Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
175.706
331.451
247.528
247.528
247.528
247.528
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
13.574
4.473
4.513
4.511
4.506
4.506
3.4 Economische promotie
313.573
468.869
335.224
345.219
315.208
235.208
5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
48.927
28.328
28.405
28.464
28.464
28.464
5.4 Musea
198.994
129.665
152.164
129.164
129.164
129.164
5.5 Cultureel erfgoed
566.428
189.740
193.338
196.837
196.836
196.836
1.436.599
1.240.110
1.049.654
1.040.767
1.010.745
930.745
2.3 Recreatieve havens
75.256
114.246
114.246
114.246
114.246
114.246
3.1 Economische ontwikkeling
38.443
0
0
0
0
0
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
4.947
5.828
5.828
5.828
5.828
5.828
384.112
429.910
443.374
443.374
443.374
443.374
0
0
0
0
0
0
5.4 Musea
23.088
6.840
0
0
0
0
5.5 Cultureel erfgoed
347.507
30.348
23.348
23.348
23.348
23.348
Totaal Baten
873.354
587.172
586.796
586.796
586.796
586.796
Resultaat
-563.245
-652.938
-462.858
-453.971
-423.949
-343.949
Lasten
Totaal Lasten Baten
3.4 Economische promotie 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
Mutatie reserves horende bij dit programma Exploitatie
Realisatie 2023
BGR 2024 na Prim.Begr.2025 Prim.Begr.2026 Prim.Begr.2027 Prim.Begr.2028 wijziging [2025] [2025] [2025] [2025]
Lasten 0.10 Mutaties reserves
25.000
0
0
0
0
0
0.10 Mutaties reserves
18.175
138.000
0
0
0
0
Resultaat
-6.825
138.000
0
0
0
0
Baten
Pagina 28 van 109
Toelichting op budgetafwijkingen In deze toelichting wordt het verschil verklaard op hoofdlijnen tussen de gewijzigde begroting 2024 en de primaire begroting 2025. Het geraamde resultaat van baten en lasten op dit programma is in 2025 € 52.000 positiever dan de gewijzigde begroting in 2024. Voor een goed vergelijk moeten de incidentele posten in de gewijzigde begroting 2024 eerst geëlimineerd worden. In de gewijzigde begroting 2024 is een bedrag van € 174.000 aan incidentele middelen opgenomen. Dit zijn posten uit de kadernota en/of begroting 2024 en de overgehevelde middelen bij de IBB 2023. Na eliminatie van deze posten is het verschil € 122.000 nadelig. Dit verschil kan o.a. als volgt verklaard worden: •
De voorstellen uit de Kadernota 2025 zijn verwerkt, € 111.000 hogere lasten.
•
De personeelslasten zijn aangepast i.v.m. de verwachte cao-ontwikkeling, € 18.000 nadelig.
•
De overige afwijkingen (indexatie lasten en hogere toeristenbelasting) bedragen per saldo € 7.000 voordelig.
Beleidsindicatoren Voor het toelichten van de maatschappelijke effecten in de begroting zijn gemeenten verplicht om de effecten van beleid toe te lichten aan de hand van een op Rijksniveau vastgestelde set aan beleidsindicatoren. In dit boekwerk zijn deze verplichte indicatoren opgenomen in de bijlage "beleidsindicatoren en statistieken". Door de indicatoren (en daarmee de ontwikkeling ervan) op deze wijze te presenteren, ontstaat er een overzichtelijk beeld van de cijfers. Het doel van deze indicatoren is dat de beleidsresultaten van de gemeenten onderling vergelijkbaarder worden.
Verbonden partijen De volgende verbonden partijen dragen bij aan de doelstellingen van Programma 3 Kwaliteitstoerisme en toerisme en toegankelijke natuurrecreatie: - Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg In de paragraaf Verbonden partijen vindt u een overzicht met toelichting van alle verbonden partijen waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen.
Pagina 29 van 109
Programma 4 Bestuur en organisatie Korte beschrijving Vanuit de bedrijfsvoering van de gemeente Doesburg zijn we voortdurend bezig om samen met de collega’s resultaten te boeken voor de stad, zijn inwoners, bedrijven en instellingen. Met de focus op de onderwerpen uit de Toekomstvisie, de steeds toenemende hoeveelheid taken en rollen en de complexiteit ervan in combinatie met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt willen we een sterke, gerichte samenwerking met collega’s in de regio realiseren. We willen ons verbinden aan een partner waar we vanuit vertrouwen mee samenwerken en elkaar versterken. Om dit waar te kunnen maken, werkt Bedrijfsvoering aan drie hoofdthema’s in de komende periode: •
het versterken van de ambtelijke organisatie;
•
aantrekkelijk werkgeverschap;
•
beheer en processen op orde.
Omdat Doesburg voor forse uitdagingen staat, zowel financieel als op het personele vlak, is het niet haalbaar om alle gestelde ambities in dit programma te realiseren. Hoewel er nog wel hard gewerkt wordt aan onderstaande doelen en maatregelen, merken we dat de realisatie langer duurt dan we zouden willen en dat ook onze ambities te groot zijn. Dit merken wij in dit programma bij de gestelde doelen op het gebied van behoud van de zelfstandigheid van Doesburg. De raad heeft hiertoe een nader bestuurskracht onderzoek ingesteld en het college is een verkenning gestart naar mogelijke fusiepartners. Voor een nadere specificatie per doel/ maatregel verwijzen we de raadsleden naar Pepperflow. Wat willen we bereiken? L 4.4 We willen ruimte binnen de bestaande begroting creëren. Wat gaan we daarvoor doen? M 4.4 We zorgen voor een materieel sluitende (meerjaren)begroting. Wat willen we bereiken? L 4.5 We willen kritisch kijken naar ons voorzieningenniveau in relatie tot onze toekomstvisie. Er zullen scherpere keuzes gemaakt moeten worden in welke voorzieningen wel passen en welke niet. Wat gaan we daarvoor doen? M 4.5 Onderzoek over welke voorzieningen tot het basisvoorzieningenniveau binnen onze gemeente behoren en welke door de voorzieningen in de regio vervuld worden.
M 4.5 We gaan het jeugd- en jongerenwerk volgens de huidige inzichten vormgegeven, waarbij bekeken zal worden of een zelfstandig jongerencentrum nog bij deze vraag past. We willen kijken naar een beter alternatief. M 4.5 We willen analoog aan het recycleplein kijken of onze voorzieningen regionaal beter kunnen worden benut, waardoor wellicht ook financiële voordelen ontstaan voor de exploitatie ervan. Wat willen we bereiken? L 4.6 We willen de inwoners en bedrijven en maatschappelijke organisaties meer dan voorheen een stevige positie geven in de beleidsontwikkeling en uitvoering. Wat gaan we daarvoor doen? M 4.6 We gaan opgavegericht werken.
Pagina 30 van 109
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2023
BGR 2024 na Prim.Begr.2025 Prim.Begr.2026 Prim.Begr.2027 Prim.Begr.2028 wijziging [2025] [2025] [2025] [2025]
Lasten 0.1 Bestuur
926.907
1.010.669
1.064.680
1.064.680
1.064.680
1.064.680
0.4 Overhead
7.474.922
7.037.392
7.261.898
7.235.106
7.166.891
7.149.663
0.5 Treasury
24.949
48.196
118.196
188.196
188.196
188.196
Totaal Lasten
8.426.778
8.096.257
8.444.774
8.487.982
8.419.767
8.402.539
0.4 Overhead
253.855
135.529
139.009
139.009
139.009
139.009
0.5 Treasury
356.091
231.623
290.584
366.466
366.466
366.466
Totaal Baten
609.946
367.152
429.593
505.475
505.475
505.475
-7.816.832
-7.729.105
-8.015.181
-7.982.507
-7.914.292
-7.897.064
Baten
Resultaat
Mutatie reserves horende bij dit programma Exploitatie
Realisatie 2023
BGR 2024 na Prim.Begr.2025 Prim.Begr.2026 Prim.Begr.2027 Prim.Begr.2028 wijziging [2025] [2025] [2025] [2025]
Lasten 0.10 Mutaties reserves
100.104
5.104
5.104
5.104
5.104
5.104
0.10 Mutaties reserves
123.826
163.304
43.071
43.071
42.842
35.597
Resultaat
23.722
158.200
37.967
37.967
37.738
30.493
Baten
Toelichting op budgetafwijkingen In deze toelichting wordt het verschil op hoofdlijnen verklaard tussen de gewijzigde begroting 2024 en de primaire begroting 2025. Het geraamde resultaat van baten en lasten op dit programma in is in 2025 € 406.000 negatiever dan de gewijzigde begroting in 2024. Dit verschil kan o.a. als volgt verklaard worden: •
De voorstellen uit de Kadernota 2025 zijn verwerkt. Per saldo resulteert dit in lagere lasten op dit programma van € 65.000.
•
De personeelslasten stijgen i.v.m. de verwachte cao-ontwikkeling met € 166.000.
•
De prijzen zijn geïndexeerd, hogere lasten van € 28.000
•
De afschrijvingslasten zijn € 190.000 hoger dan de begroting 2024. Dit komt met name doordat op de Leigraafseweg voor het eerst wordt afgeschreven.
•
De overige lasten bedragen per saldo € 86.000. Dit bestaat uit hogere rentelasten/lagere rentebaten € 32.000, hogere lasten verzekering € 8.000, hogere lasten accountant € 11.000 en reeds in de begroting 2025 opgenomen hogere lasten in 2025 t.o.v. 2024.
Beleidsindicatoren Voor het toelichten van de maatschappelijke effecten in de begroting zijn gemeenten verplicht om de effecten van beleid toe te lichten aan de hand van een op Rijksniveau vastgestelde set aan beleidsindicatoren. In dit boekwerk zijn deze verplichte indicatoren opgenomen in de bijlage "beleidsindicatoren en statistieken". Door de indicatoren (en daarmee de ontwikkeling ervan) op deze Pagina 31 van 109
wijze te presenteren, ontstaat er een overzichtelijk beeld van de cijfers. Het doel van deze indicatoren is dat de beleidsresultaten van de gemeenten onderling vergelijkbaarder worden.
Verbonden partijen De volgende verbonden partijen dragen bij aan de doelstellingen van het programma Programma 4 Bestuur en organisatie: - BNG Bank - Alliander N.V. - Vitens In de paragraaf Verbonden partijen vindt u een overzicht met toelichting van alle verbonden partijen waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen.
Pagina 32 van 109
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Op basis van artikel 8 van het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt hieronder een overzicht gegeven van de kosten van overhead en het bedrag dat is opgenomen voor de vennootschapsbelasting en onvoorzien in de primaire begroting. R2023
B2024
B2025
B2026
B2027
B2028
7.221
6.773
7.123
7.096
7.028
7.011
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
-42
0
0
0
0
0
Onvoorzien
19
55
55
15
15
15
Kosten voor overhead (saldo uitgaven/inkomsten TV 0.4)
(bedragen x € 1.000)
Algemene dekkingsmiddelen Exploitatie
Realisatie 2023
BGR 2024 na Prim.Begr.2025 Prim.Begr.2026 Prim.Begr.2027 Prim.Begr.2028 wijziging [2025] [2025] [2025] [2025]
Lasten 0.61 OZB woningen
181.037
262.277
273.695
273.695
273.695
273.695
0.62 OZB niet-woningen
6.669
27.077
28.233
28.233
28.233
28.233
0.64 Belastingen Overig
66.999
59.821
67.290
67.290
67.290
67.290
0.8 Overige baten en lasten
20.183
85.000
85.000
45.000
45.000
45.000
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
-42.465
0
0
0
0
0
Totaal Lasten
232.423
434.175
454.218
414.218
414.218
414.218
Baten 0.61 OZB woningen
1.851.045
1.896.878
1.959.475
1.959.475
1.959.475
1.959.475
0.62 OZB niet-woningen
484.542
508.314
525.088
525.088
525.088
525.088
0.64 Belastingen Overig
148.596
157.503
161.988
161.988
161.988
161.988
27.610.674
27.841.546
29.222.190
27.811.190
28.142.735
28.370.657
607
0
0
0
0
0
Totaal Baten
30.095.464
30.404.241
31.868.741
30.457.741
30.789.286
31.017.208
Resultaat
29.863.041
29.970.066
31.414.523
30.043.523
30.375.068
30.602.990
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten
Toelichting op budgetafwijkingen Het verschil tussen 2024 en 2025 bedraagt € 1.445.000 en kan als volgt verklaard worden: •
Hogere algemene uitkering. Op basis van de septembercirculaire 2023 en de meicirculaire verwachten we een hogere algemene uitkering € 1.392.000.
•
Hogere OZB opbrengst, € 80.000.
•
Overig: hogere lasten per saldo € 28.000, waaronder € 13.000 hogere personeelslasten.
Pagina 33 van 109
Paragrafen
Paragraaf A | Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf geven wij inzicht in de tarieven en inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen. De lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. De inkomsten worden voor het merendeel opgebracht door de inwoners en voor een kleiner deel door bedrijven. De heffing vindt plaats op basis van verordeningen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De lokale heffingen bestaan uit het totaal van belastingen, rechten en (bestemmings-)heffingen. • Belastingen; de inkomsten uit belastingen zijn niet gelabeld en kunnen daarom voor alle gemeentelijke taken en/of voorzieningen worden ingezet. Voorbeelden zijn de onroerende zaakbelasting en de toeristenbelasting. • Rechten: worden geheven voor diensten die geleverd worden aan een individuele aanvrager. Rechten worden ook wel leges of retributies genoemd. Voorbeelden zijn leges voor het aanvragen van een rijbewijs, het aanvragen van een omgevingsvergunning en de lijkbezorging. Bij het heffen van rechten gelden beperkingen: er mag geen winst gemaakt worden op de diensten en voor een aantal diensten heeft de rijksoverheid een maximumtarief bepaald. • (Bestemmings-)heffingen: worden geheven voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. De inkomsten kunnen uitsluitend worden besteed aan die specifieke taak waarvoor de heffing is opgelegd.
Voorbeelden zijn de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor deze heffingen geldt dat de gemeente niet meer in rekening mag brengen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt.
In de paragraaf lichten we de volgende onderdelen toe: 1. Het beleid. 2. De inkomsten uit lokale heffingen en de kostendekking. 3. Kwijtschelding. 4. De lokale lastendruk.
Het Beleid De gemeenteraad bepaalt via verordeningen welke gemeentelijke lokale lasten inwoners betalen alsook de hoogte van de tarieven. De belastingverordeningen worden jaarlijks in de decembervergadering door de raad vastgesteld voor het daaropvolgende begrotingsjaar. De tarieven voor de belastingen en leges worden in 2025 met conform de kadernota 3,3% verhoogd ten opzichte van 2024. Bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Eventuele voor- en nadelen op de taakvelden riolering en afval worden via een egalisatievoorziening vereffend.
Overzicht lokale heffingen Overzicht lokale heffingen en geraamde inkomsten De lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten. De belastingen dienen ter dekking van de algemene uitgaven van de gemeente en zijn in principe vrij besteedbaar. De rechten dienen ter Pagina 34 van 109
dekking van de kosten die de gemeente maakt voor individuele dienstverlening aan de burger en zijn dus niet vrij besteedbaar. In onderstaand overzicht zijn de geraamde inkomsten voor 2025 opgenomen. Ter vergelijking zijn ook de geraamde inkomsten voor 2024 en de gerealiseerde inkomsten in 2023 opgenomen. Omschrijving
Begroting 2025
Begroting 2024
Realisatie 2023
Leges (excl. leges omgevingsvergunning)
197.709
216.036
188.969
Parkeerheffingen
593.048
593.048
697.274
Lig-, haven- en kadegelden
101.309
101.458
73.116
4.557
4.557
4.614
Afvalstoffenheffing
1.758.356
1.627.644
1.612.598
Rioolheffing
1.411.611
1.315.209
1.084.850
Marktgeld
Lijkbezorgingsrechten
76.697
74.247
73.626
Leges omgevingsvergunning
354.258
354.232
250.974
Onroerendezaakbelastingen
2.484.072
2.403.176
2.332.676
59.240
57.348
52.050
Hondenbelasting Precariobelasting
25.682
24.862
25.924
Toeristenbelasting
421.470
408.006
383.578
Roerende-zaakbelastingen
2.083
2.016
2.911
Reclamebelasting
55.512
53.739
50.535
7.545.604
7.235.578
6.833.695
TOTAAL
Belastingen De gemeente kan alleen een belasting heffen als de wet daar de bevoegdheid toe geeft. De opbrengsten van de algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten vrij te besteden zijn. Het gaat om de onroerende zaakbelastingen, toeristenbelasting, hondenbelasting, parkeerbelasting en reclamebelasting. Onroerende zaakbelasting Onroerende zaakbelastingen (OZB) zijn de belastingen op de waarde van een woning of bedrijf. Voor woningen mag alleen een eigenarenbelasting in rekening worden gebracht. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt ieder jaar van elk object de waarde vastgesteld. Deze waarde vormt de grondslag voor de berekening van de OZB aanslagen. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. Stijgt de waarde dan moeten de tarieven neerwaarts worden bijgesteld om de opbrengst niet meer te laten stijgen dan de inflatiecorrectie. Parkeerbelastingen worden geheven voor: a. een verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende dagkaart voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die dagkaart aangegeven plaats en wijze.
Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen vergoeding houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente.
Pagina 35 van 109
Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het in gebruik nemen van gemeentegrond, zoals bv. terrassen, voorwerpen voor reclamedoeleinden en bouwsteigers. Hondenbelasting De hondenbelasting is een directe belasting die wordt geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. De opbrengsten worden uitbetaald aan de Stichting Centrum Belang Doesburg.
Bestemmingsheffingen De inkomsten uit bestemmingsheffingen kunnen uitsluitend besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. De gemeente mag bij de begroting niet meer in rekening brengen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Mee- of tegenvallers worden verrekend met de egalisatievoorziening.
Rioolheffing In 2023 is het Watertakenplan Olburgen (WTPO) 2023-2027 vastgesteld. Hierin is aangegeven hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgtaken op het gebied van riolering, water en klimaatadaptatie (DPRA). Een belangrijk uitgangspunt van het nieuwe plan is het op lange termijn betaalbaar houden van de rioolheffing voor de inwoners. In onderstaand overzicht is de kostendekking voor riolering weergegeven. Taakveld
Lasten
Baten
Lasten 7.2 Riolering
919.393
0.4 Overhead incl btw en rente
447.332
2.1 Straatreiniging
53.433
6.3 Kwijtschelding
75.000
0.10 storting vrz vervangingsinvest.
187.243
Totaal lasten
1.682.401 a
Baten 7.2 Opbrengst heffingen 0.10 onttrekking egalisatievrz. Totaal baten
Dekkingspercentage
1.411.220 271.181 1.682.401
100,0%
De rioolheffing wordt berekend op basis van het waterverbruik. Daardoor kan de opbrengst van de heffing behoorlijk schommelen. Dit wordt gecompenseerd door een onttrekking aan de egalisatievoorziening. In het in 2023 vastgestelde watertakenplan is al aangegeven dat het te overwegen is om de heffingsmethodiek in de nabije toekomst te herzien. De opbrengst is verhoogd
Pagina 36 van 109
met 7,3%, Dit betreft de inflatiecorrectie en de extra verhoging van 4% conform het watertakenplan. Dit omdat de tarieven niet kostendekkend zijn.
Afvalstoffenheffing De kosten van de afvalinzameling worden gedekt door de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. Dit gebeurt op basis van 100 % kostendekkendheid. Daarnaast worden de opbrengsten uit de milieustraat door medegebruik van buurgemeenten en de vergoeding voor gescheiden inzameling van Verpact ook meegenomen in de dekking. In onderstaand overzicht is de kostendekking voor afval weergegeven. Taakveld
Lasten
Baten
Lasten 7.3 Afval
1.484.851
0.4 Overhead incl btw en rente
315.436
2.1 Straatreiniging
113.433
6.3 Kwijtschelding
85.000
0.10 Toevoeging egalisatievoorziening
10.926
Totaal lasten
2.009.646 a
Baten 7.3 Opbrengst belastingen
1.758.344
7.3 Overige opbrengsten
251.302
Totaal baten
Dekkingspercentage
2.009.646
100%
De jaarlijkse overschotten of tekorten op de afvalstoffenheffing worden geëgaliseerd via de egalisatie voorziening afvalstoffenheffing. Hierdoor worden grote schommelingen in de te heffen afvalstoffenheffing voorkomen. De kosten voor afvalinzameling stijgen met 8% door vooral hogere loonkosten. De tarieven zullen daardoor ook stijgen met meer dan 3,3%..
Rechten Rechten worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. Bij het heffen van rechten geldt dat er geen winst gemaakt mag worden op de diensten. De belangrijkste rechten zijn de leges die geheven worden op basis van de legesverordening. Ook de marktgelden en de lijkbezorgingsrechten horen bij dit onderdeel.
Pagina 37 van 109
Overzicht leges (inkomsten en kostendekking) Begroting 2025
Begroting 2024
realisatie 2023
Leges algemene dienstverlening (hoofdstuk 1)
€ 156.535
€ 139.917
€ 147.587
Leges leefomgeving en omgevingsvergunning (hoofdstuk 2)
€ 355.133
€ 355.079
€ 250.974
Leges dienstverlening (hoofdstuk 3 vallend onder de Europese dienstenrichtlijn)
€ 41.174
€ 21.174
€ 41.382
Totaal
€ 552.842
€ 516.170
€ 439.943
Begroting 2025
Begroting 2024
realisatie 2023
Lasten
€ 741.724
€ 696.841
€ 519.514
Opbrengst leges
€ 156.535
€ 139.917
€ 147.587
21%
20%
28%
Lasten
€ 491.283
€ 476.541
€ 575.088
Opbrengst leges
€ 355.133
€ 355.079
€ 250.974
72%
75%
44%
Lasten
€ 204.491
€ 203.266
€ 226.780
Opbrengst leges
Overzicht kostendekking
Leges algemene dienstverlening (hoofdstuk 1)
Dekkingspercentage
Leges leefomgeving en omgevingsvergunning (hoofdstuk 2)
Dekkingspercentage
Leges dienstverlening (vallend onder de Europese dienstenrichtlijn) (hoofdstuk 3)
€ 41.174
€ 21.174
€ 41.382
Dekkingspercentage
20%
10%
18%
Kosten leges totaal
€ 1.437.498
€ 1.376.648
€ 1.321.382
€ 552.842
€ 515.188
€ 439.942
38%
37%
33%
Opbrengsten leges totaal Dekkingspercentage legesverordening
Lijkbezorgingsrechten Taakveld
Begroting 2025 Begroting 2024 Realisatie 2023
Lasten 7.5 Begraafplaatsen
92.203
92.286
127.572
0.4 Overhead
40.975
46.003
5.932
Totaal lasten
133.178
138.289
133.504
Opbrengsten belastingen
76.697
75.781
73.626
Overige opbrengsten
1.534
Totaal baten
78.231
75.781
73.626
59%
55%
55%
A Baten
Dekkingspercentage
A
Pagina 38 van 109
Marktgeld Taakveld
Begroting 2025
Begroting 2024
Realisatie 2023
3.3. Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
14.513
13.202
4.194
0.4 Overhead
10.720
11.000
9.047
Totaal lasten
25.233
24.202
13.241
5.828
4.557
4.614
23%
19%
35%
Lasten
A Baten Opbrengst marktgelden A Totaal
Lokale lastendruk De lokale lastendruk vergeleken Op de website van de provincie Gelderland zijn de gegevens te vinden van de belastingdruk per inwoner per Gelderse gemeente. Om een indruk te geven van de lokale belastingdruk van de gemeente Doesburg in regionaal verband wordt het onderstaande overzicht opgenomen: Belastingdruk per inwoner Gemeente
2023
2024
Rheden
448
484
Westervoort
452
484
Montferland
454
494
Doesburg
473
476
Zevenaar
489
537
Duiven
469
476
Doetinchem
492
514
Bronckhorst
461
485
Gemiddelde Gelderland
494
528
Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Doesburg is het kwijtscheldingsbeleid van toepassing op de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht graven en de rioolheffing. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Deze regeling bevat een drietal toetsen die het mogelijk maken de financiële situatie van de belastingschuldige te beoordelen: de inkomenstoets, de vermogenstoets en de schuldentoets. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om tussen drie verschillende kwijtscheldingsnormen te kiezen: de 90%-, de 95%- of de 100%-norm. In december 2022 is de 'verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Doesburg' vastgesteld. In afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 procent. Dit betekent dat, uitzonderingen daargelaten, de meeste mensen die een uitkering op bijstandsniveau hebben in aanmerking komen voor kwijtschelding.
Pagina 39 van 109
Paragraaf B - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Daarbij worden de risico's meegenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is - tenzij anders vermeld in deze paragraaf - gebaseerd op de primaire begroting 2024. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten - die onverwachts en substantieel zijn - te kunnen afdekken. De weerstandscapaciteit van de gemeente Doesburg is: Onderdeel Algemene reserve
Bedrag 2.271.457
Onvoorzien Totale weerstandcapaciteit
15.000 2.286.457
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die nog mogelijk is voor een tariefsverhoging OZB alvorens men toe kan treden als artikel 12 gemeente. In deze begroting nemen we hier geen post meer voor op aangezien dit niet op korte termijn kan worden ingezet en daarom niet geschikt is om incidentele tegenvallers op te vangen. Algemene reserve De algemene reserve bedraagt op basis van de begroting per 31-12-2025 €2.271.457. Daarbij is rekening gehouden met het begrotingsresultaat 2024 en 2025. Onvoorzien Voor de post onvoorzien is een bedrag van €15.000 opgenomen in de begroting. Inventarisatie van de risico’s Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen. Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg.
Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt: •
Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;
•
Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken; Pagina 40 van 109
•
Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;
•
Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen.
Risico’s en beheersing Hieronder worden de 5 grootste risico's benoemd. Bij de risico's wordt tevens aangegeven op welke wijze we de risico's proberen te beheersen. Cybercrime De kans is reëel dat ook de gemeente Doesburg in de komende jaren een keer het slachtoffer wordt van een cybercriminaliteit. In het ergste scenario wordt er dan binnengedrongen in onze ICT omgeving, wordt er mogelijk kwaadaardige software geïnstalleerd; mogelijk bestanden onbruikbaar gemaakt of data buitgemaakt, die ongewenst openbaar gemaakt kan worden. In zo’n situatie worden we geconfronteerd met hoge kosten. Kosten i.v.m. analyseren van de omvang van de schade die ontstaan is; herstellen van de systemen en de mogelijk versleutelde gegevens. Ook krijgen we in zo’n situatie te maken met uitvoerende processen die stil komen te liggen en mogelijke gevolgschade hiervan. Ook zal er mogelijk sprake zijn van imagoschade en schade door identiteitsfraude. Om deze risico's te beheersen zijn er o.a. de volgende maatregelen genomen: 1. We maken gebruik van de diensten en expertise van ICT samen (uitvoering door de gemeente Doetinchem) 2. We beveiligen de toegang tot onze digitale werkomgeving m.b.v. 2FA 3.
We investeren in bewustwording bij personeel en staf op gebied van Informatieveiligheid Fluctuaties gemeentefonds De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt zo'n 60% deel uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen derhalve de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft een omvang van bijna 28 miljoen euro in 2024. Het risico is ingeschat op 1% omdat het accres alleen nog wijzigt met loon- en prijsmutaties. Vanaf 2026 daalt de omvang van het gemeentefonds. Over de ontwikkeling van het gemeentefonds na 2026 is nog geen duidelijkheid. Op basis van de huidige gegevens is de uitkering voor Doesburg in 2026 ruim 2 miljoen lager. Open einde regelingen sociaal domein Het sociaal domein bevat een aantal open einde regelingen. Dit betreft dan met name de Participatiewet, de Jeugdzorg en de WMO. De laatste jaren zijn de budgetten voor de Jeugdzorg en WMO niet toereikend gebleken. Het risico is ingeschat op € 750.000 met een kans van 50%. Beheersing: de invloedsfeer is beperkt door autonome ontwikkelingen, bv. aantal en zwaarte van de in te zetten zorg. In 2025 maken we gebruik van een praktijk ondersteuner van de huisarts (POH).
Hierdoor verwachten we de doorverwijzing naar specialistische zorg te beperken. Verder sluiten wij aan bij de ontwikkelingen in de regio (hervormingsagenda). De hervormingsagenda richt zich op betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is en een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel.
Pagina 41 van 109
Personeel/Ontwikkeling arbeidsmarkt Door schaarste op de arbeidsmarkt kan er een situatie ontstaan waarbij bepaalde vacatures lastig tijdig en adequaat kunnen worden ingevuld, waardoor relatief duurdere inhuur noodzakelijk is. Verbonden partijen Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf “Verbonden partijen”. Door onverwachte tegenvallers in de exploitatie van verbonden partijen is er een risico dat de bijdrage aan een dergelijke verbonden partij in een bepaald jaar hoger zal moeten zijn dan begroot . De tegenvallers van verbonden partijen worden in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Het maximale risico is bij de begroting ingeschat op € 500.000 met een kans van 10%. Beheersing: We monitoren de ontwikkelingen van de verbonden partijen via tussentijdse rapportages. De invloed op tegenvallers gedurende het jaar is echter beperkt. Algemene risico’s bouwgrondexploitatie Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken.
De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Binnen Doesburg zijn er op dit moment 2 grexen. Beiden bevinden zich in de eindfase. Deze sluiten naar verwachting af met een positief resultaat. Verleende gemeentegaranties en aan derden verstrekte geldleningen In de begroting is voor de gemeentegaranties een risico opgenomen van € 200.000. Het saldo waarvoor de gemeente nog garant staat is gedaald tot onder de € 2 miljoen. Voor verstrekte geldleningen wordt geen bedrag opgenomen. Het risico op verstrekte geldleningen betreft vooral een theoretisch risico. Op basis van het treasury statuut zijn er strenge eisen aan het verstrekken van leningen gesteld en wordt er zekerheid gevraagd. De leningen die niet bezwaard zijn met een hypothecaire lening zijn verstrekt aan organisaties die voldoende inkomsten genereren om de rente en aflossing te kunnen betalen. Totaal risico's In de onderstaande tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien: Risico's
Kans
Maximaal risico
kans x financieel gevolg
Cybercrime
25%
1.000.000
250.000
Fluctuaties gemeentefonds
1%
28.500.000
285.000
Open einde regelingen sociaal domein
50%
750.000
375.000
Personeel
80%
600.000
480.000
Verbonden partijen
25%
500.000
125.000
Verleende garanties en geldleningen
10%
2.000.000
200.000
33.350.000
1.715.000
Totaal
Pagina 42 van 109
Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt is het weerstandsvermogen laag. Weerstandsvermogen:
Ratio
Weerstandscapaciteit
2.286.457
Risico's
1.715.000
Weerstandsvermogen
1,3
Het weerstandsvermogen is net voldoende om, wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet, de incidentele lasten op te vangen. Door de voorgestelde bezuinigingen/maatregelen stijgt het weerstandsvermogen weer. Een minimum weerstandsvermogen van 2 is voldoende.
Kengetallen De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het voor de raad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen. Kengetallen
W2023
B2024
B2025
B2026
B2027
B2028
5,3%
22,2%
33,1%
49,2%
58,0%
65,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen
-4,9%
11,4%
25,1%
40,8%
49,9%
57,5%
Solvabiliteitsrisico
68,0%
56,7%
48,8%
38,7%
30,5%
23,2%
Grondexploitatie
0,2%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatieruimte
4,3%
0,3%
-5,3%
-9,2%
-8,2%
-7,6%
108,8%
100,3%
107,0%
107,0%
107,0%
107,0%
Netto schuldquote
Belastingcapaciteit
Toelichting kengetallen Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een schuldquote van minder dan 90% wordt als goed beoordeeld (minst risicovol). Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een ratio tussen de 20 en 50% wordt als goed beoordeeld. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Een waarde van het kengetal onder de 20% wordt als goed beoordeeld. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positieve waarde geeft aan dat de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.
Pagina 43 van 109
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of de mate waarin er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit van de gemeente is afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Onze tarieven lopen redelijk in de pas met het landelijk gemiddelde mede door het niet verhogen van de afvalstoffenheffing.
Pagina 44 van 109
Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering en water, civiele kunstwerken, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan het beleidskader, het beheer/de ontwikkelingen en de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties.
Wegen Beleidskader De gemeente heeft de plicht de openbare wegen te onderhouden. Dit doen we door uitvoering te geven aan een Beleids- en beheerplan Wegen. Doesburg werkt met beeldkwaliteiten, conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Doesburg (NRK). In juli 2024 is het Meerjarig Investering Programma wegen plus 2024-2028 vastgesteld. Naast de uitvoeringsplannen voor het vervangen van wegen en fundering zullen ook maatregelen gericht op het afschalen van de maximum snelheid worden meegenomen. Ook het zoveel mogelijk toepassen van duurzame materialen en het toepassen van klimaatadaptatie zijn opgenomen in het plan. In het nieuwe MIP plus is nadrukkelijk gekeken naar het behalen van synergievoordelen door de uitvoering waar mogelijk af te stemmen op de vervanging van het rioolstelsel en mee te liften op herstructurerings- en nieuwbouwopgaven. Kerncijfers: Het gemeentelijke wegennet omvat ongeveer 630.000 m2 verharding: • ongeveer 187.000 m2 Asfalt (rijwegen en fietspaden) • ongeveer 431.000 m2 Element verharding (woonstraten, voet en fietspaden) • ongeveer 13.300 m2 Cement beton verharding (fietspaden) Beheer en ontwikkelingen Het wegenareaal is met de benodigde kenmerken vastgelegd in een beheerapplicatie. Door middel van inspecties wordt frequent de staat van het areaal in beeld gebracht.
Met de beheerapplicatie wordt een onderhoudsplanning opgesteld, die de basis vormt voor het onderhoudsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen rehabilitatie, groot onderhoud en klein onderhoud. Rehabilitatie betreft het volledig vervangen van een weg, incl. fundatie. Groot onderhoud betreft voorziene werkzaamheden, voorvloeiend uit de inspectie, welke worden opgenomen in een onderhoudsplan. Klein onderhoud betreft reparaties en dergelijke uit bijvoorbeeld meldingen van inwoners. Voor rehabilitatie worden kredieten beschikbaar gesteld via het Meerjaren Investerings Programma wegen. De kosten voor groot onderhoud worden onttrokken aan de bestemmingsreserve onderhoud wegen. Voor het klein onderhoud wordt jaarlijks een exploitatiebudget opgenomen in de Programmabegroting. Ook bij het onderhoud van wegen worden werkzaamheden zoveel mogelijk integraal opgepakt, bijvoorbeeld samen met werkzaamheden aan de riolering of in combinatie met rehabilitatie van wegen. In het kader van duurzaamheid is er o.a. oog voor energie- en materiaalgebruik. Een voorbeeld hiervan is wegdekreflectie, waarbij minder openbare verlichting nodig is. In 2025 wordt de rehabilitatie van de Koppelweg en de Oranjesingel uitgevoerd, ook de uitvoering van het Project Flora 23 loopt in 2025 door.
Pagina 45 van 109
Financiën Conform het vastgestelde Meerjaren Investerings Programma wegen plus 2024-2028 wordt jaarlijks € 200.000 in de bestemmingsreserve rehabilitatie wegen gestort ter dekking van de kapitaallasten van de rehabilitaties en de bijbehorende rentelasten. Voor groot onderhoud wordt jaarlijks € 240.000 in de bestemmingsreserve wegen gestort, kosten voor groot onderhoud worden uit deze reserve betaald, tenslotte wordt nog € 50.000 begroot in de exploitatie voor klein onderhoud.
Watertaken (riolering en water) Beleidskader In 2023 is het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 (WTPO) vastgesteld. Hierin is aangegeven hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgtaken voor riolering, water en klimaatadaptatie (DPRA). Een belangrijk uitgangspunt van het Watertakenplan is het op lange termijn betaalbaar houden van de rioolheffing voor de inwoners. De ambitie is om in 2050 Klimaatbestendig te zijn, dat houdt in dat 30% van het verharde oppervlak dat loost op een gemengd rioolstelsel afgekoppeld moet zijn. Kerncijfers • ongeveer 29 kilometer vrij verval regenwaterriool • ongeveer 22 kilometer vrij verval vuilwaterriool • ongeveer 28 kilometer vrij verval gemengd riool • 22 kilometer persleiding • 13 gemalen en 57 drukriool units • 3600 kolken en 1,5 km lijngoot Beheer en ontwikkeling In de planperiode investeren we in de vernieuwing van de infrastructuur (vervanging en renovaties), aanpak wateroverlast, verbeteren, verduurzamen en klimaatbestendig maken. Door middel van inspecties van het riool, die bijgehouden worden in een applicatie, kan de prioriteit van de geplande taken worden bepaald. Daarbij wordt een integrale aanpak gehanteerd, waarbij o.a. wordt afgestemd met de rehabilitatie van wegen.
In 2025 starten de volgende grote projecten of zijn in uitvoering: • PéGé Flora 23, fase 2 • Bekkerslaan en Oranjesingel • Koppelweg rioolvervanging Daarnaast zijn nog enkele kleinere vervangingsprojecten gepland. Financiën Voor een overzicht van de totale lasten die worden toegerekend aan de riolering (watertaken) wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen, onderdeel riolering. Overschotten of tekorten worden verrekend met de voorziening riolering.
Pagina 46 van 109
Civiele Kunstwerken. Beleidskader In de openbare ruimte van Doesburg bevinden zich verschillende civiele kunstwerken. Civiele kunstwerken zijn meestal aangelegd om de infrastructuur te ondersteunen. Dit kan gaan om het afwikkelen van verkeer over een watergang (brug) zijn, maar bijvoorbeeld ook het keren van grond of water. Basis voor het onderhoud is het in 2023 vastgestelde Beheerplan Civiele Kunstwerken 20232027. Kerncijfers • 6 bruggen • 1 tunnel • 4 kademuren • 11 grond- en/of waterkerende constructies • 2 steigers • 1 geluidswal • 11 trappen Beheer en ontwikkeling Het beheerplan is bedoeld om het beheer en onderhoud aan de civiele kunstwerken voor een periode van vijf jaar op een efficiënte wijze voort te zetten en waar mogelijk te verbeteren. Het primaire doel van het beheerplan is de kunstwerken op het gewenste onderhoudsniveau te brengen en te houden. Begin 2025 zal een her-inspectie en kostenraming plaatsvinden van het totale areaal aan civiele kunstwerken, zodat voor de resterende periode tot en met 2027 de reële beheerkosten inzichtelijk zijn. De civiele kunstwerken zijn opgenomen in de beheerapplicatie voor de openbare ruimte. Voor eind 2024 uitlopend tot begin 2025 staat de vervanging gepland voor een tweetal bruggen. Financiën Voor jaarlijks onderhoud is in de begroting een bedrag van € 70.000 opgenomen.
Daarnaast is er nog een krediet van € 700.000 voor de vervanging van kunstwerken beschikbaar gesteld in de Kadernota 2022. De uitvoering van de diverse projecten loopt van 2023 t/m 2027. In het overzicht restantkredieten bij de jaarrekening wordt jaarlijks inzicht gegeven in de bestedingen ten laste van het krediet.
Groen Beleidskader Het gemeentelijk beleidskader wordt gevormd door het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014. De gemeente wil een aantrekkelijke leefomgeving bieden aan haar inwoners en bezoekers. Een groene inrichting door middel van plantsoenen en bomen maakt daar deel van uit. Kerncijfers •
ongeveer 71 hectare openbaar groen
•
ruim 5.400 bomen
Pagina 47 van 109
Beheer en ontwikkeling Openbaar groen: De beeldkwaliteit van het openbaar groen is over het algemeen op orde. Het groen buiten de binnenstad wordt onderhouden door Circulus . In het projectplan voor de ontwikkeling van het Hart van Beinum wordt ingezet op het vergroenen van het gebied op een klimaat adaptieve wijze met aandacht voor het creëren van biodiversiteit. Ook bij de ontwikkeling van de toekomstige wijk Wemmerse Woerden worden er diverse maatregelen getroffen om natuur en groen in te passen in het gebied en flora en fauna een "boost" te geven. Bomen: Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur en aantrekkelijke leefomgeving. Daarnaast heeft de gemeente voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. We voeren regelmatig veiligheidscontroles uit en houden de bomen veilig met het boomonderhoud zoals snoei. Over het algemeen is het bomenbestand veilig en gezond. Wel is een groot gedeelte van de boomsoort ‘gewone es’ aangetast door de essentaksterfte en de paardenkastanjes door kastanjebloedingsziekte. Dat heeft vooral grote consequenties voor de essenlanen in het buitengebied en in toenemende mate van individuele essen en paardenkastanjes in de bebouwde kom. Dode bomen worden in het lopende beheer vervangen en daar waar nodig snoeien we essen extra in verband met dood hout. Deze kosten drukken in toenemende mate op het budget boombeheer.
Er wordt een nieuwe inventarisatie uitgevoerd om de huidige stand van zaken te kwantificeren. Daarnaast werken we aan een stappenplan om het beleid en verordening van bomen te actualiseren. Financiën Voor het onderhoud openbaar groen is € 636.000 opgenomen in de begroting. Voor boombeheer is € 85.000 opgenomen. Beide bedragen zijn inclusief de in de kadernota 2025 opgenomen verhogingen van het budget.
Gebouwen Beleidskader Het beheer van het gemeentelijke vastgoed is vastgelegd in het meerjarig onderhoudsplan. In 2023 zijn de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen vastgesteld. Hierin zijn ook verduurzamingsmaatregelen opgenomen (DJMOP) Op basis van het uitgevoerde onderhoud wordt jaarlijks beoordeeld of komende jaarschijven op hoofdlijnen bijgesteld dienen te worden. Het huidige DMJOP wordt in 2027 volledig geactualiseerd. Uitgangspunt voor de DMJOP's is conditiescore 2 (goed). De conditiescore is een objectieve waarde van de technische staat van een gebouw onder NEN2767. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties en het gebouw van de Harmonie. Voor deze gebouwen geldt conditiescore 4 (matig) De gebouwen zijn onder conditiescore 4 veilig voor gebruik. Het grafmonument heeft een conditiescore 5 (slecht). Omdat het gebouw aan de Nieuwstraat 2-4 verkocht zal worden, is hier geen nieuw MJOP voor opgesteld. In 2016 is het huurprijsbeleid vastgesteld, hierin is o.a. opgenomen dat tenminste een kostprijs dekkende huur in rekening gebracht wordt bij organisaties die ruimtes huren van de Gemeente. Kerncijfers: Het gebouwenbestand bestaat momenteel uit 16 objecten waarvan 1 object een grafmonument betreft en 1 object een huurpand betreft. De opvanglocatie in het voormalig schoolgebouw Begoniastraat is toegevoegd aan het gebouwenbestand.
Beheer en ontwikkelingen In 2023 is het Stadskantoor gereed gemaakt en in gebruik genomen voor de huisvesting van de ambtelijke en bestuurlijke organisatie. In 2024 zijn ook de werkzaamheden op de begane grond
Pagina 48 van 109
voltooid, waarbij ook de publieksbalie, maatschappelijke organisaties, de bibliotheek en het stadsarchief een plek hebben gekregen in het gebouw. Voor het stadhuis zijn scenario’s uitgewerkt op basis waarvan een keuze gemaakt kan worden in het behoud of afstoten van een deel of het gehele complex. Het pand Nieuwstraat 2-4 (Stadsarchief) en de gymzaal Armgardstraat worden afgestoten, de gymzaal wordt gesloopt. Het pand De Linie 4 wordt gehuurd van Woonservice IJsselland. We zijn in overleg met WIJ voor het beëindigen van de huur dan wel op een andere wijze invulling geven aan het pand. Financiën Jaarlijks wordt € 403.000 gestort in de voorziening onderhoud gebouwen. De uitgaven voor groot onderhoud worden direct ten laste van de voorziening geboekt.
Openbare verlichting Het beleidskader De openbare verlichting (OV) draagt bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het beheerplan. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, dat er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing door dimbare energiezuinige laag vermogende armaturen (veelal led). Kerncijfers De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt bijna 2.270 lichtmasten, waarvan momenteel bijna 160 klassieke lichtmasten. Het aandeel van de klassieke lichtmasten zal nog fors stijgen, vanwege eerdergenoemde omvorming. In Doesburg staan verder ruim 250 masten langs achterpaden; deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland, maar worden door de gemeente beheerd. Het beheer en ontwikkelingen Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. Het contract omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn.
Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces, waarbij de gemeente samen met het externe bedrijf werkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting. Momenteel wordt een groot deel van het openbare verlichtingsareaal vernieuwd, dan wel omgevormd (in de binnenstad van reguliere naar klassieke verlichting). Na de omvorming zal ca. 50% van de masten zijn vernieuwd en ca. 75% van de armaturen. Financiën Voor het reguliere onderhoud is € 43.000 opgenomen in de begroting. Daarnaast wordt er jaarlijks € 84.000 gestort in de reserve openbare verlichting. Hiermee wordt gespaard voor toekomstige investeringen.
Pagina 49 van 109
Speelgelegenheid Het beleidskader Voor het beheer en onderhoud is het beleidsplan Spelen, bewegen en ontmoeten Doesburg 20182026 van toepassing. Kerncijfers: 49 speelgelegenheden 357 speeltoestellen Het beheer en ontwikkelingen De speeltoestellen worden jaarlijks gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. In het beleidsplan is vastgesteld dat het aantal toestellen en plekken verminderd moet worden, maar wel in samenspraak met de bewoners van de gemeente Doesburg. Hiervoor is een pilotproject gestart. Momenteel wordt hier uitvoering aangegeven in de buurt Noordelijk Molenveld. Daarnaast wordt in Beinum het vervangen van speeltoestellen en -plekken deels meegenomen via het project Naar Buiten in Beinum. Financiën Voor het onderhoud is € 26.000 opgenomen in de begroting.
Pagina 50 van 109
Paragraaf D - Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken. De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in de financiële verordening . Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut gemeente Doesburg 2019. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten: •
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
•
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s (indien van toepassing);
•
het zo veel mogelijk beperken van de kosten van eventuele leningen en het bereiken van voldoende rendement op de uitzettingen;
•
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd: Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico te beperken met betrekking tot kortlopende financiering (netto vlottende schuld). Het geeft de limiet aan die maximaal gefinancierd mag worden met kort geld en bedraagt 8,5% van de totale lasten bij aanvang van het begrotingsjaar 2025. Binnen de kasgeldlimiet kunnen tijdelijke liquiditeitstekorten worden opgevangen. 2025 Begrotingstotaal (uitgaven excl. primair resultaat) Percentage regeling Kasgeldlimiet
49.235.673 8,50% 4.185.032
Renterisiconorm De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico op langlopende leningen te beperken als gevolg van tussentijdse rente aanpassingen en herfinanciering van langlopende leningen. De rente risiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal van de lasten bij het begin van het jaar.
Pagina 51 van 109
2025 (1)
Renteherzieningen
0
(2)
Aflossingen
(3)
Renterisico (1+2)
600.000
(4)
Renterisiconorm
9.847.135
(5a)=(4>3)
Ruimte onder renterisiconorm
9.247.135
(5b)=(3>4)
Ruimte boven renterisiconorm
600.000
Berekening renterisiconorm 2025 (4a)
Begrotingstotaal (uitgaven excl. Primair resultaat)
(4b)
Percentageregeling
(4)=(4a x 4b/100%)
Renterisiconorm
49.235.673 20% 9.847.135
Verstrekken van leningen en garanties Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg zijn de volgende criteria opgenomen voor het verstrekken van leningen en garanties: •
De door de gemeente te financieren zaken moeten nodig zijn in het kader van de uitvoering van een publieke taak in de gemeente. Dat wil zeggen dat ze moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Tevens moet er met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel worden gediend.
•
De te financieren zaken moeten essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager (functionaliteitscriterium).
•
De te financieren zaken moeten in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente.
•
Een lening wordt niet verstrekt indien de te financieren zaken niet voldoende zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie of lening. Dit betekent dat in geval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek wordt verleend.
Een overzicht van de verstrekte garanties wordt opgenomen in de jaarrekening bij de toelichting op de balans. Het uitzetten van overtollige kasmiddelen Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's. Koersrisicobeheer De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege de verplichting tot schatkistbankieren. Pagina 52 van 109
Ontwikkeling financieringsstructuur De ontwikkeling van de financieringsstructuur is in onderstaand overzicht opgenomen. Het overzicht laat zien dat het tekort oploopt door de geraamde investeringen en het exploitatie tekort. Dat betekent dat er meer langlopend geleend moet worden. 2024
2025
2026
2027
2028
Boekwaarde MVA
32.587.775
35.797.778
37.111.945
37.179.357
36.980.501
Boekwaarde FVA
3.832.056
3.730.642
3.628.927
3.526.908
3.427.469
A: Totaal te financieren vaste activa
36.419.831
39.528.420
40.740.872
40.706.264
40.407.969
Algemene reserve
4.969.769
2.271.457
-1.693.942
-5.245.879
-8.479.910
Bestemmingsreserves
21.365.646
20.978.838
20.584.700
20.150.280
19.748.775
Voorzieningen
1.590.904
1.244.762
1.135.458
1.181.043
1.278.619
Opgenomen langlopende geldleningen
4.200.000
5.600.000
10.600.000
15.600.000
18.600.000
B: Totaal voor financiering beschikbare vaste passiva
32.126.320
30.095.058
30.626.217
31.685.445
31.147.485
-4.293.511
-9.433.363
-10.114.656
-9.020.820
-9.260.485
tekort
tekort
tekort
tekort
tekort
A
A (B-A) Financieringssaldo (+ is overschot; -/- is tekort)
Renteresultaat Renteresultaat en omslagrente
2025
(A) Externe rentelasten over kortlopende en langlopende leningen
117.593
(B) Externe rentebaten over kortlopende en langlopende leningen
46.623
(C) (=A-/-B) saldo rentelasten en rentebaten
70.970
(D) Rente door te berekenen aan grondexploitaties
-
(E) Rente toe te rekenen aan het eigen vermogen
-
(F) (=C+D+E) Totaal raming aan de taakvelden toe te rekenen rente
70.970
(G) Aan de taakvelden toe te rekenen d.m.v. de rente-omslagsystematiek
75.961
(H) (=F-/-G) Verwacht renteresultaat op Taakveld 0.5 Treasury (-/- is rente-voordeel en + is een rentenadeel)
-4.991
Rentelasten moeten worden toegerekend aan taakvelden door middel van omslagrente. De omslagrente wordt berekend door de toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd.
Pagina 53 van 109
Paragraaf E - Bedrijfsvoering Vanuit de afdeling Externe en Interne Dienstverlening streven we naar het verlenen van de beste dienstverlening aan de stad en gemeentelijke collega’s binnen de gegeven omstandigheden. Deze omstandigheden worden enerzijds gevoed door een steeds toenemende hoeveelheid taken en rollen, waarvan de complexiteit toeneemt, in tijden van een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Anderzijds willen we vanuit dienstverleningsperspectief bijdragen aan de pijlers van de Toekomstvisie van Doesburg: een evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat; een verbindende en versterkende sociale aanpak en kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie. Ter ondersteuning aan deze pijlers werkt de afdeling Externe en Interne Dienstverlening de komende periode aan twee hoofdthema’s: 1. 2.
Processen en beheer op orde, Aantrekkelijk werkgeverschap;
Bij de uitwerking van deze thema’s is het uitgangspunt of realistisch ambitieniveau om de basis verder op orde te krijgen en te houden. 1. Processen en beheer op orde De “basis op orde” begint bij goede (proces-)inrichting voor gemeentelijke beheertaken en dienstverlening aan burgers. Het komende jaar maken we een start met het doorlichten van de processen om waar mogelijk efficiënter en effectiever te werken. Een goede ondersteuning van ICT is een voorwaarde hiertoe. Digitalisering neemt alleen maar toe. Deels omdat dit een opgave is voor gemeenten (bv. opslaan en toegankelijk maken van digitale informatie in het e-Depot), deels omdat we er niet aan ontkomen (bv. overgang van applicaties naar een SaaS (Software as a Service) – omgeving), maar vooral omdat dit de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt (ook inwoners van Doesburg kunnen nu afspraken met de publieksbalie inplannen via onze website). We volgen de ontwikkelingen om onze kerntaken uit te kunnen voeren. Zo kunnen bijvoorbeeld e-diensten het de burger makkelijker maken producten van de publieksbalie via de website aan te vragen, terwijl de verwerking ervan in de back office verder kan worden geautomatiseerd. Het onderzoeken van digitale oplossingen staat het komende jaar centraal.
Dit moet worden gezien in het licht van een onderzoek naar de ontwikkelingen die de komende jaren op ons afkomen en de wijze waarop Doesburg hierop kan acteren om dienstverlening aan de inwoners te waarborgen. Aandacht voor al deze facetten is nodig om steeds de juiste informatie tijdig op de juiste plek beschikbaar te hebben. Daartoe zijn informatiebeheer en de zorg voor digitale veiligheid en privacy belangrijke aspecten. We hebben in kaart laten brengen welke ICT-investeringen ons te wachten staan en wat ons dat oplevert. Omdat dit een kostenstijging van Informatisering en Automatisering (I&A) betekent, heeft de raad besloten enkel wettelijke verplichtingen op te volgen of enkel te versaasen wanneer leveranciers on premise applicaties niet meer ondersteunen. Om deze reden zullen we in het komende jaar overgaan op een SaaS versie van onze belastingapplicatie. Voor wat betreft het versterken van onze beheertaken gaan we inzetten op het structureel in de regio beleggen van advies op gebied van inkoop- en aanbestedingsbeleid. Daarnaast wordt ingezet op verdere invulling van goed gastheerschap richting de maatschappelijke organisaties die in het stadskantoor zijn getrokken. Hiertoe is reeds een facilitair medewerker aangesteld, die samen met de bodes deze taak verder oppakt.
Pagina 54 van 109
2. Aantrekkelijk werkgeverschap De in de voorgaande paragraaf beschreven inzet op proces- en beheeroptimalisatie is nodig, maar in het licht van een moeizame arbeidsmarkt lastig. De vraagstukken die op ons afkomen zijn talrijk en worden steeds complexer. Dit is voor Doesburg niet anders dan voor andere gemeenten. Doesburg is een kleine gemeente waar medewerkers over het algemeen een breed takenpakket hebben. We zijn ons ervan bewust dat we als kleine gemeente hetzelfde moeten doen als grotere gemeenten, maar dan met minder mensen. Werken voor Doesburg betekent een brede blik en van meerdere markten thuis zijn. Mogelijk maakt dit Doesburg een aantrekkelijke werkgever. Daarom passen we onze arbeidsmarktcommunicatie en wijze van werven hierop aan. Om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven zetten we zoveel mogelijk in op korte en krachtige werving- en selectieprocedures, de ontplooiing van nieuwe en huidige medewerkers en het creëren van een prettige, veilige en duurzame werkomgeving. Gezien de moeizame arbeidsmarkt zullen we steeds vaker te maken hebben met medewerkers die nog moeten bijleren. Dat vraagt om het goed begeleiden en opleiden van nieuwkomers, wat extra inspanning vraagt van zittende collega’s. Naast het aantrekken van nieuwe mensen willen we collega’s ook behouden en minder afhankelijk zijn van externe inhuur.
We houden de balans tussen inhuur en vaste medewerkers goed in de gaten. Externe inhuur beperkt zich zoveel mogelijk tot de noodzaak van specialistische kennis. Hiermee verwachten we de loonsom te beteugelen. Aan de andere kant dienen we kritisch te kijken naar de inschaling van functies ten opzichte van omliggende gemeenten. Als we mee willen op de arbeidsmarkt, dan zullen we een concurrerend functiehuis moeten hebben. Vooralsnog zijn we hier budgettair niet toe uitgerust, dus doen we al het mogelijke binnen de bestaande loonsom. Gegevens personeel Personeel In 2025 bedraagt de formatie voor de ambtelijke organisatie bijna 99 FTE (2024 was afgerond 98 FTE). De loonsom voor 2025 is geraamd op € 9.281.964. In de primitieve begroting 2024 was € 8.681.087 opgenomen. Dit is een aanzienlijke stijging. Dit komt o.a. door de aanpassing loonindexatie conform de uitgangspunten in de kadernota 2025 waarbij is uitgegaan van een percentage van 4,4%. Daarnaast zijn er voor 2025 ook personeelskosten opgenomen die worden gedekt uit externe middelen. Inhuur derden Het streven is voor maximaal 15% van de loonsom in te huren. We merken jaarlijks, ondanks de strakke sturing erop, dat de druk op het percentage inhuur toeneemt. Er is een toename van complexe vraagstukken, die vraagt om de inhuur van specialistische kennis.