CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B06.01 Bijlagenboek Kruisbergseweg 172, Doetinchem

beeldvormende raad 14 oktober 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2026-1G67.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 8

Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening) De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). m © OSM & Kadaster Projectberekening 4/8S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase 2027 Resultaten stikstofgevoelige Natura gebieden situatie "Gebruiksfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave. Projectberekening 5/8S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase 2027 Per eigen rekenpunt Naam Coördinaat Projectbijdrage (mol N/ha/jr) Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein' ( km) X: Y: - NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung ( km) X: Y: - Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. Regnieter Bach ( km) X: Y: - NSG Emmericher Ward ( km) X: Y: - Dornicksche Ward ( km) X: Y: - Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef ( km) X: Y: - Kal ack ( km) X: Y: - NSG Bienener Altrhein, Millinger u. Hurler Meer u. NSG Empeler M.

( km) X: Y: - NSG Salmorth, nur Teil äche ( km) X: Y: - NSG Grietherorter Altrhein ( km) X: Y: - NSG Kellener Altrhein, nur Teil äche, mit Erweiterung ( km) X: Y: - Wisseler Dünen ( km) X: Y: - NSG Altrhein Reeser Eyland, mit Erweiterung ( km) X: Y: - Projectberekening 6/8S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase 2027 Gebruiksfase , Rekenjaar Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersgeneratie route noord Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte . , m Hoogte - - NH₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren . , /jaar , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersgeneratie route zuid Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: , Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte . , m Hoogte - - NH₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v.

maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren . , /jaar , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Verkeer | Koude start: overig Naam Koude start gebruiksfase Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg/j NH₃ , kg/j Type voertuig Koude starts Licht verkeer . , /jaar Middelzwaar vrachtverkeer , /jaar Zwaar vrachtverkeer , /jaar Busverkeer , /jaar Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van Projectberekening 7/8S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase 2027 AERIUS versie . . _ _db f b Database versie . .

_db f b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website Projectberekening 8/8S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase 2027 Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator. Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.

Bijlage projectberekening AERIUS kenmerk Projectberekening: S5EWtNorG8hu Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 4 Extra beoordeling gebruiksfase 2027 Contactgegevens Rechtspersoon NL Capital Kruisberg BV Inrichtingslocatie Kruisbergseweg , BT Doetinchem Bijbehorende projectberekening Omschrijving projectberekening Voortoets stikstofdepositie Kruisbergseweg te Doetinchem AERIUS kenmerk projectberekening S EWtNorG hu Datum projectberekening december , : Totale emissie Rekenjaar Emissie NH₃ Emissie NOₓ Gebruiksfase - Beoogd , kg/j , kg/j Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel 2/4S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 4 Extra beoordeling gebruiksfase 2027 Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Gebruiksfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave. Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel 3/4S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 4 Extra beoordeling gebruiksfase 2027 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie.

Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie . . _ _db f b Database versie . . _db f b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel 4/4S5EWtNorG8hu (12 december 2025) Buro Ontwerp & Omgeving Bijlage 4 Extra beoordeling gebruiksfase 2027 Nader Onderzoek Huismus en Gierzwaluw Kruisbergseweg 172 Doetinchem Lobith, juli 2025

NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 2 juli 2025 NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 3 juli 2025 Nader Onderzoek Huismus en Gierzwaluw Kruisbergseweg 172 Doetinchem Lobith, 11 juli 2025 Status: definitief Opdrachtgever: Phoebus Capitus CV uit Zeddam Contactpersoon: Dhr. J. Italiaander Uitgevoerd door: Van der Molen Groenconsult Walhof 2 6915 AV Lobith Tel: (+31) 0316 – 54 23 32 Email: info@molengroen.nl Internet: www.molengroen.nl Veldwerk: Rapportage :

NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 4 juli 2025 NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 5 juli 2025 Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................. 7 2. Wettelijk kader ....................................................................................................................... 8 2.1 Soortbescherming ....................................................................................................... 8 3. Gebiedsbeschrijving, voorgenomen ingreep en onderzoeksmethode .................................... 9 3.1 Gebiedsbeschrijving ................................................................................................... 9 3.2 Voorgenomen ingreep ................................................................................................ 9 3.3 Onderzoeksmethode ................................................................................................... 9 3.3.1 Huismus .............................................................................................................. 9 3.3.2 Gierzwaluw ...................................................................................................... 11 4.

Resultaten ............................................................................................................................. 14 4.1 Huismus .................................................................................................................... 14 4.2 Gierzwaluw .............................................................................................................. 14 5. Conclusies ............................................................................................................................ 15 Literatuur en bronnen ............................................................................................................... 16 NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 6 juli 2025

NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 7 juli 2025 1. Inleiding Op de locatie Kruisbergseweg 172 in Doetinchem is de sloop van de bestaande gebouwen voorzien. Op 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet (Ow). In artikel 5.1 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn verbodsbepalingen voor beschermde soorten opgenomen. Eind 2024 is een quickscan uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de mogelijke gevolgen van het slopen van de gebouwen op eventueel aanwezige beschermde planten- en diersoorten in het kader van de Ow. Daaruit bleek oa. dat nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw noodzakelijk is. De heer J. Italiaander heeft als adviseur van de initiatiefnemer Van der Molen Groenconsult opdracht gegeven voor het verrichten van het benodigde onderzoek en de rapportage daarvan. In dit rapport worden de resultaten beschreven van het nader onderzoek naar het voorkomen van huismus en gierzwaluw op deze locatie. En worden de mogelijke consequenties beschreven die de voorziene ontwikkeling kan hebben ten aanzien van deze soorten. NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 8 juli 2025 2. Wettelijk kader Hieronder is een verkorte verhandeling opgenomen over het wettelijk kader van dit project.

De Omgevingswet beschermt vanaf 1 januari 2024 Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Provincie Gelderland is bevoegd gezag voor toetsing van werkzaamheden en activiteiten in Natura 2000 gebieden of een bijzonder nationaal natuurgebied (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). 2.1 Soortbescherming Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat geen schade mag worden toegebracht aan de fysieke leefomgeving. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Bij dergelijke activiteiten is het nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn.

Het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a) het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b) het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c) het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d) het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e) het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 9 juli 2025 3. Gebiedsbeschrijving, voorgenomen ingreep en onderzoeksmethode 3.1 Gebiedsbeschrijving Voor een beschrijving van het plangebied wordt verwezen naar de rapportage van de uitgevoerde quickscan. 3.2 Voorgenomen ingreep De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van de aanwezige gebouwen. De planning van de werkzaamheden is nog niet helder.

3.3 Onderzoeksmethode Iedere dier- en plantengroep behoeft zijn eigen methode van inventarisatie om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van de betekenis van het plangebied voor de betreffende soorten of groepen. 3.3.1 Huismus Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Meer dan de helft van de juveniele huismussen overleeft het eerste half jaar niet. Huismussen zijn uitgesproken standvogels en zijn zeer honkvast. Ze verwijderen zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats. In het broedseizoen blijven ze dichterbij de broedplaats. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus, maar in maart kan er ook al gebroed worden. Meestal worden twee tot drie legsels per jaar grootgebracht. De nestbouw begint al in maart. Ook buiten de broedperiode wordt aan het nest gebouwd en wordt het nest gebruikt als slaapplaats. Tijdens strenge koude wordt het nest ook in de winter gebruikt voor overnachting. Huismussen zijn, als dat noodzakelijk is, in staat om nieuwe nestplekken te accepteren.

De habitat van huismus moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop), plekken voor stofbaden en drinkwater. Ontbreekt één van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt. Huismus kent twee typen verblijfplaatsen: de nesten als voortplantingsplaats en altijdgroene struiken en klimplanten als rustplaats in de winter. Het inventariseren van nestplaatsen kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Het is per project maatwerk welke inventarisatiemethode ingezet wordt en welke intensiviteit van NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 10 juli 2025 nader onderzoek nodig is. Hieronder staan verschillende methoden uiteengezet. De aanwezigheid van een nest van een huismus kan als volgt worden aangetoond:  Nestindicatieve waarneming a) Een nest of nestbouw; of b) bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats. Het nest zelf is vaak niet zichtbaar, maar gedroogde vegetatie en/of veertjes kunnen uitsteken; of c) transport van voedsel of ontlastingpakketjes; of d) bedelende jongen in een nest. Vlak voor het uitvliegen zijn de jongen goed te horen en steken hun kopjes uit de nestopening.

 Waarneming in potentieel broedbiotoop Minimaal één waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart tot en met 20 juni van: a) een zingend mannetje (veelal vanaf een hoge plaats zoals een dakgoot); of b) een paartje bij een potentiële nestplaats; of c) balts, paring of ander gedrag waar uit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn. Hiermee kan worden aangetoond dat er een nest aanwezig is, maar vaak zal de exacte nestlocatie niet bekend zijn.  Waarneming van nesten door dakpannen te lichten Toepasbaar in de periode dat het nest niet in gebruik is als broedplaats, dat wil zeggen van circa 15 september tot 1 maart. Het dakpannen lichten kan niet plaatsvinden in periodes met vorst, aangezien de verblijfplaatsen dan bewoond kunnen zijn.

Het veldonderzoek van minimaal één uur moet bij voorkeur in de volgende periodes en onder de volgende omstandigheden plaatsvinden: o in de optimale periode 1 april tot en met 15 mei: twee gerichte veldbezoeken of o in de periode 10 maart tot en met 20 juni: drie gerichte veldbezoeken (waarbij minimaal één bezoek in de optimale periode) o gunstige weersomstandigheden (geen regen, geen kou en/of een maximale windsterkte van windkracht 4 of te hoge temperaturen); o op geluidsluwe momenten (bijvoorbeeld de zondagmorgen in stedelijk gebied); o op geschikte momenten op de dag wanneer de meeste activiteit is waar te nemen: vaak zijn dit enkele uren na zonsopkomst wanneer de temperatuur is opgelopen en de laatste uren voor zonsondergang; en o met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. In figuur 1 is de geschiktheid van periodes voor inventariseren voor de verschillende inventarisatiewijzen aangegeven. Ook buiten deze periodes kan geïnventariseerd worden, maar dan moet meer onderzoeksinspanning verricht worden.

NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 12 juli 2025 Nadat een nestplaats is bezet, wordt die jaren achter elkaar gebruikt. Nesten kunnen tientallen jaren lang elk jaar weer bezet zijn. De broedtijd van de gierzwaluw is van 15 april tot 1 september, maar kan per broedgeval verschillen. Eind juli zijn de meeste jongen uitgevlogen, bij een nat en koud voorjaar kan dit later zijn. Niet-broedende, nestzoekende vogels vliegen, vooral met mooi en rustig weer, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met tussenpozen langs de nesten in de kolonies. Deze jonge vogels vliegen in groepjes rond, waarbij vlak langs bestaande nestplaatsen gevlogen wordt. Dit zijn de bekende giervluchten tussen de gebouwen die vooral in de zomer bij mooi weer plaatsvinden. Naast het eigenlijke nest is ook de functionele leefomgeving van belang om het nest in stand te houden. De gierzwaluw stijgt niet op vanuit het nest, maar laat zich eerst vallen om weg te kunnen vliegen. Ook het aanvliegen gebeurt bij voorkeur op hoge snelheid. Om die reden moet onder het nest minimaal twee à drie meter vrije ruimte aanwezig zijn. De vrije aan- en uitvliegbreedte moet minimaal één meter zijn. Nader onderzoek naar gierzwaluwen kan alleen in het broedseizoen van de soort plaatsvinden. Het betreft dan onderzoek naar potentieel geschikte nestlocaties.

Belangrijke richtlijnen voor goed veldonderzoek naar nesten worden hieronder aangegeven:  De aanwezigheid van een nest moet op basis van waarnemingen van het in- of uitvliegen vanaf 15 mei tot en met 15 juli worden uitgevoerd, de meest geschikte periode is 1 juni tot en met 15 juli  De grootste kans om het invliegen in een opening waar te nemen betreft de periode tussen circa anderhalf uur vóór zonsondergang en een half uur na zonsondergang  Onderzoek moet plaatsvinden wanneer de trefkans op (invliegende) gierzwaluwen het grootste is. Dit is het geval onder andere bij droog weer met weinig wind. Het tellen van nesten van gierzwaluw levert de beste resultaten op. Als dit onmogelijk is, bijvoorbeeld bij een onoverzichtelijke locatie, kunnen alle laagvliegende vogels worden genoteerd. Het gaat daarbij om het tellen van luidruchtige vluchten op dakgoot-, nok- en huishoogte en verzamelvluchten. Dit tellen kan plaatsvinden in de periode 15 mei – 15 juli. In de broedtijd gedurende de periode 15 mei - 15 juli kan bij laagbouw een reactie van een broedende vogel worden uitgelokt door geluiden van een groep langs vliegende soortgenoten af te spelen. De vogel op het nest zal dan kort maar krachtig terug roepen. Het gebruik van een potentiële nestlocatie als nestplaats kan ook worden aangetoond door het vastleggen van camerabeelden in de periode 15 mei - 15 juli.

De camera moet worden geplaatst in de periode dat de gierzwaluwen zich niet in Nederland bevinden (vóór 15 april). Het plaatsen van de camera’s en het in bedrijf hebben ervan mogen geen negatieve effecten opleveren. In figuur 2 is de geschiktheid van periodes van inventarisatiemethoden op hoofdlijnen weergegeven.

NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 14 juli 2025 4. Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van het uitgevoerde veldonderzoek beschreven. 4.1 Huismus Tijdens de veldbezoeken zijn geen huismussen en ook geen nesten van huismus in de te slopen gebouwen aangetroffen. 4.2 Gierzwaluw Tijdens de veldbezoeken zijn geen nesten van gierzwaluw in de te slopen gebouwen aangetroffen. Tijdens alle terreinbezoeken zijn vier tot tien foeragerende, hoog overvliegende gierzwaluwen in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Er zijn geen gierzwaluwen gesignaleerd die aan de gebouwen gelinkt zijn. NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 15 juli 2025 5. Conclusies Er zijn geen huismussen en gierzwaluwen of nestlocaties van deze soorten waargenomen in het plangebied tijdens het veldonderzoek. Een omgevingsvergunning vanuit de Omgevingswet onderdeel soortbescherming voor deze vogelsoorten is niet aan de orde.

NADER ONDERZOEK HUISMUS EN GIERZWALUW KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief 16 juli 2025 Literatuur en bronnen BIJ12, Kennisdocument Huismus, versie 2.1, februari 2023 BIJ12, Kennisdocument Gierzwaluw, versie 2.0, juli 2023 BNL advies, Quickscan flora en fauna Kruisbergseweg 172 Doetinchem, november 2024 www.vogelbescherming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl Nader Onderzoek Vleermuis Kruisbergseweg 172 Doetinchem Lobith, november 2025

NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 2 NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 3 Nader onderzoek Vleermuis Kruisbergseweg 172 Doetinchem Lobith, 5 november 2025 Status: definitief Opdrachtgever: Phoebus Capitus CV uit Zeddam Contactpersoon: Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel & Van der Molen Groenconsult Walhof 2 6915 AV Lobith Tel: (+31) 0316 – 54 23 32 Email: info@molengroen.nl Internet: www.molengroen.nl Veldwerk: Rapportage :

NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 4 NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 5 Inhoud 1. Inleiding................................................................................................................................. 6 2. Wettelijk kader ..................................................................................................................... 7 2.1 Soortbescherming ....................................................................................................... 7 3. Gebiedsbeschrijving, ingreep en onderzoeksmethode ...................................................... 8 3.1 Gebiedsbeschrijving ................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ingreep ................................................................................................ 8 3.3 Onderzoeksmethode ................................................................................................... 8 3.3.1 Vleermuizen ........................................................................................................ 8 4. Resultaten ............................................................................................................................

10 4.1 Vleermuizen ............................................................................................................. 10 4.2 Overige soorten ........................................................................................................ 10 5. Consequentie Natuurwetgeving ........................................................................................ 11 5.1 Vleermuizen ............................................................................................................. 11 6. Conclusies ............................................................................................................................ 12 Literatuur ................................................................................................................................ 13 NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 6 1. Inleiding Op de locatie Kruisbergseweg 172 in Doetinchem is de sloop van de bestaande gebouwen voorzien. Eind 2024 is een quickscan uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de mogelijke gevolgen van het slopen van de gebouwen op eventueel aanwezige beschermde planten- en diersoorten in het kader van de Ow. Daaruit bleek oa. dat nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is. De heer J.

Italiaander heeft als adviseur van de initiatiefnemer Van der Molen Groenconsult opdracht gegeven voor het verrichten van het benodigde onderzoek en de rapportage daarvan. De voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van het uitgevoerde nader onderzoek. Het betreft een beoordeling van de huidige aanwezigheid van vleermuizen op de onderzoekslocatie en de te verwachten effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soort. NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 7 2. Wettelijk kader Hieronder is een verkorte verhandeling opgenomen over het wettelijk kader van dit project. De Omgevingswet beschermt vanaf 1 januari 2024 Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Provincie Gelderland is bevoegd gezag voor toetsing van werkzaamheden en activiteiten in Natura 2000 gebieden of een bijzonder nationaal natuurgebied (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen).

Dit nader onderzoek heeft alleen betrekking op in het kader van de Omgevingswet beschermde soorten, in dit geval boom bewonende vleermuizen. In dit hoofdstuk is daarom ook alleen de soortenbescherming uit de Omgevingswet uitgelicht. 2.1 Soortbescherming Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat geen schade mag worden toegebracht aan de fysieke leefomgeving. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Bij dergelijke activiteiten is het nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn.

Het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a) het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b) het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c) het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d) het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e) het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 8 3. Gebiedsbeschrijving, ingreep en onderzoeksmethode 3.1 Gebiedsbeschrijving Voor een beschrijving van het plangebied wordt verwezen naar de rapportage van de uitgevoerde quickscan. 3.2 Voorgenomen ingreep De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van de aanwezige gebouwen. De planning van de werkzaamheden is nog niet helder.

3.3 Onderzoeksmethode Iedere dier- en plantengroep behoeft zijn eigen methode van inventarisatie om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van de betekenis van het plangebied voor de betreffende soorten of groepen. Vleermuizen zijn zwaar beschermde soorten die onder Bijlage IV van de Habitatrichtlijn vallen. 3.3.1 Vleermuizen Voor het in kaart brengen van verblijfplaatsen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen, is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis.

Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouw bewonende soorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats, niet als massa-winterverblijfplaats. De bebouwing heeft te weinig bouwlagen en te weinig massa. Dat maakt de gebouwen ongeschikt als massa- winterverblijfplaats. Deze beoordeling wordt ook toegepast door de provincie Gelderland. Aanpassing vleermuisprotocol 2025

NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 10 4. Resultaten 4.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied vastgesteld. Wel is een kraamkolonie van gewone dwergvleermuizen vastgesteld in een woning, iets ten noorden van het onderzoeksgebied (Kruisbergseweg 178). Op 2 juni werden minimaal 20 uitvliegende gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Tijdens het bezoek aan het onderzoeksgebied op 9 juli werden minimaal 40 uitvliegers waargenomen, maar is geen specifieke uitvliegtelling uitgevoerd. Tijdens de ochtendronde op 11 juli lag de focus op de bebouwing in het onderzoeksgebied vanwege de veelvuldig rondvliegende gewone dwergvleermuizen. Er is toen in het geheel niet gekeken bij de kolonie verderop. 4.2 Overige soorten Er zijn geen andere beschermde diersoorten in het plangebied vastgesteld die mogelijk negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden. NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 11 5. Consequentie Natuurwetgeving In dit hoofdstuk wordt getoetst of het voorkomen van beschermde soorten consequenties heeft voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. 5.1 Vleermuizen Dit nader onderzoek heeft aangetoond dat vleermuizen geen verblijfplaats in de te slopen bebouwing bezetten.

Bij het uitvoeren van de voorziene werkzaamheden behoeft geen rekening gehouden te worden met vleermuizen of een verblijfplaats van vleermuizen. NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 12 6. Conclusies In de periode juni-september 2025 is bebouwing op het adres Kruisbergseweg 172 in Doetinchem onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd conform het daarvoor geldende onderzoeksprotocol. Uit het vleermuisonderzoek blijkt dat vleermuizen geen verblijfplaats in de te slopen bebouwing in het onderzoeksgebied bezetten. Bij het uitvoeren van de voorziene sloopwerkzaamheden behoeft geen rekening gehouden te worden met vleermuizen of een verblijfplaats van vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot overtredingen van de Omgevingswet. Een omgevingsvergunning vanuit de Omgevingswet onderdeel soortbescherming voor vleermuizen is niet noodzakelijk. NADER ONDERZOEK VLEERMUIS KRUISBERGSEWEG 172 DOETINCHEM definitief november 2025 13 Literatuur  Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2025), Vleermuisprotocol 2021, geactualiseerde versie, januari 2025  BNL advies, Quickscan flora en fauna Kruisbergseweg 172 Doetinchem, november 2024 www.rijksoverheid.nl © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t.

06 -51873933 Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied De Kruisberg, Kruisbergseweg 171 te Doetinchem, gemeente Doetinchem Opdrachtgever Italiaander Bouwkundig Ontwerpbureau Grote Huilakker 39 6942 RC Didam Projectnummer 245080 Kenmerk RB/KBD/HAMA/245080 Eindredactie/kwaliteitscontrole Paraaf Datum 03-12-2025

Project : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk : RB/KBD/HAMA/245080 © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06 -51873933 2 van 58 Colofon Opdrachtgever Italiaander Bouwkundig Ontwerpbureau Project Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Projectnummer 245080 Titel Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied De Kruisberg, Kruisbergseweg 171 te Doetinchem, gemeente Doetinchem Datum en versie 03-12-2025, versie 1.4 (concept) Auteurs Kwaliteitscontrole Afbeelding voorzijde: Satellietfoto van het plangebied. Bron: OSM

Project : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk : RB/KBD/HAMA/245080 © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem 3 van 58 Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 6 1.1 Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................... 6 1.2 Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ................................................................... 7 1.3 Werkwijze Bureauonderzoek ................................................................................................. 7 1.4 Beleidskaders ........................................................................................................................ 7 1.5 Administratieve gegevens ................................................................................................... 11 2 Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ..................................................................................... 12 2.1 Landschapsgenese .............................................................................................................

12 2.2 Historische ontwikkeling van Doetinchem en het plangebied .............................................. 19 2.3 Bouwdossieronderzoek ....................................................................................................... 25 2.4 Archeologische waarden ..................................................................................................... 26 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................................... 28 3 Booronderzoek ............................................................................................................................. 30 3.1 Werkwijze Booronderzoek ................................................................................................... 30 3.2 Resultaten ........................................................................................................................... 30 4 Conclusie en aanbeveling ............................................................................................................. 33 4.1 Conclusie ............................................................................................................................ 33 4.2 Selectieadvies .....................................................................................................................

34 4.3 Voorbehoud ......................................................................................................................... 34 Gebruikte literatuur ............................................................................................................................... 35 BIJLAGEN ............................................................................................................................................ 36 Project | : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk | : RB/KBD/HAMA/245080 Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Italiaander Bouwkundig Ontwerpbureau een archeologisch bureauonderzoek | , bouwdossieronderzoek | en verkennend booronderzoek | uitgevoerd in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de beoogde herontwikkeling van plangebied | De Kruisberg. Het plangebied is gelegen aan de Kruisbergseweg 172 te Doetinchem en heeft een omvang van ca. 5.500 m | 2. De beoogde bodemingrepen bestaan uit de sloop van de huidige bebouwing van hotel | - restaurant De Kruisberg in het noorden van het plangebied, waarna een nieuw appartementencomplex zal worden gerealiseerd. De nieuwbouw heeft een omvang van ca. 1.150 m | 2 en komt grotendeels binnen het bouwvlak van de huidige te slopen bebouwing te liggen.

Omdat de beoogde herontwikkeling nog in ontwerpfase is, z | ijn de exacte verstoringsdieptes van de nieuwbouw nog niet bekend. Voor het onderzoek | wordt | uitgegaan | van | een | verstoringsdiepte | van | minstens | ca. | 0,8 | m | -mv | (vorstvrije funderingsdiepte). In het vigerende bestemmingsplan “Stedelijk Gebied | - 2021” van gemeente Doetinchem (vastgesteld 2021) ligt het westen van het plangebied binnen de dubbelbestemming “Waarde | – Archeologie 4” en het oosten van het plangebied binnen de dubbelbestemming “Waarde | – Archeologie 6”. Bij een ligging van het plangebied binnen verschillende beleidszones is de meest strenge zonering leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht. Voor de dubbelbestemming Waarde | – Archeologie 4 geldt dat bij bodemingrepen met een omvang g | roter dan 250 m | 2 waarbij bodemverstoringen dieper dan 30 cm | -mv plaatsvinden archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is. Omdat | de | bodemingrepen | de | vrijstellingsgrens | overschrijden | is | een | archeologisch | onderzoek uitgevoerd, bestaande uit een KNA conform bureauonderzoek (BRL 4002) | en een KNA con | form booronderzoek (BRL 4003) | . De resultaten van het | onderzoek zullen getoetst worden door het bevoegd gezag, gemeente Doetinchem | (mw. J. Buiting | ) en de Regioarcheologen van de ODA | .

Conclusie | bureauonderzoek Op basis van de aardkundige kaart van gemeente Doetinchem is het plangebied gelegen in een overgangszone van een hoge rivierterrasrest in het westen van het plangebied naar een lage rivierterrasvlakte in het (noord)oosten. Archeologische booronderzoeken en | geologische boringen uit het DINOloket in de omgeving van het plangebied tonen aan dat de rivierterrasafzettingen (Formatie van Kreftenheye) met name ten westen en zuiden van het plangebied worden afgedekt door rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpak | ket van Delwijnen) dan wel dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Ten noorden van het plangebied in de lagere rivierterrasvlakte is sprake van een natuurlijke ondergrond van oude rivierkleiafzettingen van vlechtende rivieren en veen. Volgen | s de bodemkaart is in het oosten van het plangebied sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand en in het noordwesten van het plangebied sprake van een laarpodzolgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand. Van oudsher vormen de hogere delen van het landschap, zoals dekzandruggen, rivierduinen en hoge rivierterrasresten, | gunstige | vestigingslocaties | voor | zowel | jagers | -verzamelaars | vanaf | het | Laat | - Paleolithicum als voor landbouwsamenlevingen vanaf het Neolithicum | en hebben deze een hoge archeologische | verwachting.

| De | lagere | rivierterrasvlakte | daarentegen | is | door | de | natte bodemomstandigheden | onaantrekkelijk | als | vestigingslocatie | en | heeft | een | lage | archeologische verwachting. Hoewel op basis van vondst | - en onderzoeks | meldingen in Archis3 in de omgeving van het plangebied weinig vindplaatsen bekend zijn, toont vondstmelding 2987762100 op 75 m ten oosten van het plangebied aan dat de omgeving mogelijk al in de Vroege Bronstijd bewoond werd. Uit het historisch cartografisch onderzoek is gebleken dat aan het begin van de 19 | e eeuw in het noordwesten van het plangebied langs de (voorganger van de) Kruisbergseweg sprake is van een boerderijerf, bestaande uit een woning in de noordelijke hoek van het plangebied en twee bijgebouwen ten zuidwesten daarvan. De zuidoostelijke helft v | an het plangebied is in deze periode in gebruik als bouwland | en | bosperceel. | Voor | het | noordwesten | van | het | plangebied | geldt | daarom | een | hoge archeologische verwachting voor res | ten gerelateerd aan de 19 | e-eeuwse erflocatie en eventuele voorgangers. Op de kaart van 1890 zijn de twee bijgebouwen van het 19 | e-eeuwse erf verdwenen, waarna omstreeks 1908 de woning in de noordelijke hoek van het plangebied vermoedelijk is herbouwd op dezelfde locatie.

Ook wordt omstreeks 1908 het plangebied doorsneden door een noord | -zuid georiënteerde tramweg (tramlijn Zutphen | -Emmerik, in gebruik van 1902 tot 1953). Gedurende de 20e eeuw wijzigt de bebouwing binnen het plangebied meerdere malen, met uitzondering van de woning in het noorden van het plangebied. De huidige bebouwing van hotel-restaurant De Kruisberg wordt weergegeven op topografische kaarten vanaf 1993-1995. © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem | 4 van 58 Project | : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk | : RB/KBD/HAMA/245080 In het plangebied hebben bodemverstoringen plaatsgevonden als gevolg van agrarische activiteiten. Over het algemeen beperken deze bodemverstoringen zich tot de bouwvoor (ca. 30 | – 50 cm-mv). Naar verwachting is in met name het oosten van het plangebied spra | ke van een meer dan 50 cm dik | ke eerdlaag, waardoor eventuele archeologische resten in het daaronder gelegen dekzand/rivierduinzand mogelijk goed geconserveerd kunnen zijn gebleven. Verder hebben in het noordwesten van het plangebied bodemverstoringen plaatsgevonden bij de aanleg van de tramlijn Zutphen-Emmerik in 1902 en het afbreken van de tramweg omstreeks 1953, en bij bouw | - en sloopwerkzaamheden in de 20 | e eeuw. De verstoringsdiepte als gevolg van de aanleg en sloop van de tramweg is onbekend.

Uit het bouwdossieronderzoek kan herleid worden dat de huidige bebouwing van hotel-restaurant De Kruisberg in het noorden van het plangebied gefundeerd is tot een die | pte van ca. 80 à 90 cm -peil1. Conclusie booronderzoek De bodemopbouw bestaat onder de klinkerverharding met cunetzand of een puinrijke ophogingslaag uit meerdere subrecente ophogingslagen van sterk wisselende samenstelling, van geel/grijs tot geelbruin sterk gevlekte | fijn zand en matig fijn zand | waarin in een aantal boringen ook betonpuin en modern baksteenpuin aanwezig is. In boring 2 en in boring 4 is onder de subecente ophogingen nog het restant van een bruine tot donkerbruine humeuze tot sterk humeuze eerdlaag aangetroffen, die geïnterpreteerd is als een beekeerd. De top van deze beekeerd bevindt zich op respectievelijk 65 cm-mv en 60 cm-mv. De basis van de beekeerd bevindt zich respectievelijk op 90 cm-mv en 135 cm-mv. In boring 3 is onder de ophogingslagen op 140 cm diepte een | 30 cm dikke donkerbruine slibbige zandig laag aangetroffen die als slootbodem is geïnterpreteerd | . De basis van het bodemprofiel bestaat in alle boringen | uit geel fijn siltig dekzand. | De top van de C | -horizont is aangetroffen op diept | es variërend van 90 cm-mv in boring 4 tot 170 cm-mv in boring 3. | De C-horizont bestaa | t uit fijn dekzand van de Formatie | van Boxtel.

| De verwachtte rivierterrasafzettingen van matig | fijn tot matig grof zand (Laagpakket van Delwijnen) zijn binnen de maximale boordiepte | niet aanget | roffen. Selectieadvies Hamaland advies adviseert om het | gehele plangebied vrij te geven voor de beoogde bodemingrepen. Uit het bouwdossieronderzoek is gebleken dat d | e bodem onder de | bestaande beb | ouwing | vrijwel vlakdekkend verstoord | is tot in de C-horizont. Het merendeel van de boringen | buiten de be | bouwing vertoond eveneens een subrecent verstoord | e bodemopbouw, waarschijnlijk als gevolg van de realisatie en inrichting van het terrein voor Hotel | -Restaurant de Kruisberg. Er zijn geen indicaties voor menselijke bewoning in het verleden aangetroffen en | de in boring 2 | en 4 aangetroffen beekeerd is onder | relatief natte | omstandighe | den | gevormd. | Daardoor | achten | wij | de | kans | nihil | dat | in | het | plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn | . Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamhede | n in het plangebied te verkleinen.

Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘ | Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister | ’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoo | rt. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (mw. J. Buiting) hiervan per direct in kennis te stellen. 1 Het bouwpeil betreft de bovenkant van de begane grondvloer. De exacte maatvoering ten opzichte van het maaiveld is onbekend, maar zal naar verwachting hoogstens 1 à 2 decimeters afwijken. © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem | 5 van 58 Project | : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk | : RB/KBD/HAMA/245080 1.

| Inleiding 1.1 | Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van | Italiaander Bouwkundig Ontwerpbureau | een archeologisch bureauonderzoek | en bouwdossieronderzoek | uitgevoerd | in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de beoogde herontwikkeling van plangebied De Kruisberg. Het plangebied is gelegen aan de Kruisbergseweg 172 te Doetinchem en | heeft een omvang van ca. 5.500 m2 (zie Afbeelding 1). De beoogde bodemingrepen bestaan uit de sloop van de huidige bebouwing van hotel- restaurant De Kruisberg in het noorden van het plangebied, waarna een nieuw appartementencomplex zal worden gerealiseerd (zie Bijlage 1). De nieuwbouw heeft een omvang van ca. 1.150 m2 en komt grotendeels binnen het bouwvlak van de huidige te slopen bebouwing te liggen. Omdat de beoogde herontwikkeling nog in ontwerpfase is, zijn de exacte verstoringsdieptes van de nieuwbouw nog niet bekend. Voor het onderzoek wordt uitgegaan van een verstoringsdiepte van minstens ca. 0,8 m-mv (vorstvrije funderingsdiepte). In het vigerende bestemmingsplan “Stedelijk Gebied | - 2021” van gemeente Doetinchem (vastgesteld 2021) ligt het westen van het plangebied binnen de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” en het oosten van het plangebied binnen de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 6”.

Bij een ligging van het plangebied binnen verschillende beleidszones is de meest strenge zonering leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht. Voor de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 geldt dat bij bodemingrepen met een omvang groter dan 250 m2 waarbij bodemverstoringen dieper dan 30 | cm-mv plaatsvinden archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is. Omdat | de | bodemingrepen | de | vrijstellingsgrens | overschrijden | is | een | archeologisch | onderzoek uitgevoerd, bestaande uit een KNA conform bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek (BRL 4002) dat aangevuld is met een verkennend booronderzoek (BRL 4003). De resultaten van het onderzoek zullen getoetst worden door het bevoegd gezag, gemeente Doetinchem | (mw. | J. Buiting) en de Regioarcheologen van de ODA. Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied binnen het rode kader (bron: Pdok). © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem | 6 van 58 Project : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk : RB/KBD/HAMA/245080 © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem 7 van 58 1.2 Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld.

De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden of een nader onderzoek door middel van boringen of proefsleuvenonderzoek nodig zal zijn of niet. • Is aanvullend veldonderzoek door middel van boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk? 1.3 Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.2) en bestaat uit de volgende onderdelen: • Afbakenen Plan - en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA LS01) • beschrijving van het huidig gebruik (KNA LS02); • beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LS03); • beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LS04); • het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LS05); • het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).

Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland • geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologiebeleid gemeente Doetinchem en bijbehorende rapport en kaarten;2 • archeologische rapporten en publicaties; • Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek3. • Bouwdossiers van de huidige bebouwing. 1.4 Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoerin g van de Wabo (2010).

Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van 2 Willemse et al. 2019. 3 Willemse & Kocken, 2012. Project : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk : RB/KBD/HAMA/245080 © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem 8 van 58 archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief k unnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijk heden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen.

Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergu nning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de arch eologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is in 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk b ij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Een ander deel is opgaan in de Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden.

De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet i s dat roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten in de Erfgoedwet staan, terwijl de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet staan. De Erfgoedwet en Omgevingswet maken zo samen een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Doetinchem beschikt nog niet over een definitief omgevingsplan zoals voorzien in de Omgevingswet. Tot die tijd worden alle bestemmingsplannen samengebracht in een tijdelijk omgevingsplan, een zogenaamd ‘omgevingsplan -van-rechtswege’.4 Het omgevingsplan is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. bestemmingsplan “Stedelijk Gebied - 2021” van gemeente Doetinchem (vastgesteld 2021) ligt het westen van het plangebied binnen de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” en het oosten van het plangebied binnen de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 6”. Bij een ligging van het plangebied binnen verschillende beleidszones is de meest strenge zonering leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht.

Voor de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 geldt dat bij bodemingrepen met een omvang groter dan 250 m2 waarbij bodemverstoringen dieper dan 30 cm -mv plaatsvinden archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is. Om de koppeling met de ruimtelijke ordening te maken, worden de verwachtingen van archeologische beleidskaarten (al dan niet aangevuld of gewijzigd door recenter archeologisch onderzoek) juridisch planologisch ingebed, zowel op provinciaal niveau in projectbesluiten, alsook op gemeentelijk niveau in omgevingsplannen. Met het inwerking treden van de Omgevingswet verkreeg iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege, dat bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevi ngsplan bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen en rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van event uele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren.

Deze overgangsfase duurt tot eind 2031.5 4 Informatiepunt Leefomgeving 2024. 5 Iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/omgevingsplan-rechtswege. Project : BO, BDO en IVO Plangebied De Kruisberg te Doetinchem Kenmerk : RB/KBD/HAMA/245080 © Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem 9 van 58 Provinciaal Beleid Sinds 2019 neemt de provincie Gelderland deel aan het Programma Erfgoed Deal dat tot doel heeft de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken teneinde een waardevolle leefomgeving te creëren en behouden. Dit zal worden gerealiseerd door het behoud en gebruik van (o.a. archeologisch) erfgoed te integreren in de grote ruimtelijke transitieopgaven klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid, alsmede stedelijke groei en krimp. Als ondersteunende lijn bevat dit programma tevens het onderwerp ‘Erfgoed als basis voor omgevingsvisies’.6 Het uitvoeringsprogramma wordt halfjaarlijks vastgesteld na selectie van relevante ingediende projecten.

7 Het Programma is recentelijk verlengd tot en met 2025, waarbij het Rijk uit de middelen van het onderzoeksplatform archeologie jaarlijks € 500.000 extra beschikbaar stelt specifiek bestemd voor projecten op het terrein van archeologie en ruimtelijke transities.8 De archeoregio laat zich op het regionale niveau van Oost-Gelderland onderverdelen in vijf subgebieden op basis van de geomorfologische gesteldheid:9 • het plateau van Winterswijk (subregio 1) • het stuwwallandschap van Montferland (subregio 2) • het vlakke midden, het centrale dekzandlandschap (subregio 3) • het stuwwal- en dekzandlandschap van het stroomgebied van de Berkel (subregio 4) • het rivierenlandschap van de Oer-Rijn, de Oude IJssel en IJssel (subregio 5) Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • A-gebieden: de Gelderse parels; • B-gebieden: de archeologische ruwe diamanten en • C-gebieden: de rest van Gelderland. In de A-gebieden stuurt de provincie via onderhandeling en indien mogelijk via samenwerking, actief op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. In de B-gebieden laat de provincie de verantwoordelijkheid voor bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek in principe over aan de gemeente. De provincie neemt daarbij een stimulerende, faciliterende en adviserende rol in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8370/documents/52957