CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

23037-Eindrapport-Jeugdzorgbeleid Doesburg-Regioplan-7mei24

Gecombineerde commissie 10 september 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: (MO) Rekenkameronderzoek Jeugdzorgbeleid19.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit is een intensieve samenwerking van verloskundigen, JGZ, CJG/Jeugdteam, huisartsen en het ziekenhuis. • ‘Sam&Doesburg’ is een bundeling van initiatieven voor financiële ondersteuning zodat kinderen mee kunnen doen aan bijvoorbeeld cultuur-, sport of leeractiviteiten. Het is een samenwerking van het Jeugdfonds, Stichting Leergeld, Jarige Job en Nationaal Fonds Kinderhulp. • Het ontschotten van regelingen in het sociaal domein door volgens de methode van de omgekeerde toets te werken. Hierin wordt uitgegaan van de situatie van het gezin in plaats van de regelingen. Dit leidt tot andere en uiteindelijk vaak goedkopere oplossingen. • Er zijn afspraken gemaakt waarin wordt beoogd dat het Jeugdteam zelf meer hulp gaat aanbieden. In juni 2021 is hiermee begonnen met een uitbreiding van 20 procent naar 25 procent van zelf hulp verlenen aan jeugdigen. • Het Jeugdteam heeft de opdracht om 5 procent reductie aan dure of langdurige zorg te realiseren via een pilot met een aantal zorgaanbieders, in afstemming met huisartsen en gecertificeerde instellingen. Ook heeft de gemeente een aantal verbeterpunten vanuit een evaluatie van de zorg meegenomen in de nieuwe regionale inkoop Wmo en jeugdzorg die per 1 juli 2020 is afgerond.

Hierdoor zijn de volgende resultaten behaald (evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020): • Er heeft een betere kwaliteitstoetsing plaatsgevonden bij de inschrijving waardoor zorgaanbieders die geen goede kwaliteit leverden zijn uitgesloten. • Het aantal zorgaanbieders voor Wmo en Jeugdzorg waar inwoners van Doesburg uit kunnen kiezen is teruggebracht tot ongeveer 350 (een afname van ongeveer 50-60 procent). • De verschillende producten die worden ingekocht zijn in aantal teruggebracht. • De transformatiedoelen van de gemeenten zijn verwerkt in de productbeschrijvingen waardoor er beter gestuurd kan worden op het behalen van die doelen. Het gaat dan o.a. om het stimuleren van de onderlinge samenwerking tussen aanbieders en het voorliggend veld, het stimuleren van tijdige afschaling van zorg (naar minder dure zorg), het versterken van zelfredzaamheid, het inzetten van het eigen sociale netwerk en meer uitgaan van positieve gezondheid. Van de aanbieders wordt een proactieve houding verwacht op het behalen van deze doelen. Visie jeugdzorgaanbieders over het jeugdzorgbeleid en uitvoering De jeugdzorgaanbieders waarmee we hebben gesproken zeggen globaal bekend te zijn met het jeugdzorgbeleid van de gemeente en denken dat dit voor veel gemeenten soortgelijk is. Ze kennen het beleid niet tot in detail, maar wel op hoofdlijnen.

De jeugdzorgaanbieders kunnen zich er op hoofdlijnen in vinden. Ze noemen enkele zaken die de gemeente mogelijk beter kan doen. De verbeterpunten die ze noemen inzake de samenwerking met de gemeente staan reeds hierboven beschreven onder ‘Verbetering van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders’. Een ander verbeterpunt dat ze noemen gaat over de arbeidstekorten en een hoge doorstroom van werkenden in de zorgsector. Een jeugdzorgaanbieder vindt dat er focus moet komen op het binden, boeien en behouden van 19

medewerkers in de jeugdzorgketen. Het kan waardevol zijn als de gemeente zich inzet voor het opleiden van zorgpersoneel. Ook wordt benadrukt dat er meer capaciteit nodig is voor het Jeugdteam. Ervaren belemmeringen van ambtenaren in de uitvoering van het beleid Het Jeugdteam heeft in de afgelopen jaren te kampen gehad met onrust. Er is personeel vertrokken, de coördinator is uitgevallen en er hebben verschuivingen plaatsgevonden in de taken van het Jeugdteam. Daarnaast zijn er duidelijke personeelstekorten, met name wat betreft ervaren krachten. Hierdoor zijn teamleden zelf ingezet voor hulpverlening, wat eigenlijk niet haalbaar is gezien de beperkte tijd. Bovendien zijn er extra administratieve lasten ontstaan en is er op dit moment een wachtlijst. Er wordt actief gewerkt aan een herstart, waarbij teruggekeerd wordt naar de basis om te evalueren welke taken binnen de huidige teamformatie passen. Hoewel het team over de juiste kennis en expertise beschikt, blijkt de capaciteit ontoereikend te zijn. Daarom is het noodzakelijk te investeren in starters die nog expertise moeten opbouwen. Het streven is om het Jeugdteam weer op de rails te krijgen en de nodige stabiliteit te herstellen.

3.2 Bereikte doelgroepen en wijze van toeleiding naar de jeugdzorg De gemeente zegt een goed beeld te hebben van de doelgroep die samenhangt met de bevolkingssamenstelling van Doesburg (zoals beschreven in hoofdstuk 2 paragraaf 2.3: lage SES, relatief veel complexe problematiek en LVB). Ook blijkt uit de gesprekken dat de gemeente ervan op de hoogte is dat de inwoners van Doesbrug beneden gemiddeld zelfredzaam zijn. De gemeente is gestart met een geïntegreerde aanpak (onder andere via de Vraagbaak en omgekeerde toets). Tevens heeft de gemeente afgelopen jaar extra ingezet op jongeren die neigen naar criminaliteit. Er zijn geen cijfers beschikbaar over de bereikte doelgroepen. Wel zijn er verschillende cijfers en inzichten beschikbaar die inzicht geven in het bereik, de casussen en de aanvragen van de jeugdzorg in Doesburg. Het CJG maakt deel uit van de vraagbaak (zie hoofdstuk 2.4). Jongeren die hulpbehoevend zijn komen als eerste binnen bij het CJG. In de tabel hieronder staat het aantal vragen en trajecten van het CJG opgenomen (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). De belangrijkste problematieken voor het CJG zijn gezondheid & psychosociale problematiek, partnerrelatie en financiën. In Doesburg zijn relatief veel gezinnen met kinderen met complexe of meervoudige problematiek. Vaak betreft dat een licht verstandelijke beperking en complexe ggz-problematiek.

Voor een deel is dat chronisch. Chronische problematiek is moeilijk op te lossen. Een succesvolle aanpak zal voor deze groep vooral gericht moeten zijn op het vroeg signaleren, zodat de juiste hulp op tijd wordt ingezet en de draagkracht van het gezin wordt versterkt (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). Tabel 3.1 Aantal aanvragen/trajecten CJG Hulp 2015 2016 CJG vragen/trajecten 337 361

2017 147*

2018 138

2019 144

2020 158**

*

In 2017 is de werkwijze tussen het CJG en het Jeugdteam versimpeld. Complexe vragen en de brede vraagverheldering worden meteen doorgespeeld naar het Jeugdteam (en worden niet meer eerst opgepakt door de CJG’er). Vóór 2017 gebeurde meer dubbel. ** In vijftien van deze trajecten hebben ze eerstelijnszorg in kunnen zetten (eerstelijnszorg is zorg waarvan iedereen gebruik kan maken zonder verwijzing) (Infographic Jeugdhulp jaarverslag, 2020).

Wanneer het complexe jeugdproblematiek betreft en het CJG de hulpvraag niet kan oppakken, wordt de vraag opgepakt door het Jeugdteam. De belangrijkste redenen van aanmelding bij het Jeugdteam waren in 2022 sociale emotionele ondersteuning en psychische problematiek. Dit is niet gewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren. Daarnaast is er in veel situaties sprake van meervoudige problematiek, de complexiteit van deze problematiek is groter dan voorgaande jaren (Doesburg jaarverslag Jeugdteam 2022). Voorbeelden zijn: psychische/psychiatrische problematiek (van licht tot zeer zwaar), problematiek in verband met licht verstandelijke beperking (LVB), (v)echtscheiding en relatieproblematiek, zorgen 20

ten aanzien van veiligheid met betrekking tot de kinderen, een combinatie van het eerder genoemde met huisvesting of financiële problemen (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). Het Jeugdteam voert verschillende taken uit zoals het zelf kortdurende hulp verlenen, doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp, de casusregie houden bij doorverwijzing als er meerdere hulpverleners in het gezin zijn, en monitoring en het bieden van nazorg. Hieronder staat een overzicht van de aanmeldingen Jeugdteam vanaf 2015 (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). Uit tabel 3.1 en 3.2 is op te maken hoeveel van de CJG-aanvragen het CJG zelf heeft kunnen oppakken en hoeveel er zijn doorgestroomd naar het Jeugdteam. Voor 2018 geldt bijvoorbeeld dat er 138 aanvragen binnenkwamen bij het CJG. 79 daarvan zijn doorgezet naar het Jeugdteam, wat betekent dat 59 zijn opgepakt door het CJG. In dat jaar heeft het CJG 296 verwijzingen gedaan naar specialistische hulp. Dit aantal is groter dan de instroom van casussen dat jaar. Dat kan bijvoorbeeld worden verklaard doordat jongeren naar meerdere specialistische jeugdzorgaanbieders worden doorverwezen. Ook kan het zijn dat er ook nog lopende zaken waren vanuit de jaren voor 2018. Dit blijkt ook het geval, zoals te zien in tabel 3.3 (131 lopende zaken op 31 december van 2018).

Tabel 3.2 Aantal casussen Jeugdteam Aanmeldingen Jeugdteam Casussen instroom

2015 149

2016 66

2017 41

2018 79

Casussen afsluiting

46

56

82

87

Verwijzingen naar specialistische hulp

110

180

233

296

2019* 71 t/m sept. 62 t/m sept. Geen info

2020** Geen info Geen info 241

* Door de overgang van de backoffice naar de externe partij Zorg Lokaal zijn er over 2019 geen betrouwbare cijfers. ** Door de nieuwe regionale aanbesteding van jeugdhulp in 2020 is ook toen vervuiling opgetreden door het gebruik van nieuwe productcodes, waardoor oude codes moesten worden afgesloten en nieuwe moesten worden ingevoerd.

Het aantal lopende zaken van het Jeugdteam van 2018-2022 op 31 december van elk jaar is opgenomen in tabel 3.3 (Doesburg jaarverslag Jeugdteam 2022 en 2021). Het Jeugdteam zegt een daling te zien in 2022 in het aantal aanmeldingen doordat ze in 2022 tijdelijk onderbezetting hadden, waardoor er een wachtlijst gehanteerd werd in mei van dat jaar. Om verdere vertragingen te voorkomen heeft het Jeugdteam huisartsen verzocht om in hun plaats verwijzingen op te pakken. Zie hieronder bij ‘toeleiding jeugdzorg’ (Doesburg jaarverslag Jeugdteam 2022). Tabel 3.3 Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 *

Lopende zaken Jeugdteam Lopende zaken op 31-12 131 123 143 170* 117

In 2021 was voor Doesburg nog moeilijker te beoordelen of een zaak afgesloten kon worden of niet, omdat ze langer de vinger aan de pols wilde houden gezien de afstand die er ontstond door de coronamaatregelen. Dat betekent ook dat het aantal lopende zaken in 2021 automatisch hoger was dan in 2022

Toeleiding jeugdzorg Door verhoogde werkdruk (onderbezetting) heeft het Jeugdteam meer contact met de huisartsen moeten zoeken met de vraag of zij de enkelvoudige verwijzingen 5 weer zelf wilden oppakken. Dit was tegen de oorspronkelijke wens van het Jeugdteam in dat huisartsen in geval van jeugdzorg bij het Jeugdteam konden aankloppen (Doesburg jaarverslag Jeugdteam 2022). Hoewel huisartsen weer een grotere rol dan gewenst oppakken in het doorverwijzen zijn alle verwijzingen in de backoffice van het Jeugdteam in het portaal terug te vinden. 5 Bij enkelvoudige verwijzingen betreft het meestal jongeren met een specifieke, vaker voorkomende behoefte aan ondersteuning,

waarbij doorgaans de inzet van slechts één specialistische jeugdhulpverlener wordt gedaan en hiernaar verwezen wordt.

21

Hieronder staat een overzicht van de verschillende verwijzingen in 2020 6 (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). Tabel 3.4 Aantal verwijzingen per verwijzer Verwijzers in 2020 Huisarts Jeugdteam Gecertificeerde instellingen Raad van de Kinderbescherming Medisch specialist Jeugdarts School (dyslexie) Anders

Aantal verwijzingen naar specialistische hulp 170 241 99 48 42 6 6 19

Naar de volgende verwijzers wordt het meeste doorverwezen in de gemeente Doesburg: • Zozijn (expertise verstandelijke beperkingen en niet-aangeboren hersenletsel); • Kinderpraktijk KOM (kinder- en jeugdtherapie bij psychische, emotionele en leerproblemen); • GGNet (Psychiatrische en ernstige psychosociale problematiek); • Karakter (academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie); • Jeugdbescherming Gelderland (complexe problematiek waarbij de veiligheid in het geding is).

3.3 Mogelijke redenen relatief vaak gebruik geïndiceerde jeugdzorg Er worden verschillende redenen genoemd door de gesprekspartners die mogelijk van invloed zijn op relatief veelvuldige gebruik van geïndiceerde jeugdzorg in Doesburg. Hieronder staan deze opgenomen. Geografische ligging en demografische samenstelling • Van oorsprong is Doesburg een fabrieksstad. Er zijn veel inwoners met een lage SES en er is veel sociale huur. • Het nieuwe woonplaatsbeginsel.7 Een van de gesprekspartners zegt dat het nieuwe woonplaatsbeginsel per 2022 heeft geleid tot een kostenstijgingen voor Doesburg. Voorheen werden de kosten bepaald op basis van de woonplaats van de ouders/gezaghebbende. Met het nieuwe beginsel is de woonplaats van de jeugdige direct voorafgaand aan de zorg leidend. Aard van de problematiek • Doesburg heeft veel multiproblematiek en jeugdproblematiek in Doesburg lijkt een intergenerationeel probleem8. Er speelt veel in gezinnen en bij de kinderen. Zo zijn er in Doesburg veel complexe echtscheidingen. • Ook is er relatief veel LVB- en ggz-problematiek.

6 De gemeente Doesburg stelt dat het moeilijk is om kwantitatieve sturingsinformatie te genereren. Ze motiveren dat als volgt: bij

de decentralisatie in 2015 werden gemeenten geconfronteerd met meer dan 5000 productcodes voor de verschillende soorten jeugdhulp waarnaar kon worden verwezen. In de loop der jaren zijn daarom vereenvoudigingsslagen uitgevoerd om dit aantal drastisch terug te brengen. Dat heeft echter tot gevolg gehad dat de cijfers van de afgelopen jaren niet goed meer met elkaar te vergelijken zijn en er ook moeilijk betrouwbare benchmarks zijn uit te voeren. 7 Het woonplaatsbeginsel dat sinds januari 2022 van kracht is in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Het oude woonplaatsbeginsel was gebaseerd op de woonplaats van de gezagsdrager van een jeugdige, die gemeente was verantwoordelijk. Het nieuwe woonplaatsbeginsel gaat uit van de woonplaats waar de jeugdige staat ingeschreven, direct voorafgaand aan de zorg (www.vng.nl/artikelen/woonplaatsbeginsel-jeugdhulp, www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/gemeenten-die-hard-worden-geraakt-door-het-nieuwe-woonplaatsbeginsel-krijgen-extra-geld). 8 Een intergenerationeel probleem verwijst naar uitdagingen, patronen of problemen die van de ene generatie op de volgende worden doorgegeven binnen families of gezinnen.

22

Beleidsorganisatie en toeleiding jeugdzorg • Een van de jeugdzorgaanbieders ervaart het Jeugdteam van Doesburg als relatief sterk, maar merkt op dat de afgelopen jaren wat wankelingen zijn geweest door verloop van medewerkers met mogelijk vertrek van inhoudelijke expertise en ervaring. Hierdoor kan het moeilijk zijn het kwaliteitsniveau te bewaken. Capaciteitsgebrek kan ook gevolg hebben voor de kwaliteit van de wel ingezette zorg. • Indien de juiste kennis en expertise wel in het team zitten, is het de vraag of deze expertise wel kan worden ingezet door administratieve lasten en oplopende werkdruk. • Een van de jeugdzorgaanbieders wijst op het feit dat er niet altijd direct juist wordt geïndiceerd (diegene noemt dit niet specifiek gerelateerd aan Doesburg, maar meer als veel voorkomend verschijnsel). De toenemende complexiteit van problematiek speelt hierbij waarschijnlijk ook een rol. Dit resulteert soms in het doorlopen van verschillende zorgaanbieders door de jongeren voordat ze op de juiste plek terechtkomen. Dit heeft als ongewenst effect dat er bij ouders of verzorgers en de jeugdige zelf ‘zorgmoeheid’ kan ontstaan, waardoor hun hoop en motivatie kunnen verminderen. Landelijke factoren • De complexiteit van de problematieken en daarmee de zorgbehoefte nemen toe.

De jeugd leeft in een steeds complexere samenleving (denk aan sociale media en de invloed van de COVID-19-lockdown op mentale gezondheid). De omgeving waarin jongeren opgroeien verandert continu. Een jeugdzorgaanbieder zegt dat huidige diensten van zorgaanbieders soms niet meer goed aansluiten bij de realiteit. Dit vraagt om meerdere zorgaanbieders voor de cliënt of/en om omschakeling van de zorgaanbieders naar gespecialiseerde en/of intensievere zorg gedurende een langere tijd, wat vaak duurder is en soms vraagt om omscholing van medewerkers om deze verscheidenheid aan zorg aan te kunnen bieden. • De toegang tot jeugdzorg is met de decentralisatie financieel toegankelijker geworden omdat het vanaf 2015 niet meer bekostigd wordt vanuit de zorgverzekering. Mogelijk dat er daardoor sneller naar zorgaanbieders wordt gekeken dan naar het eigen sociale netwerk. De financiële barrière is namelijk weggenomen (ook wel moral hazard genoemd, zie beschrijving onder ‘risicoanalyse’ punt 3 in hoofdstuk 2.5). • Er zijn wachtrijen die de doorstroom beperken en waardoor de zorgduur toeneemt. Dit heeft een negatief effect waardoor de zorgbehoefte kan toenemen. Benchmark In bijlage 1 is een benchmark opgenomen waarin verschillende cijfers van Doesburg worden vergeleken met het landelijk gemiddelde en met gemeenten met een ongeveer even grote omvang (qua inwoners) als Doesburg.

Hieruit blijkt onder andere dat Doesburg relatief veel bijstandsgezinnen, gezondheidsproblemen, huishoudens met problematische schulden, een lager onderwijsniveau en jeugdcriminaliteit heeft. Dit kan van invloed zijn op een grotere zorgbehoefte.

3.4 Ingezette financiën voor de uitvoering In tabel 3.5 staan de begrote bedragen en de werkelijke uitgaven voor de gedecentraliseerde jeugdzorg vanaf 2015 tot en met 2020. Deze cijfers bevatten alle eerder genoemde FCL’s in hoofdstuk 2.1.5 (dat is inclusief uitvoeringskosten) (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). Tabel 3.5 Jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Begroting en werkelijke uitgaven 2015-2023 Begroot Werkelijke uitgaven 3.006.802 2.405.666 3.167.153 2.511.934 3.384.261 3.326.340 3.307.853 3.877.470 3.708.444 4.012.942 4.047.397 4.345.458 4.449.424 4.447.042 6.545.690* 6.072.747* 6.356.330 Nog niet bekend

Binnen budgettaire kaders Ja Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja Nog niet bekend

* = toename vanwege het woonplaatsbeginsel zoals toegelicht onder 3.3 ‘Geografische ligging en demografische samenstelling’.

23

Uit deze cijfers wordt duidelijk dat er vanaf 2015 sprake is van een gestage toename van uitgaven aan jeugdhulp. In 2018 was voor het eerst een overschrijding op het budget voor jeugdhulp, wat een landelijke trend was (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 2015-2020). In de twee jaren na 2018 (2019 en 2020) waren de werkelijke uitgaven ook groter dan de begroting. Doesburg verklaart dit doordat het jeugdzorggebruik in Nederland de afgelopen jaren sterk is gegroeid: twintig jaar geleden kreeg ongeveer 1 op de 27 kinderen jeugdzorg, nu is dat 1 op de 8. In dit document noemt de gemeente tien verschillende oorzaken voor de landelijke oplopende uitgaven. Deze staan ook opgenomen in hoofdstuk 2 paragraaf 2.5 onder risicoanalyse (niet specifiek Doesburg) (Evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg 20152020).

3.5 Onderlinge communicatie en informatievoorziening Communicatie tussen beleidsmedewerkers en zorgaanbieders De gemeente stelt dat er een regionaal online dashboard is waarmee de gemeente inzicht krijgt in resultaten van de jeugdzorgaanbieders. Ook zijn er periodiek gesprekken met de jeugdzorgaanbieders waarin gesproken wordt over onder andere ontwikkelingen, knelpunten en innovatiedoelen. De jeugdzorgaanbieders waar we mee gesproken hebben zeggen inderdaad dit periodiek contact te hebben met de gemeente Doesburg. De frequentie en de vorm hiervan blijken te verschillen per aanbieder. Een van de aanbieders neemt ook deel aan het Jeugdteam en heeft daardoor bijvoorbeeld intensiever contact dan een ander, die ieder kwartaal overleg heeft. Deze gesprekken gaan voornamelijk over uitvoering van de zorg. De zorgaanbieders stellen dat deze gesprekken in mindere mate over het beleid van de gemeente en de gestelde doelen gaan. Onderwerpen rondom uitvoering die werden genoemd zijn bijvoorbeeld: de onderlinge samenwerking tussen jeugdzorgaanbieders, wie te benaderen in crisissituaties, of de juiste zorgproducten worden geleverd, wat goed gaat en wat er beter kan. Ook vindt er één keer per jaar een regionaal contractoverleg plaats. De zorgaanbieders ervaren dit contact als prettig en zien Doesburg als een betrokken gemeente die op het moment een betrokken aanspreekpunt heeft.

Informatievoorziening vanuit beleidsmedewerkers naar de gemeenteraad De resultaten van het jeugdzorgbeleid van Doesburg worden vanaf de start van de decentralisatie in 2015 jaarlijks gedeeld met de gemeenteraad. Dit wordt gedaan aan de hand van een schriftelijk jaarverslag van het Jeugdteam, aangevuld met de cijfers van alle ingezette jeugdhulp van het betreffende jaar.9 Hier wordt in de commissievergadering over gesproken waarin het Jeugdteam ook hun werk presenteert. Door deze vergadering en presentatie worden raadsleden in de gelegenheid gesteld om rechtstreeks vragen te stellen over de praktijk aan het Jeugdteam. Politieke vragen worden aan de wethouder gesteld. Tabel 3.6 Informatievoorziening jeugdzorg richting gemeenteraad Informatievoorziening jeugdzorg richting gemeenteraad Frequentie Jaarlijks Vorm Schriftelijk jaarverslag Inhoud • Resultaten jeugdzorgbeleid betreffende jaar • Inclusief cijfermatig en financieel aspect Aanvullende presentatie en commissievergadering Inhoud • Toelichting bovengenoemd schriftelijk verslag • Toelichting ervaringen Jeugdteam bij uitvoeren van hun werkzaamheden • Eventuele politieke vragen aan de wethouder Partijen Gemeenteraad, Jeugdteam en wethouder Toevoegingen vanuit de interviews: de gemeenteraad is tevens geïnformeerd over de bevolkingssamenstelling van Doesburg.

Er hebben sessies plaatsgevonden met de gemeenteraad waarin een toekomstvisie is besproken, en de kwetsbaarheid van de bevolking van Doesburg is uitvoerig beschreven in een nota. Bovendien komt de gemeente regelmatig in aanmerking voor subsidies, zoals die van de provincie, vanwege de kwetsbare bevolking.

9 Deze vorm van informatievoorziening vindt los van de jaarlijkse planning&control-cyclus plaats.

24

3.6 Toets normenkader: uitvoering en resultaten In deze paragraaf toetsen we de uitvoering en de resultaten van het beleid van de gemeente Doesburg aan het normenkader. Het jeugdzorgbeleid wordt in de praktijk ook uitgevoerd zoals vastgelegd in het gemeentelijke jeugdzorgbeleid. ++ | + | + - | - | - De inzichten die zijn opgehaald over uitvoering en resultaten van het beleid per speerpunt onderbouwen dat de gemeente hier actief op is en resultaten op boekt. De gemeente zet actief in op vroeg signalering en preventie, werkt samen met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen in het sociaal domein, werkt aan het versterken van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders, besteedt middels onderzoek aandacht aan multiprobleemgezinnen en zet actief in op kostenbesparing door verschillende projecten en het maken van interne afspraken hierover. Er zijn verschillende verbeterpunten gevonden. Ten eerste zeggen de beleidsmedewerkers dat er hoge werkdruk is. Zij vinden dat er nog meer mogelijk zou zijn op preventie en vroegsignalering wanneer dit niet het geval zou zijn. Ook zorgen deze hoge werkdruk en onderbezetting ervoor dat het Jeugdteam meer contact met de huisartsen heeft moeten zoeken met de vraag of zij de enkelvoudige verwijzingen weer zelf wilden oppakken.

Dit was tegen de oorspronkelijke wens van het Jeugdteam in om de toegang binnen het CJG en het Jeugdteam te houden. Het Jeugdteam is namelijk goed op de hoogte van de verschillende mogelijkheden binnen het jeugdzorgdomein en signaleert dat bij huisartsen nog niet altijd duidelijk is wat er mogelijk is voor jeugd en gezin in Doesburg. Ten tweede blijkt dat verschillende samenwerkingen nog beter zouden kunnen, zoals die met het voortgezet onderwijs en het mbo. Ook kan de samenwerking met huisartsen verbeterd worden rondom afstemming op casusniveau, en de samenwerking met jeugdzorgaanbieders kan verbeterd worden door meer af te stemmen op de inhoud en het juist indiceren. Daarnaast wil de gemeente de samenwerking met het consultatiebureau/jeugdarts verder uitbouwen in het kader van het tijdig signaleren van onveilige situaties en in 2024 inzetten op een POH Jeugd die er nu nog niet is. Ten slotte maakt het gebrek aan ontschot budget in het sociale domein het lastig om integraal te werken en daarmee bijvoorbeeld goed in te spelen op multiprobleemgezinnen. De gemeente wordt goed geïnformeerd door de zorgaanbieders en heeft goed zicht op de resultaten van het jeugdzorgbeleid. ++ | + | + - | - | De gemeente heeft via een regionaal dashboard inzicht in de resultaten van de jeugdzorgaanbieders en heeft ook periodiek contact met de jeugdzorgaanbieders.

De frequentie en de vorm hiervan verschillen per aanbieder. Deze gesprekken gaan voornamelijk over uitvoering van de zorg: de onderlinge samenwerking tussen jeugdzorgaanbieders, wie te benaderen in crisissituaties, of de juiste zorgproducten worden geleverd, wat goed gaat en wat er beter kan. De gesprekken gaan minder over het beleid van de gemeente en de gestelde doelen. De jeugdzorgaanbieders hebben, zoals hierboven ook aangegeven, meer behoefte aan samenwerking op inhoud wat leidt tot tijdig en juist indiceren. Hoewel de samenwerking met de jeugdzorgaanbieders kan worden versterkt, heeft de gemeente wel goed zicht op de resultaten van het beleid, wat blijkt uit het periodieke contact. Uit de evaluatie jeugdbeleid gemeente Doesburg van 2015-2020 en het Doesburg jaarverslag Jeugdteam uit 2022 blijkt dat er goed zicht is op het aantal aanvragen, trajecten en lopende zaken bij het CJG, Jeugdteam en de zorgaanbieders. Er wordt in de uitvoering van het jeugdzorgbeleid voldoende aandacht besteed aan de toepassing van innovatieve methodieken die tot doel hebben de consumptie van de (relatief dure) geïndiceerde tweedelijns jeugdzorg zo beperkt mogelijk te houden. ++ | + | + - | - | - Doesburg ondersteunt via een innovatiefonds op verschillende innovatieprojecten die veelal preventief van aard zijn.

Hiermee wil Doesburg de consumptie van de (relatief dure) geïndiceerde tweedelijns jeugdzorg beperken. Ook heeft de gemeente Doesburg in haar begroting een aparte FCL voor Innovatiemiddelen jeugd op lokaal en regionaal niveau.

25

De behaalde resultaten komen overeen met/passen in de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid. ++ | + | + - | - | - De behaalde procesmatige resultaten en activiteiten sluiten goed aan bij de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid. Zo voert Doesburg het beleid en activiteiten uit conform de doelen en speerpunten en zijn er interne afspraken gemaakt die deze ondersteunen. Ook zet de gemeente in op een goede samenwerking met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein in het kader van vroegtijdig signaleren en preventie. Dit bevordert de laagdrempelige toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg. Echter, kijkend naar of die inspanningen ook daadwerkelijk hebben geleid tot het behalen van de doelen en een afname van duurdere geïndiceerde jeugdzorg, moet geconcludeerd worden dat dit niet goed vast te stellen is omdat concrete resultaten hierover ontbreken. Alle jeugdigen die zorg en ondersteuning nodig hebben, hebben toegang tot die zorg en ondersteuning, maken daar ook gebruik van en zijn daar tevreden over. ++ | + | + - | - | - Jeugdigen ontvangen de ondersteuning die ze nodig hebben, wel zijn er enkele belemmeringen die hierop van invloed zijn. Enerzijds is dat werkdruk/onderbezetting bij het Jeugdteam: het aantal lopende zaken van het Jeugdteam is van 2018 tot met 2022 toegenomen. In 2022 is juist een daling te zien.

Het Jeugdteam verklaart dit doordat ze in 2022 tijdelijk onderbezetting hadden waardoor er een wachtlijst gehanteerd werd. Om verdere vertragingen te voorkomen heeft het Jeugdteam huisartsen verzocht om in hun plaats verwijzingen op te pakken. Hierdoor kan het wel langer geduurd hebben voordat jongeren toegang kregen tot de nodige jeugdzorg. Anderzijds is dat het niet altijd direct juist indiceren: verschillende jeugdzorgaanbieders vinden dat er niet altijd direct juist geïndiceerd wordt. Dit verklaren ze door de toenemende complexiteit van de problematiek en dat de samenwerking met de gemeente rondom indiceren verbeterd kan worden. Dit heeft tot gevolg dat jongeren niet altijd direct de zorg krijgen die ze nodig hebben. Uit de geanalyseerde documentatie en gevoerde gesprekken is niet concreet duidelijk geworden in hoeverre de jongeren tevreden zijn over de geboden zorg. Een cliënttevredenheidsonderzoek laat wel zien dat het jeugdteam als professioneel, snel en adequaat wordt beoordeeld.

Ook komen er enkele aandachtspunten naar voren: er kan beter geluisterd worden naar de jongere zelf en de jongere kan meer betrokken worden bij het opstellen van een hulpverleningsplan, er moet gezorgd worden voor een veilige omgeving voor de jongere (door de inzet van een vertrouwenspersoon) en ten slotte is de effectiviteit van hulpverlening afhankelijk van de niet altijd aanwezige klik tussen jongere en hulpverlener. De uitvoering van het jeugdzorgbeleid vindt plaats binnen de gestelde budgettaire kaders. ++ | + | + - | - | - De uitvoering van het jeugdzorgbeleid viel vanaf de decentralisatie in 2015 tot en met 2022 vijf van de acht jaar wel binnen de budgettaire kaders. In de jaren 2018, 2019 en 2020 vond de uitvoering van het jeugdzorgbeleid niet plaats binnen de budgettaire kaders. In 2021 en 2022 vond de uitvoering weer wel plaats binnen de budgettaire kaders. Ook blijkt dat er vanaf 2015 sprake is van een gestage toename van budget en uitgaven aan jeugdhulp. Doesburg verklaart dit doordat het jeugdzorggebruik in Nederland is de afgelopen jaren sterk is gegroeid. De gemeenteraad wordt tijdig, juist en volledig geïnformeerd over de opzet, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid. ++ | + | + - | - | - Ja, de gemeenteraad wordt tijdig, juist en volledig geïnformeerd over de opzet, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid.

De resultaten op het jeugdzorgbeleid worden jaarlijks gedeeld met de gemeenteraad middels een schriftelijk jaarverslag van het Jeugdteam. Hier wordt in de commissievergadering over gesproken waarin het Jeugdteam een presentatie geeft.

26

Conclusies en aanbevelingen

4

4 Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord en de conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Eerst zullen de onderzoeksvragen welke betrekking hebben op het geformuleerde beleid beantwoord worden. Daarna worden de onderzoeksvragen die betrekking hebben op de uitvoering en resultaten van het beleid beantwoord worden. Vervolgens volgen de conclusies en aanbevelingen. Het jeugdzorgbeleid van de gemeente Doesburg is goed opgezet en zowel de uitvoering als de resultaten van het jeugdzorgbeleid kunnen eveneens als goed worden gekwalificeerd. Dit laat onverlet dat er verbeteringen kunnen worden aangebracht en op basis van hetgeen we hebben opgehaald kunnen we constateren dat er voldoende perspectieven zijn om het beleid nog beter in te richten.

4.1 Conclusie: samenvatting Bij de decentralisatie van het jeugdzorgstelsel in 2015 werden beleidsgerelateerde taken rond Jeugdzorg overgeheveld van het Rijk naar de gemeente. De uitgaven op jeugdzorg zijn in de jaren sindsdien gestegen voor vrijwel elke gemeente in Nederland, zo ook voor de gemeente Doesburg (evenals voor Duiven en Westervoort). De gemeenteraden van Doesburg, Duiven en Westervoort wilden dan ook graag meer inzicht in de redenen voor deze structurele overschrijding, in het bijzonder met het oog op geïndiceerde zorg. De overkoepelende rekenkamer van deze drie gemeenten heeft Regioplan gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Hieronder volgt een korte samenvatting van de bevindingen voor de gemeente Doesburg. De gemeente Doesburg heeft uitgebreid en volledig beleid geformuleerd op het beleidsveld jeugdzorg. De speerpunten hiervan zijn om te blijven inzetten op vroegsignalering en preventie, extra aandacht te hebben voor multiprobleemgezinnen, diverse samenwerkingen te versterken (tussen het jeugdteam en onderwijs, jeugdarts en huisartsen en daarnaast met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders). Ten slotte is het terugdringen van de kosten van de jeugdzorg als concreet speerpunt opgenomen.

Ook heeft de gemeente in haar beleid aandacht voor verschillende transformatiedoelstellingen: ten eerste meer uitgaan van eigen oplossingen van hulpvragers en meer inzetten van het eigen sociale netwerk; ten tweede een verschuiving realiseren van het inzetten van individuele voorzieningen naar algemene voorzieningen; ten derde een integrale aanpak en ontschotting van traditioneel afgebakende domeinen realiseren (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Onderwijs); ten vierde de vraag centraal zetten en niet het aanbod; ten vijfde het verminderen van bureaucratie; en ten zesde kostenbesparingen. De gemeente Doesburg voert dit beleid conform de plannen uit. De gemeente zet actief in op vroegsignalering en preventie, werkt samen met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein, werkt aan het versterken van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders, besteedt middels onderzoek aandacht aan multiprobleemgezinnen en zet actief in op kostenbesparing door verschillende projecten en het maken van interne afspraken hierover. De behaalde procesmatige resultaten en activiteiten sluiten ook goed aan bij de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid. Wel zijn in het beleid enkele punten geïdentificeerd die invloed hebben op de effectieve uitvoering van de speerpunten en doelstellingen.

Ten eerste vinden de beleidsmedewerkers dat er sprake is van hoge werkdruk en onderbezetting. Zij denken dat er nog meer mogelijk zou zijn op preventie en vroegsignalering wanneer dit niet het geval zou zijn. Ten tweede blijkt dat verschillende samenwerkingen nog beter zouden kunnen, zoals die met het voortgezet onderwijs, het mbo, huisartsen en met jeugdzorgaanbieders en consultatiebureaus. Daarnaast wil Doesburg in 2024 inzetten op een POH Jeugd die er nu nog niet is. Ten slotte maakt het gebrek aan ontschot budget in het sociale domein het lastig om integraal te werken en daarmee bijvoorbeeld goed in te spelen op multiprobleemgezinnen. De kosten die met de jeugdzorg in de gemeente Doesburg gepaard gaan hangen samen met verschillende factoren en niet direct met het beleid van de gemeente of de uitvoering ervan. Meerdere van deze factoren vallen buiten de directe invloedsfeer van de gemeente. Deze factoren zijn de geografische ligging (woonplaatsbeginsel), demografische samenstelling (veel inwoners met lage SES), de aard van de 28

problematiek (relatief veel multiproblematiek, licht verstandelijke beperkingen, geestelijkegezondheidsproblematiek en complexe echtscheidingen), de beleidsorganisatie (veel wisselingen in personeel, hoge werkdruk), toeleiding jeugdzorg (direct juist indiceren lastig door complexere problematiek) en ten slotte landelijke factoren (zoals aanhoudende wachttijden en de financieel toegankelijker geworden jeugdzorg waardoor het eigen sociale netwerk minder wordt benut). Daarnaast is een belangrijke contextuele kanttekening dat de kosten van jeugdzorg onder een openeinderegeling vallen. Dit houdt in dat er geen budgettair plafond wordt toegewezen. Als de kosten worden overschreden, kan een gemeente het Rijk om aanvullende gelden vragen, mits een gemeente aan een aantal voorwaarden voldoet. Een openeinderegeling wordt gezien als een financieel risico. Een relatief kleine gemeente zoals Doesburg heeft een relatief klein budget. De kans dat de gemeente met één multiprobleemgezin het budget overschrijdt is dan ook hoger dan bij middelgrote en grote gemeenten, die vaak een groter budget hebben. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht, wat betekent dat een gemeente het bieden van zorg niet kan weigeren wanneer er behoefte aan is. Samen beschouwd is het goed te begrijpen dat de budgettaire kaders worden overschreden.

Ook belangrijk in de context van de kosten is dat de decentralisatie in 2015 gepaard ging met een bezuinigingsmaatregeling. Deze heeft in de jaren daarna voor een structureel probleem gezorgd, waardoor een deel van de gemeenten in Nederland met budgettaire overschrijding te kampen heeft. Kijkend naar de nabije toekomst heeft het huidige demissionaire kabinet voor 2024 en 2025 een aanvullende bezuiniging van 500 miljoen euro aangekondigd. De Tweede Kamer heeft april 2024 nog niet ingestemd met het uitstellen/afschaffen van deze bezuinigingen, hoewel dit wel ter sprake kwam. Hieronder volgt de beantwoording van de onderzoeksvragen (4.2) die wordt gevolgd door de aanbevelingen (4.3).

4.2 Beantwoording onderzoeksvragen 1. Wat zijn de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid, welke instrumenten worden daarvoor ingezet en welke kosten zijn daarvoor begroot? De speerpunten van het jeugdzorgbeleid in Doesburg zijn: • Blijven inzetten op vroegsignalering en preventie. • Extra aandacht voor multiprobleemgezinnen. • Versterking van de samenwerking tussen het Jeugdteam, het onderwijs (inclusief voorschoolse voorzieningen), jeugdarts (GGD) en huisartsen. • Verbetering van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders. • Kosten van de jeugdzorg verlagen. De gemeente Doesburg heeft daarnaast zes specifieke transformatiedoelen opgesteld aangaande het jeugdbeleid. Sommige van deze zes hebben raakvlak met de speerpunten hierboven. Ten eerste meer uitgaan van eigen oplossingen van hulpvragers en meer inzetten van eigen sociale netwerk. Ten tweede een verschuiving realiseren van het inzetten van individuele voorzieningen naar algemene voorzieningen. Ten derde een integrale aanpak en ontschotting van traditioneel afgebakende domeinen realiseren (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Onderwijs). Ten vierde de vraag centraal zetten en niet het aanbod. Ten vijfde het verminderen van bureaucratie en ten zesde kostenbesparingen. De gemeente Doesburg zet diverse instrumenten en activiteiten in voor het realiseren van deze doelstellingen.

Dit zijn enerzijds algemene instrumenten, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), Jeugdteams en specialistische zorg. Anderzijds zet de gemeente Doesburg ook aanvullende instrumenten in. Ten eerste de Vraagbaak (sociaal team) waarbij het CJG en het Jeugdteam op De Linie samenwerken met consulenten van de Wmo, Werk & Inkomen, Buurtacademie, buurtsportcoaches, jongerenwerk en politie. Ten tweede investeert de gemeente in verschillende innovatieprojecten om vernieuwende voorstellen van organisaties en inwoners te kunnen ondersteunen. Ten derde is er met 11 gemeenten de modulaire gemeenschappelijke regeling (MGR) opgericht die o.a. de regionale inkoop voor jeugd en (delen van de) Wmo uitvoert. 29

Vervolgens heeft de gemeente specifiek op gebied van preventie enkele instrumenten, waaronder de coalitie Kansrijke Start voor preventie bij zwangeren en het groepswerk 'Rots en Water' voor jongeren, gericht op het bieden van handvatten voor zelfverzekerdheid en het voorkomen van duurdere vormen van hulpverlening. Ten slotte legt de gemeente Doesburg de nadruk op samenwerking met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen in het sociaal domein, waaronder jeugdgezondheidszorg, onderwijs, jongerenwerk, buurtsportcoaches en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). In het kader van deze samenwerking wordt de voorziening 'De Vraagbaak' ingezet (hierboven beschreven). Daarnaast implementeert de gemeente verschillende innovatieprojecten via een innovatiefonds (ook hierboven benoemd). Voorstellen voor financiële bijdragen dienen te voldoen aan minstens twee van de zes vastgestelde transformatiedoelen, waarvan er één gericht is op de integrale aanpak en ontschotting van traditioneel afgebakende domeinen, waaronder de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Onderwijs. De begrote kosten voor de uitvoering hiervan staan opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1 Jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Begrote kosten gedecentraliseerde jeugdzorg Begroot jeugdzorg 3.006.802 3.167.153 3.384.261 3.307.853 3.708.444 4.047.397 4.449.424 6.545.690 6.356.330

2. Heeft de gemeente zicht op de aard en omvang van de verschillende doelgroepen van het jeugdzorgbeleid, hun wensen, noden en behoeften en hoe daar het beste vanuit de jeugdzorg aan tegemoet gekomen kan worden? De aard en de omvang van de doelgroepen van het jeugdzorgbeleid zijn in beeld bij de gemeente Doesburg. De gemeente Doesburg hanteert in haar jeugdbeleid een differentiatie van doelgroepen op basis van leeftijd en het type preventie. Vanaf 2020 is de doelgroep van het Jeugdteam uitgebreid om de harde scheiding tussen 18- en 18+ te overbruggen. Jongeren tot 27 jaar kunnen nu door het Jeugdteam begeleid worden, hoewel de voorzieningen vanuit de Jeugdwet voor deze groep niet ingezet kunnen worden. Het Jeugdteam zorgt echter wel dat de betreffende jongeren op de juiste plek terechtkomen voor ondersteuning, onderwijs of werk, met als doel het voorkomen van escalatie van problemen in de toekomst. Met betrekking tot preventie benoemt de gemeente verschillende doelgroepen: alle jeugdigen en opvoeders (universele preventie), groepen jeugdigen en opvoeders met een hoog risico (selectieve preventie) en individuele jeugdigen en opvoeders met een hoog risico en beginnende problemen (geïndiceerde preventie). De demografische samenstelling van Doesburg bepaalt mede de doelgroep van de jeugdzorg in Doesburg.

Zo is er een aanzienlijke aantal inwoners met een lage sociaaleconomische status (SES) en de vele jeugdigen met complexe problematiek (LVB en complexe ggz-problematiek). Er is beperkte informatie beschikbaar over de behoeften van de doelgroep. Het uitvoeren van clienttevredenheidsonderzoek lukt, maar het blijkt lastig voldoende respons te krijgen. Het doel van het onderzoek was om te leren van de ervaringen in Doesburg, maar het is onbekend of het ook gericht was op het achterhalen van behoeften en wensen. De resultaten en inzichten die wel beschikbaar zijn geven aan dat er verbeteringen nodig zijn in het luisteren naar de behoeften van de jeugdigen met betrekking tot het doorverwijzen naar specialistische jeugdzorg, het creëren van een veilige omgeving met een vertrouwenspersoon, het betrekken van jongeren bij het opstellen van hulpverleningsplannen, en het waarborgen van effectieve hulpverlening, waarbij de 'klik' met de hulpverlener cruciaal is. Het Jeugdteam wordt over het algemeen positief beoordeeld op professionaliteit, snelheid, adequaatheid, en luisterend vermogen.

30

3. Bevat het beleid een risicoanalyse gericht op (interne en externe) factoren die het behalen van de gewenste resultaten zouden kunnen bemoeilijken, zo ja welke factoren worden benoemd en welke maatregelen zijn daaraan gekoppeld? In de beleidsdocumenten is geen separate risicoanalyse aangetroffen. Wel zijn er een aantal factoren in het beleid genoemd die van invloed zijn op een hogere afname van jeugdzorgbeleid. Zo kampt Doesburg met veel multiproblematiek, is er sprake van veel complexe echtscheidingen en is er een aanzienlijke aanwezigheid van licht verstandelijke beperkingen (LVB) en geestelijke gezondheidsproblematiek (ggz). Verder noemt de gemeente dat, gezien de Jeugdwet een openeinderegeling is, dat het logisch zou zijn dat je als gemeente altijd zorgt voor een reserve. Deze was er in Doesburg ook bij de start in 2015, maar die is later wegbezuinigd. Ten slotte zijn in het beleid verklaringen opgenomen voor de toenemende jeugdzorgkosten. Dit zijn factoren op landelijk niveau (en dus niet specifiek gericht op Doesburg) en illustreren de complexiteit van de jeugdzorgproblematiek en de diverse elementen die de kosten beïnvloeden.

Ondanks dat deze factoren niet concreet geformuleerd zijn als risico’s voor het beleid in specifiek Doesburg, kunnen deze factoren wel mogelijke verklaringen bieden voor het eventueel niet behalen van de gewenste resultaten van het beleid van Doesburg. Enkele van deze factoren zijn onder andere de stijging van de gemiddelde kosten per jeugdige, het fenomeen 'moral hazard' waarbij de beschikbaarheid van de zorg de vraag beïnvloedt, de toename van complexe uitdagingen bij opvoeding en opgroeien, veranderingen in de maatschappelijke normen, de groeiende individualisering met verminderde ondersteuning vanuit het sociale netwerk, de brede definitie van jeugdhulp in de Jeugdwet, en administratieve problemen in het factureringsproces die hebben geleid tot vertraagde facturatie door zorgaanbieders. 4. Is in het beleid expliciet aandacht besteed aan de belangrijkste transformatiedoelen, zoals het inzetten op eigen kracht en zelfredzaamheid van jeugdigen en hun verzorgers, meer aandacht voor preventie en het realiseren van een verschuiving van relatief dure geïndiceerde zorg naar goedkopere (preventieve) zorg (van tweede- naar eerstelijnszorg). Ja, hier is in het beleid expliciet aandacht aan besteed. De gemeente Doesburg heeft zes specifieke transformatiedoelen opgesteld aangaande het jeugdbeleid. Deze staan opgenomen onder de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag.

Ook is er beleid op de drie punten zoals benoemd in de vraag. Zie hieronder: Inzetten op eigen kracht en zelfredzaamheid: Het Sociaal Team van Doesburg streeft naar het bevorderen van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van jeugdigen en hun verzorgers. Hierbij ligt de focus op het mobiliseren van het eigen netwerk, met als doel kostenbesparing en het creëren van een duurzame ondersteuning nabij, wat resulteert in een veilig en veerkrachtig opvoedklimaat. Meer aandacht voor preventie: De gemeente Doesburg heeft preventie als speerpunt, met als doel het voorkomen of vroegtijdig signaleren van problemen in de jeugd. Hierbij wordt ingezet op een kansrijke start in de eerste levensfase van een kind, goed onderwijs, en ondersteuning bij beginnende problematiek. Activiteiten omvatten het behouden van de kracht van het Jeugdteam, aanpak van verslavingsproblematiek bij jongeren, vaststelling van een nieuwe visie voor onderwijsachterstandenbeleid, en verbreding van doelgroep en openingstijden van het jongerencentrum 0313. Realiseren van een verschuiving naar goedkopere zorg: De gemeente streeft ernaar de oplopende kosten in de jeugdzorg te beheersen door het voorkomen van dure zorg.

Dit omvat het inzetten van lichte hulp, het mobiliseren van het eigen netwerk en algemene voorzieningen, eerder afschalen naar lichtere, goedkopere zorg, het bevorderen van snellere uitstroom, en het maximaliseren van preventie en vroegsignalering.

31

5. Is er in het beleid aandacht voor de samenhang en eventuele samenwerking met relevante flankerende beleidsterreinen zoals de Wmo, de Participatiewet en het onderwijsbeleid, zo ja, hoe is die aandacht verwoord, welke koppelingen zijn benoemd? Ja, er is in het beleid van de gemeente Doesburg aandacht voor de samenhang en samenwerking met flankerende beleidsterreinen waaronder jeugdgezondheidszorg, onderwijs, jongerenwerk, buurtsportcoaches en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Eén van de speerpunten van het beleid betreft een integrale aanpak en ontschotting van traditioneel afgebakende domeinen (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Onderwijs). In het kader van deze samenwerking wordt de voorziening 'De Vraagbaak' ingezet (omschreven onder beantwoording onderzoeksvraag één). Daarnaast implementeert de gemeente verschillende innovatieprojecten via een innovatiefonds (ook omschreven onder beantwoording onderzoeksvraag één). Voorstellen voor financiële bijdragen dienen te voldoen aan minstens twee van de zes vastgestelde transformatiedoelen, waarvan er één gericht is op de integrale aanpak en ontschotting van traditioneel afgebakende domeinen, waaronder de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Onderwijs. 6.

Is het beleid uitgevoerd conform de oorspronkelijke opzet zoals verwoord in de beleidsnota’s? Ja, de gemeente Doesburg voert het beleid uit passend bij de speerpunten en doelstellingen die zij in het beleid hebben gesteld. De gemeente zet actief in op vroegsignalering en preventie, werkt samen met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein, werkt aan het versterken van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders, besteedt aandacht middels onderzoek aan multiprobleemgezinnen en zet actief in op kostenbesparing door verschillende projecten en het maken van interne afspraken hierover. In het beleid zijn diverse belemmeringen geïdentificeerd die de effectieve uitvoering van de speerpunten en doelstellingen beperken. Ten eerste wordt aangegeven door de beleidsmedewerkers dat er sprake is van hoge werkdruk is. Zij geven aan dat er nog meer mogelijk zou zijn op gebied van preventie en vroeg signalering, als er geen sprake is van hoge werkdruk. Ook zorgt deze hoge werkdruk en onderbezetting ervoor dat het Jeugdteam meer contact met de huisartsen heeft moeten zoeken met de vraag of zij de enkelvoudige verwijzingen weer zelf wilden oppakken. Dit was tegen de oorspronkelijke wens van het Jeugdteam in om de toegang binnen het CJG en het Jeugdteam te houden.

Het Jeugdteam is namelijk goed op de hoogte van de verschillende mogelijkheden binnen het jeugdzorgdomein en signaleert dat bij huisartsen nog niet altijd voldoende inzichtelijk is wat er voor jeugd en gezin allemaal mogelijk is in Doesburg. Ten tweede blijkt dat verschillende samenwerkingen nog beter zouden kunnen. Zoals die met het voortgezet onderwijs en het MBO. Ook kan de samenwerking met huisartsen verbeterd worden rondom afstemming op casusniveau en de samenwerking met jeugdzorgaanbieders kan verbeterd worden door meer af te stemmen op de inhoud en het juist indiceren. Daarnaast wil Doesburg meer samenwerken met consultatiebureaus en in 2024 inzetten op een POH Jeugd die er nu nog niet is. Ten slotte maakt het gebrek aan ontschot budget in het sociale domein het lastig om integraal te werken en daarmee bijvoorbeeld goed in te spelen op multiprobleem gezinnen. 7. Zijn de beoogde doelgroepen ook bereikt en op de juiste wijze toegeleid naar de juiste vormen van zorg en ondersteuning? Ja, jeugdigen ontvangen de ondersteuning die ze nodig hebben, maar er zijn enkele belemmeringen die hierop van invloed zijn. Enerzijds werkdruk en onderbezetting bij het Jeugdteam: het aantal lopende zaken van het Jeugdteam is van 2018 tot met 2022 toegenomen. In 2022 is juist een daling te zien.

Het Jeugdteam verklaart dit doordat zij in 2022 tijdelijk onderbezetting hadden waardoor er een wachtlijst gehanteerd werd. Om verdere vertragingen te voorkomen heeft het Jeugdteam huisartsen verzocht om in hun plaats verwijzingen op te pakken. Hierdoor kan het wel langer geduurd hebben voordat jongeren toegang kregen tot de nodige jeugdzorg. Anderzijds het niet altijd direct juist indiceren: verschillende jeugdzorgaanbieders geven aan dat er niet altijd direct juist geïndiceerd wordt. Dit verklaren zij door de toenemende complexiteit van de problematiek en dat de samenwerking met de gemeente rondom indiceren verbeterd kan worden. Dit heeft tot gevolg dat jongeren niet altijd direct de zorg krijgen die zij nodig hebben. Het is onbekend of de jongeren tevreden zijn over de geboden zorg.

32

8. Wat zijn de redenen dat er relatief vaker gebruik wordt gemaakt van de (geïndiceerde) jeugdzorg in de drie gemeenten in verhouding tot het landelijke en regionale gemiddelde en welke maatregelen kunnen worden genomen om dat gebruik te verlagen? Verschillende factoren zijn van invloed op het relatief frequente gebruik van geïndiceerde jeugdzorg in Doesburg, waaronder de geografische ligging en demografische samenstelling, de aard van de problematiek, de beleidsorganisatie en toeleiding jeugdzorg en ten slotte landelijke factoren. Geografische ligging en demografische samenstelling: • Doesburg kent veel inwoners met een lage sociaaleconomische status en een hoog percentage sociale huur. • Het woonplaatsbeginsel heeft geleid tot aanzienlijke kostenstijgingen voor gemeenten, waarbij nu gekeken wordt naar de locatie waar ouders op de dag vóór het kind in verblijf komt ingeschreven staan. Dit heeft ertoe geleid dat Doesburg nu de kosten draagt, omdat veel kinderen de dag ervoor in Doesburg verblijven. Aard van de problematiek: • Doesburg kampt met veel multiproblematiek, waarbij jeugdproblematiek lijkt te zijn verankerd als een intergenerationeel probleem. Er zijn complexe echtscheidingen en een aanzienlijke aanwezigheid van licht verstandelijke beperkingen (LVB) en geestelijke gezondheidsproblematiek (ggz).

Beleidsorganisatie en toeleiding jeugdzorg: • Het Jeugdteam van Doesburg wordt als relatief sterk ervaren door de jeugdzorgaanbieders, maar heeft de afgelopen jaren te maken gehad met wankelingen door vertrek van medewerkers, wat de bewaking van het kwaliteitsniveau bemoeilijkt. • De inzet van de beschikbare kennis en expertise in het Jeugdteam wordt belemmerd door administratieve lasten en oplopende werkdruk. • Er wordt niet altijd direct de juiste indicatie gesteld, wat waarschijnlijk wordt beïnvloed door de toenemende complexiteit van problematiek. Hierdoor kan het voorkomen dat jongeren meerdere zorgaanbieders doorlopen voordat ze op de juiste plek terechtkomen. Dit leidt tot ongewenste 'zorgmoeheid' bij ouders, verzorgers en de jongeren zelf. Dit zorgt naast meer inzet van geïndiceerde zorg ook voor dat hun hoop en toewijding kunnen verminderen. Landelijke factoren: • De complexiteit van problematieken en zorgbehoefte neemt toe door veranderingen in de samenleving, zoals sociale media en de invloed van COVID-19. • Huidige diensten van zorgaanbieders sluiten soms niet goed aan bij de realiteit, wat vraagt om gespecialiseerde en/of intensievere zorg gedurende een langere tijd. • Financiële toegankelijkheid van jeugdzorg is verbeterd met decentralisatie, maar dit kan leiden tot snellere verwijzing naar zorgaanbieders in plaats van het eigen sociale netwerk te benutten.

• Wachtrijen beperken de doorstroom en verlengen de duur van zorg, wat een negatief effect heeft op de zorgbehoefte. 9. Heeft de uitvoering van het beleid de beoogde resultaten behaald; zijn de beleidsdoelen gerealiseerd in de praktijk? Beleidsdoelen kunnen zowel procesmatig als resultaatgericht geformuleerd zijn. Kijkend naar de doelstellingen van het Doesburgs beleid gericht op jeugdzorg kunnen we stellen dat deze voornamelijk gericht zijn op de uitvoeringsprocessen en daarmee procesmatig van aard zijn. Aan deze doelen is geen concreet gewenst resultaat gekoppeld. Er worden bij de doelen dus geen resultaat in termen van bedragen, aantallen of tijd genoemd. We kunnen concluderen dat de uitvoering conform deze doelen plaatsvindt en dat de behaalde procesmatige resultaten en activiteiten goed aansluiten bij de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid. De gemeente heeft zich namelijk ingespannen om bij te dragen aan de voorwaarden die nodig zijn voor het behalen van de doelstellingen. Zo voert Doesburg haar beleid en activiteiten uit conform de doelen en speerpunten en zijn er interne afspraken gemaakt die deze ondersteu-

33

nen. Ook zet de gemeente in op een goede samenwerking met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein in het kader van vroegtijdig signaleren en preventie. Dit bevordert de laagdrempelige toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg. 10. Indien dat (deels) niet het geval is, wat zijn daarvan de oorzaken en wat is er gedaan om die oorzaken aan te pakken (waaronder eventueel bureaucratie)? De doelen zijn niet volledig behaald vanwege redenen benoemd onder de beantwoording van de zesde vraag. Ten eerste de te hoge werkdruk bij de beleidsmedewerkers en het Jeugdteam waardoor er bijvoorbeeld minder tijd kan worden gestoken in preventie, vroeg signalering en samenwerking met partners in het voorliggend veld. Daarnaast maakt het gebrek aan ontschot budget in het sociale domein het lastig om integraal te werken en daarmee bijvoorbeeld goed in te spelen op multiprobleemgezinnen. De gemeente Doesburg is zich bewust van deze beperkingen en zet zich in om de werkdruk en de onderbezetting tegen te gaan. 11. Heeft de uitvoering van het beleid plaatsgevonden binnen de budgettaire kaders, zo nee, waarom niet en wat is er aan gedaan om het mogelijk te maken de uitvoering alsnog binnen de vastgestelde budgettaire kaders uit te voeren? Nee, de uitvoering van het beleid vindt niet altijd plaats binnen de budgettaire kaders.

In de onderstaande tabel staan de begrote bedragen en de werkelijke uitgaven voor de gedecentraliseerde jeugdzorg vanaf 2015 tot en met 2020. Uit deze cijfers wordt duidelijk dat er vanaf 2015 sprake is van een gestage toename van uitgaven aan jeugdhulp. In 2018 was voor het eerst een overschrijding op het budget voor jeugdhulp. In de twee jaren na 2018 (2019 en 2020) waren de werkelijke uitgaven ook groter dan de begroting. Doesburg verklaart dit doordat het jeugdzorggebruik in Nederland de afgelopen jaren sterk gegroeid is. Tabel 4.2 Jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Begroting en werkelijke uitgaven 2015-2023 Begroot Werkelijke uitgaven 3.006.802 2.405.666 3.167.153 2.511.934 3.384.261 3.326.340 3.307.853 3.877.470 3.708.444 4.012.942 4.047.397 4.345.458 4.449.424 4.447.042 6.545.690 6.072.747* 6.356.330 Nog niet bekend

Binnen budgettaire kaders Ja Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja Nog niet bekend

* = toename vanwege het woonplaatsbeginsel zoals toegelicht onder 3.3 ‘Geografische ligging en demografische samenstelling’.

In de beantwoording van onderzoeksvraag acht staan redenen opgenomen voor het hogere gebruik van geïndiceerde jeugdzorg. Deze bestaan onder andere uit factoren waar de gemeente zelf beperkt invloed op heeft: de demografische samenstelling, geografische ligging, verschillende landelijke factoren en de aard van de problematiek. Ook staan hier factoren genoemd waar de gemeente wel een meer directe invloed op heeft: de beleidsorganisatie en de toeleiding naar de jeugdzorg (nader toegelicht onder beantwoording onderzoeksvraag acht). De gemeente is zich hier reeds bewust van en zet in haar beleid en uitvoering ervan in op activiteiten om dit tegen te gaan. Zo zet de gemeente, zoals omschreven onder de beantwoording van onderzoeksvraag zes, actief in op vroeg signalering en preventie, samenwerking met het voorliggend veld en andere beleidsterreinen, samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders, onderzoek aan multiprobleemgezinnen en kostenbesparing door verschillende projecten en het maken van interne afspraken hierover. Eén van de beleidsspeerpunten is ook het verlagen van de kosten voor jeugdzorg, zoals benoemd onder de beantwoording van onderzoeksvraag één. 12.

Hoe oordelen de jeugdzorgaanbieders over de opzet, uitvoering en resultaten van het jeugdzorgbeleid, en zien zij eventuele verbetermogelijkheden? De jeugdzorgaanbieders waarmee we hebben gesproken geven aan globaal bekend te zijn met het jeugdzorgbeleid van de gemeente en geven aan dat dit voor veel gemeenten soortgelijk is. Ze geven aan 34

het beleid niet tot in detail te kennen, maar wel op hoofdlijnen. De jeugdzorgaanbieders geven aan zich hierin te kunnen vinden. De jeugdzorgaanbieders noemen de volgende verbetermogelijkheden: 1. De samenwerking tussen de gemeente en jeugdzorgaanbieders kan verbeterd worden, aangezien de intensiteit en kwaliteit variëren per jeugdzorgaanbieder. Er is behoefte aan meer samenwerking op inhoud wat tijdig en juist indiceren in de hand kan werken. De jeugdzorgaanbieders zien voordeel in een verschuiving van een opdrachtgever/opdrachtnemer perspectief naar een partnerschapsperspectief vanuit de gemeente, gezien de noodzaak van samenwerking bij het aanpakken van de voorliggende vraagstukken. Jeugdzorgaanbieders beschikken over waardevolle expertise, ook op het gebied van preventie, juist indiceren en het analyseren van complexe problematiek. Ze kunnen helpen bij het maken van een analyse en adviseren over geschikte doorverwijzingen. Ook wordt benoemd dat wanneer de gemeente met een vraagstuk loopt over bijvoorbeeld het behalen van beleidsdoelen het belangrijk is om met betrokken partijen (waaronder dus de jeugdzorgaanbieders) om de tafel te gaan zitten. 2. Vanuit vertrouwen relaties aangaan en langdurige afspraken maken over betalingen en samenwerking zodat er niet elk jaar weer gewacht moet worden of subsidies toegekend worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=04cefba0-86c1-4905-b8b9-c34328ecad08