CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen.pdf

Commissie Omgeving & Economie 17 november 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen”31.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan.

In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Beoordeling van de plannen:

48

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

Postweg 19, Saasveld

Afbeelding 5.6: uitsnede risicokaart met afstand plangebied Postweg tot dichtstbijzijnde risicobron (bron: Atlas Leefomgeving, bewerkt) Bovenstaande afbeelding toont een uitsnede van de risicokaart. Uit de kaart volgt dat zich op minstens 800 m van de nieuwe woningen de dichtstbijzijnde risicobron bevindt. Het gaat om een opslag van propaan. De nieuwe woningen liggen echter buiten de aandachtsgebieden als gevolg van deze functie. Op basis van deze informatie wordt geen belemmering vanuit deze risicobron inzake de omgevingsveiligheid gezien voor de voorliggende plannen. Voor het overige zijn ook geen risicobronnen in de nabijheid aanwezig die mogelijk beperkingen opwerpen.

Bornsedijk 14, Deurningen

Afbeelding 5.7: uitsnede risicokaart met afstand plangebied Bornsedijk tot dichtstbijzijnde risicobron (bron: Atlas Leefomgeving, bewerkt) Bovenstaande afbeelding toont een uitsnede van de risicokaart. Uit de kaart volgt dat zich op minstens 505 m van de nieuwe woning de dichtstbijzijnde risicobron bevindt. Het gaat om een tankstation met LPG-installatie. De compensatiewoning ligt echter buiten de aandachtsgebieden als gevolg van deze functie. Op basis van deze informatie wordt geen belemmering vanuit deze risicobron inzake de omgevingsveiligheid gezien voor de voorliggende plannen. Voor het overige zijn ook geen risicobronnen in de nabijheid aanwezig die mogelijk beperkingen opwerpen. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

49

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan.

5.9 Trillingen In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels over het omgevingsaspect Trillingen opgenomen. De regels zien op activiteiten, anders dan wonen, die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Uit artikel 5.79 Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op trillingen door alle denkbare activiteiten. Een uitzondering op deze hoofdregel betreft de (tijdelijke) activiteiten die niet bepalend zijn voor de functie van een locatie. De belangrijkste instructieregel is het vereiste van aanvaardbaarheid, zoals opgenomen in artikel 5.83 van het Bkl. Het eerste lid van dat artikel verplicht gemeenten om in het omgevingsplan rekening te houden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Dit is een concretisering van het beginsel van 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' waar het omgevingsplan invulling aan geeft. Rekening houden met trillingen door activiteiten werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van activiteiten nabij bestaande trillinggevoelige gebouwen, maar omgekeerd ook bij toelaten van trillinggevoelige gebouwen in de nabijheid van bestaande trillingen veroorzakende activiteiten.

Het tweede lid van artikel 5.83 Bkl bepaalt dat een omgevingsplan erin voorziet dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Het gaat hierbij, anders dan in het eerste lid, om trillingen door een individuele activiteit. Het Bkl geeft standaardwaarden aan waarmee in ieder geval wordt voldaan aan artikel 5.83, tweede lid. In afwijking van de standaardwaarden kan de gemeente aan de 'aanvaardbaarheid' ook voldoen door het gebruik van andere waarden. Ander dan het voormalige Activiteitenbesluit bevat het Bkl ook standaardwaarden voor herhaald voorkomende trillingen. Onder trillingsgevoelige gebouwen worden gebouwen of gedeelten daarvan verstaan met een: woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan (woonschepen en woonwagens uitgezonderd); onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Beoordeling van de plannen: Voorliggend project heeft betrekking op een rood voor rood voornemen en herbouw van bedrijfswoning. In totaal gaat het om de bouw van 4 woningen, drie aan de Postweg en één aan de Bornsedijk. Zoals aangegeven werkt rekening houden met trillingen door activiteiten twee kanten op. 1.

Bij het mogelijk maken van activiteiten nabij bestaande trillinggevoelige gebouwen dient rekening te worden gehouden met trillingen. Rondom de beide planlocaties zijn hoofdzakelijk woonerven en agrarische bedrijven gevestigd. In Artikel 5.80 van het Bkl staat de gebruiksfunctie 'wonen' omschreven als een trillinggevoelige functie. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen door activiteiten en de situaties die zijn uitgezonderd van de instructieregels van het Bkl. De activiteit wonen behoort tot één van de uitzonderingen. In onderhavig plan is er geen sprake van trillingsveroorzake bedrijvigheid of acitviiteiten in nabijheid van de nieuwe woningen. Een goed woon- en leefklimaat hiervoor is gegarandeerd. 2. Omgekeerd dient ook rekening te worden gehouden met trillingen bij het toelaten van trillinggevoelige gebouwen in de nabijheid van bestaande trillingen veroorzakende activiteiten. Zoals in voorgaande alinea is benoemd is er geen sprake van trillingsveroorzakende bedrijvigheid in de nabijheid van de planlocaties. Er treedt dan ook geen hinder op voor activiteiten of bedrijvigheid in de omgeving. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'Trillingen'.

5.10

Archeologie en Cultuurhistorie

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, 50

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

wordt hieraan getoetst. Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Beoordeling van de plannen: 5.10.1 Archeologie Onderstaand is voor de Postweg 19 in Saasveld een uitsnede van de gemeente verwachtings- en advieskaart weergegeven met daarop de planlocatie zichtbaar.

Afbeeld ing 5.8: uitsnede archeologische beleidsadvieskaart, planlocatie aangegeven met blauw (bron: gemeente Dinkelland) Binnen het plangebied geldt het kenmerk 'verstoring' dat wil zeggen dat er geen archeologische waarden verwacht worden op de betreffende locatie. Archeologisch onderzoek is onder dit kenmerk dan ook niet noodzakelijk. Voor de locatie Bornsedijk laat de archeologische verwachtingenkaart het volgende zien:

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

51

Afbeelding 5.9: uitsnede archeologische beleidsadvieskaart, planlocatie aangegeven met blauw (bron: gemeente Dinkelland) De meest hoge waarde komt toe aan dekzandhoogten en -ruggen. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek nodig is vanaf 2.500 m2 en dieper dan 40 cm. De plannen in het kader van rood voor rood overschrijden deze oppervlakte en diepte niet. De bodemingrepen binnen het plangebied blijven ruim beneden de 2.500 m2. Het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 5.10.2 Cultuurhistorie Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in de directe omgeving van de plangebieden geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn waarop het voorliggende plan mogelijk een negatieve impact heeft. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

5.11

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (AbO) opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het AbO bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders die de Omgevingswet voor deze vormen van gebruik stelt, zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Artikel 5.89i Bkl bepaalt dat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, opgenomen worden in het definitieve omgevingsplan. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het 52

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 AbO). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het AbO en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Bal, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2 AbO); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 AbO en 3.2.22 Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4 AbO). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving dient in planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij veel nieuwbouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.

Beoordeling van de plannen: 5.11.1 Postweg 19 Saasveld Op een locatie gelegen aan de Postweg 19 te Saasveld, kadastraal bekend gemeente: Weerselo, Sectie: V, nummer(s): 221, 222 is op 18 en 20 november 2024 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707/5897 uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd in Bijlage 8. De locatie betreft een voormalig agrarisch bedrijf. Op de locatie is bedrijfswoning met een aantal schuren aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens de agrarische bebouwing te slopen, de bestemming te wijzigen van agrarisch naar wonen en enkele woningen te realiseren. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd in het kader van de NEN5740 en de NEN5707. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters en in de ondergrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen boven de interventiewaarde. In het grondwatermonster Pb4wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen. Vml dieseltank 1 In het bovengrondmengmonster BM6 is een lichte verhoging minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging minerale olie aangetroffen.

Vml dieseltank 2 In het bovengrondmengmonster BM7 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb4wm1 zijn geen olie gerelateerde verhogingen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" & NEN5897 “asbest in puin” Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. Halfverharding In het mengmonster is analytisch geen asbest aangetoond. Algehele conclusie Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

53

beoogde gebruik.

5.11.2 Bornsedijk 14 Deurningen Op een locatie gelegen aan de Bornsedijk 14 te Deurningen, kadastraal bekend gemeente: Weerselo, Sectie: V, nummer(s): 964 is op 19 november 2024 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd in Bijlage 7. De locatie bestaat uit tuin en gazon. Initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie een nieuwe woning te bouwen. De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740. Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters en in het ondergrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster is een lichte verhoging barium aangetroffen. Algehele conclusie Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.11.3 Eindconclusie Op basis van het voorafgaand bodemonderzoek wordt niet verwacht dat de toelaatbare bodemkwaliteit wordt overschreden aan de Postweg 19 in Saasveld en Bornsedijk 14 in Deurningen.

Gezien de bodemkwaliteit is sprake van evenwichtige toedeling van functies aan de locatie (ETFAL) op beide locaties. Er kan voor wat betreft de bodemkwaliteit ingestemd worden met de bestemmingsplanwijziging via Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan. Indien tijdens graafwerkzaamheden toch een (mogelijke) verontreiniging wordt aangetroffen dient direct contact gezocht te worden met de Omgevingsdienst Twente.

5.12

Waterbelang

Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl regels met betrekking tot: het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de Bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool.

Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de Bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodig aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Waterparagraaf ‘toekomstgericht waterbeheer’ 54

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Het waterschap Vechtstromen zorgt voor het water in uw omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering.

Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen we in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren.

Gezonde leefomgeving Als waterschap zorgen we voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Wij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Ons doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, provincies, inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets. Watertoetsproces In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is op 23-01-2025 de digitale watertoets uitgevoerd voor de beide locaties. Bijgevoegd in Bijlage 9. De procedure in het kader van de watertoets is voor de Postweg en Bornsedijk goed doorlopen, daaruit is gebleken dat de standaard waterparagraaf volstaat voor dit plan. Een korte uitwerking van de waterparagraaf volgt daarom hieronder. Postweg 19 Saasveld Voor de locatie Postweg 19 in Saasveld geldt dat een drukriool aanwezig is voor wat betreft het afvalwaterverwerking. Hier sluit de nu voorliggende ontwikkeling eveneens op aan.

Voor de voorliggende planontwikkeling dient een nieuwe pomp geplaatst te worden. Er wordt een ruime hoeveelheid bebouwing en verharding verwijderd bij het saneren van het agrarisch bedrijf. In de nieuwe situatie is sprake van een afname van verharding, waardoor er voor de waterhuishouding geen problemen ontstaan. Hemelwater kan daarbij vertraagd infilteren in de directe omgeving van het erf. Zowel aan de west- als oostzijde is op hoogtekaarten zichtbaar dat gronden lager liggen ten opzichte van het woonerf, waardoor infiltratie hier goed mogelijk is.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

55

Afbeelding 5.10: AHN-viewer Postweg 19 Saasveld (bron: AHN viewer) Bornsedijk 14 Deurningen Voor de locatie Bornsedijk 14 in Deurningen geldt dat een drukriool aanwezig is voor wat betreft afvalwaterverwerking. Hier sluit de nu voorliggende ontwikkeling eveneens op aan en dit is qua capaciteit geen probleem. Als gevolg van de ontwikkeling wordt circa 450 m2 aan verharding gerealiseerd. Eventueel hemelwater op de locatie kan infiltreren richting het noorden en westen op de planlocatie, alwaar de gronden ook lager liggen en voldoende ruimte aanwezig is. De planlocatie ligt ten opzichte van de Bornsedijk wat lager. Aanbevolen wordt om hier rekening mee te houden met de bouw in die zin dat de bovenzijde begane grondvloer circa 30 cm boven het niveau van de weg ligt. Deze ligt ter plaatse op +18,20m NAP. Tevens is in dit geval de GHG circa 20 cm onder maaiveld, waardoor aanbevolen wordt om hier rekening mee te houden de bouw, bijvoorbeeld door kruipruimteloos te bouwen of het grondpeil ter plaatse van de bouw wat hoger te brengen.

56

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

Afbeeld ing 5.11 AHN-viewer Bornsedijk 14, Deurningen(bron: AHN viewer Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Met inachtneming van de voorgaande genoemde aandachtspunten hebben de functies en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het aspect water vormt met inachtneming van vorenstaande geen belemmering voor het planvoornemen.

5.13

Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen

Om gewassen te beschermen, worden (chemische) bestrijdingsmiddelen gebruikt. Deze middelen worden door middel van spuitbomen aangebracht op gewassen en een deel hiervan kan verwaaien naar de naastliggende omgeving. Dit wordt ook wel drift genoemd. Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de openlucht worden geteeld in de buurt van gevoelige functies, zoals woningen. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van risico’s van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden bevat een toelatingsstelsel voor het op de markt brengen en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van de professionele gebruikers. Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat regels om de emissie van bestrijdingsmiddelen naar het water te reduceren. De afstanden en teeltvrije zones die hierin worden genoemd zijn gerelateerd aan het oppervlakte water. Het Besluit activiteiten leefomgeving is daarom evenmin bruikbaar. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State doet met enige regelmaat uitspraak over zogenoemde spuitvrije zones.

De rechtspraak over spuitvrije zones ziet op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en agrarische bedrijvigheid. Uit deze rechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ‘niet onredelijk wordt geacht’. Deze afstand mag wel worden verkleind, maar dan moet de overheid dit wel goed motiveren aan de hand een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek. Echter, het gebruik van reken modellen is volgens de rechtspraak nog weinig succesvol. In eerste instantie betroffen de uitspraken van de Afdeling kwesties over hoogstamteelt. De spuithoogte bij deze teelt is hoger dan bij andere teelten. De grotere hoogte van spuiten leidt tot een ruimere verspreiding van het middel door de lucht naar de omgeving. Deze drift is mede afhankelijk van de windrichting en windkracht. Uit recente rechtspraak volgt dat het niet alleen gaat om gewasbescherming bij hoogstamteelt, maar om agrarische bedrijvigheid waarbij agrarische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Situatie plangebied Bornsedijk 14 Deurningen bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

57

De gronden op de locatie Bornsedijk 14 in Deurningen zijn reeds voorzien van de functie 'Wonen'. Binnen die woonfunctie is momenteel één woning met bijbehorende bouwwerken aanwezig, met de daarbij behorende mogelijkheden om een mantelzorgwoning te plaatsen of te verblijven in de tuin. Een gedeelte van die gronden die men nu gebruikt als tuin bij de bestaande woning wordt kadastraal gesplitst en hier wordt een extra woning gerealiseerd. Er is daarmee wel sprake van toevoeging van een extra woning, maar geen sprake van uitbreiding van de aan de gronden toegekende functie 'Wonen'. Ten opzichte van de omliggende agrarische gronden was er al sprake van een functie 'Wonen'. Vanwege de bestaande woonfunctie en houtsingel is ervoor gekozen geen spuitvrije zone op te nemen Daarnaast is het woonperceel aan de west- en de noordzijde afgeschermd door een houtsingel die aangeduid is als NNN en als zodanig behouden zal blijven. Postweg 19 Saasveld De Postweg 19 wordt omgeven door agrarische gronden. In het ontwerp omgevingsplan is daarom een zone opgenomen waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij het agrarisch gebruik van gronden niet toegestaan is ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen". Deze zone is gelegd om de twee compensatiewoningen, waarbij het uitgangspunt een afstand van 50 meter bedraagt.

Voor een van de twee compensatiewoningen is beoordeeld dat deze afstand ten opzichte van de agrarische gronden aan de noordzijde van de Postweg verkleind kan worden tot circa 40 meter. Dit is aanvaardbaar omdat tussen deze compensatiewoning en de agrarische gronden zowel de Postweg als een houtsingel met een minimale breedte van 7 meter is gelegen. Voor wat de bestaande te vervangen woning betreft is ten opzichte van de agrarische gronden aan de noordzijde van de Postweg 19 bepalend dat er sprake is van een bestaande situatie. Daarom is hier geen spuitvrijezone voor opgenomen.

58

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan Dinkelland. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten over: het kostenverhaal; nadeelcompensatie. Los van het kostenverhaal is initiatiefnemer leges verschuldigd voor het wijzigen van het omgevingsplan.

Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het project financieel uitvoerbaar.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

59

60

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

Hoofdstuk 7

Juridische toelichting

7.1 Wijziging omgevingsplan 7.1.1

Omgevingsplan van rechtswege

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. 7.1.2

Toepassing TAM-IMRO

De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na deze datum worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant.

Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan. 7.1.3

Werkingsgebied

De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Postweg 19 in Saasveld en Bornsedijk 14 in Deurningen waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1774.TAMBUIPOST19BORN14-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In Hoofdstuk 1 is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. de planlocaties opgenomen.

7.2 Artikelsgewijze toelichting Preambule De preambule is direct zichtbaar boven de regels. In de preambule staat dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar de geldende begrippen voor het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen Het omgevingsplan van rechtswege bevat in artikel 22.24 al meetbepalingen. In dit artikel zijn alleen meet- en rekenbepalingen opgenomen die specifiek gelden voor het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 3 Toepassingsbereik In de toepassingsbereikbepaling wordt in het eerste lid bepaald dat de ruimtelijke plannen uit het tijdelijk deel bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

61

van het omgevingsplan niet van toepassing zijn op de locatie waarvoor het TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld. In het tweede lid is bepaald dat de regels uit de Bruidsschat niet van toepassing zijn, als deze regels in strijd zijn met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. In het derde lid worden de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan gekoppeld aan de bijbehorende verbeelding.

HOOFDSTUK 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN De functie: Artikel 4 Agrarisch - 1 Is overgenomen uit het omgevingsplan van rechtswege zonder bouwmogelijkheden. De betreffende functie valt binnen het plangebied vanwege een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke investeringen of omdat deze liggen op het te verwijderen deel van het bouw- of bestemmingsvlak. Inhoudelijk worden bebouwingsmogelijkheden van gebouwen uitgesloten voor zover nodig. Artikel 5 Bos - Natuur De functie ‘Bos - natuur’ betreft de bestaande gebieden met een ecologische functie, namelijk de bestaande natuurgebieden (zoals aangegeven in de omgevingsvisie) en de gebieden die reeds in eigendom zijn van de natuurbeherende instanties en aangewezen als nieuwe natuur. Het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden van deze gebieden staat voorop. Artikel 6 Wonen - Wonen in het buitengebied De locaties aan de Postweg en Bornsedijk zijn voorzien van een woonfunctie. De planregels komen vanuit het omgevingsplan van rechtswege en zijn op enkele punten gespecificeerd op de planvorming. De nieuwe woningen en het inpandig bijbehorende bouwwerk waar nodig zijn specifiek aangeduid om zo de beoogde erfsituatie vorm te geven. Artikel 7 overige zone - waarde - ecologie Op de locatie aan de Bornsedijk liggen gronden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Om een bescherming toe te kennen van dit netwerk is de gebiedsaanwijzing 'Waarde - Ecologie' opgenomen voor de betreffende gronden. HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 8 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is aangegeven dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede keer mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Artikel 9 Algemene ruimtelijke bouwregels In dit artikel zijn regels voor bouwactiviteiten opgenomen die gelden voor het gehele werkingsgebied. Artikel 10 Planologische gebruiksactiviteiten In dit artikel zijn regels voor functies opgenomen die gelden voor het gehele werkingsgebied. In het omgevingsplan geldt dat als er geen regels voor een activiteit zijn opgenomen, deze activiteit zonder meer mag worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan gelden. Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het TAM-IMRO omgevingsplan moet nadrukkelijk vergunningplichtig worden gemaakt of verboden. In dit geval is gekozen voor een algemeen gebruiksverbod. Aanvullend gelden enkele specifieke gebruiksverboden. Artikel 11 Regels parkeren In dit artikel zijn regels voor parkeren opgenomen, waarbij als uitgangspunt geldt dat op eigen erf in voldoende mate is voorzien in de benodigde parkeerruimte.

Artikel 12 Overige regels Het omgevingsplan van rechtswege bevat in artikel 22.5.2 al aanvraagvereisten. Deze zijn van overeenkomstige toepassing verklaart op een omgevingsvergunning die voortkomen uit dit TAM-IMRO omgevingsplan.

62

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

HOOFDSTUK 4 OVERGANGSREGELS Artikel 13 Overgangsrecht In dit artikel zijn de regels voor het overgangsrecht opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bouwwerken, functioneel gebruik en overige activiteiten.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

63

64

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

65

Bijlage 1

66

ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen

RU I M T E L I J K K WA L IT E IT S P L A N • Po s t we g 19 & Bo r n s e d i j k 14 •

Tubbergen, 14 mei 2025 - Definitief

Ruimtelijk kwaliteitsplan Datum:

20 februari, Tubbergen

Gewijzigd: Status:

14 mei, Tubbergen Definitief

Opgesteld:

N+L Landschapsontwerpers nl-landschap.nl info@nl-landschap.nl

Auteur: Getekend: Gecontroleerd:

LK DA NH

Inhoudsopgave:

1. Aanleiding 03 2. Huidige situatie Postweg 04 3. Huidige situatie Bornsedijk 06 4. Beleid 08 6. Nieuwe situatie Postweg 16 7. Nieuwe situatie Bornsedijk 18

2

1. Aanleiding 1.1 Bouw en slooplocatie Postweg 19 Saasveld Aan de Postweg 19 te Saasveld is het erf van de initiatiefnemer gelegen en bestaat uit een woonhuis met een aantal opstallen die dienst deden voor de varkenshouderij. De planlocatie is gelegen op de overgang van het lager gelegen matenlandschap naar het grootschalige essenlandschap met ten westen het ontginningslandschap. Deze drie landschappen waren functioneel met elkaar verbonden. De akkers werden vruchtbaar gehouden met de plaggen van het heideveld die vervolgens met mest werden vermengd. Het water uit de lager gelegen beekdalen voorzag de akkers en het vee van water. Echter, door de jaren heen heeft het matenlandschap, mede door functionaliteit, de kenmerken gekregen van het ontginningslandschap. Sinds de jaren ’50 is het erf terug te vinden op de topografische kaart. Door de jaren heen is het uitgebreid met diverse opstallen die dienst deden voor de varkenshouderij. De planlocatie is aan de westzijde deels omzoomd door een groenstructuur die vermoedelijk is aangelegd ter inpassing van de landschap ontsierende schuren. 1.2 Bouwlocatie Bornsedijk 14 Deurningen De planlocatie is gelegen aan de Bornsedijk 14 te Deurningen. De locatie ligt in een gevarieerd gebied. Er is een samenkomst van een dekzandgebied (kampen- en ontginningslandschap) doorsneden door beekdalen (matenlandschap).

Het perceel is nu nog in gebruik als tuin voor het erf aan de Bornsedijk 14.

1.3 Wens initiatiefnemers De initiatiefnemer aan de Postweg neemt deel aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij (LBV). Om die reden worden de varkensschuren gesloopt en de sloopmeters (ruim 3.888 m2) worden ingezet volgens de rood-voor-rood regeling. Daarmee wordt de bestemming omgezet van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. De sloopmeters worden omgezet naar drie woonrechten waarvan er twee op het eigen perceel worden gebruikt. Er is ervoor gekozen om niet alle woonrechten te benutten aan de Postweg 19, om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Eén woonrecht wordt verplaatst naar de Bornsedijk 14 te Deurningen, tevens gelegen in de gemeente Dinkelland, waar de initiatiefnemer van die locatie de wens heeft om een (extra) woning inclusief bijgebouw te realiseren. 1.4 Ruimtelijk kwaliteitsplan De gemeente Dinkelland stelt een landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling. In deze onderbouwing wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

3

2. Huidige situatie Postweg 19, Saasveld 2.1 Natuurlijk landschap Het plangebied ligt ten zuiden van het dorp Saasveld in een grootschalig dekzandgebied dat hier en daar door beekdalen wordt doorsneden. Door het dekzandgebied lopen beekdalen die het water van de hogere delen afvoeren. De overgangsgebieden van hoog naar laag bleken geschikt als landbouwgronden en om erven te stichten. De grond was er vruchtbaar en mensen konden hier veilig en droog wonen. Het beekdal was essentieel om het vee, grasland en de akkers van water te voorzien. 2.1 Ligging planlocatie in het overgangsgebied Het natuurlijke landschap is door de mens in gebruik genomen, waardoor een ingericht landschap ontstond. De planlocatie is gelegen in het overgangsgebied van verschillende landschappen. Het erf ligt in het matenlandschap, maar het erf heeft de kenmerken aangenomen van het naastgelegen (heide-)ontginningslandschap. Ten noorden van de planlocatie is het essenlandschap te herkennen. Boeren kozen de locatie voor hun boerderij strategisch. Het liefst op een plek waar meerdere landschappen samen kwamen. Plaggen van de heide werden in de stallen met mest vermengd en uitgereden op de essen, waardoor deze vruchtbaar genoeg werden voor het verbouwen van gewassen. Door dichtbij het beekdal te vestigen (matenlandschap) kon het water gebruikt worden voor de gewassen en het vee.

Het matenlandschap is een kleinschalig, laaggelegen landschap langs de beken (zie hoogtekaart, pag. 5). Het matenlandschap werd vaak

Plangebied, met planlocatie ten zuiden van Saasveld. (Bron: geo.overijssel.nl)

Planlocatie. (Bron: geo.overijssel.nl)

4

gebruikt voor hakhout en beweiding en kent een onregelmatige blokverkaveling met soms een strokenverkaveling met bomensingels als perceelscheidingen. Er was vrijwel geen bebouwing aanwezig. De landschapskenmerken van het ontginnings- en essenlandschap zijn in de huidige tijd nog terug te vinden. De kenmerken van het matenlandschap zijn voor het grootste deel verdwenen en deze gebieden hebben de uitstraling van het ontginningslandschap aangenomen. 2.3 Huidige erfindeling Vanaf de jaren ‘50 (kaartbeeld rechtsboven) komt de eerste bebouwing voor op de planlocatie. In de jaren daarna is het erf uitgebreid naar de huidige situatie. Op het erf is een woonhuis te vinden met diverse bijgebouwen. Het woonhuis is parallel aan de weg gelegen, met de voorgevel gericht naar het oosten. De bijgebouwen zijn allemaal haaks op of evenwijdig aan de straat gesitueerd. Aan de westzijde is het erf deels omzoomd door een houtopstand. Echter, zijn meerdere houtopstanden rondom de planlocatie door de jaren heen verdwenen, waaronder een groot boscomplex. Het ontginningslandschap kent een rechtlijnige structuur met een open karakter.

Locatie plangebied omstreeks 1925. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied omstreeks 1950. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied omstreeks 1990. (Bron: topotijdreis.nl)

Hoogtekaart plangebied. (Bron: viewer.ahn.nl)

2.4 Nieuwe elementen Erven in het ontginningslandschap kennen een rechtlijnige structuur die herkenbaar moet blijven. Daarnaast dient de openheid richting het landschap behouden blijven met eventueel beplanting langs de weg.

5

3. Huidige situatie Bornsedijk 14, Deurningen 3.1 Natuurlijk landschap De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Deurningen, op de overgang tussen een grootschalig dekzandgebied en een beekdal. Het beekdal is op de hoogtekaart (pag. 7) te herkennen als het lager gelegen deel ten noorden van de planlocatie. 3.2 Ligging planlocatie in het overgangsgebied Het plangebied ligt in een van vroeger uit nat heidegebied, dat in de loop van de tijd is ontgonnen en derhalve onder het ontginningslandschap wordt geschaard. In de directe omgeving gaat het landschap over naar het matenlandschap en het kampenlandschap. Het matenlandschap is een kleinschalig, laaggelegen landschap liggend langs de beken en op de uitloper van de dekzandrug (zie hoogtekaart, pag. 7). Het matenlandschap werd vaak gebruikt als hooilanden vanwege de natte omstandigheden. Het kent een onregelmatige blokverkaveling. Er was vrijwel geen bebouwing aanwezig. Het kampenlandschap is ontstaan op de hoger gelegen dekzandruggen (zie hoogtekaart pag. 7). De kampen werden naarmate de tijd vorderde steeds verder opgehoogd, door het opbrengen van plaggen (van de heidevelden) en mest om de grond vruchtbaar te houden. Het kampenlandschap heeft als kenmerk dat bebouwing op een verstrooide manier rondom de kamp is gesitueerd waar organische structuren te vinden zijn en vaak ‘zware’ beplantingen.

De heidegebieden zijn later ontgonnen, in de jaren ‘30, omdat kunstmest werd uitgevonden en ook een verbetering van de

Plangebied, met planlocatie ten westen van Deurningen. (Bron: geo.overijssel.nl)

Planlocatie. (Bron: geo.overijssel.nl)

6

afwateringstechnieken. Kenmerkend voor het landschap zijn de rechtlijnige structuur, grote open ruimtes deels omzoomd met bossen en andere (weg) beplantingen. Erven liggen als blokken verspreid en zijn rechtlijnig opgesteld. De landschapskenmerken van het ontginnings- en kampenlandschap zijn in de huidige tijd nog terug te vinden. Alleen de kenmerken van het matenlandschap zijn voor het grootste deel verdwenen. 3.3 Huidige erfindeling Het huidige perceel is nog in gebruik als tuin voor het erf aan de Bornsedijk 14 te Deurningen. Dit erf is ontstaan in de jaren ‘80 van de vorige eeuw, waardoor een kleinschalig lint is ontstaan. De gebouwen in het lint zijn overwegend op de weg georiënteerd. Het perceel op de planlocatie is nu nog onbebouwd en sluit aan op het bestaande lint. Door een extra woning toe te voegen kan het versprongen lint van de Bornsedijk worden doorgezet.

Locatie plangebied omstreeks 1925. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied omstreeks 1950. (Bron: topotijdreis.nl)

3.4 Nieuwe elementen Erven in het ontginningslandschap kennen een rechtlijnige structuur die herkenbaar moet blijven. Daarnaast dient de openheid richting het landschap behouden te blijven met eventueel beplanting langs de weg.

Locatie plangebied omstreeks 1990. (Bron: topotijdreis.nl)

Hoogtekaart plangebied. (Bron: viewer.ahn.nl)

7

4. Beleid 4.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere beleidsdocumenten. De belangrijkste is de Omgevingsvisie en - verordening Overijssel. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. De doelstellingen uit de visie zijn doorvertaald in de omgevingsverordening, waarbij regels zijn gesteld onder welke voorwaarden ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.

zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen en NNNgebieden zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.

4.1.1 Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.

4.1.3 Ontwikkelingsperspectieven In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De planlocaties zijn aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste landgebruik blijft agrarisch, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven.

4.1.2 Generieke beleidskeuzes Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het

4.1.4 Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de

8

gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden kennen en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten zoals landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag en de laag van de beleving zijn niet opgenomen; deze zijn niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.5 Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De planlocatie aan de Postweg is gelegen in een dekzandgebied en de planlocatie aan de Bornsedijk ligt op de overgang van het dekzandgebied naar het beekdalgebied. Door de jaren heen zijn hoogteverschillen gedeeltelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Hoogteverschillen zijn in de omgeving van beide planlocatie waar te nemen.

Ontwikkelingsperspectief, ‘wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).

4.1.6 Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel Natuurlijke laag ‘dekzandvlakte en ruggen’ en ‘beekdalen en natte laagtes’. (Overijssel.tercera-ro.nl)

9

ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen werden gesticht op de overgang van de stuwwallen en dekzandruggen naar de lagere gronden. Postweg 19 Het plangebied ligt in het maten- en flierenlandschap, omringd door het essen- en ontginningslandschap. De essen liggen hoger in het landschap en werden gebruikt voor het verbouwen van graan. De essen werden vruchtbaarder gemaakt door een mengsel van heideplaggen en mest. Het maten-en flierenlandschap werd vaak gebruikt voor hakhout en beweiding en kent een onregelmatige blokverkaveling met soms een strokenverkaveling waarbij bomensingels dienen als perceelscheidingen. Het erf op de planlocatie is relatief laat ontstaan en heeft een rechtlijnige en functionele opzet aangenomen, waardoor het past bij de karakteristieken van het omliggende ontginningslandschap.

Laag van het cultuurlandschap, ‘maten- en flierenlandschap’. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).

Bornsedijk 14 Het plangebied aan de Bornsedijk wordt in de omgevingsvisie geschaard onder het ‘oude hoevenlandschap’. Dit landschap is in de directe omgeving te herkennen, echter is de planlocatie zelf gelegen in een kleinschalig ontginningslandschap. Dit landschap is vanaf de jaren ‘30 ontgonnen vanwege de uitvinding van kunstmest en verbeterde afwateringstechnieken. Kenmerkend voor het landschap is een rechtlijnige structuur met verspreide erven langs Laag van het cultuurlandschap, ‘oude hoevenlandschap’. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).

10

de ontginningswegen; vaak grote open ruimtes, deels omzoomd met boscomplexen; en lanen met lange rechtstanden. 4.2 Planologische situatie Postweg 19 Volgens het omgevingsplan van rechtswege is op de planlocatie sprake van de functie “Agrarisch - 1” met een bouwvlak. De initiatiefnemer wil de schuren slopen, wat in totaal resulteert in ruim 3.888 m2 sloopmeters. In de nieuwe situatie wordt de functie gewijzigd naar “wonen”. De boerderij wordt herbouwd met behoud van de oorspronkelijke inhoud. Er zullen twee nieuwe (schuur-) woningen worden toegevoegd met (inpandig) bijgebouw. Ook wordt er ten behoeve van werkzaamheden op het omliggende akkerland een bijgebouw gerealiseerd voor opslag van werktuigen. De voorgenomen ontwikkeling houdt rekening met het landschap waarin het erf gelegen is, door een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

Uitsnede omgevingsplan. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Bornsedijk 14 Volgens het omgevingsplan van rechtswege is op de planlocatie sprake van de functie “wonen”. Aan de Bornsedijk 14 is een woning gerealiseerd en het kavel is gesplitst. Een extra woning is niet mogelijk. Om een woning te bouwen op het kavel ten westen van de Bornsedijk 14 wordt een bouwrecht verkregen aan de Postweg 19, waar 1.200 m2 van de sloopmeters voor wordt gebruikt. Uitsnede omgevingsplan. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

11

4.3 Omgevingsvisie Dinkelland De omgevingsvisie “Mijn omgevingsvisie Dinkelland” is vastgesteld. De visie geeft de hoofdlijnen voor het langetermijn beleid. De visie kent een waardenkaart, aan de hand van de waardenkaart wordt de locatie beschreven. In de omgevingsvisie zijn vier kernprincipes opgenomen: We doen het samen, de gemeente met haar inwoners, instellingen en ondernemers; We geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden laten we zien in de praktijk; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt; We wentelen geen problemen af op volgende generaties.

Uitsnede waardenkaart omgevingsvisie Dinkelland. (Bron: gemeente Dinkelland).

Postweg 19 Volgens de waardenkaart valt de planlocatie aan de Postweg in de lichtgroene categorie ‘gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek’. Volgens de waardenkaart zijn de volgende waarden van belang: open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen; moderne erfopzet. Uitsnede waardenkaart omgevingsvisie Dinkelland. (Bron: gemeente Dinkelland).

12

Hierbij dient ingespeeld te worden op: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt hiermee rekening gehouden door de bestaande waarden waar mogelijk te behouden en te versterken; de biodiversiteit te verbeteren; en het behoud en versterken van de landschapskenmerken. Op voorhand lijken er geen beperkingen te zijn voor de ontwikkeling,

wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; Veel variatie in beplanting en grondgebruik; Recreatieve belevingswaarde.

Er dient onder andere ingespeeld te worden op: De schaal van het landschap en het afwisselende karakter; Behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; Het versterken van biodiversiteit; Vasthouden van water; Een bouwwijze en inrichting realiseren die in de directe omgeving gebruikelijk zijn; Belevingswaarde gericht op recreatie. Bij de voorgenomen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de gestelde waarden. Daardoor blijven de schaal, de natuurwaarden en/of de cultuurhistorie behouden waarmee ook de belevingswaarde vanuit recreatie gewaarborgd is.

Bornsedijk 14 Volgens de waardenkaart valt de planlocatie aan de Bornsedijk in de middelgroene categorie ‘gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek’. Volgens de waardenkaart zijn de volgende waarden van belang: Afwisseling van openheid en beslotenheid; Landschap met historische herkenbare vormen van percelen,

13

4.4 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groene lijnen/vlakken). Postweg 19 Op het perceel ligt aan de voorzijde een casco element. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed of gevolgen voor het bestaande casco element. Bornsedijk 14 Op het perceel bevindt zich een casco element, namelijk de houtsingel (ook NNN-onderdeel). Het casco/NNN element betreft verwilderde tuinbeplanting. Ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit is ervoor gekozen om de houtopstand grotendeels te vellen en te vervangen voor een nieuw inheems sortiment.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/953/documents/24305