CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Handhavingsbeleid

Gecombineerde commissie 11 januari 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: (BO) Verlengen termijn handhavingsbeleid & uitvoeringsprogramma en verdagen jaarverslag (Informatienota)29.724 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

€ 3.500

6 maanden

Matig

Dwangsom

€ 500 per verdieping (max. € 2.500)

8 weken

Matig Licht Licht Licht Licht Matig

Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 1.000 per stuk (max. € 5.000) € 250 per stuk (max. € 1.250) € 260 per stuk (max. € 1.300) € 180 per stuk (max. € 900) € 450 per stuk (max. € 2.250) € 1.000 per “ dood eind” (max. € 5.000)

6 weken 4 weken 4 weken 4 weken 4 weken 1 week

Opname rapport ontruimingsalar m (installatie) + ontruimingsplan

Ontruimingsalarminstallatie niet in bedrijf Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud Geen goedgekeurd ontruimingsplan aanwezig Geen registratie aanwezig jaarlijkse ontruimingsoefening

Ernstig Licht Licht Licht

Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 7.500 € 1.250 € 1.250 € 1.250

1 week 8 weken 8 weken 6 maanden

Opname rapport noodverlichtingsinstallatie

Noodverlichtingsinstallatie in goede staat Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud Plaatsen noodverlichting Geen lichtmetingrapport Installatie geeft gevaar tot ontstaan van brand Bedrading en verbindingen niet goed bevestigd Meterkast niet vrij van brandbaar opgeslagen materialen

Ernstig Licht Licht Matig Ernstig Ernstig Licht

Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Bestuursdw Bestuursdw Dwangsom

€ 7.500 € 1.250 € 250 per stuk (max. € 1.250) € 1.00 per gebouw (max. € 5.000)

1 week 8 weken 4 weken 4 weken Onmiddellijk Onmiddellijk Onmiddellijk

€ 1.250

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Opname rapport blusmiddelen

Onvoldoende blusmiddelen aanwezig in bouwwerk  Aanbrengen brandslanghaspel  Aanbrengen kleinblusmiddel Blusmiddelen niet aangeduid met aanduidingssticker Blusmiddelen niet goed bereikbaar Blusmiddelen zonder geldige keuringssticker

Matig

Dwangsom

€ 3.750

Matig Licht Licht

Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 750 per haspel (max. € 3.750) € 150 per stuk (max. € 750) € 500

4 weken 4 weken 8 weken

Licht Matig

Dwangsom Dwangsom

€ 1.250 € 3.750

1 week 4 weken

Droge blusleiding in slechte staat Droge blusleiding niet jaarlijks gekeurd en onderhouden:  Tot 7 verdiepingen  Per verdieping + meer dan 7

Matig

Dwangsom Dwangsom

€ 1.500 per stuk (max. € 7.500)

8 weken 8 weken

Opname rapport sprinklerinstall.

Geen geldig certificaat sprinklerinstallatie Aanbrengen sprinklerinstallatie

Ernstig Licht

Dwangsom Dwangsom

€ 13.750 € 50 per m2 (max. € 250)

8 weken 6 maanden

Opname rapport brandkranen + ander bluswatervindplaatsen

Bluswatervoorzieningen in slechte staat

Matig

Dwangsom

4 weken

Bluswatervoorzieningen niet goed bereikbaar

Matig

Dwangsom

€ 750 per bluswatervoorziening (max. € 3.750) € 750 per bluswatervoorziening (max. € 3.750)

Opname rapport overdrukinstallatie

Op de betreffende deuren zijn niet de juiste teksten aangebracht Geen geldig certificaat aanwezig van de installatie Registratie van de jaarlijkse controle en onderhoud niet aanwezig

Licht

Dwangsom

€ 50 per deur (max. € 250)

4 weken

Ernstig

Dwangsom

€ 2.750 per trappenhuis (max. 13.750)

8 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Opname rapport rook-/warmte afvoerinstallatie

Geen certificaat installatie Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie

Matig Licht

Dwangsom Dwangsom

€ 3.750 € 1.250

8 weken 8 weken

Opname rapport brandweerliften

Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Opname rapport roltrappen

Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Opname rapport droge blusleiding

Licht Licht

€ 330 (max. € 1.650) € 25 (max. 125)

Onmiddellijk

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Opname rapport afvoer van rook

Voorzieningen rookafvoer voldoen niet aan de gestelde eisen

Ernstig

Bestuursdw

Onmiddellijk

Opname rapport verwarming en kookdoeleinden

Gevaar ontstaan brand door kookinstallatie Gevaar ontstaan brand door verwarmingsinstallatie Stookruimte niet vrij van brandbare opgeslagen materialen Stooktoestellen zijn niet vrij van brandbare materialen Geen passende deksel bij frituur aanwezig Deksel frituur niet op bereikbare plaats Gasmeterruimte niet voorzien van aanduiding “ HOOFDAFSLUITER GAS”

Ernstig Ernstig

Bestuursdw Bestuursdw

Onmiddellijk Onmiddellijk

Ernstig

Bestuursdw

Onmiddellijk

Ernstig

Bestuursdw

Onmiddellijk

Licht Licht Licht

Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 100 per deksel (max. € 500) € 100 per deksel (max. € 500) € 50 per stuk (max. € 250)

Onmiddellijk Onmiddellijk 8 weken

Opname rapport roken en open vuur

Voorzieningen tegen het gevaar agv roken en/of open vuur niet voldoende Kaarsen niet toegepast op veilige manier

Matig

Dwangsom

€ 1.250 (max. € 6.250)

Onmiddellijk

Licht

Dwangsom

€ 250 per kaars (max. € 1.250)

Onmiddellijk

Opname rapport stoffering en versiering

Maatregelen mbt stoffering en versiering onvoldoende Warmtebronnen niet vrij van stoffering en versiering Plafondversiering minimaal 2,5 meter van de vloer Aanwezige stoffering en versiering is gemakkelijk ontvlambaar

Matig

Dwangsom

€ 750 per ruimte (max. € 3.750)

Onmiddellijk

Matig

Dwangsom

€ 750 per ruimte (max. € 3.750)

Onmiddellijk

Matig

Dwangsom

€ 750 per ruimte (max. € 3.750)

Onmiddellijk

Matig

Dwangsom

€ 750 per ruimte (max. € 3.750)

Onmiddellijk

Opname rapport bereikbaarheid

Verbindingswegen/opstelplaatsen op eigen terrein niet voldoende vrij van obstakels

Ernstig

Dwangsom

€ 1.500 per verbindingsweg/opstelplaats (max. € 7.500)

8 weken

Opname rapport documenten, rapportages ed

Bouwkundige voorzieningen:  Geen certificaten aanwezig van de afgedichte sparingen  Geen rapport aanwezig vd uitgangspunten voor gelijkwaardige oplossing  Geen rapport aanwezig vd uitgangspunten “ beheersbaarheid brand”

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Ernstig

Dwangsom

€ 13.750

8 weken

Ernstig

Dwangsom

€ 13.750

8 weken

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Rapporten met uitgangspunten zijn ouder als 1 jaar Blusmiddelen:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Droge blusleiding:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Sprinklerinstallatie:  Geen geldig certificaat Brandmeldinstallatie:  Geen geldig certificaat  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Ontruimingsinstallatie:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie  Geen goedgekeurd ontruimingsplan aanwezig in gebouwdossier  Geen registratie jaarlijkse ontruimingsoefening Noodverlichtingsinstallatie:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Luchtbehandelinginstallatie:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Roltrappen:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud terugloopruimte

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Matig Licht

Dwangsom Dwangsom

€ 3.750 € 1.250

8 weken 8 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

4 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

6 maanden

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Overdrukinstallatie:  Geen geldig certificaat  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Rook-/warmte afvoer installatie:  Geen geldig certificaat  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Brandweerlift:  Geen registratie jaarlijkse controle en onderhoud installatie Aanvullende behandeling op constructieonderdeel mbt prestatie-eisen:  Geen geldig certificaat TOOM

Overschrijding van het maximaal aantal onechte / ongewenste meldingen

Matig Licht

Dwangsom Dwangsom

€ 3.750 € 1.250

8 weken 8 weken

Matig Licht

Dwangsom Dwangsom

€ 3.750 € 1.250

8 weken 8 weken

Licht

Dwangsom

€ 1.250

8 weken

Matig

Dwangsom

€ 3.750

8 weken

Ernstig

Dwangsom

€ 12.000

n.v.t.

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Deel Milieu Compartiment

Vergunning / overtreding

Kwalificatie

Sanctie

Hoogte dwangsom

Begunstigingstermijn

Algemeen

In werking zonder (toereikende) melding / vergunning, geen aanvraag en geen opzet In werking zonder (toereikende) melding / vergunning, geen aanvraag en geen aanvraag willen doen Niet indienen of tijdig indienen van rapporten Mestbassin niet overeenkomstig de bouwtechnische richtlijnen

Matig

Dwangsom

Ernstig

Dwangsom Bestuursdwang

4 weken 8 weken 4 weken

Matig Matig

Dwangsom Dwangsom

Melding: € 1.000 Vergunning: € 5.000 Melding: € 2.000 Vergunning: uiteindelijk sluiting of reparatoir optreden OM € 5.000 per rapport € 1.250 per week, maximaal 4x verbeuren

Keuring tank(s) niet uitgevoerd Vloer:  Niet aanwezig  Niet in orde (oa certificaat) Lekbak:  Niet aanwezig  Niet in orde Stoffen / lozingen in bodem; vervuilend en spoed vereist Stoffen / lozingen in bodem; niet of nauwelijks vervuilend, niet spoedeisend Lekke leidingen veroorzaken bodemvervuiling, spoedeisend Vaatwerk / accu’s niet in een lekbak Tank niet tegen aanrijden beschermd:  Vloeibare brandstoffen (PGS 30)  Samengeperste gassen Water / sludge controle niet uitgevoerd (inclusief grondwatermonitoring) Financiële zekerheid

Licht

Dwangsom

€ 1.750 per tank

4 weken

Matig Matig

Dwangsom Dwangsom

€ 100 per m2 € 50 per m2

8 weken 4 weken

Matig Matig Ernstig

Dwangsom Dwangsom Bestuursdwang (+ PV) Dwangsom

€ 1.000 € 1.000

4 weken 4 weken Per direct

€ 500

4 weken

Bodem

Licht Ernstig

4 weken 4 weken

Licht

Bestuursdwang (+ PV) Dwangsom

Per direct € 500 per overtreding

1 week

Matig Matig Matig

Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 1.000 € 2.500 € 1.000 per overtreding

8 weken 4 weken 4 weken

Matig

Dwangsom

€ 1.750 per tank

4 weken

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Lucht

Water

Overschrijding emissie-eisen Metingen niet correct uitgevoerd Rook / gasafvoer niet conform BEES / BEMS Emissiepunt niet op juiste hoogte Onderzoek emissiebeperkingen niet uitgevoerd Voorschriften stankhinder niet naleven / geuroverlast veroorzaken Keuring dampretour stage II Luchtwasser verkeerd geïnstalleerd of niet goed gebruikt

Matig/zwaar Matig Matig Matig Matig

Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 2.500 per overschrijding € 2.500 per benodigde meting € 2.000 € 2.500 € 2.500

2 weken 4 weken 4 weken 8 weken 4 weken

Matig

Dwangsom

Afhankelijk bron

4 weken

Matig Matig

Dwangsom Dwangsom

€ 1.000 € 2.500

4 weken 2 weken

Lozen afvalwater zonder of in strijd met de vergunning / melding

Ernstig

€ 1.000

1 week

Olie / water / slib / vet- afscheider niet (tijdig) legen Niet meten of niet aanleveren van de analyses Monster(controle)voorziening niet aanwezig Overschrijding emissie-eisen (parameter afhankelijk)

Matig

Bestuursdwang (+ PV) Bestuursdwang (+ PV) Dwangsom

Matig

Dwangsom

€ 1.000

4 weken

Matig Afhankelijk soort emissie

Dwangsom Dwangsom Bestuursdwang

€ 2.000 Afhankelijk bron / stoffen

4 weken Per direct tot 4 weken; Afhankelijk bron / stoffen

Overschrijding geluidsniveau; incidenteel Overschrijding geluidsniveau; structureel

Matig Matig

Dwangsom Dwangsom

1 week 1 week

Voorschriften mbt gedrag worden niet nageleefd

Matig

Dwangsom

€ 1.000 € 2.500 per overtreding, maximaal 4x (€ 10.000) € 750 per overtreding

Matig

Geluid (en trillingen)

Per direct 1 week

Per direct

Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV

Afval

Veiligheid

Opslag gevaarlijke afvalstoffen niet overeenkomstig voorschriften Niet correct afvoeren gevaarlijke afvalstoffen Verbranden afvalstoffen binnen de inrichting

Matig

Dwangsom

€ 1.250 per overtreding; maximaal 4x (€ 10.000) € 2.000 per afvalstroom € 2.000 per verbranding

4 weken

Matig Matig

Zwerfafval

Licht

Dwangsom Dwangsom (+ PV) Dwangsom

€ 250 per overtreding in 1x verbeuren

Per direct

Opslag gevaarlijke stoffen niet conform voorschriften Ontbreken gevaaraanduidingen Constructie onvoldoende brandwerend

Matig

Dwangsom

4 weken

Dwangsom Dwangsom

€ 1.250 per overtreding; maximaal 4x (€ 10.000) € 100 per bordje per overtreding € 5.000

Licht Matig

Per direct 2 weken

1 week 8 weken

Deel RO / Bouwen Compartiment

Vergunning / overtreding

Kwalificatie

Sanctie

Hoogte dwangsom

Begunstigingstermijn

Ruimtelijke inrichting en bouw

Illegale steiger aangebracht Illegale bebouwing

Licht Licht Matig Ernstig Licht Matig Ernstig

Dwangsom Dwangsom

€ 500 Maximaal € 5.000 Maximaal € 15.000 Maximaal € 25.000 Maximaal € 5.000 Maximaal € 15.000 Maximaal € 25.000

4 weken Minimaal 4 weken Minimaal 6 weken Minimaal 8 weken Minimaal 4 weken Minimaal 6 weken Minimaal 8 weken

Ernstig Licht Matig Ernstig

Dwangsom Dwangsom

Maximaal € 25.000 Maximaal € 5.000 Maximaal € 15.000 Maximaal € 25.000

Minimaal 6 weken Minimaal 4 weken Minimaal 6 weken Minimaal 8 weken

Bouwen / slopen zonder of in afwijking van een vergunning Illegaal gebruik

Illegale bewoning (bij)gebouwen Overig illegaal gebruik

Dwangsom

RAPPORT

PROTOCOLLENBOEK ONDERLINGE SAMENWERKING Gemeente Doesburg en Veiligheidsregio Gelderland-Midden Versie 09-12-2015

INHOUDSOPGAVE Algemeen en ondertekening ................................................................................................................ 3 Werkwijzers ............................................................................................................................................ 5 Taakverdeling en verantwoordelijkheden ........................................................................................... 6 Kwaliteitseisen: GEM ............................................................................................................................ 9 Kwaliteitseisen: RB ............................................................................................................................. 10 Protocol 1. Omgevingsvergunning .................................................................................................... 12 Protocol 2. Melding Brandveilig gebruik ........................................................................................... 15 Protocol 3. Klachten en TOOM m.b.t. brandveilig gebruik van gebouwen ................................... 17 Protocol 4. Advisering Ruimte en veiligheid .................................................................................... 18 Protocol 5. Evenementen ....................................................................................................................

18 Bijlage I. Protocollen omgevingsvergunning ................................................................................... 20 Bijlage II. Melding Brandveilig gebruik ............................................................................................. 32 Bijlage III. Advisering ruimte en veiligheid ....................................................................................... 37 Bijlage IV. Advisering en toezicht evenementen .............................................................................. 40 Bijlage V. Standaard adviezen A-evenementen................................................................................ 43 Bijlage VI. Hercontrole ........................................................................................................................ 57 Bijlage VII. Implementatie ................................................................................................................... 58

2

Algemeen Dit protocollenboek is opgesteld naar aanleiding van de overdrachtsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. In deze overdrachtsovereenkomst is aangegeven dat de voorkomende taken in werkafspraken en protocollen uitgewerkt worden. Met dit protocollenboek worden de meest voorkomende werkzaamheden beschreven. De werkzaamheden voortvloeiend uit eenmalige opdrachten maken geen onderdeel uit van dit protocol In dit protocollenboek worden de werkzaamheden van advisering, toezicht en handhaving weergeven die gebruikt worden in de uitvoering van het betreffende onderdeel. De doelstelling is om ervoor te zorgen dat er duidelijk en eenduidigheid ontstaat in de werkwijze tussen de medewerkers van de gemeentes, omgevingsdiensten en VGGM. De gemaakte werkafspraken dienen helder en transparant te zijn zodat voor alle betrokken partijen duidelijk is wat er van elkaar verwacht wordt. Het protocollenboek is als volgt opgebouwd: Allereerst zullen de protocollen van de omgevingsvergunning aan bod komen, namelijk advisering, toezicht en handhaving. Vervolgens zullen de protocollen van melding brandveilig gebruik aan bod komen, advisering en toezicht. Daarna de protocollen van de verwerking van de klachten met betrekking tot brandveilig gebruik van gebouwen.

Als een na laatste komt het protocol advisering van ruimte en veiligheid aan bod. Daarnaast is er ook een protocol over evenementen. In de bijlage zijn relevante documenten van de protocollen, ter informatie, bijgevoegd. Het gaat hierbij over de gevolgklassen van de Eurocodes vanuit de NEN-EN 1990, memo anti-kraak, voorschriften vreugdevuur, voorwaarden slapen in niet-slaapgebouwen, de maatlat ruimtelijke ordening en veiligheid en standaard A-evenementen.

Begrippenverklaring APV BBV BOR B&W RB VGGM GEM WABO TOOM

Algemeen Plaatselijke Verordening Brandbeveiligingsverordening Besluit omgevingsrecht Burgemeester en Wethouders (eindverantwoordelijk) Afdeling Risicobeheersing, Brandweer Gelderland- Midden, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland- Midden (VGGM) Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Gemeente en/of Omgevingsdienst Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Terugdringen onterechte en onechte meldingen

Betrokken partijen 

Brandweer Gelderland- Midden, afdeling Risicobeheersing. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (voor evenementen)

De gemeenten: Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar, Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen.

3

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA): Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar.

Omgevingsdienst de Vallei (ODDV) met de daarbij horende gemeenten: Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen.

Omgevingsdienst Regio Nijmegen t.b.v. de BRZO inrichtingen

4

Werkwijzers Werkplan ‘Toezicht brandveiligheid’ Eurocodes NEN-EN 1990 (bijlage 1) Het document (EN 1990:2002) is opgesteld door Technische Commissie CEN/TC 250 "Structural Eurocodes". Deze zijn in officieel in Nederlandse normen verwerkt door het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN). Dit is de nationale normalisatie-instelling voor Nederland. Het NEN bevordert Europese en mondiale normen en de toepassing van die normen. De Eurocodes zijn door de Lidstaten van de EU erkent in de hoedanigheid van verwijzingsdocumenten en dient als middel om aan te tonen dat gebouwen en civieltechnische werken voldoen aan de fundamentele eisen van de Richtlijn van de Raad 89/106/EEEG, in dit geval in het bijzonder aan de fundamentele eis nummer 2: Veiligheid in geval van brand. Via deze eis moet zijn gegarandeerd dat, in geval van brand:  De draagkracht van de constructie verzekerd blijft gedurende een specifieke tijdsduur  De ontwikkeling en verspreiding van vuur en rook binnen het bouwwerk beperkt zijn  De brandoverslag naar andere aangrenzende bouwwerken beperkt is  Gebruikers het bouwwerk kunnen verlaten of via andere middelen kunnen worden gered  Rekening is gehouden met de veiligheid van reddingsploegen. Bouwbesluit 2012 Besluit van 29 augustus 2011 houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken.

De voorschriften zijn onder andere gebaseerd op de NEN-EN normen. Het bouwbesluit is opgesteld en vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Bouwbesluit 2012 is als volgt opgebouwd:  Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen  Hoofdstuk 2. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid  Hoofdstuk 3. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid  Hoofdstuk 4. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van bruikbaarheid  Hoofdstuk 5. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu, nieuwbouw  Hoofdstuk 6. Voorschriften inzake installaties  Hoofdstuk 7. Voorschriften inzake het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen  Hoofdstuk 8. Bouw- en slotbepalingen  Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen  Bijlages Wettelijke taak brandweer en afstemming bij geen overeenstemming In de omgang met het advies van de brandweer dient rekening te worden gehouden met de wettelijkeen advies taken die aan de brandweer als instituut zijn opgedragen. Ter waarborging van de wettelijke – en advies verantwoordelijkheden van de brandweer zal dit, indien ambtelijk geen overeenstemming kan worden bereikt over een uitgebracht advies, aan de betreffende portefeuillehouders ter besluitvorming worden voorgelegd.

5

Taakverdeling en verantwoordelijkheden Taakverdeling en verantwoordelijkheden; Advisering & toezicht omgevingsvergunningen (protocol 1) 1. GEM is verantwoordelijk voor de totale uitvoering omgevingsvergunningstelsel. De gemeente is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van beleid en de verlening van omgevingsvergunningen; 2. GEM is verder verantwoordelijk voor de beoordeling van:  De complete ontvankelijkheidstoets, met dien verstande dat de inhoudelijke volledigheidstoets betreffende brandveiligheid uitgevoerd wordt door RB o.b.v. NEN-EN 1990, van aanvragen om omgevingsvergunningen;  mogelijk advies van RB o.b.v. Eurocodes NEN-EN 1990 (bijlage 1), van aanvragen om omgevingsvergunningen;  De aanvragen om omgevingsvergunning ten aanzien van de minimale brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit 2012 en het gemeentelijk beleid, (inclusief afwijkend gebruik ten opzichte van het reguliere gebruik bijvoorbeeld slapen in school- en sportgebouwen en antikraak);  De voorwaarden die aan een omgevingsvergunning verbonden moeten worden, voor zover dit formeel mogelijk is;  De uitvoering van de controle op de uitvoering, van bouwwerken op alle gestelde voorwaarden in de omgevingsvergunning, in het kader van advies m.b.t. brandveiligheid wordt RB, waar nodig, door GEM uitgenodigd;  De uitvoering van de handhaving op basis van het toezicht traject. De GEM is handhavende partij. 3.

RB is verantwoordelijk voor de brandpreventieve advisering en op verzoek van GEM, toezicht van aanvragen die aan RB worden voorgelegd. Daarbij is het nadrukkelijk voor RB van belang dat er een relatie gelegd wordt met enerzijds de volgende schakel in de veiligheidsketen: repressie en anderzijds met het toezicht op (brandveilig) gebruik dat volgt wanneer het object afgebouwd is (i.h.k.v. bereikbaarheidskaarten).

Taakverdeling en verantwoordelijkheden; Melding brandveilig gebruik (protocol 2) 1. GEM is verantwoordelijk voor de service (informatie) richting de aanvrager betreffende de melding. Indien nodig wordt aanvrager verwezen naar RB; 2. GEM is verantwoordelijk voor de coördinatie betreffende het accepteren of afwijzen van een melding; 3. RB is op aanvraag van GEM verantwoordelijk voor de inhoudelijke beoordeling van meldingen Brandveilig gebruik; 4. GEM verzorgt de correspondentie rond de melding Brandveilig gebruik tot en met de acceptatie of afwijzing van de melding.

5. RB is verantwoordelijk voor:    

advies leveren over de veiligheidseisen conform het Bouwbesluit 2012; terug te vinden in bijlage II. voorwaarden die aan een melding brandveilig gebruik verbonden worden, voor zover dit formeel mogelijk is; Het geven van adviezen bij het opstellen van brandveiligheidsbeleid dat in het kader van het omgevingsvergunningstelsel wordt ontwikkeld door GEM periodieke controles op de naleving van de melding, overeenkomstig het werkplan “Toezicht brandveiligheid’.

6

Taakverdeling en verantwoordelijkheden; Klachten met betrekking tot het brandveilig gebruik van gebouwen (protocol 3) 1. GEM is verantwoordelijk voor het registeren van de klacht; 2. GEM is verantwoordelijk voor de coördinatie betreffende andere vergunningen en toestemmingen aangaande de klacht; 3. GEM is verantwoordelijk voor het aanschrijvingstraject dat erop gericht is de geconstateerde gebreken die een brandonveilige situatie inhouden op te heffen; 4. RB is op aanvraag van GEM verantwoordelijk voor de inspecties naar aanleiding van klachten; 5. RB is verantwoordelijk voor het opmaken van het rapport van de brandonveilige situatie en een brandpreventief advies hierover. 6. GEM handelt klacht af.

Taakverdeling en verantwoordelijkheden; Advies ruimte en veiligheid (protocol 4) 1. De gemeente stelt ruimtelijke visies, plannen en projecten op, actualiseert en stelt visies, plannen en projecten vast. De gemeente is eindverantwoordelijk voor de volledige procesgang van ruimtelijke visies, plannen en projecten; VGGM wordt in de gelegenheid gesteld hierop te adviseren; 2. De gemeente vraagt advies aan bij VGGM. RB is verantwoordelijk voor de coördinatie betreffende het uitzetten van een aanvraag binnen VGGM 3. VGGM brengt advies uit op het gebied van veiligheid en gezondheid bij ruimtelijke en infrastructurele visies, plannen en projecten in een gemeente. 4. Afhankelijk van de planfase, brengt VGGM advies uit op: (MEMO VGGM input RO plannen)  Haalbaarheidstoetsing (ruimtelijk) initiatief (o.a. QuickScans);  Besluiten: procedures die volgen uit ruimtelijk en infrastructurele wet- en regelgeving (o.a. ruimtelijk besluit, omgevingsbesluit, verkeersbesluit, etc.);  Projecten: - Gebiedsprocessen: inrichting technische uitwerking van een ruimtelijke ontwikkeling (o.a. gebiedsontwikkeling, herinrichting/-structurering, nieuwbouw); - Infrastructurele processen: inrichting technische uitwerking van infrastructuur (weg, spoor en water) 5. VGGM is verantwoordelijk voor het advies aan de gemeente.

Het advies van VGGM met betrekking tot veiligheid en gezondheid kent een tweeledig doel:  het proces en de gewenste en vereiste (wettelijke) procedures zorgvuldig en vlot te laten doorlopen  het - op het juiste abstractie/detail niveau - afwegen, borgen en realiseren van maatregelen op het gebied van ramp- en incidentbestrijding en de (zelf) redzaamheid van (toekomstige) gebruikers ter optimalisatie van de veiligheid en gezondheid. 6. VGGM brengt advies uit inzake omgevingsveiligheid (o.a. Bevi, BRZO & bedrijfsbrandweer).

Taakverdeling en verantwoordelijkheden; Advies evenementen en aanvragen op grond van de APV/BBV (protocol 5) 1. de vergunningverleners APV van de desbetreffende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de afgifte van evenementenvergunningen; en vergunningen/ meldingen op grond van de BBV

7

2. de vergunningverleners APV van de desbetreffende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de ontvankelijkheidstoets van aanvragen evenementenvergunning en vergunningen/ meldingen op grond van de BBV met betrekking tot de ingediende gegevens; 3. de vergunningverleners APV van de desbetreffende gemeenten initiëren bij aanvragen voor grote evenementen een multidisciplinair evenementencoördinatie overleg, waarin een risicoanalyse wordt uitgevoerd op basis waarvan de advisering op de aanvraag voortvloeit; van de kant van de VGGM zal een medewerker aansluiten. Een en ander zoals is vastgelegd in het Regionaal kader Evenementenveiligheid; 4. VGGM geeft advies over de interne en externe veiligheid, met betrekking tot gezondheid en brandveiligheid, aan de evenementenvergunningen en vergunningen/ meldingen op grond van de BBV verbonden moeten worden. Voor A-evenementen zal zover als mogelijk gebruik gemaakt worden van standaard adviezen, voor B- en C-evenementen zal maatwerk geleverd worden; 5. VGGM geeft advies op basis van de brandbeveiligingsverordening / Bouwbesluit 2012 of het noodzakelijk is dat de aanvrager tevens een tijdelijke gebruiksvergunning aanvraagt. Voor Aevenementen zal zover als mogelijk gebruik gemaakt worden van standaard adviezen, voor B- en C-evenementen zal maatwerk geleverd worden; 6.

VGGM adviseert de gemeente over de uitvoering van de veiligheidsvoorzieningen op de locatie;

8

Kwaliteitseisen: GEM Kwaliteitseisen GEM: Advisering, toezicht en handhaving omgevingsvergunning 1. Draagt zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijk juiste beoordelingsverzoeken. 2. Doet het beoordelingsverzoek voor alle aanvragen inclusief de naam van de behandelende GEM medewerker; 3. Wanneer GEM dit noodzakelijk acht, informeert RB op 3 momenten tijdens het bouwproces:  de start van de uitvoering van de afgegeven vergunning i.v.m. reserveren capaciteit toezicht,  gereed ruwbouw,  oplevering,  Handhaving. Kwaliteitseisen GEM: Melding brandveilig gebruik 1. Draagt zorg voor complete digitale toezending aan RB van de ontvangen melding. 2. Levert later ingediende stukken zo spoedig mogelijk digitaal aan RB aan. 3. Draagt zorgt voor de verwerking van de melding brandveilig gebruik; 4. Adviseert de melder betreffende de juridische aspecten tijdens het afhandelen van een melding Brandveilig gebruik en draagt daarbij zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijke juiste adviezen. Kwaliteitseisen Gem: Advies ruimte en veiligheid 1. Draagt zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijk juiste beoordelingsverzoeken. 2. Doet het beoordelingsverzoek voor alle aanvragen; 3. Vermeld plangebied/objectnaam, adres en postcode, eventueel korte omschrijving en de naam van de behandelend ambtenaar die voor het inwinnen van nadere informatie kan worden benaderd; 4.

Levert minimaal een kaart met het plangebied, beschrijving plan (doelstelling plan, huidige situatie en toekomstige situatie) en, ingeval van adviesaanvraag omgevingsveiligheid, (externe veiligheid) een onderzoek rapportage/verslag omgevingsveiligheid. Kwaliteitseisen GEM: Advies en toezicht evenementen 1. zorgt voor complete, eenduidige en inhoudelijk juiste beoordelingsverzoeken; 2. doet het adviesverzoek voor alle aanvragen via e-mail evenementen@vggm.nl, voorzien van datum stempel, vergunning/zaaknummer, naam evenement, adres en postcode; 3. levert de aanvraag gegevens aan zodat VGGM het evenement op de evenementenkalender plaatst; 4. zorgt voor archivering evenementenvergunningen en zorgt dat de dossiers up-to-date en compleet zijn; 5. zorgt voor verwerking van dit protocol in de werkprocessen van de gemeente en instructie van de betrokken werknemers; 6. draagt zorg voor complete toezending aan VGGM van de ontvangen melding (voor het aspect brandveilig gebruik) digitaal. 7. levert later ingediende stukken zo spoedig mogelijk digitaal aan VGGM aan. Deze stukken dienen eveneens te zijn voorzien van een stempel met de datum van ontvangst, vergunning/zaaknummer, naam evenement, adres en postcode; 8. draagt zorgt voor de verwerking van de vergunning brandveilig gebruik volgens de werkprocessen van de gemeente; 9.

adviseert betreffende de juridische aspecten tijdens het afhandelen van een melding Brandveilig gebruik en draagt daarbij zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijke juiste adviezen;

10. Wanneer GEM dit noodzakelijk acht, informeert RB op 4 momenten tijdens het proces:

9

   

de start van de uitvoering van de afgegeven vergunning i.v.m. reserveren capaciteit toezicht; schouw voor start; einde evenement; handhaving

Kwaliteitseisen: RB Kwaliteitseisen RB: Advisering & toezicht omgevingsvergunning 1. Draagt zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijk juiste adviezen, daaronder wordt mede begrepen de interne afstemming (bijvoorbeeld Externe Veiligheid / BRZO). 2. Brengt digitaal een brandveiligheidsadvies uit aan GEM, met vermelding van dossiernummer van de omgevingsvergunning. Bij het constateren van strijdigheid wordt bij de beoordeling brandveiligheid het betreffende artikel van het Bouwbesluit 2012 aangegeven. De adviezen van RB worden ondertekend door het afdelingshoofd Risicobeheersing; 3. Adviseert binnen maximaal 10 werkdagen zo mogelijk eerder met een minimum van 5 dagen; deze adviestermijn kan in bepaalde gevallen na goedkeuring van GEM worden verlengd; 4. Opstellen advies en voorwaarden voor het verstrekken van de omgevingsvergunning. (gebaseerd op de, redactionele, voorwaarden- en vergunningenopzet van GEM) zodat de noodzakelijke voorzieningen getroffen kunnen worden zodanig dat deze integraal in de omgevingsvergunning overgenomen kunnen worden; 5. Heeft geen overleg/ besprekingsmoment met aanvrager, tenzij dit door GEM is afgestemd en terugkoppeling naar GEM plaatsvindt. 6. Zorgt voor de uitvoering van de noodzakelijke controles en inspecties voor de omgevingsvergunningen op aanvraag van GEM; 7. Adviseert over de vastgestelde afwijkingen ten opzichte van de vergunning.

Eventueel onderbouwd met een toezichtsrapport; 8. Draagt zorg voor overdracht van alle relevante informatie in het kader van de omgevingsvergunning (voor het aspect brandveilig gebruik), zodat GEM beschikt over een compleet dossier. Kwaliteitseisen RB: Meldingen Brandveilig gebruik 1. Draagt zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijke juiste adviezen; 2. Baseert adviezen op wettelijk vastgelegde toetsingskaders; 3. Bij het constateren van strijdigheid wordt bij de beoordeling brandveiligheid het betreffende artikel van het Bouwbesluit 2012 aangegeven. Bij wijzigingen ten opzichte van de eerder geaccepteerde melding is een nieuwe melding nodig; 4. Stelt binnen 20 werkdagen voor bestaande bouw en 10 werkdagen voor nieuwbouw, na volledige ontvankelijkheid, het conceptadvies en de algemene en specifieke voorwaarden en voorschriften voor het al dan niet aannemen of afwijzen van een melding o.b.v. bouwbesluit 2012 (voor het aspect brandveilig gebruik) (gebaseerd op de, redactionele, voorwaarden- en vergunningenopzet van GEM) zodanig op dat deze integraal (voor het aspect brandveilig gebruik) overgenomen kunnen worden; 5. Doet geen toezeggingen en/of stelt geen voorwaarden aan een ontwikkelaar, aanvrager of installateur en heeft geen overleg. Bespreekmomenten met de aanvrager, tenzij dit met GEM is afgestemd en terugkoppeling naar GEM plaatsvindt.

Kwaliteitseisen RB: Klachten met betrekking tot brandveilig gebruik van gebouwen 1. Neemt klacht met betrekking tot brandveilig gebruik van gebouwen uitgezet door GEM in ontvangst 2. Volgt een klacht (m.u.v. spoed) binnen vier weken op door:  Binnen 5 dagen contact op te nemen met de klager of betrokken derde partij;

10

 

zo nodig ter plekke een inspectie uit te voeren; een rapport hiervan op te maken die door GEM mogelijk voor verdere handhaving gebruikt wordt. 3. Stelt bij de inspecties de geconstateerde tekortkomingen op het gebied van de brandveiligheid vast. Daarbij verwijzend naar GEM voor de noodzakelijke afstemming en vergunningprocedures; 4. Stelt een rapport in de vorm van een brief aan klager en/of derde betrokken partij op bestaande uit een gebrekenlijst. Verzendt brief naar GEM. Kwaliteitseisen RB: Ruimte en veiligheid 1. Draagt zorg voor complete, inhoudelijk eenduidige adviezen, daaronder wordt mede begrepen de interne afstemming. 2. De multidisciplinair afgestemde adviezen (tussen GHOR, GGD, Brandweer) van RB worden ondertekend door één van de directeuren VGGM als ook de adviezen die betrekking hebben op omgevingsveiligheid (externe veiligheid); 3. De overige adviezen van RB worden ondertekend door het afdelingshoofd Risicobeheersing; 4. Adviseert binnen een redelijke termijn van vier weken, tenzij er sprake is van wettelijke termijnen dan worden die gehanteerd. 5. Geeft advies op het gebied van veiligheid en gezondheid in bij het tot stand komen van een ruimtelijk project in een gemeente.

Deze inbreng heeft een tweeledig doel:  Het zorgvuldig en vlot laten doorlopen van het planproces en de benodigde (wettelijke) procedures;  Het afwegen (in het besluitvormingsproces), borgen en realiseren van maatregelen op het gebied van ramp- en incidentbestrijding en de (zelf)redzaamheid van (toekomstige) gebruikers op het geschikte abstractie/detail niveau. Kwaliteitseisen RB: Evenementen en vergunningen/ meldingen op grond van de BBV 1. draagt zorg voor complete, eenduidige en inhoudelijke juiste adviezen; 2. brengt door middel van e-mail advies uit aan de medewerker van Gemeente, met vermelding van dossiernummer van de evenementenvergunning; 3. gebruikt voor standaard vergunningen zoveel mogelijk standaard adviezen. Zo ontstaat uiteindelijk een situatie waarin bijstand van VGGM beperkt wordt tot gevallen waarin dat toegevoegde waarde heeft. In geval van twijfel zal in andere eenvoudiger gevallen de expertise van VGGM ingeroepen worden; 4. adviseert , m.u.v. C-evenementen, binnen 10 werkdagen na ontvangst van de adviesaanvraag door VGGM; deze adviestermijn kan in bepaalde gevallen na goedkeuring van GEM worden verlengd; 5. geeft advies om voorwaarden te verbinden aan evenementenvergunningen zodanig dat deze onverkort zijn over te nemen; 6. geeft bij constateren van strijdigheid met de regelgeving het betreffende artikel van de betreffende regelgeving aan; 7.

draagt zorg voor digitale overdracht van alle relevante informatie in het kader van de aanvraag evenementenvergunning, zodat GEM/Gemeente beschikt over een compleet dossier;

11

Protocol 1. Omgevingsvergunning Advies omgevingsvergunning

Regulier Stap

TAAK vanaf datum indiening

GEM

RB

Indien noodzakelijk: behandelt een verzoek door of namens de aanvrager over het houden van een vooroverleg als voorloper van de aanvraag om een omgevingsvergunning reguliere procedure gezamenlijk met RB, voor zover externe brandveiligheidsaspecten aan de orde zijn.

X

X

Indien van toepassing: maakt een verslag van het vooroverleg zodat juridische consequenties toetsbaar zijn te maken als dat achteraf nodig blijkt en zendt deze, als RB aanwezig was bij bespreking, aan RB.

X

Indien van toepassing: bij ontvankelijkheidstoets door RB, bij uitzondering zie kwaliteitseisen, GEM zendt aanvraag naar RB.

X

1.

Verzoekt RB om een brandveiligheidsadvies omgevingsvergunning regulier, eventueel via de OLO.

X

2.

Digitaal advies volgens vastgesteld VGGM format.

3.

Verzenden bericht van behandeling / verzoek om aanvulling Doorsturen aanvullingen naar RB.

4.

Opnemen situatie ter plaatse, bij aanvragen brandveilig gebruik in bestaande gebouwen, Inhoudelijke beoordeling aanvraag, schriftelijke rapportage aan GEM.

PM

Optioneel behandelen bezwaar en beroep (OD of Gemeente).

X

5.

Start traject Toezicht.

X

12

X

X X X

Uitgebreid Stap

TAAK vanaf datum indiening

GEM

RB

Indien noodzakelijk: behandelt een verzoek door of namens de aanvrager over het houden van een vooroverleg als voorloper van de aanvraag om een omgevingsvergunning uitgebreide procedure voor het aspect milieu gezamenlijk met RB, voor zover externe brandveiligheidsaspecten aan de orde zijn.

X

X

Indien van toepassing: maakt een verslag van het vooroverleg zodat juridische consequenties toetsbaar zijn te maken als dat achteraf nodig blijkt en zendt deze, als RB aanwezig was bij bespreking, aan RB.

X

1

Neemt aanvraag omgevingsvergunning uitgebreid in ontvangst en toetst de ontvankelijkheid. Bij uitzondering zie kwaliteitseisen

X

2

Verzoekt RB om een brandveiligheidsadvies omgevingsvergunning uitgebreid.

X

3

Digitaal advies volgens vastgesteld VGGM format.

4

Verzenden bericht van behandeling / verzoek om aanvulling Doorsturen aanvullingen naar RB.

5

Opnemen situatie ter plaatse, inhoudelijke beoordeling aanvraag, schriftelijke rapportage aan aanvrager en GEM.

6

Optioneel: Gelijktijdig met ter visie leggen ontwerp omgevingsvergunning controle op te treffen voorzieningen in het kader van Brandveilig gebruik.

X

7

Optioneel: Behandelen zienswijzen in het kader van brandveilig gebruik.

X

8

Indien noodzakelijk definitief advies Brandveilig gebruik en/of advies ontwerp omgevingsvergunning Brandveilig gebruik.

X

9

Opstellen definitieve omgevingsvergunning verlenen / weigeren conform advies RB.

X

PM

Optioneel behandelen beroep.

X

10

Start traject Toezicht.

X

13

X

X X X

X

X

Toezicht omgevingsvergunning

Stap

TAAK vanaf datum indiening Inplannen controle op basis van Handhavingsprogramma / werkplan ‘Toezicht brandveiligheid’ en/of lokaal handhavingsoverleg op afgegeven vergunningen en geaccepteerde meldingen, rapportage aan coördinator handhaving. Werkplan toezicht brandveiligheid regulier is opgenomen in bijlage 1.

GEM

RB

X

X

1.

Inplannen controle.

X

2.

Bij integrale handhaving: voorbereiding van en bepalen betrokkenen bij controle brandveilig gebruik (bij meerdere activiteiten in omgevingsvergunning, dossieronderzoek, etc.).

X

3.

Uitvoeren (her)controle.

X

4.

Uitwerken controlerapport en adviseren aan GEM.

X

5.

Geen afwijking(en) / overtreding(en): Brief controle geen overtredingen of Brief her controle geen overtredingen, of Brief strijdig met vergunning legalisering mogelijk, nieuwe omgevingsvergunning of melding brandveilig gebruik.

6.

Wel afwijking(en)/overtreding(en): Brief naar GEM met hersteltermijn en informeren vergunninghouder.

X

7.

Na aflopen hersteltermijn weer beginnen bij stap 3, bij herhaling

X

X

overtreding nog een keer stap 3. Daarna bij hernieuwde herhaling overtreding naar stap 8. 8.

Brief vooraankondiging dwangsom / bestuursdwang en eventueel Brief bekendmaken vooraankondiging belanghebbenden.

X

Bij herhalen overtreding na her controle start protocol Toepassen sanctiestrategie van de gemeente/OD.

X X

Her controle op aanvraag.

14

Protocol 2. Melding Brandveilig gebruik Advies brandveilig gebruik Stap

TAAK vanaf datum indiening

GEM

RB

Verstrekken algemene informatie over meldingen Brandveilig gebruik en de procedure.

X

X

1.

Toets ontvankelijkheid melding Brandveilig gebruik op andere benodigde vergunningen en toestemmingen op grond van het Bouwbesluit 2012. Binnen 1 week na ontvangst. Uitzetten melding voor advies volledigheid voor brandveilig gebruik aan RB conform het Bouwbesluit 2012.

X

X

2.

Zo nodig verzenden verzoek om aanvulling Doorsturen aanvullingen naar RB.

X

3.

Opnemen situatie ter plaatse, inhoudelijke beoordeling melding.

X

4.

RB stelt een brandveiligheidsadvies op voor melding Brandveilig gebruik. Voor nieuwbouw 10 werkdagen, voor bestaande bouw 20 werkdagen.

X

5.

Opstellen specifieke voorwaarden digitaal voor GEM volgens door GEM vastgesteld format.

X

6.

Acceptatie / afwijzing melding brandveilig gebruik inclusief algemene en specifieke voorschriften en voorwaarden.

7.

Start traject Toezicht brandveilig gebruik.

X X

Toezicht brandveilig gebruik Stap

TAAK vanaf datum indiening Inplannen controle op basis van Handhavingsprogramma / werkplan ‘Toezicht brandveiligheid’ en/of lokaal handhavingsoverleg op afgegeven vergunningen en geaccepteerde meldingen, rapportage aan coördinator handhaving. Werkplan toezicht brandveiligheid regulier is opgenomen in bijlage I.

GEM

RB

X

X

1.

Inplannen controle.

X

2.

Bij integrale handhaving: voorbereiding van en bepalen betrokkenen bij controle brandveilig gebruik.

X

3.

Uitvoeren (her) controle.

X

4.

Uitwerken controlerapport en adviseren aan GEM.

X

5.

Geen afwijking(en) / overtreding(en) Brief controle geen overtredingen of Brief her controle geen overtredingen, of Brief strijdig met vergunning legalisering mogelijk, nieuwe omgevingsvergunning of melding brandveilig gebruik.

15

X

6.

Wel afwijking(en)/overtreding(en): Brief naar vergunninghouder met hersteltermijn.

7.

Na aflopen hersteltermijn weer beginnen bij stap 3, overtreding

X X

nog een keer stap 3. Daarna bij hernieuwde herhaling overtreding naar stap 8. 8.

Brief vooraankondiging dwangsom / bestuursdwang en eventueel Brief bekendmaken vooraankondiging belanghebbenden.

X

9.

Bij herhalen overtreding na her controle start protocol Toepassen sanctiestrategie. Her controle op aanvraag.

X

16

X

Protocol 3. Klachten en TOOM m.b.t. brandveilig gebruik van gebouwen

Stap

TAAK vanaf datum indiening

GEM

Registreert klacht en informeert betrokken partijen.

RB

X

1.

Indien noodzakelijk: Voert inspectie ter plekke uit.

X

2.

Zendt het concept inspectierapport naar de GEM voor beoordeling of er nog andere vergunningen en toestemmingen bij de klacht betrokken moeten worden.

X

3.

Zendt het definitieve inspectierapport aan.

X

4.

Indien: GEM op punten van mening verschilt ten aanzien van het advies van RB, vindt voorafgaand aan het verzenden van de brief aan de betrokken partij overleg plaats met RB.

5.

Start traject Toezicht & handhaving.

X

X

X

17

Protocol 4. Advisering Ruimte en veiligheid

Stap

TAAK vanaf datum indiening

GEM

RB

Voeren regulier overleg om ruimtelijke en infrastructurele plannen op hoofdlijnen door te spreken.

X

X

1

Indien noodzakelijk: behandelt een verzoek door of namens de aanvrager over het houden van een vooroverleg als voorloper op een principeverzoek om een bestemmingsplan te wijziging/ te herzien dan wel een ander ruimtelijk besluit/ visie, niet zijnde een aanvraag om omgevingsvergunning, gezamenlijk met RB voor zover omgevingsveiligheidsaspecten aan de orde zijn.

X

2

Indien van toepassing: maakt indien nodig een verslag van het vooroverleg zodat juridische consequenties toetsbaar zijn te maken als dat achteraf nodig blijkt en zendt deze, als RB aanwezig was bij bespreking, aan RB.

X

3

Verzoek om een advies omgevingsveiligheid.

X

4

Indien nodig: Zoekt afstemming met multi-partners om tot multidisciplinair advies te komen.

X

5

Adviseert binnen een redelijk termijn van vier weken, tenzij er sprake is van wettelijk termijnen dan worden die gehanteerd

6

Beantwoordt de wijze van verwerken

X X

Protocol 5. Evenementen Procedure Stap

TAAK

GEM

1.

Aanvraag om een evenementenvergunning komt binnen: bijlage IV

X

2.

In ontvangst nemen aanvraag, uitvoeren ontvankelijkheidstoets APV en zo nodig aanvrager om aanvullende gegevens verzoeken.

X

3.

Indien noodzakelijk: een verzoek door of namens de aanvrager aangaande het houden van een zgn. inhoudelijke voorbespreking (als voorloper van de aanvang om een evenementenvergunning) wordt gezamenlijk met VGGM behandeld, voor zover brandveiligheidsaspecten aan de orde zijn. In gezamenlijkheid wordt tevens de noodzaak voor een (multidisciplinaire) risicoanalyse bepaald.

X

4.

Indien noodzakelijk: maakt een verslag van de inhoudelijke voorbespreking.

X

5.

Verzoekt via e-mail aan VGGM om een brandveiligheidsadvies evenementenvergunning. Of indien van toepassing: organiseert een evenementencoördinatie overleg waarbinnen de multidisciplinaire voorbereiding van het evenement plaatsvindt, inclusief risicoanalyse. • BBV vergunning

X

18

RB

X

•

APV vergunning X

6.

Geeft een brandveiligheidsadvies af aan GEM.

7.

Indien noodzakelijk: voert een schouw uit ten behoeve van de advisering na overleg met en/of zo nodig in het bijzijn van een consulent vergunningen GEM.

8.

Indien noodzakelijk: maakt kenbaar aan GEM dat een evenementenvergunning gepaard dient te gaan met de tijdelijke omgevingsvergunning en handelt dit, in samenwerking met GEM af op basis van het protocol omgevingsvergunning.

9.

Indien: GEM op punten van mening verschilt ten aanzien van het brandveiligheidsadvies van VGGM vindt voorafgaand aan het verwerken van de beoordeling in de evenementenvergunning gezamenlijk overleg plaats.

X

X

10.

Indien: ambtelijk géén overeenstemming kan worden bereikt over een uitgebracht advies zal, ter waarborging van de wettelijke verantwoordelijkheden van de VGGM, dit (in ultimo) aan de betreffende portefeuillehouders ter besluitvorming worden voorgelegd en schriftelijk worden vastgelegd.

X

X

11.

Geeft een evenementenvergunning af en publiceert deze.

X

1.Stuurt 1 VGGM een kopie van een afgegeven vergunning.

X

2.Toezicht 1 overeenkomstig Regionaal Kader Evenementenbeleid en bijlage IV van dit protocollenboek

X

19

X

X

X

X

Bijlage I. Protocollen omgevingsvergunning

Advisering Gevolgklassering Aanvragen omgevingsvergunningen waarbij brandweeradvies noodzakelijk is. Voor de beoordeling of een brandweeradvies noodzakelijk is / meerwaarde heeft, is een koppeling gemaakt met de gevolgklassen van de Eurocodes vanuit de NEN-EN 1990.

Gevolgklassen

Beschrijving

Voorbeelden

Advies RB

CC1

Geringe gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, of kleine of verwaarloosbare economische gevolgen, sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

Gebouwen voor de landbouw waar mensen normaal niet verblijven (bijv. opslagschuren, tuinbouwkassen)

Nee, bij standaard

Standaard eengezinswoningen Industriegebouwen t/m 2 bouwlagen, in combinatie met kantoorgebouw.

aanvragen Ja, bij aanvragen met gelijkwaardige veiligheid en bij bouwwerken met waarin > 50 personen verblijven. Industriegebouwen t/m 2 bouwlagen, in combinatie met kantoorgebouw.

CC2

CC3

Middelmatige gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, aanzienlijke economische gevolgen, sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

Woon- en kantoorgebouwen,

Grote gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, of zeer grote economische gevolgen, sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving.

Stadions, publieke gebouwen Hoogbouw (H> 70 meter), Tijdelijk ander gebruik van gebouwen (slapen in school- sportgebouwen)

Ja

Industriegebouwen van 3 bouwlagen of meer.

20

Ja

Memo anti-kraak De praktijkrichtlijn concentreert zich op het gewenste brandveiligheidsniveau en geeft een (regionale) richtlijn bij de toetsing van gebouwen niet zijnde woongebouwen die tijdelijk worden gebruikt voor bewoning in het kader van anti-kraak. De strijdigheden m.b.t. de bestemmingsplannen zijn buiten deze richtlijn gelaten omdat elke gemeente zelf een keuze moet maken of anti-kraak op de gewenste locatie mogelijk is. Acceptabel niveau van brandveiligheid In deze praktijkrichtlijn zijn voorwaarden uitgewerkt waarmee een voor de Veiligheidsregio acceptabel niveau van brandveiligheid wordt bereikt. Het is vanuit brandveiligheidsoogpunt raadzaam om mee te werken aan tijdelijk gebruik van het bouwwerk door middel van bewoning. Georganiseerde “kraak” gaat een mogelijke onveilig gebruik van het bouwwerk tegen. Alle voorwaarden uit deze praktijkrichtlijn zijn afgeleid uit het Bouwbesluit 2012.De praktijkrichtlijn is bedoeld om zowel eigenaren, ontwikkelaars alsmede toetsers en controlerende medewerkers, een uniform kader te bieden. De uiteindelijke afweging of de getroffen voorzieningen de door de wetgever beoogde brandveiligheid bieden, wordt door het plaatselijke bevoegd gezag gemaakt (burgemeester en wethouders).

Voorwaarden niet tot bewoning bestemde gebouwen Om tot een veilige manier van werken en bewonen te kunnen overgaan, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Deze voorwaarden sluiten aan bij de bestaande regelgeving. Voor het merendeel zijn deze voorwaarde gebaseerd op het niveau bestaande bouw uit het Bouwbesluit 2012. Dit is bij de betreffende artikelen aangegeven. De overige voorwaarden zijn specifiek beleid ten aanzien van ’niet tot bewoning bestemde gebouwen’ die zijn ingegeven door de specifieke omstandigheden van deze unieke gebruiksfunctie. Dit heeft als consequentie dat deze specifieke voorwaarden gemotiveerd ten aanzien van het individuele geval moet worden opgenomen. Dit laatste is mede van belang in relatie tot de handhaving van deze voorwaarden. Voorwaarden Aantal anti-kraak wooneenheden Het aantal toe te laten (tijdelijke) wooneenheden mag niet meer dan 4 bedragen. De situering van de wooneenheden is zodanig dat er rekening gehouden is met strategische plaatsen binnen het bouwwerk. Toelichting: Strategische plaatsen zijn bijv. de hoeken van een bouwwerk of nabij een trappenhuis. Doel van de bewoning is om te voorkomen dat het bouwwerk daadwerkelijk gekraakt zal worden en dat geen vandalisme (brandstichting) zal plaatsvinden. Gebruik hoogste vloer Het gebruik dient zich (in principe) te beperken tot de begane grond en de 1e verdieping.

Dit geldt zowel voor het gebruik als bewoning als het gebruik als atelier. Toelichting: De bouwwerken waarin tijdelijke bewoning plaatsvindt, hadden veelal een andere functie. Hierdoor zijn de voorschriften niet afgestemd op het gebruik als woonfunctie en/of kunstenaarsinitiatief. Vluchten Vanuit iedere verblijfsruimte dient te allen tijde naar het aansluitend terrein te kunnen worden gevlucht. De maximale loopafstand mag niet meer dan 45 meter bedragen. Indien dit niet mogelijk is, mag de betreffende ruimte niet in gebruik worden gegeven. De niet vrijgegeven gedeelten moeten zodanig 21

zijn gemarkeerd, afgesloten of geblokkeerd dat er zekerheid bestaat dat die gedeelten niet in gebruik zijn. Vanuit een ruimte welke is bestemd voor bewoning behoort de route, welke leidt naar de toegang van het gebouw te worden voorzien van niet-ioniserende rookmelders welke zijn aangesloten op een voorziening van elektriciteit. (Conform het gestelde in Bouwbesluit artikel 6.21) Toelichting: Voor een snelle alarmering van m.n. de slapende personen dienen in de woonfunctie en de gemeenschappelijke/gezamenlijke vluchtroute huisrookmelders te worden aangebracht. De huisrookmelders dienen te voldoen aan NEN 2555. Deuren in de gemeenschappelijke/gezamenlijke vluchtroutes (deuren die aanwezig zijn vanuit de voorliggende gebruiksfunctie) dienen zonder gebruikmaking van losse voorwerpen, zoals sleutels, van binnenuit te kunnen worden geopend. De vluchtroutes behoren te zijn vrijgemaakt en vrij te blijven van opslag van materiaal c.q. obstakels. Dit geldt ook voor het deel gelegen buiten het bouwwerk aansluitend op het aansluitend terrein. (Conform het gestelde in Bouwbesluit artikel 7.16) Bij aanwezigheid van trappenhuizen, vanuit de voorliggende gebruiksfunctie, waarvan de brandrookwerende scheidingsconstructie voldoet, behoort dit op het gewenste brandveiligheidsniveau te blijven.

Brandmeldinstallatie Als er een bestaande, werkende, brandmeldinstallatie aanwezig is behoort deze gehandhaafd te blijven. In die gevallen waar dit niet mogelijk is behoren in overleg met de brandweer en gemeente gelijkwaardige voorzieningen te worden getroffen. Toelichting: In bepaalde bouwwerken zal een brandmeldinstallatie aanwezig zijn. Het is niet altijd realistisch, bijv. in relatie tot kosten, te eisen dat deze installatie (met doormelding) intact dient te blijven. In bouwwerken waar deze installatie niet aanwezig is zal een dergelijke installatie ook niet worden geëist. Wel is een en ander afhankelijk van de kwaliteit van de overige brandveiligheidsvoorzieningen. De noodzaak daartoe kan in overleg met de brandweer worden bepaald. Zelfsluitendheid Zelfsluitende deuren met een brand- c.q. rookwerende functie, vanuit de voorliggende gebruiksfunctie, behoren gehandhaafd te blijven. (Conform het gestelde in het Bouwbesluit artikel 6.26). Blusmiddelen In het bouwwerk aanwezig zijnde blusmiddelen, vanuit de voorliggende gebruiksfunctie, behoren conform artikel 1.16 en 6.31 van het Bouwbesluit te worden onderhouden. Is vanuit de voorliggende gebruiksfunctie geen blusmiddel vereist. Is het noodzakelijk om één blusmiddel, met een minimale inhoud van 6 kg, in het bouwwerk aan te brengen. (Conform het gestelde in het Bouwbesluit artikel 1.16 en 6.31).

Toelichting: In het bouwwerk behoren minimale voorzieningen aanwezig te zijn om een beginnende brand te kunnen blussen. Indien het bouwwerk niet is voorzien van brandslanghaspels behoren de begane grond en de eerste verdieping te zijn voorzien van draagbare blustoestellen van minimaal 6 kg. 22

geschikt voor ABC- branden. Hierbij dient voor de dekking van het blustoestel een maximale loopafstand van 30 meter te worden gehanteerd. Gebruik gasflessen e.d. Het gebruik of opslaan van drukvaten, zoals gasflessen, is in beperkte mate toegestaan. (Conform het gestelde in het Bouwbesluit artikel 7.6). Toelichting: Hoewel lid 1 van bovenvermeld artikel bepaalde stoffen in beperkte mate toestaat, is in dit geval niet toegestaan omdat de totale brandveiligheid van het bouwwerk niet als optimaal moet worden beschouwd. Restrisico’s brandgevaar en ontwikkeling van brand Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor: a. brandgevaar wordt veroorzaakt, of b. bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt. (Conform het gestelde in het Bouwbesluit artikel 7.10).

Restrisico veilig vluchten bij brand Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor: a. melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd; b. het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of c. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd. (Conform het gestelde in het Bouwbesluit artikel 7.16). Wanneer uitvoering wordt gegeven aan de in deze praktijkrichtlijn gestelde voorwaarden wordt geacht voldoende aandacht te hebben besteed aan het tijdelijk toestaan van bewoning in bouwwerken niet zijnde woningen en of woongebouwen.

Geadviseerde veiligheidsvoorwaarden vreugdevuren Om er zorg voor te dragen dat het ontsteken van een vreugdevuur niet leidt tot schade aan mensen, gebouwen of natuur is het raadzaam hier voorwaarden voor op te stellen. In dit hoofdstuk worden (brand)veiligheidsvoorwaarden aangegeven die vanuit Brandweer Gelderland Midden geadviseerd worden. In hoofdstuk 6 van deze handreiking wordt nadere toelichting gegeven op de achtergrond bij enkele van de voorschriften.

Veiligheidsvoorwaarden bij normale omstandigheden Vreugdevuren tot 1000 m3 De onderstaande veiligheidsvoorwaarden zijn uitsluitend van toepassing op vreugdevuren tot 1000 m3 bij een droogte-index: klein gevaar, gevaar, verhoogd gevaar.

23

3

Bij 1000 m moet gedacht worden aan vreugdevuren met ongeveer de volgende afmetingen: 15 x 15 x 4,5 meter, 12 x 12 x 7 meter of 11 x 11 x 8 meter. Brandweer Gelderland-Midden adviseert om minimaal de volgende veiligheidsvoorwaarden in acht te nemen: a) Een vreugdevuur wordt niet ontstoken indien de windkracht 6 Beaufort of meer is. b) Vreugdevuren liggen bij voorkeur niet binnen de bebouwde kom. c) d) e) f) g)

h)

i) j) k)

Vreugdevuren zijn stabiel en aaneengesloten opgebouwd. Tussen rietgedekte bouwwerken en het vreugdevuur wordt een afstand van minimaal 200 meter aangehouden. Tussen overige bebouwing en vreugdevuren wordt een afstand van minimaal 50 meter aangehouden. Tussen bos, heide, veen en andere natuurgebieden wordt een afstand van minimaal 100 meter aangehouden. De afstand tussen een rijksweg (A-weg), provinciale weg (N-weg), waterweg en spoorweg bedraagt minimaal 50 meter. Voor overige openbare wegen geldt dat passerend verkeer geen hinder mag ondervinden van het vreugdevuur. Om die reden wordt geadviseerd minimaal 20 meter afstand te houden. De afstand tussen een hoogspanningstracé en een vreugdevuur bedraagt minimaal 40 meter. Indien de afstand minder dan 500 meter bedraagt, dient melding gedaan te worden bij de netbeheerder. De afstand tussen ondergrondse buisleidingen of kabeltracés bedraagt minimaal 25 meter te bedragen. Het vreugdevuur is tot op 50 meter via een verhard pad bereikbaar voor een blusvoertuig van de brandweer. Het ontsteken mag niet plaatsvinden / de ontbranding wordt beëindigd wanneer onvoorziene situaties optreden die een gevaar vormen voor de omgeving. Te denken valt aan: plotseling draaiende wind, waardoor verkeer wordt gehinderd, een weeralarm van het KNMI, etc.

Vreugdevuren groter dan 1000 m3 3

Vreugdevuren die een inhoud hebben die groter is dan 1000 m hebben een grotere vuurlast en geven meer stralingswarmte dan waar rekening mee gehouden is. Door de grotere vuurlast en hogere warmtestraling vormen dergelijke grote vreugdevuren een extra risico. Om die reden wordt geadviseerd alleen een ontheffing te verlenen nadat door de brandweer een advies is gegeven. In dat advies kunnen specifieke voorwaarden gesteld worden. Maatwerk is dus vereist. Advies bij extreme droogte Bij code oranje en code rood adviseert Brandweer Gelderland Midden om geen ontheffing te verlenen. Dit is ook van toepassing bij een windkracht van 6 Beaufort en meer. De brandweer acht de risico’s te groot zodat, zelfs onder voorwaarden, de veiligheid niet kan worden gewaarborgd.

24

Standaard voorwaarden slapen in niet-slaapgebouwen 1. Kleine blusmiddelen 1.1 Op plaatsen waar gekookt, gebakken en/of gebraden wordt dient een brandblusapparaat aanwezig te zijn met een inhoud van ten minste 6 kg poeder (of gelijkwaardig). 1.2 In een ruimte moeten voldoende kleine blusmiddelen aanwezig zijn. Uitgangspunt hierbij is per 200 m² oppervlakte één handbrandblusser met een inhoud van ten minste van 6 kg blusmiddel. 1.3 Een klein blusmiddel moet voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn, voor direct gebruik gereed zijn en in goede staat van onderhoud verkeren. 1.4 Een klein blusmiddel moet zijn verzegeld en voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer en moet ten minste eenmaal per twee jaar op een adequate wijze worden gecontroleerd en onderhouden. Een draagbaar blustoestel moet zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is aangegeven. 1.5 Na gebruik van een blustoestel moet dit onmiddellijk gevuld c.q. vervangen worden. Dit geldt ook indien het blustoestel niet geheel leeg is. 2. Uitgangen en vluchtroutes 2.1 De (nood)uitgangen en vluchtroutes van gebouw/bouwsel of tent mogen niet worden geblokkeerd. 2.2 Bij aanwezigheid van publiek zijn uitgangen van tenten onmiddellijk te openen zonder gebruik van losse voorwerpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=e1f44e5a-dc27-48b9-a28a-1a76e33673cc