Nota van antwoord zienswijzen - geanonimiseerd
Tekst van het document
Nota van antwoord zienswijzen Bedrijventerrein Verhuellweg Doesburg Bestemmingsplan en vormvrije m.e.r.
Versie 6 augustus 2021-DEFINITIEF
1
Inhoud 1
Inleiding ..........................................................................................................................................4 1.1
2
Opzet van de antwoordnota............................................................................................................................................................................................4
Thematische beantwoording..........................................................................................................4 2.1
Reactie op hoofdlijnen ....................................................................................................................................................................................................4
2.2
Wat wordt mogelijk gemaakt ..........................................................................................................................................................................................4
2.3
Aanleiding van de ontwikkeling.......................................................................................................................................................................................6
2.3.1 2.4
Behoefte (Waarom).................................................................................................................................................................................................6
Ruimtelijke inpassing.....................................................................................................................................................................................................10
2.4.1
Stedenbouwkundige inpassing ..............................................................................................................................................................................10
2.4.2
Landschap en cultuurhistorische waarden ............................................................................................................................................................13
2.5
Natuur en ecologie ........................................................................................................................................................................................................14
2.6
Milieu.............................................................................................................................................................................................................................15
2.6.1
Verkeer ..................................................................................................................................................................................................................15
2.6.2
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................................................................................................17
2.6.3
Milieuzonering.......................................................................................................................................................................................................17
3
Antwoord op zienswijzen .............................................................................................................18
4
Overzicht aanpassingen bestemmingsplan ................................................................................149 4.1
Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen ...........................................................................................................................................................149
4.2
Ambtshalve wijzigingen...............................................................................................................................................................................................149
Bijlagen ...............................................................................................................................................150 2
3
1 Inleiding Het (ontwerp-)bestemmingsplan Bedrijventerrein Verhuellweg voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van de optimalisatie en herstructurering van het bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg. Het ontwerpbestemmingsplan en de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling hebben vanaf 24 december 2020 zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid gesteld tijdens deze periode een zienswijze bij de gemeenteraad in te dienen. Gedurende deze periode zijn 59 zienswijzen ingediend. In deze nota wordt de benaming ‘Rotra’ gehanteerd voor de gronden en gebouwen en het gebruik daarvan die in eigendom zijn van Rotra maar inmiddels verhuurd worden aan en in gebruik zijn door Kuehne+Nagel. In deze antwoordnota wordt ingegaan op de ingebrachte zienswijzen.
1.1
Opzet van de antwoordnota
In deze antwoordnota komen de volgende onderwerpen aan bod:
In hoofdstuk 2 wordt een thematische reactie gegeven op een aantal onderwerpen die in meerdere zienswijzen terugkomen. In hoofdstuk 3 wordt per ingediende zienswijze een meer gedetailleerde reactie gegeven (indien nodig) waarbij ook wordt aangegeven of de zienswijze of reactie aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Tot slot is in hoofdstuk 4 een overzicht opgenomen van de aanpassingen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van zienswijzen en aanpassingen die ambtshalve zijn doorgevoerd.
2 Thematische beantwoording 2.1
Reactie op hoofdlijnen
In totaal zijn 59 zienswijzen ingediend op het ontwerpbesluit. Een deel van deze zienswijzen heeft betrekking op dezelfde onderwerpen. In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende onderwerpen behandeld. In de antwoordtabel van hoofdstuk 3 wordt, daar waar dat aan de orde is, verwezen naar de beantwoording in dit hoofdstuk.
2.2
Wat wordt mogelijk gemaakt
Het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Verhuellweg’ is door de bedrijven op het bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg ingediend bij de gemeente Doesburg. In tegenstelling tot het Logistiek Ecopark IJsselvallei Doesburg (LEID), waarmee een uitbreiding van ca. 20 hectare was beoogd, zet het nieuwe bestemmingsplan in op een optimalisatie en herstructurering van het bestaande bedrijventerrein. Naast de beoogde kadeverlenging vindt geen 4
uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein plaats. Ook staat het nieuwe bestemmingsplan geen bedrijvigheid toe, anders dan op dit moment in de huidige situatie aanwezig is. Het nieuwe bestemmingsplan staat verdeeld over het bestaande terrein verschillende bouwhoogten toe, variërend van maximaal 8 meter tot op enkele plekken maximaal 22 meter hoog. Volgens het bestaande bestemmingsplan is nu voor het hele bouwvlak een maximaal bouwhoogte van 12 meter toegestaan, waarbij afgeweken kan worden tot maximaal 17 meter. Daarnaast zijn in de huidige situatie enkele gebouwen vergund tot een bouwhoogte van 18 meter. Aan de noordzijde is het bouwvlak vergroot om hier de mogelijkheid te bieden om tochtsluizen te realiseren ten behoeve van het in- en uitladen van goederen. Dit bouwvlak blijft binnen de huidige plangrenzen van het bestaande bedrijventerrein. De beoogde tweede kraan is op basis van het huidige bestemmingsplan reeds toegestaan. Voor het specifieke gebruik van de laad- en loskade wordt in het bestemmingsplan categorie 4.2 opgenomen. Deze categorie is in de huidige situatie al bij recht toegestaan (activiteiten laad- en loskade zijn vergund en in huidige bestemmingsplan reeds geregeld) alleen nog niet als categorie 4.2 in het bestemmingsplan opgenomen. Voor de bedrijfsactiviteiten van Ubbink is, in tegenstelling tot de aangegeven categorie 3.2, categorie 4.1 van toepassing.
Dit is daarom ook specifiek voor de huidige bedrijfsactiviteit als zodanig opgenomen in het bestemmingsplan. De activiteiten van Rotra zijn begin 2020 overgenomen door Kuehne+Nagel, welke ook de gebouwen op het terrein in gebruik heeft genomen. Kuehne+Nagel verzorgt wegtransport en logistieke dienstverlening. Deze bedrijfsactiviteiten vallen, net als in de huidige situatie, onder categorie 3.2. Tot slot maakt het bestemmingsplan de verplaatsing van het LNG-station, van de westelijke zijde van de kade naar de oostelijke zijde van de kade, mogelijk. Binnen deze kaders van het bestemmingsplan kunnen de initiatiefnemers na vaststelling bouwplannen ontwikkelen en vergunning aanvragen. Dan pas is bekend hoe het geoptimaliseerde bedrijventerrein er concreet uit komt te zien. Op dat moment wordt het ontwerp op uiterlijk beoordeeld door de commissie ruimtelijke kwaliteit. Navolgende afbeelding toont de globale begrenzing van de het gebruik van de gronden van de bedrijven in de toekomstige situatie. De Laad- en loskade is van Container Terminal Doesburg (CTD), de twee westelijke gebouwen worden gebruikt door Kuehne+Nagel (in eigendom van Rotra) en het oostelijke gebouw is van Ubbink. Het verschil tussen wat is toegestaan op basis van het huidige bestemmingsplan en wat mogelijk wordt gemaakt met het gewijzigde bestemmingsplan is visueel weergegeven in paragraaf 2.4.1.
5
Figuur 1 Gebruik van gronden/gebouwen CTD, Kuehne+Nagel en Ubbink
2.3
Aanleiding van de ontwikkeling
2.3.1
Behoefte (Waarom)
2.3.1.1 Positie in de markt en economische noodzaak De bedrijven Rotra en Ubbink zijn in de jaren ’60 gevestigd op het bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg. Beiden bedrijven hebben een bovenregionale uitstraling en een sterke positie in de markt. Rotra is een logistieke dienstverlener en voorziet op deze locatie in transport over water en weg en beschikt over en warehouse voor opslag van goederen. De logistieke dienstverlening en wegtransport is inmiddels overgenomen door Kuehne+Nagel. Het transport via water wordt door CTD voorzien. Ubbink is een productie- en handelsbedrijf welke werkt aan oplossingen voor energieefficiency en een gezond binnenklimaat voor gebouwen. Het bedrijf is afhankelijk van producten en goederen die worden aangevoerd en afgevoerd over zowel water als weg. 6
Investering in deze bedrijven is van groot belang omdat de bedrijven een belangrijke functie hebben in de regio en omdat ontwikkeling van deze bedrijven van groot belang is voor duurzame en innovatieve oplossingen en de positie van de regio in deze markt. Doordat ze gericht zijn op duurzame en innovatieve oplossingen maken de bedrijven een constante groei door. Om die groei mogelijk te kunnen maken zijn ruimtelijke aanpassingen op het bedrijventerrein noodzakelijk. De containerterminal is een belangrijke schakel voor de regio Liemers en de Achterhoek en knooppunt EMZ (Emmerich-Montferland-Zevenaar aan de A12) en de daar gevestigde verladers binnen de maakindustrie voor vervoer over water. De terminal is een belangrijke rechtstreekse verbinding naar de regio Twente. Tevens verzorgt de containerterminal containertransport over water naar de havens van Rotterdam en Antwerpen en staat in directe verbinding met het Europese achterland. De structureel groeiende vraag van klanten uit de markt maakt dat stilstand kan leiden tot verslechtering van de concurrentiepositie. Er wordt dan ook al jaren ingezet op het door ontwikkelen van deze locatie. Het doorontwikkelen van de bedrijven wordt beperkt in de ruimte die bedrijven nu hebben. Daarom is het herstructureren en optimaliseren van de bedrijven op Bedrijventerrein Verhuellweg noodzakelijk.
De ontwikkelwens van Rotra komt voort uit een autonome ontwikkeling van bestaande activiteiten die ruimtelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Voor Rotra zijn vier ontwikkelingen van groot belang: 1. Ontwikkeling van een crossdock-faciliteit: Bij Rotra worden goederen aangeleverd via water en weg, en op/vanuit de hoofdlocatie in Doesburg opgeslagen of verder gedistribueerd. In het crossdock worden goederen aangeleverd en van daaruit verdeeld naar andere transporten en/of warehouse voor opslag. Op dit moment beschikt Rotra over een geïmproviseerd crossdock in één van de warehouses. Deze overslag is inefficiënt qua vorm en manoeuvreerruimte, en beperkt bovendien de opslagcapaciteit van het warehouse. Tevens is er voorzien dat er een nieuw kantoorgebouw wordt gebouwd gedeeltelijk in en op het nieuwe crossdock. 2. Rotra beschikt op dit moment over te weinig opslagcapaciteit. Enerzijds omdat Rotra als bedrijf groeit en de nodige opslagruimte groter wordt, anderszijds omdat een deel van het huidige warehouse noodgedwongen als crossdock wordt gebruikt. (Onder andere) hierdoor is er elders extra ruimte gehuurd (8.000 m²), waardoor een deel van de huidige interne vervoersbewegingen een onnodige verkeersdruk op de kern Doesburg leggen. Daarnaast ligt het in de lijn der verwachting dat de goederenstromen en daarmee de nodige opslagruimte in de toekomst verder zal groeien. 3.
Uitbreiding van de containerterminal is gewenst omdat uitbreiding van de huidige terminal een uitbreiding van de goederenstroom over water mogelijk maakt. Extra kade lengte en opslagruimte zorgt er voor dat grotere schepen gemakkelijker aan kunnen leggen en op die manier de potentie beter benut kan worden. 4. Het is noodzakelijk dat de vele vrachtwagens van Rotra geparkeerd kunnen worden op het terrein en veilig kunnen manoeuvreren over het terrein. Daarvoor is voldoende ruimte nodig. Dit is met name rond het crossdock relevant, omdat vrachtwagens hier veelal moeten draaien en keren, zodat zij hun goederen kunnen lossen en laden. 7
De ontwikkelwens van Ubbink komt eveneens voort uit een autonome ontwikkeling van bestaande activiteiten die ruimtelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De volgende drie ontwikkelingen zijn van belang: 1. Ubbink voert steeds meer productie zelf uit. Eindproducten worden steeds vaker weer in Nederland geproduceerd. Als gevolg van deze ontwikkeling, maar ook als gevolg van automatisering in de bestaande faciliteit is de omzet flink gegroeid. Door vernieuwing van de productiefaciliteit en een efficiënter gebruik van de ruimte kan verdere groei gerealiseerd worden. 2. Ubbink zit al enkele jaren tegen het maximum van de opslagruimte in het eigen magazijn. Ondanks verbeteringen en optimalisaties is er onvoldoende opslagcapaciteit voor de producten en onderdelen. Bovendien hebben de bestaande magazijnruimten onvoldoende loadingdocks. Dit remt de efficiëntie in het warehouse. Hierom wordt externe ruimte gehuurd, resulterend in proces inefficiënties en meer transportbewegingen. De verhoging en de uitbreiding van de bestaande opslaghallen moet hiervoor een oplossingen bieden. Tevens is voorzien dat het bestaande kantoor/ kantine wordt vervangen door een nieuw kantoorgebouw. 3. Gelet op de groei die Ubbink meemaakt bestaat er de wens om ook de buitenruimte verder te optimaliseren.
Op dit moment is deze, met parkeren voor werknemers, manoeuvreren van vrachtwagens en intern transport krap. De groei die beide bedrijven doormaken is hoofdzakelijk bereikt door optimalisatie van de bedrijfsprocessen en nauwelijk door groei in m² bedrijfsruimte. Daar waar sprake was van groei in bedrijfsruimte betrof het externe opslag. In de huidige siutatie nadert het huidige ruimtelgebruik haar maximumcapaciteit. Beide bedrijven willen groeien, zodat zij aan de huidige vraag kunnen voldoen en concurrerend kunnen blijven in de markt. Daarbij horen investeringen in innovaties, personeel, technologie en ook bedrijfsruimte. Rotra en Ubbink zijn niet enkel gerenommeerde bedrijven die de Gelderse economie stimuleren en voorzien in een belangrijk deel van de werkgelegenheid voor Doesburg en omgeving, het zijn ook bedrijven die al tientallen jaren nauw verbonden zijn met Doesburg. Rotra is inmiddels al bijna 110 jaar gevestigd in Doesburg, Ubbink zelfs meer dan 120 jaar. Beide bedrijven hebben op het bedrijventerrein aan de Verhuellweg aanzienlijke investeringen gedaan in vastgoed (zoals warehouses en productiefaciliteiten) en voorzieningen (zoals de containerterminal en bijbehorende faciliteiten waaronder de portaalkraan, het LNG-station, baggeren en de zwaaikom).
Vanuit sociaal economisch, maatschappelijk en duurzaamheidsperspectief is een investering op de bestaande locatie het meest wenselijk. 2.3.1.2 Werkgelegenheid De bedrijven Rotra en Ubbink hebben niet alleen een belangrijke positie in de regio maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid in Doesburg en omgeving. De werkgelegenheid in Doesburg is namelijk voor een groot deel afhankelijk van een paar grote bedrijven. Ubbink en Rotra staan daarbij in de top 5 van de 20 grootste werkgevers binnen de gemeente Doesburg.
8
Op het terrein van Rotra in Doesburg werken momenteel ca. 300 medewerkers. De herontwikkeling van het bedrijventerrein en de haven is hierin nog niet meegenomen. Om de huidige groeicijfers vast te houden is ruimte voor doorontwikkeling nodig. Op dit woont ca. 35% van de medewerkers in Doesburg of in de omgeving binnen 10 kilometer van Doesburg. Ubbink past geavanceerde spuitgietmachines toe, maakt gebruik van robots, collaboratieve robots en onderzoekt de inzet van Automated Guided Vehicles. Door continue ontwikkelingen in de markt neemt de vraag naar innovatieve producten toe. Om een competitief productiebedrijf in Nederland te kunnen zijn, is het noodzakelijk voorop te lopen in het toepassen van nieuwe productietechnieken en een daarbij behorende schaalgrootte te borgen. Er werken momenteel zo’n 250 medewerkers bij Ubbink. De afgelopen decennia heeft het bedrijf een sterke groei doorgemaakt waarbij er flink geïnvesteerd is in nieuwe productiemiddelen en innovatieve technologie. Op dit moment komt ca. 27% van de Ubbink medewerkers uit Doesburg, en woont ca. 50% van de medewerkers binnen een straal van 10 km van Doesburg. De verwachting is dat het personeelsbestand na uitbreiding een groei van ca. 1% - 1,5% p/jaar zal doormaken. De bouwmarkt Hubo, die in de huidige situatie in het plangebied gevestigd is, is nauw betrokken bij de beoogde ontwikkeling.
In samenspraak met de bouwmarkt wordt gekeken of deze in de toekomst plaats kan maken voor de uitbreiding van de gebouwen van Rotra. Mogelijk komt de bouwmarkt op een andere locatie in Doesburg terug. Het gebruik van de Hubo blijft binnen het nieuwe bestemmingsplan dan ook gewoon toegestaan op de huidige locatie. 2.3.1.3 Behoeftetoets verlengen laad- en loskade Daar het verlengen van de laad- en loskade, deels, plaatsvindt buiten de contouren van het vigerende bestemmingsplan en daarmee buiten bestaand stedelijk gebied, is hiervoor door Stec een behoeftetoets gedaan. Voor de herstructurering en optimalisatie binnen de contouren van het huidige bestemmingsplan is dit niet nodig daar dit een binnenstedelijke herstructurering betreft. De ladder geeft daarbij aan dat aan de ladder wordt voldaan indien er behoefte is en deze wordt opgelost binnen bestaand stedelijk gebied. In de vorige hoofdstukken is uitgebreid ingegaan op de behoefte, zodat hiermee volstaan kan worden. Conclusie uit de uitgevoerde behoeftetoets is dat er, zowel kwalitatief als kwantitatief, voorzien wordt in een concrete behoefte door het verlengen van de kade. Kwalitatief sluit de ontwikkeling aan op de marktontwikkelingen en beleidsambities de komende jaren. Niet alleen vanuit de schaalvergroting die geconstateerd wordt maar ook vanuit duurzaamheidsoverwegingen die vervoer over water stimuleert.
Tevens zal vervoer over de weg de komende jaren duurder worden. Verlenging van de kade voorziet derhalve in een kwalitatieve behoefte. Kwantitatief zijn er een tweetal groeiscenario’s aan de orde, een laag en een hoog groeiscenario. Deze scenario’s zijn gebaseerd op de groeiverwachtingen voor containervervoer en in hoeverre de huidige kade deze groei aan kan. In beide groeiscenario’s die worden voorzien, voldoet de capaciteit van de
9
huidige laad- en loskade in de toekomst niet. Overigens is het de verwachting dat het hoge groeiscenario het meest aannemelijk is, qua verwachting in de richting van 2040. Op basis van bovenstaande, kan worden geconcludeerd dat, zowel kwantitatief als kwalitatief de verlenging van de kade voorziet in een behoefte. De nadere onderbouwing van die de behoefte is in de integrale notitie van Stec Groep te raadplegen (bijlage 1).
2.4
Ruimtelijke inpassing
2.4.1
Stedenbouwkundige inpassing
De voorgenomen ontwikkelingen blijven, met uitzondering van de verlenging van de kade, beperkt tot binnen de begrenzing van het bestaande bedrijventerrein. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande structuren, zowel bouwkundig als ook logistiek. De routing op het buitenterrein blijft grotendeels gehandhaafd. De belangrijkste ontwikkelingen bestaan uit het opwaarderen van de containerterminal, de bouw van een crossdock op de plaats van de Blikvanger en het optimaliseren van de bestaande bedrijfsgebouwen onder meer door het deels vergroten van de bebouwingshoogten. In aanzicht geeft het stedenbouwkundig lengteprofiel een overheersende bebouwingshoogte tussen 14 en 16 meter. Een drietal hogere volumes van 22 meter komen verspreid en enigszins ritmisch voor in het profiel. Het aan de westzijde gelegen kantoor vormt stedenbouwkundig (‘hoeksteen’) en architectonisch (visueel toegankelijke gevel) een accent. Een aantal lagere bebouwingselementen en de secties met loadingdock’s vormen als het ware een plint in de totale wand. Door deze plint sluiten de hogere, vaak blinde gebouwdelen goed aan op de menselijke schaal in de openbare ruimte. Aan de westzijde heeft het bedrijventerrein een zekere relatie met de stad.
Gezien vanuit de stad en komend vanonder het viaduct onder de N317, vormt de hoek van de crossdock waarboven het kantoor voorzien is een representatieve entree voor het bedrijventerrein met verzorgende groen- en parkeervoorzieningen. Het kantoorgebouw betreft vervangende nieuwbouw. De huidige kantoorgebouwen zijn verouderd en voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Vanwege het, eveneens, situeren van een crossdock (in het kader van de herstructurering en optimalisering) op de huidige plek van De Blikvanger is ervoor gekozen, bij de sloop en nieuwbouw, een in het oog springend volume, qua hoogte, te realiseren. Hierbij zal wel het industriële karakter van de locatie, van oudsher, qua vormgeving en beeldkwaliteit een plek krijgen. In aanvulling daarop wordt de ruimtelijke kwaliteit en de beeldkwaliteit van het terrein bevorderd door zorg te besteden aan de inrichting van de buitenruimte aan de zijde van de Verhuellweg. Het zicht vanaf de IJsselbrug is beeldbepalend voor Doesburg. Doordat het zicht op de stad zelf al vrij snel buiten beeld raakt door hoog opgaande beplanting aan de zuidzijde van de Ellecomsedijk, wordt de blik gefocust op de industriezone. Historisch gezien een gepast beeld, waarbij rivier-gebonden bedrijvigheid op een logische plek, namelijk op de grens van stad en rivier is gevestigd.
Dit beeld wordt nog verstrekt door de huidige plannen waarbij tevens gekeken is naar, voor zover mogelijk, een landschappelijke inpassing. Aan de rivierzijde van het bedrijventerrein kan dit, vanzelfsprekend niet en zien 10
we juist het riviergebonden karakter sterk terug komen. Hierbij is het van belang onderscheid te maken tussen de verworven rechten en de toevoegingen daarop (verlengen kade). Met de beoogde verlenging van de loswal ontstaat er nog meer, dan nu al, een eenduidig, zelfstandig object, dat qua maat en schaal in balans is met het rivierlandschap. Om een beeld te schetsen van de situatie die planologisch mogelijk wordt gemaakt met het gewijzigde bestemmingsplan ten opzichte van het huidige bestemmingsplan zijn extra visualisaties opgesteld welke beoordeeld zijn door het Geldersgenootschap. Zij ziet in het gebied rondom het bestaande bedrijventerrein kansen om cultuurhistorische- en landschappelijke waarden te verbeteren en versterken. De voorgenomen ontwikkelingen vinden echter allen plaats op het bestaande bedrijventerrein en deze kansen worden door haar dan ook als niet noodzakelijk beoordeeld voor de aanvaardbaarheid van het voorliggende ontwikkelkader. Zij is daarbij van mening dat voor de ontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein stoere, watergebonden bedrijvigheid bij het karakter van de IJssel op deze plek aan de rand van het stedelijk gebied past. De incidentele verhogingen blijven in maat en schaal proportioneel en hebben, vanaf de Zwarte Schaar en de Ellecomsedijk, nauwelijks impact op contour van de historische kern.
Ten aanzien van de optopping (het kantoor) op de crossdock geeft zij aan dat een hoogte accent goed voorstelbaar als verbijzondering van de architectuur van het bedrijfsgebouw. Het bestaande toetsingskader wat op dit moment van toepassing is op de ontwikkelingen van de Verhuellweg biedt volgens de commissie voldoende houvast om het bebouwingsbeeld van stoere watergebonden bedrijvigheid en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Bij de nadere uitwerking van bouwplannen zal de integrale commissie omgevingskwaliteit (welstand en cultuurhistorie) betrokken worden. Navolgende doorsnede en 3D visualisaties tonen de huidige en nieuwe planologische situatie vanuit verschillende standpunten.
Figuur 2: Doorsnede bebouwing
11
Figuur 3 Vogelvlucht perspectief
12
Dat de skyline wijzigt ten opzichte van de huidige situatie is evident, echter, het is een voortborduren op een reeds aanwezig bedrijventerrein, en ook binnen de grenzen van het bedrijventerrein. In de verschillende hoogtes is nu juist voorkomen dat er sprake is van een aaneengesloten bebouwingswand en is sprake van geleding van de bouwmassa’s. In de 3D-visualisaties en doorsnede is dit nader weergegeven. Juist door binnen de contouren van het bedrijventerrein te blijven, wordt voorkomen dat er sprake is van verspreiding van die verdozing en blijft dit beperkt tot het bedrijventerrein zelf. Daarnaast varieert de bouwhoogte van de verschillende gebouwen en delen van gebouwen, dat zorgt voor een verbetering van de geleding. Het aanzicht bij de brug verandert niet wezenlijk. Weliswaar is sprake van een verlenging van de kade, meer bebouwing en een extra kraan, alleen die ingrediënten waren ook al aanwezig bij de huidige bestemming. Het bedrijventerrein is verder al sinds jaar en dag aanwezig op deze locatie en daarmee bij uitstek aangewezen om vervoer over water hier uit te breiden. De aanwezigheid van het bedrijventerrein en gezicht op de brug kunnen naast elkaar bestaan, mede aangezien de bebouwing enkel plaats vindt binnen het bestaande bedrijventerrein.
In bijlage 2 zijn meer visualisaties vanuit verschillende standpunten bijgevoegd en in bijlage 3 is de afbeelding van de doorsnede bijgevoegd.
2.4.2
Landschap en cultuurhistorische waarden
Een cultuurhistorische waardestelling voor de stad Doesburg is door de gemeente al gemaakt in de stukken die ten grondslag liggen aan het beschermd stadsgezicht. In de toelichting bij de beschikking tot aanwijzing van dit beschermd stadsgezicht (1974) is vermeld dat de grens van het beschermde stadsgezicht destijds zo gekozen is dat enerzijds het vrije uitzicht op de Martinikerk vanaf de IJsselbrug te waarborgen is en anderzijds ook de resten van de vestinggracht van 1609 behouden blijven. Dit vrije uitzicht wordt niet gehinderd door de voorgenomen optimalisatie. Op de kadeverlenging na vinden alle bedrijfsactiviteiten plaats binnen de huidige contouren van het bestaande bedrijventerrein. In het achtergrond document van Jan Bruyn is specifiek ingegaan op de Blikvanger. Dit gebouw, ooit onderdeel van de blikfabriek van Thomassen & Drijver, ontleent een zekere waarde aan haar positie; vanuit de binnenstad komend vormt het gebouw de eerste aanblik op de bedrijvenzone aan de Verhuellweg. Het heeft daarmee de betekenis van een landmark. Door allerlei reclame-uitingen, kleurstelling en de verschillende aan- en bijgebouwen staat de cultuurhistorische waarde onder druk. De Blikvanger betreft geen cultureel erfgoed. Behoud en inpassing van de Blikvanger in de nieuwe situatie is zowel ruimtelijk als functioneel zorgvuldig overwogen.
Dit bleek echter een te grote belemmering voor de gewenste ontwikkeling. Het bestaande bedrijventerrein bevindt zich op een voormalig hoornwerk van de stadsgracht. Van dit hoornwerk is in de huidige situatie echter geen spoor meer aanwezig. Met de optimalisatie van het huidige bedrijventerrein is er dan ook geen sprake van invloed of aantasting van een voormalig hoornwerk.
13
De Fraterwaard wordt met de beoogde ontwikkeling niet aangetast. In tegenstelling tot de eerdere plannen voor het LEID is er met onderhavige ontwikkeling geen sprake van terreinverlies van de Fraterwaard. De beoogde ontwikkelingen beperken zich tot het bestaande bedrijventerrein. Behalve de kadeverlenging vindt hier geen uitbreiding plaats. Volgens het Gelders Genootschap biedt het huidige toetsingskader wat van toepassing is op de ontwikkelingen van de Verhuellweg voldoende houvast om het bebouwingsbeeld van stoere watergebonden bedrijvigheid en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te borgen.
2.5
Natuur en ecologie
Actualiteit onderzoeken De ecologische onderzoeken bij het bestemmingsplan ‘Verhuellweg’ zijn opgesteld in het kader van het toenmalige project LEID. De onderzoeken zijn door een provinciaal ecoloog begeleid en getoetst. De onderzoeken zijn opgesteld conform de voorwaarden die de Wet natuurbescherming daaraan stelt. De ecologische omstandigheden op de locaties waar effecten zouden kunnen optreden, zijn sinds het uitvoeren van de onderzoeken niet veranderd. De gebruikte onderzoeken zijn voor dit bestemmingsplan dan ook voldoende actueel. Geen negatieve effecten op natuurwaarden De ontwikkeling is getoetst op mogelijke effecten ten aanzien van de aangewezen soorten voor Natura 2000-gebied Rijntakken en de daarvoor geformuleerde instandhoudingsdoelen. Op basis van onderzoek blijkt dat er als gevolg van de verlenging van de kade geen significant negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied plaats vinden. Het Zwarte Schaar is ter plaatse van het plangebied in de huidige situatie ook geen geschikt leefgebied voor Natura 2000-doelsoorten. Dit mede vanwege de directe ligging naast een drukbevaren rivier, alsmede door het huidige gebruik als los- en laadhaven. Groene Ontwikkelzone (GO) Een deel van het plangebied aan de noordzijde in het Zwarte Schaar is aangewezen als Groene Ontwikkelingszone.
De provincie geeft aan dat de uitbreiding van de kade vindt plaats in een havengebied. Feitelijk zijn er geen kernkwaliteiten van het GO ter plaatse aanwezig. Mede gezien de beperkte oppervlakte van de uitbreiding van de kade, zijn er daarmee geen negatieve gevolgen voor het GO te verwachten. Er is in het bestemmingsplan geen groencompensatie geborgd. In het kader van het eerdere LEID werd groencompensatie vereist vanwege terreinverlies van de Fraterwaard. Met onderhavig plan wordt geen groencompensatie vereist omdat we niet in de Fraterwaard gaan bouwen.
14
Stikstofdepositie Voor wat betreft het aspect ‘stikstofdepositie’ zijn nieuwe stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator 2020 (notitie d.d. 12 juli 2021), als gevolg van het actualiseren van het verkeersonderzoek. Uit deze stikstofberekeningen en de daaraan gekoppelde Natura2000 effectanalyse is gebleken dat significante effecten zijn uit te sluiten (aanvulling rapportage van 4 december 2020, versie 3 augustus 2021). Hiermee is aangetoond dat voor omliggende Natura 2000 gebieden (zoals Rijntakken en Veluwe) geen significant negatieve gevolgen optreden. Hiermee is voor het bestemmingplan de uitvoerbaarheid voldoende aangetoond. T.z.t. zullen de uitgevoerde onderzoeken waar nodig dienen te worden geactualiseerd ten behoeve van de te verkrijgen Wnbvergunning en Wnb-ontheffing.
2.6
Milieu
2.6.1
Verkeer
Met de beoogde optimalisatie van het bedrijventerrein kunnen de bedrijven de komende jaren een groei doormaken. Die groei gaat samen met een toename van het verkeer, zowel vrachtverkeer als personenverkeer (woon-werkverkeer). Er is een inventarisatie uitgevoerd naar de verkeersgegevens van de bedrijven en in hoeverre deze zullen toenemen als gevolg van de optimalisatie. Deze inventarisatie houdt dus expliciet rekening met de groeiplannen van de bedrijven en de extra mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt. Het verkeersonderzoek (deelrapport verkeer d.d. 12-10-2020) is gebaseerd op het toenmalige project LEID waarbij kengetallen geactualiseerd en deels geïndexeerd zijn. In enkele zienswijzen is gesteld dat de verkeersgegevens gedateerd zijn en van vóór de afstoting van bedrijfsonderdelen naar Kuehne+Nagel. Op basis hiervan is het verkeersonderzoek geactualiseerd op basis van recente gegevens en verkeersmodellen (rapport d.d. 28 juli 2021). De verschillen ten opzichte van het eerder uitgevoerde onderzoek zijn over het algemeen klein. Dit geldt echter niet voor het oostelijke gedeelte van de N317 (na de afrit naar Koepoortwal). Hier laat het nieuwe onderzoek een hogere intensiteit voor 2020 zien dan op basis van het verkeersmodel uit 2017 werd verwacht (verschil 1.500 mvt/etm = ca. 1 extra auto per minuut).
De berekende autonome ontwikkeling tot 2030 en plantoevoeging in dit traject zijn echter wel vergelijkbaar aan het eerder uitgevoerde verkeersonderzoek en liggen lager dan de verkeersintensiteit van 2020. Dit nieuwe verkeersonderzoek maakt deel uit van het vast te stellen bestemmingsplan. Op basis van de bevindingen uit het geactualiseerde verkeersonderzoek kan worden geconcludeerd dat significante effecten als gevolg van de herstructurering en optimalisatie van het bedrijventerrein uit te sluiten zijn. Hieronder wordt op de verschillende onderdelen ingegaan. Beïnvloeding van de verkeersstructuur De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft in beginsel geen invloed op de verkeersstructuur in Doesburg en omgeving. De ontwikkeling vindt plaats op de huidige locatie en de Verhuellweg blijft intact.
15
Beïnvloeding van de verkeersintensiteiten en verkeersafwikkeling De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft tot gevolg dat de verkeersintensiteit op de toeleidende wegen toeneemt. Op enkele wegvakken is sprake van een relatief vrij grote groei van verkeer, maar in absolute aantallen is deze groei niet problematisch. De toename van verkeersstromen op de kruispunten heeft geen relevante gevolgen voor de verkeersafwikkeling. Voor de meeste wegvakken in het onderzoeksgebied rond Doesburg is er sprake van een (lichte) afname van het verkeer. Dit is vooral het gevolg van de krimp in het inwoneraantal van Doesburg en omstreken. Ook is het de verwachting dat door de verbreding van de A12 tussen Duiven en knooppunt OudDijk het verkeer op de N317 licht zal afnemen. Op dit traject krijgt de A12 in beide richtingen drie rijkstroken, wat de doorstroming zal verbeteren. In het verkeersmodel is de verbreding van de A12 meegenomen. Op een aantal relaties, bijvoorbeeld Dieren-Zevenaar en Velp-Doetinchem is de A12 dan een logischere keuze dan de N317. Door de verbreding van de A12 wordt dus verwacht dat minder verkeer van de N317 gebruik zal maken. In het onderzoek zijn de verwachte intensiteiten op de wegen nu ‘worstcase’ benaderd. De aantallen extra verkeersbewegingen (2030 incl.
planontwikkeling) ten opzichte van de autonome ontwikkeling 2030 zijn in het nieuwe onderzoek volledig aan alle wegen toegerekend terwijl hiervoor in het eerdere onderzoek aannames zijn gedaan m.b.t. de verdeling van het verkeer over de wegen. Dit verklaart waarom de wegen uit het eerdere onderzoek een kleinere toename hadden dan nu het geval is. Zelfs met de nieuwe ‘worstcase’ benadering blijft de toename van ca. 500 mvt/etm door de planontwikkeling in 2030 erg klein (0,34 auto per minuut op een weg). Het nieuwe verkeersonderzoek leidt dan ook niet tot een andere conclusie ten opzichte van het eerder uitgevoerde onderzoek. De planregels en/of verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan worden op basis hiervan dan ook niet gewijzigd. Beïnvloeding van de verkeersveiligheid en gevolgen langzaam verkeer Uit de analyse van de verkeersafwikkeling is gebleken dat op de kruispunten geen significante veranderingen worden verwacht als gevolg van de planontwikkeling. Een aantal aandachtspunten met betrekking tot de verkeersveiligheid (ligging en lengte afrit N317, linksaf verbod N317 naar Verhuellweg) blijft echter onverminderd van belang. De ontwikkeling van de verkeersintensiteiten hebben voor langzaam verkeer geen grootschalige gevolgen. De Verhuellweg blijft op basis van de verwachte verkeersintensiteiten met de huidige inrichting geschikt voor het verwerken van het verkeer.
De Koepoortdijk is al voorzien van vrijliggende fietspaden waardoor de toename van de verkeersintensiteit geen probleem vormt voor fietsverkeer. Op basis van bovenstaande kan dan ook geconcludeerd worden dat de voorgenomen herstructurering en optimalisatie van het bedrijventerrein Verhuellweg geen significante effecten heeft op de verkeersstructuur, verkeersintensiteiten, verkeerafwikkeling en de verkeersveiligheid en gevolgen voor langzaam verkeer. 16
2.6.2
Luchtkwaliteit
In het onderzoekrapport Luchtkwaliteit dat bij het bestemmingsplan is bijgevoegd is enkel de toename van scheepvaart meegenomen. Op basis van het geactualiseerde onderzoek is het onderzoek Luchtkwaliteit aangevuld met de toename van verkeersstromen als gevolg van de beoogde ontwikkeling. De conclusies uit het eerdere rapport wijzigen niet als gevolg van het toevoegen van de verkeersgeneratie uit het geactualiseerde verkeersonderzoek. Deze zijn toegevoegd aan het rekenmodel en uit de resultaten van dit rekenmodel (d.d. 6 augustus 2021) blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied de concentratietoenamen NO2 en PM10 ten gevolge van het plan nergens meer bedragen dan 1,2 µg/m3 (zelfs veel lagere waarden worden gevonden PM10= 0,00 en NO2 = 0,14). Hiermee is het aannemelijk dat de realisatie van het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Hiermee voldoet het plan, ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit, aan de milieukwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en staat het aspect luchtkwaliteit niet in de weg van een positief besluit op het plan.
2.6.3
Milieuzonering
In het huidige bestemmingsplan zijn de gronden van het plangebied bestemd voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2. Voor het specifieke gebruik van de laad- en loskade wordt in het bestemmingsplan categorie 4.2 opgenomen. Deze categorie is in de huidige situatie al bij recht toegestaan alleen is niet als zodanig in het bestemmingsplan opgenomen. In de bestemmingsplanwijziging daarom, in lijn met de huidige bedrijfsactiviteiten en de beoogde activiteiten ter plaatse, de bedrijfscategorie van 4.2 opgenomen uitsluitend voor en ter plaatse van de laad- en loskade. Voor deze bedrijfscategorie geldt een maximale richtafstand van 300 meter voor het aspect geluid. Er zijn een aantal woningen die zich binnen de richtafstand voor geluid bevinden. Enige jaren geleden is een geluidwerende wal aangebracht aan de stadszijde van de N317. Voor de andere aspecten (geur, stof, gevaar) wordt de richtafstand niet overschreden. Uit het akoestisch onderzoek, dat in het kader van onderhavig plan is uitgevoerd, is gebleken dat de wettelijke vastgestelde 50 dB(A) geluidszone rondom het gezoneerde industrieterrein niet wordt overschreden voor de woningen die binnen deze zone zijn gesitueerd. Voor de bedrijfsactiviteiten van Ubbink is, in tegenstelling tot de aangegeven categorie 3.2, categorie 4.1 van toepassing. Dit is in de bestemmingsplanwijziging dan ook opgenomen.
Deze bedrijfscategorie 4.1 geldt uitsluitend voor de huidige bedrijfsactiviteit van het bedrijf. Voor de overige bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein is categorie 3.2 van toepassing, dit blijft in de toekomstige situatie ongewijzigd. Op basis van enkele zienswijzen zijn de regels en Staat van bedrijfsactiviteiten met betrekking tot de toegestane bedrijfsactiviteiten aangepast en beperkt tot de huidige bedrijfsactiviteiten.
17
3 Antwoord op zienswijzen In dit hoofdstuk worden de ingekomen zienswijzen individueel en puntsgewijs behandeld. In de eerste kolom in het nummer/kenmerk van de zienswijze weergegeven. In de tweede kolom is de zienswijze weergegeven. In de derde kolom is het antwoord op de zienswijze weergegeven en in de laatste kolom is aangegeven of de zienswijze leidt tot een aanpassing in het bestemmingsplan en hoe hier mee om is gegaan.
Zienswijze 1 Nr. 1.a
Inhoud zienswijze De commissie is verbaasd over het feit dat zij niet in een eerder stadium gevraagd is te adviseren over deze ontwikkeling. Gelet op artikel 2 van het Reglement Adviescommissie Cultuurhistorie heeft de commissie tot taak aan het College gevraagd en ongevraagd te adviseren over onder andere plannen ten aanzien van het cultuurlandschap, openbare ruimte en stedenbouw als ook met betrekking tot bestemmingsplannen. In het kader van de nu voorliggende bestemmingsplanwijziging dient de gemeente een zorgvuldige afweging te maken over de omgang met de binnen het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. De commissie is van mening dat zij eerder betrokken had moeten worden bij deze ontwikkeling waardoor mogelijk in een eerder stadium eventuele bezwaren weggenomen hadden kunnen worden.
Antwoord De commissie kan gevraagd maar ook ongevraagd haar advies geven. Dit kan zoals in de zienswijzen wordt aangegeven ook op het gebied van stedenbouw en bestemmingsplannen. Het primaat van de adviescommissie ligt echter zoals blijkt uit de erfgoedverordening en het reglement bij de aanwijzing van monumenten en het beschermde stadsgezicht (inclusief het bestemmingsplan voor het beschermde stadsgezicht). Het voorliggende bestemmingsplan betreft een optimalisatie van het bestaande bedrijventerrein; deze maakt geen onderdeel uit van het beschermd stadsgezicht van Doesburg. Daarnaast bevat het bestaande bedrijventerrein geen erfgoed in de vorm van bijvoorbeeld beschermde monumenten. Het gebruik blijft ongewijzigd en voor het terrein wordt – op de verlengde kade na – uitsluitend een verhoging van een aantal bouwvlakken planologisch mogelijk gemaakt.
Aanpassing Geen
Als onderdeel van het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorie, Landschap, Stedenbouw en Ruimtelijke ontwikkeling van de gevraagde optimalisatie van het bedrijventerrein (Bijlage 1 bij de toelichting). Naar ons oordeel is hiermee in voldoende mate vastgesteld dat de mogelijkheden van het bestemmingsplan geen onevenredige afbreuk doet (en zelfs geen afbreuk doet) aan de bestaande cultuurhistorische waarden.
18
Vanwege de bestaande inrichting en gebruik van het plangebied, dat alle ontwikkelingen – behoudens de kadeverlenging – plaats vindt binnen de bestaande bestemming ‘Bedrijventerrein’, de wijziging voornamelijk het verhogen van delen van een bestaand bedrijventerrein betreft en het hiervoor genoemde onderzoek, heeft het college niet de noodzaak gezien om een advies aan de adviescommissie te vragen. Het vragen van een advies aan de adviescommissie Cultuurhistorie buiten het beschermd stadsgezicht is ook niet gebruikelijk in deze omstandigheden. Het staat de commissie natuurlijk vrij om een (zoals het reglement dit noemt) ongevraagd advies te geven. Hier heeft de commissie geen gebruik van gemaakt anders dan dat ze een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan heeft ingediend. 1.b
Door het bureau JANBRYUN landschapsarchitectuur is in opdracht van initiatiefnemer een onderzoeksrapport uitgebracht d.d. 09-12-2020. Het rapport beschrijft de cultuurhistorie, Landschap, Stedenbouw en Ruimtelijke ontwikkeling van de gewenste uitbreiding voor dit gebied. Met betrekking tot de inhoud heeft de commissie de volgende opmerkingen. De commissie is van mening dat de cultuurhistorische waarden onvoldoende zijn belicht. Er is geen waarde stelling gedaan van het gebied en de bebouwing. Het terrein ligt gedeeltelijk op een voormalig Hoornwerk van de stadsgracht rondom de binnenstad van Doesburg. Ook is niet inzichtelijke gemaakt wat het effect van de nieuwe hogere bedrijfsgebouwen is op de skyline van Doesburg. Het rapport is te mager en het geheel wordt te eenzijdig belicht.
Het klopt dat er geen visie op cultuurhistorie en het landschap is opgesteld. Er is echter wel degelijk aandacht besteed aan cultuurhistorische waarden, verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Landschap en cultuurhistorische waarden’ (2.4.2). Het bedrijventerrein is in de huidige situatie reeds gevestigd op deze locatie, het plan heeft immers betrekking op de herontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein. Alle ontwikkelingen – op de kadeverlenging na – vinden plaats binnen de huidige bestemming ‘bedrijventerrein’, waarbij voornamelijk ingezet wordt op het (deels) verhogen van de maximale bouwhoogte. Er is in de huidige situatie dan ook geen (kenmerken van een) Hoornwerk meer aanwezig. Onderhavige ontwikkeling heeft daarmee geen invloed op een voormalig hoornwerk. Naar ons oordeel is hiermee in voldoende mate vastgesteld dat de mogelijkheden van het bestemmingsplan geen onevenredige afbreuk doet (en zelfs geen afbreuk doet) aan de bestaande cultuurhistorische waarden.
Geen
19
1.c
Uit de stukken en het rapport valt niet op te maken welke impact de ruimtelijke ontwikkeling heeft voor de skyline van Doesburg gezien vanuit de Fraterwaard. Niet duidelijk is welke impact het verhogen van de gebouwen heeft in relatie tot het beschermde stadsgezicht.
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Beeldkwaliteit’ (2.4.1).
Geen
Zienswijze 2: Nr. 2.a
Inhoud zienswijze N.a.v. het artikel van het Bestuur Gestichten Doesburg heb ik mij verdiept in deze plannen. Eerder was ik al verbaasd door uw mededeling in de Regiobode dat dit project weer op de nominatie stond. Ik had verwacht dat eerdere bezwaren vanuit verschillende organisaties bij het vorige plan en het totale gebrek aan draagvlak bij de Doesburgse bevolking tot een beter inzicht zouden hebben geleid. En zeker niet tot een dergelijke nog grootschaliger aanpassing.
Antwoord Dit plan ging niet door omdat er geen draagvlak was maar omdat het plan financieel niet haalbaar bleek. Op basis van de uitkomsten hebben de bedrijven gezocht naar een zogenaamde terugvaloptie om toch, zoveel als mogelijk, tegemoet te kunnen komen aan de uitbreidingsbehoefte. In dit geval nu binnen de grenzen van het huidige bedrijventerrein. Er is dan ook geen sprake van een dergelijke nog grootschaligere aanpassing. In tegenstelling tot het eerdere onderzoek wordt nu gekozen om de ontwikkelingen te concentreren op het bestaande bedrijventerrein en deze beter te benutten.
Aanpassing Geen
2.b
Uit de doorgelezen stukken kan ik helaas niet anders dan concluderen dat het Bestuur van de Gestichten Doesburg volkomen gelijk heeft. En in haar argumenten en in haar visie, dat hier selectief en onzorgvuldig te werk wordt gegaan. Waardoor beeldvorming afwijkt van de te verwachten werkelijkheid.
Het bestemmingsplan en de onderzoeken zijn opgesteld door onafhankelijke partijen. Alle belangrijke aspecten zijn hierbij geadresseerd. Het bestemmingsplan en de onderzoeken zijn gebaseerd op de nieuwe plannen van de bedrijven. In de ruimtelijke ordening en onderbouwing hiervan worden eisen gesteld en aan deze eisen voldoet dit bestemmingsplan en de onderzoeken.
Geen
2.c
Ook vind ik het betreurenswaardig dat de gemeente haar inwoners zo summier informeert over een zo belangrijke wijziging en op zo'n tijdstip in december. Waar blijft de politiek zo beleden transparantie in de praktijk ?
De indiener van de zienswijze heeft tijdig en volledig zijn zienswijze in kunnen dienen. Hiermee is geen sprake van een nadelige positie van de indiener als gevolg van het gestelde. De herstructurering en optimalisatie van het huidige bedrijventerrein is een logisch gevolg van de eerdere plannen van het LEID die geen doorgang hebben gevonden vanuit financieel oogpunt. Het is evident dat dan de bedrijven naar
Geen
20
andere opties kijken. Voorliggend bestemmingsplan is hiervan het resultaat.
2.d
Natuur, landschap, stadsgezicht etc. lijken wederom het onderspit te moeten delven tegen uitbreidingsdrang.
Er is hier geen sprake van uitbreiding van het bedrijventerrein maar het beter benutten van het bestaande bedrijventerrein. Met het plan wordt een bestaande locatie optimaler gebruikt van de ruimte door middel van herstructurering en nieuwbouw op het bestaande bedrijventerrein. Er wordt daarmee juist zo veel mogelijk rekening gehouden met het landschap en stadsgezicht. Zie hiervoor ook de onderzoeken die door de bedrijven zijn uitgevoerd. Er is geen sprake van ontwikkelingen in het landelijk gebied, de bestaande natuur blijft behouden en de locatie die reeds in gebruik is voor bedrijven wordt optimaal benut.
Geen
Met betrekking tot het beschermd stadsgezicht wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.3). Voor het onderdeel natuur wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Natuur en ecologie’ (2.5).
21
Zienswijze 3: Nr. 3.a
Inhoud zienswijze Het gezicht op Doesburg, over de brug aankomend, de ingang tot de Achterhoek, is beeldbepalend. De plannen voor de distributiecentra op deze plek zijn in de frontyard van de stad en niet de backyard.
3.b
Het toenemend verkeer zowel over de weg als over water dat deze distributiecentra met zich meebrengen is vervuilend (Co2 en stikstof) en niet Co2 neutraal. Wat Kuehne+Nagelen Rotra ook aan compensatie van de uitstoot pogen te doen. Men kan zich zelfs afvragen of al het goederentransport positief is voor het terugdringen van de klimaatproblemen. Op Doesburgs grondgebied ligt een boerenbedrijf dat in de top20 van stikstof-uitstotende bedrijven in de buurt van een natuurterrein in Nederland. Misschien een argument om niet meer uitstoot van stikstof te willen bevorderen. De Verhuellweg grenst aan een agrarisch natuurgebied dat onderdeel is van een groter Natura 2000-gebied, de Rijntakken, en dus bescherming geniet in Europa
3.c
Echt nodig is de bouw in Doesburg niet. In de omgeving zijn al concentraties zoals het Zevenaarse bedrijventerrein 7Poort. Het College van Rijksadviseurs adviseert dan ook distributiecentra bij elkaar te concentreren zodat de verrommeling van het landschap tot staan wordt gebracht. Als het Rotra, Ubbink, Kuehne+Nagel in Doesburg lukt om op deze plek deze grote logistieke hallen te laten bouwen dan is dat een opstap naar meer. De schade die een verstoord aanzicht van Doesburg bewerkt is niet te meten maar wel waarschijnlijk. Werkgelegenheidsaspect is niet zo enorm zwaar, terwijl een gastvrije, interessante en mooie stad zijn voor bewoners en bezoekers dat wel is
Antwoord Het betreft geen plan voor een distributiecentrum. Het gaat om bestaande functies op een bestaand bedrijventerrein. Door de ontwikkeling van meer en grootschaliger vervoer over water is er behoefte aan meer opslagcapaciteit. Daarnaast blijft het wegtransport wel behouden. De locatiekeuze is niet aan de orde verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘ Behoefte (Waarom’ (2.3.1). Het betreft hier uitdrukkelijk een optimalisatie en herstructurering van het bestaande bedrijventerrein en uitbreiding van aspecten, zoals vervoer over water en meer opslag, alsmede het toevoegen van een crossdock (sloop en nieuwbouw). Er is dan ook geen sprake van nieuwe functies, het betreft functies die in de huidige situatie zijn toegestaan op een bestaand bedrijventerrein. Uit de diverse rapportages (berekening stikstofdepositie, ecologische beoordeling, verkeersonderzoek) blijkt dat significant negatieve effecten op N2000 gebieden zijn uit te sluiten. Dit is ook cumulatief beoordeeld. Daarnaast is er sprake van een modal shift van vervoer over de weg naar vervoer over water. Dit heeft, vanwege de schaalvergroting, een positief effect op de achtergrondwaarde ten aanzien van stikstof (bereik verder dan alleen het bedrijventerrein).
In de verschillende onderzoeken is aangetoond dat de herstructurering en optimalisatie van het bedrijventerrein, zoals thans voorzien, wel degelijk nodig is. Het betreft hier een reeds bestaand bedrijventerrein waarop bedrijven zijn gesitueerd die reeds langjarig een bijdrage leveren aan de economie van Doesburg. De huidige plannen vormen geen opmaat naar meer maar zijn, zoals al egzegd een optimalisatie van een bestaand bedrijventerrein die, behoudens de verlenging van de kade, geheel
Aanpassing Geen
Geen
Geen
22
binnenstedelijk wordt opgelost. Uit het advies van het Geldergenootschap blijkt ook dat de impact van de plannen aanvaardbaar wordt geacht en het aanzien van Doesburg niet wezenlijk verandert. Werkgelegenheid en gastvrijheid kunnen naast elkaar bestaan. Niet is aangetoond dat het bedrijventerrein een negatief effect heeft op het aantal bezoekers van de binnenstad.
Zienswijze 4: Nr. 4.a
Inhoud zienswijze Kort voor Kerstmis 2020 werd in de Regiobode bekend gemaakt dat er een nieuw plan t.a.v. de bedrijfsruimte-uitbreiding van Rotra en Ubbink ter visie zou liggen in het Stadhuis te Doesburg waar gedurende zes weken op gereageerd kon worden. Gedurende de Kerstperiode t/m Nieuwjaar was het Stadhuis echter gesloten en nadien door de coronarestricties slechts op afspraak toegankelijk voor publiek. Hierdoor was de toegang tot deze visie ernstig beperkt en wij zouden u dan ook willen verzoeken de bekrachtiging van het plan Verhuellweg uit te stellen en vervolgens in een openbare vergadering te bespreken met de ingezetenen van Doesburg, zodra de coronamaatregelen zulks weer mogelijk maken. Het is voor het historisch aanzien van Doesburg zó belangrijk dat de burger goed en nauwkeurig wordt geïnformeerd en kan meedenken over de gevolgen van een dergelijk ingrijpend plan. Wij moeten er niet aan denken dat dit plan door de gebrekkige communicatie een hamerstuk wordt met als resultaat een monstrueuze doos aan onze stadszijde, vergelijkbaar met die welke Aviko heeft kunnen bouwen in Steenderen. Wij verzoeken u dan ook met klem de burgers van onze mooie stad een stem te geven in deze besluitvorming.
Antwoord De plannen hebben conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende de hele terinzagelegging (behalve op vrijdag 25 december (1e kerstdag) en vrijdag 1 januari (nieuwjaarsdag) kon iedereen het bestemmingsplan inzien op het stadhuis. Daarnaast is het plan gedurende de periode van 6 weken altijd digitaal te raadplegen geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Uit het feit dat u een zienswijze heeft ingediend, en met u vele andere partijen, blijkt dat de informatievoorziening afdoende is geweest, volgens de daarvoor vastgelegde wettelijke kaders. U bent daarmee niet in een nadeliger positie komen te verkeren. Ondanks de beperkingen die u heeft ervaren heeft u gelukkig toch de mogelijkheid gevonden om te reageren op de plannen. Alle indieners van een zienswijze hebben daarbij een uitnodiging ontvangen om in te spreken bij de behandeling van het bestemmingsplan in de commissie VROM van 8 september 2021.
Aanpassing Geen
Antwoord Het betreft hier inderdaad een bestemmingsplan met een groot aantal deelrapportages. Deze rapportage
Aanpassing Geen
Zienswijze 5: Nr. 5.a
Inhoud zienswijze Onoverzichtelijk en ondoorgrondelijk voor burgers
23
Het plan is met onder meer 17 deelrapportages met evenzovele deelconclusies onduidelijk, onoverzichtelijk en nauwelijks te doorgronden voor burgers die door dit plan geraakt worden. Besluitvorming zou niet mogen plaatsvinden zonder een voor burgers goed leesbaar overzicht van maatregelen en concrete gevolgen op het gebied van de verkeersveiligheid in de omgeving, gezondheid, uitstoot, milieubelasting, woongenot, nachtrustverstoring, algeheel welzijn omwonenden, werkgelegenheid, cultuurhistorische waarde en uitzicht.
hebben veelal betrekking op de onderzochte milieuaspecten. Deze rapportages en bijbehorende deelconclusies zijn noodzakelijk geweest voor een goede afweging en onderbouwing van het plan. Er is hierbij de standaard structuur voor het opstellen van bestemmingsplannen aangehouden en deze voldoet aan de daarvoor gestelde eisen. We kunnen ons voorstellen dat de volledige rapportages niet voor iedere burger eenvoudig te begrijpen zijn. De conclusies van de rapportages zijn naar onze mening echter helder geformuleerd zodat deze voor eenieder begrijpelijk is. Deze conclusies zijn overigens ook in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen het is voor een overzicht van de conclusies daarom niet nodig om alle rapportages door te nemen. Voor een toelichting bij de conclusies en een uitwerking van de werkwijze en resultaten van de onderzoeken kunnen de rapportage geraadpleegd worden. Op basis van de rapportages kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor de cultuurhistorische waarde en het uitzicht wordt verwezen naar de thematische beantwoording onder het kopje ‘Ruimtelijke inpassing’ (2.4).
5.b
Onvoldoende concrete onderbouwing Het ontbreekt in het plan aan een heldere, concrete en cijfermatige onderbouwing van de gevolgen voor de bewoners in de naaste omgeving en de burgers van Doesburg als het gaat om: 1. de verkeersveiligheid in en rondom het plangebied als gevolg van een toename van (vracht)verkeer zoals de kruising Koepoortwal – Koepoortstraat – afslag van de N317 naar Doesburg-centrum; 2. de fijnstofuitstoot door toename van verkeersstromen; 3. de grotere geluidsoverlast overdag en in de nacht op de gezondheid van omwonenden door toename van verkeersstromen en toename en verandering van de bedrijfsactiviteiten, o.a. voor de bewoners van burg. Nahuyssingel, Putpad en Lindewal door de aanwezigheid
1. De verkeersveiligheid is in het kader van het eerdere planvoornemen van het LEID reeds onderbouwd. Naar aanleiding van de vele zienswijzen op het thema verkeer zijn de bedrijven gevraagd het verkeersonderzoek inclusief het onderdeel verkeersveiligheid te actualiseren. Uit dit geactualiseerde onderzoek is gebleken dat er geen significante effecten te verwachten zijn op het gebied van verkeersstructuur, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en voor langzaam verkeer. Voor een uitgebreidere beschrijving van de conclusies uit het onderzoek wordt verwezen naar de thematische
Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan. Op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek is ook het onderzoek voor luchtkwaliteit aangepast en ook hier is de toelichting in
24
van het gat in de geluidswal. Onduidelijk is op de huidige geluidswal een toenemende geluidslast kan keren; 4. de werkgelegenheid van Doesburgers. Er verdwijnt namelijk ook werkgelegenheid als b.v. de bouwmarkt als gevolg van dit plan moet sluiten.
5.c
5.d
5.e
Cultuurhistorische waarde en Erfgoedwet Daarnaast is onvoldoende duidelijk in het plan of deze uitbreiding voldoet aan de verplichtingen van de gemeente Doesburg op grond van de inhoud en de bedoeling van de Erfgoedwet. De gemeente houdt in het plan onvoldoende rekening met de cultuurhistorische waarde van de Doesburg. De historische structuur, de samenhang van het gebied en het samenspel tussen bebouwing en open(bare) ruimtes worden met dit plan aangetast. Een dergelijk groot, hoog en lang gebouw en o.a. een extra kraan is een disproportioneel grote bouwmassa in vergelijking met de rest van de omgeving. Daarnaast zal de bouwmassa, meer dan nu al het geval is, het straatbeeld, het uitzicht en het woongenot van de bewoners aan de Burg. Nahuyssingel, Putpad en Lindewal veranderen. Groencompensatie Onduidelijk is of genoemde aanplant van groen op de terreinen van Twickel en Rijkswaterstaat op de lange termijn wel kan blijven bestaan. De gemeente heeft geen zeggenschap over die terreinen. De trend is dat RWS juist bomen in de nabijheid van Nwegen weghaalt. Daarnaast duurt het vele jaren voordat het groen enige omvang heeft om als compensatie te kunnen dienen. Ontwikkelingsruimte is op Verder is er onvoldoende rekening gehouwen met het feit dat het plangebied beperkt is qua ruimte.
Er zijn geen nieuwe mogelijkheden om in de toekomst te kunnen uitbreiden of duurzamer te kunnen ontwikkelen. Het gebied is en wordt niet groter dan het is omdat het begrensd wordt door water, de stad en een natuurgebied. De huidige situatie geeft al veel