gerealiseerd worden en vervolgens in stand gehouden worden, als voldaan wordt aan de streefwaarden uit de Meet- en Beoordelingsrichtlijn, deel B, 'Hinder voor personen in gebouwen 2006' Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR Richtlijn B). Als deze richtlijn gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.
Subparagraaf 6.7.5.4 6.10.5.6 Afwijken geboden
57
Artikel 6.79 6.106 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning kan een gebod bergingscapaciteit hemelwater, gebod landschappelijke inpassing en/, gebod trillingen, gebod inrichtingsplan of gebod beeldkwaliteitsplan zoals genoemdals bedoeld in paragraaf 6.7.56.10.5 anders worden uitgevoerd.
Artikel 6.80 6.107 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.796.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat: a. de landschappelijke inpassing zoals deze moet worden gerealiseerd is vastgelegd; en b. de deskundige het rapport of ander document heeft beoordeeld en advies heeft gegeven.
Artikel 6.81 6.108 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.796.106 wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat een afwijking van het gebod noodzakelijk is en dat de afwijking zich uitsluitend daartoe beperkt; b. aangetoond is dat aan de bedoeling van het gebod waarvan wordt afgeweken onverminderd invulling wordt gegeven; c. de afwijking leidt niet leidt tot een kwalitatieve verslechtering van het resultaat dat werd beoogd met het gebod waarvan wordt afgeweken; d. de afwijking gerealiseerd en in stand gehouden wordt binnen, of voor een bepaalde of onbepaalde termijn overeenkomstig het gebod waarvan wordt afgeweken; e. het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; en f. over de afwijking zo nodig afstemming plaatsvindt met een overlegpartner als bijvoorbeeld het Waterschap, Omgevingsdienst, VNOG en Provincie.
Paragraaf 6.7.6 Verboden [Gereserveerd] F Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.2 Wanneer mag er gebouwd worden? Het bouwen van een bouwwerk is alleen toegestaan als het bouwwerk nodig is voor de instandhouding van de functie zoals opgenomenals bedoeld in hoofdstuk 6. G Paragraaf 7.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 7.2.1 Hoofdgebouwen Artikel 7.3 Waar zijn hoofdgebouwen toegestaan? Een hoofdgebouw is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Artikel 7.4 Welke bouwhoogte van een hoofdgebouw is toegestaan? Binnen het gebied maximum bouwhoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Artikel 7.5 Welke goothoogte van een hoofdgebouw is toegestaan? Binnen het gebied maximum goothoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven goothoogte toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
58
Artikel 7.6 Welke oppervlakte van hoofdgebouwen is toegestaan? 1.
Voor het hoofdgebouw is maximaal de bestaande bebouwde oppervlakte toegestaan, vermeerderd met 10%, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
2.
Binnen het gebied maximum bruto-vloeroppervlakte is voor het hoofdgebouw maximaal de aangeven bruto-vloeroppervlakte in vierkante meters toegestaan.
Artikel 7.7 Welke bebouwingspercentage van hoofdgebouwen is toegestaan? Binnen het gebied maximum bebouwingspercentage is voor het hoofdgebouw maximaal het aangegeven bebouwingspercentage toegestaan. H Artikel 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.6 7.8 Hoeveel woningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan? Binnen het gebied maximum aantal woningen en bedrijfswoningen is voor woningen en bedrijfswoningen het maximaal aangegeven aantal woningen toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven. I Het opschrift van artikel 7.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.7 7.9 Welke inhoud van woningen en bedrijfswoningen is toegestaan? J Artikel 7.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.8 7.10 Welke inhoud van een woongebouw is toegestaan? Binnen het gebied maximum inhoud woongebouw is voor één woongebouw maximaal de aangegeven inhoud toegestaan. K Subparagraaf 7.2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.3.1 Bijbehorende bouwwerken landelijk gebied Artikel 7.9 7.11 Bijbehorende bouwwerken bij woningen en bedrijfswoningen in het landelijk gebied
59
1.
Bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijke gebied worden alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
2.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijk gebied gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m² per woning bedragen, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50 % van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort; b. In afwijking van onderdeel a mag de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning zijn, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is; c. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd;
d.
de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter; e. de bouwhoogte mag maximaal 6 meter zijn. De gezamenlijke oppervlakte is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50% van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort. 3.
Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd.
4.
De bouwhoogte is maximaal 6 meter.
5.
De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.
6.
In afwijking van het tweede lid is de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is.
7.
In afwijking van het eerste zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen het gebied bijbehorende bouwwerken - Kilderseweg naast 39 toegestaan.
Artikel 7.10 7.12 Bijbehorende bouwwerken bij woongebouw VAB locatie- Uitsluiten vergunningvrij V4 1.
Voor de gronden binnen het gebied wonen VAB locatieuitsluiten vergunningvrij worden artikel 22.27 onderdeel a en b en 22.36 onderdeel a buiten toepassing verklaard en gelden de regels in dit artikel in afwijking van artikel 7.97.11.
2.
Bijbehorende bouwwerken zijn alleen binnen het gebied bijbehorende bouwwerken VAB locatie toegestaan. Binnen het gebied uitsluiten vergunningvrij zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen de activiteitlocatie bijbehorende bouwwerken specifieke locatie toegestaan.
3.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken magis maximaal de binnen het gebied maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken VAB aangegeven maximale oppervlakte zijn.
4.
De goothoogte magis maximaal 3 meter zijn; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.
5.
De bouwhoogte magis maximaal 6 meter zijn.
L Artikel 7.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.11 7.13 Bijbehorende bouwwerken bij woningen en bedrijfswoningen in het stedelijk gebied V4
60
1.
Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
2.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning.
3.
Voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd.
4.
Als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder tweedel id genoemde oppervlaktenorm.
5.
Bijbehorende bouwwerken worden buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning gebouwd.
6.
Binnen het bouwvlak worden bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning gebouwd.
7.
Bijbehorende bouwwerken worden, wanneer rekening gehouden wordt met het bepaalde in het vierde lid, tot op de bouwperceelsgrenzen gebouwd.
8.
De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 cm, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
9.
De bouwhoogte is maximaal 6 meter.
10.
Voor het bouwen van bijhorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning binnen het stedelijk gebied gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning zijn; b. voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd; c. als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder a genoemde oppervlaktenorm; d. bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning worden gebouwd; e. binnen het bouwvlak mogen bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning worden gebouwd; f. bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd; g. de goothoogte mag maximaal 3 meter zijn; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 centimeter; h. de bouwhoogte mag maximaal 6 meter zijn; i.
in geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 meter is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn. In geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn.
M Subparagraaf 7.2.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.3.3 Bijbehorende bouwwerken anders dan bij woningen en bedrijfswoningen !V4 Artikel 7.12 7.14 Waar is een bijbehorend bouwwerk toegestaan? Een bijbehorend bouwwerk is alleen toegestaan binnen het bouwvlak en 1 meter achter het hoofdgebouw toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Artikel 7.13 Welke goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is toegestaan? De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter. N Paragraaf 7.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 7.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
61
Subparagraaf 7.2.4.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Artikel 7.14 7.15 Bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde 1.
Binnen het gebied maximum bouwhoogte bouwwerkenbouwwerk geen gebouwengebouw zijnde is de aangegeven maximale bouwhoogte vanvoor een bouwwerk geen gebouwengebouw zijnde de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij in dit planomgevingsplan anders is aangegeven.
2.
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde is de volgende hoogte toegestaan: a. achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 3 meter; of b. als het bouwwerk vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt geplaatst, is de bouwhoogte maximaal 1 meter.
2 3. In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het landelijk gebied bij de functie wonen de volgende hoogte zijn: In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. erf- en terreinafscheidingen op tenminste 1 meter achter de voorgevel mogen maximaal 2 meter zijn; b. speeltoestellen en tuinmeubilair mogen maximaal 3,5 zijnmeter; c. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 6 meter zijn;; of d. antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn. 3 4. In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het stedelijk gebied bij de functie wonen de volgende hoogte zijn: In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. speeltoestellen en tuinmeubilair mogen maximaal 3,5 meter zijn; b. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 6 meter zijn; c. antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn;; of d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 mmeter boven het dakvlak worden gebouwd. 4.
In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het stedelijk gebied bij de functie groen en verkeer de volgende hoogte zijn: a. speeltoestellen mogen maximaal 6 meter zijn; b. verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 10 meter zijn; c. antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn.
5.
In afwijking van het eerste of tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden groen, verkeer en cultuur en ontspanning - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. speeltoestellen maximaal 6 meter; b. verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter.
5 6. In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerkenis voor een bouwwerk geen gebouwengebouw zijnde binnen het gebied water de volgende hoogte zijntoegestaan: a. dammen, duikers en vergelijkbare bouwwerken maximaal 4 mmeter; b. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 mmeter; c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter; of d. bruggen en vergelijkbare bouwwerken maximaal 20 mmeter. 6 7. Alleen Binnen het gebied natuur is alleen het bouwen van erfafscheidingen en extensieve recreatieve voorzieningen mogen worden gebouwdtoegestaan. 8.
62
In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied cultuur en ontspanning - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2,5 meter; of b. antennedragers inclusief antennes, verlichting en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 meter.
9.
In afwijking van het tweede lid zijn binnen het gebied erfafscheidingen - hoogte maximaal 1 meter erfafscheidingen van maximaal 1 meter hoog toegestaan.
10.
In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden bedrijf en gemengd - Laborijnlocatie Doetinchem de volgende hoogte toegestaan: a. speeltoestellen bij een bedrijfswoning maximaal 3,5 meter; b. verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 meter; c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter; d. reclamemasten en reclamezuilen achter en tot maximaal 0,5 meter vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal de toegestane bouwhoogte als bedoeld in artikel 7.4; of e. een bouwwerk vóór 0,5 meter van (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2 meter.
11.
In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied agrarisch bedrijf gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte maximaal 1,2 meter; b. realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak; of c. in afwijking van het bepaalde onder a is de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter; 2. bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter; 3. trainingsmolens maximaal 6 meter; 4. bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt; 5. silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of 6. windmolens maximaal 15 meter.
Artikel 7.16 Oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde De oppervlakte van Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde magis maximaal een gezamenlijke oppervlakte van 20 m2 zijntoegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Artikel 7.15 Bouwwerken geen gebouwen zijnde bij een agrarisch bedrijf Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 1,2 meter zijn; b. realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak; c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter zijn; 2. bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter zijn; 3. trainingsmolens maximaal 6 meter zijn; 4. bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter zijn, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt; 5. silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter zijn; 6. windmolens maximaal 15 meter zijn. O Subparagraaf 7.2.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.5.1 Agrarische Agrarisch bedrijf Artikel 7.17 Mest/co-vergistingsinstallaties Mest Voor mest/co-vergistingsinstallaties zijn toegestaan als voldaan wordt aangelden de volgende regels: a. er is sprake van een installatie die dierlijke meststof produceert en gericht is op een bedrijfseigen activiteit, waarbij onderscheid gemaakt kan worden in:
63
1.
b. c. d. e.
categorie A: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt; 2. categorie B: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt of naar derden afgevoerd; of 3. categorie C: verwerken aangevoerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt; de maximale verwerkingscapaciteit van de installatie is 35 ton dierlijke mest per dag; de installatie levert geen nieuwe belemmeringen op voor de omgeving en kan ook op basis van milieueisen; de installatie heeft geen negatief effect op de verkeerskundige situatie van de omgeving; en er zijn geen nevenactiviteiten bij het agrarische bedrijf aanwezig, zoals opgenomenals bedoeld in artikel 6.5.
Artikel 7.18 Kassen Voor kassen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van kassen magis maximaal 300 m2 per bouwvlak zijn;; en b. de bouwhoogte magis maximaal 6 meter zijn. P Na subparagraaf 7.2.5.1 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:
Subparagraaf 7.2.5.2 Verkeer Artikel 7.19 Parkeergarage Binnen het gebied parkeergarage is voor een parkeergarage de maximale bouwhoogte 14 meter. Q Paragraaf 7.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 7.2.6 Erkers en toegangspartijen Subparagraaf 7.2.6.1 Erkers en toegangspartijen Artikel 7.19 7.20 Erkers en toegangspartijen Aan het hoofdgebouw binnen het gebied wonen mag vóór het verlengde van de voorgevel een erker en/of een toegangspartij worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: Binnen het gebied wonen gelden voor een erker de volgende regels: a. de erker wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd; a b. de bouwhoogte is maximaal 3 meter mag bedragen, waarbij de bouwhoogteerker niet hoger mag wordenis dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter; b c. de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning mag zijn;; en c d. de diepte is maximaal 1,5 meter mag zijn.
Artikel 7.21 Toegangspartijen Binnen het gebied wonen gelden voor een toegangspartij de volgende regels: a. de toegangspartij wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd; b. de bouwhoogte is maximaal 3 meter, waarbij de toegangspartij niet hoger is dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter; c. de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning; en d. de diepte is maximaal 1,5 meter.
64
R Subparagraaf 7.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.7.1 Bijbehorende bouwwerken Bouwen buiten het bouwvlak bij woningen in hetbinnen stedelijk gebied Artikel 7.20 7.22 Omgevingsplanactiviteit 1.
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een deel van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak toegestaan.
2.
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak toegestaan.
Artikel 7.21 7.23 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.207.22 wordt alleen verleend als: a. wordt gebouwd tot aan de zijdelingse bouwperceelgrens , als het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied; b. als ook voldaan wordt aan de algemene beoordelingsregels en de overige geldende bouwregels.afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 meter bedraagt; en c. de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden. S Subparagraaf 7.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.7.2 Herbouw woning en bedrijfswoning binnen landelijk gebied Artikel 7.22 7.24 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is de herbouw van een bestaande woning of bedrijfswoning op een andere locatie dan de bestaande locatie toegestaan.
Artikel 7.23 7.25 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.227.24 wordt alleen verleend als: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden, alsmede de belangen van derden mogen niet onevenredig worden aangetast;: 1. de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden; en 2. de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; en b. de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeer en/of railverkeer op de gevels van de nieuwe woning is niet hoger is dan de standaardwaarden als genoemdbedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving;. c. de ruimtelijke uitwerking van het plan moet aanvaardbaar zijn; d. de goothoogte niet hoger is dan 4,5 meter; e. de bouwhoogte niet hoger is dan 10 meter; f. de inhoud niet meer bedraagt dan 750 m3. T Subparagraaf 7.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.7.3 Tijdelijke woonunit mantelzorg [Vervallen]
65
[Vervallen] U Subparagraaf 7.2.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.7.4 7.2.7.3 Overkappingen bij woningen en bedrijfswoningen Artikel 7.29 7.26 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een overkapping bij de woning of bedrijfswoning vóór of op minder dan 1 meter achter de voorgevel toegestaan., als voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels uit artikel 7.27
Artikel 7.30 7.27 Aanvullende beoordelingsregels 1.
De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 7.29 wordt alleen verleend als: a. de goothoogte maximaal 3 meter mag zijnis, tenzij: 1. wordt aangebouwd aan een woning, dan geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; of 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 meter mag zijnis, alstenzij wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt een bouwhoogte dievan maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is gesloten met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding; d. de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage zoals aangegeven in artikel 7.9 blijven gelden.
2.
In aanvulling op het eerste lid gelden de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage als bedoeld in artikel 7.11.
3.
In aanvulling op het eerste lid: a. is de oppervlakte van de overkapping maximaal 30 m2; en b. mag het bouwperceel vóór de woning of bedrijfswoning en op minder dan 1 meter achter de voorgevel niet meer dan 50% worden bebouwd.
2 4. In afwijking van artikelhet 7.30 eerste lid onder b kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een overkapping met een bouwhoogte van 6 meter, als de stedenbouwkundige situatie daarvoor geschikt is. V Subparagraaf 7.2.7.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 7.2.7.5 7.2.7.4 Hoogte silo's Silo's Artikel 7.31 7.28 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is een bouwhoogte van silo'ssilo tot een hoogtebouwhoogte van maximaal 15 meter toegestaan.
Artikel 7.32 7.29 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.317.28 wordt alleen verleend als: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en b. de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering is aangetoond. W Het opschrift van subparagraaf 7.2.7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
66
Subparagraaf 7.2.7.6 7.2.7.5 Pakketkluizen X Het opschrift van artikel 7.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.33 7.30 Omgevingsplanactiviteit Y Artikel 7.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.34 7.31 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.337.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving. Z Artikel 7.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.35 7.32 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.337.30 wordt alleen verleend als: a. het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving; en b. het advies van een deskundige is bestrokkenbetrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning. AA Na subparagraaf 7.2.7.6 worden negen subparagrafen ingevoegd, luidende:
Subparagraaf 7.2.7.6 Luifels Artikel 7.33 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn luifels toegestaan.
Artikel 7.34 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.33 wordt alleen verleend als: a. de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel of de zijgevel van het hoofdgebouw; b. de luifel maximaal 1,50 meter uit de gevel van het hoofdgebouw uitsteekt; en c. de breedte van de luifel niet meer is dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 meter.
Subparagraaf 7.2.7.7 Nieuwe bedrijfswoning Artikel 7.35 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning in bestaande bebouwing toegestaan.
67
Artikel 7.36 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van het bedrijf.
Artikel 7.37 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 wordt alleen verleend als: a. wordt voldaan aan de woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 12 april 2023; b. uit het onderzoek over de bedrijfstechnische noodzaak voor de woning blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van de bedrijfsvoering; en c. er nog geen bedrijfswoning aanwezig is.
Subparagraaf 7.2.7.8 Bouwen voor de voorgevel Artikel 7.38 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel of op minder dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel toegestaan bij: a. een monument; b. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing binnen het gebied cultuurhistorie; of c. bebouwing met cultuurhistorische waarde binnen het gebied cultuurhistorische waarde.
Artikel 7.39 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarden of binnen het gebied cultuurhistorie.
Artikel 7.40 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 wordt alleen verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarde of binnen het gebied cultuurhistorie; en b. het advies van de stedenbouwkundig of cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Subparagraaf 7.2.7.9 Inhoud van de woning Artikel 7.41 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van de inhoud van een woning of bedrijfswoning met monumentale waarde of cultuurhistorische waarde toegestaan.
Artikel 7.42 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het vergroten van de maximale toegestane inhoud van de woning of bedrijfswoning bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument.