CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Denekamp, Diekmanweg 11 incl. bijlagen.pdf

Gemeenteraad 20 januari 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Denekamp, Diekmanweg 11”33.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.

Financiële haalbaarheid

De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan Dinkelland. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Los van het kostenverhaal is initiatiefnemer leges verschuldigd voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het project financieel uitvoerbaar.

39

7.

Juridische verantwoording

7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 7.2 Opzet van de regels 7.2.1 Algemeen Zoals in de inleiding is aangegeven betreft het hier een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet.

Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van een bestemmingsplan. Dit TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • •

Inleidende regels; Functieregels en gebiedsaanwijzingen; Algemene regels aan activiteiten; Overgangsregels.

7.2.2 Preambule voor hoofdstuk en artikelnummering De IMRO-standaarden maken het niet mogelijk om een regeling te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. De naamgeving van het hoofdstuk kan worden gewijzigd, maar hoofdstuk 1 blijft altijd zichtbaar. De IMRO-standaarden bieden ook geen mogelijkheid tot het gebruik van paragrafen. Ook voor de artikelen geldt dat deze in IMRO automatisch worden genummerd en dat de nummering dus bij ‘artikel 1’ begint. Voor het TAM-IMRO omgevingsplan is de IMRO hoofdstuk- en artikelnummering onhoudbaar, omdat het omgevingsplan van rechtswege al een hoofdstuk 1 en een artikel 1 kent. Deze nummers zijn dus al bezet. Om duidelijk te maken hoe een TAM-IMRO omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het omgevingsplan, stelt de VNG voor om na het object Regels en voor het toevoegen van het object Hoofdstuk een preambule op te nemen. De preambule geeft aan hoe het TAM-IMRO omgevingsplan in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden. Hieronder is de preambule weergeven. Preambule Dit plan beoogt het realiseren van negen woningen ten oosten van de kern Denekamp. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland. Dit hoofdstuk is op

40

grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. • • •

De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c’ gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22c bij het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland.

Als het TAM-IMRO omgevingsplan wordt geraadpleegd, is de preambule direct zichtbaar boven de regels. 7.2.3 Juridisch ponsen Het voor een bepaalde locatie vaststellen van nieuwe regels in een TAM-IMRO omgevingsplan zorgt er niet voor dat de oude regels op die locatie automatisch vervallen. Met andere woorden: het is niet mogelijk om in een TAM-IMRO omgevingsplan te ‘ponsen’. Om te voorkomen dat op een bepaalde locatie zowel nieuwe als oude regels gelden, wordt in dit TAM-omgevingsplan een toepassingsbereikbepaling opgenomen in artikel 3 van de inleidende regels: Artikel 3 (Toepassingsbereik) a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Denekamp, Diekmanweg 11 waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand TAMGKDENDIEKMANW11-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

• • • •

Anti-dubbeltelregel (artikel 7): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene ruimtelijke bouwregels (artikel 8): In deze regels zijn bouwregels opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken; Planologische gebruiksactiviteiten (artikel 9): In deze regels is aangegeven wat onder strijdig en verboden gebruik wordt verstaan. Regels parkeren (artikel 10): in deze regels is zijn de regels omtrent parkeereisen opgenomen. Overige regels (artikel 11): In dit artikel zijn de aanvraagvereisten opgenomen.

7.2.5 Overgangsregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangsregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met deze wijziging van het omgevingsplan. NB: Het omgevingsplan bevat in hoofdstuk 23 de slotbepalingen, dus die worden niet in het TAMomgevingsplan opgenomen.

41

7.3

Verantwoording van de regels

Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de functies in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Groen (Artikel 4) Op de gronden ter plaatse van het groen en de wadi’s hebben de gronden een ‘Groen’ functie. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Verder is zoveel mogelijk aangesloten op de tijdelijke delen van het omgevingsplan, het ‘bestemmingsplan Denekamp’ en het ‘Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland’. Verkeer (Artikel 5) Daar waar binnen het plangebied parkeer- en verkeersvoorzieningen zijn beoogd is de functie 'Verkeer' opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor onder meer wegen, straten en (fiets)paden en parkeervoorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Verder is zoveel mogelijk aangesloten op de tijdelijke delen van het omgevingsplan, het ‘bestemmingsplan Denekamp’ en het ‘Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland’.

Wonen – Wonen in de bebouwde kom (Artikel 6) Ter plaatse van de beoogde woningen is de functie 'Wonen – Wonen in de bebouwde kom' opgenomen. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor wonen. Op de voor 'Wonen – Wonen in de bebouwde kom' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met de omschrijving. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd, waarbij geldt dat het aantal woningen per bouwvlak één is tenzij dat is aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Verder is met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten op de tijdelijke delen van het omgevingsplan, het ‘bestemminsplan Denekamp’ en het ‘Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland’.

42

Bijlagen bij de ruimtelijke motivering Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Beeldkwaliteitsplan Groenplan Participatieverslag Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Plattegrond parkeerplaatsen openbare ruimte AERIUS-berekening Quickscan ecologie Akoestisch onderzoek – wegverkeerslawaai Archeologisch onderzoek Proefsleuvenonderzoek Bodemonderzoek Waterhuishoudkundig plan

43

44

Beeldkwaliteitsplan

Ontwikkeling woningbouw Diekmanweg te Denekamp 07-11-2025

Colofon Opdrachtgever: Aannemersbedrijf Niehof BV Opgesteld door:

0. Inhoudsopgave 0. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Richtlijnen beeldkwaliteit 3. Beeldkwaliteitscriteria

Bestaande situatie Globaal plangebied omcirkeld

1. Inleiding Aanleiding

Waarom een beeldkwaliteitsplan?

Denekamp kampt zoals zoveel dorpen met woningnood. De initiatiefnemer heeft de wens om de belangrijkste doelgroep, de starters de mogelijkheid te geven om in hun eigen dorp een nieuwbouw woning te kunnen kopen. Naast de starters moet er op dezelfde locatie de mogelijkheid zijn voor senioren en de middenklasse.

Nu de stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn verankerd in een massastudie, kan begonnen worden met de uitwerking van de architectuur. Het gewenste eindbeeld vraagt enerzijds om een zekere mate van flexibiliteit en diversiteit bij de nadere uitwerking van de architectuur, maar vraagt anderzijds ook om duidelijke spelregels. Het uiteindelijke doel voor alle betrokkenen is immers de woningen met een herkenbare samenhang en hoogwaardige uitstraling te realiseren.

De locatie betreft een inbreidingslocatie ten oosten van de oude kern van Denekamp en ten westen van een nieuwbouwwijk. Ten noorden van de locatie bevindt zich aan de overkant van de Sombeekweg een industriegebied. Het programma bevat een 9-tal woningen voor de hierboven genoemde doelroep. De stedenbouwkundige randvoorwaarden en de aantallen zijn besproken en goedgekeurd met Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dinkelland. De stedenbouwkundige opzet vormt het vertrekpunt voor dit beeldkwaliteitplan, waarin de spelregels voor de stedenbouwkundige uitwerking en architectuur worden vastgelegd.

Het beeldkwaliteitplan voorziet in deze spelregels. Het is enerzijds een inspiratiebron waarmee binnen flexibele kaders een bouwplan kan worden uitgewerkt, maar geeft tegelijkertijd concrete toetsbare spelregels waaraan moet worden voldaan. Hiermee is het beeldkwaliteitplan voor alle partijen een helder, realistisch en bruikbaar document voor de architectonische uitwerking van de woningen.

Het doel van een beeldkwaliteitsplan Het beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld de uitgangspunten voor de woningen weer. Het is in die zin een uitwerking van de stedenbouwkundige opzet. Het beeldkwaliteitplan en de daarin gegeven richtlijnen moeten niet als keurslijf worden gezien, maar als aansporing en inspiratie voor de verschillende, bij de planontwikkeling betrokken, partijen. Het schept een kader voor de ontwikkeling van de locatie, garandeert samenhang in het uiteindelijke beeld en vormt een aanzet tot het leveren van een op kwaliteit gerichte inspanning. Het beeldkwaliteitplan is vooral een communicatiemiddel dat met behulp van beelden en tekst aangeeft wat de ‘doelstellingen’ zijn ten aanzien van de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit en samenhang waar ruimte ligt voor eigen invullingen. Binnen dit kader is het de uitdaging voor de architect om tot creatieve oplossingen te komen. Het beeldkwaliteitplan mag voor de betrokken partijen geen creatieve beperkingen oproepen, maar moet wel duidelijk randvoorwaarden stellen. In dit beeldkwaliteitsplan wordt niet alleen een inspirerend kader geschetst, maar zijn tevens beeldkwaliteitscriteria benoemd. Het gaat daarbij om concrete toetsingscriteria, die als zodanig kunnen worden toegepast door de stadsbouwmeester bij de beoordeling van het bouwplan.

De beeldkwaliteitscriteria zijn daarom uitgewerkt in heldere, toetsbare criteria. Door het beeldkwaliteitplan, gelijktijdig bij vaststelling van het TAMomgevingsplan, als onderdeel van de nota omgevingskwaliteit vast te stellen, kunnen de beeldkwaliteit-richtlijnen ook daadwerkelijk als toetsingscriteria worden gehanteerd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

2. Richtlijnen beeldkwaliteit De stedenbouwkundige opzet van het plan is het vertrekpunt voor dit beeldkwaliteitplan. In deze massastudie wordt uitgegaan van een 9-tal woningen. De meest noordelijke woning is georiënteerd op de Diekmanweg, de overige woningen zijn allen georiënteerd op het middengebied. Naar aanleiding van de stedenbouwkundige opzet zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste stedenbouwkundige randvoorwaarden en gewenste beeldkwaliteit vertaald naar concrete richtlijnen. Daarbij komen in ieder geval de volgende aspecten aan bod: • Rooilijn en afstanden • Oriëntatie • Bouwmassa, hoogte en kap (vorm en richting) • Materialisatie en kleurgebruik Dit beeldkwaliteitplan geeft de achtergronden en criteria weer die de welstand hanteert bij de toetsing van het architectonisch plan voor het ontwerp van de woning(-en).

schuur 271

hoek woning 213

schuur

5124

hoek woning 211

woning 210

hoek schuur 272

schuur 273

woning

Z= 9435 dorpel garage 262

hoek woning 209 hoek woning 208

duivenhok 274

Z= 9386 klinkers 257

Z= 9352 klinkers 258

hoek schuur 214 Z= 9.403 klinkers 97

boom 600x12000 241 Z= 9311 klinkers Z= 2599304 klinkers 260

schuur

Z= 9371 klinkers 261

hoek schuur 218

Z= 9.471 vkb klink 7

schuur

Z= 9.531 vkb klink 8

hoek schuur 217

Z= 9.362 raster 96

Z= 9246 gras 264 Z= 9.343 tegels 137

Z= 9638 berk 450x9000 uit300 242

hoek duivenhok Z= 9172 276 eind heg 250

hoek schuur 215

Z= 9304 gras 265

duivenhok

Z= 9190 eind heg 251

hoek duivenhok 275 Z= 9233 klinkers 255

Z= 9227 moestuin 247

Z= 9222 klinkers 256

Z= 9.273 raster 103

Z= 9.397 dorpel 138

kavel 1 ca. 603 m2

Z= 9241 moestuin 246

Z= 9.615 vkb klink 9

raster

Z= 9.401 gras 163

Z= 9.692 vkb klink 45

Z= 9.437 raster 95

Z= 9.299 gras 162

hoek schuur 216 Z= 9.326 raster 100

Z= 9.301 gras 139

Z= 9071 heg 266 Z= 9173 moestuin 249

Z= 9.275

Z= 9209 moestuin 248

gras Z= 161 9.311 raster 93

Z= 9.053 heg 121 Z= 9275 moestuin 245

Z= 9.231 bi sloot 72

Z= 11488 hoek schuur 277

fruitboom 200x3000 236

Z= 8.218 waterpeil 30-05-2022 99 Z= 7.808 sloot bodem 98

heg

heg

Z= 9.280 gras 135

Z= 9187 heg 252

fruitboom 200x3000 240

moestuin

lp

Geplande situatie

Z= 9.801 gras 55

Z= 9.557 bi sloot 67

raster

Z= 9.380 eik 300x7000 125

Z= 9.286 raster 105

Z= 9.254 raster 104

Z= 11519 schuur 278

Z= 9.669 lm 6 Z= 9.499 bi sloot 68

Z= 9.259 heg 123

Z= 9.114 gras 134

Z= 9.230 heg 122

schuur

Z= 9.299 Z= 9.326 raster bi sloot 94 69

heg fruitboom 200x3000 237

Z= 9.682 vkb klink 10

Z= 9.568 bi sloot 66

Z= 9.792 vkb klink 44 Z= 9.804 vkb klink 46 Z= 9.806 vkb klink 47

Z= 9.322 gras 140

Uitgangspunten vertaald naar situatietekening

Z= 9284 moestuin 253 Z= 9.846

Z= 9283 moestuin 244

kavel 4 ca. 566 m2

kavel 2 ca. 369 m2

Z= 9.252 gras 136

Z= 9086 heg 267

fruitboom 200x3000 235

Z= 9294 moestuin 254

Z= 9324 Z= 9265 heg heg 232 233

Z= 9.204 raster 92 Z= 9.199 Z= 9.126 gras bi sloot 160 73

sloot

Erfgedachte

fruitboom 200x3000 238

Z= 9271 moestuin 243

Z= 9.162 gras 132

fruitboom 200x3000 234 Z= 9.160 heg 120 Z= 9269 lijn bosschage 212

raster

Z= 9293 boom 200x4000 231

5161

Z= 9.225 gras 159

raster

fruitboom 200x3000 239

vkb klink 9.858 48Z= vkb klink 49 vkb klink hoogte 50

Z= 9.257 raster 101

Z= 9.132 gras 133

kavel 5 ca. 668 m2

Z= 9.231 eik 250x5000 130 Z= 9.364 eik 300x7000 129

Z= 9.147 raster 107

Z= 9.381 eik 300x7000 127

Z= 9307 gras 183

kavel 3 ca. 310 m2

Z= 9.222 raster 106

raster

Z= 9256 gras 180

Z= 9178 heg 219

Z= 9.269 gras 147

Z= 9.142 bi sloot 74

Z= 9.308 gras 141

Z= 9.284 raster 102

Z= 9.657 bi sloot 65

Z= 9.927 vkb klink 43

Z= 9.976 vkb klink 51

Z= 9.784 vkb klink 11

Z= 9.222 gras 158

Z= 9392 lijn bosschage 203 Z= 9.310 gras 153

Z= 9.212 gras 157

Z= 9.375 gras 146

1

heg

Z= 9.166 Z= 9.181 raster 91 gras 154

Z= 9473 bosschage 230

Z= 9.854 lm 5

lp

Z= 9560 eik500x10000 229

Met uitzondering van de meest noordelijke woning wordt het plan georiënteerd op een nieuw aan te leggen woonerf.

Z= 10187 hoek woning hnr12 71

Z= 9364 lijn bosschage 201

Z= 9.230 heg 118 Z= 9510 eik 600x1200 links500 228

Z= 9.209 heg 119

De natuurlijke c.q. speelse vorm van het woonerf zorgt voor een goede inpassing in de omgeving. middenin het erf zal ruimte zijn voor openbaar groen, dat bijdraagt aan een groene omgeving.

Z= 9.304 gras 148 Z= 9.807 bi sloot 64

Z= 9.133 bi sloot 75

Z= 9390 gras 185

Z= 9.998 vkb klink 42

Z= 9.871 vkb klink 12

Z= 9.418 gras 142

Z= 10.021 vkb klink 52

Z= 10.013 vkb klink 53

Z= 9.440 gras 145

Z= 9303 gras 131

Z= 9.313 gras 149

Z= 9.227 raster 90

Z= 9.985 vkb klink 41

Z= 9708 eik 700x14000 227 Z= 9.314 gras 152

Z= 9.927 vkb klink 40

Z= 9.203 gras 155

bosschage Z= 9.879 vkb klink 13

sloot

Hakselaar

Z= 9411 lijn bosschage 199

Z= 10.000 rioolput 1

Z= 9.885 vkb klink 39

r

Z= 9.949 vkb klink 38

Z= 9411 gras 187

Diekmanweg

Z= 9.442 gras 150 Z= 9.397 raster 108

Z= 9.166 bi sloot 76

Z= 9.554 gras 144

Z= 9.465 gras 177

raster

raster

Z= 9370 gras 128

Z= 9.520 gras 143

Z= 9.583 gras 176

Z= 9.837 bi sloot 63

Z= 7.818 sloot bodem 89

Z= 9.887 vkb klink 14

Z= 10.010 vkb klink 37

Z= 9.401 gras 151

Er wordt gebruik gemaakt van streekeigen kenmerken en een informeel voorkomen met een ingetogen en natuurlijke uitstraling naar de dorpse omgeving.

Z= 9.505 gras 170 Z= 9.940 gras 56

Z= 9.257 gras 156

eik 700x14000

Z= 9.249 raster 88

225

Z= 9.848 lm 4

lp

Z= 9.349 gras 169

Z= 9444 gras 188

Z= 9.887 vkb klink 15

Z= 9.289 bi sloot 77

Z= 10.000 vkb klink 36 Z= 9.990 vkb klink 35

Z= 9548 lijn bosschage 197

Z= 9.953 vkb klink 34

Z= 9.837 vkb klink 33

Z= 9406 gras 126

Z= 9477 lijn bosschage 195

raster

Z= 9.621 gras 175

Z= 9.527 gras 178

Z= 9.965 vkb klink Z= 10.003 31 vkb klink 30

Z= 9.821 bi sloot 62

Z= 9.601 gras 171

Z= 9.859 vkb klink 32

Z= 10.001 vkb klink 29

Z= 9.883 vkb klink 16

Z= 9376 bosschage 224

Z= 9407 raster 223

bosschage

Z= 9810 raster 222

Z= 9.563 gras 168

kavel 6 ca. 691 m2

Z= 9681 eik 600x12000 221

ra

ste

lijn muur 207

Z= 9523 lijn bosschage 193

Z= 9.596 vogelkers 400x8000 181 Z= 9532 gras 124

schuur

Z= 9.737 berk 300x6000 182

Z= 9.621 raster 110

Z= 9.966 rioolput 2

r

Z= 9.950 gras 57 Z= 10.007 vkb klink 28

Z= 9.546 bi sloot 78

kavel 9 ca. 498 m2 + ca. 98 m2 (groen)

Z= 9.695 gras 174

26

Z= 9.899 vkb klink 17

Z= 9.815 bi sloot 61

Z= 9.718 gras 172

Z= 9.675 heg

111 hoek schuur 206

Z= 9.981 brandkraan 58

kavel 8 ca. 381 m2 + ca. 85 m2 (groen)

Z= 9.516 gras Z= 9.515 179 raster 109

Z= 9550 gras 191

Z= 10307 hoek woning hnr26 54

Z= 9.520 raster 87

kavel 7 ca. 341 m2 + ca. 70 m2 (groen)

r

Z= 9.500 gras 164

Z= 9.839 berk 300x6000 184 Z= 9.830 berk 300x6000 186

heg

Z= 9.634 Z= 9.648 raster heg 114 113

raster

sloot

Z= 9.731 raster 117

Z= 9.841 vogelkers 300x6000 189

Z= 9.664 gras 166

Z= 9.614 bosschage 173

Z= 9.795 vogelkers 500x8000 190

Z= 9.671 heg 112

Z= 9.659 raster Z= 9.666 115 heg 116

Z= 9.934 berk 200x4000 192

Z= 9.755 vogelkers 350x8000 194

raster

Z= 9.727 vogelkers 250x5000 196

Z= 9.709 gras 165

Z= 9.763 eik 150x3000 198

Z= 9.678 bosschage 167

heg

Z= 9.778 vogelkers 250x5000 200

Z= 7.998 sloot bodem 86

Z= 9.842 bi sloot 60 Z= 9.902 vkb klink 18

Z= 9.769 vogelkers 300x6000 202

Z= 9.835 vogelkers 300x6000 204

Z= 9.693 vogelkers 300x6000 205

Z= 9.991 vkb klink 27

Z= 9.498 raster 85 Z= 9.542 bi sloot 79

Z= 9.977 vkb klink 26

Z= 9.999 vkb klink 25

Z= 9.987 vkb klink 24

Z= 10.005 vkb klink 23 Z= 10.049 vkb klink 22

Z= 9.915 lm 3

lp

Z= 9.575 rasterZ= 9.505 84 heg 83 Z= 9.576 bi sloot 80

Z= 9.599 grensbuis 81

5

Z= 9.827 bi sloot 59

4520

4520

Z= 9.909 vkb klink 19

Z= 10.028 vkb klink 20

Z= 10.087 vkb klink 21

24

schuur 271

hoek woning 213

schuur

5124

hoek woning 211

woning 210

hoek schuur 272

schuur 273

woning

Z= 9435 dorpel garage 262

hoek woning 209 hoek woning 208

duivenhok 274

Z= 9386 klinkers 257

Z= 9352 klinkers 258

hoek schuur 214 Z= 9.403 klinkers 97

boom 600x12000 241 Z= 9311 klinkers Z= 2599304 klinkers 260

schuur

Z= 9371 klinkers 261

hoek schuur 218

Z= 9.471 vkb klink 7

schuur

Z= 9.531 vkb klink 8

hoek schuur 217

Z= 9.362 raster 96

Z= 9246 gras 264 Z= 9.343 tegels 137

Z= 9638 berk 450x9000 uit300 242

hoek duivenhok Z= 9172 276 eind heg 250

hoek schuur 215

Z= 9304 gras 265

duivenhok

Z= 9190 eind heg 251

hoek duivenhok 275 Z= 9233 klinkers 255

Z= 9227 moestuin 247

Z= 9222 klinkers 256

Z= 9.273 raster 103

Z= 9.397 dorpel 138

kavel 1 ca. 603 m2

Z= 9241 moestuin 246

Z= 9.615 vkb klink 9

raster

Z= 9.401 gras 163

Z= 9.692 vkb klink 45

Z= 9.437 raster 95

Z= 9.299 gras 162

hoek schuur 216 Z= 9.326 raster 100

Z= 9.301 gras 139

Z= 9071 heg 266 Z= 9173 moestuin 249

Z= 9.275

Z= 9209 moestuin 248

gras Z= 161 9.311 raster 93

Z= 9.053 heg 121 Z= 9275 moestuin 245

Z= 9.231 bi sloot 72

Z= 11488 hoek schuur 277

fruitboom 200x3000 236

Z= 8.218 waterpeil 30-05-2022 99 Z= 7.808 sloot bodem 98

heg

heg

Z= 9.280 gras 135

Z= 9187 heg 252

fruitboom 200x3000 240

moestuin

lp

Bouwmassa, hoogte en kapvorm

Z= 9.801 gras 55

Z= 9.557 bi sloot 67

raster

Z= 9.380 eik 300x7000 125

Z= 9.286 raster 105

Z= 9.254 raster 104

Z= 11519 schuur 278

Z= 9.669 lm 6 Z= 9.499 bi sloot 68

Z= 9.259 heg 123

Z= 9.114 gras 134

Z= 9.230 heg 122

schuur

Z= 9.299 Z= 9.326 raster bi sloot 94 69

heg fruitboom 200x3000 237

Z= 9.682 vkb klink 10

Z= 9.568 bi sloot 66

Z= 9.792 vkb klink 44 Z= 9.804 vkb klink 46 Z= 9.806 vkb klink 47

Z= 9.322 gras 140

Z= 9284 moestuin 253 Z= 9.846

Z= 9283 moestuin 244

kavel 4 ca. 566 m2

kavel 2 ca. 369 m2

Z= 9.252 gras 136

Z= 9086 heg 267

fruitboom 200x3000 235

Z= 9294 moestuin 254

Z= 9324 Z= 9265 heg heg 232 233

Z= 9.204 raster 92 Z= 9.199 Z= 9.126 gras bi sloot 160 73

sloot

fruitboom 200x3000 238

Z= 9271 moestuin 243

Z= 9.162 gras 132

fruitboom 200x3000 234 Z= 9.160 heg 120 Z= 9269 lijn bosschage 212

raster

Z= 9293 boom 200x4000 231

5161

Z= 9.225 gras 159

raster

fruitboom 200x3000 239

vkb klink 9.858 48Z= vkb klink 49 vkb klink hoogte 50

Z= 9.257 raster 101

Z= 9.132 gras 133

kavel 5 ca. 668 m2

Z= 9.231 eik 250x5000 130 Z= 9.364 eik 300x7000 129

Z= 9.147 raster 107

Z= 9.381 eik 300x7000 127

Z= 9307 gras 183

kavel 3 ca. 310 m2

Z= 9.222 raster 106

raster

Z= 9256 gras 180

Z= 9178 heg 219

Z= 9.269 gras 147

Z= 9.142 bi sloot 74

Z= 9.308 gras 141

Z= 9.284 raster 102

Z= 9.657 bi sloot 65

Z= 9.927 vkb klink 43

Z= 9.976 vkb klink 51

Z= 9.784 vkb klink 11

Z= 9.222 gras 158

Z= 9392 lijn bosschage 203 Z= 9.310 gras 153

Z= 9.212 gras 157

Z= 9.375 gras 146

1

heg

Z= 9.166 Z= 9.181 raster 91 gras 154

Z= 9473 bosschage 230

Z= 9.854 lm 5

lp

Z= 9560 eik500x10000 229

Z= 10187 hoek woning hnr12 71

Z= 9364 lijn bosschage 201

Z= 9.230 heg 118 Z= 9510 eik 600x1200 links500 228

Z= 9.209 heg 119

Z= 9.304 gras 148 Z= 9.807 bi sloot 64

Z= 9.133 bi sloot 75

Z= 9390 gras 185

Z= 9.998 vkb klink 42

Z= 9.871 vkb klink 12

Z= 9.418 gras 142

Z= 10.021 vkb klink 52

Z= 10.013 vkb klink 53

De woningen dienen een eenvoudige kapvorm te hebben. De nokrichting haaks op de straat, een zadelkap waardoor topgevels ontstaan. Een uitzondering hierop zijn de twee 2-onder-1 kapwoningen. Hier mogen de woningen worden voorzien van een kap evenwijdig aan de straat.

Z= 9.440 gras 145

Z= 9303 gras 131

Z= 9.313 gras 149

Z= 9.227 raster 90

Overstekken zorgen voor een duidelijke dakrand beëindiging en zijn streekeigen vormgegeven.

Z= 9.985 vkb klink 41

Z= 9708 eik 700x14000 227 Z= 9.314 gras 152

Z= 9.927 vkb klink 40

Z= 9.203 gras 155

bosschage Z= 9.879 vkb klink 13

sloot

Hakselaar

Z= 9411 lijn bosschage 199

Z= 10.000 rioolput 1

Z= 9.885 vkb klink 39

r

Z= 9.949 vkb klink 38

Z= 9411 gras 187

Diekmanweg

Z= 9.442 gras 150 Z= 9.397 raster 108

Z= 9.166 bi sloot 76

Z= 9.554 gras 144

Z= 9.465 gras 177

raster

raster

Z= 9370 gras 128

Z= 9.520 gras 143

Z= 9.583 gras 176

Z= 9.837 bi sloot 63

Z= 7.818 sloot bodem 89

Z= 9.887 vkb klink 14

Zonnepanelen en buitenunits zijn opgenomen in het ontwerp

Z= 10.010 vkb klink 37

Z= 9.401 gras 151 Z= 9.505 gras 170 Z= 9.940 gras 56

Z= 9.257 gras 156

eik 700x14000

Z= 9.249 raster 88

225

Z= 9.848 lm 4

lp

Z= 9.349 gras 169

Z= 9444 gras 188

Z= 9.887 vkb klink 15

Z= 9.289 bi sloot 77

Z= 10.000 vkb klink 36 Z= 9.990 vkb klink 35

Z= 9548 lijn bosschage 197

Z= 9.953 vkb klink 34

Z= 9.837 vkb klink 33

Z= 9406 gras 126

Z= 9477 lijn bosschage 195

raster

Z= 9.621 gras 175

Z= 9.527 gras 178

Z= 9.965 vkb klink Z= 10.003 31 vkb klink 30

Z= 9.821 bi sloot 62

Z= 9.601 gras 171

Z= 9.859 vkb klink 32

Z= 10.001 vkb klink 29

Z= 9.883 vkb klink 16

Z= 9376 bosschage 224

Z= 9407 raster 223

bosschage

Z= 9810 raster 222

Z= 9.563 gras 168

kavel 6 ca. 691 m2

Z= 9681 eik 600x12000 221

ra

ste

lijn muur 207

Z= 9523 lijn bosschage 193

Z= 9.596 vogelkers 400x8000 181 Z= 9532 gras 124

schuur

Z= 9.737 berk 300x6000 182

Z= 9.621 raster 110

Z= 9.966 rioolput 2

r

Z= 9.950 gras 57 Z= 10.007 vkb klink 28

Z= 9.546 bi sloot 78

kavel 9 ca. 498 m2 + ca. 98 m2 (groen)

Z= 9.695 gras 174

26

Z= 9.899 vkb klink 17

Z= 9.815 bi sloot 61

Z= 9.718 gras 172

Z= 9.675 heg

111 hoek schuur 206

Z= 9.981 brandkraan 58

kavel 8 ca. 381 m2 + ca. 85 m2 (groen)

Z= 9.516 gras Z= 9.515 179 raster 109

Z= 9550 gras 191

Z= 10307 hoek woning hnr26 54

Z= 9.520 raster 87

kavel 7 ca. 341 m2 + ca. 70 m2 (groen)

r

Z= 9.500 gras 164

Z= 9.839 berk 300x6000 184 Z= 9.830 berk 300x6000 186

heg

Z= 9.634 Z= 9.648 raster heg 114 113

raster

sloot

Z= 9.731 raster 117

Z= 9.841 vogelkers 300x6000 189

Z= 9.664 gras 166

Z= 9.614 bosschage 173

Z= 9.795 vogelkers 500x8000 190

Z= 9.671 heg 112

Z= 9.659 raster Z= 9.666 115 heg 116

Z= 9.934 berk 200x4000 192

Z= 9.755 vogelkers 350x8000 194

raster

Z= 9.727 vogelkers 250x5000 196

Z= 9.709 gras 165

Z= 9.763 eik 150x3000 198

Z= 9.678 bosschage 167

heg

Z= 9.778 vogelkers 250x5000 200

Z= 7.998 sloot bodem 86

Z= 9.842 bi sloot 60 Z= 9.902 vkb klink 18

Z= 9.769 vogelkers 300x6000 202

Z= 9.835 vogelkers 300x6000 204

Z= 9.693 vogelkers 300x6000 205

Z= 9.991 vkb klink 27

Z= 9.498 raster 85 Z= 9.542 bi sloot 79

Z= 9.977 vkb klink 26

Z= 9.999 vkb klink 25

Z= 9.987 vkb klink 24

Z= 10.005 vkb klink 23 Z= 10.049 vkb klink 22

Z= 9.915 lm 3

lp

Z= 9.575 rasterZ= 9.505 84 heg 83 Z= 9.576 bi sloot 80

Z= 9.599 grensbuis 81

5

Z= 9.827 bi sloot 59

4520

4520

Z= 9.909 vkb klink 19

Z= 10.028 vkb klink 20

Z= 10.087 vkb klink 21

24

MATERIALISATIE EN KL

De samenhang tussen de ve geveldelen wordt voor een gewaarborgd door het cons van baksteen als hoofdmate gevels. Het kleurgebruik is e ingetogen, in een aardse tin Materialisatie en donkerrood to kleurgebruik bandbreedte Voor de plint van het gebou De samenhang tussen(licht) de verschillende afwijkende kleur toeg

woningen wordt voor een belangrijk deel gewaarborgd doorNaast het het consequent consequent toep toepassen van baksteenbaksteen als hoofdmateriaal als hoofdmateriaa voor de gevels. appartementenblok in prin Het kleurgebruik is eenduidig en ingetogen, donkere pannen in antracie in een aardse tint, binnen de bandbreedte Ook de toepassing van zink donkerrood tot (donker)bruin. accent - behoort tot de mo Het dak te bedekken met aardse matte genuanceerde pannen.

Voor het aanbrengen van v duurzame Ook de toepassing vanaccenten zink - alkunnen dan niet materialen worden als accent - behoort tot de mogelijkheden. toegepa hout, zink of alu Voor het aanbrengen vanelementen, verbijzonderingen/ deze materialen ondergesc accenten kunnen duurzame afwijkende materialen worden toegepast, zoals De vor het hoofdmateriaal. betonnen elementen, verbijzonderingen hout, zink ofen accen aluminium, mits deze materialen ingetogen en eenvoudig. ondergeschikt zijn aan het hoofdmateriaal.

Toegevoegde elementen (zoals aanbouwen, erkers en dakkapellen) zijn ondergeschikt en afgestemd op de architectuur van het geheel. De woningen hebben een evenwichtige gevelopbouw en zijn samenhangend vormgegeven.

Impressie kleur- en materiaalgebruik en subtiele verbijzonderingen in de gevel (omlijstingen)

5124

kavel 1 ca. 603 m2

Erfafscheidingen kavel 5 ca. 668 m2

kavel 4 ca. 566 m2

Erfafscheidingen zijn groen al dan niet in combinatie met hout.

kavel 2 ca. 369 m2

5161

Voorerfgebied een maximale hoogte van 40cm tot aan 1m achter de voorgevel.

kavel 3 ca. 310 m2

1

kavel 6 ca. 691 m2

kavel 7 ca. 341 m2 + ca. 70 m2 (groen)

kavel 8 ca. 381 m2 + ca. 85 m2 (groen)

26 kavel 9 ca. 498 m2 + ca. 98 m2 (groen)

4520

5

24

Achtererf heeft een maximale hoogte van 2m.

Referenties erfafscheidingen

3. Beeldkwaliteitcriteria Toetsingscriteria voor bouwaanvragen In het vorige hoofdstuk zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten in algemene zin beschreven en is de beeldkwaliteit op hoofdlijnen bepaald. In dit hoofdstuk worden per deelgebied concrete criteria benoemd die richting geven aan de gewenste beeldkwaliteit en tevens dienen als toetsingscriteria voor bouwaanvragen. In dit beeldkwaliteitplan wordt uiting gegeven aan de wens om goede samenhang van de woningen te realiseren. In dit hoofdstuk worden de diverse beeldkwaliteitsaspecten vertaald naar concrete criteria voor de bebouwing, onderverdeeld in vier categorieën:

Situering Rooilijn (Zijdelingse) afstand Oriëntatie Massa Bouwmassa Bouwhoogte Kapvorm- en richting Architectonische uitwerking Gevelopbouw Plasticiteit Architectuur Erfafscheiding Materialisatie Materiaal gebruik Pannen

conform TAM-omgevingsplan de afstand van de hoofdbouwmassa tot de perceelsgrens conform TAM-omgevingsplan de hoofdbouwmassa is georiënteerd op de openbare ruimte Eenvoudige hoofdvorm met (zadel)kap conform TAM-omgevingsplan conform TAM-omgevingsplan en verbeelding zijgevels die grensen aan de openbare ruimte vormgegven als voorgevel; evenwichtige gevelopbouw aandacht voor detaillering, metselwerkverbanden dorpse architectuur, goede overgang naar buitengebied groene erfafscheiding (al dan niet in combinatie met hout of baksteen) baksteen als hoofdmateriaal; toegevoegde elementen zijn ondergeschikt dakbedekking bestaat uit donkere matte aardse tinten (rood-bruin-antraciet)

uur

ng design)

zadeldak • • • • • matte, oranje dakpannen

mansardedak (geknikt dak). De woningen zijn gedekt met matte, gebakken pannen in de kleuren zwart, donkergrijs of oranje - rood (genuanceerd). De gevelkeur is een gedekte aardetint in de kleuren varierend van (licht)bruin, roodbruin tot (donker)rood. Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. De detaillering is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur van de woning. Toegevoegde elementen, zoals dakkapellen, erkers en aanbouwen, zijn ondergeschikt en vormgegeven in de lijn van de architectuur van het geheel.

De getoonde referentiebeelden zijn bedoeld ter verduidelijking van de genoemde criteria voor het dorp en de woning.

Referentiebeelden

A:

Te verwijderen houtopstanden (zie rode stippellijn).

B:

Nader te bepalen erfafscheiding (zie groene stippellijn).

C:

Nieuw te planten bomen in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) voorzien van twee boompalen. Totaal: 4x Salix alba (schietwilg).

D:

Nieuw te planten bomen in de maat 250 (hoogte in centimeters) voorzien van twee boompalen. Totaal: 4x Meerstammige Alnus glutinosa (zwarte els).

E:

Nieuw te planten boom in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) voorzien van twee boompalen. Totaal: 1x Salix babylonica (treurwilg).

F:

Nieuw te realiseren woningbouw.

G:

Te behouden houtopstanden.

H:

Nieuw aan te leggen wadi met eventuele ruimte voor natuurlijke speelelementen.

I:

Nieuw aan te leggen wadi.

J:

Nieuw te realiseren speeltuin met natuurlijke speelelementen.

K:

Groene afscheiding in de vorm van een haag. Geen schuttingen plaatsen. Soort: Fagus sylvatica (beukenhaag) of Acer campestre (veldesdoorn) of Carpinus betulus (haagbeuk). Al dan niet gemengd. 5 stuks per m1, aanplant in de maat 80-100 (hoogte in centimeters).

L:

In te zaaien kruidenrijk mengsel, speciaal geschikt voor vochtminnende plekken, ten behoeve van de biodiversiteit.

M:

Aan te planten plantsoen in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Plantverband 1 meter in de rij en 1 meter tussen de rij. Soorten: Corylus avellana (hazelaar), Viburnum opulus (Gelderse roos), Acer campestre (veldesdoorn), Cornus alba (witte kornoelje), Syringa vulgaris (sering). Totaal: 20 stuks, soorten verdelen in gelijke verhoudingen over een lengte van 10 meter.

Fragment uit 1910 (bron: topotijdreis.nl)

M1: Aan te planten plantsoen in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Plantverband 1 meter in de rij en 1 meter tussen de rij. Soorten: Corylus avellana (hazelaar), Viburnum opulus (Gelderse roos), Acer campestre (veldesdoorn), Cornus alba (witte kornoelje), Syringa vulgaris (sering). Totaal:60 stuks, soorten verdelen in gelijke verhoudingen over een lengte van 30 meter.

Project: Groenplan

Getekend:

LK

Status:

Adres:

Diekmanweg

gecontroleerd:

NH

Formaat: A3

DO

Plaats:

Denekamp

Datum:

06-11-2025

Noord:

^

Schaal: 1:500

20xxx X Gespreksnotitie d.d. 20200306 Pagina 1 van 1

Verslag informatieavond nieuwbouwplan Diekmanweg Denekamp dd. 9 oktober 2024 om 19.00 Locatie Skik Borrels & Bites Nicolaasplein 3 Denekamp

Organisatoren:

Aanwezig: Leferink Architecten (architect) Niehof BV (ontwikkelaar) Niehof BV (ontwikkelaar) Twin (adviseur infra)

ja ja ja ja

Diekmanweg 26 Diekmanweg 24 Diekmanweg 5 Hakselaar 1 Hakselaar 3 Hakselaar 5 Hakselaar 2 Hakselaar 7 Achterom 14 Zicht 2 Achterom 2 Bremstraat 3 Sombeek 12 Diekmanweg 11

ja ja ja ja ja ja ja ja ja nee ja ja ja ja

Genodigden:

Kort notitie verslag Het project wordt door de architect gepresenteerd aan de aanwezigen. Alle aanwezigen waren al op de hoogte van een mogelijke ontwikkeling op deze locatie. De meeste aanwezigen zagen het gepresenteerde plan voor het eerst. Onderdelen die in deze presentatie aan bod kwamen waren. - Entree van het plangebied - Aantal woningen, grootte ervan en aangegeven vrijstaand dan wel blok v. 2 - Hoe om te gaan met de openbare ruimte met groen - Handhaven belangrijke bomen aan zuidzijde - Waar komen de nutsvoorzieningen vandaan - Hoe om te gaan met het riool - Korte inschatting van start bouwrijp maken. Na de presentatie is er onder het genot van een kop koffie nog nagepraat. Kleine vragen zijn correct en naar tevredenheid van de omwonenden besproken door de architect, aannemer en adviseur infra. Vanuit de omliggende bewoners zijn er geen noemenswaardige opmerkingen of aandachtspunten gemaakt. Afgesproken is dat bij een mogelijke vraag/opmerking contact opgenomen kan worden met Niehof BV.

van

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Denekamp, Diekmanweg 11

NOTITIE

Onderwerp: Auteur: Datum: Status:

1.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Denekamp, Diekmanweg 11 BJZ.nu 28 mei 2025 definitief

INLEIDING

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling heeft betrekking op de locatie aan de Diekmanweg 11 in Denekamp. Het voornemen bestaat om op deze binnenstedelijke locatie negen nieuwe woningen te realiseren. Er worden vijf vrijstaande woningen en vier twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan vereist. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een vormvrije toets van de effecten van het plan op het milieu noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de wetgeving omtrent de milieueffectrapportage gegeven. Milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). In afdeling 16.4 van de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt in de planmer(beoordeling) (paragraaf 16.4.1) en de project-mer(beoordeling) (paragraaf 16.4.2). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •

In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.

Indien een plan (meestal een wijziging van het omgevingsplan) wordt opgesteld dat een kader vormt voor een project-mer-(beoordelings)plichtige projecten dan is een plan-mer aan de orde (artikel 16.36 lid 1 Ow). Ook is een plan-mer aan de orde als Voor plan/ programma een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld zoals bedoeld in artikel 16.53c Ow (artikel 16.36 lid 2 Ow). Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Op grond van Artikel 11.8 (bijzonderheden bij besluiten bij mer-(beoordelings)plichtige projecten) van het Omgevingsbesluit wordt een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit aangemerkt als het besluit, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de wet, in plaats van het besluit tot vaststelling van een omgevingsplan, bedoeld in bijlage V, kolom 4. In dat geval is de wijziging van het omgevingsplan kaderstellend en dus plan-mer-(beoordelings)plichtig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bij een plan-mer-beoordeling oordeelt het bevoegd gezag of er sprake is van een aanzienlijke milieugevolgen aan de hand van de criteria van bijlage II bij de smb-richtlijn (artikel 16.35 lid 5 Ow). Hiervoor worden de volgende instanties en bestuursorganen geraadpleegd: a. b.

de bestuursorganen en instanties die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over de besluiten, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, waarvoor het plan of programma het kader vormt, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Onze Minister voor Natuur en Stikstof, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of in plaats van de betrokken minister een door hem aangewezen bestuursorgaan.

Inhoudelijk mag de plan-mer-beoordeling echter gelijk zijn aan de project-mer-beoordeling (AbRS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1054). In dit geval is sprake van een wijziging van het omgevingsplan voor de realisatie van negen woningen in de bebouwdek om van Denekamp. De wijziging van het omgevingsplan is kaderstellend voor een project-mer(beoordelings)plichtige activiteit, namelijk het stedelijk ontwikkelingsproject. Aangezien sprake is van een klein gebied op lokaal niveau, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het initiatief. Deze aanzienlijke milieueffecten worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van het project; De plaats van het project (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de potentiele nadelige effecten voor het milieu die het project kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken. Voor het vaststellen van het wijzigingsbesluit is de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Overijssel het waterschap Vechtstromen en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het concept wijzigingsbesluit in het kader van vooroverleg naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voorgenomen project beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voorgenomen project. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

2.

KENMERKEN VAN HET VOORGENOMEN PROJECT

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Het projectgebied ligt aan de Diekmanweg in de bebouwde kom van Denekamp. Het betreft dus een binnenstedelijke locatie. Momenteel heeft het perceel een agrarische functie. Er bevinden zich twee gebouwtjes in het plangebied. Deze worden gebruikt als hobbystal en tuinschuurtje. Deze gebouwtjes worden gesloopt. In het plangebied worden hobbymatig enkele dieren gehouden. Het voornemen is om binnen het projectgebied negen woningen te realiseren. Het gaat hierbij om vijf vrijstaande woningen en vier tweekappers. Daarbij zal voldoende ruimte zijn voor groen en water (wadi’s). De woningen worden middels een ontsluitingsweg ontsloten op de Diekmanweg. Het geheel zal groen en worden ingepast conform de kernmerken van het omliggende landschap. Locatiekenmerken Het plangebied ligt aan de Diekmanweg 11 ten oosten van de kern van Denekamp. Het betreft de kadastrale percelen DNK00-O-5489, DNK00-O-5490, DNK00-O-5491 en een gedeelte van DNK00-O-5492. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied respectievelijk ten opzichte van de kern Denekamp en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is indicatief met rood aangegeven.

Afbeelding 1: Ligging van het projectgebied (Bron: plattekaart.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens de sloopfase, het bouw- en woonrijp maken van de gronden is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De nieuw te bouwen woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De woningen zullen in de gebruiksfase leiden tot afvalstoffen (huisvuil, snoeiafval e.d.). Deze afvalstoffen zullen op de daarvoor van toepassing zijnde regelementen worden afgevoerd. Verontreiniging en hinder Tijdens de sloop- en aanlegfase zal sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Het bouwverkeer zal via de Diekmanweg worden ontsloten. Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de activiteiten geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. In de gebruiksfase kan ten gevolge van de activiteiten sprake zijn enig hinder, waaronder het drukker worden van de ontsluitingswegen rondom het projectgebied.

Van onacceptabele negatieve effecten op het milieu en de omgeving is echter geen sprake. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de activiteiten geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden (stikstof) en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

3.

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voorgenomen project relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om de realisatie van negen woningen. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, ecologie, waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 744 (augustus 2024)'. Op basis van deze publicatie kan per functie de verkeersgeneratie als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling worden berekend. Bij iedere functie wordt in de CROW-publicatie een maximum en minimum genoemd. Dit is de bandbreedte. In voorliggend geval zal van het gemiddelde worden uitgegaan. Om de verkeersgeneratie te berekenen dienen ten eerste de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone te worden bepaald. De mate van stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingadressendichtheid (oad) van het CBS. De oad wordt uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer.

De gemeente Dinkelland wordt hierin getypeerd als niet stedelijk. Het projectgebied ligt in de bebouwde kom, waardoor wordt uitgegaan van de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Op basis van te hanteren uitgangspunten ontstaat er het volgende beeld voor wat betreft de verkeersgeneratie: Type woning

Verkeersgeneratie per Aantal woningen woning Koop, huis, vrijstaand 8,2 5 Koop, huis, twee-onder-een-kap 7,8 4 Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal

Totaal 41 31,2 72,2

Als gevolg van het voornemen is sprake van een verkeersgeneratie van 73 verkeersbewegingen per weekdag etmaal. Voor de woningen zal een ontsluitingsweg worden aangelegd. Deze zal op de Diekmanweg worden aangesloten. De meest noordelijk gelegen woning krijgt een eigen ontsluiting op de Diekmanweg. Gesteld wordt dat de nieuwe ontsluitingsweg en de direct omliggende infrastructuur (Diekmanweg) de extra verkeersbewegingen zonder problemen en op een verkeersveilige manier kunnen opvangen en verwerken. Het effect van het voorgenomen project op het aspect ‘verkeer’ wordt op neutraal ingeschaald. Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering, omdat ze in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. In voorliggend geval zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden). Voor dergelijke geluiden gelden echter geen normen. Gelet op de afstand van het projectgebied ten opzichte van omliggende woningen zal dit verder niet voor belemmeringen zorgen. Daarnaast zal de aanlegfase (de bouw van de woningen) gepaard gaan met de productie van geluid. Deze geluidproductie is tijdelijk van aard en zal zoveel mogelijk worden beperkt. Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid niet leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;

Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook komen te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden.

2.

Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Veelal kan een kwalitatieve berekening met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier inzichtelijk maken of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer deze tool aangeeft dat er sprake is van een betekende mate, dan zijn aanvullende detailberekeningen nodig.

Beoordeling Ten behoeve van het voorgenomen project is met de NIBM-tool berekend of het niet-in-betekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. In de tool is enkel het aantal voertuigbewegingen in de toekomstige situatie ingevoerd. Aangezien het gaat om een woningbouwontwikkeling, is het aandeel vrachtverkeer beperkt; dit is worst case op 5% gezet. Het aandeel van vrachtverkeer in de aanlegfase is buiten beschouwing gelaten, omdat dit tijdelijk van aard is. Voor de overige invoergegevens wordt in de NIBM-tool uitgegaan van worst-case omstandigheden. In afbeelding 2 zijn de resultaten van deze worst-case berekening opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Afbeelding 2: Uitsnede NIBM tool (Bron: https://iplo.nl/thema/lucht/betekenende-mate-bijdragen/nibm-tool/)

Uit de berekening is gebleken dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt. Er is dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit is neutraal als gevolg van de bijdrage. Water Er is ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Wateroverlast Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Het is ter overweging van de bewoners de tuinen te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Indien onder de te realiseren woningen kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn (< 1 m t.o.v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de woonwijk infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem kan infiltreren. Waterkwaliteit Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van de gemeente Dinkelland. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied.

Riolering en Afvalwaterketen Het afvalwater afkomstig van de nieuwe woningen wordt afgevoerd naar de RWZI door middel van een nieuwe aansluiting op de bestaande gemeentelijke riolering. Het schoonhemelwater wordt zoveel mogelijk in het plangebied vastgehouden en door middel van wadi’s in de grond geïnfiltreerd. Ook binnen de tuinen is er ruimte voor hemelwater om te infiltreren. Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks circa 2.066 m2 verharding aanwezig. In lijn met de beringseis (37 mm) is binnen het plangebied 80 m3 bergingscapaciteit benodigd. Binnen het plangebied is ruim voldoende ruimte gereserveerd om deze hoeveelheid water te kunnen bergen middels wadi’s. Grondwaterbeheer Door de ophoging van het maaiveld wordt de grondwaterstand (beperkt) beïnvloed. De zandlagen in het gebied fungeren als buffer voor het vallende regenwater. Door de ophoging zal de capaciteit van de tijdelijke buffer toenemen en de grondwaterstand in theorie enigszins hoger worden (capillaire opstijging). Gezien de verwachte drooglegging onder de woningen van 1,3 m ten opzichte van de GHG situatie, is een beperkte stijging van de grondwaterstand acceptabel. Aanvullende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. Bij de bouw van de nieuwe woningen zal rekening worden gehouden met de grondwaterstanden en de benodigde verschillen in hoogten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Oppervlaktewater Ten oosten van het plangebied ligt een waterstaatswerk met een beperkingengebied. Activiteiten binnen het beperkingengebied zijn vergunningplichtig. De benodigde vergunningen worden voorafgaand aan de werkzaamheden aangevraagd. Het effect van het voorgenomen project op de waterhuishouding wordt op ‘neutraal’ ingeschaald. Ecologie In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Voor deze aspecten zijn diverse regels opgenomen in het Bkl. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit.

Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1.

Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;

2.

Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

3.

In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Beoordeling Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Dinkelland” ligt op circa 1,9 kilometer afstand van het projectgebied. Gezien de afstand van het projectgebied tot Natura 2000 en de aard en omvang van voorliggend initiatief wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van direct significant negatieve effecten, zoals geluidshinder en lichthinder. Wel is in het kader van Natura 2000 de stikstofdepositie van belang. Om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor Natura 2000gebieden in kaart te brengen is een AERIUS berekening uitgevoerd door BJZ.nu 1. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Uit de rekenresultaten is gebleken dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het projectgebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten het NNN en gezien de aard en omvang van dit plan wordt geconcludeerd dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd.

De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van 1 BJZ.nu: AERIUS-Berekening Denekamp, Diekmanweg 11, (18-10-2024)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • •

er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn.

In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. Beoordeling In dit geval is door Bureau Bleijerveld een quickscan ecologie uitgevoerd. 2 Op basis van deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd: Door de werkzaamheden kan verstoring en sterfte van algemene muizensoorten en amfibieën optreden. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Overijssel geldt deze vrijstelling voor alle te verwachte soorten. Mitigerende maatregelen ten aanzien van muizen zijn niet reëel. Ten aanzien van amfibieën kunnen mitigerende maatregen worden genomen zoals het onaantrekkelijk maken van het terrein en werken buiten de kwetsbare periode. Hiervoor dient een ecologische werkprotocol te worden opgesteld. Grote bosmuis en egel kunnen voorkomen in de groene randzone van het terrein. Om verstoring en sterfte te voorkomen kunnen mitigerende maatregelen worden genomen zoals het afzetten van de groenstroken en het rooien met beleid van de coniferenheg. Hiervoor dient een ecologische werkprotocol te worden opgesteld. In opgaande begroeiing en in de gebouwen zijn broedsels mogelijk. Bij rooien en sloop tijdens het broedseizoen kan sterfte van vogels en verstoring van broedsels optreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1029/documents/24601