Bijlage 2: Uitvoeringsprogramma
Tekst van het document
revisietekeningen en opstarten inspectiecyclus in het ZS en volledig vullen van het ZS.
Pagina 20 van 77
Rapport van oplevering of testrapport: o Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie (incl. eventuele doormelding naar RAC); o Sprinklerinstallatie; o Rook- en warmte-afvoerinstallatie; o Noodverlichting (orientatieverlichting); o Brandslanghaspels (sticker op haspel of keuringsrapport); o Droge blusleiding (lage drukleiding en hoge drukleiding); o Brandweerlift; o Overdrukinstallatie; o Opbrengst bluswater op eigen terrein; o Behandelde constructieonderdelen of versiering. Controle gegevens en uitvoering bereikbaarheidskaart; Indien mogelijk hoofdstuk 7 van het Bouwbesluit.
Het bouwwerk wordt, opgeleverd (bouwkundig, installatietechnisch en brandveilig gebruik) met de betrokken partijen (aannemer, installateur en eventueel de gebruiker). Indien mogelijk uitleg geven aan de gebruiker over de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen. Eventuele opmerkingen op het gebied van brandveiligheid worden op een zelfde wijze gecommuniceerd met toezichthouder gemeente/omgevingsdienst zoals beschreven onder “Bouwen in afwijking van omgevingsvergunning” en “Informeren bij ernstige afwijkingen omgevingsvergunningen”. Algemeen Registratie Medewerker RB voegt het inspectierapport WABO toe in het WABO rooster. Er worden afhankelijk van de nut en noodzaak vervolgafspraken gemaakt tussen uitvoerende instantie, bevoegd gezag en medewerker RB. Bouwen in afwijking van de vergunning De Toezichthouder, gemeente of omgevingsdienst, stuurt via risicobeheersing.brandweer@vggm.nl een verzoek om gezamenlijk een brandveiligheidscontrole uit te voeren. Als tijdens het bouwproces blijkt dat er zonder RB advies wordt gebouwd of in afwijking van de omgevingsvergunning (vergunningsvoorwaarden m.b.t. brandveiligheid) moet dit worden gemeld aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag gaat in overleg met RB over het mogelijk ongedaan maken van de situatie.
In het geval dat het bouwen in afwijking van de omgevingsvergunning of van ons advies grote consequenties heeft voor de brandveiligheid van het bouwwerk wordt dit direct gemeld aan de coördinator (denk aan: situaties die tijdens de bouw niet of moeilijk meer te herstellen zijn, consequenties voor brandveilig gebruik, de opening e.d.). Zie hiervoor ook: PRIS (Preventie Informatie Systeem). De RB medewerker zorgt voor een schriftelijke verslaglegging. Indien er ingrijpende afwijken zijn, extra aandacht besteden aan het onderstaande:
Maken van bereikbaarheidskaart of aanvalsplan. De bouwplantoetser start het rooster bereikbaarheidskaart op en beoordeeld aan de hand van het puntensysteem of er een bereikbaarheidskaart of aanvalsplan noodzakelijk is en zet deze op naam van de betreffende medewerker objectpreparatie. Medewerker objectpreparatie kan gegevens ophalen bij RB of wordt voorzien van contactgegevens van de locatie voor de noodzakelijke gegevens; De conceptkaart wordt tijdens een controle of oplevering gecontroleerd door de medewerker IB/RB. Bij aanleg bluswatervoorziening overleg met de medewerker IB over uitvoering; Indien er voor het object een Omgevingsvergunning met activiteit brandveilig gebruik noodzakelijk is, meldt de medewerker RB dit bij de gemeente of omgevingsdienst. Dit is een taak van de gemeente of omgevingsdienst; Indien er voor het object een gebruiksmelding (Bouwbesluit 2012) noodzakelijk is, meldt de medewerker RB dit bij de gemeente of omgevingsdienst. Dit is een taak van de gemeente of omgevingsdienst; Aansluiting OMS tijdig aanvragen. Pagina 21 van 77
Certificering Bij oplevering is een installatie vaak nog niet gecertificeerd. W el moet er een eindinspectie hebben plaatsgevonden door de inspectie-instelling. De aannemer of gebruiker moet vooraf een schriftelijke goedkeuring (inclusief eventuele opmerkingen en/of tekortkomingen) van de inspectie-instelling opsturen naar aanleiding van de eindinspectie. Het inspectierapport wordt aangeboden aan het bevoegd gezag. Indien de zwaarte van de tekortkomingen aanleiding geven om beperkt gebruik op te leggen of ingebruikname uit te stellen; zie PRIS. Certificaat volgt later, wel laten opsturen of mailen. Geringe restpunten kunnen via mail worden afgehandeld. Bij veel of zwaarwegende restpunten een hercontrole uitvoeren voordat gebouw in gebruik wordt genomen en registreren onder het WABO rooster. Alle restpunten moeten zijn opgelost, omdat:
er dan pas een brandveilig gebruik mogelijk is; er bij controle brandveilig gebruik geen onopgeloste restpunten zijn; indien geen gebruiksmelding of omgevingsvergunning brandveilig gebruik van toepassing op bouwwerk: in de toekomst kom je er ook niet meer.
Toezicht omgevingsvergunning milieu Toezichthoudergemeente/omgevingsdienst stuurt viarisicobeheersing.brandweer@vggm.nl een verzoek om gezamenlijk een brandveiligheidscontrole uit te voeren. De teamassistent zet het verzoek door naar betreffende coördinator. De coördinator maakt het rooster “Toezicht WABO” aan en (plaatst eventuele stukken in rooster) zet verzoek door naar medewerker RB met specialisatie milieu. Het toezichtmoment wordt aangegeven op takenlijst medewerker RB. Medewerker RB registreert bij het Rooster W abo, door middel van steekwoorden de belangrijke aandachtspunten. Toezichthouder omgevingsdienst maakt afspraak met uitvoerende instantie voor gezamenlijke inspectie. In het zaaksysteem:
Gegevens bouwwerk of inrichting controleren (installatie, preparaties etc.); Besluit toevoegen in het ZS onder rooster “Toezicht WABO”; Vergunnings/meldings datum invullen; In het ZS wordt toezichtmoment aangegeven op takenlijst medewerker RB.
Aandachtspunten voorafgaand aan toezicht:
Toezicht altijd in samenwerking met omgevingsdienst. Omgevingsdienst maakt afspraak met gebruiker/eigenaar. Spreek van te voren af met de toezichthouder omgevingsdienst wat en hoe je de controle uitvoert. Als de toezichthouder de logboeken van het energieverbruik wil controleren, plan dit aan het einde van de inspectie, dan kan je eerder de inrichting verlaten (effectief gebruik van tijd); Voordat inspectie wordt uitgevoerd, eerst dossier doornemen. Zorg ervoor dat je goed bent voorbereid.
Pagina 22 van 77
Aandachtspunten brandveiligheid:
Opslag gevaarlijke stoffen; Bereikbaarheidskaart; Certificering; Indien inrichting ook een gebruiksmelding of vergunning; afhankelijk van komende datum toezicht, een controle vergunning brandveilig gebruik of gebruiksmelding uitvoeren; Indien tekortkomingen blusmiddelen of vluchtdeuren; wat je tegenkomt tijdens de inspectie en niet voldoet aan voorwaarden Bouwbesluit, ook melden en in controlebrief/-mail sturen naar omgevingsdienst. Informeren IB + PRIS bij grote overtredingen.
Omgevingsdienst stelt de brief op. Het is noodzakelijk om E-mails en brieven te archiveren. Termijnen van realisatie in overleg met coördinator.
2.9
Handhaving
De eigenaar en/of gebruiker van een gebouw is verantwoordelijk voor de brandveiligheid van het gebouw en voor de brandveiligheid in het gebouw. De regels, aangegeven in het Bouwbesluit, zijn op al het gebruik van toepassing. Voor de meer risicovolle vormen van gebruik is een omgevingsvergunning brandveilig gebruik of een gebruiksmelding nodig. Bij zowel het bouwen van een nieuw gebouw als tijdens het gebruik van het gebouw zal de eigenaar en/of gebruiker in contact komen met de gemeente /OD als bevoegd gezag en, als adviseur van het bevoegd gezag, met de brandweer. De taak van de gemeente als bevoegd gezag ligt vast in de Wet bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Tussen het bevoegd gezag en VGGM zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. De samenwerkingsafspraken zijn ondergebracht in het “protocol toezicht & handhaving”. In deze protocollen (er zijn meerdere protocollen omdat VGGM adviseur is bij meerder bevoegde gezagen) zijn de taken en verantwoordelijkheden duidelijk aangegeven. Hoe handhaving van brandveilig gebruik concreet zal plaatsvinden, met inachtneming van de wettelijke en gemeentelijke kaders, is aangegeven in het protocol handhaving brandveilig gebruik. De doelstelling van dat handhavingsprotocol is het bewerkstellen dat partners weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. De handhaving is hiermee vastgelegd en wordt conform de handhavingsprocedures uitgevoerd.
Daarnaast beoogd dit protocol door de operationele handhavingstaken te beschrijven de handhavers zelf inzicht te geven in het handhaving proces en de samenwerking tussen diverse betrokken partijen te vergemakkelijken. Tenslotte biedt het protocol ook transparantie over het handhavingproces aan burgers en ondernemers. Aan de hand van het protocol kan adequaat met burgers over de (wijze van) handhaving brandveilig gebruik worden gecommuniceerd. De juiste handhavingsprocedure is aangegeven in het ZS. Voor de instructie registratie handhaving en Voor het protocol Handhaving brandveilig gebruik, zie bijlage 3.
Pagina 23 van 77
2.10 BRZO BRZO-brandpreventie controle De BRZO-brandpreventie controle kan worden gezien als een volledige controle waarbij ook gekeken wordt naar de brandpreventieve voorzieningen uit andere regelgeving dan het Bouwbesluit zoals de W et milieubeheer. Het betreft een controle waarbij de nadruk ligt op de onderlinge samenhang van de verschillende voorzieningen. De BRZO-brandpreventie controle kan worden gezien als een herijking van de brandbeveiligingsvoorzieningen van het BRZO bedrijf. De BRZO-brandpreventie controle wordt bij alle BRZO-bedrijven uitgevoerd. Ook bij de bedrijven die geen gebruiksmelding hoeven te doen. De controle wordt uitgevoerd door een vakspecialist C
Planning Een BRZO-brandpreventie controle zal altijd ruim van te voren moeten worden vastgelegd zodat de organisatie maatregelen kan treffen om de controle mogelijk te maken. In een aantal gevallen is het noodzakelijk om van te voren een overleg te plannen met de directie omdat toezicht gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering. Voordat de medewerker op controle gaat is het van belang om de vergunningen (bouw, milieu, gebruik) in te lezen om vast te stellen of er nog bijzonderheden zijn. De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de planning van zijn werkzaamheden. Voor de volledige controle is gemiddeld 16 uur beschikbaar. Administratie Het is in alle gevallen noodzakelijk om elke controle schriftelijk vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van checklisten en de aantekeningen van de medewerker in de vorm van een brief. Deze brief moet altijd in afschrift gestuurd worden aan de BRZO-inspecteur(s) van de brandweer. Deze brief maakt een onderdeel uit van het uiteindelijk advies wat door de BRZO- inspecteurs wordt gegeven. Nadat de controle is uitgevoerd wordt de datum van de controle ingevoerd in het geautomatiseerde voortgangs- en planningssysteem. Tevens wordt aangegeven of een hercontrole moet worden uitgevoerd en op welke termijn deze moet plaatsvinden. Het maken van de brief gebeurt door de medewerker.
Omdat het om een uitgebreide controle gaat kan niet altijd worden gewerkt met standaardzinnen behorend bij de checklist. De medewerker moet zo nauwkeurig en duidelijk mogelijk vastleggen wat de tekortkomingen zijn zodat het voor de klant duidelijk is wat er moet gebeuren.
Te controleren onderdelen Uiteraard blijft het veilig kunnen vluchten voor personeel van belang, net als enig ander bedrijf waar personen werken, maar bij de controle ligt de nadruk op de staat van de brandpreventieve voorzieningen die in het bedrijf aanwezig zijn in relatie tot de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn. Ook zal de onderlinge samenhang bekeken moeten worden. Om hier invulling aan te kunnen geven is een goede voorbereiding middels een dossierstudie noodzakelijk. Dit omdat niet altijd alle aanwezige voorzieningen in de vergunning staan vermeld. Zoals bijvoorbeeld de eisen aan de draagconstructie. In de volgende paragrafen worden alleen de elementen omschreven die ten opzichte van de volledige controle aanvullend of anders moeten worden gecontroleerd.
Pagina 24 van 77
De elementen die extra moeten worden bekeken zijn: Vluchtwegen en uitgangen De werking van elektrische ontregeling en opheffing van de sluiswerking van tochtportalen dient daadwerkelijk te worden gecontroleerd.
Brand- en subbrandcompartimentering Er dient extra aandacht te worden besteed aan de brandcompartimentering. Vanuit de milieuregelgeving worden bijvoorbeeld andere eisen gesteld aan een brandwerende deurconstructie van een PGS15 opslag. Deze deuren moeten zowel aan het stralingcriteria als de temperatuurcriteria voldoen. De werking van automatische brandwerende scheidingsconstructies dient daadwerkelijk te worden gecontroleerd. Dit houdt in dat bekeken moet worden dat de sturing daadwerkelijk plaats vindt en de scheidingsconstructie correct sluit. Indien noodzakelijk kan er destructief onderzoek nodig zijn om vast te stellen of de wbdbo voldoende aanwezig is.
Blusmiddelen Gecontroleerd moet worden of de projectering van de blusmiddelen nog voldoende is.
Vluchtroute aanduiding en noodverlichting Gecontroleerd moet worden of de noodverlichting bij spanningsuitval functioneert. Bij twijfel kan er een lichtmeting noodzakelijk zijn. Er hoeft niet daadwerkelijk te worden gecontroleerd of de noodverlichting ook gedurende 60 minuten functioneert. Wel dient uit een onderhoudsrapport te blijken dat de accu’s gecontroleerd zijn en voldoende energie bezitten.
Bekleding, stoffering en versiering Geen aanvulling
Brandveiligheid stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen Geen aanvulling
Inrichting Geen aanvulling
Brandgevaarlijke stoffen Geen aanvulling
Overige Controleer de inspectierapportages van brandbeveiligingsvoorzieningen. Denk hierbij aan de brandwerende schuifdeuren die jaarlijks worden geïnspecteerd door een bedrijf..
Incident bestrijding Geen aanvulling
Pagina 25 van 77
Certificaten Controleer of de door het Bouwbesluit en wet Milieubeheer geëiste certificaten geldig zijn. Controleer de inspectierapportages van brandbeveiligingsinstallaties. Hier kunnen tekortkomingen staan die cruciaal zijn voor de brandveiligheid maar niet tot afkeur leiden door de inspectie-instelling.
Brandmeldinstallatie / sprinklerinstallatie / gasblusinstallatie Controleer de sturingen die plaats moeten vinden na een automatische melding op daadwerkelijk functioneren. Hierbij kan worden gedacht aan het sluiten van brand- en of rookwerende scheidingconstructies, RWA, sluiten van voorzieningen ten behoeve van de productopvang, dichtvallen van kleppen in procesinstallaties, etc.. Het controleren of het stuursignaal gegeven wordt is onvoldoende. Uiteraard is het noodzakelijk om met het bedrijf af te stemmen hoe hier, in verband met de bedrijfsvoering, het beste invulling aan gegeven kan worden. Zo hoeft een schuimblusinstallatie natuurlijk niet op daadwerkelijk functioneren te worden getest.
Aantal personen Geen aanvullingen.
Pagina 26 van 77
ADVISERING 3.1
Bouwen
In dit hoofdstuk wordt omgeschreven op welke wijze de brandweer advies uitbrengt aan de gemeente of omgevingsdienst (OD) ten aanzien van de activiteit bouwen.
Procedure De adviesverzoeken worden ingediend bij risicobeheersing.brandweer@vggm.nl; De adviestermijn van de brandweer bedraagt 10 werkdagen; Het geproduceerde advies worden digitaal verstuurd naar de medewerker van de gemeente / OD; De teamassistenten starten aan de hand van de verleende vergunning de procedure Toezicht W ABO (zie hoofdstuk 2).
Ontvankelijkheid De ontvankelijkheidtoets wordt gedaan door de medewerker van de gemeente of OD. Hierbij gelden de criteria zoals genoemd in de MOR. Bij de ontvankelijkheidtoets kan de brandweer worden betrokken als de medewerker vragen heeft.
Vormgeving advies Het advies bestaat uit drie delen, een brief met de conclusie van de toets van de brandweer en voorwaarden om aan de vergunning te verbinden, digitale tekeningen / documenten met aantekeningen, toetsingsprotocol. In de onderstaande paragrafen zijn de verschillende onderdelen uitgewerkt.
Brief De brief bevat het formele advies en wordt digitaal verstuurd. Het formele advies kan één van de drie hoofdconclusies bevatten.
Conclusie A, akkoord; Conclusie B, akkoord met eenvoudige aanpassing; Conclusie C, Niet akkoord, vergunning weigeren.
Wordt een advies gegeven volgens het van rechtens verkregen niveau, is het noodzakelijk om dit in de brief aan te geven.
Tekeningen en documenten Het betreft de documenten en tekeningen die zijn gebruikt bij de toetsing van vergunningsaanvraag. Op de tekeningen en in de documenten worden de opmerkingen in rood aangegeven. Alle opmerkingen krijgen een uniek nummer. Het nummer is terug te vinden in de toetsingslijst brandveiligheid. Hierdoor vindt een koppeling plaatst tussen de documenten en toetsingslijst. De tekeningen worden samengevoegd tot 1 bestand. Benaming van het aangepaste document moet als volgt: opmerkingen brandweer, Voor het advies verzonden wordt is het noodzakelijk om het advies te vergrendelen door de tekening in PDF-format op te slaan.
Pagina 27 van 77
Toetsingsprotocol Het toetsingsprotocol bevat alle afdeling die door de brandweer getoetst worden. Per afdelingen en artikel wordt aangeven of het relevant is en of ook wordt voldaan aan de eisen. Wanneer een artikel niet voldoet wordt aangegeven welk lid het betreft. Daarnaast wordt aangeven welke opmerking het op tekening betreft. Het is noodzakelijk om het toetsingsprotocol als PDF bestand aan te leveren, zodat het niet door derden gewijzigd kan worden.
Voorwaarden en aanwijzingen vergunning Omdat niet alle gegevens bij de aanvraag bekend zijn is het noodzakelijk om nadere voorwaarden te stellen aan een vergunning. De nadere voorwaarden hebben met name betrekking op nog aan te leveren informatie. Zoals installatie tekeningen. In de voorwaarden is een standaard periode van 3 weken voordat men begint met de werkzaamheden opgenomen. Als aanwijzing wordt vermeld of een gebruiksmelding of omgevingsvergunning brandveiligheid noodzakelijk is. Tevens wordt het maximaal aantal toe te laten personen vermeld. De aanwijzingen zijn informatief. De aanvrager wordt hiermee gewezen op zijn verantwoordelijkheden. Bereikbaarheidskaart Wanneer het vermoeden bestaat dat er een bereikbaarheidskaart nodig is, kan door middel de knop [Extra stap] de scorelijst worden opgeroepen. Wanneer uit de scorelijst blijkt dat een bereikbaarheidskaart noodzakelijk is, kan de procedure bereikbaarheidskaart worden opgestart. Die procedure moet dan op naam van de objectpreparatisten en worden gezet.
Pagina 28 van 77
3.2
Milieu
In dit hoofdstuk wordt omgeschreven op welke wijze de brandweer advies uitbrengt aan de gemeente of omgevingsdienst (OD) ten aanzien van de activiteit milieu.
Procedure De adviesverzoeken worden ingediend bij risicobeheersing.brandweer@vggm.nl; De adviestermijn van de brandweer bedraagt 10 werkdagen; Het geproduceerde advies worden digitaal verstuurd naar de medewerker van de gemeente / OD; De teamassistenten starten aan de hand van de verleende vergunning de procedure Toezicht WABO (zie hoofdstuk 2).
Ontvankelijkheid De ontvankelijkheidtoets wordt gedaan door de medewerker van de gemeente of OD. Hierbij gelden de criteria zoals genoemd in de MOR. Bij de ontvankelijkheidtoets kan de brandweer worden betrokken als de medewerker vragen heeft.
Vormgeving advies Het advies bestaat uit drie delen, een brief met de conclusie van de toets van de brandweer en voorwaarden om aan de vergunning te verbinden, digitale tekeningen / documenten met aantekeningen, toetsingsprotocol. In de onderstaande paragrafen zijn de verschillende onderdelen uitgewerkt.
Brief De brief bevat het formele advies en wordt digitaal verstuurd. Het formele advies kan één van de drie hoofdconclusies bevatten.
Conclusie A, akkoord; Conclusie B, akkoord met eenvoudige aanpassing; Conclusie C, akkoord, onder voorwaarden.
De opmerkingen naar aanleiding van de aanvraag kunnen worden opgenomen in de brief. Hetgeen afhankelijk is van het type aanvraag. Echter heeft het de voorkeur om de opmerking te verwerken zoals hieronder omschreven.
Tekeningen en documenten Het betreft de documenten en tekeningen die zijn gebruikt bij de toetsing van vergunningsaanvraag. Op de tekeningen en in de documenten worden de opmerkingen in rood aangegeven. Alle opmerkingen krijgen een uniek nummer. Het nummer is terug te vinden in de toetsingslijst brandveiligheid. Hierdoor vindt een koppeling plaatst tussen de documenten en toetsingslijst. De tekeningen worden samengevoegd tot 1 bestand. Benaming van het aangepaste document moet als volgt: Kenmerk klant – opmerkingen brandweer. Voor het advies verzonden wordt is het noodzakelijk om het advies te vergrendelen door de tekening in PDF-format op te slaan. Toetsingsprotocol Het toetsingprotocol bevat alle afdeling die door de brandweer getoetst worden. Per afdelingen en artikel wordt aangeven of er wordt het relevant is en wordt voldaan aan de eisen. Wanneer een artikel niet voldoet wordt aangegeven welk lid het betreft. Daarnaast wordt aangeven welke opmerking het op tekening betreft.
Pagina 29 van 77
Voorwaarden vergunning Omdat niet alle gegevens bij de aanvraag bekend zijn is het noodzakelijk om nadere voorwaarden te stellen aan een vergunning. De nadere voorwaarden hebben met name betrekking op nog aan te leveren informatie. Zoals installatie tekeningen. In de voorwaarden is een standaard periode van 3 weken voordat men begint met de werkzaamheden opgenomen.
Bereikbaarheidskaart Wanneer het vermoeden bestaat dat er een bereikbaarheidskaart nodig is, kan door middel de knop “Extra stap” de scorelijst worden opgeroepen. Wanneer uit de scorelijst blijkt dat een bereikbaarheidskaart noodzakelijk is, kan vanuit het “advies Bouwen rooster” de procedure bereikbaarheidskaart worden opgestart. Die procedure moet dan op naam van de objectpreparatisten en worden gezet.
Pagina 30 van 77
3.3
Vergunning brandveilig gebruik
In dit hoofdstuk wordt omgeschreven op welke wijze de brandweer advies uitbrengt aan de gemeente of omgevingsdienst (OD) ten aanzien van de activiteit brandveilig gebruik.
Procedure De adviesverzoeken worden ingediend bij risicobeheersing.brandweer@vggm.nl; De adviestermijn van de brandweer bedraagt 10 werkdagen bij Nieuwbouw en 20 werkdagen voor Bestaande bouw; De medewerker brandweer bezoekt het object en voert een nulmeting uit. Als het object nog gebouwd moet worden is de nulmeting alleen vanaf “papier”; Het geproduceerde advies n.a.v. de nulmeting wordt digitaal verstuurd naar de medewerker van de gemeente / OD; De medewerker van de gemeente / OD stuurt de aangepaste stukken ter controle naar de brandweer; Het geproduceerde definitieve advies wordt digitaal verstuurd naar de medewerker van de gemeente / OD; Wanneer de vergunning is verleend stuurt de medewerker van de gemeente/OD de vergunning naar risicobeheersing.brandweer@vggm.nl; Dit is niet het geval indien de brandweer dossierhouders is; Nadat het dossier op orde is gemaakt, start de medewerker brandweer aan de hand van de verleende vergunning de juiste procedure Toezicht (zie hoofdstuk 2). Opstarten van de procedure gebeurt vanuit de procedure advies, zodat de advies procedure ook correct wordt afgesloten. LET OP! Formele communicatie over de aanvraag gaat altijd via de gemeente of OD.
Ontvankelijkheid Voor de ontvankelijkheidtoets kan een advies gevraagd worden bij de medewerker RB. Hierbij gelden de criteria zoals genoemd in de MOR.
Vormgeving advies Het advies bestaat uit drie delen, een brief met de conclusie van de toets van de brandweer en voorwaarden om aan de vergunning te verbinden, digitale tekeningen / documenten met aantekeningen, toetsingsprotocol. In de onderstaande paragrafen zijn de verschillende onderdelen uitgewerkt.
Brief Het formele advies kan één van de drie hoofdconclusies bevatten.
Conclusie A, akkoord; Conclusie B, akkoord met voorwaarden; Conclusie C, niet akkoord
LET OP! Negatief advies kan alleen als het niet mogelijk is om onder vergunningsvoorwaarden het brandveilig gebruik mogelijk te maken. Handhavingsprocedure opstarten om situatie brandveilig te maken.
Pagina 31 van 77
Tekeningen en documenten Het betreft de documenten en tekeningen die zijn gebruikt bij de toetsing van vergunningsaanvraag. Op de tekeningen en in de documenten worden de opmerkingen in rood aangegeven. Alle opmerkingen krijgen een uniek nummer. Het nummer is terug te vinden in de toetsingslijst brandveiligheid. Hierdoor vindt een koppeling plaatst tussen de documenten en toetsingslijst. De tekeningen worden samengevoegd tot 1 bestand. Benaming van het aangepaste document moet als volgt: Kenmerk klant - tekeningen brandweer - straat huisnummer.
Toetsingsprotocol Het toetsingsprotocol bevat alle afdeling die door de brandweer getoetst worden. Per afdelingen en artikel wordt aangeven of er wordt het relevant is en wordt voldaan aan de eisen. W anneer een artikel niet voldoet wordt aangegeven welk lid het betreft. Daarnaast wordt aangeven welke opmerking het op tekening betreft. Het is noodzakelijk om het toetsingsprotocol als PDF bestand aan te leveren, zodat het niet door derden gewijzigd kan worden.
Voorwaarden vergunning In een uitzonderlijk geval kunnen we er voorwaarden aan een vergunning brandveilig gebruik worden verbonden. Voorwaarden zijn alleen mogelijk indien daarin door het Bouwbesluit al niet in wordt voorzien. Alle voorwaarden moeten worden gemotiveerd. De voorwaarden zijn zo opgesteld dat ze 1 op 1 in de vergunning kunnen worden opgenomen.
Pagina 32 van 77
Toetsingsprotocol Het toetsingsprotocol bevat alle afdeling die door de brandweer getoetst worden. Per afdelingen en artikel wordt aangeven of er wordt het relevant is en wordt voldaan aan de eisen. Wanneer een artikel niet voldoet wordt aangegeven welk lid het betreft. Daarnaast wordt aangeven welke opmerking het op tekening betreft. Het is noodzakelijk om het toetsingsprotocol als PDF bestand aan te leveren, zodat het niet door derden gewijzigd kan worden.
Voorwaardenmelding In een uitzonderlijk geval kunnen we er voorwaarden aan een melding brandveilig gebruik worden verbonden. Voorwaarden zijn alleen mogelijk indien daarin door het Bouwbesluit al niet in wordt voorzien. Alle voorwaarden moeten worden gemotiveerd. De voorwaarden zijn zo opgesteld dat ze 1 op 1 in de melding kunnen worden opgenomen.
Pagina 34 van 77
3.5
Aanvullendestukken
In dit hoofdstuk wordt omgeschreven op welke wijze de brandweer advies uitbrengt aan de gemeente of omgevingsdienst (OD) ten aanzien van de aanvullende stukken behorend bij een lopende vergunning aanvraag of toezicht W abo. Bijvoorbeeld aangepaste bouwkundige tekeningen bij een aanvraag Bouwen of een installatie tekening.
Procedure De adviesverzoeken worden ingediend bij risicobeheersing.brandweer@vggm.nl; De adviestermijn bedraagt 10 werkdagen; De aanvrager moet uitgestelde indieningsvereisten overeenkomstig artikel 2.7 van de MOR binnen 3 weken voor de start van de uitvoering aanbieden. Het geproduceerde advies worden digitaal verstuurd naar de casemanager toezicht. De casemanager toezicht maakt de brief die naar de aanvrager gaat. In die brief wordt het advies van de brandweer opgenomen. Het advies van de brandweer is zodanig op gesteld dat deze 1 op 1 in de gemeentelijke brief kan worden opgenomen. Hierbij is het van belang dat bij de gemaakte opmerkingen de wettelijke grondslag wordt aangegeven.
Vormgeving advies Het advies bestaat uit twee delen, een brief en digitale tekeningen / documenten met aantekeningen. In de onderstaande paragrafen zijn de verschillende onderdelen uitgewerkt. Brief Opmerkingen Bij de opmerkingen wordt omgeschreven op welke onderdeel de aanvullende stukken niet akkoord zijn. Indien mogelijk wordt verwezen naar de digitale stukken. De opmerkingen worden zodanig uitgewerkt dat de casemanager ze 1 op 1 kan overnemen in zijn eigen brief. Opmerkingen die op de digitale stukken staan, hoeven niet over getypt te worden een verwijzing in de brief is voldoende. Hiermee wordt dubbel werk voorkomen. Tekeningen en documenten Het betreft de documenten en tekeningen die zijn gebruikt bij de toetsing van de aanvullende stukken. Op de tekeningen en in de documenten worden de opmerkingen in rood aangegeven. Alle opmerkingen krijgen een uniek nummer. Het nummer is terug te vinden in de brief onder het kopje opmerkingen. Hierdoor vindt een koppeling plaatst tussen de documenten en de brief. Richtlijn aanvullende stukken Het is niet noodzakelijk om bij alle bouwplannen de volledige lijst aanvullende stukken te vragen. Afhankelijk van het aanwezige risico wordt bepaald welke stukken de aanvrager moet aanleveren. Bij een aantal stukken is een stempel van de brandweer noodzakelijk.
Voor alle onderdelen geldt dat ze bij het toezicht op de bouw gecontroleerd moeten worden. Naar aanleiding van het toezicht kan het alsnog noodzakelijk zijn dat de aanvrager e.e.a. aanlevert. De brandweer overlegt dat samen met Teamhandhaving.
Pagina 35 van 77
●
●
●
de waterleiding met de daarop aan te sluiten brandkraan/brandkranen
●
de droge blusleiding(en);
●
de detaillering van de wand-, pui-, deur- en plafond/vloerconstructies met een
●
wbdbo-eis (wbdbo = weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag);
Klasse Laag
bereikbaarheid met brandweervoertuigen;
Klasse Midden
het wegenplan en de opstelplaats/opstelplaatsen in verband met de
Klasse Hoog
Onderdeel
Van belang is dat de brandweer de onderstaande lijst niet generiek toepast. De medewerker van de brandweer moet een gemotiveerde overweging maken om zaken nader te laten aanleveren.
de vluchtwegaanduidingen;
●
●
de noodverlichtingsinstallatie
●
●
PvE en tekeningen van de brandmeldinstallatie, met goedkeuring van een erkend
●
●
●
●
●
●
inspectie-instelling/branddetectiebedrijf PvE en tekeningen van de sprinklerinstallatie, met goedkeuring van een erkend inspectiebureau de waterleiding met de daarop aan te sluiten brandslangen op haspel
●
de overdrukinstallatie
●
●
●
de rook- en warmteafvoerinstallatie
●
●
●
de centrale verwarmingsinstallatie
●
de mechanische ventilatie-installatie
●
●
de luchtbehandelinginstallatie
●
●
de ventilatie van de parkeergarage
●
●
de CO- en LPG- detectie van de parkeergarage
●
●
De bovenstaande opsomming is niet limitatief
Pagina 36 van 77
In de onderstaande lijst is aangegeven in welke klasse controles zijn ingedeeld.
Klasse hoog Gebruiksfunctie behorend bij klasse hoog:
Woongebouw met verminderd, niet-zelfredzame, bedlegerige bewoners; Cellengebouw; Logiesgebouw; Gezondheidszorgfunctie met niet-zelfredzame en/of bedlegerige bewoners; Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4 jaar; Woongebouw.
Klasse midden Gebruiksfunctie behorend bij klasse midden:
Onderwijsfunctie leerlingen jonger dan 12 jaar; Onderwijsfunctie leerlingen ouder dan 12 jaar >50 personen; Gezondheidszorgfunctie met zelfredzame gebruikers; Bijeenkomstfunctie >250 personen; Sportfunctie >250 personen; Winkelfunctie >250 personen; Parkeergarages>1000m2; Gebedshuizen >250 personen.
Klasse laag Gebruiksfunctie behorend bij klasse laag
Bijeenkomstfunctie 50-250 personen; Sportfunctie 50-250 personen; Winkelfunctie 50-250 personen; Kantoorfunctie; Industriefunctie (Beheersbaarheid van Brand); Gebedshuizen 50-250 personen.
Pagina 37 van 77
3.6
Evenementen
We kennen binnen onze regio drie kwalificaties van evenementen, A, B en C. Aan de hand van de risicoscan wordt de kwalificatie door de gemeenten bepaald. C-evenementen worden multidisciplinair opgepakt. Alle adviesaanvragen voor evenementen worden automatisch via LiveEvent toegezonden naar risicobeheersing.brandweer@vggm.nl. Hier worden de A+ evenementen bekeken (A+ evenementen zijn A evenementen waarbij advies brandweer gewenst is) door de teamassistenten en in behandeling genomen of worden doorgezet naar de afdeling Incidentbestrijding (IB). A+ evenement Een A+evenement wordt door Risicobeheersing (RB) behandeld als:
het evenement plaatsvindt in een bouwwerk of een inrichting4, en bij het evenement meer dan 150 personen5 tegelijk aanwezig zijn of er door meer dan 10 (of 4) personen tegelijk wordt geslapen.
Zodra aan bovenstaande criteria wordt voldaan, zal de aanvraag in behandeling worden genomen door de Team assistent. RB heeft de regie. Behandelend medewerker RB zal advies opstellen en advies inwinnen bij IB. De behandelende medewerker plaats zijn advies in Alfresco, Waarna de teamassistente het advies weer plaats in Live Event. Om te bepalen of advies bij IB gevraagd moet worden kan het volgende worden aangehouden:
Voldoet niet aan de bluswater- en bereikbaarheidseisen uit de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid”; Is er sprake van een wegafsluiting? Moet er worden omgereden om bij het incident te kunnen komen?
Bij een afsluiting kan je denken aan bijv. aan een springkussen op de straat. Deze is niet zo snel te verplaatsen, de weg is dan daadwerkelijk afgesloten. Maar als alleen de straat met een lintje/dranghek is afgesloten dan spreken we niet van een afsluiting.
Overige A-evenementen Worden niet door VGGM geadviseerd.
4 AMVB definitie van inrichting: ruimtelijk begrensde voor mensen toegankelijke plaats 5 Bij de gemeente Arnhem ligt de grens bij 250 personen voor inrichtingen.
Pagina 38 van 77
Voor de B en C evenementen blijft de normale procedure van kracht. Dat wil zeggen RB neemt het voortouw in de advisering en zal IB om advies vragen zodra hier aanleiding voor is en zal de verdere afhandeling op zich nemen.
De volledige maatlat voor de advisering is te vinden op: G:\Afd\BRW \RB\Risicobeheering en externe veiligheid\05 Themas\06 Evenementen\04 Documenten\Maatlat
A- evenement
Vindt het evenement plaats in een bouwwerk of een inrichting? EN Zijn er bij het evenement meer dan 150 personen tegelijk aanwezig of wordt er door meer dan 10 (of 4) personen tegelijk geslapen?
AMvB definitie van inrichting: ruimtelijk begrensde voor mensen toegankelijke plaats
Ja
De TA ontvangt het adviesverzoek uit LiveEvent
Nee
A-evenementen worden niet meer geadviseerd
De behandelaar RB maakt het advies en stuurt het advies naar de TA in Alfresco. De TA plaatst het advies in LiveEvents
Pagina 39 van 77
3.7
Omgevingsveiligheid
Bij omgevingsveiligheid draait het om het afwegen van risico's. W at zijn de risico's bij het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe zich snel ontwikkelende technologieën. Hierbij gaat het om de gemeten en onderzochte risico’s, met soms grote onzekerheden, én om wat we als risico ervaren.
Regelgeving Het omgevingsveiligheidsbeleid voor inrichtingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het Bevi stelt grenzen aan de risico’s die inrichtingen vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het Bevi geeft de risiconormen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR). De uitwerking van het Bevi is geregeld in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) in de vorm van vaste afstanden voor een aantal inrichtingen en de wijze waarop de afstanden moeten worden berekend in een kwantitatieve risico analyse (QRA). De Revi geeft aan dat voor inrichtingen de Handleiding Risicoberekeningen Bevi gebruikt moet worden als rekenvoorschrift. In de Handleiding Risicoberekeningen Bevi staan niet voor alle risicobronnen, zoals die genoemd zijn in het Bevi en de Revi, rekenmethodieken.
Advisering Risicobeheersing Externe Veiligheid van VGGM adviseert bevoegd gezag in bovenstaande regelgeving. Evenals bij BRZO kan het zijn dat Risicobeheersing Externe Veiligheid advies vraagt bij de afdeling RB. Het advies van RB wordt dan verwerkt door een specialist van Risicobeheersing Externe veiligheid en in het advies Risicobeheersing Externe Veiligheid opgenomen.
Pagina 40 van 77
3.8
BRZO
In dit hoofdstuk wordt omgeschreven op welke wijze advies wordt uitgebracht aan de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) ten aanzien van de activiteit milieu bij Brzo bedrijven. De ODRN is door de bevoegde gezagen (gemeente en provincie) gemandateerd voor het uitvoeren van de W abo-taken bij Brzo-bedrijven. De advisering betreft de invulling van de wettelijke adviestaak op basis van artikel 12 Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Procedure Na het (eventuele) vooroverleg (informele fase) wordt de definitieve aanvraag door de ODRN aan de veiligheidsregio toegestuurd met het verzoek om advies externe veiligheid (formele fase). Om een integraal advies af te kunnen geven wordt vanuit de teams brandveiligheidszorg input geleverd voor de interne brandveiligheid (Bouwbesluit toets). De adviseur BRZO verwerkt het interne advies in de advies brief richting ODRN. Het advies van de veiligheidsregio wordt schriftelijk en ondertekend verstuurd aan de ODRN. De ontwerpbeschikking wordt door ODRN aan de veiligheidsregio toegestuurd. Check of het advies in de considerans van de beschikking en/of geadviseerde maatregelen in de voorschriften zijn opgenomen. In deze fase bestaat nog de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbeschikking.
Ontvankelijkheid De ontvankelijkheidstoets van de aanvraag wordt gedaan door de ODRN. Binnen 6 weken na het definitief indienen van de aanvraag kunnen nog aanvullende gegevens bij de aanvrager opgevraagd worden. Het is van belang om binnen deze termijn te beoordelen of er voldoende gegevens beschikbaar zijn voor een advies externe veiligheid. Zo niet dan kan via de ODRN verzocht worden om aanvullende gegevens.
Vormgeving advies De volgende onderdelen worden behandeld in het advies:
Risicobron(nen), maatgevend scenario en bijbehorende effectafstanden; Mogelijkheden rampenbestrijding en zelfredzaamheid; Bouwbesluit toets; Advies (aanvullende) maatregelen.
Toetsingsprotocol Handreiking Brandweeradvisering W et milieubeheer (wordt geactualiseerd, op het moment van schrijven is de nieuwe versie nog niet beschikbaar).
Bereikbaarheidskaart Voor Brzo-bedrijven wordt standaard een bereikbaarheidskaart en rampbestrijdingskaart opgesteld.
Pagina 41 van 77
3.9
Ontbrandingstoestemming
De omgevingsdienst (ODRA) stuurt de adviesaanvraag via risicobeheersing.brandweer@vggm.nl naar RB. De team assistent maakt het rooster “Advies Ontbrandingstoestemming” aan, plaatst eventuele stukken in het rooster en koppelt het rooster aan de betreffende coördinator. De coördinator zet verzoek door naar medewerker RB met specialisatie vuurwerk. De aanvraag wordt voor advies aangegeven op takenlijst medewerker RB. Binnen 10 werkdagen advisering naar de omgevingsdienst. De adviesaanvraag bestaat onder andere uit:
Aanvraagformulier; Lijst/overzicht met toe te passen vuurwerk; Overzicht certificaathouders; Situatietekening; Conceptvergunning met voorwaarden; Verklaring van geen bezwaar afgegeven (ter informatie).
Toetsing op:
Tijd, datum, locatie; Technisch inhoudelijke toets; Veiligheidsafstanden voor publiek en kwetsbare objecten. Deze afstanden zijn aangegeven op de schietlijst en situatie; Vluchtmogelijkheden publiek en afzettingen; Aantal, type en positie blusmiddelen; Schietlijst; Risico’s natuurbrand (is als het goed is al opgenomen in conceptvergunning).
Aandachtspunt Aanvrager en beziger zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de veiligheid en voorwaarden die aan de ontbrandingstoestemming zijn verbonden. De adviesbrief wordt gemaild naar postbus@odra.nl met een afschrift naar de medewerker IB van desbetreffend cluster. Bovenstaande betreft een vergunning. Een melding wordt niet geadviseerd.
Pagina 42 van 77
3.10 Opslag Vuurwerk Betreft advisering en het toezicht op de melding of verleende omgevingsvergunning met de activiteit milieu. Bij de realisatie van een vuurwerkkluis is vaak ook de omgevingsvergunning met de activiteit bouwen van toepassing. Indien er meer dan 50 personen tegelijkertijd in de winkel aanwezig kunnen zijn dan is een gebruiksmelding noodzakelijk. Het kan zijn dat er verschillende medewerkers RB met de diverse aanvragen te maken hebben. Advies De omgevingsdienst stuurt de adviesaanvraag via risicobeheersing.brandweer@vggm.nl naar RB. De team assistent maakt het rooster “Advies opslag vuurwerk” aan in het ZS, plaatst eventuele stukken in het rooster en koppelt het rooster aan de betreffende coördinator. De coördinator zet verzoek door naar medewerker RB met specialisatie vuurwerk. De aanvraag wordt voor advies aangegeven op takenlijst medewerker RB in het ZS. Binnen 10 werkdagen advisering naar de omgevingsdienst.
De adviesaanvraag bestaat uit:
Aanvraagformulier of melding Activiteitenbesluit; Situatietekening; Tekeningen van plattegrond(en), doorsneden, aanzichten en detaillering; Antwoordlijst AIM (Milieuregels uit het Activiteitenbesluit); Uitgangspunten Document (UPD) sprinklerinstallatie, brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie; Validatiedocument of inspectierapport UPD van inspectie-instelling;
Toetsing op:
Voorwaarden en adviezen van adviseur externe veiligheid meenemen in toetsing (mits dit van toepassing is in nabijheid van Spoor, waterweg of gevaarlijke stoffen route); Vuurwerkbesluit: o Gebruik maken van toetsingsformulier Vuurwerkbesluit (adviesblad voor vergunningen)
Aandachtspunt Om de 5 jaar wordt door een onafhankelijk inspectie instelling het UPD opnieuw beoordeeld. Deze wordt door Omgevingsdienst ter beoordeling aangeboden aan RB (Zie voor proces maatlat milieu). UPD behoeft niet te worden ondertekend door brandweer, maakt onderdeel uit van advies. Bij bestaande gebouwen vooraf ter plaatse gaan kijken.
Proces maatlat milieu Pagina 43 van 77
Toezicht Vanuit de RUD is het gewenst om toezicht te houden in verband met verleende omgevingsvergunningen en meldingen milieubeheer. Huidige situatie ingaan op verzoek ODRA/RUD. De omgevingsdienst stuurt via risicobeheersing.brandweer@vggm.nl een verzoek om gezamenlijk een brandveiligheidscontrole uit te voeren. De team assistent zet het verzoek door naar betreffende coördinator. Coördinator maakt rooster “Toezicht W ABO” aan in het ZS en (plaatst eventuele stukken in het rooster) zet verzoek door naar medewerker RB. Het toezichtmoment wordt aangegeven op takenlijst medewerker RB. Na toezicht ontvangt de medewerker RB de gemaakte opmerkingen van bevoegd gezag en plaatst het inspectie rapport in het ZS. Toezichthouder omgevingsdienst maakt afspraak met uitvoerende instantie voor gezamenlijke inspectie. Aandachtspunten voorafgaand aan toezicht: Toezicht altijd in samenwerking met omgevingsdienst. Omgevingsdienst maakt afspraak met gebruiker/eigenaar. Spreek van te voren af met de toezichthouder omgevingsdienst wat en hoe je de controle uitvoert. Voordat inspectie wordt uitgevoerd, eerst dossier doornemen.
Aandachtspunten bij controle:
Plattegrondtekeningen van de vergunning/melding; Uitvoering brandcompartimentering, beschermde subbrandcompartimentering, subbrandcompartimentering: o Uitvoering en positie brandkleppen; komt dit overeen met testrapport; o Uitvoering kozijnen, deuren en beglazing; komt dit overeen met testrapport; o Draairichting deuren, zelfsluitendheid; o Verklaring applicateur over uitvoering doorvoeringen; logboek met positie, foto’s en gebruikte materialen incl. testrapport; o Brandvoortplanting en rookproductie van constructieonderdelen en versiering. Aanwezigheid van: o Brandbeveiligingsinstallaties (sprinkler, BMI, OAI); o Vluchtroute-aanduiding; o Paniekbeslag (groene handmelder, knopcilinder, paniekbalk, loopslot etc.); o Draagbare blusmiddelen; o Sleutelbuis of sleutelkuis, incl. inhoud; o Brandgevaarlijke stoffen; o Ontruimingsplattegronden; o Ontruimingsplan; o Informatief (geen taak brandweer): aanwezigheid en geoefendheid BHV. Certificaat, rapport van oplevering of testrapport: o Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie; o Sprinklerinstallatie; o Noodverlichting (oriëntatie verlichting); o Brandslanghaspels (sticker op haspel of keuringsrapport); o Droge blusleiding (lage drukleiding en hoge drukleiding); o Opbrengst bluswater op eigen terrein; o Behandelde constructieonderdelen of versiering.
Pagina 44 van 77
Gebruiksvoorwaarden opslag zoals aangegeven in Vuurwerkbesluit en UPD: o Stapelhoogte: markering; o Aanwezigheid vuurwerk: Verpakking; Ompakken; Hoeveelheden; Aanduidingen; Veiligheidssymbolen. Bereikbaarheidskaart; Indien gebouw ook een gebruiksmelding heeft: tijdens verkoopdagen een controle brandveilig gebruik uitvoeren; Informeren IB + PRIS bij grote overtredingen.
Na toezicht ontvangt de medewerker RB de gemaakte opmerkingen van bevoegd gezag en plaatst het inspectie rapport in het ZS. Termijnen van realisatie in overleg met Omgevingsdienst.
Bereikbaarheidskaart Maken van bereikbaarheidskaart: Voor de opslag van vuurwerk is altijd een bereikbaarheidskaart noodzakelijk. Er zijn 2 situaties: Nieuwbouw of verbouw van de opslagruimte (Zie punt 2.7.2.1“Toezichtmomenten”). Bestaande bereikbaarheidskaarten:
Bestaande bereikbaarheidskaart wordt het ZS gecontroleerd conform controlecyclus. Bij controle brandveilig gebruik van locatie met vuurwerkopslag controleert medewerker RB de bereikbaarheidskaart.
Pagina 45 van 77
3.11 Ontruimingsplannen Advisering op ontruimingsplannen is beperkt tot een aantal door het bestuur vastgestelde categorieën. De verantwoordelijkheid voor een goedgekeurd ontruimingsplan ligt nadrukkelijk bij de gebruiker. Er vindt dus geen rappellering plaats wanneer we een ontruimingsplan afkeuren. Mocht dit wel van belang zijn, is het noodzakelijk het ontbreken van een goedgekeurd ontruimingsplan op te nemen in het toezicht rooster.
Checklist Voor het advisering moet gebruik gemaakt worden van de checklist in het ZS. De checklist is gebaseerd op de NEN 8112. Het gebruik van de NEN 8112 is niet verplicht voor bedrijven. Het is van belang dat je toets of alle elementen van de NEN 8112 wel in het ontruimingsplan zijn opgenomen. Hierdoor leggen we alle ontruimingsplannen langs dezelfde meetlat.
Brief Er is een brief akkoord en niet-akkoord. Indien je akkoord bent met het ontruimingsplan voorzie je deze van een digitaal stempel AKKOORD en stuur je een digitaal exemplaar mee als bijlage van de verzend brief. Wanneer in de checklist antwoorden op nee staan, gebruik je de brief niet-akkoord en voeg je de checklist en het ontruimgingsplan met opmerkingen toe als bijlage bij de brief. In beide gevallen wordt daarna de procedure afgesloten.
Categorieën We adviseren alleen ontruimingsplannen voor; ziekenhuizen, zorginstellingen, wonen met 24-uurszorg en op verzoek van de gemeente of omgevingsdienst.
Pagina 46 van 77
3.12 Bedrijfsbrandweer In dit hoofdstuk wordt omgeschreven op welke wijze het bestuur van de veiligheidsregio omgaat met haar wettelijke bevoegdheid om inrichtingen aan te wijzen als bedrijfsbrandweerplichtig. Op basis van artikel 31, 1e lid W et veiligheidsregio’s kan: “Het bestuur van de veiligheidsregio een inrichting die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig”. Het betreft de volgende typen bedrijven die in aanmerking kunnen komen voor een aanwijzing (artikel 7.1 Besluit veiligheidsregio’s):
Brzo (Besluit risico’s zware ongevallen), bedrijven Container op- en overslagbedrijven Spooremplacementen (voor zover geen onderdeel van een inrichting) Kernenergie-installaties
In artikel 31 van de W et veiligheidsregio’s (W vr) en hoofdstuk 7 van het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr) is het proces vastgelegd voor het beoordelen en aanwijzen van inrichtingen die in aanmerking kunnen komen voor een bedrijfsbrandweer. Hoe hieraan binnen de veiligheidsregio nader invulling wordt gegeven is vastgelegd in het door het bestuur op 12 oktober 2011 vastgestelde Aanwijsbeleid bedrijfsbrandweren.
Procedure Bij alle Brzo bedrijven wordt/is beoordeeld of een bedrijfsbrandweeraanwijzing noodzakelijk is. Op basis van beschikbare informatie (W abo-vergunning, inspectierapporten Brzo, UPDbrandbeveiliging, etc.) kan tot de conclusie worden gekomen dat betreffende inrichting bij brand of ongeval geen gevaar oplevert voor de openbare veiligheid. Dit oordeel wordt schriftelijk meegedeeld aan het bedrijf. Er wordt geen bedrijfsbrandweerrapport opgevraagd. Als er een ‘redelijk vermoeden’ is dat er sprake kan zijn van ‘bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid’ wordt bij Pbzo (Preventie beleid zware ongevallen)-plichtige bedrijven het bedrijf schriftelijk verzocht om een bedrijfsbrandweerrapport in te dienen, binnen een (wettelijke) termijn van drie maanden na ontvangst van het verzoek. Bij VR (Veiligheids Rapport)-plichtige bedrijven maakt een bedrijfsbrandweerrapport onderdeel uit van het veiligheidsrapport en hoeft geen apart rapport opgevraagd te worden. De beoordeling van het bedrijfsbrandweerrapport kan leiden tot een af- of aanwijzing voor een bedrijfsbrandweer. Bij een afwijzing wordt dit schriftelijk aan het bedrijf meegedeeld, met het voorbehoud dat toekomstige wijzigingen kunnen leiden tot een herbeoordeling en mogelijk een ander oordeel. Als er sprake is van een aanwijzing wordt een bedrijfsbrandweer aanwijsbeschikking opgesteld waarin o.a.
het benodigde aantal mensen en de middelen worden vastgelegd. Een besluit om een bedrijf aan te wijzen is een besluit waartegen door het bedrijf op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar (en beroep) gemaakt kan worden.
Ontvankelijkheid De gegevens die opgenomen moeten worden in een bedrijfsbrandweerrapport zijn genoemd in artikel 7.2 Besluit veiligheidsregio’s.
Vormgeving bedrijfsbrandweer aanwijsbeschikking De bedrijfsbrandweer aanwijsbeschikking is opgebouwd uit considerans (motivatie van de aanwijzing), het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio (dictum) en voorschriften.
Pagina 47 van 77
Toetsingsprotocol
PGS 6 - aanwijzingen voor implementatie van Brzo’99; Werkwijzer Bedrijfsbrandweren (BrandweerBrzo, 14 november 2013, versie 2.0).
Voorwaarden bedrijfsbrandweer aanwijsbeschikking Voor het opstellen van de aanwijsbeschikking wordt aangesloten bij de modelvoorschriften uit de Werkwijzer Bedrijfsbrandweren. In de beschikking worden het aantal mensen en de benodigde middelen vastgelegd. Er worden eisen gesteld aan het opleidingsniveau en geoefendheid van het bedrijfsbrandweerpersoneel. Voor wat betreft de middelen wordt o.a. de benodigde bluswatercapaciteit, de hoeveelheid schuimvormend middel en het onderhoud en testen van middelen vastgelegd.
Pagina 48 van 77
OVERIGE PROCESSEN 4.1
TOOM
TOOM werkt langs 2 lijnen, bepaald door de soort aansluiting: verplicht RAC en PAC. Uitzonderingen op dat beleid zijn aansluitingen vanwege maatschappelijk belang. Deze worden vastgesteld in TOOM Beleid 2, gepland voor AB VGGM juni 2015. In de dagelijkse praktijk zullen deze uitzonderingen behandeld gaan worden als verplichte aansluitingen. Immers maatschappelijk belang is geen vrijbrief om loze brandmeldingen te veroorzaken. De uniforme en gestandaardiseerde werkwijze die we vanaf 1 februari 2015 hanteren, wordt vastgelegd in TOOM Beleid 2 en bestuurlijk vastgesteld. Dit is vooral nodig voor de aanpak met handhaving (verplichte aansluitingen) en kosten in rekening brengen (PAC). De aanpak geldt in algemene zin. Doel is echter niet handhaving of kosten in rekening brengen, maar de overlast van loze brandmeldingen (en nodeloze uitrukken) te minimaliseren. Er is dus ruimte om je vakmanschap in de praktijk te brengen. Inmiddels is per 28-06-2017 TOOM Beleid 3 vastgesteld. Dit beleid ziet voornamelijk toe op het toepassen van het “blauwe en/of groene spoor” (toepassen vertraging en/of technische verificatie).
Uitgangspunten UITGANGSPUNTEN procedure VERPLICHTE AANSLUITINGEN: Uitgangspunt wordt het bestuurlijk vastgestelde TOOM beleid 2 waarin zal opgenomen dat “als sluitstuk voor de procedure ten aanzien van verplichte aansluitingen een bestuursrechtelijke traject (van het opleggen van een dwangsom) wordt gevolgd.” Dit betekent dat een eventueel op te leggen dwangsom is gebaseerd op loze, verwijtbare meldingen. Dit betekent verder dat de aankondigingsbrief (dat het dossier wordt overgedragen aan de gemeente voor handhaving) verstuurd wordt bij de 1e overschrijding van de prestatie-eis. Bouwbesluit 2012 heeft directe werking gekregen d.w.z. dat er geen besluit nodig is om vast te stellen dat een situatie de status van overtreding heeft. Zodra een overtreding is geconstateerd kan de handhavingsprocedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht in gang worden gezet, d.w.z. dat verzoek om handhaving bij de gemeente wordt gedaan bij de 2e melding na de overschrijding (mits binnen het jaar). Indien binnen een jaar (niet kalenderjaar) de prestatie-eis niet overschreden wordt, wordt de
Pagina 49 van 77
UITGANGSPUNTEN procedure PAC: Uitgangspunt is het landelijke VEBON protocol, versie 2017, is nu opnieuw vastgesteld waarbij basisvereisten voor doormelding naar de brandweer zijn dat de brandmeldinstallatie voldoet aan de NEN 2535 en deze wordt onderhouden conform de NEN 2654-1. Dit betekent dat de PAC eerst verificatie richting de gebruiker start, tenzij o 1e melding technisch is geverifieerd o 1e melding via handbrandmelder verloopt o 1e melding buiten werktijden, let wel op de verificatie. Dat we zowel de PAC als de op de PAC aangesloten ondernemer (1x direct, daarna afschriften van de brieven aan de PAC) aanspreken op hun verantwoordelijkheid om loze brandmeldingen en nodeloze uitrukken van de brandweer te voorkomen. Conform concept landelijk nazorgprotocol is er voor echte BMI’s gelegenheid om passende maatregelen te nemen. Na de 2e melding gaan we niet meer uitrukken tenzij persoonlijke verificatie ter plaatse. Mochten we toch nog uitrukken voor loze brandmelding, worden de kosten van dienstverlening in rekening bij PAC gebracht 6. Als we niet meer uitrukken als er geen persoonlijke verificatie ter plaatse is geweest, moet de RAC hiervoor een AOL aanmaken zodat dit bij contact met de PAC gemeld kan worden. Mochten we toch nog uitrukken voor loze brandmelding, worden de kosten van dienstverlening in rekening bij PAC gebracht3.
Brievenstroom Code
Trigger
Categorie:VERPLICHT
Gericht aan
VP01
1e melding
Brief bewustwording
OMS abonnee
VP02
2e melding
Brief aankondiging gesprek
OMS abonnee
VP03
gesprek
Brief afspraken
OMS abonnee
VP04
Volgende Melding(en)
Brief herinnering
OMS abonnee
VP05
Overschrijding p.e.
Brief overgaan tot handhaving
OMS abonnee
VP06
2e Melding na overschrijding p.e.
Brief verzoek om aanschrijving
Gemeente/OD
VP07
Is geschreven
Wordt voorlopig niet uitgevoerd
Categorie PAC PAC01
1e melding
Brief Bewustwording
PAC abonnee
PAC02
1e melding
Brief Voldoen aan protocol
PAC
PAC03
2e melding
Brief Aankondiging maatregel
PAC
PAC04
Is geschreven
Is wettelijk nog in onderzoek
NOTABENE
VP05/VP06 worden tegelijkertijd gestuurd naar de abonnee en de gemeente/OD; PAC01/PAC02 worden tegelijkertijd gestuurd naar de PAC abonnee en de PAC; PAC04 naar de PAC wordt tegelijkertijd met e-mail naar RAC gestuurd.
6 Hiervoor is een standaardmail voor FacZa/Fin. Administratie beschikbaar; van IB moeten we nog een definitief
bedrag krijgen dat in de brief kan worden vermeld (status: 3 feb. 2015).
Pagina 50 van 77
Stapcode TM000
Omschrijving stap Starten TOOM
Handelingen stap 1. TRIGGER 1e melding na 1 feb 2015 (inwerkingtreding TOOM 2.0) 2. Bij objecten waar al langer een traject met meerdere meldingen loopt, doorzetten naar de stap [Hoorzitting TM150] 3. Kies de soort aansluiting door middel van de knop [Automatische stap] 4. Je kunt kiezen uit Verplicht of PAC aansluiting.
TM110
TOOM Verplichte aansluiting bewustwording
1. TRIGGER 1ste melding; 2. Stuur deze brief naar de abonnee om hem te wijzen op zijn verantwoordelijkheid.
TM120
TOOM Bewaking loze meldingen
1. Deze stap wordt een JAAR verder gepland in je werkschema. Intussen monitor je de nodeloze OMS-meldingen. Komt er in het jaar geen melding binnen, komt deze stap automatisch naar voren en kun je je rooster afsluiten door middel van [Automatische stap] Kies dan [Loze meldingen verholpen TM888]. 2. Komen er nog wel meldingen binnen vervolg dan direct het proces naar [Loze meldingen NIET verholpen TM140]
TM140
TM150
TOOM Loze meldingen NIET verholpen TOOM Hoorzitting
1. Vervolg het proces naar de stap [Hoorzitting TM150].
1. Nodig de abonnee uit voor een hoorzitting op de kazerne door middel van de brief. Attentie: nodig iemand uit die gemachtigd is om afspraken te maken 2. Zet de vermoedelijke einddatum op de datum van de afspraak. Als de datum verandert kan je ook de vermoedelijke eind datum aanpassen.
TM160
TOOM Verslag
TM170
TOOM Bewaking loze meldingen
1. Maak hier het verslag van de hoorzitting en stuur deze naar de abonnee. 2. Indien de abonnee niet verschijnt op de hoorzitting dan stuur je wel een verslag waar je aangeeft dat men niet is verschenen en dat dat aanleiding geeft om eerder bestuurlijke maatregelen te laten treffen. 1. Na de hoorzitting bewaak je de meldingen om vast te stellen of de afgesproken maatregelen effectief zijn. In deze stap komt jouw vakmanschap tot zijn recht. Tijdens de bewakingsperiode kun je intensief contact hebben met de abonnee. Afhankelijke van de situatie en opstelling van de abonnee kun je meebewegen of je hard opstellen. 2. Deze stap wordt een jaar verder gepland in je werkschema. Komt er in het jaar geen melding binnen, komt de stap automatisch naar voren en kun je je rooster afsluiten [Loze meldingen verholpen TM888]. 3. Komen er nog wel meldingen binnen vervolg dan direct het proces naar [Herinnering afspraken TM180] of wanneer de norm wordt overschreden kan je ook kiezen om [Handhaving TM190] op te starten, afhankelijk van de afspraken met betreffende gemeente. Let op! Er moet voor handhaving minimaal een overschrijding zijn van de prestatie eis. Pagina 51 van 77
4. Indien je een termijn hebt afgesproken waarin zaken worden uitgevoerd, kan het zo zijn dat je gedurende die periode geen actie onderneemt ook al wordt de prestatie eis overschreden. Bijvoorbeeld: Afspraak is het vervangen van de brandmeldinstallatie, als men daarmee 5. bezig is, is het niet gewenst dat je ze ook nog gaat aanschrijven. 1. Stuur een herinnering aan de abonnee dat de gemaakte afspraken geen effect hebben, immers de meldingen komen nog steeds binnen. 2. Let op! Niet oneindig blijven herinneren, overweeg dan handhaving (mits overschrijding prestatie-is) of nodig opnieuw uit voor een gesprek. Het doel is niet handhaving, maar reductie loze meldingen. Maar een abonnee moet natuurlijk wel laten zien dat hij werkt aan het voorkomen van loze meldingen. 1. TRIGGER Overschrijding prestatie-eis en onwillige abonnee. 2. Handhaving is niet een doel op zich. Dus als de abonnee in doen en laten aantoont dat hij werkt aan het voorkomen van loze meldingen, kun je hem meer tijd geven. En dus handhaving NIET opstarten. 1. Met deze brief kondig je aan dat we het dossier over gaan dragen aan de gemeente. 2. Met deze brief stuur je tegelijkertijd een brief aan de gemeente. Deze brief vind je terug bij de volgende stap [Verzoek om aanschrijving TM210].
TM180
TOOM Herinnering
TM190
TOOM Handhaving opstarten
TM200
TOOM Handhavingsbrief abonnee
TM210
TOOM Verzoek om aanschrijving
TM220
TOOM In behandeling bij JZ
TM230
TOOM Loze meldingen verholpen
1. Meld de gemeente dat de loze meldingen zijn verholpen zodat ze de handhavingsprocedure kunnen afsluiten. Hiervoor is geen brief; dit kan met een e-mail.
TM240
TOOM Presentatie eis overschreden
1. TRIGGER volgende melding na overschrijding prestatie eis 2. Optie 1 Abonnee heeft wederom een melding gegenereerd en gemeente heeft nog geen handhavingsproces opgestart. Verzoek de gemeente nogmaals om dit te doen. 3. Optie 2 Abonnee heeft wederom een melding gegenereerd en daarmee de afspraken overtreden. Verzoek de gemeente om de volgende stap in het handhavingsproces te zetten [Verzoek dwangsom innen TM260].
TM250
TOOM afgehandeld door JZ
1. Koppel hier de bevestiging van de gemeente (Besluit) dat het handhavingsproces is afgesloten.
1. Met deze brief vraag je de gemeente om het dossier over te nemen en het handhavingsproces op te starten. 1. Het dossier ligt momenteel bij de gemeente. Bewaak de voortgang door contact te hebben met je collega van de gemeente. 2. Bewaak ook het aantal meldingen in relatie tot de afspraken die de gemeente maakt met de abonnee in het kader van het handhavingsproces.
Pagina 52 van 77
TM260
TOOM Verzoek om DW ANGSOM
Stapcode TM510