Bijlage 8b Programmabegroting 2026-2029 Duiven
Tekst van het document
Er zijn een aantal kleine taakmutaties en er worden eerder beschikbaar gestelde bedragen voor taken licht bijgesteld. Voor de aanvullend ingediende declaratie in het kader van de Bommenregeling ontvangen we een klein bedrag. Integratie-uitkeringen De integratie-uitkeringen zijn bestemd om middelen via het Gemeentefonds te verdelen op een wijze die afwijkt van de bestaande verdeelsleutels. Het zijn uitkeringen met een tijdelijk karakter. Opzet is dat deze uitkeringen op korte of middellange termijn worden opgenomen in de reguliere Algemene Uitkering. Voor 2025 gaat het in Duiven alleen nog om de IntegratieUitkering Participatie. Voor de Participatie ontvangen we in 2025 € 221.841 meer vanwege
48
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Algemene Dekkingsmiddelen
loon- en prijsindexatie, afschaffing Lage Inkomensvoordeel, Wsw extrapolatie en Rijksbijdrage sociale infrastructuur. Overzicht Integratie-uitkeringen Omschrijving Participatie Totaal
2026 1.985.456 1.985.456
2027 1.838.211 1.838.211
2028 1.818.568 1.818.568
2029 1.693.545 1.693.545
Bedragen in €
Decentralisatie-uitkeringen De decentralisatie-uitkering (DU) is een variant op de integratie-uitkering. Het tijdstip van overheveling hoeft in het geval van een decentralisatie-uitkering nog niet bekend te zijn en daarnaast kan het ook om tijdelijke middelen gaan. Voor de DU Voorschoolse voorziening peuters wordt € 580 minder uitgekeerd en voor de DU Armoedebestrijding kinderen € 4.960 meer. Voor de DU Jeugdhulp aan kinderen in een AZC wordt € 32.726 meer uitgekeerd vanaf 2025. Overzicht Decentralisatie-uitkeringen Omschrijving DU Armoedebestrijding kinderen DU decentralisatie provinciale taken VTH DU Voorschoolse voorziening peuters DU Jeugdhulp aan kinderen in een AZC DU extra capaciteit BOA's DU Bibliotheekmiddelen DU Antidiscriminatievoorzieningen DU Wet betaalbare huur DU Kwaliteitsborging bouw DU Impulsgelden Weerbaar Bestuur/Veilig wonen Totaal
2026 2027 2028 2029 88.385 88.385 88.385 88.385 63.236 63.236 63.236 63.236 38.620 38.620 38.620 38.620 70.391 70.391 70.391 70.391 33.005 33.005 33.005 33.005 100.000 3.465 20.441 11.164 8.865 7.776 14.754 7.062 439.359 304.801 302.502 301.413
Bedragen in €
Decentralisatie Uitkering Armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 stelt het kabinet structureel gelden beschikbaar voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Verdeling vindt plaats via door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Voor Duiven een bedrag van € 88.385. Onder het taakveld 6.3 Inkomensregelingen zijn lasten van gelijke hoogte opgenomen. Decentralisatie Uitkering provinciale taken vergunningverlening, toezicht en handhaving Vanwege de overdracht van taken aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij provinciale inrichtingen is € 63.236 toegevoegd. De raming voor de kosten voor VTH wordt gelijk aan deze decentralisatie-uitkering verhoogd (budgettair neutraal). Decentralisatie Uitkering Voorschoolse voorziening peuters Rijk en gemeenten hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over een aanbod voor alle peuters. Met deze afspraken wordt alle peuters de mogelijkheid gegeven om naar een voorschoolse voorziening te gaan. Via de afspraken zetten gemeenten zich actief in om een aanbod te realiseren voor de groep peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag die nu niet naar een voorschoolse voorziening gaat.
Decentralisatie Uitkering Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Vanaf 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. In de afgelopen twee jaar zijn deze
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Algemene Dekkingsmiddelen
49
middelen vooral ingezet voor de meerkosten die zijn ontstaan vanwege zorg voor de kinderen die in de opvang voor Oekrainse vluchtelingen zitten. Decentralisatie Uitkering Extra capaciteit BOA's Om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA's in de openbare ruimte te vergroten heeft het Rijk extra gelden beschikbaar gesteld. In de openbare ruimte verrichten BOA's belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA's binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. Decentralisatie Uitkering Bibliotheek middelen In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Er wordt een wettelijke zorgplicht voor gemeenten ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Decentralisatie Uitkering Antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau.
Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Gemeenten krijgen in 2026 eenmalig extra middelen om méér aan preventie te kunnen doen. Decentralisatie Uitkering Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten voldoende gecompenseerd worden. Decentralisatie Uitkering Wet Kwaliteitsborging bouw De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is per 1 januari 2023 gefaseerd in werking getreden. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden.
Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Voor de invoering en de uitvoering van de wet wordt via deze decentralisatie uitkering geld beschikbaar gesteld. Decentralisatie Uitkering Weerbaar Bestuur/Veilig wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur. Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid daarom geëxpliciteerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Ten behoeve van een veilige woonplek krijgen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies op maat aangeboden. Bij de advisering zal een breder pakket van preventieve maatregelen worden gehanteerd, waaronder fysieke, elektronische en digitale maatregelen. Gemeenten dienen op basis van de nieuwe regeling het beveiligingsadvies altijd over te nemen en de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen te bekostigen. Vanuit het programma Weerbaar Bestuur wordt hier een tegemoetkoming tegenover gesteld voor de periode 2023-2026.
50
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Algemene Dekkingsmiddelen
Septembercirculaire De financiële gevolgen van de septembercirculaire kunnen van groot belang zijn voor deze begroting. Door de stijging van de accressen, de ontwikkeling van de uitkeringsbasis en aanpassingen van de maatstaven of het niet toekennen van eerder toegezegde extra gelden voor Jeugdzorg ontstaan in alle jaren grote verschillen. Het is niet gelukt de septembercirculaire in deze begroting te verwerken. Via een kennisgeving zal de gemeenteraad nog voor de begrotingsbehandeling op de hoogte worden gesteld van de financiële gevolgen. De septembercirculaire zal in de Najaarsnota worden verwerkt. Beleggingen Betreft het rendement van deelname in maatschappelijk kapitaal van instellingen en ondernemingen. De gemeente heeft aandelen Alliander, Vitens en BNG in haar bezit. Alliander en de BNG delen jaarlijks ook dividend uit. Overige Algemene Dekkingsmiddelen Dit gaat om de rente interne financiering. Specifiek om de rente die we nu nog bijschrijven op de voorzieningen. Onvoorzien Deze post dient ter dekking van de in de loop van het begrotingsjaar optredende onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare niet geraamde uitgaven. Dit budget is niet per programma verdeeld, maar als totaalpost in de begroting opgenomen. Voor 2026 is geen bedrag geraamd.
Vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn gemeenten voor een aantal activiteiten, zoals de grondexploitatie, vennootschapsbelastingplichtig. Voor de jaren tot en met 2023 is inmiddels een definitieve aanslag ontvangen conform de ingediende aangiften. Verwacht wordt dat de aangifte over het jaar 2024 in de tweede helft van 2025 wordt verstuurd. Hiervoor is door de belastingdienst uitstel verleend tot 1 mei 2026.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Beleidsbegroting - Paragrafen
51
Beleidsbegroting - Paragrafen Paragraaf 1 Paragraaf 2 Paragraaf 3 Paragraaf 4 Paragraaf 5 Paragraaf 6 Paragraaf 7 Paragraaf 8 Paragraaf 9
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Onderhoud Kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Rechtmatigheid Duurzaamheid
Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Algemeen Deze paragraaf bevat informatie over gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en de retributies. Na de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Het aandeel van de gemeentelijke belastingen in het totaal van de inkomsten op basis van de begroting 2026 is 20%. Algemene belastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet voor een specifiek en wettelijk bepaald doel, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen mogen worden ingezet. De onroerende-zaakbelastingen (hierna: OZB) en de toeristenbelasting behoren tot deze categorie. De reclamebelasting feitelijk ook maar daar is in de gemeente Duiven wel een specifiek doel aan gekoppeld. Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Retributies zijn belastingen die worden geheven als er door of namens de gemeente een specifiek product of een specifieke dienst wordt verleend. De leges, de lijkbezorgingsrechten en de marktgelden behoren tot deze categorie.
Voor bestemmingsheffingen en retributies geldt dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst mag daarom niet hoger zijn dan de kosten die worden gemaakt om het product of de dienst te verlenen. In de gemeente Duiven worden diverse belastingen geheven, te weten OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, toeristenbelasting, reclamebelasting en rechten (o.a. leges). 1.2 Belastingopbrengsten In onderstaand overzicht zijn de geraamde belastingopbrengsten voor het jaar 2026 opgenomen. De geraamde opbrengsten voor 2025 zijn ter vergelijking bijgevoegd.
OZB Afvalstoffenheffing
Begroting 2026 8.099.842 3.431.762
Begroting 2025 7.602.348 3.539.433
52
Rioolheffing Toeristenbelasting Reclamebelasting Precariobelasting Lijkbezorgingsrechten Marktgelden Leges omgevingsvergunning Leges Huuropbrengst sport Totaal
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
Begroting 2026 2.496.670 295.130 178.500 25.000 204.127 1.715 701.055 674.549 400.871 16.509.221
Begroting 2025 2.439.051 278.658 61.500 0 194.168 2.705 796.668 575.008 263.472 15.753.011
Bedragen in €
1.3 Ontwikkeling tarieven De inwoners van de gemeente krijgen jaarlijks een aanslag gemeentelijke belastingen. Voor de beoordeling van de lastendruk zijn de tarieven dan ook van groot belang. De ramingen en de tarieven in de voorcalculaties zijn gebaseerd op de tarieven 2025. Een voorstel tot aanpassing van de tarieven vindt plaats in de financiële begroting. Bij aanpassing van de tarieven zal kritisch worden beoordeeld in hoeverre tariefstijging plaats dient te vinden. Daarbij wordt steeds een efficiënte en klantgerichte uitvoering van diensten en producten nagestreefd. Uitzonderingen hierop zijn de ramingen voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges omgevingsvergunning. Deze ramingen zijn gebaseerd op de geraamde kosten voor 2026 en de berekende tarieven voor 2026. Er is voor deze werkwijze gekozen omdat het voor genoemde heffingen en rechten noodzakelijk is om de kostendekkendheid voor 2026 te bepalen. Het is namelijk wettelijk niet toegestaan dat deze heffingen en rechten meer dan kostendekkend zijn. Naast kostenontwikkelingen (bijvoorbeeld inzameling- en verwerkingsprijzen afval) wordt normaal gesproken uitgegaan van een indexering van de tarieven 2026 met 2,74% voor loon- en prijsontwikkelingen overeenkomstig het percentage BBP (Bruto Binnenlands Product) uit de meicirculaire gemeentefonds 2025 (voor 2027 2,52%, voor 2028 2,61% en voor 2029 2,50%).
Verder wordt het uitgangspunt gehanteerd dat afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges omgevingsvergunning, leges en lijkbezorgingrechten kostendekkend zijn. Voor marktgelden is het uitgangspunt om zoveel mogelijk kosten te verhalen. Hieronder zijn de belastingtarieven voor het jaar 2026 vermeld. In het overzicht zijn, ter vergelijk, de tarieven voor 2025 opgenomen. De tarieven van de rechten, waaronder de leges en tarieven huur sportaccommodaties zijn divers. Daarom zijn deze tarieven niet opgenomen in het overzicht. Belastingsoort OZB eigenarenbelasting: - woningen, % van vastgestelde waarde - niet-woningen, % van vastgestelde waarde OZB gebruikersbelasting niet-woningen, % van vastgestelde waarde Afvalstoffenheffing vastrecht Afvalstoffenheffing variabel: - per lediging 140 liter container restafval - per lediging 240 liter container restafval
Tarief 2026
Tarief 2025
0,1179 0,2276 0,1743 259,86
0,1087 0,2098 0,1606 244,21
9,16 16,31
8,61 15,33
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
- per storting ondergrondse container Rioolheffing, per m3 Toeristenbelasting: - hotel, hostel, pension, B&B, kampeerterrein en camperplaats Reclamebelasting, Centrum Duiven
53
2,56 1,99
2,41 1,94
2,25 750,00
2,15 750,00
Bedragen in €
In de meicirculaire 2025 is aangegeven dat er een landelijk gemiddelde waardestijging van 10,5% voor woningen en 2% voor niet-woningen wordt verwacht. De gemiddelde waardestijgingen voor Duiven zijn nog niet bekend. Daarom is voor de berekening van de OZB-tarieven 2025 uitgegaan van de oude Duivense waarden. Alle OZB-tarieven worden nog herzien op basis van de daadwerkelijke waardeontwikkeling in de gemeente Duiven. Een wijzigingsvoorstel hiertoe wordt in december 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd. 1.4 Regelgeving Gemeenten kennen een gesloten belastingstelsel. Dit betekent dat een gemeente een belasting alleen kan heffen als een wet daar nadrukkelijk de bevoegdheid toe geeft. Het beleid betreffende de gemeentelijke belastingen is opgenomen in landelijke wet- en regelgeving. De belastingtarieven zijn opgenomen in onderstaande belastingverordeningen. - "Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026". - "Verordening afvalstoffenheffing 2026". - "Verordening rioolheffing 2026". - "Verordening toeristenbelasting 2026". - "Verordening reclamebelasting 2026" - "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026". - "Verordening marktgelden 2026". - "Verordening leges omgevingsvergunning 2026". - "Legesverordening 2026". In de verordeningen zijn verder bepalingen opgenomen ter uitvoering van de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen.
1.5 Beleidsvoornemen Onroerende-zaakbelastingen Onroerende-zaakbelastingen bestaan uit een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De belastingen worden geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Voor woningen wordt alleen een eigenarenbelasting geheven. In 2025 worden alle onroerende zaken in de gemeente Duiven voorzien van een nieuwe WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2025. Deze nieuwe WOZ-waarden gelden voor het jaar 2026 en vormen de grondslag voor de berekening van de aanslagen OZB. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. De financiële verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds over gemeenten. De Algemene Uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen en ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Gemeenten met veel waardevol onroerend goed ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde landelijke OZB-tarief.
54
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
Het resulterende bedrag wordt gekort op de Algemene Uitkering van de betreffende gemeente. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft geen enkel effect op deze aftrekpost. De rekentarieven zijn door het Rijk aangepast aan de landelijke waardeontwikkeling. De rekentarieven voor 2025 zijn 0,0862% voor OZB woningen eigenaren, 0,3145% voor OZB niet-woningen eigenaren en 0,2393% voor OZB niet-woningen gebruikers. Bij de opbrengst is er al met 5% extra verhoging al rekening mee gehouden. Afvalstoffenheffing Van de afvalstoffenheffing wordt de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en het beheer van het Afvalaanbiedstation betaald. Voor een groot deel wordt de dienstverlening hiervoor uitgevoerd door Circulus. Daarnaast worden ook de kosten voor communicatie, het schoonhouden van de openbare ruimte, salariskosten en overheadkosten van 1Stroom hieruit gedekt. Jaarlijks worden de budgetten voor het inzamelen en verwerken van afval geactualiseerd. Op basis van het totaal van de inkomsten en uitgaven wordt uiteindelijk het tarief voor vastrecht en het variabel tarief (per lediging) becijferd. De kosten voor afval zijn in totaal gestegen met 6,41% nl. € 219.977. Nu we ruim een halfjaar samenwerken met Circulus zijn de eerste ervaringscijfers bekend. Circulus heeft aangegeven dat de kosten voor de inzameling van papier € 50.000 hoger zijn dan vooraf was ingeschat.
De oorzaak hiervan is de hoeveelheid papier die in dozen naast de containers wordt aangeboden. De reguliere indexering van de dienstverlening door Circulus bedraagt voor 2026 4,80%. Daarnaast komen er minder opbrengsten binnen doordat inwoners de container minder vaak aanbieden. De kosten voor het Afvalaanbiedstation Duiven blijven voorlopig in de begroting staan. Voor onderzoek naar de toekomst van het Afvalaanbiedstation en de ontwikkeling van een Circulair Ambachtscentrum wordt € 15.000 uit de afvalstoffenheffing bijgedragen. Ook de verhoging van de doorbelasting vanuit 1Stroom op het product afval zorgt voor een stijging van de totale afvalkosten. Uitgaande van 100% kostendekkendheid zal het tarief voor de afvalstoffenheffing stijgen. Met de nieuwe variabele tarieven voor het aanbieden van de restafvalcontainer worden inwoners voldoende gestimuleerd tot het scheiden van afval. Inwoners scheiden steeds meer hun afval en bieden minder restafval aan. Voor een 140-liter restafvalcontainer betekent dit 7 ledigingen per jaar (in plaats van 8 in 2025) en bij een 240-liter restafvalcontainer een gemiddelde van 9 ledigingen per jaar (ten opzichte van 10 in 2025). Voor stortingen in een ondergrondse container wordt uitgaan van een gemiddelde van 28 stortingen per jaar (ongewijzigd ten opzichte van 2025). De kosten van kwijtschelding zijn in de tarieven afvalstoffenheffing verdisconteerd.
Rioolheffing Rioolheffing is een kostendekkende heffing. Het tarief wordt geheven per m3 waterverbruik. Het tarief wordt voor het jaar 2026 niet verhoogd voor de investeringen vanuit het WaterTakenPlan. De tarieven worden alleen aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven op overnachtingen in verblijfsaccommodaties in de gemeente. Het lager tarief voor campinghouders in 2025 gelijkgetrokken met het tarief voor hotels en bed & breakfast accommodaties. De belasting wordt geheven op basis van het aantal overnachtingen.Conform de besluiten in de Voorjaarsnota 2025 is het tarief met € 0,10 te verhoogd in het kader van de bezuinigingsmaatregelen. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor het hebben van reclame-uitingen in het Duivense centrum. Het verzoek tot het heffen van de belasting komt van de centrumondernemers (OCD). Het doel van OCD is het probleem van freeriders uit te bannen en daardoor extra financiële middelen te genereren om het centrum van Duiven aantrekkelijker te maken voor bezoekers en winkelend publiek. Daarvoor is de Stichting Promotie Centrum Duiven in het leven geroepen. De belasting wordt geheven door de gemeente en komt, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
55
een subsidie ter beschikking van de stichting. In de tussen de gemeente en de stichting gesloten overeenkomst is vastgelegd waar de gelden voor kunnen worden aangewend. In overleg met de stichting is een gelijkblijvend tarief voor de reclamebelasting bepaald. Het tarief voor 2026 is dan ook niet verhoogd en blijft dus gelijk aan het tarief voor 2025. Precariobelasting Conform de besluiten in de Voorjaarsnota 2025 is er aan opbrengst van € 25.000 opgenomen in het kader van de bezuinigingsvoorstellen. Een nadere uitwerking van de tarieven en de mogelijke varianten wordt in december 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn rechten die worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Het uitgangspunt is dat de tarieven 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden aangepast conform de kostendekkendheid. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het uitstallen van goederen of verkoopwaren tijdens de wekelijkse markt op de daarvoor aangewezen plaatsen en tijden en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de wekelijkse markt. Het aantal ingenomen strekkende meters bepaalt de tarieven. Het uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk kosten worden verhaald. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%.
Leges omgevingsvergunning Leges omgevingsvergunning betreft leges die de gemeente kan heffen voor aanvragen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Er is gekozen voor het toepassen van kruissubsidiëring. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten (bijvoorbeeld dakkapellen) laag te kunnen houden. Het uitgangspunt is dat de tarieven kostendekkend zijn. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2.74%. Leges Leges zijn rechten die worden geheven voor het door de gemeente verrichten van diensten. De diensten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening. Het uitgangspunt is dat de tarieven kostendekkend zijn. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%. Tarieven binnensportaccommodaties De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%. 1.6 Kostendekkende tarieven Hieronder staan de lasten- en batenoverzichten van de kostendekkende tarieven. Er is inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit is gedaan voor de tarieven van de belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn. Voor legestarieven, anders dan leges omgevingsvergunning, zijn de berekeningen niet gemaakt.
Dit zal gebeuren bij de begroting voor het jaar 2026. Afvalstoffenheffing TV2.1 Reiniging openbaar gebied (33% van de kosten) TV2.1 Doorbelasting 1Stroom openbaar gebied (33% van de kosten) TV7.3 Huishoudelijk afval huis aan huis inzamelen
102.950 108.957 77.606
56
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
TV7.3 Kosten Circulus TV7.3 Opbrengsten huishoudelijk afval huis aan huis inzamelen TV7.3 Doorbelasting 1Stroom TV7.3 Afvalaanbiedstation TV7.3 Opbrengsten afvalaanbiedstation TV7.3 Lasten heffing en invordering TV2.1 BTW TV7.3 BTW TV7.3 Kwijtschelding TV7.3 Oninbaar/leegstand Totale lasten TV7.3 Opbrengst belastingen Totale baten Dekking Bedragen in €
2.230.815 -238.434 799.700 107.846 -200.920 12.833 20.010 496.076 104.300 30.000 3.651.739 3.651.739 100%
Rioolheffing TV 2.1 Wegen TV 2.1 Te compenseren BTW TV 7.2 Riool TV7.2 Doorbelasting 1Stroom TV7.2 Rioolgemalen en randvoorzieningen TV7.2 Lasten heffing en invordering TV7.2 Te compenseren BTW TV7.2 Onttrekking aan voorziening Totale lasten TV7.2 Baten rioolheffing Totale baten Dekking
40.000 8.400 854.624 684.045 489.607 30.386 530.907 -72.890 2.565.079 2.565.079 100%
Bedragen in €
Lijkbezorgingsrechten TV7.5 Begraafplaatsen TV7.5 Doorbelasting 1stroom Totale lasten TV7.5 Overige leges Totale baten Dekking
59.664 167.144 226.808 204.127 90%
Bedragen in €
Marktgelden TV3.3 Kosten markten Totale lasten TV3.3 Opbrengst marktgelden Totale baten Dekking
3.250 3.250 2.765 2.765 85%
Bedragen in €
Leges omgevingsvergunning TV8.3 Kosten omgevingsvergunning TV8.3 BTW
58.880 12.365
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
57
TV1.1 Kosten omgevingsvergunning TV8.3 Doorbelasting 1Stroom Totale lasten TV8.3 Opbrengst omgevingsvergunning Totale baten Dekking
56.906 572.904 701.055 701.055 701.055
100%
Bedragen in €
1.7 Lokale lastendruk In de begroting 2025 wordt een lastendrukstijging voorzien van 5,2%. In onderstaande overzichten zijn, onder andere, de voornaamste lasten voor een gemiddeld huishouden in het jaar 2026 op een rij gezet, waarbij de procentuele stijging ten opzichte van het jaar 2025 is weergegeven. Hierbij is de gemiddelde WOZ-waarde van Duiven voor het jaar 2025 gehanteerd. Aannames Gemiddelde WOZ-waarde woning Ledigingen 140-liter container restafval Waterverbruik gezin (vier personen)
€ 370.000 8 keer * 140 m3
Ontwikkeling lastendruk OZB-eigenaar Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal
2023 361,49 227,76 260,40 849,65
2024 381,10 277,24 263,20 921,54
2025 402,19 313,09 272.28 987,56
2026 436,38 323,98 278.60 1.038,96
Ontwikkeling t.o.v 2025 8,5% 3,5% 2.3% 5,2%
Bedragen in €
*Tot en met 2025 is uitgegaan van gemiddeld 8 ledigingen en voor 2026 van 7 ledigingen. OZB is gerekend met 5,76 % extra verhoging ten opzichte van 2025 naast de inflatiepercentage van 2,74%. Meerjarige ontwikkeling lastendruk OZB-eigenaar Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal Stijgingspercentage t.o.v. voorgaand jaar
2026 436,38 323,98 278,60 1.038,96 5,2
2027 447,37 322,82 285,62 1.055,81 1,62
2028 459,05 322,73 293,08 1.074,85 1,80
2029 470,53 323,22 300,40 1.094,15 1,79
2024 477,00 489,00 477,00
2025 541,00 529,00 505,00
Bedragen in €
Vergelijking lastendruk per inwoner binnen Gelderland Gemeente Duiven Liemerse gemeenten (incl. Duiven)* Gemeente Westervoort
2021 450,00 439,00 421,00
2022 465,00 450,00 436,00
2023 469,00 464,00 447,00
58
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 1 Lokale heffingen
Gemeente Zevenaar Gelderland (incl. Duiven)
2021 464,00 435,69
2022 474,00 449,02
2023 485,00 464,400
2024 532,00 490,90
2025 552,00 525.33
Bedragen in €
* Liemerse gemeenten: Duiven, Doesburg, Montferland, Westervoort en Zevenaar. Bron: Provincie Gelderland, afd. KOB/IBT. Zie hiervoor de tabel Belastingdruk totaal per inwoner per 4 september 2025 Bij de lastendruk worden de volgende opmerkingen gemaakt. Het is voor de afvalstoffenheffing lastig een vergelijk te maken aangezien iedere gemeente een eigen systeem heeft van tariefberekening. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld bij de bepaling van de lastendruk. 1.8 Kwijtschelding De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. In de gemeente Duiven kan door belastingplichtigen (particulieren en zzp'ers) kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing vastrecht, de afvalstoffenheffing ledigingen/stortingen (maximaal 8 ledigingen 140-liter container, of maximaal 5 ledigingen van 240-liter container, of maximaal 28 stortingen) en zeer incidenteel onroerendezaakbelastingen (eigenaren woningen). De kwijstscheldingsregeling zal conform het aantal gehanteerde gemiddelde ledigingen voor de begroting, worden aangepast met ingang van 2026. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaatsvindt. Ligt het netto besteedbare inkomen op of onder het bijstandsniveau, dan wordt volledige kwijtschelding verleend.
Bij een gering hoger inkomen kan sprake zijn van een gedeeltelijke kwijtschelding. In al deze gevallen zal het beschikbare vermogen beneden de toegestane norm moeten liggen. Voor 2026 wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van € 105.300 voor kwijtscheldingen. Hieronder is de splitsing van de kwijtschelding naar belastingsoort weergegeven.
Afvalstoffenheffing Onroerende-zaakbelastingen eigenaren woningen
Begroting 2026 104.300 1.000
Begroting 2025 104.300 1.000
Bedragen in €
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate een gemeente in staat is tegenvallers op te vangen. Het bestaat uit twee componenten, de risico's en de weerstandscapaciteit. Door een goed inzicht in het weerstandsvermogen kan voorkomen worden dat elke financiële tegenvaller onmiddellijk dwingt tot bezuinigingen. Er zijn twee soorten weerstandsvermogen, statisch en dynamisch weerstandsvermogen. Als het weerstandsvermogen betrekking heeft op een specifiek jaar spreekt men van statisch weerstandsvermogen. Gaat het om het weerstandsvermogen op middellange termijn, dan spreekt men van dynamisch weerstandsvermogen. De gemeente Duiven kiest ervoor om de focus op het dynamische weerstandsvermogen te leggen.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
59
Hieronder wordt eerst de weerstandscapaciteit van de Gemeente Duiven toegelicht, waarna de risico’s in kaart gebracht worden. Aan het einde van de paragraaf wordt het weerstandsvermogen bepaald. Om deze in een context te plaatsen, worden vervolgens de kengetallen weergegeven. Weerstandscapaciteit Er wordt onderscheid gemaakt in de structurele en incidentele weerstandscapaciteit, vergelijkbaar met de verschillen binnen het weerstandsvermogen. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de resterende belastingcapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, onbestemde reserves en stille reserves. Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is te berekenen door de maximaal mogelijke belastingopbrengst te verminderen met de huidige belastingopbrengst. Berekening van de onbenutte belastingcapaciteit kan beperkt blijven tot de onroerende-zaakbelastingen (OZB), aangezien andere heffingen in principe kostendekkend zijn. Deze heffingen mogen niet verhoogd worden of het is niet realistisch deze te verhogen. Er is geen wettelijk maximum voor de OZB. Als referentie voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit maken we de vergelijking met artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (Fvw) en het hierin gegeven tarief.
Dit tarief wordt berekend door 120% te nemen van het gemiddelde tarief van twee jaar geleden. Het tarief wordt jaarlijks in de meicirculaire meegedeeld aan de gemeente via de meicirculaire. Voor 2026 is het percentage vastgesteld op 0,1648% van de WOZ-waarde. Het tarief van gemeente Duiven voor woningen ligt onder het artikel 12 Fvw tarief. Op basis van deze vergelijking is er in 2026 een vrije ruimte van € 1.206.645. In 2025 was de vrije ruimte € 1.361.059. Berekening onbenutte capaciteit
OZB woningen (eigenaren) OZB nietwoningen (eigenaren) OZB nietwoningen (gebruikers) Totaal
Geraamde opbrengsten 2026 4.749.101
Opbrengsten obv artikel 12 6.626.407
Onbenutte capaciteit 2026 1.877.306
2.105.342
1.521.995
-583.346
1.570.074
1.482.760
-87.314
8.424.517
9.631.162
1.206.645
Bedragen in €, excl. oninbaarheid en leegstand
De conclusie van het bovenstaande is dat de Duivense tarieven onder het artikel 12 tarief liggen. Aanpassing naar het artikel 12 tarief schept een budgettaire ruimte van € 1.206.645. Incidentele weerstandscapaciteit Stille reserves Stille reserves zijn bezittingen die beneden de marktwaarde in de boeken staan en die zonder bezwaar direct te verkopen zijn. De gemeente bezit geen panden en gronden waar stille reserves op rusten. De gemeente bezit een klein aantal aandelen die voor de aanschafprijs in de balans
60
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
staan. Dat zijn aandelen van Vitens, Leisurelands, de BNG en Alliander. Deze aandelen zijn niet vrij verhandelbaar. De conclusie is daarom dat de gemeente geen stille reserves heeft. Algemene Reserve Stand Algemene Reserve Stand 18.555 15.224 -1.652 32.127 0 -6.468 25.659
Stand per 1 januari 2024 Stortingen 2024 Onttrekkingen 2024 Stand per 31 december 2024 Stortingen 2025 Onttrekkingen 2025 Prognose stand per 31 december 2025 Bedragen x € 1.000
Omvang incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is bedoeld om ondanks tegenvallers het beleid te kunnen handhaven. Bestemmingsreserves zijn gevormd om een bepaald doel te realiseren en zijn dus onderdeel van het beleid en geen onderdeel van de weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Structureel: Onbenutte belastingcapaciteit Incidenteel: Algemene Reserve Totaal
1.207 25.659 26.866
Bedragen x € 1.000
Risico's De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen moeten materieel zijn en niet op andere wijze zijn af te dekken. Denk hierbij aan het treffen van een voorziening, het vormen van een reserve, het afnemen van een verzekering of het nemen van beheersmaatregelen. Er wordt een schatting gemaakt van de kans dat een risico zich voordoet en de financiële impact die dit zal hebben. Dat is per definitie een subjectieve beoordeling. Om die onzekerheid nadrukkelijk tot uitdrukking te brengen, wordt gewerkt met minimum- en een maximumwaarden. Kans Komt gemiddeld meermalen per jaar voor Komt gemiddeld eenmaal per jaar voor Komt gemiddeld eenmaal per twee jaar voor Komt gemiddeld eenmaal per vijf jaar voor Komt gemiddeld minder dan eenmaal per vijf jaar voor
Score 5 4 3 2 1
Kansscore 100% 80% 60% 40% 20%
In de navolgende inventarisatie zijn de risico’s in vier categorieën verdeeld: • Risico’s van de bedrijfsvoering. • Risico’s op eigendommen. • Aansprakelijkheidsrisico’s. • Financiële risico’s.
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
61
Risico's van de bedrijfsvoering a. Apparaatskosten Grondexploitatie Het aandeel door te belasten ambtelijke uren vanuit 1Stroom aan de grondexploitaties zal op termijn afnemen indien de nog op te starten woningbouwlocaties worden gerealiseerd. Op korte termijn is er nog een opgave als het gaat om uitgifte van bedrijventerreinen. Minimum: 2 fte Maximum: 4 fte Kansscore: 3 Gemiddeld:
€ 160.000 € 320.000 60% € 144.000
b. Deskundigheid personeel Er wordt binnen de organisatie van 1Stroom bewust gewerkt aan de kwaliteit van het personeel. Jaarlijks zijn er opleidingsfaciliteiten beschikbaar. Minimum: Maximum: Kansscore: 1 Gemiddeld:
€ 10.000 € 50.000 20% € 6.000
c. Cyberbeveiligingsrisico NIS2 betekent een wettelijke verplichting voor gemeenten om passende en evenredige maatregelen te nemen om cyberbeveiligingsrisico's te beheersen. Vooralsnog is er nog geen concrete datum wanneer de richtlijn geldt. Tot die tijd conformeren wij ons aan de richtlijnen van de BIO zoals voorgeschreven door de VNG en bereiden we ons intern voor op eisen die NIS2 van ons verwacht. Hierbij komt als extra risico dat er momenteel door geen enkele gemeente een passende en betaalbare cyberverzekering en dus vangnet gesloten kan worden. Hierdoor dienen we een bedrag in de begroting te reserveren om de kosten van mogelijke cyberincidenten en de gevolgen hiervan op te kunnen vangen. Minimum: €0 Maximum: € 4.000.000 Kansscore: 1 20% Gemiddeld: € 400.000 d. Wachtgeld ambtenaren Op dit moment is er beperkt sprake van wachtgeld binnen de ambtelijke organisatie van 1Stroom. Ambtenaren hebben echter in bepaalde gevallen recht op wachtgeld. Minimum: 1 fte Maximum: 2 fte Kansscore: 3 Gemiddeld:
€ 70.000 € 140.000 60% € 63.000
e. Bovenformatieven Op dit moment is er geen sprake van boventallig personeel. Minimum: 0 fte Maximum: 1 fte Kansscore: 2 Gemiddeld:
€0 € 70.000 40% € 14.000
62
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
f. Vennootschapsbelasting (VPB) Overheidslichamen zijn met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig voor de VPB. Duiven loopt hierdoor het risico om belasting te gaan betalen over de fiscale winst die zij in enig jaar behaalt. Vooraf is moeilijk in te schatten wat de belastingclaim zal zijn in enig jaar. Die claim is sterk afhankelijk van de interpretatie van de fiscus alsmede het verloop van baten en lasten op specifieke onderdelen. Voor een VPB claim is nu nog geen budget opgenomen in onze begroting. Minimum: Maximum: Kansscore: 1 Gemiddeld:
€0 € 500.000 20% € 50.000
g. Algemene risico's Bij de risico-inventarisatie gaat het om risico's met een materieel belang. Dat neemt niet weg dat veel kleine risico's samen toch een substantieel bedrag kunnen worden. Daarom is in de kwantificering een bedrag opgenomen voor algemene risico's. Daarbij wordt uitgegaan van de norm van 6% van de Algemene Uitkering en de belastingcapaciteit die door de toezichthouder wordt gehanteerd voor de vrij aanwendbare reserve. Een negatief jaarrekeningresultaat zal moeten worden opgevangen door dit algemene risico. Minimum: 6% Algemene Uitkering/Belastingcap. Maximum: Kansscore: 5 Gemiddeld:
€ 2.909.607 € 2.909.607 100% € 2.909.607
h. Renterisico Het gaat hier om het risico op stijging van de rentekosten. De rente is op dit moment redelijk stabiel. Dat geldt voor zowel de korte als de lange rente. Een stijging na 2025 is niet uit te sluiten. Doordat de liquiditeitsprognose aangeeft dat er slechts beperkt geld hoeft te worden aangetrokken is het risico voorlopig ook beperkt. Het risico wordt geschat op 0% tot 4% van € 10 miljoen. Minimum: 0% van € 10 mln Maximum: 4% van € 10 mln Kansscore: 3 Gemiddeld:
€0 € 400.000 60% € 120.000
Risico's op eigendommen a. Grondexploitatie Inleiding De actieve grondexploitatie is voor de gemeente een bedrijfsmatig proces, dat zich over de langere termijn voltrekt. Kenmerkend is het doen van omvangrijke voorinvesteringen die later in de tijd, voornamelijk door gronduitgifte, worden terugverdiend. Gelet op de planperiode (einddatum van het langstlopende complex) en de geprognosticeerde omzetten zijn aan het exploiteren van gronden risico’s verbonden. Te onderscheiden zijn: • Algemene economische risico’s. • Projectgebonden risico’s. Uitgangspunt is dat de risico’s zoals nu gepresenteerd, worden meegenomen in de Monte Carloanalyse om inzicht te krijgen in de mogelijke uitkomsten per grondexploitatie om zodoende het gemeentelijke weerstandsvermogen in beeld te krijgen. Algemene economische risico’s
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
63
Vooral bij het in exploitatie nemen van redelijk omvangrijke uitleg- en uitbreidingslocaties loopt de gemeente vanwege de relatief lange looptijd en hoge omzetten financiële risico’s. In het algemeen zijn aan het exploiteren van ruimtelijke plannen de volgende risico’s verbonden: • De uitgifte van bouwgronden start later, terwijl de voorinvesteringen al wel (deels) zijn gedaan. De fasering van de investeringen en opbrengsten in de tijd verlopen niet volgens oorspronkelijke inschatting/planning waardoor er renteverliezen optreden. • Er dient zich een rentestijging aan, die niet kan worden gecompenseerd door een verhoging van de opbrengsten uit grondverkoop. Een deel van deze risico’s (o.a. de rentebijschrijving op de boekwaarde) is niet of nauwelijks beïnvloedbaar maar kan wel voorzien worden op basis van eerdere getallen en prognoses. Overige risico’s zijn enigszins beïnvloedbaar maar kan niet duidelijk voorzien worden of de scenario's zullen uitkomen. Uit bedrijfseconomisch oogpunt is het verstandig om uit te gaan van “reële en behoedzaam scenario’s”, die vervolgens afgewogen kunnen worden tegen elkaar in de Monte Carlo-analyse. Zo zijn de volgende algemene risico’s opgenomen voor elke grondexploitatie: • Een stijging van het rentepercentage; • Stijging (of daling) van de opbrengsten; • Hogere plankosten als gevolg van verlenging van de looptijden.
Projectgebonden risico’s Hierna worden de specifiek projectgebonden risico’s van de in exploitatie genomen gronden nader toegelicht en waar mogelijk gekwantificeerd. Toereikendheid plankostenbudgetten Het is reëel te veronderstellen dat er een risico bestaat dat noodgedwongen programmawijzigingen optreden. Ook kan sprake zijn van langere doorlooptijden van de in exploitatie genomen complexen. De ervaring leert dat er hierdoor een reële kans is dat in de complexen geraamde plankostenbudgetten niet toereikend zijn. Lagere verwachtte opbrengst Het is mogelijk dat de verwachte opbrengsten van gronden, waar eerder op gerekend werd, lager uitvallen dan gepland. Dit kan te wijten zijn aan verschillende factoren, zoals veranderingen in de marktomstandigheden, onverwachte concurrentie van andere aanbieders, of wijzigingen in de vraag van potentiële kopers of ontwikkelaars. Een dergelijke neerwaartse afwijking van de opbrengsten kan aanzienlijke financiële implicaties hebben voor de grondexploitatie en kan resulteren in verlies van potentiële inkomsten die eerder waren geprognosticeerd. Planwijziging Een lagere opbrengst als gevolg van een planwijziging kan zich voordoen wanneer bepaalde aspecten van het oorspronkelijke plan worden gewijzigd, waardoor een kleiner of groter aantal eenheden in beperkte mate gerealiseerd kunnen worden voor uitgifte.
Substantiële wijzigingen worden altijd voorgelegd voor de gemeenteraad. Uitkomsten Monte Carlo-analyse De Monte Carlo-analyse is ingezet om de effect(en) van de bovengenoemde risico's op alle grondexploitaties te evalueren. In onderstaande tabel worden de uitkomsten van de financiële risico’s weergegeven in hun meest waarschijnlijke scenario en daarbij de algehele financiële gezondheid van de projecten in zijn totaliteit. In de risico analyse is de winstuitname over het jaar 2023 meegenomen. Let wel, de risico’s voor de grondexploitatie De Timp zijn niet van toepassing omdat deze dit jaar is afgesloten. Tabel Monte Carlo-analyse
64
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Risico per project
Huidige stand waarschijnlijke situatie 6.435.657 6.741.181 579.340 670.569 1.659.269 1.825.358 476.418 460.250 156.781 151.848 1.019.415 1.054.904
Innofase De Nieuweling Graafstaete II Woonzorg/WPRI Woonpark Droopad Totaal:
Verschil 305.524 91.229 166.089 -16.168 -4.933 35.489 577.230
*Winstuitname over het jaar 2024 is niet meegenomen in de risico analyse. De uitkomsten van de Monte Carlo-analyse geven dat Graafstaete II mogelijk negatiever uitvallen dan er initieel is geraamd. Daarentegen zullen de grondexploitaties Innofase en De Nieuweling waarschijnlijk hoger uitvallen, oorzaak is een mogelijke hogere grondopbrengst dan verwacht. Met deze verwachtingen is er over het geheel van de grondexploitaties een positief weerstandsvermogen. b. Bodemverontreiniging Voor de bekende bodemverontreiniging is een voorziening opgenomen. Maar er is bepaald geen zekerheid dat alle verontreinigingen al geïnventariseerd zijn. Het gaat hier om bodemverontreinigingen die niet binnen een complex van de grondexploitatie opspelen. Minimum: 1 sanering Maximum: 5 saneringen Kansscore: 2 Gemiddeld:
€ 100.000 € 500.000 40% € 120.000
Aansprakelijkheidsrisico’s a. Gewaarborgde geldleningen Per 1 januari 2025 stond de gemeente garant voor het betalen van rente en aflossing voor in totaal € 24.282.304. Het grootste deel hiervan, namelijk € 23.968.000 wordt gegarandeerd in de achtervang van het WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw). Voor het restant van € 314.304 wordt garant gestaan voor het betalen van rente en aflossing van sportverenigingen. In 2024 is er een garantie verplichting van € 162.800 bijgekomen vanwege de bouw van een nieuw dierentehuis in Arnhem. Minimum: Maximum: Kansscore: 2 Gemiddeld:
€ 100.000 € 1.000.000 40% € 220.000
b. Schadeclaims Het algemene beeld is dat de burgers vaker de overheid aansprakelijk stellen en schade claimen. De afgelopen vier jaar was er geen stijging in het aantal claims en ook geen stijging van het geclaimde bedrag. De gemeente is verzekerd voor wettelijke aansprakelijkheid en voor het eigen risico is in de begroting een budget opgenomen. Toch kunnen zich schadeclaims voordoen waarvoor we niet verzekerd zijn. Minimum: Maximum: Kansscore: 2
€ 10.000 € 1.000.000 40%
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Gemiddeld:
€ 202.000
c. Gemeenschappelijke regelingen De gemeente Duiven participeert in een aantal gemeenschappelijke regelingen. Eventuele tekorten kunnen ten laste komen van de participerende gemeenten. Minimum: Maximum: Kansscore: 3 Gemiddeld:
€ 25.000 € 1.000.000 60% € 307.500
Financiële risico’s a. Open-einderegelingen Wij kennen de volgende open-einderegelingen: - Jeugdzorg en Wmo Uitgaven voor de Jeugdzorg en de Wmo zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. Gezien het open karakter van de regelingen blijft er sprake van aanzienlijke risico's. Minimum: Maximum: Kansscore: 4 Gemiddeld:
€ 1.000.000 € 3.000.000 80% € 1.600.000
- Bijzondere bijstand (incl. langdurigheidstoeslag). Minimum: 1% van budget Maximum: 10% van budget Kansscore: 3 Gemiddeld:
€ 4.728 € 47.280 60% € 15.602
- Leerlingenvervoer Minimum: 1% van budget Maximum: 10% van budget Kansscore: 3 Gemiddeld:
€ 4.047 € 40.472 60% € 13.356
Met name binnen het speciaal onderwijs zien we ontwikkelingen die meerkosten met zich mee kunnen brengen: verdere specialisatie van scholen, die zich op specifieke stoornissen gaan toeleggen. Dit betekent dat de afstand tot een geschikte school groter kan worden. - Verstrekkingen van voorzieningen aan gehandicapten (onderdeel van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2007). Het risico bestaat dat er in één jaar meerdere dure aanpassingen aan woningen plaats moeten vinden. Minimum: 1% van budget Maximum: 10% van budget Kansscore: 4 Gemiddeld:
€ 9.611 € 96.114 80% € 42.290
65
66
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
- RSD. Door een toename van het aantal uitkeringen kunnen de uitvoeringskosten van de RSD toenemen. Minimum: Maximum: Kansscore: 5 Gemiddeld:
€ 50.000 € 100.000 100% € 75.000
b. Algemene Uitkering De herverdeling van de Algemene Uitkering is doorgevoerd. Het Rijk blijft volop verantwoordelijkheid naar gemeenten doorschuiven of wegnemen. Bovendien rekent het Rijk met investeringsplannen die zeer ambitieus zijn. Verder is het Gemeentefonds een veelgenoemd onderwerp voor bezuinigingen door het Rijk. Door dit alles fluctueert de Algemene Uitkering per jaar en bestaat het risico dat er in enig jaar een lagere uitkering wordt ontvangen. Minimum: Maximum: Kansscore: 4 Gemiddeld:
€ 200.000 € 1.200.000 80% € 560.000
c. Beleggingen Gestreefd wordt naar een stabiel dividendniveau. Toch kan het jaarlijkse dividend mee- of tegenvallen. Jaarlijks wordt dividend ontvangen van de BNG en Alliander. Minimum: 10% van geraamd dividend Maximum: 25% van geraamd dividend Kansscore: 3 Gemiddeld:
€ 11.500 € 28.750 40% € 8.050
d. Afvalinzameling In de nieuwe manier van afval inzamelen schuilen financiële risico's. Als er in de gemeente meer gescheiden zou worden dan is aangenomen in de ramingen kan dit betekenen dat het aantal ledigingen en dus de variabele opbrengst lager is. Bovendien kan een verhoging van het poorttarief bij het AAS ervoor zorgen dat er minder wordt aangeboden dan in de ramingen opgenomen. Minimum: Maximum: Kansscore: 4 Gemiddeld:
€0 € 225.000 80% € 90.000
e. Referendum In onze gemeente is de mogelijkheid geschapen om een referendum te houden. De kosten hiervan worden geraamd op € 70.000. Bij het combineren met verkiezingen kan een besparing ontstaan van ongeveer € 6.000. Minimum: Maximum: Kansscore: 1 Gemiddeld:
€ 64.000 € 70.000 20% € 13.400
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
67
f. Inburgering nieuwkomers Voor de inburgering van nieuwkomers zijn geen kosten geraamd. Het risico bestaat dat er wel kosten gemaakt worden voor de inburgering, waardoor deze gedekt worden uit de Algemene Reserve. Minimum: Maximum: Kansscore: 1 Gemiddeld:
€ 50.000 € 100.000 20% € 15.000
Als alle risico’s die we tot nu toe hebben gekwantificeerd zich ook daadwerkelijk zouden voordoen, dan zou er sprake zijn van minimaal € 5,4 miljoen en maximaal € 17,4 miljoen schade (ongewogen risico’s). Maar de kans dat dit zich allemaal in één jaar voordoet is nihil. Vandaar dat uit wordt gegaan van een gewogen risico: de kans dat een risico zich voordoet maal de hoogte van het bedrag dat daarmee gemoeid is. Deze kwantificering van risico’s waarbij rekening is gehouden met de kans dat een risico zich voordoet, komt uit op een bedrag van € 7,6 miljoen. Waarbij opgemerkt moet worden dat het hier gaat om het gemiddelde van het minimumrisico (€ 4,8 miljoen) en het maximumrisico (€ 10,4 miljoen).
Basis Min. Risico's omtrent de bedrijfsvoering Apparaatskosten 2fte-4fte 160.000 grondexploitatie Deskundigheid personeel 10.000 Verzekeringen 0 Wachtgeld ambtenaren 1fte-2fte 70.000 Bovenformatieven 1fte 0 Vennootschapsbelasting 0 Algemeen risico norm Gld 2.909.607 6% au / bel.cap. Renterisico 10 mln 0 rente 0%-4% Risico's omtrent eigendommen Grondexploitatie Innofase 305.524 De Nieuweling 91.229 Graafstaete II 166.089 Woonzorg WPRI -16.168 Woonpark -4.933 Droopad 35.489 Bodemverontreiniging 1-5 100.000 (onbekende) saneringen Aansprakelijkheids risico's Gewaarborgde 100.000 geldleningen Schadeclaims 10.000 Gem. regelingen 25.000 Financiële risico's Open-einde regelingen:
Max.
Risico Risico % minimum maximum
320.000 60%
Risico gemiddeld
96.000
192.000
144.000
50.000 20% 2.000 4.000.000 20% 0 140.000 60% 42.000 70.000 40% 0 500.000 20% 0 2.909.607 100% 2.909.607
10.000 800.000 84.000 28.000 100.000 2.909.607
6.000 400.000 63.000 14.000 50.000 2.909.607
400.000 60%
0
240.000
120.000
305.524 100% 91.229 100% 166.089 100% -16.168 100% -4.933 100% 35.489 100% 500.000 40%
305.524 91.229 166.089 -16.168 -4.933 35.489 40.000
305.524 91.229 166.089 -16.168 -4.933 35.489 200.000
305.524 91.229 166.089 -16.168 -4.933 35.489 120.000
1.000.000 40%
40.000
400.000
220.000
1.000.000 40% 1.000.000 60%
4.000 15.000
400.000 600.000
202.000 307.500
68
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Basis -Jeugdzorg -Bijzondere bijstand
1-10% budget 1-10% budget 1-10% budget 50-100%
-Leerlingenvervoer -Wmo -RSD Algemene Uitkering Beleggingen
10-25% dividend
Min. 1.000.000 4.728 4.047
40.472 60%
2.428
24.283
13.356
9.611
96.114 80%
7.689
76.891
42.290
50.000 200.000 11.500
100.000 100% 1.200.000 80% 28.750 40%
50.000 160.000 4.600
100.000 960.000 11.500
75.000 560.000 8.050
0 64.000 50.000
225.000 80% 70.000 20% 100.000 20%
0 12.800 10.000
180.000 14.000 20.000 bovengrens 4.776.191 10.355.880
90.000 13.400 15.000 ondergrens 7.566.035
Afvalinzameling Referendum Inburgering nieuwkomers Totaal
Risico Risico Risico Max. % minimum maximum gemiddeld 3.000.000 80% 800.000 2.400.000 1.600.000 47.280 60% 2.837 28.368 15.602
5.355.724 17.374.454
Weerstandsvermogen De berekening van het weerstandsvermogen vindt plaats via de formule: weerstandscapaciteit / risicobedrag = weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen >2 Uitstekend 1,4 < x < 2,0 Ruim voldoende 1,0 < x < 1,4 Voldoende 0,8 < x < 1,0 Matig 0,6 < x < 0,8 Onvoldoende < 0,6 Ruim onvoldoende De incidentele weerstandscapaciteit bestaande uit de Algemene Reserve bedraagt per 1 januari 2026 € 25.658.752. Het ratio is bij een maximaal risico op basis van de kansscore: 25.658.752 / 10.355.880 = 2,48. Het ratio is bij een gemiddeld risico op basis van de kansscore: 25.658.752 / 7.566.035 = 3,39. Bij een maximaal risico is de ratio uitstekend en bij een gemiddeld risico is de ratio ook uitstekend. Uitgangspunt is een weerstandscapaciteit die ligt tussen 1,4 en 2,0 bij een gemiddeld risico. De stand van de Algemene Reserve per 1 januari 2025 kan het gemiddelde risico uitstekend opvangen. De onbenutte belastingcapaciteit biedt nog ruimte om eventuele structurele tekorten in de exploitatie te kunnen dekken. Boven- en ondergrens Algemene Reserve Grenzen Ondergrens Bovengrens Bedragen in €
Conclusie
Begroting 2024 6.800.000 9.400.000
Begroting 2025 7.300.000 10.500.000
Begroting 2026 7.600.000 10.400.000
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
69
De ondergrens van de Algemene Reserve is becijferd op € 7,6 miljoen. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat de risico's voor grondexploitatie hoog worden ingeschat. De Algemene Reserve bedraagt per 1 januari 2026 € 25.658.752. Dit ligt ruim boven de bovengrens. De Algemene Reserve wordt nu vooral gebruikt om mogelijke structurele effecten van ingezet beleid op te vangen. De grootste risicofactoren blijven de Algemene Uitkering en de ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Kengetallen In onderstaande tabel ziet u het verloop van de kengetallen. Deze geven een objectief beeld van de financiële positie van gemeente Duiven en zijn vergelijkbaar met andere gemeenten. Verloop van de kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
JaarrekeningBegroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 12,4% 29,2% -12,0% 9,6% 13,7% 9,3% 12,9% 28,6% -11,44% 10,2% 14,2% 11,8% 40,1% -4,1% 7,9% 93,2%
32,4% 4,1% 10,9% 98,1%
42,3% 1,4% 13,0% 98,5%
38,7% 0,6% -18,6% 101,4%
36,9% 1,8% -18,4% 104,1%
37,3% 2,9% -17,7% 106,7%
Beoordeling financiële positie De netto schuldquote zegt iets over de financiële vermogenspositie van de gemeente. De schulden van de gemeente worden hier afgezet tegen de middelen die de gemeente heeft. Heeft een gemeente ruimte om te investeren of moet het juist voorzichtig zijn? Bij een score onder de 100% is er financiële ruimte, bij een score boven de 130% moet de gemeente voorzichtig zijn met haar financiën. Duiven scoort in 2026 met een verwachte netto schuldquote van -12,0% goed. Bij netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen worden schulden die de gemeente heeft gecorrigeerd met gelden die zijn doorgeleend aan scholen, woningstichtingen of verenigingen. Dit zorgt voor een beter beeld van de financiële vermogenspositie van de gemeente dan de ongecorrigeerde netto schuldquote omdat de gemeente schulden op de balans heeft staan waar tegenover vorderingen staan op deze organisaties. Deze schulden hebben namelijk geen invloed op de beoordeling of de gemeente in staat is te investeren of dat ze juist moeten oppassen. De verwachte netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor gemeente Duiven -11,4% in 2026. Dit is een goede score. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van de gemeente. De verwachting voor gemeente Duiven is dat deze ratio uitkomt op 42,3% in 2026.
Het streven is een solvabiliteitsratio te hebben van 35%. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoeveel ruimte er is in de jaarrekening tussen structurele uitgaven en structurele inkomsten van gemeenten. Dit getal zegt iets over of de gemeente in staat zal zijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit zal dalen van 1,4% in 2026 naar 0,6% in 2027. In de jaren erna wordt de ruimte positiever met als belangrijkste reden de dalende incidentele dekking uit reserves. Het kengetal grondexploitatie geeft de verhouding weer tussen de bouwgronden in de balans en de totale baten van de gemeente Duiven. Hiermee wordt inzicht gegeven in de mate van
70
Programmabegroting Duiven 2026-2029 - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
afhankelijkheid in de baten omtrent de grondexploitatie. Deze ratio daalt in 2027 ten opzichte van 2026 met ruim 31% vanwege grondverkopen. In de opvolgende jaren blijft het het percentage op hetzelfde niveau. De belastingcapaciteit is de verhouding tussen de belastingen die binnen de gemeente Duiven geheven worden over de begrotingsjaren ten opzichte van het landelijk gemiddelde aan woonlasten. Het landelijk gemiddelde betreft de situatie over 2025, ofwel het voorgaande begrotingsjaar. De belastingcapaciteit stijgt van 98,5% in 2026 naar 101,4% in 2027. Paragraaf 3 Onderhoud Kapitaalgoederen Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt een beslag op een deel van de financiële middelen. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, groen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleidsplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te doen. De voorzieningen worden gevuld door een jaarlijkse storting vanuit de diverse taakvelden.
De kosten van het onderhoud worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Integraal beleidskader In december 2022 is het Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte 2023-2032 (IBOR) vastgesteld door de Raad. Het IBOR beschrijft het strategische kader voor de integrale aanpak van de openbare ruimte voor een periode van 10 jaar. Het IBOR heeft als doel effectief en efficiënt te kunnen werken aan grote opgaven als een toekomstbestendige leefomgeving en een openbare ruimte die bijdraagt aan een inclusieve samenleving en uitnodigt tot een gezonde en sociale levensstijl. Dit in combinatie met de grootschalige vervangingsopgaven waar de gemeente voor staat. Het IBOR zorgt daarnaast voor het beheersbaar houden van de aanleg en onderhoudskosten, duurzaam financieel beleid en een grotere betrokkenheid van de samenleving door hier met elkaar aan te werken. Naar verwachting wordt eind 2025 het integrale beheerplan openbare ruimte vastgesteld door het college. Dit betreft de tactische vertaling van het IBOR naar uitvoeringsniveau. Een belangrijk onderdeel hiervan is de Meerjaren Onderhoudsplanning Openbare Ruimte (MJOP-OR). Begin 2026 willen we ook starten met het opstellen van een nieuw (digitaal) Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Dit is al lange tijd een wens van de organisatie waarvoor in de VJN 2023 geld is aangevraagd.
Het oude handboek wordt nog steeds gebruikt als toetsingskader voor de (her)inrichting van de openbare ruimte en beschrijft waar de openbare ruimte aan moet voldoen zodat deze goed functioneert en te onderhouden is. De komende jaren wordt er veel ontwikkeld, waardoor het nu noodzakelijk is het handboek te vernieuwen. Vanwege prioritering is het budget niet gebruikt en teruggevloeid naar de algemene reserve. Omdat gemeente Zevenaar begin 2026 start met de actualisatie vragen we nu € 25.000 aan zodat we dit gezamenlijk kunnen oppakken. Een goede groene leefomgeving heeft een grote positieve invloed op de samenleving. Door uitsluitend te kijken naar financiële aspecten doen we geen recht aan de brede maatschappelijke waarde van een verzorgde, groene openbare ruimte die uitnodigt tot gebruik. Daarom willen we in 2026 onderzoeken hoe we de waarde van groen beter in beeld kunnen brengen en wat dit betekent voor het beheer. Hierbij nemen we het zes-waardenmodel als uitgangspunt. Dit model maakt onderscheid tussen zes vormen van kapitaal: