Jaarstukken 2024 ODRA
Tekst van het document
Hieruit blijk dat we in de gehanteerd van levering van diensten (gerealiseerd uren x tarief), praktijk grotendeels voldoen, er is nog verbetering mogelijk op het gerealiseerde producten (aantal x productprijs) en een fixed price voor gebied van processen en protocollen. In 2025 hebben we tot doel gezamenlijke diensten. Voor de provinciale programma’s en derden volledig te voldoen aan de WPG. Eind 2025 zullen we dit middels een geldt enkel de levering van diensten (uren x tarief). externe audit nagaan. Het is een complex systeem gebleken, dat veel administratie met zich meebrengt, maar bovenal de financiële risico’s voor ODRA en haar partners vergroot. De consequentie daarvan is dat er grotere buffers nodig zijn om die risico’s op te vangen. Zie katern 2, hoofdstuk ‘weerstandsvermogen en risico’s. Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) heeft onder meer een onderzoek opgeleverd met aanbevelingen voor een andere financieringssystematiek. In 2025 zal worden bezien wat de eigenaren van ODRA hiermee willen. Ook heeft het IBP een aanpak opgeleverd om te komen tot meer sturen op publieke waarde in plaats van op aantallen. Deze aanpak sluit goed aan bij de initiatieven die ODRA op dit gebied al in gang heeft gezet onder de noemer; ‘Rijker verantwoorden’.
In het eerder genoemde meerjarenprogramma (mjp) dat Op 1 januari 2025 in werking treedt, hebben we dan ook een monitoringaanpak gekoppeld die gemeenten en provincie meer inzicht moeten gaan geven in de publieke waarde van ODRA. In 2025 rollen we dit verder uit. Verordeningen De kaders van ons handelen op financieel gebied is vastgelegd in een aantal verordeningen. Deze zijn aanvullend op de Gemeenschappelijke Regeling, de BBV en de Wet op jaarrekening. Mede door de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording verschuiven verantwoordelijkheden en is de rol van de controlerend account gewijzigd.
Katern 1 | Jaarverslag 2024
In de praktijk is de extra beveiliging vooral merkbaar bij het verwerken van documenten en e-mailverkeer. Ook bij de tweetraps authenticatie en extra verificatiestappen bij opnieuw inloggen is de extra beveiliging merkbaar. De extra beveiliging gaat wel ten koste van de efficiëntie, door meer handelingen en versleutelingen. Wet open overheid (Woo) Op basis van de Woo worden verzoeken tot informatie gedaan. In de meeste gevallen zijn het onze opdrachtgevers zelf die de openbaarmaking van de documenten verzorgen. ODRA levert de stukken aan en deze worden door de partner geanonimiseerd. In een aantal gevallen wikkelt ODRA de Woo-verzoeken af. De stukken worden door ODRA geanonimiseerd en vervolgens openbaar gemaakt. We hebben 44 Woo-verzoeken afgehandeld in 2024. Onze verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we jaarlijks in de begroting aandacht moeten besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo en in de jaarlijkse verantwoording verslag moet doen van de uitvoering van de Woo in relatie tot die beleidsvoornemens. We kunnen hier nog niet aan voldoen. We weten nog niet wanneer we verplicht worden met het actief openbaar maken van informatie. Dat gedeelte van de wet is nog niet inwerking getreden. De ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd. In 2023 is een anonimiseringstool geïmplementeerd, dit maakt het anonimiseren van documenten minder tijdrovend.
027
Wet elektronische publicaties (Wep) - informatiewetten Op 1 juli 2023 is de Wep van kracht geworden. We voeren voor een aantal partners de taak digitale terinzagelegging van voorgenomen besluiten uit. Er is nog een aantal andere informatie wetten, waar we ons op aan het voorbereiden zijn om daar aan te gaan voldoen. Te noemen zijn de wet duurzaam en maatschappelijk ondernemen, wet modernisering bestuurlijk verkeer en de wet digitale overheid. Governance en organisatie De Eerste Kamer heeft op 14 december 2021 ingestemd met een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna Wgr) en enig andere wetten met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging is op 1 juli 2022 in werking getreden. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot de kaderstellende- en controlerende verantwoordelijkheden van raden en Staten. ODRA heeft in 2023 samen met een juridische afvaardiging van gemeenten en Provincie Gelderland de juridische vertaalslag gemaakt van de voorkeuren van de Gemeenteraden en Provinciale Staten naar de bepalingen in de regeling. Bij deze vertaalslag is goed gekeken hoe de voorkeuren verwerkt konden worden in de regeling met inachtneming van de wet.
Bij deze vertaalslag hoort ook de afweging of al dan niet in de behoefte wordt voorzien of dat het wenselijk is om bepalingen in de regeling op te nemen. Het uiteindelijke doel van de nieuwe regeling is om deze toekomstbestendig en flexibel op te maken. Voor de borging van het uiteindelijk doel is de nieuwe tekst getoetst door een erkend adviesbureau op het gebied van gemeenschappelijke regelingen. Het vaststellen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling gebeurt in twee rondes. In de eerste ronde krijgen de raden en staten de gelegenheid om hun zienswijze te geven. In de tweede ronde worden de raden en staten gevraagd om toestemming voor het wijzigen van de regeling. In 2024 is de gehele wijziging van de Wgr geïmplementeerd.
In 2024 is het AB zes keer fysiek bij elkaar geweest en één keer digitaal. Het DB komt zo vaak als nodig bijeen. In 2024 was dat vier keer fysiek, en drie keer schriftelijk. Er is bij een deelnemer een wisseling geweest in het Dagelijks- Algemeen Bestuur. In katern 2 (onderdeel WNT) is een overzicht opgenomen van alle bestuursleden en de wisseling in 2024. Managementteam & mandaten Aan het hoofd van de interne organisatie staat de directeur. Hij is bevoegd voor het nemen van operationele besluiten en deelt deze verantwoordelijkheid met twee managers, uitvoering en bedrijfsvoering. Zij hebben individueel mandaat voor aangaan van verplichtingen tot € 100.000, en gezamenlijk in MT verband een mandaat tot aan de Europese aanbestedingsgrens. Daarboven ligt het mandaat bij het Dagelijks Bestuur (DB). Teamleiding heeft een ondermandaat voor het aangaan van verplichting voor inhuur van externe medewerkers van € 100.000, en voor materiele budgetten tot € 5.000.
Bestuur en partners (ao) Het Algemeen Bestuur (AB) bestaat uit aangewezen leden van iedere deelnemer. Leden van het Dagelijks Bestuur (DB) worden benoemd door het AB. Het AB en het DB hebben dezelfde voorzitter. Het AB is de eigenaar van de GR ODRA en neemt besluiten op basis van de stemverhouding die is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling. De belangrijkste bevoegdheden zijn het vaststellen van begroting en jaarrekening. Het DB is bevoegd en verantwoordelijk voor bedrijfsvoering en operationele besluitvorming. Het AB, DB of de voorzitter kan gevraagd en ongevraagd alle informatie aan de gemeenteraden en Provinciale Staten geven die nodig is voor een juiste beoordeling van het door het bestuur te voeren en gevoerde beleid. Wij hebben geen audit comité. De toezichtrol ligt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voorafgaand aan de vergaderingen van het AB vindt er een ambtelijk opdrachtgeversoverleg plaats, te weten het Ambtelijk Overleg (AO). Elke gemeente en de provincie Gelderland hebben een medewerker afgevaardigd (regisseur) die deelneemt aan het AO. In deze vergaderingen worden de vergaderingen voor het AB voorbereid met de regisseurs, zodat zij eigen bestuurders goed kunnen adviseren over de oordeelsvormende- en besluitvormende agendapunten van de AB-vergaderingen.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
H 028
SOCIAAL JAARVERSLAG
Katern 1 | Jaarverslag 2024
029
1. SOCIAAL BELEID Het jaar 2024 heeft voor ODRA in het teken gestaan van professionaliseringen borging van kwaliteit. Dat loopt uiteen van schonenvan gegevens in diverse systemen, tot optimalisering van processenen ontwikkeling van methodiek voor begeleiding van (nieuwe)medewerkers (van inwerken tot carrièreperspectieven). Deze methodiek is per januari 2024 geïmplementeerd; het doel is dat medewerkers de tools aangereikt krijgen om de regie te nemen over hun eigen loopbaan binnen onze organisatie. Leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor het begeleiden hiervan en zij vullen aan daar waar nodig. Het opleiden van onze medewerkers en de VTH-kwaliteitscriteria speelde ook in 2024 een belangrijke rol. Hierbij richten wij ons steeds meer op de competenties die nodig zijn om een functie goed te kunnen bekleden. Eind 2024 zijn de competenties in een nieuwe versie 3.0 van de kwaliteitscriteria toegevoegd aan de bestaande kennisgebieden. Het is een continu proces van aanpassen aan de dynamiek op de arbeidsmarkt en de vraag van de partners, ondernemers en burgersnaar expertises en kwaliteitsverbetering. Aan dit thema en de bekendheid van ODRA hebben wij het afgelopen jaar veel aandacht besteed. Vanuit de corporate story, de inzet van ODNL en de samenwerking tussen de afdelingen communicatie en HR, is er een plan van aanpak gerealiseerd.
Samen met een heldere weergave van ons DNA, vormde dit plan de basis om mee naar buiten te treden. Vanaf werving & selectie tot aan het aansluiten bij banenmarkten op scholen tot aan en het deelnemen in nieuwe HR gerelateerde netwerken. Ook in 2025 zullen wij hierin blijven investeren. In 2024 hebben wij opnieuw deelgenomen aan een netwerk van diverse organisaties die zich richten op het thema inclusie en diversiteit. De bedoeling is om in 2025 verder te onderzoeken wat de huidige status is binnen ODRA en hoe wij hier nog meer vorm aan gaan geven in de vorm van stimulerend beleid. Ook is een scriptie van een HR student gericht op dit thema bij ODRA uitgevoerd. We nemen de aanbevelingen uit dit onderzoek mee. Samen met de diverse partijen werken wij naar een inclusieve werkomgeving toe. Het binden en boeien van onze medewerkers is een daarbij doorlopend thema wat ook dit jaar op de agenda heeft gestaan.
Een andere maatregel welke een positieve bijdrage heeft geleverd aan de duurzame inzetbaarheid en mobiliteit is, de leasefietsregeling. Deze is vanaf najaar 2023 voor de medewerkers gerealiseerd en inmiddels zijn er ruim 40 medewerkers die hier gebruik van maken.
Tabel 8 en 9: Sociale inzetbaarheid 2023 t/m 2024 25
22
50
18
15 10 5 0
4
3
2 Stagiaires
4 2
2
WW/WIAuitkeringen
Ouderschap en geboorteverlof
Zorgverlof
2024
2023
In 2024 is de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) geactualiseerd en zijn er trainingen georganiseerd gericht op omgang met agressie en geweld. Acties uit de RI&E richten zich op externe en interne veiligheid, gezondheid en vitaliteit De acties die hieruit zijn voortgekomen worden in een plan van aanpak in 2025 uitgevoerd. Verzuim Bij ODRA is het gemiddelde ziekteverzuimpercentage over alle teams in 2024 4,3%. Van de 4,3% zien we dat het grootste deel voortkomt uit verzuim dat langer duurt dan 42 dagen, hoewel extra lang en langverzuim in totaal gedaald is t.o.v. 2023. De oorzaken van het verzuim zijn grotendeels te wijten aan fysieke klachten waarvan twee medewerkers nog last ervaren van long COVID. De combinatie tussen privé en werkbelasting is ook dit jaar aan de orde geweest, dit is met behulp van passende oplossingen gereduceerd.
2. BEDRIJFSGEZONDHEID Ook in 2024 is er veel aandacht geweest voor de vitaliteit en gezondheid van onze medewerkers. Vanuit de professionaliseringsslagen van de strategie gericht op verzuimbegeleiding naar een preventieve aanpak, hebben wij ons verzuimcijfer positief kunnen beïnvloeden. De samenwerking tussen de leidinggevenden, de medewerkers en HR ligt hieraan ten grondslag en is continue onder aandacht. Dit naast de inzet van specialistische diensten, de bedrijfsadviseur en de bedrijfsarts, welke zich hebben gericht op een voorspoedig herstel. Hierdoor is er een aanzienlijke daling gerealiseerd m.b.t. extra lang en lang verzuim.
Voortschrijdend gemiddelde t/m december 2024 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% jan
feb
mrt
2024
apr 2023
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
12 maanden voortschr. gem.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
030
De gemiddelde verzuimcijfers bij de overheidsorganisaties, van de afgelopen twee jaar waren 6% (in 2023) en 6,1% (in 2022). Alleen ziekmeldingen die (deels) binnen de contractperiode van de organisatie vallen tellen mee. Bepaalde verzuimoorzaken, bijv. ziekte t.g.v. zwangerschap of bevalling, orgaandonatie e.d. tellen niet mee. Zwangerschapsverlof telt eveneens niet mee.
Gemiddeld verzuim t/m december 2024
Inclusie Bij ODRA doet iedereen mee. De maatschappij is onze klant én inspiratiebron. Zo benaderen wij ook de arbeidsmarkt en de kanalen die wij hiervoor inzetten. Met als doel een personeelsbestand te vormen dat een afspiegeling van de samenleving is. Daarbij hechten wij waarde aan een prettige en open werksfeer voor onze medewerkers. We zijn trots op onze 128 mannen (63,4%) en 74 vrouwen (36,6%)! In totaal 202 collega’s, die een bijdrage leveren aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Het aantal vrouwen dat bij ODRA werkt is licht toegenomen. De gemiddelde leeftijd binnen ODRA blijft sinds drie jaar gelijk. De meeste mannen zijn in de leeftijd van 30-55 jaar en ouder. Vrouwelijke collega’s zijn in de leeftijd van 25 tot 34 jaar en in de leeftijd van 45 tot 54 jaar gelijk in aantal. Binnen de teams van Handhaving en Advies zijn vooral mannen werkzaam, hoewel hier steeds meer vrouwen bij komen. Vrouwen werken vooral binnen bedrijfsvoering en staf.
6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0%
3. ARBEIDSMARKT
0,0%
De bekendheid van ODRA in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt speelt ook een rol als het om de invulling van de vacatures gaat. Met name met betrekking tot de specialistische functies wordt het vinden van senior medewerkers steeds lastiger. Er wordt een beroep gedaan op onze creativiteit, intensivering van social media campagnes en het zoeken van verbindingen t.b.v. werving en selectie. Wij hebben gewerkt aan de uitbreiding van de werving en selectiebureaus, we zijn bij drie nieuwe HR-netwerken aangesloten en we hebben
2024 Kort
2023 Middellang
2022 Lang
>1 jaar
Gemiddelde leeftijd
Leeftijdsopbouw
46,5
70
46
60
45,5
50 43
45
60
59
45-54 jaar
55 plus
45
40
44,5
30
44
20
43,5
10
43 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
0
3 15-24 jaar
Verhouding man/vrouw
88
152
man vrouw
Katern 1 | Jaarverslag 2024
25-34 jaar
35-44 jaar
031
deelgenomen aan diverse banenmarkten. Met onze corporate story en het weergeven van ons ODRA DNA, konden wij helder naar buiten treden. In samenwerking met ODNL is ook een bijdrage geleverd aan arbeidsmarktcommunicatie d.m.v. een campagne. Deze strategie zetten wij voort in 2025. Verder zijn de eerste stappen gezet ten behoeve van een strategisch personeelsbeleid, door in kaart te brengen wie er met pensioen gaan in de aankomende 5 tot 10 jaar. Dit jaar zijn er een aantal collega’s met pensioen gegaan, hier hebben wij goed op geanticipeerd m.b.v. doorstroom en een tijdige werving en selectieprocedure. In 2025 bouwen wij hierop door. Tenslotte is eind 2024 aangekondigd dat de Belastingdienst zal gaan handhaven op de Wet DBA, hierdoor zagen we direct toename in kwalitatieve respons op onze vacatures. In- door – en uitstroom Groeien in een dynamische omgeving, dat blijkt onder meer uit het feit dat 34 nieuwe collega’s zijn aangenomen in 2024. Er zijn er 16 collega’s uitgestroomd. Het verloop is circa 8%. Dit jaar hebben wij 27 medewerkers blij kunnen maken met een doorstroom naar een nieuwe uitdagende functie of niveau van werkzaamheden). Dit geeft energie en ontwikkelperspectief voor alle betrokkenen en dit heeft een bijdrage geleverd aan het behouden van onze medewerkers, zoals de onderstaande cijfers en de grafiek ook aangeven.
Om de continuïteit van onze organisatie en medewerkers te borgen ontkwamen wij er niet aan om dit jaar met inhuurkrachten te werken, ons doel is wel dit binnen de gestelde verhouding tot vast personeel te houden.
1. VTH-KWALITEIT De samenleving verwacht van ons professionele kwaliteit in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Om onze taken goed uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van onze organisatie op orde is. De VTH-kwaliteitscriteria dragen hieraan bij en borgen de kwaliteit van de dienstverlening. Het gemeten beeld is als volgt: • Er zijn 12 generieke deskundigheidsgebieden. 1 onderdeel, forensisch ketentoezicht, van een deskundigheidsgebied, ketentoezicht, hebben we middels een bovenregionale samenwerkingsafspraak belegd bij een andere Omgevingsdienst. We voldoen voor 86% aan de kritieke massa voorwaarden voor generieke deskundigheidsgebieden. • Daar waar we niet voldoen is dit te wijten aan de frequentie waarmee de taken zich aandienen in ons werk. Daarnaast zijn er een aantal deskundigheidsgebieden niet van toepassing op onze werkzaamheden. • Er is een toename in voldoen aan de gestelde kritieke massa met 9,55% in vergelijking met 2023. • Er zijn 15 specialistische deskundigheidsgebieden, deze bestaan uit 34 onderdelen. Van deze 34 onderdelen zijn er 8 niet op onze werkzaamheden van toepassing. Van de 26 onderdelen die overblijven voldoen we aan 23 van deze onderdelen.
De onderdelen waar we niet aan voldoen, risicospecialist, risicospecialist+ en groen en ecologie (WABO), zijn te wijten aan de frequentie waarmee de taken zich aandienen in onze werkzaamheden. De jaarrekening van ODRA is opgenomen in katern 2.
In, uit- en doorstroom 2023 en 2024
Doorstroom 2024
80 70
Medewerkers naar ander team
60 50
Promotie, naar andere functie en/of schaal
40 30 20
Van inhuur naar loondienst
10 0
Instroom
Uitstroom 2024
Doorstroom totaal
Van tijdelijk naar vast
2023
4%
0
10%
5
10
15
20
12%
Niet obv frequentie
Volgens norm
Elders belegd
Niet obv frequentie
Volgens norm
86% Generieke gebieden
88% Specialistische gebieden
Omgevingsdienst Regio Arnhem
032
Katern 1 | Jaarverslag 2024
JAARVERSLAG 2024
Katern
OMGEVINGSDIENST REGIO ARNHEM
I
INLEIDING, GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN
035
1. INLEIDING Ons financieel en sociaal jaarverslag bestaat uit twee katernen. In katern 1 hebben we de focus op de inhoudelijk behaalde resultaten conform afgesproken programma- en taakveldindeling van het Gelders Stelsel. In dit katern 2 van het jaarverslag verantwoorden we ons over de financiën 2024. Dit doen we aan de hand van de grondslagen en uitgangspunten, die zijn bepaald door de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast hebben we met de zeven omgevingsdiensten in Gelderland en onze partners (gemeenten en provincie) afspraken gemaakt over de programma- en taakveldindeling en de detaillering van onze verantwoording. We spreken over de programma’s Vergunningen, Toezicht/Handhaving, Advies en Projecten. Verder is een indeling gemaakt op de taakvelden Milieu/algemeen en Bouw. Dit sluit aan bij de indeling die vanuit de robuustheidseisen wordt gebruikt, respectievelijk ‘basis- en milieu gerelateerde taken’ en ‘plus-taken’. Een derde indeling is de verantwoording op categoriaal exploitatie-niveau (kostensoorten). Deze worden aangevuld met alle vereiste cijfers en toelichtingen op onze balanspositie en alle door de BBV voorgeschreven overzichten.
2. GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN VOOR DE JAARREKENING Wettelijk kader en bestuurlijke afspraken • BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. • Financiële verordeningen Omgevingsdienst Regio Arnhem (actualisatie is vastgesteld in dec. 2023). • Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). • De systematiek van ‘Beheerste outputfinanciering’; diensten en producten worden afgerekend tegen vooraf vastgestelde prijzen (vastgelegd in de PDC 22/23) en werkelijke aantallen. Deze methodiek geldt voor alle opdrachten van klanten, met uitzondering van de provinciale programma’s en opdrachten van derden. Deze worden geheel op uren x tarief afgerekend.
kosten worden toegerekend aan de programma’s en taakvelden op basis van de verhouding van de tijdsbesteding door medewerkers. • Overheadkosten (indirect); dit zijn de loonkosten van medewerkers bedrijfsvoering, staf en management, teamleiding, huisvesting, ICT en facilitair voor zover deze niet worden gemaakt voor projecten en specifieke opdrachten en activiteiten in het primaire proces. • Voorzieningen worden berekend op basis van het financiële risico, toekomstige kosten voor zover deze tijdens het opstellen van de jaarrekening (februari 2025) konden worden vastgesteld. • Exploitatieresultaat is het verschil van baten, lasten en dotatie/ onttrekking aan voorzieningen. Het exploitatieresultaat wordt na afsluiten van het boekjaar gemuteerd op de Algemene reserve en Bestemmingsreserves, tenzij anders wordt besloten door het Algemeen Bestuur. • Algemene reserve Het maximum van het totaal aan (bestemmings) reserves wordt bepaald door de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit moet minimaal 0,8 % zijn. De weerstandscapaciteit is de ratio tussen de optelsom van de reserves en de post onvoorzien in de begroting, gedeeld door het totaal aan operationele gekwantificeerde risico’s voor de reguliere bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot instellen van Bestemmingsreserves.
Mocht na verrekenen van het exploitatieresultaat 2024 met de Algemene Reserve en/of bestemmingsreserves nog een saldo resteren, dan kan dit, op basis van de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling, via de sleutel ‘stemverhouding’ worden afgerekend. • Continuïteit ODRA, er zijn geen meerjarige toezeggingen van klanten aan ODRA over de meerjarige begroting. Elk jaar wordt op basis van de geaccordeerde begroting een werkprogramma afgesproken. De bijdragen zijn voor een deel van structurele aard, ODRA voert de wettelijke taken voor milieuvergunningen en toezicht uit.
3. POSITIEF RESULTAAT We hebben boekjaar 2024 met een positief exploitatieresultaat van € 67.300 (na fondsmutaties, maar vóór bestemming) afgesloten. De accountant heeft bij haar controle een aantal bevindingen gedaan die in totaliteit onder de foutengrens blijven, deze zijn derhalve niet meer verwerkt in deze jaarrekening.
Toerekening en berekeningswijzen • Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop de dienst en/ of product betrekking heeft: • Baten betreffen de in rekening gebrachte bedragen aan alle klanten. Dat doen we op basis van de afgesproken tarieven voor de producten en diensten in de PDC. Alleen voor de (SPUK) projecten zijn afwijkende diensten geformuleerd, met afgesproken (afwijkende) tarieven. • Voor nog niet afgeronde producten (onderhanden werk) wordt op basis van verstreken doorlooptijd in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd per product, een percentage berekend. Dat percentage x het tarief van betreffende product is de waarde die is opgenomen, onder aftrek van de stand van voorgaand jaar. • Lasten zijn de personeelskosten (eigen medewerkers en inhuur), huisvesting, facilitair, bovenregionale kosten, advieskosten en materiële kosten voor projecten. • Bijzondere lasten zijn correcties uit voorgaande jaren en dotaties aan voorzieningen die niet waren voorzien in de begroting. • Directe kosten en overhead onderscheiden we in: • Directe kosten; dit zijn de personeelskosten en kosten die volledig gerelateerd kunnen worden aan het primaire proces. Deze
Omgevingsdienst Regio Arnhem
J 036
BATEN EN LASTEN; PROGRAMMAINDELING, PRODUCT– EN KLANTGROEPEN Katern 2 | Jaarverslag 2024
037
1. INDELING VAN DE VERANTWOORDING
2. INITIËLE BEGROTING EN BEGROTINGSWIJZIGING
In het bijgevoegde overzicht van baten en lasten hanteren we een indeling in taakvelden en programma’s. Kosten en baten gefinancierd uit bestemmings- en balansfondsen hebben we niet gecategoriseerd op programmaniveau. Deze zijn opgenomen en toegelicht in de categoriale exploitatierekening.
Op 13 april 2023 heeft het Algemeen Bestuur (AB) de initiële begroting 2024 besproken en op 6 september 2023, met inachtneming van de zienswijzen van Gemeenteraden en Provinciale Staten, vastgesteld.
We hanteren naast de dimensies programma’s en taakvelden, ook een indeling in klantgroepen en productgroepen. We gebruiken klantgroepen en productgroepen om het systeem van beheerste outputfinanciering te laten werken. Klanten We hebben enkel publiekrechtelijke organisaties als klant. We maken in de staat van baten en lasten onderscheid tussen vier klantengroepen: • Partners – dat zijn 10 gemeenten in de regio Arnhem en de provincie Gelderland voor reguliere taken. • Provincie - voor de provinciale programma’s PCH (toezicht op complexe bedrijven) en PAB (aandachtsbedrijven). • Omgevingsdiensten in Gelderland. • Derden - alle overige klanten, zoals andere gemeenten niet zijnde onze partners, omgevingsdiensten buiten Gelderland en Omgevingsdienst NL, brancheorganisaties en verschillende ministeries. Deze laatste geven subsidie voor projecten die via de SiSa verantwoording lopen. Productgroepen In ons financieringssysteem hanteren we een viertal productgroepen, gebaseerd op de volgende methodiek: • Producten - worden in rekening gebracht op basis van vaste productprijs x aantal geleverde producten. • Diensten - op basis van een uniform uurtarief (€ 99,- per uur). • Gezamenlijke diensten - op basis van fixed price voor het gehele pakket aan diensten. • Materiele kosten - worden 1 op 1 doorbelast op basis van nacalculatie werkelijke kosten.
In het voorjaar 2024 zijn we gestart met actualiseren van de begroting 2024. Er wordt gekozen voor een actualisatie omdat de begroting beleidsarm is en er geen ongedekte effecten voor de partners zijn. Daar waar de werkpakketten qua omvang zijn gegroeid, is afgestemd c.q. is er dekking voor. De belangrijkste redenen voor de actualisatie zijn de toegenomen orderportefeuille, met nam projecten vanuit het Rijk (SPUK) en Provincie. Dit leidt tot een groei van het aantal medewerkers en dus de personeelskosten. Daarnaast zijn de kosten geactualiseerd op de inflatie en de CAO-2024. De totale omvang van de initiële begroting 2024 was € 24,1 miljoen. De geactualiseerde begroting gaat uit van € 26,5 miljoen. De stijging komt voor € 0,7 miljoen door groei van de werkpakketten en € 1,7 miljoen door uitvoering van de extra aanvullende opdrachten en projecten.
3. VERSCHILLEN BEGROTING EN REALISATIE PER PROGRAMMA In de tabel van baten en lasten (per programma en taakveld) is te zien dat het saldo van kosten en baten bij het programma vergunningverlening relatief groot is. We zien bij vergunningverlening dat door de implementatie van de omgevingswet de bestede uren hoger liggen dan onze kengetallen. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de processen nieuw zijn. Voor 2024 hebben we geen analyse van de kengetallen gemaakt, de ervaring met de nieuwe processen van de omgevingswet is nog te kort om een zinvolle analyse te maken. In 2025 willen we een nadere analyse van onze kengetallen maken, we kunnen daarbij dan de ervaringen van de andere werkwijze van de omgevingswet betrekken en deze zo nodig verwerken in onze kengetallen. Het verschil bij Toezicht en Handhaving is te verklaren vanuit een grote toename van klachten. Bewoners zijn mondiger geworden. Samen met de partners gaan we kijken hoe we dit kunnen verminderen.
Producten- en dienstencatalogus Wij werken met een producten- en diensten catalogus (PDC) waarin elk van de circa 80 producten en diensten zijn beschreven op inhoud, kwaliteitsniveau en prijs. We hebben elke dienst en product gekoppeld aan een taakveld en een programma. De realisatie van de baten komt geheel vanuit deze koppeling voort. De realisatie van de programma/ taakveld-kosten baseren we op de verhouding van de tijdsbesteding op de producten x gemiddeld tarief. Voor partners, omgevingsdiensten en de provincie voor de provinciale programma’s geldt dat we vooraf een werkpakket afspreken. Werk voor overige klanten, de projecten en alle opdrachten van partners die niet zijn opgenomen in het basiswerkpakket, worden beschouwd als ‘aanvullend werk’ en daarmee een extra dimensie in de monitoring en beheersing van ons werk. Het systeem van outputfinanciering is door de indeling in product -en klantgroepen administratief complexer geworden dan we bij aanvang aannamen. Ook de aanvullende opdrachten, met soms afwijkende tarieven en diensten leidt tot aanvullende complexiteit. Doel is om dit te gaan beperken door zoveel mogelijk opdrachten in het werkpakket op te nemen.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
038 Tabel 1: Staat van baten en lasten per programma Staat van baten en lasten Programma’s x € 1.000
plustaken (bouw)
Vergunningen (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead* • baten partners / prov. progr. • baten overige klantgroepen* Saldo vergunningen Verschil real. met begrong
Actuele bg 2024 basis + verschil totaal real-bg milieu
3.380
1.880
20% 5.260
-189
3.414
1.899
5.313
-906
34
19
53
-718
*niet specifiek begroot
*niet specifiek begroot
Stelseltaken (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en PCH Saldo stelseltaken Verschil real. met begrong Projecten (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en derden Saldo algemeen Verschil real. met begrong Kosten gefinancieerd uit balans Baten ontrokken uit balans Rente baten en overig Totaal • kosten • baten Saldo Resultaat na bestemming reserveontrekking
191
milieu
totaal
2.829 990 2.872 93 -855
1.207 422 1.535
4.036 1.413
-94
-5.449
271 80
668
2.252
11% 2.920
-181
691
2.329
3.020
-260
23
77
99 -2.821
-79
*niet specifiek begroot
494
0
0
117 117 6.760 6.895 -134
-494
0% 494
157
0
0
-494 -988
-157
% real 17% 4.407 93 4.500 -949
44% 6.441 8.357 2.255 2.926 9.099 11.578 56 56 -107 459 -11.282 11.634 352 Saldo toez. & handh. 459 161 413 -207
1.838 643 2.346 173 38
0
176 161 0
176 161
0
-337
-337
4.408 1.543
0
4.408 1.543 4.958 1.916 923
0 7.027 5.858 -1.169
72 176 248 19.094 20.330 1.236
Saldo advies
Saldo stelseltaken
6.306
25% 6.306
6.534
6.534 -1.687
0
228
228 -2.043 -6.078
Saldo projecten
163
163 117 280* 130,9 26.455 26.455 0 -266,5
163 19.694 19.560 134
Realisa e 2023
1.916 671 2.479
356
Toelichting tabel 1 (realisatie per programma) We hebben € 267.000 minder baten gerealiseerd dan begroot. Per programma zijn de verschillen tussen de begroting, respectievelijk kosten/ baten als volgt te verklaren: (voor exacte aantallen zie bijlage 2) • Vergunningen: Saldo programma minus € 0,95 miljoen; ◦ De baten zijn lager dan begroot. Er zijn meer meldingen dan geraamd en minder vergunningen, zowel milieu als bouw. Het lagere aantal vergunningen houdt verband met de stagnatie in de bouw en de inwerkingtreding van de omgevingswet. We zien dat de trend van stijgend aantal meldingen van de afgelopen jaren zich doorzet. ◦ Bij de producten geldt dat er vooral goedkopere producten zijn geleverd dan begroot; 200 meer meldingen met kengetal 1; er waren 354 omgevingsvergunningen minder (kengetal 23). Dit drukt de omzet.
Katern 2 | Jaarverslag 2024
bouw
Saldo vergunningen
43% Toezicht en handhaving (+ % v/d omzet) 2.711 8.762 11.473 • directe kosten • toegerekende overhead 2.672 8.635 11.307 • baten partners / prov. progr. *niet specifiek begroot • baten OD’s en derden -39 -167 -127 Saldo handhaving Verschil real. met begrong Advies (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en derden Saldo advies Verschil real. met begrong
Realisa e 2024
2.297 804 -3.101
-5.951
11% 2.760 173 2.933 -169
bouw
milieu
kosten
3.573
1.691
3.221 129 -223
1.527 0 -164
3.890 1.374
2.737
72 176 0 248 26.121 26.188 0 67,3
8.273 2.922
20% 4.748 129 4.877 -387 46%
9.081 11.212 238 238 623 -11.195 11.450 -368 255 Saldo toez. & handh. 200
3.030
198
2.499 31 -499
-2
Saldo advies
0
-3.230
120 216
-336
-336
4.542
3.485 1.057
5.382 0
2.387 843
336
Saldo stelseltaken
19% 4.958 1.916 6.873 923
8.458
2.132
0% 0 0 0 -337
-5.264
Saldo vergunningen
totaal
840
Saldo projecten
-4.542
126 147 273
0
24.712 -24.568 24.712
0
0 25.568
11% 2.697 31 2.729 -501
0 -336
3.970 1.412 5.382 840 126 148 274 0 144
• Toezicht en handhaving: Saldo programma € 0,35 miljoen; ◦ De baten zijn € 0,25 miljoen hoger dan begroot. Er zijn meer diensten geleverd (10.000 uur). Dit heeft te maken met het feit dat met ingang van 2024 de klachten vallen onder diensten en worden afgerekend per uur. Het aantal producten is lager dan begroot, met name de milieucontroles blijven achter. • Advies: Saldo programma minus € 0,17 miljoen; ◦ De baten zijn lager dan begroot. Er zijn minder diensten geleverd (1.000 uur). Het betreft vooral adviesrapporten leefomgeving en saneringsevaluaties. ◦ De toegerekende (personeel) kosten vallen iets hoger uit. • Projecten: Saldo programma projecten € 0,92 miljoen; ◦ Projecten; de baten zijn hoger dan begroot, de kosten liggen lager doordat de inzet van uren op een aantal onderdelen achterblijft. In totaal wordt ruim 4.000 uur minder besteed dan geraamd.
039
• Stelseltaken; hier worden alleen kosten op gerealiseerd. Inhoudelijk is dit toegelicht in katern 1. • Balans en saldo; ◦ Vanuit de bestemmingsfondsen zijn middelen vrijgevallen voor innovatie, mba-omzetting en dekking voor afschrijvingen van apparatuur en voertuigen meetdienst. ◦ Saldo 2024 is vóór bestemming. In 2023 is het saldo weergegeven dat na bestemming is toegevoegd aan de algemene reserve. Tabel 2: Realisae per productgroep Kerntabel x € 1.000 Omzet Producten Diensten Gezamenlijke diensten Doorbelaste baten Balans Overige inkomsten Totaal baten Kengetallen en e’s • uitvoering • overhead Totaal lasten
Iniële begrong 2024 € %
8.702 12.877 2.172 332
48% 41% 7% 0% 3%
24.083
100%
kosten 18.028 6.054 24.083
75% 25%
€0
Saldo
Saldo Gemid. kengetal p/prod. Benodigde cap. (uren)
Actualisae 2024 aantal gem. omzet producten tarief 9.051
€ 879 € 99
e’s 188 42 229
7.953 15.614 2.171 436 163 117 26.455
aantal (prod/uren)
30% 59% 8% 2% 1%
8.180 163.980
Realisae 2024 tarief omzet
783 99
100%
6.406 16.208 2.310 931 333 26.188
kosten 19.455 73,5% 6.999 26,5% 26.455
8,9 uur 258.788 uur begroot
Toelichting tabel 2: realisatie per productgroep Verschillen tussen realisatie en actuele begroting: • We hebben minder producten geleverd dan in de actuele begroting was aangenomen. Dit heeft onder meer te maken met de overgang van meldingen naar diensten en het achterblijven van de milieucontroles en de vergunningen. • We hebben minder omzet gerealiseerd in de groep Producten. De lagere productie van de duurdere producten, vergunningen en controles milieu, heeft grote invloed op de omzet. Het gemiddeld gerealiseerd tarief per product is € 99 lager uitgekomen.
%
e’s 186 45 232
kosten 19.274 6.847 26.121 67,3
7,91 uur 262.474 uur gerealiseerd
% begrong 81% 104% 106% 214% 0% 285% 99% 73,8% 26,2%
101%
voorziening) bedraagt 26,2 % (begroot is 26,5%). Ten opzichte van 2023 is de overhead vrijwel gelijk gebleven, ten opzichte van de begroting is de overhead licht gedaald. Het absolute bedrag aan overheadkosten is ten opzichte van 2023 toegenomen, maar is lager dan begroot in 2024. Stijging ten opzichte van 2023 wordt vooral veroorzaakt door indexering. In 2024 vallen de stelsel en advieskosten lager uit dan begroot.
4. OVERHEAD SPECIFICATIE De totale overhead is uitgekomen op afgerond € 6,85 miljoen. In tabel 3 is de opbouw hiervan weergegeven. De totale overhead (exclusief Tabel 3: Specificae overhead Actuele begrong 2024 Overhead specificae (indirecte kosten) x € 1.000 Overhead Direct Totaal
Realisae 2024 Overhead Direct Totaal
Personele overhead
23.162
4.887 21,5%
17.853 22.740 78,5%
4.256 17%
554
827 900 494 350 167 554
824 806 161 178 -9
990
824 806 337 433 -9 990
2.605
687
3.292
1.960
1.421
3.381
747 897 216 269 26 2 2.156
6.999
19.455
6.847
19.274 26.121 67,3
Materiële overhead • huisvesng & facilitair • ict • stelselkosten • advieskosten • onvoorzien en overig • projecten • dotae Subtotaal mat. overhead Totaal • saldo % van de totale kosten
4.395 19,0% 827 900 361 350 167 0
26,5%
18.768 81,0%
133
26,2%
176 255
Overhead 2023
6.412 26,1%
Omgevingsdienst Regio Arnhem
040
5. FINANCIERING EN DEKKING Tabel 4: Overzicht van dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen x € 1.000
Actuele begrong 2024 baten lasten saldo
Exploitae 26.338 Overzicht van dekkingsmiddelen • lokale heffingen • algemene uitkeringen • dividend • saldo financiëringsfunce 117 • reserves (voor resultaat bestemming) Saldo 26.455
Realisae 2024 baten lasten saldo
Realisae 2023 saldo baten lasten
26.455 -117
26.012
26.108
-97
24.439
24.551
-112
0
117
176
12
273
17
26.455
0
26.188
26.121
164 67,3 0
24.712
24.568
256 144,3 0
Toelichting op tabel 4: overzicht dekkingsmiddelen We kennen vier financieringsstromen die gerekend worden tot de exploitatie: baten van partners, baten uit provinciale programma’s, baten van de omgevingsdiensten in Gelderland en baten van derden. Het saldo financieringsmiddelen bestaat uit vrijval uit reserves en voorzieningen en rente. Over het saldo in de schatkist is € 121.000 rente ontvangen. De vrijval uit de balans betrof afgerond € 55.000. We hebben in 2022 een lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten BNG afgesloten voor de financiering van onze herhuisvesting in de Airborne Tower. De aflossing – en rentetermijn was in 2024 € 12.400. We hebben geen beleggingen uitstaan en dus geen dividend uitgekeerd. We innen geen lokale heffingen en ontvangen geen uitkeringen uit algemene fondsen. Tabel 5: Overzicht financiering uit reserves Mutaes reserves x € 1.000 Algemene reserve BR provincietaken BR bur. mil. mengen BR omzeng mba’s BR innovae BR opleidingen omgevingswet Resultaat • onverdeeld resultaat 2024 Saldo
Actuele begrong 2024 toev. onr. saldo
0
144
644 0 50 0 0 0 0 0 694
92 71
163
Realisae 2024 toev. onr. saldo
67,3 211
13 42
54
644 79 80 0 0 0 0 67,3 871
Realisae 2023 toev. onr. saldo 30 70 11 46 0 144 174
126
500 92 122 0 0 0 0 144 858
Toelichting op tabel 5: financieringen uit reserves Het resultaat van 2023 is volledig toegevoegd aan de algemene reserve. Hiermee wordt ons eigen vermogen versterkt en stijgt de weerstandsratio. Dit is tevens een versterking van onze robuustheid. Tabel 6: Overzicht incidentele kosten en baten Incidentele baten en lasten x € 1.000 • Opdrachten derden* • Projecten, subsidies, aanvullend werk
Actuele begrong 2024 baten lasten saldo * 0
0
0
Realisae 2024 baten lasten saldo
Realisae 2023 baten lasten saldo
566
433
133
235
237
-2
907 1.473
905 1.338
2 135
884 1.119
1.106 1.343
-222 -224
* De kosten van derden zijn niet berekend in de begro ng; in de realisa e zijn de kosten toegekend obv verhouding jdsbesteding. Toelichting op tabel 6: incidentele kosten en baten De afspraken die we met onze partners hebben gemaakt over de basistaken zijn structurele taken. Dit zijn wettelijk verplichte taken om onder te brengen bij een omgevingsdienst. Daarnaast leggen partners (overig) milieu-gerelateerde taken en bouwtaken bij ons neer. Voor de meeste taken geldt dat deze structureel zijn ingebracht; ze zijn
Katern 2 | Jaarverslag 2024
041
onderdeel van de werkpakketten/ afspraken in de DVO’s. Naast deze taken die in tabel 2 zijn verwerkt, leggen partners en derden aanvullende opdrachten bij ons neer. Deze incidentele kosten en baten staan in tabel 6. Dit zijn opdrachten die vaak in de vorm van een project worden uitgevoerd. Onze partners hebben de verantwoordelijkheid om de benodigde capaciteit en kwaliteit die wij moeten aanwenden in stand te houden, dan wel verantwoord af te bouwen bij majeure verandering van taken. Om ODRA en haar partners te vrijwaren van financiële risico’s bij terugtrekken van structurele, niet wettelijke taken zijn in de nieuwe GR (1 juli 2024) bepalingen opgenomen voor vergoeding van frictiekosten.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
K 042
STAAT VAN BATEN EN LASTEN CATEGORIALE INDELING Katern 2 | Jaarverslag 2024
043
1. BATEN In de voorgaande hoofdstukken hebben we de baten gepresenteerd op programma of taakveld en per productgroep. In tabel 7 is de verdeling over de klantgroepen weergegeven. De omvang van onze begroting is € 26,5 miljoen. Tabel 7: Staat van baten Staat van baten en lasten (categoriaal) x € 1.000
Actuele begrong 2024
Real. 2024
% tov bg
real. 2023
Baten dienstverlening Provinciale programma’s Partners werkprogramma Omgevingsdiensten Derden en projecten Projectgelden en subsidie
5.440 18.724 779 434 797
5.588 17.703 730 534 454
108% 95% 94% 123% 57%
5.088 16.880 490 235 884
Baten dienstverlening Doorbelaste materiële kosten Overige inkomsten Rente baten Vrijval balans
26.174 0 163 117 0
25.009 931 72 176 0
96%
23.577 846 16 147 126
Totaal baten
26.455
26.188
Toelichting op tabel 7: staat van baten Ten opzichte van de begroting is de omzet 99%. Op detailniveau zijn er verschillen; • Voor de provinciale programma’s ‘complexe handhaving en aandachts-bedrijven’ zijn iets meer diensten verricht. (Inhoudelijk is dit in katern 1 toegelicht). • Bij partners is de omzet lager dan begroot. De post derden en overig is hoger dan begroot. Belangrijkste reden is de groei in aantal aanvullende opdrachten dat gedurende 2024 bij ons is neergelegd. • In de begroting was € 1,25 miljoen begroot voor projecten; hierin
44% 151% 99%
24.712
waren stelposten opgenomen die middels aanvullende opdrachten bij partners en prov. programma’s zijn verantwoord in de realisatie. • Doorbelaste materiële kosten: hogere realisatie doordat we een groter aandeel externe expertise hebben ingehuurd, respectievelijk projecten zijn opgestart. • De overige inkomsten betreft rente. Na enkele jaren van een 0-situatie wordt sinds oktober 2022 weer rente uitgekeerd door de BNG en schatkist op onze openstaande tegoeden. We hebben de rente voor 2024 conservatief geraamd en realiseren hier een plus.
Tabel 8: Staat van lasten Actuele begrong 2024
Real. 2024
% tov begrong
Real. 2023
Personele kosten • Loonkosten mdw. ODRA • Kosten externe inhuur Loonkosten intern & extern
17.160 4.647 21.807
17.249 4.541 21.790
101% 98% 100%
15.403 4.776 20.179
• Opleidingen • Alg. personeelskosten • Voormalig personeel/uitkeringen • Harmonisae bijdrage Personeelskosten
529 776 100 -50 23.162
380 886 -316 0 22.740
72% 114% -316% 0% 98%
240 723 240 -52 21.329
Bedrijfskosten Huisvesng en mobiliteit ICT-kosten Advieskosten + acc. + comm. Bedrijfskosten
827 900 350 2.077
824 806 433 2.063
100% 90% 124% 99%
747 897 309 1.953
494 167 554 1.215 26.455
337 -9 990 1.318 26.121
101% -5% 0% 192% 108% 99%
336 26 907 1.269 24.551
0
67
161
0
67
17 144
Programma kosten Bovenregionale kosten Overige kosten/onvoorzien Progr. kosten (kst. ODRA) Progr. kst. (door te belasten) Programma kosten Totaal kosten Saldo voor mutaes fondsen Af vooruit ontvangen voorschoen Verlof dotae Saldo na dotae
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Realisatie & begrotingsindicatoren Onze begroting 2024 is opgebouwd vanuit een aantal uitgangspunten en kengetallen. Hieronder zijn deze weergegeven qua begroting en realisatie in 2024. Kostenverdeling 2024
8%
5% Personeelskosten Kosten externe inhuur
17%
Bedrijfskosten Programma kosten
70% De personeelskosten plus kosten inhuur zijn samen 87,5% van de kosten. Huisvesting en ICT totaal 8%, de bedrijfs- en overige kosten 4,5%. De loon – en personeelskosten, huisvesting en ICT zijn de vaste kosten van ODRA. Totaal 78%. Deze zijn weinig beïnvloedbaar. Tabel 9: Formae bezeng/loonkosten en personele kengetallen Formae bezeng en personele kengetallen
Actuele begrong 2024 intern tot. ext. totaal
Formae bezeng • lijn afdelingen • bedrijfsv./staf/man. Reguliere capaciteit Verhouding in e’s
153,3 37,3 190,5 83%
34,3 4,5 38,8 17%
187,6 82% 41,8+ 18% 229,3
158,7 38,2 197,0 85%
27,6 7,2 34,7 15%
186,3 45,4 231,7
80% 20%
147,2 36,3 183,5 83%
31,7 6,1 37,8 17%
178,9 81% 42,4 19% 221,3
Loonkosten • loonkosten (intern) • inhuur capaciteit • inhuur ondersteuning
€ 17.160 €0 €0
€0 € 4.647 €0
€ 17.160 79% € 4.647 21% € 0 0%
€ 17.249
€0 € 3.425 € 1.116
€ 17.249 € 3.425 € 1.116
79% 16% 5%
€ 15.403
€0 € 4.034 € 741
Kosten capaciteit verhouding
€ 17.160 79%
€ 4.647 21%
€ 21.807
€ 17.249 79%
€ 4.541 21%
€ 21.790
€ 15.403 76%
€ 4.775 24%
€ 15.403 76% € 4.034 20% € 741 4% € 20.178
Gemiddelde kosten/ e (in €) -per uur
€ 90.067 € 119.729 € 64,33 € 74,83
€ 95.088 € 95,09
€ 87.566 € 130.701 € 62,55 € 81,69
€ 94.083 € 94,03
€ 83.917 € 126.459 € 61,08 € 79,04
intern
Toelichting tabel 9: loonkosten externen en personele kengetallen Loonkosten: • De formatie is begroot op 229 fte. De begroting voor de loonsom is gebaseerd op de functieschaal en de gemiddelde periodiek van de werknemers in die schaal. Dit houdt in dat veelal het maximum van de schaal is gehanteerd qua periodieken. Er was € 17 miljoen begroot. • De gemiddelde loonsom is begroot op € 90.067 per fte. De realisatie is € 2.501 per fte lager uitgekomen. Dit heeft te maken met de feitelijke periodieken van nieuwe medewerkers; die starten vaak lager in een schaal. Er is circa € 0,1 miljoen meer aan salarissen en sociale premies uitgegeven. Dit heeft te maken met het feit dat de bezetting hoger was dan begroot. Externe inhuur • De externe inhuur in fte is ten opzichte van de begroting iets lager
Realisae 2024 tot. ext. totaal
intern
Realisae 2023 tot. ext. totaal
€ 91.176 € 63,58
uitgekomen, begroot was 17%, realisatie 15%. • De kosten voor inhuur per fte liggen hoger dan geraamd, dit komt door de gestegen tarieven. De totale kosten liggen ondanks hogere tarieven € 0,1 miljoen lager dan geraamd maar voor minder fte. • De kosten van interne capaciteit en externe capaciteit zijn samen vrijwel conform de begroting. Overhead en productiviteit • Personele overhead was begroot op 19 % en is uitgekomen op 21,5%. (Zie tabel 3) De extra inzet van circa 3 fte was nodig voor implementatie nieuw bedrijfsvoeringsysteem. • De totale overhead inclusief materiele overhead (zie tabel 3) is begroot op 26,5% van de omzet. We zijn uitgekomen op 26,2%. Voor de lange termijn is ons doel om de overhead naar 25% te brengen.
045
• Productiviteit; Deze was initieel begroot op 1374 uur per fte; Door de nieuwe CAO hebben alle medewerkers extra bovenwettelijke verlofdagen toegekend gekregen. Dit verlaagt de norm voor de productiviteit structureel naar 1.330 uur per fte. • In 2024 is de productiviteit uitgekomen op 79% (bij de uitvoering). Omgerekend 1.437 uur per fte. Deze hogere productiviteit is te verklaren door onder meer een toename van het verlofsaldo. De extra toegekende bovenwettelijke verlof uren zijn voor een klein deel opgenomen. Daarnaast is er een relatief laag verzuim geweest in 2024, nl 4,4% (begroot met de norm 5%) en qua opleidingen (bij de lijnafdelingen) is ook minder besteed, nl 47 uur gemiddeld per fte (incl. omgevingswet). De norm is 64 uur. Opleidingen en overige personeelskosten; totale kosten € 1.266.000 • Overige personeelskosten is genormeerd op 4% loonsom. De begroting 2024 ging uit 3,6%. De realisatie is 4,0%. Het merendeel van de kosten betreft reiskosten; zowel woonwerk als zakelijk. Een andere grote (en toenemende post) zijn de vergoedingen voor de zgn. ‘buiten-dag-venster’-uren; waarbij toezichthouders ’s avonds, ‘s nachts, en in de weekenden diensten verrichten. De overige personeels-gerelateerde kosten zijn voor werving en selectie, arbo, verzuimbegeleiding en werkkleding.
• Onder de werkkostenregeling zijn vergoedingen en kosten opgenomen voor collectieve personeelsuitjes en bijeenkomsten, lunches enz. Cf de CAO wordt ook jaarlijks een vergoeding uitgekeerd voor ziektekosten. De vrije WKR ruime voor ODRA is berekend op € 0,25 miljoen. De besteding van € 0,13 miljoen blijft daar ruim onder.
• Opleidingen zijn genormeerd op 3% van de loonsom. De realisatie is 2,2%. Uitkeringen en kosten voormalige medewerkers. Totaal kosten € 188.000 • Er heeft een onttrekking plaatsgevonden aan de personeelsvoorziening voor een voormalige medewerker waarvoor wij kosten betalen. • Onder de post uitkeringen vallen de UWV-vergoedingen voor medewerkers met zwangerschapsverlof. • Harmonisatiebijdragen; dit zijn vergoedingen van toelagen die worden gegeven aan medewerkers die bij de oprichting van ODRA in 2013 zijn overgekomen van de partners. De vergoeding is lager dan begroot, omdat de voorziening die hiervoor is gevormd is geïndexeerd voor hogere cao-lonen.
4. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) De WNT is van toepassing op Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het voor ODRA toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000 op fulltime basis. Naast de in tabel 10 vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. Ons Algemeen en Dagelijks Bestuur bestaat uit wethouders en Gedeputeerde namens onze partners. Bestuurders krijgen geen vergoeding voor hun bestuurstaak. De kosten voor onze bestuursleden worden door de desbetreffende partner vergoed In 2024 is de vertegenwoordiger van Westervoort afgetreden, deze is in eerste
Tabel 10 en 11: Leidinggevende topfunc onarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunc onarissen zonder dienstbetrekking vanaf 13e maand van de func evervulling. -jaar Bedragen x € 1
Dh r. R. Vlaander
Funce gegevens Aanvang en einde func evervuiling in 2024 Omvang dienstverband (deel jdfactor in e) Gewezen topfunc onaris Dienstbetrekking?
Directeur 01-01-2024 t/m 31-12-2024 1,0 Nee Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
2024
€ 140.886 € 22.935 € 163.820
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
€ 233.000
Totale bezoldiging 2024
€ 163.820
n.v.t.
Het bedrag en de reden: overschrijding wel/niet is toegestaan Toelich ng op onverschuldigde betaling Gegevens 2023 Aanvang en einde func evervulling in 2023 Omvang dienstverband (deel jdfactor in e) Dienstbetrekking
€0 n.v.t.
01-01 t/m 31-12 1,0 Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
€ 173.406 € 19.112 € 192.519
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum
€ 223.000
Omgevingsdienst Regio Arnhem
046
Naam topfunconaris (met bezoldiging <€ 1.900 per jaar)
Funce
Dhr. J. Maouche Voorzier (DB & AB) Dhr. M. van de Wel Bestuurslid (DB & AB) Dhr. J. Schrijner Bestuurslid (AB) Dhr. M.J.A. van den Bos Bestuurslid (AB) Dhr. D. Vreugdenhill Bestuurslid (DB & AB) Mw B. van Veldhuizen-van Oort Bestuurslid (AB) Dhr R. van Dam Bestuurslid (DB & AB) Dhr. P.L.P.S. Hofman Bestuurslid (AB) Dhr. S. Warmerdam Bestuurslid (AB) * Dhr. J.H.J. Sluiter Bestuurslid (DB & AB) Dhr. J. Derksen Tijdelijke vervanger dhr. J.H.J. Sluiter Mw. L. Kaper Bestuurslid (DB & AB) Dhr. B.M. Kagei Bestuurslid (AB)
Partner
Periode
Renkum Arnhem Duiven Lingewaard Prov. Gelderland Doesburg Overbetuwe Rheden Rozendaal Westervoort Westervoort
01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-03-2024 01-04-2024 t/m 31-05-2024
Westervoort Zevenaar
01-06-2024 t/m 31-12-2024 01-01-2024 t/m 31-12-2024
* In 2024 afgetreden instantie tijdelijk vervangen en inmiddels definitief. De directeur van ODRA is de enige bestuurder vallend onder de WNT. Ruben Vlaander is in oktober 2019 aangesteld als directeur. Het inkomen en de vergoedingen in 2024 zijn samen onder de norm van de WNT gebleven.
5. KOSTEN HUISVESTING (+FACILITAIR), MOBILITEIT EN ICT KOSTEN; TOTAAL KOSTEN € 1.630.000 Tabel 12: Huisvesng en facilitair Huisvesng & facilitair x € 1.000 Huur Airborn Tower Service kosten Airborn Tower Afschrijvingen inrichng en meubilair Facilitaire kosten Airborne Tower Overige huurkosten (extern) Parkeren/fietsen/wagenpark Totaal Kengetallen • huurkosten en afschrijvingen • facilitaire kosten per e • huurkosten per m • aantal e’s (incl. extern) • aantal m HV en fac. per werkplek
Actuele bg 2024
Real. 2024
Real. 2023
245 165 116 170 2 130 827
240 109 88 251 13 122 824
220 98 86 226 22 95 747
1.574 1.467 121 229 2.023 5.764
1.416 1.611 119 232 2.023 5.798
1.382 1.564 109 221 2.023 5.386
Tabel 13: ICT kengetallen ICT
Actuele bg 2024
Real. 2024
Real. 2023
575 35 187 103 900
539 35 114 118 806
580 42 158 116 897
3.924 7.438
3.480 6.664
3.941 7.410
Licen es (ODRA) Soware afschrijving Netwerk (wifi/cloud)* Werkplekkosten ict/afschrijvingen Totaal ICT Kengetallen • ICT kosten per e • ICT kosten per werkplek
Adviseurs en onderzoek; kosten € 433.000 (zie tabel 8) Naast de inhuur van capaciteit voor het primaire proces maken we gebruik van adviseurs voor specialistische taken en onderzoeken. In 2024 waren de grote posten: • Aanbesteding en implementatie nieuw bedrijfsvoeringsysteem (€ 150.000) • Onderzoeken behoeve van samenwerking in het stelsel van omgevingsdiensten (€ 25.000).
6. SPECIFICATIE PROGRAMMA’S EN PROJECTKOSTEN; TOTAAL € 1.318.000 (ZIE TABEL 8) Tabel 14: Bovenregionale kosten (stelselkosten)
Toelichting tabel 12: huisvesting en facilitair • In de begroting én realisatie geldt dat we 121 werkplekken (0,6 flexfactor) hebben met gelijkblijvend gehuurd oppervlakte (2.100 m2). De vier etages die we huren (met een 20-jarig huurcontract) zijn volledig duurzaam ingericht met automatische LED, warmteregeling en refurbished meubilair. De huur- en servicekosten komen lager uit dan begroot, de facilitaire kosten komen hoger uit dan begroot. • De huisvestings- facilitaire en mobiliteitskosten zijn als geheel binnen de begroting gebleven. Qua mobiliteit: we zijn bezig met het verduurzamen van de mobiliteit door het wagenpark te elektrificeren en door het beschikbaar stellen van lease fietsen.
Stelseltaken x €1.000
ICT-kosten Toelichting op tabel 13: ICT Qua ICT wordt volledig ‘mobiel en plaats onafhankelijk’ gewerkt; geheel via wifi, alles in de Cloud, en met office 365/Teams als tool. De totale kosten zijn lager dan begroot.
Toelichting op tabel 14: stelseltaken In tabel 14 zijn de kosten opgenomen van taken die gezamenlijk in het Gelders stelsel worden gedaan. Totaal is er bijna € 160.000 minder uitgegeven dan begroot.
Katern 2 | Jaarverslag 2024
I-Go • Data lab Kennis en portaal Ketenhandhaving Kwaliteit en coördinae Personeel en organisae BSBm Complexe vergunningen gemeentelijk Contribue OD-NL Overig Totaal (kosten OD’s)
Actuele bg 2024
Real. 2024
25 50 110 100 34 20 20 25 50 60 494
62 89 121 7 14 6 34 5 337
L 047
BALANS PER 31 DECEMBER 2024
Omgevingsdienst Regio Arnhem
048
Onze jaarrekening 2024 is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Omgevingsdienst Regio Arnhem. Deze verordening is eind 2023 vernieuwd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. We lichten de grondslagen die daar mede in zijn opgenomen hierna verder toe.
1. GRONDSLAGEN BALANS Vaste activa • Immateriële vaste activa - zijn bij ODRA niet aanwezig. • Materiële vaste activa - de materiële vaste activa met economisch nut zijn geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de ontvangen bijdragen, die hierop betrekking hebben. Duurzame waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Deze worden lineair afgeschreven op basis van de economische levensduur. De investeringen in de inrichting van de ICT-systemen behoren tot de (im)materiële activa. • Financiële vaste activa – zijn bij ODRA niet aanwezig. Vlottende activa • Voorraden – zijn niet van toepassing bij ODRA. • Uitzettingen met rentelooptijd korter dan een jaar - hieronder vallen in principe het onderhanden werk. De waardering is op basis van de gerealiseerde doorlooptijd van het product in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd van het betreffende product. Onderhanden werk is gefactureerd aan de klanten, verrekend met het saldo van voorgaand jaar, en komt dus nu niet voor op de balans van 2024. • Liquide middelen - betreft de BNG rekening - worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De rekening ‘Rijksschatkist’ is opgenomen onder de “uitzettingen korter dan een jaar”. Vaste passiva • Eigen Vermogen - betreft de Algemene Reserve, de Bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten (resultaat).
Voorzieningen ODRA kent vier voorzieningen; • Harmonisatie-voorziening - deze is gevormd bij de oprichting van ODRA in 2013 ter dekking van toekomstige kosten van werknemers die door ODRA van de betreffende gemeenten en provincie zijn overgenomen. • Voorzieningen voor kosten van voormalige medewerkers; hier worden alle toekomstige kosten opgenomen van medewerkers waar nog uitkeringen of vergoedingen voor betaald moeten worden. • Voorzieningen voor bovenwettelijk verlof. Vanuit de Besluit Begroting
en Verantwoording (BBV) is bepaald dat het deel dat wordt gespaard door medewerkers moet worden opgenomen in de voorziening. Bij ODRA wordt het spaardeel niet apart geregistreerd. Voor de voorziening wordt uitgegaan van het aantal niet opgenomen bovenwettelijke verlofuren (x betaald uurloon plus sociale lasten). In 2023 hebben wij bepaalt op basis van het saldo toen, dat het risico voor de ODRA maximaal € 500.000 is. Wij zien dat in 2024 het verlofsaldo is gestegen. Ondanks dit gestegen saldo zijn wij van mening dat een voorziening van € 500.000 voldoende is om het risico af te dekken. Daarmee handelen wij in strijd met het BBV. Volgens het BBV dient een voorziening te worden getroffen voor al het verlof dat als spaarverlof kan worden aangemerkt. Op basis van de regelgeving moeten wij een voorziening treffen voor alle uren die wij kunnen aanmerken als spaarverlof. Als wij deze lijn volgen, dan blijven wij van mening dat niet al het verlof als spaarverlof kan worden aangemerkt. Als we kijken naar de jaren 2021 en 2022 dan zien we dat een beperkt saldo overblijft, in 2023 en 2024 stijgt het aantal toegekende bovenwettelijke verlofuren en we zien dan dat er meer uren overblijven. Tegelijk zien we dat in 2024 het percentage van uren dat overblijft weer dalen. Op basis van het meerjaren beeld zien we dat ongeveer 15% wordt gespaard.
Als we dit als standaard percentage beschouwen dan beschouwen we alles wat daar boven ligt als niet spaarverlof. We komen daarmee op 3092 niet spaarverlof. We moeten dan een voorziening treffen voor 14.713 uur, dat is afgerond € 620.000. Dit betekent een storting van € 120.000 in de voorziening. Wij doen deze storting op dit moment niet. Wij blijven van mening dat een voorziening van € 500.000 voldoende is om het risico af te dekken. Wij stellen voor om het resultaat van 2024 te reserveren voor een eventuele storting in de voorziening eind 2025. Wij verwachten namelijk dat het verlofsaldo niet verder zal stijgen en zullen eind 2025 opnieuw bezien wat de noodzakelijke omvang van de voorziening moet zijn. Vlottende Passiva • Passiva met rentelooptijd korter dan een jaar - zoals de vooruit ontvangen betalingen en hebben betrekking op programma’s en projecten die in het boekjaar nog niet volledig zijn afgerond. Deze zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde na aftrek van de gemaakte kosten. De overige schulden en de overlopende passiva, deze zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. • Langlopende lening - afgesloten met de BNG ter dekking van de investering in de huisvesting in 2022. Rente en aflossing staan vast voor 15 jaar.
2. BALANS
Tabel 15: Vaste en vloende ac va Acva x € 1.000 Vaste acva • materiële vaste ac va • financiële vaste ac va
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
980
1.155
Vloende acva • voorraden/ohw • liquide middelen • uitzengen met rentetypische loop jd <1 jaar Vooruitbetaalde bedragen
139
846
6.101 205
5.705 250
Totale acva
7.425
7.956
Katern 2 | Jaarverslag 2024
Passiva x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Eigen vermogen • algemene reserve 644 • bestemmingsreserves 159 • onverdeeld geraliseerd resultaat 67 Voorzieningen 905 Schulden >1 jaar 500 Totaal vaste passiva 2.275
500 213 144 1.056 542 2.455
Vloende passiva • neo vloende schulden • vooruitontvangen subsidies • overige schulden • overlopende passiva Totaal vloende passiva Totale passiva
809 790 3.775 127 5.501 7.956
821 740 3.429 160 5.515 7.425
049
3: ACTIVA Tabel 16: Materiële vaste acva (Im)Materiële vaste acva x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Investeringen in openbare ruimte met economisch nut Apparatuur en vervoermiddelen kantoor Voertuigen meetdienst Apparatuur meetdienst Infrastuctuur kantoor Meubilair ICT-apparatuur Immateriële acva (soware)
5 5 82 400 272 195 21
Investe -ringen
14 9 9 69
Toelichting tabel 16; materiële vaste activa De materiele activa zijn in 2024 als volgt gemuteerd; • Apparatuur ten behoeve van bedrijfsvoering en kantoor; Investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. • Voertuigen meetdienst; De bussen worden in 10 jaar afgeschreven. Het beleid is om over te gaan op elektrische voertuigen en lease. • Apparatuur voor meetdienst; afschrijving is 5 tot 10 jaar afhankelijk van het type apparatuur. • Huisvesting infrastructuur kantoor. De kosten van de verbouwing en inrichting uit 2022 wordt in 15 jaar afgeschreven. Parallel aan de lening die hiervoor is afgesloten. • Meubilair; Afschrijving in 10 jaar. • ICT-apparatuur, laptops en audiovisuele schermen worden in 4 jaar afgeschreven, telefoons in 2 jaar. De investering betreft mobiele apparatuur voor uitbreiding van de bezetting. • Software investeringen; Betreft de investeringen in SAP en Open Wave en worden in 5 jaar afgeschreven.