24.2 VNOG,15-09-2026, Programmabegroting VNOG 2027-2030
Tekst van het document
De financieringsbehoefte kan worden gedekt door langlopende leningen, kasgeldleningen en bankkredieten en de inzet van reserves. In de afgelopen jaren is vooral gebruik gemaakt van langlopende leningen en de inzet van reserves. VNOG zal in het komende jaar nog financiering moeten aantrekken voor de verdere uitvoering van het (lopende) investeringsprogramma en de herfinanciering van aflossingen, dit als vervolg op de aangetrokken financiering in 2024. In dat jaar is, ter voorkoming van het risico op rentestijging van aan te trekken financiering, voor € 42 miljoen aan leningen vastgelegd met stortingen in de jaren 2024 t/m 2026. Deze financiering was/is met name bedoeld voor de aanschaf van de 75 nieuwe blusvoertuigen. Voor het aan te trekken deel van de financiering blijft VNOG een renterisico lopen. Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële middelen die door VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Vanaf 2022/2023 wordt er weer meer rente vergoed voor de aange- houden rekening-courant tegoeden waaronder ook de tegoeden in de schatkist. Voor 2026 zal het drempelbedrag voor het aanhouden van tegoeden buiten de schatkist voor VNOG rond de € 1.600.000 bedragen.
Risicobeheer Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerappor- teerd moeten worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt, waar dat mogelijk is, gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen: 1. er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte en 2. het is een relatief goedkope financieringsvorm. Pagina 28 van 58 Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico). Om dat risico te beperken wordt in de wet FIDO aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlo- pende investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van renteontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan ontstaan. Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden ge- dwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de begroting van VNOG. De totale omvang van de programmabegroting van VNOG bedraagt in 2027 bijna € 94 miljoen.
De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond ruim € 7,7 miljoen. Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, zal voorkomen worden dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt over- schreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat tot maxi- maal 20% van het begrotingstotaal van het betreffende dienstjaar, aan leningen in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die VNOG kent bestaat uit le- ningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 15 jaar. VNOG heeft ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel, materiaal en apparatuur extra leningen aangetrokken in 2024. Verder zal, naar verwachting, opnieuw moeten worden aangetrokken eind 2026/ begin 2027. Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisico- norm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft.
Jaar 2027 2028 2029 2030 Berekening norm Begrotingstotaal 1) 93.700.000 94.500.000 94.000.000 94.000.000 Percentage 20% 20% 20% 20% Renterisiconorm 18.740.000 18.900.000 18.800.000 18.800.000 Renteherzieningen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Aflossingen: Lening BNG - 15 jaar - 40110312 166.667 166.667 166.667 166.667 Lening BNG - 10 jaar - 40111179 300.000 0 0 0 Lening BNG - 10 jaar - 40111678 600.000 600.000 0 0 Lening BNG - 10 jaar - 40111883 400.000 400.000 0 0 Lening BNG - 10 jaar - 40112457 400.000 400.000 0 0 Lening BNG - 15 jaar - 40117375 600.000 600.000 600.000 600.000 Lening BNG - 15 jaar - 40117376 800.000 800.000 800.000 800.000 Lening NWB - 15 jaar - 40426 600.000 600.000 600.000 600.000 Lening NWB - 15 jaar - 40427 (v.a. 2/1/26) 800000 800.000 800.000 800.000 Aan te trekken in 2026 - 15 jaar- € 35 miljoen 2.333.333 2.333.333 2.333.333 2.333.333 Aan te trekken in 2027 - 10 jaar- € 2,5 miljoen 250.000 250.000 250.000 Renterisico 7.000.000 6.950.000 5.550.000 5.550.000 Ruimte onder rente risiconorm 11.740.000 11.950.000 13.250.000 13.250.000 Pagina 29 van 58 Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten wordt in de begroting 2027 voor alle investeringen een (omslag)rente- percentage van 2,2% gehanteerd. De geprognotiseerde boekwaarde van de activa die integraal wordt gefinancierd over 2027 be- draagt circa € 105 mln.
De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 2,2% over ge- noemde boekwaarde en komt uit op circa € 2.305.000. Rentetoerekening begroting 2027 * € 1.000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2.305 De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten 2.305 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 2.305 Aan taakvelden toegerekende rente, gemm. 2,2% 2.305 Renteresultaat op het taakveld Treasury - Pagina 30 van 58 4.4 Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoe- ring toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgeno- men, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere on- derdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Vastgoed en Facilitair Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘de- marcatieregeling’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De regeling geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verant- woordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt.
De kosten voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten ver- rekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen ef- fect op de andere gemeenten. Het voornemen was om op termijn ook deze individuele verreke- ning naar het verdeelmodel over te brengen. Maar de werkwijze wordt in samenwerking met de 22 gemeenten eerst geëvalueerd (evaluatie gestart in 2026, loopt door in 2027). Uitkomst hier- van kan zijn dat de huidige werkwijze wordt gehandhaafd (afrekenen per gemeente) of dat de kosten bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht gaat worden via het reguliere ver- deelmodel. De demarcatieregeling bevat naast de taakverdeling ook de afspraak dat de gemeenten de pan- den uiterlijk 1 januari 2025 op orde zouden brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waar- bij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten.
Niet overal zijn als gevolg van deze geplande / aanstaande verbouwingen de vereisten/voorzieningen voor 1-1-2025 gerealiseerd. In 2027 verwachten wij dat een groter aantal kazernes hierop aangepast zijn. Conform de demarcatieregeling is er een periodiek overleg met de gebouwbeheerders om zaken af te stemmen. Dit overleg gaat ook in 2027 weer door. Te bespreken punten zijn onder andere de algehele stand van zaken, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. VNOG is steeds nauw betrokken bij deze onder- werpen die de gebouweigenaren (gemeenten) uitvoeren. Een overzicht van de voornaamste nieuw- en verbouwprojecten in 2027: Start/lopende nieuwbouwprojecten in 2027: Nieuwbouw Veiligheidscentrum Apeldoorn Nieuwbouw kazerne Klarenbeek Lopende verbouwprojecten die doorlopen in 2027 en/of in 2027 worden afgerond: Verbouw kazerne Hattem Verbouw kazerne Hierden Verbouw kazerne Putten Lopende nieuwbouwprojecten die doorlo- pen in 2027 en/of in 2027 worden afgerond: Nieuwbouw kazerne Terwolde Nieuwbouw kazerne Oene Nieuwbouw kazerne Voorst Pagina 31 van 58 Eén van de lopende nieuwbouwtrajecten is de nieuwbouw van het veiligheidscentrum in Apel- doorn.
Deze nieuwe brandweerpost vervangt drie andere posten in het stedelijk gebied van Apeldoorn en hier wordt ook een kantoorfunctie van VNOG in ondergebracht, als ook andere functionaliteiten/gebruikers op het gebied van veiligheid , zodat een breed veiligheidscentrum gaat ontstaan. Dit is een groot project dat qua voorbereidingen al enige jaren loopt. De inge- bruikname van de nieuwbouw is voorzien in het eerste kwartaal van 2029. VNOG trekt samen op met de gemeente Apeldoorn, die bouwheer is. VNOG heeft in stappen in 2023/2024/2025 de voormalige kantoorlocatie aan de Europaweg in Apeldoorn verlaten, omdat de eigenaar (politie) zelf de ruimtes nodig had. De teams/afdelingen zijn tijdelijk verspreid over bestaande andere kantoorlocaties van VNOG (door inschikken), me- dewerkers werken voor een deel vanuit huis en er wordt waar nodig gebruik gemaakt van ex- terne locaties. Daarnaast zijn een paar teams en de crisisruimten van het multi-actiecentrum (het centrale knooppunt bij het bestrijden van een crisis) begin 2025 verhuisd naar een tijdelijk pand aan de Molenmakershoek 14 te Apeldoorn (in bezit van de gemeente Apeldoorn). Dit pand is gelegen náást het toekomstige veiligheidscentrum van VNOG, dat de definitieve locatie zal worden. De crisisruimten moeten beschikken over eigen (beveiligde) dataverbindingen en nood- stroom, die hier zijn gerealiseerd voor de tijdelijke locatie.
Door te verhuizen naar een pand náást het toekomstige pand, kunnen deze verbindingen straks worden doorgetrokken naar het nieuwe pand. Zo is een optimale inzet van middelen bereikt. Deze tijdelijke situatie van verspreid werken is niet ideaal, maar voor een overzienbare periode acceptabel, in afwachting op het nieuwe hoofdkantoor. Er is hierbij ook in 2027 net als in voor- gaande jaren blijvende aandacht of de taakuitvoering door deze tijdelijke huisvesting geen pro- blemen ondervindt, alsmede voor het sociale aspect, nu de medewerkers her en der verspreid werken. Waar nodig worden maatregelen genomen als er zich problemen voordoen. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote uitdaging om de leefbaarheid op onze planeet te behouden. In december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie. De ambitie van VNOG is om de lande- lijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoe- ren. De strategie en visie zijn uitgewerkt in een Klimaatplan dat het AB in november 2024 heeft behandeld. Het plan is in uitvoering. In het Klimaatplan staan de acties binnen de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit, ge- drag en VNOG specifieke activiteiten.
De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te be- halen valt, zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het ver- duurzamen van gemeentelijke vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeen- ten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een extra kans om stappen te zetten. Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o.a. om de elektrificatie van het wagenpark, met op dit moment focus op de dienstauto’s en -bussen (inclusief laadpalen op de locaties), omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet voorhanden is. Pagina 32 van 58 In 2026 heeft VNOG de gestelde doelen uit het klimaatplan herijkt (neerwaarts). Reden hiervoor is o.a. de focus op bedrijfscontinuïteit, weerbaarheid en de vertraging op het verduurzamen van vastgoed bij gemeenten. Deze herijking is de basis voor de verdere plannen tot 2030. In 2026 is gestart met bezoeken van alle gemeenten om de potentie voor verduurzaming van het vastgoed verder te bespreken. Dit loopt door in 2027 e.v. Hier wordt de potentie tot energiebesparing nog onvoldoende uitgenut.
De ambitie is om in 2026/2027 een eerste duurzaamheidsverslag te kun- nen presenteren. Daarnaast wordt in de reguliere P&C-documenten op de voortgang van het Kli- maatplan op hoofdlijnen gerapporteerd. Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting wordt de benodigde informatie aangeleverd aan het accountantskantoor dat de jaarrekening voor VNOG controleert. Verwachting is dat de aangifte voor 2027 nihil is. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ont- wikkelingen plaats, zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Nieuwe risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om flexibiliteit, veerkracht, nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen. VNOG be- reidt haar medewerkers hierop voor en investeert steeds in (nieuwe en bestaande) samenwer- kingen, ook met private partijen in start-ups, nieuwe technische oplossingen en inzet van ICT. Een paar innovaties op de Opgaven ter illustratie: • Opgave 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises: versterken van de samenwerking met de Grensliaisons t.b.v. de grensoverstijgende coördinatie, starten met de pilot “Progressive hose lay” voor natuurbrandbestrijding (een inzettactiek waarbij speci- ale blusslangen onder waterdruk verlengd kunnen worden). • Opgave 1.
Zelfredzaam en risicobewust: uitvoeren van het excelleerplan ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’. • Opgave 2. Vakbekwaam en deskundig: meewerken aan de oprichting van een landelijk Ken- nis- en Expertisecentrum Natuurbrand. • Opgave 3. Sterke informatiepositie: bijdragen aan landelijke en (boven)regionale dooront- wikkeling geneeskundig beeld (Veiligheids informatieknooppunt (VIK), witte informatiebron Oost-5, KCR2), zodat o.a stapeling risico’s breed inzichtelijk is. • Opgave 0, 2 en 3: Uitvoeren van project ‘Virtuele assistent (Co-commander)’ voor o.a. bevel- voerders. VNOG investeert in het versterken van haar informatiepositie tijdens incident- en crisisbestrijding. Door toenemende informatie en complexere incidenten is voor onze mede- werkers situationele, direct toepasbare kennis essentieel. Steeds meer complexe informa- tie moet onder hoge tijdsdruk snel, betrouwbaar en in de juiste context beschikbaar zijn. Tij- dens incidenten is er geen tijd om gegevens te zoeken, terwijl het missen van cruciale infor- matie achteraf maatschappelijk onacceptabel is. A.I. kan hierbij een ondersteunende rol bieden. Met een start-up is een AI-proof of concept ontwikkeld die bevelvoerders proactief waarschuwt voor risico’s op basis van context.
Deze veelbelovende digitale assistent (Virtu- ele Assistent – Co-commander) verbetert besluitvorming en veiligheid en stimuleert kennis- opbouw binnen VNOG. De volgende stap is het bouwen van een prototype met aandacht voor techniek, beleid en beheer. Tegelijkertijd worden andere regio’s betrokken voor toe- komstige opschaling. Na testen en prototypefase, wordt bekeken of het project voldoende biedt, om te worden doorgezet. Pagina 33 van 58 Privacy en security In 2027 zal VNOG stappen zetten in het verder verhogen van het volwassenheidsniveau voor zo- wel gegevensbescherming (Privacy) als informatieveiligheid (Security). VNOG houdt hierbij reke- ning met en geeft uitwerking aan landelijke ontwikkelingen op deze twee terreinen. Het continu blijven investeren in Informatieveiligheid is van cruciaal belang voor de continuïteit en betrouwbaarheid van onze organisatie. In een tijdperk waarin cyberdreigingen steeds ge- avanceerder en frequenter worden en ontwrichtend kunnen werken voor de samenleving, met grote gevolgen voor burgers en -de processen van- de eigen organisatie is het essentieel om proactieve maatregelen te blijven nemen om onze gegevens en systemen te beschermen.
Door te investeren in digitale weerbaarheid -met geavanceerde beveiligingstechnologieën, het trai- nen van personeel in best practices en het implementeren van robuuste beveiligingsprotocol- len- kunnen we de risico’s aanzienlijk verminderen. Bovendien draagt het investeren in een sterke Informatieveiligheid bij aan de algemene weerbaarheidsopgave van de organisatie en het vertrouwen van onze burgers en ketenpartners. VNOG werkt ook op dit terrein in het Veiligheids- beraad nauw samen met de andere veiligheidsregio’s. VNOG draagt door kennis- en deskundigheidsdeling op zowel landelijk als Oost 5-niveau actief bij aan de interregionale samenwerking ter versterking van de informatievoorziening en informa- tieveiligheid. Intern vindt een verdere versterking van de informatievoorziening en -veiligheid plaats door de instelling van de rol van Chief Information Officer (CIO), gekoppeld aan de functie van afdelingshoofd Bedrijfsvoering, en samenwerking in het CIO Office van VNOG. Binnen dit Office bundelt VNOG de binnen de organisatie aanwezige kennis en deskun- digheid op genoemde terreinen, met name op strategisch niveau. Privacy en gegevensbescher- ming maken hier onderdeel van uit.
De Europese regelgeving op securitygebied in de vorm van de richtlijnen NIS2 en CER is niet van toepassing op overheidsinstanties, die in hoofdzaak activiteiten uitvoeren op het terrein van on- dermeer openbare veiligheid, en gelden daarmee niet voor de veiligheidsregio’s. VNOG geeft in samenwerking met de andere veiligheidsregio’s invulling aan een securityregime, dat past bij de eisen die de landelijke vitaalverklaring van een aantal veiligheidsregio-processen aan de regio’s stelt. Waar mogelijk sluiten maatregelen en voorzieningen aan op de weerbaarheidsopgave van VNOG. Voor de informatiebeveiliging wordt het steeds belangrijker om Security by Design toe te pas- sen. Dit betekent dat bij de ontwikkeling en onboarding van nieuwe systemen in een vroeg sta- dium met de security-eisen rekening wordt gehouden. Voor het terrein van de gegevensbescherming wordt het steeds belangrijker om Privacy by De- sign toe te passen, vergelijkbaar met Security by Design voor informatiebeveiliging. Privacy by Design houdt in dat in een vroeg stadium, bij de ontwikkeling van producten en diensten, zowel technisch als organisatorisch, een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens wordt afge- dwongen. Dit brengt risico’s vooraf in beeld waardoor achteraf geen reparatie hoeft plaats te vinden.
De inzet van DPIA’s (Data Protection Impact Analyse) in samenhang met het beheer van het verwerkingsregister hoort daarbij. Pagina 34 van 58 4.5 Verbonden partijen Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financi- eel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprake- lijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een be- stuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggen- schap daarin kan uitoefenen. Verder kan de situatie zich voordoen dat er òf bestuurlijke òf fi- nanciële belangen zijn. Hieronder het overzicht van (semi)verbonden partijen: Partij Beschrijving Werkgeversvereniging Samen- werkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. De WVSV onderhandelt namens de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties om af- spraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veilig- heidsregio’s. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel.
Stichting Risicobeheer Veilig- heidsregio’s en Stichting Waar- borgfonds Veiligheidsregio’s De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de vei- ligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Tevens kan het expertisebureau advies geven bij (complexe) casussen. De Stichting Waarborgfonds van de 25 veiligheidsregio’s is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het be- stuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uit- voert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Stichting Brandweeropleidin- gen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes vei- ligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) De stichting VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten en veilig- heidsregio’s op de Veluwe voor het voorkomen en beperken van bos- en natuur- branden.
Daarvoor organiseert en coördineert zij een systeem van detectie (o.a. via vliegtuigen, drones en meetapparatuur). Deelnemers zijn: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG, gemeente Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scher- penzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Inci- dentbestrijding IJsselmeerge- bied (SAMIJ) De SAMIJ is een netwerk-samenwerking van diverse partijen voor bovenregio- nale bestuurlijke- en operationele afstemming t.b.v. de incidentbestrijding in het IJsselmeergebied (IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Gouwzee en de Rand- meren, inclusief het Zwartemeer). Partijen zijn: veiligheidsregio’s, waterschap- pen, Rijkswaterstaat, KNRM, Reddingsbrigade Nederland, Kustwacht en de Na- tionale Politie. Pagina 35 van 58 4.6 Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) verplicht overheidsinstanties om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uit- gevoerd in 2027 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de infor- matiehuishouding.
Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo) Onder actieve openbaarmaking vallen de activiteiten om de wettelijk verplichte informatie (ge- bundeld in 17 categorieën, waarvan er 12 op VNOG van toepassing zijn) actief openbaar te ma- ken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie buiten deze verplichte ca- tegorieën op eigen initiatief openbaar te maken. De bepalingen uit de Woo die hierover gaan tre- den over een periode van enkele jaren gefaseerd in werking. VNOG geeft invulling aan de open- baarmaking van de categorieën, waarvoor de verplichting inmiddels geldt. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan verplicht Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken (art. 3.1 Woo) moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft en volgt VNOG de landelijke ontwikkelingen rond de Woo-index. Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3.3.b Woo) Dit platform is de Woo-index in het Register van Overheidsorganisaties. VNOG koppelt haar openbare informatie via de eigen website aan dit platform, zodat iedere inwoner in de regio alle relevante VNOG-informatie via die plek kan vinden.
Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) Passieve openbaarmaking is het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een Woo- verzoek. Dergelijke verzoeken worden volgens de geldende regels uit de Woo afgehandeld. De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden de ontwikkelingen landelijk en binnen de VNG gevolgd. Het verbeteren van de informatiehuishouding heeft voortdurend onze aan- dacht. VNOG geeft uitvoering aan de bepaling uit de (huidige) Archiefwet dat overheidsorganisa- ties documenten in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren, en zorg moeten dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbe- scheiden. Dit krijgt ondermeer vorm met het verder inrichten van het nieuwe Document Ma- nagement Systeem (DMS) van VNOG. In het kader van de Woo ligt er nadruk op de digitale ar- chiefbescheiden. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo) VNOG beschikt, zoals de Woo dat voorschrijft over Woo-contactpersonen. Zij kunnen vragen van burgers beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. Pagina 36 van 58 5. Financiële begroting 5.1 Kaders en uitgangspunten Het algemeen bestuur heeft op 19 maart 2026 de Kadernota 2027-2030 vastgesteld.
In de Ka- dernota staan de financieel-technische uitgangspunten, die zijn toegepast voor de begroting 2027. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2027 verschilt niet van degene die is toegepast voor vorige be- grotingen. Een onzekerheid bij het opstellen van de Kadernota 2027 - 2030 betrof het aflopen van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 augustus 2025. Begin oktober, bij het opstellen van de Kadernota 2027 – 2030, was er nog geen akkoord bereikt tussen de werkgevers en vakcentra- les. Bij het opstellen van de begroting is een principe-akkoord bereikt waarmee in de voorlig- gende begroting is gerekend voor de personeelslasten. • Looncompensatie: De looncompensatie voor 2027 wordt berekend op basis van het percen- tage (loonvoet sector overheid), dat wordt genoemd in de Septembercirculaire 2025 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten arbeidsvoor- waardenakkoorden en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdra- gen (correctie).
• Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de raming van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laat- ste beschikking. Voor de begroting voor 2027 is dit de beschikking die de VNOG voor 2026 ontvangt in december 2025. De BDUR bedraagt ongeveer 15% van de inkomsten van de VNOG. Als de uitkering in 2026 en 2027 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onder- deel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekening- resultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming. • Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2026. Uitbrei- ding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b.
inhuur van derden, bij voorbeeld ter vervanging van ziekte, vacatureoverbrugging of knel- punten wordt niet geraamd en wordt in principe opgevangen vanuit de kader-stellende loonkosten; c. | incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten wor- den opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; d. | het laatst bekende arbeidsvoorwaardenakkoord; e. | het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeente- fonds “loonvoet sector overheid” (2,9% voor 2026 en 5,1% voor 2027); f. | het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pen- sioenpremies) voor 2025. Voor 2026 en 2027 zijn de percentages voor de werkgeverslas- ten nog niet bekend; g. | gedurende het begrotingsjaar 2027 wordt bij de tussentijdse rapportages en de jaarreke- ning een toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; h. | het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom (minus €100.000 conform eerder op- gevoerde besparing uit Kadernota 2024-2027); i. | de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in ko- mende circulaires. 3. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. | wordt het bedrag voor 2025 genomen; b.
| het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeente- fonds “loonvoet sector overheid” (2,9% voor 2026 en 5,1% voor 2027); c. | de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in ko- mende circulaires. 4. Voor de exploitatielasten wordt: a. | de vastgestelde begroting (2026) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2025, die nog niet in de primitieve begroting 2026 waren opgenomen; b. | autonome ontwikkelingen en ontwikkelrichtingen worden meegenomen voor zover op- genomen in de Kadernota 2027; c. | uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2025 van het ge- meentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2027: 2,2%; d. | de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in vol- gende circulaires. 5. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen die onderdeel uitmaken van het dekkings- en spreidingsplan conform de vastgestelde Toekomstvisie (2020). Deze zijn verwerkt in het MeerjarenInvesteringsprogramma (MJIP) evenals de verdere reguliere vervangin- gen zoals bijvoorbeeld voor ICT-middelen. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. | disagio wordt niet geactiveerd; b. | verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het ver- vaardigingsproces; c.
| lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. | componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. | afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve afschrijvingen gebracht; f. | voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Pagina 37 van 58 Pagina 38 van 58 6. Het rente-omslagpercentage voor 2027 komt op basis van de meest recente berekeningen uit op 2,2%. 7. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. 8. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG en is per ingang van 2025 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren. Pagina 39 van 58 5.2 Beleidsregels en uitgangspunten reserves Inleiding Deze paragraaf beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s, de reserves, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit, zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2027-2030. De beleidsregels zetten eerdere lijnen voort; ze zijn vastgelegd in de betreffende paragrafen van voorgaande begrotingen. Risicomanagement 1.
Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellin- gen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT. De afdelingshoofden be- trekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingshoofden rapporteren hierover in de tussentijdse rapportages en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%.
Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandsca- paciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatre- gelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) be- stemmingsreserves en egalisatiereserves. 2. De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het algemeen bestuur over de resultaatsbestemming, of anderszins door al- gemeen bestuursbesluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve c.q.
het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelne- mende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. 3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vor- men samen de weerstandscapaciteit (zie hierna). 4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een band- breedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te Pagina 40 van 58 raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of her- steld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prio- riteiten, knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfs- voeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel inge- steld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8.
Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestem- mingsvoorstel saldo jaarrekening. 10. De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in hoofdstuk 6. Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve1 en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden2. 3. De weerstandsratio = beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit 4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)3. 5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weer- standsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6.
Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken. 1 Bij voorstellen waarbij aanspraak wordt gemaakt op de bedrijfsvoeringreserve zullen de effecten daarvan op de (mo- gelijke daling van de) ratio worden beoordeeld en geduid. In voorkomende situaties kan worden overwogen een spe- cifieke reserve te in te stellen voor een aangewezen bestemming (zoals bijv. voor de uitvoering van het klimaatplan). 2 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 3 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van ri- sico’s van VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld.
Maatregelen om het vermogen te versterken of de ge- meenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment. Pagina 41 van 58 5.3 Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesterin- gen. • De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven). • De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. • De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. • De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2027 tot en met 2030 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure). • Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. • De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/mate- riaal investeringen wordt lineair afgeschreven conform het beleid. • Er wordt bij investeringen 2,2 % rente berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar.
• De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen ge- nerieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekom- stige) prijsontwikkelingen. • De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uit- gaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen. In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat be- treft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel, kunnen de geraamde bedragen in het in- vesteringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast.
Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer (bij de Kadernota 2028-2031 wordt de doorrekening (opnieuw) geactualiseerd): Risico- en crisisbeheersing 2.000 2.000 0 0 0 Brandweerzorg 8.733.000 11.050.000 10.684.000 10.421.000 10.232.000 GHOR 16.000 40.000 39.000 38.000 53.000 Bedrijfsvoering 1.280.000 1.705.000 1.764.000 1.919.000 2.027.000 Totalen 10.031.000 12.797.000 12.487.000 12.378.000 12.312.000 Mutaties egalisatiereserve afschrijvingen Toevoeging Onttrekking* 3.962.140 6.640.700 6.274.700 6.135.700 6.069.700 Rente en afschrijving exclusief MKON en kazerne 6.068.860 6.156.300 6.212.300 6.242.300 6.242.300 MKON 32.000 38.000 41.000 44.000 42.000 Bijdrage 4 veiligheidsregio's -23.900 -28.300 -30.600 -32.800 -31.300 Bijdrage VNOG 8.100 9.700 10.400 11.200 10.700 Kazerne Vosselmanstraat 49.000 48.000 Bijdrage gemeente Apeldoorn -49.000 -48.000 0 0 0 Kazerne Doetinchem 219.000 219.000 219.000 179.000 179.000 Bijdrage gemeente Doetinchem -219.000 -219.000 -219.000 -179.000 -179.000 Kazernes 0 0 0 0 0 * de begroting 2026 wordt bij de halfjaarrapportage aangepast aan de werkelijk te verwachten kapitaallasten. Daarbij wordt ook de onttrekking aan de egalisatiereserve aangepast. Deze onttrekking wordt naar verwachting € 1.000.000.
Programma Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 5.4 Personeelslasten In de begroting 2027 is voor de personeelslasten het voorlopig onderhandelingsresultaat mee- genomen (schaalverhogingen) en gerekend met onderstaande formatie. Hierin zijn meegeno- men de aanpassingen uit de Kadernota en de weerbaarheidsgelden. Er is overeenstemming bereikt over een voorlopig onderhandelingsresultaat | met een looptijd van 2 jaar met de volgende loonmutaties: 1. | 4,1% per 1 augustus 2025 2. | 3,1% per 1 augustus 2026 3. | 0,1% per 1 januari 2027 Deze percentages gelden ook voor de jaar- en uurvergoedingen van de brandweervrijwilligers. Voor de begroting 2027 betekent dit, dat de stelpost looncompensatie is ingezet voor de hogere personeelslasten. In deze stelpost | resteert nog € 900.000. Dit bedrag is beschikbaar voor | stij- ging van loonkosten w.o. | het volgende arbeidsvoorwaardenakkoord | , dat moet ingaan per 1 au- gustus 2027. Pagina 42 van 58 Pagina 43 van 58 5.5 Overzicht van baten en lasten Programma (bedragen in €) struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid. struct. incid.
Risico- en crisisbeheersing 10.464.170 826.095 - - 10.726.570 - - - 10.721.270 - - - 10.641.270 - - - 10.641.270 - - - Brandweerzorg 36.975.855 492.140 84.000 - 40.790.355 80.000 84.000 - 40.273.755 - 84.000 - 39.880.355 - 84.000 - 39.680.355 - 84.000 - GHOR 2.384.700 - 48.000 - 2.532.700 - 34.000 - 2.531.700 - 34.000 - 2.530.700 - 34.000 - 2.545.700 - 34.000 - MKON 5.728.340 - 4.310.920 - 5.975.340 - 4.495.336 - 5.978.340 - 4.498.336 - 5.981.340 - 4.501.336 - 5.979.340 - 4.499.336 - Directie en control 841.700 - 2.000 - 933.500 - 2.000 - 1.078.500 - 2.000 - 1.138.500 - 2.000 - 1.129.500 - 2.000 - Bedrijfsvoering 19.351.486 673.500 327.000 - 21.304.700 117.500 327.000 - 21.776.800 100.000 327.000 - 22.095.300 26.500 327.000 - 22.203.300 - 327.000 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 3.979.711 - 71.285.142 - 4.613.721 - 78.209.200 - 4.330.371 - 79.559.200 - 4.243.771 - 79.427.200 - 4.107.771 - 79.771.200 - Kazernes en overgangsrecht 3.671.500 - 3.671.500 - 3.691.500 - 3.691.500 - 3.585.500 - 3.585.500 - 3.644.500 - 3.644.500 - 3.444.500 - 3.444.500 - 83.397.462 1.991.735 79.728.562 - 90.568.386 197.500 86.843.036 - 90.276.236 100.000 88.090.036 - 90.155.736 26.500 88.020.036 - 89.731.736 - 88.162.036 - Onttrekking aan reserves - - 4.124.000 1.991.735 - - 6.640.700 197.500 - 6.274.700 100.000 - 6.135.700 26.500 - - 6.069.700 - Toevoeging aan reserves - 455.100 - - 2.500.000
415.350 - - 4.000.000 88.500 - - 4.000.000 - 4.500.000 - - 83.397.462 2.446.835 83.852.562 1.991.735 93.068.386 612.850 93.483.736 197.500 94.276.236 188.500 94.364.736 100.000 94.155.736 26.500 94.155.736 26.500 94.231.736 - 94.231.736 - Totaal lasten en baten 94.182.236 94.231.736 94.231.73685.844.297 85.844.297 93.681.236 93.681.236 94.464.736 lasten baten lasten baten lasten baten lasten 94.464.736 94.182.236 baten lasten baten Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 5.6 Overzicht taakvelden, beleidsindicatoren en financiële kengetallen Taakvelden Beleidsindicatoren Financiële kengetallen VNOG Rekening | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Netto schuldquote | 32% | 95% | 85% | 79% | 73% | 66% Solvabiliteitsratio | 33% | 17% | 17% | 17% | 16% | 15% Exploitatieruimte | 1,23% | 0,00% | 0,32% | 0,09% | 0,00% | 0,00% Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschap- pelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de fi- nanciële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Categorie A= minste risico | B - gem. risico | C = meeste risico Netto schuldquote | < 90% | 90%-130% | > 130% Solvabiliteitsratio | > 50% | 20%- 50% | < 20% Structurele exploitatieruimte | begr. > 0% | begr. = 0 | begr.< 0% De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om Pagina 44 van 58 Pagina 45 van 58 deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te ma- ken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2027-2030. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen mid- delen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse ba- ten. Bij de begrote cijfers voor 2027-2030 is uitgegaan van een toename van de investeringen op ba- sis van meerjarenplanning (vervangings)investeringen. Ter financiering van deze investeringen is in 2024 een deel van het benodigde vreemd vermogen aangetrokken in de vorm van leningen met een looptijd van 15 jaar. Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met nog meer aan te trekken financiering. De berekende netto schuldquote valt grotendeels in de categorie ‘minste risico’.
In eerste in- stantie loopt dit risico (tijdelijk) op door een hogere schuldenlast met bijbehorende aflossings- verplichting en afname van liquide middelen. Daarbij is verder - op basis van de uitgangspunten in de Kadernota 2027-2030 - vanaf 2027 gerekend met een hogere benodigde bijdrage van de gemeenten ter dekking van de gestegen kapitaalslasten. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale om- vang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de sol- vabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio bedraagt over 2027: 17% en valt daarmee in de categorie: meeste risico. Dit kengetal neemt verder af in de loop van de weergegeven jaren. De oorzaak daarvan is dezelfde als toegelicht bij de netto schuldquote. Voor lokale overheden i.c. een gemeenschappelijke re- geling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bij- voorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.
Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en las- ten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. 6. Uiteenzetting financiële positie 6.1 Geprognosticeerde balans Begrotingsjaar T | 2027 bedrag x | 1000 | T-2 | T-1 | T | T+1 | T+2 | T+3 Activa | 31-12-2025 | 31-12-2026 | 31-12-2027 | 31-12-2028 | 31-12-2029 | 31-12-2030 (im) Materiële vaste activa | 52.792 | 105.488 | 100.211 | 92.841 | 85.310 | 77.979 Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa | 52.792 | 105.488 | 100.211 | 92.841 | 85.310 | 77.979 Uitzettingen <1 jaar | 17.940 | 4.656 | 1.736 | 95 | 138 | 575 Liquide middelen | 199 | 199 | 199 | 199 | 199 | 199 Overlopende activa | 4.028 | 4.028 | 4.028 | 4.028 | 4.028 | 4.028 Totaal Vlottende Activa | 22.167 | 8.884 | 5.963 | 4.322 | 4.366 | 4.802 Totaal Activa | 74.959 | 114.372 | 106.174 | 97.163 | 89.676 | 82.781 Passiva | 31-12-2025 | 31-12-2026 | 31-12-2027 | 31-12-2028 | 31-12-2029 | 31-12-2030 Eigen vermogen | 25.061 | 22.365 | 18.442 | 16.156 | 13.994 | 12.424 Voorzieningen | 1.833 | 2.058 | 2.283 | 2.508 | 2.733 | 2.958 Vaste schuld | 36.283 | 78.167 | 73.667 | 66.717 | 61.167 | 55.617 Totaal Vaste Passiva | 63.176 | 102.589 | 94.392 | 85.380 | 77.893 | 70.999 Vlottende schuld | 5.728 |
5.728 | 5.728 | 5.728 | 5.728 | 5.728 Overlopende passiva | 6.055 | 6.055 | 6.055 | 6.055 | 6.055 | 6.055 Totaal Vlottende Passiva | 11.783 | 11.783 | 11.783 | 11.783 | 11.783 | 11.783 Totaal Passiva | 74.959 | 114.372 | 106.174 | 97.163 | 89.676 | 82.781 Pagina 46 van 58 Pagina 47 van 58 6.2 Overzicht reserves en voorzieningen Overzicht reserves en voorzieningen Voorlopige stand jaarrekening 2025 + of -/- 2026 Geraamde stand begroting 2027 (1-1) + of -/- 2027 Geraamde stand begroting 2028 (1-1) + of -/- 2028 Geraamde stand begroting 2029 (1-1) + of -/- 2029 Geraamde stand begroting 2030 (1-1) + of -/- 2030 Geraamde stand begroting 2031 (1-1) Voorlopig rekeningresultaat 2025 1.341.595 -1.341.595 - 1. Algemene Reserve 1.135.114 1.135.114 1.135.114 1.135.114 1.135.114 1.135.114 Totaal algemene reserve 1.135.114 - 1.135.114 - 1.135.114 - 1.135.114 - 1.135.114 - 1.135.114 Bestemmingsreserves 2. Jeugdbrandweer Oost-Gelre 5.436 - 5.436 - 5.436 - 5.436 - 5.436 - 5.436 3. Tijdelijke reserve 699.865 -699.865 - - - - - - - - - 4. Egalisatiereserve afschrijvingen* 13.311.853 -1.000.000 12.311.853 -4.140.700 8.171.153 -2.274.700 5.896.453 -2.135.700 3.760.753 -1.569.700 2.191.053 5. Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO 460.000 - 460.000 - 460.000 - 460.000 - 460.000 - 460.000 6. Reserve incidentele veranderkosten 97.929 - 97.929 - - - - - - - - 7.
Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan 113.669 - 113.669 - 113.669 - 113.669 - 113.669 - 113.669 8. Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’ 294.751 -30.000 264.751 -30.000 234.751 -30.000 204.751 - 204.751 - 204.751 9. Reserve duurzaamheidsmaatregelen 431.886 -35.000 396.886 -35.000 361.886 -35.000 326.886 - 326.886 - 326.886 10. Bestemmingsreserve SOS-toegang en hogedrukleiding 148.770 -38.000 110.770 - 110.770 - 110.770 - 110.770 - 110.770 11. Bestem.res gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheer -0 - -0 - -0 - -0 - -0 - -0 12. Egalisatiereserve MKON 589.965 - 589.965 - 589.965 - 589.965 - 589.965 - 589.965 13. Bedrijfsvoeringreserve ** 3.992.656 45.100 4.037.756 300.350 4.338.106 53.500 4.391.606 -26.500 4.365.106 - 4.365.106 14.
Egalisatiereserve noodfonds crisisbeheersing 2.437.063 -937.500 1.499.563 -17.500 1.482.063 - 1.482.063 - 1.482.063 - 1.482.063 totaal bestemmingsreserves 22.583.844 -2.695.265 19.888.579 -3.922.850 15.867.799 -2.286.200 13.581.599 -2.162.200 11.419.399 -1.569.700 9.849.699 Totaal reserves 25.060.553 -4.036.860 21.023.693 -3.922.850 17.002.913 -2.286.200 14.716.713 -2.162.200 12.554.513 -1.569.700 10.984.813 Voorzieningen voor risico's en verplichtingen Voorziening spaarverlof 503.778 503.778 503.778 503.778 503.778 503.778 Voorziening verlofsparen MKON 74.290 74.290 74.290 74.290 74.290 74.290 Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding 77.668 77.668 77.668 Voorziening binenschilderwerk kazernes 316.783 150.000 466.783 150.000 616.783 150.000 766.783 150.000 916.783 150.000 1.066.783 totaal voorzieningen voor risico's en verplichtingen 972.520 Voorzieningen door derden beklemde middelen Voorziening onderhoud groot kazerne Doetinchem 859.985 75.000 934.985 75.000 1.009.985 75.000 1.084.985 75.000 1.159.985 75.000 1.234.985 Totaal voorzieningen 1.832.505 2.057.505 2.282.505 2.429.837 2.654.837 2.879.837 * voor 2026 is al rekening gehouden met de prognose van een onderuitputting van de kapitaallasten voor 2027 is rekening gehouden met een stijging van de gemeentelijke bijdragen met € 2.500.000 en oplopend in 2030 tot € 4.500.000 ** in de bedrijfsvoeringsreserve wordt in 2026 en
2027 de bespaarde huur van de Europaweg gestort. Deze bedragen tellen niet mee in de bepaling van de weerstandsratio. Pagina 48 van 58 1. Algemene Reserve • Doel: het afdekken van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. • Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de beno- digde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. • Duur: geen einddatum • Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemen e Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre • Doel: jeugdgroep Oost-Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. • Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre). • Duur: geen einddatum • Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 3. Tijdelijke reserve • Doel overheveling budgetten naar het volgende dienstjaar door middel van een AB -besluit 4. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) • Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen als gevolg van afstoten van materi- eel4 (= bestaand beleid).
Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. • Hoogte: € 500.000 minimum, geen maximum. • Duur: geen einddatum. • Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling. 5. Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO) • Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27 -6-2019). • Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). Elke veiligheidsregio heeft dit bedrag ontvangen. • Duur: 2020-2026. • Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 4 verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis 6. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling) • | Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15 | -1-2020). • | Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. • | Duur: tot eind 2026; dit betreft een verlenging voor de duur van 1 jaar. • | Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 7. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings | - en spreidingsplan • | Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings | - en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020). • | Hoogte: € 360.000.
• | Duur: tot eind 2028 • | Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 8. Egalisatiereserve inzetten (uitruk) • | Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrot | ingsbeeld, rustig verloop ge- meentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). • | Hoogte: max. € 400.000. • | Duur: geen einddatum. • | Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk | binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbe- paling. 9. Reserve duurzaamheid • | Doel: in te zetten voor duurzaamheidsmaatregelen • | Hoogte: max. € 600.000, AB | -besluit 7 november 2024 • | Duur: t/m eind 2030 • | Mutaties: AB besluit 10. RCB SOS-toegang/hogedruk blusleiding • | Doel: dekking van de eenmalige opstartkosten voor SOS | -toegang en eenmalige aanpassingen panden met hogedruk blusleiding • | Hoogte: € 235.000, vanuit de post Onvoorzien incidenteel hierin gestort, AB | -besluit 14 december 2023 • | Duur: looptijd van 5 jaar, t/m eind 2027 • | Mutaties: AB-besluit Pagina 49 van 58 Pagina 50 van 58 11.
Bijdrage VNOG gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandrisico • Doel: dekking van de projectkosten spoor 1 van de interregionale gebiedsgerichte aanpak natuurbrandrisico, waaronder inhuur e n vervanging van personele capaciteit en hierbinnen € 50.000 te reserveren voor incidentele projectkosten waaronder ICT • Hoogte: De maximale hoogte is € 780.000, vanuit de post prijscompensatie is incidenteel € 416.000 gestort, AB -besluit 14 december 2023 • Duur: t/m eind 2026 • Mutaties: AB besluit 12. Egalisatiereserve Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking • Doel: met het afsluiten van het convenant tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel over de nieuwe Meldka mer Oost-Nederland (onderdeel: Meldkamer Brandweer/Multi, MKON-MKBM) is besloten tot het instellen van een egalisatiereserve voor d e gedeelde kosten. In het convenant is daarover het volgende opgenomen: “Het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON -MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken aan de bestemde reserve MKON-MKBM.” Dit convenant is door alle vijf betrokken algemeen besturen in 2023 bekrachtigd. Deze egalisatiereserve wordt gevormd uit de middelen die door de vijf veiligheidsregio’s worden ingezet ter dekking van de kosten van de MKON -MKBM. • Hoogte: (nog) niet bepaald.
Op termijn kan de werking van de reserve door de vijf veiligheidsregio’s worden geëvalueerd en ka n er mogelijk een plafond worden afgesproken. Het meerdere dat uitstijgt boven het plafond kan vervolgens terugvloeien naar de vijf regio’s conform de financiële verdeelsleutel • Duur: geen einddatum • Mutaties: het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON -MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken 13. Bedrijfsvoeringsreserve • Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk af vlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit. • Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal 5 . • Duur: geen einddatum • Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten . 14. Egalisatiereserve noodfonds crisisbeheersing • Doel: het versterken en flexibiliseren van crisisbeheersing, informatiepositie en informatie -uitwisseling om zo nog beter in staat te zijn toekomstige incidenten of crises met impact op één of meer gemeenten het hoofd te bieden. • Hoogte: maximale hoogte van € 2.500.000. 5 Ter overbrugging zijn de tijdelijk bespaarde (huur)lasten (v.a.