CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Fundament EF definitief

Gecombineerde commissie 15 oktober 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: (MO) Essentiële functies in de Jeugdzorg (Informatienota)40.892 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Ruimte: financiële afspraken moeten ondersteunend zijn aan de ontwikkelopgave van de opdracht. In de keuze voor bekostigingsmodellen zoeken we welke modellen de gewenste ontwikkeling optimaal ondersteunen. Modellen die zekerheid of ruimte geven of modellen die helder bekostigen op werkelijke inzet. Aanbieders moeten hun expertise en ervaring optimaal kunnen inzetten om tot matched care te komen. 3. Reële tarieven: de financiële afspraken moeten reëel zijn. Dat betekent zowel een reële dekking van kosten voor de gevraagde kwaliteit en ontwikkeling als ook een scherpe afspraken die passen bij een efficiënte bedrijfsvoering. Bovenstaande uitgangspunten helpen om gedurende de hele overeenkomst passende financiële afspraken te blijven houden. Aanbieders en regio’s blijven daarom gedurende de rit afspraken monitoren om deze aan te passen waar nodig. Het vertrekpunt (de tarieven en bekostiging waar we mee starten) houdt rekening met hoe de zorg nu is georganiseerd en de kwaliteit die daarbij nu geleverd wordt. Natuurlijk willen we zo snel mogelijk de gewenste kwaliteitsverbetering realiseren. En waar mogelijk geldt deze kwaliteitsverbetering vanaf de start van de overeenkomst. Maar voor veel punten geldt ook dat aanbieders en regio’s tijd en geld nodig hebben om de gewenste verbetering in gang te zetten en te realiseren.

In dit hoofdstuk beschrijven we de bekostiging van de verschillende onderdelen die gezamenlijk de opdracht voor de essentiële functie vormen. Het gaat hier om de diensten Mobiele Brigade en Integrale hoog specialistische zorg en om de leer- en ontwikkelopgave die in de bekostiging is opgenomen als ‘Leren & Ontwikkelen’.

3.1.

In dialoog naar passende bekostiging en reële tarieven

Het is voor aanbieders én regio’s van belang om goede afspraken te maken over bekostiging en tarieven. De uitdaging ligt daarbij in een goede balans tussen scherpe tarieven die passen bij een efficiënte bedrijfsvoering en voldoende financiële dekking van de kosten die gemaakt worden bij de gevraagde kwaliteit in deze opdracht. Aanbieders en regio’s hebben aan de overlegtafel een zorgvuldig proces doorlopen waarin gezamenlijk onderstaande processtappen zijn gezet.

60

De bovenstaande processenstappen laten zien dat de partijen aan de overlegtafel gezamenlijk: •

De definities hebben besproken en vastgesteld zodat ingebrachte data vergelijkbaar zijn en gesprekspartners helderheid hebben over wat onder verschillende begrippen wordt verstaan; • De werkwijze om tot de keuze voor een bekostigingsmodel en tarieven op te bouwen hebben besproken en vastgesteld. Voor de verschillende diensten zijn hier keuzes op maat gemaakt. • Cijfers hebben verzameld, besproken en geduid. Waar mogelijk zijn resultaten uit de bekostiging en tariefsopbouw zoveel mogelijk plenair en gezamenlijk besproken. Waar het (met oog op bedrijfsgevoeligheid) noodzakelijk was, hebben gesprekken tussen gemeenten en individuele aanbieders plaatsgevonden. De algemene lijn uit individuele gesprekken zijn later plenair gedeeld aan de overlegtafel. • Concept-tarieven hebben besproken waarbij gemeenten hebben toegelicht hoe in een eerste voorstel de parameterwaarden tot stand zijn gekomen, met welke inhoudelijke onderbouwing en met welke rekenwijze. Waarop aanbieders hebben gereageerd en hebben aangegeven op welke onderdelen waarden wel of niet passend waren. In dialoog en afstemming zijn parameterwaarden in consensus vastgesteld. • De definitieve concepttarieven hebben afgestemd. Na het in consensus afstemmen van de concepttarieven zijn de tarieven, de onderliggende parameterwaarden en de bijbehorende onderbouwing met de bijbehorende onderbouwing gezamenlijk vastgesteld.

Voor elke stap hebben één of meerdere overlegmomenten plaatsgevonden, waarbij aanscherpingen, aanvullingen en nieuwe inzichten steeds zijn meegenomen. Een volgende processtap werd pas gezet nadat aanbieders en regio’s in consensus de voorgaande stap hadden afgerond. De onderstaande beschrijving van bekostiging en tarieven is dan ook het resultaat van een geheel in consensus doorlopen proces, waarbij de balans tussen het dekken van kosten en het streven naar efficiëntie bewaard is gebleven.

3.2.

Bekostiging mobiele brigade

In paragraaf 1.9.2 staat de opdracht van de Mobiele Brigade volledig uitgewerkt. Een aantal kenmerken van de mobiele brigade is belangrijk voor de wijze van bekostiging. De mobiele brigade is een team dat actief en snel handelt. Zonder bureaucratische rompslomp. Het is het team dat voldoende capaciteit heeft om hands-on, met het netwerk samen, te werken aan oplossingen. Het is van belang om op te merken dat crisis geen onderdeel uitmaakt van de essentiële functies. De lokaal en regionaal ingekochte producten SEZ, ASH en crisisdiensten GGZ zijn voorliggend als het een crisissituatie betreft. De mobiele brigade wordt alleen ingezet als binnen het lokale en regionale veld geen oplossing voor handen is. Het geleidelijk ontwikkelen van het mobiele team moet helpen om een gepaste capaciteit te contracteren en dubbele bekostiging van capaciteit te voorkomen.

3.2.1. Beschikbaarheidsbekostiging voor flexibele en directe inzetbaarheid Bij de inrichting van de bekostiging van de Mobiele Brigade zijn twee uitgangspunten van belang: 1. Expertise en capaciteit moet beschikbaar en flexibel inzetbaar zijn om actief en snel te kunnen handelen; 2. De mobiele brigade is een nieuw concept waarbij we klein beginnen en al lerende ontdekken welke invulling en omvang passend zijn. De afspraken vormen een groeimodel dat kan meebewegen met de ontwikkeling van de mobiele brigade. OPBOUW FTE BEKOSTIGING MOBIELE BRIGADE VOOR HET TOTAAL Aan de overlegtafel hebben aanbieders en regio’s gezamenlijk de invulling en inrichting van de mobiele brigade besproken en uitgewerkt. Een belangrijke keuze hierbij is de keuze voor Fte-bekostiging. Met het bekostigen van Fte’s kunnen aanbieders medewerkers beschikbaar stellen en vrij plannen om met

61

elkaar de mobiele brigade op te zetten en in te vullen. Juist ook in de ontwikkelfase is het van belang dat betrokken medewerkers uren kunnen inzetten voor het inrichten en ontwikkelen van en het leren in de mobiele brigade. Om tot een raming van het benodigde budget voor de Mobiele Brigade te komen hebben de aanbieders en gemeenten aan de overlegtafel de volgende stappen doorlopen: 1. Raming aantal Fte: Er is op inhoud een raming gemaakt van de tijd die nodig is om de beoogde doelen te halen. Hierboven is toegelicht dat 10.000 uur per jaar nodig is om 100 kinderen te kunnen helpen. Bij de start is er daarnaast een verbinder nodig die circa één Fte beschikbaar en inzetbaar is. 2. Toedeling naar gewenste functies: aan de overlegtafel hebben aanbieder en regio’s besproken welke functies idealiter in de Mobiele Brigade zitten. Daarbij is gekozen voor een ervaringsdeskundige, een GZ-psycholoog, een Sociaal Pedagogisch Verpleegkundige en een Systemisch ambulant werker. Alle functies moeten een gelijk aandeel hebben in inzetbaarheid en beschikbaarheid. Dat betekent dat door de 10.000 uur te verdelen over deze functies alle functies voor 2500 uur per jaar beschikbaar moeten zijn. Dat vertaalt zich in 2,0 Fte per functie per jaar. 3. Bereken Fte-prijs per functies per jaar: om tot een Fte-prijs per functie te komen zijn de volgende deelstappen doorlopen: a.

Indeling in passende schalen: aan de overlegtafel is besproken – en hebben aanbieders aangegeven – in welke schalen de medewerkers zijn ingeschaald, die in de mobiele brigade ingezet zouden moeten worden. Voor de invulling van de tarieven is in afstemming met aanbieders gebruik gemaakt van de cao’s GGZ, Jeugdzorg en Welzijn. Als medewerkers uit verschillende schalen in de mobiele brigade zouden kunnen deelnemen, dan is de hoogste schaal meegenomen in de berekening van de kosten zodat de bekostiging geen belemmering vormt voor een optimale bezetting van de mobiele brigade. Voor de SPV-er geldt dat medewerkers uit verschillende schalen in de mobiele brigade kunnen deelnemen. In de bekostiging is voor de hoogste schaal gekozen. b. Berekenen gemiddeld salaris per functie: Voor elke functie is het gemiddelde salaris berekend van de medewerker die in die functie wordt ingezet, door 95% van het maximumsalaris te berekenen. Daarmee gaan we ervanuit dat er ruimte is om de meest ervaren en hoog ingeschaalde medewerkers in de mobiele brigade in te zetten. c. ORT: De mobiele brigade levert planbare zorg en levert geen crisiszorg. In de meeste gevallen zal de mobiele brigade op reguliere tijden ingezet kunnen worden. Om wel flexibel inzetbaar te zijn en eventueel ook buiten kantooruren mee te kijken met bijvoorbeeld eeten of slaapmomenten, wordt er gerekend met een ORT-percentage van 1%.

d. Vakantiegeld: Hier is het in Cao’s vastgelegd percentage van 8% gekozen. Dit cijfer is aan de zorgaanbieders voorgelegd en in consensus vastgesteld. e. Eindejaarsuitkering: Hier is het in Cao’s vastgelegd percentage van 8,33% gekozen. Dit cijfer is aan de zorgaanbieders voorgelegd en in consensus vastgesteld. f. Sociale premies: Er is gekozen voor een waarde van 29,0% om daarmee aan de sluiten op de waarde in de verblijfsvoorzieningen voor JeugdzorgPlus en Driemilieusvoorziening. Dit percentage lijkt eerder iets te hoog dan te laag, maar biedt daarmee een goede basis om medewerkers in relatief hogere salarisschalen en in vaste dienst in te zetten. g. Overhead: De benchmark voor de GGZ komt momenteel uit op circa 33% (zie de benchmark care van Berenschot43 zoals opgenomen in de VNG-rekentool). Dit percentage is gebaseerd op een brede en diverse groep van aanbieders, waarin zowel grote als kleine aanbieders zijn betrokken, en weerspiegelt een gemiddelde in de sector. In deze opdracht voor de essentiële functies lijken voornamelijk grotere partijen deel te gaan die vooral hoog-specialistische zorg leveren. Er is er daarnaast voor gekozen om overhead als vast bedrag mee te nemen en niet als percentage. Dit om te voorkomen dat de overhead in de hogere salarisschalen onredelijk hoog uitvalt.

Met een bedrag van € 45.000 euro per Fte 43 https://www.berenschot.nl/benchmarken/benchmark-care

62

per jaar ligt het percentage overhead gemiddeld rond de 49%. Andere tariefonderzoeken in Gelderland bevestigen deze waarde als reëel. Aan de overlegtafel is deze parameterwaarde besproken en vastgesteld. h. Marge: De norm voor risico/marge is gesteld op 3%, dat is conform de door de zorgaanbieders opgegeven waarde en valt binnen de bandbreedte van landelijk gangbare waarden. i. Aantal productieve uren per jaar: Aanbieders hanteren uiteenlopende waarden voor het aantal productieve uren voor de eigen organisatie. In afstemming hebben aanbieders en gemeenten een waarde vastgesteld van 1250 uur die als gemiddelde en reëel wordt gezien, waarbinnen medewerkers hun uren kunnen besteden voor het uitvoeren van de activiteiten van de mobiele brigade (zowel directe als indirect gebonden tijd). In de bijlage 12 bij het Fundament Essentiële Functies is de tabel opgenomen met daarin de ingevulde waarden per parameter, zoals hierboven besproken. Het is van belang te benoemen dat de mobiele brigade een nieuwe dienst is. Tijdens de uitvoering van de opdracht gaan aanbieders en gemeenten gezamenlijk leren hoe de Mobiele Brigade optimaal ingezet kan worden en functioneert. Onderdeel hiervan is om ook te leren wat een realistische raming van kosten is.

De Mobiele Brigade weet per jaar 100 kinderen44 te bereiken. De inschatting is dat per kind gemiddeld 100 uur inzet nodig is. Deze 100 uur bestaat uit 60 uur directe cliëntgebonden tijd en 40 uur indirect cliëntgebonden tijd (waaronder reistijd). In totaal is er per jaar dus 10.000 uur nodig om 100 kinderen te kunnen helpen45. Deze uren worden gelijk verdeeld over de vier functies in de mobiele brigade, zoals genoemd in paragraaf 1.9.2. Dit betekent 2500 uur per functie per jaar. Voor de vijfde functie van verbinder geldt dat deze tijdelijk voor ongeveer 12 uur per week per cluster inzetbaar is. Aan de overlegtafel hebben aanbieders en regio’s besproken wat een passende inschaling is van de functies in de mobiele brigade en welke kosten er per ingeschaalde functie in een fte vallen. Een uitgebreid overzicht van de berekening van (opbouw van de) kosten per Fte voor de functies binnen de mobiele brigade is opgenomen als bijlage 12 bij deze beschrijving. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de geraamde kosten voor de mobiele brigade in het eerste jaar (prijspeil 2024).

Kosten mobiele brigade Functie

Aantal Aantal uren fte

Kosten per functie

Ervaringskundige

2500

2,0

€ 252.807

GZ-er SPV Systemisch ambulant medewerker Verbinder Totaal

2500 2500

2,0 2,0

€ 328.814 € 284.014

2500 2,0 1250 1,0 11.250 9

Opmerkingen HBO denk- en werkniveau. SKJ-registratie en HBO-diploma niet verplicht. CAO Welzijn Berekend o.b.v. van schaal 12 Jeugdzorg, kan ook FWG 65 worden ingezet FWG 55 of 60. Berekend op FWG 60 CAO GGZ

€ 264.324 Berekend o.b.v. FWG 55 CAO GGZ € 132.162 Berekend o.b.v. FWG 55 CAO GGZ € 1.262.122

44 Het aantal van 100 kinderen is een eerste raming om een startpunt te creëren. Op basis van ervaringen in de praktijk

kunnen gemeenten en aanbieders een scherpere ambitie voor vervolgjaren formuleren en beter inschatten wat welke invulling van de Mobiele Brigade nodig is om de ambities te realiseren. 45 Het eerste jaar is er een ingroei- en leerperiode (schatting 4 uur per week per medewerker). Dit zal het daadwerkelijke bereik van het aantal kinderen beïnvloeden. Dit volgen we met de monitoring.

63

De hierboven genoemde kosten worden voor ingang van de overeenkomst geïndexeerd46 naar prijspeil 2025. Op de inzet en bekostiging van de mobiele brigade zijn de volgende afspraken van toepassing: • Met het accepteren van de opdracht accepteren aanbieders de leveringsplicht voor de inzet van het genoemde aantal uren van de genoemde functies in de mobiele brigade, conform de kwaliteitsafspraken die in hoofdstuk 1 zijn beschreven; • De kostenraming zoals in de tabel hierboven is opgenomen, kan niet worden overschreden zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de regio’s (opdrachtgever); • Gedurende het jaar worden de inzet, activiteiten en resultaten door de aanbieders en regio’s gemonitord, met als doel om gezamenlijk te leren hoe de mobiele brigade optimaal ingericht en ingezet kan worden. Het resultaat van de monitoring kan leiden tot wijziging van afspraken over de inzet en invulling van de mobiele brigade. Een eerste moment waarop de inzet van de mobiele brigade wordt gemonitord is na het eerste half jaar; • Aanbieders en gemeenten maken in het kader van de implementatie afspraken over de verantwoording van de ontvangen financiële middelen.

De wijze van verantwoorden moet daarbij aan sluiten bij de wijze waarop aanbieders gedurende het jaar gezamenlijk monitoren en sturen; • Als er sprake is van langdurig ziekteverzuim47, dan treden aanbieders en regio’s in overleg over het nakomen van de leveringsplicht, het invullen van vervanging en het dekken van het financiële risico dat met de langdurige ziekte gepaard gaat.

3.3.

Bekostiging Integrale hoog specialistische zorg

Integrale hoog specialistische zorg bestaat uit een deel verblijf en een deel zorg die gericht op het individuele kind in de context van de verblijfsvoorziening wordt ingezet. De bekostiging van beide componenten wordt hieronder beschreven.

3.3.1. Bekostiging verblijf als onderdeel van integrale hoog specialistische zorg Algemene uitgangspunten •

• • •

Onderdeel van de integrale hoog specialistische zorg zijn residentiele voorzieningen die voldoen aan de criteria voor de essentiële functies (paragraaf 1.6). In bijlage 7 is een lijst opgenomen met een inventarisatie van residentiele voorzieningen die in de huidige situatie voldoen aan de criteria. Dit is een dynamische lijst: er kunnen nog (getransformeerde) residentiele voorzieningen bijkomen en voorzieningen afvloeien zodra deze niet meer aan de criteria voldoen en daarmee niet meer binnen de scope van de essentiële functies vallen; Met aanbieders die worden toegelaten tot de overeenkomst maken de regio’s transformatieafspraken over het ontwikkelen van beter passend aanbod en het verbeteren van de kwaliteit; Aanbieders en regio’s monitoren de inzet en kosten van residentiele voorzieningen om te leren hoe de afspraken optimaal ingericht kunnen worden om bij te dragen aan de gewenste ontwikkeling en inzet van residentiele voorzieningen; Voor de bekostiging van de residentiele voorzieningen wordt gebruik gemaakt van het intensiteitenmodel. Dit is een objectief tariefmodel, waarmee er ruimte ontstaat om voor groepen met een verschillende begeleidingsintensiteit een verschillend tarief te hanteren. Het intensiteitenmodel werkt met genormeerde kostprijselementen, waarbij het geheel van de elementen aanbieders de mogelijkheid biedt kostendekkend te kunnen werken.

Voor de residentiele voorzieningen waar het intensiteitenmodel niet aansluit om tot een passend tarief te komen is aan de hand van dezelfde kostprijselementen een andere tariefopbouw gekozen;

46 Indexatie op basis van de indexeringsmethode zoals vastgelegd in de dan geldende contractstandaarden jeugd. 47 Aanbieders maken na 2 weken ziekteverzuim een inschatting of het ziekteverzuim langdurig gaat worden en nemen

z.s.m. contact op met de regio’s als de inschatting positief uitvalt.

64

•

Gedurende de overeenkomst blijven aanbieders en regio’s in overleg om te zorgen dat de bekostiging blijft aansluiten bij de transformatie van de voorzieningen.

Type voorzieningen Voor de volgende soorten residentiele voorzieningen zijn bekostigingsafspraken gemaakt: • JeugdzorgPlus • Driemilieusvoorzieningen • Onvoorwaardelijk wonen • Gezinsopname • Kliniek Verslaving

JeugdzorgPlus Voor de JeugdzorgPlus voorzieningen maken regio’s en aanbieders met de overeenkomst voor essentiële functies afspraken over: 1. De beschikbaarheid van benodigde plekken voor kinderen in de G7; 2. De ombouw van residentiele voorzieningen naar meer kleinschalige voorzieningen; 3. De afbouw van het aantal plekken naar een noodzakelijk in de tijd te bepalen minimum. Om deze doelen met bekostiging te faciliteren en te stimuleren hanteren regio’s en aanbieders het intensiteitenmodel om tot tariefafspraken te komen. Ze maken jaarlijks afspraken over het garanderen van de beschikbaarheid van plekken voor JeugdzorgPlus voor kinderen in de G7. TARIEVEN JEUGDZORGPLUS IN HET INTENSITEITENMODEL Aanbieders en regio’s hebben aan de hand van het intensiteitenmodel in kaart gebracht wat reële tarieven zijn voor verschillende groepen JeugdzorgPlus op locaties binnen Gelderland. Dit tariefmodel berekent aan de hand van het aantal kinderen op een groep en het aantal netto roosteruren op die groep een begeleidingsintensiteit. De begeleidingsintensiteiten zijn in bandbreedtes ingedeeld. En per bandbreedte is een etmaaltarief bepaald. Aan de hand van een invulformat hebben aanbieders aangegeven welke kosten zij – op verschillende kostprijselementen – maken voor de verschillende groepen JeugdzorgPlus die zij binnen de G7 bieden.

Ook hebben ze ingevuld hoeveel kinderen er in een groep zitten en hoeveel roosteruren aan de groep zijn gekoppeld. Aan de hand van een dialoog over deze ingevulde formats zijn aanbieders en regio’s tot een norm per kostprijselement gekomen en een integraal tarief per etmaal per intensiteitsbandbreedte. Een overzicht van de normen per kostprijselement en toelichting over de manier waarop de normen tot stand zijn gekomen, is opgenomen als bijlage 13 bij dit document. Het resultaat van het gezamenlijk onderzoek naar en de dialoog over reële en passende tarieven voor JeugdzorgPlus is opgenomen in de onderstaande tabel. Dit zijn tarieven in prijspeil 2024. Voor ingang van de overeenkomst worden de tarieven geïndexeerd naar prijspeil 2025 conform de methodiek die daarvoor in de overeenkomst is opgenomen.

65

Voorziening Verblijf Intensiteit K Intensiteit L Intensiteit M Intensiteit N Intensiteit O Intensiteit P Intensiteit Q Intensiteit R

Tarief € 582,27 € 623,72 € 665,16 € 706,61 € 748,05 € 789,50 € 830,94 € 872,39

Eenheid per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal

Bandbreedte

Intensiteit S Intensiteit T Intensiteit U Intensiteit V Intensiteit W Intensiteit X

€ 913,83 € 955,28 € 996,72 € 1.038,17 € 1.077,31 € 1.121,06

per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal

8,5 tot 9,0 9,0 tot 9,5 9,5 tot 10,0 10,0 tot 10,5 10,5 tot 11,0 11,0 tot 11,5

Intensiteit Y Intensiteit Z

€ 1.162,51 € 1.203,95

per etmaal per etmaal

11,5 tot 12,0 12,0 tot 12,5

4,5 tot 5,0 5,0 tot 5,5 5,5 tot 6,0 6,0 tot 6,5 6,5 tot 7,0 7,0 tot 7,5 7,5 tot 8,0 8,0 tot 8,5

Aan de overlegtafel hebben aanbieders en regio’s consensus bereikt over de keuze voor de normering en de tarieven die deze normering heeft opgeleverd. Er is afgesproken om de inzet van de verschillende groepen (met verschillende groepsgroottes) goed te monitoren. Met name voor de gekozen huisvestingsnorm is het van belang om in beeld te houden of de beweging naar meer kleinschaligheid zich blijft verhouden tot de gekozen norm voor dit kostprijselement. Aanbieders en regio’s volgen samen de komende jaren de onderzoeksresultaten van het Consortium Kleinschaligheid ten aanzien van de huisvestingscomponent (norm) om ook de inzichten die hier worden opgedaan te benutten. Uiteraard worden ook andere uitkomsten met interesse gevolgd. Daarnaast gaan aanbieders en regio’s gezamenlijk aan de slag met de (nieuwe) SPUK-frictiekosten. Ze inventariseren gezamenlijk welk deel van de (verandering in de) huisvestingskosten ten laste van het SPUK-budget kan worden gebracht. Als er nieuwe groepen voor JeugdzorgPlus worden ontwikkeld of ingebracht, die niet eerder onderdeel waren van de tarievendialoog, dan kan met behulp van het invulformat en de vastgestelde normering worden berekend wat de bijpassende begeleidingsintensiteiten en etmaaltarieven voor deze groepen zijn.

BESCHIKBAARHEID PLEKKEN JEUGDZORGPLUS Aanbieders en regio’s hebben de ambitie om komende jaren gezamenlijk een goede balans te vinden tussen de beschikbaarheid van plekken voor JeugdzorgPlus voor kinderen in de G7 en een gecontroleerde afbouw van deze plekken. Ze maken daarom jaarlijks afspraken over het aantal etmalen dat de regio’s gezamenlijk voor JeugdzorgPlus plekken garanderen. Het aantal gegarandeerde etmalen kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van historische gegevens. De beschikbaarheidsfinanciering van de JZPlus voor het contractjaar 2025 is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: •

Bepaling omvang (q): o Regio’s en aanbieders spreken beschikbaarheid af op basis van etmalen. o Het aantal gegarandeerde etmalen is bepaald per aanbieder op basis van de piekbezetting over de periode jan 2022 t/m juni 2023, gecorrigeerd voor een trendmatige aanpassing van 10% en

66

o

o o o

etmalen die in deze periode zijn geleverd door aanbieders, anders dan de JZPlus aanbieders die deelnemen in de beschikbaarheid. Er is gekozen voor een afspraak op basis van etmalen in plaats van beschikbaarheid van fysieke bedden, omdat de JZPlus aanbieders niet exclusief jongeren uit de G7 regio’s opnemen. In combinatie met de diversiteit aan doelgroepen op de voorzieningen, is het momenteel op voorhand te complex om een reële afbakening te maken van de exacte fysieke bedden voor de G7 regio’s en hiervan de benutting vast te stellen. Voor 2025 garanderen de regio’s gezamenlijk de bekostiging van 14.600 Etmalen. Dit staat gelijk aan een gemiddelde bezetting van 40 (etmalen/ 365 dagen per jaar). Voor 2025 garanderen de aanbieders de beschikbaarheid van JZPlus plekken voor 43 (gemiddelde bezetting + 10%) jeugdigen gedurende het gehele jaar. De afspraak over beschikbaarheid van etmalen wordt per aanbieder gemaakt en afgerekend. Dit leggen we vast in de overeenkomst

•

Bepaling garantiebedrag: o Na afloop van het jaar wordt per aanbieder het garantiebedrag bepaald op basis van het gegarandeerde aantal etmalen maal het werkelijk gerealiseerde gemiddelde JZPlus tarief van dat jaar.

•

Afrekening over een jaar: o In het jaar factureren aanbieders op basis van werkelijke geleverde zorg op basis van P*Q (P is inclusief 10% voor de bezettingsgraad). o Na afloop van het jaar wordt per aanbieder het factuurbedrag vergeleken met het garantiebedrag. Als het totale factuurbedrag: • Lager is dan het garantiebedrag, dan betalen de regio’s het verschil tussen het factuurbedrag en het garantiebedrag aan de aanbieders • Hoger is dan het garantiebedrag, vindt er geen afrekening plaats.

ONTWIKKELAFSPRAKEN VANAF 2026 EN VERDER Met de beschikbaarheidsbekostiging voor JeugdzorgPlus nemen aanbieders en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de transformatie en beschikbaarheid van JeugdzorgPlus en het delen van risico’s die daarbij komen kijken. Voor gemeenten is het van belang om een goede balans te vinden tussen het betalen voor de garantie op beschikbaarheid van plekken en niet te veel betalen ten opzichte van de kosten voor de werkelijk ingezette hulp. Voor aanbieders is het van belang een goede balans te vinden tussen de gegarandeerde omzet en de kosten die gemaakt worden voor het beschikbaar houden van voldoende capaciteit om het gegarandeerd aantal etmalen op de piekmoment beschikbaar te hebben. Van belang is om op basis van de monitoring en de (kwantitatieve en kwalitatieve) data die daaruit voortkomt ontwikkelafspraken te maken over de transformatie en het gecontroleerd afbouwen van de JeugdzorgPlus plekken. Over het jaar 2025 is gekozen voor een garantie van beschikbaarheid en garantiebedrag dat gebaseerd is op de piekbelasting gedurende het jaar. Bij de afspraken voor 2026 e.v.

wordt voor het bepalen van de garantie en het garantiebedrag een doorontwikkeling gemaakt door te kijken naar de verhouding tussen de piekbelasting en het gemiddelde gerealiseerde etmalen, met als doel het optimum te vinden tussen de gewenste garantie, het daarvoor benodigde garantiebedrag en de daadwerkelijk gerealiseerde etmalen. Zowel aanbieders als regio’s spannen zich in toe te werken naar dit optimum.

67

Onderstaand figuur laat een (fictief) voorbeeld zien van een afrekening beschikbaarheid JeugdzorgPlus.

Driemilieusvoorzieningen PXQ BEKOSTIGING Voor driemilieusvoorzieningen is er minder – dan bij JeugdzorgPlus – zicht op het gebruik van de voorzieningen die binnen de afbakening van de essentiële functies vallen. Omdat er geen exact beeld is van het gebruik van deze voorzieningen door kinderen in de G7, worden voor de bekostiging van deze verblijfsvoorzieningen alleen PxQ afspraken gemaakt. Daarbij worden werkelijk ingezette etmalen afgerekend (door middel van een etmaaltarief) en geen afspraken gemaakt over beschikbaarheid. TARIEVEN DRIEMILIEUSVOORZIENINGEN Voor de bekostiging van de driemilieusvoorzieningen is een vergelijkbare aanpak als bij JeugdzorgPlus gehanteerd – aan de hand van het intensiteitenmodel – om tot reële tarieven te komen. Er is na bespreking van de ingevulde formats van driemilieusvoorzieningen geconstateerd dat de normering grotendeels gelijk kan zijn. Er is daarom ook gekozen voor een grotendeels uniforme normering voor de beide voorzieningen. Alleen daar waar andere waarden werden gevonden in de data (zoals bij de bezettingsgraad, de taxikosten en de PNIL) is er een afwijkende norm vastgesteld. Een overzicht van de normen per kostprijselement en toelichting over de wijze waarop de normen tot stand zijn gekomen, is opgenomen als bijlage 14 bij deze beschrijving.

Het resultaat van het gezamenlijk onderzoek naar en de dialoog over reële en passende tarieven voor driemilieusvoorzieningen is opgenomen in de onderstaande tabel. Dit betreffen tarieven in prijspeil 2024. Voor ingang van de overeenkomst worden de tarieven geïndexeerd naar prijspeil 2025 conform de methodiek die daarvoor in de overeenkomst is opgenomen.

68

Voorziening Verblijf Intensiteit K Intensiteit L Intensiteit M Intensiteit N Intensiteit O

Tarief € 527,59 € 567,42 € 607,24 € 647,06 € 686,77

Eenheid per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal

Bandbreedte

Intensiteit P Intensiteit Q Intensiteit R Intensiteit S Intensiteit T Intensiteit U Intensiteit V Intensiteit W Intensiteit X

€ 726,59 € 762,21 € 801,77 € 841,32 € 880,87 € 920,42 € 959,98 € 999,53 € 1.039,08

per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal per etmaal

7,0 tot 7,5 7,5 tot 8,0 8,0 tot 8,5 8,5 tot 9,0 9,0 tot 9,5 9,5 tot 10,0 10,0 tot 10,5 10,5 tot 11,0 11,0 tot 11,5

Intensiteit Y Intensiteit Z

€ 1.078,63 € 1.118,19

per etmaal per etmaal

11,5 tot 12,0 12,0 tot 12,5

4,5 tot 5,0 5,0 tot 5,5 5,5 tot 6,0 6,0 tot 6,5 6,5 tot 7,0

Onvoorwaardelijk wonen VAN ESSENTIËLE FUNCTIES NAAR REGIONALE FUNCTIES Op de lijst van residentiële voorzieningen essentiële functies (bijlage 7) staan meerdere locaties voor Onvoorwaardelijke Wonen. Deze voorzieningen voldoen in de huidige situatie aan de criteria voor essentiële functies. Dat betekent dat deze voorzieningen onderdeel zijn van de overeenkomst essentiële functies en daarvoor bekostigingsafspraken gemaakt worden. Daarbij is afgesproken dat de regio’s aan zet zijn om dergelijke voorzieningen in het regionaal zorglandschap op te nemen en om deze daarmee (waar mogelijk) vanaf 2027 van de bovenregionale lijst essentiële functies af te voeren. Zij worden dan onderdeel van de regionale contractering. TARIEVEN ONVOORWAARDELIJK WONEN De Onvoorwaardelijk Wonen locaties zijn in 2024 al op basis van het Intensiteitenmodel gefinancierd (via BOEG). De gekozen normeringen, berekende tarieven en de indeling in de intensiteiten bandbreedtes gebruiken we als basis voor de bekostiging van Onvoorwaardelijk Wonen in de overeenkomst essentiële functies (vanaf januari 2025).

Onderdeel van de bekostiging is dat deze bestaat uit een PxQ deel (waarbij alle werkelijk ingezette etmalen tegen een etmaaltarief worden afgerekend) en een beschikbaarheidsafspraak: als de vooraf geraamde totale kosten niet gedekt worden door de totaalopbrengst van de werkelijke ingezette etmalen, dan wordt het verschil bijbetaald door de regio’s. Ofwel, de garantie door regio’s = totaalfactuurbedrag per jaar – totale jaarlijkse kosten voorziening Onvoorwaardelijk Wonen. In 2024 is –in opdracht van BOEG- tariefonderzoek uitgevoerd naar de Onvoorwaardelijk Wonen voorzieningen. Daar is een etmaaltarief uit voort gekomen en een garantiebedrag. Het garantiebedrag is als volgt opgebouwd: 365 maal etmaaltarief maal 0,9 maal het aantal bedden. Bij Onvoorwaardelijk Wonen kan geen sprake zijn van ‘overcapaciteit’ omdat alle aanwezige bedden meegenomen worden in het garantiebedrag. Wel kan het zijn dat na een jaar blijkt dat de kosten van de gehele voorziening lager zijn dat het totaal gefactureerde bedrag. In dat geval betaalt de aanbieder het te veel gefactureerde bedrag terug.

69

Verblijfsvoorziening Gezinsopname Er is een Gezinsopname die (mogelijk) in combinatie met een opname JeugdzorgPlus kan worden geboden. Deze voorziening staat ook op de lijst in bijlage 7. In de dialoog aan de overlegtafel hebben aanbieder en regio’s vastgesteld dat de kostenopbouw van deze voorziening zich lastig laat vertalen naar het invulformat dat hoort bij het intensiteitenmodel. Daarom is afgesproken dat het intensiteitenmodel niet gebruikt wordt voor deze verblijfsvoorziening voor gezinsbehandeling. Er is een inhoudelijke toelichting op de inrichting en organisatie van de voorziening en een kosten- en tariefsopbouw opgesteld en ingebracht. Daarbij is gebruik gemaakt van dezelfde kostprijselementen als voor JeugdzorgPlus en de driemilieusvoorzieningen. Hieruit volgen etmaaltarieven per ingezet etmaal, waarbij er verschillende etmaaltarieven worden gehanteerd voor gezinnen met een verschillend aantal kinderen.

Kliniek Verslavingszorg Voor de verblijfsplekken in klinieken voor verslavingszorg – die op de lijst in bijlage 7 staan –is het intensiteitenmodel niet passend is om tot een goede opbouw van een reëel tarief te komen. Het Nzatarief48 wordt door de aanbieders en regio’s wel als een passend uitgangspunt gezien. Voor verblijfsplekken in klinieken voor verslavingszorg is de prestatie ‘verblijfsdag E (intensieve verzorgingsgraad)’ vastgesteld als passend product. Het daar bijbehorend tarief is € 453,74 per ingezet etmaal, prijspeil 2024. De jaarlijkse indexatie van het tarief vindt plaats via de methodiek zoals beschreven in de overeenkomst.

3.3.2. Aanvullende integrale zorg In paragraaf 1.9.3 is beschreven dat kinderen naast verblijf soms ook individuele interventies op maat nodig hebben. Zoals ook benoemd in hoofdstuk 1 zijn de volgende uitgangspunten bij deze aanvullende integrale zorg van belang: deze zorg wordt aanvullend geboden boven op de verblijfsplek en is direct beschikbaar, wordt geboden door medewerkers die integraal kunnen werken en is tevens gericht op het kind en de pedagogisch werkers op de groep. Het is daarbij ontzettend belangrijk dat de medewerkers die de aanvullende integrale zorg leveren tijd en ruimte krijgen om het ‘nieuw vakmanschap’ te ontwikkelen. Om tot een passende inzet van integrale zorg te komen gelden de volgende mechanismen: a. Alleen kinderen met een essentiële functies beschikking die in verblijf zijn komen in aanmerking voor integrale zorg; b. Inzet van integrale zorg is altijd op aanwijzing van de casusregisseur (en bij stagnatie wordt het RET ingeschakeld); c. Er wordt altijd eerst zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de inzet van de fte’s die op basis van beschikbaarheid worden bekostigd. Pas als inzet van de beschikbare fte’s niet mogelijk is, (bijvoorbeeld omdat er op dat moment meer capaciteit gevraagd wordt dan de 9 fte waarvoor is gekozen, of niet de juiste inzet kan worden geleverd op dat moment) wordt overgegaan op P*Q bekostiging; d.

De inzet van de aanvullende integrale zorg worden gemonitord en geëvalueerd.

Combinatie fte-bekostiging en PxQ-bekostiging BESCHIKBAARHEID OP FTE-BASIS VOOR 9 FTE TOTAAL Om dit ‘nieuw vakmanschap’ op te zetten en te ontwikkelen, is ervoor gekozen een klein aantal medewerkers vanuit de verschillende domeinen (J&O, LVB, J-GGZ, Verslaving en Forensisch) vrij te maken voor deze taak, zodat zij ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. Het gaat dan om 9 fte totaal: 3 fte vanuit de J-GGZ, 3 fte vanuit J&O/LVB en 3 fte vanuit verslaving/forensisch. 48

Tarieven die de Nederlandse zorgautoriteit (Nza) vaststelt op basis van kostprijsonderzoek.

70

De overige inzet voor de aanvullende integrale zorg wordt op basis van ureninzet bekostigd. Na het sluiten van de overeenkomst bespreken de dan gecontacteerde aanbieders met regio’s welke medewerkers (met welke functies) in de integrale zorg worden ingezet. We monitoren of de functiemix die wordt ingezet voor het beschikbaarheidsdeel past bij de vraag naar integrale zorg. Zodat de inzet in het kader van de beschikbaarheidsfinanciering voor het volgende jaar (t+1, of zoveel eerder als noodzakelijk) bijgesteld kan worden als dat nodig is. Op basis van onderstaande tabel vullen de aanbieders de bekostiging in met de daadwerkelijke bezetting van de integrale zorg. De tabel is prijspeil 2024. Twee voorbeelden: 1. Als een gecontracteerde aanbieder als onderdeel van de Fte-bekostiging voor 1 Fte een psychiater inzet, dan wordt deze inzet vergoed voor € 245.171; 2. Als een gecontracteerde aanbieder als onderdeel van de Fte-bekostiging voor 0,5 Fte een klinisch psycholoog inzet, dan wordt deze inzet vergoed voor € 104.104,50 (= 0,5 maal € 208.209).

De bovenstaande tabel komt overeen met de tabel die voor de mobiele brigade is opgesteld. Er zijn enkele functies toegevoegd om voor de integrale zorg de juiste expertises en functies in te kunnen zetten. Bij de beschrijving van de bekostiging van de mobiele brigade is een onderbouwing opgenomen van de opbouw van de Fte-tarieven en de gekozen parameterwaarden. Deze onderbouwing is ook op bovenstaande tabel van toepassing. Aan de overlegtafel hebben aanbieders en gemeenten afgestemd dat met de gekozen parameterwaarden een passende bandbreedte ontstaat waarbinnen gewerkt kan worden. PXQ VOOR DE OVERIGE INZET AANVULLENDE INTEGRALE ZORG Als geen inzet vanuit de fte-bekostigde medewerkers mogelijk is (bijvoorbeeld omdat er op dat moment meer capaciteit gevraagd wordt dan de 9 fte waarvoor is gekozen, of niet de juiste inzet kan worden geleverd op dat moment) wordt de zorg ingezet op basis van een PxQ financiering. Op basis van een eerste inventarisatie van huidige tarieven in de zeven regio’s zijn aanbieders en regio’s tot onderstaande tarieven gekomen (prijspeil 2024). Specialistische behandeling GGZ Specialistische behandeling LVB/J&O Individuele Specialistische begeleiding Een-op-een begeleiding49

€2,35 per minuut, €141,- per uur €1,94 per minuut, €116,40 per uur

Directe en indirecte cliëntgebonden tijd declarabel. Directe en indirecte cliëntgebonden tijd declarabel.

€1,52 per minuut, €91,20 per uur

Directe cliëntgebonden tijd declarabel .

€1,21 per minuut, €72,60 per uur

Directe cliëntgebonden tijd declarabel .

49 Zie voor de afspraken over de tijdelijke inzet een-op-een begeleiding paragraaf 1.9.3

71

In bijlage 15 is per product ter onderbouwing van het tarief een functiemix opgenomen. Om tot de hiervoor beschreven tarieven en functiemixen te komen zijn de volgende overwegingen meegenomen: 1. Om de beperkte beschikbare tijd optimaal te benutten zijn de tarieven tot stand gekomen door een gemiddelde te nemen van de tarieven die in de zeven jeugdhulpregio’s voor redelijk vergelijkbare, bestaande diensten wordt gehanteerd. Aan de overlegtafel zijn deze tarieven met aanbieders besproken en in consensus afgestemd. 2. Ter onderbouwing van deze tarieven hebben de regio’s een functiemix opgesteld. Een eerste voorzet voor de functiemixen is gebaseerd op informatie uit kostprijsonderzoeken van aanbestedingen die regio’s recent hebben uitgevoerd50. Met name de gebruikte functies, Cao’s en schalen zijn als input gebruikt voor de functiemix. Voor de parameterwaarden en de kostenopbouw per functies is aangesloten bij de eerdere tabellen van de mobiele brigade en de Fte-inzet voor de integrale zorg. Alleen voor enkele lagere functieschalen is gekozen voor een iets lagere waarde voor de parameter overhead, omdat deze parameter anders onevenredig zwaar meeweegt in de tarieven voor de functies. De functiemixen zijn aan de overlegtafel besproken en in consensus vastgesteld. 3.

Aanbieders en gemeenten hebben aan de overlegtafel met elkaar in consensus vastgesteld dat de tarieven voor deze diensten voor integrale zorg (die met een PxQ-bekostiging kunnen worden ingezet) gelden als een bandbreedte waarbinnen aanbieders goed kunnen werken. 4. Omdat het een transformatietraject is, met (deels) nieuwe diensten wordt er op basis van monitoring geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Als uit monitoring blijkt dat de functiemix behorend bij het tarief 2025 te veel afwijkt van de werkelijkheid in de praktijk, dan kan dit leiden tot een bijstelling van de mix (en/of het tarief) naar boven of naar beneden. Om te zorgen dat de tarieven voor integrale zorg ook in de toekomst passend en reëel zijn voeren gemeenten en aanbieders in 2025 een tariefonderzoek uit naar de FTE-variant en de PxQ-varianten van de Integrale zorg. Uitgangspunt is daarbij om de inzet in fte en de vier huidige PxQ producten te voorzien van aan de praktijk getoetste herijkte reële tarieven. In de loop van 2025 kunnen de ervaringscijfers van de werkelijke inzet van verschillende functies in de integrale zorg als input dienen voor het eventueel bijstellen van de functiemixen. Ook kan het tariefonderzoek bijdragen aan het herijken van de parameter waarden die we voor de tarieven van de integrale zorg hanteren.

DEFINITIES TEN BEHOEVE DECLARATIES INTEGRALE ZORG51 Voor de inzet van de hier beschreven producten voor integrale zorg zijn de volgende definities in dialoog en consensus opgesteld en vastgesteld: Direct cliëntgebonden tijd De uren waarbij de professional direct contact heeft met het kind, ouder of wettelijk vertegenwoordiger, verzorger, familie of netwerk (niet zijnde de professionals verbonden aan de zorg voor het kind) ten behoeve van de begeleiding/behandeling. Dit kan zowel face-to-face als telefonisch of elektronisch zijn. Een Multidisciplinair Overleg (hierna: MDO) waar het kind bij aanwezig is geldt ook als directe cliëntgebonden tijd. De directe cliëntgebonden tijd is gericht op de begeleiding/ behandeling van het kind en levert handvatten voor omgeving om de effecten van de begeleiding/ behandeling richting het kind te versterken. Indirect cliëntgebonden tijd De uren die de Professional besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct cliëntgebonden tijd), maar waarbij het kind, ouder of wettelijk vertegenwoordiger, verzorger, familie of netwerk (niet 50 In Bijlage 15 zijn de functies, de cao-schalen en de tarieven per functie opgenomen die zijn gebruikt om tot de functiemix

te komen. 51 Voor alle inzet geldt dat in het geval er uren ingezet worden in de vorm van groepsaanbod, de ureninzet gedeeld wordt door het aantal kinderen dat op de groep verblijft.

72

zijnde de professionals verbonden aan de zorg voor het kind) zelf niet aanwezig zijn zoals: administratie, verslaglegging, rapportageoverleg over het kind (dus ook de tijd die anderen dan de directe professional hieraan besteden, zoals een MDO), analysetijd (bijvoorbeeld ten behoeve van diagnostiek), reistijd (van en naar het kind), voorbereidingscoördinatie met andere professionals in het gezin (wanneer nodig). Niet-cliëntgebonden tijd De uren van een professional die niet toe te schrijven zijn naar een kind zoals vakantie, ziekte, opleiding, niet-productieve tijd, werkoverleg, beleid, intervisie, reflectie, reistijd (naar locaties, werkoverleg, enz.).

3.4. Leren & Ontwikkelen Met het verwerven van de essentiële functies ligt er een ambitieuze opgave voor aanbieders en regio’s. Om de gezamenlijk opgave te kunnen realiseren is van belang dat ze gezamenlijk investeren in de uitvoering van de overeenkomst. Zij faciliteren ook beiden het leren en ontwikkelen van hun medewerkers. De onderstaande afspraken over de bekostiging van leren en ontwikkelen gelden voor het eerste contractjaar. Aan het einde van het eerste jaar bekijken regio’s en aanbieders opnieuw wat nodig is in het kader van Leren & Ontwikkelen.

Bekostiging van leren & ontwikkelen Opdrachten en projecten voor innovatie en transformatie (zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van nieuwe diensten) die voortkomen uit de leercirkels kunnen worden aangemeld voor bekostiging van uit de BOEG gelden52. Indien BOEG geen mogelijkheden voor financiering heeft, bespreken aanbieders en regio’s de mogelijkheden van alternatieve financiering. Als opdrachtgever vergoeden de regio’s de inzet van betrokkenen bij het gezamenlijke proces van leren en ontwikkelen. De volgende overleggen komen in aanmerking voor vergoeding: 1. Implementatie overleggen: deze zijn gericht op de bespreking van de voortgang van de implementatie en operationele knelpunten en de oplossingen daarvan. We gaan uit van een frequentie van 10 keer per jaar, met een duur van 2 uur en een half uur voorbereiding. We gaan uit van een maximumaantal van 16 deelnemers vanuit aanbieders die vergoed worden. Aanbieders stemmen onderling de vertegenwoordiging en deelname af. 2. Leercirkels: Deze zijn gericht op de bespreking van de voortgang, visie en ontwikkeling op de langere termijn en bespreking van de jaarlijkse uitvoeringsagenda. We gaan uit van een frequentie van vier keer per jaar, met een duur van 4 uur + 1 uur voorbereiding per keer. We gaan uit van een maximumaantal van 16 deelnemers vanuit aanbieders die vergoed worden.

Aanbieders stemmen onderling de vertegenwoordiging en deelname af. Onderstaande tabel bevat een raming van de kosten. Deze kosten komen ten laste van de regio’s. Hierbij is de inzet van medewerkers van aanbieders, van 2 ervaringsdeskundigen en een procesbegeleider meegenomen.

52 Hiervoor wordt de reguliere aanvraag- en toewijzingsprocedure BOEG gevolgd.

73

Inschatting ureninzet bijeenkomsten Leren & Ontwikkelen: ImplementatieOverleggen: Leercirkels Totaal overleggen Frequentie (p/j): 10 4 14 Duur overleg (uur): 2,5 5,0 Deelnemers (#)*: 33 33 Totale uren per jaar 825 660 1.485

Toelichting (incl. voorbereidingstijd)

*op basis van: 7 regio's (2 p/regio) + 16 aanbieders + 2 ervaringsdeskundigen + 1 procesbegeleider Inschatting kosten bijeenkomsten Leren & Ontwikkelen (prijspeil 2024): Omschrijving Kosten Toelichting Verletkosten € 111.000 (1.485 uur * €75,- p/u excl. BTW) deelnemers totaal Kosten vergaderlocatie (10 dagdelen * €393,25 incl. BTW + € 5.000 (inschatting) €1000,- overig) Subtotaal € 116.000 Minus verletkosten 7 € -47.000 regio's Totaal €69.000 Overige kosten leren & ontwikkelen:

PM

3.5 Zorg en BTW De uitvoering van essentiële functies heeft betrekking op de levering en uitvoering van zorg. De uitvoering van de essentiële functies betreft geen inhuur van personeel. Er is daarom geen btw van toepassing op deze kosten. Als onderdeel van de implementatie worden afspraken gemaakt over de manier waarop de aanbieders – die de diensten in de essentiële functies zoals de mobiele brigade en integrale zorg invullen – kosten kunnen declareren. De verantwoordelijkheid voor het inrichten van deze diensten en het voorkomen van Btw-verplichtingen ligt bij aanbieders. De regio’s denken mee over hoe aanbieders de Btw-verplichtingen kunnen voorkomen.

3.6 Verdeling kosten regio’s De gemeenten en regio’s willen duurzame afspraken maken met de samenwerkende aanbieders over de capaciteit en beschikbaarheid van verblijfsvoorzieningen en over de inzet van schaarse hoogspecialistische expertise binnen de essentiële functies. Een deel van de verblijfsvoorzieningen en in te zetten hoog-specialistische expertise bekostigen we daarom met beschikbaarheidsbekostiging. Dit betekent dat de gemeenten met een verdeelsleutel de kosten voor deze diensten verdelen. Bij de start van de overeenkomst geldt dit voor de verblijfsvoorzieningen van JeugdzorgPlus en Onvoorwaardelijk wonen. Ook voor de Mobiele Brigade en een deel van de Integrale Zorg is een vorm van beschikbaarheidsbekostiging afgesproken. Voor de verdeling van de beschikbaarheidsbijdrage tussen de gemeenten hanteren de gemeenten het aantal jeugdigen tussen 0 en 17 jaar op basis van cijfers van het CBS van januari van het voorgaande jaar (t-1). Jaarlijks worden de cijfers van de verdeelsleutel geactualiseerd. Deze verdeelsleutel wordt ook toegepast op de kosten voor de bijeenkomsten Leren & Ontwikkelen.

74

BIJLAGE 1 Lijst van verwervende regio’s/gemeenten Kleur op de kaart

Naam jeugdhulpregio

Deelnemende gemeenten

Achterhoek

Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IIssel streek, Winterwijk

Foodvalley

Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal

Midden-IJssel/OostVeluwe

Apeldoorn, Brummen. Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst, Zutphen

Noord-Veluwe en Zeewolde

Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde

Centraal Gelderland

Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen, Westervoort, Zevenaar

Rijk van Nijmegen

Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen

Rivierenland

Buren, Culemborg, Maasdriel, NederBetuwe, Tiel, West-Betuwe, Maas-en Waal, Zaltbommel

75

BIJLAGE 2 Dienstomschrijving Mobiele Brigade Dienstomschrijving mobiele brigade Criteria

Omschrijving

Omschrijving

Actieve outreachende en consultatieve dienstverlening

Resultaat

Door inzet van de mobiele brigade krijgt een kind en gezin passende ambulante zorg van specialisten en experts die werkzaam zijn binnen de essentiële functies. De mobiele brigade heeft een aantal doelen: o Leveren van maatwerk (kortdurend 6-8 gesprekken of 10 uur inzet): - Handelingsverlegenheid wegnemen bij betrokken professionals53 - Specifieke kennis toevoegen (consultatie/korte begeleiding/specialistische ondersteuning) - Onvrijwillige doorplaatsingen voorkomen - Ondersteunen van het netwerk van een kind o Uitstroom uit verblijfsvoorzieningen essentiële functies bevorderen, gebaseerd op terugkeer naar de regio (bij voorkeur thuis): ondersteunen bij terugkeer of als achtervang functioneren als het mis dreigt te gaan. o Advies toevoegen aan bestaande verklarende analyse en perspectiefplan essentiële functies, communicatie hierover met het RET en de gezamenlijke voordeur essentiële functies. o Verstevigen van het lokale veld (zowel verwijzers als lokale/regionale zorgaanbieders) door middel van actieve outreachende consultatieve dienstverlening opdat een kind passende zorg krijgt en onnodige instroom bij verblijf in de essentiële functies wordt voorkomen.

Wie komen in aanmerking?

Essentiële functies zijn de integrale hoog specialistische zorgvormen die zich richten op kwetsbare kinderen en hun gezinnen en/of netwerk. Hun zorgvragen – en de oorzaken ervan – zijn divers (heterogeen). Daarmee kan niet gesproken worden over een eenduidige doelgroep. Er is sprake van meervoudige en complexe zorgvragen. Niet één van de problematieken is bovenliggend, maar het is een combinatie van meerdere kernproblemen en de oplossing/aanpak/behandeling vraagt om intersectorale samenwerking. Tegelijkertijd kunnen een aantal beschermende factoren ontbreken. De combinatie van factoren zorgt voor ernstige ontregeling, en/of veiligheidsrisico’s bij het kind zelf en in de omgeving. Het perspectief voor deze kinderen ontbreekt. Er is geen scherpe afbakening op diagnose of problematiek op kindniveau te maken. Zie hiervoor de uitleg in paragraaf 1.3. De beoordeling of de zorgvraag van een kind en gezin past binnen de essentiële functies is altijd professioneel maatwerk op grond van een goede analyse (gedeelde verklarende analyse). Afbakening: De kinderen die in aanmerking komen voor inzet vanuit de mobiele brigade behoren tot deze beschreven groep en dreigen zonder tussenkomst van de mobiele brigade onvrijwillig doorgeplaatst te worden, hebben geen duidelijk perspectief omdat de reeds ingezette ondersteuning onvoldoende

53

Hierbij denken we dan aan betrokken hulpverlening maar ook aan bijvoorbeeld de verwijzers (het lokale team, GI’s)

76

(samenwerkende) expertise en kennis heeft voor deze meervoudige, complexe zorgvraag, of er geen verbinding (meer) is met het kind. De mobiele brigade is er voor de kinderen die niet geholpen worden omdat er handelingsverlegenheid optreedt, onvrijwillige overplaatsing dreigt of als een kind na verblijf in de essentiële functies weer terug kan naar de plek waar het woonde en dat alleen kan, als er tijdelijk specialistische ondersteuning beschikbaar is om die overgang goed te laten verlopen.

Omschrijving en kenmerken van de dienst

Inzet van de mobiele brigade gaat altijd via het RET, behalve als een kind al in integraal hoog specialistisch verblijf zit. Als dan een onvrijwillige overplaatsing dreigt of de verblijfsaanbieder heeft ondersteuning nodig bij de uitstroom van een kind, meldt de verblijfsaanbieder, altijd in overleg met de casusregisseur, direct aan bij de mobiele brigade. Omdat er sprake kan zijn van direct contact tussen de mobiele brigade en het kind/(pleeg)ouders moet het kind/(pleeg)ouders toestemming geven voor de inzet van de mobiele brigade. Vaste kern De mobiele brigade bestaat uit een vaste kern van personen die tijdelijk het gezicht en het aanspreekpunt zijn voor de casusregisseur en het kind/gezin, gezinsouder en/of residentieel team. Het is belangrijk dat de mobiele brigade zichtbaar is en geaccepteerd gezag op inhoud heeft bij derden zoals andere zorgaanbieders, regio’s en onderwijs. De mobiele brigade moet het vermogen hebben om: • In te kunnen schatten welke (gecombineerde) vormen van zorg en inzet helpend zijn voor het kind en de omgeving waar het kind verblijft • Te bedenken hoe het ‘anders kan’ ten opzichte van hetgeen al ingezet is • Een verbindende rol te vervullen • Rust te brengen in de situatie (ondersteunen bij ‘verdragen en vertragen’) en om een systeemanalyse te maken van de oorzaak van het vastlopen.

De mobiele brigade bestaat in ieder geval uit: • Eerste aanspreekpunt/verbinder • Ervaren WO-geschoolde professional (2 personen) uit de diverse beroepsgroepen • Systeemgericht ambulant hulpverlener • Ervaringsdeskundige In het vaste kernteam is deskundigheid geborgd van J&O, J-GGZ, (L)VB, verslavingszorg en forensische zorg en een combinatie van kennis van kindfactoren en kennis van (professionele)opvoedfactoren. Belangrijk is dat de verbinding met de volwassen GGZ gelegd kan worden. Het eerste aanspreekpunt van de mobiele brigade vormt een belangrijke verbinding met de voorzitter van het RET. De RET-voorzitter zorgt voor de verbinding met de contractmanager en beleidsadviseur van de op casusniveau verantwoordelijke gemeente. Ook zorgt de RET-voorzitter voor de verbinding met het onderwijs (samenwerkingsverband). De casusregisseur (lokaal team of jeugdbeschermer, jeugdreclasseerder) blijft samen met het kind en het gezin de regie houden.

77

Geen eigenstandige behandelverantwoordelijkheid De mobiele brigade draagt geen eigenstandige behandelverantwoordelijkheid. Medewerkers van de mobiele brigade zijn zelfstandig verantwoordelijk voor hun advies en steunende activiteiten, zij ondersteunen binnen het kader waarbinnen zij zijn opgeleid en bevoegd zijn. De mobiele brigade is actief ondersteunend (directe ondersteuning in de vorm van kortdurende interventies) en geeft advies aan de zittende regiebehandelaar. Deze draagt verantwoordelijkheid voor uitvoer van het advies, dat kan via medewerkers van de essentiële functies /integrale zorg. Het advies kan een doorverwijzing naar (opname in) verblijf essentiële functies zijn, maar ook actieve toevoeging van deelbehandeling aan wat al aanwezig is. Doorzettingsmacht De mobiele brigade moet geaccepteerd gezag hebben op inhoud naar zowel aanbieders als regio’s: als de mobiele brigade adviseert om bepaalde zorg in te zetten zorgen aanbieders binnen de essentiële functies ervoor dat deze inzet tijdig beschikbaar is vanuit hun organisatie en regio’s betalen voor de inzet zonder een administratief complex proces.

Inzet mobiele brigade De mobiele brigade kan de volgende inzet leveren: o Maatwerk: • Actieve dienstverlening (handelingsgericht): gericht op het kind en de sociale omgeving waarbinnen het kind woont; • Actieve ondersteuning van medewerkers van zorgaanbieders Psycho-educatie en training van betrokken ouders/professionals op persoon/context/situatie afgestemde ondersteuningsadviezen; • Vliegende keep (het kortdurend ondersteunen van een kind en het gezin of bij de zorgaanbieder, niet zijnde in crisis) om onvrijwillige doorplaatsingen te voorkomen; • Out-of-the-box oplossingen uitwerken. • Duiding van het systeem: het gedrag van het kind en het (professionele) netwerk kunnen ‘lezen’ en duiden en hier adviezen aan koppelen. o Uitstroom bevorderen: • Kennisoverdracht verzorgen aan zorgaanbieders of het netwerk thuis waar het kind na verblijf in essentiële functies naartoe gaat; • (In samenwerking met de lokale toegang/GI) verbinding leggen met de reguliere jeugdhulp, zodat er gedurende of na afloop van de betrokkenheid van de mobiele brigade passende (na)zorg beschikbaar is. Er vallen hierdoor geen gaten in de hulpverlening; • Beschikbaar zijn na overdracht, als back-up voor de reguliere jeugdhulp (waakvlamcontact). Hier kan de verwijzer een goede rol in vervullen.

o Plan met advies voor passende zorg: • Advies toevoegen aan bestaande verklarende analyse en perspectiefplan essentiële functies, communicatie hierover met het RET en de gezamenlijke voordeur essentiële functies. o Verstevigen lokaal veld: • Kennis en ervaring brengen naar het lokale/regionale veld gericht op de casus, wat kan leiden tot kennisoverdracht breder dan de casus. De inzet

78

van de mobiele brigade richt zich op het vergroten van het lerend vermogen van de zorgaanbieders waar zij diensten verlenen. Verklarende analyse Als er bij de start van de inzet van de mobiele brigade geen verklarende analyse is, dan ondersteunt de mobiele brigade erin dat die verklarende analyse er snel komt. Ook hier neemt de mobiele brigade het werk niet over, de verwijzer blijft aan zet voor het opstellen van de verklarende analyse. In de verklarende analyse wordt ook de school en bredere omgeving van kind en het systeem meegenomen. Als er wel een verklarende analyse is wanneer de mobiele brigade wordt ingezet, fungeert de verklarende analyse als vertrekpunt54. Waar nodig brengt het mobiele team de verklarende analyse verder zodat er een eenduidige werkhypothese komt. Flexibel inzetbaar De mobiele brigade is flexibel inzetbaar, zodat het systeem, de betrokken professionals, de inzet van de mobiele brigade ontvangen op de tijden waarop dit nodig is (dit kan ook buiten kantooruren zijn, bijvoorbeeld als de mobiele brigade mee moet kijken bij eet- of slaapmomenten). Voor de mobiele brigade geldt geen wachtlijst. Inzet van de mobiele brigade is uiterlijk binnen 3 werkdagen beschikbaar. De complexe zorgvragen waar het binnen essentiële functies om gaat, kunnen geen vertraging oplopen. Het blijft echter planbare zorg. Geen crisis De mobiele brigade is geen crisisteam.

Er moet snel gehandeld worden (binnen 3 werkdagen), maar niet acuut. In de transformatie willen we organiseren dat, hoewel de mobiele brigade zonder vertraging in te zetten is, dit planbare zorg blijft. Andere oplossingen: niet méér van hetzelfde Het gaat in alle trajecten van de mobiele brigade om inzet op maat en het vinden van oplossingen waar dat eerder in het traject nog onvoldoende gelukt is. De mobiele brigade zoekt naar de mogelijkheden om het anders te doen, vanuit integraliteit en een diversiteit van verschillende zorgvormen en competenties (domein overstijgend). De mobiele brigade richt zich op het toevoegen van expertise aan een casus en niet op het overnemen van een casus. Nauwe samenwerking met de casusregisseur, onderwijs De mobiele brigade is een tijdelijke toevoeging in het hulpverleningstraject van een kind. Zij nemen niet over en zijn na verloop van tijd weer uit beeld. Daarom moet de mobiele brigade gedurende het traject een nauwe samenwerking met alle betrokken partijen in het hulpverleningsproces realiseren. Geen contra-indicaties De mobiele brigade hanteert geen contra-indicaties, als er vanuit het RET een verzoek komt om ingezet te worden. Zij kunnen op basis van geaccepteerd gezag 54

Er zijn 3 modellen voor het maken van een Verklarende Analyse in omloop. Dit zijn het 7-factorenmodel van Bureau Peers, het model van Accare (Hilde Tempel) en ‘De gedeelde verklarende Analyse, eerst begrijpen, dan behandelen’ van Molendrift.

79

wel zeggen dat (over)plaatsing naar verblijf in de essentiële functies (niet) nodig is. In dat geval geeft de mobiele brigade aan wat er nodig is om hulp passend vorm te geven en in te vullen buiten de essentiële functies.

80

BIJLAGE 3 Procedure hypermaatwerk Voor de inzet van hypermaatwerk spreken we de volgende procedure af. Deze nemen we op als werkafspraak in een bijlage bij de overeenkomst: 1. De aanbieder en/ of verwijzer die de regieverantwoordelijkheid heeft over het kind kan gedurende het hele jaar een aanvraag voor hypermaatwerk indienen. 2. De aanvraag voor hypermaatwerk kan alleen worden ingediend als deze voorafgaand met het kind en ouders/voogd en verwijzer besproken is. De uitkomst van dit overleg moet (digitaal) vastliggen in het perspectiefplan van het kind. 3. Wanneer een aanvraag voor hypermaatwerk wordt ingediend, wordt ter informatie gesignaleerd (volgens de escalatieladder) richting de bovenregionaal contractmanager. Deze betrekt indien nodig procesmatig wethouder of college. 4. De aanvraag voor hypermaatwerk wordt altijd in samenspraak met de gemeente die verantwoordelijk is voor het kind op grond van het woonplaatsbeginsel Jeugdwet gedaan. 5. De aanvraag voor hypermaatwerk gaat altijd vergezeld van een Plan van Aanpak gericht op het kind: in dit plan staat uitgewerkt waarom hypermaatwerk moet worden ingezet, met wie dit is afgestemd, wat het hypermaatwerk concreet inhoudt (inclusief een kostenoverzicht en een tijdplanning en risicoparagraaf), welk doel dit beoogt en wat het perspectief is. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=c9ee4ae3-e10f-4441-8021-cbdfc5924dee