TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ai Buitengebied, Bergvennenweg 23 Lattrop-Breklenkamp (toelichting en regels)
Tekst van het document
Rode-lijstsoorten Het plangebied vormt functioneel leefgebied van verschillende soorten die vermeld worden op de Rode - lijst. Voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de populatie van Rode-lijstsoorten. 28 6.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Grondgebonden zoogdieren Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden wordt mogelijk een grondgebonden zoogdier gedood en een voortplantings- en rustplaats beschadigd en vernield. Van de meeste soorten geldt een vrijstelling voor het beschadigen/vernielen van de voortplantings - en rustplaats. Dat geldt niet voor de steenmarter. Deze soort zijn middels onderzoek lastig vast te stellen, maar dat is niet onmogelijk. Er dient een Omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor het beschadigen/vernielen van een verblijfplaats van steenmarter of er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Beschermde soorten, uitgezonderd steenmarter, mogen weggevangen of verjaagd worden. In onderstaande tabel worden de toepasbare vangmiddelen per soort weergegeven. Toepasbare vangmiddelen om beschermde grondgebonden zoogdieren weg te vangen uit het plangebied (Bron: Omgevingsverordening Overijssel, 2024).
Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); - Nader onderzoek steenmarter, of omgevingsvergunning aanvragen; Vleermuizen • Verblijfplaatsen Als gevolg van het slopen van de bebouwing worden mogelijk vleermuizen gedood en/of verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord, beschadigd of vernield. Vleermuizen zijn strikt beschermd en mogen alleen met een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit negatief beïnvloed worden. Om vast te kunnen stellen of vleermuizen negatief beïnvloed worden, dient de functie van de bebouwing voor vleermuizen vastgesteld te worden. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen, conform het vleermuisprotocol 2021. Dat houdt in dat de bebouwing meermaals onderzocht dient te worden in de periode half mei – september. Mogelijk moet een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen;
29 • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen niet af. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna - activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling; • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet een overtreding van de verbodsbepaling . Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora - en fauna - activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling; Vogels Als gevolg van het slopen van de bebouwing wordt mogelijk een steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw of boerenzwaluw gedood en wordt er mogelijk een nestplaats verstoord, beschadigd of vernield.
Het nest van deze soorten is jaarrond beschermd. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden of het opzettelijk verstoren, beschadigen en vernielen van de nestplaats van de steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw of boerenzwaluw daarom dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden of er nestplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. Indien er nesten van steenuilen, kerkuilen, huismussen, huiszwaluwen en boerenzwaluwen aanwezig zijn, moet er een Omgevingsverg unning flora- en fauna-activiteit aangevraagd worden voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. In dat geval mag de bebouwing pas gesloopt worden nadat de Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is verleend en de voorschriften uit de Omgevingsvergunning zijn nageleefd. Mogelijk wordt er als gevolg van het slopen van de bebouwing en het verwijderen van beplanting ook een ander bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats (met uitzondering van steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw of boerenzwaluw). Voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het opzettelijk doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd.
Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen daarom bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is doorgaans augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten opzettelijk verstoord, beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Bebouwing slopen buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); 1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats va n een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute.
30 - Beplanting verwijderen buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); - Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de bebouwing voor steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw; Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en een rustplaats beschadigd of vernield. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Beschermde soorten mogen weggevangen of verjaagd worden. In onderstaande tabel worden de toepasbare vangmiddelen per soort weergegeven. Toepasbare vangmiddelen om beschermde amfibieën weg te vangen uit het plangebied (Bron: Omgevingsverordening Overijssel, 2024). Uitvoering van de voorgenomen activiteiten hoeft niet tot overtreding van een verbodsbepaling te leiden indien zorgvuldig gewerkt wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling Rode-lijstsoorten Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een afname van de Rode -lijstsoorten op populatieniveau. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling;
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep | Functie | Beschermde | Verbodsbepalingen | Aandachtspunt soorten | (Omgevingswet) planlocatie Grondgebonden | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; functie is | Geen zoogdieren | niet beschermd Grondgebonden | Voortplantings- en | Mogelijk | Art. 11.54 lid 1b | Nader onderzoek zoogdieren | rustplaats | steenmarter | uitvoeren Grondgebonden | Doden van dieren | Diverse soorten | Art 11.54 lid 1a Bal | Geen grondgebonden zoogdieren | zoogdieren opzettelijk doden Vogels | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; functie is | Geen niet beschermd Vogels | Bezette nesten (niet | Diverse soorten | Art. 11.37 lid 1b | Geen bezette nesten jaarrond beschermd) | negatief beïnvloeden Vogels | Jaarrond beschermde | Mogelijk steenuil, | Art. 11.37 lid 1b | Nader onderzoek nest- en rustplaats | kerkuil, huismus | uitvoeren huiszwaluw en boerenzwaluw Vogels | Doden van dieren | Diverse soorten | Art. 11.37 lid 1a | Geen vogels opzettelijk doden Vleermuizen | Verblijfplaats | Mogelijk aanwezig | Art.
11.46 lid 1d en lid 1b Bal | Nader onderzoek diverse soorten | uitvoeren Vleermuizen | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; er wordt | Geen geen essentieel foerageergebied aangetast Vleermuizen | Vliegroute | Niet aanwezig | Niet van toepassing | Geen Vleermuizen | Doden van dieren | Mogelijk aanwezig | Art. 11.46 lid 1a Bal | Nader onderzoek diverse soorten | uitvoeren Amfibieën | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; functie is | Geen niet beschermd Amfibieën | Voortplantings- en | Diverse soorten | Niet van toepassing; vrijstelling | Geen rustplaats | van verbodsbepaling Amfibieën | Voortplantings- en | Diverse soorten | Niet van toepassing; vrijstelling | Geen rustplaats | van verbodsbepaling Amfibieën | Doden van dieren | Diverse soorten | Art. 11.54 lid 1a Bal | Geen amfibieën opzettelijk doden Overige soorten | Dieren en overige | Niet aanwezig | Niet van toepassing | Geen functies Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep | Rustplaats | Voortplantingsplaats | Vliegroute | Essentieel | Wettelijke | Nader | Omgevingsvergunning (vleermuizen) | foerageer- | consequenties | onderzoek | vereist gebied | vereist Grondgebonden | Ja | Ja | n.v.t. | Nee | Ja | Ja | Mogelijk: steenmarter zoogdieren Vogels | Ja | Ja | n.v.t.
| Nee | Ja | Ja | Mogelijk steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw Vleermuizen | Mogelijk | Mogelijk | Nee | Nee | Ja | Ja | Mogelijk Amfibieën | Nee | Nee | n.v.t. | Nee | Nee | Nee | Niet van toepassing 31 32 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES 7.1 Aanleiding en doel In opdracht van N+L Landschapsontwerpers heeft Natuurbank Overijssel onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor de geplande (sloop/bouw)werkzaamheden en de ingebruikname van de woningen. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Relevante natuurwet- en regelgeving Voor de toetsing van het voornemen is de volgende natuurwet- en regelgeving van toepassing: Omgevingswet: • Gebiedsbescherming - Natura 2000 • Soortenbescherming Provinciaal beschermde gebieden: • Natuurnetwerk Nederland 7.2 Conclusie toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 -gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NN N, omdat de bescherming van het NNN geen externe werking kent in Overijssel.
Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de afstand tussen het plangebied en het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en de duur van de ontwikkelfase kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofo xiden, in de ontwikkelfase niet uitgesloten worden. Tevens kan een negatief effect op Natura 2000 -gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden niet uitgesloten worden gedurende de gebruiksfase. Het uitvoeren van een stikstofberekening voor zowel de ontwikkel- als de gebruiksfase is dus noodzakelijk. Overige negatieve effecten op Natura 2000 -gebied kunnen worden uitgesloten. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling heeft negatieve gevolgen voor verschillende beschermde diersoorten. Als gevolg van het slopen van de bebouwing, het verwijderen van beplanting en het uitvoeren van grondverzet worden mogelijk beschermde dieren gedood en gaan voortplantings- en rustplaatsen verloren. Voor sommige soorten geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van de voortplantings - en rustplaats, maar dat geldt niet voor vleermuis , steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en steenmarter. Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen , steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en steenmarter.
Conclusies van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen; • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de bebouwing voor steenmarters; • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van de bebouwing voor steenuil, kerkuil, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw; 33 7.3 Aanbevelingen en kansen biodiversiteit De ecologen van Natuurbank Overijssel kijken verder dan de aanwezigheid van strikt beschermde soorten. Vanuit het motto ‘meer biodiversiteit achterlaten dan je aantreft’ signaleren we kansen voor dit project om bij te dragen aan het herstel van biodiversiteit. Hieronder geven we op beknopte wijze enkele kansen aan. Wij bespreken deze voorstellen graag met u en werken desgewenst de praktische aspecten verder uit. Voor dit project liggen er mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel door: 1. Ecologisch werkprotocol Het opstellen van een ecologisch werkprotocol. In deze notitie wordt concreet aangegeven op welke wijze de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden om overtreding van een verbodsbepaling te voorkomen.
Kennis van de ecologie van soorten is cruc iaal om de juiste maatregelen, in de juiste tijd van het jaar uit te voeren. 2. Het opstellen van een concreet ecologisch beheer- en/of inrichtingsplan Een concreet ecologisch beheer- en/of inrichtingsplan bijvoorbeeld kan opgesteld worden gericht op verhoging van de bloemrijkdom voor bijen. Hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan op de (toekomstige) situatie in uw projectgebied, gemeentelijk natuurbeleid en regionale doelsoorten en potenties. Biodiversiteit vraagt om maatwerk en ieder project is anders. In een plan nemen we de best passende maatregelen op. Voorbeelden van potentiële maatregelen zijn: • Het vergroten van de diversiteit aan leefgebied voor planten en dieren door via aanplant of beheer te zorgen voor verschillende biotooptypen (water, oevers, kruidenvegetatie, struweel, bomen, bos) en geleidelijke overgangen hiertussen. • Het versterken van populaties door te voorzien in nestkasten en/of verblijfplaatsen (bijvoorbeeld vogels en vleermuizen), wanneer blijkt dat nestgelegenheid een beperkende factor is. • Het vergroten en versterken van leefgebieden voor planten en dieren door ecologisch beheer van (openbaar) groen, bijvoorbeeld door het beheer van grasvegetaties af te stemmen op bloemrijkdom en insecten.
• Het verbinden van leefgebieden door het aanbrengen of herstellen van lijnvormige landschapselementen (houtwallen, singels, hagen, sloten) of het realiseren van andere ontsnipperingsmaatregelen (bijvoorbeeld faunapassage). • Het versterken van leefgebied en migratiezones door het aanbrengen van natuurlijke elementen als takkenrillen, dood hout, of stenige elementen. • Het beperken van verstoring door bijvoorbeeld verlichting of geluid. • Het terugdringen van overwoekerende en/of invasieve plantensoorten met negatieve effecten op biodiversiteit en de mens (bijvoorbeeld Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw). 34 Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen Bijlage 1. De Natuurkalender
35 Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: - Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. - Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. - Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit worden verleend.
Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In h et Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°. Van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.
Van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°. Dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°. Voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; 36 d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora - en fauna -activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijste lling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3.
Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Verbodsbepalingen omgevingswet Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen. art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen niet van toepassing Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art.
11.46 lid 1b. Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. niet van toepassing niet van toepassing Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen 37 Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: - De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. 38
39 Legenda ‘Overzicht algemene vrijstelling soorten per provincie’. Bron: Natuurinclusief.nl
40 Bijlage 3. Fotobijlage
41
42
43
44 Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.natura2000.nl https://gelderland.maps.arcgis.com/ https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten https://calculator.aerius.nl https://www.ndff.nl/ https://www.natuurinclusief.nl/ https://www.vogelbescherming.nl/ https://www.bij12.nl/ https://www.zoogdiervereniging.nl/ https://www.ravon.nl/ https://www.topotijdreis.nl/ https://www.vlinderstichting.nl/ 45 Bijlage 5. Lijst jaarrond beschermde nesten Vogels met jaarrond beschermde nesten Overijssel (Bron: Natuurinclusief).
Bijlage 8 bodemonderzoek bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ai Buitengebied , Bergvennenweg 23 Lattrop-Breklenkamp 209 Verkennend Bodemonderzoek Project: 2025-270 Locatie: Bergvennenweg 23 te Lattrop- Breklenkamp
Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp Verkennend Bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp Opdrachtgever: | Maatschap M.P.B. en L.H. Zwiep Bergvennenweg 23 7635 NJ Lattrop-Breklenkamp Adviesbureau: | Dumea Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld Status: | Definitief Versie: | 1 Datum versie: | 23 september 2025 Projectnummer: | 2025-270 Auteur: | Joost Stevelink* | Paraaf: Kwaliteitscontrole: | Niek Hesselink* | Paraaf: Veldwerkers: | Ruud Steggink* *De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG- privacy wetgeving.
2025-270 | 23-09-2025 | Pagina 2 van 20 Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 3 van 20 Inhoudsopgave Pagina 1 Inleiding 4 2 Vooronderzoek 5 2.1 Locatie gegevens 5 2.2 Algemene informatie locatie 5 2.3 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek 6 2.4 Directe omgeving locatie 6 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 7 2.6 Vooronderzoek PFAS 7 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest 8 3 Onderzoeksprogramma 9 3.1 Hypothesestelling 9 3.2 Onderzoeksopzet 9 3.3 Analysestrategie 10 4 Onderzoeksresultaten 11 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen 11 4.2 Analyseresultaten 11 4.3 Toetsing van de hypothese 13 4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek 13 5 Samenvatting en conclusie 14 BIJLAGE I: Situering van de locatie BIJLAGE II: Situering van de locatie BIJLAGE III: Overzichtstekening boorpunten BIJLAGE IV: Boorstaten BIJLAGE V: Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen BIJLAGE VI: Foto’s Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 4 van 20 1 Inleiding In opdracht van Maatschap M.P.B. en L.H. Zwiep heeft Dumea een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van de voorgenomen omgevingsplanwijziging en nieuwbouwactiviteiten.
Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te ge ven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: • NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2023); • NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2023); • NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) • BRL SIKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” • BRL SIKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” • BRL SIKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem" Dumea is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium.
Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: • vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; • opstellen van een hypothese; • opstellen van een onderzoeksstrategie; • resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; • conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 5 van 20 2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron Omschrijving www.ahn.nl AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland) www.bodemloket.nl Bodemloket van Nederland www.topotijdreis.nl Historische kaarten www.dinoloket.nl Ondergrond gegevens van Nederland BAG viewer Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) Gemeente Dinkelland Historische informatie van de gemeente Omgevingsdienst Twente Historische informatie van de omgevingsdienst Bodematlas Provincie Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel Informatie Opdrachtgever Maatschap M.P.B. en L.H.
Zwiep Inspectie onderzoekslocatie Visueel inspectie van de locatie 2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp Kadastrale gemeente Denekamp Sectie L Percelen 2033 Oppervlakte van de onderzoekslocatie <2000 m2 Eigenaar/ gebruiker - Korte beschrijving van de onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bestaat uit een perceel landbouwgrond Bebouwing Ter plaatse is geen bebouwing Verharding De onderzoekslocatie is geheel onverhard 2.2 Algemene informatie locatie De locatie bestaat uit een perceel landbouwgrond aan de Bergvennenweg 23 in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp. Initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie het omgevingsplan te wijzigen en een nieuwe woning te realiseren. Onderhavige onderzoekslocatie bestaat uit landbouwgrond en heeft, voor zover bekend, altijd uit landbouwgrond bestaan. Van het melkveebedrijf zijn meerdere milieuvergunningen ingediend. Het bedrijf bevindt zich ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie en zijn derhalve voor onderhavig onderzoek niet relevant. Op historische kaarten is de eerste bebouwing ter plaatse van het melkveebedrijf te zien vanaf 1966.
Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 6 van 20 Op onderhavige onderzoekslocatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op onderhavige onderzoekslocatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek In 2023 is op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Ortageo, 220195/R01, d.d. 30 oktober 2023). Aanleiding van dit onderzoek vormde de voorgenomen aankoop van het onroerend goed. In dit onderzoek is het agrarisch erf als verdacht onderzocht conform de NEN5740 en NEN5707. In het onderzoek zijn lichte verhogingen aangetoond in de bovengrond en in het grondwater. Er is geen asbest aangetoond in het onderzoek. Onderhavige onderzoekslocatie maakte geen deel uit van dit onderzoek. 2.4 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk agrarische percelen, woonhuizen en infrastructuur.
Oostelijk van de locatie is het natuurgebied de “Bergvennen” gelegen. Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 7 van 20 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2 De boorlocatie bevindt zich circa 21 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk. 2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron -grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grond- of grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt.
Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem.
Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 8 van 20 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat er geen bebouwing heeft gestaan op onderhavige onderzoekslocatie. De locatie heeft voor zover bekend altijd uit landbouwgrond bestaan. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot asbest in de bodem. Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 9 van 20 3 Onderzoeksprogramma 3.1 Hypothesestelling Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat de locatie landbouwgrond betreft dat grenst aan het agrarisch erf. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd en wordt als best passende strategie VED-HE gehanteerd. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters. In het kader van de NEN5740 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden.
Tijdens het veldwerk wordt de locatie geïnspecteerd en zullen de boringen zintuiglijk worden beoordeeld. Bij zintuiglijk bijzondere waarnemingen kan de strategie nog worden aangepast. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden: Tabel 3 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Hypothese Verdachte stoffen Opmerking Gehele locatie Verdacht (VED-HE) Zware metalen, PAK - 3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 4 september 2025 (plaatsing peilbuis en monstername grond), 12 september 2025 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Tabel 4 Onderzoeksopzet NEN 5740 (VED-HE) Locatie Ondiepe boringen1 Diepe boringen2 Peilbuizen Analyses grond Analyses water Gehele locatie 10 2 1 3x STAP* 1x STAP* * STAP: Standaard stoffenpakket grond en grondwater 1 Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. 2 Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m -mv en een maximum van 2,0 m-mv. Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 3.3 | Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie.
Tabel 5 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 Analyse monster | Traject (m-mv) | Deelmonsters | Analyse BM1 | 0,00 - 0,50 | 02 (0,00 - 0,50) | AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) BM2 | 0,00 - 0,50 | 06 (0,00 - 0,50) | AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,40) BM3 | 0,00 - 0,50 | 10 (0,00 - 0,50) | AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) OM1 | 0,40 - 1,60 | 01 (0,60 - 1,10) | AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb 01 (1,10 - 1,60) 02 (0,50 - 0,80) 02 (0,80 - 1,30) 09 (0,40 - 0,90) 09 (0,90 - 1,40) Analyse monster | Traject (m-mv) | Analyse 01-wm1 | 2,50 - 3,50 | NEN 5740gw standaardpakket B (AS3000) Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen. Motivatie analysestrategie gehele locatie Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 3 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het historische gebruik van de locatie is de bovengrond de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen en het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie is besloten om 3 mengmonsters van de bovengrond (BM1, BM2 en BM3) en tevens 1 mengmonster van de ondergrond (OM1) te analyseren.
De mengmonsters ten behoeve van de NEN5740 zijn samengevoegd door AL | -West Agrolab. 2025-270 | 23-09-2025 | Pagina 10 van 20 Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 11 van 20 4 Onderzoeksresultaten 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, zwak humeus en siltig. De ondergrond bestaat uit matig fijn zand, licht siltig. Er zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Er is geen puin en/of asbestverdacht materiaal aan het oppervlak en in de boringen aangetroffen. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen: Tabel 6 Metingen grondwater Peilbuis Filterdiepte (m -mv) Grondwaterstand (m -mv) pH (-) EC (µS/cm) Troebelheid (NTU) 01-wm1 2,50 - 3,50 2,02 6,3 294 4,1 Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V.
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Tabel 7 Kwaliteitsklassen grond (T101 Omgevingswet) Kwaliteitseis Ondergrens van kwaliteitsklasse Bovengrens van kwaliteitsklasse Voormalige benaming (voor inwerkingtreding Omgevingswet Landbouw/natuur - Landbouw/natuur Achtergrondwaarde Wonen Landbouw/natuur Wonen Klasse Wonen Industrie Wonen Industrie Klasse Industrie Matig verontreinigd Industrie Interventiewaarde bodemkwaliteit Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd (beneden interventiewaarde) Sterk verontreinigd Interventiewaarde bodemkwaliteit - Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (boven interventiewaarde) Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp Tabel 8 Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit landbodem (T130 Omgevingswet) Kwaliteitseis | Omvang bodemvolume | Omvang bodemvolume grondverzet >25 m3 grondverzet <25 m3 Kleiner of gelijk aan de | Geen regels | Algemene regels uit Bal Interventiewaarde Groter dan Interventiewaarde | Geen regels of bruidsschat | Algemene regels uit Bal (zwaardere variant) In de Omgevingswet is de toetsing voor grondwater komen te vervallen. Derhalve zal het grondwater getoetst worden aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming.
Tabel 9 Toetsingskader Wbb (grondwater) Concentratie | Betekenis | Opmerking | Code ≤ streefwaarde | Niet verontreinigd | Geen aanvullend onderzoek nodig | - > streefwaarde ≤ T-waarde | Licht verontreinigd | Geen aanvullend onderzoek nodig | * > T-waarde ≤ I-waarde | Matig verontreinigd | Mogelijk nader bodemonderzoek | ** noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; > I-waarde | Sterk verontreinigd | mogelijk sprake van ernstige | *** bodemverontreiniging Toelichting: De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van grondwaterverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Tabel 10 Analyseresultaten NEN 5740 Monster | Traject (m-mv) | Samenstelling | Verhogingen | Kwaliteitsklasse | Beoordeling interventiewaarde BM1 | 0,00 - 0,50 | 02 (0,00 - 0,50) | Hg+ | Wonen | Voldoet aan 03 (0,00 - 0,50) | interventiewaarde 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) BM2 | 0,00 - 0,50 | 06 (0,00 - 0,50) | - | Landbouw/natuur | Voldoet aan 07 (0,00 - 0,50) | interventiewaarde 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,40) BM3 | 0,00 - 0,50 | 10 (0,00 - 0,50) | - | Landbouw/natuur | Voldoet aan 11 (0,00 - 0,50) | interventiewaarde 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) OM1 | 0,40 - 1,60 | 01 (0,60 - 1,10) | - | Landbouw/natuur | Voldoet aan 01 (1,10 - 1,60) | interventiewaarde 02 (0,50 - 0,80) 02 (0,80 - 1,30) 09 (0,40 - 0,90) 09 (0,90 - 1,40) 01-wm1 | 2,50 - 3,50 | 01 | Cu*, Ba* + groter dan landbouw/natuur | * groter dan streefwaarde ++ groter dan wonen | ** groter dan tussenwaarde +++ groter dan industrie | *** groter dan interventiewaarde ++++ groter dan matig verontreinigd 2025-270 | 23-09-2025 | Pagina 12 van 20 Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 13 van 20 Er is geen directe oorzaak voor het licht verhoogde gehalte aan kwik in het bovengrondmengmonster BM1. In het grondwatermonster 01-wm1 zijn licht verhoogde gehalten koper en barium aangetoond, dat vermoedelijk van nature aanwezig is.
4.3 Toetsing van de hypothese Onderdeel Deellocatie Gestelde hypothese Hypothese verworpen of aangenomen NEN 5740 Gehele locatie Verdacht Grotendeels verworpen 4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Gehele locatie Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend bodemonderzoek Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp 2025-270 23-09-2025 Pagina 14 van 20 5 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan de Bergvennenweg 23 te Lattrop-Breklenkamp, kadastraal bekend gemeente: Denekamp, Sectie: L, nummer(s): 2033 is op 4 september 2025 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. De locatie bestaat uit een perceel landbouwgrond aan de Bergvennenweg 23 in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp. Initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie het omgevingsplan te wijzigen en een nieuwe woning te realiseren. De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740. Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters en in het ondergrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen boven de interventiewaarde.
In het grondwatermonster zijn lichte verhogingen koper en barium aangetroffen. Algemeen Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De waarde voor nader bodemonderzoek (index >0,5) wordt niet overschreden. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. De bovengrond valt in de bodemkwaliteitsklasses Landbouw/natuur en Wonen. De ondergrond valt in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Aangezien geen partijkeuring conform het Regeling Bodemkwaliteit is uitgevoerd, dienen de resultaten in het kader van de Rbk als indicatief beschouwd te worden. Er heeft geen onderzoek naar de parameters PFAS plaats gevonden. Bij afvoer van grond zal dit wellicht alsnog in een later stadium moeten worden uitgevoerd. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)’. Hoewel het verrichte veld- en laboratoriumonderzoek volgens de geldende normen zijn uitgevoerd, dienen de onderzoeksresultaten met enige voorzichtigheid te worden gehanteerd. Door de bodem steekproefsgewijs te onderzoeken is ernaar gestreefd om een representatief beeld te krijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater.
Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het grondwater voorkomen. Het uitgevoerde onderzoek is verkennend en betreft een momentopname. Bijlage I Situering van de locatie
Bijlage II Situering van de locatie
Bijlage III Overzichtstekening boorpunten
Bijalge IV Boorstaten Pagina | 1 - 4 Datum: | 4-9-2025 | Datum: | 4-9-2025 GWS: | 200 Boring: | 01 | Boring: | 02 0 | weiland | 0 | weiland 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak | 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak 01-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor | 02-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50 | 60 | 50 Zand matig fijn, zwak siltig, | 02-2 80 01-2 | donkergeel, Edelmanboor | Zand matig fijn, zwak siltig, 100 | 100 | 02-3 | geelbeige, Edelmanboor 01-3 150 | 150 200 | 200 200 | Zand matig fijn, zwak siltig, | 200 grijsbeige, Edelmanboor 250 300 350 350 Datum: | 4-9-2025 | Datum: | 4-9-2025 Boring: | 03 | Boring: | 04 0 | weiland | 0 | weiland 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak | 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak 03-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor | 04-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50 | 50 50 | 50 Projectcode: | 2025-270 Pagina | 2 - 4 Datum: | 4-9-2025 | Datum: | 4-9-2025 Boring: | 05 | Boring: | 06 0 | weiland | 0 | weiland 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak | 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak 05-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor | 06-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50 | 50 50 | 50 Datum: | 4-9-2025 | Datum: | 4-9-2025 Boring: | 07 | Boring: | 08 0 | weiland | 0 | weiland 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak | 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak 07-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor | 08-1 | humeus, bruingeel, Edelmanboor
50 | 50 50 | 50 Projectcode: | 2025-270 Pagina | 3 - 4 Datum: | 4-9-2025 | Datum: | 4-9-2025 Boring: | 09 | Boring: | 10 0 | weiland | 0 | weiland 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak | 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak 09-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor | 10-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor 40 50 | Zand matig fijn, zwak siltig, | 50 | 50 09-2 | geelbeige, Edelmanboor 100 09-3 150 200 200 Datum: | 4-9-2025 | Datum: | 4-9-2025 Boring: | 11 | Boring: | 12 0 | weiland | 0 | weiland 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak | 0 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak 11-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor | 12-1 | humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50 | 50 50 | 50 Projectcode: | 2025-270 Pagina 4 - 4 Projectcode: 2025-270 Datum: 4-9-2025 Boring: 13 0 50 13-1 weiland0 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingeel, Edelmanboor 50 Legenda (conform NEN 5104) grind Grind, siltig Grind, zwak zandig Grind, matig zandig Grind, sterk zandig Grind, uiterst zandig zand Zand, kleiïg Zand, zwak siltig Zand, matig siltig Zand, sterk siltig Zand, uiterst siltig veen Veen, mineraalarm Veen, zwak kleiïg Veen, sterk kleiïg Veen, zwak zandig Veen, sterk zandig klei Klei, zwak siltig Klei, matig siltig Klei, sterk siltig Klei, uiterst siltig Klei, zwak zandig Klei, matig zandig Klei, sterk zandig leem Leem, zwak zandig Leem, sterk zandig overige toevoegingen zwak humeus matig humeus
sterk humeus zwak grindig matig grindig sterk grindig geur geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie uiterste olie-water reactie p.i.d.-waarde >0 >1 >10 >100 >1000 >10000 monsters geroerd monster ongeroerd monster volumering overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib water Bijlage V Analysecertificaten en overschrijdingstabellen Dumea AM Dhr. Joost Stevelink Bornsestraat 24 7597 NE SAASVELD Klantnr: 35008640 Analyserapport 1601082 2025-270 NL Bergvenneweg 23 Lattrop Datum: 10.09.2025 Opdracht 1601082 Bodem / Eluaat Opdrachtgever 35008640 Dumea AM Opdrachtacceptatie 04.09.2025 Project 149590 NL Bergvenneweg 23 Lattrop Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing.
Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Dit analyserapport met opdrachtnummer 1601082 en analyserapportversie 1 bevat de analyse(s) van monsternummer(s) 319076-319079. Met vriendelijke groet, AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Arjen van Geffen, Tel. +31570788119 Klantenservice Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *). DOC-13-26416015-NL-P1 Blad 1 van 4 AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01 Directeur ppa. Marc van Gelder Dr.
Paul Wimmer Analyserapport 1601082 2025-270 NL Bergvenneweg 23 Lattrop Datum: 10.09.2025 Monster informatie Monsternummer | Datum monstername | Monster beschrijving 319076 | 04.09.2025 00:00 | BM1 319077 | 04.09.2025 00:00 | BM2 319078 | 04.09.2025 00:00 | BM3 319079 | 04.09.2025 00:00 | OM1 Algemene monstervoorbehandeling Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 1),2) | 1),2) | 1),2) | 1),2) S | Voorbehandeling conform | ++ | ++ | ++ | ++ AS3000 1) | 1) | 1) | 1) S | Droge stof | % | 89,9 | 91,6 | 92,1 | 91,0 Fracties (sedigraaf) Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 5) S | Fractie < 2 µm | % Ds | 2,3 | <1,0 | 2,6 | 1,2 Klassiek Chemische Analyses Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 6) | 4) S | Organische stof | % Ds | 3,8 | 3,0 | 3,8 | 0,9 Voorbehandeling metalen analyse Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 1),2) | 1),2) | 1),2) | 1),2) S | Koningswater ontsluiting | ++ | ++ | ++ | ++ Metalen (AS3000) Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 5) | 5) | 5) | 5) S | Barium (Ba) | mg/kg Ds | <20 | <20 | <20 | <20 5) | 5) | 5) | 5) S | Cadmium (Cd) | mg/kg Ds | <0,20 | <0,20 | <0,20 | <0,20 5) | 5) | 5) | 5) S | Kobalt (Co) | mg/kg Ds | <3,0 | <3,0 | <3,0 | <3,0 5) S
| Koper (Cu) | mg/kg Ds | 11 | 5,8 | 5,3 | <5,0 5) | 5) | 5) S | Kwik (Hg) | mg/kg Ds | 0,22 | <0,05 | <0,05 | <0,05 5) | 5) | 5) S | Lood (Pb) | mg/kg Ds | 14 | <10 | <10 | <10 5) | 5) | 5) | 5) S | Molybdeen (Mo) | mg/kg Ds | <1,5 | <1,5 | <1,5 | <1,5 5) | 5) | 5) | 5) S | Nikkel (Ni) | mg/kg Ds | <4,0 | <4,0 | <4,0 | <4,0 5) | 5) S | Zink (Zn) | mg/kg Ds | 37 | <20 | <20 | 28 PAK (AS3000) Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 5) | 5) | 5) | 5) S | Anthraceen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Benzo(a)anthraceen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Benzo(a)pyreen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Benzo(ghi)peryleen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Benzo(k)fluorantheen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Chryseen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede ).
parameters zijn gemarkeerd met het symbool * Analyserapport 1601082 2025-270 NL Bergvenneweg 23 Lattrop Datum: 10.09.2025 Monster informatie Monsternummer | Datum monstername | Monster beschrijving 319076 | 04.09.2025 00:00 | BM1 319077 | 04.09.2025 00:00 | BM2 319078 | 04.09.2025 00:00 | BM3 319079 | 04.09.2025 00:00 | OM1 Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 5) | 5) | 5) | 5) S | Fenanthreen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Fluorantheen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 5) | 5) | 5) | 5) S | Naftaleen | mg/kg Ds | <0,050 | <0,050 | <0,050 | <0,050 3) | 3) | 3) | 3) S | Som PAK (VROM) (Factor | mg/kg Ds | 0,35 | 0,35 | 0,35 | 0,35 0,7) Minerale olie (AS3000/AS3200) Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 5) | 5) | 5) | 5) S | Koolwaterstoffractie C10- | mg/kg Ds | <35 | <35 | <35 | <35 C40 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C10- | mg/kg Ds | <3 | <3 | <3 | <3 ) C12* 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C12- | mg/kg Ds | <3 | <3 | <3 | <3 ) C16* 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C16- | mg/kg Ds | <4 | <4 | <4 | <4 ) C20* 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C20- | mg/kg Ds | <5 | <5 | <5 | <5 ) C24* 5) | 5) | 5) |
5) Koolwaterstoffractie C24- | mg/kg Ds | <5 | <5 | <5 | <5 ) C28* 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C28- | mg/kg Ds | <5 | <5 | <5 | <5 ) C32* 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C32- | mg/kg Ds | <5 | <5 | <5 | <5 ) C36* 5) | 5) | 5) | 5) Koolwaterstoffractie C36- | mg/kg Ds | <5 | <5 | <5 | <5 ) C40* Polychloorbifenylen (AS3000) Parameter | Eenheid | 319076 | 319077 | 319078 | 319079 BM1 | BM2 | BM3 | OM1 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 28 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 52 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 101 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 118 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 7) | 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 138 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 153 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 5) | 5) | 5) | 5) S | PCB 180 | mg/kg Ds | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 | <0,0010 3) | 3) | 3) | 3) S | Som PCB (7 Ballschmiter) | mg/kg Ds | 0,0049 | 0,0049 | 0,0049 | 0,0049 (Factor 0,7) 1) Alle resultaten van de vaste parameters zijn gebaseerd op de droge stof (DS), behalve de analyten die zijn gemarkeerd met het teken 1) die zijn gebaseerd op de oorspronkelijke stof (OS).
2) "++" Geeft aan dat de noodzakelijke behandeling in het laboratorium is uitgevoerd. Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede ). parameters zijn gemarkeerd met het symbool * Analyserapport 1601082 2025-270 NL Bergvenneweg 23 Lattrop Datum: 10.09.2025 3) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. 4) Gehaltes beneden de rapportagegrens zijn niet mee inbegrepen. 5) Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. 6) Het organische stof gehalte is gecorrigeerd met het lutum gehalte, indien geen lutum is bepaald dan is gecorrigeerd met een lutum gehalte van 5,4%. Het organische stof gehalte is niet gecorrigeerd voor het vrij ijzer gehalte, tenzij dit bepaald is. 7) Het analyseresultaat van PCB 138 is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163 S Erkend volgens AS SIKB 3000 Start van de test: 05.09.2025 Einde van de test: 10.09.2025 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste items. In gevallen waarin het laboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals deze zijn ontvangen. Het laboratorium is niet verantwoordelijk voor de door de klant verstrekte informatie.
Eventuele klantinformatie in dit analyserapport valt niet onder de accreditatie van het laboratorium en kan de geldigheid van de resultaten beïnvloeden. Gedeeltelijke reproductie van het rapport zonder onze schriftelijke toestemming is niet toegestaan. In het geval van een conformiteitsverklaring wordt de discrete benadering gebruikt als beslisregel. Dit betekent dat de meetonzekerheid niet wordt meegenomen in de conformiteitsverklaring met een specificatie of norm. AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Arjen van Geffen, Tel. +31570788119 Klantenservice Lijst van methoden conform Protocollen AS 3000 Voorbehandeling conform AS3000 • Organische stof6) • Barium (Ba) • Cadmium (Cd) • Kobalt (Co) • Koper (Cu) • Kwik (Hg) • Lood (Pb) • Molybdeen (Mo) • Nikkel (Ni) • Zink (Zn) • Anthraceen • Benzo(a)anthraceen • Benzo(a)pyreen • Benzo(ghi)peryleen • Benzo(k) fluorantheen • Chryseen • Fenanthreen • Fluorantheen • Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen • Naftaleen • Som PAK (VROM) (Factor 0,7) • Koolwaterstoffractie C10-C40 • PCB 28 • PCB 52 • PCB 101 • PCB 118 • PCB 1387) • PCB 153 • PCB 180 • Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7) conformNEN-EN12880; AS3000, AS3200; NEN- EN15934 Droge stof eigen methode*) Koolwaterstoffractie C10-C12*) • Koolwaterstoffractie C12-C16*) • Koolwaterstoffractie C16-C20*) • Koolwaterstoffractie C20-C24*) • Koolwaterstoffractie C24-C28*) • Koolwaterstoffractie
C28-C32*) • Koolwaterstoffractie C32-C36*) • Koolwaterstoffractie C36-C40*) Protocollen AS 3000 / Protocollen AS 3200 Fractie < 2 µm • Koningswater ontsluiting Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *). DOC-13-26416015-NL-P4 Blad 4 van 4 AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01 Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer CHROMATOGRAM for Order No. 1601082, Analysis No. 319076, created at 09.09.2025 12:03:27 Monster beschrijving: BM1 [@ANALYNR_START=319076] DOC-13-26416059-NL-P1 Blad 1 van 4 AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01 Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer CHROMATOGRAM for Order No. 1601082, Analysis No. 319077, created at 09.09.2025 12:03:27 Monster beschrijving: BM2 [@ANALYNR_START=319077] DOC-13-26416059-NL-P2 Blad 2 van 4 AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl Kamer van Koophandel Nr.