CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Jaarstukken 2020 Gemeente Doesburg28.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds: Nadeel baten €79.000 In 2020 is in totaliteit €79.000 minder ontvangen in verband met de algemene uitkering uit het gemeentefonds dan geraamd. Dit heeft voor het grootste deel betrekking op de aanpassing van de aantallen door het CBS. Deze aantallen hebben hun doorwerking in de verdeelmaatstaven . Daarmee heeft dit een negatief effect op de hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Taakveld 0.8 Overige baten en lasten: Nadeel lasten €876.000 / Nadeel baten €1.000 Het nadelige begrotingsresultaat voor 2020 (uit de IBB 2020) wordt in eerste instantie boekhoudkundig geraamd bij de exploitatielasten, van totaal €922.995. Het werkelijke rekeningresultaat 2020 wijkt hier vanaf. De raad beslist bij de behandeling van de jaarstukken 2020 over het onttrekken aan de algemene reserve van dit benoemde nadeel. Dit is nog niet boekhoudkundig verwerkt. De post Onvoorziene uitgaven van €15.000 is niet aangewend en levert hier een voordeel op. Hiervoor zijn namelijk geen bestedingsvoorstellen aan de raad gedaan in 2020. Daarnaast hebben we in 2020 een incidenteel voordeel behaald, als gevolg van de BTW onderzoek over de jaren 2018, 2019 en 2020. Het totaal voordeel bedroeg hierbij €128.000 Tot slot hebben we bij onze jaarrekening onze openstaande vorderingen beoordeeld.

Hierbij hebben wij in overleg met onze accountant de post dubieuze debiteuren opgehoogd met €130.000, hierdoor is een nadeel ontstaan van dit bedrag.

Paragrafen Paragraaf A | Lokale heffingen Paragraaf A | Lokale heffingen

Inleiding

De lokale heffingen maken een belangrijk deel uit van de inkomsten van de gemeente. Jaarlijks is zo’n 15% van de inkomsten afkomstig van de lokale heffingen. Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de diverse lokale heffingen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale belastingdruk, wat van belang is voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten. Ook wordt weergegeven welk beleid de gemeente Doesburg in boekjaar 2020 heeft gevoerd ten aanzien van de lokale heffingen en de kwijtschelding hiervan.

Overzicht lokale heffingen en geraamde inkomsten

De lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten. De belastingen dienen ter dekking van de algemene uitgaven van de gemeente en zijn in principe vrij besteedbaar. De rechten dienen ter

Pagina 68 van 181

dekking van de kosten die de gemeente maakt voor individuele dienstverlening aan de burger en zijn dus niet vrij besteedbaar. In de rekening 2020 zijn de navolgende werkelijke bedragen opgenomen voor de diverse gemeentelijke heffingen die in onze gemeente van toepassing zijn. Ter vergelijking zijn ook de cijfers vermeld uit de jaarrekening 2019 en de begroting 2020 (na wijziging).

Realisatie 2019 Omschrijving

Raming 2020 na wijziging

Realisatie 2020

Leges (excl. leges omgevingsvergunning)

€ 260.643

€ 235.451

€ 255.602

Parkeerheffingen (excl. secretarieleges)

€ 261.852

€ 254.101

€ 280.674

Lig-, haven- en kadegelden

€ 59.103

€ 98.337

€ 59.567

Marktgeld

€ 3.385

€ 4.031

€ 3.420

Afvalstoffenheffing

€ 1.006.497

€ 1.594.652

€ 1.630.899

Rioolheffing

€ 1.156.218

€ 1.203.490

€ 1.140.255

Lijkbezorgingsrechten

€ 60.929

€ 64.923

€ 86.458

Leges omgevingsvergunning

€ 478.422

€ 247.785

€ 254.351

Onroerende-zaakbelastingen

€ 2.042.352

€ 2.112.575

€ 2.132.517

Hondenbelasting

€ 50.542

€ 52.256

€ 50.281

Precariobelasting

€ 532.995

€ 521.543

€ 521.101

Toeristenbelasting

€ 215.291

€ 246.392

€ 254.466

Roerende-zaakbelastingen

€ 3.385

€ 1.757

€ 3.310

Reclamebelasting

€ 52.089

€ 48.968

€ 50.094

€ 6.183.703

€ 6.686.261

€ 6.722.995

TOTAAL

Onderstaand is in een taartdiagram de percentuele verdeling van de diverse gemeentelijke heffingen ten opzichte van de totale opbrengsten weergegeven:

Pagina 69 van 181

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven Onderaan de paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt wat de opbrengsten en lasten zijn geweest, voor de belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn.

De lokale lastendruk Om een indruk te geven wat een gemiddeld huishouden uit Doesburg in 2020 aan gemeentelijke heffingen heeft betaald wordt navolgend overzicht gegeven:

Meerpersoonshuishouden in een koophuis Situatie 2019

Situatie 2020

- OZB (op basis van gemiddelde WOZ-waarde)

€ 305,00

€ 313,00

- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)

€ 220,00

€ 286,00

- Rioolheffing (bij een gemiddeld gebruik van 125 m3)

€ 273,00

€ 273,00

Totaal meerpersoonshuishoudens in een koophuis

€ 798,00

€ 872,00

Situatie 2019

Situatie 2020

Meerpersoonshuishouden in een huurhuis

Pagina 70 van 181

- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)

€ 220,00

€ 286,00

- Rioolheffing (bij een gemiddeld verbruik van 125 m3)

€ 273,00

€ 273,00

Totaal meerpersoonshuishouden in een huurhuis

€ 493,00

€ 559,00

Ten opzichte van 2019 is het tarief rioolheffing gelijk gebleven en zijn de tarieven OZB uitsluitend met de inflatiecorrectie van 3,15% verhoogd. De stijging van het gemiddeld belastingbedrag over 2020 van 9,5% bij een koophuis en 13% bij een huurhuis is vooral toe te schrijven aan de verhoging van het vastrechttarief afvalstoffenheffing met 67%. Dit was nodig om 100% kostendekking bij deze heffing te realiseren.

De lokale lastendruk vergeleken In de nota gemeentefinanciën 2020 van de provincie Gelderland is een overzicht opgenomen van de belastingdruk per inwoner per Gelderse gemeente. Om een indruk te geven van de lokale belastingdruk van de gemeente Doesburg in regionaal verband wordt het onderstaande, aan betreffende nota ontleende, overzicht gegeven (de tussen haakjes vermelde bedragen betreffen de cijfers 2019):

Gemeente

Belastingdruk per inwoner

Westervoort

€ 380 (€ 370)

Rheden

€ 402 (€ 375)

Montferland

€ 401 (€ 383)

Doesburg

€ 432 (€ 405)

Zevenaar

€ 430 (€ 390)

Duiven

€ 419 (€ 392)

Doetinchem

€ 426 (€ 408)

Bronckhorst

€ 443 (€ 414)

Gemiddelde Gelderland

€ 441 (€ 419)

De belastingdruk per inwoner in de gemeente Doesburg ligt nog steeds onder het gemiddelde van Gelderland.

Pagina 71 van 181

Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Doesburg is het kwijtscheldingsbeleid van toepassing op de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht graven, de onroerendezaakbelastingen en de rioolheffing. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Deze regeling bevat een drietal toetsen die het mogelijk maken de financiële situatie van de belastingschuldige te beoordelen: de inkomenstoets, de vermogenstoets en de schuldentoets. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om tussen drie verschillende kwijtscheldingsnormen te kiezen: de 90%-, de 95%- of de 100%-norm. Voor wat betreft de gemeente Doesburg is in de raadsvergadering van 14 december 2000 besloten om het meest ruime kwijtscheldingsbeleid toe te passen. In dat geval wordt in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 procent. Dit betekent dat, uitzonderingen daargelaten, de meeste mensen die een uitkering op bijstandsniveau hebben in aanmerking komen voor kwijtschelding. In de jaarrekening 2020 is ten laste van Programma 4 Zorg in Doesburg is voor kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen een realisatiebedrag inclusief perceptiekosten opgenomen van €216.215 (de raming na wijziging bedroeg €154.576).

Pagina 72 van 181

Titel hfdstuk

Onderwerp

Titel 1

Algemene dienstverlening

Taakveld

Dekking in %

0.2 Burgerzaken

140.372

3.661

3%

Naturalisatie en optie

0.2 Burgerzaken

15.320

9.127

60%

Reisdocumenten

0.2 Burgerzaken

13.718

27.173

198%

Rijbewijzen

0.2 Burgerzaken

155.321

54.453

35%

Burgerlijke stand

0.2 Burgerzaken

44.513

11.803

27%

Overige burgerzaken

0.2 Burgerzaken

122.114

1.011

1%

Verklaring Omtrent Gedrag (COVOG)

0.2 Burgerzaken

1.963

2.646

135%

Gehandicaptenkaart en parkeren

0.2 Burgerzaken

21.607

88.786

411%

514.929

198.661

39%

8.3 Wonen en Bouwen

410.886

253.249

62%

1.2 Openbare orde en veiligheid

2.975

1.719

58%

Algemene plaatselijke verordening 1.2 Openbare orde en veiligheid

94.126

2.637

3%

Totaal titel 3:

97.101

4.356

4%

1.022.916

456.267

45%

Titel 2

Omgevingsvergunning

Titel 3

Dienstverlening (vallend onder de Europese dienstenrichtlijn) Uitvoering bijzondere wetten

TOTAAL (titels 1,2 en 3)

7.5 Begraafplaatsen

Toe te rekenen baten

Basisregistratie personen (BRP)

Totaal titel 1:

Lijkbezorgingsrechten

Aan leges toe te rekenen lasten

Lasten

Baten

109.411

0.4 Overhead

6.070

Totale lasten

115.481

Opbrengsten belastingen

86.458

Overige opbrengsten Totale baten

86.458

Dekking

Afvalstoffenheffing 7.3 Afval

75%

Lasten

Baten

1.206.536

0.4 Overhead incl btw en rente

347.861

2.1 Straatreiniging

136.314

6.3 Kwijtschelding

93.974

Totale lasten

1.784.684

Pagina 73 van 181

7.3 Opbrengst belastingen

1.532.209

7.3 Overige opbrengsten

295.649

Totale baten

1.827.858

Dekking

Marktgeld

102%

Lasten

Baten

3.1 Economische ontwikkeling

12.674

0.4 Overhead

8.491

Totale lasten

21.165

Opbrengst marktgelden

3.974

Totale baten

3.974

Dekking

19%

Rioolheffing

Lasten

Baten

7.2 Riolering

642.970

0.4 Overhead incl btw en rente

302.635

2.1 Straatreiniging

136.314

6.3 Kwijtschelding

97.889

Totale lasten

1.179.808

7.2 Opbrengst heffingen

1.140.255

7.2 Overige opbrengsten

13.991

Totale baten Dekking

1.154.246 98%

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Daarbij worden de risico's meegenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is - tenzij anders vermeld in deze paragraaf - gebaseerd op de situatie eind 2020. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

Pagina 74 van 181

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten - die onverwachts en substantieel zijn - te kunnen afdekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder de incidentele weerstandscapaciteit wordt de capaciteit verstaan die de gemeente heeft om eenmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder de structurele weerstandscapaciteit worden die middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen. De weerstandscapaciteit van de gemeente Doesburg is: Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit

€ 750.000

Totaal structurele weerstandscapaciteit

€ 750.000

Incidentele weerstandscapaciteit

Algemene reserve

€ 4.645.586*

Stille reserves materiële bezittingen

€ pm

Stille reserves financiële bezittingen

€ pm

Onvoorzien

€ 15.000

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

€ 4.660.586

* na bestemming resultaat en verwerking van het resultaat 2020

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is voor de gemeente Doesburg is op grond van gegevens van de provincie Gelderland berekend op afgerond € 750.000. Deze is opgebouwd uit de onderstaande posten: Afvalstoffenheffingen: De afvalstoffenheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening structureel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Pagina 75 van 181

Rioolheffingen: De rioolheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening eveneens structureel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel ook geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Onroerend zaakbelasting (OZB): Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in de provincie Gelderland (2020: €257 per inwoner) en de OZB belastingdruk in de gemeente Doesburg (2020: € 190 per inwoner) is er sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van afgerond € 67 per inwoner. Dit geeft een totale onbenutte OZB capaciteit van afgerond €750.000. Algemene reserve De algemene reserve bedraagt per 31-12-2020 € 5.199.718 De raad heeft voor een bedrag van € 152.000 dekking bestemd ten laste van de algemene reserve. Daarnaast is er een negatief resultaat van € 402.000 welke in principe ten laste zal komen van de algemene reserve. Voor een specificatie hiervan wordt verwezen naar de toelichting op de balans in de jaarrekening. Rekening houdend met deze mutaties resteert voor de incidentele weerstandscapaciteit een bedrag van afgerond € 4.660.586 Stille reserves materiële bezittingen en financiële bezittingen Onder een stille reserve wordt verstaan het (positieve) verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet-bedrijfsgebonden vaste activa.

Een niet-bedrijfsgebonden actief zou kunnen worden afgestoten zonder dat het functioneren van de organisatie van de gemeente Doesburg in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten, die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen. Stille reserves in materiële bezittingen: Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen: Objectnr.

Activa Omschrijving nr.

Boekwaarde

Actuele waarde (WOZ waarde 11-20)

Saldo

€ 25.490

€ 93.000

€67.510

€0

€ 583.000

€ 583.000

0

€ 215.000

€215.000

€ 34.577

€1.015 .000

€ 980.423

1128

144

Clubhuis harmonie Burgemeester Nahuyssingel 2

1275

-

Parkeerplaats de Bleek Burg. Flugi van Aspermontlaan

2126

98

Sporthal/sportzaal Armgardstraat 2a

3929

417

Sportterrein Looiersweg 2

4227 / 4489

-

Sportzaal Wilgenstraat 2 en peuterspeelzaal

€0

€ 301.000

€ 301.000

4490

249

Sporthal Beumerskamp Breedestraat 39

€0

€ 946.000

€ 946.000

5832

-

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd Marijkelaan 1

€0

€ 230.000

€ 230.000

Pagina 76 van 181

8675

-

Oranjesingel 22 grond

€0

€ 62.000

€ 62.000

8676

418

Oranjesingel 22 grond 2

€0

€ 201.000

€ 201.000

€ 60.067

€ 3.646.000

€ 3.585.933

Totaal

Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze bezittingen wel tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend. Deze activa zijn namelijk voor het goed functioneren van de organisatie van belang. De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2020). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZ-waarde minimaal € 45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van deze stille reserves beperkt worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met de berekende stille reserve in materiële bezittingen. Stille reserves in financiële bezittingen: Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen. Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen: Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

€ 69.030

€ 2.476.500

€ 2.407.470

Aandelen Alliander

€ 8.168

€ 4.791.800

€ 4.783.632

Aandelen Vitens

€ 1.997

€ 1.281.600

€ 1.279.603

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

€ 22.235

€ 181.000

€ 158.765

Totaal

€ 101.430

€ 8.730.900

€ 8.629.470

De opbrengstwaarde (c.q. intrinsieke waarde) is gebaseerd op het eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele aandeel van de gemeente Doesburg daarin. Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt bij de berekening van de weerstandscapaciteit ook geen rekening gehouden met deze berekende stille reserve.

Onvoorzien De post onvoorzien is voor de gemeente Doesburg bepaald op een bedrag van €15.000. Inventarisatie van de risico’s

Pagina 77 van 181

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen. Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt: 

Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;

Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;

Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;

Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen.

Structurele risico’s Fluctuaties gemeentefonds De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt zo'n 60% deel uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen derhalve de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft een omvang van rond de 20 miljoen euro. Het risico wordt geschat op 3% van dit bedrag te weten € 600.000 Herijking gemeentefonds De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft onlangs mede namens de staatssecretaris van Financiën de adviesaanvraag ingediend bij de Raad voor het Openbaar bestuur voor het verdeelvoorstel herijking gemeentefonds. In een bijgaande notitie zijn de herverdeeleffecten per gemeente uiteengezet. Voor Doesburg pakt de herverdeling helaas negatief uit. Vooralsnog moeten we rekening houden met een structureel lagere gemeentefondsuitkering van uiteindelijk 44 euro per inwoner oftewel ongeveer € 500.000. Na ontvangst van het ROB-advies wordt ook de VNG nog geconsulteerd. Na afronding van de besluitvorming door het volgend kabinet vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats.

De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden vastgesteld. Er is overigens een ingroeipad voorzien van maximaal € 15 per inwoner per jaar vanaf 2023 tot en met 2026, zowel bij voordeel- als nadeelgemeenten met een negatieve respectievelijk positieve suppletie. Open einde regelingen sociaal domein Het sociaal domein bevat een aantal open einde regelingen. Dit betreft dan met name de Participatiewet, de Jeugdzorg en de Wmo. De laatste jaren zijn de Jeugdzorg en Wmo budgetten niet Pagina 78 van 181

toereikend gebleken. Dit risico blijft zich voordoen en wordt ingeschat op € 750.000 met een kans van 50%. Incidentele risico’s Impact van het Corona-virus Het COVID-19 (Corona) virus heeft naar verwachting veel invloed op beleidsterreinen van onze begroting 2020 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn, is nog niet in volle omvang te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

Verleende gemeentegaranties De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder: Geldnemer

Restantbedrag

Risicoprofiel

Kwalificatie

31-12-2020

Zorggroep Attent

€ 241.197

Middel

Gestichten van Weldadigheid

€ 2.160.000

Laag

Totaal

€2.401.197

€ 240.120

Het risico op deze waarborgen wordt ingeschat op 10%, te weten € 240.120 (afgerond). Aan derden verstrekte geldleningen Daarnaast heeft onze gemeente een aantal leningen verstrekt aan derden. Aan de terug ontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Dit betreft met name de navolgende leningen: Geldnemer

Restantbedrag

Risicoprofiel

Kwalificatie

31-12-2020 Woonservice IJsselland

€ 1.216.714

Laag

Zwembad Den Helder*

€ 744.307

Laag

Tennisvereniging TVD 2002

€372.731

Middel

Vitens

€ 47.740

Laag

Totaal

€ 2.381.492

€119.075

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. Het risico op de verstrekte geldleningen wordt ingeschat op 5%. Dit komt neer op ene bedrag van € 119.075 De kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte leningen wordt laag ingeschat vanwege de onderstaande calculatie: Pagina 79 van 181

Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2020

€ 744.307

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde €1.556.000 per peildatum 1-1-2020)

€ 1.244.800

Maximaal risico

€0

Verbonden partijen Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf “Verbonden partijen”. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Rekening wordt gehouden met een maximaal risico van € 500.000 en een kans van 10%. Algemene risico’s bouwgrondexploitatie Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde per 31 december 2020. Binnen Doesburg hebben we op dit moment te maken met 2 grexen. Beiden bevinden zich in de eindfase, gevolg hierbij is dat we een negatieve boekwaarde hebben (meer opbrengsten dan lasten). Voor de verwachte negatieve eindresultaat hebben wij reeds een voorziening getroffen. Het is niet gebruikelijk om een negatieve risico op te nemen van 20% van de huidige boekwaarde (totaal €-96.929). Derhalve nemen we voor de Grexen geen risico mee in de kwantificering.

In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien: Structurele risico’s

Kans

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Fluctuaties gemeentefonds

3%

€ 20.000.000

€ 600.000

50%

€ 500.000

250.000

50%

€ 750.000

€ 375.000

€ 21.250.000

€ 1.225.000

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Herijking gemeentefonds

Open einde regelingen sociaal domein

Totaal

Incidentele risico’s

Kans

Pagina 80 van 181

Verleende gemeentegaranties

10%

€ 2.401.197

€ 240.120

Verleende geldleningen

5%

€ 2.381.492

€ 119.075

Verbonden partijen

10%

€500.000

€ 50.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

20%

0

0

€ 5.282.689

€409.195

Totaal

Berekening weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

Dynamisch weerstandsvermogen

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

€ 1.225.000

Structurele risico’s

€ 750.000

Saldo (overschot):

€ 475.000

Statisch weerstandsvermogen

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit

€ 4.660.586

Incidentele risico’s

€ 409.195

Saldo (overschot)

€4.251.391

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat de structurele weerstandscapaciteit niet toereikend is. De incidentele weerstandscapaciteit is ruim toereikend.

Kengetallen

De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het voor de raad gemakkelijker inzicht te krijgen in de Pagina 81 van 181

financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen.

Jaarrekening 2020

Verloop van de kengetallen

Kengetallen:

Werkelijk Werkelijk 2018 2019

Raming 2020

Werkelijk 2020

Netto schuldquote

-/- 14,99% -/-11,24%

6,01%

-/-0,96%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-/- 28,85% -/-25,76%

-/-6,13%

-/-13,57%

Solvabiliteitsratio

77,94%

77,81%

76,66

67,39%

Grondexploitatie

6,59%

1,24%

6,03%

-0,27%

Structurele exploitatieruimte

-/-1.47%

0,58%

0,22%

-7,92%

Belastingcapaciteit

101,96%

101,84%

102,59

107,20%

Gemeente Doesburg heeft veel eigen vermogen en geen langlopende schulden. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we een beperkt risico lopen met grondexploitaties. Onze structurele exploitatieruimte laat zien dat baten vrijwel gelijk zijn aan lasten.

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan: 

het beleidskader

het beheer

actuele ontwikkelingen

kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

C.1 Wegen 1.1 Het beleidskader De gemeente heeft de plicht een openbare weg te onderhouden (art. 15 Wegenwet), met uitzondering van Rijks en provinciale wegen. Verder kan de gemeente, als wegbeheerder, aansprakelijk worden gesteld op basis van het Burgerlijk Wetboek. Er zijn daarvoor twee mogelijke vormen: risico- (art. 6:174) en schuldaansprakelijkheid (art. 6:162). Bij schuldaansprakelijkheid moet het slachtoffer bewijzen dat de wegbeheerder een fout heeft gemaakt, er moet sprake zijn van een gebrek aan de weg. Bij risicoaansprakelijkheid hoeft dit bewijs niet te worden geleverd.

Pagina 82 van 181

Vanwege zowel de onderhoudsplicht als de mogelijke aansprakelijkheidstelling is het voor de gemeente van belang haar wegen goed te onderhouden. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor Rationeel wegbeheer (CROW-publicatie 147) van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW), een nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Als de gemeente werkt volgens deze richtlijnen kan zij aantonen dat er naar behoren wordt onderhouden. In 2017 is het Beleidsplan Wegen vastgesteld, waarin wet- en regelgeving, lokale ambities, etc. zijn vertaald in kaders. Zo is er onder andere vastgesteld dat we werken met beeldkwaliteiten, conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK). In genoemd beleidsplan is onder andere vastgesteld dat zal worden gewerkt aan een wegenlegger en een rehabilitatieplan. 1.2 Het beheer In 2017 is het Beheerplan Wegen vastgesteld. In dit beheerplan wordt de (gewenste) werkwijze beschreven ten aanzien van beheer en onderhoud. Het wegenareaal wordt bijgehouden in een geautomatiseerd (beheer)systeem. Daarbij worden diverse zaken vastgelegd die van belang zijn voor het juiste beheer. t Door middel van een inspectie wordt frequent de huidige staat van het areaal in beeld gebracht.

Op basis van een maatregelpakket wordt een planning voor de korte termijn door de beheersoftware gegeneerd; met een maatregeltoets worden de feitelijke werkzaamheden vorm gegeven in een onderhoudsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar groot en klein onderhoud. Groot onderhoud betreft voorziene werkzaamheden, voorvloeiend uit de inspectie. Bij klein onderhoud is er een budget van een bepaalde omvang vastgesteld, omdat de (landelijke) ervaring leert dat een beperkt deel van de werkzaamheden zich moeilijk laten voorspellen. Daarnaast wordt gekeken of werkzaamheden integraal opgepakt kunnen worden, dat wil zeggen dat samen met andere producten (bijv. riolering) projecten worden gevormd of dat ze met andere voorgenomen projecten kunnen meeliften. In 2020 wordt gewerkt aan worden aan een budget voor de lange termijn, zodat in de begroting rekening gehouden kan worden met toekomstige pieken. Voor dit budget moeten voor de beheersoftware nog de onderhoudscycli met de bijbehorende maatregel en bedragen worden geformuleerd. Hetzelfde geldt voor de rehabilitatiekosten. Dit betreft de kosten voor het in z’n geheel vervanging van de weg, inclusief fundering. Medio 2020 kan op basis hiervan uitvoering worden gegeven aan Groot onderhoud en Rehabilitatie wegen.

1.3 Actuele ontwikkelingen Bij de vaststelling van het beleidsplan en het beheerplan is vastgesteld dat de kwaliteit van de beheergegevens moet worden verbeterd. In 2020 zal hieraan verder worden gewerkt. Enerzijds betreft dit uitdetaillering areaalinformatie, anderzijds betreft dit onderhoudscycli en rehabilitatiekosten. Het rehabilitatieplan wegen zal conform toezegging aan de Raad gereed zijn met de kadernota 2021. In 2019 is opdracht verleend aan een extern bureau om een wegenlegger op te stellen. De wegenlegger is een wettelijk verplicht plan (artikel 27 Wegenwet) en regelt de openbaarheid en onderhoudsplicht van de wegen buiten de bebouwde kom. De wegenlegger is in concept gereed. Het bevoegde gezag om de wegenlegger vast te stellen is GS van Provincie Gelderland. Om de wegenlegger door GS vast te laten stellen, is het eerst nodig om de bebouwde komgrenzen te actualiseren. De bebouwde komgrenzen zijn in 1994 voor het laatst geactualiseerd. De vaststelling

Pagina 83 van 181

van de geactualiseerde bebouwde komgrenzen gebeurt in 2020 door de Raad (in het kader van de Wegenverkeerswet) en daarna door GS (t.b.v. de wegenlegger). Als de geactualiseerde komgrenzen zijn vastgesteld, zal de concept-wegenlegger in 2020 ter inzage worden gelegd (voor een periode van 6 weken) en daarna ter vaststelling aan GS worden aangeboden. In het kader van duurzaamheid zal er gekeken moeten worden naar energie- en materiaalgebruik. Voor wegen zou in het kader hiervan gekeken kunnen worden of asfalt met een bepaalde mate van wegdekreflectie toegepast kan worden op bijv. kruisingen, ter vervanging van openbare verlichting. 1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 351.000 m2 verharding, waarvan 134.000 m2 asfalt (hoofdzakelijk rijwegen en fietspaden) en 217.000 m2 elementenverharding (hoofdzakelijk woonstraten en voet- en fietspaden). C.2 Riolering 2.1 Het (wettelijk) beleidskader Gemeenten hebben op grond van de Wet milieubeheer (Wm) een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en een zorgplicht voor grondwater. Waterschappen hebben op grond van de Waterschapswet, in samenhang met de Waterwet, een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater. In de wet milieubeheer is een voorkeursvolgorde voor afvalwater vastgelegd.

In de wet wordt gesproken van “stedelijk afvalwater”. Daarnaast zijn er nog twee aparte zorgplichten, de hemelwaterzorgplicht en de zorgplicht voor grondwater. Deze laatste zijn verankerd in de Waterwet. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater wordt ingevuld door de aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool. Met de zorgplicht wordt invulling gegeven aan de implementatie van de EU-richtlijn stedelijk afvalwater. De zorgplicht voor het hemelwater bestaat uit een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. De eigenaar van particulier terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in een plan. De zorgplicht voor het grondwater bestaat uit een aantal elementen die tezamen bepalen of de gemeente verantwoordelijk kan worden gehouden om nadelige grondwaterstandgevolgen te voorkomen. Het betreft o.a. om de zorgplicht in openbaar gebied en om structureel nadelige gevolgen voor de grondwaterstand. Klimatologische omstandigheden (waaronder calamiteiten zoals extreme neerslag en overstroming door rivieren) die kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand vallen daar niet onder. Ook valt de zorg voor particuliere terreinen niet onder de wettelijke zorgplicht voor het grondwater.

Indien voldaan wordt aan alle elementen van de grondwaterzorgplicht tezamen, dan is de gemeente gehouden maatregelen te treffen om de grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. De zorgplicht voor het grondwater heeft het karakter van een inspanningsverplichting omdat het grondwaterpeil geen eenvoudig te sturen beheergebied is. Er is dan ook een zekere mate van beleidsvrijheid voor de aanpak die rekening houdt met lokale omstandigheden.

Pagina 84 van 181

In februari 2018 heeft de gemeenteraad het Watertakenplan Olburgen 2018 – 2022 (WTPO) vastgesteld. De gemeenten Bronckhorst, Rheden en Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel hebben gezamenlijke een visie opgesteld en uitgewerkt in dit plan voor de riolering en zuivering. De rioleringen van deze gemeenten brengen het afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Olburgen van Waterschap Rijn en IJssel. De rioolstelsels en RWZI vormen samen één afvalwatersysteem. Door samen te werken en de inspanningen op elkaar af te stemmen kunnen we van elkaar leren met als gevolg effectiever en efficiënter te werken. In het WTPO zijn de watertaken (visie, doelen, programma etc.) vastgelegd. Onderdeel van dit plan is een kostendekkingsplan waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen. Belangrijke aspecten uit het WTPO zijn onder andere: 

Het blijven bijdragen aan een goede volksgezondheid, door het inzamelen, transporten en/of verwerken van afval-, hemel- en grondwater;

Het voorkomen van wateroverlast;

Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;

Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

Het beleid is gericht op: 

Zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;

Zo min mogelijk overlast voor de omgeving;

Waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.

2.2 Het beheer Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het WTPO zijn opgenomen en vindt met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarvan een belangrijk element. In Beinum zorgen drie rioolgemalen voor de afvoer van het afvalwater. Twee van deze gemalen (RG Broekhuizen en RG Molengaarde) zijn recent gerenoveerd. RG Hermaat is al in een eerder stadium gerenoveerd. Een belangrijk hulpmiddel voor het beheer en onderhoud is het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Brockhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met het waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel. Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€ 380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten, Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn Pagina 85 van 181

daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem gaat ons daar bij helpen met behoud van de eigen autonomie. Daarnaast werken wij met het zogenaamde RTC (Real Time Control). Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit gebeurt door middel van beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel. Water op straatsituaties en rioolwater overstorten op oppervlaktewater worden hiermee teruggebracht. Wij hebben ons aangesloten bij Operatie Steenbreek (OS). Met de deelname aan dit project wordt beoogd om zowel de openbare als de particuliere ruimte te vergroenen en de trend van verstening te keren. Waarom vergroenen? 1. Verstening geeft een versnelde afvoer van regenwater, die tot overbelasting van de riolering kunnen leiden; 2. Verstening versterkt hitte-stress; 3. Verstening vermindert de ruimte voor biodiversiteit; 4. Verstening zorgt voor perioden van droogte dat er minder water beschikbaar is; 5. Verstening heeft een negatief effect op de luchtkwaliteit; 6. Een groene leefomgeving werkt stress verminderend en heeft een algemeen positief effect op de gezondheid en het welzijn van de mens.

Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen “foutieve” aansluitingen speciale aandacht. Het gaat hier om het stelsel in Beinum en Campstede. "Foutieve" aansluiting zijn vuilwater huisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste zorgen er voor dat er te veel schoonwater naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd. Met behulp van nieuwe technieken is in dit jaar het onderzoek naar "foutieve" aansluitingen gestart. Meer hierover in Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen C.3 Water.

2.3 Actuele ontwikkelingen In 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. Doelstelling is drieledig: o

het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van €380 miljoen op de jaarlijkse kosten;

Pagina 86 van 181

o

het verminderen van de kwetsbaarheid;

o

het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen.

Op de RWZI (RioolWaterZuivering Installatie) Olburgen wordt het afvalwater van de gemeente Doesburg, een deel van de gemeente Bronckhorst en een deel van de gemeente Rheden gezuiverd. Daarnaast gaat het afvalwater van het dorp Angerlo (gemeente Zevenaar) via het stelsel van Doesburg ook naar de RWZI in Olburgen. Dit is dan ook de reden dat Doesburg heeft gekozen voor een intensievere samenwerking binnen het in 2014 opgerichte AWT Olburgen (Afvalwaterteam). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW 2011. Doesburg heeft in 2016 Wateroverlast gehad door hevige regenval. Dit is aanleiding geweest om samen met de bewoners de klachten te inventariseren. Naar aanleiding van een quick scan, die is uitgevoerd om te kijken naar de mogelijkheden om wateroverlast in de toekomst terug te dringen, is het rioolstelsel doorgerekend en is een hemelwaterstructuurplan voor de binnenstad opgesteld. Aan de hand van de berekeningen en de hoogteligging van straten is in dit plan aangegeven hoe om te gaan met het regenwater. Afvoeren kan soms bovengronds via goten. In een andere situatie zal er een extra hemelwaterriool worden aangelegd. In de meeste gevallen wordt gestreefd naar het separaat inzamelen van de verschillende waterstromen.

Rood is een hoog liggend gebied en geel een lager gelegen gebied

Pagina 87 van 181

Naar aanleiding van het hemelwaterstructuurplan zijn dit jaar een aantal projecten opgestart om de wateroverlast terug te brengen. Het betreft: 

Het vervangen van het vuilwaterriool en aanleggen van regenwaterriool in de Windmolenstraat;

Het vervangen van het vuilwaterriool en aanleggen van regenwaterriool in de Hogestraat;

Het aanleggen van een regenwaterriool in de Koepoortstraat;

Het maken van een bodempassage in het Theo Colenbranderplantsoen.

In voorbereiding zijn het aanleggen van een regenwaterriool in de Bergstraat, Gasthuisstraat en een gedeelte van de Meipoortstraat.

2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren met betrekking tot riolering zijn verwerkt in het WTPO. C.3 Water 3.1 Het beleidskader Water en ruimtelijke ordening zijn steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom wordt water beter ingebed in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen. Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming. Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen. Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) van 2008. De watertoets is ook verplicht voor een omgevingsvergunning van een afwijkend bestemmingsplan. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om zowel grond- als oppervlaktewater.

De mogelijke gevolgen van een nieuwe ontwikkeling (veiligheid en wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging, e.d.) moeten in beeld worden gebracht. Met de komst van de Omgevingswet is de waterwet uit 2009 nagenoeg geheel opgenomen in het stelsel van de nieuwe Omgevingswet. Water zal daardoor meer integreren met andere aspecten van de fysieke leefomgeving. Daarbij vinden tal van aanpassingen plaats. Zo wordt de watervergunning een omgevingsvergunning en veranderen de regels voor lozingen. Voor projecten komt er een projectbesluit in plaats van het projectplan. Ook de ruimtelijke ordening gaat er anders uitzien. Zo worden bestemmingsplannen opgevolgd door het omgevingsplan en veranderen de procedures bij de omgevingsvergunning. Waterbeheer was al geen zaak meer van één partij, maar wordt door de komst van de nieuwe omgevingswet een hecht samenspel van de verschillende disciplines. In toenemende mate zal de Pagina 88 van 181

samenwerking met waterbeheerders als Rijkswaterstaat en het waterschap Rijn en IJssel intensiever worden. De “stedelijke wateropgaaf” vraagt in de toekomst nog meer onze aandacht. Water houdt zich immers niet aan gemeente- en nationale grenzen. Aandachtspunten zijn (en blijven) extra ruimte voor waterberging en het apart inzamelen van regenwater. De capaciteit van het rioleringsstelsel dient hierop afgestemd te worden zodat de veiligheid van onze burgers voor de toekomst is gewaarborgd. Met ingang van 2015 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn schrijft de waterkwaliteit voor van Europese wateren. Hiermee wordt de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa gewaarborgd en beschermd. Voor het bereiken hiervan is in Nederland een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en NordrheinWestfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost. Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van "foutieve" aansluitingen (zie ook bij 3.3.

Actuele ontwikkelingen) in de gescheiden rioolstelsels.

3.2 Het beheer Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer. Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, waterschap Rijn en IJssel, in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld is op één locatie een zogenaamde kroosslurper aangebracht. De waterpartijen in Beinum zijn in 2007 in beheer bij het waterschap Rijn en IJssel gekomen. In dit jaar is de doorstroming van de stadgrachten aanmerkelijk verbeterd door het aanleggen van vijf nieuwe duikers. Het betreft duikers die de stadsgrachten met elkaar verbinden. De nieuwe duikers zijn zodanig aangelegd dat in de toekomst kroosvorming zal afnemen. Door een grotere diameter kan het beheer efficiënter (minder verstoppingen) plaatsvinden. Hiermee is een een belangrijke stap gezet in de verbetering van de doorstroming en het terugdringen van kroosvorming van het watersysteem in de binnenstad.

3.3 Actuele ontwikkelingen Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen “foutieve” aansluitingen een speciale aandacht. Het gaat hier om het stelsel in Beinum en Campstede. "Foutieve" aansluiting zijn vuilwater huisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste zorgen er voor dat er te veel schoonwater naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd.

Pagina 89 van 181

Door het herstellen van "foutieve" aansluitingen op het regenwatersysteem komt er minder vuilwater in de vijvers. Daardoor zal de waterkwaliteit van het watersysteem verbeteren. Een onderzoek naar de "foutieve" aansluitingen voor het gebied Molengaarde en Leigraafseweg heeft in 2008 en 2009 plaatsgevonden. De primaire aanleiding was toen de overbelasting van het vuilwaterstelsel. De gevonden "foutieve" aansluitingen zijn hersteld. In het kader van het verbeteren van de doorstroming en waterkwaliteit van de vijvers in Beinum is dit jaar het onderzoek naar foutieve aansluitingen verder uitgebreid. Met behulp van nieuwe technieken wordt dit onderzoek momenteel opgepakt. Waterschap en gemeente willen de komende jaren de doorstroming en de waterkwaliteit van de vijvers in Beinum verbeteren. Opheffen van foutieve rioolaansluitingen is hier een onderdeel van. Daarnaast is samen met het waterschap en de bewoners het project “Beinum gaat naar buiten” opgestart. Met dit project wordt beoogd om het watersysteem en de groene ruimten in Beinum aan te passen en waar nodig te verbeteren. Deltaprogramma Het gaat hier om een nationaal programma wat jaarlijks wordt geactualiseerd. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken erin samen. Ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en organisaties met veel kennis over water zijn erbij betrokken.

De kern van het programma is ons land in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt. De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht. Deltaprogramma en Doesburg Doesburg heeft samen met IJsselgemeenten uit de regio, de provincie en RWS gewerkt aan de zogenaamde voorkeurstrategie IJssel (VKS) Dit is een langetermijnperspectief, waarin op hoofdlijnen is aangegeven op welke wijze de regio wil anticiperen op de opgave van de hoogwaterveiligheid. De VKS IJssel is geen blauwdruk, maar meer een bouwsteen voor het Deltaprogramma Rivieren en het Nationaal Waterplan. Daarnaast geeft de voorkeursstrategie inzicht in de wijze waarop de regio denkt te anticiperen op de hoogwaterveiligheid.

Door maatregelen per tijdspad te duiden, zijn maatregelen op de korte termijn toekomstbestendig, en worden maatregelen op de lange termijn niet onmogelijk gemaakt. De voorkeursstrategie is een dynamisch document en bestaat uit een mix van maatregelen. Dijken op orde brengen, piping aanpakken (lekkende dijken) het beschermingsniveau actualiseren i.p.v. kans benadering en de gevolgen van klimaatverandering opvangen.

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (RWS en waterschap). De Pagina 90 van 181

overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten etc.) wat in beheer is bij het waterschap Rijn en IJssel. De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Maar ook de gemeente speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming. C.4 Groen 4.1 Het beleidskader Het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014 vormen het gemeentelijk beleidskader ten aanzien van het stedelijk groen en geven richting aan het na te streven eindbeeld. De gemeente Doesburg wenst via het Groenstructuurplan en Bomenbeleidsplan haar beleid aangaande het stedelijk groen nader te structureren in met name te ontwikkelen bebouwingslocaties. Beide beleidsplannen dienen een stelselmatige inrichting en doelgericht beheer van de Openbare Ruimte.

4.2 Het beheer De visie voor het beheer van het openbaar groen moet zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin de structuur en kwaliteit zijn omschreven en een beheerplan waarin de uitvoering en de kosten worden verantwoord. Een hulpmiddel hierbij is het gemeentelijke groenbeheersysteem. Het groenbeheerplan is in 2013 opgesteld en dient in 2020-2021 geactualiseerd te worden. T.b.v. de uitvoering ”buiten“ zijn onderhoudsbestekken gemaakt die uitgaan van het beheer op “beeldkwaliteit”. Ingaande 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel en maakt dit werk onderdeel uit van de overeenkomst die de gemeente heeft met Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk en de kwaliteit hiervan ligt bij team Leefomgeving. De uitvoeringsprogramma?s van het onderhoud hebben een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. De hoofdgroepen in het beheer kunnen als volgt worden omschreven: 

groenbeheer door gemeente en Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst.

het beheer van gazons, bermen door Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst en sportvelden door aannemer middels uitbesteding

boombeheer door gemeente en groenaannemer middels uitbesteding.

4.3 Actuele ontwikkelingen Via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Circulus Berkel wordt momenteel het openbaar groen binnen de gemeente beheerd. De huidige populatie SW-medewerkers blijven werkzaam in Doesburg en er wordt fors uitvoering gegeven aan het begrip Social Return. Het voorliggende beheerplan voorziet in een kwaliteitsslag in het centrum en de centra in de wijken. Hiervoor is in 2018 begonnen met het opstellen van een groenrenovatieplan voor alle wijken in de gemeente Doesburg. Vervolgens kan dit plan gefaseerd uitgevoerd gaan worden waarbij rekening gehouden wordt met het omvormen van groen, waar dit gewenst is, naar gazon dan wel vaste planten. In 2019 is besloten om het renovatieplan voor groen, alleen uit te voeren in de wijk Beinum. Hierdoor

Pagina 91 van 181

blijft het groen dat niet wordt gerenoveerd in de overige wijken een verhoogde onderhoudslast kennen. De weg zoals deze nu is ingezet, wordt in 2020 doorgezet. Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur. De gemeente heeft voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. De achterstand in de onderhoudstoestand is in 2019 verder aangepakt door boomonderhoud in de wijk Molenveld Noord en Zuid. De inhaalslag wordt gecontinueerd om het bomenbestand naar het gewenste en vereiste kwaliteitsniveau te brengen. Wel is een groot gedeelte van de boomsoort essen aangetast door de essentaksterfte. Dat heeft vooral grote consequenties voor de essenlanen in het buitengebied. Momenteel is geen budget voorzien om de essenlanen te vervangen, wat tot hogere onderhoudslasten leidt.

4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Het openbaar groen omvat ca. 55 hectare. Hiervan hoort ongeveer 2 hectare bij de voetbalvelden aan de Oranjesingel, waarvan één natuurgrasveld (dat wordt onderhouden door Gemeente Doesburg) en één kunstgrasveld (dat wordt onderhouden door Sportclub Doesburg). Daarnaast wordt momenteel ongeveer 2 hectare omgevormd naar tennisbanen. Effectief heeft de Gemeente Doesburg ongeveer 51 hectare openbaar groen in beheer. Het totale bomenbestand dat de gemeente in beheer heeft, beslaat afgerond 5.330 stuks.

C.5 Gebouwen 5.1 Het beleidskader De verordening voorziening onderwijshuisvesting vormt het beleidskader voor het beheer van onze schoolgebouwen. In Doesburg zijn 3 gebouwen in gebruik met een onderwijsbestemming. In 2019 werd het schoolgebouw aan de Begoniastraat 42b (locatie Ooi) niet meer gebruikt voor het onderwijs. De juridisch eigendom van het pand is inmiddels aan de gemeente overgedragen. De schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan de basisscholen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreeks een rijksvergoeding. Op schoolgebouwen wordt onderstaand dan ook niet verder ingegaan. November 2020 is, na instemming van 2 amendementen, de strategische koers voor het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. Deze strategische koers, biedt een duidelijk kader voor de vraag waarom Doesburg vastgoed in haar bezit heeft. De gemeente Doesburg heeft vastgoed in bezit: 

Omdat het bijdraagt in het bereiken van beleidsdoelen. Bijvoorbeeld door huisvesting te bieden aan maatschappelijke activiteiten en organisaties;

Voor het verlenen van excellente dienstverlening aan onze burgers die bovendien laagdrempelig en goed toegankelijk is. We werken vanuit het principe één-loket voor alle vragen. Daar hoort bij één balie en ook goede werkplekken voor onze medewerkers en faciliteiten voor medewerkers van andere hulporganisaties;

Om de historische waarden van de monumenten in eigendom te behouden, zowel op het gebied van de collectieve kwaliteit en aantrekkingskracht van de binnenstad als op het gebied van individuele monumentale gebouwen.

Pagina 92 van 181

De strategische koers is kader stellend, waardoor raad en college zicht hebben en houden op het lange termijn perspectief als zij keuzes maken over gebouwen. Ook investeringsbesluiten worden daardoor minder ad hoc genomen. Het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) gemeentelijke gebouwen bevat het kader voor het beheer van het gemeentelijk vastgoed. In het onderhoudsbeheerplan wordt hoofdzakelijk uitgegaan van een kwaliteitsniveau 2. Dit kwaliteitsniveau staat gelijk aan goed onderhoud. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties en het gebouw van de Harmonie hiervoor geldt momenteel kwaliteitsniveau 4, Matige conditie. Het verouderingsproces heeft het element duidelijk in zijn greep. De functievervulling van elementen is incidenteel in gevaar. Het gebouw kan nog wel veilig en gezond in gebruikt worden genomen. Reden hiervoor is de strategische koers gemeentelijk vastgoed en de keuze die gemaakt wordt voor de sportaccommodaties. Het MJOP is in 2016 vastgestelde, het huidige onderhoudsplan dateert uit 2017, het MJOP wordt jaarlijks bijgewerkt en om de 4 jaar geactualiseerd. In 2021 is de volgende actualisatie, waarbij de bijbehorende dotatie door de Raad wordt vastgesteld. 5.2 Het beheer Voor het beheer en technisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van het eerder genoemde MJOP. Dat is ondergebracht in een geautomatiseerd systeem.

Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Een MJOP is in de basis ook altijd een dynamisch document, dat jaarlijks op basis van de status van het object en het uitgevoerd onderhoud wordt bijgesteld. 5.3 Actuele ontwikkelingen Er wordt gewerkt aan een uitvoeringsagenda op basis van de vastgestelde strategische koers gemeentelijk vastgoed. Zodra deze agenda is vastgesteld zal een nieuw MJOP ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Waarschijnlijk tweede helft 2021. Er loopt een onderzoek naar de herstructurering van de binnen sportaccommodaties. Gevolg is dat er een keuze is gemaakt in de wijze van beheer van de huidige accommodaties. De sportaccommodaties worden om die reden beheerd op kwaliteitsniveau 4. Het stadhuis, met name het monumentale gedeelte, zou vanaf 2021 worden gerestaureerd en verduurzaamd. De vochtproblematiek aan de buiten muren zou worden opgelost. Hiervoor is een provinciale subsidie beschikbaar gesteld. De uitvoering moet uiterlijk oktober 2022 gereed zijn. De gemeentelijke investeringsbijdrage moet hiervoor nog beschikbaar gesteld worden. Vooralsnog wordt hier geen uitvoering aan gegeven, de gelden zijn niet beschikbaar gesteld. Gevolg kan zijn dat de provinciale subsidie (deels) moet worden terugbetaald. Ook het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed loopt hierdoor vertraging op.

Voor het instandhouden van de rijksmonumenten in eigendom van de gemeente is rijkssubsidie verkregen vanuit de stimuleringsregeling instandhouding monumenten (SIM). Deze SIM wordt om de 6 jaar geactualiseerd. In het kader van duurzaamheid wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. 5.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Pagina 93 van 181

Het gemeentelijk vastgoed betreft de navolgende objecten: Kwaliteit Gebouw

Adres

Bouwjaar b.v.o m² niveau

Stadhuis

Philippus Gastelaarsstraat 2

1475

3433

2

Sporthal

Breedestraat 39

1980

2719

4

Gymzaal

Wilgenstraat 2

1973

491

4

Gymzaal

Armgardstraat 22a

1976

491

4

Mauritskazerne

Halve Maanweg 3

1994

1090

2

Stads- en streekarchief Nieuwstraat 2-4

1907

943

2

Jongerencentrum

De Linie 2

2006

796

2

De Harmonie

Burgemeester Nahuyssingel 2a 1970

338

4

Martinitoren

Markt 2

1960

504

2

Poortgebouw

Meipoortwal 3

1815

61

2

Baarhuisje

Meipoortwal 3

1873

20

2

Stadswerf

Parallelweg Den Helder 2

2017

832

2

De Linie 4 (huur)

De Linie 4

2006

1279

2

Grafmonument

Meipoortwal 3

nb.

4

C. 6 Openbare verlichting 6.1 Het beleidskader De openbare verlichting draag bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het beheerplan. De looptijd van beide plannen is tot 2024. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing. In het beheerplan is beschreven hoe het beheer wordt vorm gegeven. Het betreft de exploitatielasten (met name energiekosten), publieke taak (o.a. beleidsontwikkeling), kort cyclisch onderhoud (dagelijks beheer en onderhoud) en lang cyclisch onderhoud (met name vervangingen). 6.2 Het beheer Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de Pagina 94 van 181

eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL 2011” van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd. In het beleidsplan is aangegeven dat de gemeente, t.a.v. de lichtsterkte afwijkt van de ROVL. Toepassing zou leiden tot meer licht en tot meer energieverbruik. Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. Het contract omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces waarbij de gemeente samen met het externe bedrijf werkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting. 6.3 Actuele ontwikkelingen In 2017 is een vervangingsplan aan het bestuur voorgelegd, met als bijlage een uitvoeringsplan. De uitvoering is ook in 2017 gestart, in buurt De Ooi. Deze vervanging is in 2018 afgerond behoudens de PéGé-woningen. Tevens is de verlichting langs de hoofdwegen in Doesburg ook vervangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=e4b19441-e7c6-41da-9e07-2c85e3094d45