CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. - Bijlagenrapport RPW 2025-2028

Gecombineerde commissie 14 mei 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: (VROM) Instemming Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 (Raadsvoorstel)26.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Circulaire kernstrategieën In een circulaire economie worden traditionele lineaire ketens getransformeerd naar circulaire ketens. De circulaire ketens zijn gericht op het minimaliseren van reststromen, het maximaliseren van hergebruik van materialen en het verlengen van de levensduur van producten. Dit kan door ketens lokaal te sluiten of te zorgen voor minder materiaalgebruik of levensduurverlenging en hergebruik van materialen door een hogere ambitie binnen de R-ladder te verwezenlijken. In literatuur wordt hiervoor vaak gerefereerd naar de vier kernstrategieën in de circulaire transitie: narrow the loop, slow the loop, close the loop en substitution. Deze zijn geprioriteerd op basis van de R-ladder (zie Figuur 2.1): hoe hoger op de R-ladder (R1, R2 versus R6) hoe groter de positieve impact op de circulaire doelstellingen. De mate van toepasbaarheid van de strategieën verschilt echter per keten, materiaal of product.

1. Verkorten van de waardeketens (narrow the

loop) - In eerste plaats wordt kritisch gekeken naar het doel dat een product of materiaal dient en wordt beoordeeld of hiermee wel echt de beste oplossing wordt geboden. Hierbij wordt gekeken naar systeemoplossingen waarbij de noodzaak voor het gebruik van het materiaal of product mogelijk komt te vervallen. Deze strategie gebruikt minder grondstoffen door van producten af te zien (refuse), producten te delen (rethink) of ze efficiënter te fabriceren (reduce). Dit kan bijvoorbeeld door meer in natuurlijke oplossingen te denken (nature based solutions), het afzien van gebruik van producten of het intensiever gebruiken van producten.

2. Vertraag de doorstroom van waardeketens

(slow the loop) - Vervolgens wordt gekeken hoe de levensduur van producten en constructies zo lang mogelijk verlengd kan worden. Deze strategie vermindert grondstoffengebruik door langer en intensiever gebruik te maken van producten en onderdelen door hergebruik (re-use), reparatie (repair), herfabricage (remanufacture) en renoveren (refurbish). Dit vertraagt de vraag naar nieuwe producten en materialen. Dit kan bijvoorbeeld door te kiezen voor demontabele ontwerpen met gestandaardiseerde componenten die geschikt zijn voor reparatie. In deze strategieën is ruimte nodig voor het opslaan, schoonmaken en verwerken van gescheiden reststromen.

3. Sluiten van de waardeketens (close the

Figuur 2.1 R-ladder. Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2020)

loop) - Zodra materialen en producten op het einde van hun levensduur zijn wordt er gekeken naar het sluiten van kringlopen. Dit kan in eerste instantie door de basismaterialen uit een product her te gebruiken (recycle), zodat er minder afval wordt verbrand en/of gestort en minder grondstoffen nodig zijn. Indien verbranding onvermijdelijk is, dient de energie die hierbij vrijkomt in ieder geval teruggewonnen te worden (reclaim). Dit is de meest laagwaardige toepassing omdat er

11

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Van lineaire naar circulaire ketens na verbranding niks meer met de materialen gedaan kan worden en de materialen dus niet kunnen worden teruggebracht in de kringloop.

4. Substitutie van materialen in de

Het circulair maken van een waardeketen heeft twee voorname effecten:

1. ervoor zorgen dat er zo min mogelijk primaire

waardeketens – Deze strategie vervangt eindige (lineaire/fossiele) primaire grondstoffen voor hernieuwbare, biobased alternatieven met minder milieu-impact. Het toevoegen van biobased-, gerecyclede of secundaire materialen kan op meerdere schakels in de waardeketen, zoals bij het vervaardigen van basismaterialen, producten of hergebruik van producten. De toepassingen zijn afhankelijk van het type keten, zoals kunststoffen, papier of textiel. Dit reduceert de hoeveelheid primaire, abiotische grondstoffengebruik.

materialen aan de keten worden toegevoegd door bijvoorbeeld circulair ontwerpen, en

2. ervoor zorgen dat zo min mogelijk materiaal de keten verlaat via verbranding en/of storten door materialen zo lang mogelijk (hoogwaardig) te hergebruiken.

De meeste impact op de circulaire economie wordt gemaakt door het aanpakken van de materiaal- of productieketens waar de grootste hoeveelheden materiaal (in tonnen) doorheen stromen of de

len

ria Mate

e

grondstoffen Winning

Overschot

basisproductie

ontmanteling

Figuur 2.2 Globale weergave van een (lineaire) waardeketen die circulair wordt gemaakt (groen)

12

waardeketens met de grootste milieu-impact. De verschillende ketens zijn sterk internationaal georiënteerd en de schakels zijn verdeeld over verschillende regio’s in Nederland, Europese landen of mondiaal. Welke circulaire kernstrategie het best toepasbaar is, verschilt per type keten, zoals kunststoffen, textiel en/of papier. Dit is afhankelijkheid van ruimtelijke inrichting van de ketens, de ruimtelijke kansen in een regio en/of de volwassenheid van technologische ontwikkelingen en innovaties binnen de keten. Vrijwel iedere (lineaire) keten heeft dezelfde opbouw, deze is weergeven in Figuur 2.2. Materiaal- of productketens bestaan grofweg uit zes schakels – van grondstofwinning tot afvalstroom – welke verdeeld over Nederland,

Europa of de wereld plaatsvinden. De totstandkoming van een product is afhankelijk van grondstoffen (natural resources), welke worden omgezet naar materialen, halffabricaten, elementen en uiteindelijk producten. Een logistiek systeem van toeleveranciers, opslag en retailers maakt het mogelijk dat de materialen door de keten kunnen ‘stromen’ en uiteindelijk als eindproducten bij de gebruikers (consumenten, private partijen, overheden) terecht komen. Na gebruik worden producten weggegooid. In een lineaire economie betekent dit dat deze gestort of verbrand worden. Hieronder zijn de aanwezige schakels in een keten weergeven:

1. Winning van primaire grondstoffen, zoals zand, klei of zeldzame metalen;

2. Vervaardiging van basismaterialen,

eindproductie

bijvoorbeeld kunststofkorrels of biomassa waar vervolgens producten van gemaakt kunnen worden;

3. Vervaardiging van producten uit een verzameling basismaterialen, zoals telefoons, spijkerbroeken of bouwmaterialen;

producten

Verkoop

4. Verkoop van producten aan de gebruikers van de producten. Dit kan een consument zijn, maar ook bedrijven of een aannemer voor de bouw van nieuwe woningen;

5. Gebruikersfase, waarin de producten

worden gebruikt tot het einde van hun levensduur of totdat een consument een nieuw product aanschaft;

gebruik

6. Ontmanteling en overschot van

producten. Producten die hergebruikt, gerepareerd of gerecycled kunnen worden komen terug in de keten. De overige producten of het overschot in de keten wordt momenteel nog vaak verbrand of begraven.

13

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

In een circulaire economie worden de ketens door middel van de vier kernstrategieën (paragraaf Analyse bedrijvigheid en grondstoffen) zo circulair mogelijk gemaakt. De schakels binnen de georganiseerde ketens zullen zich moeten aanpassen op circulaire principes. De volgende activiteiten zijn nieuwe schakels in een circulair economisch systeem en vragen om ruimte:

> De circulaire economie is in ontwikkeling.

Er is ruimte nodig voor broedplaatsen en R&D-campussen die zich focussen op de ontwikkeling van de benodigde innovaties. Deze locaties bieden faciliteiten voor circulair productontwerp, kennisuitwisseling, experimenteerruimte voor innovaties om de circulaire economie technisch en economisch mogelijk te maken.

> Voor het zo regionaal mogelijk sluiten

van kringlopen is logistieke ruimte nodig en ruimte voor op- en overslag. Dit zijn plekken zoals opslagdepots en hubs waar secundaire producten en materialen worden verzameld, geordend, schoongemaakt en verwerkt ten behoeve van vervoer naar industriële plekken waar het verwerken tot recyclaten en het maken van nieuwe producten plaatsvindt.

> Industriële locaties voor de verwerking

en recycling van reststromen uit de materiaalketens welke gebruikt worden voor de productie van nieuwe materialen, elementen en producten.

> Aan het einde van de levensduur is er

(oogst)ruimte nodig om producten en/of de gebouwde omgeving te ontmantelen zodat deze gereed gemaakt kunnen worden voor hergebruik of recycling.

> Om een circulair ecosysteem te ontwikkelen is er ruimte nodig voor de logistiek die de schakels samenbrengt. Dit vraagt om een grotere belasting van het spoor-, vaarwegen- en wegennetwerk.

Een deel van deze activiteiten dient plaats te vinden op een plek met een hoge milieucategorie (hmc). Onder andere doordat materialen stinken, gevaarlijk zijn of doordat de werkzaamheden

14

herrie, stof, stank of onveilige situaties met zich meebrengen. Zie hiervoor paragraaf Analyse: Bedrijvigheid op hmc-locaties en hoofdstuk 4.

Vier rollen van bedrijven in de transitie naar een circulaire economie Door te kijken naar huidige bedrijfsactiviteiten enerzijds en omvang van materiaalstromen anderzijds komt een indeling van bedrijven in vier categorieën tot stand. In deze methodiek bekijken wij de ‘potentiële’ rol van bedrijven vanuit het perspectief waarin de materiaal-of productketen centraal staat. Oftewel, de ketenbenadering. Om een keten circulair te laten functioneren hoeven namelijk niet alle bedrijven hun werkzaamheden (ingrijpend) aan te passen. Voor het ene bedrijf vraagt de circulaire transitie een (veel) grotere aanpassing dan voor andere: Sturende bedrijven hebben de potentie om een leidende rol in te nemen in de circulaire transitie en vragen de grootste hoeveelheid nieuwe ruimte, ook op hmc-locaties. Faciliterende bedrijven zijn ondersteunend in de circulaire transitie doordat zij reeds circulaire activiteiten uitvoeren (reparatie, hergebruik, afvalverwerkers). Voor volgende bedrijven vraagt de transitie voornamelijk een verandering van bedrijfsvoering, zoals inkoop van secundaire of biobased materialen, en weinig (permanent) extra ruimtegebruik voor hun productieprocessen. Lineaire bedrijvigheid komt grotendeels te vervallen in een circulaire economie, waardoor de ruimte van deze bedrijven mogelijk op den duur vrijkomt voor circulaire activiteiten.

De rolverdeling geeft houvast om de focus van de ruimtelijke beleidsstrategie te bepalen.

> Sturende bedrijven: deze bedrijven zijn

op dit moment nog niet (allemaal) circulair, maar kunnen vanwege hun omvang en de omvang van hun materiaalstromen in grote mate bijdragen aan de circulaire transitie door de materiaalstromen en -gebruik van hun bedrijf circulair te maken. Hiermee kunnen zij mogelijk een sturende rol vervullen in de omslag naar een circulaire economie. Deze categorie bestaat uit een klein aantal bedrijven (de top 100) dat een groot aandeel heeft (50%) in de

regionale materiaalstromen. Deze noemen we daarom de sturende bedrijven. Hiertoe kunnen ook de grootschalige faciliterende bedrijven (bijv. afvalverwerkers) en lineaire bedrijven (bijv. grootschalige zandwinning) behoren. Voor deze bedrijven loont het om in detail te bepalen welke faciliteiten zij nodig hebben, zoals ruimtebehoefte in hmc-locaties, om de transitie naar circulaire bedrijvigheid te maken.

> Faciliterende bedrijven: dit zijn bedrijven

die op dit moment één of meer van de strategieën op de R-ladder toepassen in hun bedrijfsvoering, zoals recycling, reparatie en inzameling of sortering. Deze bedrijven zijn essentieel in de transitie naar een circulaire economie. De groep varieert in omvang van kleine tot grote bedrijven.

> Lineaire activiteiten: dit zijn bedrijven die

vanwege de aard van hun activiteiten – de winning van eindige primaire grondstoffen uit het natuurlijke systeem van bodem en water – in principe niet in een circulaire economie passen. Het winnen of verwerken van materialen uit eindige (natuurlijke) bronnen, zoals mineralen, metalen, olie of cement, is hun corebusiness. Aangezien het tegenovergestelde van een circulaire economie een lineaire economie is, worden deze bedrijven lineair genoemd. In een circulaire economie is de input van primaire grondstoffen zo veel mogelijk gereduceerd. Dit betekent dat deze bedrijven hun bedrijfsvoering of ingrijpend

gaan veranderen of dat een deel van deze vestigingslocaties op den duur vrijkomt voor andere activiteiten. Deze groep bevat zowel grote als kleine bedrijven.

> Volgende bedrijven: deze bedrijven zijn

voor hun stap naar circulaire bedrijfsvoering afhankelijk van de materialen die zij als input gebruiken voor hun productieproces. Wanneer de keten waarin een dergelijk bedrijf zich bevindt circulair wordt onder invloed van de sturende bedrijven kunnen volgende bedrijven eenvoudig overgaan op een bedrijfsvoering met circulair materiaalgebruik. Ze vervullen daardoor een volgende rol in de circulaire economie. Tot deze categorie behoren bijvoorbeeld de meubelmakers, zakelijke dienstverlening of consumentendiensten. Op het moment dat circulaire materialen op grote schaal aangeboden worden, is het voor de volgende bedrijven relatief eenvoudig om over te stappen naar circulaire bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering verandert namelijk niet of nauwelijks door deze transitie naar circulaire materialen. Als gevolg hiervan ondervinden volgende bedrijven qua ruimtegebruik nagenoeg geen verandering als gevolg van de transitie.

Het is zodoende mogelijk dat een bedrijf dat oorspronkelijk in een faciliterende of lineaire categorie valt vanwege de omvang of de omvang van haar grondstoffenverbruik binnen de sturende categorie valt (Figuur 2.3).

Faciliterend

Volgend

Sturend

Lineair

Figuur 2.3 Vier rollen in de circulaire transitie en hun mogelijke overlap.

15

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

2.2 Data-analyse Ecorys heeft in de afgelopen jaren meerdere onderzoeken mogen uitvoeren naar de ruimtelijke impact – zowel kwalitatief als kwantitatief – van de circulaire economie in specifieke regio’s, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Noordzeekanaalgebied (NZKG) en nu de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Hierin hebben wij geleerd dat het voor een succesvolle transitie belangrijk is om bij het faciliteren van circulaire functies in de regio rekening te houden met regionale ecosystemen, kennisinstellingen, bestaande bedrijvigheid, ruimtelijke kwaliteiten en randvoorwaarden (o.a. bereikbaarheid, logistiek) en de kansen voor samenwerking met omliggende regio’s en het Rijk. Op basis hiervan kan GMR strategische keuzes maken voor de toekomst van de regio: op welke waardeketens en sectoren ligt de focus? En welke ruimtelijke kansen liggen er op korte en lange termijn in de regio? In het NZKG hebben we een methode ontwikkeld om potentiële impact van de huidige bedrijvigheid en circulaire activiteiten op de circulaire transitie in een regio inzichtelijk te maken. In deze methode verdelen wij de bedrijven in vier categorieën (faciliterend, sturend, volgend en lineair). Deze zijn reeds toegelicht in paragraaf Vier rollen van bedrijven in de transitie naar een circulaire economie.

We doen dit op basis van hun specifieke werkzaamheden van het bedrijf, welke schakel zij vervullen in de keten (o.a. winning, vervaardiging basismaterialen of producten, verkoop), de impact van het totale materiaalgebruik in de regio en de mate waarop een circulaire transitie impact heeft op de bedrijfsvoering. De kracht van deze methodiek zit in het bekijken van bedrijven vanuit een perspectief waarin de waarde-of productketen centraal staat. Hieronder wordt uitgelegd welke rol (openbare) data en data-analyse speelt in onze methode.

3

16

Analyse bedrijvigheid en grondstoffenstromen Kennis van de (grote) grondstoffenstromen in de regio (in en uit), waar de stromen samenkomen en in hoeverre bedrijven in de regio al gebruik maken van secundaire (hergebruikte) grondstoffen geeft inzicht in de potentie van het gebied. Dit geeft inzicht in belangrijke locaties voor de circulaire transitie, de potentie van grondstoffengebruik in de regio en welke activiteiten en bedrijven sturend, faciliterend en volgend zijn in de circulaire transitie. De resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De ruimtelijk-economische karakteristieken van bedrijven binnen de GMR zijn onderzocht door middel van een data-analyse. De basis van deze analyse is een overzicht van alle bedrijvigheid in de GMR (op bedrijfsniveau) uit de Provinciale Werkgelegenheidsenquête (PWE) van provincie Gelderland. Deze gegevens zijn aangevuld met LISA-data om inzicht te krijgen in het huidige ruimtegebruik, de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde. Voor inzichten omtrent materiaalgebruik is er gebruik gemaakt van de materiaalmonitor van het Werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie van het CBS . Deze monitor bevat per soort bedrijvigheid kengetallen over het gemiddelde materiaalgebruik (per soort materiaal). De drie genoemde databronnen samengevoegd zijn gebruikt om per bedrijf een inschatting van het materiaalgebruik (in- en output) te bepalen.

Hiermee worden het type en de trends van de grondstofstromen in de regio geïdentificeerd. Het gebruik van deze data geeft betrouwbare inzichten op regionaal niveau, maar kent beperkingen op individueel bedrijfsniveau:

> Gebruik van kengetallen: de kengetallen

uit de Materiaalmonitor3 stellen ons in staat om per sector een inschatting van het materiaalgebruik te maken. Bij het gebruik van kengetallen is het echter mogelijk dat het inschatte materiaalgebruik afwijkt van de werkelijkheid. Kengetallen zijn immers per definitie gemiddelde waardes per

CBS (2023) Materiaalmonitor 2014, 2016, 2018 en 2020. https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/04/materiaalmonitor-2014-2016-2018-en-2020

economische activiteit. Het materiaalgebruik van individuele bedrijven zal met deze methodiek in meer of mindere mate van de werkelijkheid afwijken. Om deze reden worden statistieken niet op dit detailniveau gerapporteerd.

> Gebruik van KvK-register: voor

de materiaalstromenanalyse zijn we afhankelijk van de manier waarop bedrijven bij de KvK zijn geregistreerd. De SBIcode4 waaronder een bedrijf bij de KvK geregistreerd staat, is bepalend voor de inschatting van het materiaalverbruik. Wij zijn in de materiaalstromenanalyse binnen dit onderzoek niet in staat om per bedrijf in hoger detail dan de SBI-classificering een inschatting te maken van de werkzaamheden en het materiaalverbruik.

> Het inzicht: de resultaten uit de

materiaalstromenanalyse gebruiken wij om inzicht in de ordegrootte van materiaalstromen uit bepaalde sectoren of gebieden te krijgen, waarmee ingeschat kan worden welke sectoren en bedrijven en belangrijk aandeel hebben in de regionale materiaalstromen. De resultaten zijn dus niet bedoeld om exacte materiaalstromen op individueel bedrijfsniveau te bepalen. Naast het volume van de materiaalstromen is ook de milieu-impact van een waardeketen een belangrijke graadmeter om te bepalen welke keten bijzondere aandacht verdient in de transitie naar een circulaire economie. De milieu-impact is in dit onderzoek niet direct onderzocht, maar enkel indirect door te kijken naar het volume.

De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) code wordt gebruikt om de activiteiten van ondernemingen te classificeren. (Kamer van Koophandel, https://www.kvk.nl/over-het-handelsregister/overzichtstandaard-bedrijfsindeling-sbi-codes-voor-activiteiten/) 4

1717

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Analyse: bedrijvigheid op hmc-locaties De bepaling van het ruimtegebruik op hmclocaties is tot stand gekomen met een combinatie van data- en GIS-analyse. Hiervoor zijn meerdere stappen doorlopen. De resultaten zijn beschreven in hoofdstuk 4. Stap 1 – Bestemmingsplannen met hmc in kaart brengen Het in kaart brengen van alle bedrijventerreinen met een (gedeeltelijke) hmc-bestemming. Veel bedrijventerreinen zijn inwaarts gezoneerd of op een andere manier verdeeld tussen percelen met en percelen zonder hmc-bestemming. Van alle bedrijventerreinen met een gedeeltelijke hmcbestemming, hebben we het bestemmingsplan op de kaart geplot met GIS. Stap 2 – Categorisering hmc en niet-hmc Het categoriseren van alle vestigingen op bedrijventerreinen in de regio in hmc en niet-hmc hebben we gedaan op basis van de combinatie van vestigingsdata (SBI-codes)5 en de Staat van bedrijfsactiviteiten op bedrijventerreinen6. Dit is niet eenvoudig, omdat de categorisering van veel bedrijfsactiviteiten als wel of geen hmc van verschillende factoren afhankelijk is. Voorbeelden van zulke factoren zijn de omvang van het bedrijf in vierkante meters of het gewicht of volume van de geproduceerde goederen in respectievelijk tonnen of liters. Om dit te ondervangen, maken wij gebruik van de resultaten uit de ruimtelijkeconomische analyse (hoofdstuk 3).

Indien dit niet voldoende inzicht geeft, maken wij een inschatting op basis van de omvang van de vestiging en het aantal werknemers. Stap 3 – Confrontatie tussen vestiging (stap 1) en hmc-bestemming (stap 2) De resultaten van stap 1 en 2 zijn door middel van GIS over elkaar heen gelegd en vergeleken. De GIS-analyse geeft een indicatie van de mate waarin een hmc-bestemming benut wordt door hmc-activiteiten. Een belangrijke disclaimer bij dit inzicht is dat deze analyse wordt gedaan op basis van de registratie van bedrijfsvestigingen op een bepaalde locatie (kavel) en de functie (SBI-code) waaronder deze bedrijven zijn geregistreerd. Op het moment dat op een bedrijfsperceel geen 5

18

PWE Gelderland (11 augustus 2022)

6

VNG - Bedrijven en milieuzonering

0

Toelichting op aanpak en disclaimers van de data- en GISanalyse disclaimers

Onze aanpak doorloopt globaal de volgende stappen. Een gedetailleerd overzicht van onze methodologie staat vermeld in Appendix B.

1

Bestemmingsplannen met HMC in kaart brengen

In kaart brengen van alle bedrijventerreinen met een (gedeeltelijke) HMC-bestemming met behulp van bestemmingsplannen.

Categorisering HMC en niet-HMC

2

Categoriseren van alle vestigingen op bedrijventerreinen in de regio in HMC en niet-HMC. Dit hebben we gedaan op basis van de combinatie van vestigingsdata en de Staat van bedrijfsactiviteiten op bedrijventerreinen (milieucategorieën).

4

In kaart brengen van sturende bedrijvigheid

In kaart brengen van alle grootschalige verbruikers en/ of verwerkers van grondstoffen (sturende activiteiten) in de GMR. De locaties van deze bedrijven worden meegenomen in de GIS-analyse.

3

Vergelijken van locaties HMCvestigingen en HMC-locaties De resultaten van stap 1 en 2 zijn door middel van GIS over elkaar heen gelegd. De GIS-analyse geeft een indicatie van de mate waarin HMC-bestemming waarschijnlijk benut wordt door HMCactiviteiten. Het woord ‘waarschijnlijk’ is belangrijk, daar de analyse volledig berust op data-analyse en mogelijkerwijs niet volledig strookt met de realiteit. Dit komt doordat de milieucategorie van sommige bedrijfsactiviteiten (sbi-codes) deels afhangt van een aantal factoren die binnen de scope van dit onderzoek niet meetbaar zijn, doordat bijvoorbeeld microdata nodig is.

5

Identificeren van kansrijke locaties voor circulaire HMCactiviteiten Uit de vier analysestappen komen kansrijke locaties naar voren die in potentie ruimte kunnen bieden aan verscheidene circulaire (HMC-)activiteiten of op een andere manier een belangrijke rol vervullen in het streven dé circulaire topregio te zijn in 2050.

19

aparte vestiging geregistreerd is, maar een loods wel gebruikt wordt, wordt dit perceel door de analyse geregistreerd als ‘niet door hmc benut’. Daarnaast hangt de milieucategorie van sommige bedrijfsactiviteiten (SBI-codes) deels af van een aantal factoren die binnen de scope van dit onderzoek niet meetbaar zijn, doordat bijvoorbeeld microdata nodig is. Daarnaast hebben wij voor deze analyse geen inzicht kunnen verkrijgen in de mate waarin de milieuruimte of geluidsruimte op hmc-locaties vergund is. Dit laatste is medebepalend in de mate waarin er nog hmcactiviteiten kunnen worden toegevoegd op een hmc-locatie. Het resultaat op kavelniveau biedt zodoende een indicatie en geen volledig inzicht. De resultaten (kaartbeelden) zijn met verschillende gemeentes gedeeld ter validatie. Vanuit enkele gemeentes is teruggekomen dat een deel van deze data een te gunstig beeld laat zien. Niet iedere gemeente had de capaciteit om hier op korte termijn op te reageren. Uit de reacties blijkt dat een deel van de kavels data niet accuraat is en onterecht aangeeft dat op een bepaald perceel geen hmc-bedrijf gevestigd is. Daarnaast spelen er ook lokale omstandigheden waardoor bedrijven zonder hmc-activiteiten wel op hun huidige locatie moeten blijven. Bijvoorbeeld doordat alternatieve locaties onwenselijk of niet beschikbaar zijn. Om die redenen hebben wij een correctie toegepast op de analyse.

Zo nemen wij allereerst alleen de kavels mee waarvan wij data beschikbaar hebben. Ten tweede rekenen wij met een grove foutmarge van 50%. Dit betekent dat als er uit de data-analyse volgt dat er in potentie 50 hectare onbenutte hmc-ruimte is, wij slechts uitgaan van 25 ha. Dit om er zeker van te zijn dan we niet een te gunstig beeld hebben van het onbenutte potentieel. Daarmee geeft de analyse op bedrijventerreinenniveau een goed beeld van kansrijke bedrijventerreinen en gebieden waar naar verwachting planologische hmc-ruimte aanwezig is. De analyse biedt daarmee inzicht in welke gebieden interessant zijn voor nader onderzoek naar de mogelijkheden voor circulaire hmc-activiteiten. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat deze locaties niet vrij beschikbaar zijn, maar

20

gebruikt worden door bedrijven met een lagere milieucategorie. Het betekent enkel dat deze bedrijven in theorie ook op een locatie met een lagere milieucategorie kunnen huisvesten, waardoor deze ruimte in potentie vrij zou komen voor hmc-activiteiten. Om dit mogelijk te maken zullen bestaande bedrijven moeten verplaatsen. Dit kan door middel van het intensiveren van bedrijventerreinen of het bieden van alternatieve locaties. Dit is echter een langdurig en juridisch proces. Zie voor meer informatie het advies in hoofdstuk 4. Stap 4 – Interessante activiteiten en locaties op en buiten bedrijventerreinen in kaart brengen Het in kaart brengen van alle grootschalige verbruikers en/of verwerkers van grondstoffen (sturende activiteiten) in de GMR. Dit zijn ofwel locaties waar grootschalige verduurzaming nodig is ofwel locaties die kansrijk zijn voor ombouw naar circulaire activiteiten. Hiervoor gebruiken wij de resultaten uit de ruimtelijk-economische analyse uit hoofdstuk 3. Stap 5 – Identificeren van kansrijke gebieden en locaties voor circulaire hmc-activiteiten Uit de vier analysestappen komen interessante gebieden – de circulaire focusgebieden – en locaties naar voren die ruimte kunnen bieden aan verscheidene circulaire (hmc-) activiteiten of op een andere manier een belangrijke rol vervullen in het streven dé circulaire topregio te zijn in 2050.

Daarbij is het essentieel om in een volgende verdiepingsslag specifiek de bedrijventerreinen binnen deze focusgebieden te onderzoeken om te zien of de gegevens kloppen en om te kijken welke kavels er eventueel op korte en lange termijn vrijkomen voor circulaire activiteiten. Om hier inzicht in te verkrijgen is per kansrijk gebied een diepgaandere analyse en validatie op bedrijventerreinniveau nodig in samenwerking met onder andere de omgevingsdiensten en gemeentes. Gezien de gelimiteerde tijd voor dit onderzoek was dit binnen dit onderzoek niet mogelijk.

3. Huidige ruimtelijk-economische kenmerken van de GMR Belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle transitie naar een circulaire topregio zijn de huidige bedrijvigheid, expertise en kennis binnen de Groene Metropoolregio, haar positie binnen regionale en landelijke netwerken en de ruimtelijke kwaliteiten. Dit vraagt nauwe samenwerking met de bestaande bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Dit hoofdstuk focust zich op de huidige bedrijvigheid, de grootste materiaalstromen, de circulaire initiatieven en innovatiekracht die op dit moment al aanwezig zijn in de Groene Metropoolregio om zo antwoord te geven op de volgende vraag:

Welke (circulaire) activiteiten zijn er al gevestigd in de GMR? Wat zijn hun ruimtelijkeconomische kenmerken? Hoe zijn de materiaalstromen verdeeld? En op welke waardeketens en/of topsectoren kan de regio zich het beste focussen voor de transitie naar een circulaire topregio?

2. Een selectie van de huidige ketens waar

voor de regio een rol weggelegd is in de stappen die gezet moeten worden in de circulaire transitie. Dit zijn de volgende ketens: kunststoffen, bouw- en sloopafval, textiel, voedsel en biomassa, zonnepanelen en accu’s en batterijen. Andere ketens, zoals de metaalen papier keten komen hier niet expliciet aanbod, omdat deze ketens al voor een belangrijk deel circulair georganiseerd zijn7.

3. De regionale topsectoren Health, Hightech en Energy.

4. Reeds in de regio gevestigde circulaire

initiatieven en aan bovenstaande onderdelen gerelateerde kennisinstellingen.

Door deze vier onderdelen te koppelen ontstaat een beeld van hoe de regio zich kan ontwikkelen richting circulaire ketens en topsectoren.

Dit hoofdstuk presenteert de resultaten uit onze analyse en is opgedeeld in vier delen:

1. De huidige (circulaire) bedrijvigheid. Hier

identificeren wij bedrijven en activiteiten die vanwege de omvang en/of soort van de materiaalstroom een bepalende rol kunnen spelen in de mate waarin en het tempo waarop de regio circulair wordt. Dit heeft geleid tot een onderverdeling van de bedrijven in de vier categorieën: sturend, faciliterend, lineair en volgend. De methodologie van de dataanalyse is beschreven in hoofdstuk 2.

7

Zie bijvoorbeeld Ecorys (2022) Herhuisvesting papier- en metaalrecyling Utrecht (PRU/MRU).

21

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

3.1 Huidige (circulaire) bedrijvigheid in de GMR Tabel 3.1 geeft een overzicht van de verdeling van de huidige bedrijvigheid in de regio over de vier rollen in de circulaire transitie. Hierin is ook gedefinieerd hoeveel werkgelegenheid en economische waarde de bedrijven toevoegen

aan de regio, hoeveel ruimte zij op dit moment gebruiken (in ha.) en hoeveel materiaal (in kton) er door deze bedrijven stromen. In onderstaande paragrafen staat in meer detail het type bedrijvigheid per categorie beschreven.

Categorie Bedrijvigheid

Aantal bedrijven

Werkgelegenheid Toegevoegde waarde (aantal werknemers) (M€)

Ruimtegebruik (ha)

Materiaal gebruik (kton)

Faciliterend

4.800 1.500 (30%)

36.900 25.500 (69%)

2.200 1.400 (65%)

400 350 (90%)

500 300 (60%)

Sturend

100 73 (73%)

30.900 14.000 (45%)

4.250 2.300 (55%)

350 250 (70%)

9.700 7.100 (75%)

Volgend

75.600 5.800 (10%)

345.300 83.300 (24%)

22.700 7.800 (35%)

4.600 1.800 (40%)

9.200 3.700 (40%)

Lineair

30 10 (35%)

100 50 (50%)

10 5 (50%)

<10 <5

<150 <100

Totaal

80.500 7.400 (10%)

413.200 122.900 (30%)

29.100 11.500 (30%)

5.350 2.380 (45%)

19.600 11.200 (60%)

Tabel 3.1 Beschrijvende statistieken - huidige bedrijvigheid binnen de GMR, in totaal (zwart) en op bedrijventerreinen (blauw)

Sturende bedrijven

Cumulatief percentage van Totaal materiaalgebruik

Binnen de GMR zijn er honderd bedrijven gezamenlijk verantwoordelijk voor 50% van het totale materiaalgebruik (in kton) in de hele regio (Figuur 3.1). Deze groep bedrijven is aangewezen als ‘sturend’. De groep bestaat uit een aantal

grootverbruikers uit verschillende sectoren en grote faciliterende en lineaire bedrijven. De precieze onderverdeling van de groep is te zien in Tabel 3.2 en hun vestigingspatroon is weergeven in Figuur 3.2.

Aantal bedrijven (gesorteerd van hoogst naar laagste materiaalgeberuik)

Figuur 3.2, Concentratie van materiaalgebruik bij de top 100 grootste materiaalverbruikers

22

De groep sturende bedrijven omvat bedrijven uit meerdere waardeketens. Enkele voorbeelden van sturende bedrijven per waardeketen zijn, met indien van toepassing tussen haakjes het bedrijventerrein:

> Grote afvalverwerkers/-inzamelaars en

milieubedrijven: o.a. AVR (Innofase), ARN (Weurt) en Dar (Oost-Kanaalhaven).

> Bouw en GWW: ASCEM (Haveland),

K3Delta (De Schalm), Excluton (Drutense Waarden), Wienerberger, Vandersanden, Caprice, Rodruza

> Kunststof: Teijin Aramid, Berry Promens (Hengelder)

> Technologie: NXP-semiconductors (Noviotech Campus, Winkelsteeg)

> Voedselketen: Kraft Heinz (De Aam),

Compaxo Vlees (Hengelder); Novidon (Oost-Kanaalhaven)

Wat opvalt is dat een groot gedeelte van de sturende bedrijven in de GMR buiten de reguliere bedrijventerreinen gevestigd zijn, vaak op een locatie aan de grote rivieren water. Dit zijn zo goed als allemaal bedrijven die produceren voor de bouw- en GWW-keten: de steenfabrieken, betoncentrales en zandwinningslocaties8. In Renkum zit daarnaast papierrecycling Parenco. Andere sturende bedrijven behoren tot de zorgsector, voedingsmiddelenindustrie, (petro) chemie en kunststoffen en groenverwerkers. Vanuit de ketenbenadering volgt hieruit dat deze relatief kleine groep van grote materiaalgebruikers een grote impact hebben op het materiaalgebruik in de rest van de keten. Oftewel, ze kunnen het materiaalgebruik in de keten sturen, waarna andere bedrijven in de keten volgen (zie paragraaf Volgende bedrijven voor toelichting over de volgende bedrijven binnen de GMR).

> Overig: IJzergieterij Doesburg (Gieterijeiland), AstraZeneca (West Kanaaldijk)

Categorie Bedrijvigheid

Aantal bedrijven

Werkgelegenheid Toegevoegde waarde (aantal werknemers) (M€)

Ruimtegebruik (ha)

Materiaal gebruik (kton)

Grote faciliterende partijen

7 6

1.100 1.000

100 100

50 50

600 500

Grote lineaire partijen

18 14

1.100 1.000

150 100

100 50

2.000 1.600

Grootverbruikers

75 53

28.700 12.000

4.000 2.100

200 150

7.100 5.000

Totaal “Sturend”

100 73

30.900 14.000

4.250 2.300

350 250

9.700 7.100

Tabel 3.2 Onderverdeling bedrijven binnen de “Sturende” categorie, in totaal (zwart) en op bedrijventerreinen (blauw)

Zandwinningsgebieden zijn geen HMC-locaties en daarom niet interessant voor ombouw ten behoeve van circulaire HMC-activiteiten. Zandwinning ten behoeve van natuurontwikkeling en/of klimaatadaptatie is op zichzelf wel interessant, omdat zand dan een restproduct is dat gebruikt kan worden in de woningbouw en industrie.

8

23

Figuur 3.2

Locatie van sturende bedrijven op en buiten bedrijventerreinen

24

25

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Faciliterende bedrijven

Lineaire activiteiten

Deze bedrijven hebben reeds een actieve rol in de circulaire economie. Het uitvoeren en faciliteren van R-strategieën behoort tot de kern van de bedrijfsvoering. Deze bedrijvigheid is veelal te vinden aan het einde van huidige waardeketens, zoals afvalverwerkings-, afvalinzamelings- en milieubedrijven. Ook reparateurs en verhuurbedrijven (product-as-aservice) en circulaire initiatieven die bijdragen aan innovatie en kennisontwikkeling op het gebied van ketensluiting behoren tot deze categorie. De faciliterende bedrijven spelen een belangrijke rol in de regionale circulaire transitie. Het is daarvoor van belang om deze categorie bedrijven bij het beleid en de uitvoering ervan te betrekken en zo veel mogelijk te faciliteren in hun ruimtebehoefte.

De GMR bevat een beperkt aantal bedrijven waarvan de huidige bedrijfsvoering onlosmakelijk gekoppeld is aan de winning of bewerking van uitsluitend primaire grondstoffen, zoals klei, zand, grind en steen. Een deel van deze grondstoffen hebben zelfs gedeeltelijk een hernieuwbaar karakter, bijvoorbeeld door de natuurlijke sedimentatie van klei en zand langs de rivieren. Andere grondstoffen worden gewonnen in bouwof natuurprojecten. Enkele grote bedrijven binnen de lineaire categorie zijn9:

De faciliterende bedrijven zijn verdeeld over verschillende locaties. De bedrijven met het grootste materiaalgebruik bevinden zich hoofdzakelijk op bedrijventerreinen, zoals recyclers en logistiek. Een andere groep bedrijven, die zich richt op activiteiten zoals reparaties, tweedehandshandel en verhuuractiviteiten, is buiten de bedrijventerreinen gevestigd. De bedrijven die gebruik maken van de hoge milieucategorie (hmc) locaties zijn:

> Gespecialiseerde recyclers: Wellman

recycling (Spijksedijk), 4PET recycling (Innofase) of Interchem (Schoenaker)

> Logistieke partijen: Koole terminals,

Afvaltransporteur Swartjes Transport (beide in haven Nijmegen)

> Circulaire initiatieven: startups en scale-ups, zoals op IPKW.

Op het gebied van faciliterende activiteiten zijn er in 2023 Green Deals van start gegaan voor TPN-West, IJsseloord 1, de Green Business Club Gelderse Poort en de Nieuwe Haven. Deze Green Deals omvatten onder andere circulaire initiatieven die beogen inzicht te verkrijgen in en plannen te maken om materiaal- en energiestromen circulaire te maken, de hoeveelheid afval te reduceren en pilots in het kader van circulaire economie te ondersteunen.

> Steenfabrieken: Wienerberger, Vandersanden, Caprice, Rodruza > Zandwinning: K3Delta (diverse plekken in > >

Veel van deze bedrijven kunnen op hun huidige locatie de circulaire transitie maken. Het hoeft dus niet te betekenen dat deze bedrijven gedurende de circulaire transitie overbodig worden. Het betekent wel dat deze bedrijven hun activiteiten en daarmee mogelijk hun ruimtegebruik drastisch moeten veranderen in een circulaire economie. Naar verwachting komt een deel van de vestigingslocaties van deze bedrijven tijdens de circulaire transitie op den duur vrij doordat ze niet mee kunnen in de transitie. Het is mogelijk om hier andere circulaire activiteiten te ontplooien. Dit noemen we potentiële transitieruimte. Voor deze bedrijven zien we de volgende beleidslijnen:

1. Afbouwen van de locaties die in een circulaire economie geen economische functie meer hebben en beleidsmatige afweging over de toekomstige functie van de achterblijvende locatie.

2. Ombouwen en verduurzamen van de locaties en bedrijfsvoering van kansrijke sectoren.

9

26

de regio, waaronder bedrijventerrein De Schalm en bij Arnhem), Niba Natuursteenbewerking: Grillo Natuursteen (Pannenhuis 1), Den Hollandsche (De Aam) Betoncentrales: zie kaart bij hoofdstuk 3.4

Sommige lineaire bedrijven zijn door hun omvang ook als ‘Sturend’ aangemerkt

Volgende bedrijven Dit zijn bedrijven waarvan de bedrijfsvoering niet merkbaar hoeft te veranderen door de circulaire transitie. Het bedrijf kan door circulaire materialen in te kopen vrijwel hetzelfde product maken of dezelfde dienst bieden als in de huidige economie. Een voorbeeld: een meubelmaker die door een omslag naar de inkoop van circulaire materialen, bijv. gerecycled kunststof, kan opereren zonder de gehele bedrijfsvoering te veranderen. Voor de ruime meerderheid van volgende bedrijven zal de overstap niet of nauwelijks een impact hebben op de productieprocessen en ruimtegebruik. Een deel van de bedrijven heeft mogelijk ruimte nodig voor (tijdelijke) opslag van materialen. Hiervoor gebruiken zij vaak hun eigen terrein en wordt in hoge uitzondering gebruik gemaakt van externe locaties. In de transitiefase is het goed mogelijk dat bedrijven tijdelijk een ‘’lineaire’’ en circulaire productielijn naast elkaar gebruiken. Bijvoorbeeld wanneer de bedrijven enerzijds werken voor de overheid, die reeds circulair inkoopt, en anderzijds voor bedrijven/consumenten die nog niet circulair inkopen. Het faciliteren van twee productielijnen vraagt om meer ruimte. Hiervoor geldt dat bedrijven dit in eerste instantie binnen hun huidige locatie willen oplossen.

Indien dit niet mogelijk is, zullen zij ruimte creëren door bedrijfsonderdelen op een andere locatie te vestigen of uit te besteden (bijvoorbeeld de logistiek). Dit kan (tijdelijk) om meer ruimte vragen, maar dat is per bedrijf(stak) verschillend. Bedrijven in de categorie volgend hebben gezamenlijk het grootste aandeel in de

werkgelegenheid, toegevoegde waarde en het ruimtegebruik in de regio. Deze categorie omvat bijna 95% van alle bedrijven in de GMR. Ongeveer 84% van alle werknemers in de regio werkt bij een volgend bedrijf en 82% van het totale ruimtegebruik behoort toe aan deze categorie. Stuk voor stuk zijn deze bedrijven geen grote materiaalgebruikers, maar als één groep zijn ze verantwoordelijk voor bijna de helft van het totale materiaalgebruik in de regio. Binnen de volgende categorie zijn zakelijke dienstverleners, detailhandel, horeca en kleinere zorgverleners het talrijkst. Ook bevat de groep een groot aantal kleinere voedselverwerkers en bouwbedrijven. Gezien de grootte en de omvang van het materiaalgebruik is het belangrijk dat deze groep de overstap naar een circulaire bedrijfsvoering maakt. Om circulariteit te bereiken binnen deze categorie is het van belang dat vraag en aanbod van secundaire of biobased materialen in de hele keten in balans is. De beschikbaarheid van circulaire basismaterialen en producten tegen een juiste prijs is bepalend voor de snelheid en het succes van de transitie. Deze groep bedrijven volgt naar verwachting de algemene trend die de faciliterende en sturende bedrijven in gang zetten. De lokale overheid kan hierin de rol aannemen van launching costumer voor faciliterende en sturende partijen.

Daarnaast kan de lokale overheid door middel van gedragsverandering bij consumenten en regelgeving deze grote groep in beweging krijgen.

27

3.2 Het sluiten van waardeketens in de GMR In de opgave Circulaire Regio van GMR heeft de regio het circulair maken van zes ketens als één van hun speerpunten van de aanpak benoemd, te weten: bouw- en sloopafval, accu’s en batterijen, zonnepanelen, kunststoffen, textiel en de voedselketen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat voor het sluiten van deze ketens een aanjagende rol gevraagd wordt vanuit de overheid. Zodoende is het bijdragen aan het circulair maken van deze ketens opgenomen in de Regionale Agenda van de Circulaire Regio. Andere ketens, zoals papier en metaal, zijn al voor een heel groot gedeelte circulair ingericht en maken gebruik van bestaande netwerken, circulaire hubs en recyclinglocaties10. Hieronder gaan wij in op de kenmerken van deze ketens in de regio, welke ketenstappen er aanwezig zijn en signaleren wij de circulaire initiatieven en ontwikkelingen die er gaande zijn binnen de GMR en daarbuiten. Op basis hiervan is het mogelijk om te beoordelen welke ketens het meest kansrijk zijn voor GMR en in welke ketens de GMR een belangrijke rol speelt als

schakel in de (bovenregionale) keten en welke nieuwe schakels binnen de regio voor deze ketens gewenst zijn om nog meer circulair te kunnen worden.

Verdeling sturende bedrijven over de zes waardeketens De groep sturende bedrijven in de GMR is verantwoordelijk voor 50% van de grondstofen materiaalstromen in de regio. In Figuur 3.3 staat de verdeling van deze materialen over de verschillende ketens weergeven. Een derde van het gewicht aan materialen gaat rond in de bouwen sloopketen, een zesde in de voedselketen, 7% in de kunststoffenketen en 1% in accu’s en batterijen. Een derde van de bedrijven bevindt zich in de categorie ‘overig’. Dit zijn de ketens die buiten deze zes ketens vallen.

Figuur 3.3 Verdeling 100 sturende bedrijven over de verschillende waardeketens. 10

28

Bron: Ecorys 2022, PRU/MRU.

Bouw- en sloopketen In de regio stroomt de grootste hoeveelheid materialen, qua massa, door de bouw- en sloopketen. Daarbij zijn in de regio alle schakels in de keten aanwezig, zoals winning van grondstoffen (klei en zand), het produceren van bouwmaterialen, het toepassen van de materialen in de woningbouw en GWW-sector en de inzameling en recycling van deze producten. Het gebied is getekend door de aanwezigheid van de grote rivieren, de Waal, de Rijn en de Maas, en is daardoor ook kenmerkend in Nederland. Door de aanwezigheid van klei langs de rivieren steenfabrieken ontstaan, waar de gewonnen klei wordt gebruikt voor de productie van straatbakstenen, gevelbakstenen en dakpannen. Later zijn hier de beton- en asfaltcentrales bijgekomen. Deze bedrijven vallen momenteel onder de lineaire en sturende categorie en zijn gevestigd op hmc-locaties. Het grootste gedeelte van de bedrijven en materiaalstromen (circa 90%) bevindt zich echter in de vervaardiging van basismaterialen voor de bouw en de bouwwerkzaamheden zelf. Deze bedrijven zijn essentieel voor de regio en zullen dit, zolang de bouwsector zich blijft ontwikkelen, ook blijven. Binnen de GMR wordt dit nog extra onderstreept door de grote woningbouwopgave (60.000 woningen) waar de regio voor staat.

Het is belangrijk een kanttekening te zetten bij de steenfabrieken. Zij maken namelijk gebruik van een hernieuwbare grondstof, doordat de kleireserves door het natuurlijke proces van sedimentatie langs de rivieren steeds weer wordt aangevuld. Door minder klei te winnen dan wordt afgezet, de milieubelasting te minimaliseren en de geproduceerde stenen aan het einde van hun levensduur her te gebruiken hebben deze bedrijven nog steeds een rol in de circulaire economie. In de GMR bevinden zich al verschillende circulaire initiatieven die een rol kunnen spelen in het circulair maken van de bouwketen. Denk hierbij aan Groene Waarden, Putman, De Hamer Beton, AVR, Mineralz, ECO+ Bouw, Insus isolatiemateriaal. Ook de Radboud Universiteit, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Van Hall Larenstein ontwikkelen kennis op het gebied van circulaire bouw. Zowel op het gebied van ontwerp(toepassingen) van secundaire of biobased materialen en hergebruik ontwikkelen deze instituten zich steeds beter en hebben ze onderling een sterk netwerk. In de regio is dit ook uitgemond in het initiatief voor kenniscentrum VIA-T dat zich richt op duurzaam en circulair bouwen en ontwerp en expertise aan elkaar koppelt.

Om de circulaire transitie te versnellen, zijn er verschillende mogelijkheden voor zowel woningen utiliteitsbouw als voor de GWW-sector:

1. het verder ontwikkelen van circulair en modulair ontwerpen en bouwen, en

2. het toepassen van hernieuwbare en biobased materialen – producten die gedeeltelijk van biogrondstoffen, waaronder olifantengras en hout, worden gemaakt – en

3. hoogwaardiger hergebruik van vrijkomende

producten en materialen uit ontmanteling van bestaande gebouwen en objecten. Geoogste materialen krijgen dan een langere levensduur door hergebruik, reparatie of herbestemming van deze materialen.

29 29

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Voedselketen Qua hoeveelheid materialen (gewicht) is dit de op een na grootste keten in de regio. Het grootste gedeelte van deze bedrijven is echter niet op bedrijventerreinen (<10%) gevestigd, maar in het buitengebied met een agrarische bestemming. In de GMR vindt een veelheid aan activiteiten plaats in de teelt van landbouwgewassen, glastuinbouw en veeteelt, waaronder kippen en groot vee. Deze bedrijven gebruiken circa een derde van de totale hoeveelheid materialen. De overige materialen worden toegepast in de verwerkingsindustrie, zoals groente- en fruitproducten of slachterijen. Een van de grootste individuele materiaalverbruikers is een verwerker van zetmeel voor de voedingsmiddelen en diervoedingsindustrie.

De circulaire ambitie heeft in deze keten grote raakvlakken met de landbouwtransitie. Zo moeten agrarische bedrijven zo snel mogelijk om naar biologische en kringlooplandbouw. Dit geeft ook kansen voor landbouwbedrijven in de regio om hun bedrijf of verdienmodel anders in te richten, bijvoorbeeld door hun landbouw- of veegronden (deels) te transformeren naar het verbouwen van teelten voor biobased materialen voor bijvoorbeeld de bouw of textielketen. Hierin is het goed om samenhang te zoeken met andere agrarische regio’s in Nederland, zoals Foodvalley als naburige kennisregio op dit thema en landbouwgebieden als het Groene Hart of de Achterhoek, om te onderzoeken welke teelten het beste bij de verschillende regio’s passen. Als deze transitie op grote schaal gebeurt, heeft dit uiteraard wel impact op de hoeveelheid voedselproducten die in de regio’s worden gemaakt en geëxporteerd.

Hoewel de exacte getallen niet uit onze database te halen zijn, is bekend dat het grootste deel van deze producten bestemd is voor export uit de regio en naar het buitenland. Opvallend is dat één van de grotere materiaalsoorten in de keten verpakkingsmaterialen van kunststoffen (plastics) betreft, voor het conserveren en vervoeren van voedselproducten.

Veluwe Foodvalley ten westen

glastuinbouw

Montferland

Rijk aan Agrarische gebieden gELDERSE POORT

Heumensoord Veel agrarische export

30

Kunststoffenketen Kunststoffen worden in veel verschillende sectoren gebruikt, van verpakkingen tot speelgoed tot de auto-industrie. De kunststofketen in de GMR is voor bijna 80% gericht op de vervaardiging van basismaterialen voor kunststofproducten. Deze procesindustrie bevindt zich voor een groot deel op bedrijventerreinen (75%) en vraagt in veel gevallen om terreinen met een hoge milieucategorie. Er zijn al enkele circulaire initiatieven in de regio aanwezig, zoals 4Pet Recycling (Innofase), dat zich focust op recycling van PET-flessen en PET-voedseltrays. Zij leveren ook basismaterialen (rPET-korrels) voor het vervaardigen van circulaire verpakkingsmateriaal voor de voedselketen. Daarnaast zijn er ook initiatieven zoals Plastic Repair Service in Beuningen, die zich focust op reparatie en recycling van kunststoffen of het jonge bedrijf Plantics dat producten maakt uit biokunststoffen.

11

In andere regio’s zijn reeds bedrijven gevestigd die zich focussen op recycling van kunststoffen, zoals Xycle in de Haven van Rotterdam11. De Groene Metropoolregio kan een belangrijke schakel in de keten zijn door kunststoffen te verzamelen, te scheiden en schoon te maken, zodat deze vervolgens verwerkt kunnen worden op een grootschalige recyclinglocatie buiten de regio. Hierin dient onderscheid gemaakt te worden tussen huishoudelijk plastic afval, dat momenteel in de regio Nijmegen al voor 80-90% gescheiden wordt ingezameld, en bedrijfsmatige kunststoffen.

Port of Rotterdam (2022) Xycle start eind 2022 met bouw eerste installatie voor plastic recycling.

31

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Textielketen De textielsector vertegenwoordigt een grote hoeveelheid bedrijven waarin de meesten actief zijn in de verkoop van kleding. Meer dan de helft van het materiaalgebruik is geconcentreerd rondom één bedrijf: Freudenberg Performance Materials. Dit bedrijf produceert textiel voor verschillende sectoren, zoals de auto-industrie, bouwsector en de gezondheidszorg. Er is al een netwerk voor hergebruik van kleding aanwezig in de regio. Een deel van het ‘nog draagbare’ textiel wordt ingezameld en als tweedehands kleding verkocht in lokale kringloopzaken. Zo heeft de kringlooporganisatie ‘Het Goed’ ook een samenwerking opgezet met Zeeman voor hergebruikt van tweedehandskleding. Hierin is ook onderscheid te maken tussen huishoudelijk en bedrijfsmatig textiel. Verschillende milieubedrijven, waaronder de Dar, zamelen in de regio reeds textiel in, dat opnieuw gedragen of gerecycled wordt.

12

32

Afval circulair: Dutch Circular Textile Valley voor een circulaire economie

Een groot deel van het afgedankte textiel wordt echter (nog) niet goed ingezameld of gesorteerd en belandt momenteel in het restafval. In enkele gevallen wordt dit gebruikt voor laagwaardig hergebruik, zoals het versnijden tot poetslappen, maar het grootste gedeelte wordt verbrand. Hetzelfde geldt in eerdere stappen in deze keten voor overschotten van productie of bijvoorbeeld retourkleding. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat het nu nog niet mogelijk is om textiel op hoogwaardige wijze te recyclen. De doorontwikkeling van de techniek vindt binnen Nederland in onder andere Tilburg en regio Twente plaats12. Wel zijn er al samenwerkingen met bedrijven in de regio opgezet. Daarnaast heeft de regio met de modeacademie ArtEZ in Arnhem wel innovatieve, creatieve kennis en expertise in huis op het gebied van (circulair) mode ontwerp.

Batterijen en accu’s en zonnepanelen De ketens voor batterijen en accu’s en zonnepanelen spelen op dit moment in termen van circulaire materiaalstromen nog nauwelijks een rol van betekenis. Dit geldt niet alleen voor de GMR, maar wereldwijd, doordat de technieken voor hergebruik en recycling nog volop in ontwikkeling zijn. In samenspraak met de Radboud Universiteit onderzoekt Road2Work@Dar de mogelijkheden voor hergebruik van zonnepanelen op de bedrijventerreinen rondom de stad. Daarbij zetten meerdere milieubedrijven zich reeds in voor de inzameling van huishoudelijke elektronica-afval op locaties rondom Arnhem en Nijmegen. Voor beide ketens zijn activiteiten in innovatie-, kennis- en productontwikkeling nodig. Dit past binnen het bedrijfsprofiel van bedrijventerrein IPKW en versterkt daarbij de topsector Energy van de regio. De regio kan zodoende dienen als kraamkamer van slimme oplossingen binnen de ketens van batterijen, accu’s en zonnepanelen en circulaire energiestromen. Om een duidelijke focus aan te brengen is samenwerking met omliggende regio’s en het Rijk essentieel.

33

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

3.3 De rol voor topsectoren Energy, Hightech en Health

Energy

In de Groene Metropoolregio is de ambitie uitgesproken om te zorgen voor een evenwichtige arbeidsmarkt en doorontwikkeling van de regionale topsectoren Energy, Hightech & Health. Deze sectoren zijn overkoepelend: door elke sector stromen meerdere materiaal en productieketens. Hieronder is in het kort beschreven wat er nu al aanwezig is binnen deze sectoren en welke kansen hier liggen voor de circulaire transitie:

Er zijn in de GMR twee locaties die koploper zijn op het snijvlak tussen circulaire economie en energietransitie. Dit zijn IPKW en Innofase. Het beste voorbeeld op het gebied van circulair energieverbruik is het bedrijventerrein Innofase. Dit bedrijventerrein is een uniek circulair ecosysteem waarbij reststromen uit afval, afvalwater en energie (warmte, stroom) zo veel mogelijk lokaal (onderling tussen bedrijven) worden gebruikt, een zogeheten Energy Hub. In de regio liggen meerdere kansen om op bedrijven- en bedrijventerreinniveau een symbiose te verwezenlijken, waarin wordt gezocht naar een balans tussen de energievraag en overschot tussen terreinen en hun directe omgeving. Zo is bedrijventerrein TPN-West bezig met het opzetten van een Energy Hub en loopt er in Nijmegen een onderzoeksproject naar een Smart Energy Grid die de energievraag in de regio wil koppelen aan de energievoorziening van ARN. Daarbij zijn alle grote industriële bedrijven (intern) bezig met hun strategie voor de energietransitie. Het ene bedrijf is verder gevorderd dan het andere. De belemmeringen in de transitie komen voornamelijk doordat nog niet voor alle bedrijfsprocessen de techniek beschikbaar is om deze te elektrificeren evenals het algemene probleem

13

34

Gasunie (2024) Waterstofnetwerk Nederland. https://www.gasunie.nl/projecten/waterstofnetwerk-nederland

Health van netcongestie. De regio kan een voorbeeld nemen aan Innofase, maar de toepasbaarheid is altijd afhankelijk van het type energiereststromen op het bedrijventerrein, de energiebehoefte van de verschillende gevestigde bedrijven en de bereidheid van de aanwezige bedrijven om samen te werken aan het gezamenlijke circulaire doel. Het ontwikkelen van een energiehub vraagt dus maatwerk, inzicht in de verschillende belangen en een intensieve samenwerking tussen de bedrijven. De bedrijven op IPKW (energie- en milieutechnologie) kunnen hierin een belangrijke rol is spelen. IPKW is op landelijk niveau een voorbeeld met hun kraamkamerinitiatieven in het kader van de energietransitie en circulaire systemen, zowel aan de kant van opwekking, opslag alsook de distributie. Hun innovatieve karakter en aandacht voor ruimte voor circulaire initiatieven kan goed benut worden binnen de circulaire transitie in de regio. Grootverbruikers en industrieën hebben er baat bij om deze ontwikkelingen te gebruiken in de verduurzaming van hun bedrijven. Ieder bedrijf vraagt om maatwerk en een combinatie tussen energie uit wind, zon, waterstof en andere innovaties is essentieel om bedrijfsspecifieke energievraagstukken op te lossen. Het beoogde tracé van het Waterstofnetwerk Nederland (de waterstofbackbone) loopt door de GMR13.

Voor de regio is het interessant om te onderzoeken of dit kansen biedt voor de energietransitie van bedrijventerreinen en industrieën binnen de GMR. Naar het voorbeeld van Innofase is het grotendeels mogelijk om de energietransitie op bestaande bedrijventerreinen ruimtelijk in te passen. Afhankelijk van de bedrijfsspecifieke of bedrijventerreinspecifieke oplossingen is er echter ook ruimte nodig voor o.a. opwekken van duurzame energie (zon, wind), lokale energieopslag en waterstoftanks.

14

Met erkende ziekenhuizen in Arnhem en Nijmegen en het aanbod van zorgonderwijs is er een sterke zorgsector aanwezig in de regio. De zorgsector in heel Nederland is momenteel verantwoordelijk voor 7% van de CO2-uitstoot14. De grootste milieu-impact wordt veroorzaakt door de chemische producten en geneesmiddelen. Veel van deze producten, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen, (wond) verzorgingsmiddelen of medicijnverpakkingen, zijn gemaakt van primaire grondstoffen en worden slechts één keer gebruikt waardoor ziekenhuizen dagelijks een enorme hoeveelheid afval produceren. De zorginstellingen zijn wel bezig met het vormen van circulair beleid, maar zijn ook afhankelijk van het aanbod aan circulaire materialen aan de inkoopzijde en de technische haalbaarheid van hergebruik en recycling aan de afvalzijde. Een veelbelovend initiatief in de Groene Metropoolregio is de innovatieve luierfabriek van ARN, waar luiers en incontinentiemateriaal worden gerecycled. Op dit moment verwerken zij slechts een klein percentage van de totale reststroom van luiers. Hier liggen kansen voor ARN of andere partijen om de productie te verhogen – op dit moment kunnen ze niet alle reststromen verwerken – of zich ook te richten op hergebruikof recycling van andere producten.

De Groene Metropoolregio is binnen Nederland de enige locatie waar deze kennis en technieken aanwezig zijn en ook op Europees niveau worden de ontwikkelingen naar verluid nauw gevolgd. Dit is een kans voor de regio om zich mee te profileren.

RIVM (2022) ‘Het effect van de Nederlandse zorg op het milieu. Methode voor milieuvoetafdruk en voorbeelden voor een goede zorgomgeving’

35

Groene metropoolregio, circulaire topregio: Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten op hmc-locaties in de GMR

Hightech

3.4 ConclusieS

Hightech is voor beide andere topsectoren en verschillende waardeketens in de GMR het verbindende element. De hightech sector is bepalend in het elektrificeren van bestaande en het ontwikkelen van nieuwe productie- en recyclingprocessen. Denk daarbij aan de innovaties op IPKW en NovioTech Campus en de aanwezigheid van NXP als belangrijke schakel in de chipindustrie.

Uit de analyse volgen twee lijnen waarop de regio zich kan focussen: 1) Faciliteer als regio het circulair maken van sturende bedrijven die een aanzienlijk deel van de materiaalstromen vertegenwoordigen; en 2) Combineer kansrijke, omvangrijke materiaal en productieketens (paragraaf Omvangrijke ketens en belangrijkste schakels) met aanwezige kennis en kunde (triple helix) in de regionale topsectoren (paragraaf Energy, health en Hightech).

Voor grote producerende hightechbedrijven geldt dat de grondstoffen (bijvoorbeeld voor semi-conductors) geen grote volumes en massa hebben, maar dat vooral de hulpgrondstoffen (zoals energie, proceswater en chemicaliën) grote impact hebben. Focus op verduurzamen en het circulair maken van het productieproces (en bijbehorende hulpgrondstoffen) heeft daarom prioriteit bij grootschalige hightech bedrijvigheid zoals NXP. Het lokaal opwekken van energie of het gebruiken van een duurzame energiebron en het lokaal realiseren van een kringloop waarin waterstromen en chemicaliën (vaker) hergebruikt kunnen worden, bieden hier de grootste impact voor het milieu. Hiervoor is ruimte nodig voor chemische opslagplaatsen of opslag in de buurt van het huidige bedrijventerrein.

Omvangrijke ketens en belangrijkste schakels Potentiële sleutelrol in de bouwketen: De volledige bouwketen – van winning tot sloop en hergebruik – is aanwezig in en rondom de GMR (en omliggende regio’s zoals de Achterhoek). De aanwezige kennis, expertise en organisatie in de keten biedt kansen om als regio een sleutelrol te spelen bij de transitie naar circulair bouwen in Nederland (en omliggende landen). Interessante partijen voor verdiepende gesprekken over beleid en de uitvoering daarvan zijn o.a. Brick Valley en KNB Keramiek (steenfabrieken), branchekoepel Cascade (zand en grind), Groene Waarden, betoncentrales, VIA-T, HAN, Radboud Universiteit Nijmegen, Van Hall Larenstein, branchevereniging voor landbouwsector. Regionale waardeketens: voor ketens met materialen die weliswaar veel gebruikt worden in de regio, maar waarvoor veel massa nodig is om te kunnen recyclen (zoals textiel, kunststoffen en andere materialen uit bedrijfs- en consumentenafval), is een andere strategie passend. Het is in dit geval logisch om de stromen per regio te verzamelen, schoonmaken en scheiden, en deze vervolgens te bundelen en klaar te maken voor transport naar grootschalige verwerkingslocaties elders. Hier moeten afval- en reststroomverwerking en bijbehorende infrastructuur binnen de regio wel op ingericht worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=e52b7431-09f6-4037-9be1-b930a248c5ff