24.2 VNOG,15-09-2026, Programmabegroting VNOG 2027-2030
Tekst van het document
Programmabegroting 2027-2030 23 juli 2026
Pagina 2 van 58 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1. Inleiding 4 2. Missie, opgaven, visie 6 3. Programma’s 8 Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer Multi (MKON-MKBM) Programma 5. Directie en Control Programma 6. Bedrijfsvoering Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen Programma 8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten) 4. Paragrafen 23 4.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3 Financiering en Treasury 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheidsparagraaf 5. Financiële begroting 36 5.1 Kaders en uitgangspunten 5.2 Beleidsregels en uitgangspunten reserves 5.3 Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten 5.4 Personeelslasten 5.5 Overzicht van baten en lasten 5.6 Overzicht taakvelden, beleidsindicatoren en financiële kengetallen 6. Uiteenzetting financiële positie 46 6.1 Geprognosticeerde balans 6.2 Overzicht reserves en voorzieningen 6.3 Overzicht kredieten Bijlagen 53 Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Gemeentelijke bijdrage 2027 en prognose 2028-2030 Bijlage 3. Overzicht programma 8 Bijlage 4. Overzicht van de gekwantificeerde- en niet-gekwantificeerde risico’s Pagina 3 van 58 Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2027–2030 van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelder- land (VNOG).
Een document dat niet alleen onze financiële kaders schetst, maar vooral richting geeft aan hoe wij ons als organisatie blijven ontwikkelen in een omgeving die steeds complexer wordt. De afgelopen jaren hebben laten zien dat crises zich onverwacht kunnen aandienen en vaak meerdere domeinen tegelijk raken en dat ontwikkelingen en (globale) dreigingen onvoor- spelbaar zijn en snel grote impact kunnen hebben. De samenleving vraagt om een robuuste VNOG, met een stevige basis, wendbaarheid en vooral: weerbaarheid. Weerbaarheid betekent voor VNOG meer dan het kunnen optreden tijdens incidenten. Het gaat om het versterken van onze mensen, onze processen en onze informatiesystemen, zodat we onze wettelijke taken continue, betrouwbaar en toekomstbestendig kunnen uitvoeren. Alleen zo kunnen onze inwoners en gemeenten blijvend op ons rekenen als het er op aan komt. En kunnen wij aan hen die ondersteuning bieden die zij nodig hebben bij het vergroten van hun eigen weer- baarheid. Dat doen we in een tijd van oplopende kosten, toenemende krapte op de arbeids- markt en hoge verwachtingen van inwoners en partners. Juist daarom is het van belang om onze middelen doelmatig in te zetten en voortdurend kritisch te blijven kijken naar de balans tussen ambities en beschikbare capaciteit. De begroting die voor u ligt, laat zien hoe we deze balans willen realiseren.
We investeren gericht in professionalisering, digitale weerbaarheid, opleiden & trainen, continuïteit, en in het borgen van een robuuste bedrijfsvoering. Tegelijkertijd blijven we zoeken naar slimme oplossingen, sa- menwerking en innovatie om onze organisatie verder te versterken. Ik wil alle medewerkers en partners binnen de regio bedanken voor hun voortdurende inzet en betrokkenheid. En speciaal woord van dank aan onze deelnemende gemeenten voor het ge- toonde vertrouwen. Samen bouwen we aan een weerbare VNOG die voorbereid is op de uitda- gingen van morgen, die u ondersteunt als u ons nodig heeft, en die blijft staan voor veiligheid in onze regio. Namens het dagelijks bestuur VNOG, J. Joon portefeuillehouder Middelen Pagina 4 van 58 1. Inleiding De rode draad in deze programmabegroting 2027-2030 zijn de vijf Opgaven van VNOG die staan in het regionaal beleidsplan. Alle doelstellingen en activiteiten in de programma’s in deze begro- ting zijn gerelateerd aan deze vijf Opgaven. De Opgaven vormen het concrete antwoord van VNOG op de vragen van de samenleving. In het regionaal beleidsplan zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten/ambities benoemd op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Met deze speerpunten geven we een antwoord op de (maatschappelijke) ontwikkelingen die we voor ko- mende jaren voorzien.
Daarmee blijft VNOG voorbereid op de toekomst. Verder blijft het thema ‘Weerbaarheid’ ook een belangrijke rol spelen. VNOG ondersteunt de samenleving in het vergro- ten van weerbaarheid, versterkt haar eigen continuïteit en weerbaarheid en bereidt zich voor om haar rol te pakken, mocht zich een verstoring voordoen. Het financiële effect van de op 19 maart 2026 door het AB vastgestelde Kadernota 2027-2030 is verwerkt in deze begroting. Dit betreft onder andere de toegepaste ramingsgrondslagen, loon- en prijsindices, ontwikkelrichtingen en autonome ontwikkelingen. Tevens is in deze begroting de besteding van de Weerbaarheids-BDuR verwerkt, zoals op 19 maart 2026 door het AB besloten. Dit betreft de middelen vanuit het Rijk die specifiek voor dit onderwerp dienen te worden inge- zet. Tenslotte zijn in deze begroting de risico's herijkt in vervolg op wat daarover is opgenomen in de Kadernota 2027 en de jaarrekening 2025. VNOG moet, met alle ontwikkelingen om haar heen, de gezondheid van haar bedrijfsvoering be- waken en ervoor zorgen dat zij haar Opgaven kan blijven uitvoeren. Deze tijd vraagt om een ro- buuste VNOG die klaar staat voor haar inwoners. Hiervoor heeft VNOG ook de gemeenten nodig. Gemeenten staan echter ook voor grote, (financiële) uitdagingen die naar verwachting ook ko- mende jaren verdere invloed gaan krijgen.
VNOG heeft hier oog voor en probeert door slimme samenwerkingen en efficiënte inzet van middelen, kostenstijgingen zoveel mogelijk te beperken. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de koers van de VNOG zoals verwoord in het beleidsplan (missie, visie en Opgaven). In hoofdstuk 3 staan de programma’s en welke activiteiten in 2027 worden uitge- voerd met welke middelen, alsook de indicatoren waarmee de voortgang op de Opgaven perio- diek wordt gemeten. Hoofdstuk 4 bevat de verplichte paragrafen. In hoofdstuk 5 Financiële be- groting worden de kaders en uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2027 – 2030 beschre- ven. In hoofdstuk 6 wordt de financiële positie uiteengezet. Daarna volgen bijlagen met diverse (onder andere financiële) overzichten. Pagina 5 van 58
Pagina 6 van 58 2. Missie, opgaven, visie Vragen van de samenleving en Missie De samenleving stelt primair twee vragen aan VNOG: • Help mij als ik in nood ben (bij brand, ongevallen, rampen, crises). • Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren (gevaar te voorkomen/mezelf te helpen). Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan ons. Wij beant- woorden deze vragen vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veilig- heidsregio’s. De missie van VNOG daarbij is: “Samen werken aan veiligheid”. Opgaven Met onze Opgaven beantwoorden wij de twee vragen van de samenleving: • Opgave 0: Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises • Opgave 1: Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2: Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3: Sterke informatiepositie • Opgave 4: Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder deze op- gavegerichte begroting. Visie De visie beschrijft hoe VNOG haar missie gestalte geeft. De visie luidt als volgt: • Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar nu en in de toekomst veilig en gezond ge- woond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. • VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid.
• VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. • Bij een incident, crisissituatie of ramp staat VNOG garant voor professionele hulpverlening: o VNOG heeft een fijnmazig netwerk van slagvaardige brandweerposten met passend materieel en goed opgeleide en getrainde medewerkers (Brandweer). o VNOG coördineert de geneeskundige hulpverlening bij rampen/crises (GHOR). o Samen met partners (o.a. gemeenten) bereiden we ons voor op crises en bestrijden die (Multidisciplinaire crisisorganisatie). • VNOG zet in op zelfredzaamheid. Wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om die te vergroten, stimuleren veilig gedrag en helpen gemeenten goede vergunningen te verlenen. • VNOG verzamelt, monitort, analyseert en duidt data. Daarmee beoordelen we risico’s en we gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij de bestrijding. • Wij voeren alle ondersteunende werkzaamheden voor onze taken uit, zoals oefenen, oplei- den, inkoop, onderhoud en alle achterliggende administratie. • VNOG zet in op samenwerking met vele partners, want die is waardevol, noodzakelijk en on- misbaar: regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal. • Met daadkracht, deskundigheid, en passie -onze kernwaarden- geven wij samen met part- ners uitvoering aan onze missie: ‘Samen werken aan veiligheid’ De missie, opgaven en visie staan in het regionale beleidsplan 2025-2028.
Pagina 7 van 58 Speerpunten 2025-2028 In het regionaal beleidsplan 2025-2028 zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten benoemd op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Op een tweetal speerpunten hebben we de ambitie om te excelleren. De activiteiten op de speerpunten komen in de begroting terug bij de betreffende afdelingen. Op de voortgang van de activiteiten van de speerpunten wordt in de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd. In overzicht: Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises • De reguliere taken op deze Opgave • Speerpunt: Crisisbeheersing • Speerpunt: Grensoverstijgende samenwerking • Speerpunt: Natuurbrandbeheersing (excelleren) Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust • De reguliere taken op deze Opgave • Speerpunt: Risicobewust maken van de samenleving (gedragsinterventies) (excelleren) Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig • De reguliere taken op deze Opgave Opgave 3. Sterke informatiepositie • De reguliere taken op deze Opgave • Speerpunt: Informatievoorziening Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers • De reguliere taken op deze Opgave • Speerpunt: Arbeidsmarkt Het thema ‘Weerbaarheid’ speelt zich af op diverse Opgaven van VNOG; alle afdelingen zijn hierbij betrokken. Indicatoren, kengetallen VNOG gebruikt diverse indicatoren etc.
om op de voortgang te rapporteren. Op de prestatiekaart wordt twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties via indicatoren toegelicht. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening, zodat op een het- zelfde moment over zowel de voortgang van prestaties, beleidsinhoud als financiën wordt ge- rapporteerd. Daarnaast zijn in de diverse paragrafen van deze begroting ook kengetallen, ratio’s, grondslagen, etc. opgenomen, alsook de verplichte beleidsindicatoren vanuit het BBV.
Pagina 8 van 58 3. Programma’s 3.1. Programma: 1. Risico- en Crisisbeheersing Programmahouder: dhr. J. Joon (plv.) Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De afdeling Risico- en Crisisbeheersing (RCB) heeft een breed takenpakket en is betrokken in verschillende fasen van de veiligheidsketen. RCB werkt risicogericht met als basis het regionaal crisisplan, beleidsplan, regionaal risicoprofiel en het dienstverleningsconcept. Daarbij gaat het onder andere over het analyseren van risico’s, het adviseren op omgevingsvisies, -plannen, - projecten en -vergunningen, het adviseren en voorlichten van inwoners in het kader van zelfred- zaamheid en risicobewustwording. Ook bouwt RCB aan een robuust netwerk met partners in veiligheid waaronder gemeenten. Samenwerkingsafspraken leggen wij vast. RCB bereidt de cri- sisorganisatie voor op mogelijke incidenten, rampen en (langdurige)crises en het biedt informa- tie aan operationele functionarissen. Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises. a. Vergroten weerbaarheid/veerkracht samenleving en (crisis)organisatie.
RCB: • faciliteert en regisseert een breed regionaal platform waar kennis vanuit de samenleving wordt samengebracht en waar crisispartners bijeenkomen ter bevordering van weerbaar- heid en veerkracht; • ondersteunt VNOG-gemeenten in hun crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en cri- siscommunicatie. Bereidt de collegiale visitatie voor gericht op versterking crisisbeheersing. • geeft uitvoering aan het programmaplan Weerbaarheid; • verwerkt de uitkomsten uit de collegiale visitatie van 2026 gericht op versterking crisisbe- heersing. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroting van de (maatschappelijke) weerbaarheid en veerkracht. RCB: • werkt aan de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing; • versterkt de veerkracht en weerbaarheid van inwoners; • voert het excelleerplan ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’ uit. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Netwerk met (internationale) partners voor crisisbeheersing verder vormgeven. RCB: • versterkt de samenwerking in Oost-Nederland, met het Rijk en Duitsland; • zet randvoorwaarden neer ter voorbereiding op een internationale oefening in 2027. b. Als netwerkpartner toegerust zijn om tijdig (integrale) veiligheidsadvisering te verlenen. RCB: • versterkt de vaardigheden van adviseurs, gericht op het toepassen van de risicogerichte ad- visering; • monitort Bevolkingszorg aan de hand van de tool en schakelt bij waar nodig.
Pagina 9 van 58 c. Deelnemers multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend. RCB: • verbetert de crisisorganisatie vanuit het lerend vermogen (als onderdeel van kwaliteitszorg); • bereidt de crisisorganisatie voor in het kader van militaire dreiging en continuïteitvraagstuk- ken; • werkt mee aan de oprichting van een landelijk kennis- en Expertisecentrum Natuurbrand. 3. Sterke informatiepositie a. Informatie als basis voor risicogerichte advisering. RCB: • brengt gevraagd en ongevraagd advies zowel in de ontwerp- als de gebruiksfase van de pu- blieke/fysieke leefomgeving vanuit een helder informatiebeeld. b. VNOG acteert op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s. RCB: • monitort continu risico’s en dreigingen en deelt deze met de operationele organisatie en netwerkpartners; • past het informatiegestuurd werken toe, zowel internationaal, in Oost-5 en met de kolom- men; • levert een bijdrage in de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5 voor KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s).
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten 328.239 - - - - - Lasten 8.761.937 9.074.650 9.643.700 9.603.700 9.563.700 9.563.700 Saldo -8.433.698 -9.074.650 -9.643.700 -9.603.700 -9.563.700 -9.563.700 Baten - - - - - - Lasten - - 220.000 220.000 220.000 220.000 Saldo - - -220.000 -220.000 -220.000 -220.000 Baten - - - - - - Lasten - - - - - - Saldo - - - - - - Baten 667.284 - - - - - Lasten 767.779 856.095 - - - - Saldo -100.495 -856.095 - - - - Baten 706.545 - - - - - Lasten 1.769.776 1.357.520 860.870 897.570 857.570 857.570 Saldo -1.063.231 -1.357.520 -860.870 -897.570 -857.570 -857.570 Baten - - - - - - Lasten 941 2.000 2.000 - - - Saldo -941 -2.000 -2.000 - - - Totaal saldo baten en lasten -9.598.365 -11.290.265 -10.726.570 -10.721.270 -10.641.270 -10.641.270 Mutaties reserves Baten 348.538 826.095 - - - - Lasten 614.081 - - - - - Saldo reserves -265.543 826.095 - - - - Resultaat -9.863.908 -10.464.170 -10.726.570 -10.721.270 -10.641.270 -10.641.270 Overig Rente en afschrijving Mutaties reserve(s) Raming 2029 Raming 2030 Personele kosten Vakbekwaam worden en blijven Regionaal Brandmeldsysteem Projecten Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028 Pagina 10 van 58 3.2. Programma: 2. Brandweerzorg Programmahouder: dhr. M. Boumans Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0.
Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De afdeling Brandweerzorg (BWZ) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten af te handelen. Deze taak wordt op een doeltreffende en veilige wijze voorbereid en onder- steund door aandacht te hebben voor Materieel & Logistiek, Vakbekwaamheid en Nazorg. Te- vens heeft BWZ de juiste informatie op de juiste wijze en op het juiste moment beschikbaar, zo- dat voorafgaand en ten tijde van een incident adequaat kan worden opgetreden. Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Bieden van zo snel mogelijke hulp aan burgers, dieren, bedrijven en instellingen door effec- tieve en kwalitatieve brandweerzorg, afgestemd op de risico’s in het gebied van VNOG. BWZ: • werkt voor een weerbare samenleving aan het op orde houden van de eigen bedrijfs- continuïteit; • maakt nieuw beleid voor bluswatervoorzieningen in relatie tot klimaatverandering; • bouwt verder aan de repressieve organisatie voor de nieuwe 1-post Apeldoorn; • versterkt de samenwerking met de Grensliaisons t.b.v.
de grensoverstijgende coördinatie; • gaat voor natuurbrandbestrijding starten met een pilot “Progressive hose lay”, een inzettac- tiek waarbij speciale blusslangen onder waterdruk verlengd kunnen worden; • doet een definitieve evaluatie van de Regeling Kazerne dagdiensten posten Zutphen – Doetinchem; • rondt de plannen af voor het robuuster inrichten van de piketten voor operationele leiding en start met de implementatie; • gaat op basis van het inspectierapport bijdragen aan een nieuw landelijk overzicht qua slag- kracht om te kunnen toetsen aan het nieuwe landelijke risicoprofiel; • start een onderzoek naar de bereikbaarheid van kazernes voor vrijwilligers gelet op de mobiliteitsplannen van gemeenten; • levert brandweerzorg vanuit een compact, slagvaardig, fijnmazig netwerk van brandweer- posten met repressieve medewerkers die veilig, doeltreffend (bekwaam) optreden, conform Dekkingsplan; met toepassing van dynamisch alarmeren en Uitruk op Maat (TS-Flex). b. Materieel en materiaal is functioneel en doelmatig en is 24/7 beschikbaar voor uitruk en vak- bekwaam worden én blijven conform het dekkings- en spreidingsplan.
BWZ: • werkt verder aan de implementatie van de nieuwe tankautospuiten en de vervanging van een groot deel van de dienstvoertuigen door elektrische exemplaren; • levert een maximale inspanning om blootstelling aan schadelijke stoffen als PFAS te beper- ken door het versterken van werkprocessen en de inzet van RFID-techniek; • versterkt haar slagkracht door een duidelijke en uniforme werkwijze, gebiedsonafhankelijk. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Personeel is vakbekwaam om operationeel op te treden. BWZ: • volgt nauwlettend de landelijke ontwikkelingen in het brandweeronderwijs en participeert waar mogelijk; Pagina 11 van 58 • werkt aan een doorontwikkeling middels nieuwe aanbestedingen voor realistisch oefenen, de inzet van VR-middelen, kennisclips en lesplannen; • start met het Management Development traject voor postcommandanten. b. Processen en procedures zijn afgestemd op de aanwezige risico’s in het gebied. BWZ: • zorgt dat processen en procedures actueel zijn en aansluiten op het risicoprofiel en op el- kaar; • zorgt dat procedures zodanig zijn ingericht dat zij informatie verstrekken of toepasbaar zijn tijdens het bestrijden van incidenten en zorgen voor verbinding met externe partners. c. Adequate nazorg voor repressieve medewerkers. BWZ: • ondersteunt eigen personeel bij o.a.
bij traumatische ervaringen; • voert evaluaties van incidenten uit in het kader van leren van incidenten. 3. Sterke informatiepositie. a. Inzicht in gegevens door informatiegestuurd werken. BWZ: • gaat verder op de ingeslagen weg van doorontwikkeling en participatie, zowel regionaal als landelijk voor actuele thema’s als energietransitie, vrijwilligheid en natuurbrandbestrijding. Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten 167.341 - - - - - Lasten 12.122.671 12.248.000 12.943.800 12.708.200 12.577.800 12.577.800 Saldo -11.955.330 -12.248.000 -12.943.800 -12.708.200 -12.577.800 -12.577.800 Baten 8.893 - - - - - Lasten 9.567.171 9.334.000 10.024.700 10.024.700 10.024.700 10.024.700 Saldo -9.558.278 -9.334.000 -10.024.700 -10.024.700 -10.024.700 -10.024.700 Baten - - - - - - Lasten 241.221 263.800 263.800 263.800 263.800 263.800 Saldo -241.221 -263.800 -263.800 -263.800 -263.800 -263.800 Baten - - - - - - Lasten 11.498 18.000 18.000 18.000 18.000 18.000 Saldo -11.498 -18.000 -18.000 -18.000 -18.000 -18.000 Baten 345.193 - - - - - Lasten 3.057.079 3.040.005 2.857.005 2.862.005 2.862.005 2.862.005 Saldo -2.711.886 -3.040.005 -2.857.005 -2.862.005 -2.862.005 -2.862.005 Baten - - - - - - Lasten 3.421.911 3.777.810 3.607.810 3.607.810 3.607.810 3.596.810 Saldo -3.421.911 -3.777.810 -3.607.810 -3.607.810 -3.607.810 -3.596.810 Baten 87.823 84.000 84.000 84.000 84.000 84.000
Lasten 74.757 105.240 105.240 105.240 105.240 105.240 Saldo 13.067 -21.240 -21.240 -21.240 -21.240 -21.240 Baten - - - - - - Lasten 5.019.745 8.681.140 11.050.000 10.684.000 10.421.000 10.232.000 Saldo -5.019.745 -8.681.140 -11.050.000 -10.684.000 -10.421.000 -10.232.000 Totaal saldo baten en lasten -32.906.802 -37.383.995 -40.786.355 -40.189.755 -39.796.355 -39.596.355 Mutaties reserves Baten 687.726 492.140 80.000 - - - Lasten 743.103 - - - - - Saldo reserves -55.377 492.140 80.000 - - - Resultaat -32.962.179 -36.891.855 -40.706.355 -40.189.755 -39.796.355 -39.596.355 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Personele kosten Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Rente en afschrijving Mutaties reserve(s) Vrijwilligers vergoedingen Vrijwilligers overig Operationele voorbereiding Materieel en logistiek Vakbekwaam worden en blijven Overig Pagina 12 van 58 3.3. Programma: 3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in de Regio (GHOR) Programmahouder: dhr. W. Jaeger Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De GHOR is vanuit de Wet veiligheidsregio’s belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises.
Daarnaast is de GHOR verantwoordelijk voor de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. De GHOR bevordert dat zorgorganisaties tijdens crisissituaties samen één hulpverleningsketen vormen en optimaal sa- menwerken met andere hulpdiensten. Daarnaast bevordert de GHOR dat zorgorganisaties con- tinuïteit van zorg bieden onder alle omstandigheden. De GHOR opereert daarbij op het snijvlak van zorg, veiligheid en openbaar bestuur. Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises. a. Beschikbaarheid van een 24/7 parate en professionele crisisorganisatie GHOR. De GHOR: • voorziet 24/7 in een professionele, zichtbare en goed geoutilleerde crisisorganisatie GHOR. b. Optimale samenwerking met en advisering over zorg, veiligheid en openbaar bestuur, om ke- tencontinuïteit van zorg te bevorderen en slachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen of hen de best beschikbare zorg te laten bieden. Zorgorganisaties zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor het bieden van verantwoorde zorg onder alle omstandigheden. De GHOR: • adviseert en werkt samen met GGD, acute- en niet acute zorgorganisaties in de voorberei- ding op én tijdens rampen en crises. Hiertoe maakt de GHOR o.a.
afspraken, monitort voor- bereidingen, bevordert publieke gezondheid, organiseert themabijeenkomsten, ac- countoverleggen en oefeningen, en neemt deel aan ROAZ-overleggen; • adviseert en werkt samen met multidisciplinaire partners in de voorbereiding op en tijdens rampen en crises. Hiertoe draagt de GHOR o.a. bij aan regionale en operationele planvor- ming; • adviseert structureel in het kader van veiligheid en gezondheid, o.a. in de advisering bij eve- nementen, omgevingsveiligheid, zorgcontinuïteit, nieuwe risico’s en incidenttypen; • volgt ontwikkelingen en draagt bij aan doorontwikkeling en innovatie; • werkt waar mogelijk bovenregionaal en landelijk samen, gebruikt waar nodig bestuurlijke overlegstructuren voor strategische beïnvloeding en zet communicatie in. 1. Zelfredzaam en risicobewust. a. Optimale weerbaarheid van de zorgsector en van de samenleving op gebied van gezondheid(- szorg). De GHOR: • neemt deel aan weerbaarheidsinitiatieven en -onderzoek binnen VNOG, o.a door deelname aan het programma weerbaarheid en afstemming met afdeling GVL; • adviseert in het kader van weerbare zorgsector, o.a over nieuwe en ontregelende risico’s als vervolg op aanbod militaire slachtoffers en grootschalige en langdurige stroomuitval. Pagina 13 van 58 b. Actualisatie en inzet van het regionale zorgrisicoprofiel.
De GHOR: • heeft een actueel regionaal zorgrisicoprofiel met als basis het regionale risicoprofiel, en zet dit samen met het zorgnetwerk in bij voorbereiding en advisering. 2. Vakbekwaam en deskundig. a. Beschikbaarheid van vakbekwame functionarissen GHOR. De GHOR: • voorziet in een flexibele en vakbekwame operationele GHOR-organisatie, uitgerust met juiste training, materialen, middelen voor coördinatie bij rampen en crises. Hiertoe organi- seert de GHOR o.a. (innovatieve) vakbekwaamheidsactiviteiten, zorgt voor beschikbaarheid materialen, informatie en operationele planvorming. b. Optimale samenwerking met vakbekwame crisisorganisaties zorgsector, GGD en multidisci- plinaire partners. De GHOR: • adviseert crisisorganisaties van zorgsector, GGD en multidisciplinaire partners over aanslui- ting op de operationele GHOR-organisatie, organiseert en neemt deel aan opleidingsactivi- teiten. 3. Sterke informatiepositie. a. Stevige positie binnen het zorgnetwerk en de veiligheidsregio op gebied van informatiemana- gement. De GHOR: • bevordert en stimuleert de netcentrische werkwijze in de zorgsector (o.a LCMS-GZ). b. Betrouwbaar en integraal informatieknooppunt voor geneeskundig beeld en risico’s gezond- heid(szorg). De GHOR: • draagt bij aan landelijke en (boven)regionale doorontwikkeling geneeskundig beeld (VIK, witte informatiebron Oost-5, KCR2), zodat o.a.
stapeling risico’s breed inzichtelijk is. c. Optimale ondersteuning van werkzaamheden GHOR-crisisorganisatie en GHOR-bureau. De GHOR: • ontwikkelt digitale en innovatieve werkwijzen en werkvormen, o.a. ten behoeve van informa- tie op de incidentlocatie en ter ondersteuning van de werkzaamheden en kwaliteit van het GHOR-bureau. Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten 14.450 - - - - - Lasten 1.834.176 1.958.700 2.005.700 2.005.700 2.005.700 2.005.700 Saldo -1.819.726 -1.958.700 -2.005.700 -2.005.700 -2.005.700 -2.005.700 Baten - - - - - - Lasten - - 168.000 168.000 168.000 168.000 Saldo - - -168.000 -168.000 -168.000 -168.000 Baten 29.722 48.000 34.000 34.000 34.000 34.000 Lasten 273.766 410.000 319.000 319.000 319.000 319.000 Saldo -244.044 -362.000 -285.000 -285.000 -285.000 -285.000 Baten - - - - - - Lasten 247 16.000 40.000 39.000 38.000 53.000 Saldo -247 -16.000 -40.000 -39.000 -38.000 -53.000 Totaal saldo baten en lasten -2.064.018 -2.336.700 -2.498.700 -2.497.700 -2.496.700 -2.511.700 Mutaties reserves Baten - - - - - - Lasten 25.106 - - - - - Saldo reserves -25.106 - - - - - Resultaat -2.089.124 -2.336.700 -2.499.700 -2.498.700 -2.497.700 -2.512.700 Overig Rente en afschrijving Mutaties reserve(s) Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Vakbekwaam worden en blijven Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Product L/B Personele kosten Pagina 14 van 58 3.4.
Programma: 4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking (MKON-MKBM) Programmahouder: dhr. J.N. Rozendaal Welke Opgaven voert de MKON-MKBM primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De meldkamer is dé betrouwbare verbinding tussen de hulpverlening en de bevolking en werkt als meld-, regel- en coördinatiecentrum, waar alle meldingen van brandweer, politie en ambu- lancezorg binnen komen. De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Over- ijssel vanuit Apeldoorn en wordt ondersteund door de Landelijke Meldkamersamenwerking (LMS) die de meldkamervoorzieningen levert. Een zelfstandig onderdeel binnen MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). De MKBM valt onder de geza- menlijke verantwoordelijkheid van vijf veiligheidsregio’s. VNOG voert voor hen het centrale werkgeverschap uit en een aantal bedrijfsvoeringstaken voor de MKBM. Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Aanname, verwerking en begeleiding 24/7 van noodmeldingen.
MKON-MKBM: • neemt meldingen aan, verwerkt ze, geeft ze uit en handelt ze af; • alarmeert de hoofdstructuur bij rampen en crises en voert initieel het proces ‘waarschuwen en alarmeren bevolking’ uit; • voorziet in een rooster (beheer en bewaking); • zet in het kader van internationale ontwikkelingen en de dreiging van ontwrichtingen extra in op continuïteitsmanagement, weerbaarheid en flexibiliteit, samen met partners; • voert de aanbevelingen/verbeterpunten uit derde/laatste Evaluatie (gedaan in 2026) uit. b. Beschikbaarheid 24/7 van de Caco. MKON-MKBM: • vult de functie van Calamiteitencoördinator in door speciaal daarvoor opgeleide CaCo’s. De taken van de CaCo zijn wettelijk bepaald. 2. Vakbekwaam en deskundig. a. Vergroting van kennis en vaardigheden. MKON-MKBM: • voorziet in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en kwaliteitszorg. Vrijgestelde medewerkers voeren deze uit; • voert het oefenplan uit; • draagt bij aan leren van incidenten en verwerkt leerpunten uit evaluaties; • zorgt voor goede afstemming en wisselwerking tussen meldkamer en veiligheidsregio’s; • neemt deel aan (inter)regionale netwerken. 3. Sterke informatiepositie. a. Hoogwaardige informatievoorziening en actueel veiligheidsbeeld.
MKON-MKBM: • laat de informatievoorziening tot stand komen in wisselwerking met de vijf veiligheidsregio’s, op basis van hun bekendheid met het verzorgingsgebied en het inzetpotentieel; Pagina 15 van 58 • voorziet burgers en hulpverleners van handelingsperspectieven en andere relevante infor- matie; • laat de interne en externe communicatie over uitrukken en incidenten door de veiligheidsre- gio’s zelf uitvoeren; • monitort de ontwikkelingen in de samenwerking met de meldkamer ambulance en de zorg- coördinatiecentra. Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde be- drijfsvoering door VNOG, alsmede de financiële risico’s worden gedragen door de vijf veilig- heidsregio’s op basis van een vaste verdeelsleutel. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. Met VNOG zijn voorts afspraken gemaakt over de verre- kening van de (structurele en incidentele) kosten van VNOG voor de ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën.
Baten 142.475 - - - - - Lasten 4.838.411 5.245.590 5.446.590 5.446.590 5.446.590 5.446.590 Saldo -4.695.936 -5.245.590 -5.446.590 -5.446.590 -5.446.590 -5.446.590 Baten 4.265.207 4.310.920 4.495.336 4.498.336 4.501.336 4.499.336 Lasten 696.490 450.750 490.750 490.750 490.750 490.750 Saldo 3.568.717 3.860.170 4.004.586 4.007.586 4.010.586 4.008.586 Baten - - - - - - Lasten 31.501 32.000 38.000 41.000 44.000 42.000 Saldo -31.501 -32.000 -38.000 -41.000 -44.000 -42.000 Totaal saldo baten en lasten -1.158.720 -1.417.420 -1.480.004 -1.480.004 -1.480.004 -1.480.004 Mutaties reserves Baten - - - - - - Lasten 208.929 - - - - - Saldo reserves -208.929 - - - - - Resultaat -1.367.649 -1.417.420 -1.480.004 -1.480.004 -1.480.004 -1.480.004 Mutaties reserve(s) Personele kosten Overig Rente en afschrijving Product L/B Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Pagina 16 van 58 3.5. Programma: 5. Directie, Control en Staf Programmahouder: dhr. A.J.M. Heerts Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch be- leidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en ad- visering over interne en externe communicatie.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven) a. VNOG blijft toekomstbestendig, omgevingsbewust, wendbaar en weerbaar, binnen kaders zoals afgesproken in het regionaal beleidsplan 2025-2028 en in de context van een continue ver- anderende maatschappij. Directie en Control: • bewaakt de prestatie-indicatoren en de doelstellingen uit het vastgestelde regionaal be- leidsplan 2025-2028, ten behoeve van inhoudelijke beheersing; • monitort de planning en control cyclus, ten behoeve van financiële beheersing, met aan- dacht voor efficiency in verband met de financiële positie van gemeenten; • neemt uitvoeringsbesluiten over de formatie en monitort het personeelsbestand; • stuurt op de ontwikkeling van de organisatie en voert regie op het thema ‘weerbare samenle- ving’, waardoor VNOG zich continu aanpast aan veranderende omstandigheden; • stimuleert innovatie door innovatieve ideeën uit te (laten) werken, te testen en toe te passen. b. Tijdige, juiste en volledige informatievoorziening voor het bestuur, de directeur en het ma- nagement over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. Directie en Control: • toetst voorstellen en besluiten op uitvoerbaarheid; • stemt verwachtingen tussen de medewerkers, posten, het MT en het bestuur af o.a.
door zichtbaarheid van directeur en management en een transparant besluitvormingsproces; • begeleidt het bestuurlijke traject rondom de ontwikkeling van het nieuwe hoofdkantoor; • voert externe visitaties uit en verwerkt de uitkomsten van de verdiepende visitatie bij VNOG uit 2026; • biedt ondersteuning bij en rapporteert op hoofdlijnen over de uitkomsten van de verbijzon- derde interne controle aan de directie en het bestuur; • stimuleert het opzetten van het wettelijk vereiste kwaliteitszorgsysteem inclusief heldere be- drijfsprocessen waarbij continue aandacht is voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze processen, waarbij specifiek ook aandacht is voor beveiliging tegen onrechtmatig han- delingen zowel van buitenaf als intern. c. VNOG is erkend autoriteit op het gebied van veiligheid en is nadrukkelijk verbonden in het net- werk van publieke veiligheid en publieke gezondheid; Directie en Control: • stimuleert en versterkt de samenwerking, o.a. op Oost-5 niveau, met GGD NOG, NIPV, De- fensie, de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), met Duitse buurregio’s en in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV); • ondersteunt de voorzitter NIPV en plv. voorzitter Veiligheidsberaad, dhr.
Heerts; • organiseert webinars ten behoeve van gemeenteraden, bezoekt desgevraagd gemeentera- den en organiseert bijeenkomsten voor de raadsadviescommissie VNOG; • borgt het lerend vermogen als onderdeel van het in control zijn. Pagina 17 van 58 Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten 94.971 - - - - - Lasten 707.492 618.700 663.700 663.700 663.700 663.700 Saldo -612.522 -618.700 -663.700 -663.700 -663.700 -663.700 Baten - - - - - - Lasten 11.092 20.000 40.000 20.000 40.000 20.000 Saldo -11.092 -20.000 -40.000 -20.000 -40.000 -20.000 Baten 159.015 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 Lasten 333.675 128.000 154.800 319.800 359.800 370.800 Saldo -174.660 -126.000 -152.800 -317.800 -357.800 -368.800 Baten - - - - - - Lasten 104.898 75.000 75.000 75.000 75.000 75.000 Saldo -104.898 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 Totaal saldo baten en lasten -903.172 -839.700 -931.500 -1.076.500 -1.136.500 -1.127.500 Mutaties reserves Baten - - - - - - Lasten - - - - - - Saldo reserves - - - - - - Resultaat -903.172 -839.700 -931.500 -1.076.500 -1.136.500 -1.127.500 Control Mutaties reserve(s) Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Personele kosten Bestuur Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Directie overig Pagina 18 van 58 3.6. Programma: 6. Bedrijfsvoering Programmahouder: dhr. J. Joon Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4.
Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers De afdeling Bedrijfsvoering (BV) ondersteunt bestuur, management en medewerkers. BV bevor- dert transparantie en een rechtmatige bedrijfsvoering en zorgt voor goed uitgeruste werkplekken en kazernes. BV ondersteunt effectieve communicatie met moderne hulpmiddelen. Medewer- kersmotivatie is cruciaal, dus er wordt geïnvesteerd in training en ontwikkeling, en fysieke en mentale fitheid. Informatieveiligheid is een randvoorwaarde. Taken omvatten beleids- en juri- disch advies, administratie, secretariaat, communicatie, financiën, inkoop, verzekeringen, vast- goed, servicedesk, projecten, HRM, ARBO, informatisering, archief en privacy & security. BV treft verder ook de voorbereidingen die in het kader van de bedrijfscontinuïteit nodig zijn, zodat de vi- taal verklaarde primaire processen bij een verstoring door kunnen gaan. De komende jaren werkt de afdeling aan het robuust maken van alle voorgenoemde activiteiten. Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 3. Sterke informatiepositie. a. Sterke informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De infor- matievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht.
BV: • ontwikkelt, implementeert, gebruikt, beheert en ondersteunt informatiegestuurd werken; • zorgt voor informatiebeveiliging en continuïteit; • coördineert en verzorgt 24/7 de in- en externe communicatie; • ontwikkelt en beheert content en (nieuwe) communicatiemiddelen en waakt over uitstra- ling, huisstijl en relevantie van boodschappen voor de diverse doelgroepen; • houdt toezicht op-, adviseert over- en verzorgt de privacy- en gegevensbescherming; • neemt deel aan regionale en landelijke netwerken en overlegt actief met ketenpartners. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. a. Solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. BV: • zorgt voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en adviseert over financiën, ver- zekeringen, inkoop en aanbesteden en coördineert het risicomanagement; • organiseert en coördineert de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjaren- begroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening); • overlegt periodiek met de gemeentelijke financieel adviseurs (het FAO); • stelt een intern beheersingsplan op en versterkt de uitvoering van verbijzonderde interne controle. b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers (huisvesting, services, etc.).
BV: • beheert de 60 locaties vanuit de gebruikersrol; • voert de vastgestelde demarcatieregeling uit, in overleg met de gemeenten; • begeleidt de uitvoering van het VNOG Klimaatplan, waaronder ook advisering aan gemeen- ten over verduurzaming van kazernes; • levert gemeenten input bij nieuw- en verbouwprojecten van kazernes; één van de nieuw- bouwprojecten is de ontwikkeling van de centrale brandweerpost Apeldoorn, tevens hoofd- kantoorlocatie VNOG en beoogd veiligheidscentrum; Pagina 19 van 58 • levert professionele projectcapaciteit voor de brede VNOG organisatie en bewaakt de ka- ders van het projectmatig werken. c. Richting, ruimte en vertrouwen geven aan onze medewerkers om zich te ontwikkelen. BV: • investeert in de professionele (door)ontwikkeling van VNOG, op basis van een strategische personeelsplanning en mede via het programma VNOGinBeweging!; • faciliteert het Arbobeleid, mede op basis van de RI&E knelpunten; • verzorgt de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg en -administratie.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten 509.665 307.000 307.000 307.000 307.000 307.000 Lasten 11.183.501 10.703.100 11.557.400 11.517.400 11.447.400 11.447.400 Saldo -10.673.836 -10.396.100 -11.250.400 -11.210.400 -11.140.400 -11.140.400 Baten - - - - - - Lasten 153.873 192.000 192.000 192.000 192.000 192.000 Saldo -153.873 -192.000 -192.000 -192.000 -192.000 -192.000 Baten 48.919 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Lasten 2.056.191 1.599.400 1.645.800 2.013.900 2.128.900 2.102.400 Saldo -2.007.272 -1.579.400 -1.625.800 -1.993.900 -2.108.900 -2.082.400 Baten - - - - - - Lasten - 178.000 25.000 50.000 75.000 75.000 Saldo - -178.000 -25.000 -50.000 -75.000 -75.000 Baten - - - - - - Lasten 112.942 109.500 109.500 109.500 109.500 109.500 Saldo -112.942 -109.500 -109.500 -109.500 -109.500 -109.500 Baten 14.762 - - - - - Lasten 76.209 80.000 80.000 80.000 80.000 80.000 Saldo -61.447 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 Baten - - - - - - Lasten 569.455 676.800 676.800 676.800 676.800 676.800 Saldo -569.455 -676.800 -676.800 -676.800 -676.800 -676.800 Baten - - - - - - Lasten 544.229 978.700 1.049.700 1.049.700 1.049.700 1.049.700 Saldo -544.229 -978.700 -1.049.700 -1.049.700 -1.049.700 -1.049.700 Baten 137.277 - - - - - Lasten 3.351.602 3.206.186 3.388.800 3.391.300 3.411.300 3.411.300 Saldo -3.214.325 -3.206.186 -3.388.800 -3.391.300 -3.411.300 -3.411.300 Baten - -
- - - - Lasten 135.983 134.500 134.500 134.500 134.500 134.500 Saldo -135.983 -134.500 -134.500 -134.500 -134.500 -134.500 Baten 4.920 - - - - - Lasten 875.048 832.700 857.700 857.700 827.700 827.700 Saldo -870.128 -832.700 -857.700 -857.700 -827.700 -827.700 Baten - - - - - - Lasten 646.747 1.334.100 1.705.000 1.804.000 1.989.000 2.097.000 Saldo -646.747 -1.334.100 -1.705.000 -1.804.000 -1.989.000 -2.097.000 Totaal saldo baten en lasten -18.990.237 -19.697.986 -21.095.200 -21.549.800 -21.794.800 -21.876.300 Mutaties reserves Baten 541.417 673.500 117.500 100.000 26.500 - Lasten 541.603 455.100 415.350 88.500 - - Saldo reserves -186 218.400 -297.850 11.500 26.500 - Resultaat -18.990.423 -19.479.586 -21.393.050 -21.538.300 -21.768.300 -21.876.300 Overig Rente en afschrijving Mutaties reserve(s) Communicatie Middelen Verzekeringen Personeelszaken Informatie Arbo Raming 2029 Raming 2030 Personele kosten Facilitair Huisvesting Projecten Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028 Pagina 20 van 58 3.7. Programma: 7. Algemene dekkingsmiddelen Programmahouder: dhr. J. Joon Op het programma 7 ‘Algemene dekkingsmiddelen’ staan de middelen die betrekking hebben op de gemeentelijke bijdragen en de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vanuit het Rijk. De gemeentelijke bijdrage voor 2027 is conform de Kadernota 2027-2030.
Voor de hoogte van de bijdrage wordt verwezen naar bijlage 2. De middelen in dit programma worden ingezet om via de andere programma’s de Opgaven van de organisatie uit te voeren. Verder is in dit pro- gramma een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven en staat hier de nog over de andere programma’s te verdelen post loon- en prijscompensatie. De mutatie in de reserves wordt toegelicht in paragraaf 5.2 Overzicht reserves en voorzieningen. De stelpost looncompensatie wordt toegelicht in paragraaf 5.4. Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten - - - - - - Lasten - 313.300 399.300 399.300 399.300 399.300 Saldo - -313.300 -399.300 -399.300 -399.300 -399.300 Baten 1.258.223 1.362.040 2.306.000 2.116.000 1.964.000 1.808.000 Lasten 823.310 1.362.040 2.306.000 2.116.000 1.964.000 1.808.000 Saldo 434.913 - - - - - Baten - - - - - - Lasten 707.000 1.525.290 1.106.521 1.101.521 1.101.521 1.101.521 Saldo -707.000 -1.525.290 -1.106.521 -1.101.521 -1.101.521 -1.101.521 Baten 68.256.413 69.923.102 75.903.200 77.443.200 77.463.200 77.963.200 Lasten - - - - - - Saldo 68.256.413 69.923.102 75.903.200 77.443.200 77.463.200 77.963.200 Baten 5.630 - - - - - Lasten 24.800 779.081 801.900 713.550 778.950 798.950 Saldo -19.170 -779.081 -801.900 -713.550 -778.950 -798.950 Totaal saldo baten en lasten 67.965.156 67.305.431 73.595.479 75.228.829 75.183.429 75.663.429 Mutaties reserves Baten
2.329.465 4.124.000 6.640.700 6.274.700 6.135.700 6.069.700 Lasten 2.776.570 - 2.500.000 4.000.000 4.000.000 4.500.000 Saldo reserves -447.105 4.124.000 4.140.700 2.274.700 2.135.700 1.569.700 Resultaat 67.518.051 71.429.431 77.736.179 77.503.529 77.319.129 77.233.129 Algemeen Mutaties reserve(s) Raming 2029 Raming 2030 Personele kosten Treasury Loon- en prijscompensatie Bijdragen rijk en gemeenten Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028 Pagina 21 van 58 3.8. Programma: 8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten) Programmahouder: dhr. J. Joon Het programma 8 betreft onderwerpen die één op één met de betrokken gemeente worden ver- rekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend (zie voor een specificatie bij- lage 3): • Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf 5.5.) conform de demarcatieregeling. • De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de demar- catieregeling die met de gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de ka- zernes van de gemeente Apeldoorn. • De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem). Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen. • De afwikkeling met de gemeente Apeldoorn van de financiële gevolgen van het FLO over- gangsrecht.
Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? a. Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaam- heden kunnen worden verricht onder de juiste arbeidsomstandigheden. Afdeling BV: • zorgt voor / coördineert het onderhoud en de facilitaire diensten, in nauw overleg met de ge- meentelijke gebouwbeheerders en conform de afspraken in de demarcatieregeling. Tevens zorgt deze afdeling voor de verrekening van de kosten met de desbetreffende gemeenten; • actualiseert samen met de gemeenten waar nodig de demarcatieregeling (in werking sinds 2023). b. Juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. VNOG: • zorgt voor een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht en voor verrekening van de kos- ten met de betreffende gemeente.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Baten 816.400 569.700 569.700 569.700 569.700 569.700 Lasten 816.400 569.700 569.700 569.700 569.700 569.700 Saldo - - - - - - Baten 221.141 183.000 183.000 183.000 183.000 183.000 Lasten 221.141 183.000 183.000 183.000 183.000 183.000 Saldo - - - - - - Baten 142.439 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000 Lasten 142.439 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000 Saldo - - - - - - Baten 59.146 49.000 49.000 49.000 49.000 49.000 Lasten 59.146 49.000 49.000 49.000 49.000 49.000 Saldo - - - - - - Transport volgende pagina: - - - - - - Harderwijk Epe Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Apeldoorn Doetinchem Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Pagina 22 van 58 Transport vorige pagina - - - - - - Baten 148.491 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000 Lasten 148.491 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000 Saldo - - - - - - Baten 28.394 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Lasten 28.394 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Saldo - - - - - - Baten 46.958 56.000 56.000 56.000 56.000 56.000 Lasten 46.958 56.000 56.000 56.000 56.000 56.000 Saldo - - - - - - Baten 51.883 58.000 58.000 58.000 58.000 58.000 Lasten 51.883 58.000 58.000 58.000 58.000 58.000 Saldo - - - - - - Baten 32.604 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 Lasten 32.604 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 Saldo - - - - - - Baten 1.531.571 1.510.800 1.530.800 1.424.800
1.523.800 1.323.800 Lasten 1.531.571 1.510.800 1.530.800 1.424.800 1.523.800 1.323.800 Saldo - - - - - - Baten 36.025 41.000 41.000 41.000 41.000 41.000 Lasten 36.025 41.000 41.000 41.000 41.000 41.000 Saldo - - - - - - Baten 17.671 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Lasten 17.671 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Saldo - - - - - - Baten 12.948 14.000 14.000 14.000 14.000 14.000 Lasten 12.948 14.000 14.000 14.000 14.000 14.000 Saldo - - - - - - Baten 26.404 27.000 27.000 27.000 27.000 27.000 Lasten 26.404 27.000 27.000 27.000 27.000 27.000 Saldo - - - - - - Baten 61.773 65.000 65.000 65.000 65.000 65.000 Lasten 61.773 65.000 65.000 65.000 65.000 65.000 Saldo - - - - - - Baten 34.675 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 Lasten 34.675 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 Saldo - - - - - - Baten 29.967 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 Lasten 29.967 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 Saldo - - - - - - Baten 44.500 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Lasten 44.500 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Saldo - - - - - - Baten 65.457 71.000 71.000 71.000 71.000 71.000 Lasten 65.457 71.000 71.000 71.000 71.000 71.000 Saldo - - - - - - Baten 54.862 47.000 47.000 47.000 47.000 47.000 Lasten 54.862 47.000 47.000 47.000 47.000 47.000 Saldo - - - - - - Baten 445.096 482.000 482.000 482.000 442.000 442.000 Lasten 445.096 482.000 482.000 482.000 442.000 442.000 Saldo - - - - - - Baten 26.326
19.000 19.000 19.000 19.000 19.000 Lasten 26.326 19.000 19.000 19.000 19.000 19.000 Saldo - - - - - - Baten 43.494 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Lasten 43.494 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Saldo - - - - - - Baten 30.392 21.000 21.000 21.000 21.000 21.000 Lasten 30.392 21.000 21.000 21.000 21.000 21.000 Saldo - - - - - - Totaal saldo baten en lasten - - - - - - Baten - - - - - - Lasten - - - - - - Saldo reserves - - - - - - Resultaat - - - - - - ¹ In de berekening voor het FLO-overgangsrecht is nog geen rekening gehouden met de meest recente CAO-ontwikkelingen. Zodra de nieuwe berekening is ontvangen, zal hiervoor een separate begrotingswijziging aan het algemeen bestuur worden voorgelegd (indien noodzakelijk). Product L/B Realisatie 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Mutaties reserve(s) Voorst Winterswijk Mutaties reserves Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Doetinchem Putten Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Bronckhorst Brummen Apeldoorn ¹ Elburg Ermelo Zutphen Aalten Berkelland Pagina 23 van 58 4. Paragrafen 4.1. Weerstandscapaciteit en risicomanagement Inleiding In de paragraaf ‘Weerstandscapaciteit en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld ge- bracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit.
Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatre- gelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstel- lingen) en het accepteren ervan. Verder is het van belang te beseffen dat het inherent is aan ri- sico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder het Regionaal Beleidsplan 2025-2028) het uitgangspunt. In de Kadernota 2027-2030, opgemaakt eind 2025, is een update van de risico- inventarisatie weergegeven met de berekende daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. Eer- der is in de kadernota besloten om de nieuwe beleidslijnen omtrent vermogen en risico’s in de betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening op te nemen. De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen de P&C-cyclus. Daarbij worden de verwachte en beoordeelde risico’s geactualiseerd in de kadernota’s en be- grotingen en wordt verantwoording afgelegd over beheersing ervan in tussentijdse rapportages en jaarstukken.
Het managen van risico’s is een continu proces waarbij zich steeds weer andere risico’s kunnen voordoen. Dit vereist voortdurende afstemming zowel intern als extern. Hierna worden de risico’s weergegeven waarvoor het benodigd bedrag aan weerstandscapaci- teit in de begroting 2027-2030 groter is dan € 250.000. Daarnaast is bij deze risico’s de kans dat het risico zich voordoet (veelal) 50% of hoger. In bijlage 4 wordt een totaaloverzicht van alle (be- rekende) risico’s weergegeven. Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door reke- ning te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Nr. Risico's en oorzaken Kans in % Effect in euro's bedrag 1 (On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 70% 558.000 391.000 3 Hogere prijzen; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w.o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod, doen de prijzen van grondstoffen, materialen en dienstverlening (w.o. opleidingen) stijgen. 70% 840.000 588.000 6 Extra prijsstijgingen aanschaf materieel. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen materiaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
50% 1.200.000 600.000 8 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) gemeenten, voortvloeiende uit (onduidelijkheid over demarcatie) afspraken, (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 50% 600.000 300.000 9 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/- laarzen), versneld te worden vervangen. 30% 900.000 270.000 15 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 50% 832.500 416.000 Gekwantificeerde risico's Weer-stands- capaciteit (euro's) Pagina 24 van 58 Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen. Het meest actuele risico hierbij is: de onduidelijkheid voor VNOG als ‘weerbare organisatie’ met betrekking tot de daaraan gestelde eisen en de daarvoor beschik- bare middelen. In bijlage 4 worden in een uitgebreider overzicht de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde risico’s beschreven waarbij ook de oorzaken, beheersmaatregelen en een mogelijke getalsma- tige onderbouwing, zijn opgenomen.
De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal opnieuw plaatsvinden gaande het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages. De gevolgen van berekende risico’s voor de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstands- ratio, komen hierna in deze paragraaf aan de orde. Weerstandscapaciteit De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatrege- len nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvol- gende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel ge- kwantificeerde risico's.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (vastgestelde doel van de reserve, zie hoofd- stuk 6 en vastgestelde begrotingsuitgangspunten in Kadernota en begroting, zie paragraaf 5.1) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioritei- ten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen (zie hoofdstuk 6). De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandsca- paciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s.
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2025 | € Saldo Algemene reserve | 1.135.114 Stand bedrijfsvoeringsreserve per 31-12-2025 | 3.992.656 Onderdelen bedrijfsvoeringsreserve welke niet tot het weerstandsvermogen moeten worden gerekend: Af: egalisatie tijdelijke huisvesting | -210.343 Af: egalisatie inrichting kazernes | -25.943 -236.286 Toekomstige onttrekkingen Af: Personele knelpunten (t/m 2026) | -295.000 Af: Uitbreiding 24-uursdienst (t/m 2028) | -240.000 Af: Tijdelijke formatie VSP (t/m 2028) | -105.000 Af: Versterking bedrijfsvoering | -407.345 -1.047.345 Saldo Bedrijfsvoeringsreserve onderdeel weerstandsvermogen | 2.709.025 Post onvoorzien | 250.000 Beschikbaar weerstandsvermogen | 4.094.139 Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG begroting 2027 | € Beschikbare weerstandscapaciteit | 4.094.139 Benodigde weerstandscapaciteit | 3.197.000 Ratio | 1,3 Toelichting De hoogte van de weerstandscapaciteit voor de begroting 2027-2030 komt uit op 1,3 en zit daar- mee binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Pagina 25 van 58 Pagina 26 van 58 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het (brandweer)materieel is eigendom van VNOG. De kazernes worden beschikbaar gesteld aan VNOG. Over het gebruik ervan en de vergoeding ervoor zijn demarcatieafspraken gemaakt.
De roerende kapitaalgoederen bestaan uit materieel en materialen welke bij VNOG worden inge- zet voor de verschillende afdelingen. Het grootste deel is repressief materieel/materiaal dat wordt gebruik door de afdeling Brandweerzorg. De afschrijvingslasten van deze kapitaalgoederen komen voor rekening van VNOG. Voor dit ma- terieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen. Er is nog één kazerne (Doetinchem) in eigendom van VNOG. Deze kazerne is door VNOG aange- kocht in 2013. Vanaf eind 2023, na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar, wordt met de ge- meente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Bij de overige 3 kazernes heeft deze terug levering na 10 jaar plaatsgevonden. Er is echter bij Doetinchem nog geen overeenstemming over het moment van de terug levering en de overdracht van de bijbeho- rende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreini- ging. Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG een voorziening gevormd voor rekening van de gemeente Doetinchem; dit op basis van een meer- jarig onderhoudsplan (MJOP). Voor Apeldoorn is de besluitvorming om drie brandweerposten samen te voegen tot één post nagenoeg rond.
Die nieuwe locatie wordt dan ook de (centrale) werkplek van het management, de staf, ondersteunend personeel en bepaalde afdelingen van VNOG (kantoorlocatie), alsmede de locatie van de crisisruimten en beoogd veiligheidscentrum. Deze locatie blijft eigendom van de gemeente Apeldoorn. Pagina 27 van 58 4.3 Financiering en Treasury Inleiding De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting. Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoorne- mens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille wor- den beschreven. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn. De RUDDO (Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden) is voor VNOG niet van toepas- sing. Algemene ontwikkelingen De totale boekwaarde van de vaste activa bedroeg eind 2025 circa € 52,8 miljoen. De bezittin- gen van VNOG bestaan voor een belangrijk deel uit repressief brandweermaterieel/-materiaal. Het lopende vervangingsprogramma voor blus – en dienstvoertuigen vertegenwoordigd een be- langrijk deel van dit bedrag.