CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. - Bijlagenrapport RPW 2025-2028

Gecombineerde commissie 14 mei 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: (VROM) Instemming Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 (Raadsvoorstel)26.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2

Bron: RPW 2017-2021.

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

•

•

Daarnaast is in het bestemmingsplan Elst Aamsepoort Zuid (de locatie Intratuin) een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, waarmee het aantal m² met nog maximaal 2.000 m² uitgebreid kan worden. Deze mogelijkheid blijft bestaan. In de andere concentratiegebieden is vestiging van nieuwe detailhandel alleen toegestaan: - indien dit ruimtelijk mogelijk is, zonder verlegging van de grenzen van de PDV- of PDVGDV-locatie; en - indien de vestiging ruimtelijk gezien niet inpasbaar is in de reguliere winkelgebieden van de regio; en - indien vestiging bijdraagt aan het voorzieningenniveau van de gemeente en/of de regio; en - indien er geen zwaarwegende argumenten zijn in te brengen die als in strijd met een goede ruimtelijke ordening kunnen worden gezien, in het bijzonder volume of veiligheid.

2.2.4 Lokale en solitaire PDV • Nieuwe initiatieven: Gemeenten wegen zelf af of zij nieuwvestiging van lokaalverzorgende PDV (dit zijn winkels met minder dan 1.500 m² bvo) toestaan. Dit geldt voor zowel solitair gevestigde winkels als om clusters van winkels, zolang de oppervlakte per winkel kleiner is dan 1.500 m² bvo perifere detailhandel. • Uitbreiding van een bestaande winkel: Regionale afstemming is vereist op het moment dat een bestaande perifere detailhandelsvestiging buiten de concentratiegebieden groter wordt dan 1.500 m² bvo. Dit geldt ook voor verplaatsingen, waarbij de som van de winkeloppervlakte van het nieuwe pand en het vrijkomende pand hoger is dan 1.500 m². • In het geval van bedrijfsbeëindiging van solitair gevestigde detailhandelsvestigingen, wordt het gebruik ‘bevroren’. Dit betekent dat de bestaande vestiging en het bestaande gebruik worden gehandhaafd, maar dat er geen vierkante meters detailhandel meer kunnen worden toegevoegd. - Het continueren van de bestaande winkel blijft daarmee toegestaan, zolang de branchering en de omvang in m² bvo hetzelfde blijft. - Indien er op een dergelijke locatie sprake is van langdurige leegstand, dan gaat de gemeente (op een natuurlijk moment, zoals een voorgenomen wijziging van het omgevingsplan) over op het wegnemen van de detailhandelsbestemming.

2.3 Afspraken over harde en zachte plancapaciteit De afspraken in onderdeel 2.2 hebben betrekking op bestaande en nieuwe PDV- en GDVvestigingen op perifere locaties. Om ruimtevraag en beschikbare ruimte voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen in balans te brengen, moeten ook afspraken gemaakt worden over harde en zachte plancapaciteit voor PDV/GDV. De bestaande afspraken uit het RPW 2017-2021 en het RPW 2021-2024 over harde en zachte plancapaciteit in de GMR worden in het nieuwe RPW gehandhaafd. • Afspraak 1 - De gemeenten hebben besloten om geen van de zachte plannen voor perifere detailhandel te benutten, tenzij er sprake is van lokaal niet-bediende marktruimte. Het is evenmin mogelijk om nieuwe zachte plannen te ontwikkelen. • Afspraak 2 - Er wordt geen gebruik gemaakt van afwijkingsmogelijkheden in gemeentelijke ruimtelijke voorschriften. Dit geldt voor het gehele omgevingsplan. • Afspraak 3 - De gemeenten met een schrapopgave ten aanzien van de harde plancapaciteit voor PDV-locaties (Beuningen, Druten en Zevenaar) hebben hierover

/ 10

/ 11

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

nadere afspraken gemaakt met de regio en de provincie over door partijen gedragen en economische acceptabele oplossingen. Wanneer in de toekomst blijkt dat er toch nog verborgen harde plancapaciteit is binnen een gemeente, dan zal deze gemeente zich – conform de afspraken met provincie Gelderland - inspannen om deze ruimte zo spoedig mogelijk uit de markt te nemen en de planologische maatregelen nemen die daarvoor nodig zijn.

2.4 Toelichting regionaal beleid voor perifere en grootschalige detailhandel 2.4.1 De regionale detailhandelsmarkt Tabel 2.2 laat de onderlinge verhouding van de concentratiegebieden zien in termen van aanbod: de aanwezige hoeveelheid detailhandel. Fashion Outlet Center Zevenaar is nog niet in gebruik. De leegstand is relatief groot in Beuningen, omdat het tuincentrum is gesloten. Deze kaart laat de dominantie van de PDV/GDV-locatie in Duiven duidelijk zien. De verdeling van de cirkels toont de verhouding tussen PDV-branches en GDV-branches in de diverse concentratiegebieden. De aanwezigheid van de PDV- en GDV-branches is in de meeste gevallen in overeenstemming met het regionaal beleid (zie: Bijlage I). (Nieuwe) detailhandel in overige branches is regionaal en provinciaal niet toegestaan. De detailhandel in overige branches is overigens relatief beperkt aanwezig in de concentratiegebieden. Tabel 2.2 Omzetverhouding en -herkomst concentratiegebieden PDV/GDV regio Arnhem-Nijmegen. Gemeente

PDV/GDV-locatie

% uit

% overig

% overig

% Duits-

Omzet t.o.v.

gemeente

GMR

NL

land

concentratie-

59%

23%

18%

0%

locatie Duiven Arnhem

Retailpark Arnhem

10%

Olympus Park Arnhem

(Decathlon)

nb

nb

nb

nb

nb

Beuningen

De Heuve

58%

33%

9%

0%

5%

CenterpoortDuiven

Nieuwgraaf/Graafstaete

8%

56%

33%

4%

100%

Lingewaard

Huissen 't Pannenhuis

53%

39%

8%

0%

10%

Nijmegen

Novium

53%

31%

16%

0%

11%

Nijmegen

Ressen (Hornbach)

nb

nb

nb

nb

nb

Aamsepoort-Zuid Overbetuwe

(Intratuin)

45%

45%

10%

0%

11%

Wijchen

Woonboulevard Wijchen

36%

50%

14%

0%

6%

Zevenaar

Hengelder/Tatelaar

38%

43%

17%

2%

7%

Zevenaar

Factory Outlet Center

nb

nb

nb

bv

nb

Bron: Koopstromenonderzoek Oost-Nederland (2024), bewerking Ecorys

Tabel 2.2 is opgesteld met behulp van de data van het koopstromenonderzoek OostNederland 2023. Bij dit koopstromenonderzoek is de omzet gemeten van de bestedingen van de inwoners van Oost-Nederland. Bij het onderzoek is per winkelgebied op basis van GPSdata gemeten welk deel van de bezoekers van buiten Oost-Nederland komt, bijvoorbeeld uit

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Duitsland. Voor de gebieden waar meer dan 2% van de bezoekers van buiten het gebied komt is de omzet zoals berekend bij het koopstromenonderzoek proportioneel verhoogd. Omdat geen gegevens mogen worden verstrekt over individuele winkels, ontbreken Olympus Park (Decathlon) en Ressen (Hornbach). De tweede kolom van Tabel 2.2 laat de omzetverhouding zien tussen de concentratiegebieden, uitgedrukt in verhouding tot de omzet van het concentratiegebied in Duiven. De cijfers in de kolom bevestigen de dominantie van het concentratiegebied in Duiven. Hoe lager het percentage in de derde kolom is, hoe sterker de bovenlokale verzorgingsfunctie van elk concentratiegebied is. Deze cijfers geven aanleiding om Retailpark Elden niet (langer) als bovenregionaal verzorgend concentratiegebied te zien, zoals in het vorige RPW is besloten. 2.4.2 De uitbreidingscapaciteit voor concentratiegebieden is benut, behalve in Duiven In het vorige RPW is met behulp van regionaal koopstromenonderzoek de marktruimte berekend voor extra detailhandel in de concentratiegebieden voor PDV en PDV/GDV. In tien van de elf concentratiegebieden is (inmiddels) geen marktruimte voor extra detailhandel meer beschikbaar.

Alleen in het concentratiegebied Centerpoort-Nieuwgraaf/Graafstaete in Duiven kan nog uitbreiding van het aantal vierkante meters detailhandel plaatsvinden, maar alleen in de gebieden die in de plaatselijke ruimtelijke voorschriften hiervoor zijn afgebakend. Het KSO 2023 geeft geen aanleiding om dit te herzien. In tegenstelling tot voorgaande RPW’s gelden voor de uitbreiding van CenterpoortNieuwgraaf/Graafstaete geen restricties qua vierkante meters meer. Uitbreiding moet plaatsvinden binnen de huidige gebiedsgrenzen en branchering. Bijlage V geeft aan op welke gronden detailhandel toegelaten is. Daarbij moet in het omgevingsplan van gemeente Duiven worden voldaan aan de volgende voorwaarden: de winkels moeten voorzien in een bovenregionale behoefte; • ten minste 5.000 m² wvo per winkel; • uitsluitend in de branches wonen/in-en-om-het-huis (bijlage I); • toepassing van de spelregels voor nevenassortimenten (bijlage IV); en • geen verstorende werking voor de detailhandelsstructuur van omliggende gemeenten. 2.4.3 Faciliteren van kwaliteitsverbetering in andere concentratiegebieden In de andere concentratiegebieden voor PDV/GDV ligt de focus op kwaliteitsbehoud en versterking van het bestaande3.

Hier is het wenselijk kwaliteitsbehoud en -versterking (vernieuwing, verplaatsing, uitbreiding van bepaalde winkels) mogelijk te maken door herstructurering, her-invulling en herontwikkeling. Nieuwe detailhandel kan hier gevestigd worden onder de voorwaarde: • dat dit ruimtelijk mogelijk is, zonder uitbreiding van het aantal vierkante meters; en • dat de vestiging ruimtelijk gezien niet inpasbaar is in de reguliere winkelgebieden van de regio; en • dat vestiging bijdraagt aan het voorzieningenniveau van de gemeente en/of de regio; en • dat er geen zwaarwegende argumenten zijn in te brengen die als in strijd met een goede ruimtelijke ordening kunnen worden gezien, in het bijzonder volume of veiligheid. Bij verplaatsing van perifere winkels wordt bekeken wat publiek- en/of privaatrechtelijk is vastgelegd over de detailhandelsbestemming van het pand dat na de verplaatsing vrij komt. Dit vraagt om een zorgvuldige onderbouwing. Zo moet de verandering worden getoetst aan de 3

Kwaliteitsbehoud en -versterking is ook een opgave op de locaties waar nog wel uitbreiding mag plaatsvinden.

/ 12

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

ladder voor duurzame verstedelijking en moet de verplaatsing/uitbreiding bedrijfseconomisch nodig zijn. 2.4.4 Toegestane detailhandel voor Zevenaar Spoorallee (Fashion Outlet Center) Op de locatie Spoorallee Zevenaar wordt een thematisch winkelcentrum gerealiseerd. Het Fashion Outlet Center heeft in het vorige RPW een status aparte gekregen, die in dit RPW gehandhaafd blijft. Het bestemmingsplan laat maximaal 12.000 m² wvo aan detailhandel in kleding, sport en luxe toe in de benoemde branches.4 De bouw van het FOC is nog niet gestart. Voor eventuele uitbreiding voorbij het bovenstaande maximum is regionale en gemeentelijke besluitvorming nodig. 2.4.5 Verkenning ontwikkeling PDV/GDV-cluster in Arnhem (Rijnpark) De gemeente Arnhem verkent in 2025 of er op het huidige bedrijventerrein Rijnpark, als onderdeel van de gebiedsontwikkeling, een (klein) PDV/GDV-cluster gerealiseerd kan worden voor de bestaande PDV/GDV winkels die nu al gevestigd zijn op Rijnpark en Het Broek.

4

https://fashionoutletzevenaar.nl/nl

/ 13

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Figuur 2.2

Concentratiegebieden voor PDV/GDV

Bron: Locatus (2024), bewerking Ecorys

/ 14

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

3

Regionaal beleid voor reguliere detailhandel

3.1 Spelregels van het regionaal beleid voor reguliere winkelgebieden • • •

• • •

Elk regulier winkelgebied wordt geografisch begrensd tot het gebied waarin de ter plaatse geldende ruimtelijke voorschriften detailhandel toestaan. Voor nieuwe detailhandelsinitiatieven kleiner dan 1.500 m² bvo in de reguliere winkelgebieden is geen regionale afstemming nodig. Voor nieuwe detailhandelsinitiatieven groter dan 1.500 m² bvo is alleen regionale afstemming noodzakelijk bij: - een initiatief in de niet-dagelijkse detailhandel in de lokaal verzorgende reguliere winkelgebieden. - een initiatief in de dagelijkse detailhandel buiten de reguliere winkelgebieden. Voor nieuwe detailhandelsinitiatieven groter dan 1.500 m² bvo in de (boven)regionaal verzorgende reguliere winkelgebieden volstaat een melding aan het IOW. Initiatieven kunnen voor regionale afstemming zowel door gemeenten als door andere partijen worden voorgedragen. In leegstaande winkelpanden in de reguliere winkelgebieden kunnen bedrijfsmatige activiteiten anders dan winkels worden toegestaan, mits dit niet in strijd is met het vigerende omgevingsplan. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het verlichten van de schaarste aan ruimte voor werken.

Het schema op de volgende pagina geeft weer in hoeverre regionale afstemming over initiatieven in reguliere winkelgebieden noodzakelijk is. De paragrafen daarna geven meer inzicht in de regionale structuur voor reguliere detailhandel. Het volgende stroomschema kan later worden aangescherpt. Zoals eerder gezegd, zijn de wijkwinkelcentra en buurtwinkelcentra niet opgenomen in de regionale detailhandelsstructuur. Ze zijn immers overwegend lokaal verzorgend. Indien de toevoeging van detailhandel in de buurt- en wijkwinkelcentra de 1.500 m2 bvo overschrijdt, gelden desondanks bovenstaande spelregels.

/ 15

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Figuur 3.1

Stroomschema afwegingskader reguliere detailhandel

/ 16

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

3.2 Classificatie van de reguliere winkelgebieden De regionale hoofstructuur van reguliere winkelgebieden blijft onveranderd ten opzichte van het RPW 2021-2024. Tot de regionale hoofdstructuur voor reguliere detailhandel worden de volgende winkelgebieden gerekend 5: • de bovenregionaal verzorgende kernwinkelgebieden van Arnhem en Nijmegen, • de regionaal verzorgende centra, te weten de hoofdwinkelcentra van Elst, Wijchen en Zevenaar en de grote stadsdeelcentra Kronenburg en Dukenburg; en • de lokaal verzorgende dorps-, wijk- en buurtcentra, alsmede stadsdeelcentrum Presikhaaf. Figuur 3.2 toont de jaarlijkse omzet van de winkelgebieden (de blauwe staven) en het deel van de omzet dat uit de andere gemeenten in de GMR afkomstig is (de oranje lijn). Dat wil zeggen: de omzet die niet uit de eigen gemeente komt, niet uit de rest van Nederland en niet uit Duitsland. In bijlage III zijn alle componenten van de geografische omzetherkomst van elk regulier winkelgebied aangegeven. Overigens bestaat er geen directe relatie tussen beide elementen, zoals uit de grafiek op te maken valt. Figuur 3.2 Totale omzet en omzetaandeel overig regio Arnhem-Nijmegen.

Bron: Locatus (2024), bewerking Ecorys

Figuur 3.3 op de volgende pagina toont de onderverdeling van de regulier regionale detailhandelsstructuur in winkelcentra met een bovenregionaal verzorgingsgebied, hoofdwinkelcentra met een bovenlokale verzorgingsfunctie en lokaal verzorgende dorpscentra. De wijk- en buurtwinkelcentra staan niet op de kaart, omdat deze overwegend van lokaal verzorgende aard zijn en mede daarom ook niet zijn opgenomen in de studie van Ruimtevolk (2022) over het regionale voorzieningennetwerk van de regio.

5

Dit stemt overeen met de ordening die door Ruimtevolk is aangebracht in het rapport ‘Toekomstbeeld voorzieningenniveau Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (2022).

/ 17

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Figuur 3.3

Reguliere detailhandelsgebieden in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Bron: Locatus (2024), bewerking Ecorys

/ 18

4

Spelregels voor overige vormen van detailhandel

Enkele marktontwikkelingen en specifieke vormen van detailhandel beïnvloeden de detailhandelsmarkt. Om die reden zijn voor vier bijzondere aspecten van de detailhandelssector en de dynamiek daarbinnen spelregels opgesteld. Dit zijn: • regionaal beleid voor de doorgroei van internetretail; • regionaal beleid voor de schaalvergroting van supermarkten; • regionaal beleid voor de branchevervaging in de detailhandel; • regionaal beleid voor specifieke vormen van detailhandel. De spelregels voor deze aspecten zijn terug te vinden in Bijlage IV.

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Bijlage I - Perifeer toegelaten branches

Relevante definities • Perifere locatie: een locatie met winkels buiten de reguliere winkelgebieden • ABC-goederen: de handel in auto’s, auto-onderdelen, boten en caravans en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen detailhandel in de ABC-goederen • Perifere DetailhandelsVestigingen (PDV): winkels in hieronder opgesomde PDV-branches voornamelijk op het gebied van wonen en bouwmaterialen die buiten de reguliere winkelgebieden worden gevestigd ongeacht hun omvang, tenzij voor de omvang in de lokale ruimtelijke voorschriften richtlijnen worden meegegeven • PDV-locatie: een beleidsmatig aangewezen locatie buiten de reguliere winkelcentra waar winkels in de PDV-branches worden toegelaten • Grootschalige DetailhandelsVestigingen (GDV): grootschalige detailhandel heeft oppervlakte als criterium. Onder GDV vallen winkels die ten minste 1.500 m² bvo groot zijn en tot de GDV-branches wordt gerekend die hieronder worden opgesomd • PDV-/GDV-locatie: een winkellocatie buiten de reguliere winkelcentra, waar winkels in de PDV-branches en winkels groter dan 1.500 m² bvo in de GDV-branches worden toegelaten.

Hoofdassortimenten moeten vallen in volumineuze detailhandel De hoofdactiviteit van de detailhandel op de PDV- en PDV/GDV-locaties moet vallen onder de volgende omschrijving van volumineuze detailhandel: “detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair.”6 Daarom geldt dat de hoofdactiviteit van de winkels betrekking moet hebben op de verkoop van auto’s, boten en caravans en van motoren en van motorbrandstoffen (ABC-goederen) of op ten minste een van de andere PDV-branches en GDV-branches. In de volgende paragrafen wordt aangegeven welke branches perifeer worden toegestaan. Branches voor ABC-goederen (auto’s, boten, caravans) Tot de branches voor de ABC-goederen worden de volgende branches gerekend. De hoofdbranches en branches zijn overgenomen van Locatus (2023). Detailhandel in ABCgoederen is toegestaan op bedrijventerreinen waar het vigerende omgevingsplan (en/of bestemmingsplan) dit toelaat. Hoofdbranche 45.2-3-Automotive • 45.203.020-Autosloperij; • 45.203.045-Carparts; • 45.203.126-Caravans/Aanhangers; • 45.203.128-Boten; • 45.203.242-Autodealer; • 45.203.243-Autoruiten; 6

https://begrippenomgevingswet.nl/resultaat/detailhandel%20in%20volumineuze%20goederen

/ 20

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

• • •

45.203.269-Autoschade; 45.203.270-Garagebedrijf; 45.203.365-Motorfietsen.

Hoofdbranche 45.205-Brandstoffen • 45.205.528-Tankstation; • 45.205.535-Brandstoffen. In het RPW 2021-2024 en in het voorbereidende bouwstenenrapport PDV/GDV werden de ABC-branches niet opgesomd. Op verzoek van diverse gemeenten is dat nu wel gedaan. PDV-branches Onderstaande branches zijn toegestaan op de PDV-locaties, tenzij doorgestreept. De hoofdbranches en branches zijn overgenomen van Locatus (2023). In het RPW 2021-2024 werden de PDV-branches niet opgesomd, maar wel in een van de voorbereidende analyses, namelijk in het bouwstenenrapport PDV/GDV. Omdat Locatus tussentijds wijzigingen heeft doorgevoerd in haar brancheringsindeling, zijn sommige branches verschoven naar andere branchegroepen. Hoofdbranche 37.130-Plant & Dier • 37.130.027-Aquariums; • 37.130.087-Bloem/Plant; • 37.130.147-Dibevo; • 37.130.555-Tuinartikelen; • 37.130.558-Tuincentrum; • 37.130.559-Tuinmeubelen. Hoofdbranche 37.160-Auto & Fiets • 37.160.039-Automaterialen; • 37.160.177-Fietsen; • 37.160.178-Scooters & Brommers. Hoofdbranche 37.170-Doe-het-zelf • 37.170.096-Bouwmarkt; • 37.170.099-Bouwmateriaal; • 37.170.102-Deur/Kozijn; • 37.170.108-Breedpakket; • 37.170.249-IJzerwaren & Gereedschap; • 37.170.576-Verf/Behang.

Hoofdbranche 37.180-Wonen • 37.180.054-Babywoonwinkel; • 37.180.066-Slaapkamers/Bedden; • 37.180.291-Keukens; • 37.180.348-Meubelen; • 37.180.350-Woonwarenhuis; • 37.180.440-Keukens/Badkamers; • 37.180.447-Badkamers;

/ 21

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

• • • • • • •

37.180.579-Verlichting; 37.180.630-Parket/Laminaat; 37.180.635-Tegels; 37.180.645-Woninginrichting; 37.180.648-Woningtextiel; 37.180.651-Woondecoratie; 37.180.663-Zonwering.

Hoofdbranche 38.200-Detailhandel Overig • 38.200.003-Tweedehands Diversen; • 38.200.225-Paramedisch/Orthopedisch (alleen voor medische hulpmiddelen); • 38.200.910-Haarden/Kachels; • 38.200.920-Natuursteen; • 38.200.9030-Uitvaart; In het bouwstenenrapport PDV/GDV t.b.v. het RPW 2021-2025 werden geen branches opgenomen die vallen onder de hoofdbranche 38.200 Detailhandel Overig. Volgens een arrest van de Raad van State zijn kringloopwinkels met algemeen assortiment (tweede hands diversen) in principe toelaatbaar op perifere locaties. Dit geldt niet voor specifieke vormen van tweede hands detailhandel. Ook detailhandel in medische hulpmiddelen wordt om de groen Metropoolregio in veel gemeenten op perifere locaties toegelaten, net zo als detailhandel in haarden/kachels, in natuursteen en in het uitvaartwezen. GDV-branches Op de PDV/GDV-locaties zijn (naast de ABC-goederen en de PDV-branches) de hieronder opgesomde branches toegestaan. De hoofdbranches en branches zijn weer overgenomen van Locatus (2023). Hoofdbranche 35.120-Media • • • • •

35.120.090-Boekhandel; 35.120.129-Beeld/Geluid; 35.120.180-Software/Games; 35.120.276-Kantoorartikelen; 35.120.750-Boek & Kantoor.

Hoofdbranche 35.110-Hobby • • • • • • • • •

35.110.165-Electronica; 35.110.189-Foto/Film; 35.110.227-Handvaardigheid; 35.110.228-Wol/Handwerk; 35.110.366-Munten/Postzegels; 35.110.367-Verzamelen; 35.110.372-Muziekinstrumenten; 35.110.375-Naaimachines; 35.110.510-Stoffen.

Hoofdbranche 37.150-Bruin- & Witgoed •

37.150.117-Radio & TV;

/ 22

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

• • • • •

37.150.130-Computers; 37.150.231-Huishoudelijke onderdelen; 37.150.537-Telecom; 37.150.639-Witgoed; 37.150.642-Electro.

Hoofdbranche 35.100-Sport & Spel • 35.100.125-Buitensport; • 35.100.444-Ruitersport; • 35.100.486-Speelgoed; • 35.100.487-Modelbouw; • 35.100.492-Sportzaak; • 35.100.591-Hengelsport; • 35.100.627-Watersport; • 35.100.950-Sportspeciaalzaak.

/ 23

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Bijlage II - Concentratielocaties voor PDV- en PDV/GDV-locaties en overige locaties met meer dan 1.500 m2 PDV

Concentratielocaties voor PDV en PDV/GDV #

Gemeente

Locatie

1.

Arnhem

Retailpark Arnhem

2.

Arnhem

Olympus Park (Decathlon)

3.

Beuningen

De Heuve

4.

Duiven

Centerpoort-Nieuwgraaf/ Graafstaete

5.

Lingewaard

’t Pannenhuis Huissen

6.

Nijmegen

Novium

7.

Nijmegen

Ressen (Hornbach)

8.

Overbetuwe

Aamsepoort Zuid (Intratuin)

9.

Wijchen

Woonboulevard Wijchen

10.

Zevenaar

Fashion Outlet Center

11.

Zevenaar

Hengelder/Tatelaar

Overige PDV-locaties met meer dan 1.500 m2 #

Gemeente

Overige PDV/GDV-locatie met >1.500 m²

1.

Arnhem

Winkelcentrum Amsterdamse Hoek

2.

Arnhem

Plattenburg

3.

Arnhem

Presikhaaf III (IJsseloord I)

4.

Arnhem

Rijkerswoerd-West

5.

Arnhem

Het Broek

6.

Arnhem

Rijnpark

7.

Arnhem

IJsseloord 2

8.

Arnhem

De Overmaat

9.

Arnhem

Elsweide

10.

Berg en Dal

Bedrijventerrein I/II

11.

Beuningen

Bull tuincentrum

12.

Druten

Westerhout

13.

Druten

Westerhout-Zuid

14.

Duiven

Bedrijventerrein Seingraaf

15.

Heumen

Malden-Rijksweg

16.

Heumen

Broekkant

17.

Heumen

Sluisweg/-poort

18.

Lingewaard

Bedrijventerrein Gendt

19.

Lingewaard

Bedrijventerrein Houtakker

20.

Nijmegen

Mercuriuspark

/ 24

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

#

Gemeente

Overige PDV/GDV-locatie met >1.500 m²

21.

Nijmegen

Winkelsteeg-Goffert

22.

Nijmegen

Rietgraaf

23.

Nijmegen

Brabantse Poort, van Rosenburgweg

24.

Overbetuwe

Valburg-Hoogsestraat

25.

Overbetuwe

Poort van Midden-Gelderland (Noord+Zuid)

26.

Overbetuwe

De Aam

27.

Overbetuwe

Zetten-Wageningsestraat

29.

Renkum

Schaapsdrift

30.

Rheden

Dieren-Kanaalzone

31.

Westervoort

Het Ambacht

32.

Wijchen

Niftrik

33.

Wijchen

Bedrijventerrein Zesweg

34.

Wijchen

Bedrijventerrein Nieuwenweg

35.

Zevenaar

Ooij-Pannerdenseweg

Solitaire perifere winkels, groter dan 1.500 m2 Naast de concentratielocaties voor PDV en PDV/GDV en de overige PDV/GDV-locaties met meer dan 1.500 m² bvo, zijn er op verschillende plekken buiten de reguliere winkelgebieden solitaire winkels gevestigd met een omvang van meer dan 1.500 m² bvo. Hiervoor gelden de spelregels, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.

/ 25

/ 26

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Bijlage III – Regionale structuur reguliere winkelgebieden

Verzorgingsfunctie

Reguliere winkelgebieden

Bovenregionaal verzorgend

•

stadscentra Arnhem en Nijmegen

Regionaal verzorgend

•

hoofdwinkelcentra Elst, Wijchen en Zevenaar;

•

stadsdeelcentra Kronenburg en Dukenburg

•

centrumgebieden Beek, Bemmel, Beuningen,

Lokaal verzorgend Robuuste, complete centrumgebieden, die primair

Dieren, Doesburg, Duiven, Druten, Gendt,

verzorgend zijn voor de inwoners van de eigen

Groesbeek, Heteren, Huissen, Malden,

gemeente

Millingen, Oosterbeek, Renkum, Rheden, Velp, Westervoort, en Zetten; •

winkelcentrum Presikhaaf

Lokaal verzorgend

•

centrumgebied Millingen aan de Rijn

Streven naar behoud van een basisniveau aan

•

detailhandel in Tolkamer/Lobith en

detailhandels- en maatschappelijke voorzieningen

Giesbeek/Lathum

De bovenstaande indeling van reguliere winkelgebieden is opgesteld door Ruimtevolk (2022) in haar Toekomstbeeld voorzieningenniveau, in opdracht van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, als overkoepelende analyse van de winkelvoorzieningen in de regio. Ook hier ontbreken weer de wijk- en buurtwinkelcentra. In onderstaande tabel wordt per regulier winkelgebied dat deel uitmaakt van de regionale detailhandelsstructuur aangegeven hoe de totale omzet van de detailhandel zich verhoudt tot die van het reguliere winkelgebied met de hoogste omzet, namelijk Nijmegen-Centrum. Deze binnenstad is ook in aanbod (m² detailhandel) het grootste reguliere winkelgebied in de regio. In de 2de tot en met 5de kolom is de procentuele herkomst van de omzet aangegeven: welk deel van de omzet komt uit de eigen gemeente; welk deel uit de andere gemeenten van de Groene Metropoolregio; welk deel uit de rest van Nederland en welk deel uit Duitsland? Aan de hand van de enquêtes is omzet gemeten van de bestedingen van de inwoners van OostNederland. Voor gebieden waar meer dan 2% van de bezoekers van buiten de regio komt is de omzet van het koopstromenonderzoek proportioneel verhoogd. Omzetverhouding en -herkomst reguliere winkelgebieden regio Arnhem-Nijmegen (zonder wijk- en buurt-winkelcentra)

Regulier winkelgebied

Omzet i.v.t.

% uit

% overig regio

% overig

% uit

Nijmegen-

gemeente

AN

Nederland

Duitsland

Centrum Nijmegen-Centrum

1,00

61%

24%

10%

5%

Arnhem-Centrum

0,84

51%

23%

25%

2%

Wijchen-Centrum

0,36

83%

6%

9%

1%

Kronenburg

0,33

72%

22%

6%

2%

Elst-Centrum

0,33

73%

18%

8%

1%

Zevenaar-Centrum

0,29

81%

11%

6%

2%

/ 27

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Regulier winkelgebied

Omzet i.v.t.

% uit

% overig regio

% overig

% uit

Nijmegen-

gemeente

AN

Nederland

Duitsland

Centrum Beuningen-Centrum

0,28

91%

6%

2%

1%

Duiven-Centrum

0,27

79%

19%

2%

0%

Dukenburg

0,27

86%

8%

5%

1%

Presikhaaf

0,26

81%

14%

4%

1%

Dieren-Centrum

0,22

82%

7%

11%

0%

Bemmel-Centrum

0,20

85%

13%

2%

0%

Malden-Centrum

0,17

70%

20%

8%

2%

Oosterbeek-Centrum

0,17

80%

9%

10%

1%

Velp-Centrum

0,17

72%

18%

9%

1%

Druten-Centrum

0,15

81%

4%

15%

1%

Groesbeek-Centrum

0,13

79%

6%

7%

8%

Huissen-Centrum

0,13

87%

6%

6%

1%

Westervoort-Centrum

0,13

82%

5%

12%

1%

Renkum-Centrum

0,12

92%

5%

3%

0%

Doesburg-Centrum

0,10

74%

6%

18%

2%

Zetten-Centrum

0,10

91%

7%

2%

0%

Millingen aan de Rijn

0,07

92%

0%

0%

8%

Gendt-Centrum

0,07

100%

0%

0%

0%

Beek-Ubbergen

0,06

93%

6%

1%

0%

Rheden-Centrum

0,05

96%

2%

2%

0%

Heteren-Centrum

0,03

96%

1%

3%

0%

Centrum

Bron: Koopstromenonderzoek Oost-Nederland (2024), bewerking Ecorys

In onderstaande tabel wordt de hoeveelheid m2 winkelvloeroppervlakte (totaal, dagelijks, nietdagelijks, leegstand) aangegeven, per regulier winkelgebied. M2 winkelvloeroppervlakte reguliere winkelgebieden regio Arnhem-Nijmegen (zonder wijk- en buurtwinkelcentra)

Gemeente

Regulier winkelgebied

M2 wvo

M2 wvo

M2 wvo niet-

M2 wvo

dagelijks

dagelijks

leegstand

Nijmegen

Nijmegen-Centrum

90.083

9.986

71.113

8.984

Arnhem

Arnhem-Centrum

85.982

7.886

65.970

12.126

Zevenaar

Zevenaar-Centrum

28.012

9.164

15.682

3.166

Arnhem

Kronenburg

24.061

7.126

15.269

1.666

Overbetuwe

Elst-Centrum

20.772

7.984

11.657

1.131

Nijmegen

Dukenburg

20.426

6.922

9.778

3.726

Wijchen

Wijchen-Centrum

19.540

6.305

12.133

1.102

Arnhem

Presikhaaf

13.966

6.079

6.221

1.666

Rheden

Velp-Centrum

16.251

3.131

9.989

3.131

Rheden

Dieren-Centrum

14.604

6.401

6.785

1.418

Beuningen

Beuningen-Centrum

14.495

6.880

7.076

539

/ 28

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Gemeente

Regulier winkelgebied

M2 wvo

M2 wvo

M2 wvo niet-

M2 wvo

dagelijks

dagelijks

leegstand

Berg en Dal

Groesbeek-Centrum

14.202

4.629

6.724

2.849

Duiven

Duiven-Centrum

13.012

5.442

5.084

2.486

Druten

Druten-Centrum

12.492

4.840

6.919

733

Renkum

Oosterbeek-Centrum

11.921

4.418

5.813

1.690

Heumen

Malden-Centrum

11.482

5.579

5.605

298

Doesburg

Doesburg-Centrum

10.678

3.481

5.872

1.325

Lingewaard

Bemmel-Centrum

9.677

4.271

3.866

1.540

Lingewaard

Huissen-Centrum

9.287

3.112

5.691

484

Renkum

Renkum-Centrum

9.198

3.746

4.684

768

Westervoort

Westervoort-Centrum

6.654

3.533

1.430

1.691

Overbetuwe

Zetten-Centrum

6.364

3.288

3.061

15

Lingewaard

Gendt-Centrum

5.785

3.156

2.629

-

Rheden

Rheden-Centrum

4.862

2.589

1.948

325

Berg en Dal

Beek-Ubbergen

3.863

2.648

1.215

-

3.753

2.575

1.178

-

Centrum Berg en Dal

Millingen aan de Rijn Centrum

Overbetuwe

Heteren-Centrum

2.108

1.274

834

-

Zevenaar

Tolkamer/Lobith

3.946

2.944

1.002

-

Zevenaar

Giesbeek/Lathum

2.304

389

1.915

-

Bron: Locatus (2024), bewerking Ecorys

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Bijlage IV - Spelregels overige detailhandel

Deze bijlage behandelt het regionaal beleid voor vier bijzondere aspecten van de detailhandelssector en de dynamiek daarbinnen. Regionaal beleid voor de doorgroei van internetretail Door de toenemende verkoop via internet neemt de omzetpotentie voor fysieke winkels af. Veel winkels spelen hierop in door zelf ook via internet te verkopen. Daarnaast komt het voor dat webshops fysieke winkels openen. De omzet van internetretail zal naar verwachting blijven groeien in de komende jaren. Omdat niet alle producten zich even goed lenen voor online verkoop, verschilt het effect van internetretail op de omzetpotentie voor fysieke detailhandel sterk per branche. De komende vijf tot tien jaren moet in de regio ArnhemNijmegen rekening gehouden worden met een nieuwe uitval van het aantal winkels. In zoverre gemeenten in enige mate controle kunnen en willen uitoefenen op de uitval van winkels (en uitgaande van de lokale omzetmogelijkheden) kan er bijvoorbeeld naar worden gestreefd om het aantal winkels in de branches die het nu al moeilijk hebben in de gemeente te saneren via geleidelijke weg en de leegkomende panden anders in te vullen, bijvoorbeeld als kantoorruimte, woning of in de detailhandelsbranches met een positieve groeiverwachting. Daarnaast is specifiek beleid gewenst voor het planologisch mogelijk maken van de benutting van bedrijfsruimte ten behoeve van internetretail.

Spelregels ten aanzien van internetretail De spelregels voor reguliere detailhandel (paragraaf 3.1) zijn ook voor internetretail de leidraad. Meer specifiek worden met betrekking tot internetretail worden drie vormen onderscheiden: • internetretail waarbij goederen worden getoond aan de consument (detailhandel); • internetretail met een afhaallocatie voor de consument, zonder tonen van goederen; • Internetretail zonder consumenten ter plaatse. Voor de eerste twee vormen van internetretail gelden onderstaande specifieke afspraken. Initiatieven van meer dan 1.500 m² bvo worden voor regionale afstemming voorgelegd aan het IOW. Daarnaast gelden de volgende afspraken uit het RPW 2021-2024: 1. Internetretail waarbij goederen worden getoond aan de consument (detailhandel) • Internetretail waarbij goederen worden getoond aan de consument moet worden gevestigd binnen de reguliere winkelgebieden. • Internetretail waarbij goederen worden getoond aan de consument wordt buiten de reguliere detailhandelsgebieden in principe niet toegestaan. • Voor vestiging van internetretail met een oppervlakte van meer dan 1.500 m² buiten de reguliere detailhandelsgebieden wordt verwezen naar het tweede deel van dit hoofdstuk over perifere en grootschalige detailhandel..

/ 29

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

2. Internetretail met een afhaallocatie voor de consument, zonder tonen van goederen • Er zijn geen ruimtelijke bezwaren voor afhaalpunten op bedrijventerreinen, hierop zijn de spelregels voor PDV/GDV van toepassing (paragraaf 2.2). • Als het afhaalpunt wordt gecombineerd met een ruimte waarin goederen worden getoond aan consumenten, gelden de regels onder 1. • Indien de afhaalfunctie nevenactiviteit is, gelden de spelregels voor detailhandel als nevenactiviteit. 3. Internetretail zonder consument ter plaatse Het gaat hier om het online kopen van goederen (waarbij de goederen zijn opgeslagen in een bedrijfsruimte, kantoor of woning in de regio) die direct bij de consument worden afgeleverd. Voor sommige vormen van deze internetretail kan de bedrijfsruimte als een (klein) distributiecentrum functioneren. Voor deze internetretail gelden de regels in de gemeentelijke ruimtelijke voorschriften, bijvoorbeeld voor de uitoefening van aan huis verbonden beroep of bedrijf en voor de vestiging van bedrijven op bedrijventerreinen, volgens het omgevingsplan. Regionaal beleid voor de schaalvergroting van supermarkten In de Nederlandse supermarktbranche is de trend naar winkels van 1.700-2.000 m² bvo dominant. Daarnaast investeert de branche in twee specifieke marktsegmenten: in stadswinkels in de binnensteden (ongeveer 250 m² wvo) en in megasupermarkten (> 2.500 m² wvo).

De uitbreidingscapaciteit voor de supermarkten in de regio is in principe voldoende om in de komende tien jaren één of meer nieuwe megasupermarkten te accommoderen c.q. om de vergroting van één of meer supermarkten tot megaformaat mogelijk te gaan maken. Het is echter niet mogelijk om precies aan te geven welk deel van de winkelvloeroppervlakte van de supermarktbranche zou moeten worden ingevuld met megasupermarkten (> 2.500 m² wvo) om te zorgen voor een zo optimaal mogelijke bezetting van de supermarktbranche in de regio in totaliteit. Het is niet zonder meer zo dat de kwaliteit van de dagelijkse detailhandel met een verdere versterking van het marktsegment van de megasupermarkten vanzelfsprekend stijgt. Het is zelfs denkbaar dat het een averechts effect heeft, doordat de bestedingen in een megasupermarkt ten koste gaan van bestedingen elders. Het is daarom belangrijk per geval een afweging te maken aan de hand van de spelregels in dit RPW.

Spelregels ten aanzien van de schaalvergroting van supermarkten • Solitaire vestiging van nieuwe supermarkten of uitbreidingen van supermarkten buiten de reguliere winkelgebieden en in de PDV- en PDV/GDV-locaties wordt niet toegestaan; • Als er overwogen wordt om een nieuwe megasupermarkt in de regio te openen of om een bestaande supermarkt te laten doorgroeien tot megaformaat, dient zo’n initiatief te worden getoetst aan de spelregels die zijn beschreven in de delen 2 en 3 van dit hoofdstuk. Regionaal beleid voor de branchevervaging in de detailhandel Branchevervaging betekent dat een detailhandelsbedrijf gaat verbreden door goederen te gaan verkopen en diensten te gaan leveren die niet tot de hoofdactiviteit worden gerekend, oftewel: er worden nevenactiviteiten toegevoegd. Een specifieke vorm van branchevervaging

/ 30

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

is een shop-in-the-shop, waarbij een onderdeel van een winkel dat zodanig is afgescheiden van de rest van de winkel dat dit zelfstandig kan worden bezocht. Soms worden kleine delen van een winkelpand verhuurd aan een concessionaris of in consignatie gegeven, om bepaalde collecties te verkopen. Daarnaast is het schenken van alcohol een belangrijk vraagstuk bij branchevervaging. Hiervoor volstaat het gemeentelijke drank- en horecabeleid. Spelregels ten aanzien van branchevervaging • Om te voorkomen dat nevenactiviteiten zo omvangrijk worden dat het tot een onaanvaardbaar leegstandrisico elders leidt, zijn op regionaal niveau de volgende vastgelegd om de risico’s van branchevervaging voor de reguliere detailhandel zo klein mogelijk te maken. • De bruto-vloeroppervlakte voor nevenactiviteit moet ondergeschikt blijven aan dat van de hoofdactiviteit, waarbij een maximum van 20% van het bvo voor alle nevenactiviteiten samen gebruikelijk is, eventueel beperkt tot een maximum aan 100 m² winkelvloeroppervlakte. • Shops-in-the-shops zijn toegestaan voor zover er geen strijdigheid ontstaat (qua omvang en branchering) met het geldende beleid en het geldende bestemmingsplan.

Regionaal beleid voor specifieke vormen van detailhandel De volgende specifieke vormen van detailhandel worden onderscheiden: • verkoop aan huis; • detailhandel als nevenactiviteit; • detailhandel bij trafficlocaties; • detailhandel in het buitengebied; • vliegende winkels en rommelmarkten. In de meeste gevallen bepaalt de gemeente of dergelijke initiatieven toegestaan zijn. De regionale afspraken ten aanzien de specifieke vormen van detailhandel geven de gemeenten een richting of een maximum waarop de besluitvorming over deze initiatieven wordt gebaseerd. Hiervoor is geen melding aan het IOW noodzakelijk. Als initiatieven hiervan afwijken is regionale afstemming wel vereist. Spelregels ten aanzien van specifieke vormen van detailhandel • Detailhandel in de vorm van verkoop van goederen vanuit een woning is ongewenst, tenzij er aantoonbaar geen sprake is van verstoring van de voorzieningenstructuur. Dit kan verband met een bedrijfsmatige activiteit bij een woning in het kader van de regelingen aan thuisgebonden beroepen/bedrijvigheid, bijvoorbeeld als internetretail. • Bij detailhandel als nevenactiviteit naast een hoofdactiviteit (zoals agrarisch, productie of assemblage) mag de verkoopruimte van de detailhandel maximaal 10% van de totale vloeroppervlakte zijn tot een maximaal van 100 m² wvo. en moet de detailhandel verwant zijn aan de hoofdactiviteit.

Ondergeschikte detailhandel bij groothandel is niet toegestaan. • Voor detailhandel op trafficlocaties7 toetst de gemeente de wenselijkheid. Als het om meer dan 1.500 m² bvo gaat, zijn de volgende spelregels van toepassing. - Detailhandel in en direct aansluitend op trafficlocaties dient hoofdzakelijk gericht te zijn op de klanten/reizigers en werknemers en toeristisch-recreatieve bezoekers. Deze detailhandel mag niet concurreren met de reguliere detailhandel, in bestaande of 7

Locaties waar veel potentiële consumenten voor hun dagelijkse bezigheden samenkomen, zoals luchthavens, treinstations, ziekenhuizen en universiteiten

/ 31

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

•

•

8

beoogde winkelcentra. In specifieke gevallen kan de detailhandel van de traffic-locatie ook een functie vervullen voor andere consumentengroepen, bijvoorbeeld voor omwonenden. - De detailhandelsoppervlakte dient ondergeschikt te zijn aan de totale oppervlakte (zie: spelregels voor detailhandel als nevenactiviteit). - Ter voorkoming van een versnippering van detailhandel wordt geen detailhandel toegestaan bij trafficlocaties op bedrijventerreinen. Hiervan kan worden afgeweken als de detailhandel gericht is op de bedrijven en hun medewerkers en mag maximaal 250 m² bvo omvatten, met units van maximaal 100 m² bvo. - Voor verkooppunten van motorbrandstoffen (zoals tankstations en laadstations) geldt een maximale omvang van 100 m² bvo. Er kan voor verkooppunten van motorbrandstoffen langs de snelwegen gemotiveerd afgeweken worden van deze richtlijn tot maximaal 150 m² bvo. Detailhandel in het buitengebied, ondersteunend aan agrarische bestemming mag geen verstorend effect hebben op de regionale structuur van reguliere detailhandel. Voorwaarde is verder dat er zoveel mogelijk eigen producten verkocht worden, aangevuld met lokale streekproducten. De detailhandel blijft in oppervlakte ondergeschikt aan de reguliere agrarische activiteiten, tot een maximum van 100 m² wvo.

Vliegende winkels8 en rommelmarkten: initiatieven worden lokaal getoetst op basis van de gemeentelijke ruimtelijke voorschriften.

Een vliegende winkel is een winkel die op een tijdelijke locatie producten tegen spotprijzen verkoopt.

/ 32

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Bijlage V - Gronden in concentratiegebied Duiven waar detailhandel is toegestaan Op de onderstaande figuren is aangegeven op welke gronden in het concentratiegebied Nieuwgraaf en Centerpoort/Graafstaete detailhandel mag worden gevestigd.

/ 33

RPW Arnhem-Nijmegen 2025-2028 hoofdstuk detailhandelsbeleid

Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726 W www.ecorys.nl

/ 34

Onderzoek circulariteit -BVR en Ecorys-

Groene metropoolregio, circulaire topregio Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-Bedrijventerreinen in de GMR April 2024

CIRCULAIRE METROPOOL REGIO ARNHEM NIJMEGEN

“Een circulaire topregio betekent het regionaal sluiten van je grootste ketens, het goed verkennen en benutten van je regionale reststromen, het bijdragen aan innovatieve circulaire bedrijvigheid, het helpen van gevestigde prestigieuze bedrijven en grote materiaalverbruikers om te verduurzamen.” Dit rapport onderzoekt de ruimtelijke effecten van de transitie naar een circulaire economie op bedrijventerreinen in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Daarbij wordt specifiek onderzoek gedaan naar de ruimtelijke effecten op bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie (4.1 en hoger) (hmc). De bevindingen, conclusies en adviezen in dit rapport vormen input voor het nieuwe werklocatiebeleid van de GMR dat in het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) wordt vastgelegd.

inhoudsopgave Management samenvatting

04

1. Inleiding 1.1 Groene metropoolregio, circulaire topregio 08 1.2 Vraagstelling 09 1.3 Aanpak 10 1.4 Leeswijzer 10

2. Definities en methodologie 2.1 Therminologie in circulaire economie 11 2.2 Data-Analyse 16

3. Huidige ruimtelijkeconomische kenmerken van de Groene metropoolregio 3.1 Huidige (circulaire) bedrijvigheid in de GMR 22 3.2 Het sluiten van materiaal- en productketens in de GMR 28 3.3 De rol voor topsectoren Energy, hightech en health 34 3.4 Conclusie 36

4. De huidge bezetting van hmc-locaties in de gmr 4.1 Inleiding 38 4.2 Bezetting van bestaande hmc-locaties 38 4.3 Circulaire focusgebieden 42 4.4 Conclusies en aandachtspunten 52

5. Ruimtebehoefte circulaire activiteiten op hmc-locatie 5.1 Inleiding 54 5.2 Ruimtebehoefte van circulaire (hmc-)activiteiten in de GMR 54 5.3 Conclusies en aandachtspunten 63

6. Advies 6.0 Advies 72

Bijlagen Bijlage A: De ruimtelijke impact van toekomstscenario’s voor de circulaire economie Bijlage B: Overzicht betrokken belanghebbende Literatuurlijst

3

management samenvatting Wat is de toekomstige ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hoge milieucategorie (hmc)-locaties in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR)? Dat is de centrale vraag die in dit rapport wordt beantwoord. Daarbij gaat het om de periode tot en met 2030 en 2040, wanneer de transitie (nog) in volle gang is. De vraag wordt beantwoord aan de hand van drie deelvragen:

1

Heden

2

Heden

3

Toekomst

4

Welke circulaire activiteiten zijn al in de GMR gevestigd? En wat zijn hun ruimtelijk-economische kenmerken? Deze vraag wordt beantwoord door inzicht te geven in welke circulaire initiatieven al in de regio gevestigd zijn en door een analyse waaruit blijkt welke bedrijven verantwoordelijk zijn voor de grootste materiaalstromen in de regio en daarmee in potentie sturend zijn bij de overstap van het gebruik van primaire grondstoffen naar circulair materiaalgebruik. Dit wordt gekoppeld aan enkele belangrijke waardeketens in de GMR en de drie regionale topsectoren.

In hoeverre is er sprake van optimale bezetting op de bestaande hmclocaties (milieucategorie 4.1 en hoger)? En welke ruimtelijke kansen of belemmeringen levert dit op? Deze vraag wordt beantwoord middels een vergelijking tussen de bestemming van bedrijventerreinen en de functie die er op dit moment gevestigd is. Daarmee geeft het onderzoek inzicht in de vraag in hoeverre een hmc-bestemming in de praktijk ook ingevuld wordt door een bedrijf dat gebruik maakt van die bestemming. Dat laatste is wenselijk in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik.

Wat is de toekomstige ruimtebehoefte van circulaire hmc-activiteiten in de GMR? En welke strategische keuzemogelijkheden horen daarbij? De eerste twee vragen nemen de huidige situatie onder de loep. Daaruit volgen economische kansen (vraag 1) en ruimtelijk-planologische kansen (vraag 2). Beide komen samen in vraag 3, waarmee antwoord gegeven wordt op de vraag welke ruimtelijke kenmerken de toekomstige ruimtebehoefte van circulaire activiteiten in de GMR heeft en in hoeverre die ruimtevraag op bestaande bedrijventerreinen kan landen en of nieuwe (hmc-)ruimte ontwikkeld moet worden.

De grondstoffentransitie vindt vooral plaats bij bestaande bedrijven in de regio Hoofdstuk 2 omvat een analyse van reeds bestaande circulaire activiteiten in de GMR en de rol die verschillende soorten bedrijvigheid kan spelen in de transitie naar een circulaire economie. Daarnaast wordt van een aantal belangrijke regionale waardeketens (bouwen sloopketen, voedsel, kunststof, textiel en batterijen, accu’s en zonnepanelen) een analyse gemaakt van de mate waarin verschillende ketenstappen aanwezig zijn in de GMR en worden de kansen benoemd die de circulaire transitie biedt voor de regionale topsectoren. Hieruit volgen twee beleidsmatige lijnen voor de GMR om op te focussen: start bij de sturende bedrijven en benut de combinatie van kansrijke, omvangrijke waardeketens en de aanwezige kennis en kunde in de regionale topsectoren. Dit zijn nu de omvangrijkste stromen in volume (kton), maar ook de milieu-impact is hiervoor een belangrijke graadmeter. Een relatief klein aantal van ongeveer 90 bedrijven is goed voor 50% van de materiaalstromen in de GMR. Deze bedrijven behoren tot verschillende sectoren, waarvan de bouwsector de de grootste is. Door samen met deze bedrijven te koersen op de circulaire transitie kan met een relatief klein aantal stakeholders een grote impact gemaakt worden.

Het feit dat de volledige bouwsector – van winning en productie tot bouw en sloop – in de regio vertegenwoordigd is, maakt dat de GMR een belangrijk bijdragen kan leveren aan de circulaire transitie in de bouw en grond-, weg- en waterbouw (GWW) in Nederland en omliggende landen. Voor de andere waardeketens die in dit onderzoek geanalyseerd zijn is het logischer om de inzameling, het sorteren en schoonmaken op regionaal niveau te doen en het vervolgtransport naar een grootschalige verwerkingslocatie waar stromen vanuit verschillende gebieden samenkomen goed te regelen. De aanwezige kennis en kunde binnen de regionale topsectoren biedt, net als de bouwketen, kansen om op bovenregionale en internationale schaal een sleutelrol te vervullen in innovaties ten behoeve van de circulaire transitie. Dit betreft Energy, Hightech en Health, waarbij voor Energy en Health een specifiek gebied aangewezen wordt, terwijl Hightech de noodzakelijke verbindende en overkoepelende factor is om tot innovatie te komen.

5

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Een aanzienlijk deel van de hmc-locaties wordt niet door hmc-bedrijven benut De toets op het optimaal gebruik van hmcbestemming op bedrijventerreinen in de GMR laat allereerst zien dat er een aanzienlijke omvang aan hmc-locaties is in de GMR. De analyse laat tevens zien dat er geen vrije hmc-bestemmingen beschikbaar zijn. Een groot gedeelte van de hmc-bestemmingen wordt echter niet door hmcbedrijven gebruikt. Hier ligt, kortom, in potentie ruimte om door middel van herstructurering circulaire hmc-bedrijven te vestigen. De potentiële hmc-ruimte concentreert zich binnen de GMR in vier circulaire focusgebieden, te weten TPN-West-Bijsterhuizen, Knooppunt NijmegenMiddengebied, Circulair Knooppunt IPKWInnofase en Knooppunt EMZ. Daarnaast zijn ook de betoncentrales en steenfabrieken aan de grote rivieren kansrijke hmc-locaties voor met name circulaire bouw. In de GMR is in totaal 850 tot 900 hectare bedrijventerrein met een hmc-bestemming, waarvan 675 hectare binnen de vier circulaire focusgebieden ligt. Binnen die gebied is naar schatting 74% ook daadwerkelijk in gebruik bij een hmc-bedrijf. Dat betekent dat er in potentie nog zo’n 180 hectare hmc-ruimte op bestaande bedrijventerreinen niet door hmc-bedrijven benut wordt. Van deze locaties moet onderzocht worden op welke manier deze hmc-ruimte wel kan worden benut. We voorzien hiervoor een aantal stappen:

1.

Beter benutten van bestaande hmc-locaties ten behoeve van circulaire activiteiten;

2.

Verduurzamen en/of ombouwen van hmc-activiteiten buiten de reguliere bedrijventerreinen met hmc-bestemming;

3. Nieuwe (schuif)ruimte agenderen voor

ofwel bedrijven die niet op een hmc-locatie hoeven te zitten ofwel uitbreiding van een hmc-locatie (indien niet voldoende ruimte op bestaande bedrijventerreinen gevonden kan worden).

Het is een forse opgave die niet op iedere locatie even urgent is en het is daarom zaak

6

om een prioritering te maken. De bevindingen uit dit onderzoek helpen daarbij. De focus ligt op de korte en middellange termijn vooral op de haven- en industriegebieden en betoncentrales en steenfabrieken langs de grote rivieren. De logistieke ruimte en bijbehorende infrastructuur in de regio zijn eveneens nodig om circulaire materiaalstromen in goede banen te leiden. Ombouwen van de logistieke ruimte komt mogelijk pas op de langere termijn aan de orde, wanneer blijkt in hoeverre de circulaire economie leidt tot reshoring en regionalisering van de economie of juist behoud of toename van mondiale goederenen grondstoffenstromen. In het eerste geval komt de logistieke ruimte in aanmerking voor herontwikkeling naar ruimte voor maakindustrie. In het tweede geval is de logistieke ruimte broodnodig. In hoofdstuk 2 wordt toegelicht op welke manier en op basis van welke data en aannames deze analyse is uitgevoerd.

Ruimtelijke kwaliteiten Groene Metropoolregio De ligging op de corridor tussen Randstad en het Rijn-Ruhrgebied heeft altijd gezorgd voor een goede basis voor diverse economische activiteiten. De ligging aan de Europese hoofdtransportassen (A12, A15, A73, Betuweroute, Waal en Rijn) biedt kansen op het gebied van hoogwaardige logistiek en maakindustrie. Voor de toekomst is echter wel meer capaciteit op het bestaande infrastructuurnetwerk nodig. Wat de GMR uniek maakt, zijn de rivieren (klei en zand), de havens en de daarbij horende watergebonden bedrijvigheid zoals steen- en papierfabrieken. Door de ligging en geschiedenis van het gebied worden van oudsher specifieke (basis)producten voor de bouw geproduceerd. Waar de regio verder om bekend staat is hoogwaardig voedsel, van fruitteelt tot veeteelt en van productie tot de verwerking van voedingsproducten. De kennisclusters in en rond de steden, de universiteiten in Nijmegen (en Wageningen) en (hoge)scholen in Arnhem in combinatie met de innovatieve bedrijven in de regio zijn belangrijke aanjagers voor innovatie, productiviteit en duurzaamheid.

Toekomstige ruimtebehoefte (2030 en 2040) circulaire activiteiten op hmc-locaties Veruit het grootste gedeelte van de circulaire transitie vindt plaats bij bedrijven die op dit moment al in de GMR gevestigd zijn. De belangrijkste boodschap van dit hoofdstuk is dan ook dat er hmc-ruimte nodig is voor circulaire activiteiten, maar dat er in theorie geen nieuwe hmc-locaties ontwikkeld hoeven te worden. Er is in principe voldoende hmc-ruimte op bestaande bedrijventerreinen om de ruimtebehoefte van circulaire activiteiten te faciliteren. Omdat deze bestaande bedrijventerrein vrijwel volledig in gebruik zijn, is er echter wel behoefte aan herontwikkeling om het gebruik van de aanwezige milieuruimte te optimaliseren. Dat betekent allereerst dat er behoefte is aan een duidelijke strategie, op basis waarvan een prioritering gemaakt kan worden voor deze herontwikkelingsopgave. Herontwikkeling is immers een langdurig en kostbaar proces, waarbij ook de belangen van de gevestigde bedrijven meespelen. Het is een opgave die stap voor stap, kavel voor kavel aangepakt moet worden. Het betekent eveneens dat er schuifruimte nodig is om lichtere economische activiteiten die nu op de hmc-locaties gevestigd zijn te kunnen verplaatsen. Om handvatten te bieden voor zo’n strategie wordt in hoofdstuk 4 een onderverdeling gemaakt van drie typen circulaire ruimtevraag:

1. Circulaire kennis- en innovatieclusters voor de topsectoren Energy en Health, beide in combinatie met Hightech. Voor Energy is Circulair Knooppunt IPKW- Innofase de logische vestigingslocatie. Voor health is behoefte aan een nieuw te ontwikkelen broedplaats. Indicatief is er behoefte aan circa 20 ha voor een circulair kennis- en innovatiecluster, waarvan 5 hectare hmc. Focus gebied TPN West-Bijsterhuizen is hiervoor de meest kansrijke locatie.

2. Voor de inzameling en opslag van regionale materiaalstromen is ca. 10 hectare nodig, verspreid over twee locaties. Hier worden materialen verzameld, gesorteerd, schoongemaakt en klaargemaakt voor verder transport. Een multimodale bereikbaarheid is essentieel.

3. Productie- en verwerkingslocaties:

grootschalige recycling vindt vanwege de benodigde massa voor de meeste waardeketens in samenwerking met andere regio’s plaats. Binnen de GMR is een grootschalige productie- en verwerkingslocatie voor de bouw het meest kansrijk. Circulaire hubs voor (de productie van) circulaire bouwmaterialen maken gebruik van bestaande locaties van betoncentrales en steenfabrieken. Voor de productie van modulaire woningen is daarnaast ca. 6 hectare ruimte nodig, verspreid over twee locaties in de regio, nabij woningbouwlocaties.

Succesvol naar een circulaire topregio De transitie naar een circulaire economie is een langdurig traject. De komende jaren ontstaan door wet- en regelgeving en veranderende marktvraag steeds meer kansen om waardeketens te sluiten. De ambitie van de GMR om een circulaire topregio te worden, vraagt een strategie met duidelijke prioriteiten en focus en samenwerking met regionale partners in het bedrijfsleven, onderwijs, bij de overheid en bewoners. In ruimtelijke zin vraagt het om een duidelijke boodschap dat de bestaande hmc-locaties behouden én versterkt worden ten behoeve van circulaire (hmc-) activiteiten. Het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen ten behoeve van deze activiteiten is daarin een belangrijke stap. Herontwikkeling van bedrijventerreinen is evenwel een langdurig en kostbaar proces en vergt daarom een plan van aanpak met een duidelijke prioritering, gebiedsafbakening, doelgroep en samenwerking met de juiste partners. Daarbij zijn de bouw, de regionale topsectoren en het inzamelen, sorteren en afhandelen van regionale materiaalstromen logische speerpunten. De circulaire focusgebieden kennen ieder hun eigen karakter en zijn daarmee geschikt of geschikt te maken voor verschillende typen circulaire bedrijvigheid.

7

1. Inleiding 1.1 Groene Metropoolregio, circulaire topregio In de visie Regio Arnhem-Nijmegen Groene metropoolregio uit 2020 wordt gesteld dat de regio Arnhem-Nijmegen met bijna 800.000 inwoners en een regionaal product van € 27 miljard een sterke stedelijke regio is waarin 18 gemeenten samenwerken1. In economische kracht kan het de vijfde regio van Nederland zijn, maar dan moeten een aantal opgaven gezamenlijk worden aangepakt vanuit de eigen identiteit en kracht2. Het rivierenlandschap van Bovenrijn, IJssel, Nederrijn en Waal, tussen de stuwwallen van de Veluwe en het Rijk van Nijmegen vormt dé identiteitsdrager van de regio. Het park Lingezegen is met het natuurgebied Gelderse Poort als groot, groen recreatiegebied tussen de groeikernen een uiting van de balans tussen groei en leefkwaliteit in de regio.

GMR wil een groene metropool zijn en een circulaire topregio. In de regionale agenda 20232025 wordt dit verder uitgewerkt:

> We positioneren ons als dé groene metropoolregio van Nederland

> We profileren ons als dé (inter)nationale circulaire topregio 2050

> We werken samen aan dé ontspannen groeiregio in balans

De ligging op de corridor tussen Randstad en het Rijn-Ruhrgebied heeft altijd gezorgd voor een goede basis voor diverse economische activiteiten. De ligging aan de Europese hoofdtransportassen (A12, A15, A73, Betuweroute, Waal en Rijn) biedt kansen op het gebied van hoogwaardige logistiek en maakindustrie. Voor de toekomst is uitbreiding van het bestaande infrastructuurnetwerk nodig. Wat echt uniek is aan de GMR, zijn de rivieren (klei en zand), de havens en de daarbij horende watergebonden bedrijvigheid zoals steen- en papierfabrieken. Dat zit echt in het DNA van deze regio. Door de ligging en geschiedenis van het gebied worden van oudsher specifieke (basis) producten voor de bouw geproduceerd. Waar de regio verder om bekend staat, is hoogwaardig voedsel, van fruitteelt tot veeteelt en van productie tot de verwerking van voedingsproducten. De kennisclusters in en rond de steden, de universiteiten in Nijmegen (en Wageningen) en de innovatieve bedrijven en scholen in Arnhem zijn belangrijke aanjagers voor innovatie, productiviteit en duurzaamheid.

8

1

Regio Arnhem-Nijmegen Groene metropoolregio: Onze gezamenlijke visie op de regio Arnhem-Nijmegen (2020)

2

BCI (2023) Economie van de toekomst. https://www.groenemetropoolregio.nl/projecten/economie-van-de-toekomst

1.2 Vraagstelling Dit onderzoek is opgebouwd rondom drie onderzoeksvragen. Op basis van een analyse van de huidige situatie ten aanzien van circulaire activiteiten in de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen (GMR) enerzijds en de bezetting van hoge milieucategorie (hmc)-locaties in de regio anderzijds, tracht het rapport antwoord te geven op de vraag wat de toekomstige ruimtebehoefte is van circulaire activiteiten op hmc-locaties en welke strategische beleidskeuzemogelijkheden daarbij horen.

Vraag 1 - Nu:

1

Welke circulaire activiteiten zijn al in de GMR gevestigd? En wat zijn hun ruimtelijkeconomische kenmerken?

Vraag 2 - Nu:

2

In hoeverre is er sprake van optimale bezetting op de bestaande HMC-locaties (milieucategorie 4.1 en hoger)?

3

En welke ruimtelijke kansen/ belemmeringen levert dit op?

Vraag 3 - Toekomst:

Wat is de toekomstige ruimtebehoefte van circulaire HMC-activiteiten in de GMR? En welke strategische keuzemogelijkheden horen daarbij?

9

1.3 Aanpak Het onderzoek is ingericht rondom data-analyse, interviews met belanghebbenden vanuit het bedrijfsleven, onderwijs en overheid, en een regionale spiegelsessie. In het kort bestaat de aanpak uit onderstaande stappen. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in hoofdstuk 2:

1. Data-analyse om de huidige stand van zaken

ten aanzien van circulaire bedrijvigheid in de GMR in kaart te brengen. Het resultaat biedt inzicht in: a. Huidige circulaire initiatieven (o.b.v. de kaart van de Economic Board) a. Inzicht in de regionale materiaalstromen, waarmee we kunnen aanduiden bij welke bedrijven het zwaartepunt in de circulaire transitie komt te liggen.

2. Data-analyse om de bezetting van bestaande bedrijventerreinen met hmc-bestemming inzichtelijker te maken. Hierbij worden de bestemmingsplannen en huidige functie met elkaar vergeleken.

3. Interviews met regionale belanghebbenden

vanuit het bedrijfsleven, onderwijs en overheid, een spiegelsessie om de eerste resultaten te toetsen en voor discussie over de ruimtelijke effecten, ruimtelijke vertaling naar de kaart en een validatieronde bij regionale belanghebbenden ter toetsing van het conceptrapport. In de bijlage wordt een overzicht gegeven van de belanghebbenden die bij dit onderzoek zijn betrokken.

10

1.4 Leeswijzer > Hoofdstuk 2 focust op de methodologie

van de data-analyse en geeft voor de navolgbaarheid van het rapport toelichting op een aantal termen die in de circulaire economie worden toegepast;

> Hoofdstuk 3 richt zich op beantwoording van de eerste deelvraag over huidige circulaire activiteiten in de regio en materiaalstromen;

> Hoofdstuk 4 weergeeft de bezetting van

bestaande hmc-locaties centraal en worden circulaire focusgebieden en interessante individuele bedrijfslocaties aan het water aangewezen;

> Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de bouwstenen

die nodig zijn om van de Groene Metropoolregio een circulaire topregio te maken en welke strategische beleidskeuzes hierbij kunnen horen.

> Hoofdstuk 6 vertaalt de bevindingen naar

een advies voor de Groene Metropoolregio;

2. Definities en methodologie 2.1 Terminologie in circulaire economie Om de huidige stand van zaken op het gebied van circulariteit inzichtelijk te maken is het van belang dat iedereen dezelfde definities hanteert. In ons onderzoek gebruiken wij termen, zoals circulaire kernstrategieën, ketens en schakels en categorieën bedrijvigheid, die enige toelichting behoeven. Deze staan hieronder uitgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=e52b7431-09f6-4037-9be1-b930a248c5ff