24.2 VNOG,15-09-2026, Programmabegroting VNOG 2027-2030
Tekst van het document
eind 2023) toegevoegd aan deze reserve, de hierop betrekking hebbende kosten voor (tijdelijke) huisvesting zullen de komende jaren (weer) uit deze reserve vloeien. Dit onderdeel verloopt budgettair neutraal en moet niet worden meegerekend bij de bepaling van de maximale hoogte van de be- drijfsvoeringsreserve. Pagina 51 van 58 • Duur: geen einddatum • Mutaties: Incidentele onderschrijdingen van lasten kunnen in enig jaar worden toegevoegd aan de reserve als dotatie. Onttrekkingen uit de reserve zijn toege- staan, mits deze passen binnen de kaders van het AB-besluit van 30 maart 2023. In dit besluit is vastgelegd dat de resterende middelen uit de extra- BDuR 2023–2026, bestemd voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, in de reserve worden gestort. Deze middelen blijven geoormerkt beschikbaar voor dit specifieke doel. Hierdoor kunnen ook eventuele meerkosten in een bepaald jaar worden opgevangen door middel van onttrekkingen aan de reserve. Conform het AB-besluit geldt dat onttrekkingen zijn toegestaan tot een minimale stand van de reserve van € 454.200. Indien een voorgeno- men onttrekking leidt tot het doorbreken van deze minimale stand, wordt hiervoor een separaat voorstel aan het algemeen bestuur voorgelegd.
Pagina 52 van 58 6.3 Overzicht kredieten jaar 2027 jaar 2028 jaar 2029 jaar 2030 Totaal Paraat Voertuigen, aanhangers en boten 2.267.200 - 36.000 84.000 2.387.200 Piket Voertuigen AC/OIV/AGS/FBO/TBO/(H)OvD/CvD - - - - - Dienst Voertuigen en aanhangers (aggregaten) 51.000 1.854.000 - 430.000 2.335.000 Tankautospuit HV (Red)gereedschappen, apparatuur, armaturen e.d. 125.000 22.000 - 857.000 1.004.000 (H)OvD, CvD, AGS, FBO, TBO Inventaris AGS, apparatuur - - - - - WVD/Vakbekw.heid Apparatuur - - - - - PPMO baan PPMO 16.500 - - - 16.500 Personeel Pakken, laarzen, helmen 43.000 43.000 130.000 43.000 259.000 WO/VB Duikuitrusting en -apparatuur 63.000 39.000 175.000 - 277.000 Comm. C2000 Verbindingsapparatuur, schermen e.d. 27.000 27.000 627.000 27.000 708.000 Auto/ techniek/ metaal Compressoren, hefbrug 130.000 45.000 - - 175.000 PBM Ademlucht(apparatuur), was-/droogapparatuur 315.000 - - 1.935.000 2.250.000 Watervoeren-de armaturen Slangen(apparatuur) 350.000 - - - 350.000 Werkstat. Gebruikersmiddelen ICT 587.000 389.000 283.000 310.000 1.569.000 Gis.comp. Apparatuur - - - - - Infrastruc./ Server/ Netwerk ICT: infrastructuur, applicatiesoftware e.d. - 184.000 487.000 890.000 1.561.000 Appl.syst.
Voertuigen - 150.000 518.000 - 668.000 Telefonie ICT Smartphones GBM 115.000 120.000 155.000 125.000 515.000 GHOR C2000 Verbindings(apparatuur) - - - - - Bouw/renovatie Aanpassing gebouwen, terreinen en zeecontainers 184.000 57.000 180.000 104.000 525.000 Demarcatie Inrichting/meubilair kazarnes 179.000 121.000 226.000 169.000 695.000 Tech.install. Aanpassing/uitbreiding installaties 832.000 568.000 609.000 284.000 2.293.000 Audio.V.M. Krediet jaarlijkse vervanging 146.000 46.000 84.000 60.000 336.000 Meubilair Jaarlijkse vervanging en overig meubileir 492.000 - - - 492.000 Totaal 5.922.700 3.665.000 3.510.000 5.318.000 18.415.700 PBM Werkplaats Comm. / ICT Huisvesting Facilitair Soort activa Kredietomschrijving bedrag in € Materieel Inventaris Pagina 53 van 58 Bijlage 1 Kerngegevens Aantal inwoners (per 1 januari 2026) Gemeente Aantal inwoners Aalten 27.608 Apeldoorn 169.212 Berkelland 43.986 Bronckhorst 35.983 Brummen 21.562 Doetinchem 60.466 Elburg 24.039 Epe 33.786 Ermelo 28.199 Harderwijk 50.655 Hattem 12.822 Heerde 19.325 Lochem 34.213 Montferland 37.014 Nunspeet 29.688 Oldebroek 24.535 Oost Gelre 29.868 Oude IJsselstreek 39.596 Putten 25.170 Voorst 25.569 Winterswijk 29.289 Zutphen 49.292 Totaal 851.877 Deze cijfers komen uit de definitieve CBS-gegevens van 1 januari 2026.
Pagina 54 van 58 Bijlage 2 Gemeentelijke bijdragen 2027 en prog- nose 2028-2030 Het totaalbedrag aan gemeentelijke bijdrage voor 2027 is gebaseerd op de jaarschijf 2027 uit de voorgaande programmabegroting (2026) met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2027. Voor de verdeling van deze gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is vastgelegd in de GR VNOG. Als verdeelsleutel geldt de procentuele verdeling tussen de gemeenten die gebaseerd is op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het verdeelmodel is in- gegaan per 2017 en wordt éénmaal per vier jaar herijkt. In 2024 heeft dan ook een herijking plaatsgevonden die is ingegaan vanaf 2025. De percentages van het verdeelmodel in navol- gende tabel gelden dus tot en met 2028. In 2028 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2029 het bijgestelde verdeelmodel van kracht kan worden. In het meerjarenoverzicht is geen rekening gehouden met de effecten van de nog komende jaar- lijkse Kadernota’s (dat kan ook niet, want ze zijn nog niet verschenen). Dus onder andere de ge- bruikelijke nog komende jaarlijkse loon- en prijsindexen (die in de Kadernota’s staan) zijn niet verwerkt in het meerjarenoverzicht.
Ook niet verwerkt in het meerjarenoverzicht is het toevoe- gen van de facilitaire kosten (demarcatie bijlage 3) aan het verdeelmodel in plaats van het af- zonderlijk per gemeente te verrekenen, zoals nu gebeurt. Dit is onderdeel van de evaluatie van de demarcatieregeling. Het meerjarenoverzicht toont niet de ontwikkeling van programma 8 (zie bijlage 3); programma 8 komt nog separaat per betreffende gemeente erbij. Gemeente Percentage conform verdeelmodel Kadernota 2027 Voorgestelde bijdrage 2027 Prognose bijdrage 2028 Prognose bijdrage 2029 Prognose bijdrage 2030 Aalten 3,15% 84.750 2.009.200 2.057.800 2.058.300 2.074.100 Apeldoorn 20,91% 562.220 13.328.300 13.650.400 13.654.600 13.759.200 Berkelland 5,13% 137.780 3.266.200 3.345.100 3.346.100 3.371.700 Bronckhorst 4,46% 119.980 2.844.300 2.913.000 2.913.900 2.936.200 Brummen 2,49% 66.970 1.587.700 1.626.100 1.626.600 1.639.100 Doetinchem 6,89% 185.240 4.391.300 4.497.400 4.498.800 4.533.300 Elburg 2,68% 72.030 1.707.700 1.749.000 1.749.500 1.762.900 Epe 3,97% 106.850 2.533.100 2.594.300 2.595.100 2.615.000 Ermelo 3,35% 89.990 2.133.400 2.185.000 2.185.700 2.202.400 Harderwijk 5,73% 154.000 3.650.800 3.739.000 3.740.100 3.768.700 Hattem 1,38% 37.160 880.900 902.200 902.500 909.400 Heerde 2,07% 55.610 1.318.400 1.350.300 1.350.700 1.361.000 Lochem 4,51% 121.310 2.875.900 2.945.400 2.946.300 2.968.900 Montferland 4,33% 116.520
2.762.200 2.828.900 2.829.800 2.851.500 Nunspeet 3,26% 87.520 2.074.900 2.125.000 2.125.700 2.142.000 Oldebroek 2,65% 71.300 1.690.300 1.731.100 1.731.600 1.744.900 Oost Gelre 3,47% 93.310 2.212.100 2.265.600 2.266.300 2.283.700 Oude IJsselstreek 4,28% 115.180 2.730.500 2.796.500 2.797.400 2.818.800 Putten 2,89% 77.690 1.841.700 1.886.200 1.886.800 1.901.200 Voorst 2,82% 75.810 1.797.200 1.840.600 1.841.200 1.855.300 Winterswijk 3,41% 91.650 2.172.800 2.225.300 2.226.000 2.243.000 Zutphen 6,15% 165.320 3.919.300 4.014.000 4.015.200 4.045.900 Totaal 100% 2.688.200 63.728.200 65.268.200 65.288.200 65.788.200 Pagina 55 van 58 Bijlage 3 Overzicht programma 8 Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verre- kend: • Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf 5.5.) conform de demarcatieregeling. • De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de demar- catieregeling die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn. • De afwikkeling met de gemeente Apeldoorn van de financiële gevolgen van het FLO over- gangsrecht. • De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem).
Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Gemeente Facilitaire kosten Demarcatie Overgangsrecht FLO Facilitaire kosten Aanvullend Totaal Aalten 33.000 - - 33.000 Apeldoorn 569.700 1.048.000 482.800 2.100.500 Berkelland 56.000 - - 56.000 Bronckhorst 58.000 - - 58.000 Brummen 25.000 - - 25.000 Doetinchem 183.000 - 482.000 665.000 Elburg 41.000 - - 41.000 Epe 49.000 - - 49.000 Ermelo 20.000 - - 20.000 Harderwijk 125.000 - - 125.000 Hattem 14.000 - - 14.000 Heerde 27.000 - - 27.000 Lochem 65.000 - - 65.000 Montferland 30.000 - - 30.000 Nunspeet 34.000 - - 34.000 Oldebroek 33.000 - - 33.000 Oost Gelre 71.000 - - 71.000 Oude IJsselstreek 47.000 - - 47.000 Putten 19.000 - - 19.000 Voorst 33.000 - - 33.000 Winterswijk 21.000 - - 21.000 Zutphen 125.000 - - 125.000 Totaal: 1.678.700 1.048.000 964.800 3.691.500 Pagina 56 van 58 Bijlage 4 Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s (uitge- breid) Nr. Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % Bedrag (€) toelichting berekening Weerstands- capaciteit (€) 1 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes Door vergrijzing is uitstroom van vrijwilligers te verwachten.
Daarnaast is er meer verloop onder brandweervrijwilligers en zijn zij dus minder lang aan een brandweerkorps verbonden (dit is een maatschappelijke trend bij vrijwilligers in het algemeen). Ook is er sprake van schaarste bij het vinden van nieuwe vrijwilligers door (algehele) krapte op de arbeidsmarkt, met als gevolg alternatieve keuze mogelijkheden en - druk voor de mensen. VNOG werkt aan extra werving en opleiding van vrijwilligers. De te nemen maatregelen verschillen per post en vragen daarom om maatwerk naast het meer algemeen organiseren en participeren in activiteiten en acties die de binding van vrijwilligers bevorderen. Daarbij is het verder van belang om te onderkennen dat in een enkele situatie de schaarste zich met name voordoet bij specifieke diciplines (m.n. bevelvoerders). 70% 558.000 Kosten opleiden 10% meer te werven vrijwilligers: 8 per jaar. Opleidings- en bijkomende kosten € 17.000 per jaar, voor 3 jaar. Werving nieuwe vrijwilligers: € 50.000 p.j. voor 3 jaar. 391.000 2 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitval en sancties (Arbeidstijden). Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personele repressieve capaciteit (m.n.vrijwilligers).
Bewaking voldoende inzet repressieve capaciteit (vrijwilligers) door sturing en goede planning in samenhang met de nieuw doorgevoerde dagdienstregeling (beroeps)medewerkers. Ontwikkeling risico houdt verband met uitwerking bouwsteen Verplichtend Karakter (vrijwilligers). 10% 50.000 Mogelijke boete i.h.k.v. de arbeidstijdenwet. Berek.: max. 50 medew., boete € 200 per dag (max. 5 dagen). 5.000 3 Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) o.a. voor brandweermaterieel en -materiaal. Wereldwijde ontwikkelingen van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de (grondstof)prijzen w.o. die van energie en katoen, stijgen. Daarnaast worden ICT kosten hoger door een steeds hoger vereist (informatie) veiligheidsniveau bij VNOG en worden de ICT investeringen meer en meer vervangen door (extra) jaarlijkse (licentie) kosten. De prijsstijgingen kunnen worden versterkt door een gebrekkige marktwerking o.a. voor (specifiek) brandweermaterieel en -materiaal en ook is er het risico van een grotere leveranciersafhankelijkheid. Doorrekenen financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) van mogelijke prijsstijgingen van (gebruiks)goederen (w.o. brandstof en kleding) en ICT-dienstverlening. Mogelijke prijsstijgingen van te vervangen (blus)voertuigen zijn separaat opgenomen. Bij grotere volumes en eigen eisen, kan de VNOG zelfstandig aanbesteden i.p.v. in NIPV verband.
70% 840.000 Stijging prijzen goederen en materialen (w.o. energie-, brandstofkosten en kleding) en (licentie)kosten boven reguliere index. Kosten per jaar € 13,2 mln., onderscheiden naar stijgingsperc. van 12,5%, 7%, 5% en 2,5% voor resp. € 2,3 mln., € 2,6 mln., € 4,2 mln. en € 6,4 mln. 588.000 4 Niet tijdig realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan (MSP) brandbestrijding t.a.v. materiële kosten (specialistische) voertuigen. Vertraging vervangingsinvesteringen door prijsstijgingen, schaarste, voortschrijdende inzichten en ervaringen bij aanbestedingen, leiden tot latere besparingen op de exploitatiekosten. Met de realisatie van een groot deel van het MSP voor de (basis) blusvoertuigen voor Brandweerzorg, resteert nog het risico op uitstel van besparingsmogelijkheden voor de materiële (onderhouds)kosten bij vertraging van de vervanging van m.n. de specialistische voertuigen. Dit risico doorrekenen qua gevolgen voor de weerstandscapaciteit. 50% 38.000 Besparingen op materiële kosten ontstaan later bij opschuiving vervangingsplan. Niet gerealiseerde besparing (onderhoudskosten 2026) aandeel (uitgestelde aanschaf) specialistische voertuigen. 19.000 5 Uitval voor repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen.
Defect materieel kan niet tijdig gerepareerd worden, omdat onderdelen niet voorradig zijn. Heeft verband met schaarste grondstoffen en een beperkt aantal (overgebleven) leveranciers van brandweermaterieel en -materiaal. Op voorraad zetten/houden en alloceren van extra (vervangend) materieel (w.o. onderdelen) voor repressieve inzet. Bij vervangingsinvesteringen en afstoot materieel: interne beoordeling en herallocatie van 'beste' materieel. 30% 90.000 Berekening inhuurkosten (voor 3 jaar) benodigd voor vervangend materieel €. 30.000 per jaar. 27.000 6 Extra prijsstijgingen (en vertraging) bij uitvoering toekomstige investeringen VNOG-breed. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen materiaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve. Naast de financiële gevolgen (voor de egalisatiereserve) van de huidige (najaar '25) bekende en verwachte prijsstijgingen - welke zijn/worden verwerkt in de Kadernota-/ Begroting 2027 - extra prijstijgingen voor nog aan te schaffen materieel/materieel, als risico doorrekenen (voor weerstandscapaciteit). 50% 1.200.000 Berekening kapitaalslasten voor 3 jaar bij een (extra) stijging van 10% van de prijzen voor de vervangingen (37 mln.) van nog aan te schaffen materieel. 600.000 7 Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan.
Elektrificatie van het wagenpark is een maatregel van VNOG om duurzaam mobiel te blijven. Een onzekere factor hierbij is of zich extra onderhoudskosten zullen voordoen met name wanneer blijkt dat de levensduur van de accu's korter is dan de afschrijvingstermijn van de voertuigen. Daarnaast is er risico op extra kosten door aanvullende eisen/wensen (w.o. eisen ander rijbewijs). Door feitelijk gebruik zal proefondervindelijk (moeten) blijken hoe de levensduur van de accu's zich gaat verhouden tot de levensduur van het (bijbehorende) voertuig en of er sprake is van overige bijkomende kosten. 30% 500.000 Berekening: vervroegd vervangen accu's/ aanvullende kosten voor (eerst) 40 voertuigen à € 12,5K per voertuig (accu's € 10K en aanvullende kosten/eisen € 2,5K per voertuig). 150.000 Gekwantificeerde risico's Pagina 57 van 58 Nr. Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % Bedrag (€) toelichting berekening Weerstands- capaciteit (€) 8 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) gemeenten; voortvloeiende uit (onduidelijkheid over) demarcatie afspraken, (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). Naast mogelijke spoedeisende (wettelijk vereiste) aanpassingen voor gebouwen kunnen ook voortschrijdende ontwikkelingen op bijv.
het terrein van ICT of duurzaamheid, extra kosten met zich brengen waarvan nog onzeker is wie die gaat betalen. Uitvoering geven aan de bestuurlijke besluitvorming (dec.'21) over de demarcatie en de daarop gebaseerde verdere uitwerking (w.o. het project TWIELD) alsmede de afgesproken evaluatie. Voor mogelijke spoedeisende aanpassingen/ kosten, financiële middelen opnemen. 50% 600.000 Kosten spoedeisende verbouw/aanpassing/inrichting kazernes opnemen voor 5 kazernes à € 120.000 300.000 9 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen), versneld te worden vervangen. Bij periodieke aanbesteding voor vervanging van bluskleding en - laarzen (eens in de 7 jaar), stelt VNOG eisen omtrent het PFAS gehalte bij de te vervangen materialen/kleding en blijft de ontwikkelingen/eisen volgen die hieromtrent worden gesteld. 30% 900.000 Berekende investering vervanging kleding en laarzen € 1.800.000 (per 7 jaar), bij afstoot helft levensduur: desinvestering € 900.000. 270.000 10 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Belemmerd worden in de uitvoering van crisis- en incidentbestrijdingsactiviteiten en ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door verstoring van de systemen voor de informatie- en telecommunicatietechnologie.
ICT omgeving wordt geraakt door defecten in de infrastructuur of hardware en/of cybercrime waardoor leverancier niet kan leveren. Vanuit het plan van aanpak Baseline informatieveiligheid (BIO) en het continuïteitsplan (voor de primaire processen) wordt voorzien in uitwijkmogelijkheden voor uitvoering van kritische ICT processen en centralisatie van beheer bij de toegang van mensen en systemen tot faciliteiten. Voor externe ondersteuning bij monitoring en beveiliging van ICT-systemen werkt VNOG landelijk samen met collega's. Daarmee wordt invulling gegeven aan beveiliging en bescherming van informatie (voorziening) en de continuïteit van de digitale (primaire - en bedrijfsvoerings) processen. Het risico op digitale inbreuk/verstoring blijft echter bestaan o.a. ook door de inzet van Artificial Intelligence (AI). 30% 500.000 Kosten opheffen gijzeling c.q. gevolgen hacks e.d. (o.b.v. cijfers hack 2020). 150.000 11 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Door onjuiste (aansluiting) basisgegevens; onjuiste toepassing cao -/fiscale regelingen en onvoldoende controles/ - kennis, kunnen berekende salarissen/vergoedingen te hoog zijn en/of leiden tot boetes / eindheffing (ATW, WKR, Loonheffing, reiskosten, IKB). Doorvoeren interne controle -/beheersmaatregelen, procesbewaking, procedurevastleggingen en kennisverbetering medewerkers.
Voor de verschillende risico zijn/worden maatregelen getroffen, waaronder (externe) ondersteuning op specifieke onderwerpen (w.o. FLO- uitvoering) en specifieke aandacht op onderdelen (w.o. uitvoering van de (fiscale) Werkkostenregelingen en de aansluiting van (basis)gegevens tussen systemen). 10% 450.000 Berekening o.b.v. percentage personele kosten 1% van € 45 mln. (beroeps + vrijwilligers). 45.000 12 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. bij aanbestedingen). De inkoopdiscipline wordt niet altijd tijdig en juist betrokken in het proces van inkoop en inhuur. De gevolgen hiervan zijn mogelijke claims van leveranciers. Ook is er risico op onrechtmatigheid bij mogelijke (niet juiste) aanbestedingen. Beleid en (centrale) sturing op het inkoop(proces) resp. het verduidelijken en verbeteren ervan en het VNOG-breed inzichtelijk maken bij welke inkopen er sprake is/kan zijn mogelijke aanbestedingsplicht. Mogelijke claims hebben zich in de afgelopen jaren nauwelijks voorgedaan. 10% 150.000 Berekening o.b.v. percentage en volume inkoop (w.o. investeringen) 0,5% van € 30 mln. 15.000 13 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel (na dienstongevallen) en stijging verzekeringspremie. Door veranderingen in de verzekeringsmarkt, wijzigen de mogelijkheden van dekking bij (personele) aanspraken/- schades.
De personele aanspraken na een dienstongeval worden/zijn voor alle veiligheidsregio's gelijk getrokken. Ter behartiging van de collectieve belangen is landelijke een expertise bureau en waarborgfonds opgericht. Onderzocht wordt de mogelijkheid om minder te verzekeren en schades als collectief te dragen. Het eigen risico kan dan meer gaan fluctueren. 10% 300.000 Voor het risico van premiestijging(en) voor de sector en/of stijging van het eigen risico (aandeel) van VNOG, € 100.000 p.j. opnemen voor 3 jaar. 30.000 14 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bv. nieuwe taken. Inbreng in begrotingsproces NIPV. 10% 112.500 Berekend risico: stijging 5% huidige bijdrage € 750.000, voor 3 jaar. 11.000 15 Stijging financieringskosten bij aantrekken financiering d.m.v. leningen (vreemd vermogen). Door stijging van het rentepercentage kunnen de kosten voor (her)financiering toenemen. In de berekende weerstandscapaciteit rekening houden met een stijging van de rente. 50% 832.500 Berekening: verwachte (her)financiering in de periode 2026 t/m 2029: € 37 mln. Risico stijging rentepercentage gemiddeld van 3,25% naar 4%, voor 3 jr. 416.000 16 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)).
Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. Plan van aanpak AVG is uitgewerkt. Het bewustzijn voor privacy- schendingen wordt scherp gehouden o.a. door een awereness programma en het üpdaten van het werwerkingsregister. De uitvoering - en vastlegging van processen (blijven) toetsen en waar nodig verbeteren. 10% 300.000 Mogelijk bedrag boete per overtreding € 300.000. Kans relatief gering. 30.000 17 Extra inzet mensen en ICT-middelen t.b.v. eisen informatie'huishouding' en -beveiliging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG. Door (maatschappelijke) ontwikkelingen worden andere/aanvullende eisen gesteld aan de vitaliteit en weerbaarheid van de VNOG-organisatie. VNOG participeert in de landelijke - en regionale overleggen waarin de ontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende eisen voor veiligheidsregio's worden besproken en oefent mede invloed uit op de (landelijke) besluitvorming en daarvoor beschibaar gestelde middelen. 50% 300.000 Voor de inzet van benodigde mensen en middelen wordt (vooreerst) uitgegaan van resp. 2 maal € 150.000 (voor 1 jaar). 150.000 Totaal gekwantificeerde risico's 3.197.000 Gekwantificeerde risico's Pagina 58 van 58 Nr.
Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % Bedrag (€) toelichting berekening 1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst van het afgeronde project Taakdifferentiatie -n.a.v. Europese eisen omtrent gelijkschakeling van rechtspositie tussen beroeps - en vrijwillige brandweer- is dat consignatie en kazernering van vrijwilligers t.z.t. niet meer kan en mag. Alternatieven hiervoor, zoals parttime aanstellingen, zullen resulteren in hogere personeelskosten . In een zgn. bouwsteen Verplichtend Karakter worden de alternatieven voor het afschaffen van consignatie en kazernering bij vrijwilligers, uitgewerkt. De VNOG is nauw betrokken bij het opstellen van een implementatieplan voor geheel brandweer Nederland. Het overleg hierover en de te nemen stappen hierbij, kosten veel tijd. Voor verwachte hogere personeelskosten (bij overgang van vrijwilligheid naar parttime dienstverbanden) wordt voor het generieke landelijke aandeel van vrijwilligers, gerekend op een compensatie vanuit rijks-/ gemeentelijke middelen. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. Bij het later vervangen van (de resterende) bestaande blus- en specialistische (brandweer)voertuigen, a.g.v.
latere levering van de nieuwe, neemt het risico op hogere onderhoudskosten toe. Vooreerst beoordelen of de financiële gevolgen van de hogere onderhoudskosten bij latere vervanging blusvoertuigen, kunnen worden opgevangen binnen de bestaande begroting en daarnaast het selectief beoordelen van het in te ruilen materieel, zodat het beste het langst kan worden ingezet. Mogelijke toename van de kosten, in eerste instantie opvangen binnen de bestaande begroting van M&L en daarnaast kijken naar langere inzet van het bestaande materieel. 3 Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Onverwachte situaties/crises (mogelijk) i.c.m. het onvoldoende beschikbaar stellen/hebben van financiële middelen bij (decentrale) overheden, kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv.) coördinatietaken door VNOG (risico in samenhang met 'Weerbaarheid/vitaliteit') Met de eerdere ervaringen met COVID-19 en de opvang van vluchtelingen, blijft het een uitdaging voor overheden en veiligheidsregio's om mensen en middelen beschikbaar te hebben/houden voor toekomstige crises. Daarbij werken de ervaringen van het weer intrekken van eerder beschikbaar gestelde financiële (rijks)middelen (BDuR) niet mee.
VNOG zal alert (moeten) blijven op de beschikbare en benodigde middelen voor (toekomstige) crisisbestrijding (zie ook toelichting bij 'Weerbaarheid/vitaliteit') 4 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging. Op bepaalde locaties die VNOG gebruikt is sprake van PFAS- verontreiniging. Daarbij worden maatregelen overwogen variërend van monitoring tot sanering met een bijbehorend verschil in kosten qua omvang en frequentie. Verdere afstemming hierover vindt plaats met betrokken partijen w.o. de gemeente (als eigenaar van de kazernes). VNOG volgt de landelijke ontwikkelingen t.a.v. de verwachte onderzoeken naar het gebruik/aanwezigheid van PFAS/stikstof bij (overheids) gebouwen. 5 Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels. Stikstofregels beperken benodigde ontwikkelingen m.b.t. (ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen. In overleg met betrokken partijen/overheden zal (moeten) worden gekeken waar VNOG hinder kan ondervinden van stikstofregels bij de uitvoering van de repressieve -/ondersteunende taken. Dit geldt zowel de nieuw-/verbouw van kazernes als het gebruik van oefenterreinen. 6 Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken. Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's.
Posttraumatische stressstoornissen komen ook voor bij medewerkers/vrijwilligers van veiligheidregio's die werkzaam zijn in de crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit geldt met name voor de repressieve taken uitgevoerd door brandweerzorg. VNOG kijkt wat hierbij qua aanpak (landelijk) van belang wordt gevonden en welk afwegingskader daarvoor gaat gelden. 7 Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post. De roostering en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties is (nog) een risico c.q. uitdaging, na realisatie van 1-post in Apeldoorn Mede in het kader van de nieuwe één-post in Apeldoorn wordt bezien hoe de organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn vorm gegeven gaat worden. Hierbij worden bestaande vraagstukken over de roostering enerzijds en het beschikbaar hebben van voldoende beroepsmedewerkers met de vereiste brandweerkwalificaties anderzijds in evenwicht gebracht. Indien nodig komen wij hier in toekomstige kadernota’s/begrotingen op terug. 8 Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen. VNOG moet als vitaal verklaarde organisatie 'in posititie komen', daarnaast moet duidelijk worden welke (faciliterende) rol de organisatie krijgt bij het 'weerbaarheidsvraagstuk'.
VNOG bestudeert en beoordeelt de verdere (landelijke) ontwikkelingen omtrent de onderscheidelijke onderwerpen 'vitaliteit' en 'weerbaarheid' en maakt de daarbij behorende eigen (beleids)plannen. De te maken plannen voor vitaliteit en weerbaarheid van de VNOG organisatie (mede) afhankelijk laten zijn van de daarvoor beschikbaar te stellen overheids- /rijksmiddelen. Niet gekwantificeerde risico's Weerstands- capaciteit (€)