CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van antwoord zienswijzen - geanonimiseerd

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Verhuellweg27.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd. 2. De fijnstofuitstoot als gevolg van verkeerstoename is na actualisatie van het verkeersonderzoek opgenomen in de notitie voor luchtkwaliteit. Conclusie hieruit is dat de uitkomsten niet significant wijzigen en er nog steeds sprake is van NIBM(=niet in betekenende mate), dit betekent dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling 3. Er heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden waarin de bedrijfsactiviteiten en bijbehorende verkeersbewegingen zijn meegenomen. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan het maximaal toegestane geluidniveau op omliggende woningen. 4. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom’ (2.3.1). Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4). Het betreft hier een bestaand watergebonden bedrijventerrein. Alle ontwikkelingen, naast de verlenging van de kade, vinden plaats binnen de bestaande bestemming ‘Bedrijventerrein’. Een extra kraan is al toegestaan op basis van het bestaande bestemmingsplan. Het bestemmingsplan maakt dan ook geen extra kraan mogelijk ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de thematisch beantwoording onder het kopje ‘Natuur en ecologie’ (2.5)

het bestemmingsplan op aangepast.

We zijn ons ervan bewust dat er grenzen zijn aan de groei van de bedrijven. De beoogde ontwikkeling voorziet echter in voldoende ruimte en mogelijkheden voor de bedrijven om de komende periode nog verder

Geen

Geen

Geen

25

te veel overlast op de in deze zienswijze genoemde terreinen. Een uitbreiding zorgt voor nog meer overschrijding van algemene normen van leefbaarheid. Daarnaast is de algemene trend en het advies om grote gebouwen (dozen) bij elkaar op een plek in de provincie te bouwen en niet versnipperd.

te kunnen groeien. Er is dus al rekening gehouden met verdere groei in de toekomst. Alle relevante milieuaspecten zijn getoetst en beoordeeld in het bestemmingsplan. Er is geen sprake van overschrijding van de algemene normen, er wordt voldaan aan de kaders van de wet. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen uitbreiding of realisatie van een nieuw bedrijventerrein mogelijk maar heeft betrekking op het optimaliseren van het huidige bedrijventerrein met bestaande functies. Naast de kadeverlenging is er geen sprake van uitbreiding. Locatiekeuze is dan ook niet aan de orde, de bedrijven zijn reeds langjarig gevestigd op dit bestaande bedrijventerrein.

Zienswijze 6: Nr. 6.a

Inhoud zienswijze Onze zienwijze richt zich tegen het feit dat niet is duidelijk gemaakt welke consequenties de toename van verkeer op de wegen zal hebben voor de omwonenden. Wij zetten grote vraagtekens bij de verkeersstudie. De benadering van de ontwikkeling van de bedrijven en de effecten daarvan, zou ons inziens moeten zijn: wat betekent dit plan en de uitbreiding in volumes op de langere termijn (2030/2040) voor de omgeving? De autonome verkeersontwikkeling wordt berekend aan de hand van een bestaand algemener onderzoek uit 2015/16 (RVMK). Dit model wordt doorgetrokken tot 2030 met de aanname van 1,5% autonome groei per jaar(model+). Gegeven de verwachting van een autonome afname rondom Doesburg zal enige groei “door bedrijfsactiviteiten, dan ook geen probleem zijn. Volgend de studie is er dan ruimte “op de wegen rondom Doesburg”. De vraag is of dat ook specifiek geldt voor de 2 aansluitingen op de N317. Dat wordt niet duidelijk! Wij concluderen: Dus je neemt een oud model (uit 2015) dat afname verkeersaanbod rondom Doesburg voorspelt, doet er 4 jaar groei van 1,5% bij en concludeert vervolgens dat er slechts sprake is van een kleine toename tot 2030. Een volstrekt ongeschikte benadering om op basis van een algemene studie, belangrijke specifieke conclusies te trekken over de verkeersbewegingen en de daartoe behorende milieuaspecten.

Die conclusies dienen juist gerelateerd te zijn aan de specifieke ontwikkeling van volume en bedrijfsactiviteiten van

Antwoord De verkeersveiligheid is in het kader van het eerdere planvoornemen van het LEID onderbouwd. Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd. De regeling van werktijden valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan, dit wordt geregeld in de Wet milieubeheer. Slechts een deel van de productieafdeling werkt overigens 24/7. Er is hierbij

Aanpassing Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.

26

6.b

6.c

Rotra, Kuehne & Nagel en Ubbink. Evenmin is duidelijk of bij de aannames in het plan nu wordt uitgegaan van een “dagbedrijf”, zeg van 6-18 uur en daar lijkt het op tot 2026, of dat op de langere termijn hier sprake zal zijn van 7 x 24 uur “logistiek knooppunt”. Dat scheelt nogal in de aannames rondom verkeer, verlichting (veiligheid en activiteit ‘nachts), deposities, fauna, etc. Wij adviseren u om, voordat het tot besluitvorming komt, de veranderingen in de verkeerssituatie in de volle breedte te laten doorrekenen door een onafhankelijke partij. Zodat de uitkomst daarvan duidelijk en voor iedereen overzichtelijk wordt. In het huidige rapport overheerst vaagheid en worden consequenties afgezwakt en diep weggestopt in deelrapporten. Bovendien worden er in het rapport over het verkeer (verouderde) gegevens gebruikt van vóór de afstoting van bedrijfsonderdelen naar Kuehne & Nagel. Veiligheid De veiligheidsrisico’s en de toename daarop, op dit bovengenoemde gevaarlijke kruispunt, zijn niet getoetst (wie houdt de bijna-ongelukken bij?). In het plan is geen of slechts summier aandacht besteed aan de effecten van de groei van het vrachtverkeer op het schudden van de huizen, de geluidsbelasting, gezondheid, nachtrustverstoring van omwonenden.

Luchtkwaliteit In het plan is sprake van een toename van 200 vrachtwagens per dag, die de afslag van de N317 zullen nemen. Het niet duidelijk gemaakt wat de specifieke milieubelasting daarvan is, die wordt gevormd door het afremmen van zwaar vrachtverkeer op de helling van de afslag (fijnstof door slijtage van remvoering) en het vervolgens weer optrekken (extra uitstoot) richting het industrieterrein. Wij adviseren om bij de besluitvorming over het bestemmingsplan aan te geven hoe, in het kader van volksgezondheid, daarmee rekening gehouden wordt met de verwachting van luchtkwaliteit (concentraties PM 10 en NO2), in het bijzonder m.b.t. de toename door het zware verkeer.

geen sprake van externe logistieke bewegingen tussen 19:00 en 6:00.

De verkeersveiligheid is in het kader van het eerdere planvoornemen van het LEID reeds onderbouwd. Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd. Op basis van de milieuonderzoeken wordt geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Dit neemt niet weg dat overlast door omwonenden anders ervaren kan worden. De extra vrachtwagen bewegingen zijn in het onderzoek Luchtkwaliteit onterecht destijds niet meegenomen. Het verkeersonderzoek is geactualiseerd op basis van recentere gegevens en modellen. Op basis van dit aangepaste verkeersonderzoek is ook het onderzoek Luchtkwaliteit aangevuld met de invloed van toename van verkeersbewegingen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt.

Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.

Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan. Op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek is ook het onderzoek voor luchtkwaliteit aangepast en

27

ook hier is de toelichting in het bestemmingsplan op aangepast. 6.d

Geluid De plannen impliceren een sterke verkeersaantrekkende werking van vrachtwagens met de daarbij behorende toenemende geluidsoverlast. Bovendien zullen de wanden van de hoge gebouwen (de megahallen) veel meer geluid gaan weerkaatsen. Het is niet onderzocht of de bestaande geluidswal nog zal voldoen. In de huidige situatie brengt het laden en lossen veel geluidhinder voor omwonenden. Door het opschalen van deze bedrijvigheid zal die hinder toenemen. Wij adviseren om bij de vaststelling van het bestemmingsplan aan te geven of en op welke wijze de mitigatie van geluidhinder gerealiseerd zal worden. Bijvoorbeeld door een geluidsscherm, het aanbrengen van stil asfalt, het creëren van een andere afslag en deze maatregelen dan een onderdeel tuit te laten maken van het bestemmingsplan. Uitzicht De geplande ontwikkelingen spelen zich af binnen ons dagelijks blikveld. Wij maken daarom bezwaar tegen de megalomane plannen om vlak naast het viaduct een kantoorgebouw van 22m hoog te bouwen. Dit gebouw versterkt de ongewenste verdozing van het industrieterrein. Nut en noodzaak van hoogbouw voor een kantoorfunctie zijn niet beschreven. Bovendien vinden wij een dergelijke hoogbouw zowel misplaatst in Doesburg als misplaatst op die plek.

Milieucategorie Met de verlenging van de kademuur in zuidelijke richting en uitbreiding van de containeropslag (milieucategorie 4.2) komen een aantal woningen binnen de bij deze categorie horende milieu-hindergrens van 300 m te liggen. Wij adviseren om deze zuidelijke uitbreiding daarom niet mogelijk te maken.

Bij het geluidsonderzoek zijn de beoogde gebouwen met bijbehorende bouwhoogte in de modelberekening gebruikt.

Er is geen sprake van grootheidswaan, het betreft een bestaand bedrijventerrein waarbij – naast een kadeverlenging - de huidige bouwhoogten van het bestaande bedrijventerrein deels verhoogd worden. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Stedenbouwkundige inpassing’ (2.4.1). De kantoorfunctie bevindt zich boven het crossdock en beslaat derhalve niet de totale hoogte. De hoogbouw is noodzakelijk omdat er op deze locatie geen ruimte is voor horizontale uitbreiding. Locatiekeuze is niet aan de orde, verwezen wordt naar het kopje ‘Behoefte (Waarom) (2.3.1). Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Milieuzonering’ (2.6.3).

Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan te wijzigen/aan te passen

Geen

28

Zienswijze 7: Nr. 7.a

Inhoud zienswijze Pro forma: Onder verwijzing naar het "Plan Bedrijventerrein Verhuellweg" geef ik hierbij aan dat ik bezwaren heb tegen geplande aanpassingen van de bedrijven Rotra en Ubbink zoals beschreven in de hiervoor aangegeven bestemmingsplan documenten.

Antwoord Wij hebben u via een ontvangstbevestiging de gelegenheid geboden om aanvullende gronden van uw zienswijze in te dienen. Hier heeft u geen gebruik van gemaakt.

Aanpassing Geen

Inhoud zienswijze Bedrijfscategorie Het bestemmingsplan biedt de op het betreffende bedrijventerrein gevestigde bedrijven de mogelijkheid hun activiteiten substantieel uit te breiden. De ruimtelijke effecten van deze uitbreiding zullen ver buiten het plangebied merkbaar zijn. Waar voorheen als zwaarste milieucategorie bedrijfsactiviteiten 3.2 mogelijk waren, wordt dit nu 4.2 langs de hele waterkant. Dit is noodzakelijk om containers te kunnen overslaan. Bij de Bestemmingsregels in hoofdstuk 2 artikel 3.1 onder d staat slechts…-loskader ter plaatse van de aanduiding bedrijf tot en met categorie 4.2… en ontbreekt een specificatie van de bedrijvigheid die daar toegestaan gaat worden. Dit dient nader gespecificeerd te worden om te voorkomen dat ieder bedrijf wat onder zie categorie valt zich daar in theorie zou kunnen vestigen. Verder zien wij in de plankaart dat bijna het hele stuk aan het water (veel groter dan waar de uitgebreide laad- loskade gepland staat) bestemd wordt voor bedrijf tot en met categorie 4.2. Dat is niet nodig en niet wenselijk aangezien dat tot onvoorziene effecten (nog meer kranen of iets dergelijks) kan leiden en is het voor de nieuwe kade genoeg om de functieomschrijving tot dat gedeelte te beperken.

Overigens merken wij op dat de bestaande laad- en los activiteiten in de haven als zodanig nooit correct in de twee voorafgaande bestemmingsplannen zijn opgenomen.

Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Milieuzonering’ (2.6.3).

Aanpassing De staat van bedrijfsactiviteiten is aangepast en beperkt zich tot de huidige en beoogde bedrijvigheid op het bedrijventerrein.

Verkeer De ruimtelijke uitstraling van de toename in activiteit op het bedrijventerrein zal vooral merkbaar worden door toenemend verkeer over de N317 en o.a. op de afrit naar de Koepoortwal/Koepoortwal-Koepoortdijk. In het rapport dat Rotra heeft laten opstellen door Sweco (Bijlage 16 bij Toelichting: deelrapport Verkeer) om inzicht te verschaffen in deze toename wordt geconcludeerd dat de voorgenomen herstructurering/optimalisering van het bedrijventerrein Verhuellweg geen significante effecten heeft op verkeersstructuur, verkeerintensiteit, verkeerafwikkeling en verkeersveiligheid en gevolgen voor langzaam verkeer. Een en ander

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ (2.6.1).

Zienswijze 8: Nr. 8.a

8.b

De voorgenomen ontwikkelingen blijven, met uitzondering van de verlenging van de kade, beperkt tot binnen de begrenzing van het bestaande bedrijventerrein. Een extra kraan is daarbij al toegestaan op basis van het bestaande bestemmingsplan. Het bestemmingsplan maakt dan ook geen extra kraan mogelijk ten opzichte van het huidige bestemmingsplan.

1. Er is rekening gehouden met de mogelijkheid voor grotere schepen om aan te leggen. Deze mogelijkheid is er in de huidige situatie overigens ook. Daarbij leiden grotere schepen niet per definitie tot extra vrachtwagen bewegingen omdat containers ook weer verder worden verscheept. Schepen komen dan halfvol aan en worden bijgeladen, dan wel containers

Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan op aangepast.

29

wordt cijfermatig onderbouwd in bijlage 1 (Inventarisatie bedrijfsgegevens t.b.v. bepaling ritproductie bestaande en toekomstige activiteiten) van genoemd rapport. Van groot belang in de beoordeling van effecten is het aantal containers wat per dag wordt aan- dan wel afgevoerd. Elke container wordt immers verder vervoerd of teruggebracht door een vrachtwagen. Ook als de container in het crossdock wordt gelost zal de inhoud toch verder vervoerd worden per vrachtwagen(s). In genoemde bijlage 1 wordt als maximum 114 per dag genoemd bij 10 afvaarten per week van schepen klasse Va. Dit aantal wordt herleid uit de beschrijving van de representatieve bedrijfssituatie in Bijlage 4, akoestisch onderzoek, Sweco, 17-06-2020. In deze beschrijving zitten twee foute aannames te weten: 1. Abusievelijk wordt de capaciteit van de huidige schepen (IV) gebruikt (81+90). De nieuwe laad-loskade is zodanig gedimensioneerd dat daar twee Va schepen met een capaciteit van 200 containers (per schip) kunnen afmeren. Dus te verwachten capaciteit is 2 x 200 TEU per dag. 2. Ook al wordt een deel van de containers op de kade geplaatst, dat deel verdwijnt niet in een zwart gat en wordt dus ooit een keer opgehaald en verder verwerkt en zal dus meegenomen moeten worden in transportbewegingen.

Wanneer we de juiste cijfers voor klasse Va schepen (2 afvaarten per dag met per schip 200 TEU) toepassen komen we dus op een (maximaal) aantal van 400 TEU. Dit zorgt voor 800 transportbewegingen van en naar het bedrijventerrein (de container moet worden opgehaald door een vrachtwagen die hiervoor naar het bedrijfsterrein moet rijden dus dat is 2 transportbewegingen per container). Ook wanneer de container zou worden gelost in het crossdock wordt de inhoud daarvan in een vrachtwagen verder vervoerd. Dit is een factor 7 meer dan het aantal (114) wat gebruikt wordt in het deelrapport Verkeer. Wanneer deze bewegingen plaatsvinden tussen 6.00 en 21.00 betekent dat 53 vrachtwagens per uur over de weg van en naar bedrijventerrein. Voor de toekomst wordt nu uitgegaan van 10 afvaarten per week; waar is deze aanname op gebaseerd? Het bestemmingsplan biedt de technische mogelijkheid om meer afvaarten per week te realiseren dan de genoemde 10. De kraan van CTD kan 20 TEU per uur handelen. Van 6.00 tot 21.00 uur is dat 15 uur x 20 = 300 TEU. Twee kranen (na uitbreiding) kunnen dus over in theorie 600 TEU verwerken per dag. In een werkweek van 5 dagen hebben we het dus over in theorie 3000 containers per week waarvan een groot deel uitgereden gaat worden. (De zaterdag en zondag laten we nu buitenbeschouwing maar dat kan in de toekomst anders blijken te worden).

Uit bovenstaande blijkt dat de cijfermatige onderbouwing zoals gegeven in het deelrapport Verkeer voor de gevolgen voor verkeer in en rond Doesburg door de uitbreidingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, herzien moet worden. Wat de afwikkeling van mogelijk bovengenoemd verkeer betreft: de afrit van N317 naar de Koepoortwal is niet geschikt voor grote aantallen vrachtwagens door nabijheid van bewoning en de onhandige bocht. Dit is al eerder door de gemeente zelf vastgesteld; in een

worden afgeladen om later weer op een ander schip geladen te worden. Daarbij komt dat, vanwege stackruimte en ruimte crossdock, grenzen zijn aan het aantal containers en vrachtwagenbewegingen. Aan de voorgenomen optimalisatie, in relatie tot de beschikbare ruimte, samen met het maximeren van het aantal afvaarten tot 10, is het niet de verwachting dat het aantal TEU’s wordt gehaald waaraan, door de indiener van de zienswijze, wordt gerefereerd. Daarbij komt dat dat het net zo is dat 1 TEU leidt tot één transport zoals door de indiener van de zienswijze wordt gesteld. Dit is mede afhankelijk van de grootte van de te vervoeren container (bij een 40 voet container is per tarnsport sprake van 2 TEU). De benutting van de laad- en loskade is mede afhankelijk van andere aspecten dan door indiener van de zienswijze wordt weergegeven waardoor er geen sprake zal zijn van de aantallen die door de indiener van de zienswijze wordt genoemd (zie ook uiteenzetting hierboven). De intensiteiten die worden genoemd in de verschillende rapportages zijn gebaseerd op de huidige en toekomstig verwachte transportbewegingen zoals aangegeven door CTD en deze houden rekening met het groeiperspectief van containeroverslag. 2. Er worden niet meer dan 10 afvaarten mogelijk gemaakt.

Het aantal afvaarten is gemaximaliseerd op 10 per week.

De verkeersveiligheid is in het kader van het eerdere planvoornemen van het LEID reeds onderbouwd. Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer.

30

eerdere nota van inspraak (2007) m.b.t. bedrijventerrein Verhuellweg schrijft de gemeente: “Rechtstreeks afdraaien van N317 naar de Verhuellweg is niet mogelijk. In de huidige situatie is er dus sprake van een omrijdbeweging voor (vracht)verkeer naar het bedrijventerrein. De afslag doet daardoor indirect aan en leidt tot onnodige zoekverkeer, is onhandig voor het bedrijventerrein en zorgt voor overlast van vrachtverkeer in de buurt van het centrumgebied. De ruimte die in de huidige situatie in beslag wordt genomen door de lus kan wellicht beschikbaar komen voor een andere functie, hetgeen aansluit bij het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Voor een rechtstreekse afslagconstructie is op de huidige locatie voldoende ruimte, het wegverkeerslawaai in het noordwestelijk centrumgebied zal worden beperkt en de ondernemers hebben een rechtstreekse aansluiting op de N317.” De ontwikkelingen op bedrijventerrein Verhuellweg zullen het verkeer op de afrit N317 doen toenemen en het zeer waarschijnlijk noodzakelijk maken de situatie daar te veranderen. Het is dus nu aan de orde het verkeer naar en van het bedrijventerrein vanaf Arnhem-Dieren op een andere, voor de bewoners in de buurt en de stand in het algemeen minder belastende wijze te gaan laten verlopen. Heeft de gemeente Doesburg hier plannen voor? Heeft de gemeente Doesburg hier gelden voor beschikbaar? 8.c

8.d

Geluid Zoals verduidelijkt onder Verkeer geeft de beschrijving van de toekomstige representatieve bedrijfssituatie zoals weergegeven in de diverse toelichtingen bij het bestemmingsplan geen juist beeld. Wat betreft geluid vanaf het terrein zal het akoestisch onderzoek wellicht wat hogere waarden produceren. Wat betreft het verkeer van en naar het industrieterrein dient opgemerkt te worden dat geluid geproduceerd door het verkeer niet toegerekend wordt aan de op dat industrieterrein aanwezige bedrijven. Dit als gevolg van het feit dat het een gezoneerd industrieterrein betreft. Dit betekent dat geluid van verkeer van en naar het terrein meegenomen wordt op macroniveau en dat daar geen grenzen aan gesteld kunnen worden. Wat de diverse geluidsbronnen betreft kunnen wij in het akoestisch onderzoek (Bijlage 4 bij de toelichting) de aanwezigheid van een (op dit moment) twintigtal reefers (koelcontainers) niet terug vinden. De koelsystemen in deze reefers produceren met name op warmere dagen significant geluid. Dit dient meegenomen te worden als geluidsbron in het onderzoek. Bouwhoogte In de nota “inspraak en vooroverleg” bedrijventerrein Verhuellweg uit 2007 reageert de gemeente op inspraak van Twickel over bouwhoogtes en landschappelijke inpassing dat de “gemeente aansluit bij het standpunt van de inspreker dat de overgang tussen stad en

Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd. Er is dan ook geen noodzaak om wijzigingen aan de bestaande afrit te maken. Deze valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt alleen gekeken of er, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, op gebied van verkeer significante effecten zijn te verwachten. Nu uit het verkeersonderzoek is gebleken dat die er niet zijn is de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar en haalbaar zonder dat aanvullende maatregelen op gebied van verkeer nodig zijn.

De reefers zijn inmiddels meegenomen als bron en hierop is een controleberekening uitgevoerd. De geluidbelasting van het industrieterrein inclusief 20 reefers (bronvermogen 85 dB(A)) is nader berekend. Hierbij is uitgegaan van uitstraling in alle richtingen en zonder afscherming door andere containers (worstcase benadering). Tevens is ervan uitgegaan dat koeling van de reefers draait 75% van de dag-, 50% van de avond en 25% van de nachtperiode. Als gevolg van het toevoegen van de reefers is weliswaar een toename van de geluiduitstraling te zien, echter op geen van de zonebewakingspunten wordt de vastgestelde toetswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde overschreden. Dus ook met de reefers als geluidsbron toegevoegd is er geen sprake van een overschrijding van de vastgestelde normen. De uitspraak van de gemeente uit 2007 kan niet éénop-één worden aangehaald voor voorliggend plan. Zowel tijd als context kunnen leiden tot andere inzichten.

Geen

Geen

31

8.e

buitengebied zorgvuldig moet worden vormgegeven” en daarom maximaal bij uitzondering 17 meter hoogte via vrijstelling toestaat. Dat er nu gebouwen van 22 meter hoogte toegestaan gaan worden heeft kortgezegd dus niks meer te maken met landschappelijke inpassing en wij vragen ons af of de nieuwe geplande situatie wel voldoende aandacht in de welstandstoets heeft gekregen.

In de afgelopen jaren is onderzocht of het bestaande bedrijventerrein met 20 ha uitgebreid kon worden om tegemoet te komen aan de uitbreidingsbehoefte van de bedrijven. Als een gorter oppervlak aan ruimte ontstaat kan minder hoog bouwen aan de orde zijn. Nu er sprake is van herstructurering en optimalisatie van het bestaande bedrijventerrein, is een andere belangenafweging gemaakt om toch tegemoet te komen aan de uitbreidingsbehoefte. Hierbij is extra aandacht besteed aan de onderbouwing van de hoogtes, door Jan Bruyn, aangevuld met het Gelders Genootschap. Het Gelders Genootschap geeft daarbij aan dat stoere, watergebonden bedrijvigheid bij het karakter van de IJssel op deze plek aan de rand van het stedelijk gebied past. De incidentele verhogingen blijven in maat en schaal proportioneel en hebben, vanaf de Zwarte Schaar en de Ellecomsedijk, nauwelijks impact op contour van de historische kern. Ten aanzien van de optopping (het kantoor) op de crossdock geeft zij aan dat een hoogte accent goed voorstelbaar als verbijzondering van de architectuur van het bedrijfsgebouw. Het bestaande toetsingskader wat van toepassing is op de ontwikkelingen van de Verhuellweg biedt daarbij voldoende houvast om het bebouwingsbeeld van stoere watergebonden bedrijvigheid en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Mede hieruit is gebleken dat een hoogte van 22 meter aanvaardbaar wordt geacht.

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Samenvattend stellen wij vast dat toelichting en bijlagen een onvolledig beeld geven van de gevolgen van de uitbreidingsmogelijkheden die binnen het bestemmingsplan gerealiseerd kunnen worden. Degelijke besluitvorming op een dossier met ingrijpende ruimtelijke consequenties vereist dat bestuurders goed geïnformeerd worden. De indruk bestaat dat dat in dit geval niet zo is. Doesburg is geen geschikte plek voor grootschalige containeroverslag en wij verzoeken u dan ook dat niet te faciliteren en het bestemmingsplan overeenkomstig te veranderen.

Het belang van de ontwikkeling van de bedrijven wordt onderstreept door de provincie GLD die een positieve zienswijze heeft ingediend, vanuit het economische belang van de regio. De grootschaligheid van de containeroverslag beperkt zich tot maximaal 10 afvaarten per week. Locatiekeuze is niet aan de orde, verwezen wordt naar de

Geen

32

thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).

Zienswijze 9: Nr. 9.a

9.b

Inhoud zienswijze Ik verwacht opnieuw te maken te krijgen met uitbreiding van de reeds aanwezige horizonvervuiling. Vanuit onze woonkamer kijken we nu al uit op het gebouwencomplex en dat is totaal anders dan toen wij aan de Burg. Nahuyssingel kwamen wonen. Toen waren er weilanden. Ik maak dan ook bezwaar tegen het verhogen van de bestaande bebouwing i.v.m. verdergaande horizonvervuiling. Tevens verwacht ik nog meer geluidsoverlast doordat het geluid van het wegverkeer tegen de bebouwing aan ketst in via het gat in de geluidswal nog meer naar onze woningen toegaat. Het is dan ook gewenst dat dit gat gedicht gaat worden.

9.c

Het is een illusie dat het wegverkeer bij ons achter op de provinciale weg zal afnemen door een grotere haven. Vandaar uit moeten de containers toch vervoerd worden, zowel heen als terug? (Over de lange afstand op de Nederlandse wegen is het wel een voordeel.) Bij de totstandkoming van een bedrijvenverzamelgebouw hoort ook de nodige transportbewegingen, waarmee ik verwacht dat dat ook meer geluidshinder zal opleveren. Het reguliere verkeer over de provinciale weg is in de afgelopen jaren enorm toegenomen.

9.d

Een bestemmingsplan heeft rechtsgeldigheid en wordt maar niet zomaar vastgesteld. Het bevreemdt dan ook dat er tijdens het spel iedere keer de regels worden gewijzigd ten bate van de aanwezige industrie en ten koste van de buren. Mijn verzoek is om geen bestemmingsplanwijziging toe te staan. Mocht dat echter wel doorgaan, dan de hoogte minimaliseren. Ter compensatie van de overlast van zowel geluidshinder als horizonvervuiling dient het gat in de geluidswal langs de provinciale weg gedicht te worden.

Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Aanpassing Geen

In het akoestisch onderzoek is de beoogde hoogbouw meegenomen. Op basis van dit onderzoek kan gesteld worden dat voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarden. In het geluidsonderzoek is rekening gehouden met huidige staat van de geluidswal. Er is geen sprake van de realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw. Het betreft het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein door de bestaande functies. De benodigde transportbewegingen als gevolg van bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein zijn meegenomen in de berekening van het akoestisch onderzoek. Een bestemmingsplan wordt inderdaad niet zomaar vastgesteld. De gemeente heeft een verzoek ontvangen voor herziening van het huidige bestemmingsplan. Dit moeten wij als gemeente in behandeling nemen. In het kader daarvan zijn omwonenden en andere belanghebbenden in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Daarnaast dient een bestemmingsplan en de daarop gebaseerde onderzoeken te voldoen aan alle wettelijke vereisten. Dat is hier ook het geval. Elke ontwikkeling kent een brede belangenafweging waarbij algemeen belang wordt afgewogen tegen het individuele belang. Dit laat onverlet dat is gebleken dat voldaan wordt aan een

Geen

Geen

Geen

33

gezonde leefomgeving en dat de hinder niet zodanig is dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden. Het belang van de bedrijven wordt eveneens onderstreept door de provincie GLD die een positieve zienswijze heeft ingediend, juist vanuit het economische belang van de regio. Met betrekking tot horizonvervuiling wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Zienswijze 10: Nr. 10.a

Inhoud zienswijze Wij hebben uit deze plannen opgemaakt dat de mogelijkheid wordt geboden tot 22 meter hoog te gaan bouwen aan de IJssel. Bovendien wordt de mogelijkheid een tweede kraan van 30 meter hoog, samen met een muur van containers op de betreffende terreinen te plaatsen. Wij achten dit een slechte ontwikkeling die het prachtige eeuwenoude cultuurhistorische aanzicht van Doesburg en de waarden van het IJssellandschap ernstig zullen aantasten. (In de zienswijze zijn foto’s toegevoegd van hoe fraai het aanzicht vanaf de veerstoep in dieren op Doesburg nu is). Dit is naar onze mening het bewaren en beschermen meer dan waard.

Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4). Het nieuwe bestemmingsplan betreft het optimaliseren van het bestaande bedrijventerrein waarbij – naast de beoogde kadeverlenging – geen uitbreiding zal plaats vinden van het bedrijventerrein. Op enkele plekken wordt een bouwhoogte tot 22 meter toegestaan. Op basis van het huidige bestemmingsplan is op dit moment een hoogte tot 12 (via een afwijking 17) en 18 meter toegestaan, evenals het plaatsen van een tweede kraan.

Aanpassing Geen

Antwoord Wij hebben u via een ontvangstbevestiging de gelegenheid geboden aanvullende gronden van uw zienswijze in te dienen. Hier heeft u geen gebruik van gemaakt.

Aanpassing Geen

Zienswijze 11: Nr. 11.a

Inhoud zienswijze Pro forma: Hierbij maak ik bezwaar tegen het besluit van 21-12-2020 m.b.t. bedrijventerrein Verhuellweg. Mijn verzoek is om dit bezwaar als Pro Forma bezwaar aan te merken. Ik verzoek u mij, om naast een ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift een redelijke termijn te gunnen voor de inhoudelijk gronden van het bezwaar. Daarnaast ontvang ik graag een afschrift van alle documenten die betrekking hebben op het besluit en dit bezwaarschrift. Het bezwaar richt zich op de onwenselijkheid van de verdere zogenaamde verdere verdozing van Nederland en ter voorkoming van de bouw van éénlingen van verdozing op basis van Rijksadvies en ter bescherming van het Doesburgs stadsgezicht.

34

Zienswijze 12: Nr. 12.a

12.b

Inhoud zienswijze Bouwhoogten Uit de concepttekst van de bestemmingsplanwijziging blijkt dat de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan goothoogte van 22 meter mogelijk maakt. Dit is op twee gedeelten het geval (het kantoor van Kuehne & Nagel c.q. CTD/Rotra aan de westzijde en de opslagloods (crossdock) ten oosten daarvan). De panden van Ubbink krijgen een maximale gevelhoogte van 18 meter. En tenslotte is voorzien in de mogelijkheid van een tweede portaalkraan met een hoogte van liefst 30 meter. Al met al ontstaat hiermee over een lengte van in totaal circa 700 meter een compacte bouwmassa die naar onze overtuiging in volume, hoogte en (naar functie) architectonische aard een disproportionele dissonant zal vormen pak naast het monumentale stadje Doesburg. Zeker vanaf ons perceel zal het uitzicht in noordwestelijke richting ernstig worden gedomineerd door een skyline die eerder in het Rotterdamse havengebied thuishoort. Dat beeld zal, als de huidige lijn wordt doorgetrokken, nog eens extra worden versterkt door grote lichtreclames aan de gevels, waardoor ook ‘s avonds en ‘s nachts de directe nabijheid van grootschalige (industriële) bedrijvigheid wordt opgedrongen. Met deze voorgestelde bouwhoogten valt door onszelf rond ons perceel uiteraard onmogelijk een effectieve visuele afscherming tegen de dominante bebouwing te maken.

Wij tekenen bezwaar aan tegen de voorgenomen bouwhoogten en -volumes. Geluidhinder Huidige situatie Uit de beschrijving van de toegepaste methodiek bij het opstellen van de akoestische rapporten moet worden opgemaakt dat hierbij geen geluidmetingen hebben plaatsgevonden om de feitelijke huidige situatie vast te stellen. In plaats daarvan is een theoretisch rekenmodel toegepast, uitmondend in de conclusie dat na de voorgenomen uitbreiding van bedrijfsactiviteiten aan de Verhuellweg geen overschrijding van de normen zal plaatsvinden. Enige toetsing aan een realistische (niet-fictieve) nulmeting en aan specifieke locatiekenmerken ontbreekt. Wij hebben grote moeite met deze wijze van onderzoek. Het gaat naar onze mening niet aan om louter op grond van hypothetische aannames waarden toe te kennen aan punten rond een geluid veroorzakende bron. Meer precies: nergens blijkt bijvoorbeeld uit de akoestische rapportage dat is rekening gehouden met de aanwezigheid van hoge bebouwing, die een reflecterend effect heeft op de geluidsoverdracht. `voor onze woning (We in de Sweco-rapportage) is een meethoogte aangehouden van 1,5 meter. Omdat het hier gaat om een bungalow (van circa 3 meter hoog) beweegt het geluid zich vrijelijk over onze woning om vervolgens te weerkaatsen tegen de massieve wanden

Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4). Een tweede kraan is reeds bij recht toegestaan in het huidige bestemmingsplan.

Aanpassing Geen

Lichtreclame wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Het is dus nog de vraag of en in hoeverre er sprake zal zijn van lichtreclame. Mocht er in de toekomst reclame geplaats worden dan zal deze via een aanvraag om een omgevingsvergunning voorgelegd worden aan het Gelders Genootschap.

Geluidmetingen om de huidige situatie vast te stellen zijn niet nodig. De geluidzone is reeds vastgesteld. Met het akoestisch onderzoek is getoetst of de beoogde ontwikkeling past binnen de vastgestelde geluidszone. Een nieuwe nulmeting is niet vereist.

Geen

Het onderzoek is toereikend bevonden om als onderbouwing te dienen bij het vast te stellen bestemmingsplan. Op zowel de zonepunten als de woningen binnen de zone wordt voldaan aan 50 dB(A) etmaalwaarde. Verder voldoen de berekende waarden voor de maximale geluidniveaus aan het Activiteitenbesluit en voldoet de indirecte hinder aan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) uit de circulaire Indirecte hinder. Omdat als gevolg van alle bedrijven op het gezoneerde bedrijventerrein tezamen bij de woningen voldaan wordt aan de standaardwaarde van 50 dB(A), zoals die in het

35

van het Grotenhuys-complex, pal ten zuiden van ons perceel. Het grootste deel van dit gebouw kent een goothoogte van tenminste 12 meter, de rest van circa 5 meter. Uit deze fysieke realiteit volgt dat de geluidswaarden aan oost-, zuid- en westzijde van onze woning relevanter geacht moeten worden dan het (fictieve) peilpunt aan de noordgevel, welk punt zich laag en pal achter de hoger gelegen N317 bevindt. Dit strookt met de overlast zoals wij die al jaren ervaren: het geluid (van weg en bedrijventerrein) is zowel binnen als buiten beduidend sterker hoorbaar aan oost-, zuid- en westzijde. In eigen beheer uitgevoerde metingen wijzen uit dat hier een gemiddeld geluidsniveau van gemiddeld 67 dB bestaat, met uitschieters tot 75 dB. Een en ander kiemt klemt des temeer omdat ter plaatse van onze woning een geluidwerende voorziening langs de N317 ontbreekt, zoals die wel is gerealiseerd vanaf ons perceel tot aan de Van Kinsbergenstraat (de wal) en vanaf de Hessegracht tot aan de Koepoortdijk (de muur). Aan de beslissing, in 2013, om onze woning op voorhand uit te :onderen van het project Geluidwerende voorziening N317 lagen geobjectiveerde gegevens ten grondslag. Akoestisch onderzoek heeft bij onze woning nooit plaatsgevonden. Noch bij wijze van feitelijke metingen, noch in de vorm van rekenkundige modellen.

Wij menen dat het voorliggend plan voor uitbreiding van (de activiteiten op) bedrijventerrein Verhuellweg ons als gevolg van dit negeren van de feitelijke situatie andermaal en in verhevigde mate zal schaden, op het punt van geluidsoverlast, zowel in directe als in indirecte zin (hierna nader toegelicht). Directe gevolgen De direct aan het gezoneerde industrieterrein gerelateerde gevolgen voor geluidshinder hebben in de eerste plaats te maken met de voorgestelde intensivering van verkeersbewegingen op het complex: aan- en afrijdend (zwaar) vrachtverkeer, rangeren met opleggers, vorkheftrucks en laad- en losmanoeuvres. Een deel ervan zal zich volgens de planbeschrijving afspelen ten noorden van de (te realiseren) bouwmassa langs de Verhuellweg, waarvan wellicht een zekere demping zal uitgaan. Uitzondering daarbij vormt wel het te bouwen parkeerdek tussen de hoge bouwwerken, dat- begrijpen wij een open karakter zal krijgen en dus niet of nauwelijks een dempende werking zal hebben. Een ander deel speelt zich echter af op en aan de Verhuellweg zelf, waar naast het gedurige af» en aanrijden van (zwaar) verkeer ook het lawaaiige manoeuvreren rond de laad- en losdocks plaatsvindt. Met de expansie van de bedrijven, zoals beschreven in de plantoelichting, zal onvermijdelijk de geluidsproductie hier aanzienlijk toenemen.

Reeds nu is deze zowel overdag als avonds en geregeld nachts waarneembaar. Zelfs de achteruitrijpiepjes van rangerende trucks zijn tot in ons huis te horen. Voor de activiteiten op en aan de Verhuellweg geldt de invloed van de daar aanwezige bouwmassa juist in versterkende zin. Met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging zal hier een 700 meter lange massieve gevel ontstaan met hoogtes tot 22 meter. Daarmee wordt een reflecterende wand gecreëerd die alle geluiden in zuidelijke richting zal

Activiteitenbesluit geldt voor individuele bedrijven, is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het toetsingskader bestaat in dit geval uit het toetsen van de geluidbelasting ter plaatse van de zone en woningen binnen de zone. Van belang zijnde objecten die zorgen voor reflectie zijn in de rekenmodellen opgenomen. De geluidbelasting op de woningen is bepaald op de maatgevend gevel (=locatie met de hoogste geluidbelasting).

36

weerkaatsen. Zie voor beschrijving van de gevolgen ervan in/rond onze woning hierboven onder Huidige situatie. Het tweede directe effect van de bestemmingsplanwijziging, waarmee wij als omwonenden te maken zullen krijgen, betreft de containeroverslag. Het manoeuvreren met de staten containers gaat gepaard, ervaren wij op dit moment al, met heftig bonken en harde klappen, die zo luid zijn dat we soms opschrikken omdat het lijkt of er een frontale botsing gebeurt op de weg naast ons huis. De overslagactiviteiten vinden inmiddels ook tot diep in de avond of zelfs nachts plaats, met alle verstoring van onze (gemoeds)rust vandien. Verlengen van de loskade, plaatsing van een tweede portaalkraan en aanvoer van meer containers zal onherroepelijk leiden tot verheviging van dit industrieel lawaai, waardoor wij ons ernstig geschaad voelen in ons woongenot. Indirecte gevolgen De voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan zal onvermijdelijk ook buiten het gezoneerde industrieterrein een toename teweegbrengen van de verkeersdruk en dan met name zwaar vrachtverkeer op de N317. Aan- en afvoer naar het (noord)oostelijke achterland zal immers geschieden via de route die op zo'n 20 meter langs ons huis loopt.

Mede als gevolg van de verhoogde ligging van de N317 zal dit zonder een adequate geluidwerende voorziening ter hoogte van ons huis tot consequentie hebben dat wij nog meer dan thans zullen worden blootgesteld aan onacceptabele geluidhinder. Ook hier speelt een voorname rol de aanwezigheid van de 700 meter lange hoge gevelwand aan de Verhuellweg, die eik geluid op de weg weerkaatst in zuidelijke richting.

12.c

Wij tekenen bezwaar aan tegen verruiming van de bedrijfsmatige activiteiten op bedrijventerrein Verhuellweg, op grond van te verwachten vergroting van de geluidshinder. LNG-tankstation Het aantal vaar- en voertuigen dat wordt ingezet bij de beoogde intensivering van de containeroverslag brengt volgens de planbeschrijving meer kilometers over water met zich mee. De containerschepen worden, begrijpen wij, aangedreven door motoren op LNG. Bedoeling is daarnaast om het aandeel vrachtwagens op LNG te vergroten. Dit zal gepaard gaan met een intensiever gebruik van het op het bedrijventerrein aanwezige LNG-tankstation en dus ook met grotere buffervoorraden van dit gas. Bovendien zal het aantal tankoperaties (zowel het afvullen van de voorraadtank als de afgifte aan schepen en vrachtauto's) sterk toenemen.

De doorzet van LNG-tankstation verandert niet, dit blijft 5.580 m³/jaar. Het aantal verlading naar vrachtwagens blijft 124 keer per jaar. Ook dit verandert niet ten opzichte van de vergunde situatie van Rotra/ Kuehne+Nagel. Daarnaast vindt er geen lossing van LNG plaats naar de schepen. De schepen meren aan bij de kade van CTD voor het lossen van containers er vinden geen LNG-tank activiteiten plaats. Verder verandert de buffercapaciteit van de LNGinstallatie niet, deze blijft maximaal 63 m³. De LNGinstallatie wordt alleen op een andere locatie gepositioneerd. De overige installatie-onderdelen blijven ongewijzigd. De aanname dat er meer vrachtwagens met LNG gelost worden en dat er een grotere bufferopslag is, klopt daarom niet. Ook de uitspraak dat er afname

Geen

37

12.d

12.e

Uit de planbeschrijving maken wij op dat de LNG-tankinstallatie op het terrein in oostelijke richting zal worden verplaatst. Hemelsbreed zal deze nieuwe locatie zich straks op circa 400 meter afstand van onze woning bevinden. Gemeten naar de westelijke grens van ons perceel is die afstand slechts 365 meter. Naar wij uit de Sweco-rapportage over de kwalitatieve risico-analyse begrijpen, wordt als effectgrens van een zware calamiteit een afstand van 325 meter aangenomen. Dit betreft dan een instantaan falen van de LNG-opslagtank, volgens deze analyse. in welke vorm en met welke gevolgen (afgezien van de genoemde effectgrens) wordt op dit punt niet verder beschreven.

Uit de plantoelichting begrijpen wij voorts dat aan het bedrijf Kuehne Nagel toestemming zou moeten worden verleend voor de opslag van verpakte gevaarlijke Stoffen tot 10 ton. De daarbij in de beschrijving gehanteerde term P6515-opslagen maakt ons niet duidelijk om welke stof(fen) het hier gaat. Dat geldt evenzeer voor de aanduiding ADR-gevaarlijke goederen/containers, die wordt gebruikt bij een 'tweede categorie die toegelaten zou moeten worden (tijdelijke stalling van 2 tot 4 vrachtwagens, maximaal 48). ln hoeverre de aanwezigheid van deze gevaarlijke stoffen al of niet van invloed kunnen

LNG plaatsvindt naar schepen klopt niet. Er vindt geen LNG-lossing naar schepen plaats. De maximale effectafstand is inderdaad 325 meter voor het instantaan falen van het opslagvat. Hieraan is getoetst in het rapport Externe Veiligheid. De kans dat dit scenario zich kan voordoen is 5,0x10-7/jaar. Dit is kleiner dan 10-6/jaar waaraan er wordt getoetst.

Geen

Vanuit het besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt niet getoetst op effectafstanden maar op plaatsgebonden risicocontouren (PR). Hierbij zijn de risicocontouren PR 10-5/jaar en PR 10-6/jaar de contouren waarop getoetst moet worden op kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risicocontour PR 10-5/jaar van de LNG-tankinstallatie ligt binnen de inrichtingsgrens van Kuehne+Nagel en voldoet hiermee aan de grenswaarde van het Bevi. Het berekende plaatsgebonden risicocontour PR 10-6/jaar ligt op circa 40 meter van de LNG-installatie. Deze contour valt voor een deel buiten de inrichtingsgrens. Echter, binnen deze contour bevinden zich geen beperkt kwetsbare objecten noch kwetsbare objecten en voldoet hiermee aan de richtwaarde van het Bevi. Vanuit de Circulaire Externe Veiligheid LNGtankstations is 50 meter de minimale afstand van de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6/jaar. Deze contour ligt voor een deel buiten de inrichtingsgrens van Kuehne+Nagel. Echter, binnen deze contour bevinden zich geen beperkt kwetsbare objecten noch kwetsbare objecten en voldoet hiermee aan de richtwaarde van het Bevi. Kuehne+Nagel heeft al een vergunning voor opslag van gevaarlijke stoffen tot 10 ton (PGS15-opslagen). De opslaghoeveelheid is minder dan 10 ton.

Vanuit externe veiligheidsoogpunt valt een opslag van gevaarlijke stoffen met minder dan 10 ton niet onder het Bevi, waardoor deze opslag ook geen plaatsgebonden veiligheidscontour heeft. Van deze

Geen

38

zijn bij een onverhoopte calamiteit rond het LNG-tankstation, in de zin van het risico van een oncontroleerbare kettingreactie, wordt ons niet duidelijk uit de toelichting, noch uit de bijlagen. De daarin beschreven regelgeving, risico-berekening en effecten achten wij overigens dermate ondoorzichtig en complex dat het voor een doorsneeburger onmogelijk is zich hieruit een helder beeld te vormen. Wij menen dat de gemeente hier tekortschiet in het effectief informeren van haar burgers als het gaat om de veiligheidsaspecten van industriële ontwikkelingen, zoals hier aan de orde.

12.f

Tot slot Wij wensen meer als betrokken inwoners van Doesburg in algemene zin het volgende nog op te merken. Rode draad in de toelichting bij de planbeschrijving vormt de redenatie dat niet meewerken aan de expansie de concurrentiepositie van de betrokken bedrijven ernstig zou schaden. Die argumentatie wordt bovendien gekoppeld aan de (verder niet onderbouwde) stelling dat elders in de provincie geen geschikte locatie te vinden zou zijn. Kijkend naar de begrenzing van het bedrijventerrein Verhuellweg strak ingeklemd tussen aan de ene zijde de noordelijke stadsbebouwing en aan de andere zijde waardevol Natura 2000-gebied moet aangenomen worden dat doorgroeien op deze locatie vroeg of laat onvermijdelijk alsnog zal leiden tot de realiteit dat verdere uitbreiding hier onmogelijk is. De vraag is daarmee ten principale of met name de industriële activiteit van grootschalige containeroverslag op deze locatie aanvaardbaar is en kan blijven. Het feit dat het Doesburgse gemeentebestuur nu dit planologisch point-of-no-return (opnieuw) wil passeren, legt een zware hypotheek op toekomstige bescherming van zowel economische belangen als van de leefkwaliteit van burgers.

lndachtig de oud-Hollandse wijsheid Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, geven wij het gemeentebestuur in overweging zich bewust te zijn van de onomkeerbaarheid van deze volgende grote stap in de ingezette koers, die een grote druk legt op mens en natuur. Terugkerend naar onze persoonlijke situatie, stellen wij ons op het standpunt dat onze belangen in termen van woonkwaliteit nu al in het geding zijn. Wij vragen u deze terdege mee te wegen bij uw besluitvorming. Erkenning van de huidige geluidhinder zou ons al enig vertrouwen geven dat de gemeente bereid is de gevolgen op dit punt serieus te nemen door alsnog het ontbrekende deel van de geluidwerende voorziening ter hoogte van onze woning te realiseren. Wij vragen u tenslotte om ons als direct omwonenden actief en gericht op de hoogte te

opslagen (PGS-15 opslag minder dan 10 ton) hoeven de externe veiligheidsrisico's niet berekend te worden. Verder mogen volgens de huidige vergunning van Kuehne+Nagel twee tot vier containers/ trailers met ADR goederen tijdelijk gestald worden. Op basis van de Handleiding risicoberekeningen inrichtingen voor stuwadoorsbedrijven worden ongevalsscenario’s tijdens intern transport (van de ingang naar de parkeerplaats en visa versa) en overslag van los stukgoed als niet relevant beschouwd voor externe risico’s. Ook hoeft het intrinsiek falen van een verpakking van los stukgoed of stukgoed in een boxcontainer niet gemodelleerd te worden. Wij zijn ons ervan bewust dat er grenzen zijn aan de uitbreiding van de bedrijven op deze locatie. Met de beoogde optimaliseren en herontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein wordt dan ook rekening gehouden met groeimogelijkheden voor de lange termijn. Dit wordt beoogd door het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein. Naast de beoogde kadeverlenging vindt geen uitbreiding plaats van het bedrijventerrein. Op enkele plekken wordt een bouwhoogte tot 22 meter toegestaan. Op basis van het huidige bestemmingsplan is op dit moment een hoogte tot 12 (via een afwijking 17) en 18 meter toegestaan, evenals het plaatsen van een tweede kraan.

Ook worden geen nieuwe bedrijfsfunctie anders dan de huidige bestande functies in het nieuwe bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het betreft hier een belangenafweging tussen algemeen- en individueel belang. In onderhavig geval is het algemene belang dat gediend is bij een goed economisch klimaat van de bedrijven op het bedrijventerrein zwaarder geacht dan het individuele belang. Daarbij is tevens van belang dat deze bedrijvigheid al geruime tijd aanwezig is, in de vorm van dit bedrijventerrein. Uit de onderzoeken is gebleken dat de beoogde herstructurering en

Geen

39

stellen van ontwikkelingen rond het bedrijventerrein Verhuellweg.

optimalisatie aanvaardbaar is. De hinder richting de omgeving is niet zodanig dat de voorgenomen ontwikkeling niet in de rede zou liggen. Het woon- en leefklimaat is, na de ontwikkeling, nog steeds als aanvaardbaar te kwalificeren. De gemeente is zich bewust van de consequenties van de voorgenomen ontwikkeling en heeft dit ook uitgebreid laten onderzoeken. Zie bovenstaande. De gemeente is het dan ook niet eens met de indiener van de zienswijze dat een te zware hypotheek wordt gelegd op de omgeving.

Zienswijze 13: Nr. 13.a

Inhoud zienswijze

Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Aanpassing Geen

40

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder de kopjes ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4), ‘Natuur en ecologie’ (2.5). Met betrekking tot de opmerking op lawaaiige activiteiten wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan.

Geen

41

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Geen

42

Verkeer

Het verkeersonderzoek is geactualiseerd op basis van recente gegevens en modellen. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Verkeer’ en het nieuwe verkeersonderzoek dat is bijgevoegd.

Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan.

Antwoord Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Aanpassing Geen

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Behoefte’ (2.3.1).

Geen

Zienswijze 14: Nr. 14.a

Inhoud zienswijze

43

Het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein zal geen reden zijn voor toeristen om wel of niet naar Doesburg te gaan. De beoogde ontwikkeling zal naar verwachting dan ook geen invloed hebben op het toerisme in de gemeente Doesburg. Ook nu is er al sprake van genoemd bedrijventerrein en heeft dit geen negatieve impact gehad op het toerisme. Het bedrijventerrein met bebouwing is in de huidige situatie reeds aanwezig en toegestaan. Het plan heeft enkel betrekking op het verruimen van de bouwmogelijkheden op een bestaand bedrijventerrein en een verlenging van de kade. Verwezen wordt naar de thematisch beantwoording onder het kopje ‘Landschap en cultuurhistorie’ (2.4.2). Er is met onderhavig plan geen sprake van een vergroting van de zwaaikom. Klasse V schepen mogen en kunnen nu ook al aanleggen aan de kade en dat gebeurt ook al.

Geen

Het onderzoek voor luchtkwaliteit is aangevuld met de vrachtwagenbewegingen uit het geactualiseerde verkeersonderzoek.

Niet allen containers leiden tot extra wegverkeer. Een groot deel van de goederen wordt verder over water vervoerd. Het onderzoek voor luchtkwaliteit is aangevuld met de vrachtwagenbewegingen uit het geactualiseerde verkeersonderzoek. De conclusie ten aanzien van luchtkwaliteit blijft hetzelfde, luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

44

Naar zowel stikstof, geluid en luchtkwaliteit is onderzoek verricht. Op basis van deze onderzoeken kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de wettelijk normen. Het onderzoek voor luchtkwaliteit is aangevuld met de vrachtwagenbewegingen uit het geactualiseerde verkeersonderzoek. Conclusie blijft hetzelfde, luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Het onderzoek voor luchtkwaliteit is aangevuld met de vrachtwagenbewegingen uit het geactualiseerde verkeersonderzoek.

De rapporten zijn gebaseerd op de toekomstige situatie, dus nadat de ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Dat is nu juist het doel van de onderzoeken om, op basis van die onderzoeken, de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling, vooraf te toetsten. Daarbij wordt uitgegaan van de huidige en toekomstige situatie. Bijvoorbeeld voor verkeer wordt uitgegaan van de situatie, na planontwikkeling, in 2030. Er wordt dus wel degelijk rekening gehouden met de structurele gevolgen, na planontwikkeling. Dat is nu juist de gedachte achter bestemmingsplan en onderzoeken. Het LNG-station is een bestaande voorziening op het bedrijventerrein, deze wordt niet uitgebreid maar enkel verplaatst op het bestaande terrein.

45

Zienswijze 15: Nr. 15.a

Inhoud zienswijze

Antwoord Er is geen sprake van een aanzienlijke uitbreiding, alles – behoudens de kadeverlenging - vindt plaats binnen de huidige bestemming ‘Bedrijventerrein’. Extra opslagruimte wordt voornamelijk gecreëerd door efficiënte vormen en bouwhoogte. Locatiekeuze is dan ook niet aan de orde, verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘Behoefte (Waarom)’ (2.3.1).

Aanpassing Geen

We gaan op voorhand niet uit van scheurvorming door toename van zwaar vrachtverkeer. Het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Verhuellweg’ voorziet niet in een nieuwe XXL logistieke ontwikkeling zoals bedoeld in het RPW. Binnen het RPW voor de regio Arnhem- Nijmegen is sprake van XXL logistiek bij een kavel groter dan 4 ha. Het kavel waar het crossdock wordt opgericht is reeds circa 4 ha groot. De omvang van het kavel neemt niet toe. Op dit kavel bevindt zich al een gebouw dat wordt gebruikt voor logistieke doeleinden. Het betreft een opslaggebouw ten behoeve van de overslag weg-water. Dit gebouw zal weliswaar worden vervangen door een crossdock voor transport over de weg, maar deze functie is reeds toegestaan binnen het geldende bestemmingsplan. Aangezien ter plaatse reeds een logistiek gebouw ten behoeve van transport over de weg toegestaan is en het kavel niet wordt vergroot, is er geen sprake van een nieuwe ontwikkeling zoals bedoeld in het provinciaal beleid voor XXL logistiek. De locatie aan de Verhuellweg betreft een belangrijke schakel in de Gelderse corridor. Het betreft één van de weinige logistieke hotspotlocaties in Gelderland met een belangrijke schakelfunctie. Samen met Tiel en Nijmegen zijn zij belangrijke knooppunten voor transport over water in Gelderland. De Provincie heeft dan ook aangegeven verheugd te zijn dat de

46

doorontwikkeling van de watergebonden bedrijven wordt voortgezet door het bestaande bedrijventerrein optimaal te benutten. Behalve de kadeverlenging vindt geen uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein plaats. Het betreft voornamelijk het deels verhogen van de maximale bouwhoogte.

15.b

In aanvulling op de thematische onderbouwing onder het kopje ‘Locatiekeuze’ is hier ook sprake van een goede ontsluiting waarbij de koppeling tussen vervoer over water en wegtransport aanwezig is. De bestemmingsplanwijziging maakt schaalvergroting voor de bedrijven Rotra en Ubbink mogelijk waardoor relatief minder vervoersbewegingen nodig zijn om eenzelfde hoeveelheid goederen te vervoeren. In bredere zin is het toevoegen eerder, en het nu uitbreiden, van de modaliteit vervoer over water, een logische keuze voor de toekomst. De bedrijven zijn in de huidige situatie al op de betreffende locatie gesitueerd. De ontwikkeling moet dan ook bekeken worden vanuit de huidige situatie. Behoudens de kadeverlenging vindt geen uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein plaats buiten de huidige plangrenzen. Voor enkele delen wordt de maximale bouwhoogte verhoogd tot 22 meter. Op basis van het huidige bestemmingsplan is nu een maximale bebouwingshoogte van 12 meter (via een afwijking 17 meter) en deels 18 meter toegestaan. Ook een 2e kraan is al mogelijk op basis van het bestaande bestemmingsplan. Er is in het bestemmingsplan dan ook geen groencompensatie geborgd. In het kader van het eerdere LEID werd groencompensatie vereist vanwege terreinverlies van de Fraterwaard. Met onderhavig plan wordt geen groencompensatie vereist omdat we niet in de Fraterwaard gaan bouwen.

Verwezen wordt naar de thematische onderbouwing onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

Geen

47

De regeling van werktijden valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan, dit wordt geregeld in de Wet milieubeheer. Slechts een deel van de productieafdeling werkt overigens 24/7. Er is hierbij geen sprake van externe logistieke bewegingen tussen 19:00 en 6:00. De bebouwing van het bedrijventerrein is nauwelijks beleefbaar vanuit de oude stadskern door hoge gebouwen en/of het stratenpatroon. Daar waar het bedrijventerrein wel zichtbaar is zijn belevingsvisualisaties opgesteld welke positief beoordeeld zijn door het Geldersgenootschap. 15.c

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Milieuzonering’ (2.6.3). In de toelichting van het plan is dit onderbouwd.

Geen

15.d

Het betreft het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein. Door specifieke bouwhoogten op te nemen wordt verdozing beperkt. Het Gelders Genootschap heeft het voorliggend ontwikkelkader beoordeeld en is van mening dat stoere, watergebonden bedrijvigheid bij het karakter van de IJssel op deze plek aan de rand van het stedelijk gebied past. De incidentele verhogingen blijven in maat en schaal proportioneel en hebben, vanaf de Zwarte Schaar en de Ellecomsedijk, nauwelijks impact op contour van de historische kern. Ten aanzien van de optopping (het kantoor) op de crossdock geeft zij aan dat een hoogte accent goed voorstelbaar als verbijzondering van de architectuur van het bedrijfsgebouw. Het bestaande toetsingskader wat van toepassing is op de ontwikkelingen van de Verhuellweg biedt daarbij voldoende houvast om het bebouwingsbeeld van stoere watergebonden bedrijvigheid en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=5146db06-3851-475a-a0ab-e4d86e8625f0