CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Jaarstukken 2020 Gemeente Doesburg28.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In de komende jaren zullen ook op andere locaties masten en/of armaturen worden vervangen. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het ondergronds netwerk, het zogenaamde gereguleerde domein. Hier hebben zich diverse malen storingen voor gedaan in 2015. De netbeheerder is hierop aangesproken, in Achterhoeks verband. Deze problemen lijken te zijn verholpen. In 2019 hebben zich geen noemenswaardige problemen voorgedaan. Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn ten aanzien van de openbare verlichting. Deze zal vermoedelijk invloed hebben op de inrichting van de openbare verlichting. Deze ontwikkeling zal nauwlettend worden gevolgd. 6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.600 lichtmasten. In Doesburg staan een kleine 300 masten langs achterpaden, deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland. Circa 4% van het geheel bestaat uit klassieke verlichting. Deze staan in de binnenstad. De komende jaren zal het aantal klassieke masten in de binnenstad worden uitgebreid middels werk-met-werk maken (o.a. rioleringswerkzaamheden). Door de periodieke controle worden over het algemeen tijdig gebreken onderkend. Daarnaast is het beleid de afgelopen jaren gericht op het vervangen van de oude hoog vermogende armaturen door dimbare energiezuinige laag vermogende armaturen (veelal led).

Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld. Dit betekent in de praktijk dat, wanneer de situatie daarom vraagt, de OV zal aan- dan wel uitgaan. Via de OV-kabel wordt een signaal meegezonden die zorgt voor de aan- en uitschakeling van de gehele openbare verlichting in Doesburg. De nieuwe, energiezuinige LED-verlichting, wordt in de nachtelijke uren (van 19:00 tot 06:00 uur) gedimd. Het energieverbruik is gedaald, ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen. Dit is met name toe te schrijven aan het toenemende gebruik van energiezuinige armaturen. Dit resulteert in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt.

Pagina 95 van 181

C. 7 Speelgelegenheid 7.1 Het beleidskader Tot op heden wordt gewerkt met de door de gemeenteraad vastgestelde beheervisie (2007-2009), waarin onder andere verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld. In 2017 heeft een evaluatie van het speelbeleid plaatsgevonden. De output is gebruikt voor het in 2018 vastgestelde beleidsplan. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Na aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden en vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld. Het WAS (Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen) is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.

7.2 Het beheer Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders, waaronder genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven: 

Publieke taak, bestaande uit onder andere: - Beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;

Dagelijks onderhoud, onder andere bestaande uit: - Controleren op zichtbare gevaren, herstel van vernielingen en kleine gebreken, bijhouden ondergronden en bijhouden van gegevens in beheersoftware;

Kort cyclisch onderhoud, onder andere bestaande uit: - Verven van toestellen en vervangen zand van in zandbakken, frequente inspecties van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden (met vastlegging van de resultaten in de beheersoftware), uitvoeren van hieruit voortvloeiende reparaties indien dit noodzakelijk is:

Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit: vervangen van (grote onderdelen van) speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden.

7.3 Actuele ontwikkelingen In 2019 hebben de speeltoestellen de jaarlijkse inspectie ondergaan. Waar nodig zijn reparaties met betrekking tot veiligheidsrisico’s uitgevoerd. In 2018 is een nieuw beleidsplan opgesteld. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Na aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden en vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld. Het beleidskader is een vertaling van de geldende wet- en regelgeving onderdeel. De belangrijkste zijn:

Pagina 96 van 181

Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), voorheen Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS);

NEN-EN 1176;

NEN-EN 1177.

7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De gemeente verzorgt van 45 speelgelegenheden het beheer, onderhoud en vervanging. Het aantal toestellen op die speelgelegenheden bedraagt op dit moment 367 stuks.

Paragraaf D | Financiering Paragraaf D | Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken. De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in de financiële verordening 2020. Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut dat februari 2019 is geactualiseerd. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten: o

het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;

o

het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s (indien van toepassing);

o

het zo veel mogelijk beperken van de kosten van eventuele leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;

o

het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd: Kasgeldlimiet: De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de kasgeldlimiet en het begrote financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden.

Pagina 97 van 181

2020

Begrotingstotaal primitief

€ 33.186.788

Percentage regeling

8,50%

Kasgeldlimiet

€ 2.820.877

Financieringssaldo + = overschot

-€ 1.087.238

-/- = tekort

Kasgeldlimietruimte

€ 1.733.639

Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. De gemiddelde kasgeldlimiet is in 2020 niet overschreden. Renterisiconorm: Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing: 2020

2021

2022

2023

(1)

Renteherzieningen

€0

€0

€0

€0

(2)

Aflossingen

€0

€0

€0

€0

(3)

Renterisico (1+2)

€0

€0

€0

€0

(4)

Renterisiconorm

€ 6.637.358

€ 6.605.308

€ 6.463.479

€ 6.478.623

(5a) =(4>3)

Ruimte onder de renterisiconorm

€ 6.637.358

€ 6.605.308

€ 6.463.479

€ 6.478.623

(5b) =(3>4)

Ruimte boven de renterisiconorm

€ 33.186.788

€ 32.026.539

€ 32.317.393

€ 32.393.115

20%

20%

20%

20%

€ 6.637.358

€ 6.605.308

€ 6.463.479

€ 6.478.623

Berekening renterisiconorm:

(4a)

Begrotingstotaal primitief

(4b)

Percentage regeling

(4)= (4a x 4b/100)

Renterisiconorm

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2020 en ook in meerjarig kader ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet. Pagina 98 van 181

Verstrekken van leningen en garanties Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college / gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen: 

een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;

de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeitspositie);

de verhouding vaste activa: vaste passiva moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);

de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;

de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.

Het uitzetten van overtollige kasmiddelen Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's. Koersrisicobeheer De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege de verplichting tot schatkistbankieren. Ontwikkeling financieringsstructuur De ontwikkeling van de financieringsstructuur was in 2020 als volgt: 01-01-2020

31-12-2020

Vaste activa

€ 24.776.374

€ 26.161.401

Eigen vermogen*

€ 26.210.969

€ 23.851.931

Voorzieningen*

€ 2.743.403

€ 2.882.164

Pagina 99 van 181

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=e4b19441-e7c6-41da-9e07-2c85e3094d45