Bijlage 2: Uitvoeringsprogramma
Tekst van het document
4. Inzet in relatie tot capaciteit Beschikbaar: 3 Boa’s x 1400 uur = 4200 uur op jaarbasis Soort activiteit Meldingen Evenementen Groot: 6
Uitstallingen/terrassen op staat Drank en Horecawet Parkeren Illegale dump Hondenpoep Overlast gevende jeugd Zichtbaarheid in de wijk, oren oogfunctie op straat, in gesprek met onze burgers, ondernemers en toeristen, leefbaarheid en veiligheid op straat Ondersteuning collega’s in- en extern Aansturing Flexibele inzet projecten/incidenten Totale inzet
8 meldingen x 52 weken x 2 uur Koningsdag 16 uur Hanzefeesten 16 uur Kermis 80 uur DBB/pleinfeest 160 Fotografica 16 uur Kadedagen 32 uur Kerstmarkt 16 uur Overige evenementen 144 uur 2 uur x 52 weken Verschil in hoog en laagseizoen 32 bedrijven x 2 uur 12 uur x 52 weken x 2 Boa’s 4 uur x 52 weken 2 Boa’s x 8 uur x 8 keer per jaar gerichte inzet op basis van hotspots 4 uur x 52 weken Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden komen Boa’s weer nieuwe taken tegen die zij oppakken.
uren 832 uur 480 uur
104 uur 64 uur 1248 uur 208 uur 128 uur 208 uur 178 uren en In de uren van andere activiteiten 50 uur
0,2 fte 0,3 fte
280 uur 420 uur 4200 uur
5. Toelichting op de taken: De urenverdeling per activiteit is een indicatie. Afhankelijk van de meldingen die binnen komen en de prioriteit daarvan wordt voor een groot deel de dagindeling van de handhavers bepaald. Dit kan per dag sterk wisselend zijn. Meldingen De dagelijkse meldingen die bij de gemeente binnen komen zijn divers. Het kan gaan om een zak vuilnis dat gedumpt is, een auto waar motorolie uitlekt of jongeren die overlast veroorzaken. 3
De meldingen die we hier benoemen zijn via de website of receptie binnen gekomen. Het gaat hier niet om meldingen die de Boa’s tijdens hun werkzaamheden op straat tegen komen uit eigen waarnemingen of via de politie meldkamer aan de Boa’s worden doorgegeven. Evenementen Doesburg kent 6 grootschalige evenementen. De Kermis, het Hanzefeest, Doesburg Binnenste Buiten, De Kadedagen, de Fotografica en de Kerstmarkt. Daarnaast zijn er nog 33 kleinschalige evenementen. Aan de vergunningen van deze evenementen worden voorwaarden verbonden waarop wordt toegezien door de Boa’s. De tijdelijke ontheffingen op grond van artikel 35 DHW worden tijdens de evenementencontrole meegenomen. Doel is ook hier weer om de leefbaarheid en veiligheid in de stad te waarborgen. Uitstallingen en terrassen In de Kadernota Ruimtelijke Kwaliteit 2017 zijn richtlijnen opgenomen over reclameborden, winkeluitstallingen en terrassen. In deze richtlijnen staat omschreven waar reclameborden, winkeluitstallingen en terrassen aan moeten voldoen. De Boa’s van de gemeente zien toe op deze richtlijnen. Doel is om de leefbaarheid en veiligheid van de stad te waarborgen. Als na het gesprek geen gevolg wordt gegeven aan de voorwaarden wordt een waarschuwing gegeven en kenbaar gemaakt dat vanuit de gemeente een bestuursrechtelijke brief opgesteld wordt.
Drank- en Horecawet Doesburg kent 32 bedrijven met een Drank- en Horecavergunning of een exploitatievergunning. Doel is om de contacten met de horeca goed te onderhouden en gelijktijdig te checken of bijvoorbeeld de leidinggevende aanwezig is. Daarnaast kan via de leidinggevende van de Boa’s gevraagd worden om gericht een controle uit te voeren naar aanleiding van bijvoorbeeld klachten vanuit de omgeving. Parkeren Parkeerproblematiek loopt als een rode draad door de dagelijkse werkzaamheden van de Boa’s. De prioriteit ligt bij de fiscale parkeerplaatsen, gevolgd door het vergunninghoudergebied. Het is voor de Boa’s niet mogelijk om met twee maten te meten. De BOA kan niet willekeurig één voertuig bekeuren, terwijl er op dat moment in de straat meerdere auto’s fout geparkeerd staan. Hiermee wordt de leefbaarheid gewaarborgd. De volgende vormen van parkeeroverlast zijn er: - Parkeren op een invalideparkeerplaats - Parkeren op plaatsen van vergunninghouders - Parkeren langs de gele doorgetrokken streep - Parkeren parkeerverbod - Parkeren op de stoep - Parkeren van caravans/campers en aanhangwagens langer dan 3 dagen op de openbare weg - Parkeren van grote voertuigen. - Hinderlijk parkeren Illegale dump Het gaat hier om afval dat door particulieren in het buitengebied of in de bebouwde kom is achter gelaten.
Denk aan bouw- en sloopafval, huisraad maar ook een zak huishoudelijk afval. Uit onderzoek moet blijken of de overtreder traceerbaar is. Zo ja dan wordt de overtreder aangesproken. Het uitschrijven van een strafbeschikking kan alleen als de BOA de verdachte op heterdaad betrapt. Dit 4
komt in de praktijk niet veel voor, de pakkans is namelijk klein. Met het bestuursrechtelijk optreden bij een dumping van afval is de pakkans groter. Dit komt door de omgekeerde bewijslast, de overtreder moet dan aannemelijk maken dat hij niet degene is die het afval heeft gedumpt. Hondenpoep Constateringen op heterdaad zijn lastig. De pakkans is niet groot. De praktijk leert dat hondenbezitters alles opruimen op het moment dat zij de Boa’s zien. Ruimt een hondenbezitter niet op dan gaat de BOA in gesprek. Het doel is namelijk dat de poep opgeruimd wordt. Daarom heeft de BOA altijd opruimmiddelen in de auto. De naw gegevens worden wel vastgelegd zodat handhaving bij een volgende overtreding kan zien dat de hondenbezitter als is gewaarschuwd. Om effectief de overlast van hondenpoep tegen te gaan controleren de Boa’s op basis van hotspots gerichte controles uit. Zij passen hierop zelf hun diensttijden aan. Overlastgevende jeugd De Boa’s pakken de meldingen over overlast gevende jeugd serieus op. Wat voor de een als hinderlijk wordt ervaren geldt voor een ander niet. De Boa’s gaan naar de locatie op momenten dat er overlast volgens de melding plaatsvindt en gaan in gesprek met de jongeren. Ook vindt nauwe samenwerking met de politie, de jongerenwerkers van 0313 plaats, zorginstanties en de leerplichtambtenaar.
Oog en oor functie Bij alle werkzaamheden staan de Boa’s midden in de samenleving. Hinderlijk gedrag, afval op straat, fout parkeren en hondenpoep. Stuk voor stuk top tien-ergernissen van inwoners. Volgens slachtofferenquêtes zijn deze vormen van overlast en verloedering zelfs belastender dan criminaliteit. Een buitengewoon opsporingsambtenaar dan wel gemeentelijke handhaver pakt deze problemen aan. Gemeentelijke handhavers werken zo mee aan leefbaarheid en veiligheid in de gemeente. Heel veel werkzaamheden en meldingen laten zich niet sturen. Wel zijn de Boa’s, ondanks beperkte capaciteit (3 personen) inzetbaar voor deze werkzaamheden. Zo staan de Boa’s ook in verbinding met de meldkamer via C2000. De inzet vanuit de Boa’s is wisselend. Het kan gaan om doorrijden en verlaten van een plaats ongeval, een ongeval met letsel of een verdachte situatie (auto- of woninginbraak). Ondersteuning collega’s Daarnaast bieden de toezichthouders ondersteuning aan collega’s. Zo wordt regelmatig ondersteuning gevraagd bij vergunningverlening, bezwaarzaken, intake gesprekken horeca. Ook biedt zij ondersteuning aan de sociaal rechercheur, het Publieksbureau en de marktmeester. Aansturing Vanaf 1 januari 2020 worden de boa’s voor de gemeente Doesburg aangestuurd door de gemeente Rheden.
Concreet betekent dit dat de gemeente Rheden zorg draagt voor de uitvoering van het jaarprogramma 2020 Toezicht & Handhaving gemeente Doesburg. Flexibele inzet projecten/incidenten Voor onvoorziene projecten en incidenten zijn uren geraamd die door de gemeente Doesburg in overleg met de gemeente Rheden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om toezicht bij nieuwe evenementen. 6. Samenwerking met de politie De natuurlijke samenwerkingspartner van de BOA is de politie. De politie en de Boa’s opereren immers in eenzelfde gebied, waarbij de taken soms overlappen. De grens tussen veiligheid (politie) en leefbaarheid (BOA) kan vaag zijn. Afspraken over prioriteiten en taakverdeling worden afgestemd 5
in een maandelijks overleg. Een goede samenwerking op basis van gelijkwaardigheid is belangrijk. Ook is een goede afstemming met de meldkamer nodig over het oppakken van meldingen, incidenten en het doorzetten daarvan naar de politie. Hiervoor dragen de Boa’s tijdens hun dienst een portofoon waarmee ze in verbinding staan met de meldkamer. 7. Samenwerking met andere partners Boa’s openbare ruimte kunnen niet alles zelf oplossen en hebben daarom ook een signalerende rol. Ze werken met allerlei partners binnen en buiten de gemeente. Boa’s kunnen de stadwerf inschakelen als ze een omvergereden betonnen paaltje zien of als er afval op straat ligt terwijl er prullenbakken ontbreken. Bij jeugdoverlast kunnen de Boa’s terecht bij het sociaal jeugdteam. Externe samenwerkingspartners zijn bijvoorbeeld jongerenwerkers, de ODRA, brandweer of GGZ. Een BOA participeert steeds vaker in verschillende netwerken. 8. Verbindingsmiddelen -
Boa’s dragen tijdens hun surveillance een portofoon. Die staat in gemeld op het BOA kanaal Gelderland midden. Voor aanvang dienst melden de Boa’s zich bij de meldkamer van de politie in. Bij einde dienst melden zij zich uit. Dat is in belang van hun eigen veiligheid.
9. Geweldsmiddelen Met de samenwerking met de gemeente Rheden is er ook voor gekozen om de boa’s werkzaam in Doesburg te voorzien van dezelfde geweldsbevoegdheden als in Rheden. Om op een juiste manier geweldsmiddelen te kunnen hanteren is een intensieve training verplicht, waarbij er ook een verplichte bijscholing geldt. De training is er voornamelijk op gericht om het inzetten van de geweldsmiddelen te voorkomen in plaats van deze te gebruiken. Daarnaast bevorderd de training het veiligheidsgevoel van de medewerker. Ook gaat er een preventieve werking uit van het dragen van geweldsmiddelen en stellen mensen zich daardoor terughoudender op. Onze boa heeft deze training inmiddels gevolgd. Concreet betekent dit dat de dat de boa’s voorzien worden van handboeien en wapenstok. 10. Planning Leidend voor de planning is het werkaanbod. Zo zal de aanpak van jeugd vooral op de middag- en avonduren zijn. De controle Drank- en Horecawet vraagt om er in de avond- en nachturen te zijn maar ook op de zaterdagmiddag tijdens sportwedstrijden. Evenementen kunnen zowel ’s avonds als overdag of ’s nachts of in het weekend zijn. Indien mogelijk kunnen overlappende diensten worden gepland. Een BOA moet bereid zijn om onregelmatig te werken. Zijn werk speelt zich niet af uitsluitend tussen 08.00 en 17.00 uur. Het vraagt om een flexibele houding.
Een rooster wordt zoveel mogelijk voor een periode van 3 maanden gemaakt. 11. Opleiding Voor domein I is per 1 oktober 2012 de regelgeving voor Permanente Her- en Bijscholing (PHB) van kracht. Dit betekent dat de BOA, die na 1 oktober 2012 zijn akte heeft verlengd/gaat verlengen, het jaar daarna start met de PHB cyclus. Na het doorlopen van de cyclus (4 onderdelen met voldoende resultaat afgerond in 5 jaar) wordt de akte van de BOA verlengd. Jaarlijks moet één onderdeel behaald worden. Als de BOA meteen start met de PHB kan zij/hij het 5e jaar als uitloopjaar gebruiken. De akte wordt niet verlengd als de BOA de 4 onderdelen niet heeft behaald aan het einde van de looptijd van de akte. 6
Hiernaast zijn er nog aanvullende trainingen en of opleidingen noodzakelijk, bijvoorbeeld EHBO of een training ‘omgaan met agressie. 12. Ontwikkelingen Per 1 januari 2020 start de samenwerking tussen de gemeenten Doesburg en Rheden in de vorm van een pilot voor twee jaar. Doesburg brengt 3,0 fte in bij de gemeente Rheden. 1 fte daarvan is op basis van detachering. Vanuit de gemeente Rheden wordt dan één boa team aangestuurd voor het gebied van het basisteam politie IJsselwaarden. In 2021 wordt de samenwerking geëvalueerd.
7
Bijlage 2: Totaaloverzicht met prioriteiten per taakveld 2020 en 2021 Bouw- en woningtoezicht Activiteit
Prioriteit
Illegale bouw/sloop monument Illegale bouw/sloop beschermd stadsgezicht extern Veiligheid omgeving is in het geding (gebruik gemeentegrond voor o.a. steigers) Calamiteiten (brand, zware weersomstandigheden) Illegale bouw beschermd stadsgezicht intern Toezicht op verleende complexere omgevingsvergunningen Bouwen na geweigerde vergunning Constructie nieuwbouw Bestaande bouwwerken Constructie bouw Illegale bouw/sloop Veiligheid omgeving is in het geding (gezondheid/leefomstandigheden zoals daglicht, ventilatie, ramen die open kunnen) Reclame-uitingen en uitstallingen binnenstad
HOOG
MIDDEL
LAAG
Ruimtelijke ordening Activiteit
Prioriteit
n.v.t.
HOOG
Strijdig gebruik bestemmingsplan Tegengaan Illegale permanente bewoning campings Strijdig gebruik bedrijfswoning op bedrijfsterreinen n.v.t.
MIDDEL
Milieu
Prioriteit
Activiteit
Prioriteit
Frequente controle op inrichtingen Toezicht op vrijkomen asbest Snelle en adequate afhandeling en controle milieuklachten. Asbestverwijdering Besluit Bodemkwaliteit
HOOG
LAAG
MIDDEL LAAG
Stadstoezicht
Prioriteit
Activiteit
Prioriteit
Dagelijkse Meldingen Openbare Ruimte; Evenementenvergunningen; Uitstallingen/terras op straat, in de binnenstad; Drank- en Horecawet (D&H).; Parkeren; Illegale dump; Hondenpoep; Overlast gevende jeugd; Zichtbaarheid in de wijk, oren en oogfunctie op straat; Ondersteuning collega’s in- en extern; Flexibele inzet projecten/incidenten. n.v.t.
HOOG
n.v.t.
LAAG
Brandveiligheid
Prioriteit
Activiteit
Prioriteit
Advisering en toezicht omgevingsvergunningen; Advisering en toezicht evenementenvergunningen; Advisering ontwerp bestemmingsplannen. n.v.t.
HOOG
n.v.t.
LAAG
MIDDEL
MIDDEL
Bijlage 2: Totaaloverzicht prioriteiten en aanbevelingen per taakveld 2020 en 2021 Bouw- en woningtoezicht Prioriteit
Activiteit Illegale bouw/sloop monument
HOOG
Illegale bouw/sloop beschermd stadsgezicht extern Veiligheid omgeving is in het geding (gebruik gemeentegrond voor o.a. steigers) Calamiteiten (brand, zware weersomstandigheden) Illegale bouw beschermd stadsgezicht intern
MIDDEL
Toezicht op verleende complexere omgevingsvergunningen Bouwen na geweigerde vergunning Constructie nieuwbouw Bestaande bouwwerken Constructie bouw
LAAG
Illegale bouw/sloop Veiligheid omgeving is in het geding (gezondheid/leefomstandigheden zoals daglicht, ventilatie, ramen die open kunnen) Reclame-uitingen en uitstallingen binnenstad
Aanbevelingen 1. Vooralsnog geen uitvoering geven aan de bestuursopdracht ‘Reclame-uitingen en uitstallingen binnenstad’. 2. Voor de komende uitvoeringsperiode (t/m 2021) geen luchtfoto mutatiesignalering uit te voeren. 3. De meeropbrengst aan legesopbrengsten inzetten ten behoeve van inhuur voor de uitvoering van toezicht en handhaving, zoals voorgaande jaren.
Ruimtelijke ordening Prioriteit
Activiteit
HOOG
n.v.t. Strijdig gebruik bestemmingsplan
MIDDEL
Tegengaan Illegale permanente bewoning campings Strijdig gebruik bedrijfswoning op bedrijfsterreinen
LAAG
n.v.t.
Aanbevelingen 1. Indien blijkt dat met betrekking tot illegale bewoning op campings sprake is van het ‘waterbed-effect’, de prioritering van dit onderwerp te wijzigen naar ‘hoog’.
Milieu Prioriteit HOOG
MIDDEL LAAG
Activiteit Frequente controle op inrichtingen Toezicht op vrijkomen asbest Snelle en adequate afhandeling en controle milieuklachten. Asbestverwijdering Besluit Bodemkwaliteit
Aanbevelingen 1. Extra toezicht en handhaving op de toegenomen illegale afvaldumping en/of (bewust) verkeerd aanbieden van afval. Dit is meegenomen in de prioritering bij de Boa’s (zie hierna). 2. Onderzoeken of het mogelijk is om in Doesburg tegen illegale afvaldumping en/of (bewust) verkeerd aanbieden van afval bestuursrechtelijk op te treden.
Handhaving en Toezicht / Boa’s Prioriteit
Activiteit Dagelijkse Meldingen Openbare Ruimte; Evenementenvergunningen; Uitstallingen/terras op straat, in de binnenstad; Drank- en Horecawet (D&H).; Parkeren;
HOOG
Illegale dump; Hondenpoep; Overlast gevende jeugd; Zichtbaarheid in de wijk, oren en oogfunctie op straat; Ondersteuning collega’s in- en extern; Flexibele inzet projecten/incidenten.
MIDDEL
n.v.t.
LAAG
n.v.t.
Aanbevelingen 1. Uitvoering geven aan de samenwerkingsverband met gemeente Rheden en het creëren van een robuust team waarbinnen de Boa’s zich kunnen specialiseren.
Brandveiligheid Prioriteit
Activiteit Advisering en toezicht omgevingsvergunningen;
HOOG
Advisering en toezicht evenementenvergunningen; Advisering ontwerp bestemmingsplannen.
MIDDEL
n.v.t.
LAAG
n.v.t.
Aanbevelingen N.v.t.
Bijlage 4: Werkprogramma ODRA 2021 (volgt)
WERKINSTRUCTIES RB December 2017 versie 3.0
Versie beheer
Paragraaf 2.1
Opmerking Aanpassing Quik-scan
datum 18-10-2017
2.2 2.3 2.5 2.6 2.7 2.9 2.10
Aanpassing Reguliere controle Aanpassing Volledige controle Aanpassing Nieuwe melding of vergunning Aanpassing Gebouwen buiten gebruik Aanpassing Evenementen Handhaving Toegevoegd Aanpassing BRZO
11-10-2017 11-10-2017 11-10-2017 23-11-2017 20-10-2017 18-12-2017 16-11-2017
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 4.1 4.2 4.3
Aanpassing Bouwen Aanpassing Milieu Aanpassing Vergunning brandveilig gebruik Aanpassing Melding brandveilig gebruik Aanpassing Aanvullende stukken Aanpassing Evenementen Omgevingsveiligheid Toegevoegd Aanpassing BRZO Aanpassing Ontbrandingstoestemming Aanpassing TOOM Aanpassing Bereikbaarheidskaarten Vooroverleg OGV Toegevoegd
09-10-2017 17-11-2017 11-10-2017 11-10-2017 20-10-2017 20-10-2017 14-12-2017 16-11-2017 09-10-2017 15-11-2017 17-11-2017 15-12-2017
Pagina 2 van 77
INHOUD INLEIDING ............................................................................................................................................4 TOEZICHT ............................................................................................................................................5 2.1 QUICK-SCAN .......................................................................................................................................5 2.2 REGULIERE CONTROLE .....................................................................................................................8 2.3 VOLLEDIGE CONTROLE....................................................................................................................13 2.4 HERCONTROLE ................................................................................................................................15 2.5 NIEUWE MELDING OF VERGUNNING ..............................................................................................16 2.6 GEBOUW BUITEN GEBRUIK ............................................................................................................16 2.7 EVENEMENTEN.................................................................................................................................17 2.8 WABO
.................................................................................................................................................18 2.9 HANDHAVING ....................................................................................................................................23 2.10 BRZO ..................................................................................................................................................24 ADVISERING .....................................................................................................................................27 3.1 BOUWEN ............................................................................................................................................27 3.2 MILIEU ................................................................................................................................................29 3.3 VERGUNNING BRANDVEILIG GEBRUIK..........................................................................................31 3.4 MELDING BRANDVEILIG GEBRUIK .................................................................................................33 3.5 AANVULLENDESTUKKEN ...............................................................................................................35 3.6 EVENEMENTEN
................................................................................................................................38 3.7 OMGEVINGSVEILIGHEID .................................................................................................................40 3.8 BRZO ..................................................................................................................................................41 3.9 ONTBRANDINGSTOESTEMMING....................................................................................................42 3.10 OPSLAG VUURWERK .......................................................................................................................43 3.11 ONTRUIMINGSPLANNEN .................................................................................................................46 3.12 BEDRIJFSBRANDWEER ..................................................................................................................47 OVERIGE PROCESSEN ....................................................................................................................49 4.1 TOOM .................................................................................................................................................49 4.2 BEREIKBAARHEIDSKAART
............................................................................................................55 4.3 VOOROVERLEG OGV ........................................................................................................................61 4.4 BVL VOORLICHTING NA BRAND .....................................................................................................62 4.5 BVL COMMUNICATIE OVER VOORLICHTINGSBIJEENKOMSTEN.............................................67 MAATLATTEN ...................................................................................................................................68 5.1 MAATLAT TOEWIJZING ADVIES RUIMTE EN VEILIGHEID. .........................................................68 BIJLAGE 1 RISICOKLASSE BRANDWEER GELDERLAND MIDDEN ...................................................70 BIJLAGE 2 STOELKOPPELINGEN ..........................................................................................................71 BIJLAGE 3 VERWIJZING HANDHAVING ................................................................................................76
Pagina 3 van 77
INLEIDING In de Werkwijzer worden verschillende soorten advisering en toezicht die worden uitgevoerd omschreven. Doelstelling is om ervoor te zorgen dat de medewerkers van de afdeling Risicobeheersing (RB) op een gelijkwaardige wijze hun werkzaamheden uitvoeren. De werkwijzer is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt uiteengezet op welke wijze toezicht wordt gehouden. De uitvoering van advisering is terug te vinden in hoofdstuk 3. In de hoofdstukken 4 worden de overige processen omschreven.
Pagina 4 van 77
TOEZICHT 2.1
Quick-scan
De quick-scan richt zich op een zeer beperkt aantal elementen van brandveiligheid die eenvoudig te constateren zijn. Elementen waaraan gedacht moet worden zijn; aantal personen, beschikbaarheid van nooduitgangen en brandgevaarlijke versiering. De quick-scan controles zullen over het algemeen onaangekondigd plaatsvinden, bijvoorbeeld in horecagebouwen, kantoren of winkelcentra. Het is nodig vooraf een dossier onderzoek te doen. De controle zelf kan zonder tekening. Tekening is een hulpmiddel bij twijfel of situatie wel voldoet aan veiligheidsregels.
Planning Quick-scan kan zonder afspraak worden uitgevoerd. Het advies is om de gebruiker van het bouwwerk van te voren, per mail, het bezoek voor de quick-scan aan te kondigen. De planning volgt uit het Zaaksysteem (ZS). Meest efficiënt is om meerdere objecten die bij elkaar liggen op dezelfde dag in te plannen. Wanneer tijdens een controle blijkt dat men bijvoorbeeld een gebouwbeheerder bij de controle aanwezig wil hebben, kan er als nog ter plekke een afspraak worden gemaakt. Voordat de medewerker op controle gaat is het van belang om het dossier in te lezen om vast te stellen hoeveel personen er aanwezig mogen zijn en of er nog bijzonderheden zijn die bij de quick-scan als extra onderdeel moeten worden bekeken.
Administratie Het is in alle gevallen noodzakelijk om elke controle schriftelijk vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van checklisten in de vorm van een brief met geconstateerde tekortkomingen. Het ZS genereert een standaardbrief. Nadat de controle is uitgevoerd wordt de datum van de controle ingevoerd in het geautomatiseerde voortgangs- en planningssysteem (VP). Tevens wordt aangegeven of een hercontrole moet worden uitgevoerd en op welke termijn deze moet plaatsvinden. Het maken van de brief gebeurt door de medewerker. Omdat het om een aantal standaard punten gaat, kan worden gewerkt met standaardzinnen behorend bij de checklist. Aan de brief kunnen indien noodzakelijk foto’s van de tekortkoming worden toegevoegd.
Te controleren onderdelen Ondanks dat de quick-scan zich richt op een beperkt aantal elementen is het niet de bedoeling dat de medewerker zijn ogen sluit voor andere brandgevaarlijke situaties. Zeker wanneer er zaken niet in orde zijn die direct gevaar op kunnen leveren voor de aanwezige personen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan brandgevaarlijke bekabeling die kortsluiting kan veroorzaken. De checklist moet altijd gezien worden als een leidraad. De elementen die moeten worden bekeken zijn:
Algemeen Tijdens de controle is het uitdrukkelijk niet de bedoeling dat bekeken wordt of de indeling op de tekeningen overeenkomen met de indeling van het gebouw. Alleen bij het vermoeden van gewijzigde situatie bijvoorbeeld een andere eigenaar of gebruiksfunctie kan dat alsnog worden gedaan. In hoofdstuk 2.5 lees je wat je moet doen als het niet klopt.
Pagina 5 van 77
Vluchtwegen en uitgangen Bij de beschikbaarheid van vluchtroutes dient er opgelet te worden of de men op een goede manier kan vluchten. Staan er geen obstakels voor de nooduitgang, draaien de gordijnen mee met de vluchtdeur en kan de deur worden opengemaakt zonder dat er gebruik hoeft te worden gemaakt van een sleutel of ander los voorwerp? Zijn vluchtdeuren waar meer dan 100 personen op zijn aangewezen voorzien van een paniekbalk? Deuren en draairichting aanwezig conform tekening? Zijn vluchtroutes vrij van opslag? Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door een lichte druk tegen de deur, of een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting. Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren. Automatisch werkende deuren in een vluchtroute moeten bij het wegvallen van de netspanning automatisch opengaan of gemakkelijk met de hand kunnen worden geopend en vervolgens in geopende stand blijven staan. Op handmatig te openen schuifdeuren moet duidelijk kenbaar worden gemaakt hoe de deur moet worden geopend. Bij aanwezigheid van een sluisconstructie dienen voorzieningen te zijn getroffen dat in geval van brand de sluiswerking teniet wordt gedaan.
De vluchtroute dient tot aan de openbare weg te worden gecontroleerd.
Brand- en subbrandcompartimentering Gelet moet worden op dat brandwerende deuren niet in geopende stand worden vast gehouden, bijvoorbeeld door een kegje, een dagschoot of een defecte dranger. Alleen een kleefmagneet (kan in de dranger zijn verwerkt) aangestuurd door rookmelders aan beide zijde van de deur mag in de geopende stand worden vastgehouden.
Blusmiddelen Bij blusmiddelen moet gelet worden op de zichtbaarheid en bereikbaarheid van het blusmiddel. Hangt het blusmiddel aan de daarvoor bestemde beugel. Tevens dient gecontroleerd te worden of het blusmiddel gekeurd is. Bij de controle van de datum wijs je mensen op de door de leverancier aangegeven datum. Echter pas bij een overschrijding van 2 jaar ten opzichte van de onderhoudsdatum is juridische handhaving pas mogelijk.
Vluchtroute aanduiding en noodverlichting Gekeken moet worden of de vluchtrouteaanduiding zichtbaar is en bijvoorbeeld niet wordt geblokkeerd door versiering e.d. Indien van toepassing dient gecontroleerd te worden of de verlichting van de vluchtrouteaanduiding functioneert.
Bekleding, stoffering en versiering Bij versiering dient gecontroleerd te worden op de brandbaarheid van de versiering. Hierbij dienen bijvoorbeeld gordijnen ook te worden meegenomen. Verder dient gekeken te worden of de versiering boven de 2,5m is aangebracht en of er geen warmtebronnen aanwezig zijn die de versiering aanstralen. W anneer er getwijfeld wordt en er geen certificaat kan worden overlegd, kan met een klein proefstuk op een veilige plaats een simpele proef worden gehouden. W anneer er een vlam bij het product wordt gehouden mag deze maximaal 15 sec. navlammen en maximaal 60 sec. nagloeien.
Brandmeldinstallatie Controleer of de brandmeldinstallatie niet in storing staat.
Pagina 6 van 77
Stookruimte In een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW (160 kW voor bestaande bouw) zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld. Stooktoestellen die buiten een stookruimte zijn opgesteld, dienen vrij te worden gehouden van brandbare goederen.
Aantal personen Tijdens de controle dient er een inschatting te worden gemaakt hoeveel mensen in het pand aanwezig zijn. In eerste instantie kan de vraag gesteld worden aan de aanwezige contact persoon. W anneer het aantal volgens het vermoeden van de medewerker wordt overschreden, dient er een globale telling te worden gehouden. Bij voorkeur gebeurt dit door twee onafhankelijk medewerkers. Zij kunnen met elkaar hun telling vergelijken om zo nauwkeurig mogelijk te werken. Als het pand een groot aantal mensen bevat, kan er voor gekozen worden om geclusterd te tellen. Tel dan een bepaald vak en kijk hoeveel van die vakken er ongeveer zijn. Bijzonderheden die te maken hebben met het maximaal aantal toe te laten personen kunnen zijn: staat er een portier bij de vluchtdeur of wordt de vluchtdeur opengehouden met een haakje. Deze bijzonder elementen dienen indien van toepassing meegenomen te worden met een quick-scan.
Pagina 7 van 77
2.2
Reguliere controle
Bij een reguliere controle is in het algemeen sprake van een geplande controle, waarbij een bedrijf of activiteit aan de hand van het totale pakket aan voorschriften van brandveiligheid wordt bekeken. Doel van de controle is om op alle aspecten te controleren. In tegenstelling tot de volledige controle zullen onderdelen echter steekproefsgewijs1 gecontroleerd worden.
Planning Planning van de controles gebeurt door het geautomatiseerde voortgangs- en planningssysteem (VP). De reguliere controle kan op afspraak worden uitgevoerd. Wanneer je verwacht dat het gebouw zeker in gebruik is, kan je overwegen om zonder afspraak een controle uit te voeren. Het advies is om de gebruiker van het bouwwerk van te voren, per mail, het bezoek voor de controle aan te kondigen. Voordat de medewerker op controle gaat, is het van belang om het dossier in te lezen om vast te stellen of er nog bijzonderheden zijn. Deze kunnen op de controlelijst worden aangegeven. De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de planning van zijn werkzaamheden. Administratie Het is in alle gevallen noodzakelijk om elke controle schriftelijk vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van checklisten in de vorm van een brief met geconstateerde tekortkomingen in (VP). Het ZS genereert een standaardbrief. Nadat de controle is uitgevoerd wordt de datum van de controle ingevoerd in het geautomatiseerde voortgangs- en planningssysteem. Tevens wordt aangegeven of een hercontrole moet worden uitgevoerd en op welke termijn deze moet plaatsvinden. Het maken van de brief gebeurt door de medewerker. De medewerker moet zo nauwkeurig en duidelijk mogelijk vastleggen wat de tekortkomingen zijn zodat het voor de klant duidelijk is wat er moet gebeuren.
Te controleren onderdelen Omdat de controle zich op een groot aantal punten richt is het onmogelijk om alles volledig te controleren. De meeste elementen kunnen steekproefsgewijs gecontroleerd worden. Bij de reguliere controle dient de nadruk te liggen op de elementen die te maken hebben met veilig vluchten. Algemeen Gecontroleerd moet worden of de melding/vergunning actueel is. Tijdens de controle dient bekeken te worden of de indeling op de tekeningen overeenkomen met de indeling van het gebouw. In hoofdstuk 2.5 lees je wat je moet doen als het niet klopt.
1 Met een steekproef wordt bedoelt dat je kijkt naar een selectie van onderdelen. Omdat de bouwvoorraad
dusdanig verschilt is hiervoor geen harde term te benoemen. Doelstelling is dat door de steekproef een beeld wordt gevormd over het totale brandveiligheidsniveau. Bij de steekproef wordt gerekend op de vakbekwaamheid van de medewerker om per keer in te schatten welke steekproef bij het specifieke gebouw representatief is. Pagina 8 van 77
Vluchtwegen en uitgangen Bij de beschikbaarheid van vluchtroutes dient er opgelet te worden of de men op een goede manier kan vluchten. Staan er geen obstakels voor de nooduitgang, draaien de gordijnen mee met de vluchtdeur en kan de deur worden opengemaakt zonder dat er gebruik hoeft te worden gemaakt van een sleutel of ander los voorwerp? Zijn vluchtdeuren waar meer dan 100 personen op zijn aangewezen voorzien van een paniekbalk? Deuren en draairichting aanwezig conform tekening? Zijn vluchtroutes vrij van opslag Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door een lichte druk tegen de deur, of een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting. Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren. Automatisch werkende deuren in een vluchtroute moeten bij het wegvallen van de netspanning automatisch opengaan of gemakkelijk met de hand kunnen worden geopend en vervolgens in geopende stand blijven staan. Op handmatig te openen schuifdeuren moet duidelijk kenbaar worden gemaakt hoe de deur moet worden geopend. Bij aanwezigheid van een sluisconstructie dienen voorzieningen te zijn getroffen dat in geval van brand de sluiswerking teniet wordt gedaan.
De vluchtroute dient tot aan de openbare weg te worden gecontroleerd. Bekijk daarbij of aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur het opschrift «nooddeur vrijhouden» is aangebracht.
Brand- en subbrandcompartimentering Gelet moet worden op dat brandwerende deuren niet in geopende stand worden vast gehouden, bijvoorbeeld door een kegje, een dagschoot of een defecte dranger. Alleen een kleefmagneet (kan in de dranger zijn verwerkt) aangestuurd door rookmelders aan beide zijde van de deur mag in de geopende stand worden vastgehouden. Verder dient gekeken te worden of brandcompartimentering conform de tekening is. De scheidingen mogen geen openingen bevatten en moeten voldoende brandwerend zijn uitgevoerd. Met name doorvoeringen van technische installaties vormen hierbij een zwakke schakel. Gelet moet worden op de aanwezigheid van brandkleppen, het toegepaste afdichting materiaal e.d. Let op! Bij de regulier controle is het met nadruk de bedoeling dat dit onderdeel steekproefsgewijs worden gecontroleerd. Indien er meerdere tekortkomingen worden geconstateerd dient er in de brief een algemene opmerking te worden geplaatst dat de organisatie alle scheidingen naloopt. Blusmiddelen Bij blusmiddelen moet gelet worden op de zichtbaarheid en bereikbaarheid van het blusmiddel. Hangt het blusmiddel aan de daarvoor bestemde beugel. Tevens dient gecontroleerd te worden of het blusmiddel tijdig gekeurd is. Zijn blusmiddelen conform tekening aanwezig? W anneer er sprake is van een ingebouwd blusmiddel, is het blusmiddel onvoldoende herkenbaar.
Dit betekent dat in deze gevallen een pictogram. Bij de controle van de datum wijs je mensen op de door de leverancier aangegeven datum. Echter pas bij een overschrijding van 2 jaar ten opzichte van de onderhoudsdatum is juridische handhaving pas mogelijk.
Pagina 9 van 77
Vluchtroute aanduiding en noodverlichting Gekeken moet worden of de vluchtrouteaanduiding zichtbaar is en bijvoorbeeld niet wordt geblokkeerd door versiering. Indien van toepassing dient gecontroleerd te worden of de verlichting van de vluchtrouteaanduiding functioneert. Gecontroleerd moet worden of in ruimten volgens de tekeningen noodverlichting aanwezig is. Vraag naar een onderhoudsbewijs. Er hoeft niet daadwerkelijk te worden gecontroleerd of deze ook gedurende 60 minuten functioneert. Indien een ruimte de mogelijkheid met zich meebrengt dat deze tijdens de aanwezigheid van personen wordt verduisterd, is in die ruimte, indien er meer dan vijftig personen gelijktijdig verblijven, elektrische verlichting aanwezig van zodanige sterkte dat een redelijke oriëntering mogelijk is. Hiermee wordt gewaarborgd dat in ruimten die mogelijk verduisterd zijn tijdens de aanwezigheid van personen altijd elektrische verlichting aanwezig is. Er moet een elektrische verlichtingsinstallatie met een dusdanige sterkte aanwezig zijn dat oriëntatie mogelijk is. Mensen moeten daar altijd over kunnen beschikken. Gedacht moet worden aan tredenverlichting in een bioscoop. Voor de controle is het alleen noodzakelijk om te controleren of deze verlichting functioneert.
Bekleding, stoffering en versiering Bij versiering dient gecontroleerd te worden op de brandbaarheid van de versiering. Hierbij dienen bijvoorbeeld gordijnen ook te worden meegenomen. Verder dient gekeken te worden of de versiering boven de 2,5m is aangebracht en of er geen warmtebronnen aanwezig zijn die de versiering aanstralen. W anneer er getwijfeld wordt en er geen certificaat kan worden overlegd, kan met een klein proefstuk op een veilige plaats een simpele proef worden gehouden. W anneer er een vlam bij het product wordt gehouden mag deze maximaal 15 sec. navlammen en maximaal 60 sec. nagloeien. Inrichting Is de opstelling conform het opstelplan? W anneer er geen opstelplan is, moet er getoetst worden aan Bouwbesluit artikel 7.13
Indien er in rijen opgestelde zitplaatsen zijn, waarbij sprake is van meer dan 4 stoelen in een rij, meer dan 4 rijen, en een ruimte waarin meer dan 100 stoelen aanwezig zullen zijn, dienen de stoelen zo te zijn gekoppeld dan wel aan de vloer bevestigd dat deze ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen. Koppeling moet voldoen aan de NEN 14703. De werkwijzer stoelkoppeling is opgenomen in bijlage 2 Brandgevaarlijke stoffen Controleer of er niet meer dat conform Bouwbesluit artikel 7.6 toegestane hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Je mag bijvoorbeeld maximaal 115 liter drukcilinders binnen hebben als werkbare voorraad. Het is noodzakelijk dat gevaarlijke stoffen, meer dan de toegestane hoeveelheden, in opslag te hebben conform de PGS 15.
Pagina 10 van 77
Overige In een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW (160kW bestaande bouw) zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld. Stooktoestellen die buiten een stookruimte zijn opgesteld, dienen vrij te worden gehouden van brandbare goederen. De deuren die op de verdiepingen van gebouwen leiden naar een overdruktrappenhuis moeten op ooghoogte zijn voorzien van een herkenbaar opschrift waaruit blijkt dat het een overdruktrappenhuis is. Een voorbeeld van een opschrift is: ‘HARD DUW EN, trappenhuis kan op overdruk staan’ Alle installaties dienen te voldoen aan bepaalde normen. Hiermee wordt voor een deel ook de brandveiligheid geregeld. Gecontroleerd moet worden of er geen direct brandgevaar aanwezig is door installaties. Bijvoorbeeld versleten stroomkabels. Controleer of de sleutelbuis of -kluis voor direct gebruik beschikbaar is. Vraag aan de eigenaar of de juiste sleutel er in zit.
Incident bestrijding Controleer of de repressieve dienst goed bij het gebouw kan komen. Daarbij is het noodzakelijk dat gekeken wordt naar de breedte van de verbindingsweg, hekwerken te openen zijn (al dan niet met een sleutelbuis). Bij een brandmeldinstallatie met een doormelding is de brandweeringang aanwezig en toegankelijk? Daarnaast moet gekeken worden of de bluswaterwinplaatsen vrij, zichtbaar, bereikbaar en gebruiksklaar zijn. Voor de bluswatervoorziening op eigen terrein (brandkraan of geboorde put e.d.) moet gecontroleerd worden of er onderhoud is uitgevoerd. Indien aanwezig controleer of de blusleiding onderhouden is.
Certificaten Controleer of de door het Bouwbesluit geëiste certificaten geldig zijn.
Brandmeldinstallatie Automatische blusinstallatie Rookbeheersingssysteem Behandelede constructie onderdelen
Brandmeldinstallatie Controleer of de brandmeldinstallatie niet in storing staat. Controleer of de administratie van de brandmeldinstallatie op orde is. Kijk daarbij naar, het service rapport, aanwezigheid van een beheerder, is de maandelijkse controle uitgevoerd. Bekijk of er een ontruimingsplan aanwezig is. Inhoudelijk hoeft het plan niet beoordeeld te worden.
Pagina 11 van 77
Aantal personen Tijdens de controle dient er een inschatting te worden gemaakt hoeveel mensen in het pand aanwezig zijn. In eerste instantie kan de vraag gesteld worden aan de aanwezige contact persoon. W anneer het aantal volgens het vermoeden van de medewerker wordt overschreden, dient er een globale telling te worden gehouden. Bij voorkeur gebeurt dit door twee onafhankelijk medewerkers. Zij kunnen met elkaar hun telling vergelijken om zo nauwkeurig mogelijk te werken. Als het pand een groot aantal mensen bevat, kan er voor gekozen worden om geclusterd te tellen. Tel dan een bepaald vak en kijk hoeveel van die vakken er ongeveer zijn. Bijzonderheden die te maken hebben met het maximaal aantal toe te laten personen kunnen zijn: staat er een portier bij de vluchtdeur of wordt de vluchtdeur opengehouden met een haakje. Deze bijzonder elementen dienen indien van toepassing meegenomen te worden met een regulier controle.
Pagina 12 van 77
2.3
Volledige controle
De zwaarste controle is de volledige brandveiligheidscontrole. Naast de elementen die bij een reguliere controle worden bekeken, worden ook andere aspecten gecontroleerd die niet direct zichtbaar zijn. Gedacht moet worden aan de geoefendheid van de BHV-organisatie, aanwezigheid van doorvoeringen in alle brandwerende scheidingen, toetsing Bouwbesluit etc. De volledige controle kan worden gezien als een herijking van het gebouw. Van belang is om niet alleen te kijken naar de vergunde situatie. Het gebouw dient ook getoetst te worden aan de bestaande bouw eisen uit het Bouwbesluit. In de loop der jaren is ook de regelgeving aan verandering onderhevig geweest. Bestaande meldingen/vergunningen dienen getoetst te worden aan het huidige Bouwbesluit.
Planning Een volledige controle zal altijd ruim van te voren moeten worden vastgelegd zodat de organisatie maatregelen kan treffen om de controle mogelijk te maken. In een aantal gevallen is het noodzakelijk om van te voren een overleg te plannen met de directie omdat toezicht gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering. Voordat de medewerker op controle gaat is het van belang om het dossier in te lezen om vast te stellen of er nog bijzonderheden zijn. De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de planning van zijn werkzaamheden.
Administratie Het is in alle gevallen noodzakelijk om elke controle schriftelijk vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van checklist ten en de aantekeningen van de medewerker in de vorm van een brief. Nadat de controle is uitgevoerd wordt de datum van de controle ingevoerd in het geautomatiseerde voortgangs- en planningssysteem. Tevens wordt aangegeven of een hercontrole moet worden uitgevoerd en op welke termijn deze moet plaatsvinden. Het maken van de brief gebeurt door de medewerker. Omdat het om een uitgebreide controle gaat kan niet altijd worden gewerkt met standaardzinnen behorend bij de checklist. De medewerker moet zo nauwkeurig en duidelijk mogelijk vastleggen wat de tekortkomingen zijn zodat het voor de klant duidelijk is wat er moet gebeuren.
Te controleren onderdelen De volledige controle richt zich op een groot aantal punten. Niet alleen onderdelen die met het gebruik te maken hebben maar ook bouwkundige onderdelen dienen nauwkeuriger gecontroleerd te worden. In basis dienen dezelfde onderdelen gecontroleerd te worden als bij de reguliere controle. Echter dienen alle onderdelen, in plaats van steekproefsgewijs, volledig te worden gecontroleerd. In de volgende paragrafen worden alleen de elementen omschreven die ten opzichte van de reguliere controle aanvullend of anders moeten worden gecontroleerd. De elementen die extra moeten worden bekeken zijn:
Algemeen Geen aanvulling Vluchtwegen en uitgangen De werking van elektrische ontregeling en opheffing van de sluiswerking van tochtportalen dient daadwerkelijk te worden gecontroleerd.
Pagina 13 van 77
Brand- en subbrandcompartimentering Er dient extra aandacht te worden besteed aan de brand en sub-brandcompartimentering. Bij twijfel is het noodzakelijk om afspraken te maken of de wijze waarop wordt aangetoond dat een brandscheiding voldoet. Denk daarbij aan bouwvergunning, uitvoeringsdetails, bestellijsten, destructief onderzoek.
Blusmiddelen Gecontroleerd moet worden of de projectering van de blusmiddelen nog voldoende is.
Vluchtroute aanduiding en noodverlichting Gecontroleerd moet worden of de noodverlichting bij spanningsuitval functioneert. Bij twijfel kan er een lichtmeting noodzakelijk zijn. Er hoeft niet daadwerkelijk te worden gecontroleerd of de noodverlichting ook gedurende 60 minuten functioneert. W el dient uit een onderhoudsrapport te blijken dat de accu’s gecontroleerd zijn en voldoende energie bezitten.
Bekleding, stoffering en versiering Geen aanvulling Brandveiligheid stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen Geen aanvulling Inrichting Geen aanvulling Brandgevaarlijke stoffen Geen aanvulling Audit BHV Conform Artikel 7.11 heeft een pand met een ontruimingsinstallatie ook een ontruimingsorganisatie. Er moet conform Artikel 7.11a. gecontroleerd worden of er een adequate ontruimingsorganisatie aanwezig is. Het is noodzakelijk om te vragen naar het logboek en het verslag van de gehouden ontruimingsoefening.
Incident bestrijding Geen aanvulling
Certificaten Controleer of de door het Bouwbesluit geëiste certificaten geldig zijn. Brandmeldinstallatie Controleer of sturingen naar andere brandbeveiligingsinstallaties daadwerkelijk functioneel zijn. Denk hierbij aansturing van kleefmagneten, RW A-installatie, deurontgrendeling e.d. Aantal personen Geen aanvullingen
Pagina 14 van 77
2.4
Hercontrole
In deze paragraaf staat een richtlijn omschreven in welke situaties een hercontrole noodzakelijk is. De hercontroles zijn verdeeld in een fysieke of schriftelijke hercontrole. Let op! Het is niet mogelijk om alle situatie hiermee te ondervangen. Uiteindelijk is het wel of niet uitvoeren van een hercontrole ook een groot deel vakmanschap van de medewerker. Hercontrole(fysiek) Wanneer veilig vluchten in het geding is of komt; Brand- of rookwerende deur opengehouden meer dan 4. Brand- of rookwerende deur dagschoot meer dan 4; Brand- of rookwerende scheiding meer dan 4 scheidingen (doorvoeren). Verplichte brandmeldinstallatie in storing of defect; Brandmeldinstallatie aanbrengen; Vluchtweg(en) geblokkeerd. Waarbij de kans op herhaling of direct weer blokkeren bij vertrek groot is; Vluchtweg(en) draaiknop aanbrengen. Vluchtweg hoge afstap; Uit dossier blijkt dat de gebruiker de afgelopen jaren vergelijkbare tekortkomingen heeft gehad. (bijvoorbeeld kapotte vluchtrouteaanduiding); Meerdere kleine tekortkoming van verschillende aard, maar waarbij de totale brandveiligheid onder de maat is.
Hercontrole (schriftelijk) Ontruimingsplan; Attesten & certificaten: bmi, droge stijgleiding, overdrukinstallatie; Aanvraag Vergunning brandveilig gebruik: bewaking door het ZS (zie hoofdstuk 2.5) Gebruiksmelding: bewaking door het ZS (zie hoofdstuk 2.5); Bij terugkoppeling van gebruiker.
Geen hercontrole Blusmiddelen geblokkeerd, niet gekeurd, afgekeurd, onjuist opgehangen Vluchtwegaanduiding & Noodverlichting; br/ rw deur opengehouden t/m 4 deuren (mits veilig vluchten niet in gedrang is); br/ rw deur dagschoot t/m 4 deuren (mits veilig vluchten niet in gedrang is) br/ rw scheiding t/m 4 scheidingen(mits veilig vluchten niet in gedrang is) Logboek niet bijgehouden; Opslag sprinkler te hoog; Opslag voor droge steigleiding; Juiste sleutel in sleutelbuis/ kluis; brandgevaarlijke versiering verwijderen (direct verwijderen is geen hercontrole nodig) Opslag schacht (Geen gevaar veilig vluchten); Opslag CV (idem.); Opschrift overdruktrappenhuizen Ontruimingsoefening; Ontruimingsplattegrond geografisch ophangen Logboek; Plafondplaten terug plaatsen (tenzij veilig vluchten in gedrang is).
Pagina 15 van 77
2.5
Nieuwe melding of vergunning
In de praktijk komt het voor dat men een kleine wijziging aanbrengt aan een gebouw. De wijzing kan tot gevolg hebben dat er een nieuwe vergunning of melding noodzakelijk is. Bij een grote wijziging is het noodzakelijk dat de gebruiker een nieuwe melding doet of vergunning aanvraagt via de gemeente / OD. De toezichtsprocedure moet op hercontrole blijven staan totdat de nieuwe melding of aanvraag bij ons binnen is. Hiermee bewaken we dat er ook daadwerkelijk een aanvraag komt. Wanneer er na twee verzoeken nog geen nieuwe aanvraag is (2 hercontroles) is het noodzakelijk om de gemeente / OD te vragen om een handhavingstraject op te starten. Het toezicht kan dan weer ingepland worden om het gebouw in beeld te houden ondanks de handhavingsprocedure. De actie ligt bij de gemeente of OD. Er wordt door VGGM geen fysieke controle meer uitgevoerd. Bij kleine wijzingen vraagt de brandweer bij het toezicht een revisie tekening. Hiermee voorkomen we onnodige administratieve lasten bij de ondernemer en de gemeente. Wanneer er bij de gemeente ook een dossier aanwezig is, biedt de brandweer een kopie van de revisie tekening bij de gemeente aan. Dit is niet van toepassing bij de OD. De aanvrager is zelf verantwoordelijk om de revisie tekening op te nemen in zijn logboek. De revisie tekening wordt door VGGM voorzien van goedkeuring.
Meldingen of vergunningaanvragen die via het loket worden aangeboden en waaruit blijkt dat het gaat om een kleine wijzing worden direct naar de brandweer gestuurd. Deze aanvragen worden afgehandeld zoals hier boven aangegeven. Hieronder vindt u wat onder kleine wijzingen wordt verstaan. Ter illustratie zijn een aantal voorbeeldengegeven. Geen kleine wijzing Andere gebruiksfunctie zonder verbouwing. (Van kantoor naar bijeenkomst) Bouwkundige aanpassingen die vergunningsplichtig zijn. (Van school naar kinderdagverblijf) Wijzingen maximaal aantal personen.
Kleine wijzingen Andere indeling van niet constructieve aard. (Verblijfruimte in twee ruimtes verdelen, toevoegen van een toiletgroep.) Ander gebruik waarbij het brandveiligheidsniveau niet wordt aangetast. (kantoor wordt opslagruimte) Installatie technische aanpassingen (Aanvulling vluchtroute aanduiding, plaatsing kleefmagneten)
2.6
Gebouw buiten gebruik
Wanneer er bij het toezicht wordt geconstateerd dat het gebouw buiten gebruik is, is het noodzakelijk om dit te registeren. Als het gebouw tijdelijke niet wordt gebruikt, dan dient dit in het memoveld van het toezichtrooster vermeld te worden. De stappen van het rooster worden doorlopen zonder de brief “Toezicht akkoord” te maken.
Pagina 16 van 77
2.7
Evenementen
De gemeente heeft de regie bij evenementen en is als vergunningverlener de eerste partij die toeziet op de naleving van de voorwaarden. De gemeentelijke handhavers, of andere daartoe bevoegde ambtenaren, zijn direct belast met het toezicht op het naleven van de vergunningsvoorwaarden. Op specifieke onderdelen hebben echter ook de hulpverleningsdiensten een taak. Werkwijze advies evenementenvergunning De teamassistentes (risicobeheersing.brandweer@vggm.nl) krijgen de adviesaanvraag vanuit LiveEvents toegezonden. De teamassistentes zetten het verzoek om advies van de evenementenvergunning uit naar de coördinator. De coördinator zet de aanvraag door naar de medewerker, de medewerker verwerkt zijn advies en plaatst het advies in Alfresco (zaaksysteem ). De teamassistentes plaatsen het advies in LiveEvents. Werkwijze bij verleende vergunningen De coördinator/medewerker houdt de ingekomen mails als volgt bij:
Of het afschrift ook naar de collega van Incidentbestrijding (IB) doorgestuurd moet worden. Indien tijdens het adviestraject de medewerker IB om advies is gevraagd 2 of alleen is geïnformeerd2 over betreffende aanvraag, dan zal de verleende vergunning ook doorgestuurd moeten worden naar IB. Dus van de aanvragen die niet bij IB zijn voorgelegd hoeven de verleende vergunningen ook niet doorgestuurd te worden. Of er toezicht op het evenement gehouden moet worden aan de hand van onderstaande criteria.
ToezichtEvenementen: A- en B-evenementen: Uitgangspunt: Geen toezicht indien er geen bijzonderheden zijn. Bij bijzonderheden, zullen deze wel worden gecontroleerd. Hiervan is er sprake indien: De gemeente om toezicht gevraagd heeft (dus op verzoek) Een bouwwerk/inrichting in afwijking van de reeds afgegeven gebruiksvergunning/- melding wordt gebruikt (denk hierbij aan slapen in het gebouw of meerdere personen in het gebouw als dat de vergunning/melding toelaat). Er bijzonderheden zijn met betrekking tot bereikbaarheid hulpdiensten en/of bluswatervoorziening 3. Alleen indien er wordt afgeweken van de standaard voorwaarden conform de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid”. (Zie Maatlat Advisering van 24 april 2014 voor de criteria) C-evenementen: Altijd toezicht. De volgende aspecten zullen worden gecontroleerd: De brandveiligheidsvoorwaarden uit de afgegeven evenementenvergunning. Een bouwwerk/inrichting in afwijking van de reeds afgegeven gebruiksvergunning/- melding wordt gebruikt (denk hierbij aan slapen in het gebouw of meerdere personen in het gebouw als dat de vergunning/melding toelaat). Bijzonderheden zijn met betrekking tot bereikbaarheid hulpdiensten en/of Bluswatervoorziening3. Alleen indien er wordt afgeweken van de standaard voorwaarden conform de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid”.
Zie Maatlat Advisering van 24 april 2014 voor criteria);
2 Conform vastgestelde Maatlat Advisering A-evenementen, 24 april 2014. 3 Toezicht op bereikbaarheid en bluswatervoorziening wordt door medewerker IB gedaan.
Pagina 17 van 77
2.8
WABO
Betreft het toezicht op de verleende omgevingsvergunning met de activiteit(en):
Bouwen; Milieu (uitgezonderd BRZO).
Tijdens de bouw en oplevering van een bouwwerk wordt er, op verzoek van OD of gemeente, door de medewerker Risicobeheersing (RB) inspecties uitgevoerd met betrekking op de brandveiligheid. De toezichthouder gemeente/omgevingsdienst is bevoegd gezag, brandweer adviseert bevoegd gezag. Men heeft in eerste instantie geen contact met aanvrager en/of aannemer. Op verzoek van de toezichthouder gemeente/omgevingsdienst kan er ook een brandveiligheidscontrole worden uitgevoerd bij niet geadviseerde gebouwen.
Toezicht bouwen Toezichthoudergemeente/omgevingsdienst stuurt via risicobeheersing.brandweer@vggm.nl een verzoek om gezamenlijk een brandveiligheidscontrole uit te voeren. De team assistent zet het verzoek door naar betreffende coördinator. Coördinator maakt rooster “Toezicht WABO” aan en (plaatst eventuele stukken in rooster) zet verzoek door naar medewerker RB. Het toezichtmoment wordt aangegeven op takenlijst medewerker RB.
Toezichtmomenten Verzoek van toezichthouder gemeente/omgevingsdienst om gezamenlijk toezicht te houden op bouwplaats. Toezichthouder gemeente/omgevingsdienst maakt afspraak met uitvoerende instantie voor inspectie. Er zijn minimaal 3 momenten van toezicht gewenst: 1. Signaal dat bouw is gestart. Bevoegd gezag geeft aan dat inspecties wenselijk zijn en dat er meerdere controles gewenst zijn. Bevoegd gezag is leidend voor het maken van afspraken en neemt contact op met medewerker RB (die advies heeft uitgebracht) en uitvoerende instanties. Vooral bij grote bouwprojecten is het gewenst om in een vroeg stadium van de bouw de brandveiligheid te bespreken met de betrokken partijen. 2. Oplevering ruwbouw; voor het sluiten van plafond. De gerealiseerde onderdelen met betrekking tot de brandveiligheid controleren. 3. Opleveringbouwwerk. Voordat bouwwerk in gebruik wordt genomen.
Pagina 18 van 77
1. Signaal dat bouw is gestart: Toezichthouder bevoegd gezag legt contact en maakt afspraak met uitvoerende instantie om uitvoering brandveiligheid af te stemmen. Met de uitvoerende instantie en toezichthouder (bevoegd gezag) worden de volgende onderdelen besproken:
Uitvoering brandcompartimenten, subbrandcompartimenten en beschermde subbrandcompartimenten; Brandbeveiligingsinstallaties; Stukken ter goedkeuring nog in te dienen: o Programma van eisen brandbeveiligingsinstallaties; o Tekeningen van brandbeveiligingsinstallaties; o Tekeningen van brandveiligheidsvoorzieningen; o Inspectiedocument en tekeningen sprinklerinstallaties; o Overige gegevens zoals testrapporten. Momenten van controles, aanspreekpunt, verantwoordelijkheden; Steekproeven; Datum van ingebruikname bouwwerk; Brandveilig gebruik; Voorzieningen t.b.v. repressie; Revisietekeningen (taak bevoegd gezag).
Gegevens worden digitaal ingediend (risicobeheersing.brandweer@vggm.nl). De teamassistent maakt het rooster aan: “aanvullende stukken” en koppelt het rooster aan de behandelend medewerker RB/coördinator. Binnen 10 werkdagen advisering naar gemeente/omgevingsdienst.
2. Oplevering ruwbouw; voor het sluiten van plafond: Bevoegd gezag legt contact met uitvoerende instantie en medewerker RB voor inspectie. Bevoegd gezag maakt afspraak voor controle. Aandachtspunten tijdens controle:
Plattegrondtekeningen van de vergunning; Uitvoering brandcompartimentering, beschermde subbrandcompartimentering, subbrandcompartimentering: o Uitvoering en positie brandkleppen; komt dit overeen met testrapport; o Uitvoering kozijnen, deuren en beglazing; komt dit overeen met testrapport; o Draairichting deuren, zelfsluitendheid; o Verklaring applicateur over uitvoering doorvoeringen; logboek met positie, foto’s en gebruikte materialen incl. testrapport. Brandvoortplanting en rookproductie van constructieonderdelen en versiering Aanwezigheid van: o Brandbeveiligingsinstallaties (sprinkler, BMI, OAI, RW A); o Vluchtroute-aanduiding; o Paniekbeslag (groene handmelder, knopcilinder, paniekbalk, loopslot etc.); o Draagbare blusmiddelen; o Sleutelbuis of sleutelkuis, incl. inhoud; o Ontruimingsplattegronden; o Ontruimingsplan; o Informatief (geen taak brandweer): aanwezigheid en geoefendheid BHV.
Pagina 19 van 77
De geconstateerde gebreken of afwijkingen worden bij een hercontrole of oplevering (zie onder oplevering bouwwerk) opnieuw gecontroleerd op naleving voorwaarden omgevingsvergunning. Bij de fase is het ook van belang dat de medewerker objectpreparatie vroegtijdig wordt meegenomen en richting de datum dat wordt opgeleverd, zodat dan ook de bereikbaarheidskaart gereed is.
3. Oplevering bouwwerk: Toezichthouder bevoegd gezag legt contact met medewerker RB en maakt afspraak met uitvoerende instantie om uitvoering brandveiligheid af te stemmen.
Aandachtspunten voordat eindoplevering plaatsvindt:
Afstemming met de betreffende coördinator over overdracht van bouwen naar brandveilig gebruik, revisietekeningen en opstarten inspectiecyclus in ZS; Controle van de concept bereikbaarheidskaart met terugkoppeling aan de medewerker objectpreparatie. Bij complexe bebouwing gaat medewerker objectpreparatie mee; IB informeren v.w.b. bereikbaarheid (kaart), bluswater etc.); Indien noodzakelijk: informatie delen met IB en OV over rondgang blusploeg, bevelvoerders of OVD’s; Wijzigingen moeten worden verwerkt in revisietekeningen of aanvraag nieuwe omgevingsvergunning. Dit is een taak van de gemeente of omgevingsdienst.
Aandachtspunten tijdens controle:
Eerder geconstateerde punten bij een controle op de bouwplaats worden bij een hercontrole of oplevering (zie onder oplevering bouwwerk) opnieuw gecontroleerd op naleving voorwaarden omgevingsvergunning; Plattegrondtekeningen van de vergunning; Uitvoering brandcompartimentering, beschermde subbrandcompartimentering, subbrandcompartimentering: o Uitvoering en positie brandkleppen; komt dit overeen met testrapport; o Uitvoering kozijnen, deuren en beglazing; komt dit overeen met testrapport; o Draairichting deuren, zelfsluitendheid; o Verklaring applicateur over uitvoering doorvoeringen; logboek met positie, foto’s en gebruikte Materialen incl. testrapport; o Brandvoortplanting en rookproductie van constructieonderdelen en versiering. Aanwezigheid van: o Brandbeveiligingsinstallaties (sprinkler, BMI, OAI, RW A); o Vluchtroute-aanduiding; o Paniekbeslag (groene handmelder, knopcilinder, paniekbalk, loopslot etc.); o Draagbare blusmiddelen; o Sleutelbuis of sleutelkuis, incl. inhoud; o Brandgevaarlijke stoffen; o Ontruimingsplattegronden; o Ontruimingsplan; o Informatief (geen taak brandweer): aanwezigheid en geoefendheid BHV. Controleren gebruiksmelding of omgevingsvergunning brandveilig gebruik bij eindcontrole. Tekeningen en aanvraagformulier worden gecontroleerd. Denk aan overdracht door de medewerker RB aan de coördinator i.v.m .