Nota van antwoord zienswijzen - geanonimiseerd
Tekst van het document
Geen
48
Met betrekking tot de toegang tot het bedrijventerrein voor toenemende vrachtwagenbewegingen wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ (2.6.1).
Zienswijze 16: Nr. 16.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Het door u genoemde plan LEID is niet teruggetrokken door het college. De bedrijven hebben op basis van de uitgevoerde onderzoeken de mogelijkheden voor uitbreiding onderzocht. De plannen voor LEID bleken voor de bedrijven niet betaalbaar (wel haalbaar). Op basis hiervan hebben de bedrijven onderzocht wat dan wel haalbaar en betaalbaar was om tot een ontwikkeling te komen die recht doet aan hun uitbreidingsbehoefte (toekomstbestendig). De bedrijven zien kansen om het huidige bedrijventerrein binnen de bestaande contouren beter te benutten om op de lange termijn door te kunnen blijven ontwikkelen. Er is dan ook sprake van herstructurering en optimalisatie van het bestaande terrein. Hierbij is ook nog eens sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling, waar het LEID nog voorzag in een uitbreiding van ca. 20 ha in de Fraterwaard.
Aanpassing Geen
Het betreft dan ook een nieuw plan dat tegelijk recht doet aan de uitbreidingsbehoefte van de bedrijven (economisch belang, bedrijfscontinuïteit) en aan de natuurwaarden die het terrein omringen. Vanuit het LEID is toen al de ruimtelijke haalbaarheid van die ontwikkeling onderzocht en positief bevonden. Even los van de financiële haalbaarheid voor de bedrijven. Het nu binnenstedelijk naar oplossingen kijken, ligt daarbij voor de hand en past binnen de wet- en regelgeving daaromtrent.
49
16.b
Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Geen
16.c
Bij een voorgenomen ontwikkeling bezie je altijd die ontwikkeling in relatie tot de effecten op zijn omgeving. Dat is hier ook uitgebreid gebeurd door de onderzoeken naar Flora en Fauna en natuurwaarden en de impact van de voorgenomen ontwikkeling op die natuurwaarden. Conclusie uit de verschillende onderzoeken en een uitgebreide ecologische beoordeling (tot stand gekomen in overleg met het kernteam stikstof van de provincie) is dan ook dat de natuurwaarden niet aangetast worden door deze ontwikkeling.
Geen
16.d
Uitgangspunt bij de voorgenomen ontwikkeling is dat er al sprake is van een bedrijventerrein en dat er dus geen sprake is van het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein. Integendeel, het betreft een bestaand bedrijventerrein met bestaande (ongewijzigde) bedrijfsactiviteiten. Hier is dan ook juist sprake van een binnenstedelijke herstructurering. Daarbij zijn, in aanloop naar en na afloop van de voorgenomen ontwikkeling van het LEID, alternatieven onderzocht, onder andere alternatieve locaties voor een Crossdock. En crossdock elders leidt echter tot meer transportbewegingen naar en van Doesburg omdat er dan sprake is van een versnipperde bedrijfsvoering op meerdere locaties waar die nu gebundeld plaatsvinden op dit bedrijventerrein. Bij de optimalisatie is inderdaad sprake van hogere gebouwen maar door verschillende hoogtes te hanteren is nu juist verdozing zoveel als mogelijk beperkt.
Geen
50
16.e
Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘Landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2) en ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Geen
16.f
Er is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden en de ten noorden gelegen Fraterwaard en de verbonden natuurbelangen. Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder de kopjes ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4) en ‘Natuur en ecologie’ (2.5).
Geen
16.g
De gemeente is het niet eens met de stelling dat de plannen juridisch onmogelijk zijn. Hiervoor zijn juist allerlei onderzoeken door de bedrijven uitgevoerd die samengevat zijn in het bestemmingsplan met verbeelding en regels. Dit samen vormt het formeeljuridisch kader dat nu is voorgelegd aan de bevolking. Op voorhand kan niet worden gesteld dat de overgrote meerderheid de plannen onwenselijk vindt. Er dient altijd een belangafweging gemaakt te worden tussen de belangen van de voorgenomen ontwikkeling en de individuele belangen van omwonenden. In dit geval heeft die belangenafweging geleid tot het in procedure nemen van voorliggend bestemmingsplan. Dit is zorgvuldig tot stand gekomen, inclusief de belangenafweging. De gemeente kan niet instemmen met hetgeen gesteld wordt. Bewezen wordt naar onze reactie onder het vorige punt. U heeft gelijk dat er grenzen aan de groei zijn, in relatie tot de schaalgrootte van deze gemeente.
Geen
16.h
Geen
51
16.i
16.j
Echter, uit de onderzoeken en het feit dat een eerdere, grotere uitbreiding, aanvaardbaar is geacht kunt u destilleren dat de gemeente van mening is dat die grens hier nog niet bereikt is. Dit wordt ondersteund door de onderzoeken en de provincie GLD. Daarbij vindt de optimalisatie – op de kadeverlenging na – volledig plaats binnen de huidige bestemming ‘bedrijventerrein’ van het bestaande bestemmingsplan. Onderhavig plan voorziet in het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein. Dit biedt ruimte voor doorgroeimogelijkheden voor de bedrijven op de door u genoemde lange termijn. Op het moment dat blijkt dat, ergens in de toekomst, de bedrijven meer ruimte nodig hebben dan zal op dat moment worden onderzocht of dat hier kan plaatsvinden of dat elders gezocht moet worden naar die ruimte. Niemand kan in de toekomst kijken en heeft weet van toekomstige wet- en regelgeving. Dit is speculeren over de verre toekomst en niet aan de orde. Binnen de huidige wet- en regelgeving is de huidige optimalisatie van het bestaande terrein getoetst en aanvaardbaar bevonden. Het LEID betrof een onderzoek naar een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein met 20ha. Dit bleek financieel niet haalbaar vanwege de grote omvang, fasering en andere zaken zoals natuurcompensatie die de beoogde ontwikkeling met zich meebracht. In onderhavig plan is voornoemde niet aan de orde.
De ontwikkeling beperkt zich enkel tot het bestaande bedrijventerrein aan de Verhuellweg. Hier vindt – behoudens de kadeverlenging – geen uitbreiding van het bedrijventerrein plaats. Deze nieuwe voorgenomen ontwikkeling kent minder kosten en is door de bedrijven als financieel haalbaar gekenschetst.
Geen
Geen
De bedrijven investeren zelf in de beoogde optimalisering en herstructurering van het terrein, de gemeente investeert niet mee. Zij loopt met de
52
16.k
16.l
herziening van het bestemmingsplan geen financieel risico. Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1). Er wordt overigens door de gemeente niet alleen binnen de grenzen van Doesburg gedacht (Doesburg is geen eiland op zich) maar ook op regionale schaal.
De verkeersveiligheid is in het kader van het eerdere planvoornemen van het LEID reeds onderbouwd. Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’(2.6.1) en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd. Het is evident dat er een toename van verkeer plaatsvindt als gevolg van de plannen. Echter, juist door de capaciteit van de laad- en loskade te vergroten (toekomstbestendig te maken) wordt voorkomen dat alles over de weg wordt opgelost. Hiermee wordt de druk evenwichtig verdeeld. De voortgaande groei waaraan wordt gerefereerd wordt nu juist planologisch juridisch geregeld in voorliggend bestemmingsplan voor de komende tien jaar. Hierbij zijn alle genoemde aspecten onderzocht, waaronder verkeer.
Geen
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
53
16.m
De bedrijven hebben het bestemmingsplan op laten stellen en alle onderzoeken laten uitvoeren. Op basis van het nieuwe bestemmingsplannen kunnen zij bouwplannen ontwikkelen om een duurzame groei op het huidige bedrijventerrein mogelijk te maken. Er zijn voor de gemeente geen financiële risico’s. De bedrijven Rotra en Ubbink zijn zelf financieel verantwoordelijk voor realisatie van de plannen.
Geen
De overige genoemde onderwerpen zijn voornoemd beantwoord of er wordt verwezen naar de thematische beantwoording.
Zienswijze 17: Nr. 17.a
Inhoud zienswijze Als inwoner van (de binnenstad van) Doesburg raakt het ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Verhuellweg, aan de rand van de beschermde binnenstad, mij in mijn belang.
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2).
Aanpassing Geen
54
In dit planvoornemen acht ik met name de omgang met en afwegingen ten aanzien van de in en om het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden onvoldoende. Daarom maak ik bezwaar middels deze zienswijze. Ik begrijp dat uw College maatschappelijke afwegingen moet maken bij ruimtelijke ontwikkelingen en moet kiezen tussen eventuele botsende belangen. Volgens het Besluit Ruimtelijke Ordening (art. 3.1.6 lid 5) is de gemeente daarbij echter verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een gemotiveerde beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening gehouden is met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Dit betekent dat de gemeente een analyse moet maken van de cultuurhistorische waarden in het plangebied en daar conclusies aan moet verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Voor de omgang met de archeologische waarden heeft u ter toelichting een rapport van een archeologisch bureauonderzoek bijgevoegd. Mijn bezwaren richten zich op de omgang met de overige in en om het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Hiertoe heeft u als bijlage een "achtergronddocument" van JANBRUYN Landschapsarchitectuur opgenomen (NB: een auteursnaam ontbreekt). Naar mijn oordeel biedt dit stuk geen grondslag waarop u uw afwegingen heeft kunnen baseren.
Voor dit laatste is immers een goede en onderbouwde waardestelling nodig. Die ontbreekt. Zo worden niet alle in en om het plangebied aanwezige waarden beschreven en is de methodiek zeer gebrekkig. Wat dit laatste betreft: voor een goede cultuurhistorische analyse is een systematische en methodische aanpak noodzakelijk. Eerst een beschrijving van de aard en omvang van de geplande ontwikkeling en de ruimtelijke effecten daarvan, dan een inventarisatie en beschrijving van de mogelijk hierdoor geraakte cultuurhistorische waarden en de wettelijke of beleidsmatig vastgelegde omgang hiermee, gevolgd door een waardering op ondermeer de aspecten zeldzaamheid, gaafheid, ensemblewaarde e.d. Vervolgens dient beschreven te worden of de voorgenomen ontwikkeling past binnen cultuurhistorische regelgeving en beleid en of de waarde van het erfgoed mogelijk aangetast wordt door de voorgenomen plannen. Pas dan is het moment om conclusies over behoud te formuleren en belangenafwegingen te maken. De "visie" van JANBRUYN Landschapsarchitectuur voldoet hier niet aan. Het begint in par. 1.1 met het noemen van de gemeentelijke kadernota Cultuurhistorie en welke uitgangspunten daaruit relevant zouden zijn voor het plangebied.
De volgende paragraaf belooft een beschrijving van het plangebied, maar in plaats daarvan wordt hier de bestaande bebouwing, in de vorm van de bedrijfsgebouwen van de vroegere Verblifa-fabriek, op de stort gegooid: de huidige aanblik en (HUBO)-kleurstelling bevallen de auteur niet, waarmee behoud verder geen optie is. Niks waardestelling of architectuurhistorische analyse. Dan volgen schijnbaar willekeurig nog enkele
De auteur van bijlage 1, Cultuurhistorie en landschappelijk inpassing is Jan Bruyn. Jan Bruyn is een gerenommeerd landschapsarchitect die zijn sporen ruimschoots heeft verdiend in dit vakgebied. Hij is nu juist gevraagd vanwege zijn onafhankelijkheid en kennis en expertise. Er is geen reden te twijfelen aan zijn onderbouwing. Sterker nog, deze wordt mede onderschreven door het Gelders Genootschap. Zij ziet in het gebied rondom het bestaande bedrijventerrein kansen om cultuurhistorische- en landschappelijke waarden te verbeteren en versterken. De voorgenomen ontwikkelingen vinden echter allen plaats op het bestaande bedrijventerrein en deze kansen worden door haar dan ook als niet noodzakelijk beoordeeld voor de aanvaardbaarheid van het voorliggende ontwikkelkader. Daarbij is zij van mening dat voor de ontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein stoere, watergebonden bedrijvigheid bij het karakter van de IJssel op deze plek aan de rand van het stedelijk gebied past. De incidentele verhogingen blijven in maat en schaal proportioneel en hebben, vanaf de Zwarte Schaar en de Ellecomsedijk, nauwelijks impact op contour van de historische kern. Ten aanzien van de optopping (het kantoor) op de crossdock geeft zij aan dat een hoogte accent goed voorstelbaar als verbijzondering van de architectuur van het bedrijfsgebouw.
Het bestaande toetsingskader wat op dit moment van toepassing is op de ontwikkelingen van de Verhuellweg biedt volgens de commissie voldoende houvast om het bebouwingsbeeld van stoere watergebonden bedrijvigheid en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Daarbij zal bij de nadere uitwerking van bouwplannen de integrale commissie omgevingskwaliteit (welstand en cultuur historie) betrokken worden.
55
17.b
cultuurhistorische relicten, nl. de Hoge Linie (par. 1.3), het beschermd stadsgezicht (par. 1.4), en de Fraterwaard (1.5), waarbij telkens eenvoudig geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkelingen geen effecten op deze waarden zullen hebben. Welke ontwikkelingen dat zijn wordt echter pas in hoofdstuk 4 onthuld. Gebruikelijk in een logisch en systematisch uitgevoerd onderzoek is dat conclusies pas volgen na de feitelijke beschrijving en onderbouwing. JANBRUYN Landschapsarchitectuur weet echter eerst te melden dat de ontwikkelingen geen effecten hebben op de in en om het plangebied aanwezige waarden (=conclusie), terwijl pas enkele hoofdstukken later deze ontwikkelingen beschreven worden (=beschrijving en onderbouwing). Verder acht de opsteller alleen de feitelijke contouren van de cultuurhistorische objecten relevant. Er wordt niet ingegaan op het feit dat de voorgenomen nieuwe, door JANBRUYN Landschapsarchitectuur als "robuust" omschreven, bebouwing gevolgen heeft voor de waardering en beleving van het aangrenzende beschermde stadsgezicht en de Hoge Linie. Overwegingen die bijvoorbeeld speelden bij de recentelijke zoektocht naar mogelijke windmolenlocaties binnen de gemeente. Daar werd het RCE-beleid door de gemeente overgenomen dat dergelijke hoge structuren niet te dicht bij het beschermde stadgezicht of de Linie mogen staan.
JANBRUYN Landschapsarchitectuur gaat hier echter niet op in. Ook de schootsvelden van de Hoge Linie zijn in principe onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de Linies en dienen in de waardestelling en daarna in uw ruimtelijke afwegingen meegenomen te worden. Ik wil u dan ook vragen om een goede en complete cultuurhistorische inventarisatie en waardering op te (laten) stellen en op basis hiervan een nieuwe ruimtelijke afweging te maken. Alleen dan is geborgd dat, conform de Wet Ruimtelijke Ordening, bij het bestemmen alle waardes meegewogen worden. Wat ondermeer ontbreekt: • Een waardestelling van de Verblifa-gebouwen. Wat is de ensemble- en architectonische waarde? Zeldzaamheid en gaafheid? Wat is de relatie met Verblifa-woningbouw elders in Doesburg en daarmee de historische en belevingswaarde? • Inzicht in de effecten van de nieuwe plannen op de historische binnenstad cq. beschermd stadsgezicht Wordt de belevingswaarde aangetast? De gemeente hanteert voor wijzigingen IN de binnenstad dat deze in principe niet vanaf de openbare weg zijn waar te nemen. Voor zonnepanelen gold tot voor kort de eis dat deze niet vanaf de Martinitoren te zien mochten zijn.
Welke eisen hanteert de gemeente voor hoge, omvangrijke, "robuuste" bebouwing direct op de grens met de binnenstad? Hoe wordt dit afgewogen? • Inzicht in de effecten van de nieuwe plannen op de (beleving en waarde van) de Hoge Linie. Wat zijn de gevolgen voor de open schootsvelden en zichtlijnen en zijn deze conform vigerend beleid, o.a. RCE-normen?
Het nieuwe bestemmingsplan betreft het optimaliseren van het bestaande bedrijventerrein waarbij – naast de beoogde kadeverlenging – geen uitbreiding zal plaats vinden van het bedrijventerrein. Op enkele plekken wordt een bouwhoogte tot 22 meter toegestaan. Op basis van het huidige bestemmingsplan is op dit moment een hoogte tot 12 (via een afwijking 17) en 18 meter toegestaan, evenals het plaatsen van een tweede kraan. Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2).
Geen
De voorgenomen ontwikkeling is beoordeeld, niet alleen op zichzelf maar ook in relatie tot zijn omgeving. Hierbij is vanzelfsprekend de relatie met het beschermde stadsgezicht betrokken. Conclusie is dat de impact hierop niet zodanig is dat dit zou moeten leiden tot niet instemmen met deze ontwikkeling. Daarbij speelt mee dat er ook in de huidige situatie al sprake is van genoemd bedrijventerrein en er sprake is van herstructurering en optimalisatie van dit terrein. Het Gelders Genootschap heeft aangegeven dat bestaande toetsingskader wat op dit moment van toepassing is op de ontwikkelingen van de Verhuellweg voldoende houvast biedt om het bebouwingsbeeld van stoere watergebonden bedrijvigheid en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te borgen.
56
•
Inzicht in de effecten van de nieuwe plannen op de (beleefbaarheid van de) IJssellinie uit het begin van de Tweede Wereldoorlog (zichtbaar o.a. middels de kazematten in en om de Fraterwaard) en op de IJssellinie uit de vroege Koude Oorlog (zichtbaar o.a. middels de ingegraven tank in de westelijke IJsselbrug-oprit). Wat is het huidige beleid van de RCE hierin en hoe verhoudt de gemeente zich daartoe? Graag wil ik u vragen om de effecten van de voorgenomen plannen op de aanwezige cultuurhistorische waarden in en om het plangebied in kaart te brengen middels een gedegen inventarisatie, waardestelling en effectbeschrijving en op basis hiervan een nieuwe belangenafweging te maken. Deze is nu lacuneus en methodisch onjuist. Het spreekt vanzelf dat dit, in mijn ogen, betekent dat u na deze, nu hopelijk complete, afweging het ontwerpplan opnieuw ter inzage dient te leggen.
57
Zienswijze 18: Nr. 18.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Wij zien de beoogde ontwikkeling niet als een zogenoemde grote verandering. Er is hier namelijk sprake van ongewijzigde bestaande functies op een bestaand bedrijventerrein dat wordt geherstructureerd en geoptimaliseerd. Daarbij vindt er geen verandering in de ruimtelijke hoofdstructuur plaats. De bebouwing blijft nagenoeg op zelfde locatie waarbij de maximale bouwhoogte op enkele delen van het terrein wordt vergroot. De ontsluitingswegen blijven gelijk aan de huidige situatie. Wij zijn ons ervan bewust dat er grenzen zijn aan de groeimogelijkheden. Met de beoogde ontwikkeling is echter al rekening gehouden met doorgroeimogelijkheden van de bedrijven op de lange termijn.
Aanpassing In de toelichting van het bestemmingsplan is de onderbouwing voor de ladder voor duurzame verstedelijking aangepast. Voor de uitbreiding van de kade is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte hiervan is nader onderbouwd. De behoeftetoets is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd
De Fraterwaard blijft intact, de ontwikkelingen bevinden zich buiten de Fraterwaard en op het bestaande bedrijventerrein. Op de kadeverlenging na vindt geen uitbreiding van het bedrijventerrein plaats. Voor de stedenbouwkundig inpassing wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Stedenbouwkundige inpassing’ (2.4.1). Voor zover relevant zijn de onderzoeken uit 2017 geactualiseerd. De verduurzaming van de bedrijven kan los worden gezien van het bestemmingsplan. De kansen die er zijn voor verduurzaming worden onderzocht. De daadwerkelijke invulling hiervan is nog niet concreet. Die zal concreet ingevuld gaan worden op het moment dat de plannen tot realisatie komen. Ten tijde van de aanvragen om omgevingsvergunning zal hieraan nader invulling gegeven dienen te worden op basis van de dan geldende normen.
58
Ubbink is op MVO niveau 4 gecertificeerd. Vanzelfsprekend wordt elke investering en (ver)nieuwbouw vanuit dit duurzame perspectief ingericht. Er wordt bij Ubbink momenteel al gebruik gemaakt van zonnepanelen. Het bouwvlak wordt inderdaad aan de noordzijde wat uitgebreid. Deze vergroting van het bouwvlak biedt de mogelijkheid om eventueel tochtsluizen te realiseren ten behoeve van het in- en uitladen van goederen. De herstructurering van het bedrijventerrein betreft een binnenstedelijk herstructurering in bestaand stedelijk gebied omdat een deel van kade-verlenging wel als nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien kan worden is de ladder onderbouwing die in het kader van het LEID was opgesteld aangepast en geactualiseerd waarbij de behoefte van de ontwikkeling, ten aanzien van de verlenging van de kade, nader is onderbouwd. Uit deze behoeftetoets (door Stec uitgevoerd) is gebleken dat er zowel kwalitatief als kwantitatief behoefte bestaat aan verlening van de laad- en loskade. Het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Verhuellweg’ voorziet niet in een nieuwe XXL logistieke ontwikkeling zoals bedoeld in het RPW. Binnen het RPW voor de regio Arnhem- Nijmegen is sprake van XXL logistiek bij een kavel groter dan 4 ha. Het kavel waar het crossdock wordt opgericht is reeds circa 4 ha groot. De omvang van het kavel neemt niet toe.
Op dit kavel bevindt zich al een gebouw dat wordt gebruikt voor logistieke doeleinden. Het betreft een opslaggebouw ten behoeve van de overslag weg-water. Dit gebouw zal weliswaar worden vervangen door een crossdock voor transport over de weg, maar deze functie is reeds toegestaan binnen het geldende bestemmingsplan. Aangezien ter plaatse reeds een logistiek gebouw ten behoeve van transport over de weg toegestaan is en het
59
kavel niet wordt vergroot, is er geen sprake van een nieuwe ontwikkeling zoals bedoeld in het provinciaal beleid voor XXL logistiek. De locatie betreft een belangrijke schakel in de Gelderse corridor. De doorontwikkeling betreft het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein. Behoudens de kadeverlenging vindt geen uitbreiding van het bedrijventerrein plaats; de optimalisatie vindt plaats binnen de huidige bestemming ‘Bedrijventerrein’ van het bestaande bestemmingsplan.
Uit de milieuonderzoeken blijkt dat mitigerende maatregelen niet nodig zijn. Het bedrijventerrein blijft gelijk aan de huidige situatie, met uitzondering van de verlenging van de kade. Het bouwvlak wordt vergroot en bouwmogelijkheden worden verruimd maar dat heeft te maken met het opzoeken van de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan. In het eerdere bestemmingsplan was nog niet alle ruimte optimaal benut. Dit wel benutten van die ruimte en het herschikken van functies past nu juist in het optimaliseren van een bestaand bedrijventerrein en verdient de voorkeur boven een nieuw bedrijventerrein elders.
Verkeersonderzoek is geactualiseerd en dit is ook verwerkt in de toelichting bij het bestemmingsplan. Voor wat betreft de verlenging van de laad- en loskade is een behoeftetoets uitgevoerd. Deze notitie is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd en de toelichting is hierop aangepast.
Inbreiding gaat boven uitbreiding. Dit is binnen de stedelijk contour. Nut en noodzaak hoeft niet uitgebreid te worden aangetoond. Het betreft immers geen nieuwe stedelijke ontwikkeling maar een bestaand bedrijventerrein met bestaande functies. Overigens wordt in de thematische beantwoording onder het kopje “behoefte” uitgebreid stilgestaan bij nut en noodzaak van de herstructurering en optimalisatie van het bestaande bedrijventerrein.
60
Voor het onderdeel verkeer wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder ‘Verkeer’ (2.6.1). Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer.
61
De bouwhoogte van het gebouw van Ubbink wordt 22 meter. Deze ruimte is nodig voor de ontwikkeling van het bedrijf. Op de verbeelding was, per abuis, de verkeerde hoogte vermeld. Dit zal worden aangepast bij vaststelling. Ubbink heeft wel degelijk behoefte aan de gestelde hoogte om voldoende opslagmogelijkheden te hebben, ook in de toekomst. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2).
De omissie van de hoogte op de verbeelding bij Ubbink wordt in de verbeelding aangepast.
Met de beoogde ontwikkeling is rekening gehouden met mogelijkheden voor doorontwikkeling van de bedrijven op de lange termijn. We zijn ons ervan bewust dat er beperkingen zijn aan verdere groei. In het programma Logistiek als Gelderse motor bedoelt de provincie dat het wenselijk is om voldoende ruimte te bieden aan logistieke bedrijven. Nu een grote uitbreiding niet haalbaar blijkt, is het wenselijk de bedrijven op de huidige locatie toekomst te bieden. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1). Ten behoeve van effecten op de omgeving zijn verschillend onderzoeken uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken kan gesteld worden dat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Voor het onderdeel verkeer wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ (2.6.1). De Provincie geeft aan dat er feitelijk geen kernkwaliteiten van het GO ter plaatse aanwezig zijn. Mede gezien de beperkte oppervlakte van de uitbreiding van de kade, heeft zij geoordeeld dat daarmee geen negatieve gevolgen voor het GO te verwachten zijn.
62
63
De conclusie die worden getrokken in de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebaseerd op de uitgevoerde onderzoeken die zijn bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Uit de effecten van o.a. geluid, verkeer en flora en fauna blijkt dat deze niet leiden tot significante effecten en dat daarmee een MER-plicht niet aan de orde is.
Geen
Voor verkeer wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ (2.6.1). In het onderzoek is getoetst of wordt voldaan aan de NIBM grens zoals vastgelegd in de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM geeft de voorwaarde dat het project
64
of de activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). De grenswaarde voor fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) is 40 µg/m3. De NIBM grens komt dus overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het project is IBM als de toename voor één of beide stoffen hoger is. De 3% heeft dus betrekking op de grenswaarde en niet de heersende achtergrondconcentratie zoals uit de gegevens van het RIVM is overgenomen. Uit hoofdstuk 4 en bijlage 2 blijkt dat de concentraties afgerond op 1 decimaal niet toenemen (0,0 µg/m3). Dit is dus ruim onder de 1,2 µg/m3. Ook ruim onder de genoemde waarden van 0,6 of 0,54-0,75 µg/m3.Met betrekking tot milieuzonering wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Milieuzonering (2.6.3) Met betrekking tot cultuurhistorie wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2.) Er heeft een MER-analyse plaats gevonden in de vorm van een vormvrije m.e.r. op basis van deze analyse kan geconcludeerd dat een MER-plicht niet aan de orde is.
65
66
Zienswijze 19: Nr. 19.a
Inhoud zienswijze
Antwoord De ontwikkeling heeft betrekking op een bestaand bedrijventerrein. Op de kadeverlenging na vindt geen uitbreiding van de bestaande bestemming ‘bedrijventerrein’ plaats. Doordat we binnen de contouren van het huidige bedrijventerrein blijven wordt de impact op het omliggende landschap en natuur zo veel mogelijk beperkt. Daarnaast is aandacht voor de ruimtelijke inpassing van het plan. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
Het effect op flora en fauna is onderzocht in het ecologische rapport. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Natuur en ecologie’ (2.5). Hierbij is de provincie als bevoegd gezag betrokken geweest. Op basis hiervan worden geen substantieel nadelige effecten verwacht. Daarnaast bij de daadwerkelijke bouwplannen maateregelen genomen om eventuele gevolgen voor soorten te mitigeren. De naam Ecopark is niet meer aan de orde.
19.b
We proberen juist binnen de contouren van het plan te zoeken naar duurzame oplossingen. Zo gaat Rotra aardgasvrij bouwen, dat is niet verplicht voor bedrijven maar dat doen ze wel en wordt er onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen.
Geen
67
Zienswijze 20: Nr. 20.a
20.b
Inhoud zienswijze Via een publicatie in de Regiobode, pag. 12, d.d. woensdag 27 januari j.l. van het Bestuur Gestichten Doesburg, getiteld ‘Verdozing bij een beschermd stadsgezicht’ werden wij opmerkzaam gemaakt op het bovengenoemde ontwerp bestemmingsplan bedrijventerrein Verhuellweg. Als betrokken inwoners van Nederland, de provincie Gelderland en onze prachtige stad Doesburg nemen wij met leedwezen en ergernis de voortschrijdende verrommeling en verloedering van ons mooie landschap waar. Hoe dit proces verloopt en wat de consequenties daarvan zijn is treffend beschreven in een recente publicatie in dagblad Trouw van zaterdag 23 januari j.l. pag. 17- 19 door Wybro Algra onder de titel ‘En weg is het landschap, in één generatie’. Citaat hieruit: “Windparken waren nog maar het begin. Het Nederlandse cultuurlandschap wordt meer en meer ‘verramsjt’ met distributiecentra en nu ook datacenters. Is het tijd voor landelijke regie?”. Na lezing van de genoemde publicatie in de Regiobode en kennisneming van de inhoud van het gewraakte ontwerp bestemmingsplan via de website van de gemeente, stemmen wij van harte in met de zienswijze van Bestuur Gestichten Doesburg dat de uitvoering van dit plan onwenselijk is.
De conclusie in deze publicatie die wij hieronder citeren, onderschrijven wij volledig: “Concluderend kun je stellen dat de plannen van Rotra en Ubbink geen rekening houden met de onwenselijkheid van de verdere verdozing van Nederland, geen oog hebben voor de milieueffecten van het toenemende vrachtverkeer van vooral Rotra en dat de verdere robotisering van de productie – vooral bij Rotra – de werkgelegenheid eerder doet afnemen dan toenemen. De Gemeente Doesburg heeft geen enkel economisch en maatschappelijk belang bij deze uitbreidingsplannen. Sterker nog: de plannen zijn schadelijk voor het milieu, voor het cultureel erfgoed en voor de economische belangen van Doesburg.”
Antwoord Met het plan is juist gekozen voor inbreiding waarbij het bestaande bedrijventerrein door de huidige gebruikers wordt herontwikkeld. Daarmee wordt het waardevolle landschap ontzien. Voor de ruimtelijke inpassingen wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
Met betrekking tot uw opmerking over ‘verdozing’ wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4). Met betrekking tot economisch en maatschappelijk belang voor de gemeente Doesburg wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’(2.3.1).
Geen
In dit gebied spelen veel belangen. Het is uiteindelijk aan het college en de gemeenteraad om alle belangen zorgvuldig tegen elkaar af te wegen.
Uitvoering van dit bestemmingsplan heeft o.a. als gevolg dat ook Doesburg zijn steentje
68
bijdraagt aan de voortschrijdende verrommeling en verloedering van ons mooie landschap; is dat wat u wilt? Zienswijze 21: Nr. 21.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
69
Zienswijze 22: Nr. 22.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Luchtkwaliteit’ (2.6.2). Met betrekking tot geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Er is een inventarisatie uitgevoerd naar de verkeersgegevens van de bedrijven en in hoeverre deze zullen toenemen als gevolg van de optimalisatie. Deze inventarisatie houdt dus expliciet rekening met de groeiplannen van de bedrijven en de extra mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met de beoogde ontwikkeling voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarden. In het akoestisch onderzoek is ook het vrachtwagenverkeer meegenomen.
Aanpassing Verkeersonderzoek is geactualiseerd en bijgevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan
70
Zienswijze 23: Nr. 23.a
23.b
Inhoud zienswijze Naar onze mening doet dit afbreuk aan de identiteit en aanzien van Hanzestad Doesburg. Vanuit de wijde omtrek zie je de mooie kerktoren. Wanneer deze gebouwen worden geplaatst verandert dit het karakteristieke aanzien van de stad. Wat ons betreft landschapsvervuiling. Zie als voorbeeld ook de 'blokkendoos' in Steenderen (fabriek Aviko) die vanuit de wijde omtrek te herkennen valt, helaas in negatieve zin. Dit roept de vraag bij ons op. Wat is de identiteit van Doesburg? Hoe wil je als stad bekend staan? Als industriële stad? (Dit lijkt ons alleen mogelijk voor kleinschalige industrieën/bedrijven. Grootschalige industrie heeft meer ruimte nodig en faciliteiten.) Of is het een culturele stad, die toerisme trekt. Welke uitstraling wil je? Kiezen voor beide, is meestal kiezen voor geen van beide, gezien de grootte van Doesburg. Mocht u er wel voor kiezen om deze bouw toe te staan. Wat wordt dan het vervolg? Grootschalige industrie heeft faciliteiten nodig. Heeft goede infrastructuur nodig (qua wegen, parkeerplekken, ...). Kan en wil Doesburg dit bieden? Moet je dit willen?
23.c
Mocht uw overweging zijn dat dit werkgelegenheid op levert voor de inwoners van Doesburg, dan is dat maar zeer de vraag. Hoeveel wordt geautomatiseerd? Hoeveel medewerkers komen daadwerkelijk uit Doesburg? En is dit werkgelegenheid die aansluit bij het profiel van de inwoner van Doesburg? Biedt dit toekomstperspectief voor onze jeugd?
23.d
Ons advies zou zijn, weiger deze bouw. Is hierdoor het risico groot, dat de twee bedrijven vertrekken? Misschien is het niet anders, is het simpelweg zo dat beide bedrijven uit hun 'jas' zijn gegroeid voor het formaat van Doesburg. Maar waardoor er weer letterlijk bedrijfsruimte ontstaat voor kleinschalige(re) bedrijven en ondernemersinitiatieven.
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
Zowel het karakteristieke aanzien van de stad als de industrieën en bedrijven zijn belangrijk voor Doesburg en de regio. Het is niet noodzakelijk om hier tussen te kiezen, deze kunnen naast elkaar bestaan.
Er is met onderhavig plan geen sprake van grootschalige industrie. Het gaat hier om een paar bestaande bedrijven die het bestaande bedrijventerrein willen doorontwikkelen en klaar willen zijn voor de toekomst. Daarbij is een zekere uitbreiding aan de orde, in het kader van bedrijfscontinuïteit. Daarnaast geeft de ligging aan de IJssel mogelijkheden voor meer vervoer over water. Alle activiteiten – op de kadeverlenging na – vinden daarbij echter plaats binnen de huidige bestemming ‘bedrijventerrein’ van het bestaande bestemmingsplan. De wijziging betreft dan ook voornamelijk het deels verhogen van de maximale bouwhoogte van het terrein. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1). Er wordt overigens door de gemeente niet alleen binnen de grenzen van Doesburg gedacht (Doesburg is geen eiland op zich) maar ook op regionale schaal.
Geen
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Locatiekeuze’ (2.2.2). We zijn ons eran bewust dat er grenzen aan de groeimogelijkheden op dit terrein zijn. De beoogde ontwikkeling voorziet echter in doorgroeimogelijkheden van de bedrijven op de lange termijn en op het huidige bestaande bedrijventerrein. De daarbij gehanteerde belangenafweging, in het kader van deze ruimtelijke procedure, heeft ertoe geleid dat
Geen
Geen
71
23.e
Mocht u desalniettemin uitbreiding toestaan, dan pleiten wij er als inwoners van Doesburg voor om hoge 'blokkendoos' bouw niet toe te staan. Het aangezicht van Doesburg is ons dierbaar, is kenmerkend, is authentiek. Houd het zo. Vind een alternatief in laagbouw of faciliteer uitbreiding elders. Er is al voldoende landschapsvervuiling zoals windmolens. Laat Doesburg conform zijn identiteit authentiek blijven. Hierdoor blijft het een welkome plek voor toeristen en rustzoekers!
het algemene belang dat gediend is met gezonde bedrijven en het ondersteunen van vervoer over water, positief is uitgevallen voor de bedrijven op dit terrein. Daarbij kan de voorgenomen herstructurering en optimalisatie niet los gezien worden van de eerdere plannen voor een Logistiek Ecopark waaraan al meegewerkt is door de gemeente, in samenwerking met verschillende partners (o.a. provincie en waterschap). Voor laagbouw is onvoldoende ruimte op het bedrijventerrein. Om te kunnen voorzien in doorgroeimogelijkheden op de lange termijn is hoogbouw daarom noodzakelijk. Uitbreiding elders is niet wenselijk gezien de inefficiëntie die dit met zich meebrengt waaronder toename van het aantal vervoersbewegingen. Voor de effecten met betrekking tot het beschermd stadsgezicht wordt verwezen naar bijlage 1 en het advies van het Gelders Genootschap bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Geen
72
Zienswijze 24: Nr. 4.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
73
Zienswijze 25: Nr. 25.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
Zienswijze 26: Nr. 26.a
Inhoud zienswijze
Antwoord De gemeente heeft een verzoek van de bedrijven ontvangen voor herziening van het huidige bestemmingsplan. Dit moeten wij als gemeente in behandeling nemen. Eventuele vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan is aan de gemeenteraad.
Aanpassing Geen
74
26.b
De onafhankelijke partij Sweco heeft in opdracht van de bedrijven dit bestemmingsplan opgesteld. Dat dit geïnitieerd is door de bedrijven, is algemeen gebruikelijk in de context dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is hiervoor. Dat neemt niet weg dat de stukken en onderzoeken zijn opgesteld door een onafhankelijk adviesbureau en er is geen enkele reden aan die onafhankelijkheid en de kennis en expertise van dit bureau te twijfelen. Tevens zijn de plannen getoetst door de gemeente aan de betreffende wet- en regelgeving. Dat de gemeente belang hecht aan het behouden van de bedrijven op het bedrijventerrein en de economische voordelen die daaruit voortvloeien is onderdeel van haar taken en bevoegdheden. Niet alleen de belangen van de omwonenden dienen te worden afgewogen maar ook die van de bedrijven en het economische perspectief van die bedrijven en de regio. Op dit moment. stoot een schip, op zichzelf beschouwd, weliswaar nog meer fijnstof uit dan vervoer over de weg maar vanwege de schaalvergroting en het bulktransport van vele containers op één schip, is een schip toch milieuvriendelijker. Per vrachtwagen kunnen één tot hooguit twee containers worden vervoerd waar dit bij de verschillende typen schepen tot wel 200 containers is. Hierbij dient overigens aangetekend te worden dat de uitbreiding van het aantal schepen beperkt blijft tot maximaal 10 afvaarten per week.
Als je bovengenoemd om zou zetten naar milieubelasting per container dan valt dit uit in het voordeel van vervoer per schip. Het is niet voor niets dat de verschillende overheden beleidsambities hebben uitgesproken ten faveure van vervoer over water. Bovendien zijn ook de schepen onderhevig aan ontwikkelingen en zullen in de toekomst steeds milieuvriendelijke worden. Dit geldt uiteraard ook voor vervoer over de weg.
Geen
75
26.c
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
26.d
Er wordt bedoeld dat de ontwikkeling zoals die beoogd is en omschreven is in het bestemmingsplan voldoende ruimte biedt voor de bedrijven om op de lange termijn te kunnen door ontwikkelen. Er is geen sprake van nóg groter ruimtebeslag of hogere bebouwing. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de gewenste eindsituatie onderzocht, dus de effecten van na de uitbreiding. Daarmee regelt dit bestemmingsplan dat de bedrijven kunnen door ontwikkelen, in dit bestemmingsplan wordt hierin de ruimte gegeven.
Geen
26.e
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
26.f
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Natuur en ecologie’ (2.5).
Geen
26.g
Locatiekeuze is niet aan de orde, verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
26.h
De Kwaliteit van het Fraterwaard-landschap wordt niet in hoge mate beïnvloed omdat de ontwikkelingen zich beperken tot de bestaande contouren van het huidige bedrijventerrein. Er vindt geen uitbreiding in de Fraterwaard plaats. Voor de externe invloed op de Fraterwaard wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2).
Geen
76
26.i
Toetsing van eventuele effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebied heeft in nauw overleg met de provincie plaatsgevonden door middel van een berekening van de stikstofdepositie. Naar aanleiding daarvan is middels een voortoets onderbouwd dat het voorgenomen plan, ook in combinatie met andere projecten, niet zal leiden tot significante gevolgen voor de kwaliteit van habitattypen en/of kwalificerende soorten van leefgebieden binnen de in voorliggende voortoets besproken Natura 2000-gebieden.
Geen
Met betrekking tot uw opmerking in relatie tot de Groene Ontwikkelingszone wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Natuur en ecologie’ (2.5).
Zienswijze 27: Nr. 27.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Het aspect gezondheid is niet specifiek onderzocht dit is ook geen vereiste voor een bestemmingsplan. Binnen de wettelijke kaders is wel onderzoek verricht naar aspecten die van belang zijn voor de gezondheid van de mens zoals luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. Uit die onderzoeken is gebleken dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Aanpassing Geen
77
27.b
De hoeveelheid LNG als brandstof voor vrachtwagens zal niet toenemen. De doorzet van de LNG-installatie blijft hetzelfde en het aantal lossingen van LNG naar vrachtwagens ook. Er vindt geen intensivering plaats.
Geen
27.c
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ (2.6.1). Het verkeersonderzoek is geactualiseerd op basis van recente gegevens en modellen. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
78
27.d
27.e
Verplaatsing van het hoofdkantoor heeft geen betrekking op ‘het uit haar jasje groeien’ van Rotra. Als gevolg van de verkoop van het wegtransport aan K&N heeft Rotra een nieuw kantoor betrokken om de overgebleven onderdelen van het bedrijf, vervoer over water en vervoer door de lucht, vanuit dat kantoor te regelen. We zijn ons ervan bewust dat er grenzen aan de groeimogelijkheden op dit terrein zijn. De beoogde ontwikkeling voorziet echter in doorgroeimogelijkheden van de bedrijven op de lange termijn binnen de huidige contouren van het bestaande bedrijventerrein. Voor de Street view animaties wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4) en de bijlage 3Dvisualisaties. Hier zijn 3D-beelden opgenomen vanuit verschillende standpunten. De gemeente heeft een verzoek ontvangen voor herziening van het huidige bestemmingsplan. Dit moeten wij als gemeente in behandeling nemen. De gemeente toetst de aanvraag aan de haalbaarheid en wettelijke regelgeving. Daarbij worden alle belangen zorgvuldig afgewogen. Het uiteindelijke besluit ligt bij de gemeenteraad, de volksvertegenwoordiging van Doesburg.
Geen
Geen
De eigenaren van de grond willen hun bedrijfsactiviteiten uitbreiden. De gemeente is geen eigenaar van deze gronden en daarmee zijn andere bestemmingen ook niet aan de orde. Daarbij komt dat de bedrijven al geruime tijd op het bedrijventerrein aanwezig zijn. Het zomaar wijzigen van die bestemming en bedrijven ‘weg bestemmen” die financieel en economisch gezond zijn, leidt tot zeer hoge bedragen aan planschade en maakt woningbouw weinig realistisch.
79
27.f
Vanwege klimaatveranderingen zijn andere waterstanden in alle rivieren in Nederland aan de orde. Door gebiedsvisies zoals het Klimaatpark worden antwoorden gezocht en gevonden hiervoor. Hiermee wordt ook het gestelde risico gemitigeerd. Het bedrijfsrisico is geen risico waar de gemeente over gaat. Het is aan de bedrijven of men het aandurft hier de bedrijfsactiviteiten uit te voeren en te optimaliseren/in stand te houden. De nieuwe gebouwen van Rotra worden gasloos daarmee is per definitie sprake van het beperken van CO2 uitstoot. Hierin gaat Rotra al verder dan wettelijk gezien van hen wordt verlangd. Bovendien biedt nieuwbouw mogelijkheden tot verduurzaming.
Geen
27.h
In het bestaande bestemmingsplan is inderdaad een maximale bouwhoogte van 12 meter opgenomen. Voor enkele gebouwen in het plangebied is een hogere bouwhoogte vergund (en gebouwd) tot max 18 meter.
Geen
27.i
De beoogde ontwikkeling voorziet in doorgroeimogelijkheden van de bedrijven op de lange termijn. Het plan maakt het mogelijk om gefaseerd toe te werken naar een toekomstbestendig bedrijventerrein, waarbij alle bedrijfsactiviteiten – op de kadeverlenging na – plaats vinden binnen de contouren van het bestaande bedrijventerrein. In de planvorming is nu juist rekening gehouden met de toekomstige plannen. Dat was het uitgangspunt van voorliggend bestemmingsplan.
Geen
27.g
Geen
80
27.j
De resterende omgeving wordt in dit hoofdstuk ook niet benoemd. In dit hoofdstuk wordt enkel ingegaan op het plangebied en de bestemmingen die hier van toepassing zijn. Binnen de Fraterwaard vinden geen wijzigingen plaats. Alle bedrijfsactiviteiten – op de kadeverlenging na – vinden plaats binnen de bestaande contouren van het huidige bedrijventerrein. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Geen
27.l
Het rapport voor nautische veiligheid is gedeeld met Rijkswaterstaat. Een aanpassing is niet noodzakelijk. In de huidige situatie kunnen Va schepen ook aanleggen, ze kunnen alleen niet draaien. Eventuele aanpassing van de zwaaikom maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan.
Geen
27.m
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ (2.6.1). Het verkeersonderzoek is geactualiseerd op basis van recente gegevens en modellen. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
27.k
Geen
81
‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.
Zienswijze 28: Nr. 28.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
82
Het bedrijventerrein zal geen reden zijn voor toeristen om wel of niet naar Doesburg te gaan. Het betreft het optimaliseren van bestaande bedrijfsfuncties binnen de huidige contouren van het bestaande bedrijventerrein. Dit zal geen invloed hebben op het toerisme in de gemeente Doesburg. Ook nu is er al sprake van genoemd bedrijventerrein en heeft dit geen negatieve impact gehad op het toerisme. Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.
Geen
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
U merkt terecht op dat in het onderzoek Luchtkwaliteit de verkeersbewegingen niet zijn meegenomen. Op basis van het aangepaste verkeersonderzoek is ook het onderzoek Luchtkwaliteit aangevuld met de invloed van toename van verkeersbewegingen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt.
83
De groei is beperkt. De effecten van de maximale groei die het plan mogelijk maakt zijn beoordeeld in de verschillende onderzoekrapporten. Op basis van de onderzoeken kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de vereiste waarden en normeringen.
Geen
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Luchtkwaliteit’ (2.6.2). Het voorliggende bestemmingsplan ziet nu juist op de effecten van de toekomstige ontwikkelingen, na realisatie. De onderzoeken zijn erop gebaseerd de toekomstige situatie, na die realisatie, te berekenen. Voor verkeer bijvoorbeeld is het jaar 2030 van belang, het verkeersmodel rekent uit wat in 2030 de verkeerseffecten zijn, als het bedrijventerrein is geoptimaliseerd. Het betreft daarmee een “worst case” benadering. Mocht in de komen jaren blijken dat een aantal aspecten niet worden uitgevoerd leidt dit dan ook juist tot minder effecten dan nu berekend in de onderzoeken. Het LNG-station wordt niet vergroot, in de plannen, alleen verplaatst als gevolg van het verlengen van de kade. De plannen hebben conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegen. Met uitzondering van 25 december (feestdag) en 1 januari (feestdag) is het stadhuis iedere dag open geweest om het bestemmingplan in te zien. Daarnaast is het plan gedurende de periode van 6 weken altijd digitaal te raadplegen geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gelet op de vele zienswijzen die, net als uw zienswijze, tijdig zijn ingediend binnen deze periode, bent u ons inziens niet in een nadelige positie gebracht.
Geen
84
Zienswijze 29: Nr. 29.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
29.b
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
29.c
Het bedrijventerrein zal geen reden zijn voor toeristen om wel of niet naar Doesburg te gaan. Het betreft het optimaliseren van bestaande bedrijfsfuncties binnen de huidige contouren van het bestaande bedrijventerrein. Dit zal geen invloed hebben op het toerisme in de gemeente Doesburg. Ook nu is er al sprake van genoemd bedrijventerrein en heeft dit geen negatieve impact gehad op het toerisme.
Geen
85
29.d
Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
U merkt terecht op dat in het onderzoek Luchtkwaliteit de verkeersbewegingen niet zijn meegenomen. Op basis van het aangepaste verkeersonderzoek is ook het onderzoek Luchtkwaliteit aangevuld met de invloed van toename van verkeersbewegingen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt.
86
29.e
De groei is beperkt. De effecten van de maximale groei die het plan mogelijk maakt zijn beoordeeld in de verschillende onderzoekrapporten. Op basis van de onderzoeken kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de vereiste waarden en normeringen.
Geen
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Luchtkwaliteit’ (2.6.2). Het voorliggende bestemmingsplan ziet nu juist op de effecten van de toekomstige ontwikkelingen, na realisatie. De onderzoeken zijn erop gebaseerd de toekomstige situatie, na die realisatie, te berekenen. Voor verkeer bijvoorbeeld is het jaar 2030 van belang, het verkeersmodel rekent uit wat in 2030 de verkeerseffecten zijn, als het bedrijventerrein is geoptimaliseerd. Het betreft daarmee een “worst case” benadering. Mocht in de komen jaren blijken dat een aantal aspecten niet worden uitgevoerd leidt dit dan ook juist tot minder effecten dan nu berekend in de onderzoeken. Het LNG-station wordt niet vergroot, in de plannen, alleen verplaatst als gevolg van het verlengen van de kade.
87
Zienswijze 30: Nr. 30.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
30.b
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
30.c
Het bedrijventerrein zal geen reden zijn voor toeristen om wel of niet naar Doesburg te gaan. Het betreft het optimaliseren van bestaande bedrijfsfuncties binnen de huidige contouren van het bestaande bedrijventerrein. Dit zal geen invloed hebben op het toerisme in de gemeente Doesburg. Ook nu is er al sprake van genoemd bedrijventerrein en heeft dit geen negatieve impact gehad op het toerisme.
Geen
88
30.d
Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
U merkt terecht op dat in het onderzoek Luchtkwaliteit de verkeersbewegingen niet zijn meegenomen. Op basis van het aangepaste verkeersonderzoek is ook het onderzoek Luchtkwaliteit aangevuld met de invloed van toename van verkeersbewegingen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt.
89
30.e
De groei is beperkt. De effecten van de maximale groei die het plan mogelijk maakt zijn beoordeeld in de verschillende onderzoekrapporten. Op basis van de onderzoeken kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de vereiste waarden en normeringen.
Geen
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Luchtkwaliteit’ (2.6.2).
30.f
Het voorliggende bestemmingsplan ziet nu juist op de effecten van de toekomstige ontwikkelingen, na realisatie. De onderzoeken zijn erop gebaseerd de toekomstige situatie, na die realisatie, te berekenen. Voor verkeer bijvoorbeeld is het jaar 2030 van belang, het verkeersmodel rekent uit wat in 2030 de verkeerseffecten zijn, als het bedrijventerrein is geoptimaliseerd. Het betreft daarmee een “worst case” benadering. Mocht in de komen jaren blijken dat een aantal aspecten niet worden uitgevoerd leidt dit dan ook juist tot minder effecten dan nu berekend in de onderzoeken. Het LNG-station wordt niet vergroot, in de plannen, alleen verplaatst als gevolg van het verlengen van de kade. De plannen hebben conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegen. Met uitzondering van 25 december (feestdag) en 1 januari (feestdag) is het stadhuis iedere dag open geweest om het bestemmingplan in te zien. Daarnaast is het plan gedurende de periode van 6 weken altijd digitaal te raadplegen geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gelet op de vele zienswijzen die, net als uw zienswijze, tijdig zijn ingediend binnen deze periode, bent u ons inziens niet in een nadelige positie gebracht.
Geen
90
Zienswijze 31: Nr. 31.a
Inhoud zienswijze
Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
Aanpassing Geen
31.b
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).
Geen
31.c
Het bedrijventerrein zal geen reden zijn voor toeristen om wel of niet naar Doesburg te gaan. Het betreft het optimaliseren van bestaande bedrijfsfuncties binnen de huidige contouren van het bestaande bedrijventerrein. Dit zal geen invloed hebben op het toerisme in de gemeente Doesburg. Ook nu is er al sprake van genoemd bedrijventerrein en heeft dit geen negatieve impact gehad op het toerisme.
Geen
91
31.d
Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.
U merkt terecht op dat in het onderzoek Luchtkwaliteit de verkeersbewegingen niet zijn meegenomen. Op basis van het aangepaste verkeersonderzoek is ook het onderzoek Luchtkwaliteit aangevuld met de invloed van toename van verkeersbewegingen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt.
92
31.e
De groei is beperkt. De effecten van de maximale groei die het plan mogelijk maakt zijn beoordeeld in de verschillende onderzoekrapporten. Op basis van de onderzoeken kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de vereiste waarden en normeringen.
Geen
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Luchtkwaliteit’ (2.6.2). Het voorliggende bestemmingsplan ziet nu juist op de effecten van de toekomstige ontwikkelingen, na realisatie. De onderzoeken zijn erop gebaseerd de toekomstige situatie, na die realisatie, te berekenen. Voor verkeer bijvoorbeeld is het jaar 2030 van belang, het verkeersmodel rekent uit wat in 2030 de verkeerseffecten zijn, als het bedrijventerrein is geoptimaliseerd. Het betreft daarmee een “worst case” benadering. Mocht in de komen jaren blijken dat een aantal aspecten niet worden uitgevoerd leidt dit dan ook juist tot minder effecten dan nu berekend in de onderzoeken. Het LNG-station wordt niet vergroot, in de plannen, alleen verplaatst als gevolg van het verlengen van de kade. De plannen hebben conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegen. Met uitzondering van 25 december (feestdag) en 1 januari (feestdag) is het stadhuis iedere dag open geweest om het bestemmingplan in te zien. Daarnaast is het plan gedurende de periode van 6 weken altijd digitaal te raadplegen geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gelet op de vele zienswijzen die, net als uw zienswijze, tijdig zijn ingediend binnen deze periode, bent u ons inziens niet in een nadelige positie gebracht.