Bijlage 1: Handhavingsbeleid
Tekst van het document
Integraal handhavingsbeleid 2017 tot en met 2020
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ......................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding ............................................................................................................... 2 1.2 Doelstelling ............................................................................................................. 2 1.3 Afbakening .............................................................................................................. 2 1.4 De dubbele regelkring “Big-8” ................................................................................. 3 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................... 5
2.
Visie op handhaving ....................................................................................................... 6 2.1 Programmatisch handhaven ................................................................................... 6 2.2 Uitgangspunten....................................................................................................... 7 2.3 Handhavingsorganisatie ......................................................................................... 8
3.
Doelen ......................................................................................................................... 10 3.1 Coalitieakkoord “Stroomopwaarts” ........................................................................ 10 3.2 Doelen .................................................................................................................. 11 3.3 Algemene doelstellingen en richtlijnen .................................................................. 11 3.4 Uitwerking in uitvoeringsprogramma ..................................................................... 12
4.
Nalevingstrategie ......................................................................................................... 13 4.1 Preventiestrategie ................................................................................................. 13 4.2 Toezichtstrategie .................................................................................................. 13 4.3 Sanctiestrategie .................................................................................................... 13 4.4 Gedoogstrategie ................................................................................................... 13 4.5 Strategie bij klachten en handhavingsverzoeken .................................................. 14 4.6 Strategie bij verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn ......................... 14 4.7 Strategie bij overtredingen door de gemeente zelf ................................................ 14 4.8 Uitgewerkte strategie per taakveld ........................................................................ 14
5.
Uitvoeren beleidsplan .................................................................................................. 15 5.1 Samenwerking met andere organisaties ............................................................... 15 5.2 Monitoring en evaluatie ......................................................................................... 15 5.3 Verslaglegging en verbeteringen doorvoeren ........................................................ 15 5.4 Hardheidsclausule ................................................................................................ 16
6.
Bijlagen ........................................................................................................................ 17
1
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Toezicht en handhaving zijn belangrijke instrumenten, die de gemeente Doesburg inzet ten behoeve van het waarborgen en bevorderen van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. Met dit Integrale handhavingsbeleid stelt het college van burgemeester en wethouders van Doesburg het beleid op het gebied van toezicht en handhaving van het omgevingsrecht voor de periode 2017 tot en met 2020 vast (het college is hiertoe bevoegd op grond van artikel 7.2 en 7.3 van het Besluit omgevingsrecht). Deze beleidsnota is de opvolger van het in 2012 vastgestelde Integrale handhavingsbeleid. In deze beleidsnota worden de keuzes beschreven, die de gemeente Doesburg op het gebied van toezicht en handhaving maakt: Welke onderwerpen verdienen meer of juist minder aandacht? Op welke manieren houden we toezicht en welke handhavingsinstrumenten zetten we op welke momenten in? Het beleid levert een bijdrage aan een consequente en transparante uitvoering van toezicht en handhaving en schept zo duidelijkheid voor burgers en bedrijven. Toezicht en handhaving vinden plaats op basis van het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Verder is een goede en open communicatie met burgers en bedrijven een belangrijk aspect van toezicht en handhaving. De gemeente Doesburg gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van burgers; in de gemeente Doesburg spreken burgers elkaar aan wanneer zij overlast ervaren.
Daarnaast benadrukt de gemeente, dat repressieve handhaving het sluitstuk is van een heel traject. In dit traject wordt onder meer gesproken met de overtreder en wordt onderzocht of voor de overtreding alsnog een vergunning kan worden verleend. Pas als dit traject niet tot een oplossing leidt, is repressieve handhaving aan de orde.
1.2
Doelstelling
Dit beleidsplan geeft richting aan alle activiteiten van de gemeente Doesburg op het gebied van toezicht en handhaving. De programmatische en integrale aanpak van de taken op het gebied van toezicht en handhaving leidt tot een transparante, effectieve en efficiënte inzet van de voor dit taakveld beschikbare middelen.
1.3
Afbakening
Dit beleidsplan heeft betrekking op (1) het toezicht op de naleving van en (2) de handhaving van de wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving: bouwen, slopen, milieu, verkeer, ruimtelijke ordening, parkeren, ongedierte, brandveiligheid, Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Drank- en Horecawet (DHW) en bijzondere wetgeving. In dit beleidsplan worden de begrippen ‘toezicht’ en ‘handhaving’ als volgt gedefinieerd:
2
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
Toezicht: het verzamelen van informatie ten behoeve van de beantwoording van de vraag of wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving; beoordelen of er sprake is van een overtreding; zo ja, actie ondernemen (hierbij gaat het niet altijd om handhavend optreden, maar bijvoorbeeld ook om legalisatie). Handhaving: Het doen naleven van door de overheid gestelde wet- en regelgeving door middel van: preventieve maatregelen (toetsen bestemmingsplannen en vergunningen op handhaafbaarheid, voorlichting aan inwoners en bedrijven op website gemeente en/of in gemeenteblad, overleg met inwoners en bedrijven); repressieve maatregelen (bestuursdwang, dwangsom, proces verbaal, boete).
1.4
De dubbele regelkring “Big-8”
De kwaliteitseisen, die de Wabo aan een professionele handhavingsorganisatie stelt, staan in hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en zijn samengevat in tabel 1.1. De basis van deze kwaliteitseisen is de dubbele regelkring (zie figuur 1.1). Deze zogenaamde "Big-8" beschrijft 7 samenhangende processtappen, die een professionele handhavingsorganisatie doorloopt. In figuur 1.1 zijn deze 7 processtappen weergegeven in de blauwe rechthoeken. Wanneer de "Big-8" wordt gehanteerd, komen toezicht en handhaving tot stand op basis van inzichtelijke keuzes en is de uitvoering gericht op het bereiken van vooraf afgesproken resultaten. Het verband tussen de 7 processtappen van de "Big-8", de kwaliteitseisen uit het Bor en de hoofdstukken van dit beleidsplan is weergegeven in tabel 1.1.
3
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
figuur 1.1 Dubbele regelkring Het opstellen van een beleidsplan toezicht en handhaving is een 4-jaarlijks proces, dat plaats vindt in de linkerhelft van de “Big-8”. In figuur 1.1 is deze helft van de “Big-8”, het opstellen van het beleidsplan, verder uitgesplitst in 10 (groene) stappen. Deze stappen zijn in tabel 1.1 opgenomen, waarbij inzichtelijk is in welk hoofdstuk van dit beleidsplan de diverse stappen aan bod komen.
4
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
Kwaliteitseis Bor Handhavingsbeleid (art. 7.2): Er is een handhavingsbeleid voor alle beleidsvelden, die in de Wabo worden geïntegreerd of erbij aanhaken. Daarin staat een beschrijving van de visie en doelen, de prioriteiten, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke partners. Uitvoeringsprogramma (art. 7.3): De organisatie stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast en maakt dit bekend. Dit uitvoeringsprogramma is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke partners. Uitvoeringsorganisatie (art. 7.4): De inrichting van de organisatie waarborgt een adequate uitvoering van het beleid. In ieder geval ligt de personeelsformatie vast. De organisatie is ook buiten kantooruren bereikbaar en beschikbaar. Werkprocessen zijn vastgesteld. Voor zover er sprake is van toezicht op inrichtingen zijn vergunningverlening en handhaving gescheiden en is er een roulatieschema. Borging van de middelen (art. 7.5): Financiële en personele middelen zijn in de begroting gewaarborgd. Monitoring (art. 7.6): De organisatie bewaakt en registreert resultaten en voortgang van de uitvoering van het programma. Rapportage (art. 7.7): De organisatie rapporteert over de uitvoering van het programma en over het bereiken van de gestelde doelen.
Processtap "Big-8"
Hoofdstuk beleidsplan
prioriteiten en doelen
2 en 3
strategie
4
programma en organisatie
5 uitvoeringsprogramma
werkwijze
4
uitvoering
4
programma en organisatie
Begroting
monitoring
5
evaluatie
5
tabel 1.1 De kwaliteitseisen uit het Besluit omgevingsrecht (Bor)
1.5
Leeswijzer
Dit beleidsplan bestaat uit 5 hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk is de aanleiding en het doel van dit beleidsplan beschreven, vindt afbakening plaats en is de dubbele regelkring “Big-8” toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt de visie van de gemeente Doesburg op toezicht en handhaving beschreven. Ook beschrijft dit hoofdstuk de uitgangspunten, die de gemeente hanteert op het gebied van toezicht en handhaving en de handhavingsorganisatie. De gestelde doelen staan in hoofdstuk 3. In het vierde hoofdstuk is de nalevingstrategie uitgewerkt. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de uitvoering van dit beleidsplan.
5
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
2. Visie op handhaving 2.1
Programmatisch handhaven
Het beleid ten aanzien van toezicht en handhaving maakt deel uit van een beleidscyclus, waarbij er sprake is van een onlosmakelijke verbinding tussen visie (beleid), programmering en uitvoering. Hiermee wordt gestreefd naar een optimale afstemming binnen deze cyclus. Met het opstellen van een integraal beleidsplan toezicht en handhaving, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarverslag beoogt de gemeente Doesburg te komen tot een beleid, dat een cyclisch karakter heeft. Gedurende de cyclus wordt bepaald of de doelstellingen (nog) worden behaald en of er bijsturing in het beleid en de uitvoering plaats dient te vinden. Evaluatie is een wezenlijk onderdeel van deze cyclus. Na de evaluatie wordt bekeken of het beleid dient te worden aangepast. In de beleidscyclus voor toezicht en handhaving worden de volgende fasen onderscheiden: Fase 1: Opstellen beleidsplan Het opstellen van een beleidsplan, waarin in ieder geval het volgende wordt vastgelegd: - een visie op toezicht en handhaving met vastgestelde doelen en een prioriteitstelling; - de nalevingstrategie (preventie-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie); - de wijze van monitoren en evalueren. Met dit beleidsplan wordt aan deze fase gestalte gegeven.
Het beleidsplan draagt bij aan de optimalisering van de kwaliteit van toezicht en handhaving en aan een effectieve en efficiënte inzet van capaciteit en middelen om de optimale afstemming tussen visie (beleid), programmering en uitvoering te bereiken. Fase 2: Uitvoeren door middel van uitvoeringsprogramma Dit is de uitvoeringsfase. In deze fase wordt het beleid concreet omgezet in een programma voor het komende jaar. Hierin wordt vastgelegd hoe de beschikbare capaciteit aan de hand van de in het beleid vastgestelde prioriteiten wordt ingezet op de verschillende taken. Het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar wordt normaliter in het laatste kwartaal van het lopende jaar vastgesteld. Fase 3: Evalueren en opstellen jaarverslag In fase 3 worden de resultaten uit fase 1 en 2 geëvalueerd1. In het eerste kwartaal van een opvolgend jaar wordt een jaarverslag opgesteld, waarin conclusies worden getrokken en aanbevelingen worden gedaan over de vragen of het beleid op een juiste wijze wordt uitgevoerd, of de beoogde resultaten worden behaald en of er bijsturing plaats dient te vinden. Fase 4: Bijsturen en aanpassen beleidsplan In de laatste fase worden de in het beleid genoemde aspecten uit fase 1, waar nodig, bijgestuurd en/of uitgebreid aan de hand van de uitkomsten van het jaarverslag.
Ieder jaar kunnen het jaarverslag, maar ook bestuurlijke verantwoordelijkheden en voortschrijdende inzichten leiden tot bijstelling van de gestelde prioriteiten. De bijsturing naar aanleiding van de evaluatie uit fase 3 wordt vertaald in het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar.
1
Het jaarlijks evalueren is een verplichting, die voortvloeit uit de Wabo (artikel 7.2 en artikel 7.7 Besluit omgevingsrecht).
6
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
2.2
Uitgangspunten
Dit beleidsplan heeft betrekking op het omgevingsrecht, waarbij de behoeften, die bestaan binnen de gemeente Doesburg voorop staan. Hierbij wordt op een eenduidige en transparante wijze uitvoering gegeven aan wet- en regelgeving. Bij de uitvoering wordt nadrukkelijk gekeken naar rechtszekerheid en effectiviteit van de gemeentelijke inzet op het gebied van toezicht en handhaving. Adequaat toezicht op en handhaving van wet- en regelgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en inwoners. De verantwoordelijkheden worden daar gelegd waar deze thuis horen. De visie van de gemeente Doesburg op handhaving luidt als volgt: "Toezicht en handhaving staan niet op zichzelf maar hebben een maatschappelijk doel: het waarborgen van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. De gemeente Doesburg staat voor consequent, transparant en integraal toezicht houden en handhavend optreden." Deze visie wordt vertaald in de volgende uitgangspunten, die de gemeente hanteert bij de uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid: 1. Toezicht en handhaving dienen ter voorkoming van gevaar, hinder en overlast Het waarborgen van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid is een vanzelfsprekend uitgangspunt. Om gedragingen en activiteiten, die de veiligheid en gezondheid in gevaar kunnen brengen, te voorkomen, stelt de gemeente regels in verordeningen, bestemmingsplannen en vergunningen.
De gemeente stelt deze regels ook om hinder en overlast zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken. De gemeente handhaaft deze regels, want het stellen van regels is zinloos als ze niet gehandhaafd worden. 2. Toezicht en handhaving zijn consequent en transparant De uitvoering van toezicht en handhaving vindt plaats volgens duidelijke, vastgestelde strategieën. Dit betekent, dat de gemeente bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt. Vergelijkbare situaties worden op vergelijkbare wijze aangepakt, waarmee willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen worden. Toezicht en handhaving zijn transparant, omdat alle activiteiten schriftelijk worden vastgelegd en digitaal verantwoord. In het jaarverslag toezicht en handhaving wordt verantwoording afgelegd over de (wijze van) uitvoering van het beleid. 3. Toezicht en handhaving zijn integraal De gemeente levert een bijdrage aan de vermindering van de toezichtlast voor bedrijven door integraal te controleren. Dit zal vooral betekenen, dat toezichthouders overtredingen op andere beleidsterreinen signaleren en doorgeven (oog- en oorfunctie). Waar dit voordelen biedt voor de bedrijven zullen de toezichthouders voor elkaar controleren. Deze integrale werkwijze sluit aan bij de ambities, die de gemeente heeft ten aanzien van de verbetering van haar dienstverlening.
7
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
4. Toezicht en handhaving stimuleren de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven De gemeente gaat ervan uit, dat burgers en bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van naleving van de voor hen geldende regels, zodat de gemeente terughoudend kan zijn in het houden van toezicht daarop. Als blijkt, dat het zelfcontrolerende vermogen van burgers en bedrijven tekort schiet, spreekt de gemeente hen daarop aan. 5. Toezicht- en handhavingsacties worden afgemaakt Wie A zegt, zegt ook B. Een eenmaal opgestart toezicht- en handhavingstraject wordt pas afgesloten, nadat de overtreding is opgeheven. Verbeurde dwangsommen worden ook daadwerkelijk geïnd. Ook wanneer de overtreding na het verbeuren van de dwangsommen ongedaan is gemaakt. 6. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld Wie zichzelf niet aan de regels houdt, kan een ander daar niet op aanspreken. Daarom is het van belang, dat de gemeente en haar vertegenwoordigers (ambtenaren, bestuurders en raadsleden) zelf het goede voorbeeld geven aan burgers en bedrijven. 7. Handhaving is het sluitstuk Repressieve handhaving (bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom) volgt aan het einde van een heel traject.
Dat traject bestaat uit de volgende stappen: toezicht houden, vaststellen of er sprake is van een overtreding, onderzoeken of legalisatie mogelijk is, overleg met de overtreder en het versturen van een sommatiebrief. Pas als deze stappen niet leiden tot opheffing van de overtreding, volgt repressieve handhaving. Deze uitgangspunten worden vertaald naar het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, waarin de concrete toezicht- en handhavingsactiviteiten worden beschreven.
2.3
Handhavingsorganisatie
Binnen de gemeente Doesburg zijn er 2 clusters die zich bezighouden met (vergunningverlening), toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving: het cluster Stadsontwikkeling (SO) en het cluster Toezicht, Handhaving en Uitvoering (THU). De vergunningverlening, toezicht en handhaving voor wat betreft de taakvelden bouwen, milieu, brandveiligheid en ruimtelijke ordening (wabo-taken) vallen binnen het cluster SO, evenals de vergunningverlening op grond van de APV en bijzondere wetgeving (Drank- en Horeca). De toezicht en handhaving voor wat betreft de openbare ruimte en bijzondere wetgeving (openbare orde en veiligheid, stadstoezicht en parkeertoezicht, Drank- en Horeca) vallen binnen het cluster THU. De strafrechtelijke handhaving is ondergebracht bij het cluster THU. De bestuursrechtelijke handhaving is ondergebracht bij het cluster SO en de juristen. De wens bestaat om in de toekomst te komen tot een duidelijke scheiding van taken en functies binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving. De feitelijke toezichttaken worden dan niet meer door de vergunningverleners, beleidsmedewerkers en/of juristen gedaan. De gemeente Doesburg is zodanig ingericht, dat voor de omgevingsvergunningen gewerkt wordt volgens het ‘één loket principe’. Vervolgens is er één werkproces vastgelegd met 8
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
duidelijk gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden, ondersteund door ICT-systemen. Hiermee is het proces conform wetgeving en gestroomlijnd ingericht. In goed onderling overleg tussen de clusters SO en THU worden de verschillende taken voor (vergunningverlening), toezicht en handhaving uitgevoerd. De missie is het klantgericht, efficiënt en effectief leveren van producten en diensten op het gebied van vergunningen, toezicht- en handhavingstaken. Er wordt eenduidig en in overeenstemming met de wetgeving en het gemeentelijk beleid gehandeld. Deze missie kan vertaald worden in een aantal hoofdtaken: het in ontvangst nemen, behandelen, weigeren en/of verlenen van vergunningen, meldingen en toestemmingen op grond van de Wabo, APV en andere bijzondere wetgeving; het beheren van de registraties voor vergunningen, adressen en gebouwen; het toezien op het naleven en uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken; het toezicht op de openbare ruimte; het stilleggen van de bouw, het opleggen van dwangsommen of bestuursdwang (bij niet nakomen toezicht- en handhavingstaken); het in ontvangst nemen, behandelen en beantwoorden klachten; 24-uurs bereikbaarheid.
9
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
3. Doelen Burgers hebben soms nog de verwachting, dat de overheid bij normschending altijd optreedt. Het is in de praktijk echter niet mogelijk om alle normen te handhaven. Er is teveel recht, dat dient te worden gehandhaafd en regelmatig wordt om handhaving verzocht. Daarom is het van belang, dat prioriteiten worden gesteld, zodat de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk wordt ingezet. In het handhavingsbeleid 2012-2016 zijn prioriteiten bepaald op basis van de aandachtspunten uit de Kadernota 2007, de toen geldende ambtelijke prioriteiten, de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor 2009, en de rapportage klachten/meldingen. De nu voorliggende nota gaat uit van het Coalitieakkoord ‘Stroomopwaarts’, de jaarverslagen Handhaving van de afgelopen jaren, het Uitvoeringsprogramma handhaving en een brede ambtelijke discussiebijeenkomst op 8 september 2016 te Doesburg.
3.1
Coalitieakkoord “Stroomopwaarts”
In het coalitieakkoord zijn de volgende inhoudelijke uitgangspunten geformuleerd: -
voorkomen is beter en goedkoper dan genezen. Dat betekent, dat er in Doesburg goed preventief beleid moet worden gevoerd en een goed “voorliggend” aanbod moet worden gerealiseerd; bij een beroep op de gemeente wordt in eerste instantie gekeken naar wat burgers en instellingen zelf kunnen bijdragen aan het oplossen van problemen; hulp en zorg moet daar terecht komen waar het daadwerkelijk noodzakelijk is, dus niet bij mensen, die zelf hun problemen kunnen oplossen; hulp moet niet meer in algemene termen worden aangeboden, maar moet op maat zijn en afgestemd op de eigen mogelijkheden van de hulpvrager.
Vergunningverlening en Handhaving Als algemeen principe hanteert de gemeente, dat zij geen bedillerige overheid wil zijn. De gemeente wil alert blijven op doorslaande bureaucratie en waar mogelijk saneren in overbodige regelgeving. Bovendien wil de gemeente klantgericht werken. Voor de burgers moet het contact met de gemeente via één loket lopen. Een loket met een Doesburgs gezicht. De gemeente vindt handhaving van belang met het oog op rechtsgelijkheid en geloofwaardigheid van de overheid. Verbetering van handhaving is gewenst op het punt van effectiviteit en efficiency. Daarbij gaat de gemeente proactief met de burger in gesprek om oplossingsgericht te overleggen vanuit de huidige regelgeving. Veiligheid De gemeente staat voor een veilige omgeving, zowel thuis als in de buitenruimte. Het beleid dat daarop is ingezet, wil de gemeente continueren. Dat geldt ook voor het preventieve beleid, dat voor de aanpak van het vandalisme is geformuleerd en loopt. In het CollegeResultatenProgramma 2014-2018 is het coalitieakkoord verder uitgewerkt in de volgende voor dit deze beleidsnota relevante onderwerpen: bestuur en veiligheid in Doesburg, buitenruimte van Doesburg, ruimtelijke ordening, economie en promotie van Doesburg, zorg in Doesburg.
10
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
3.2
Doelen
Dit beleidsplan kent vier doelen. Deze doelen zijn afgeleid uit de visie op toezicht en handhaving en uit de uitgangspunten, die de gemeente hanteert bij de uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid. De vier doelen van het handhavingsbeleid zijn algemeen geformuleerd. Hieronder worden bij deze doelen enkele voorbeelden genoemd die in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma een plaats kunnen krijgen. Het is geen limitatieve lijst met voorbeelden. De uitwerking van de doelen in concrete acties vindt plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Doel 1: de gemeente bevordert een veilige leefomgeving Voorbeelden hiervan zijn: Het bewaken van de constructieve veiligheid bij bouw en verbouw. Het vergroten van de brandveilige omgeving. Jeugdproblematiek. Toezicht op grote evenementen (zoals de Doesburgse kermis). Georganiseerde criminaliteit. Doel 2: de gemeente bevordert een gezonde leefomgeving Voorbeelden hiervan zijn: Het terugbrengen van overtredingen bij asbestsaneringen. Frequente controle op inrichtingen. Doel 3: de gemeente bevordert de leefbaarheid Voorbeelden hiervan zijn: Het tegengaan van illegale bewoning (op campings). Parkeerhandhaving. Aanpak illegale uitstallingen. Geen vestiging van internetwinkels met showroom buiten het kernwinkelgebied.
Doel 4: de gemeente verbetert haar dienstverlening Voorbeelden hiervan zijn: Transparant en oplossingsgericht handhaven. Structurele communicatie over de handhaving naar burgers en bedrijven. Alle handhavingsactiviteiten worden schriftelijk vastgelegd en digitaal verantwoord.
3.3
Algemene doelstellingen en richtlijnen
Naast de doelen, zoals genoemd in de vorige paragraaf gelden ten aanzien van alle taakvelden de volgende algemene doelstellingen en richtlijnen: Alle schriftelijke verzoeken om handhaving (gericht aan het college en voorzien van de naam van de verzoeker met handtekening) worden in beginsel binnen de wettelijke beslistermijn van 8 weken afgehandeld, het streven is om zo spoedig mogelijk de burger te informeren. Dit houdt in dat het college binnen 8 weken een besluit neemt op het verzoek om handhaving, waarin wordt vermeld of het verzoek wordt af- of toegewezen. De beslistermijn kan met een redelijke termijn worden verlengd (te denken valt aan een verlenging van 8 weken). 11
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
3.4
Geconstateerde activiteiten, die worden uitgevoerd zonder een daarvoor benodigde vergunning worden direct stilgelegd. Met het direct stilleggen van de activiteiten wordt, naast het bevriezen van de situatie, geprobeerd om de betrokkene ertoe te bewegen om een vergunning aan te vragen. Indien het onaannemelijk is, dat er een vergunning verleend kan worden, wordt de betrokkene daar ook op gewezen. Tegen ernstige overtredingen, calculerend gedrag, malafide overtreders wordt altijd opgetreden (zie hoofdstuk 4: de interventiematrix van de Landelijke handhavingstrategie).
Uitwerking in uitvoeringsprogramma
In het jaarlijks door het college vast te stellen uitvoeringsprogramma zullen bovenstaande doelstellingen verder worden uitgewerkt in concrete acties. Het uitvoeringsprogramma vormt onder andere de basis voor de persoonlijke werkplanningen.
12
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
4. Nalevingstrategie De nalevingstrategie geeft aan op welke wijze en met de inzet van welke instrumenten naleving van de regelgeving en de gestelde doelen wordt bereikt. De nalevingstrategie omvat strategieën voor preventie, toezicht, sanctionering en gedogen. Om dit op een eenduidige manier te doen, hanteert de gemeente Doesburg een sanctiestrategie, die gebaseerd is op de Landelijke handhavingstrategie. Deze strategie wordt als leidraad gezien en praktische uitgewerkt in de protocollen per taakveld. Deze strategieën worden beschreven in de paragrafen 4.1 tot en met 4.4. Daarnaast beschrijft dit hoofdstuk de strategie bij klachten en handhavingsverzoeken (paragraaf 4.5), de strategie bij een verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn (paragraaf 4.6) en de strategie bij overtredingen door de gemeente zelf (paragraaf 4.7). In paragraaf 4.8 is een uitwerking per taakveld opgenomen. In bijlage 0 is een uitgebreide beschrijving van de strategie met schema’s en tabellen opgenomen.
4.1
Preventiestrategie
De preventiestrategie richt zich op het vergroten van de bewustwording bij bedrijven en burgers. Wanneer mensen zich bewust zijn van de geldende regels, worden er minder overtredingen begaan en hoeft er minder repressieve handhaving plaats te vinden. Om spontane naleving mogelijk te maken, moeten regels aan twee voorwaarden voldoen: ze moeten voor iedereen kenbaar zijn en ze moeten duidelijk, eenduidig en dus handhaafbaar zijn.
4.2
Toezichtstrategie
In de toezichtstrategie staat de vraag centraal hoe de gemeente als bevoegd gezag het toezicht op naleving van de regels uitoefent. Hoe komt de gemeente erachter, dat een overtreding plaatsvindt? Hoe actief is de gemeente in het opsporen van overtredingen? Er zijn twee vormen van toezicht: preventief toezicht en repressief toezicht. Preventief toezicht is gebaseerd op het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Preventief toezicht is thematischof gebiedsgericht en kan al dan niet worden verbonden aan vergunningen. Repressief toezicht vindt plaats op basis van klachten en constateringen.
4.3
Sanctiestrategie
Het bevorderen van naleving van regelgeving kan uiteindelijk betekenen, dat sanctionerend moet worden opgetreden. Om dit op een eenduidige manier te doen, hanteert de gemeente Doesburg een sanctiestrategie, die gebaseerd is op de Landelijke handhavingstrategie. Deze strategie wordt als leidraad gezien en praktische uitgewerkt in de protocollen per taakveld. Deze protocollen zijn als bijlagen opgenomen.
4.4
Gedoogstrategie
Bestuursrechtelijke handhaving is een discretionaire bevoegdheid, waarvan niet in alle gevallen gebruik gemaakt hoeft te worden. Uit jurisprudentie blijkt echter, dat de gemeente een beginselplicht tot handhaving heeft. Dat betekent, dat er in principe geen ruimte bestaat voor het gedogen van overtredingen. Toch kan de belangenafweging in een aantal gevallen leiden tot de conclusie, dat handhavend optreden op dat moment niet redelijk is en voor een 13
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
bepaalde periode moet worden gedoogd. In deze gevallen kan een gedoogbeschikking worden opgesteld.
4.5
Strategie bij klachten en handhavingsverzoeken
Overtredingen of mogelijke overtredingen kunnen door derden onder de aandacht van de gemeente worden gebracht. Dit kan door middel van het indienen van een mondelinge of schriftelijke klacht of door middel van het indienen van een schriftelijk verzoek om handhaving. Het omgaan met deze klachten en verzoeken om handhaving vraagt een specifieke aanpak.
4.6
Strategie bij verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn
In een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang wordt een termijn opgenomen, waarbinnen de overtreder een einde moet maken aan de overtreding. Dat is de zogenaamde begunstigingstermijn. Wordt die termijn niet in acht genomen, dan moet de overtreder ofwel een dwangsom betalen ofwel wordt bestuursdwang toegepast. Een overtreder kan verzoeken om het verlengen van de begunstigingstermijn.
4.7
Strategie bij overtredingen door de gemeente zelf
In het geval dat geconstateerd wordt, dat de gemeente Doesburg zelf een overtreding heeft begaan, wordt hieraan te allen tijde een hoge prioriteit toegekend. Er wordt in dat geval binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek een einde gemaakt aan de overtreding, zonder dat door het college een officieel handhavingsbesluit wordt genomen. Er vindt wel verslaglegging plaats.
4.8
Uitgewerkte strategie per taakveld
Voor de verschillende taakvelden zijn protocollen opgesteld. Deze zijn opgenomen in de bijlagen. Bijlage 0 is de uitwerking van de nalevingstrategie en sluit aan op de Landelijke Handhavingsstrategie (versie 1.7). Bijlage 1 gaat over de taakvelden RO en Bouwen, Brandweer, Milieu, APV. Bijlage 2 is een aanvullend protocollenboek voor de Brandweer. Bijlage 3 betreft een protocol voor de Drank- en Horecawet. Bijlage 4 is het Parkeerprotocol 2015. Bijlage 5 is de Nalevings- en vergunningstrategie ODRA. Bijlage 6 is het Dwangsom Stappenplan.
14
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
5. Uitvoeren beleidsplan Het beleidsplan wordt uitgevoerd door de integraal handhavers en toezichthouders van de gemeente Doesburg. Daarnaast wordt een aantal taken binnen het taakveld milieu uitgevoerd door de toezichthouders en handhavers van de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het toezicht binnen het taakveld brandveiligheid wordt uitgevoerd door de Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). De uitvoering van het beleidsplan wordt jaarlijks uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma, dat wordt vastgesteld door het college. In het uitvoeringsprogramma worden concrete acties en prioriteiten opgenomen, die bijdragen aan de in dit beleidsplan gestelde doelen en speerpunten. Deze acties worden gekoppeld aan de beschikbare capaciteit.
5.1
Samenwerking met andere organisaties
Samenwerking op het gebied van toezicht en handhaving in het omgevingsrecht vindt plaats overeenkomstig de daarover binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken. Het gaat dan om de Politie, de Provincie Gelderland, het Waterschap Rijn en IJssel, de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) en de Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). Ten behoeve van de samenwerking zijn protocollen opgesteld.
5.2
Monitoring en evaluatie
Om een goed oordeel te kunnen vormen over de resultaten en de effecten van toezicht en handhaving is het essentieel, dat monitoring en registratie plaatsvindt van alle uit te voeren taken (toetsing, toezicht en handhaving). Onder monitoring wordt verstaan het periodiek meten van dezelfde parameters of indicatoren. Door monitoring en registratie worden de resultaten van toezicht en handhaving meetbaar. Deze getallen zeggen niet alles, maar ze maken het handhavingsproces wel inzichtelijk(er). In het jaarverslag handhaving worden de resultaten van het afgelopen jaar kenbaar gemaakt. Daarbij wordt geëvalueerd of de doelen, die zijn gesteld in het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma zijn gehaald en/of volgens de uitgangspunten verwoord in paragraaf 2.2 is gehandeld.
5.3
Verslaglegging en verbeteringen doorvoeren
Jaarlijkse verslaglegging aan de raad Dit beleid wordt vastgesteld door het college en kenbaar gemaakt aan de gemeenteraad. Ook het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het college en aan de gemeenteraad bekend gemaakt.2 Na de bekendmaking van het uitvoeringsprogramma voor het daaropvolgende jaar, wordt een jaarverslag opgesteld.3 Dit jaarverslag wordt in het begin van het volgende kalenderjaar door het college vastgesteld en ter kennisgeving aan de gemeenteraad voorgelegd. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over: 2 3
Dit is verplicht o.g.v. artikel 7.3 lid 3 Besluit omgevingsrecht. Dit is verplicht o.g.v. artikel 7.7 lid 1 Besluit omgevingsrecht.
15
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
-
het bereiken van de gestelde doelen, waaronder de uitvoering van de voorgenomen activiteiten in verhouding tot de prioriteitenstelling; de uitvoering van de afspraken met andere bestuursorganen over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden.
Ook wordt geëvalueerd of de in het uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.4
5.4
Hardheidsclausule
In uitzonderingsgevallen kan gemotiveerd van dit beleid worden afgeweken na afweging van de betrokken belangen.
4
Dit is verplicht o.g.v. artikel 7.7 lid 2 Besluit omgevingsrecht.
16
Integraal handhavingsbeleid 2017 t/m 2020, gemeente Doesburg, d.d. 25 oktober 2016
6. Bijlagen Bijlage 0 Nalevingstrategie. Bijlage 1 Dwangsom taakvelden RO en Bouwen, Brandweer, Milieu, APV. Bijlage 2 Protocollenboek Veiligheidsregio Gelderland-Midden, versie 9 december 2015 Bijlage 3 Handhavingsprotocol Drank- en Horecawet. Bijlage 4 Parkeerprotocol 2015. Bijlage 5 Nalevings- en vergunningenstrategie ODRA: deel A Nalevingstrategie d.d. 14 juli 2015 en deel B Vergunningenstrategie d.d. 21 mei 2015 Bijlage 6 Protocol Stappenplan Dwangsom.
17
Bijlage 0: Nalevingstrategie
1. Nalevingstrategie De nalevingstrategie geeft aan op welke wijze en met de inzet van welke instrumenten naleving van de regelgeving en de gestelde doelen wordt bereikt. De nalevingstrategie omvat strategieën voor preventie, toezicht, sanctionering en gedogen. Deze strategieën worden beschreven in de paragrafen 1.1 tot en met 1.4. Daarnaast beschrijft dit hoofdstuk de strategie bij klachten en handhavingsverzoeken (paragraaf 1.5), de strategie bij een verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn (paragraaf 1.6) en de strategie bij overtredingen door de gemeente zelf (paragraaf 1.7). Het bevorderen van naleving van regelgeving kan uiteindelijk betekenen, dat sanctionerend moet worden opgetreden. Om dit op een eenduidige manier te doen, hanteert de gemeente Doesburg een sanctiestrategie, die gebaseerd is op de Landelijke handhavingstrategie. Deze strategie wordt als leidraad gezien en praktische uitgewerkt in de protocollen per taakveld. Deze protocollen zijn als bijlagen opgenomen.
1.1
Preventiestrategie
De preventiestrategie richt zich op het vergroten van de bewustwording bij bedrijven en burgers. Wanneer mensen zich bewust zijn van de geldende regels, worden er minder overtredingen begaan en hoeft er minder repressieve handhaving plaats te vinden. Om spontane naleving mogelijk te maken, moeten regels aan twee voorwaarden voldoen: ze moeten voor iedereen kenbaar zijn en ze moeten duidelijk, eenduidig en dus handhaafbaar zijn. Kenbare regelgeving Uit het oogpunt van preventie, maar ook om mensen in de gelegenheid te stellen zich te informeren, moeten regels voor alle burgers en bedrijven bekend zijn. De gemeente maakt onder andere gebruik van de website om te communiceren over nieuwe gemeentelijke of landelijke regels. Er wordt niet alleen gecommuniceerd over nieuwe wet- en regelgeving of beleid, maar ook over uit te voeren handhavingsprojecten en de resultaten daarvan. Door actief te communiceren over (nieuwe) regels, de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven, de uit te voeren handhavingsprojecten en de sancties, die volgen op overtredingen, zal de gemeente het naleefgedrag naar verwachting positief beïnvloeden. Handhaafbare regelgeving Veel regels zijn opgenomen in landelijke wetgeving, bijvoorbeeld in de Wabo, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. De gemeente kan de handhaafbaarheid van deze regels niet beïnvloeden.
De gemeente heeft uiteraard wel invloed op de regels, die de gemeente zelf vaststelt, bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Bouwverordening, bestemmingsplannen en vergunningen. Regels zijn handhaafbaar wanneer ze voldoen aan de volgende criteria: actueel, op basis van geldende wet- en regelgeving en beleid; eenduidig, op één manier uit te leggen en niet tegenstrijdig; controleerbaar, gebaseerd op zichtbare en / of meetbare feiten. De gemeente toetst actief of nieuw op te stellen regels actueel, eenduidig, controleerbaar en dus handhaafbaar zijn. Vergunningverleners en handhavers overleggen, voorafgaand aan de afgifte van complexe omgevingsvergunningen over de handhaafbaarheid van de te stellen voorschriften. Ook conceptbestemmingsplannen, -beleidsplannen en -verordeningen worden vooraf gecontroleerd op handhaafbaarheid.
Bijlage 0: Nalevingstrategie
1.2
Toezichtstrategie
In de toezichtstrategie staat de vraag centraal hoe de gemeente als bevoegd gezag het toezicht op naleving van de regels uitoefent. Hoe komt de gemeente erachter, dat een overtreding plaatsvindt? Hoe actief is de gemeente in het opsporen van overtredingen? Er zijn twee vormen van toezicht: preventief toezicht en repressief toezicht. Preventief toezicht is gebaseerd op het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Preventief toezicht is thematischof gebiedsgericht en kan al dan niet worden verbonden aan vergunningen. Repressief toezicht vindt plaats op basis van klachten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen schriftelijke handhavingsverzoeken (aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) en (telefonische) meldingen of klachten (geen aanvraag in de zin van de Awb). Bij een handhavingsverzoek moet de gemeente de wettelijke beslistermijn in acht nemen. Bij een melding of klacht geldt geen beslistermijn. De intensiteit waarmee de gemeente Doesburg toezicht houdt, hangt af van de prioriteit, die aan een handhavingstaak is toegekend. Hoe hoger de prioriteit, hoe intensiever het toezicht. Toezicht en handhaving worden in de gemeente Doesburg integraal uitgevoerd. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de ambities, die de gemeente heeft ten aanzien van de verbetering van haar dienstverlening.
Ook wordt hiermee tegemoet gekomen aan de eisen, die in de Wabo aan het toezicht worden gesteld. De Wabo schrijft onder meer voor, dat het bestuursorgaan zijn controles moet afstemmen en coördineren om te voorkomen, dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders (bijvoorbeeld van de ODRA, de Provincie Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel) zonder dat van elkaar te weten kort na elkaar hetzelfde bedrijf bezoeken. Er zijn vier vormen van integraal toezicht en handhaving te onderscheiden:
Controleren met elkaar. Vanuit de verschillende taakvelden (milieu, bouw, ruimtelijke ordening, brandveiligheid) wordt gezamenlijk een integrale controle uitgevoerd. Deze vorm van toezicht leent zich goed voor complexe situaties en situaties met een hoge bestuurlijke prioriteit. Controleren na elkaar. De verschillende toezichthouders voeren op verschillende momenten controles uit. Omdat deze controles verspreid over een langere periode plaatsvinden, heeft deze aanpak een sterkere preventieve werking. De toezichtlast gaat echter niet omlaag. Controleren voor elkaar. De integrale controle wordt door één toezichthouder uitgevoerd. Deze vorm van toezicht leent zich vooral goed voor situaties met een geringe complexiteit. Signaleren voor elkaar. De toezichthouder neemt tijdens zijn controle aspecten van de andere beleidsvelden of van andere bestuursorganen mee (oog- en oorfunctie). Als hij overtredingen op het gebied van de andere beleidsvelden of bestuursorganen vaststelt, seint hij zijn collega´s in.
De toezichthouders in de gemeente Doesburg zijn al gewend om te signaleren voor elkaar. Deze vorm van integraal toezicht wordt al jaren toegepast. Waar dit voor de bedrijven voordelen biedt, zullen de toezichthouders met elkaar controleren. Waar de complexiteit van de situatie en de te controleren regels, dat toelaat, zullen de toezichthouders voor elkaar controleren.
Bijlage 0: Nalevingstrategie
1.3
Sanctiestrategie
Het bevorderen van naleving van regelgeving kan uiteindelijk betekenen, dat sanctionerend moet worden opgetreden. Om dit op een eenduidige manier te doen, hanteert de gemeente Doesburg een sanctiestrategie, die gebaseerd is op de Landelijke handhavingstrategie. Deze strategie wordt als leidraad gezien en praktische uitgewerkt in de protocollen per taakveld. Deze protocollen zijn als bijlagen opgenomen. De Landelijke handhavingstrategie is een landelijk geldend afwegingsinstrument, dat door handhavingsorganisaties wordt gehanteerd om van bevinding naar ingrijpen te komen. De Landelijke handhavingstrategie brengt één lijn aan in hoe instanties reageren op tijdens het toezicht geconstateerde overtredingen. In figuur 1.1 is de positionering van de Landelijke handhavingstrategie weergegeven.
figuur 1.1
Positionering Landelijke handhavingstrategie
Bijlage 0: Nalevingstrategie De term ‘handhavingstrategie’ drukt uit, dat ingrijpen breder is dan het opleggen van sancties naar aanleiding van geconstateerde overtredingen. Omdat ingrijpen ook kan plaatsvinden tijdens de toezichtsfase, bijvoorbeeld door het maken van afspraken met de overtreder en het verstrekken van informatie, raakt de Landelijke handhavingstrategie de toezichtstrategie. De Landelijke handhavingstrategie heeft geen betrekking op het toezicht als zodanig (denk aan prioriteiten, de wijze van toezicht houden e.d.). De Landelijke handhavingstrategie raakt ook de gedoogstrategie. Dit houdt in, dat de Landelijke handhavingstrategie erkent, dat er reden kan zijn om van bestuursrechtelijk handhavend optreden af te zien. Dit laat eventuele strafvervolging door het Openbaar Ministerie onverlet. De actuele versie van de Landelijke handhavingstrategie (versie 1.7) is als bijlage bij het beleidsplan gevoegd en is daarmee met dit beleidsplan vastgesteld. Zodra een nieuwe versie beschikbaar is, wordt gewerkt overeenkomstig de nieuwe versie, tenzij het college daarover anders beslist. Kort samengevat is de visie van de Landelijke handhavingstrategie: Onafhankelijkheid: sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavingsinstanties. Professionaliteit en vakmanschap: training, opleiding, kennis- en informatie-uitwisseling.
Betrouwbaarheid: beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen. Eenvoud: een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daartoe te komen. Gezamenlijkheid: overleg, afstemming en planmatig en informatie gestuurd gezamenlijk optreden. In hoofdstuk 3 van de Landelijke handhavingstrategie is het stappenplan opgenomen, dat door toezichthouders en handhavers moet worden doorlopen om deze visie te verwezenlijken. De Landelijke handhavingstrategie maakt gebruik van een interventiematrix die in figuur 1.2 is opgenomen.
Bijlage 0: Nalevingstrategie
figuur 1.2
De interventiematrix
Om naleving van regels af te dwingen, hebben de gemeente en haar handhavingspartners zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten tot hun beschikking. In de sanctiestrategie staat beschreven wanneer en hoe deze middelen worden ingezet. In figuur 1.3 is de interventiematrix met straf- en bestuursrechtelijke instrumenten opgenomen.
Bijlage 0: Nalevingstrategie
figuur 1.3
De interventiematrix met straf- en bestuursrechtelijke instrumenten
De Landelijke handhavingstrategie gaat uit van het principe zo licht mogelijk starten met ingrijpen, gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere middelen wanneer naleving uitblijft. De toezichthouders en handhavers van de gemeente Doesburg bepalen het in te zetten sanctiemiddel met behulp van de interventiematrix. De toezichthouder of handhaver kiest in principe voor de minst zware (combinatie van) interventie(s) uit de matrix, tenzij de toezichthouder of handhaver motiveert, dat in de
Bijlage 0: Nalevingstrategie betreffende situatie een andere (combinatie van) interventie(s) passender is. Een toelichting op de interventiematrix is als bijlage bij dit beleidsplan te vinden.
1.4
Gedoogstrategie
Bestuursrechtelijke handhaving is een discretionaire bevoegdheid, waarvan niet in alle gevallen gebruik gemaakt hoeft te worden. Uit jurisprudentie blijkt echter, dat de gemeente een beginselplicht tot handhaving heeft (zie paragraaf 1.5). Dat betekent, dat er in principe geen ruimte bestaat voor het gedogen van overtredingen. Toch kan de belangenafweging in een aantal gevallen leiden tot de conclusie, dat handhavend optreden op dat moment niet redelijk is en voor een bepaalde periode moet worden gedoogd. In deze gevallen kan een gedoogbeschikking worden opgesteld. In aansluiting op het landelijk beleidskader gedogen, ziet de gemeente Doesburg in de volgende situaties af van handhavend optreden:
Overmachtsituaties Dit zijn onvoorziene situaties (bv. calamiteiten), die niet voor legalisatie in aanmerking komen, maar waarbij de overtreder geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De belangenafweging kan er in die situaties toe nopen om de overtreding tijdelijk te gedogen. Situaties waarin handhavend optreden onevenredig is Kenmerk van deze situaties is, dat geen sprake is van overmacht of van zicht op legalisatie van de overtreding op afzienbare termijn, maar wel van één of meer zodanig bijzondere omstandigheden, dat de belangenafweging aanleiding geeft om af te zien van bestuursrechtelijk handhavend optreden. Handhavend optreden is dan onevenredig (incidentele overtredingen of overtredingen van geringe ernst). Situaties waarin sprake is van concreet zicht op legalisatie (of op beëindiging van de overtreding) Tot de legalisatie of beëindiging kan de overtreding worden gedoogd.
Eventuele situaties die in het verleden passief gedoogd zijn, zullen op het moment dat deze opnieuw worden geconstateerd als nieuwe situatie worden beschouwd.
1.5
Strategie bij klachten en handhavingsverzoeken
Overtredingen of mogelijke overtredingen kunnen door derden onder de aandacht van de gemeente worden gebracht. Dit kan door middel van het indienen van een mondelinge of schriftelijke klacht of door middel van het indienen van een schriftelijk verzoek om handhaving. Het omgaan met deze klachten en verzoeken om handhaving vraagt een specifieke aanpak. Met klachten en verzoeken om handhaving wordt als volgt omgegaan. Klachten Bij een klacht wordt aan de hand van de in dit beleidsplan opgenomen prioritering bepaald of en zo ja, wanneer de klacht in behandeling wordt genomen. Heeft de handhavingstaak waarop de klacht ziet een lage prioriteit, dan wordt de klager meegedeeld, dat de klacht voorlopig niet in behandeling wordt genomen. Behandeling volgt, zodra daarvoor ruimte is. Is sprake van een hoge prioriteit, dan wordt de klacht direct in behandeling genomen. De situatie wordt op locatie beoordeeld door een toezichthouder en de klager wordt desgewenst geïnformeerd over de afhandeling van de klacht. In geval van een klacht is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden.
Bijlage 0: Nalevingstrategie Verzoeken om handhaving Bij een schriftelijk verzoek om handhaving wordt zo snel mogelijk (mondeling of schriftelijk) contact opgenomen met de verzoeker om handhaving of diens gemachtigde. Dan wordt besproken wat het belang en doel van het verzoek is en wat kan worden verwacht van de gemeente. Vervolgens wordt de situatie op locatie beoordeeld door een toezichthouder en worden alle belanghebbenden (dus ook de mogelijke overtreder) geïnformeerd over de afhandeling en de verdere procedure. Dit gebeurt schriftelijk en digitaal. Bij een verzoek om handhaving geldt een beslistermijn van 8 weken. Zie voor de verdere afhandeling van de zaak de sanctie- en de gedoogstrategie. Bij anonieme verzoeken om handhaving wordt de aanpak gevolgd, zoals bij een klacht, met het verschil, dat de verzoeker vanwege zijn anonimiteit niet op de hoogte kan worden gesteld van de werkwijze van de gemeente. Beginselplicht tot handhaving Dit beleidsplan laat de beginselplicht tot handhaving onverlet. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt, dat beleid niet mag inhouden, dat nooit wordt opgetreden tegen overtredingen met een lage prioriteit. Wanneer bij dergelijke overtredingen door een belanghebbende wordt verzocht om handhaving, mag daarvan niet worden afgezien onder verwijzing naar de prioriteitstelling in het beleid.
Afzien van handhaving mag alleen onder bijzondere omstandigheden, omdat ook voor overtredingen met een lage prioriteit de beginselplicht tot handhaving geldt. Een bijzondere omstandigheid kan zijn, dat sprake is van een zeer geringe overtreding (een zogenaamde ‘bagatelzaak’). Zijn er geen bijzondere omstandigheden, dan moet tot handhaving worden overgegaan1.
1.6
Strategie bij verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn
In een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang wordt een termijn opgenomen, waarbinnen de overtreder een einde moet maken aan de overtreding. Dat is de zogenaamde begunstigingstermijn. Wordt die termijn niet in acht genomen, dan moet de overtreder ofwel een dwangsom betalen ofwel wordt bestuursdwang toegepast. Een overtreder kan verzoeken om het verlengen van de begunstigingstermijn. Tot dusver worden alle begunstigingstermijnen – op verzoek - verlengd tot na de beslissing op bezwaar, de uitspraak van de Rechtbank in beroep en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in hoger beroep. Het verlengen van de begunstigingstermijn wordt redelijk geacht, tenzij het laten voortduren van de overtreding leidt tot onherstelbare of ernstige schade aan het milieu of landschap en / of indien ernstig gevaar ontstaat voor de veiligheid van mensen of goederen in de directe omgeving (bijvoorbeeld een brandgevaarlijke situatie). Handhavend optreden (een dwangsom innen of bestuursdwang toepassen) terwijl er nog geen sprake is van een duidelijk (rechterlijk) oordeel brengt als risico met zich mee, dat het handhavingsbesluit van het college vernietigd kan worden en het college schadevergoeding moet betalen (voor het toepassen van bestuursdwang) of de reeds geïnde dwangsommen met rente moet terugbetalen.
Gezien het bovenstaande wordt als beleidslijn gehanteerd, dat de begunstigingstermijn – op verzoek – verlengd wordt tot zes weken na de beslissing op bezwaar, zes weken na de
1 zie ABRvS 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1982 en ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2303
Bijlage 0: Nalevingstrategie uitspraak van de Rechtbank of zes weken na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien nodig kan deze termijn nog iets langer gesteld worden.
1.7
Strategie bij overtredingen door de gemeente zelf
In het geval dat geconstateerd wordt, dat de gemeente Doesburg zelf een overtreding heeft begaan, wordt hieraan te allen tijde een hoge prioriteit toegekend. Er wordt in dat geval binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek een einde gemaakt aan de overtreding, zonder dat door het college een officieel handhavingsbesluit wordt genomen. Er vindt wel verslaglegging plaats.
Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV
Deel APV Compartiment
Vergunning / overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
Ruimtelijke inrichting
Illegaal gebruik gemeentegrond: Als tuin Niet als tuin
Matig Licht
Privaatrecht Dwangsom
€ 50 per m2 in 1x verbeuren
6 weken
Reclameborden / voertuigen
Licht
Dwangsom
1 dag
Maken / veranderen van een uitweg
Licht
Dwangsom
Niet commercieel: € 50 per dag met een max van € 500 Commercieel: € 500 per dag met een max van € 5000 € 50 in 1x verbeuren
Hinderlijke beplanting Gevaarlijk voorwerp Hinder van dieren
Matig Ernstig Licht
Dwangsom Dwangsom Dwangsom
€ 100 in 1x verbeuren € 500 in 1x verbeuren € 50 in 1x verbeuren
Bescherming milieu en natuurschoon
Illegale kap
Matig
(financiële) herplantplicht (i.o.m. RB)
Collecteren, venten, standplaats
Collecteren: Zonder vergunning In afwijking van de vergunning Venten / standplaats: Zonder vergunning In afwijking van de vergunning
Licht
Dwangsom
Winkeltijden
Winkel open in strijd met winkeltijdenwet
Matig
Dwangsom
€ 20.000 in 1x verbeuren
1 week
Parkeren
Defect / wrak Parkeren in strijd met APV
Licht Licht
Dwangsom Dwangsom
€ 500 in 1x verbeuren € 250 in 1x verbeuren
2 weken Per direct
Openbare orde
4 weken (om alsnog een Wabo-vergunning in te dienen) 6 weken 1 week 4 weken
1 week € 100 in 1x verbeuren € 50 in 1x verbeuren
Licht
Dwangsom
1 week € 1.000 in 1x verbeuren € 250 in 1x verbeuren
Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV
Deel Brandweer Compartiment
Vergunning / overtreding
Kwalificatie
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
Opname rapport gebruiksvergunning
Bestemming gebouw niet volgens gebruiksvergunning
Matig
Dwangsom
€ 3.750
8 weken
Bestaand gebruiksvergunning kan niet gehandhaafd blijven
Ernstig
Dwangsom
€ 7.500
Maximaal aanwezige personen komt niet overeen met gebruiksvergunning
Matig
Dwangsom
€ 2.500 per ruimte (max. € 2.500)
Onmiddellijk
Bouwwerk in afwijking van de gebruiksvergunning tekening(en)
Matig
Dwangsom
€ 3.750
8 weken
De brand- en rookwerende scheidingen voldoen niet aan de gestelde eisen Brandwerend glas enkelzijdig Brandwerend glas dubbelzijdig De beweegbare onderdelen in de brand- en rookwerende scheiding voldoen niet aan de gestelde eisen (oa WBDBO) Dranger aanbrengen In geopende stand vastgezet
Matig
Dwangsom
€ 5.000
4 weken
Licht Licht
Dwangsom Dwangsom Dwangsom
€ 300 per m2 (max. € 1.500) € 300 per m2 (max. € 1.500) € 3.750
4 weken 4 weken
Licht Matig
Dwangsom Dwangsom
Onmiddellijk Onmiddellijk
De zichtbare doorvoeringen zijn niet brand- en/of rookwerend afgedicht (WBDBO/WTRD) De doorvoeringen zijn niet brand- en/of rookwerend afgedicht (WBDBO/WTRD) Dichtzetten doorvoeringen per m 2 Knelmanchet plaatsen Brandwerend rooster plaatsen Brand- en rookwerende scheidingen worden niet gesloten gehouden Geen geldige certificaten aanwezig van de afgedichte sparingen
Matig
Dwangsom
€ 200 per dranger (max. € 1.000) € 1.000 per ingeopende stand (max. € 5.000) € 3.750
Matig
Dwangsom
€ 3.750
1 week
Licht Licht Matig Matig
Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom
€ 200 per m2 (max. € 1.000) € 150 per knelmanchet (max.€ 750) € 750 per m2 (max. € 3.750) € 5.000
1 week 1 week 1 week Onmiddellijk
Matig
Dwangsom
€ 3.750
4 weken
Opname rapport bouwkundige voorzieningen
1 week
Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV
Opname rapport ontvluchting
Geen actueel rapport van de uitgangspunten “beheersbaarheid van brand” aanwezig Geen actueel rapport van de uitgangspunten voor de gelijkwaardige oplossing aanwezig
Matig
Dwangsom
€ 3.750
8 weken
Licht
Dwangsom
€ 1.250
8 weken
Het aantal vereiste vluchtroutes niet aanwezig Vluchtdeuren niet te openen binnen 2 handelingen en zonder gebruik van een los voorwerp Vluchtroutes niet vrij van obstakels Vereiste vluchtrouteaanduiding niet aanwezig: Bouwkundig bordje Transparantverlichting a. transparanten (1-2 stuks) b. transparanten (3-4 stuks) c. transparanten (5-6 stuks) d. transparanten (7- =>10 stuks) Vereiste vluchtrouteaanduiding niet goed zichtbaar Deur niet te openen over de volle breedte Deur draait tegen vluchtrichting in en niet vastgezet in geopende stand Kabels en snoeren niet goed op vloer vastgeplakt Automatische deuren: Geen voorzieningen aanwezig tegen belemmeren ontvluchting Geen voorzieningen aanwezig tegen nadelig beïnvloeden van brand- en rookwerendheid Opstelling inventaris: Stoelopstelling voldoet niet aan goedgekeurde stoelenplan Door verkeerd opstellen meubilair, is vereiste oppervlakte voor personen niet
Ernstig Ernstig
Bestuursdw Dwangsom
€ 7.500
1 week Onmiddellijk
Ernstig
Dwangsom
€ 2.500 per stuk (max. € 12.500)
Onmiddellijk
Licht Licht Licht Matig Matig Ernstig Licht
Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom
€ 250 per bordje (max. € 1.250) € 250 per stuk (max. € 1.250) € 1.250 € 2.500 € 3.750 € 5.000 € 1.250
8 weken 8 weken 8 weken 8 weken 8 weken 8 weken 8 weken
Ernstig Ernstig
Dwangsom Dwangsom
€ 2.500 per deur (max. € 12.500) € 2.500 per deur (max. € 12.500)
Onmiddellijk Onmiddellijk
Matig
Dwangsom
€ 500 per stuk (max. € 2.500)
Onmiddellijk
Ernstig
Dwangsom
€ 7.500
1 week
Ernstig
Dwangsom
€ 7.500
1 week
Matig
Bestuursdw
Onmiddellijk
Matig
Bestuursdw
Onmiddellijk
Bijlage 1: Protocol Dwangsom taakvelden RO, Bouwen, Brandweer, Milieu en APV
aanwezig Opname rapport brandmeldinstallatie
Brandmeldcentrale staat niet in bedrijf Brandmeldinstallatie niet gecertificeerd Brandmeldinstallatie heeft geen geldig certificaat Geen registratie aanwezig jaarlijkse controle en onderhoud Geen maandelijks onderhoud conform NEN 2654-1 (uitgave 2002) Geen opgeleid persoon conform NEN 2654-1 (uitgave 2002) Geen onderhoudscontract conform NEN 2654-1 (uitgave 2002) Geen brandmeldinstallatie aanwezig: Rook- of brandmelders tbv installatie Slow-whoop Nevenindicator Kleefmagneet + 2 rookmelders Bij een “ dood eind” situatie aanbrengen rookmelders (die ook andere rookmelders activeert)
Ernstig Ernstig Matig Matig
Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom
€ 7.500 € 7.500 € 3.750 € 3.750
4 weken 8 weken 8 weken 8 weken
Licht
Dwangsom
€ 1.000
4 weken
Matig
Dwangsom