Bijlage 8b Programmabegroting 2026-2029 Duiven
Tekst van het document
Taak
3. Participatie: werkgevers te ondersteunen bij hun personeelsvoorziening. In het bijzonder door vacatures te vervullen met kandidaten uit omschreven doelgroepen. Het (formeel) werkgeverschap zoals gedefinieerd in de regeling vormgeven voor de ruim 2.000 SW-medewerkers die sinds 1 januari 2019 een aanstelling hebben bij de MGR. 1. Het inrichten en uitvoeren van de aanbesteding van regionale zorg. Inkopen en contracteren van bovenregionale jeugdzorg. 2. Zorgdragen voor een adequate uitvoering van de Leerplichtwet en coördinatie volwasseneneducatie.
Beleidsrisico's
3. Werkzoekenden uit omschreven doelgroepen plaatsen bij werkgevers. Vorm en inhoud geven aan het werkgeverschap voor SW medewerkers. 1. De organisatie heeft een eigen begroting en kan eigen besluiten nemen. Daardoor kan de gemeente achteraf met de gevolgen van deze besluiten worden geconfronteerd. 2. Er is een vaste verdeling van kosten op basis van het inwoneraantal per gemeente. 3. Er is een verschil in de verdeelsleutel van de module Werkgeverschap SW, door verschil in uitstroom van SW medewerkers. Dit kan gevolgen hebben voor de bijdrage aan deze module.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 2 Maatschappij
Onze inzet in 2026
25
In 2025 wordt de formele werkgeversrol voor SW-medewerkers ook weer ingevuld. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de werkgeversrol worden vanuit de module gesignaleerd en waar nodig vertaald naar beleid en/of regelgeving ten aanzien van de SW-medewerkers. Verder blijft de focus op de naleving van de afspraken met Scalabor zoals vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. In 2025 wordt de aanbesteding voorbereid en afgerond voor de behandeling en begeleiding vanuit de jeugdwet. Daarnaast wordt de inkoopprocedure voor de producten beschermd wonen, beschermd thuis in 2025 afgerond. Zodat in 2026 de nieuwe producten kunnen worden ingekocht.
VGGM Zie programma 1
26
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Programma 3 Omgeving 3.1 Wat willen we bereiken Programmadoel De gemeente Duiven streeft naar het behouden en versterken van een gezonde, veilige, vitale, duurzame, leefbare en aantrekkelijke leefomgeving. Voor nu én voor de toekomst. Om dit te bereiken heeft de gemeente een omgevingsvisie opgesteld als stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving van Duiven, Groessen en Loo in 2040.
De omgevingsvisie sluit aan bij nationaal, regionaal en lokaal beleid. De inhoudelijke basis voor deze omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: • Historie: De gemeente Duiven heeft een rijke geschiedenis waar op wordt voortgebouwd. • Richtinggevende waarden: Belangrijk zijn onder andere de vitale, sterk onderling verbonden inclusieve gemeenschap, de aantrekkelijke leefomgeving en de uitstekende voorzieningen van de gemeente Duiven. • Ruimtelijke kwaliteiten: De kenmerken van het landschap, het erfgoed en de manier van wonen in Duiven, Groessen en Loo dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. • Ontwikkelingen & toekomstperspectief: Leidraad voor de toekomst is dat de gemeente ruimte wil bieden aan ontwikkelingen en recht doen aan ruimtelijke kwaliteiten. We willen maatwerk leveren op basis van de leefomgevingskwaliteiten en zorg dragen voor natuur en milieu. Dit gebeurt samen met alle gebruikers van de leefomgeving. Deze onderdelen zijn vertaald in vijf ambities met bijbehorende doelen 2030-2040. Deze thema’s zijn: A Een duurzaam thuis; B Gezonde, sociale en veilige leefomgeving; C Vitale economie; D Bereikbaarheid; E Klaar voor de toekomst.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
27
A. Een duurzaam thuis De lokale woonvraag en bovenlokale vraag uit de regionale woningmarkt Arnhem, waar Duiven onderdeel van uitmaakt, leiden tot de vraag naar nieuwe woonlocaties. In de eerste plaats streven we naar inbreiding. Gelet op de grote woonbehoefte zijn inbreidingslocaties echter niet meer voldoende. Naast het benutten van de inbreidingslocaties is het noodzakelijk om op korte termijn woningen op uitbreidingslocaties te ontwikkelen. Een duurzaam woningaanbod dat aansluit op de wensen en behoeften van de inwoners van de gemeente vraagt om een ander type woningen dan er op dit moment beschikbaar is in Duiven, Groessen en Loo. De verduurzaming van de woonomgeving zal door het Klimaatakkoord verder gestalte krijgen. Concreet betekent dit het terugdringen van de energiebehoefte en het benutten van duurzame warmtebronnen. Ook klimaatadaptatie zal invloed hebben op de woningen en de openbare ruimte. Dit vraagt om rekening houden met droogte, piekbuien en de behoefte aan koelte. Dit is lokaal gekoppeld aan het programma duurzaamheid met daarin de drie programmalijnen Klimaatadaptatie, Circulariteit, Energietransitie.
B. Gezonde, sociale en veilige leefomgeving Gezondheid is een randvoorwaarde voor het handelen, de ontwikkelingen en de plannen in de fysieke leefomgeving. We willen in het fysieke domein de gezondheid en veiligheid van inwoners beschermen, bewaken en waar mogelijk bevorderen en versterken. Ons uitgangspunt is dat een ieder die wil maximaal gezond kan leven en wonen in de gemeente Duiven. Hierbij wordt naar een aantrekkelijke leefomgeving die de inwoners herkennen en waar ze zich thuis voelen gestreefd. Dit gebeurt samen met inwoners en andere maatschappelijke partners. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat er aandacht is voor de medemens. Voor het fysieke domein gaat het dan om thema’s als toegankelijkheid van gebouwen, openbare ruimte en bereikbaarheid. Door de groene leefomgeving te verbinden aan andere maatschappelijke vraagstukken, zoals klimaatadaptatie en het vergroten van biodiversiteit, is het mogelijk om een win-winsituatie te creëren.
28
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
C. Vitale Economie Duiven heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een vitaal-economische gemeente die veel bijdraagt aan de lokale en regionale werkgelegenheid. Kwaliteiten dienen behouden te blijven. Dit vereist permanente aandacht voor uitstraling en bereikbaarheid. Het versterken van de lokale economie en voorzieningen houdt de gemeente Duiven vitaal. Zo blijft de herontwikkeling van het centrum van Duiven, de spoorzone en de locaties voor de combinatie van wonen en werken ook de komende jaren op de agenda staan om de vitaliteit van de gemeenschap en voorzieningen verder te versterken. Hierbij wordt de verbinding gelegd met de ontwikkelingen in de agrarische sector, vrijetijdseconomie, natuur, biodiversiteit en klimaat.
D. Bereikbaarheid Op lokaal niveau zet de gemeente in op duurzaamheid door te richten op meer lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer. Verbeteringen kunnen onder andere worden gezocht op het gebied van verkeersveiligheid, weginrichting, maar ook herkenbaarheid van routes en de bereikbaarheid van het buitengebied. Daarnaast is er aandacht voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid van voorzieningen voor verkeersdeelnemers met een beperking. Ook houdt de gemeente de doorstroming van het verkeer in de gaten. Op de doorgaande wegen in Duiven en Westervoort is het druk (intensiteiten zijn hoog). Bij de ontwikkeling van inbreidings- en uitbreidingslocaties voor bijvoorbeeld woningen en bedrijven is er aandacht voor de impact op de bereikbaarheid en de benodigde ruimte voor aanpassing of uitbreiding van de infrastructuur. Vanuit duurzame mobiliteit en de energietransitie wil de gemeente ontwikkelingen stimuleren. Voor de langere termijn worden daarin de nationale plannen voor transitie naar duurzame mobiliteit gevolgd. Op deze wijze behoudt de gemeente een kwalitatieve, schone, duurzame en gezonde leefomgeving.
E. Klaar voor de toekomst
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
29
De gemeente staat voor tal van uitdagingen. Zo dient de CO2-uitstoot vergaand gereduceerd te worden, dient de gemeente zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, is er een grondstoffentransitie nodig naar een circulaire economie en staat de biodiversiteit onder druk. Met andere woorden: de gemeente staat voor complexe opgaven die bij voorkeur integraal en in samenhang aangepakt moeten worden. De inzet is gericht op het energieneutraal zijn van de gemeente in 2050 en is in aansluiting op nationaal beleid en wetgeving (Klimaatakkoord/ Klimaatwet). Dat vraagt enerzijds om vergaande energiebesparing en anderzijds meer opwek van duurzame (hernieuwbare) energie. Ook in de gemeente worden de gevolgen van klimaatverandering gemerkt. Denk alleen maar aan de toename van hoosbuien, periodes van stijgende temperaturen en toenemende droogte. Hoewel de gemeentelijke bijdrage aan de klimaatverandering maar relatief bescheiden is, neemt de gemeente de verantwoordelijkheid voor de gevolgen voor het landschap en onze samenleving. De aanpak is gericht op het realiseren van een veerkrachtig en duurzaam water-, natuur, - en bodemsysteem. Een belangrijke waarde van de inzet is om daarbij de biodiversiteit te behouden. De gemeente geeft het goede voorbeeld door steeds natuur-inclusief te denken bij alle beslissingen en investeringen.
Naast de energietransitie en klimaatadaptatie is er een grote opgave in het realiseren van een circulaire economie en het sluiten van de kringlopen. Hierbij wordt naar minder afval, meer recycling en hergebruik gestreefd. Aangezien integrale ruimtelijke ordening steeds belangrijker wordt, dienen er in relatie tot bodem en ondergrond verschillende disciplines bij projecten betrokken te zijn. Daarnaast moeten beheer en uitvoering van de openbare ruimte veel meer met het beleid van het fysiek domein verbonden worden. Kansen en risico’s in de ondergrond worden zo eerder benut en/of gesignaleerd en worden betrokken bij de plan- of beleidsvorming. 3.1.1 Externe ontwikkelingen Economische ontwikkeling De gemeente wil de lokale en regionale economie verstevigen. Om dat te bereiken, wordt er binnen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan de verschillende opgaven samengewerkt. Binnen de Productieve Regio (Economie) is medio 2025 het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) 2025-2028 vastgesteld. Met aandacht voor onder meer vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen, herstructurering en intensivering van bestaande terreinen en netcongestie. De Liemerse Ambassade geeft gedurende de periode 2024 t/m 2026 opnieuw uitvoering aan de Liemerse Economische Visie. De speerpunten zijn niet gewijzigd: maakindustrie, logistiek en vrijetijdseconomie inclusief retail.
The Economic Board werkt aan het versterken van verbindingen in de regio Arnhem-Nijmegen vanuit de economische kracht met de nadruk op de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid. Voor de gemeente Duiven is met name de ontwikkeling van de energiesector van groot belang. De gemeente geeft de laatste kavels uit op bedrijventerrein De Nieuweling. Gesprekken over de invulling met ondernemers worden daarover gevoerd. Op Synergiepark InnoFase wordt de laatste kavel uitgegeven. De Smart Energy Hub InnoFase heeft een pilot-status gekregen binnen Gelderland waardoor ruimte ontstond voor doorontwikkeling. Daarnaast worden gesprekken gevoerd met ondernemers die zich willen vestigen op Centerpoort-Noord 2; een aantal kavels zijn recent verkocht. De gemeente is in afwachting van de beroepsprocedure bij de Raad van State, voordat op Graafstaete 2 bedrijfskavels kunnen worden uitgegeven en daadwerkelijk bedrijven zich op dit nieuwe bedrijventerrein kunnen vestigen.
30
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Voor de economische ontwikkeling zijn ook inspanningen op andere beleidsterreinen van groot belang. Zoals bereikbaarheid, huisvesting, beschikbaarheid van (duurzame) energie en een goed functionerende arbeidsmarkt. Doortrekking A15 en verbreding A12 De Raad van State heeft op woensdag 2 oktober 2024 het Tracébesluit ViA15 onherroepelijk verklaard. Met deze uitspraak van de rechter komt, na een beroepsprocedure van zeven jaar, een einde aan de onzekerheid over het Tracébesluit. Aannemersconsortium GelreGroen en Rijkswaterstaat zijn na de uitspraak met elkaar in overleg gegaan. Momenteel vinden geen nog (fysieke) werkzaamheden plaats. Voorbereidende werkzaamheden starten in het najaar van 2025. Als alles volgens planning verloopt, zijn de wegen in 2031 gereed. De Woningnood /-markt De woningmarkt wordt nog steeds gekarakteriseerd door hoge prijzen en het is voor inwoners nog steeds moeilijk om een voor hun situatie betaalbare en passende woning te vinden. Daarom moeten er snel meer woningen bij komen. Er staan ook grote demografische veranderingen te wachten, zoals de blijvende groei van het aantal huishoudens, de verdergaande vergrijzing waardoor het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt en een blijvende immigratie. Het aantal huishoudens blijft door de gezinsverdunning (toename van het aantal 1 en 2 persoonshuishoudens) groeien.
Zo zijn er tot 2040 zo’n 60.000 extra woningen nodig in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Ook in de Liemers en in Duiven blijft het aantal huishoudens groeien en zijn er veel extra woningen nodig. Het kunnen laten bouwen van deze aantallen woningen is een stevige opgave waar ook in regionaal verband hard aan wordt gewerkt. In 2020 en 2023 (Woondeal 2.0) zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Het Rijk heeft in 2022 met alle provincies afspraken gemaakt over de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven dat hiervan minimaal 2/3e deel betaalbaar is. Ook is de GMR vanwege de benodigde schaalsprong aangewezen als NOVEX ontwikkelgebied. Er wordt ook gewerkt aan nieuwe wetgeving (Wet versterking regie volkshuisvesting). De opgaven voor de versnelling van de woningbouw zijn dus groot, maar onder meer de oorlog in Oekraïne, de afgelopen jaren fors gestegen bouwkosten, een blijvend gebrek aan personeel, en het ontbreken van middelen om onrendabele toppen af te dekken maken het realiseren van de noodzakelijke stevige betaalbare woningbouwopgave tot een grote uitdaging. Netcongestie De energietransitie is in volle gang.
Dit leidt tot een enorme groei van opwek van duurzame elektriciteit en tot meer gebruik van elektriciteit voor verwarming, vervoer en apparatuur. Het landelijk en plaatselijk stroomnet heeft deze ontwikkelingen niet kunnen bijhouden. De noodzakelijke uitbreiding van verdeelstations en stroomkabels stagneert als gevolg van personeelsgebrek, ruimtelijke- en juridische procedures. Het stroomnet dreigt daardoor overbelast te raken: er is sprake van netcongestie. Dit kan leiden tot spanningsproblemen of zelfs storingen. Dit kan gevolgen hebben voor de economie en woningbouw. De complexiteit in de zoektocht naar oplossingen voor de netcongestie zit hem in het zogenaamde ‘maakbaarheidsgat’. Het lukt niet om het elektriciteitsnet voldoende snel uit te breiden om te voorzien in de vraag naar netcapaciteit waardoor een maakbaarheidsgat ontstaat. Dit maakbaarheidsgat drukt het verschil uit tussen de netcapaciteit waar vraag naar is (en die gebouwd zou moeten worden) en de netcapaciteit die daadwerkelijk kan worden gebouwd. Om de netcongestie en het maakbaarheidsgat tegen te gaan wordt in zowel landelijk als ook provinciaal beleid (o.a. Actieplan Netcongestie Gelderland) ingezet op integraal programmeren. Als gemeente volgen wij deze lijn in grote lijn ook: er wordt ingezet op het faciliteren van een snelle uitbreiding van het elektrasysteem.
Enerzijds door de uitbreiding van de middenspanningsruimtes
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
31
in woonwijken en op de bedrijventerreinen en anderzijds door het realiseren van een nieuw onderstation in de Liemers, te weten in Duiven. Daarnaast wordt er op projectniveau naar slimme oplossingen gezocht en proberen we zoveel als mogelijk netbewust/netneutraal te ontwikkelen. Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)/ Vitaal Landelijk Gebied Gelderland(VLGG) en Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) NPLG/VLGG De huidige (inmiddels demissionaire) regering heeft het NPLG stop gezet. Dit heeft ook consequenties voor de Gelderse uitwerking, het VLGG. Omdat er veel minder middelen beschikbaar zijn gaat de provincie Gelderland middelen inzetten voor de ‘koplopers’ (gedefinieerd in het regioarrangement) in de GMR, ofwel een viertal gebiedsprocessen in het Groen-blauw raamwerk. De gemeente weet dat het perspectief op uitvoeringsgeld grotendeels nog ontbreekt, o.a. door het wegvallen van het NPLG. Ook ontbreken er een aantal voor onze regio belangrijke gebieden, zoals een deel van de Liemers. Desondanks stellen de vrijkomende middelen de GMR wel in staat om voor de hele regio concreter uit te werken wat de gemeente wil doen en daarvoor elders financiering te zoeken. Hier wordt de komende tijd mee aan de slag gegaan. Groen/Blauw Raamwerk Het regioarrangement wordt vertaald in een uitvoeringsagenda Groen-Blauw raamwerk en landelijk gebied met een gebiedsgerichte aanpak.
Voor de Liemers worden 3 belangrijke opgaven benoemd: Het Broek, de ontwikkeling van uitloopgebieden tussen Westervoort en Duiven, Duiven en Zevenaar en de ontwikkeling van de Gelderse Poort (relaties met IRM en PAGW). In de uitvoeringsagenda wordt aangegeven aan op welke manier, met welke ideeën, initiatieven en projecten en met welke partners de gemeente landschap, natuur, cultuurhistorie en ons landelijk gebied in de Groene Metropoolregio wil versterken. Ook wordt aangegeven waar financieringsbronnen gezien worden en hoe de gemeente wil organiseren dat deze financieringsbronnen ook daadwerkelijk beschikbaar komen voor het groen en blauw in de regio. Het tijdspad van de uitvoeringsagenda is gelijk aan die van het Regioarrangement, namelijk tot 2040. In de Liemers gaat de gemeente aan de slag met het Broek. Door het wegvallen van middelen vanuit het VLGG is de gemeente samen met GMR en provincie nog aan het uitwerken hoe precies. Door de Liemerse Ambassade is een enquete uitgevoerd onder de agrariërs in het Liemers Broek. Met deze informatie, en de tot nu toe bekende informatie over de overige opgaven, is een startdocument opgesteld op basis waarvan in 2025 wordt bekeken of er aanleiding is voor een integrale gebiedsaanpak.
Hieraan werken de Groene Metropoolregio, de provincie, het Waterschap, de betrokken gemeenten en de onderzoeker van Aveco de Bondt vanuit de Liemerse Ambassade mee. Vanuit het NOVEX-ontwikkelperspectief worden, samen met de GMR en Foodvalley, in 2025 de potentiële stedelijke uitloopgebieden in beide gebieden bepaald. De tussengebieden Duiven-Westervoort en Duiven-Zevenaar zijn mogelijke stedelijke uitloopgebieden. Voor het tussengebied Duiven-Westervoort is een koersdocument opgestelde en wordt aan de uitvoering gewerkt. Zie ook paragraaf 3.2. NOVEX In de Liemers (Westervoort, Duiven, Zevenaar en Doesburg) werken we aan de realisatie van de verstedelijkingsopgave zoals deze is vastgelegd in de Woondeal Groene Metropool Regio 2.0, de verstedelijkingstrategie (2022) en het Regioarrangement (2023) en het regionaal NOVEX-ontwikkelperspectief. Door de subregio's ,waaronder de Liemers, is vanuit het NOVEXontwikkelperspectief een gebiedsprogramma/ gebiedsagenda opgesteld. Het gebiedsprogramma voor de Liemers is in grote lijnen gereed en besproken in het Liemers bestuurlijk overleg Wonen/RO/NOVEX (de portefeuillehouders van de vier gemeenten). Deze documenten[1] samen, bepalen voor de Liemers de richting voor de lange termijn (2040). Vanuit de NOVEX-opgave, het MIRT onderzoek naar de spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse (UAD) grens en onze eigen
32
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
spoorzones is de spoorzone Liemers door de provincie Gelderland als mogelijke Grootschalige Woningbouw Locatie voorgedragen bij het Rijk. Woondeal, Verstedelijkingsstrategie, Regioarrangement, NOVEX-ontwikkelperspectief en het gebiedsprogramma Liemers
[1]
3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Programmadoel In Duiven is het goed leven, wonen en werken. De gemeente werkt aan een aantrekkelijke, toekomstgerichte en duurzame werk-, woon- en leefomgeving. Met ruimte voor gerichte ontwikkeling, initiatief en innovatie. De thema’s uit de omgevingsvisie, zoals beschreven in de inleiding van dit hoofdstuk, sluiten aan bij dit programmadoel. Toelichting Veel zaken in de omgeving hebben uiteindelijk effect op het geluksgevoel van inwoners. Denk aan werkgelegenheid, de kwaliteit van de werk-, woon- en leefomgeving, de mogelijkheid tot ontmoeting, verbondenheid in de buurt en maatschappelijke voorzieningen. De gemeente zet hier steeds meer op in bij de werkwijze en aanpak en de belangrijke keuzes die gemaakt worden. De gemeente wil de bestaande economische structuur behouden en versterken. Zowel op de bedrijventerreinen als in de winkelgebieden. Zo kan de gemeente zorgen voor behoud en uitbreiding van de lokale en regionale werkgelegenheid en het voorzieningenniveau. Belangrijk hierbij is het afstemmen van de regionale vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en het beroepsonderwijs. Ook streeft de gemeente naar het verder benutten van potenties in de vrijetijdseconomie. Voor een goed ondernemings- en vestigingsklimaat zijn duurzaamheid en bereikbaarheid belangrijke randvoorwaarden.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
33
De gemeente wil bijdragen aan een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving in Duiven, Groessen, Loo en het buitengebied. Hierbij gaat het in de basis om schoon, heel, veilig en gezond. Uitbreidings- en inbreidingslocaties moeten worden gerealiseerd. De nadruk ligt op behoud en verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en het daarbij passende voorzieningenniveau, het benutten van bestaande (natuur-)waarden en een (aanvullend) woonaanbod gericht op maatschappelijke ontwikkelingen en behoefte. De gemeente stimuleert, faciliteert en is uitnodigend naar bewoners, ondernemers en bedrijven, bezoekers en andere partners in vele samenwerkingsverbanden binnen en buiten Duiven. Hierbij heeft de gemeente een verbindende rol. Hoofddoelen De hoofddoelen van programma 3 hebben samenhang in de Omgevingswet. Deze wet is als het ware de kapstok. Het proces rondom de Omgevingswet is weergegeven in het eerste speerpunt. De thema’s uit de omgevingsvisie vormen de basis voor de overige speerpunten. Deze thema’s zijn: A. Een duurzaam thuis; B. Gezonde, sociale en veilige leefomgeving; C. Vitale economie; D. Bereikbaarheid; E. Klaar voor de toekomst.
A. Een Duurzaam thuis 3.A.1 Doel
Uitvoeren Woonvisie/Versnellen woningbouw De omvang en kwaliteit van de woningvoorraad in Duiven, Groessen en Loo sluit aan bij de behoefte, initiatieven en ontwikkelingen in de samenleving. Voor de nieuwe buurten en wijken werkt de gemeente aan een goede mix van betaalbare huur- en koopwoningen voor met name jongeren, ouderen en één-, en tweepersoonshuishoudens. Dit draagt bij aan het behouden van een aantrekkelijke en duurzame leef- en woonomgeving en voldoende aanbod van betaalbare en passende woningen passend bij de huishoudenssituatie.
34
3.A.1 Toelichting
Risico’s
Planning
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Uitvoeren Woonvisie/Versnellen woningbouw Een actievere en proactieve houding vanuit het gemeentelijk woonbeleid heeft met het opstellen van de Woonvisie 2021 vorm gekregen. De noodzaak hiertoe is inmiddels via de Nationale Woon en Bouwagenda, het programma een duurzaam thuis, de Wet goed verhuurderschap, de Wet regie Volkshuisvesting en de nieuwe Woondeals ook op rijks-, provinciaal- en regioniveau vorm gekregen voor het langer zelfstandig thuis wonen, de grote (betaalbare) woningbouwopgave, de grote druk op de woningmarkt, de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, de toenemende regionale samenwerking en taken, een actievere rol richting woningbouwcorporaties en een aantal urgente vragen binnen het taakveld wonen, bevestigd. In de Woonvisie is een groot aantal doelen voor de komende jaren benoemd. Deze worden elke 2 jaar geconcretiseerd in een Woonagenda. Voor de jaren 2025-2026 is een Woonagenda opgesteld. Een van de belangrijkste doelen voor de komende 2 jaar is het programma Volkshuisvesting als opvolger van de Woonvisie, op basis van het regionale woningmarktonderzoek (begin 2026 beschikbaar) het woningprogramma updaten en het continueren van het in 2025 gestarte traject van de doorstroomcoach. Om aan de grote behoefte aan woningen te kunnen voldoen moet er flink worden doorgepakt op de reeds in beeld zijnde kleine en grote woningbouwlocaties.
Er wordt gebouwd naar behoefte de juiste woning op de juiste plek op het juiste moment. De grootste opgave voor woningbouw ligt vanzelfsprekend in de kern Duiven. De gemeente realiseert de nieuwbouw daarom vooral in en bij de kern Duiven. In Loo en Groessen wordt naar behoefte gebouwd met extra aandacht voor lokale kenmerken als woonmilieus en sociale binding. De gemeente stelt eisen op het gebied van betaalbaarheid, energie, duurzaamheid, klimaatadaptatie en levensloopbestendigheid. Met de Woondeal 2023 is geconstateerd dat er voor de regio een nog grotere woningbehoefte is dan tot nu toe berekend. Dit betekent dat er dus met blijvende prioriteit uitvoering gegeven moet worden aan woningbouw op de nu bekende locaties en dat er nog ruimte noodzakelijk is om de komende jaren te zoeken naar aanvullende woningbouwlocaties, zoals de spoorzone in Duiven. Onvoldoende kunnen inzetten op monitoring, continuering van gemaakte afspraken, inzet op beleid en of woningbouwprojecten. Bij woningbouwlocaties specifiek zijn er in algemene zin risico’s als: onrendabele toppen, netcongestie, het niet kunnen vinden van personeel voor met name specialistische functies, afhankelijkheid van ontwikkelaar (bij locaties waar de gemeente een faciliterende rol heeft), stikstof, gerechtelijke uitspraken, doorlooptijd beroepsprocedures Raad van State etcetera.
Verder is het uitblijven van de noodzakelijke besluiten een procesrisico om voldoende woningen op tijd te kunnen realiseren. Het beleid is daardoor onvoldoende effectief of woningbouwprojecten en/of de realisatie van woningen en de woonagenda schuiven daardoor op in de tijd. Uitvoering geven aan de Woonvisie 2021, de Woonagenda en de Woondeal 2023, waaronder het doorpakken op woningbouwprojecten (huidige korte termijn plannen voor de komende twee tot vier jaar). De Woonvisie en woningbouwversnelling zijn gecombineerd met de Woondeal 2023 meerjarige processen die de komende jaren blijvend om grote inzet vragen. Voor de middellange termijn wordt naar aanleiding van de evaluatie en vooruitkijk van september 2024 doorlopend gekeken naar mogelijke nieuwe woningbouwlocaties. In de eerste helft van 2026 zal op basis van het regionale woningmarktanalyse (begin 2026 beschikbaar) en het programma volkshuisvesting de visievorming voor mogelijke nieuwe woningbouwlocaties op basis van de nieuwste prognose cijfers worden opgestart. Waarvan de uitkomst weer verwerkt kan worden in de actualisatie van het Omgevingsvisie.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
3.A.1 Financiën
35
Uitvoeren Woonvisie/Versnellen woningbouw Voor de uitvoering van de Woonvisie, inclusief de regionaal afgestemde Huisvestingsverordening, is jaarlijks structureel € 60.000 opgenomen in de meerjarenbegroting. Voor het opstellen van het met de inwerkingtreden van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting verplichte programma Volkshuisvesting zijn voor 2025 en 2026 eenmalig extra middelen noodzakelijk. Het gaat in totaal om een bedrag van € 20.000. Vanuit de Wet goed verhuurderschap krijgen gemeenten, via de algemene uitkering, jaarlijks middelen van Rijk voor de uitvoering. Het is voor de uitvoering van belang dat deze middelen worden toegevoegd aan de middelen voor volkshuisvesting. Vanuit de Woonvisie 2021 en de Woonagenda 2025-2026 is in 2025 gestart met de doorstroomcoach. In 2025 wordt deze inzet eenmalig gedekt uit de reguliere middelen voor uitvoering Woonvisie. Om deze doorstroomcoach permanent mogelijk te maken zijn met de voorjaarsnota 2025 structurele middelen ter grootte van € 15.000 per jaar beschikbaar gesteld.
Participatie
Voor het doorpakken op de Ploen-Noord (1e fase), Plakse Weide, Biezenkampen (flexwoningen) en de inbreidingslocaties zijn de bestaande (extra) middelen vooralsnog voldoende (vanuit de huidige ambtelijke formatie, de voorbereidingskredieten, grondexploitaties en anterieure overeenkomsten). Voor de verdere uitwerking en uitvoering is aanvullende ambtelijke capaciteit nodig. Met de programmabegroting 2024-2028 is voor de realisatie van woningbouwplannen tot 31 december 2028 aanvullend budget vastgelegd. In 2025, 2026, 2027 en 2028 ieder jaar € 300.000. Deze middelen worden gedekt uit de Algemene Reserve. De Woonagenda met daarin opgenomen de actuele informatie per doel wordt 2 maal per jaar met de gemeenteraad gedeeld. Voor wat betreft woningbouw en verdere beleidsontwikkeling bepaalt de gemeente, afhankelijk van de situatie en de ontwikkeling hoe en in welke mate participatie wordt ingezet.
3.A.2 Doel
Toelichting
Risico’s
Ontwikkeling Biezenkampen De gemeenteraad van Duiven heeft op 10 december 2024 de gebiedsvisie Biezenkampen vastgesteld. De gemeente werkt met deze gebiedsvisie aan de realisatie van ongeveer 300 woningen op de Biezenkampen. Biezenkampen draagt bij om aan de grote behoefte aan woningen te kunnen voldoen. Er moet flink worden doorgepakt op de kleine en grote woningbouwlocaties. Derhalve is er wat Biezenkampen betreft ook afgestapt van het fenomeen reserve locatie. De gemeente bouwt naar behoefte de juiste woning op de juiste plek op het juiste moment. Om in lijn met de gebiedsvisie de woningbouwontwikkeling op Biezenkampen te kunnen voortzetten is een bestuursopdracht vastgesteld waarbinnen de uitgangspunten vanuit de bestuursopdracht Flexwonen van 6 februari 2023 worden meegenomen. Deze bestuursopdracht Biezenkampen vervangt de bestuursopdracht Flexwonen, en zorgt voor integratie van het project Flexwonen en de permanent te realiseren woningen op Biezenkampen. Het amendement van 10 december 2024 op de gebiedsvisie Biezenkampen over Verenigingen in Biezenkampen is hierin meegenomen. Juridische bezwaren: Mogelijke bezwaren vanuit omgevingsplannen of andere juridische belemmeringen kunnen het proces vertragen.
Milieu en infrastructuur: Het risico bestaat dat er onverwachte milieutechnische of infrastructurele uitdagingen aan het licht komen die aanvullende kosten en tijdsvertraging veroorzaken.
36
3.A.2 Planning
Financiën
Participatie
3.A.3 Doel Toelichting
Risico’s Planning
Financiën Participatie
3.A.4 Doel
Toelichting
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Ontwikkeling Biezenkampen Stedenbouwkundig plan wordt vastgesteld in Q4 2025, de planologische procedure wordt waarschijnlijk in Q1 2026 opgestart. De ambitie is om in de loop van 2026 te starten met het bouw- en woonrijpmaken. Bij de vaststelling van de gebiedsvisie Biezenkampen (10 december 2024) is een voorbereidingskrediet door de raad beschikbaar gesteld van € 450.000 voor het modulaire verplaatsbare woningbouwproject en de totale ontwikkeling van Biezenkampen Voor de ontwikkeling wordt een participatieplan opgesteld, mede gevoed door de wens van de gemeenteraad om mee te denken in de ontwerpprincipes. Herontwikkeling Centrum (VCD) Het realiseren van een aantrekkelijk “Vitaal Centrum Duiven (VCD)". In 2023 is een integraal schetsontwerp opgesteld met daarin de plannen van Woonzorg Nederland en WP Retail (fase 4). Aangezien het schetsontwerp op onderdelen afwijkt van de in 2022 vastgestelde kaders wordt dit in Q3 2025 aan de raad voorgelegd. De bouw van het IKC is inmiddels afgerond en de kinderen en leerkrachten maken gebruik van de nieuwe locatie. Bestemmingsplan Droopad is vastgesteld maar nog niet onherroepelijk. De koop- samenwerkings- en realisatieovereenkomst met de ontwikkelaar is inmiddels ondertekend. De ontwikkelaar is bezig met de verdere uitwerking van het plan om 50 appartementen op de voormalige schoollocatie te realiseren.
Voor de plannen van Droopad en VCD fase 4 vormen de planologische procedures een risico voor de termijn waarbinnen ontwikkeling kan plaatsvinden. Droopad: Op basis van de huidige planning wordt de omgevingsvergunning in het derde kwartaal van 2025 verleend. De bouw van de appartementen kan dan in het tweede kwartaal van 2026 starten. De planning voor Vitaal Centrum loopt door tot en met 2028. De huidige stand van zaken voor de diverse deellocaties worden verwerkt in een geactualiseerde grondexploitatie VCD en vastgesteld bij de Jaarrekening 2025. Bij het voorleggen van de nieuwe kaders voor VCD fase 4 wordt tegelijkertijd een financiële doorrekening aangeboden. Ploen Noord Groot De Ploen Noord Groot is een van de drie grote woningbouwlocaties in Duiven. Deze ontwikkeling draagt bij om aan de grote behoefte aan woningen te kunnen voldoen. Ontwikkelen van het gebied Ploen-Noord Groot, waarbij het gebied vanuit een landschappelijke invulling wordt benaderd. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteiten in en van het gebied en het toevoegen en versterken van deze (landschappelijke) kwaliteiten. Er wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing en infrastructuur. Naast woningbouw, komt er ook ruimte voor voorzieningen (sociaal, maatschappelijk en commercieel) en een mogelijke nieuwe extra woonwagenstandplaats voor woonwagens. Hier wordt een gebiedsvisie voor opgesteld.
Uit de woningbouwevaluatie van 2024 blijkt dat de totale woningbehoefte uitkomt op ca 1.900 woningen extra in de periode 2022-2040. In de omgevingsvisie van de gemeente Duiven zijn de diverse ontwikkelingslocaties aangegeven. Zo ligt er een potentie in het gebied Ploen-Noord Groot, waarbij de gemeenteraad in de woningbouwevaluatie 2024 eveneens heeft aangegeven dat dit gebied ontwikkeld kan worden tot een woonwijk zonder beperking op maximale aantallen woningen. Om nader invulling te geven aan de invulling van dit gebied wordt gestart met een gebiedsvisie voor de invulling van het gebied waar in potentie meer dan 300 woningen mogelijk zijn. De gebiedsvisie Ploen-Noord Groot zal ook het bestaande plan Ploen-Noord bevatten waar op dit moment een bestemmingsplan voor in procedure is.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
3.A.4 Risico’s
Planning
Financiën
Participatie
3.A.5 Doel
Toelichting
Risico’s Planning Financiën Participatie
37
Ploen Noord Groot • Juridische bezwaren: Mogelijke bezwaren vanuit omgevingsplannen of andere juridische belemmeringen kunnen het proces vertragen. • Standpunt/ medewerking grondeigenaren: alle grondeigenaren staan in principe positief tegen de ontwikkeling • Milieu en infrastructuur: Het risico bestaat dat er onverwachte milieutechnische of infrastructurele uitdagingen aan het licht komen die aanvullende kosten en tijdsvertraging veroorzaken. In 2025 is de opstart van de analysefase (analyse van bestaand beleid), de inventarisatie van huidige situatie (ruimtelijke kwaliteiten) en de start van het participatieproces met omwonenden begonnen. In 2025 is besluitvorming door college en raad gepland. In 2026 worden nadere afspraken gemaakt met de grondeigenaren om gewenste ontwikkelingen verder te concretiseren. Kosten voor het initiële onderzoeksbudget bedragen € 125.000 voor het opstellen van de gebiedsvisie, uitvoeren van richtinggevende onderzoeken (geluid, flora en fauna, bodem en water), interne uren en participatieprocessen. Verwacht wordt dat bij vaststelling van de gebiedsvisie extra financiële middelen nodig zijn voor de daadwerkelijke uitvoering van de gebiedsvisie. De kosten hiervan zullen bij de verdere planvorming doorgelegd kunnen worden naar de ontwikkelende partijen.
Externe subsidies: Mogelijkheden voor provinciale of landelijke subsidies worden onderzocht om eventuele financieringsgaten te dichten. Voor de ontwikkeling wordt een participatieplan opgesteld, mede gevoed door de wens van de gemeenteraad om mee te denken in de ontwerpprincipes. Ontwikkeling Plakse Weide Voor locatie Plakse Weide is door de gemeenteraad van Duiven op 18 september 2024 een bestemmingsplan vastgesteld. Op basis van dit bestemmingsplan is de bouw van circa 120 woningen (fase 1) mogelijk en kan er als er een wijzigingsprocedure wordt gevolgd nog eens circa 180 woningen (fase 2) worden gerealiseerd (totaal 300 woningen). Met de invoering van de Omgevingswet is de wijzigingsprocedure niet meer mogelijk. Daarom moet een nieuwe omgevingsplanprocedure worden gevolgd om de noodzakelijke wijzigingen mogelijk te maken. Het initiatief voor het opstarten van de omgevingsplanprocedure - Plakse Weide fase 2 is genomen door het college van B&W naar aanleiding van een aangenomen motie door de gemeenteraad op 18 februari 2025. Het project betreft de omgevingsplanprocedure om woningbouw in fase 2 (en binnen fase 1 daar waar de woningen vallen binnen 50 meter van agrarisch gebied) van Plakse Weide mogelijk te maken, onder meer door de geurnorm aan te passen voor dit gebied. Het project bevat niet een ruimtelijke procedure voor overige plannen rondom Plakse Weide (Plakse straat, Witte vlek).
Het project bevat ook niet de beroepsprocedure voor bestemmingsplan Plakse Weide. De planologische procedure met beroepsprocedure is een risico. In 2025 is het de bedoeling om het ontwerp-omgevingsplan op te stellen en ter visie te leggen. In Q2 2026 is het de bedoeling om het omgevingsplan vast te stellen. De kosten voor onderzoeken etcetera worden betaald door de initiatiefnemers van Plakse Weide, de uren voor de gemeente worden gedekt door de leges. Voor de ontwikkeling wordt een participatieplan opgesteld, mede gevoed door de wens van de gemeenteraad om mee te denken in de ontwerpprincipes.
38
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
B. Gezonde, sociale en veilige leefomgeving 3.B.1 Doel Toelichting
Risico’s Planning Financiën
Participatie
Transitie naar een definitief omgevingsplan Een definitief omgevingsplan waarin alle gemeentelijke verordeningen, regels voor de fysieke leefomgeving en bestemmingsplannen zijn opgenomen. Met de komst van de Omgevingswet zijn alle ruimtelijk relevante regels (regels voor de fysieke leefomgeving) opgenomen in één tijdelijk omgevingsplan. Op dit moment zijn deze “losse” ruimtelijke regels, zoals bestemmingsplannen, verordeningen etcetera nog op zichzelf staand, maar het doel is dat de losse onderdelen in één definitief omgevingsplan hun plek krijgen. Intern: ambtelijke capaciteit; extern: digitaal systeem (DSO) Definitief omgevingsplan inclusief een digitaal (landelijk werkend) systeem 2031 Tot en met 2025 dekt het budget vanuit de gemeentebegroting en de extra middelen die vanuit het rijk komen de noodzakelijke uitgaven. Voor de jaren 2026, 2027, 2028 en 2029 zal er extra budget ter grootte van € 60.000 nodig zijn om te komen tot één definitief omgevingsplan. Daarnaast is het noodzakelijk om in het nieuwe omgevingsplan actuele welstandsregels op te nemen. Daartoe moet eerst een nieuwe Welstandsnota worden opgesteld. Voor het traject richting een nieuwe welstandsnota, inclusief cultuurhistorische inventarisatie, is met de voorjaarsnota 2025 eenmalig € 35.000 toegekend. Kennisgevingsplicht en motiveringsplicht
C: Vitale Economie 3.C.1 Doel
Uitbreiding bedrijventerreinen Centerpoort-Noord en Graafstaete Twee (wijzigingen van het tijdelijke) omgevingsplan opstellen, in procedure brengen en laten vaststellen door college en gemeenteraad. Het gaat om de omgevingsplannen voor de uitbreiding van de bedrijventerreinen Centerpoort-Noord en Graafstaete met respectievelijk Centerpoort-Noord 2 en Graafstaete 2. Verder duurzaamheidsuitgangspunten en -doelstellingen bepalen en in uitvoering brengen. En een uitgiftestrategie ontwikkelen en uitvoeren.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
3.C.1 Toelichting
Risico’s Planning
39
Uitbreiding bedrijventerreinen Centerpoort-Noord en Graafstaete Door de economische groei van de afgelopen jaren zijn er in Duiven nagenoeg geen bedrijfskavels meer beschikbaar voor uitgifte. Het ontwikkelen van bedrijventerreinen is voor Duiven een belangrijk onderdeel van het economisch vestigingsbeleid. Met name vanwege de uitstekende ligging langs de economisch aantrekkelijke A12/A15-as. Hierdoor is Duiven een gewilde vestigingsplaats voor ondernemers uit de regio maar ook voor ondernemers die een binding hebben met Duiven. De bedrijventerreinen zijn van groot belang voor verdere economische ontwikkeling en leveren veel banen op. Risicomanagement is een dynamisch proces dat per projectfase verschilt. We benoemen risico's per fase en treffen waar nodig beheersmaatregelen. Graafstaete 2: Voor Graafstaete 2 is geen omgevingsplan opgesteld, maar een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is op 23 april 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Door twee bedrijven is beroep aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Centerpoort-Noord 2
Financiën
Participatie
3.C.2 Doel Toelichting
Risico’s
Inmiddels zijn twee kavels verkocht en wordt over de overige gronden met kandidaatkopers gesproken over bedrijfsvestiging. Het omgevingsplan is medio 2025 door de gemeenteraad vastgesteld De gemeenteraad heeft op 10 maart 2022 een krediet van € 5.760.000 beschikbaar gesteld voor de aankoop van gronden voor Centerpoort-Noord 2. Een voorbereidingskrediet van € 150.000 is beschikbaar gesteld voor het opstellen van een omgevingsplan voor Centerpoort-Noord 2. En een voorbereidingskrediet van € 150.000 is beschikbaar gesteld voor het opstellen van een bestemmingsplan voor Graafstaete 2. Bij de najaarsnota 2023 is een aanvullend krediet beschikbaar gesteld voor proefsleuvenonderzoek archeologie op Graafstaete 2 en Centerpoort-Noord 2 en advisering over het decentraal energienetwerk op Centerpoort-Noord 2. Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Met participatie bedoelt de Omgevingswet ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen’. Liemerse Ambassade Optimale regionale samenwerking tussen de Liemerse gemeenten met onderwijs en ondernemers.
De Liemerse Ambassade geeft onder meer uitvoering aan de Liemerse Economische Visie met als speerpunten vrijetijdseconomie inclusief retail, logistiek en maakindustrie. Deze visie is opgesteld door de gemeenten Duiven, Westervoort, Zevenaar, Montferland en Doesburg. Daarnaast is de Liemerse Ambassade betrokken bij een regionale verkenning van de agrarische sector en is zij indiener van de LEADER-aanvraag 2023-2027 voor de vijf Liemerse gemeenten. De meerwaarde van de Liemerse Ambassade moet door alle betrokkenen gezien blijven worden en door de Liemerse Ambassade worden aangetoond. Extra inspanning blijft nodig om ondernemers en onderwijs beter aan te haken. De Liemerse Ambassade bestaat naast vertegenwoordigers van onderwijs en ondernemers formeel uit de gemeenten Duiven, Westervoort, Zevenaar, Doesburg en Montferland.
40
3.C.2 Planning
Financiën
Participatie
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Liemerse Ambassade De Liemerse Ambassade is opgericht in september 2020 en geeft sindsdien onder meer uitvoering aan de Liemerse Economische Visie, één van hun belangrijkste taken. Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan het uitvoeringsprogramma voor 2024-2026. In de programmabegroting staat voor de Liemerse Ambassade voor 2026 en verder een bedrag van jaarlijks € 25.000 opgenomen. Voor uitvoering van de Liemerse Economische Visie 2024-2026 staat een bedrag opgenomen van jaarlijks € 30.000. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 is besloten om per 1-1-2028 te stoppen met deelname aan de Liemerse Ambassade. Projecten die door de Liemerse Ambassade worden opgepakt, komen veelal vanuit de samenleving en er wordt in gezamenlijkheid uitvoering aan gegeven. Zoals het promoten van de logistiek en de vrijetijdseconomie, het Techniekpact en Perspectief in Zorg en Techniek.
D: Bereikbaarheid 3.D.1 Doel Toelichting
Risico’s
Planning
Financiën
Borgen inpassing doortrekking A15 en verbreding A12 Een zo goed mogelijke inpassing van de doortrekking van de A15 en verbreding van de A12 voor de gemeenschap van Duiven. Sinds 2 oktober 2024 is het Tracébesluit ViA15 onherroepelijk verklaard en wordt de (fysieke) voorbereiding van de realisatie van het project ViA15 weer opgepakt. De gemeente blijft inzetten op een proactieve en constructieve grondhouding. Samen met regiopartners en de Stichting BOG A15 blijft de gemeente zich richting en in samenwerking met Rijkswaterstaat, aannemersconsortium GelreGroen en andere opdrachtnemers hard maken voor meekoppelkansen en maatwerkoplossingen. Maatwerk kan ook betekenen dat afgeweken kan worden van bestaande gemeentelijke (planologische) beleidskaders. De 7 jaar durende beroepsprocedure heeft vertraging tot gevolg (gehad). De planning van Rijkswaterstaat en GelreGroen moet na de einduitspraak van de Raad van State opnieuw worden opgesteld. Wanneer deze planning en/of realisatie van het infraproject uitloopt dan heeft dit ook gevolgen voor onze planning en inzet van middelen. De gemeentelijke inzet loopt minimaal totdat de A15/A12 wordt opgeleverd. De planning voor de openstelling loopt steeds verder uit.
Naar verwachting blijft in elk geval de komende begrotingsperiode ambtelijke inzet nodig in het kader van de nazorg en afronding van het Project ViA15 richting de gemeente over bijvoorbeeld het onderliggende wegennet. Onze inzet is om het onherroepelijke Tracébesluit conform wetgeving te vertalen in een gemeentelijk plan. In 2025-2026 hopen we het afstemmingstraject tussen de verschillende landschapsplannen af te ronden. Dit traject houdt een gebiedsproces in met de verschillende stakeholders waaronder bewoners in en de invoering van extra omgevingsmaatregelen. Voor de meest actuele stand van zaken zie de meest recente Jaarrekening (2024). Het college blijft een extra kredietaanvraag ten behoeve van vervangende inhuur bij onder andere de afdeling Realisatie & Beheer niet uitsluiten mocht blijken dat de gelden uit de voorziening en bestemmingsreserve onvoldoende zijn.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
3.D.1 Participatie
41
Borgen inpassing doortrekking A15 en verbreding A12 De gemeente is regelmatig met de Stichting Bewonersoverleg Groessen A15 in gesprek, hierin zijn alle kernen en buurtschappen langs het tracé verenigd. De participatieladder wordt naar gelang de situatie ingezet.
E: Klaar voor de toekomst 3.E.1 Doel
Duurzaamheid Doelstellingen per programmalijn zijn: • Energietransitie: 95% CO2 reductie in 2050 ten opzichte van 1990 en een CO2 neutrale elektriciteitsvoorziening in 2050. • Klimaatadaptatie: Klimaatbestendig en water robuust in 2050.
Toelichting
Risico’s
Circulariteit: 100% circulair in 2050. De planning is meerjarig. Het programma Duurzaamheid bestaat uit drie samenhangende programmalijnen: Energietransitie, Klimaatadaptatie en Circulariteit (grondstoffentransitie). Dwars door deze programmalijnen heen wordt een integrale aanpak voor bedrijven(terreinen) ontwikkeld. Ondanks gemeentelijke participatie is een risico dat samenwerking tussen inwoners, bedrijven, onderwijs en overheid onvoldoende van de grond komt en er onvoldoende stappen gezet worden richting de programmadoelstellingen. Voor het behoud en versterking van draagvlak voor maatregelen en acties is consistente communicatie van belang. Zo is er de afgelopen jaren gezien dat met name landelijke ontwikkelingen enorme impact hebben op draagvlak en de afkalving hiervan. Ook is netcongestie een issue dat een (realisatie) risico vormt voor projecten met betrekking tot onder andere grootschalige opwek, elektrificatie van zowel bedrijfsprocessen als transport en aardgasvrij.
42
3.E.1 Planning
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Duurzaamheid De planning is meerjarig. Het speerpunt blijft de komende jaren in toenemende mate, stevige aandacht vragen. Wettelijke doelstellingen, ambitiedocumenten en onderliggende programmeringen moeten meer concrete activiteiten geven voor de komende 4 jaar en een programmering op hoofdlijnen richting 2050. Aandachtspunt hierbij is dat externe ontwikkelingen regelmatig leiden tot bijsturing van planningen. Dit vereist flexibiliteit in de programmering. Belangrijke actiepunten voor 2025: • Energietransitie: ◦ Res 2. ◦ Wijkuitvoeringsplan de Vergert doorontwikkelen ◦ Opstellen Warmteprogramm ◦ Uitwerken Kavelstrategie binnen het zgn ‘cluster-AVR’ ◦ Ruimtelijke inpassing zonneparken rondom InnoFase en de doorontwikkeling van de Smart Energy Hub InnoFase ◦ Ontwikkelingen rondom netcongestie volgen en doorvertalen naar ruimtelijke plannen en -projecten ◦ Ontwikkelen gemeentebreed Energiebesparingsprogramma ◦ Uitvoering geven aan Nationaal IsolatieProgramma II & III ◦ Uitvoering geven aan project ‘Energiearmoede’ fase II ◦ Implementeren nieuwe laadvisie en plankaart • Circulariteit: ◦ Implementatie CROW monitor ◦ Het structureren van Circulariteit in de GWW in bijv. IBOR, Handboek Openbare Ruimte en werkprocessen. ◦ Circulariteit in zowel woningbouwlocaties als maatschappelijk vastgoed vorm en inhoud geven. ◦ Circulair Ambachtscentrum.
• Klimaatadaptatie: ◦ Beleidsontwikkeling Biodiversiteit ◦ Droogteonderzoek afronden en doorvertalen naar integrale gebiedsvisie ◦ Onderzoeksagenda Toekomstbestendig Watersysteem Duiven/Westervoort ◦ Soorten Management Plan ◦ Klimaatadaptief maken van diverse pleinen • Bedrijventerreinen
Financiën
Opstellen Strategie & Plan van Aanpak voor de verduurzamingsopgave op de bedrijventerreinen (incl. netcongestie en laadinfra voor zover dit binnen onze cirkel van controle of invloed ligt). Voor de uitvoering van de programmalijn Energietransitie heeft de raad structureel procesgeld beschikbaar gesteld. Daarnaast zijn er Klimaatgelden van Rijkswege beschikbaar gekomen waardoor er in totaal een budget beschikbaar is van € 218.000 (excl. bedrijfsvoeringskosten), waarvan € 27.000 voor voor de programmalijn Circulariteit. Voor de uitvoering van de programmalijn Klimaatadaptatie is totaal € 1.042.510 ter beschikking gesteld t/m 2027.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
43
3.E.1 Participatie
Duurzaamheid De gemeente kan de ambities voor alle drie programmalijnen alleen realiseren met grote inzet en betrokkenheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Om hen actief te betrekken is communicatie & participatie in het ‘hart’ van het programma geplaatst. Hiertoe is een Communicatiestrategie, het beeldmerk en platform ’Samen1Nergie’ en een Participatie strategie ontwikkeld. Daarnaast werkt de gemeente met ondernemersverenigingen samen om te komen tot een gedragen aanpak richting bedrijven(terreinen), bereidt de gemeente samen met de klankbordgroep en juniorklankbordgroep nieuw beleid voor en haalt de gemeente nieuwe ideeën op en heeft de gemeente een stap gezet richting verenigingen en maatschappelijke organisaties.
3.E.2 Doel
Natuurinclusieve gebiedsontwikkeling Een natuurinclusieve gebiedsontwikkeling op gang helpen waarbij een ‘groenblauw raamwerk’ tot stand komt in combinatie met ontwikkelmogelijkheden voor landbouw, geclusterde sport- en recreatieve functies eventueel aangevuld met kleinschalige woonfuncties. Eén en ander in gezamenlijk opdrachtgeverschap met de gemeente Westervoort. Na uitgebreide participatie met grondeigenaren, sportverenigingen, een gezamenlijke raadsavond, een inloopavond en een goede samenwerking met een actieve klankbordgroep is gekomen tot een koersdocument. Een richtinggevend kwaliteitskader voor het tussengebied. Deze is in januari 2025 door beide gemeenteraden vastgesteld. Ontoereikend budget voor ambities in uitvoeringsplannen. Naast het koersdocument is er een uitvoeringsagenda opgesteld waarin twee focusgebieden benoemd staan. Focusgebied ‘de Duivense Eng’ en focusgebied Weteringzone. De uitvoering hiervan start in 2025. Bij de vaststelling van de begroting voor 2025-2027 is de bestemmingsreserve bijgesteld van € 750.000 naar € 400.000. Bij de totstandkoming van het koersdocument heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Voor de uitvoering van de focusgebieden zal dit wederom plaatsvinden met de direct betrokkenen.
Toelichting
Risico’s Planning
Financiën Participatie
3.3 Wat gaat het ons kosten? Kosten bestaand beleid Programma Omgeving
Lasten Baten Saldo voor bestemming Mutaties reserves Saldo na bestemming Incidentele baten en lasten Structureel saldo
Rekening 2024 17.022 12.354 -4.669 1.293 -3.376 1.716 - 1.660
Begroting 2025 15.147 9.166 - 5.982 1.010 - 4.972 0 - 4.972
Begroting 2026 17.252 12.146 - 5.107 680 - 4.427 0 - 4.427
Meerjarenraming 2027 2028 2029 14.215 13.356 13.403 9.304 8.843 8.804 - 4.911 - 4.513 - 4.599 424 424 0 - 4.487 - 4.089 - 4.599 0 0 0 - 4.487 - 4.089 - 4.599
Bedragen x € 1.000 2026 Reeds verwerkt in de cijfers Speerpunten Versnellen woningbouw Doorstroomcoach
20.000 15.000
2027
15.000
2028
15.000
2029
15.000
44
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Definitief Omgevingsplan Wensen/Keuzemogelijkheden Dynamische stadsafsluiting Mobiliteitsvisie Autonome ontwikkelingen: Zwerfafval Ketenovereenkomst en verpakkingen Beheerpakket Greenpoint Coordinator kabels en leidingen Leges kabels en leidingen Bermbeheer Bezuinigingsmaatregelen: Terugbrengen activiteiten Klimaatadaptatie (KA) en Biodiversiteit (BD) Aanpassing dimscenario LED verlichting Verlagen uitgaven op gebied van landschap Restvervanging Led armaturen in twee jaar uitvoeren Tijdelijk verlagen investering in openbare verlichting Nieuwe aanbesteding voor PMD zakken door Circulus
60.000
60.000
60.000
60.000
15.000 133.333
15.000 167.300
15.000 147.987
15.000 179.653
65.000 3.000 18.300 79.300 -79.300 45.000
65.000 3.000 18.300 79.300 -79.300 45.000
65.000 3.000 18.300 79.300 -79.300 45.000
65.000 3.000 18.300 79.300 -79.300 45.000
200.000
200.000
200.000
200.000
-28.974
2.299
2.299
2.299
10.000
10.000
10.000
-
11.000
-
-
-
2.000
2.000
2.000
2.000
10.000
10.000
10.000
10.000
Inzet strategische denk- en doekracht
56.025
112.050
112.050
112.050
Toeristenbelasting
9.100
9.100
9.100
9.100
3.4 Welke verbonden partijen zijn betrokken?
Doel
Taak
Beleidsrisico’s
Onze inzet in 2026
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) Gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het omgevingsrecht. De ODRA bundelt de krachten. Zo is er minder versnippering, meer deskundigheid en een meer efficiënte inzet van middelen. Het uitvoeren van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het omgevingsrecht voor gemeenten in de regio Arnhem en provincie Gelderland. Ook is de ODRA voor deze overheden het aanspreekpunt voor milieuvraagstukken. De ODRA is een uitvoeringsorganisatie. De beleidsrisico’s zijn dan ook zeer beperkt. Het uitvoerend beleid wordt afgestemd, maar de gemeente blijft zelf bevoegd om het resultaat van de afstemming over te nemen. De bezuiniging die in 2025 incidenteel doorgevoerd zijn, zijn dit jaar teniet gedaan. De ODRA voert de basistaken milieu voor de gemeente uit. In 2026 zal de fusie tussen ODRA-ODRN vorm gegeven worden. Dit zal extra inzet vragen die hoofdzakelijk uit externe financiering zal plaatsvinden. De reguliere werkzaamheden worden naast de fusieactiviteiten gewoon doorgezet. Het werkpakket 2026 is geconsolideerd ten opzichte van 2025. De toename in de bijdrage is met name door CAO-wijzigingen en indexatie.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Programma 3 Omgeving
Doel Taak
Beleidsrisico’s
Onze inzet in 2026
45
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Verbeteren van het vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven in de regio Arnhem-Nijmegen, zowel nationaal als internationaal. Overleg voeren gericht op afstemming van beleid voor wonen, mobiliteit, economie en duurzaamheid. Daarnaast wordt het Bureau Brussel (EU-lobby) op strategisch-inhoudelijk niveau aangestuurd. Beperkt. Het orgaan is een afstemmingsplatform dat geen beslissingen kan nemen voor de afzonderlijke gemeenten. Het beleid wordt afgestemd, maar de gemeente blijft zelf bevoegd om het resultaat van de afstemming over te nemen. Belangrijk is bij grote, complexe vraagstukken samen te werken om voldoende slagkracht te bereiken. In 2026 zal de samenstelling van de verschillende BOT’s veranderen als gevolg van de samenstelling van nieuwe colleges. Zowel ambtelijk als bestuurlijk is het van belang om aangesloten te zijn bij de diverse opgaveteams en speerpunten. In 2026 wordt deze samenwerking voortgezet om de inhoudelijk vastgestelde opgaven te gaan realiseren.
VGGM – Zie programma 1.
46
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Algemene Dekkingsmiddelen
Algemene Dekkingsmiddelen In de nieuwe opzet van onze programmabegroting zijn de meeste onderdelen van de Algemene Dekkingsmiddelen vooral onder Programma 1 Bestuur opgenomen. De Toeristenbelasting is verwerkt in Programma 3 Omgeving. Omdat de opsomming van Algemene Dekkingsmiddelen een verplicht onderdeel van de BBV is hebben we deze als aanvullend hoofdstuk in het Programmaplan opgenomen. Tevens zijn in dit hoofdstuk verplichte onderdelen over de post onvoorzien en de vennootschapsbelasting opgenomen. Als Algemeen Dekkingsmiddel worden de volgende onderdelen aangemerkt: • Belastingen. • Uitkering uit het Gemeentefonds. • Beleggingen. • Overige Algemene Dekkingsmiddelen. Algemene Dekkingsmiddelen Belastingen - Toeristenbelasting - Reclamebelasting - OZB Uitkering uit het Gemeentefonds - Algemene Uitkering - Integratie-uitkering Participatie - Decentralisatie-uitkeringen Beleggingen Overige Algemene Dekkingsmiddelen - Rente interne financiering Totaal
2026
2027
2028
2029
295.130 186.500 8.321.777
295.130 186.500 8.531.485
295.130 186.500 8.754.157
295.130 186.500 8.973.011
49.905.981 1.985.456 318.918 115.000
51.569.810 1.838.211 293.637 115.000
51.601.040 1.818.568 293.637 115.000
52.967.906 1.807.459 293.637 115.000
302.145 61.430.907
302.145 63.218.918
302.145 63.366.177
302.145 64.940.788
Bedragen in €, zie voorcalculaties (incl. voorgestelde verhogingen)
Belastingen Hieronder vallen de gemeentelijke belastingen, voor zover zijnde Algemene Dekkingsmiddelen. In Duiven zijn dat de onroerende-zaakbelastingen, de toeristenbelasting, de reclamebelasting, de nog in te voeren precariobelasting en eerder de hondenbelasting. De toelichting op deze belastingen is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen. Uitkering uit het Gemeentefonds Uit het Gemeentefonds worden betaald de Algemene Uitkering, Integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen. Algemene Uitkering Het belang van de meicirculaire is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Stijgende accressen, ontwikkeling van de uitkeringsbasis, financiering 3D-taken en veranderingen in het verdeelstelsel. Ook in de meicirculaire 2025 zitten alle elementen weer opgenomen.
Totaal Algemene Uitkering Bedragen in €
2026 49.905.981
2027 51.569.810
2028 51.601.040
2029 52.967.906
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Algemene Dekkingsmiddelen
47
Ten opzichte van de septembercirculaire 2024 zijn er de volgende mutaties: Uitkeringsjaar Correctie volume accres ivm revisie CBS (dec circ) LPO accres prijs bbp Ontwikkeling uitkeringsbasis (mei circ.) Uitkeren verdeelreserve (dec. circ.) Afrekening ruimte onder BCF plafond Afronding uitkeringsfactor Tekorten voor rekening Rijk KInderopvang pleegouders IBO problematische schulden BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Uitvoeringskosten Omgevingswet Uitvoeringskosten lbv en lbv plus Landelijke aanpak adreskwaliteit DU antidiscriminatie voorzieningen DU einde lening inburgeringsplichtig Alleenverdienersproblematiek Suppletieregeling Bommenregeling DU Voorschoolse voorziening peuters DU Jeugdhulp kinderen in een AZC IU Participatie Hoeveelheidsverschillen Totaal
2025 73.447 444.355 146.894 36.724 -139.550 -11.017 521.167 3.146 20.697 -5.104 122.825 43.737 2.909 3.465 928 30.299 4.134 -580 32.726 221.841 390.659 1.943.703
Bedragen in €
In de meicirculaire 2025 zijn nieuwe ramingen verwerkt van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp) volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. In de meicirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Voor de jaren 2025 tot en met 2030 is de raming van het volumeaccres opwaarts bijgesteld. Het prijsdeel accres is geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025. Met name voor 2025 is de raming omhoog bijgesteld. Voor de jaren daarna zijn de bijstellingen beperkt. De afrekening van het BCF 2024 kost geld. In deze verwerking zijn ook de gevolgen van de decembercirculaire meegenomen. Daardoor wordt nu ook het voordeel vanwege de uitbetaling van de verdeelreserve en het extra geld voor de uitvoeringskosten van de Omgevingswet verwerkt. Als gevolg van het wijzigen van diverse aantallen bij de maatstaven in de berekening stijgt de Algemene Uitkering. Verder is voor 2025 geld beschikbaar gekomen omdat het Rijk de helft van de tekorten in de Jeugdzorg voor haar rekening neemt. Vanaf 2026 wordt extra geld toegevoegd voor de terugval in het gemeentefonds voor jeugd.